CConstaterende datLelystad
Koppel je AI →
Document · PDF

Poppodium Lelystad-eindrapport definitief AH incl. bbn

Raadsvergadering 21 december 2021, gemeente LelystadBij agendapunt: 350. Informatienota onderzoek locaties poppodium31.412 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Gemeente Lelystad

Een nieuw poppodium voor Lelystad Eindrapport haalbaarheidsstudie – 17 december 2018

17 december 2018

2018-047 rp 04

Inhoud 1 1.1 1.2

Samenvatting en aanbevelingen Samenvatting Procedurele aanbevelingen

3 4 13

2 2.1 2.2 2.3 2.4 2.5

Inleiding Aanleiding Vraagstelling Plan van aanpak onderzoek Status huidige rapportage Risico’s en verantwoordelijkheden

14 15 15 16 16 16

3 3.1 3.2 3.3 3.4 3.5 3.6 3.7 3.8

Contextinformatie De stad en de rol van cultuur Trends vrije tijdsector Popmuzieksector – kenmerken, positie, ontwikkelingen, facts en figures Gemeentelijk cultuurbeleid Demografie en kenmerken inwoners Lelystad Ontwikkelingen en status quo huidige poppodium Corneel Huidige popmuziekaanbod/popklimaat in Lelystad en Flevoland Benchmark meest vergelijkende andere poppodia

17 18 18 19 24 24 25 28 29

4 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6

Inhoudelijk concept Inleiding De legitimatie van een nieuw poppodium voor Lelystad Culturele functies en aard en profiel programmering Werkgebied en doelgroepen Samenwerking in de stad Horeca

33 34 34 38 40 40 41

4.7 Commerciële verhuringen 4.8 Locatie 4.9 Configuratie zalen, capaciteit en andere ruimten 4.10 Prognose aantallen activiteiten en bezoeken

41 42 42 44

5 5.1 5.2 5.3

Ruimtelijke uitwerking en investeringsramingen Inleiding Ruimtelijk programma van eisen (RPvE) Investeringsramingen en kapitaallasten

45 46 46 46

6 6.1 6.2 6.3

Personele organisatie en financiële exploitatie (Personele) organisatie Financiële exploitatieprognose Financiële risico’s in de exploitatieprognose

49 50 51 57

Bijlagen A lagroup en de adviseur B Specificaties ruimtelijke en financiële uitwerking

60 61 63

Colofon

65

|2

Hoofdstuk 1 Samenvatting en aanbevelingen

Foto: website The Cultural Lifestyle

|3

1.1

Samenvatting

Voor nadere informatie, toelichting en onderbouwing van deze samenvattende paragraaf verwijzen wij naar de hoofdstukken 2 tot en met 6. 1.1.1 Inleiding en vraagstelling aan lagroup Voor de ontwikkeling van een nieuw inhoudelijk concept voor het beoogde nieuwe poppodium in het Theaterkwartier, en voor de toetsing van de haalbaarheid ervan, heeft de gemeente Lelystad aan lagroup gevraagd een onderzoek uit te voeren. De vraag aan lagroup is als volgt geformuleerd: De vraag: ontwikkel het inhoudelijk concept voor een bij Lelystad passend nieuw poppodium. Stel vervolgens om de haalbaarheid te kunnen toetsen een businesscase op met daarin de ruimtebehoefte en zalenconfiguratie (inclusief capaciteit), geef aan welke personele organisatie passend is, wat de financiële consequenties voor investeringen en exploitatie zijn en met welke risico’s rekening moet worden gehouden en hoe die kunnen worden beheerst. 1.1.2 Inventarisaties contextinformatie en poppodiumsector vooraf Aan het begin van ons onderzoek hebben we informatie over de relevante context en over de popmuzieksector geïnventariseerd. We hebben deze informatie gebruikt als input en kritische noot bij het ontwikkelen van het inhoudelijk concept voor het nieuwe poppodium, bij de beoordeling van de haalbaarheid ervan en voor de onderbouwing van het geheel.

Deze informatie betreft de volgende onderwerpen: • de stad en de rol van cultuur • trends vrijetijdsector • poppodiumsector – kenmerken, positie, ontwikkelingen, facts en figures • gemeentelijk cultuurbeleid • demografie en kenmerken inwoners Lelystad • ontwikkelingen en status quo huidige poppodium Corneel • huidige popmuziekaanbod/popklimaat in Lelystad • benchmark meest vergelijkbare andere poppodia

1.1.3 Legitimatievraag De vraag is aan de orde of een poppodium, en zo ja welk, past bij (een gemeente als) Lelystad, een cruciaal onderwerp bij de besluitvorming. Onderstaande verkenningen geven een eerste richting en onderbouwing aan een antwoord op deze legitimiteitsvraag. Het uiteindelijke antwoord zal moeten worden gegeven nadat alle consequenties zijn meegewogen, zoals ook de investeringsbedragen en de benodigde jaarlijkse exploitatiesubsidies die verderop in beeld zijn gebracht. Maar eerst de belangrijkste onderwerpen van het legitimatievraagstuk: • Voor Corneel zou een breed programma-aanbod, voor niet alleen een nog breder publiek maar ook voor doelgroepen die nu nog niet of beperkt in Corneel komen, een invulling kunnen zijn van het actuele cultuurbeleid van de gemeente. • In het actuele raadsprogramma 2018-2022 is een mogelijke verplaatsing van Corneel opgenomen naar het te ontwikkelen Theaterkwartier. • Cultuuraanbod is een belangrijke vestigingsfactor voor potentiële inwoners en – in hun voetspoor – bedrijven. Cultuuraanbod heeft een economische spin-off, maakt de inwoners trots op hun stad en de stad bovenal (woon)aantrekkelijk. • Een poppodium is bij uitstek een cultureel en uitgaansmiddel om jongeren te trekken en hen als inwoners aan Lelystad te binden, als ook een belangrijk onderdeel van de keten van educatie- en talentontwikkeling.

• Volgens het ringenmodel van de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) past een poppodium met oefenruimten in de gemeentelijke culturele infrastructuur van een stad ter grootte van Lelystad. • Het poppodium is als een van de trekkers van wezenlijk belang voor het welslagen van het Theaterkwartier. Het poppodium bevordert een uitgaansstad met aantrekkelijke commerciële en horeca-uitgaansfaciliteiten die de stad nu ontbeert. Niet alleen met de concerten maar vooral ook met dance-activiteiten. • Voor een nieuw poppodium moet de stad flink gaan investeren in stenen en inhoud. Er zouden dan ook flinke maar realistische ambities gesteld mogen en moeten worden aan bezoekcijfers en daarmee aan een groter draagvlak. • Corneel trekt nu zo’n 15.000 bezoeken. Dat is als relatief laag aan te merken. Dit komt enerzijds omdat er relevant minder activiteiten worden aangeboden en anderzijds blijft ook het gemiddelde bezoek per activiteit achter. Een reden

|4

daarvoor is waarschijnlijk de samenstelling van de bevolking met meer dan gemiddelde vertegenwoordiging van lage sociale, opleidings- en inkomensklassen en inwoners met een migratieachtergrond. • Poppodia zijn in het algemeen het meest laagdrempelig van alle podiumkunsten. Mede daarom ligt er een kans om ook deze doelgroepen te bereiken. Deze doelgroepen worden in het algemeen het meest aangesproken door bekende en populaire mainstream acts en aanbod in specifieke genres als Urban, R&B en Hiphop – concerten en vooral dance. Daar zou het nieuwe poppodium in dit kader ook (meer) op moeten inzetten. Verder zou het aantal laagdrempelige dance-activiteiten, deels met vaste formats, verder moeten worden uitgebouwd. Al deze programmakansen zijn overigens ook geschikt om de grote groep andere inwoners te verleiden die nu niet of beperkt Corneel bezoeken, en – door uitbreiding van het werkgebied – ook inwoners uit de regio. Voor dit alles is wel een eigentijds poppodium met een grotere capaciteit nodig dan de 400 van nu, als ook een lange adem. • Vooral binnen de popsector geldt dat het aanbod (de acts) de vraag (het publiek) bepaalt. De capaciteit van het poppodium speelt hierbij een cruciale rol, want die is leidend voor het kunnen boeken van grotere acts.

Corneel is met zijn huidige capaciteit van 400, inmiddels achteropgeraakt door de schaalsprong die de poppodiumsector de afgelopen decennia heeft gemaakt. Daarnaast is de potentiële doelgroep voor popmuziek – vooral die voor grotere acts – de afgelopen decennia zeer sterk gegroeid. En naarmate de acts groter en bekender zijn, hebben ze in het algemeen een betere kosten-batenverhouding voor de zaal. Ook vanuit deze oogpunten wordt duidelijk dat de grotere capaciteit nodig en essentieel is om de gewenste ambities voor een groter publieksbereik te realiseren. • Een groter en eigentijds poppodium met grotere acts en dito imago is een essentiële factor voor het popklimaat in een stad. In Lelystad is het popklimaat nu zeer beperkt.

De visie van LAgroup samengevat: de huidige huisvesting van Corneel voldoet niet meer aan de hedendaagse eisen en wensen van zowel artiesten als publiek, mede omdat het gebouw niet als poppodium is gebouwd. Verder is naar onze mening een relatief flinke toename van het thans lage publieksbereik en draagvlak gewenst, en nodig als een nieuw poppodium wordt gebouwd. Zo’n flinke toename van het publieksbereik en draagvlak zal niet voldoende kunnen worden gerealiseerd met het huidige Corneel en met een huidige ‘lage’ zaalcapaciteit van 400 bezoekers. Ook niet wanneer er een verbouwing of renovatie van het huidige Corneel plaatsvindt tot een poppodium met hedendaagse voorzieningen en uitstraling – als dat al kan – of wanneer een nieuw poppodium met eenzelfde of iets hogere capaciteit van 400 nieuw wordt gebouwd. Met de huidige (of iets grotere) capaciteit, en daarmee met het beperkt beschikbare aanbod van publiekstrekkers, kan Corneel ook het aantal activiteiten niet of nog slechts beperkt uitbreiden. Tenzij genoegen wordt genomen met minder bekende/onbekende acts die een lage(re) publieksopkomst tot gevolg hebben, en daarmee extra financiële verliezen. Een nieuw poppodium met een grotere capaciteit wordt dus gewenst geacht. Dat is nodig om meer activiteiten, grotere acts en een breed maar vooral ook mainstream popmuziekaanbod te realiseren.

Om daarmee een breed/breder en groter publiek en nieuwe doelgroepen die nu nog nauwelijks komen te kunnen bereiken en zo het noodzakelijke draagvlak te vergroten. Een nieuw, ‘fris’ en professioneler poppodium, met een grotere publiekscapaciteit dan de 400 nu en een brede(re) programmering met ook grotere acts voor een breed en groter publiek, zal ongetwijfeld een grotere aantrekkingskracht hebben op het potentiële poppubliek en meer in het algemeen op de inwoners. Een flink groter draagvlak dan de huidige circa 15.000 bezoeken per jaar zal dan binnen bereik liggen. 1.1.4 Inhoudelijk concept nieuwe poppodium We ontwikkelen eerst het inhoudelijk concept voor het nieuwe poppodium. Mede op basis van dit concept volgen daarna de huisvestings-, organisatorische en financiële consequenties.

|5

Culturele functies De volgende culturele functies worden voorgesteld: • poppodium • oefenruimten • cultuureducatie • huis voor de popschool van Kubus (optioneel) Werkgebied en doelgroepen • gemeente Lelystad • gemeente Dronten, inclusief Swifterband en Biddinghuizen • gemeente Zeewolde. Totaal is dit een werkgebied met 140.000 inwoners. Binnen de gemeenten Dronten en Zeewolde is geen poppodium. Binnen dit werkgebied zijn de primaire doelgroepen: • het brede publiek vanaf circa 15 jaar in Lelystad – 77.000 inwoners; • het brede publiek van de gemeenten Dronten en Zeewolde – totaal 63.000 inwoners die Corneel nu niet of nauwelijks bezoeken. Vanaf circa 15 jaar met de focus op potentiële bezoekers vanaf 20 jaar en de wat ouderen; • de scholieren in Lelystad van het VO-onderwijs en mogelijk ook het PO; • bedrijven in Lelystad voor zakelijke verhuringen. Samenwerking in de stad • de lokale culturele en commerciële aanbieders van concerten/dance; • Agora Theater, voor het popaanbod in Agora; • het bestaande samenwerkingsverband van Kubus, bibliotheek, Agora Theater en Corneel binnen de Stichting Cultuur voor Lelystad; • Kubus: voor de popschool en de popcultuureducatie voor het onderwijs; • de poppodia in Flevoland; • regionale en landelijke muziekscenes, met name in de dancesector en de focusgenres; • het provinciale Centrum voor Amateurkunst CAF.

Horeca De horeca is de belangrijkste ondersteunende faciliteit van het poppodium. Niet alleen financieel, maar ook inhoudelijk is horeca een noodzakelijke functie. Er is een apart café annex kleine zaal gewenst die alleen open is als er activiteiten zijn in het pand. Een zelfstandig café wordt dus (vooralsnog) niet voorgestaan. Om optimaal te kunnen functioneren heeft het nieuwe poppodium net als nu een volledige horecavergunning nodig zonder belemmeringen, ook voor de commerciële verhuringen die hierna aan de orde komen. Commerciële verhuringen In de huidige situatie is de zaalverhuur in Corneel zeer beperkt. Acquisitie wordt niet gevoerd. Een popzaal is beperkt verhuurbaar gezien zijn aard en de staplaatsen. Het beoogde café is een goede verhuurfaciliteit voor kleinere (zakelijke) bijeenkomsten. Het lijkt er niet op dat de aanbodmarkt van verhuurlocaties in Lelystad is overvoerd. Het is zinvol om de acquisitie primair te concentreren op kleinere zakelijke bijeenkomsten, presentaties en recepties in het café, en op besloten (scholieren)feesten en partijen in de popzaal. Het is gewenst om bij verhuur aan commerciële en grotere professionele organisaties met betaald horecapersoneel (oproepcontracten) te werken.

Locatie Wij vinden de beoogde locatie in de Theaterstraat niet voldoende geschikt en niet voldoende recht doen aan de voor het (welslagen van het) Theaterkwartier zo belangrijke functie poppodium. Het verdient een betere locatie. Niet alleen voor zichzelf, maar dus vooral ook voor het (welslagen van het) Theaterkwartier en voor de stad. Die betere en beste locatie voor het poppodium is wat ons betreft de hoeklocatie van het nieuwe horecaplein/Agorahof. Hiermee ontstaat een echt kwartier, omsloten door de bioscoop, het theater, horeca en het poppodium, die alle bij en recht tegenover elkaar liggen.

|6

Configuratie zalen, capaciteit en andere ruimten • popzaal met een capaciteit van 600-650 staplaatsen; • café/kleine zaal met een capaciteit van 40/50 zitplaatsen of 125/150 staplaatsen; • twee oefenruimten; • Het ‘huis’ voor de popschool met een ‘huiskamer’, leslokalen, opslagfaciliteiten en medegebruik van de oefenruimten.

|7

Prognose aantallen activiteiten en bezoeken In de tabel hierna zijn onze prognoses van de aantallen activiteiten en bezoekers

Poppodium Corneel Lelystad | aantallen activiteiten en bezoeken

Soort activiteiten Concerten

aantal activiteiten 2016

bezoeken 2016

28

5.961

gemiddeld

aantal activiteiten 2017

bezoeken 2017

31

5.605

213

Dance

22

6.441

2

1.236

18

1.125

gemiddeld gemiddeld

23

6.459

2

1.461

gemiddeld

18

1.165

70

14.763

p.m.

39

13.650

0

0

15

975

110

26.425

211 350

65

65

74

14.690

p.m.

p.m.

p.m.

4

400

4

506

2

393

6

750

3

578

6

1.286

9

1.575

77

15.847

82

16.369

125

29.150

Gemiddeld aantal bezoeken per eigen culturele activiteiten

Presentaties popschool

11.800

731

63

Totaal aantal eigen culturele activiteiten

56

281

618

Overige podiumactiviteiten

prognose lagroup bezoeken

181

293

Concerten Kubus

prognose lagroup aantal activiteiten

211

199

240

gemiddeld

100

Cultuureducatie onderwijs (PO en VO) gemiddeld

127

Verhuringen commercieel gemiddeld

197

193

Totaal

125

214

175

Bron cijfers: Corneel voor historische cijfers. Opgesteld, bewerkt en prognose door la group, oktober 2018

De prognose-aantallen concerten en dance in huis zijn als volgt gespecificeerd. soort

aantal

gemiddeld bezoek

totaal bezoek

concerten groot iedere maand

10

500

5.000

andere concerten popzaal

26

200

5.200

concerten café/kleine zaal

20

80

1.600

dance iedere week popzaal

39

350

13.650

Totaal (bezoeken afgerond)

95

268

25.450

|8

1.1.5 Ruimtelijke uitwerking In de tabel hierna is het benodigde ruimtebeslag per ruimte/gebouwdeel vermeld. Ruimtelijk programma van eisen gebouw nieuwe poppodium

Kapitaallasten 1e jaar (afschrijving en rente)

jaarbedragen

Gebouw en vaste installaties

€

555.000 30.300

Oefenruimten

€

bvo m2 325

(Les)ruimtes popschool

€

p.m.

Roerende zaken en vaste inrichting

€

136.500

Café/kleine zaal (inclusief podium en backstage)

409

Totaal kapitaallasten 1e jaar

€

721.800

Popzaal (inclusief horeca)

792

Backstage

687

Ruimte/gebouwdeel Entree/publieksvoorzieningen (geïntegreerd/open verbinding café/kleine zaal)

Oefenruimten

184

(Les)ruimtes popschool

p.m.

Kantoor en dienstruimtes

293

Totaal in m2 bruto vloeroppervlak (bvo) gebouw

2.690

Bron: bbn adviseurs december 2018

Het gebouw vereist een footprint/bouwkavel van 1.071 m2 bvo. 1.1.6 Investeringsramingen De opgestelde investeringsramingen sluiten met de totalen van de hoofdbestanddelen als vermeld in de tabel hierna.

Bron: bbn adviseurs, december 2018

1.1.7 Personele organisatie en organisatievorm Betaalde vaste personeelsformatie Nagenoeg alle betaalde personeelsfuncties zijn direct gekoppeld aan de activiteiten. De beoogde schaalsprong in activiteiten en publieksbereik van ongeveer 50% zou dus consequenties voor de personeelsformatie moeten hebben. Dit percentage hebben wij dan ook als vertrekpunt gehanteerd bij onze analyse voor uitbreiding van de betaalde personeelsfuncties als in de tabel hierna vermeld.

Personeelsformatie poppodium Corneel Formatie in fte, 1 fte is 36 uur per week

Investeringsramingen

bedragen

Oefenruimten bands

€ 9.362.000 € 515.000

(Les)ruimtes popschool

€

p.m.

Roerende zaken en vaste inrichting

€

943.000

Totaal investeringsramingen

€ 10.820.000

Gebouw en vaste installaties

Bron: bbn adviseurs, december 2018

Jaarlijkse kapitaal- en eigenaarslasten gebouw en roerende zaken De hierboven vermelde investeringsramingen zijn in de tabel hierna vertaald in jaarlijkse kapitaallasten (rente en afschrijving).

2016

2017

1-9-2018

0,94

0,99

1,00

0,58 0,63 0,35 0,70 0,40 0,20 0,40 4,20

0,63 0,63 0,35 0,70 0,40 0,20 0,40 4,30

0,63 0,63 0,35 0,70 0,40 0,20 0,40 4,31

prognose lagroup

Betaalde formatie in loondienst manager/programmeur programmeur(s) marketing en publiciteit projectmedewerker (preproductie/verhuur) avondcoördinatoren medewerker facilitair en horeca techniek (t/m 2018 vanuit Kubus) administratie (t/m 2018 vanuit Kubus) vrijwilligerscoördinator Totaal betaald

1,00 0,50 1,30 0,90 0,55 0,70 1,40 0,35 0,60 7,30

Bron: Corneel/Kubus. Opgesteld en bewerkt la group, oktober/november 2018

Naast deze vaste formatie in loondienst worden securitypersoneel en een deel van de technici – indien nodig – per activiteit extern ingehuurd.

|9

Vrijwillige medewerkers De formatie vrijwilligers, die hoofdzakelijk taken verrichten op de activiteiten zelf, zou moeten worden uitgebreid van 35 nu naar 55 medewerkers. Organisatievorm Corneel Corneel is nu als ‘afdeling’ onderdeel van Kubus. Het lijkt erop dat deze organisatievorm in het algemeen naar tevredenheid functioneert en voortgezet zou moeten worden. Het is belangrijk dat Corneel ook in de toekomst zijn eigen koers kan (blijven) varen. Dat zou tot verschillende randvoorwaarden moeten leiden, waarvan sommigen bestaande (mogelijk aan te scherpen) praktijk zijn.

| 10

1.1.8 Financiële exploitatie Twee doelexploitatieprognoses Wij hebben twee doelexploitatieprognoses opgesteld vanuit de volgende overwegingen. Zoals eerder geconstateerd kent Lelystad een ‘moeilijke’ popmarkt met als belangrijkste kenmerken een beperkt popklimaat en een (bij landelijke en benchmarkgemiddelden) achterblijvende publieke belangstelling. Mede daardoor is Lelystad nu een minder populaire bestemming voor bands en dj’s. Het huidige Corneel heeft de afgelopen tien jaar een op zich positieve rol gespeeld in Lelystad bij het bevorderen van het popklimaat – waarvan een goed poppodium de belangrijkste schakel is. Maar meer resultaten zijn nodig om het popklimaat in Lelystad te bevorderen richting het niveau van vergelijkbare steden en landelijke gemiddelden. En ook om een groter draagvlak te creëren. De nieuwe stap met een nieuw en groter poppodium en een voortgaande lange adem zijn ook hier nodig om dit te kunnen bereiken. De eerste doelexploitatieprognose met de basisambitie is waar het bij de besluitvorming over het al of niet realiseren van een nieuw poppodium primair om zou moeten gaan. De daarin opgenomen ambitie zou redelijkerwijs haalbaar moeten zijn. De andere is een doelexploitatieprognose met een langetermijnambitie (hierna te noemen LT-ambitie).

Die prognose laat zien wat Corneel misschien zou kunnen worden, wanneer de basisambitie is gelukt en mede op basis daarvan verdere groei richting benchmarkgemiddelden wellicht in het verschiet ligt. Een lange termijn met een lange adem en onzekerheden over realisatie kenmerken deze prognose. De doelexploitatieprognoses van beide scenario’s zien eruit als in de tabel hiernaast vermeld.

Exploitatierekening poppodium Corneel cijfers x € 1.000 en exclusief btw

2015

2016

2017

103 117 -14

138 129 9

133 135 -2

doelprognose doelprognose lagroup lagroup basisambitie LT-ambitie 1)

Opbrengsten Opbrengst kaartverkopen Inhuur artiesten (directe kosten artiesten) Dekkingsresultaat culturele activiteiten Financieel dekkingsresultaat programmering in % 2 )

Horeca-omzet culturele activiteiten en verhuur Inkoop horeca Brutowinst horeca

88%

113 31 82

Brutowinst horeca in %

Garderobe-opbrengst Overige opbrengsten programmering Opbrengsten LelySTART Projectsubsidie LelySTART Kosten LelySTART Resultaat LelySTART Huuropbrengst oefenruimten Huuropbrengst commerciële verhuringen Exploitatiesubsidie basis Extra exploitatiesubsidie basis hogere huisvestingskosten Exploitatiesubsidie huur Exploitatiesubsidie vervangingsinvesteringen roerend Programmasubsidies fondsen Sponsorbijdragen: businessclub/vrienden Overige opbrengsten Bruto marge opbrengsten

107%

126 35 91 73%

274 343 -69 99%

123 37 86 72%

320 337 -17 80%

269 81 188 70%

95%

292 87 204 70%

70%

14 25 68 16 89 -5

15 25 68 16 89 -5

4 7

11 7 448 95 p.m. 110 15 10 2 905

25 5 36 389 50 35 474 29 15

13

20

31

67 13 81 -1

68 16 78 6

68 16 89 -5

14

10

9

343 0 60 0 18 0 0

345 0 60 0 10 0 1

347 0 60 0 14 0 0

515

552

540

516 95 p.m. 110 15 7 2 909

18 8 24

22 5 28 251 36 27 314 15 10

16 5 23 239 41 31 311 11 6

25 5 40 389 50 35 474 29 15

Andere kosten Overige directe kosten programmering Huur apparatuur Kosten marketing/pr en publiciteit Loonkosten personeel in loondienst Doorbelaste loonkosten staf/backoffice Kubus Kosten extern ingehuurd personeel Totaal loonkosten personeel en extern ingehuurd Overige personeelskosten Kosten vrijwilligers Afschrijvingen t/m 2017- prognoses is (reservering) vervangingsinvesteringen roerende zaken Huur gebouw Huisvestingskosten Kantoorkosten Overige kosten Onvoorzien prognose Afrondingen Totaal kosten

Exploitatieresultaat

266 28 294 13 7 22

32

21

110

110

60 34 17 9

60 28 15 15

60 26 24 15

p.m. 121 30 20 40

p.m. 121 30 20 40

4 510

2 546

2 520

909

905

5

6

20

0

0

Bron: jaarrekeningen Kubus/Corneel. Opgesteld, bewerkt en prognoses la group, oktober/november 2018 1) LT-ambitie = Lange Termijn ambitie 2) Het financieel dekkingsresultaat programmering is hier de mate waarin de opbrengst kaartverkopen de directe artiestenkosten dekt. Alle bedragen zijn exclusief btw. Corneel is volledig btw-plichtig.

| 11

Ontwikkeling eigen opbrengsten, kosten en exploitatiesubsidie • De exploitatieomvang neemt circa 82% toe tot rond € 1.420.000 bij beide ambities. • De eigen opbrengsten nemen toe van € 364.000 in 2017 tot € 670.000 bij de basisambitie, tot € 750.000 in de LT-ambitie (langetermijnambitie). Ofwel een toename van 84% respectievelijk 98%. • De kosten nemen bij beide ambities toe met circa 82%. De basisexploitatiesubsidie in % van de totale opbrengsten neemt af van 51% in 2017, tot 43% bij de basisambitie respectievelijk 38% in de LT-ambitie. Benodigde exploitatiesubsidies gemeente Lelystad De jaarlijkse exploitatiesubsidies die nodig zijn om de financiële exploitatie sluitend te maken, zijn gespecificeerd in de tabel hierna. Exploitatiesubsidie Soort subsidie 2017 Exploitatiesubsidie basis

€ 347.000

Exploitatiesubsidie voor huur Extra exploitatiesubsidie basis voor hogere huisvestingskosten Exploitatiesubsidie (reservering voor) vervangingsinvesteringen roerende zaken

€

Totaal

€ 407.000

€

60.000 n.v.t. 0

doelprognose LAgroup basisambitie

doelprognose LAgroup LT-ambitie

€ 516.000

€ 448.000

p.m. 95.000

€

p.m. 95.000

€ 110.000

€

110.000

€

€ 721.000

€

653.000

Opgesteld door lagroup, december 2018

Het nieuwe poppodium leidt tot een structurele toename van de jaarlijkse exploitatiesubsidie van € 264.000 in de basisambitie en € 196.000 in de LTambitie (exclusief vervangingsinvesteringen omdat die feitelijk en op lange termijn geen extra subsidie betekenen, en exclusief huursubsidie om een vergelijking mogelijk te maken).

De hogere jaarlijkse subsidie in de basisambitie van € 264.000 kan worden verklaard door: • hogere huisvestingskosten € 95.000 • afname programmaresultaat € 67.000 • 63% van de hogere loonkosten € 102.000 De subsidieverhoging wordt dus voor circa 60% veroorzaakt door zaken die Corneel niet direct kan beïnvloeden – huisvestingskosten voor door het terughoudende publieksgedrag in Lelystad – hopelijk is dat laatste tijdelijk. De rest omdat van de door de schaalsprong van programmering en publieksbereik ook onvermijdelijke loonkostenstijging niet het volledige bedrag uit de nieuwe exploitatie kan worden betaald (zoals in de poppodiumsector gebruikelijk). De hogere jaarlijkse subsidie in de LT-ambitie van € 196.000 kan worden verklaard door: • hogere huisvestingskosten € 95.000 • afname programmaresultaat € 15.000 • 53 % van de hogere loonkosten € 86.000 Het nieuwe poppodium heeft de ambitie een schaalsprong te maken, waardoor mogelijk gedurende een eerste periode tijdelijke extra aanloopsubsidie nodig is. Financiële risico’s in de exploitatieprognose De belangrijkste risico’s in de exploitatieprognose zitten bij de volgende posten. • programmaresultaat • resultaat horeca • LelySTART • subsidies • kosten algemeen • reserves Bij ieder risico is de omvang verkend, alsook maatregelen die genomen kunnen worden ter beheersing/beperking van de financiële risico’s.

| 12

In het algemeen is er ter dekking van risico’s een post onvoorzien van circa € 40.000 in de prognoses opgenomen. In de exploitatieprognose van de basisambitie is verder al rekening gehouden met voorlopig voortgaand terughoudend bezoekgedrag in Lelystad door een lagere raming van het financiële dekkingsresultaat programmering. Daarmee is bij het programmaresultaat een financiële buffer gecreëerd voor tegenvallend bezoek van ruim € 50.000. De LT-ambitie gaat ervan uit dat het terughoudende bezoekgedrag in Lelystad weg is als de nieuwe programmering is ‘geland’, en dat er in Lelystad dan sprake is van een meer gemiddeld popklimaat en publieksbereik. Bij de LTambitie zou mede daardoor de basisexploitatiesubsidie met € 69.000 omlaag kunnen. Overigens zijn dit soort reserves natuurlijk geen oplossing om structurele tegenvallers op te vangen.

1.2

Procedurele aanbevelingen

Wij bevelen het volgende aan: • Neem een go/no go-besluit over het al of niet voortzetten van het project voor een nieuw poppodium. Geef bij een go-besluit de randvoorwaarden voor het vervolg mee. In het geval dat de keuze wordt gemaakt voor een go-besluit, is aan te bevelen de volgende hoofdstappen te nemen: • Kies voor de beste en voor het poppodium en de stad best passende locatie voor het nieuwe poppodium in het Theaterkwartier. • Start de definitiefase. • Richt daarvoor een stuur- en projectgroep in, waarin naast medewerkers van de gemeente ook Kubus en Corneel zitting hebben. • Laat wanneer daar aanleiding voor mocht zijn, de financiële exploitatieprognoses en -risico’s doorrekenen op basis van actuele ontwikkelingen. Stel op basis hiervan een actueel businessplan op, op basis waarvan een vervolgbesluit genomen wordt voor het al dan niet voortzetten van het proces met de ontwerpfase. • Laat in de ontwerpfase een voorlopig ontwerp voor het gebouw maken en laat de investeringen daaruit doorrekenen voor een definitief besluit over realisatie.

| 13

Hoofdstuk 2 Inleiding

Foto: Beeldkwaliteitsplan mei 2018 van West 8 urban design & landscape architecture BV

| 14

2.1

Aanleiding

Lelystad telt 77.000 inwoners en groeit nog. Poppodium Corneel, begonnen als jongerencultuurhuis, is er actief sinds 2003. Het heeft één popzaal met een stacapaciteit voor 400 bezoekers. Men biedt hier jaarlijks flink wat podiumactiviteiten aan op het gebied van pop en aanverwante stromingen. Daarnaast zijn er activiteiten op het gebied van talentontwikkeling en programmeert men ook buiten de deur, soms uit capaciteitsoverwegingen, in de grotere zaal van Kubus. Op deze jaarlijks in totaal zo’n 80 activiteiten komen totaal ruim 15.000 bezoekers af (exclusief festival LelySTART). Verder zijn in het complex van Corneel twee oefenruimten aanwezig die verhuurd worden aan popbands. Corneel is onderdeel van Kubus, centrum voor kunst en cultuur. Voor de poppodiumfunctie ontvangt Kubus een gemeentelijke exploitatiesubsidie van € 350.000 per jaar. Het poppodium wordt gerund met een kleine betaalde eigen personeelsformatie, veel vrijwilligers en (backoffice)ondersteuning door Kubus. Poppodium Corneel huist in een gebouw dat buiten het directe stadshart is gelegen en oorspronkelijk niet als poppodium is gebouwd. Als gevolg van dit laatste kent het gebouw fysieke knelpunten, waardoor het voor de poppodiumfunctie en het publiek minder geschikt en minder aantrekkelijk is. Dit wordt versterkt doordat de gebouwindeling als jongerencentrum nog steeds herkenbaar blijft.

Deze knelpunten zijn veelal niet oplosbaar, met name gezien de positionering onder een parkeerdek. Daarnaast is volgens Corneel binnen de huidige mogelijkheden en faciliteiten, en vooral met de huidige ‘kleine’ capaciteit, de grens bereikt wat aantallen activiteiten en publiek betreft. Verder wil men deel gaan uitmaken van het nieuw te ontwikkelen (en nu in Lelystad ontbrekende) uitgaansgebied in het Theaterkwartier van het Stadshart. Daar zijn Agora Theater en Kubus reeds gevestigd, is een nieuwe bioscoop voorzien, en zal vestiging van cafés, restaurants en clubs worden bevorderd. In een motie naar aanleiding van de vaststelling van de Cultuurvisie 2017-2020 door de gemeenteraad is vermeld dat de verplaatsing van het poppodium naar het Theaterkwartier gewenst is. De mogelijke verplaatsing is ook opgenomen in het raadsprogramma 2018-2022.

In dit kader heeft de gemeente lagroup gevraagd een haalbaarheidsonderzoek uit te voeren naar de mogelijke verplaatsing van het poppodium.

2.2

Vraagstelling

De vraag aan LAgroup is als volgt geformuleerd. Ontwikkel het inhoudelijk concept voor een bij Lelystad passend nieuw poppodium. Stel vervolgens om de haalbaarheid te kunnen toetsen een businesscase op met daarin de ruimtebehoefte en zalenconfiguratie (inclusief capaciteit), geef aan welke personele organisatie passend is, wat de financiële consequenties voor investeringen en exploitatie zijn en met welke risico’s rekening moet worden gehouden en hoe die kunnen worden beheerst.

Bij deze vraagstelling zijn de volgende uitgangspunten en aspecten van belang: • Het capaciteitsvraagstuk van het mogelijke nieuwe poppodium is een belangrijk en centraal onderdeel in het onderzoek, waarbij rekening is gehouden met de beoogde groei van Lelystad (overloop, nieuwe vliegveld). • Er is al een locatie voor het mogelijke nieuwe poppodium in het Theaterkwartier op het oog, en dat is uitgangspunt. Een locatiestudie maakt daarom geen deel uit van dit onderzoek. • We hebben het marktpotentieel van doelgroepen in het werkgebied van het mogelijke nieuwe poppodium geanalyseerd op basis van beschikbare informatie over popmuziekaanbod en -vraag op landelijk niveau, informatie over poppodia in met Lelystad meest vergelijkbare gemeenten (benchmark), en met behulp van de bezoekcijfers van het huidige Corneel en lokaal uitgevoerde onderzoeken (voor andere doeleinden opgesteld). Publieksonderzoek in Lelystad en omgeving heeft geen deel uitgemaakt van het onderzoek. • Bij het onderzoeksgebied personele organisatie heeft LAgroup zich op de organisatiestructuur en de personele functies gericht, niet op (het functioneren van) de medewerkers die deze functies bekleden.

| 15

• De gevraagde ruimtelijke en investeringsgegevens zijn in onze opdracht opgesteld door bbn adviseurs, onze vaste partner bij bouwvraagstukken. • Met onze rapportage kan de gemeente een go/no go-besluit nemen over het al dan niet voortzetten van het project.

2.3

Plan van aanpak onderzoek

Het onderzoek is uitgevoerd volgens het vooraf vastgestelde plan van aanpak, dat we hierna schematisch weergeven. Stap 1

Aftrap en start- en visiegesprekken

Stap 2

Inventarisatie contextinformatie

Stap 3

Interviews stakeholders en Underground

Stap 4

Ontwikkelen inhoudelijk concept

Stap 5

Pas op de plaats

Stap 6

Ruimtelijke uitwerking

Stap 7

Organisatorische en financiële consequenties

Stap 8

Eindrapportage en bespreking concept

= gesprekken, interviews / communicatie

2.4

2.5

Risico’s en verantwoordelijkheden

Het onderzoek is uitgevoerd door en onder verantwoordelijkheid van LAgroup bv. Het rapport en de bijlagen vormen een geheel. Indien het rapport ter beschikking wordt gesteld aan derden, dient dat in zijn geheel te geschieden. Bij het onderzoek en de samenstelling van dit rapport is uiterste zorgvuldigheid betracht. Daarbij is uitgegaan van de waarheidsgetrouwheid van door de opdrachtgever en door derden verstrekte informatie. De financiële verkenningen zijn naar beste kennis en inzicht tot stand gekomen. De uiteindelijke financiële resultaten zijn sterk afhankelijk van de in het rapport gepresenteerde factoren, zoals de aard en omvang van het culturele aanbod en het publieksbereik, de hoogte van de investeringen, de aard en omvang van de commerciële functies en onzekerheden in de prijsontwikkeling. Er kunnen zich ontwikkelingen voordoen die wij op dit moment niet kunnen voorzien en/of die thans nog niet bekend zijn. lagroup kan logischerwijze niet garanderen dat de geprojecteerde resultaten daadwerkelijk worden gerealiseerd.

Conceptrapport en eindrapport = waarvan met de begeleidingsgroep +

Status huidige rapportage

In deze rapportage zijn de resultaten vermeld van de inventarisatie van contextinformatie in stap 2 van het plan van aanpak. Die resultaten worden gebruikt als input en onderbouwing voor de ontwikkeling van het inhoudelijk concept en de ruimtelijke, organisatorische en financiële uitwerking van het nieuwe poppodium.

| 16

Hoofdstuk 3 Contextinformatie

Foto: R. van Beurden

| 17

Aan het begin van ons onderzoek hebben we informatie geïnventariseerd die in de context van het vraagstuk van belang is. We hebben deze informatie tijdens het onderzoek gebruikt als input en kritische noot bij het ontwikkelen van het inhoudelijk concept voor het nieuwe poppodium, bij de beoordeling van de haalbaarheid en voor de onderbouwing van het geheel. Dit alles is van belang voor de te maken keuzes voor het nieuwe poppodium in Lelystad. Achtereenvolgens komen aan de orde de volgende onderwerpen: 3.1 De stad en de rol van cultuur 3.2 Trends vrijetijdsector 3.3 Poppodiumsector – kenmerken, positie, ontwikkelingen, facts en figures 3.4 Gemeentelijk cultuurbeleid 3.5 Demografie en kenmerken inwoners Lelystad 3.6 Ontwikkelingen en status quo huidige poppodium Corneel 3.7 Huidige popmuziekaanbod/popklimaat in Lelystad 3.8 Benchmark meest vergelijkende andere poppodia

3.1

De stad en de rol van cultuur

In 1913 woonde 10% van de wereldbevolking in steden, in 2013 was dat 50% en in 2050 zal dat naar verwacht 75% zijn. Het beklemtonen van de stijgende invloed van steden wint aan kracht, ook in Nederland. Onder meer via Agenda Stad, op basis waarvan de Raad voor Cultuur in zijn Cultuurverkenning en Agenda Cultuur zijn visie op de stad geeft. De Raad verwacht dat de profilering van steden verder doorzet en dat investeringen in de ontwikkeling van een sterke stad belangrijker zijn dan ooit. Daarbij is in diverse publicaties gesignaleerd dat het culturele aanbod de laatste decennia een steeds belangrijkere factor is geworden voor de aantrekkingskracht en economische vitaliteit van een stad. Cultuur is dus niet alleen belangrijk als intrinsieke waarde en als waardevol element voor de persoonlijke ontwikkeling. Cultuur vergroot in toenemende mate ook de aantrekkelijkheid van een stad, en is daarmee een economische factor van belang. Met name hoogopgeleiden trekken naar een (oude) stad waar veel kunst en cultuur (en horeca) is. Zij besteden meer dan evenredig in de stad zelf, waar-

door ook de stedelijke bedrijvigheid en werkgelegenheid worden bevorderd, met name ook voor lager opgeleid personeel zoals in de horeca en detailhandel. En waar vroeger de arbeiders de fabriek volgden, vestigen bedrijven zich nu in het kielzog van de hogeropgeleiden die graag wonen in steden met een groot en gevarieerd cultureel aanbod: de kans om daar gekwalificeerd personeel te vinden is immers groter. En daarmee is de cultuur ook indirect een motor voor de stedelijke economie. Verder maken kunst en cultuur mensen trots op, en daarmee verbonden met hun stad, ook als ze geen gebruik maken van het culturele aanbod. Cultuur is tot slot het op een na belangrijkste criterium van de jaarlijkse woonaantrekkelijkheidsindex van de Atlas voor Gemeenten, waarin de 50 grootste gemeenten (G50) op allerlei gebieden – waaronder dus cultuur – met elkaar worden vergeleken en van een rating worden voorzien. Lelystad is wat het aantal inwoners betreft de 42e gemeente van Nederland. In de Atlas voor Gemeenten 2018 staat Lelystad binnen de G50: • in de index culturele aanbod in Lelystad op de 43e plek; • in de regionale cultuurindex van 57 stedelijke regio’s – over de totale aanbodcapaciteit aan podiumkunsten, erfgoed, beeldende kunst, letteren en film – staat de cultuurregio ‘Lelystad en omstreken’ op de 48e plaats; • in de woonaantrekkelijkheidsindex als 40e gemeente.

3.2

Trends vrije tijdsector

In de periode 1975-2005 besteedden Nederlanders steeds meer tijd aan verplichtingen zoals werk, zorg voor het gezin en studie en minder aan vrije tijd (minder dan drie uur per week). Vanaf 2005 nam het totaal aan vrije tijd voor het eerst in een lange tijd toe. Daarbinnen is een toenemend aantal anderhalf- en tweeverdieners met veel verplichtingen en een (relatief) hoog gezinsinkomen die hun vrije tijd zo efficiënt, waardevol en intensief mogelijk besteden. Er is een verschuiving van vrije tijd buitenshuis naar vrije tijd binnenshuis zoals tvkijken, lezen, internetten en gamen. Anderzijds zien we dat consumenten op zoek zijn naar verrijkende (en unieke) ervaringen en belevenissen. Het culturele aanbod speelt daarop in met thematisering en festivals met cross-overs, multidisciplinaire

| 18

programmering, op wisselende plekken binnen en buiten de muren van culturele instellingen. De vrijetijdssector, waarin ook de cultuur opereert, is een verdringingsmarkt. Het aanbod is veel sterker gegroeid dan de hoeveelheid tijd en geld die consumenten kunnen besteden. Aanbieders moeten dus harder werken om op te vallen, klanten aan te trekken en die aan zich te binden. We communiceren non-stop met elkaar via onze smartphones en hebben zo constant toegang tot (sociale) media, informatie en netwerken. De reële en virtuele werelden raken steeds verder met elkaar verweven. De hoeveelheid informatie die ons via internet en sociale media bereikt, zorgt voor een overvloed. De consument heeft behoefte om de informatie door kenners in onderlinge samenhang te laten plaatsen en van duiding te laten voorzien. Er is een snel veranderend medialandschap en een daarmee veranderende beleving van popcultuur: een grotere beschikbaarheid van on demand uitingen op verschillende platforms zoals streaming muziekdiensten Spotify en Tidal, concerten/documentaires via Netflix en ‘live’ verslagen van concerten in bioscopen. Millennials en jongere generaties (digital natives) gaan actief op zoek naar wat zij willen zien, horen en ervaren.

3.3

Popmuzieksector – kenmerken, positie, ontwikkelingen, facts en figures

Specifieke kenmerken popmuzieksector Van alle culturele sectoren is in de poppodiumsector de marktwerking het verst doorgevoerd. Dat komt onder meer omdat in tegenstelling tot andere podiumkunstsectoren het aanbod (de bands) in de popmuziek niet wordt gesubsidieerd, de poppodia relatief slechts beperkt zijn gesubsidieerd, en mede daarom de ‘marktwaarde’ van de bands een belangrijk criterium is om bands te boeken. Dat geeft de poppodiumsector een heel eigen dynamiek van snelheid en flexibiliteit bij het aanbod en de marketing, zowel richting boekers als leveranciers van bands, en richting publiek. Het interessante aanbod van buitenlandse acts is schaars en om gegund te worden moet er in voorkomende gevallen proactief, snel en flexibel gehandeld kunnen worden, bijvoorbeeld om snel een financieel bod op tafel te

leggen. Dit laatste zal overigens bij kleine en middelgrote poppodia nauwelijks voorkomen, omdat het schaarse aanbod vooral buitenlandse grote(re) acts zijn, en die kunnen deze podia door hun beperkte zaalcapaciteit niet boeken. De netwerkfunctie met boekers van acts is bij dit alles evenwel altijd cruciaal. En in alle gevallen – van grote tot kleine poppodia – blijft ook dat de zaalcapaciteit leidend is voor de ‘grootte’ van het aanbod dat geboekt kan worden en dus ook leidend voor de omvang van de publieksambitie. Het capaciteitsvraagstuk is dus cruciaal voor het nieuwe poppodium in Lelystad, en rechtstreeks verbonden met de publieksambitie die in Lelystad gewenst is. In de popsector komen boekingen, anders dan bij de theaters, pas kort tevoren tot stand, waardoor ook de marketing en promotie kortetermijnwerk is. De andere kant van de medaille van de dynamische en – wat het aanbod betreft – marktgerichte popsector is dat de financiële risico’s in de poppodiumsector het hoogst zijn van alle culturele sectoren. Dat komt vooral doordat, vanwege de dynamiek en daarbij de soms snel vergankelijke populariteit van acts, het verwachte aantal bezoekers moeilijk is te voorspellen – een aantal waarop de geboden gage wél is gebaseerd. Daarnaast is het juist voor een poppodium belangrijk om een eigen gezicht, profiel en imago te hebben, zowel voor de boekers, bands als voor het publiek.

Ook is het voor een poppodium van groot belang dat het gelegen is binnen het uitgaanscircuit, met name voor de late dance/clubavonden. Dit alles vergt een aan deze specifieke kenmerken aangepaste flexibele en slagvaardige organisatie en besturing, mede om de financiële risico’s zo goed mogelijk te kunnen beheersen. Groei poppodiumsector De poppodiumsector is de afgelopen decennia stormachtig gegroeid. Met name onder invloed van een groter en breder aanbod aan bands en de intrede en groei van de dance in de jaren 90 van de vorige eeuw. Met daarbinnen steeds meer bekende en bij het publiek populaire bands en dj’s. Dat lokte een steeds grotere vraag uit bij het publiek – het marktprincipe aanbod schept vraag doet in de poppodiumsector meer dan evenredig opgeld. Een belangrijke ontwikkeling bij deze toenemende publieksvraag is ook geweest dat de potentiële publieksgroep

| 19

steeds meer en in totaal zeer sterk in omvang is toegenomen: daar waar aanvankelijk de poppodia – toen veelal ook jongerencentra – het domein waren van jongeren, is popmuziek tegenwoordig van alle leeftijden, van 12- tot 70-jarigen. De popmuziek slaagt er nog steeds structureel in om instroom van onderaf – van jongeren – te genereren, terwijl ouder wordende jongeren en ook de ouderen, vaak niet afhaken. De reactie hierop van de poppodia was een golf van nieuwbouw poppodia, vooral in de steden, gepaard gaande met een flinke schaalvergroting. Zo kon een plek worden gegeven aan de groei van het aanbod en de grotere bands en dj’s, en aan het (daardoor) toenemende aantal bezoekers. Ook de veranderende wensen en eisen die het hedendaagse (jonge en oudere) publiek stelt aan de (publieks)faciliteiten van poppodia en de toenemende regelgeving vanuit de overheden dwongen de poppodia tot vernieuwing. Daarbij was een serieuze ontwikkeling richting verdergaande professionalisering van de poporganisaties onontkoombaar. Ontwikkelingen aanbod en vraag poppodiumsector: facts en figures De hierna genoemde ontwikkelingen in de poppodiumsector zijn afkomstig van de Vereniging Nederlandse Poppodia en Festivals (VNPF), de brancheorganisatie van de sector. De VNPF heeft in 2015 een aantal trends (ook in cijfers) gepubliceerd.

Dit palet aan trends is volgens deze samenstelling daarna niet meer geactualiseerd. Wel publiceert de VNPF ieder jaar basisgegevens van de poppodia. Waar aanwezig met betrekking tot de trends hebben wij de ontwikkeling van 2016 en 2017 erbij vermeld. Daaruit blijkt op die onderdelen een (gedeeltelijk) herstel, waarschijnlijk vooral onder invloed van het einde van de crisis. De indeling van de poppodia in groot, middelgroot en klein is gebaseerd op bezoekcapaciteit; groter dan 1.000, tussen 401 tot 1.000 en kleiner dan 401. Programmering en publiek – aanbod en vraag • Om een indruk te krijgen van de omvang van de popmuzieksector van VNPFleden, de volgende totaalcijfers van 2017: 15.400 activiteiten met ruim 25.000 acts en 5 miljoen bezoeken. Dit zijn dus alleen de poppodia die lid zijn van de VNPF en dat is niet de hele popsector: die is flink omvangrijker inclusief de

• •

•

•

•

popfestivals, de grote concertzalen, de gespecialiseerde danceclubs en de (nagenoeg volledig Nederlandse) popoptredens in de theaters. Voor het zien van grote(re) acts, die doorgaans in de grote(re) poppodia staan, is het publiek bereid ver te reizen. In 2014 betrof 68% van de popconcerten Nederlandse bands, en 32% buitenlandse bands. Bij de dance/clubavonden was deze verhouding 85% - 15%. In 2017 bedroeg het aandeel Nederlandse artiesten bij concerten gemiddeld 64% en bij clubavonden gemiddeld 84%. De grote en kleine poppodia in de grote steden programmeren relatief meer buitenlandse acts. In de periode 2007-2014 is een toename van het aantal concerten te zien en relatief meer Nederlands aanbod. In die periode nam het aantal clubavonden/ dance af. In 2016 is het aantal concerten en dance verder gestegen. De periode 2007-2014 laat een lichte stijging zien van het totaal aantal betaalde bezoeken aan concerten, maar een daling van het gemiddelde aantal betalende bezoekers per concert. Bij de dance/clubavonden is in die periode zowel het aantal activiteiten als de betaalde bezoeken en het gemiddelde aantal betalende bezoekers per dance/clubavond afgenomen. In 2016 is het totaal aantal bezoeken van de concerten en dance tezamen toegenomen met meer dan 10% ten opzichte van 2015. In 2017 ten opzichte van 2016 bedroeg de toename van het totaal aantal bezoeken nog geen 1%.

De trend van aantallen activiteiten en publiek bij de VNPF-poppodia is na de crisis dus weer positief.

Financiën, personele organisatie, kengetallen • Gemiddelde eigen inkomsten: omvang podium

2015

2016

2017

klein

57%

63%

61%

middelgroot

67%

65%

67%

groot

71%

75%

78%

De eigen inkomsten zijn met name de kaartverkopen en de horeca. De rest van de totale inkomsten komt uit subsidies, met name van gemeenten.

| 20

Corneel als ‘klein’ podium had in 2016 46% eigen inkomsten, in 2017 45%. Dat is flink lager dan de sectorgemiddelden, en de daling in 2017 bij Corneel is bovendien tegengesteld aan de trend in de sector. Het lagere aandeel eigen inkomsten bij Corneel komt vooral door het lage aantal activiteiten in relatie tot het gemiddelde aantal bij alle kleine podia. Voorts is wel een relatief hoge subsidie nodig afgezet tegen het lage aantal activiteiten, omdat er een bepaalde minimale betaalde personele formatie moet zijn om ook dit lage aantal activiteiten te kunnen handelen, en dus relatief hoge personeelskosten. • In de periode 2007-2014 zijn de programmakosten en kaartverkopen gestegen, beide ongeveer in dezelfde mate. In 2016 en 2017 zijn de aandelen programmakosten en kaartverkopen ook toegenomen. Meer dan 95% van de inkomsten uit kaartverkopen gaat (in)direct naar de artiest. • De gemiddelde kaartprijs van alle poppodia samen was in 2015 € 14,90, in 2016 € 15,98 en in 2017 € 17,77 (alle exclusief 6% btw). Bij Corneel was dat in 2017 € 9,35. Dat is laag ten opzichte van alle podia. Een deel van de verklaring hiervoor is dat Corneel valt in de categorie ‘klein’ podium, met een lagere capaciteit en daardoor kleinere bands dan gemiddeld, waarvoor een lagere kaartprijs gevraagd kan worden.

Verder zal bij paragraaf 3.8 verderop in dit hoofdstuk blijken dat de vijf benchmarkpodia een gemiddelde kaartprijs hebben van € 10,54, maar met gemiddeld een flink hogere capaciteit van de grote zaal (734 tegen 400 Corneel). Zo gezien ligt de gemiddelde kaartprijs van Corneel dus redelijk in lijn. • Gemiddelden financieel dekkingsresultaat: omvang podium

2015

2016

2017

klein

64%

60%

70%

middelgroot

79%

81%

91%

groot

113%

117%

112%

Het financiële dekkingsresultaat laat zien in hoeverre de directe programmakosten worden gedekt door de opbrengst van de kaartverkoop. Bij een gemiddeld middelgroot poppodium werd in 2017 dus gemiddeld 91% van de directe programmakosten terugverdiend met de opbrengst van de kaartverkoop. Bij

Corneel als ‘klein’ podium werd in 2016 101% van de directe programmakosten terugverdiend, in 2017 98% (exclusief festival LelySTART). • In de periode 2007-2014 zijn de inkomsten horeca gedaald evenals de gemiddelde horecabesteding per bezoeker. Van 2015 op 2016 is op sectorniveau de gemiddelde horecabesteding per bezoeker gestegen, en wel met 9% van € 8,73 tot € 9,51. In 2017 is deze verder toegenomen tot € 9,89. Bij Corneel bedroeg de horecabesteding per bezoeker gemiddeld in 2016 € 8,21 en in 2017 € 7,70 (gerekend met alle bezoeken eigen culturele activiteiten in huis en op locatie, en met de bezoeken van commerciële verhuringen). Dit is lager dan het gemiddelde in de sector, en de daling bij Corneel in 2017 is tegengesteld aan de trend in de sector. Een verklaring zou kunnen zijn dat bij Corneel de verblijfsduur van de bezoekers voor en na de activiteiten beperkt is door de beperkingen en gebreken van de huisvesting en faciliteiten . • In de periode 2007-2014 stijgen de huisvestingslasten fors bij schaalvergroting en meer marktconforme huur, evenals de huisvestingssubsidies bij schaalvergroting, maar beperkter. Bij de meeste individuele podia is in die periode een daling van de gemeentelijke subsidie te zien. • In de periode 2007-2014 is sprake van een daling van het aandeel betaalde medewerkers in loondienst en een stijging van het aandeel payroll/uitzendkrachten/zzp.

Ook het aandeel vrijwilligers en stagiair(e)s steeg in die periode. In 2014 werd van het totaal aantal gewerkte uren bij alle podia tezamen gemiddeld 56% verricht door betaalde medewerkers (in loondienst of ingehuurd). In 2016 was dit betaalde aandeel 64%, in 2017 71%. De rest van de gewerkte uren wordt verricht door met name vrijwilligers (bijna geheel op uitvoerende taken tijdens openingsuren) en stagiaires. Ondanks dat de vrijwilligers een minderheid van de gewerkte uren voor hun rekening nemen – de 29% in 2017 – zijn zij in aantallen medewerkers wel in de meerderheid met 56% in 2017. Bij Corneel werd in 2016 54% van het totaal aantal gewerkte uren verricht door betaalde medewerkers, bij een middelgroot poppodium was dat in die periode gemiddeld 50%.

| 21

Hoofdkenmerken groot, middelgroot en klein poppodium Voor een inzicht in hoe poppodia van verschillende omvang in Nederland eruitzien, hebben we de hoofdkenmerken geïnventariseerd van drie voorbeelden: • een klein poppodium : Brogum in Zierikzee • een middelgroot podium : Gebouw-T in Bergen op Zoom • een groot podium : Patronaat in Haarlem In de tabel hiernaast tonen we hoe deze poppodia er op de hoofdkenmerken programmaprestaties, exploitatiesubsidie en enkele kengetallen uitzien. Na de tabel volgt, waar relevant, een toelichting.

Poppodium NL: klein - middelgroot - groot Klein: Brogum Zierikzee

Middel: Gebouw-T Bergen op Zoom

Groot: Patronaat Haarlem

Aantal inwoners gemeente (2017, afgerond op 1.000) Aantal podiumzalen Capaciteit grootste zaal (staplaatsen) Capaciteit midden- en/of kleine zaal of café (staplaatsen)

34.000 1 250 0

66.000 1 700 0

159.000 3 995 350 | 135

Profiel programmering

lokaal, regionaal

Aantal concerten per jaar 1) Aantal dance-activiteiten per jaar 1) Aantal overige podiumactiviteiten per jaar 1) Totaal aantal eigen podiumactiviteiten Aantal bezoeken concerten per jaar Aantal bezoeken dance-activiteiten per jaar Aantal bezoeken overige podiumactiviteiten per jaar Totaal aantal bezoeken eigen podiumactiviteiten Gemiddeld aantal bezoekers per eigen podiumactiviteit Exploitatiesubsidie bruto per jaar 2) 3) Exploitatiesubsidie bruto in % van exploitatietotaal 2) 3) Exploitatiesubsidie netto (exclusief huur en subsidie voor vervangingsinvesteringen per jaar) 2) 3) Exploitatiesubsidie netto in % van exploitatietotaal 2) 3) Exploitatiesubsidie netto per bezoeker podiumactiviteiten 2) 3) Exploitatiesubsidie netto per inwoner gemeente 2) 3) Capaciteit bezoekers per 1.000 inwoners Aantal eigen podiumactiviteiten per 1.000 inwoners Aantal bezoeken eigen podiumactiviteiten per 1.000 inwoners Aantal fte betaald personeel

lokaal, regionaal, regionaal, nationaal, nationaal, internationaal, internationaal internationaal

8 8 4 20 687 883 384 1.954 98 € 41.425 34%

26.000 208 € 376.000 29%

287 107 14 408 68.954 35.951 3.163 108.068 265 € 1.825.314 42%

€ 41.425

€ 264.000

€ 901.070

34% € 21,20 € 1,22 7,4 0,6 57 0,0

20% € 10,15 € 4,00 10,6 1,9 394 4,0

21% € 8,34 € 5,67 9,3 2,6 680 31,1

70 30 25

125 16.500 6.200 3.300

Bron: de genoemde poppodia. Gegevens 2016. Ge ïnventariseerd, bewerkt en kengetallen gekozen en berekend door la group, november/ december 2017. 1) Activiteiten in alle podiumzalen, inclusief een eventueel café, exclusief buitenfestivals. 2) ‘Exploitatiesubsidie bruto’ is het totaalbedrag dat als exploitatiesubsidie jaarlijks van de gemeente wordt ontvangen. ‘Exploitatiesubsidie netto’ is het voornoemde bruto exploitatiesubsidiebedrag waarop in mindering zijn gebracht de jaarlijkse huur voor het pand en de eventuele exploitatiesubsidie voor (reservering van) vervangingsinvesteringen roerende zaken. 3) Gebouw-T: van de bruto exploitatiesubsidie € 376.000 en van de netto-exploitatiesubsidie €264.000 is € 150.000 tijdelijk tot 2020.

| 22

Toelichting bij de cijfers van de poppodia uit de tabel Bij de exploitatiesubsidies is de netto-subsidie de beste vergelijking Eerst een algemene opmerking vooraf over het vergelijken van de exploitatiesubsidies tussen de poppodia. De bruto exploitatiesubsidie is het van de gemeente ontvangen subsidiebedrag inclusief eventuele huursubsidie en subsidie voor vervangingsinvesteringen. De netto exploitatiesubsidie is de bruto exploitatiesubsidie minus de betaalde huur voor het popgebouw, en minus de eventuele jaarlijkse subsidie voor vervangingsinvesteringen. Voor het vergelijken van de exploitatiesubsidies is de netto exploitatiesubsidie het beste als uitgangspunt te nemen, niet de bruto exploitatiesubsidie. Netto is beter vergelijkbaar, omdat in gemeenten zeer verschillend wordt omgegaan met de hoogte van de huur die in rekening wordt gebracht voor het gebouw waarin het poppodium is gevestigd: de ene gemeente brengt geen huur in rekening, de andere soms vele honderdduizenden euro’s, die vervolgens door de gemeente met (een gelijke) huursubsidie als onderdeel van de exploitatiesubsidie wordt gecompenseerd. In dat laatste geval ontstaat bij een hoge huur een hoge bruto exploitatiesubsidie, die vanwege de vertekende huursubsidiecomponent (en de eventuele jaarlijkse exploitatiesubsidie voor vervangingsinvesteringen in roerende zaken) niet meer goed vergelijkbaar is.

De netto exploitatiesubsidie elimineert deze vertekening, en laat bovendien zien wat van de exploitatiesubsidie kan worden aangewend voor de programmering, organisatie en andere huisvestingskosten (dan huur) van het poppodium. Het bovenstaande is ook van toepassing bij de andere, hiernavolgende vergelijkingen. Kenmerkende onderscheiden kleine, middelgrote en grote poppodia Bij vergelijking van de poppodia in de tabel is zichtbaar dat: • Naarmate het poppodium groter is – ofwel hoe meer activiteiten en publiek – des te hoger het benodigde bedrag is van de netto exploitatiesubsidie. Dat klinkt logisch, en dit gegeven is hetzelfde bij de andere podiumsectoren binnen de cultuur, zoals theaters en klassieke muziekpodia (waar overigens relatief meer exploitatiesubsidie nodig is). De toename van de netto exploitatiesubsidie

naarmate het poppodium groter is, zal echter in het algemeen minder zijn dan de toename van de activiteiten- en publieksprestaties. Ook de netto exploitatiesubsidie per inwoner neemt in de poppodiumsector niet evenredig toe, maar slechts beperkt: immers hoe groter het poppodium, hoe meer inwoners in de gemeente. Bijvoorbeeld bij het grote poppodium Patronaat is de netto exploitatiesubsidie per inwoner een kleine 5 keer hoger dan bij het kleine Brogum, maar Patronaat biedt daarvoor 17 keer zoveel activiteiten aan, en ontvangt daarop respectievelijk liefst 55 keer zoveel publiek. Wordt Patronaat vergeleken met Gebouw-T dan zijn de verhoudingen minder verschillend, maar dat komt omdat Gebouw-T een tijdelijke verhoging heeft van de exploitatiesubsidie. • Naarmate het poppodium groter is, des te kleiner het aandeel aan netto exploitatiesubsidie is in de totale exploitatie. Overigens lijkt het dat dit in het geval van het Patronaat in Haarlem niet opgaat – het aandeel netto exploitatiesubsidie is met 21% groter dan de 20% van het middelgrote Gebouw-T – maar dit wordt veroorzaakt door de tijdelijke extra exploitatiesubsidie van Gebouw-T. En ook door de extra hoge (reservering voor) onderhouds- en servicekosten ingeval van een nieuwbouw poppodium zoals bij het Patronaat, die door de gemeente worden gecompenseerd met extra exploitatiesubsidie.

• Hoe groter het poppodium, des te hoger het aantal bezoekers per 1.000 inwoners: 189, 394 respectievelijk 680. Het bezoekersaantal gerelateerd aan het aantal inwoners neemt dus meer dan evenredig toe naarmate het poppodium (en de stad) groter is. De netto exploitatiesubsidie per bezoeker neemt daarentegen slechts beperkt toe. • Feitelijk zou uit de vergelijking in de tabel kunnen worden geconcludeerd dat kleine poppodia wat de benodigde netto exploitatiesubsidie betreft, het ‘duurst’ zijn gemeten naar relatieve prestaties (aantallen activiteiten en publieksbereik per inwoner). Hoe groter het poppodium, hoe ‘goedkoper’ het is gemeten naar relatieve prestaties. Maar alleen in de grote(re) steden met een grote publieksmarkt is er een voldoende aanbod- en vraagmarkt voor grote(re) poppodia. In de kleine(re) gemeenten en steden geldt dat de keuze voor een capaciteitsomvang bepalend is voor de aanbodcategorie waarop het poppodium de hand

| 23

kan leggen: van middelgrote tot kleine(re) bands en dj’s. En deze ‘grootte’ van de bands/dj’s is weer bepalend voor het publieksbereik. Bepalende factoren daarbij zijn het inwonersaantal van het werkgebied en de reisbereidheid van het publiek (hoe ‘groter’/bekender de band/dj is, hoe meer het potentiële publiek bereid is hiervoor te reizen). De te kiezen capaciteitsomvang is ook bepalend voor de mate waarin de gemeente zou moeten investeren in het gebouw en in de exploitatie van het poppodium: hoe groter de capaciteit van het poppodium hoe hoger de investeringen en de subsidiebijdrage voor de exploitatie.

3.4

Gemeentelijk cultuurbeleid

Het actuele cultuurbeleid van de gemeente Lelystad staat in de nota ‘Beleidsvisie voor het cultuurbeleid 2017-2020’. Dit is vooral gericht op het continueren van het bestaande cultuurbeleid, dat primair dient bij te dragen aan de maatschappelijke ontwikkeling. Het doel van het cultuurbeleid blijft ook onveranderd: ‘Het realiseren van een cultureel voorzieningenniveau en activiteitenaanbod dat: a. bewoners en bezoekers van Lelystad stimuleert om kennis te nemen van en deel te nemen aan een breed aanbod van culturele activiteiten; b. bijdraagt aan een aantrekkelijk woon- en leefklimaat; c. de ontwikkeling van Lelystad tot een open, dynamische en volwaardige stad ondersteunt.’ De focus in de beleidsperiode 2017-2020 ligt bij: • het culturele klimaat stimuleren en verbreden naar een maatschappelijke betekenis; • met continue aanbod en bijzondere evenementen aanjagen van meer beleving in het stadshart; • samenwerking op cultureel, maatschappelijk, stedelijk en regionaal niveau. Wat de podiumkunsten betreft wil de stad onveranderd dat ‘een breed aanbod aan podiumkunsten wordt uitgevoerd dat goed aansluit op het gedifferentieerde behoeftepatroon bij de Lelystadse bevolking’. Ook voor poppodium Corneel betekent dit cultuurbeleid in basis het continueren van de huidige activiteiten. Daarbij aangetekend dat voor Corneel het maximaal aantal activiteiten is bereikt.

Aanvullend op het bovenstaande cultuurbeleid is in het raadsprogramma 2018-2022 van de nieuwe coalitie opgenomen een mogelijke verplaatsing van Corneel naar het Theaterkwartier.

3.5

Demografie en kenmerken inwoners Lelystad

In de tabellen hierna geven we inzicht in de omvang en samenstelling van de bevolking van Lelystad, waar mogelijk in vergelijking. Inwonersaantal naar leeftijd 2017 en prognose 2030 totaal Lelystad 2017 NL 2017

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Lelystad&id=e048738a-2c96-415c-8f9a-8cd554a93afc