CConstaterende datLelystad
Koppel je AI →
Document · PDF

Parapluplan Algemene regels evenemententerreinen Lelystad_vastgesteld

Raadsvergadering 8 februari 2022, gemeente LelystadBij agendapunt: 38. Vaststelling BP Parapluplan Algemene regels evenemententerreinen Lelystad21.442 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Uitkomsten hiervan kunnen gevolgen hebben voor de mogelijkheden in de haven, dat is op voorhand niet uit te sluiten. Inmiddels heeft deze natuurtoets plaatsgevonden en is het bijbehorende rapport van Ecogroen als bijlage achter de toelichting gevoegd. Op basis van dit rapport kan worden geconcludeerd dat significant negatieve gevolgen van de evenementenlocatie Bataviahaven voor het Natura 2000 gebied Markermeer & IJmeer zijn uitgesloten. Ad.h. In het locatieprofiel van De Meent is een nieuwe voorzieningenkaart toegevoegd. De vragen over geluidsnormen worden beantwoord bij ad.e.

3.2 Indiener 2 – Veiligheidsregio - Brandweer Flevoland Onderstaand wordt de reactie van indiener 2 samengevat weergegeven, gevolgd door een reactie daarop van de gemeente. a. Zelfredzaamheid In de locatieprofielen zijn de vluchtwegen benoemd en als voldoende getaxeerd. Gezien de aard van de vier genoemde terreinen kan de brandweer zich vinden in deze conclusie. b. Bereikbaarheid In de locatieprofielen van de vier genoemde locaties is bereikbaarheid opgenomen. Het is voor de brandweer als hulpdienst belangrijk dat dit thema in deze planvorming is benoemd. De brandweer streeft altijd naar tweezijdige bereikbaarheid zodat er, wanneer de beoogde aanrijroute door een onvoorziene oorzaak gestremd blijkt, een alternatieve route beschikbaar is. Voor de locaties: de Meent, Agorahof en Stadhuisplein zijn deze meerzijdige aanrijroutes expliciet benoemd. Aangaande de Bataviahaven is de meerzijdige bereikbaarheid minder expliciet opgenomen. De Brandweer adviseert u deze meerzijdige bereikbaarheid te expliciteren waardoor het geborgd is dat onder andere de straat ‘Schoonzicht’ op meerdere plekken kan worden betreden. 5

c. Bestrijdbaarheid In het plan komt in voldoende mate tot uiting dat er brandkranen op en rond de betreffende evenementenlocaties aanwezig zijn en dat deze vrijgehouden dienen te worden. d. Externe veiligheid In de algemene paragraaf over externe veiligheid staat als juridisch kader een aantal documenten genoemd. Brandweer Flevoland adviseert u om u daarnaast te baseren op de basisnetroutes. De juridische verankering van het basisnet treft u in: - De wet vervoer gevaarlijke stoffen - Het besluit externe veiligheid transportroutes - De regeling basisnet Daarnaast zijn het besluit en de regeling externe veiligheid buisleidingen bronnen voor uw juridisch kader. Op basis van de analyse aangaande externe veiligheid trekt u de conclusie om Station Balkon-Noord niet langer als evenemententerrein te beschouwen. De brandweer kan zich vinden in de door u beschreven argumentatie voor deze keuze. De documenten geven geen inzicht in de EV-analyse en de conclusies die hieruit worden getrokken aangaande de andere vier locaties. Brandweer Flevoland adviseert u om expliciet te benoemen dat, in dien dit het geval is, uit analyse blijkt dat er geen bezwaren aangaande externe veiligheid zijn voor deze locaties. Het is raadzaam om indien relevant de belangrijkste afwegingen aan te stippen (bijvoorbeeld: Bataviahaven heeft een basisnetroute water relatief nabij, is deze wel/niet EV-relevant).

In uw documenten bespreekt u het onderwerp plasbrandaandachtsgebied (in de Omgevingswet: brandaandachtsgebied). Deze aandachtgebieden gaan voornamelijk in op personen die zich in gebouwen bevinden en door deze gebouwen mogelijk een bepaalde mate van bescherming genieten. Bij evenementen is er echter doorgaans sprake van groepen onbeschermde personen op buitenlocaties. Om deze situatie toch te kunnen beschouwen is onlangs een handleiding verschenen die ingaat op groepen mensen op buitenlocaties. Deze handleiding introduceert het begrip: attentiegebieden. Brandweer Flevoland maakt op dit moment beleid om antwoord te geven op de vraag: hoe het begrip attentiegebieden te hanteren? De handleiding en het begrip attentiegebieden kan behulpzaam zijn voor de Gemeente Lelystad om desgewenst een hoger bovenwettelijk ambitieniveau vast te stellen (in samenspraak met de brandweer). Daarom treft u hieronder de link naar deze handreiking: https://www.ifv.nl/kennisplein/Documents/20191212-BRNL-Handleiding-OmgevingsveiligheidMensen-op-Buitenlocaties-3-1.pdf Reactie gemeente: Ad.a. Wordt voor kennisgeving aangenomen. Ad.b. De meerzijdige bereikbaarheid van het evenemententerrein Bataviahaven is opgenomen in het locatieprofiel. Ad.c. Wordt voor kennisgeving aangenomen.

6

Ad.d. De paragraaf 4.7 ‘Externe veiligheid is op dit punt aangevuld. 3.3 Indiener 3 – Provincie Flevoland Onderstaand wordt de reactie van indiener 3 samengevat weergegeven, gevolgd door een reactie daarop van de gemeente. a. Natuurtoets Er ontbreekt een natuurtoets m.b.t. de aanwijzing van evenemententerreinen. Geadviseerd wordt om op voorhand een quickscan en indien nodig nader onderzoek te doen naar beschermde soorten op en nabij de geplande locaties. Op deze manier weet je op voorhand met welke soorten eventueel rekening moet worden gehouden en kun je het evenement hierop aanpassen. Anders loopt de gemeente het risico dat op het laatste moment blijkt dat er mogelijk beschermde soorten zitten en het evenement niet door kan gaan. b. Voortoets Natura-2000 Voor de locatie Bataviahaven wordt aangeraden een voortoets uit te voeren m.b.t. mogelijke effecten op Natura 2000-gebied. c. Stikstof Ten aanzien van stikstof raden wij aan om aerius berekeningen uit te laten voeren. Hiermee kan aangetoond worden dat er geen effecten zijn. Reactie gemeente: Ad.a. Aan deze opmerking is tegemoet gekomen, er is een quickscan natuurtoets uitgevoerd door EcoGroen. Het bijbehorend adviesrapport ‘Quickscan natuurtoets – Parapluplan evenemententerreinen Lelystad’ is als bijlage toegevoegd aan het bestemmingsplan. De belangrijkste conclusie is hieronder opgenomen.

Evenementenlocatie Bataviahaven ligt deels binnen Natura 2000-gebied Markermeer & IJmeer (Vogelrichtlijngebied). Door de ligging van de evenementenlocatie zijn negatieve gevolgen voor de instandhoudingsdoelen niet uit te sluiten. Deze zijn daarom nader beoordeeld. Evenementenlocaties De Meent, Agorahof en Stadhuisplein liggen op minimaal 2,5 afstand van Natura 2000-gebied Markermeer & IJmeer. Deze evenementenlocaties zijn daarom buiten beschouwing gelaten. Overige Natura 2000-gebieden liggen op minimaal 1,5 kilometer van Bataviahaven en op minimaal 3 kilometer van de overige evenementenlocaties. Negatieve gevolgen (zie hierna voor stikstof) zijn op deze gebieden uitgesloten. Het dichtstbijzijnde stikstofgevoelige Natura 2000-gebied Veluwe ligt op ruim 22 kilometer van de evenementenlocaties. Gezien deze grote afstand is een gevolg door stik-stofdepositie voor de instandhoudingsdoelen van stikstofgevoelige habitats en leefgebieden zeer onwaarschijnlijk. In navolging van advies van de Provincie Flevoland worden, met het oog op deze grote afstand, significante gevolgen door stikstof niet aannemelijk geacht. Stikstofdepositie is buiten beschouwing gelaten. Negatieve gevolgen door hydrologische effecten, versnippering, verontreiniging en mechanische effecten zijn niet aan de orde. De gevolgen door oppervlakteverlies en verstoring zijn nader beoordeeld.

Uit deze beoordeling blijkt dat evenementen op evenementenlocatie Bataviahaven niet leiden tot (significant) negatieve gevolgen op de instandhoudingsdoelen van (niet-)broedvogels. Ad.b. Aan deze opmerking is tegemoet gekomen. De evenementenlocatie Bataviahaven is door Ecogroen nader beoordeeld. Zie verder de reactie onder ad.a. 7

Ad.c. Aan deze opmerking is niet tegemoet gekomen. De noodzaak voor het uitvoeren van aerius berekeningen is nog eens heroverwogen met provincie Flevoland. De provincie schat (bij nader inzien) in dat de stikstofdepositie op de daartoe gevoelige N2000-gebieden als gevolg van dit plan niet significant zal zijn. Gelet daarop acht de provincie (bij nader inzien) aeriusberekeningen niet noodzakelijk.

3.4 Indiener 4 – Waterschap Zuiderzeeland Onderstaand wordt de reactie van indiener 4 samengevat weergegeven, gevolgd door een reactie daarop van de gemeente. Waterschapsbelang Aangezien er geen sprake is van een waterschapsbelang geven wij geen inhoudelijk advies. Deze email kunt u als een positief wateradvies beschouwen. Reactie gemeente: Dit wordt voor kennisgeving aangenomen.

8

blz. 50

(vastgesteld)

blz. 51

Bijlage 2 Quickscan natuurtoets - Parapluplan evenemententerreinen Lelystad

(vastgesteld)

adviesrapport Quickscan natuurtoets – Parapluplan evenemententerreinen Lelystad Beoordeling in het kader van de Wet natuurbescherming en de provinciale regels ten aanzien van het NNN

Gemeente Lelystad

Definitief

Barchman Wuytierslaan 10 3818 LH Amersfoort T 0384236464

Colofon

E info@ecogroen.nl I www.ecogroen.nl

Quickscan natuurtoets – Parapluplan evenemententerreinen Lelystad Beoordeling in het kader van de Wet natuurbescherming en de provinciale regels ten aanzien van het NNN

21-391

5 oktober 2021

Definitief

L. (Lisette) Klein & S. (Sebastiaan) Kraaijeveld

L. (Lisette) Klein

D. (David) Sietses

Gemeente Lelystad

©Ecogroen bv Alles uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar gemaakt, mits onder vermelding van bron en status. Klein, L. & S. Kraaijeveld (2021). Quickscan natuurtoets – Parapluplan evenemententerreinen Lelystad. Beoordeling in het kader van de Wet natuurbescherming en de provinciale regels ten aanzien van het NNN. Rapport 21-391. Ecogroen bv

Inhoud Samenvatting

5

1.

Inleiding 1.1 Aanleiding en doelstelling 1.2 Evenementenprofielen en voorgenomen activiteiten 1.2.1 De Meent 1.2.2 Agorahof 1.2.3 Stadhuisplein 1.2.4 Bataviahaven

8 8 8 9 9 10 10

2.

Wettelijk kader en werkwijze 2.1 Wettelijk kader 2.1.1 Wet natuurbescherming 2.1.2 Toetsingskader bestemmingsplannen 2.1.3 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) 2.2 Werkwijze

12 12 12 13 13 14

3.

Soortbescherming 3.1 Flora 3.2 Zoogdieren 3.2.1 Vleermuizen 3.2.2 Grondgebonden zoogdieren 3.3 Vogels 3.3.1 Soorten met jaarrond beschermde nesten 3.3.2 Overige broedvogels 3.3.3 Nadere analyse effecten jaarrond beschermde nesten en algemene broedvogels 3.3.4 Advies vogels (jaarrond beschermde nesten en overige broedvogels) 3.4 Vissen 3.5 Overige soorten

15 15 15 15 17 19 20 21 21 22 23 23

4.

Natura 2000 4.1 Selectie van Natura 2000-gebieden 4.2 Instandhoudingsdoelen Natura 2000-gebied Markermeer & IJmeer 4.3 Voorselectie van effecten 4.3.1 Oppervlakteverlies 4.3.2 Verstoring 4.3.3 Mechanische effecten 4.3.4 Samenvatting mogelijke effecten 4.4 Selectie kwalificerende natuurwaarden 4.4.1 Effectgebied 4.4.2 Broedvogels 4.4.3 Niet-broedvogels 4.4.4 Instandhoudingsdoelen geselecteerde kwalificerende soorten 4.5 Effectbeoordeling oppervlakteverlies 4.5.1 Broedvogels en niet-broedvogels

24 24 25 25 25 26 26 26 26 26 28 28 29 29 29

4.6

4.7

5.

Effectbeoordeling verstoring 4.6.1 Broedvogels 4.6.2 Niet-broedvogels Conclusie 4.7.1 Advies en vervolgstappen

30 30 31 32 32

Natuurnetwerk Nederland

33

Geraadpleegde bronnen

34

Bijlagen Bijlage 1 - Ligging evenementenlocaties en sfeerimpressies Bijlage 2 - Instandhoudingsdoelen Natura 2000-gebied Markermeer & IJmeer Bijlage 3 - Ruimtelijke eenheden Natura 2000-gebied Markermeer & IJmeer

Quickscan Quickscannatuurtoets natuurtoets––Parapluplan Parapluplanevenemententerreinen evenemententerreinenLelystad Lelystad

Samenvatting Aanleiding en doelstelling Gemeente Lelystad wil op verschillende locaties meerdere niet-incidentele evenementen door het jaar houden. Hiervoor zijn voor vier locaties evenementenprofielen opgesteld. Drie locaties liggen in het centrum van Lelystad, te weten De Meent, Agorahof en Stadhuisplein. Daarnaast vormt de Bataviahaven een evenementenlocatie. De evenementenprofielen worden geïntegreerd in een nieuw Paraplu-bestemmingplan. Omdat de uitvoering van het nieuwe bestemmingsplan negatieve gevolgen kan hebben voor beschermde natuurwaarden, is dit initiatief getoetst aan het natuurbeschermingsrecht. In voorliggende natuurtoets zijn de effecten van de evenementenprofielen en de beoogde evenementen beoordeeld op de onderdelen soortbescherming en gebiedsbescherming (Natura 2000 en NNN). Het onderzoek wordt door de gemeente gebruikt ter onderbouwing van het vast te stellen nieuwe bestemmingsplan “Parapluplan algemene gels evenemententerreinen Lelystad”.

Soortbescherming • In en nabij de vier verschillende evenementenlocaties is er potentie voor verblijfplaatsen van gebouwbewonende vleermuissoorten. Verstoring ten aanzien van licht is niet op voorhand uit te sluiten. Wel kunnen deze middels aanpassingen gemitigeerd worden. Geluidsverstoring is niet te verwachten doordat de frequenties waarvoor vleermuizen gevoelig zijn niet overlappen met de frequenties die geproduceerd worden door geluidsinstallaties op evenementen. • Binnen de evenementenlocaties kunnen zowel vliegroutes als foerageergebieden van vleermuis voorkomen. Door de tijdelijke aard van de evenementen zullen foerageergebieden en vliegroutes niet permanent verloren gaan. Er zijn in de omgeving voldoende alternatieve foerageergebieden en vliegroutes aanwezig. • In en nabij de verschillende evenementenlocaties zijn waarnemingen bekend van huismus, gierzwaluw, boerenzwaluw, buizerd en torenvalk. Nesten van deze vogelsoorten zijn jaarrond beschermd. Aanwezigheid van jaarrond beschermde nestplaatsen is niet uit te sluiten. Wij adviseren verstoringsbeperkende maatregelen te nemen. • Door de aanwezigheid van groenstructuren, bomen en oeverbegroeiing in en rondom de evenementenlocaties is broedbiotoop aanwezig voor algemene vogelsoorten van tuinen, struweel en park zoals merel, winterkoning, koolmees, vink of houtduif evenals van waterkanten zoals meerkoet en wilde eend.

Wij adviseren verstoringsbeperkende maatregelen te nemen.

05

Quickscan natuurtoets – Parapluplan evenemententerreinen Lelystad

Advies en vervolgstappen (Soortbescherming) • Om verstoring van vleermuizen in hun verblijfplaatsen te voorkomen, dienen de eventueel aanwezige verblijfplaatsen niet direct verlicht te worden. Om dit te bereiken dient de verlichting enkel op het evenemententerrein gericht te worden en niet op omliggende bebouwing. Verblijfplaatsen kunnen ook afgeschermd worden. Dit geldt voor alle evenementenlocaties. • Hoewel effecten door verstoring op jaarrond beschermde nesten en algemene broedvogels uitgesloten zijn, adviseren wij om in het kader van de zorgplicht uitstralende effecten op de omgeving van de evenemententerreinen tot een minimum te beperken. Hiervoor kan voor alle evenementenlocaties periodiek een controle uitgevoerd worden naar aanwezigheid van jaarrond beschermde nesten in de invloedszone van de evenementenlocaties. Met deze controle wordt ook in beeld gebracht waar potentieel geschikte locaties aanwezig (kunnen) zijn voor broedvogels en/of jaarrond geschikte nesten. Hierbij kan gedacht worden aan bomen en/of oevervegetaties. Geadviseerd wordt om aangetroffen potentiële geschikte locaties tijdens evenementen te ontzien of af te schermen. Hiertoe kunnen hekken geplaatst worden die voorzien zijn van verduisterend zeil. Ook adviseren wij verlichting enkel op het evenemententerrein te richten. • Het plan is uitvoerbaar indien aan bovenstaande vervolgstappen wordt voldaan.

Gebiedsbescherming (Natura 2000) • Evenementenlocatie Bataviahaven ligt deels binnen Natura 2000-gebied Markermeer & IJmeer (Vogelrichtlijngebied). Negatieve gevolgen door hydrologische effecten, versnippering, verontreiniging en mechanische effecten zijn ten gevolge van de evenementen op Bataviahaven niet aan de orde. Door de ligging van de evenementenlocatie zijn effecten door oppervlakteverlies en verstoring niet uit te sluiten. Deze zijn daarom nader beoordeeld. • Evenementenlocatie De Meent, Agorahof en Stadhuisplein liggen op 2,5 kilometer afstand van Natura 2000-gebied Markermeer & IJmeer. Door de grote afstand en tussenliggende bebouwing zijn negatieve gevolgen voor de instandhoudingsdoelen Natura 2000-gebied Markermeer & IJmeer uitgesloten. • Overige Natura 2000-gebieden liggen op 1,5 kilometer afstand en verder van alle evenementenlocaties. Negatieve gevolgen zijn op deze gebieden uitgesloten. • In navolging van advies van de Provincie Flevoland worden, met het oog op de grote afstand tot stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden (>22 kilometer), significante gevolgen door stikstof niet aannemelijk geacht. Stikstofdepositie is buiten beschouwing gelaten. • (Significant) negatieve gevolgen door tijdelijk oppervlakteverlies en tijdelijke verstoring voor de instandhoudingsdoelen van (niet)-broedvogelsoorten van Natura 2000-gebied Markermeer & IJmeer zijn uitgesloten.

• Wnb onderdeel gebiedsbescherming staat vaststelling van het bestemmingsplan niet in de weg.

Gebiedsbescherming (Natuurnetwerk Nederland) • De evenementenlocaties liggen op minimaal 1,2 kilometer afstand van het NNN. Door de aard van het voornemen, de grote afstand en tussenliggende bebouwing en infrastructuur is aantasting van de wezenlijke kenmerken en waarden van het NNN uitgesloten.

Advies en vervolgstappen (Gebiedsbescherming) • Hoewel significant negatieve gevolgen voor het Natura 2000-gebied Markermeer & IJmeer zijn uitgesloten, raden wij vanuit zorgvuldigheid aan om rekening te houden met eventuele verdere

06

Quickscan natuurtoets – Parapluplan evenemententerreinen Lelystad

verstoring van niet-broedvogels in Natura 2000-gebied Markermeer & IJmeer. Wij adviseren om gedurende evenementen in de maanden september – april eventuele lichtbronnen en geluidsbronnen van het Oostvaardersdiep af te richten of af te schermen.

07

Quickscan Quickscannatuurtoets natuurtoets––Parapluplan Parapluplanevenemententerreinen evenemententerreinenLelystad Lelystad

1. Inleiding 1.1

Aanleiding en doelstelling Gemeente Lelystad wil op verschillende locaties in het stadscentrum en de Bataviahaven meerdere evenementen door het jaar houden. Hiervoor zijn evenementenprofielen opgesteld. Deze profielen worden geïntegreerd in een nieuw Paraplu-bestemmingsplan. De gemeenteraad kan het Parapluplan enkel vaststellen wanneer geen strijdigheid met (natuur)wetgeving optreedt óf wanneer uitzicht is op een ontheffing danwel vergunning. Omdat de uitvoering van het nieuwe bestemmingsplan negatieve gevolgen kan hebben voor beschermde natuurwaarden, is dit plan getoetst aan het natuurbeschermingsrecht. In voorliggende natuurtoets zijn de effecten van de evenementenprofielen en de beoogde evenementen beoordeeld op de onderdelen soortbescherming en gebiedsbescherming (Natura 2000 en NNN). Er worden geen houtopstanden geveld. Daarom wordt er niet getoetst aan de bescherming van houtopstanden (Wet natuurbescherming). Het uitgevoerde onderzoek en de resultaten zijn in voorliggende rapportage beschreven. Het onderzoek wordt door de gemeente gebruikt ter onderbouwing van het vast te stellen nieuwe bestemmingsplan “Parapluplan algemene gels evenemententerreinen Lelystad”.

1.2

Evenementenprofielen en voorgenomen activiteiten In Lelystad kunnen op veel locaties evenementen worden georganiseerd. Voor het houden van nietincidentele evenementen heeft de gemeente vier locaties aangewezen. Het gaat om de volgende gebieden (zie figuur 1.1 op de volgende pagina en bijlage 1 voor een overzichtskaart. Kaartmateriaal van de deelgebieden is alleen in bijlage 1 opgenomen): • De Meent; • Agorahof; • Stadhuisplein; • Bataviahaven. Het Parapluplan maakt het houden van niet-incidentele kleinschalige, (middel)grote en ruimtelijk relevante evenementen mogelijk op de vier bovengenoemde locaties. Afhankelijk van het oppervlak en de ligging van de vier evenementenlocaties verschilt de invulling van het type evenementen per locatie. In algemene regel wordt op elk van de evenementenlocaties maximaal 10 maal per jaar een kleinschalig of (middel)groot evenement georganiseerd (Gemeente Lelystad, 2021), maar in enkele gevallen wordt hier van afgeweken. Hieronder wordt beknopt de beoogde invulling per

08

Quickscan natuurtoets – Parapluplan evenemententerreinen Lelystad

evenementenlocatie uiteengezet. Deze zijn gebaseerd op de algemene regels van het Parapluplan evenemententerreinen in Lelystad (Gemeente Lelystad, versie 05-06-2021). In bijlage 1 is de exacte ligging en een sfeerimpressie per locatie bijgevoegd.

Figuur 1.1 Ligging van de vier evenementenlocaties in Lelystad. Bron: Gemeente Lelystad, aangeleverd op 29 september 2021.

1.2.1

De Meent De Meent bestaat uit een verhard open terrein dat, wanneer er geen evenement georganiseerd wordt, gebruikt wordt als parkeerterrein. Het terrein grenst aan drie kanten aan bebouwing (grotendeels bedrijven, maar ook woningen) en een doorgaande weg. Op de locatie worden middelgrote evenementen beoogd, zoals een outdoor evenement of een muziek-/theaterfestival. Het maximum aantal bezoekers wordt bepaald aan de hand van een maximale publiekscapaciteit van 2,5 personen per m2 van het netto ruimtebeslag. Voor deze locatie geldt een maximum van 16.000 bezoekers. Per jaar worden maximaal 10 evenementen georganiseerd, verdeeld over maximaal 46 dagen per jaar (inclusief op- en afbouwdagen). Per evenement wordt op basis van de locatie, dag en aard van het evenement de begintijd bepaald. De eindtijd van alle evenementen is vastgesteld op 01:00 uur. Voor de tijden van op- en afbouwdagen zijn geen voorschriften gesteld. De maximale geluidsnorm bij muziekevenementen mag op omliggende woningen niet meer bedragen dan Leq = 75 dB(A) en 90 dB(C), gemiddeld over 3 minuten.

1.2.2

Agorahof De Agorahof wordt heringericht als onderdeel van de herontwikkeling van het Theaterkwartier. De hieropvolgende beschrijving van het plein is gebaseerd op het huidige ontwerp, zoals benoemd in

09

Quickscan natuurtoets – Parapluplan evenemententerreinen Lelystad

de Algemene Regels voor het Parapluplan1. Het Agorahof bestaat uit een verhard plein waar op zaterdagen de lokale markt wordt gehouden. Er zijn diverse groenbakken en twee bomen op het plein aanwezig, overige groenstructuren (zoals bomen) kaderen het evenemententerrein af. Rondom het plein liggen verschillende horecavoorzieningen zoals eetvoorzieningen en een hotel. Verder wordt er momenteel een nieuwe bioscoop gerealiseerd. Op de locatie zijn kleinschalige podium-, sport- en andere type evenementen mogelijk. Het maximum aantal bezoekers wordt bepaald aan de hand van een maximale publiekscapaciteit van 2,5 personen per m2 van het netto ruimtebeslag. Het netto ruimtebeslag wordt per evenement bepaald op basis van de benodigde inrichting. Er worden per jaar maximaal 10 evenementen gehouden. Per evenement wordt op basis van de locatie, dag en aard van het evenement de begintijd bepaald. De eindtijd van alle evenementen is vastgesteld op 01:00 uur. Voor de tijden van op- en afbouwdagen zijn geen voorschriften gesteld. De maximale geluidsnorm afkomstig van een muziekevenement mag op omliggende woningen maximaal Leq = 80 dB(A) en 95 dB(C) bedragen, gemiddeld over 3 minuten. 1.2.3

Stadhuisplein Het Stadhuisplein bestaat uit een verhard plein met enkele groenbakken en bomen. Het plein wordt omringd door verschillende horeca- en winkelvoorzieningen en het stadhuis. Op de locatie worden kleinschalige markten, kleinschalige intieme kunst- en muziekoptredens en foodevents beoogd. Er wordt voor de locatie een maximum van 1.500 bezoekers aangehouden. Er is in de gespecificeerde regels voor de evenementenlocatie geen maximum aantal evenementen opgenomen. Per evenement wordt op basis van de locatie, dag en aard van het evenement de begintijd bepaald. De eindtijd van alle evenementen is vastgesteld op 01:00 uur. Voor de tijden van op- en afbouwdagen zijn geen voorschriften gesteld. De maximale geluidsnorm op omliggende woningen bedraagt Leq = 80 dB(A) en 95 dB(C), gemiddeld over 3 minuten.

1.2.4

Bataviahaven Locatie Bataviahaven bestaat uit drie deellocaties2 (zie bijlage 1 – deelgebied Bataviahaven) die gezamenlijk en/of individueel gebruikt kunnen worden voor een evenement: 1) Havenkom Bataviahaven en Oostvaardersdijk (rood/bruine arcering); 2) Lelylaan (gele arcering); 3) Bataviaplein (blauwe arcering). De voor alle deelgebieden geldende regels worden allereerst benoemd, daarna wordt een nadere beschrijving en specifieke regels voor de deelgebieden gegeven.

________________________________________________________________________________ 1 Gedurende het veldbezoek is gekeken naar de huidige inrichting en omliggende bebouwing. Bij de analyse is rekening ge-

houden met de toekomstige inrichting op basis van de plankaart in Lelystad (2021). 2 Voor de leesbaarheid van het verdere rapport is aan elk deelgebied een naam toegevoegd.

10

Quickscan natuurtoets – Parapluplan evenemententerreinen Lelystad

Algemeen Vanwege de ligging buiten het centrum en aan de kust worden watersportevenementen en middelgrote evenementen met een grotere ruimtewens beoogd. Hierbij kan gedacht worden aan een outdoor event, sloependagen, themamarkten, de Oldtimerdag of een muziek- of theaterfestival. Het maximum aantal bezoekers staat niet vast en is gebaseerd op de norm van 2,5 personen per m2, calamiteitenroutes, het verkeerscirculatieplan en het aantal parkeerplaatsen. De maximale geluidsnorm bij muziekevenementen mag op omliggende woningen niet meer bedragen dan Leq = 75 dB(A) en 90 dB(C), gemiddeld over 3 minuten. Per evenement wordt op basis van de locatie, dag en aard van het evenement de begintijd bepaald. De eindtijd van alle evenementen is vastgesteld op 01:00 uur. Voor de tijden van op- en afbouwdagen zijn geen voorschriften gesteld. Deelgebied Havenkom Bataviahaven en Oostvaardersdijk De deellocatie bestaat uit verharding op de kades in de havenkom en op de Oostvaardersdijk. Verder maakt het water van de havenkom deel uit van de evenementenlocatie. Aan de zuid- en oostzijde bestaat het deelgebied uit (toekomstige) bebouwing. Aan de westzijde ligt open water van het Oostvaardersdiep. Voor de deellocatie is geen maximum aantal (geluidsdragende) evenementen vastgesteld. Mogelijk wordt het aantal evenementen in de toekomst beperkt tot maximaal 10 geluidsdragende evenementen per jaar.

Deelgebied Lelylaan De deellocatie bestaat voornamelijk uit verharding (klinkers en houten vlonders) welke grotendeels het dak vormt van een parkeergarage. Aan zowel de noord- als zuidzijde ligt een perceel met bomen. Aan de noordkant bestaat dit perceel uit gazongras, aan de zuidkant uit beklinkering. Deze percelen vormen onderdeel van de evenementenlocatie. Aan de noord, west- en zuidkant ligt bebouwing. De oostkant is grotendeels begrensd met een bosschage, waarachter een verruigd grasland ligt. Daarnaast ligt eveneens aan de oostkant bebouwing in vorm van horeca en woningen. Op de locatie worden jaarlijks maximaal 10 geluidsdragende evenementen georganiseerd. Er geldt een tussenliggende rustperiode van 14 dagen. Deelgebied Bataviaplein De deellocatie bestaat uit verharding (beklinkering). In het plangebied liggen enkele groenstroken met gras en bomen. Deze groenstroken maken geen deel uit van de evenementenlocatie. Aan de noord- en westkant ligt bebouwing. Aan de zuidkant ligt deels bebouwing en een verruigd grasland. Aan de oostkant ligt een parkeerterrein. Op de locatie worden jaarlijks maximaal 10 geluidsdragende evenementen georganiseerd. Er geldt een tussenliggende rustperiode van 14 dagen.

11

Quickscan Quickscannatuurtoets natuurtoets––Parapluplan Parapluplanevenemententerreinen evenemententerreinenLelystad Lelystad

2. Wettelijk kader en werkwijze 2.1

Wettelijk kader

2.1.1

Wet natuurbescherming De Wet natuurbescherming regelt onder andere de bescherming van Natura 2000-gebieden en soorten (Overheid, 2021A). De volledige en actuele wettekst van de Wet natuurbescherming is te raadplegen op http://wetten.overheid.nl/BWBR0037552/. In onderstaand kader 2.1 is een samenvatting van de relevante wetteksten gegeven. Kader 2.1 Wet natuurbescherming Zorgplicht (artikel 1.11) De Wet natuurbescherming (ook: Wnb) kent een zorgplicht voor natuur en soorten. De zorgplicht is altijd van kracht, ook ten aanzien van niet beschermde natuur. Artikel 1.11 schrijft voor dat iedereen voldoende zorg in acht neemt voor beschermde gebieden, in het wild levende dieren en planten en hun directe leefomgeving. Iedereen die weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat door zijn/haar handelen of nalaten nadelige gevolgen kunnen worden veroorzaakt voor een beschermd gebied of voor in het wild levende soorten, laat deze handelingen achterwege of voorkomt de gevolgen. Dit laatste kan door het treffen van maatregelen ter voorkoming van schade of -als zelfs dat niet kan- de ontstane schade zoveel mogelijk te beperken of ongedaan te maken. Een voorbeeld van voorzorg is het werken in de minst kwetsbare periode van soorten. Natura 2000 (hoofdstuk 2) Hoofdstuk 2 regelt de bescherming van Natura 2000-gebieden, bestaande uit Habitatrichtlijngebieden (HR) en Vogelrichtlijngebieden (VR).

Per Natura 2000-gebied zijn instandhoudingsdoelen geformuleerd voor de bescherming van natuurlijke habitats, habitats van soorten en leefgebieden van vogels. Artikelen 2.1 tot en met 2.11 van de Wet regelen de bescherming van (de doelen voor) Natura 2000-gebieden. Artikel 2.7 verplicht om vooraf te beoordelen of plannen en projecten in of in de nabijheid van Natura 2000-gebieden significant negatieve gevolgen kunnen hebben op de voor deze gebieden geformuleerde doelen. Als uit de beoordeling blijkt dat geen significant negatieve gevolgen optreden dan kan een plan worden vastgesteld of is een vergunning voor een project niet nodig. Zijn significant negatieve gevolgen niet uit te sluiten dan is een nadere beoordeling nodig. Artikel 2.8 bevat de voorwaarden waaraan moet zijn voldaan voor het vaststellen van een plan of het verlenen van een vergunning. Het bevoegd gezag is meestal de provincie waar (het grootste deel van) de ingreep of handeling plaatsvindt, soms is dat het Rijk. Soorten (hoofdstuk 3) Hoofdstuk 3 regelt de bescherming van soorten. De bescherming van soorten is verdeeld over de artikelen 3.1, 3.5 en 3.10. Het betreft de bescherming van: • Vogels zoals genoemd in de Vogelrichtlijn (artikel 3.1), in de praktijk vaak onderverdeeld in: – Vogels met jaarrond beschermde nesten, zoals huismus, gierzwaluw en buizerd.

– Overige vogels, waarvan nesten alleen tijdens het broedseizoen zijn beschermd (periode van nestbouw, ei-leg, broeden en voeren van de jongen op het nest). • Soorten (exclusief vogels) van de Habitatrichtlijn (bijlage IV) en de Verdragen van Bern (bijlage II) en Bonn (bijlage I), zoals bedoeld in artikel 3.5. • Andere soorten (artikel 3.10), onderverdeeld in: – Soorten waarvoor een ontheffing vereist kan zijn.

12

Quickscan natuurtoets – Parapluplan evenemententerreinen Lelystad

– Soorten waarvoor -op basis van de betreffende provinciale verordening- vrijstelling van de verbodsbepalingen geldt. Indien effecten niet zijn uit te sluiten moet -voorafgaand aan het vaststellen van een plan- zijn beoordeeld of er uitzicht is op het verkrijgen van een ontheffing. Als er aantoonbaar uitzicht is op het verkrijgen van een ontheffing dan kan het plan worden vastgesteld. Als bij ruimtelijke ingrepen verbodsbepalingen worden overtreden dan is het noodzakelijk om een ontheffing aan te vragen bij het bevoegd gezag, tenzij gewerkt kan worden volgens een goedgekeurde gedragscode. Het bevoegd gezag is meestal de provincie waar (het grootste deel van) de ingreep of activiteit plaatsvindt, soms is dat het Rijk. Voor het verkrijgen van een ontheffing moet zijn beschreven hoe de initiatiefnemer ervoor zorgt dat schade aan beschermde soorten tot een minimum beperkt blijft, welke mitigerende en compenserende maatregelen nodig zijn, dat alternatieven ontbreken, aan welk wettelijk belang wordt voldaan en dat de staat van instandhouding van de betreffende soort niet in gevaar komt.

2.1.2

Toetsingskader bestemmingsplannen Ten behoeve van vaststelling of wijziging van een bestemmingsplan dient (conform jurisprudentie 3) ten aanzien van Natura 2000 de Wet natuurbeschermingstoets uitgevoerd te worden. Deze is vastgelegd in artikel 2.7 lid 1 Wnb & artikel 2.8 lid 1 Wet natuurbescherming. Dit houdt kortweg in dat voorafgaand aan vaststelling van het bestemmingsplan moet worden nagegaan of (uitvoering van) het plan kan leiden tot mogelijk significant negatieve gevolgen op een Natura 2000-gebied. Volgens vaste jurisprudentie bestaat deze toets uit een vergelijking tussen de huidige feitelijke, planologisch legale situatie en de toekomstige maximale plansituatie. Ten aanzien van soortbescherming (Hoofdstuk 3, Wnb) is in de Wet natuurbescherming geen toetsingskader opgenomen ten aanzien van plannen. Voor soortbescherming wordt in het kader van plannen de uitvoerbaarheidstoets uitgevoerd, die volgt uit de Wet ruimtelijke ordening (Wro). Met deze toets wordt de vraag of de beschermingsregimes uit de Wnb de uitvoerbaarheid van het plan in de weg staat beantwoord. Vrij vertaald wordt bepaald of er een ontheffing nodig is en zo ja, of er uitzicht is op het verkrijgen van een Wnb-ontheffing voor het project dat voortvloeit uit het bestemmingsplan.

2.1.3

Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) De bescherming van het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is vastgelegd in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Overheid, 2021B) en uitgewerkt in provinciale verordeningen. In het Barro staat dat bij provinciale verordening gebieden moeten worden aangewezen die het Natuurnetwerk Nederland vormen. De ligging van die gebieden wordt geometrisch vastgelegd. Bij provinciale verordening worden in het belang van de bescherming, instandhouding en ontwikkeling van de wezenlijke kenmerken en waarden, regels gesteld omtrent de inhoud van bestemmingsplannen en omgevingsvergunningen waarbij in bepaalde gevallen wordt afgeweken van het bestemmingsplan. Voor nieuwe ontwikkelingen binnen of nabij het NNN, waarbij een nieuw bestemmingsplan wordt vastgesteld of een omgevingsvergunning wordt verleend waarbij in bepaalde gevallen wordt afgeweken van het bestemmingsplan, geldt een ‘nee-tenzij’-afweging. Dit houdt kortweg in dat significante aantasting van de wezenlijke kenmerken en waarden van het NNN niet toegestaan is. Regels voor beoordeling van effecten op het NNN zijn vastgelegd in provinciale verordeningen en verankerd in de bestemmingsplannen.

Indien geen sprake is van een nieuw vast te stellen bestemmingsplan, dan wel dat een omgevingsvergunning voor afwijken bestemmingsplan niet vereist is, is toetsing aan het NNN niet aan de orde.

________________________________________________________________________________ 3 ECLI:NL:RVS:2020:2318

13

Quickscan natuurtoets – Parapluplan evenemententerreinen Lelystad

2.2

Werkwijze Gestart is met een literatuuronderzoek om te bepalen of beschermde soorten bekend zijn in en rondom de evenementenlocaties en hoe deze liggen ten opzichte van beschermde gebieden. Hiervoor is onder andere gebruik gemaakt van de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) en provinciale kaartviewers (zie voor een volledig overzicht de geraadpleegde bronnen in hoofdstuk 6). Bij het gebruik van waarnemingen is rekening gehouden met de juridische houdbaarheid van gegevens (3-5 jaar). Oudere waarnemingen zijn gebruikt om een beeld van de ecologische potenties van een gebied te vormen. De verzamelde informatie uit het literatuuronderzoek vormde de basis voor het veldbezoek dat op 11 augustus onder gunstige omstandigheden (helder, droog, weinig wind, 21° C) is uitgevoerd. Het veldbezoek is uitgevoerd door twee ecologen van Ecogroen. Alle evenementenlocaties en de directe omgeving (ongeveer 50 meter rond de evenementenlocaties) zijn onderzocht. Aan de hand van de verzamelde informatie uit het literatuuronderzoek en het veldbezoek is bepaald welke effecten kunnen optreden op beschermde soorten en welke gevolgen dit heeft voor het plan (Hoofdstuk 3). Indien sprake is van (mogelijke) negatieve effecten is advies gegeven over te nemen vervolgstappen. Voor het onderdeel gebiedsbescherming is een voortoets uitgevoerd.

Hierin is beoordeeld of negatieve gevolgen voor de instandhoudingsdoelen van Natura 2000-gebieden zijn te verwachten, en zo ja, of deze significant kunnen zijn (Hoofdstuk 4). Voor de regels ten aanzien van het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is voor het voornemen bepaald welk provinciaal toetsingskader geldt en of er effecten op de wezenlijke kenmerken en waarden optreden (Hoofdstuk 5).

14

Quickscan Quickscannatuurtoets natuurtoets––Parapluplan Parapluplanevenemententerreinen evenemententerreinenLelystad Lelystad

3. Soortbescherming 3.1

Flora Op de verschillende evenementenlocaties zijn geen waarnemingen bekend van beschermde plantensoorten (NDFF, 2021). De evenementenlocaties De Meent, Agorahof, Stadhuisplein bestaan uit verharding (voornamelijk beklinkering) en bomen. De Meent is deels omzoomd met algemene struik- en boomsoorten. Op basis van de terreinkenmerken en bekende verspreidingsgegevens worden hier geen beschermde plantensoorten verwacht. Evenementenlocatie Bataviahaven bestaat uit drie deelgebieden. Deelgebied Bataviaplein en Lelylaan bestaan uit beklinkering, betonnen platen, parkgazonnetjes (op het Bataviaplein geëxclaveerd uit de locatie) en bomen. Deelgebied Havenkom bestaat uit bestrating (beklinkering en asfalt), kades en bomen. Ook hier worden op basis van de terreinkenmerken en de bekende verspreidingsgegevens geen beschermde plantensoorten verwacht. Vervolgstappen ten aanzien van beschermde flora is niet aan de orde.

3.2

Zoogdieren

3.2.1

Vleermuizen Het leefgebied van vleermuizen bestaat uit verblijfplaatsen, vliegroutes en foerageergebieden (zie ook kader 3.1). Hieronder worden deze onderdelen nader beschreven en op welke wijze ze beschermd zijn. Kader 3.1 Vleermuizen Verblijfplaatsen Verblijfplaatsen kunnen zich bevinden in donkere en voor vleermuizen bereikbare ruimten in bomen, huizen, kelders et cetera en kunnen aanwezig zijn in de vorm van kraamverblijven / zomerverblijven, baltslocaties / paarverblijven en winterverblijven. Verstoring, beschadiging, vernietiging of het verwijderen van deze verblijfplaatsen is verboden. Vliegroutes Voor oriëntatie tijdens de trek van en naar hun verblijfplaatsen en foerageergebieden gebruiken vleermuizen veelal jarenlang dezelfde structuren. Vanwege dit traditiegetrouwe gedrag van vleermuizen vormen bepaalde lijnvormige structuren (bijvoorbeeld rijen woningen, watergangen en bomenrijen) een belangrijk onderdeel van een vliegroute. Wanneer alternatieve structuren ontbreken zijn dergelijke structuren ‘onmisbaar’ en zodoende beschermd.

15

Quickscan natuurtoets – Parapluplan evenemententerreinen Lelystad

Foerageergebieden Locaties waar insecten aanwezig zijn, bijvoorbeeld langs randen van bossen, bomenrijen of boven water zijn van belang als foerageergebied voor vleermuizen. Foerageergebied van vleermuizen geniet binnen de Wet natuurbescherming echter geen juridische bescherming, tenzij het onmisbaar is voor het voortbestaan van een populatie.

Verblijfplaatsen van vleermuizen Op de evenementenlocaties De Meent, Stadhuisplein, Bataviahaven en in de nabije omgeving (<100 meter) van alle evenementenlocaties zijn waarnemingen bekend van gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis (uit 2013) en laatvlieger (uit 2013). De waarnemingen zijn veelal niet gedefinieerd, of als ‘foeragerend’, ‘territoriumgedrag’, ‘ter plaatse’ (NDFF, 2021). Dergelijke soorten hebben verblijfplaatsen in bijvoorbeeld spouwmuren, onder dakpannen en in boomholtes. Rondom en nabij de evenementenlocaties is bebouwing aanwezig die potentie heeft voor verblijfplaatsen van gebouwbewonende vleermuizen. De bebouwing biedt potentie door de aanwezigheid van open stootvoegen waarmee de spouw bereikt kan worden (zie figuur 3.1 ter impressie). Ook bieden openingen onder dakpannen en dakranden toegang tot ruimtes onder het dak. Aanwezigheid van verblijfplaatsen van gebouwbewonende vleermuizen binnen de invloedsfeer van de toekomstige evenementen is daarom vo niet uit te sluiten. De aanwezige bomen bieden geen potentie voor verblijfplaatsen bij geFiguur 3.1 Open stootvoegen in een gebouw aan de Lelylaan, brek aan invliegholtes. evenementenlocatie Bataviahaven. Enkele zijn aangewezen met rode pijlen (D. Pruijs, 11 augustus 2021)

Vleermuizen zijn (zeer) gevoelig voor verstoring door verlichting. Dit geldt met name voor de aanvliegroute richting en van de verblijfplaatsen. Of sprake is van lichtverstoring door een evenement hangt enerzijds af van de aanwezigheid van vaste verblijfplaatsen, anderzijds van het gebruik van lichtbronnen. Afhankelijk van het seizoen zal de overlap tussen activiteiten (na zonsondergang) en het gebruik van verlichting variëren. De evenementenlocaties liggen in of nabij stedelijk gebied. Hierdoor zal al enige mate van verstoring aanwezig zijn door bestaande lichtbronnen. Wel dient aanvullende verstoring door verlichting voorkomen te worden. Uit literatuur blijkt dat luid ultrasoon geluid (geluid >20 kHz) vleermuizen uit hun verblijf kan jagen (Tauw & Peutz, 2017). Dit geluid komt doorgaans niet voor op evenementen (Tauw & Peutz, 2017), waar sprake is van geluidsklanken die geschikt zijn voor het menselijk gehoor. Bovendien bieden de verblijfplaatsen (zoals spouwmuren) een mate van isolatie waardoor met name hoge geluiden niet binnendringen in het verblijf. Bovendien blijkt uit verschillende studies dat verblijfplaatsen bekend zijn op plekken met veel lawaai, waaronder klokkentorens (Tauw & Peutz, 2017) en nabij jaarlijkse festivals (Shirley et al, 2001). Negatieve effecten op verblijfplaatsen door geluidsverstoring is daarom niet te verwachten.

Vliegroutes en foerageergebieden van vleermuizen Zoals bij de verblijfplaatsen benoemd zijn op de evenementenlocaties De Meent, Stadhuisplein, Bataviahaven en in de nabije omgeving (<100 meter) van alle evenementenlocaties zijn waarnemingen

16

Quickscan natuurtoets – Parapluplan evenemententerreinen Lelystad

bekend van gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis (uit 2013) en laatvlieger (uit 2013) (NDFF, 2021), waaronder van foeragerende vleermuis (NDFF, 2021). Binnen en nabij alle evenementenlocaties kunnen zowel vliegroutes als foerageergebieden voorkomen. Binnen en aan de rand van De Meent, Agorahof, Stadhuisplein, Bataviahaven zijn verschillende groenstroken en aanliggende wateren aanwezig. Dit vormt potentieel foerageergebied voor soorten als gewone dwergvleermuis, laatvlieger of meervleermuis. Verder kunnen de beplantingsstructuren en gebouwlijnen gebruikt worden als vliegroute. Tijdens evenementen zijn in de omgeving voldoende alternatieve foerageergebieden aanwezig. Hierdoor zal tijdens de evenementen geen onmisbaar foerageergebied verloren gaan. Door de tijdelijke aard van de evenementen gaan foerageergebieden niet permanent verloren. Bestaande groenstroken, bomenrijen en gebouwstructuren blijven behouden waardoor geen permanent negatief effect optreedt op de aanwezigheid van vliegroutes. Bovendien zijn vleermuizen voor foerageergebieden en vliegroutes in de stad niet van één specifieke locatie afhankelijk en zijn voldoende alternatieven voorhanden. Hierdoor is geen sprake van aantasting van onmisbaar foerageergebied of vliegroutes door toekomstige evenementen.

Advies (vleermuizen) Om verstoring van verblijfplaatsen te voorkomen dienen eventuele locaties met verblijfplaatsen (gevels) niet direct verlicht te worden. De verblijfplaatsen kunnen ook afgeschermd worden. 3.2.2

Grondgebonden zoogdieren Soorten van de Habitatrichtlijn, de verdragen van Bern en Bonn en soorten zonder een provinciale vrijstelling Op basis van bekende waarnemingen (NDFF, 2021) en de terreinkenmerken is de aanwezigheid van bever, otter en kleine marterachtigen te verwachten. De mogelijke aanwezigheid van deze soorten wordt hieronder nader beoordeeld. Vaste verblijfplaatsen van overige zoogdieren beschermd onder artikel 3.5 Wnb (soorten van de Habitatrichtlijn en de Verdragen van Bern en Bonn) en artikel 3.10 Wnb (Andere soorten zonder provinciale vrijstelling) worden op basis van de terreinkenmerken, habitateisen en bekende verspreidingsgegevens uitgesloten. Bever Bever komt voor in overgangsgebieden tussen water en land, zoals moerassen en oeverzones van beken rivieren en meren. Ze hebben hun verblijfplaats in holen of in burchten. Ze graven hun holen vanaf onder het wateroppervlak de oeverzone in. In het droge deel van de oever wordt de slaapplaats aangelegd. De bever leeft solitair of in een kleine familiegroep (Zoogdiervereniging, 2021). De Meent, Agorahof, Stadhuisplein Op >250 meter van het Agorahof is een waarneming bekend (ter plaatse, NDFF, 2021). Verder zijn op diverse meetpunten op >500 meter van De Meent, Agorahof en Stadhuisplein diverse waarnemingen van beversporen bekend (Protocol 17.207 Verspreidingsonderzoek Bever en Otter; NDFF 2021).

Waarnemingen van verblijfplaatsen ontbreken binnen een straal van 500 meter. Binnen de genoemde evenementenlocaties zijn geen watermassa’s of oevers aanwezig. Op basis van bekende waarnemingen, terreinkenmerken en habitateisen zijn op of nabij deze evenementenlocaties geen verblijfplaatsen of onmisbaar foerageergebied te verwachten. Negatief effect op bever en eventuele vervolgstappen zijn niet aan de orde.

17

Quickscan natuurtoets – Parapluplan evenemententerreinen Lelystad

Bataviahaven In en nabij (>200 meter) evenementenlocatie Bataviahaven zijn eveneens diverse waarnemingen van beversporen bekend (Protocol 17.207 Verspreidingsonderzoek Bever en Otter; NDFF 2021). Gedocumenteerde waarnemingen van territoriumgedrag zijn op minimaal 800 meter van evenementenlocatie Bataviahaven bekend (NDFF, 2021). Tijdens het veldbezoek zijn geen verblijfplaatsen aangetroffen in of nabij (<100 meter) de evenementenlocatie aangetroffen. De oever aan de noordkant van het evenemententerrein Bataviahaven biedt mogelijk wel marginaal foerageergebied. Er is geen sprake van onmisbaar foerageergebied in en nabij (<100 meter) de evenementenlocatie. Op basis van de bekende waarnemingen, terreinkenmerken en habitateisen is negatief effect op bever niet aan de orde. Het nemen van vervolgstappen is niet aan de orde. Kleine marterachtigen (wezel, bunzing) Onder kleine marterachtigen vallen onder andere de bunzing en wezel. De bunzing komt met name voor in kleinschalig landschap met voldoende schuilmogelijkheden en oppervlaktewater in de buurt. De soort komt ook voor in vrij open terreinen, zoals weidegebieden met sloten. De soort foerageert overal in het leefgebied, met name op kleine dierlijke prooien. Verblijfplaatsen van bunzing zijn divers.

Ze kunnen komen voor in zelf gegraven of verlaten holen (bijvoorbeeld van konijn), holtes van bomen of bijvoorbeeld onder steenhopen (Zoogdiervereniging, 2021A). Wezels leven bij voorkeur in open, droog natuur- en cultuurlandschap, en komt in veel verschillende biotopen voor (o.a. bossen, weide- en akkerland). Ze zoeken dekking in o.a. bosschages, houtstapels of heggen. In het leefgebied foerageren ze vooral op woelmuizen, maar ook op allerlei andere dierlijke prooien. Wezels doorkruisen hun leefgebied regelmatig en slapen op verschillende rustplaatsen in dat gebied. Verblijfplaatsen bevinden zich vaak in oude holen van muizen, ratten en konijnen (Zoogdiervereniging, 2021A). De ruigtevegetatie en aanliggende bosschages nabij de evenemententerrein Bataviaplein vormen mogelijk geschikt leefgebied voor kleine marters zoals wezel of bunzing. Van wezel zijn geen waarnemingen bekend, van bunzing is op > 100 meter van de evenementenlocatie een waarneming bekend (NDFF, 2021). Binnen het evenemententerrein Bataviahaven (en overige evenementenlocaties) worden geen verblijfplaatsen verwacht door de grote mate van verharding en bij gebrek aan rommelhoekjes en ophopingen van strooisel.

Door de dempende werking van de tussenliggende bosschages wordt de functionaliteit van eventuele nabije verblijfplaatsen onder de bosschages of in het achterliggende verruigde veld niet aangetast door de evenementen op het nabijgelegen evenemententerrein. Het nemen van vervolgstappen is niet aan de orde. Steenmarter Steenmarter komt onder meer voor in parkachtige landschappen met kleine landschapselementen zoals bosjes, heggen en stroken met ruige vegetatie. Het is een cultuurvolger die als verblijfplaats vaak gebruik maakt van gebouwen zoals schuren op boerenerven. Binnen het leefgebied heeft de steenmarter vaak meerdere schuilplaatsen zoals ruimtes in of onder bebouwing, boomholtes en takkenhopen. Tijdens het foerageren worden ‘s nachts afstanden van enkele kilometers afgelegd (Zoogdiervereniging, 2021A). Van steenmarter zijn op of nabij de evenementenlocaties geen waarnemingen bekend (NDFF, 2021). De soort is niet wijdverspreid in Flevoland, maar wel in de regio Lelystad bekend (Zoogdiervereniging, 2021B). Mogelijk biedt bebouwing in of nabij de evenementenlocaties geschikte verblijfplaatsen voor de soort. De soort is gewend aan enige mate van verstoring, de evenementen op de evenementenlocaties leiden bovendien niet tot een fysieke aantasting van verblijfplaatsen. De

18

Quickscan natuurtoets – Parapluplan evenemententerreinen Lelystad

functionaliteit van eventuele nabije verblijfplaatsen wordt daarom niet aangetast door de evenementen op het nabijgelegen evenemententerrein. Het nemen van vervolgstappen is niet aan de orde. Otter De otter leeft in oeverzones van zoete wateren, zoals meren, plassen, rivieren, kanalen, beken en moerassen. Rustplaatsen bevinden zich in dichte (oever)vegetaties, zoals riet, of struwelen. De locatie van de rustplaats kan per dag verschillen. Belangrijk is dat er voldoende dekking en rust is (Zoogdiervereniging, 2021A). De Meent, Agorahof, Stadhuisplein Op de evenementenlocaties De Meent, Agorahof en Stadhuisplein zijn geen watergangen en oevers aanwezig. Agorahof en Stadhuisplein zijn verhard en volledig omringd door bebouwing, waarnemingen van otter ontbreken op of in de nabije (> 500 meter) omgeving. Op circa 40 meter van De Meent, aan de overkant van de rondweg, ligt een watergang. De dichtstbijzijnde waarneming van otter is echter gemeld op 450 meter ten westen van De Meent (ter plaatse; NDFF, 2021). Op basis van de bekende waarnemingen, terreinkenmerken, tussenliggende bebouwing en/of infrastructuur en habitateisen is een negatief effect op otter niet aan de orde. Het nemen van vervolgstappen is niet aan de orde.

Bataviahaven Op 250 meter ten noordoosten van evenemententerrein Bataviahaven, deelgebied Bataviaplein, is een waarneming bekend (prenten en uitwerpselen; NDFF, 2021). In of nabij de havenplaats zijn geen andere waarnemingen bekend (NDFF, 2021). De aanliggende kustzone en oevers met begroeiing (bij de Oostvaardersdijk) bieden mogelijk geschikt leefgebied. Er wordt er van uitgegaan dat vaartuigen enkel bij aangewezen aanlegplaatsen aanmeren. Hierdoor worden eventuele verblijfplaatsen in de verruigde oeverzones niet geschaad. Er is verder geen sprake van onmisbaar foerageergebied in en nabij (<100 meter) de evenementenlocatie, er is voldoende alternatief foerageergebied voorhanden. Op basis van de bekende waarnemingen, terreinkenmerken en habitateisen is een negatief effect op otter niet aan de orde. Het nemen van vervolgstappen evenmin aan de orde. Algemeen beschermde soorten met provinciale vrijstelling Op de evenementenlocaties zijn vaste verblijfplaatsen van algemene grondgebonden zoogdiersoorten te verwachten. Dit zijn onder andere bosmuis, huisspitsmuis, veldmuis en egel. Bij de evenementen wordt niet verwacht dat deze grondgebonden zoogdieren of vaste verblijfplaatsen van deze soorten geschaad worden.

Bovendien geldt in de provincie Flevoland in voorliggende situatie vrijstelling van de verbodsartikelen uit de Wet natuurbescherming, waardoor het nemen van vervolgstappen niet aan de orde is.

3.3

Vogels Bij broedvogels wordt onderscheid gemaakt in twee categorieën met een verschillend beschermingsregime (zie ook kader 3.2): soorten met jaarrond beschermde nesten en overige broedvogels. Voor de twee beschermingsregimes is eerst vastgesteld of nestlocaties aangetroffen of te verwachten zijn. Om herhaling te voorkomen is een afsluitende paragraaf opgenomen met het oog op de gevolgen en eventuele mitigerende maatregelen voor (mogelijk) aanwezige soorten.

19

Quickscan natuurtoets – Parapluplan evenemententerreinen Lelystad

3.3.1

Soorten met jaarrond beschermde nesten Van veel broedvogels zijn de nesten alleen gedurende het broedseizoen beschermd. Voor een aantal vogelsoorten geldt dat de nestlocaties, inclusief de functionele omgeving, jaarrond beschermd zijn (kader 3.2). Kader 3.2 Broedvogels met jaarrond beschermde nestplaatsen in Flevoland Onder jaarrond beschermde nesten van broedvogels wordt in Flevoland verstaan: in functie zijnde nesten van boerenzwaluw, bosuil, gierzwaluw, grote gele kwikstaart, huismus, kerkuil, ransuil, roek, slechtvalk, steenuil en torenvalk. Voor sommige andere soorten geldt dat de nesten jaarrond beschermd zijn tenzij ecologische omstandigheden dat rechtvaardigen. Hiertoe heeft zowel de provincie Flevoland een aanvullende lijst met soorten opgenomen. Dit zijn nesten van boomvalk, buizerd, havik, oehoe, ooievaar, raaf, rode wouw, sperwer, wespendief, zwarte wouw en zeearend. Daarnaast heeft de provincie voor nesten van blauwe reiger, draaihals, groene specht, grote bonte specht, huiszwaluw, ijsvogel, kleine bonte specht, middelste bonte specht, oeverzwaluw, spreeuw, tapuit en zwarte specht vastgesteld dat deze niet jaarrond beschermd zijn, behalve wanneer door aantasting de lokale staat van instandhouding van de soort in het geding komt. (Op basis van Beleidsregels Uitvoering Wet natuurbescherming Flevoland 2016, geldend vanaf 28-01-2021)

Huismus en gierzwaluw In en nabij de verschillende evenementenlocaties zijn waarnemingen bekend van huismus en gierzwaluw (NDFF, 2021). Huismus maakt het nest met name onder dakpannen en in gaten en kieren van gebouwen. Gierzwaluw is eveneens een gebouwbewonende soort en maakt het nest onder dakpannen, in gaten en kieren achter regenpijpen van gebouwen. Nestlocaties liggen vrijwel nooit onder de drie meter en doorgaans niet in de nabije omgeving van bomen. De bebouwing liggend aan verschillende evenementenlocaties biedt potentieel geschikte nestlocaties voor huismus en gierzwaluw. Van huismus zijn op of nabij evenementenlocaties Agorahof, Stadhuisplein en Bataviahaven (alle deelgebieden) tijdens het veldbezoek nestlocaties aangetroffen (zie ook figuur 3.2). Aanwezigheid van jaarrond beschermde nestplaatsen van huismus en gierzwaluw is daarom voor geen van de evenementenlocaties niet uit te sluiten.

Figuur 3.2 Nestlocatie huismus onder de overkapping aan de zuidzijde van de evenementenlocatie Agorahof (D. Pruijs, 11 augustus 2021).

20

Quickscan natuurtoets – Parapluplan evenemententerreinen Lelystad

Boerenzwaluw In de bebouwing in het winkelcentrum Bataviastad ten noorden van deelgebied Bataviaplein zijn nestlocaties van boerenzwaluwen bekend (NDFF, 2021) en aangetroffen (ca. 80 meter van deelgebied Bataviaplein). De nestlocaties liggen, ten gevolge van tussenliggende bebouwing, buiten de invloedszone van evenementen op evenementenlocatie Bataviahaven. Vervolgstappen ten aanzien van jaarrond beschermde nestlocaties van boerenzwaluw zijn niet aan de orde. Roofvogels (buizerd, torenvalk) De bosschages ten oosten van deelgebied Lelylaan (evenementenlocatie Bataviahaven) vormen geschikt biotoop voor nestlocaties van roofvogels zoals buizerd of torenvalk. Buizerd komt voor in bosachtige gebieden, agrarische of open landschappen, torenvalk komt voor in afwisselend landschappen en stedelijke omgevingen. Aanwezigheid van bosschages en open terreinen zoals parken of weilanden is een vereiste (Sovon, 2021). Het oostelijker gelegen verruigde veld vormt potentieel foerageergebied. Van beide soorten zijn in of nabij (< 100 meter) evenementenlocatie Bataviahaven verschillende waarnemingen (ter plaatse, overvliegend en jagend) gedocumenteerd (NDFF, 2021). Gedurende het veldbezoek zijn geen nestlocaties waargenomen.

Op basis van de terreinkenmerken en habitateisen zijn toekomstige jaarrond beschermde nestlocaties in de bosschages gelegen aan de oostelijke rand van evenementenlocatie Bataviahaven (deelgebied Lelylaan) echter niet uit te sluiten. Overige broedvogels met jaarrond beschermd nest Op basis van de terreinkenmerken, habitateisen en bekende verspreidingsgegevens (NDFF, 2021) zijn in en nabij de evenementenlocaties (< 100 meter) geen jaarrond beschermde nesten van andere broedvogelsoorten verwachten. Overige broedvogels met mogelijk jaarrond beschermd nest, indien onvoldoende alternatieve locaties aanwezig zijn Op basis van de terreinkenmerken, habitateisen en bekende verspreidingsgegevens zijn in en nabij de evenementenlocaties (< 100 meter) mogelijk jaarrond beschermde nesten van onder andere grote bonte specht, spreeuw en huiszwaluw te verwachten. Voor deze soorten zijn voldoende uitwijkmogelijkheden in de nabije omgeving voorhanden (zoals struweel, bomen, woningen of oevervegetatie) waardoor de nesten niet als jaarrond beschermd nest gekwalificeerd zijn. 3.3.2

Overige broedvogels Door de aanwezigheid van groenstructuren en bomen in en rondom de evenementenlocaties is potentieel broedbiotoop aanwezig voor algemene vogelsoorten van tuinen, struweel en park zoals merel, winterkoning, koolmees, Turkse tortel, vink of houtduif. Bij evenementenlocatie Bataviahaven is vanwege de aanwezigheid van oevervegetatie aan de Oostvaardersdijk potentieel broedbiotoop voor watervogels zoals meerkoet aanwezig.

3.3.3

Nadere analyse effecten jaarrond beschermde nesten en algemene broedvogels Directe aantasting Voor alle inheemse vogelsoorten geldt een verbod op handelingen die soorten, nesten, eieren of vaste rust- of verblijfplaatsen vernielen/beschadigen (artikel 3.1 lid 2 Wnb). In geval van de evenementen is hiervan geen sprake. Bomen, groenstructuren of oevervegetaties worden niet aangetast. Evenementen vinden plaats op gazon, bestrating of open water waar geen nesten van vogels aanwezig zijn. Voor water-gerelateerde evenementen wordt aangenomen dat vaartuigen enkel

21

Quickscan natuurtoets – Parapluplan evenemententerreinen Lelystad

aanmeren op de bestaande aanlegplaatsen in de havenkom. Beschadiging of vernieling van jaarrond beschermde nesten en nestlocaties van broedvogels is uitgesloten. Indirecte aantasting (verstoring) Volgens artikel 3.1 lid 4 van de Wet natuurbescherming is het verboden vogels opzettelijk te verstoren. In het kader van de Wet natuurbescherming wordt voor het broedseizoen geen standaardperiode gehanteerd, omdat deze per soort en vaak per jaar kan verschillen. Van belang is of een broedgeval wordt verstoord, ongeacht de datum. Voor de meeste soorten kan de periode tussen half maart en half juli worden aangehouden als broedseizoen. Maar de houtduif en Turkse tortel kunnen soms tot wel in december tot broeden komen. Artikel 3.1 lid 5 van de Wet natuurbescherming geeft verder aan dat het verbod op verstoren niet van toepassing is, indien de verstoring niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort. Als door verstoring een nestlocatie onbruikbaar wordt, of als de gunstige staat van instandhouding negatief beïnvloed wordt door verstoring, dan is sprake van een overtreding van de verbodsbepaling. Vogelsoorten kunnen verstoord worden door optische verstoring, geluid en licht. De gevoeligheid van optische verstoring is afhankelijk van de soort.

Tijdelijke verlichting zoals gebruikt op evenementendagen heeft in principe enkel een tijdelijk effect. Dergelijke verlichting is van dermate tijdelijke aard dat deze niet van invloed is op het verlaten van nesten of het broedsucces (Tauw, 2018). Op alle evenementenlocaties is bovendien al sprake van een bestaande verstoorde situatie door aanwezigheid van straatverlichting. Voor geluidsverstoring wordt voor vogels op het nest een grens van 80 dB(A)4 aangehouden. Hierboven is er kans dat de vogels hun nest (permanent) verlaten. Tijdens de vestigingsfase (15 maart – 15 mei) is dit risico het grootst. Er blijkt echter ook dat vogels relatief snel weer terugkeren naar het nest, ook wanneer de geluidsbron nog aanwezig was (Tauw, 2018). Voor de evenementenlocaties wordt een maximum van 80 db(A) aangehouden (Gemeente Lelystad, 2021), waardoor onder deze algemene geluidsverstoringsgrens gebleven wordt. Mogelijk treedt er dus enige mate van optische -, licht- en geluidsverstoring van vogels op door de evenementen, maar leidt dit niet meteen tot het verlaten van nesten of verminderd broedsucces. De verstoring is daarmee niet van wezenlijke invloed op de staat van instandhouding van aanwezige soorten. Overtreding van de verbodsbepalingen van de Wet natuurbescherming ten aanzien van jaarrond beschermde nesten en broedvogels treedt niet op.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Lelystad&id=eb235638-838a-48ab-81b2-1c573c435181