Ontwerp programmabegroting 2026 - 2029
Tekst van het document
ONTWERP PROGRAMMABEGROTING 2026 MEERJARENRAMING 2027 - 2029
Inhoudsopgave Ontwerp programmabegroting 2026 en meerjarenraming 2027 - 2029 1. 2. 3.
BESTUURLIJKE BOODSCHAP ............................................................................. 2 LEESWIJZER .................................................................................................... 5 BELEIDSBEGROTING ......................................................................................... 7 3.1 TAAKVELDEN............................................................................................. 7 0. BESTUUR EN ONDERSTEUNING ............................................................................7 1. VEILIGHEID ......................................................................................................19 2. VERKEER, VERVOER EN WATERSTAAT ...............................................................22 3. ECONOMIE .......................................................................................................27 4. ONDERWIJS .....................................................................................................33 5. SPORT, CULTUUR EN RECREATIE.......................................................................38 6. SOCIAAL DOMEIN .............................................................................................46 7. VOLKSGEZONDHEID EN MILIEU ..........................................................................59 8. VOLKSHUISVESTING, RUIMTELIJKE ORDENING EN STEDELIJKE VERNIEUWING ....... 67
3.2
PARAGRAFEN .......................................................................................... 71
1. LOKALE HEFFINGEN .........................................................................................71 2. WEERSTANDSVERMOGEN EN RISICOBEHEERSING ..............................................80 3. ONDERHOUD KAPITAALGOEDEREN ....................................................................88 4. FINANCIERING ..................................................................................................90 5. BEDRIJFSVOERING ...........................................................................................94 6. VERBONDEN PARTIJEN .....................................................................................96 7. GRONDBELEID ...............................................................................................112 8. INTERBESTUURLIJK TOEZICHT .........................................................................114 9. ONDERZOEKSAGENDA ....................................................................................119 10. OPENBAARHEIDSPARAGRAAF .......................................................................120
4.
FINANCIËLE BEGROTING ............................................................................... 121 4.1 OVERZICHT VAN BATEN EN LASTEN EN TOELICHTING ................................. 121 4.2 VOORGESTELDE BEGROTINGSBIJSTELLINGEN .......................................... 123 4.3 ACTUALISATIE RESERVE ONTWIKKELING STAD ......................................... 150 4.4 UITEENZETTING FINANCIËLE POSITIE ........................................................ 155 SUBSIDIEOVERZICHT .................................................................... 160 BBV INDICATOREN....................................................................... 172
1.
Bestuurlijke boodschap
Geboren op de rijke kleigronden uit het water van de Zuiderzee. Zo ontstond Lelystad als stad van de voortuitgang. Als naamgever van deze stad zag visionair Cornelis Lely grote kansen voor een boeiende combinatie van stedelijke, agrarische en recreatieve ontwikkelingen. Nu na 60 jaar staat Lelystad voor de uitdaging om haar oorspronkelijke idealen te vertalen naar de huidige realiteit. Lelystad is inmiddels een volwassen en volwaardige stad geworden en de ambitie ligt er om versneld door te groeien naar een omvang van 120.000 inwoners.
Het raadsakkoord als basis
Met het raadsakkoord als basis zijn er deze bestuursperiode mooie ontwikkelingen gerealiseerd en in gang gezet. Het raadsakkoord bracht verbinding en faciliteerde het scherpe debat op een andere manier dan voorheen. Het college waardeert de constructieve opstelling van de raad en is trots op de resultaten die tot dusver zijn behaald. Conform de motie van de raad zal het college – uiterlijk in januari 2026 – een slotevaluatie uitvoeren en daarover met de inwoners communiceren. In dit laatste volledige jaar voorafgaand aan de nieuwe bestuursperiode vindt nog volop besluitvorming plaats en wordt hard gewerkt aan de toekomst van de stad. Het college zal zich daar met veel enthousiasme in blijven zetten, met het raadsakkoord als basis. In de gemeentelijke planning- en control cyclus neemt de kadernota een centrale plek in. Het is één van de belangrijkste documenten voor de raad om richting te geven aan het gemeentelijk beleid en de financiën. De kadernota geeft het college duidelijkheid over wat er in de ontwerp programmabegroting moet worden opgenomen. Denk aan de financiële kaders die gebruikt moeten worden en de politieke en maatschappelijke prioriteiten die daarin een plek moeten krijgen. Met het vaststellen van de kadernota 2026 – 2029 heeft de raad het college de volgende kaders meegegeven:
Kadernota 2026 - 2029
1. Financiële kaderstelling Het geactualiseerde financieel perspectief in de kadernota 2026 – 2029 liet in de eerste jaarschijven een beperkt tekort zien. Met ingang van 2029 liep het tekort echter op tot een bedrag van ruim €6,5 miljoen structureel. Belangrijke nuancering daarbij was dat er nog veel onzeker was en dat er wellicht nog gerekend kon worden op extra geld vanuit het Rijk. Zo werden er op dat moment nog gesprekken gevoerd tussen de VNG en het Rijk over een tegemoetkoming voor het ravijnjaar en compensatie voor de structurele tekorten binnen de jeugdzorg. Wat nog meer meespeelde was dat er in de afgelopen jaren sprake was van aanzienlijke rekeningresultaten. Het college heeft in de kadernota uiteen gezet dat een aanzienlijk deel van deze afwijkingen incidenteel van aard is, maar dat op onderdelen wellicht strakker begroot kan worden. Voorbeelden zijn de inkomsten uit de onroerende zaakbelasting, de inkomsten uit het gemeentefonds, de inkomsten uit bouwleges en de budgetten op het vlak van treasury. Ook is aangegeven dat kritisch gekeken kan worden naar de beschikbare budgetten voor het kunnen compenseren van loon- en prijsontwikkelingen. Het college heeft daarop de opdracht gekregen de mogelijkheden op dit vlak nader te onderzoeken.
Op basis van bovenstaande werd ingeschat dat het uiteindelijke tekort in de ontwerp programmabegroting nog wel eens lager uit zou kunnen vallen, met name in de eerstkomende jaren. Het tekort in 2029 zou naar verwachting niet volledig verdwijnen, maar vanuit de raad was er veel begrip voor het collegevoorstel om nu niet over te gaan tot een nieuwe bezuinigingsoperatie. Het belangrijkste argument hiervoor was dat de raad vorig najaar al een omvangrijk pakket met ombuigingsmaatregelen heeft vastgesteld, oplopend tot een bedrag van bijna €20 miljoen structureel. Mocht het doorvoeren van ombuigingen uiteindelijk onontkoombaar blijken te zijn om jaarschijf 2029 sluitend te maken is dat iets waarover in de nieuwe bestuursperiode een weloverwogen afweging gemaakt kan worden. Dit procesvoorstel is door de raad bekrachtigd met het vaststellen van de kadernota 2026 – 2029.
Ontwerp programmabegroting 2026 en meerjarenraming 2027 – 2029 (vóór raadsbehandeling) 2
2. Inhoudelijke kaderstelling De raad heeft bij de behandeling van de kadernota 2026 – 2029 in totaal 12 amendementen en 18 moties aangenomen. Deze amendementen zijn conform verwerkt en de uitvoering van de diverse moties wordt via de reguliere weg door het college opgepakt. Bij een aantal moties ligt er een directe koppeling met deze ontwerp programmabegroting 2026 – 2029. Bijvoorbeeld omdat de raad in de motie het college verzoekt / oproept / opdraagt om bij de programmabegroting te komen met een inhoudelijke uitwerking of een concreet voorstel. Het college heeft deze politieke en maatschappelijke prioriteiten als leidraad genomen bij het opstellen van deze ontwerp programmabegroting 2026 – 2029. Voor elk van onderstaande moties ligt er dan ook een concreet uitgewerkt voorstel dat aan de raad ter besluitvorming wordt voorgelegd. -
Capaciteit stadstoezicht (M03-M07) Digitale soevereiniteit (M06 – M02) Noodzakelijke modernisering Kubus (M07-M05) Nieuw poppodium (M08-M12) Opfrisactie Stadhart (M10-M04) Jongerenwerk, Versterken van de Basis, Wachtverzachter (M11-M08) Jeu de Boules (M13 – M19) Renovatie en herinrichting begane grond stadhuis (M24-M25) Veldbehoefte voetbal (M26-M27) Inzet onderuitputting realisatie maatschappelijk vastgoed (M27-M28)
Bij het opstellen van de ontwerp programmabegroting 2026 – 2029 heeft het Ontwerp programmabegroting 2026 - 2029 college de financiële- en inhoudelijke kaders zoals hierboven staan beschreven als leidraad gebruikt. Verder is gebruik gemaakt van de meest actuele informatie zoals we die nu kennen, teneinde de gemeentelijke boekhouding zo reëel mogelijk te houden. De onontkoombare ontwikkelingen en actualisaties die bij de kadernota 2026 – 2029 nog niet (volledig) in beeld waren komen uitgewerkt terug in deze ontwerp programmabegroting. Verbetering van het financieel perspectief Het financieel perspectief heeft zich – conform wat al werd verwacht – gunstig ontwikkeld. Voornaamste oorzaak hiervan is dat het Rijk gemeenten deels tegemoet is gekomen met betrekking tot het ravijnjaar (zie ook de op 24 juni met de raad gedeelde informatienota met kenmerk 25.270). Daarnaast is er kritisch gekeken naar de structurele doorwerking van enkele grotere meevallers die zich in de afgelopen jaren steeds voordeden in de jaarrekening. In deze ontwerp programmabegroting wordt voorgesteld om – daar waar het kan – voortaan strakker te gaan begroten. Het gaat dan om de inkomsten uit de onroerende zaakbelasting, de inkomsten uit het gemeentefonds en de budgetten op het vlak van treasury.
De consequentie van het strakker begroten is dat er minder snel sprake zal zijn van een voordelig rekeningresultaat bij deze onderdelen, of dat er zelfs sprake is van een nadeel als het tegenzit. Deze lijn is goed verdedigbaar, omdat het voorkomt dat er op dit moment verdere bezuinigingen moeten worden doorgevoerd. Het strakker begroten van de inkomsten uit bouwleges wordt echter niet als realistisch gezien, omdat de jaarrekeningresultaten in de afgelopen jaren voornamelijk werden veroorzaakt door vergunningaanvragen voor realisatie van enkele zeer grote bedrijfsgebouwen. De bebouwing van deze grote bedrijfskavels is echter eindig en dat geldt ook voor de forse meevallers waar in de afgelopen jaren nog sprake van was. Ook op het vlak van loon- en prijscompensatie worden er geen mogelijkheden gezien om nog strakker te begroten. Zoals ook door de VNG al meermaals is aangegeven worden gemeenten niet afdoende gecompenseerd voor de effecten van inflatie. Dat wordt ook duidelijk zichtbaar in de praktijk, bijvoorbeeld bij de tarieven die gemeenten moeten betalen voor jeugdzorg en de Wmo. De schaarse middelen die hiervoor beschikbaar zijn gesteld kunnen dan ook niet worden gemist.
Doordat er afspraken zijn gemaakt over een nieuwe CAO voor gemeenteambtenaren is er echter wel sprake van een voordelig effect, omdat een deel van de eerder gereserveerde middelen voor stijging van de salarissen niet nodig blijkt te zijn.
Ontwerp programmabegroting 2026 en meerjarenraming 2027 – 2029 (vóór raadsbehandeling) 3
Ontwikkelingen jeugdzorg In de kadernota 2026 – 2029 werd al aangegeven dat er een heleboel ontwikkelingen gaande zijn op het gebied van de jeugdzorg. De uitvoering van het knoppenplan is ter hand genomen en er zijn de nodige discussies gevoerd over dit onderwerp, zowel met de partijen in het veld als binnen de gemeenteraad. Hervormingen realiseren op dit vlak is niet eenvoudig en vraagt om vasthoudendheid. Dit met een constructieve insteek en een blik gericht op de toekomst. Inmiddels is duidelijk geworden dat het demissionaire kabinet deels tegemoet is gekomen aan de adviezen van de onafhankelijke deskundigencommissie Van Ark (zie ook de op 24 juni met de raad gedeelde informatienota met kenmerk 25.270). Lelystad ontvangt in de jaren 2026 en 2027 in totaal zo’n kleine €10 miljoen als compensatie. Enerzijds als gedeeltelijke compensatie van de tekorten op dit vlak, anderzijds om het groeipad van de ingeboekte bezuinigingen te dempen. Met ingang van 2028 slaat het beeld echter om laat de meicirculaire 2025 zien dat er aanvullende bezuinigingen worden ingeboekt. Ook is duidelijk geworden dat het Rijk dit jaar een compensatie beschikbaar stelt voor de jaren 2023 tot en met 2025. De VNG heeft aangegeven dat hiermee de afspraken worden nagekomen en zal niet naar de rechter stappen.
Wel is het zo dat er nog volop wordt gediscussieerd over de periode 2028 en verder, waarin verdere bezuinigingen dreigen. Het college heeft bij de uitwerking in de ontwerp programmabegroting het advies van de VNG gevolgd en handelt daarbij ook conform de richtlijnen zoals gesteld door de provinciaal toezichthouder. Concreet wordt de raad voorgesteld om vast te houden aan de ingezette koers. De door het Rijk aanvullend beschikbaar gestelde middelen worden tot en met 2027 volledig voor uitvoering van de jeugdzorg gereserveerd. Een eventueel tekort op rekeningbasis kan dan via die weg worden afgedekt. Deze reservering zorgt ervoor dat de ingezette lijn vastgehouden kan worden, zonder dat de gemeente direct financieel in de knel komt wanneer de oplopende taakstelling niet meteen in volle omvang wordt gerealiseerd. De deskundigencommissie Van Ark komt zal in 2027 een nieuw zwaarwegend advies geven voor de jaren 2028 en verder. Op basis van de inzichten van dat moment zal er in de loop van 2027 weer een nieuw meerjarige doorkijk worden opgesteld. Doorwerking aangenomen moties Voor elk van de moties die op de vorige pagina zijn genoemd heeft het college een concrete uitwerking opgenomen in deze ontwerp programmabegroting 2026 – 2029. Deze bijstellingen maken integraal onderdeel uit van het financieel perspectief.
Dit betekent concreet dat de raad wordt voorgesteld dekking beschikbaar te stellen, waarmee bijvoorbeeld het stadstoezicht wordt uitgebreid, het jongerenwerk van structurele dekking wordt voorzien en er een nieuw poppodium gerealiseerd kan worden. Het geactualiseerde financieel perspectief 2026 – 2029 biedt in de eerste jaren de hiervoor benodigde financiële ruimte. Met ingang van 2029 is deze ruimte op dit moment echter niet aanwezig en ontstaat er – wanneer alle voorstellen ongewijzigd worden aangenomen – een tekort van afgerond €3 miljoen. Het gaat veelal om onderwerpen waar structurele dekking voor nodig is en waar al meerdere jaren over wordt gesproken. Het zijn ook onderwerpen die prioriteit hebben bij de raad, wat wederom bevestigd is door de diverse bij de kadernota aangenomen moties. Alles overziend heeft het college de afweging gemaakt om deze uitgewerkte moties ter besluitvorming voor te leggen aan de raad. De consequentie hiervan is wel dat er in de nieuwe bestuursperiode sprake zal zijn van een beperkte ombuigingsopgave met ingang van 2029. Wat het college betreft kan daar op een zorgvuldige manier invulling aan worden gegeven, mocht een ombuiging op termijn noodzakelijk blijken te zijn. Wat betreft het college wordt op deze wijze recht gedaan aan de moties die bij de kadernota zijn aangenomen.
Ontwerp programmabegroting 2026 en meerjarenraming 2027 – 2029 (vóór raadsbehandeling) 4
2.
Leeswijzer
De programmabegroting is opgesteld conform de voorschriften uit het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV). Zo is de financiële begroting ingedeeld op basis van de bij ministeriële regeling voorgeschreven ‘taakvelden’, wordt er inzicht gegeven in diverse financiële kengetallen en is er een bijlage opgenomen waarin de wettelijk verplicht op te nemen beleidsindicatoren inzichtelijk zijn gemaakt. Deze voorschriften over hoe de programmabegroting en jaarstukken moeten worden opgebouwd zorgen voor uniformiteit. Het idee achter deze voorschriften is dat gemeenten met elkaar vergeleken moeten kunnen worden. Door dezelfde regels te hanteren wordt er immers minder ruimte gelaten voor interpretatie door individuele gemeenten. Zoals zichtbaar is in de inhoudsopgave bestaat deze programmabegroting uit een beleidsbegroting en een financiële begroting, plus een aantal bijlagen. Hieronder worden de daarin opgenomen hoofdstukken kort toegelicht. De beleidsbegroting is opgebouwd uit de volgende drie afzonderlijke onderdelen: 3.1 Taakvelden De totale gemeentebegroting is onder te verdelen in clusters (0 tot en met 8), waarbij ieder cluster weer is opgebouwd uit een aantal samenhangende taakvelden (in totaal 69). Binnen dit hoofdstuk wordt inzicht geboden in: a) b) c) d) e) f)
de bijbehorende begrote baten en lasten van de taakvelden in de periode 2026 – 2029; de verantwoordelijke portefeuillehouder(s) en de relatie met de hoofdopgaven uit het raadsakkoord; het antwoord op de vraag of het taakveld onderdeel uitmaakt van de begrotingsmonitoren 2026; de aard van deze activiteiten (wettelijk / gemeentelijk), met daaruit afgeleid een duiding van de beïnvloedbaarheid van deze baten en lasten; de activiteiten die samenhangen met de inzet van deze baten en lasten en wat daarmee beoogd wordt te bereiken; de aan het taakveld gerelateerde beleidsnota’s en indien van toepassing de vermelding van aan dit taakveld verbonden partijen (alleen indien er zowel een bestuurlijk- als financieel belang aanwezig is).
3.2 Paragrafen De paragrafen vormen een dwarsdoorsnede van de gemeentebegroting. Zaken als de gemeentelijke bedrijfsvoering, de financiering en het beleid omtrent de onderhoud van kapitaalgoederen lopen dwars door de hierboven beschreven taakvelden heen. Dit is ook de reden dat het BBV gemeenten verplicht dit type informatie in afzonderlijke paragrafen uit te werken. De financiële begroting is opgebouwd uit de volgende drie afzonderlijke onderdelen: 4.1 Overzicht van baten en lasten en toelichting Binnen dit hoofdstuk wordt er een weergave gegeven van het totaal aan baten en lasten van alle taakvelden bij elkaar opgeteld. De bij het opstellen van de totale gemeentebegroting gehanteerde grondslagen worden daarbij kort uiteengezet. De eindstand zoals hier gepresenteerd is exclusief doorwerking van de in deze ontwerp programmabegroting 2026 – 2029 aan de raad voorgestelde begrotingsbijstellingen. 4.2 Voorgestelde begrotingsbijstellingen Binnen dit hoofdstuk worden alle voorgestelde bijstellingen op de begroting en meerjarenraming uiteen gezet. Dit zijn voorgestelde bijstellingen ten opzichte van de eindstand van de kadernota 2026 – 2029. De bijstellingen die in dit hoofdstuk zijn onderverdeeld in de volgende categorieën: A. Onontkoombaar / actualisaties B. Gemeentefonds C. Overig
Ontwerp programmabegroting 2026 en meerjarenraming 2027 – 2029 (vóór raadsbehandeling) 5
De bijstellingen die vallen onder categorie ‘A. Onontkoombaar / actualisaties’ hebben betrekking op ontwikkelingen die na het opstellen van de kadernota 2026 – 2029 duidelijk zijn geworden. In de benaming van iedere bijstelling wordt aangegeven of het gaat om een ‘actualisatie’ van bestaand budget, dan wel een bepaalde ontwikkeling die als onontkoombaar beschouwd kan worden. De bijstellingen die vallen onder categorie ‘B. Gemeentefonds’ hebben betrekking op de mutaties binnen de uitkering die de gemeente ontvangt uit het gemeentefonds. Over de mutaties naar aanleiding van de meicirculaire 2025 is de raad eerder al geïnformeerd via een informatienota met kenmerk 25.270. De mutaties naar aanleiding van de septembercirculaire 2025 worden in deze categorie eveneens betrokken bij de actualisatie van het financieel perspectief 2026 – 2029. De bijstellingen die vallen onder categorie ‘C. Overig’ omvatten voornamelijk uitwerkingen van door de raad aangenomen moties, aangevuld met enkele andere ontwikkelingen. Deze bijstellingen vallen strikt gezien niet onder de twee eerder genoemde categorieën. Na verwerking van de voorgestelde begrotingsbijstellingen is er in de eerste jaren sprake van structureel en reëel begrotingsevenwicht. Met ingang van 2029 is er sprake van een structureel tekort.
4.3 Voorgestelde inzet incidentele middelen In dit hoofdstuk worden een aantal bijstellingen met een incidenteel karakter ter besluitvorming aan de raad voorgelegd. Dekking vindt plaats ten laste van de reserve ontwikkeling stad. 4.4 Uiteenzetting financiële positie Binnen dit hoofdstuk wordt ingegaan op de gemeentelijke balans. Er wordt inzicht geboden in de gemeentelijke reservepositie en de voorzieningen. Dit hoofdstuk heeft een relatie met de paragraaf Inter Bestuurlijk Toezicht (IBT), waarin wordt ingegaan op diverse financiële ratio’s en kengetallen (aan de hand van de drie pijlers: begrotingsevenwicht, weerstandsvermogen en schuldpositie). Bijlagen In deze programmabegroting zijn enkele bijlagen opgenomen. Bijvoorbeeld de bij ministeriële regeling verplicht op te nemen beleidsindicatoren per taakveld en diverse overzichten op het gebied van subsidieverstrekking.
Ontwerp programmabegroting 2026 en meerjarenraming 2027 – 2029 (vóór raadsbehandeling) 6
3.
Beleidsbegroting
3.1
Taakvelden
0. Bestuur en ondersteuning De taakvelden binnen het cluster ‘0. Bestuur en ondersteuning’ dragen bij aan de uitvoering van de inhoudelijke taakvelden, die onderdeel uitmaken van de verderop beschreven clusters 1 tot en met 8. In de overzichten hieronder wordt per taakveld inzicht geboden in de bijbehorende lasten en baten. Vervolgens wordt per taakveld aanvullende informatie geboden, bijvoorbeeld over de aard van de activiteiten, de beïnvloedbaarheid van de budgetten en de verantwoordelijke portefeuillehouder(s). Indien van toepassing wordt er ingegaan op de concrete doelstellingen voor 2026 en de bij het taakveld betrokken verbonden partijen.
Ontwerp programmabegroting 2026 en meerjarenraming 2027 – 2029 (vóór raadsbehandeling) 7
0. Bestuur en ondersteuning (bedragen x €1.000) Lasten 0.1 Bestuur 0.2 Burgerzaken 0.3 Beheer overige gebouwen en gronden 0.4 Overhead 0.5 Treasury 0.61 OZB woningen 0.62 OZB niet-woningen 0.63 Parkeerbelasting 0.64 Belastingen overig 0.7 Algemene uitkering en overige uitkeringen gemeentefonds 0.8 Overige baten en lasten 0.9 Vennootschapsbelasting (Vpb) Totaal Lasten Baten 0.1 Bestuur 0.2 Burgerzaken 0.3 Beheer overige gebouwen en gronden 0.4 Overhead 0.5 Treasury 0.61 OZB woningen 0.62 OZB niet-woningen 0.63 Parkeerbelasting 0.64 Belastingen overig 0.7 Algemene uitkering en overige uitkeringen gemeentefonds 0.8 Overige baten en lasten 0.9 Vennootschapsbelasting (Vpb) Totaal Baten Eindtotaal
0.10 Mutaties reserves Lasten Baten Totaal 0.10 Mutaties reserves 0.11 Resultaat van de rekening van baten en lasten Lasten Baten Totaal 0.11 Resultaat van de rekening van baten en lasten Eindtotaal
2026
2027
2028
2029
-4.906 -5.444 -802 -38.036 374 -2.169 -11.607 -62.591
-4.863 -5.705 -812 -37.719 555 -2.204 -10.430 -61.179
-4.673 -5.585 -812 -37.699 807 -2.204 -11.070 -61.236
-4.673 -5.236 -812 -37.717 -327 -2.204 -12.811 -63.780
82 1.441 899 416 1.474 15.779 20.068 2.490 586 219.244 262.479 199.887
82 1.602 899 566 1.374 15.779 20.068 2.490 586 220.200 263.645 202.466
82 1.491 899 566 1.174 15.779 20.068 2.490 586 221.066 264.201 202.965
82 1.155 899 566 774 15.779 20.068 2.490 586 220.623 263.021 199.241
2026
2027
2028
2029
-1.084 14.080 12.996
-1.084 7.993 6.910
-875 5.132 4.257
-650 2.959 2.309
1.457 1.457 14.453
1.903 1.903 8.813
2.712 2.712 6.969
6.566 6.566 8.875
Ontwerp programmabegroting 2026 en meerjarenraming 2027 – 2029 (vóór raadsbehandeling) 8
0.1
Bestuur
Hoofdopgave raadsakkoord: Portefeuillehouder(s): A.E.H. Baltus Portefeuillehouder(s): Onderdeel begrotingsmonitor 2026:
Lasten Baten
Nee
2026 -4.906 82
2027 -4.863 82
Aard activiteiten: Beinvloedbaarheid lasten Beinvloedbaarheid baten:
Bedragen x €1.000
2028 -4.673 82
2029 -4.673 82
Wettelijk [ 0 % - 20 %] [0%]
Context Op basis van artikel 6 van de gemeentewet is het voor een gemeente verplicht om een gemeenteraad, een college en een burgemeester te hebben. Daarnaast verplicht de gemeentewet iedere gemeente om een rekenkamer of een rekenkamerfunctie vorm te geven (artikel 81a t/m 81k en artikel 182 t/m 185). Verder is het in de gemeentewet de verplichting een griffie te hebben (artikel 107 t/m 107e gemeentewet). Wat willen we bereiken? We streven naar een goed bestuur van de stad. In dit taakveld zijn de lasten opgenomen die direct verband houden met de gemeentelijke bestuursorganen en de directe ondersteuning daarvan. - Het college van burgemeester en wethouders; - De gemeenteraad en de raadscommissies; - De ondersteuning en advisering van de raad in de vorm van een griffie; - De lokale rekenkamer; - Landelijke- en regionale bestuurlijke samenwerkingsverbanden (Vereniging van Nederlandse Gemeenten, G40, Platform 31 en Lelystad Next Level) De beïnvloedbaarheid van de lasten binnen dit taakveld is vrij beperkt. Zo is het aantal raadsleden wettelijk voorgeschreven, evenals de hoogte van de bijbehorende vergoeding voor het raadswerk. De lasten behorende bij het college staan in direct verband met het aantal collegeleden. De lasten behorende bij de raad staan in direct verband met het aantal raadsleden, fracties en fractieassistenten.
Met ingang van de bestuursperiode 2022-2026 is het aantal raadsleden toegenomen van 35 naar 37 in verband met het bereiken van de grens van 80.000 inwoners. Wat gaan we daarvoor doen? De wijze waarop het gemeentebestuur met elkaar omgaat is van grote invloed op het imago en de bestuurskracht. Om het samenspel te verbeteren zijn er in het raadsakkoord 2022-2026 een aantal afspraken gemaakt, bijvoorbeeld over tijdige informatievoorziening en een duidelijke rolverdeling tussen raad en college. Onderliggende basis van deze afspraak is het onderlinge vertrouwen om samen resultaten voor de stad te boeken. Gerelateerde beleidsnota's Gedragscode integriteit gemeenteraadsleden gemeente Lelystad Gedragscode integriteit collegeleden gemeente Lelystad Gedragscode integriteit ambtenaren gemeente Lelystad
Gerelateerde verbonden partijen -
Ontwerp programmabegroting 2026 en meerjarenraming 2027 – 2029 (vóór raadsbehandeling) 9
0.2
Burgerzaken
Hoofdopgave raadsakkoord: Portefeuillehouder(s): S. Kruis Portefeuillehouder(s): Onderdeel begrotingsmonitor 2026:
Lasten Baten
Nee
2026 -5.444 1.441
2027 -5.705 1.602
Aard activiteiten: Beinvloedbaarheid lasten Beinvloedbaarheid baten:
Bedragen x €1.000
2028 -5.585 1.491
2029 -5.236 1.155
Wettelijk [ 0 % - 20 %] [0%]
Context De gemeente voert een verscheidenheid aan wettelijke verplichtingen uit binnen dit taakveld. De uitvoering hiervan is georganiseerd binnen de Stadswinkel. Naast burgerzaken vormt het klantcontactcentrum een belangrijk onderdeel, dat uitvoering geeft aan de telefonische bereikbaarheid, informatieverstrekking en het opnemen en uitzetten van meldingen over de openbare ruimte. De informatiebalie is het eerste aanspreekpunt voor inwoners, bezoekers en ondernemers die een bezoek brengen aan het stadhuis en vervult daarmee een waardevolle en gastvrije rol in de gemeentelijke dienstverlening. Wat willen we bereiken? In dit taakveld zijn de lasten en baten opgenomen die verband houden met de uitvoering van de diverse wettelijk voorgeschreven burgerzakentaken. De beïnvloedbaarheid van de lasten en baten binnen dit taakveld is vrij beperkt, aangezien het de uitvoering van wettelijke taken betreft en een groot deel van de legesopbrengsten worden gemaximeerd door wettelijke bepalingen. Op basis van artikel 229 van de Gemeentewet brengt de gemeente de kosten in rekening voor deze door de gemeente geleverde diensten, de zogeheten leges. Basistaken De gemeente is verantwoordelijk voor de uitvoering van diverse wettelijke taken, zoals de uitgifte van rijbewijzen, reisdocumenten en het verlenen of intrekken van de Nederlandse nationaliteit.
Basisregistratie Grootschalige Topografie / Adressen en Gebouwen / Ondergrond / Personen De Basisregistratie Grootschalige Topografie (BGT) is een digitale kaart van Lelystad waarop gebouwen, wegen, waterlopen, terreinen en spoorlijnen eenduidig zijn vastgelegd. De kaart bevat veel details, zoals je die in de werkelijkheid ook ziet. Denk aan bomen, wegen en gebouwen. Kortom: de inrichting van de fysieke omgeving. De Basisregistratie Adressen en Gebouwen (BAG) is onderdeel van het overheidsstelsel van basisregistraties. Gemeenten zijn bronhouders van de BAG. Zij zijn verantwoordelijk voor het opnemen van de gegevens in de BAG en voor de kwaliteit ervan. De gegevens over adressen en gebouwen worden centraal beschikbaar gesteld via de Landelijke Voorziening BAG (LV BAG). De Basisregistratie Ondergrond (BRO) bevat gegevens over geologische en bodemkundige opbouw van de Nederlandse ondergrond. De gemeente is verantwoordelijk voor uitvoering van de Basisregistratie Personen (BRP). Dit betreft het bijhouden van persoonsgegevens, de verstrekking van gegevens uit de basisregistratie, de technische en administratieve inrichting en werking en de beveiliging van de basisregistratie. Burgerlijke stand Op basis van het Burgerlijk Wetboek houdt de gemeente diverse registers bij.
Daarnaast voeren we de daarbij behorende taken op onder andere het gebied van huwelijken, geboortes, overlijden en erkenningen uit. Het steeds verder digitaliseren van onze dienstverlening wordt ook hierin toegepast. Verkiezingen Op basis van de Kieswet zijn gemeenten verantwoordelijk voor het organiseren van verkiezingen voor de gemeenteraad, de provinciale staten, de Tweede Kamer der Staten-Generaal, het Europees Parlement en de Waterschappen. In 2026 worden de verkiezingen voor de gemeenteraadsverkiezingen georganiseerd. Wat gaan we daarvoor doen? Inwoners ervaren de dienstverlening van Burgerzaken als gastvrij, persoonlijk en professioneel, waarbij je veilig en betrouwbaar voor je diensten en producten terecht kunt. Burgerzaken staat voor grote veranderingen, waardoor het taakveld aan verandering onderhevig is. Bij de vertaalslag van de systeemwereld naar de leefwereld van de burger, moet een balans worden gevonden in het spanningsveld van optimale dienstverlening en tegelijkertijd kwaliteit van persoonsgegevens, privacy, fraudebestrijding, juridisering en de toenemende digitalisering. Hier ligt de uitdaging om de dienstverlening continu te verbeteren, anders in te richten en tegelijkertijd de persoonlijke benadering, naar een hoger plan te tillen. Kijken naar mogelijkheden en niet naar onmogelijkheden, vereist meer dan ooit hostmanship en vakmanschap.
Om bovenstaande de komende jaren te realiseren gaan we aan de slag met de uitvoering van onze visie op dienstverlening “altijd dichtbij, gastvrij & persoonlijk, deskundig & betrouwbaar, digitaal gemak, effectief & toekomstgericht”. Door kritisch te kijken naar de huidige processen en de juiste keuzes te maken voor de middel- en lange termijn komen wij tot een optimale dienstverlening, digitaal waar dat kan, persoonlijk waar het moet. Gerelateerde beleidsnota's Leges verordening Lelystad 2025
Gerelateerde verbonden partijen -
Ontwerp programmabegroting 2026 en meerjarenraming 2027 – 2029 (vóór raadsbehandeling) 10
0.3
Beheer overige gebouwen en gronden
Hoofdopgave raadsakkoord: 7. Stedelijke Vernieuwing Portefeuillehouder(s): D. Grimbergen Portefeuillehouder(s): S. Kruis Onderdeel begrotingsmonitor 2026: Nee
Lasten Baten
2026 -802 899
2027 -812 899
Aard activiteiten: Beinvloedbaarheid lasten Beinvloedbaarheid baten:
Bedragen x €1.000
2028 -812 899
2029 -812 899
Gemeentelijk [ 0 % - 20 %] [ 0 % - 20 %]
Context Naast bouwgrond in exploitatie (taakveld 3.2 voor bedrijventerreinen en taakveld 8.2 voor niet-bedrijventerreinen) heeft de gemeente diverse andere gronden in eigendom. Dit zijn bijvoorbeeld gronden die zijn uitgegeven in erfpacht, maar ook de niet in exploitatie genomen gronden. Wanneer geen sprake is van een grondexploitatie, worden de bijbehorende lasten en baten die samenhangen met het bezit en beheer van deze gronden binnen dit taakveld verantwoord. Wat willen we bereiken? Door middel van uitgifte in erfpacht in het verleden heeft de gemeente (ook op privaatrechtelijke wijze) grip gekregen op de ruimtelijke ontwikkeling. Daarnaast worden gronden die nog niet zijn bebouwd, als strategische grondvoorraad aangehouden om later eventueel in een grondexploitatie te worden opgenomen. Passend binnen het maatschappelijk grondbeleid kan in de tijdelijkheid bij deze gronden ook worden gekeken naar eventele mogelijkheden die een maatschappelijke bijdrage dienen. Daarnaast wordt er binnen dit taakveld gestreefd naar een evenwicht tussen de opbrengsten uit verhuur en verpachting enerzijds en de daaraan gekoppelde beheerslasten anderzijds. Wat gaan we daarvoor doen? Gronden die geen onderdeel uitmaken van een grondexploitatie vertegenwoordigen een waarde op de gemeentelijke balans binnen de categorie materiële vaste activa.
De exploitatielasten van het in beheer hebben van deze gronden - en de baten die samenhangen met het bezit - zijn grofweg onder te verdelen in: Toegerekende rentelasten De gemeentelijke bezittingen zijn deels gefinancierd met vreemd vermogen, zo ook de gronden die zijn uitgegeven in erfpacht en de (bouw)gronden die nog niet zijn opgenomen in een grondexploitatie. Het BBV schrijft voor dat de kosten die hiermee samenhangen moeten worden toegerekend aan het bijbehorende taakveld. In dit geval worden de rentelasten die samenhangen met het in bezit hebben van deze gronden aan dit taakveld toegerekend via een omslagpercentage. Beheerslasten en -baten Naast de lasten die samenhangen met het in bezit hebben, heeft de gemeente ook een verantwoordelijkheid om zorg te dragen voor een doelmatig beheer van deze gronden. Daar waar dit mogelijk is, worden gronden verhuurd of verpacht, zodat er baten worden gerealiseerd. Op incidentele basis wordt er in bepaalde gevallen overgegaan tot verkoop van grond, wat resulteert in incidentele baten en vaak ook lasten (bijvoorbeeld in verband met de afwikkeling van een boekwaarde). Deze incidentele verkopen zijn niet op voorhand meerjarig te begroten. De beïnvloedbaarheid van de lasten en baten binnen dit taakveld is vrij beperkt, aangezien de lasten en baten sterk met elkaar samenhangen. Gerelateerde beleidsnota's -
Gerelateerde verbonden partijen -
Ontwerp programmabegroting 2026 en meerjarenraming 2027 – 2029 (vóór raadsbehandeling) 11
0.4
Overhead
Hoofdopgave raadsakkoord: Portefeuillehouder(s): S. Kruis Portefeuillehouder(s): Onderdeel begrotingsmonitor 2026:
Lasten Baten
Nee
2026 -38.036 416
2027 -37.719 566
Aard activiteiten: Beinvloedbaarheid lasten Beinvloedbaarheid baten:
Bedragen x €1.000
2028 -37.699 566
2029 -37.717 566
Gemeentelijk [ 0 % - 20 %] [ 0 % - 20 %]
Context De bedrijfsvoeringskosten van de gemeente worden gedefinieerd als die kosten die niet direct zijn toe te rekenen aan de overige taakvelden binnen de gemeentebegroting. Het gaat hierbij om alle kosten die samenhangen met de sturing en ondersteuning van het primaire proces en medewerkers. Het gaat om een breed palet aan activiteiten: van verplicht af te sluiten verzekeringen voor het afdekken van risico's tot aan de inzet van expertise voor complexe financiële- en juridische zaken; van facilitaire zaken tot aan het draaiend houden van de ICT infrastructuur. Wat willen we bereiken? Binnen de gemeentelijke bedrijfsvoering streven we naar optimale ondersteuning van de alle werkprocessen en routines gericht op de dienstverlening aan inwoners, ondernemers en organisaties. In de paragraaf bedrijfsvoering wordt uitgebreider ingegaan op diverse aspecten die hierbij van belang zijn. Wat gaan we daarvoor doen? In dit taakveld zijn de lasten en baten opgenomen die verband houden met de bedrijfsvoeringskosten. Het gaat hierbij om de gemeente brede uitvoering van de volgende taken: - financiën, administratie, beheer, toezicht en controle gericht op de eigen organisatie; - personeel en organisatie; - datateam; - de directie, teamleiders; - inkoop (incl.
aanbesteding en contractmanagement); - juridische zaken; - planning en control; - concernadvies; - bestuurszaken en bestuursondersteuning; - informatievoorziening en automatisering; - facilitaire zaken en huisvesting, zoals de kapitaal- en onderhoudslasten van het stadshuis (incl. beveiliging); - documentaire informatievoorziening (DIV); De beïnvloedbaarheid van de lasten en baten die resteert binnen dit taakveld is zeer beperkt en staat in direct verband met de omvang van de activiteiten die worden uitgevoerd binnen het primaire proces. Gerelateerde beleidsnota's -
Gerelateerde verbonden partijen GR - Het Flevolands Archief (HFA)
Ontwerp programmabegroting 2026 en meerjarenraming 2027 – 2029 (vóór raadsbehandeling) 12
0.5
Treasury
Hoofdopgave raadsakkoord: Portefeuillehouder(s): D. Grimbergen Portefeuillehouder(s): Onderdeel begrotingsmonitor 2026:
Lasten Baten
Ja
2026 374 1.474
2027 555 1.374
Aard activiteiten: Beinvloedbaarheid lasten Beinvloedbaarheid baten:
Bedragen x €1.000
2028 807 1.174
2029 -327 774
Gemeentelijk [0%] [0%]
Context De gemeente heeft een deel van haar activa gefinancierd met vreemd vermogen en betaalt over deze aangetrokken leningen een vergoeding in de vorm van rente. De Wet Financiering Decentrale Overheden (Wet FIDO) stelt regels aan het financieringsgedrag van gemeenten, zodanig dat bijvoorbeeld de risico's op het gebied van renteschommelingen worden beperkt. Zo voorkomt de zogeheten 'kasgeldlimiet' dat gemeenten vooral leningen aantrekken met een korte looptijd (met over het algemeen een lagere rente) en verplicht de 'renterisiconorm' gemeenten om de herfinanciering van leningen te spreiden in de tijd. Wat willen we bereiken? Binnen de grenzen van de Wet FIDO wordt getracht de rentelasten zo laag mogelijk te houden, door maximaal gebruik te maken van de kasgeldlimiet. Daarnaast wordt door middel van het spreiden van de leningenportefeuille in de tijd getracht het renterisico bij het herfinancieren van leningen zo klein mogelijk te houden. Wat gaan we daarvoor doen? Rentelasten De te betalen rentelasten zijn onder te verdelen naar looptijd van de afgesloten lening. Er zijn leningen afgesloten met een korte looptijd (korter dan één jaar, vaak met een relatief lage rente) en leningen met een langere looptijd (langer dan één jaar, waarbij over het algemeen geldt dat hoe langer de looptijd hoe hoger de rente).
De rentelasten zijn voornamelijk afhankelijk van de benodigde financiering, wat weer een voortvloeisel is van de genomen raadsbesluiten in het verleden. Daarnaast bepalen de rentestanden van het moment van herfinanciering voor een groot deel in hoeverre het beschikbare budget toereikend is. Rentebaten en dividendopbrengsten De baten binnen dit taakveld komen enerzijds voort uit de rentebaten die de gemeente ontvangt als vergoeding van een aantal verstrekte leningen en de rentebaten die de gemeente ontvangt uit hoofde van het uitzetten van overtollige liquide middelen bij de schatkist. Anderzijds ontvangt de gemeente dividendopbrengsten vanuit een viertal deelnemingen, te weten: Vitens, Huisvuilcentrale, Alliander en de Bank Nederlandse Gemeenten. De hoogte van de ontvangen dividendopbrengsten is afhankelijk van de bedrijfsresultaten van de genoemde deelnemingen. De directe beïnvloedbaarheid van deze lasten en baten is vrij beperkt, aangezien de gemeente gehouden is aan wet- en regelgeving en te maken heeft met een financieringsbehoefte die gebaseerd is op besluiten uit het verleden. Gerelateerde beleidsnota's Nota verbonden partijen 2024
Gerelateerde verbonden partijen N.V. - Bank Nederlandse Gemeenten (BNG) N.V. - Vitens N.V. - Alliander
Ontwerp programmabegroting 2026 en meerjarenraming 2027 – 2029 (vóór raadsbehandeling) 13
0.61
OZB woningen
Lasten Baten
2026 -2.169 15.779
0.62
OZB niet-woningen
Lasten Baten
2026 20.068
Hoofdopgave raadsakkoord: Portefeuillehouder(s): D. Grimbergen Portefeuillehouder(s): Onderdeel begrotingsmonitor 2026:
Ja
2027 -2.204 15.779 2027 20.068
Aard activiteiten: Beinvloedbaarheid lasten Beinvloedbaarheid baten:
Bedragen x €1.000
2028 -2.204 15.779
2029 -2.204 15.779
2028 20.068
2029 20.068
Wettelijk [ 0 % - 20 %] [ 100 % ]
Context Op basis van de Wet waardering onroerende zaken (Wet WOZ) zijn gemeenten verantwoordelijk voor de waardering van alle onroerende zaken in Nederland. Eigenaren van woningen en eigenaren en gebruikers van niet-woningen (bijv. een bedrijfspand), ontvangen ieder jaar een WOZ-beschikking van de gemeente. De WOZ-waarde in deze beschikking vormt de grondslag voor het heffen van belasting door de rijksoverheid, gemeenten en het waterschap. Daarnaast wordt de WOZ-waarde op meer terreinen gebruikt, bijvoorbeeld bij het bepalen van de maximale huur bij woningcorporaties. Wat willen we bereiken? 1. Genereren van inkomsten voor de gemeentebegroting Binnen dit taakveld zijn zowel de lasten als de baten opgenomen die verband houden met de heffing en uitvoering van de onroerendezaakbelasting (OZB). De uitgaven in dit taakveld zijn gericht op de uitvoering van de Wet waardering onroerende zaken (Wet WOZ) het heffen en invorderen van gemeentelijke belastingen. 2. Vaststellen van een rechtvaardige en betrouwbare heffingsgrondslag Het waarborgen van een objectieve en betrouwbare waardering van onroerende zaken is essentieel voor een eerlijke belastingheffing. De uitvoering van de Wet WOZ wordt op kwaliteit getoetst door de Waarderingskamer. 3.
Uitvoering geven aan het vastgestelde gemeentelijk beleid Binnen dit taakveld wordt uitvoering gegeven aan het gemeentelijk beleid waarbij is vastgesteld dat de opbrengst uit OZB jaarlijks geïndexeerd ter compensatie van inflatie. Daarnaast wordt rekening gehouden met areaaluitbreiding door nieuwbouw en verbouwingen, zodat de belastinggrondslag meegroeit met de ruimtelijke ontwikkeling binnen de gemeente. Wat gaan we daarvoor doen? De gemeente draagt zorg voor het leveren van WOZ-waarden van goede kwaliteit, waarbij alle onderdelen van het WOZwerkproces voldoen aan de door de Waarderingskamer gestelde kwaliteitseisen. Over de vastgestelde WOZ-waarden wordt overeenkomstig de verordening onroerendezaakbelasting geheven waarmee inkomsten worden gegenereerd. De hoogte van de totale OZB opbrengst wordt jaarlijks in de kadernota geactualiseerd voor de ontwikkeling van de inflatie en het areaal. Gerelateerde beleidsnota's Tarievennota 2026 (behandeling in de raad eind 2025)
Gerelateerde verbonden partijen -
Ontwerp programmabegroting 2026 en meerjarenraming 2027 – 2029 (vóór raadsbehandeling) 14
0.63
Parkeerbelasting
Hoofdopgave raadsakkoord: Portefeuillehouder(s): D. Grimbergen Portefeuillehouder(s): P. van Dijk Onderdeel begrotingsmonitor 2026:
Lasten Baten
Nee
2026 2.490
2027 2.490
Aard activiteiten: Beinvloedbaarheid lasten Beinvloedbaarheid baten:
Bedragen x €1.000
2028 2.490
2029 2.490
Gemeentelijk [0%] [ 0 % - 20 %]
Context In het kader van parkeerregulering biedt artikel 225 van de Gemeentewet gemeenten de ruimte om parkeerbelasting te heffen. In de jaarlijks te actualiseren verordening parkeerbelastingen Lelystad wordt hier concreet invulling aan gegeven. Deze opbrengsten moeten in samenhang worden bezien met de lasten, die onderdeel uitmaken van taakveld 2.2 parkeren. Wat willen we bereiken? In dit taakveld zijn de baten met betrekking tot de parkeerbelasting opgenomen. Naast de opbrengst uit de verkoop van parkeertijd in de garages, terreinen en het straat parkeren biedt de gemeente ook parkeerbundels, abonnementen en vergunningen aan. Daarnaast worden opbrengsten gerealiseerd vanuit opgelegde boetes (naheffingsaanslagen). Op 1 juli 2025 is een proef gestart met het 2e uur gratis parkeren in de parkeergarages in het Stadshart. Deze proef loopt tot 1 juli 2026. Wanneer de resultaten goed zijn en er dekking gevonden kan worden, wordt de proef na die datum omgezet in een definitieve situatie. Wat gaan we daarvoor doen? Het systeem van parkeerbelasting (betaald parkeren en vergunninghoudersparkeren) wordt op dezelfde wijze voortgezet. De proef met het 2e uur gratis maken van parkeren in de parkeergarages wordt gedekt uit het Actieplan Stadshart. Wanneer deze proef succesvol blijkt en kan worden omgezet in een definitieve situatie zal structureel geld benodigd zijn in de begroting.
Gerelateerde beleidsnota's Parkeerverordening Lelystad Verordening Parkeerbelasting Lelystad
0.64
Gerelateerde verbonden partijen -
Belastingen overig
Hoofdopgave raadsakkoord: Portefeuillehouder(s): D. Grimbergen Portefeuillehouder(s): Onderdeel begrotingsmonitor 2026:
Lasten Baten
Nee
2026 586
2027 586
Aard activiteiten: Beinvloedbaarheid lasten Beinvloedbaarheid baten:
Bedragen x €1.000
2028 586
2029 586
Gemeentelijk [0%] [ 100 % ]
Context Naast de belastingen die in de taakvelden hierboven worden genoemd biedt de Gemeentewet de ruimte om nog een aantal belastingen te heffen. In Lelystad is daaraan uitvoering gegeven door het heffen van de hondenbelasting (artikel 226). Wat willen we bereiken? In dit taakveld zijn de baten met betrekking tot de overige belastingen opgenomen. Het gaat hierbij om de volgende belasting: Hondenbelasting De heffing van hondenbelasting is gemeentelijk beleid. Deze baten vallen onder de vrij te besteden algemene dekkingsmiddelen. De hoogte van de hondenbelasting is niet aan wettelijke normen gebonden. De gemeente heeft daarmee een ruime vrijheid in het bepalen van de hoogte van de tarieven voor de hondenbelasting. Wat gaan we daarvoor doen? Verwerken van aanmeldingen en afmeldingen van aangiftebiljetten voor de hondenbelasting. Op basis hiervan worden de aanslagen opgelegd en ingevorderd. Het uitvoeren van de huis aan huis controle op de aangifte hondenbelasting. Daarnaast worden burgers geïnformeerd over wet- en regelgeving, tarieven en het hondenbeleid. Gerelateerde beleidsnota's Legesverordening Lelystad 2026 (raadsbehandeling eind 2025)
Gerelateerde verbonden partijen -
Ontwerp programmabegroting 2026 en meerjarenraming 2027 – 2029 (vóór raadsbehandeling) 15
0.7
Algemene uitkering en overige uitkeringen gemeentefonds
Hoofdopgave raadsakkoord: Portefeuillehouder(s): D. Grimbergen Portefeuillehouder(s): Onderdeel begrotingsmonitor 2026:
Ja
Lasten Baten
2026 219.244
2027 220.200
Aard activiteiten: Beinvloedbaarheid lasten Beinvloedbaarheid baten:
Bedragen x €1.000
2028 221.066
2029 220.623
Wettelijk [0%] [0%]
Context Gemeenten beschikken over verschillende inkomstenbronnen, waarbij de bijdrage die de gemeente ontvangt uit het gemeentefonds veruit de grootste is. Over de inzet van deze middelen hoeft geen verantwoording te worden afgelegd aan de Rijksoverheid, maar de gemeente heeft uiteraard wel de verantwoordelijkheid om uitvoering te geven aan de wettelijke taken die in de overige taakvelden staan beschreven. Wat willen we bereiken? De middelen die overkomen vanuit het gemeentefonds zijn in principe vrij besteedbaar. Het door de raad vastgestelde uitgangspunt is dat rijksmiddelen die gekoppeld zijn aan een specifiek beleidsterrein daar ook voor worden ingezet. In deze programmabegroting worden om die reden de zogeheten 'taakgerelateerde mutaties' doorvertaald in de gemeentebegroting. Wat gaan we daarvoor doen? In dit taakveld zijn de baten opgenomen die de gemeente ontvangt vanuit de verschillende uitkeringen uit het gemeentefonds: Algemene uitkering De algemene uitkering is de grootste uitkering uit het gemeentefonds. Het totale bedrag dat beschikbaar is voor alle gemeenten wordt verdeeld aan de hand van diverse maatstaven, vanuit het principe dat gemeenten bij gelijke tarieven een gelijkwaardig voorzieningenniveau moeten kunnen bieden.
Het verdeelmodel is globaal en kosten georiënteerd en houdt rekening met de belastingcapaciteit en de structuurkenmerken van de verschillende gemeenten. De jaarlijkse ontwikkeling van de omvang van de algemene uitkering werd tot voor kort vorm gegeven via de zogeheten 'trap op en trap af systematiek', waarbij het totaal onder gemeenten te verdelen bedrag meebeweegt met de ontwikkeling van de brede rijksuitgaven. De krimp of groei van de algemene uitkering als gevolg van deze systematiek wordt het acccres genoemd en werd ieder jaar in de mei- en septembercirculaire meerjarig geactualiseerd. De groei van de algemene uitkering is gekoppeld aan de groei van het bbp. Hier wordt overigens nog over gediscussieerd met het Rijk, aangezien de groei van de algemene uitkering in deze systematiek lager uitvalt in vergelijking met de groei van de gemeentelijke uitgaven (denk aan de sterk toenemende kosten als gevolg van vergrijzing). Het verdeelmodel is met ingang van 2023 herijkt en de invoering is in eerste instantie tot en met 2025 gefaseerd ingevoerd. Voor Lelystad zal er uiteindelijk sprake zijn van een nadelig herverdeeleffect ter grootte van €60 per inwoner per jaar. In de meerjarenraming wordt uitgegaan van een gefaseerde ingroei, conform besluitvorming in de kadernota 2026 - 2029, zodat het totale nadelige herverdeeleffect uiteindelijk in 2029 volledig is verwerkt.
De bijstellingen uit deze programmabegroting 2026 - 2029 zijn gebaseerd op de informatie uit de mei- en septembercirculaire 2025. Integratie uitkeringen De integratie uitkeringen zijn gekoppeld aan de uitvoering van specifieke taken, maar de gemeente hoeft geen verantwoording aan het Rijk af te leggen over de besteding. Op termijn is het de bedoeling dat dit type uitkeringen worden geïntegreerd binnen de algemene uitkering en dus niet langer afzonderlijk zijn te onderscheiden. Decentralisatie uitkeringen Decentralisatie utkeringen zijn vergelijkbaar met integratie uitkeringen, met als voornaamste verschil dat overheveling naar de algemene uitkering geen doel op zich is. Met ingang van 2019 wordt de zogeheten ICL uitkering ook uitgekeerd via deze weg en vormt daarmee veruit de grootste decentralisatie uitkering. Gerelateerde beleidsnota's -
Gerelateerde verbonden partijen -
Ontwerp programmabegroting 2026 en meerjarenraming 2027 – 2029 (vóór raadsbehandeling) 16
0.8
Overige baten en lasten
Hoofdopgave raadsakkoord: Portefeuillehouder(s): D. Grimbergen Portefeuillehouder(s): Onderdeel begrotingsmonitor 2026:
Lasten Baten
Nee
2026 -11.607 -
2027 -10.430 -
Aard activiteiten: Beinvloedbaarheid lasten Beinvloedbaarheid baten:
Bedragen x €1.000
2028 -11.070 -
2029 -12.811 -
Gemeentelijk [0%] [0%]
Context Dit taakveld heeft een technisch karakter en bevat alle baten en lasten die niet toe te rekenen zijn aan de overige specifieke taakvelden in de gemeentebegroting. Wat willen we bereiken? In dit taakveld zijn de lasten en baten opgenomen die verband houden met de volgende concern brede begrotingsonderdelen: Stelposten en taakstellingen Stelposten zijn reserveringen die in een later stadium worden doorvertaald naar de overige taakvelden, in afwachting van nadere informatie. Zo zijn er stelposten voor dekking van een stijging van de lonen / sociale lasten, de compensatie van inflatie, kapitaallasten, financiële verschillen en frictie. Taakstellingen zijn nog te concretiseren bezuinigingen, die niet rechtstreeks te koppelen zijn aan één of meerdere taakvelden en om die reden centraal worden geadministreerd. Onvoorzien Voor het opvangen van onvoorziene, onvermijdbare en onuitstelbare lasten, die ten tijde van het opstellen van de begroting nog niet waren voorzien is er een structureel budget beschikbaar van €10.000. Voormalig personeel De gemeente is eigenrisicodrager voor de WW, wat betekent dat de gemeente verantwoordelijk is voor de WW-uitkering van werkzoekende ex-medewerkers en verplicht zijn hen aantoonbaar te begeleiden bij het vinden van een passende baan.
Bijbehorende kosten zijn in de begroting voorzien, zijn niet toe te delen aan een van de overige taakvelden en maken om die reden eveneens onderdeel uit van dit taakveld. De lasten binnen dit taakveld zijn zeer beperkt beïnvloedbaar en hebben een min of meer onontkoombaar karakter. Gerelateerde beleidsnota's -
0.9
Gerelateerde verbonden partijen -
Vennootschapsbelasting (VpB)
Hoofdopgave raadsakkoord: Portefeuillehouder(s): D. Grimbergen Portefeuillehouder(s): Onderdeel begrotingsmonitor 2026:
Lasten Baten
Nee
2026 -
2027 -
Aard activiteiten: Beinvloedbaarheid lasten Beinvloedbaarheid baten:
Bedragen x €1.000
2028 -
2029 -
Wettelijk [0%] [0%]
Context Met ingang van 1 januari 2016 zijn gemeenten belastingplichtig voor wat betreft de vennootschapsbelasting (Vpb). Gemeenten dienen binnen dit taakveld een raming te maken van de fiscale winst, die per saldo wordt gerealiseerd op ondernemersactiviteiten in het betreffende begrotingsjaar, na eventuele verrekening van fiscale verliezen uit eerdere begrotingsjaren. Met ingang van het boekjaar 2022 is voor het eerst sprake van feitelijk te betalen vennootschapsbelasting. De te betalen vennootschapsbelasting wordt gedekt uit het resultaat grondexploitaties. Ook voor de daaropvolgende jaren zal, op basis van de huidige inzichten, sprake zijn van te betalen vennootschapsbelasting. Per boekjaar is de hoogte van het te betalen bedrag aan vennootschapsbelasting moeilijk in te schatten. Dit als gevolg van wijzigende omstandigheden zoals: ontwikkelingen in de markt (vraag, prijsontwikkeling en bouwcapaciteit), het beleid van de belastingdienst, wetgeving en jurisprudentie. Gerelateerde beleidsnota's -
Gerelateerde verbonden partijen -
Ontwerp programmabegroting 2026 en meerjarenraming 2027 – 2029 (vóór raadsbehandeling) 17
0.10
Mutaties reserves
Hoofdopgave raadsakkoord: Portefeuillehouder(s): D. Grimbergen Portefeuillehouder(s): Onderdeel begrotingsmonitor 2026:
Lasten Baten
Nee
2026 -1.084 14.080
2027 -1.084 7.993
Aard activiteiten: Beinvloedbaarheid lasten Beinvloedbaarheid baten:
Bedragen x €1.000
2028 -875 5.132
2029 -650 2.959
Gemeentelijk [0%] [0%]
Context Op dit taakveld worden alle toevoegingen en onttrekkingen aan de reserves begroot- en vervolgens dienovereenkomstig geboekt, op basis van in het verleden genomen raadsbesluiten. Het betreft hier de technische verwerking van de reservemutaties binnen alle andere taakvelden, met uitzondering van taakveld '0.11 Resultaat van de rekening van baten en lasten'. Gerelateerde beleidsnota's Nota reserves en voorziening 2024
0.11
Gerelateerde verbonden partijen -
Resultaat van de rekening van baten en lasten
Hoofdopgave raadsakkoord: Portefeuillehouder(s): D. Grimbergen Portefeuillehouder(s): Onderdeel begrotingsmonitor 2026:
Nee
Lasten Baten
2026 1.457
2027 1.903
Aard activiteiten: Beinvloedbaarheid lasten Beinvloedbaarheid baten:
Bedragen x €1.000
2028 2.712
2029 6.566
Wettelijk [0%] [0%]
Context Op dit taakveld wordt het begrotingssaldo van alle andere taakvelden begroot- en geboekt, inclusief de toevoegingen en onttrekkingen aan reserves. Het betreft hier de technische verwerking van het begrote resultaat over de gehele gemeentebegroting: het saldo van baten en lasten binnen dit taakveld komt overeen met de eindstand van de kadernota 2026 - 2029 (na besluitvorming in de raad). Gerelateerde beleidsnota's -
Gerelateerde verbonden partijen -
Ontwerp programmabegroting 2026 en meerjarenraming 2027 – 2029 (vóór raadsbehandeling) 18
1. Veiligheid De taakvelden binnen het cluster ‘1. Veiligheid’ hebben betrekking op crisisbeheersing en brandweer, openbare orde en veiligheid. In de overzichten hieronder wordt per taakveld inzicht geboden in de bijbehorende lasten en baten. Vervolgens wordt per taakveld aanvullende informatie geboden, bijvoorbeeld over de aard van de activiteiten, de beïnvloedbaarheid van de budgetten en de verantwoordelijke portefeuillehouder(s). Indien van toepassing wordt er ingegaan op de concrete doelstellingen voor 2026 en de bij het taakveld betrokken verbonden partijen.
1. Veiligheid (bedragen x €1.000) Lasten 1.1 Crisisbeheersing en brandweer 1.2 Openbare orde en veiligheid Totaal Lasten Baten 1.1 Crisisbeheersing en brandweer 1.2 Openbare orde en veiligheid Totaal Baten Eindtotaal
2026
2027
2028
2029
-7.831 -4.818 -12.648
-7.026 -4.735 -11.761
-7.025 -4.648 -11.673
-7.025 -4.648 -11.672
101 110 210 -12.438
101 110 210 -11.550
101 110 210 -11.463
101 110 210 -11.462
Ontwerp programmabegroting 2026 en meerjarenraming 2027 – 2029 (vóór raadsbehandeling) 19
1.1
Crisisbeheersing en brandweer
Hoofdopgave raadsakkoord: 9. Openbare Orde & Veiligheid Portefeuillehouder(s): A.E.H. Baltus Portefeuillehouder(s): Onderdeel begrotingsmonitor 2026: Nee
Lasten Baten
2026 -7.831 101
2027 -7.026 101
Aard activiteiten: Beinvloedbaarheid lasten Beinvloedbaarheid baten:
Bedragen x €1.000
2028 -7.025 101
2029 -7.025 101
Wettelijk [ 0 % - 20 %] [0%]
Context Op basis van artikel 2 van de Wet veiligheidsregio's is het college van burgemeester en wethouders belast met de organisatie van de brandweerzorg, rampenbestrijding, crisisbeheersing en geneeskundige hulpverlening. Op grond van artikel 8 en 9 zijn gemeenten vervolgens verplicht via een gemeenschappelijke regeling diverse taken en bevoegdheden op dit gebied over te dragen aan het bestuur van de veiligheidsregio. Lelystad maakt samen met de gemeenten Almere, Dronten, Noordoostpolder, Urk en Zeewolde onderdeel uit van de veiligheidsregio Flevoland. Wat willen we bereiken? De kernboodschap van het nieuwe beleidsplan van de Veiligheidsregio is ‘’Wij versterken veiligheid, samen, elke dag steeds beter’’. De vier centrale doelen van het nieuwe beleidsplan zijn: veilige leefomgeving, toekomstbestendige crisisbeheersing, toekomstbestendige brandweerzorg en wendbare organisatie. De kwaliteit van de organisatie en dienstverlening wordt verbeterd door samen te werken. Zodoende, verminderen we de kwetsbaarheid van de regio’s en verminderen de (meer)kosten. Wat gaan we daarvoor doen? Versterken van de Crisisbeheersing De crises van de afgelopen jaren hebben laten zien dat de complexiteit van de aard van crises toeneemt. Het is daarom van groot belang dat de crisisbeheersing wordt versterkt. Deze noodzaak wordt vanuit het Rijk onderschreven.
Het Rijk heeft daarom structureel extra geld beschikbaar gesteld om de crisisbeheersing en de daaraan gerelateerde informatievoorziening te versterken. Het programma weerbare samenleving zal in 2026 en verder uitgerold worden. Toekomstbestendige brandweerorganisatie De samenleving verandert snel. Het is belangrijk dat de brandweer in staat is om met deze veranderingen mee te bewegen, zodat de brandweer haar snelle en professionele flitskracht behoudt. Daartoe zijn er een aantal aandachtsgebieden die voor 2026 centraal staan. Zo zullen er door de klimaatverandering vaker langere periodes van droogte zijn, waardoor het risico op natuurbranden toeneemt. Daarnaast besteedt de brandweer aandacht aan de energietransitie, en de ontwikkelingen binnen de woningbouw. Veilige leefomgeving De inwerkingtreding van de Omgevingswet in 2024 is voor de VR's een belangrijk kader waarbinnen een bijdrage kan worden geleverd aan een veilige leefomgeving. De Omgevingswet heeft invloed op de manier waarop de veiligheidsregio’s in 2026 haar adviestaken kan uitvoeren. Wijkbrandweer In 2026 wordt in Lelystad de inzet van de wijkbrandweer verder vormgegevend. De Wijkbrandweer draagt bij aan de integrale veiligheid in de wijk. Gerelateerde beleidsnota's Integraal Veiligheidsplan Lelystad 2023 - 2026 Beleidsplan Veiligheidsregio
Gerelateerde verbonden partijen GR - Veiligheidsregio Flevoland
Ontwerp programmabegroting 2026 en meerjarenraming 2027 – 2029 (vóór raadsbehandeling) 20
1.2
Openbare orde en veiligheid
Hoofdopgave raadsakkoord: 9. Openbare Orde & Veiligheid Portefeuillehouder(s): A.E.H. Baltus Portefeuillehouder(s): Nee Onderdeel begrotingsmonitor 2026:
Lasten Baten
2026 -4.818 110
2027 -4.735 110
Aard activiteiten: Beinvloedbaarheid lasten Beinvloedbaarheid baten:
Bedragen x €1.000
2028 -4.648 110
2029 -4.648 110
Wettelijk [ 0 % - 20 %] [0%]
Context De gemeente heeft veiligheid hoog in het vaandel staan. Veiligheid is één van de belangrijkste levensbehoeften van onze inwoners. Een veilig Lelystad vraagt een doeltreffende aanpak van criminaliteit, overlast en onveilige situaties. We willen samen met inwoners en veiligheidspartners ervoor zorgen dat het veiligheidsgevoel toeneemt en de overlast afneemt. De regie hierop is de verantwoordelijkheid van de gemeente. Hoe dit vorm te geven staat in het door de gemeenteraad vastgestelde Integraal veiligheidsplan 2023-2026. Wat willen we bereiken? Een veiliger Lelystad is het doel, waarbij we de criminaliteit en overlast willen verminderen en veiligheidsgevoelens willen verhogen. Het percentage inwoners ‘dat zich wel eens onveilig voelt in de eigen buurt’ willen we verlagen. Voor een optimaal resultaat is het noodzakelijk maatregelen te nemen in de verschillende schakels van de veiligheidsketen: van pro-actie tot nazorg. Daarbij is de veiligheid gebaat bij een plan dat start met activiteiten ter bevordering van de veiligheid en eindigt met een repressieve aanpak van de onveiligheid: voorkomen is beter dan genezen! Wat gaan we daarvoor doen? Onze uitgangspunten komen onder meer uit het Raadakkoord 2022-2026.