CConstaterende datLelystad
Koppel je AI →
Document · PDF

Ontwerp programmabegroting 2024 - 2027

Raadsvergadering 14 november 2023, gemeente LelystadBij agendapunt: 271. Ontwerp programmabegroting 2024 - 202741.361 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 5 van 5

Beschikbare weerstandcapaciteit Gewenste weerstandcapaciteit

Weerstandsvermogen

In december 2019 heeft de Raad de Nota risicomanagement en weerstandsvermogen vastgesteld. Hierin is het beleid ten aanzien van risicomanagement en weerstandsvermogen terug te lezen. Leeswijzer Deze paragraaf start met een inventarisatie van de risico’s (2.1), In paragraaf 2.2 wordt op basis van de inventarisatie de gewenste weerstandscapaciteit in beeld gebracht en in paragraaf 2.3 wordt de beschikbare weerstandscapaciteit in beeld gebracht. Wanneer de gewenste weerstandscapaciteit wordt afgezet tegen de beschikbare weerstandscapaciteit kan het weerstandsvermogen van de gemeente worden bepaald, dit wordt in paragraaf 2.4 in beeld gebracht.

Ontwerp programmabegroting 2024 en meerjarenraming 2025 – 2027

87

2.1 Inventarisatie risico’s In deze paragraaf wordt de inventarisatie van de risico’s weergegeven. Dit zijn de risico’s waarvan we als organisatie op dit moment kunnen inschatten dat ze zich wellicht gaan voordoen. Risico’s lopen in de uitvoering van ons werk is niet altijd te voorkomen. Wel zorgen we voor een goede administratieve organisatie. Dit is de basis voor het voorkomen van risico’s. Het systeem van risicomanagement wordt toegelicht in de Nota weerstandsvermogen en risicomanagement. Hierna gaan we in op financiële en niet-financiële risico’s. Bij niet-financiële risico’s gaat het om mogelijke gebeurtenissen die weliswaar geen direct financieel gevolg hebben maar die bijvoorbeeld wel de reputatie van de gemeente schaden. Of risico’s die wel een financieel gevolg hebben, maar waarvan het risicobedrag nog niet in te schatten is. Deze niet-financiële of niet te kwantificeren risico’s zijn hieronder weergegeven. Daarna volgt het overzicht met de top 10 van financiële risico’s. Bij ieder risico is gekeken naar het mogelijke schadebedrag en de kans dat het risico zich voordoet. Het gaat hier om risico’s die niet anders te ondervangen zijn dan door het aanwenden van weerstandscapaciteit.

Risico’s die binnen de exploitatie worden opgevangen, waar een risicovoorziening voor is ingesteld of (reguliere) risico’s waarvoor verzekeringen zijn afgesloten, hebben geen financiële consequenties en maken daarom geen deel uit van deze paragraaf. Voor risico’s met een kans groter dan 75% zal een voorziening getroffen worden. Tot slot is nog goed om op te merken dat de inventarisatie van de risico’s een momentopname betreft. Het is een statisch overzicht van risico’s die tijdens het opstellen van deze paragraaf in beeld waren. Een meer dynamisch overzicht van risico’s gedurende het lopende jaar is terug te vinden in de begrotingsmonitor waarbij risico’s op overschrijding van een aantal majeure budgetten wordt weergegeven in bandbreedtes.

Ontwerp programmabegroting 2024 en meerjarenraming 2025 – 2027

88

Inventarisatie niet-financiële of niet te kwantificeren risico’s Naam risico

Omschrijving

Beheersmaatregel

Fiscaliteiten

Met ingang van 1 januari 2016 zijn gemeenten belastingplichtig voor wat betreft de vennootschapsbelasting (Vpb). Gemeenten dienen binnen dit taakveld een raming te maken van de fiscale winst, die per saldo wordt gerealiseerd op ondernemersactiviteiten in het betreffende begrotingsjaar, na eventuele verrekening van fiscale verliezen uit eerdere begrotingsjaren. Op basis van de huidige inzichten is de verwachting dat over het boekjaar 2022 voor het eerst sprake van feitelijk te betalen vennootschapsbelasting. Ook voor de daaropvolgende jaren zal, op basis van de huidige inzichten, sprake zijn van te betalen vennootschapsbelasting. Per boekjaar is de hoogte van het te betalen bedrag aan vennootschapsbelasting moeilijk in te schatten. Dit als gevolg van wijzigende omstandigheden zoals: ontwikkelingen in de markt (vraag, prijsontwikkeling en bouwcapaciteit), het beleid van de belastingdienst, wetgeving en jurisprudentie. Bij de bepaling van de verschuldigde vennootschapsbelasting belasting wordt rekening gehouden met inkomsten uit reclame. Op dit moment lopen er nog procedures of deze reclame inkomsten als belaste- of als onbelaste activiteit mogen worden beoordeeld in het kader van normaal vermogensbeheer.

Daarnaast zijn er procedure gestart over de vraag of de in het verleden verstrekte personeelshypotheken als belaste- of onbelaste activiteit moeten worden beoordeeld in het kader van normaal vermogensbeheer. Eind 2022 bestonden er nog een 4-tal hypotheken met een geringe omvang. Gemeenten zijn van mening dat voor beide activiteiten sprake is van normaal vermogensbeheer. Mocht uit de rechtspraak volgen dat de verstrekking van personeelshypotheken volgen dat er toch sprake is van een belaste activiteit, dan kan dit ook mogelijke gevolgen hebben voor andere vormen van verstrekte leningen, zoals bijvoorbeeld de starters- of duurzaamheidsleningen. Rechtszekerheid over deze dossiers kan enkele jaren op zich laten wachten.

De gemeente Lelystad en de belastingdienst hebben voor de vennootschapsbelastingplicht een vaststellingsovereenkomst gesloten, om vooraf met de op dat moment geldende voorschriften en kennis, de gezamenlijke uitgangspunten zo goed mogelijk te bepalen. Deze overeenkomst eindigt uiterlijk op 1 januari 2026. Daarnaast wordt voor de fiscale optimalisatie getoetst of de inbrengwaarde van gronden vanuit de materiële vaste activa naar de grondexploitaties middels een nieuwe externe taxatie zinvol is. Ook wordt de belastingplicht voor de gemeente in een rekenblad voor het huidige jaar en de toekomstige jaren berekend. Deze berekening wordt getoetst door een extern fiscaal bureau.

Wmo

De vraag naar Wmo ondersteuning neemt toe als gevolg van bevolkingsgroei, het abonnementstarief, de vergrijzing en de extramuralisering. Deze ontwikkelingen leiden tot een groter beroep op de Wmo waarmee de betaalbaarheid onder druk kan komen te staan. Het gebruik van en het kostenniveau van de Wmo wordt voortdurend gemonitord in verband met diverse onzekerheden die van kracht zijn. Er blijven diverse onzekerheden waardoor er een risico is dat de prognose toch anders uitvalt dan nu voorzien. Onzeker is bijvoorbeeld hoe groot het extra beroep op de Wmo door bevolkingsgroei en (dubbele) vergrijzing exact wordt. Een andere onzekerheid zijn de effecten van de invoering van een inkomensafhankelijke eigen bijdrage inclusief samenhangende korting op de rijksbijdrage per 2026. Ook de doordecentralisatie regionale Wmo taken is een onzekerheid. Het woonplaatsbeginsel en een nieuw financieel objectief verdeelmodel (doordecentralisatie) voor Beschermd Wonen zou op 1 januari 2024 van kracht gaan maar is uitgesteld tot 1 januari 2025. De gemeenten zullen op dat moment (via een ingroeipad) lokaal bijbehorende financiële middelen ontvangen via het nieuwe financieel verdeelmodel. Het toekomstig objectieve verdeelmodel heeft een ingroeipad van 10 jaar. Met de val van het kabinet in juli 2023 is het de vraag of de 1 januari 2025 wel gerealiseerd gaat worden.

Elk jaar vindt een actualisatie van Wmo budgetten plaats op basis van beschikbare informatie. De actualisatie is gestoeld op de prognose groei Wmo voorzieningen op basis van bevolkingsgroei en vergrijzing

Het financieel verantwoordelijk worden voor Beschermd Wonen heeft effect op zowel de inkomsten- als uitgavenkant van de Lelystadse Wmo- begroting. Risico is dat de doordecentralisatie voor ons negatief uitvalt waardoor er mogelijk tekorten op dit onderdeel kunnen ontstaan. Er is nog geen duidelijkheid over de hoogte van het besteedbare bedrag, maar in eerdere voorlopige cijfers werd uitgegaan van een forse korting op het regionale budget Beschermd Wonen voor Flevoland. Daarnaast is er regionaal een financieel tekort voor de Maatschappelijke Opvang, Vrouwenopvang en Veilig Thuis, welke medegefinancierd worden uit de middelen Beschermd Wonen. Vooralsnog is de doordecentralisatie van de overige regionale Wmo taken (maatschappelijke opvang, verslavingszorg e.d.) eveneens uitgesteld. In 2023 werd duidelijk dat de instroom van mensen in de Wlz Ggz veel hoger is dan VWS had verwacht. Landelijk is de ambitie om de totale instroom in de Wlz met twintig procent te reduceren. Daarbij wordt onder andere gekeken naar oplossingen vanuit de Wmo, hetgeen zou betekenen dat de Wmo kosten zullen stijgen. De gestegen inflatie en nieuwe CAO’s zorgen ervoor dat uitvoerders van Wmo voorzieningen steeds moeilijker uitkomen met de gecontracteerde budgetten. De nieuwe aanbesteding voor woningaanpassing brengt eveneens onzekerheden met zich mee als het gaat om hogere marktprijzen.

Het beschreven risico kan een financieel gevolg hebben op de gemeentelijke begroting. Het effect hiervan is door genoemde onzekerheden op dit moment niet in te schatten. Lelystad Airport

Het Kabinet heeft nog geen beslissing genomen over de opening van Lelystad Airport. Vanuit de Veiligheidsregio, Bevolkingszorg en Gemeente worden op dit moment de meerkosten op het gebied van Veiligheid (training/oefenen/maatregelen bevolkingszorg) in beeld gebracht. Dit behelst 2023 en verder, afhankelijk van de snelheid waarmee het aantal vliegbewegingen wordt uitgebreid. Het is nog onduidelijk waar deze meerkosten belegd gaan worden.

Werkeiland

Vanwege een raadsbesluit (na amendering) inzake Werkeiland heeft onderzoek Er wordt gestudeerd op een zo optimale plaatsgevonden met een ontwikkelaar (Levago) naar laagbouw in plaats van hoogbouw en/of mogelijke invulling van het gebied. nadere oplossingen. In maart 2022 heeft de ontwikkelaar aangegeven de onderhandelingen niet verder door te willen zetten en te starten met de verkoop en de realisatie van de appartementen. De gemeente heeft vervolgens opnieuw onderzocht welke mogelijkheden er zijn om alsnog tot overeenstemming en een ander plan te komen. Eind 2022 leek dit niet te hebben geleid tot gewijzigde inzichten en hield de ontwikkelaar vast aan het starten met de verkoop en realisatie van de appartementen. Vanuit de gemeenteraad is in februari 2023 opnieuw een oproep gedaan aan het college om een laatste poging te doen het voorgenomen bouwplan en de bouwhoogten te wijzigen in samenspraak met de ontwikkelaar. Tot op heden is nog altijd geen omgevingsvergunning aangevraagd door de ontwikkelaar. De met de gemeente gesloten privaatrechtelijke overeenkomst rond de verkoop van grond is wel onverminderd van kracht. Wanneer afgeweken wordt van de gesloten overeenkomst en besloten wordt tot een ander bouwplan met laagbouw heeft dit financiële consequenties. Het project blijft daarom onzeker.

Een ander deelproject (Sluisstraat) heeft vertraging opgelopen als gevolg van een landelijk BIBOB-onderzoek. Ook de voortgang van dit deelproject is nog altijd onzeker.

Geen, we zijn afhankelijk van besluitvorming van het Rijk.

Ontwerp programmabegroting 2024 en meerjarenraming 2025 – 2027

89

Naam risico

Omschrijving

Beheersmaatregel

Bijzondere Bijstand

Personen die over onvoldoende inkomen en vermogen beschikken kunnen onder voorwaarden in aanmerking komen voor bijzondere bijstand. Zij ontvangen op dat moment vanuit de gemeente een uitkering (gift of lening) om noodzakelijke extra en bijzondere kosten te kunnen betalen. Diverse ontwikkelingen leiden mogelijk op korte tot middellange termijn tot een groter beroep op de bijzondere bijstand waardoor het kostenniveau (jaarlijks) toeneemt. Door forse prijsstijgingen (inflatie) stijgen kosten van veel producten en diensten, waarmee niet uit te sluiten is dat de omvang van vergoedingen komende tijd toe zullen nemen. Daarnaast is het niet onwaarschijnlijk dat er door de landelijke trend van koopkrachtdaling mogelijk meer mensen in de financiële problemen komen, waardoor ook het aantal aanvragen stijgt. Verder zullen de minimaregelingen extra onder de aandacht gebracht gaan worden wat waarschijnlijk ook tot een stijging zal leiden. Het exacte effect van deze ontwikkelingen is niet in te schatten, maar op dit moment is niet uit te sluiten dat het kostenniveau van de bijzondere bijstand op zal lopen.

De gemeente zet actief in op preventie en ondersteuning om te voorkomen dat mensen in armoede raken en een beroep op bijzondere bijstand nodig is. De verstrekte bijzondere bijstand betreft echter een open einde regeling. Door te monitoren houden we zicht op het verloop van het beroep op, en kostenniveau van bijzondere bijstand, maar daadwerkelijke bijsturingsmogelijkheden zijn relatief gering gezien dit karakter.

Culturele instellingen

Vanwege opeenlopende taakstellingen in de voorgaande jaren hadden de grote gesubsidieerde culturele instellingen reeds voor de coronacrisis moeite om een sluitende exploitatie te realiseren. Dit heeft geleid tot een aanzienlijke krimp in het eigen vermogen. Met steunmaatregelen hebben de instellingen de coronaperiode uiteindelijk goed doorstaan. Maar vooral voor de podiumkunstinstellingen (theater en poppodia) zijn in de bezoekcijfers de naijleffecten van de coronaperiode nog steeds merkbaar. De financiële positie van de gesubsidieerde instellingen wordt op basis van de subsidievoorwaarden standaard aan de hand van halfjaarrapportages en de jaarrekeningen structureel gemonitord. Een actueel risico betreft de sterke stijging van de energielasten en de hoge inflatie bij andere uitgaven. Deze kostenstijging kan slechts beperkt aan de bezoekers worden doorberekend. Dit heeft een duidelijk negatief effect op het exploitatieresultaat. Door de gemeenteraad zijn voor de gesubsidieerde instellingen weliswaar compensatiemiddelen beschikbaar gesteld om dit effect te beperken, maar door het beperkte eigen vermogen en reserves hebben de instellingen maar zeer beperkte mogelijkheden om financiele tegenvallers zelf op te vangen.

De instellingen hebben hun maatschappelijk output gereduceerd en kosten beperkt. Waar de mogelijkheid bestond is door de instellingen gebruik gemaakt van Covid-19 compensatiemaatregelen van zowel het rijk als van de gemeente. Hiervoor is door de gemeente ook in 2022 een tijdelijke subsidieregeling ingesteld. De hoge inflatie kan niet of slechts beperkt worden doorberekend in de prijzen.

Risico-inventarisatie financieel Van de totale risico-inventarisatie nemen we hier de top 10 van de grootste financiële risico’s op. Deze zijn in de tabel hieronder weergegeven. Daarna geven we een toelichting op deze risico’s inclusief beheersmaatregelen.

Top 10 grootste financiële risico's Garantstellingen Verstrekte leningen Jeugdzorg Informatiebeveiliging en privacy Uitkering gemeentefonds Ontwikkelingen Veiligheidsregio Participatiebudget uitkeringen Voormalig personeel Foundersfee Inkomsten en kosten OZB

Schadebedrag

Kans

26.300.000 23.522.225 4.000.000 5.000.000 2.500.000 1.250.000 2.500.000 650.000 2.300.000 800.000

Totaal top 10 grootste financiële risico's

Ontwerp programmabegroting 2024 en meerjarenraming 2025 – 2027

Omvang risico 10% 10% 50% 25% 30% 50% 20% 60% 10% 25%

2.630.000 2.352.223 2.000.000 1.250.000 750.000 625.000 500.000 390.000 230.000 200.000 10.927.223

90

Top 10 grootste financiële risico's

Omschrijving risico

Beheersmaatregel

De gemeente Lelystad heeft voor ca. € 26,3 miljoen euro (stand per 31-12-22) aan garantstellingen Een garantstelling wordt doorgaans zonder voorwaarden Garantstellingen verstrekt. Een aantal van de grootste garanties is verstrekt aan verbonden partijen. Een verstrekt, immers dat is juist de zekerheid die een garantstelling wordt ingeroepen op moment dat een partij niet aan de betalingsverplichtingen kan garantstelling geeft voor de financier. Als wij een voldoen. Doorgaans is dat pas het geval bij faillissement of surseance van betaling. De kans dat dit garantstelling verstrekken aan een partij waarin wij geen gebeurt is niet heel groot, zeker niet in het geval van verbonden partijen, daarbij zal in een eerder juridisch belang hebben, is er dus ook geen mogelijkheid stadium gestuurd worden op het bijstellen van de koers, danwel dat er vanuit de gemeente om bij te sturen op de koers van die organisatie of tijdelijke aanvullende maatregelen worden genomen. instelling. Het risico is dan lastig te beheersen. Het is vooral zaak om vooraf goed na te denken over de mogelijke risico's. Verstrekte De gemeente Lelystad heeft voor een bedrag van ca. € 23,5 miljoen euro (stand 31-12-22 ) leningen De financiële situatie van de partijen waaraan de leningen verstrekt aan diverse partijen.

Het risico bestaat dat deze partijen op enig moment niet in staat leningen verstrekt zijn monitoren, en waar nodig zijn om aan hun aflossingsverplichtingen te voldoen, danwel failliet gaan waarmee het gehele afspraken aanpassen of een voorziening instellen. restant leningbedrag wellicht niet teruggehaald kan worden. Het risico dat alle partijen tegelijk in betalingsproblemen geraken en het volledige uitstaande bedrag niet verhaald kan worden is klein. Jeugdzorg Het toekomstig financieel jaarresultaat decentralisatie jeugdzorg wordt beïnvloed door een In de Aanpak Sociaal Domein zijn maatregelen benoemd aantal belangrijke onzekerheden: om de jeugdzorg voor de toekomst houdbaar en - hoger beroep op specialistische GGZ door toename complexe problematiek; betaalbaar in te richten. - hogere kosten door (landelijke) ontwikkeling naar kleinere groepen in de residentiële jeugdhulp Enerzijds door een scherpe opdracht in de beoordeling en lagere caseload in de jeugdbescherming en jeugdreclassering; wat jeugdhulp is en de efficiente inzet van jeugdhulp, - stijgende tarieven door toename van m.n. energie- en loonkosten; anderzijds door maatregelen die de basisvoorzieningen - de impact van de Hervormingsagenda Jeugd is nog niet bekend.

Onzeker is of de maatregelen de versterken om crisis en uithuisplaatsingen te voorkomen geschatte kostenbesparing opleveren en hoe realistisch tijdige realisatie is. en daarmee het beroep op jeugdhulp met verblijf te verkleinen. Een deel van de extra Rijksmiddelen wordt specifiek hiervoor ingezet.

Veel overheidsinformatie is openbaar. Maar de gemeente heeft ook vertrouwelijke gegevens die Om de beveiliging van informatie te waarborgen heeft de Informatiebeveil beslist niet openbaar mogen worden zoals persoonsgegevens. Met de komst van de gemeente informatiebeveiligingsbeleid en is de CISO iging en privacy decentralisaties is de hoeveelheid privacygevoelige informatie alleen maar groter geworden. Met functionaris adviserend en controlerend op de invulling de komst van de cloudstrategie is de (vertrouwelijke) data geografisch verspreid. Daarnaast dient van dit beleid. Daarnaast is "we gaan veilig om met de gemeente alert te zijn op cyber-aanvallen. Als een incident (bijvoorbeeld een datalek of informatie" opgenomen in het concernplan, waardoor dit dataencryptie) toch zou plaatsvinden, kan de impact daarvan hoog zijn. Het kan leiden tot onderwerp onderdeel uitmaakt bij de totstandkoming imagoschade, financiële schade en er kan zelfs aanvullend een boete opgelegd worden door de van de teamplannen. Naast eigen (ICT) Autoriteit Persoonsgegevens. Daarnaast kost het dichten van beveiligingslekken in systemen en beheersmaatregelen is de gemeente aangesloten bij de het aantoonbaar voldoen aan wet- en regelgeving wel steeds meer capaciteit, waardoor het risico Informatie Beveiligingsdienst (IBD).

Zij voorzien de bestaat dat dit ten koste gaat van andere geplande (ICT-)activiteiten. De exacte hoogte van de aangesloten gemeenten van dreigingsbeelden, adviezen financiële schade is op voorhand lastig te kwantificeren. De inschatting van de financiele schade en factsheets die de kans op incidenten verkleinen. Om (5 miljoen Euro) is gebaseerd op de ransomwareaanval bij Hof van Twente in 2021 (4,2 miljoen mee te groeien met de toenemende dreiging, zijn binnen Euro). De 25% kans is gebaseerd op het Gartner-rapport waarin staat dat minstens 75% van de LD2025 meerdere projecten opgevoerd en gestart die organisaties tussen 2022-2025 te maken heeft met één of meerdere Ransomwareaanvallen. bijdragen aan het verhogen van de digitale weerbaarheid. In het kader van informatiebeveiliging is de Baseline Informatiebeveiliging Overheid (BIO) de norm, zowel voor eigen ICT als ook voor de Clouddiensten; in het kader van de Privacy is de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) de leidraad. Er is onder leiding van de FG (Functionaris Gegevensbescherming) veel aandacht besteed aan bewustwording en worden doorlopend adviezen gegeven over hoe om te gaan met persoonsgegevens. De kans op incidenten wordt als uitvloeisel van beleid en bijbehorende maatregelen verkleind. Tevens voert de FG periodiek IT-audits uit.

Uitkering Geen; de algemene uitkering wordt eenzijdig vastgesteld De gemeente ontvangt ieder jaar een uitkering uit het gemeentefonds. Het gaat hierbij om de gemeentefonds algemene uitkering, de ICL uitkering en diverse decentralisatie- en integratieuitkeringen. De door het ministerie en gemeenten hebben hier geen hoogte van deze uitkeringen wordt jaarlijks begroot op basis van de informatie uit de circulaires. invloed op. De bijdrage die iedere gemeente ontvangt hangt af van diverse variabelen, die in bepaalde gevallen ook van elkaar afhankelijk zijn. Relatief gezien gaat het dan misschien niet om grote afwijkingen, maar in absolute zin gaat het dan om grote bedragen (een aanpassing van 1% leidt meteen tot een afwijking van ruim €1,5 miljoen op de algemene uitkering). Een eventuele afwijking kan voor- of nadelig uitpakken, waarbij geldt dat de onzekerheid toeneemt richting de toekomst. Op dit moment wordt het effect ingeschat op +€2.500.000 en -€2.500.000. Onzekerheden richting de toekomst (2026 en verder): 1. Er zal - naar verwachting dit jaar - een besluit genomen worden over de bredere financieringsystematiek van gemeenten met ingang van 2026. In aanloop daarnaartoe is reguliere 'trap op / trap af' systematiek buiten werking gesteld, met als gevolg dat gemeenten er in totaliteit zo'n €2 miljard tot € 3 miljard per jaar op achteruit gaan met ingang van 2026.

Dit is de voornaamste oorzaak van het tekort waar veel gemeenten zich voor gesteld zien met ingang van 2026. In de gemeentebegroting zit dit effect reeds verwerkt en vormt derhalve geen aanvullend risico. 2. Daarnaast is de herijking van het achterliggende verdeelmodel van de algemene uitkering inmiddels afgerond en zijn de herverdeeleffecten bekend. Het aangepaste verdeelmodel is ingevoerd en voor Lelystad betekent het een nadelig effect van €60 per inwoner. Dit herverdeeleffect is voor Lelystad in eerste instantie gemaximeerd op maximaal €22,50 per inwoner per jaar in 2025 en verder. Dit structurele nadelige effect (van €22,50 per inwoner) is reeds in de begroting verwerkt en vormt geen risico meer. Tegelijkertijd is er wel een risico voor de jaren daarna, aangezien het totale nadelige herverdeeleffect voor Lelystad groter uit is gevallen (€60 per inwoner per jaar). Op basis van nieuwe onderzoeken zal er in de komende jaren nog een besluit genomen worden over het al dan niet effectueren van de resterende herverdeeleffecten.

Ontwerp programmabegroting 2024 en meerjarenraming 2025 – 2027

91

Ontwikkelingen Er zijn veel ontwikkelingen die zowel een negatief als positief effect kunnen hebben op de Ontwikkelingen worden nauwlettend gevolgd. Het Veiligheidsregio bijdrage die wij als gemeente moeten betalen aan de veiligheidsregio. Er zijn een aantal risico's; ministerie was voornemens om in 2023 een besluit te mocht de samenwerking met de veiligheidsregio Gooi&Vechtstreek beëindigd worden, vervallen nemen. Echter deze besluitvorming is uitgesteld. Voor de de efficiency voordelen. Ook is de inventaris op kazernes in Flevoland niet verzekerd. Daarnaast is frictiekosten is een reserve opgenomen. er een nieuwe wet Datalekken, het niet conform vereisten melden bij onbewust lekken kan boetes opleveren. Ook de implementatie van de omgevingswet en de WOO worden genoemd als risico's in de begroting. Het grootste risico dat door de Veiligheidsregio wordt aangemerkt is de ontwikkeling inzake verplichtend karakter (voorheen taakdifferentiatie) bij de brandweer, welke ontstaat door de Europese wetgeving en een uitspraak van het europese hof. Uitgangspunt is wel dat het Rijk deze kosten betaalt.

De gemeente Lelystad ontvangt vanuit het Rijk een gebundelde uitkering (BUIG) voor het Door in te blijven zetten op het activeren en participeren Participatiebudg verstrekken van uitkeringen in het kader van de Participatiewet, IOAW, IOAZ en Bbz en het van klanten wordt ingezet om binnen het beschikbare et uitkeringen inzetten van loonkostensubsidie. Het Rijk stelt jaarlijks een macrobudget vast, dat vervolgens via budget de regeling uit te voeren. een vastgestelde verdeelsystematiek over de gemeenten wordt verdeeld. Het macrobudget wijzigt door conjuncturele ontwikkelingen, effecten van rijksbeleid en loon- en prijsbijstelling. In het voor- en najaar ontvangen gemeenten vanuit het ministerie van SZW informatie omtrent de (verwachte) rijksbijdrage. De gemeentelijke begroting wordt ieder jaar geactualiseerd, zowel voor wat betreft de ontwikkeling van de uitkeringslasten, alsook voor wat betreft de ontwikkeling van de rijksbijdrage. De precieze hoogte van de Rijksbijdrage wordt pas definitief vastgesteld in het najaar van het lopende begrotingsjaar. Het gaat om een aanzienlijk bedrag, waarvan de hoogte afhankelijk is van diverse externe variabelen. Het risico bestaat dat de ontwikkeling van het rijksbudget gedurende het jaar uit de pas loopt met de ontwikkeling van de uitkeringslasten. Dit risico wordt ingeschat op €2.500.000 (zowel voor- als nadelig) met een kans van 20%.

Voormalig personeel

De gemeente Lelystad loopt als werkgever een risico met betrekking tot vergoedingen voor voormalig personeel. Het gaat om: - De WGA; de gemeente is 10 jaar eigen risicodrager voor verplichtingen die voortvloeien uit de arbeidsongeschiktheid van (ex)medewerkers. - Door gewijzigde wetgeving moet er vanaf 1-1-2020 een transitievergoeding en eventueel een billijke vergoeding gegeven worden aan ex- medewerkers die op initiatief van de werkgever uit dienst gaan. - RVU; in de CAO is de regeling vervroegd uittreden opgenomen waarbij medewerkers onder bepaalde voorwaarden maximaal 3 jaar eerder met pensioen kunnen met een aanvullende vergoeding vanuit de gemeente. Voor bovenstaande regelingen geldt dat de mate waarin een beroep gedaan wordt op de regelingen én de hoogte van de vergoedingen onzeker is. Daarom nemen we hier een risico voor op.

Leidinggevenden worden ondersteund in het uitvoeren van hun verantwoordelijke taken op gebied van bovenstaande regelingen door P&O. Daarnaast geldt dat P&O monitort op instroom en hoogte vergoedingen. Op het moment dat bijstelling van de budgetten noodzakelijk blijkt wordt dit betrokken bij het opstellen van toekomstige begrotingen.

Ontwerp programmabegroting 2024 en meerjarenraming 2025 – 2027

92

Foundersfee

Inkomsten en kosten OZB

De gemeente heeft in het verleden het erfpachtrecht verworven van in OMALA ingebrachte gronden. De gecumuleerde boekwaarde hiervan oversteeg de vigerende afspraken over het inbrengen van verworven gronden in OMALA. Dit meerdere moet door OMALA vanuit de jaarresultaten uiteindelijk worden terugbetaald. De uitkering betreft een lumpsum bedrag waar tegenover een vordering op de gemeentelijke balans staat.

In de Algemene Vergadering van Aandeelhouders van OMALA NV d.d. 17 juni 2015 is besloten dat gemeente Lelystad uit hoofde van de "Foundersfee" een preferent recht heeft in het resultaat van Ontwikkeling Maatschappij Airport Garden City CV voor een bedrag van €2,3 miljoen. Dit bedrag wordt in drie tranches in 2020, 2025 en 2030 uitgekeerd door Ontwikkeling Maatschappij Airport Garden City aan de gemeente Lelystad indien de jaarresultaten dit toelaten. Omdat het resultaat niet toeliet om tot uitkering in 2020 over te gaan, zijn aanvullende afspraken in de AvA van 17 juni 2021 gemaakt. Samengevat: uitkering geschiedt als en zodra het jaarresultaat (verminderd met risico's) dit toe laat. Uitkering kan in één of meerdere tranches geschieden. De uitkering wordt als kostenpost in de grondexploitatie opgenomen. Het eerder gemelde fiscale risico is naar de toekomst komen te vervallen, omdat in 2020 het fiscale effect van de foundersfee is opgenomen in de aangifte 2019. De belastinginkomsten kunnen als gevolg van de economische, maatschappelijke of onvoorziene De marktontwikkeling en areaaluitbreiding worden ontwikkelingen zoals bijv. het al dan niet open gaan van de luchthaven toe- of afnemen. Daarnaast gevolgd en in beeld gebracht.

Bij de raming van de OZBspeelt de tendens dat steeds meer gebruik gemaakt wordt van zogenaamde no-cure-no-pay inkomsten wordt aansluiting gezocht bij de bureaus (NCNP’s), waardoor ook de kosten stijgen. De risico’s bestaan uit de volgende elementen: marktonwikkeling en areaaluitbreiding. Meerdere keren Inkomsten: per jaar worden de inkomsten gemonitord. 1. Bij de raming van de inkomsten wordt rekening gehouden met een verwachte Op diverse vlakken wordt actie ondernomen om het areaalontwikkeling en marktontwikkeling (stijging van de waarde van onroerend goed) die in de aantal bezwaren van NCNP bedrijven terug te dringen. praktijk anders kan uitpakken. Hierbij kan het gaan om ontwikkelingen op het gebied van Hierbij valt te denken aan informeel contact en zo nodig wetgeving (co2,pfas) of beschikbaarheid van personeel waardoor nieuwbouwprojecten niet of bijstelling, voorlichting maar ook procesmatige beperkt mogelijk zijn. Maar ook bijvoorbeeld de ontwikkeling van de luchthaven heeft hierop aanpassingen. invloed. Een geringe afwijking van 1 procent van de geraamde inkomsten brengt al een afwijking van bijna € 250.000,- teweeg. 2. De effecten van de coronapandemie is een risico dat nog niet volledig uitgekristalliseerd is.

Bedrijven, sectoren die zwaar getroffen werden door de maatregelen van het kabinet en uitstel van belastingbetaling hebben ontvangen, kunnen op een later moment omvallen. De werkelijke effecten zullen pas op langere termijn zichtbaar worden. 3.Ook heeft de opkomst van NCNP’s het aantal bezwaarschriften laten toenemen. Deze juridische procedures hebben een negatief effect op de inkomsten. Hogere kosten: 1. Dat er meer via NCNP’s bezwaar wordt gemaakt zorgt ook voor meer vergoeding van proceskosten. Naast de kostenvergoeding die de gemeente moet betalen stijgen ook de uitvoeringskosten. Het verstrekken van informatie (taxatieverslagen), het voeren van hoorgesprekken en de toename van het aantal af te handelen bezwaarschriften en beroepschriften betekent extra inzet van capaciteit.

Ontwerp programmabegroting 2024 en meerjarenraming 2025 – 2027

93

Vervallen risico’s Als risico’s zich voordoen of afgewend kunnen worden zijn ze niet langer actueel en worden ze niet meer opgenomen in de inventarisatie van de risico’s. Er zijn geen risico’s uit de vorige paragraaf weerstandsvermogen (jaarrekening 2022) komen te vervallen.

2.2 Gewenste weerstandscapaciteit Zoals gezegd bestaat een risico uit de kans dat een gebeurtenis zich voordoet en het mogelijke gevolg wat dit met zich meebrengt. Op basis van het product ‘kans maal gevolg’ dient een aanpak gekozen te worden om met het risico om te gaan. Deze aanpak kan betrekking hebben op het verkleinen van de kans op een gebeurtenis of op het beperken van de gevolgen van een gebeurtenis. Het aanwenden van weerstandscapaciteit is gericht op het laatste. Het totaal risicobedrag van de top 10 van grootste risico’s, plus de overige risico’s uit de risicoinventarisatie samen met de risico’s voor het grondbedrijf vormen samen de gewenste weerstandscapaciteit. Dit is in de tabel hieronder weergegeven:

Gewenste weerstands capaciteit

Omvang risico

Totaal Top 10 grootste financiële risico's Overige risico's Risico's grondexploitaties

10.927.223 334.500 11.543.000

Totaal gewenste weerstands capaciteit

22.804.723

In het volgende onderdeel wordt ingegaan op de beschikbare weerstandscapaciteit.

2.3 Beschikbare weerstandscapaciteit Het beleid met betrekking tot de beschikbare weerstandscapaciteit is vastgelegd in de nota Risicomanagement en weerstandsvermogen 2019. De beschikbare weerstandscapaciteit bestaat uit het totaal van de algemene reserve en de egalisatiereserve grondbedrijf. Bij de bestemming van het rekeningresultaat 2022 is door de Raad een dempingsreserve ingesteld, deze maakt ook deel uit van het weerstandsvermogen.

Weerstandsvermogen Algemene Reserve Dempingsreserve Egalisatiereserve grondexploitaties Totaal weerstandsvermogen

Hoogte* 22.767 6.000 9.476 38.243

* Sta nd ja a rrekeni ng 2022 na bes l ui tvormi ng

Ontwerp programmabegroting 2024 en meerjarenraming 2025 – 2027

94

2.4 Bepaling weerstandsvermogen De raad heeft de norm vastgesteld voor het weerstandsvermogen op 1,5 maal het totaal van het benodigd risicobedrag, met een ondergrens van 1,2 en een bovengrens van 1,8. In de tabel hieronder wordt de norm van het weerstandsvermogen weergegeven.

Risicobedrag

Norm

Weerstandvermogen

22.804.723 22.804.723 22.804.723

1,2 1,5 1,8

27.365.667 34.207.084 41.048.501

Ondergrens weerstandsvermogen 1,2 Vastgestelde norm weerstandsvermogen 1,5 Bovengrens weerstandsvermogen 1,8

De beschikbare weerstandscapaciteit bedraagt €38.243.000. Dit houdt in dat er ruim voldoende weerstandsvermogen aanwezig is om aan de norm van 1,5 keer het risicobedrag (€34,2 mln.) te voldoen, de bovengrens van 1,8 keer het risicobedrag (€41,05 mln.) is net niet aanwezig. Dit wordt grafisch weer gegeven in de tabel Verloop weerstandsvermogen.

Verloop weerstandsvermogen 50.000 45.000 40.000 35.000 30.000

Beschikbare weerstandscapaciteit

25.000

Bovengrens

20.000

Norm risicobedrag

15.000

Ondergrens

10.000 5.000 0 februari

september 2020

Maart

september 2021

Maart

september 2022

Maart

september 2023

Ontwerp programmabegroting 2024 en meerjarenraming 2025 – 2027

95

3. Onderhoud kapitaalgoederen In deze paragraaf wordt conform de artikelen 9 en 12 van het Besluit Begroting en Verantwoording Provincies en Gemeenten (BBV) inzicht gegeven in ‘het onderhoud van de kapitaalgoederen’. Deze kapitaalgoederen vormen de infrastructuur van de openbare ruimte: gebouwen, wegen, openbare verlichting, civiele kunstwerken, water en riolering (infrastructuur), openbaar groen en sportfaciliteiten (voorzieningen). Na aanleg vergen deze kapitaalgoederen regelmatig onderhoud om de openbare ruimte aantrekkelijk te houden, de veiligheid te garanderen en de functionaliteit van deze kapitaalgoederen actueel te houden, zodat deze zoveel mogelijk blijven aansluiten op de veranderingen in en de wensen en behoeften vanuit de samenleving. Kerncijfers Lelystad is ruim 76.000 ha. groot. Hiervan bestaat 24.000 ha. uit land en het overige uit water.

Areaal openbare ruimte Lichtmasten Speeltoestellen Civiele kunstwerken Bomen Riolering (DWA / RWA / Blusriool) Riolering (Persleidingen Verharding Groen Bossen Ecozone / natuurterrein Totaal m2 openbare ruimte

Eenheden 25.921 stuks 1.647 stuks 298 stuks 44.898 stuks 718.749 m1 80.620 m1 6.208.047 m2 9.198.399 m2 4.845.354 m2 190.598 m2 20.442.398 m2

Openbare ruimte (Wegen, Riolering, Water en Groen) De kaders voor het onderhoud van de openbare ruimte zijn vastgelegd in het „Kwaliteitsstructuurplan Lelystad” (KSP) met een bijbehorende kostenraming, door de raad vastgesteld op 14 februari 2003. Een belangrijk onderdeel van het KSP is het Beleidsplan Openbare Ruimte (BOR) waarin de visie op de openbare ruimte wordt verwoord. Er is geen standaardeenheid van kwaliteit, maar er kan per gebied en per onderdeel gevarieerd worden. In het KSP is dit in de vorm van matrixoverzichten nader uitgewerkt. De meerjarenraming openbare ruimte, die regelmatig wordt geactualiseerd (2015), geeft een onderbouwing dat de openbare ruimte van Lelystad ook op lange termijn - mits sober en doelmatig - te onderhouden is met inzet van de beschikbare middelen, inclusief de ICL-uitkering. Hierbij wordt uitgegaan van onderstaande kwaliteitsambitie, door de raad vastgesteld op 28 april 2020. Groen Groen buiten binnen Hoofd- Hoofd- PolderSubBedrijven Them. Centrum Centrum Terrein Wonen Wonen de stad de stad wegen fietsnet. wegen Technische staat Hoog / A Basis / B Sober / C Sober / C Sober / C Sober / C Sober / C Sober / C Sober / C Sober / C Netheid Hoog / A Basis / B Sober / C Sober / C Sober / C Sober / C Sober / C Basis / B Sober / C Sober / C Kwaliteitsniveaus beheer en onderhoud (CROW, publicatie 288) Huidige kwaliteitsambitie

Deze bijgestelde kwaliteitsambitie zal als basis dienen voor de herijking van de meerjarenraming openbare ruimte. Voor het onderdeel ‘riolering’ is een uitzondering gemaakt en wordt de doorkijk genomen tot het jaar 2065. Het onderdeel ‘riolering’ is separaat uitgewerkt in het Gemeentelijk RioleringsPlan (GRP 20222031) wat door de raad is vastgesteld op 1 november 2022. De kwaliteit van de kapitaalgoederen en het onderhoud daarvan is bepalend voor het voorzieningenniveau en de jaarlijkse lasten, waarvoor financiële middelen moeten worden vrijgemaakt. Het onderhoud wordt door middel van Dagelijks Onderhoud (DO) en Groot Onderhoud (GO) uitgevoerd. Het DO betreft jaarlijks terugkerende werkzaamheden die zoveel als mogelijk planmatig worden

Ontwerp programmabegroting 2024 en meerjarenraming 2025 – 2027

96

uitgevoerd en onderdeel uitmaken van de reguliere begroting. In het GO vinden periodiek terugkerende werkzaamheden plaats die worden uitgevoerd op basis van inspectie naar de onderhoudstoestand van het kapitaalgoed. Het GO wordt bekostigd uit de grootonderhoudsvoorzieningen omdat de kosten over de jaren heen kunnen fluctueren. Zijn de DO- en GO-ingrepen niet voldoende om de functionele kwaliteit te waarborgen, dan worden bij de voorbereiding van GO, aanvullende maatregelen voorgesteld. Dit is het geval bij functieveranderingen, onder andere door gewijzigd beleid (bijvoorbeeld duurzaam veilig verkeer, invoeren politiekeurmerk veilig wonen). De werkzaamheden in het GO worden opgenomen in het voortschrijdend integrale meerjarenprogramma Groot Onderhoud (IGOR) waarin naast wegen, straten, pleinen (WSP) ook groen, openbare verlichting, watergangen, civiele kunstwerken, spelen en riolering zijn opgenomen. Het IGOR wordt jaarlijks geactualiseerd en na besluitvorming budgetneutraal verwerkt in de begroting. Gebouwen De gemeente heeft gebouwen in eigendom zoals scholen, MFA’s, Agora, Kubus, parkeergarages, brandweerkazerne, Stadhuis, de werf aan de Wigstraat, etc. Voor het onderhoud van deze gebouwen is een Meerjarenonderhoudsprogramma (MJOP) opgesteld, dat jaarlijks wordt geactualiseerd op basis van inspecties.

Met het MJOP als basis wordt jaarlijks het werkprogramma voor het daaropvolgende jaar voorbereid. De bekostiging is deels onderdeel van de reguliere begroting (DO) en loopt deels via de onderhoudsvoorziening (GO). Kunstobjecten (cultureel) In de Auteurswet van 1912 is vastgelegd dat eigenaren van een kunstwerk de verplichting hebben dit werk naar behoren te beheren. Als eigenaar van een groot aantal kunstwerken draagt ook de gemeente deze verantwoordelijkheid. Voor de kunstwerken in de openbare ruimte in gemeentelijk bezit is in 2006 een systematische meerjarig onderhoudsprogramma geïntroduceerd. Vanaf 2006 vindt het onderhoud van de beeldende kunst conform dit programma plaats. De ‘Zuil van Lely’ ondergaat periodiek een uitvoerige technische inspectie naar de constructie. Onderhoudsvoorzieningen Voor het in stand houden van de kapitaalgoederen zijn er voor het uitvoeren van groot onderhoud verschillende onderhoudsvoorzieningen. De stand van deze voorzieningen en het verloop daarvan als gevolg van stortingen en onttrekkingen in een jaar is opgenomen in hoofdstuk 4.5 van deze begroting. Stortingen vinden plaats op basis van vastgestelde meerjarenramingen en onttrekkingen vinden plaats op basis van vastgestelde onderhoudsplannen en incidenteel op basis van separate besluitvorming. Onderhoudsplannen: -

Meerjarenonderhoudsprogramma Gebouwen (MJOP) Integraal Grootonderhoud Openbare Ruimte (IGOR)

Ontwerp programmabegroting 2024 en meerjarenraming 2025 – 2027

97

4. Financiering De basis voor het handelen van de gemeente op het gebied van financiering is de Wet Financiering Decentrale Overheden (FIDO). De Wet FIDO stelt regels voor het financieringsgedrag van gemeenten. Voor Lelystad is deze regelgeving vertaald in het treasurystatuut. Het belangrijkste uitgangspunt van deze wet is het beheersen van de uit de treasuryfunctie voortvloeiende risico’s. Dat blijkt uit de volgende twee randvoorwaarden: • •

Het aangaan en verstrekken van leningen en het verlenen van garanties is alleen toegestaan voor de uitoefening van de publieke taak; Uitzettingen (het verstrekken van leningen en het eventueel uitzetten van deposito’s) moeten een prudent karakter hebben en mogen niet gericht zijn op het genereren van inkomsten door het lopen van overmatige risico’s.

Risicobeheer financieringsportefeuille Renterisico Dit is het risico dat de gemeente wordt geconfronteerd met sterke rentestijgingen voor haar lopende geldleningen. In het algemeen wordt dit risico beperkt door het gespreid over de lopende jaren afsluiten van langlopende geldleningen met een vast rentepercentage. Kredietrisico Dit is het risico dat de gemeente loopt bij het verstrekken van geldleningen aan rechtspersonen die in financiële problemen kunnen komen. Vanwege de invoering van het schatkistbankieren moeten decentrale overheden de liquiditeitsoverschotten verplicht beleggen bij de Staat der Nederlanden. Eind 2013 is de wet FIDO op dit punt aangepast. Liquiditeitsrisico Het risico dat de gemeente op de korte termijn niet genoeg geld beschikbaar heeft of kan krijgen om aan haar korte termijnverplichtingen te voldoen, wordt het liquiditeitsrisico genoemd. De afgelopen jaren was er steeds sprake van een liquiditeitstekort met name door substantiële investeringen. Om een goed inzicht te krijgen in de vraag hoeveel moet worden geleend en met welke looptijd, zal aandacht worden geschonken aan de liquiditeitsprognose. Debiteurenrisico Er bestaat een risico dat gemeentelijke debiteuren hun rekeningen niet (op tijd) betalen.

Dit risico wordt beperkt door debiteuren vooraf te laten betalen, opbrengsten tijdig te innen en het monitoren van de dubieusheid van vorderingen en tegenpartijen conform de richtlijnen op dit gebied. Eisen wet FIDO Publieke taak en prudent beleggen Conform het treasurystatuut komen leningen, uitzettingen en garanties alleen tot stand indien zij een publieke taak dienen en de uitzettingen een prudent karakter kennen. Kasgeldlimiet Ter beperking van het renterisico is in de wet FIDO een norm opgenomen ten aanzien van de maximale omvang van de kortlopende schulden (korter dan 1 jaar), de zogenaamde kasgeldlimiet. Deze limiet wordt berekend naar een vast percentage (8,5%) van het begrotingstotaal per 1 januari van het betreffende jaar. Voor 2024 bedraagt deze limiet circa €33,1 miljoen. Bij dreigende overschrijding van de kasgeldlimiet, wordt een deel van de kortlopende schuld omgezet in een langlopende schuld (geldlening langer dan 1 jaar).

Ontwerp programmabegroting 2024 en meerjarenraming 2025 – 2027

98

Kasgeldlimiet

(bedragen x €1.000)

3e kw 2022

4e kw 2022

1e kw 2023

2e kw 2023

310.645

310.645

362.053

362.053

Grondslag Omvang begroting per 1 januari 2022/2023 (1) Toegestane kasgeldlimiet in procenten van de grondslag

8,50%

8,50%

8,50%

8,50%

in bedrag

26.405

26.405

30.775

30.775

opgenomen gelden < 1 jaar

-

-

-

-

schuld in rekening-courant

(2) Omvang vlottende korte schuld 2.241

-

-

-

Gestorte gelden door derden < 1 jaar

-

-

-

-

Derivaten contracten

-

-

-

-

Overige geldleningen niet zijnde vaste schuld

-

-

-

-

2.241

-

-

-

Totaal vlottende korte schuld (3) Vlottende middelen Contante gelden in kas

-

-

-

Tegoeden in rekening-courant

-

627

820

852

42.333

35.258

41.120

62.875

-

-

-

-

Totaal netto vlottende schuld

40.092

35.885

41.941

63.727

Toegestane kasgeldlimiet (1)

26.405

26.405

30.775

30.775

Ruimte (+)/ Overschrijding (-)

66.497

62.290

72.715

94.502

Overige uitstaande gelden < 1 jaar Derivatencontracten (4) Toets kasgeldlimiet

Ontwerp programmabegroting 2024 en meerjarenraming 2025 – 2027

99

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Lelystad&id=c74f6c72-7d83-4b18-9a6a-7ac6c72fc77b