Ontwerp programmabegroting 2024 - 2027
Tekst van het document
ONTWERP PROGRAMMABEGROTING 2024 EN MEERJARENRAMING 2025 – 2027
Inhoudsopgave Ontwerp programmabegroting 2024 en meerjarenraming 2025 - 2027 1. 2. 3.
BESTUURLIJKE BOODSCHAP ............................................................................. 2 LEESWIJZER .................................................................................................... 7 BELEIDSBEGROTING ......................................................................................... 9 3.1 TAAKVELDEN............................................................................................. 9 0. BESTUUR EN ONDERSTEUNING ............................................................................9
1. VEILIGHEID ......................................................................................................21 2. VERKEER, VERVOER EN WATERSTAAT ...............................................................24 3. ECONOMIE .......................................................................................................29 4. ONDERWIJS .....................................................................................................34 5. SPORT, CULTUUR EN RECREATIE .......................................................................39 6. SOCIAAL DOMEIN .............................................................................................47 7. VOLKSGEZONDHEID EN MILIEU ..........................................................................64 8. VOLKSHUISVESTING, RUIMTELIJKE ORDENING EN STEDELIJKE VERNIEUWING .......71
3.2
PARAGRAFEN .......................................................................................... 76
1. LOKALE HEFFINGEN .........................................................................................76
2. WEERSTANDSVERMOGEN EN RISICOBEHEERSING ..............................................87 3. ONDERHOUD KAPITAALGOEDEREN ....................................................................96 4. FINANCIERING ..................................................................................................98 5. BEDRIJFSVOERING .........................................................................................103 6. VERBONDEN PARTIJEN ...................................................................................105 7. GRONDBELEID ...............................................................................................117 8. INTERBESTUURLIJK TOEZICHT .........................................................................119 9. ONDERZOEKSAGENDA ....................................................................................124 10. OPENBAARHEIDSPARAGRAAF .......................................................................125
4.
FINANCIËLE BEGROTING ............................................................................... 126 4.1 OVERZICHT VAN BATEN EN LASTEN EN TOELICHTING ................................. 126 4.2 VOORGESTELDE BEGROTINGSBIJSTELLINGEN .......................................... 128 4.3 VOORGESTELDE INZET INCIDENTELE MIDDELEN ........................................ 150 4.4 DEKKINGSVRAAGSTUK STEDELIJKE GROEI EN BIJBEHORENDE OPGAVE ...... 154 4.5 UITEENZETTING FINANCIËLE POSITIE ........................................................ 156 SUBSIDIEOVERZICHT .................................................................... 162 BBV INDICATOREN EN AANVULLENDE LOKALE INDICATOREN ........... 171 MOGELIJKHEDEN VRIJSPELEN AANVULLENDE INCIDENTELE DEKKING 190
1.
Bestuurlijke boodschap
Zoals ook in de kadernota 2024 – 2027 is verwoord zijn we voortvarend bezig met de uitvoering van het raadsakkoord. Lelystad is in de afgelopen jaren uitgegroeid tot een middelgrote en volwassen stad met zelfvertrouwen. een volwassen stad met ambitie Lelystad durft zich inmiddels te onderscheiden en dat blijkt ook uit een aantal mooie ontwikkelingen die de aankomende jaren concreet worden. In het raadsakkoord worden drie hoofdaccenten gelegd die nog steeds overeind staan.
Lelystad
1. We willen de groei van de stad versnellen en dit gelijk op laten gaan met de ontwikkeling van voorzieningen en de uitvoering van de maatschappelijke opgave. 2. We willen de stad vergroenen en de ambitie van Lelystad als hoofdstad van de nieuwe natuur verder versterken. 3. We willen het Stadshart versterken, het stationsgebied een upgrade geven en stappen maken met de integrale gebiedsaanpak Samen Lelystad Oost. De grote woningbouwopgave wordt in samenwerking met het Rijk, de provincie en markt opgepakt. Voor de gemeente betekent het een andere manier van werken, waarbij we niet meer van tevoren precies bedenken hoe een wijk eruit moet komen te zien, maar daarvoor ook in samenwerking op de markt vertrouwen. Het betekent grotere aanbestedingen en werken vanuit beperkte kaders, waarmee invulling wordt gegeven aan de continuïteit van de bouwopgave. Er worden aansprekende nieuwe wijken ontwikkeld in Lelystad. De versnelde planontwikkeling van Warande 2.0 / ZuiderC draagt daar aan bij. Dat geldt zeker ook voor de ontwikkelingen aan de kust van het Markermeer, waarvoor hard gewerkt wordt aan de uitdagende planvorming van Waterfront Kust. Tegelijkertijd worden de bestaande wijken niet vergeten. Via de integrale gebiedsaanpak Samen Lelystad Oost maken we stappen in de Zuiderzeewijk, Waterwijk, Boswijk en Atolwijk.
Deze wijken worden de komende jaren gerevitaliseerd, wat veel zal doen aan de uitstraling van- en leefbaarheid in deze wijken. Deze wijken staan daarnaast ook centraal binnen de uitvoering van het programma Preventie met Gezag, waarmee we willen voorkomen dat jongeren in de criminaliteit belanden. Via het Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid ontvangen we daarnaast ook middelen onder de noemer ‘Kansrijke Wijk’. De hoofdthema’s daarbinnen zijn investeringen in re-integratie, preventie van schulden en armoede, ontwikkeling van het jonge kind en veerkracht en weerbaarheid. Het stationsplein wordt straks groter en groener met een nieuw en ruimer busstation. Een echt visitekaartje voor iedereen die in Lelystad woont, werkt of op bezoek komt. Het Theaterkwartier krijgt gestalte met, naast een prachtig theater en een mooie bioscoop, ook een nieuw poppodium ter vervanging van de huidige Corneel aan de Neringweg. De vernieuwing van de onderwijsgebouwen krijgt vorm en aankomend jaar wordt gestart met de vervangende nieuwbouw van basisschool De Tjalk. Daarnaast zal de nieuwe MFA De Botter het bruisend hart worden van de wijk.
Ontwerp programmabegroting 2024 en meerjarenraming 2025 – 2027
2
Lelystad profileert zich nadrukkelijk als hoofdstad van Flevoland, centraal gelegen te midden van Nationaal Park Nieuw Land, de Oostvaardersplassen en Marker Wadden. Ook in de stad is veel natuur aanwezig met onder andere het Bultpark, Woldpark, Zuigerplasbos en Gelderse Hout. Met de onlangs vastgestelde Strategie Agenda Natuur ‘Van groen dromen naar groen doen’ is een eerste stap gezet om invulling te geven aan de hoge ambities die Lelystad heeft voor de toekomst op gebied van natuurbehoud en – ontwikkeling in en om de stad. Met de komst van een aantal grote bedrijven wordt de naam van Lelystad als logistieke hotspot bevestigd. De werkgelegenheid op Flevokust Haven wordt daardoor in de komende jaren fors uitgebreid. Op basis van het Economisch Perspectief Lelystad 2030 zetten we in op de kracht van Lelystad en het uitbouwen van de goederengerichte sectoren, waaronder de maakindustrie en logistiek. Naast de logistieke sector heeft Lelystad ook sterke troeven op het gebied van vrijetijdseconomie en worden er aansprekende evenementen georganiseerd. Een andere mooie ontwikkeling is de Maatschappelijke Agenda, als onderdeel van een voortdurend gesprek dat we samen voeren over prettig en veilig wonen in onze wijken en onze stad. De groei die we als stad doormaken, met de grote bouwopgave die er ligt, kan niet zonder dit gesprek.
De opgaven die er zijn, pakken we samen en integraal op. Zo bouwen we niet alleen een stad, maar bouwen we een samenleving. In deze samenleving hebben we aandacht voor de bestaanszekerheid van inwoners en gezinnen. We informeren onze inwoners actief over de beschikbare landelijke- en lokale regelingen.
De raad heeft met het vaststellen van de kadernota 2024 2027 duidelijkheid gegeven aan het college over de financiëleVan kadernota naar en inhoudelijke kaders die bij het opstellen van de programmabegroting gehanteerd moeten worden. Zo heeft de programmabegroting raad in de kadernota 2024 – 2027 besloten aanvullend budget beschikbaar te stellen voor het beheer van MFA’s. Ook zijn er middelen vrijgemaakt voor uitbreiding van de regeling vrijwilligersactiviteiten en de herinrichting van de Neringpassage. Daarnaast zijn er in de kadernota 2024 – 2027 nog diverse intensiveringen vanuit de eerder vastgestelde Cultuurvisie 2024 - 2030 en de Sport- en Beweegvisie 2030 per amendement van dekking voorzien. Voorbeelden zijn een investering in de culturele infrastructuur en een budgetuitbreiding voor het bevorderen van cultuur in de wijk. Daarnaast wordt er ingezet op de renovatie en uitbreiding van sportaccommodaties en zijn er middelen beschikbaar gesteld voor het Volwassenenfonds Sport & Cultuur. Al deze besluiten zijn verwerkt in het financieel perspectief 2024 – 2027 van deze programmabegroting.
Ontwerp programmabegroting 2024 en meerjarenraming 2025 – 2027
3
Door het vaststellen van de kadernota 2024 – 2027 is duidelijk hoe omgegaan moet worden met de tekorten die met ingang van 2026 ontstaan. Alle gemeenten worden met ingang van dat jaar geconfronteerd met een nieuwe financiering systematiek vanuit het Rijk. In de praktijk betekent dit dat gemeenten er fors op achteruitgaan en om die reden wordt er ook wel gesproken over het ‘ravijnjaar 2026’. Hoewel dit misschien nog ver weg lijkt is het raadzaam om het daar in een vroeg stadium al met elkaar over te hebben. Op basis van de kadernota 2024 – 2027 worden er op korte termijn in ieder geval geen overhaaste en onomkeerbare bezuinigingen doorgevoerd. De raad heeft echter ook bepaald dat er wel voorbereidingen getroffen moeten worden. Deze voorbereidingen zijn nodig om het gesprek over ombuigingsmogelijkheden zorgvuldig met elkaar te kunnen voeren. Het college waardeert de input van de raad in deze discussie, wat begon met het aannemen van een amendement bij de programmabegroting 2023 – 2026. Het college werd daarin opgeroepen te onderzoeken of ‘Zero Based Begroten’ bij zou kunnen dragen aan het komen tot een sluitend meerjarenperspectief. In navolging daarop heeft het college in overleg met de commissie van de rekening een procesvoorstel opgenomen in de kadernota 2024 – 2027.
Inmiddels is dit proces in de organisatie uitgerold en worden alle taakvelden binnen de begroting geanalyseerd. Er wordt in kaart gebracht welke activiteiten worden uitgevoerd, wat dat kost en welke mogelijkheden er zijn om dat te beïnvloeden. Door aan de voorkant richting te geven aan het proces wat doorlopen gaat worden, is duidelijkheid ontstaan voor ambtelijke organisatie, college en raad. Hoewel het ‘ravijnjaar 2026’ nog ver weg lijkt - en er over de precieze omvang van de financiële opgave van alles gezegd kan worden – zal er naar verwachting namelijk wel bezuinigd moeten worden. Naast het opnieuw inrichten van de begroting worden er binnen het proces van ‘Zero Based Begroten’ daarom ook ombuigingsmogelijkheden in beeld gebracht. De beschikbare structurele middelen zijn schaars en dat geldt ook voor de beschikbare incidentele middelen. Het college doet in deze programmabegroting een voorstel om te komen tot een afwegingskader omtrent de inzet van incidentele middelen. Met behulp van dit afwegingskader wordt de raad jaarlijks bij de kadernota in staat gesteld een integrale afweging te maken tussen de ontwikkelingen die vragen om incidentele dekking.
Bij het opstellen van deze ontwerp programmabegroting 2024 – 2027 is in vervolg op het Gedecentraliseerde taken sociaal domein kadernotaproces gekeken naar de diverse beleidsterreinen en de actuele ontwikkelingen die zich daarbinnen voordoen. Het uitgangspunt is en blijft het opstellen van een zo realistisch mogelijke begroting en meerjarenraming. Daarbij kijken we ook nadrukkelijk naar die begrotingsonderdelen met een grote dynamiek, zoals de gedecentraliseerde taken binnen het sociaal domein. De budgetten voor uitvoering van de Participatiewet en de Wmo lijken op dit moment nog steeds toereikend te zijn. Dat ligt echter voor de uitvoering van de Jeugdhulp heel anders. Er ligt op dit terrein nog steeds een onverminderd grote opgave en in deze programmabegroting wordt voorgesteld de begroting en meerjarenraming te actualiseren op basis van de laatste inzichten.
Actualisatie financieel perspectief
Met de Hervormingsagenda Jeugd 2023 – 2028 is voor gemeenten, het Rijk en uitvoerders wat meer duidelijkheid ontstaan over de uitvoering van de Jeugdhulp in de aankomende jaren. We moeten ervoor zorgen dat kind en gezin wanneer dit nodig is zo snel als mogelijk passende zorg en ondersteuning ontvangen. Tegelijkertijd zullen maatregelen genomen moeten worden om het stelsel financieel houdbaar te maken voor de toekomst. Zoals blijkt uit de bijstelling in deze programmabegroting is het huidige stelsel dat op dit moment namelijk niet. Lelystad wordt – net als diverse andere gemeenten – geconfronteerd met toenemende kosten. Tegelijkertijd is er in de meerjarenraming op termijn juist minder budget beschikbaar voor de uitvoering van de Jeugdhulp, doordat de hiervoor beschikbaar gestelde middelen vanuit het Rijk afnemen.
Ontwerp programmabegroting 2024 en meerjarenraming 2025 – 2027
4
Deze ontwikkelingen maken een bijstelling van het financieel perspectief 2024 – 2027 op dit moment onontkoombaar. Deze bijstelling betekent echter niet dat het college zich bij de situatie neerlegt. De uitvoering van het overige gemeentelijk takenpakket komt door deze oplopende kosten namelijk steeds verder onder druk te staan. Er ligt een forse opgave om grip te krijgen op de instroom en via die weg de kosten op termijn weer terug te brengen naar een aanvaardbaar niveau. Daar waar in de uitvoering van het lokale deel in de afgelopen jaren goede stappen zijn gezet, blijft het lastig grip te krijgen op de kostenontwikkeling van het regionale deel. Veranderingen zijn lastig van het ene op het andere moment door te voeren. Het is een kwestie van vasthoudendheid en het maken van duidelijke inhoudelijke en integrale keuzes. Naast bovenstaande ontwikkelingen zijn ook de overige onderdelen van het financieel perspectief Overige onderwerpen 2024 – 2027 in de afgelopen maanden nogmaals geactualiseerd op basis van de laatste inzichten, onder andere op basis van de inzichten uit de mei- en septembercirculaire 2023. Aan de ene kant gaat het om enkele bijstellingen met een positief effect op het begrotingssaldo.
De bijdrage die de gemeente ontvangt vanuit het gemeentefonds valt naar verwachting hoger uit en ook de budgetten voor het betalen van rente kunnen naar beneden toe bij worden gesteld. Dit soort ontwikkelingen zorgen voor een voordeel ten opzichte van het meerjarige begrotingssaldo.
Actualisatie financieel perspectief
Aan de andere kant gaat het om enkele bijstellingen met een nadelig effect op het begrotingssaldo. Zo zorgt de netcongestieproblematiek ervoor dat niet alle nieuw gebouwde scholen direct op het stroomnet aangesloten kunnen worden. Tot die tijd zal noodgedwongen gebruik moeten worden gemaakt van relatief dure dieselaggregaten. Een ander voorbeeld is de noodzakelijke actualisatie van het verkeersmodel, wat eigenlijk onmisbaar is voor het in beeld brengen van knelpunten en het kunnen uitvoeren van wettelijk verplichte onderzoeken. Ook zijn er enkele bijstellingen in de programmabegroting opgenomen die voortvloeien uit eerdere raadsbesluiten. Zo wordt een voorstel gedaan voor verplaatsing van het KNRM station Lelystad en worden middelen gereserveerd voor de ontwikkeling van een herdenkingsmonument. In de afgelopen maanden heeft de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) zich meerdere malen over de financiële Begrotingsadvies VNG problematiek uitgelaten en het Rijk opgeroepen gemeenten tegemoet te komen. De VNG heeft in de tussentijd ook een begrotingsadvies aan gemeenten afgegeven. Het advies is om voor 2024 en 2025 een sluitende begroting te presenteren en voor de jaren 2026 en verder een realistische begroting op te stellen. Naar verwachting zal er bij de meeste gemeenten dan sprake zijn van duidelijke tekorten.
Dit geeft een duidelijk signaal aan het zittende demissionaire kabinet en de partijen die straks een nieuwe coalitie gaan vormen. Bij het opstellen van deze programmabegroting 2024 – 2027 heeft het college zich gehouden aan dit begrotingsadvies van de VNG. Te meer ook omdat dit advies aansluit bij het goede gesprek dat met de raad is gevoerd in opmaat naar de vaststelling van de kadernota 2024 – 2027. Het presenteren van een tekortbegroting met ingang van 2026 is in het licht van de discussies die nog gevoerd gaan worden met het Rijk op dit moment goed verdedigbaar. Tegelijkertijd moeten we ook oog hebben voor de realiteit, waarin de middelen schaars zijn en het nieuwe kabinet ook keuzes zal moeten maken. De druk op het financieel perspectief met ingang van 2026 is voor het college reden de raad voor te stellen nu niet over te gaan tot een verbreding van de Lelypas.
Ontwerp programmabegroting 2024 en meerjarenraming 2025 – 2027
5
Op grond van artikel 189 van de Gemeentewet ziet de gemeenteraad erop toe dat de gemeentebegroting structureel en reëel in evenwicht is. De gemeenteraad kan hiervan afwijken indien aannemelijk is dat het structureel en reëel evenwicht in de begroting in de eerstvolgende jaren tot stand zal worden gebracht. Met het presenteren van een tekort in 2026 en verder, maar een sluitende begroting voor 2024 en 2025, wordt dit voldoende aannemelijk gemaakt. De prioriteit in de aankomende periode ligt bij het inzichtelijk maken van ombuigingsmogelijkheden, zodat op een later moment in gezamenlijkheid de juiste keuzes gemaakt kunnen worden. Zoals gezegd, doen we dat via het met de raad afgesproken proces van ‘Zero Based Begroten’. Het raadsakkoord zal ons hierbij gaan helpen, want daarin staat wat we belangrijk vinden voor het Lelystad van de toekomst.
Ontwerp programmabegroting 2024 en meerjarenraming 2025 – 2027
6
2.
Leeswijzer
De programmabegroting is opgesteld conform de voorschriften uit het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV). Zo is de financiële begroting ingedeeld op basis van de bij ministeriële regeling voorgeschreven ‘taakvelden’, wordt er inzicht gegeven in diverse financiële kengetallen en is er een bijlage opgenomen waarin de wettelijk verplicht op te nemen beleidsindicatoren inzichtelijk zijn gemaakt. Deze voorschriften over hoe de programmabegroting en jaarstukken moeten worden opgebouwd zorgen voor uniformiteit. Het idee achter deze voorschriften is dat gemeenten met elkaar vergeleken moeten kunnen worden. Door dezelfde regels te hanteren wordt er immers minder ruimte gelaten voor interpretatie door individuele gemeenten. Zoals zichtbaar is in de inhoudsopgave bestaat deze programmabegroting uit een beleidsbegroting en een financiële begroting, plus een aantal bijlagen. Hieronder worden de daarin opgenomen hoofdstukken kort toegelicht. De beleidsbegroting is opgebouwd uit de volgende drie afzonderlijke onderdelen: 3.1 Taakvelden De totale gemeentebegroting is onder te verdelen in clusters (0 tot en met 8), waarbij ieder cluster weer is opgebouwd uit een aantal samenhangende taakvelden (in totaal 67). Binnen dit onderdeel wordt voor ieder taakveld afzonderlijk inzicht geboden in: a) b) c) d) e) f)
de bijbehorende begrote baten en lasten in de periode 2024 – 2027; de verantwoordelijke portefeuillehouder(s) en de relatie met de hoofdopgaven uit het raadsakkoord; het antwoord op de vraag of dit taakveld onderdeel uitmaakt van de begrotingsmonitoren 2024; de aard van deze activiteiten (wettelijk / gemeentelijk), met daaruit afgeleid een duiding van de beïnvloedbaarheid van deze baten en lasten; de activiteiten die samenhangen met de inzet van deze baten en lasten en wat daarmee beoogd wordt te bereiken; de aan het taakveld gerelateerde beleidsnota’s en indien van toepassing de vermelding van aan dit taakveld verbonden partijen (alleen indien er zowel een bestuurlijk- als financieel belang aanwezig is).
3.2 Paragrafen De paragrafen vormen een dwarsdoorsnede van de gemeentebegroting. Zaken als de gemeentelijke bedrijfsvoering, de financiering en het beleid omtrent de onderhoud van kapitaalgoederen lopen dwars door de hierboven beschreven taakvelden heen. Dit is ook de reden dat het BBV gemeenten verplicht dit type informatie in afzonderlijke paragrafen uit te werken. De financiële begroting is opgebouwd uit de volgende drie afzonderlijke onderdelen: 4.1 Overzicht van baten en lasten en toelichting Binnen dit hoofdstuk wordt er een weergave gegeven van het totaal aan baten en lasten van alle taakvelden bij elkaar opgeteld. De bij het opstellen van de totale gemeentebegroting gehanteerde grondslagen worden daarbij kort uiteengezet. De beginstand van het financieel perspectief in de jaren 2024 en verder sluit aan bij de eindstand van de kadernota 2024 – 2027. De eindstand van de programmabegroting 2024 – 2027 zoals hier gepresenteerd is exclusief doorwerking van de voorgestelde begrotingsbijstellingen. Na besluitvorming door de gemeenteraad zullen deze bijstellingen formeel worden verwerkt in de financiële administratie en zullen deze tabellen worden aangepast.
Ontwerp programmabegroting 2024 en meerjarenraming 2025 – 2027
7
4.2 Voorgestelde begrotingsbijstellingen Binnen dit hoofdstuk worden alle voorgestelde bijstellingen op de begroting en meerjarenraming uiteen gezet. Dit zijn bijstellingen ten opzichte van het hierboven genoemde eindstand van de kadernota 2024 – 2027. Deze bijstellingen zijn onderverdeeld in de volgende categorieën: A. Onontkoombaar / actualisaties B. Gemeentefonds C. Overig Na verwerking van de voorgestelde begrotingsbijstellingen is er sprake van structureel en reëel begrotingsevenwicht in de jaren 2024 en 2025. Met ingang van het jaar 2026 is er echter sprake van een aanzienlijk structureel tekort. De VNG heeft gemeenten opgeroepen een zo realistisch mogelijke begroting en meerjarenraming op te stellen en de daadwerkelijke tekorten met ingang van 2026 duidelijk zichtbaar te maken. In de tussentijd blijft de VNG in gesprek met het huidige demissionaire kabinet over een oplossing van het ‘ravijnjaar 2026’. Ook in opmaat naar een nieuw kabinet wordt er op diverse vlakken geprobeerd invloed uit te oefenen op het besluitvormingsproces. Ondanks deze inspanningen ligt het niet in lijn der verwachting dat het kabinet gemeenten volledig tegemoet zal komen. De financiën van het Rijk staan namelijk onder druk. Enerzijds is er sprake van diverse autonome ontwikkelingen – zoals de stijging van de rente - die maken dat een nieuw kabinet begint met een bezuinigingsopgave.
Anderzijds zijn er nog diverse andere dossiers die – net als gemeenten - vragen om aanvullende middelen. De raad heeft in via de kadernota 2024 – 2027 het besluit genomen dat er gestart wordt met ‘Zero Based Begroten’. Naast het opnieuw opbouwen van de begroting en het creëren van meer inzicht worden er ook ombuigingsmogelijkheden uitgewerkt, zodat de raad op een later moment een afgewogen en zorgvuldige keuze kan maken. 4.3 Voorgestelde inzet incidentele middelen Er is op dit moment nog zo’n €0,65 miljoen aan onbeklemde ruimte beschikbaar in de reserve ontwikkeling stad. Via besluitpunt 40 wordt voorgesteld het begrotingsoverschot in 2024 en 2025 toe te voegen aan deze reserve, zodat het totaal aan onbeklemde ruimte uitkomt op €2,25 miljoen. In dit hoofdstuk wordt de raad vervolgens gevraagd enkele bijstellingen vanuit deze onbeklemde ruimte van dekking te voorzien. 4.4 Dekkingsvraagstuk stedelijke groei en bijbehorende opgave In het raadsakkoord zijn er incidentele middelen gereserveerd voor het kunnen faciliteren van ontwikkelingen gericht op de groei van de stad. De raad heeft inmiddels enkele concrete besluiten genomen om deze middelen in te zetten. Het is de verwachting dat er op termijn meer initiatieven zullen zijn die wellicht gaan vragen om incidentele dekking. De beschikbaarheid van incidentele middelen is echter niet onbeperkt.
Teneinde de integrale afweging te kunnen faciliteren wordt er in dit hoofdstuk ingegaan op dit dekkingsvraagstuk en wordt voorgesteld een afwegingskader op te stellen. 4.5 Uiteenzetting financiële positie Binnen dit hoofdstuk wordt ingegaan op de gemeentelijke balans. Er wordt inzicht geboden in de gemeentelijke reservepositie en de voorzieningen. Dit hoofdstuk heeft een relatie met de paragraaf Inter Bestuurlijk Toezicht (IBT), waarin wordt ingegaan op diverse financiële ratio’s en kengetallen (aan de hand van de drie pijlers: begrotingsevenwicht, weerstandsvermogen en schuldpositie). Bijlagen In deze programmabegroting zijn enkele bijlagen opgenomen. Bijvoorbeeld de bij ministeriële regeling verplicht op te nemen beleidsindicatoren per taakveld (aangevuld met lokale beleidsindicatoren) en diverse overzichten op het gebied van subsidieverstrekking.
Ontwerp programmabegroting 2024 en meerjarenraming 2025 – 2027
8
3.
Beleidsbegroting
3.1
Taakvelden
0. Bestuur en ondersteuning De taakvelden binnen het cluster ‘0. Bestuur en ondersteuning’ dragen bij aan de uitvoering van de inhoudelijke taakvelden, die onderdeel uitmaken van de verderop beschreven clusters 1 tot en met 8. In de overzichten hieronder wordt per taakveld inzicht geboden in de bijbehorende lasten en baten. Vervolgens wordt per taakveld aanvullende informatie geboden, bijvoorbeeld over de aard van de activiteiten, de beïnvloedbaarheid van de budgetten en de verantwoordelijke portefeuillehouder(s). Indien van toepassing wordt er ingegaan op de concrete doelstellingen voor 2024 en de bij het taakveld betrokken verbonden partijen.
Ontwerp programmabegroting 2024 en meerjarenraming 2025 – 2027
9
0. Bestuur en ondersteuning
(Bedragen x €1.000)
Lasten 0.1 Bestuur 0.2 Burgerzaken 0.3 Beheer overige gebouwen en gronden 0.4 Overhead 0.5 Treasury 0.61 OZB woningen 0.62 OZB niet-woningen 0.63 Parkeerbelasting 0.64 Belastingen overig 0.7 Algemene uitkering en overige uitkeringen gemeentefonds 0.8 Overige baten en lasten 0.9 Vennootschapsbelasting (Vpb) Totaal Lasten Baten 0.1 Bestuur 0.2 Burgerzaken 0.3 Beheer overige gebouwen en gronden 0.4 Overhead 0.5 Treasury 0.61 OZB woningen 0.62 OZB niet-woningen 0.63 Parkeerbelasting 0.64 Belastingen overig 0.7 Algemene uitkering en overige uitkeringen gemeentefonds 0.8 Overige baten en lasten 0.9 Vennootschapsbelasting (Vpb) Totaal Baten Eindtotaal
0. Bestuur en ondersteuning (mutaties reserves) (Bedragen x €1.000)
Lasten 0.10 Mutaties reserves 0.11 Resultaat van de rekening van baten en lasten Totaal Lasten Baten 0.10 Mutaties reserves 0.11 Resultaat van de rekening van baten en lasten Totaal Baten Eindtotaal
2024
2025
2026
2027
-4.484 -4.387 -834 -35.176 -274 -1.942 -16.607 -63.705
-4.460 -4.387 -834 -34.015 -435 -1.942 -13.393 -59.466
-4.460 -4.379 -834 -33.256 -465 -1.942 -14.698 -60.035
-4.460 -4.379 -834 -32.048 -441 -1.942 -15.357 -59.461
82 982 899 309 786 13.687 16.561 2.190 321 208.428 244.244 180.539
82 982 899 309 774 13.687 16.561 2.190 321 208.045 243.849 184.383
82 982 899 309 774 13.687 16.561 2.190 321 196.820 232.624 172.590
82 982 899 309 774 13.687 16.561 2.190 321 196.317 232.121 172.660
2024
2025
2026
2027
131 809 940
-1.099 -1.002 -2.101
-1.084 3.213 2.129
-1.084 -346 -1.430
10.437 10.437 11.377
4.896 4.896 2.795
4.092 7.298 11.390 13.520
1.490 11.697 13.188 11.758
Ontwerp programmabegroting 2024 en meerjarenraming 2025 – 2027
10
0.1
Bestuur
Hoofdopgave raadsakkoord: Portefeuillehouder(s): I.A. Bakker Portefeuillehouder(s): Onderdeel begrotingsmonitor 2024:
Lasten Baten
Nee
2024 -4.484 82
2025 -4.460 82
Aard activiteiten: Beinvloedbaarheid lasten Beinvloedbaarheid baten:
Bedrag x €1.000
2026 -4.460 82
2027 -4.460 82
Wettelijk [ 0 % - 20 %] [0%]
Context Op basis van artikel 6 van de gemeentewet is het voor een gemeente verplicht om een gemeenteraad, een college en een burgemeester te hebben. Daarnaast verplicht de gemeentewet iedere gemeente om een rekenkamer of een rekenkamerfunctie vorm te geven (artikel 81a t/m 81k en artikel 182 t/m 185). Verder is het in de gemeentewet de verplichting een griffie te hebben (artikel 107 t/m 107e gemeentewet). Wat willen we bereiken? In dit taakveld zijn de lasten opgenomen die direct verband houden met de gemeentelijke bestuursorganen en de directe ondersteuning daarvan: - Het college van burgemeester en wethouders; - De gemeenteraad en de raadscommissies; - De ondersteuning en advisering van de raad in de vorm van een griffie; - De lokale rekenkamer; - Landelijke- en regionale bestuurlijke samenwerkingsverbanden (Vereniging van Nederlandse Gemeenten, G40, Platform 31) De beïnvloedbaarheid van de lasten binnen dit taakveld is vrij beperkt. Zo is het aantal raadsleden wettelijk voorgeschreven, evenals de hoogte van de bijbehorende vergoeding voor het raadswerk. De lasten behorende bij het college staan in direct verband met het aantal collegeleden. De lasten behorende bij de raad staan in direct verband met het aantal raadsleden, fracties en fractieassistenten.
Met ingang van de deze bestuursperiode is het aantal raadsleden toegenomen van 35 naar 37 in verband met het bereiken van de grens van 80.000 inwoners. Wat gaan we daarvoor doen? De wijze waarop het gemeentebestuur met elkaar omgaat is van grote invloed op het imago en de bestuurskracht. Om het samenspel te verbeteren zijn er in het raadsakkoord een aantal afspraken gemaakt, bijvoorbeeld over tijdige informatievoorziening en een duidelijke rolverdeling tussen raad en college. Onderliggende basis van deze afspraak is het onderlinge vertrouwen om samen resultaten voor de stad te boeken. Gerelateerde beleidsnota's Gerelateerde verbonden partijen Gedragscode integriteit gemeenteraadsleden gemeente Lelystad Gedragscode integriteit collegeleden gemeente Lelystad Gedragscode integriteit ambtenaren gemeente Lelystad
Ontwerp programmabegroting 2024 en meerjarenraming 2025 – 2027
11
0.2
Burgerzaken
Hoofdopgave raadsakkoord: Portefeuillehouder(s): R. Broekema Portefeuillehouder(s): Onderdeel begrotingsmonitor 2024:
Lasten Baten
Nee
2024 -4.387 982
2025 -4.387 982
Aard activiteiten: Beinvloedbaarheid lasten Beinvloedbaarheid baten:
Bedrag x €1.000
2026 -4.379 982
2027 -4.379 982
Wettelijk [ 0 % - 20 %] [0%]
Context De gemeente voert een verscheidenheid aan wettelijke verplichtingen uit binnen dit taakveld. De uitvoering hiervan is georganiseerd binnen de Stadswinkel. Naast burgerzaken vormt het klantcontactcentrum een belangrijk onderdeel, dat uitvoering geeft aan de telefonische bereikbaarheid, informatieverstrekking en het opnemen en uitzetten van meldingen over de openbare ruimte. De informatiebalie is het eerste aanspreekpunt voor inwoners, bezoekers en ondernemers die een bezoek brengen aan het stadhuis en vervult daarmee een waardevolle en gastvrije rol in de gemeentelijke dienstverlening. Wat willen we bereiken? In dit taakveld zijn de lasten en baten opgenomen die verband houden met de uitvoering van de diverse wettelijk voorgeschreven burgerzakentaken. De beïnvloedbaarheid van de lasten en baten binnen dit taakveld is vrij beperkt, aangezien het de uitvoering van wettelijke taken betreft en een groot deel van de legesopbrengsten worden gemaximeerd door wettelijke bepalingen. Op basis van artikel 229 van de Gemeentewet brengt de gemeente de kosten in rekening voor deze door de gemeente geleverde diensten, de zogeheten leges. Basistaken De gemeente is verantwoordelijk voor de uitvoering van diverse wettelijke taken, zoals de uitgifte van rijbewijzen, reisdocumenten en het verlenen of intrekken van de Nederlandse nationaliteit.
Basisregistraties De gemeente is verantwoordelijk voor uitvoering van de Basisregistratie Personen. Dit betreft het bijhouden van persoonsgegevens, de verstrekking van gegevens uit de basisregistratie, de technische en administratieve inrichting en werking en de beveiliging van de basisregistratie. Burgerlijke stand Op basis van het Burgerlijk Wetboek houdt de gemeente diverse registers bij. Daarnaast voeren we de daarbij behorende taken op onder andere het gebied van huwelijken, geboortes, overlijden en erkenningen uit. Het steeds verder digitaliseren van onze dienstverlening wordt ook hierin toegepast. Verkiezingen Op basis van de Kieswet zijn gemeenten verantwoordelijk voor het organiseren van verkiezingen voor de gemeenteraad, de provinciale staten, de Tweede Kamer der Staten-Generaal, het Europees Parlement en de Waterschappen. De verkiezing voor de Nederlandse leden in het Europees Parlement - vindt plaats op 6 juni 2024. Wat gaan we daarvoor doen? Inwoners ervaren de dienstverlening van Burgerzaken als een klantgerichte en professionele organisatie, waarbij je veilig en betrouwbaar voor je diensten en producten terecht kunt. Burgerzaken staat de komende jaren voor grote veranderingen, waardoor het taakveld aan verandering onderhevig is.
Bij de vertaalslag van de systeemwereld naar de leefwereld van de burger, moet een balans worden gevonden in het spanningsveld van optimale dienstverlening en tegelijkertijd kwaliteit van persoonsgegevens, privacy, fraudebestrijding, juridisering en de toenemende digitalisering. Hier ligt de uitdaging om de dienstverlening anders in te richten en tegelijkertijd de persoonlijke benadering, naar een hoger plan te tillen. Dat vereist meer dan ooit hostmanship en vakmanschap. Om bovenstaande de komende jaren te realiseren gaan we aan de slag met de drie kernwaarden van onze visie op dienstverlening “samen, betrokken en duidelijk!” Door kritisch te kijken naar de huidige processen en de juiste keuzes te maken voor de middel- en lange termijn komen wij tot een optimale dienstverlening, digitaal waar dat kan, persoonlijk waar het moet. Gerelateerde beleidsnota's Leges verordening 2023
Gerelateerde verbonden partijen -
Ontwerp programmabegroting 2024 en meerjarenraming 2025 – 2027
12
0.3
Beheer overige gebouwen en gronden
Hoofdopgave raadsakkoord: 7. Stedelijke Vernieuwing Portefeuillehouder(s): D. Grimbergen Portefeuillehouder(s): S. Kruis Onderdeel begrotingsmonitor 2024: Nee
Lasten Baten
2024 -834 899
2025 -834 899
Aard activiteiten: Beinvloedbaarheid lasten Beinvloedbaarheid baten:
Bedrag x €1.000
2026 -834 899
2027 -834 899
Gemeentelijk [ 0 % - 20 %] [ 0 % - 20 %]
Context Naast bouwgrond in exploitatie (taakveld 3.2 voor bedrijventerreinen en taakveld 8.2 voor niet-bedrijventerreinen) heeft de gemeente diverse andere gronden in eigendom. Dit zijn bijvoorbeeld gronden die zijn uitgegeven in erfpacht, maar ook de niet in exploitatie genomen gronden. Wanneer geen sprake is van een grondexploitatie, worden de bijbehorende lasten en baten die samenhangen met het bezit en beheer van deze gronden binnen dit taakveld verantwoord. Wat willen we bereiken? Door middel van uitgifte in erfpacht in het verleden heeft de gemeente (ook op privaatrechtelijke wijze) grip gekregen op de ruimtelijke ontwikkeling. Daarnaast worden gronden die nog niet zijn bebouwd, als strategische grondvoorraad aangehouden om later eventueel in een grondexploitatie te worden opgenomen. Daarnaast wordt er binnen dit taakveld gestreefd naar een evenwicht tussen de opbrengsten uit verhuur en verpachting enerzijds en de daaraan gekoppelde beheerslasten anderzijds. Wat gaan we daarvoor doen? Gronden die geen onderdeel uitmaken van een grondexploitatie vertegenwoordigen een waarde op de gemeentelijke balans binnen de categorie materiële vaste activa.
De exploitatielasten van het in beheer hebben van deze gronden - en de baten die samenhangen met het bezit - zijn grofweg onder te verdelen in: Toegerekende rentelasten De gemeentelijke bezittingen zijn deels gefinancierd met vreemd vermogen, zo ook de gronden die zijn uitgegeven in erfpacht en de (bouw)gronden die nog niet zijn opgenomen in een grondexploitatie. Het BBV schrijft voor dat de kosten die hiermee samenhangen moeten worden toegerekend aan het bijbehorende taakveld. In dit geval worden de rentelasten die samenhangen met het in bezit hebben van deze gronden aan dit taakveld toegerekend via een omslagpercentage. Beheerslasten en -baten Naast de lasten die samenhangen met het in bezit hebben, heeft de gemeente ook een verantwoordelijkheid om zorg te dragen voor een doelmatig beheer van deze gronden. Daar waar dit mogelijk is, worden gronden verhuurd of verpacht, zodat er baten worden gerealiseerd. Op incidentele basis wordt er in bepaalde gevallen overgegaan tot verkoop van grond, wat resulteert in incidentele baten en vaak ook lasten (bijvoorbeeld in verband met de afwikkeling van een boekwaarde). Deze incidentele verkopen zijn niet op voorhand meerjarig te begroten. De beïnvloedbaarheid van de lasten en baten binnen dit taakveld is vrij beperkt, aangezien de lasten en baten sterk met elkaar samenhangen. Gerelateerde beleidsnota's -
Gerelateerde verbonden partijen -
Ontwerp programmabegroting 2024 en meerjarenraming 2025 – 2027
13
0.4
Overhead
Hoofdopgave raadsakkoord: Portefeuillehouder(s): S. Kruis Portefeuillehouder(s): Onderdeel begrotingsmonitor 2024:
Lasten Baten
Nee
2024 -35.176 309
2025 -34.015 309
Aard activiteiten: Beinvloedbaarheid lasten Beinvloedbaarheid baten:
Bedrag x €1.000
2026 -33.256 309
2027 -32.048 309
Gemeentelijk [ 0 % - 20 %] [ 0 % - 20 %]
Context De bedrijfsvoeringskosten van de gemeente worden gedefinieerd als die kosten die niet direct zijn toe te rekenen aan de overige taakvelden binnen de gemeentebegroting. Het gaat hierbij om alle kosten die samenhangen met de sturing en ondersteuning van het primaire proces en medewerkers. Wat willen we bereiken? Het doel binnen de gemeentelijke bedrijfsvoering is om een klimaat te realiseren waarin het vanzelfsprekend is dat iedereen voortdurend streeft naar verbetering van de werkprocessen en routines, met daarin het belang van de inwoners als uitgangspunt. Zoals ook in het raadsakkoord staat verwoord is het vertrekpunt te kijken naar mogelijkheden en niet naar onmogelijkheden. Daarnaast wordt er conform het uitvoeringsplan duurzaamheid verder gewerkt aan het verduurzamen van de organisatietaken en de bedrijfsvoering, onder andere door het bevorderen van duurzame inkoop. In de paragraaf bedrijfsvoering wordt uitgebreider ingegaan op diverse andere aspecten die hierbij van belang zijn. Wat gaan we daarvoor doen? In dit taakveld zijn de lasten en baten opgenomen die verband houden met de bedrijfsvoeringskosten. Het gaat hierbij om de gemeente brede uitvoering van de volgende taken: - financiën, administratie, beheer, toezicht en controle gericht op de eigen organisatie; - personeel en organisatie; - onderzoek en statistiek; - de directie, teamleiders; - inkoop (incl.
aanbesteding en contractmanagement); - juridische zaken; - bestuurszaken en bestuursondersteuning; - informatievoorziening en automatisering (ICT); - facilitaire zaken en huisvesting, zoals de kapitaal- en onderhoudslasten van het stadshuis (incl. beveiliging); - documentaire informatievoorziening (DIV); In de afgelopen jaren is door middel van het opnemen van een stijgende taakstelling een reductie van de bedrijfsvoeringskosten in de begroting verwerkt. Met ingang van 2023 is de totale taakstelling ter grootte van €750.000 per jaar geëffectueerd. De beïnvloedbaarheid van de lasten en baten die resteert binnen dit taakveld is zeer beperkt en staat in direct verband met de omvang van de activiteiten die worden uitgevoerd binnen het primaire proces. Gerelateerde beleidsnota's -
Gerelateerde verbonden partijen Het Flevolands Archief (HFA)
Ontwerp programmabegroting 2024 en meerjarenraming 2025 – 2027
14
0.5
Treasury
Hoofdopgave raadsakkoord: Portefeuillehouder(s): D. Grimbergen Portefeuillehouder(s): Onderdeel begrotingsmonitor 2024:
Lasten Baten
Ja
2024 -274 786
2025 -435 774
Aard activiteiten: Beinvloedbaarheid lasten Beinvloedbaarheid baten:
Bedrag x €1.000
2026 -465 774
2027 -441 774
Gemeentelijk [0%] [0%]
Context De gemeente heeft een deel van haar activa gefinancierd met vreemd vermogen en betaalt over deze aangetrokken leningen een vergoeding in de vorm van rente. De Wet Financiering Decentrale Overheden (Wet FIDO) stelt regels aan het financieringsgedrag van gemeenten, zodanig dat bijvoorbeeld de risico's op het gebied van renteschommelingen worden beperkt. Zo voorkomt de zogeheten 'kasgeldlimiet' dat gemeenten vooral leningen aantrekken met een korte looptijd (met over het algemeen een lagere rente) en verplicht de 'renterisiconorm' gemeenten om de herfinanciering van leningen te spreiden in de tijd. Wat willen we bereiken? Binnen de grenzen van de Wet FIDO wordt getracht de rentelasten zo laag mogelijk te houden, door maximaal gebruik te maken van de kasgeldlimiet. Daarnaast wordt door middel van het spreiden van de leningenportefeuille in de tijd getracht het renterisico bij het herfinancieren van leningen zo klein mogelijk te houden. Wat gaan we daarvoor doen? In dit taakveld zijn de lasten en baten opgenomen die verband houden met de uitvoering van de treasuryfunctie: Rentelasten De te betalen rentelasten zijn onder te verdelen naar looptijd van de afgesloten lening.
Er zijn leningen afgesloten met een korte looptijd (korter dan één jaar, vaak met een relatief lage rente) en leningen met een langere looptijd (langer dan één jaar, waarbij over het algemeen geldt dat hoe langer de looptijd hoe hoger de rente). De rentelasten zijn voornamelijk afhankelijk van de benodigde financiering, wat weer een voortvloeisel is van de genomen raadsbesluiten in het verleden. Daarnaast bepalen de rentestanden van het moment van herfinanciering voor een groot deel in hoeverre het beschikbare budget toereikend is. Rentebaten en dividendopbrengsten De baten binnen dit taakveld komen enerzijds voort uit de rentebaten die de gemeente ontvangt als vergoeding van een aantal verstrekte leningen en de rentebaten die de gemeente ontvangt uit hoofde van het uitzetten van overtollige liquide middelen bij de schatkist. Anderzijds ontvangt de gemeente dividendopbrengsten vanuit een viertal deelnemingen, te weten: Vitens, Huisvuilcentrale, Alliander en de Bank Nederlandse Gemeenten. De hoogte van de ontvangen dividendopbrengsten is afhankelijk van de bedrijfsresultaten van de genoemde deelnemingen. De directe beïnvloedbaarheid van deze lasten en baten is vrij beperkt, aangezien de gemeente gehouden is aan wet- en regelgeving en te maken heeft met een financieringsbehoefte die gebaseerd is op besluiten uit het verleden. Gerelateerde beleidsnota's -
Gerelateerde verbonden partijen NV Alliander NV Bank Nederlandse Gemeenten (BNG) NV Vitens
Ontwerp programmabegroting 2024 en meerjarenraming 2025 – 2027
15
0.61 OZB woningen
Lasten Baten
2024 -1.942 13.687
0.62 OZB niet-woningen
Lasten Baten
2024 16.561
Hoofdopgave raadsakkoord: Portefeuillehouder(s): D. Grimbergen Portefeuillehouder(s): Onderdeel begrotingsmonitor 2024:
Aard activiteiten: Beinvloedbaarheid lasten Beinvloedbaarheid baten:
Ja
Bedrag x €1.000
2025 -1.942 13.687
2026 -1.942 13.687
2027 -1.942 13.687
2025 16.561
2026 16.561
2027 16.561
Wettelijk [ 0 % - 20 %] [ 100 % ]
Context Op basis van de Wet waardering onroerende zaken (Wet WOZ) zijn gemeenten verantwoordelijk voor de waardering van alle onroerende zaken in Nederland. Eigenaren van woningen en eigenaren en gebruikers van niet-woningen (bijv. een bedrijfspand), ontvangen ieder jaar een WOZ-beschikking van de gemeente. De WOZ-waarde in deze beschikking vormt de grondslag voor het heffen van belasting door de rijksoverheid, gemeenten en het waterschap. Daarnaast wordt de WOZ-waarde op meer terreinen gebruikt, bijvoorbeeld bij het bepalen van de maximale huur bij woningcorporaties. Wat willen we bereiken? In taakveld 0.61 zijn de lasten opgenomen die horen bij de uitvoering van de Wet WOZ. Het gaat hierbij om zaken als de waardering, de heffing en het uitvoering geven aan bezwaar en beroep. De Waarderingskamer controleert en beoordeelt gemeenten op de uitvoering en het Kadaster beheert het landelijke register van de door gemeenten vastgestelde WOZ waarden, als onderdeel van de Basisregistratie Waardering Onroerende Zaken. In taakveld 0.61 zijn tevens de baten opgenomen vanuit de onroerendezaakbelasting (ozb) op woningen.
Samen met de baten vanuit de ozb op niet-woningen (taakveld 0.62) resulteert dit in een totale geraamde ozb opbrengst van afgerond €30 miljoen in 2024 (na verwerking van de in deze programmabegroting voorgestelde actualisatie voor de ontwikkeling van inflatie en het areaal). Wat gaan we daarvoor doen? De gemeente draagt zorg voor het leveren van WOZ-waarden van goede kwaliteit, waarbij alle onderdelen van het WOZwerkproces voldoen aan de door de Waarderingskamer gestelde kwaliteitseisen. Over de vastgestelde WOZ-waarden wordt overeenkomstig de verordening OZB belasting geheven waarmee inkomsten worden gegenereerd. De hoogte van de totale ozb opbrengst wordt jaarlijks in de kadernota aangepast voor de ontwikkeling van de inflatie en het areaal. Gerelateerde beleidsnota's Tarievennota 2024 (behandeling in de raad eind 2023)
Gerelateerde verbonden partijen -
Ontwerp programmabegroting 2024 en meerjarenraming 2025 – 2027
16
2024 2.190
0.63 Parkeerbelasting
Lasten Baten
Hoofdopgave raadsakkoord: Portefeuillehouder(s): D. Grimbergen Portefeuillehouder(s): P. van Dijk Onderdeel begrotingsmonitor 2024:
Aard activiteiten: Beinvloedbaarheid lasten Beinvloedbaarheid baten:
Nee
2025 2.190
Bedrag x €1.000
2026 2.190
2027 2.190
Gemeentelijk [0%] [ 0 % - 20 %]
Context In het kader van parkeerregulering biedt artikel 225 van de Gemeentewet gemeenten de ruimte om parkeerbelasting te heffen. In de jaarlijks te actualiseren verordening parkeerbelastingen Lelystad wordt hier concreet invulling aan gegeven. Deze opbrengsten moeten in samenhang worden bezien met de lasten, die onderdeel uitmaken van taakveld 2.2 parkeren. Wat willen we bereiken? In dit taakveld zijn de baten met betrekking tot de parkeerbelasting opgenomen. Naast de opbrengst uit de verkoop van parkeertijd in de garages, terreinen en het straat parkeren biedt de gemeente ook parkeerbundels, abonnementen en vergunningen aan. Daarnaast worden opbrengsten gerealiseerd vanuit opgelegde boetes (naheffingsaanslagen). Wat gaan we daarvoor doen? In 2024 wordt gewerkt aan een herziening van het parkeerbeleid, gericht op (het versnellen van) de ontwikkeling van Lelystad. Mogelijk leidt dit tot aanpassingen in de tariefstructuur en daarmee de parkeerbaten. Deze mogelijke effecten zijn vanzelfsprekend nog niet verwerkt in voorliggende programmabegroting. Gerelateerde beleidsnota's Parkeerverordening Lelystad Verordening Parkeerbelasting Lelystad
Gerelateerde verbonden partijen Coöperatie ParkeerService
2024 321
0.64 Belastingen overig
Lasten Baten
Hoofdopgave raadsakkoord: Portefeuillehouder(s): D. Grimbergen Portefeuillehouder(s): Onderdeel begrotingsmonitor 2024:
Aard activiteiten: Beinvloedbaarheid lasten Beinvloedbaarheid baten:
Nee
2025 321
Bedrag x €1.000
2026 321
2027 321
Gemeentelijk [0%] [ 100 % ]
Context Naast de belastingen die in de taakvelden hierboven worden genoemd biedt de Gemeentewet de ruimte om nog een aantal belastingen te heffen. In Lelystad is daaraan uitvoering gegeven door het heffen van: hondenbelasting (artikel 226) en de toeristenbelasting (artikel 224). Wat willen we bereiken? In dit taakveld zijn de baten met betrekking tot de overige belastingen opgenomen. Het gaat hierbij om de volgende belastingen: Hondenbelasting De heffing van hondenbelasting (€ 321.000) is gemeentelijk beleid. Deze baten vallen onder de vrij te besteden algemene dekkingsmiddelen. De hoogte van de hondenbelasting is niet aan wettelijke normen gebonden. De gemeente heeft daarmee een ruime vrijheid in het bepalen van de hoogte van de tarieven voor de hondenbelasting. Toeristenbelasting Op basis van de voorschriften uit het BBV worden de inkomsten toeristenbelasting begroot binnen taakveld 3.4 Economische promotie. Bij deze wordt verwezen naar taakveld 3.4. Gerelateerde beleidsnota's Legesverordening Lelystad 2024 (raadsbehandeling eind 2023)
Gerelateerde verbonden partijen -
Ontwerp programmabegroting 2024 en meerjarenraming 2025 – 2027
17
0.7
Algemene uitkering en overige uitkeringen gemeentefonds
Hoofdopgave raadsakkoord: Portefeuillehouder(s): D. Grimbergen Portefeuillehouder(s): Onderdeel begrotingsmonitor 2024:
Ja
Lasten Baten
2024 208.428
2025 208.045
Aard activiteiten: Beinvloedbaarheid lasten Beinvloedbaarheid baten:
Bedrag x €1.000
2026 196.820
2027 196.317
Wettelijk [0%] [0%]
Context Gemeenten beschikken over verschillende inkomstenbronnen, waarbij de bijdrage die de gemeente ontvangt uit het gemeentefonds veruit de grootste is. Over de inzet van deze middelen hoeft geen verantwoording te worden afgelegd aan de Rijksoverheid, maar de gemeente heeft uiteraard wel de verantwoordelijkheid om uitvoering te geven aan de wettelijke taken die in de overige taakvelden staan beschreven. Wat willen we bereiken? De middelen die overkomen vanuit het gemeentefonds zijn in principe vrij besteedbaar. Het door de raad vastgestelde uitgangspunt is dat rijksmiddelen die gekoppeld zijn aan een specifiek beleidsterrein daar ook voor worden ingezet. In deze programmabegroting worden om die reden de zogeheten taakgerelateerde mutaties doorvertaald in de gemeentebegroting. Wat gaan we daarvoor doen? In dit taakveld zijn de baten opgenomen die de gemeente ontvangt vanuit de verschillende uitkeringen uit het gemeentefonds: Algemene uitkering De algemene uitkering is de grootste uitkering uit het gemeentefonds. Het totale bedrag dat beschikbaar is voor alle gemeenten wordt verdeeld aan de hand van diverse maatstaven, vanuit het principe dat gemeenten bij gelijke tarieven een gelijkwaardig voorzieningenniveau moeten kunnen bieden.
Het verdeelmodel is globaal en kosten georiënteerd en houdt rekening met de belastingcapaciteit en de structuurkenmerken van de verschillende gemeenten. Het verdeelmodel is met ingang van 2023 herijkt en de invoering wordt in eerste instantie tot en met 2025 gefaseerd ingevoerd, inclusief een ingroeimodel. Voor Lelystad zal er uiteindelijk sprake zijn van een nadelig herverdeeleffect ter grootte van €60 per inwoner per jaar. Er zal echter nog vervolgonderzoek worden uitgevoerd in de aankomende jaren, wat maakt deze uitkomst nog kan wijzigen. Er wordt om die reden vooralsnog rekening gehouden met een nadelig effect dat oploopt tot €22,50 per inwoner per jaar in 2025 en verder. Dit op basis van het officiële ingroeipad zoals dat is gecommuniceerd in de meicirculaire 2022. De jaarlijkse ontwikkeling van de omvang van de algemene uitkering werd tot voor kort vorm gegeven via de zogeheten 'trap op en trap af systematiek', waarbij het totaal onder gemeenten te verdelen bedrag meebeweegt met de ontwikkeling van de brede rijksuitgaven. De krimp of groei van de algemene uitkering als gevolg van deze systematiek wordt het acccres genoemd en werd ieder jaar in de mei- en septembercirculaire meerjarig geactualiseerd.
De VNG heeft op 23 juni 2022 ingestemd met het voorstel van de fondsbeheerders om deze systematiek voor 2022, 2023, 2024 en 2025 te bevriezen voor wat betreft het volume-deel. Daarmee is er ook duidelijkheid ontstaan over de methode voor het afsplitsen van het deel van het accres voor de compensatie van de loon- en prijsontwikkeling bij gemeenten. Met ingang van 2026 wordt de koppeling met de brede rijksuitgaven losgelaten, maar er is tot op dit moment nog geen duidelijkheid over hoe de precieze normeringsystematiek er uit komt te zien. Naast bovenstaande onzekerheden lopen er diverse andere discussies omtrent de hoogte van de algemene uitkering die gemeenten uit het gemeentefonds ontvangen. Denk aan het al dan niet afschaffen van de zogeheten 'opschalingskorting' en de onderzoeken naar tekorten binnen de Jeugdzorg en de Wmo. De bijstellingen uit deze programmabegroting 2024 - 2027 zijn gebaseerd op de informatie uit de septembercirculaire 2023. Op het moment dat er meer duidelijkheid ontstaat omtrent deze onzekerheden worden de effecten betrokken in de gemeentelijke p&c cyclus. Integratie uitkeringen De integratie uitkeringen zijn gekoppeld aan de uitvoering van specifieke taken, maar de gemeente hoeft geen verantwoording af te leggen over de besteding.
Op termijn is het de bedoeling dat dit type uitkeringen worden geïntegreerd binnen de algemene uitkering en dus niet langer afzonderlijk zijn te onderscheiden. Decentralisatie uitkeringen Decentralisatie utkeringen zijn vergelijkbaar met integratie uitkeringen, met als voornaamste verschil dat overheveling naar de algemene uitkering geen doel op zich is. Met ingang van 2019 wordt de zogeheten ICL uitkering ook uitgekeerd via deze weg en vormt daarmee veruit de grootste decentralisatie uitkering. Gerelateerde beleidsnota's -
Gerelateerde verbonden partijen -
Ontwerp programmabegroting 2024 en meerjarenraming 2025 – 2027
18
0.8
Overige baten en lasten
Hoofdopgave raadsakkoord: Portefeuillehouder(s): D. Grimbergen Portefeuillehouder(s): Onderdeel begrotingsmonitor 2024:
Lasten Baten
Nee
2024 -16.607 -
2025 -13.393 -
Aard activiteiten: Beinvloedbaarheid lasten Beinvloedbaarheid baten:
Bedrag x €1.000
2026 -14.698 -
2027 -15.357 -
Gemeentelijk [0%] [0%]
Context Dit taakveld heeft een technisch karakter en bevat alle baten en lasten die niet toe te rekenen zijn aan de overige specifieke taakvelden in de gemeentebegroting. Wat willen we bereiken? In dit taakveld zijn de lasten en baten opgenomen die verband houden met de volgende concern brede begrotingsonderdelen: Stelposten en taakstellingen Stelposten zijn reserveringen die in een later stadium worden doorvertaald naar de overige taakvelden, in afwachting van nadere informatie. Zo is er een stelpost voor lonen / sociale lasten, kapitaallasten, financiële verschillen en frictie. Taakstellingen zijn nog te concretiseren bezuinigingen, die niet rechtstreeks te koppelen zijn aan één of meerdere taakvelden en om die reden centraal worden geadministreerd. Onvoorzien Voor het opvangen van onvoorziene, onvermijdbare en onuitstelbare lasten, die ten tijde van het opstellen van de begroting nog niet waren voorzien is er een structureel budget beschikbaar van €50.000. Voormalig personeel De gemeente is eigenrisicodrager voor de WW, wat betekent dat de gemeente verantwoordelijk is voor de WW-uitkering van werkzoekende ex-medewerkers en verplicht zijn hen aantoonbaar te begeleiden bij het vinden van een passende baan. Bijbehorende kosten zijn in de begroting voorzien, zijn niet toe te delen aan een van de overige taakvelden en maken om die reden eveneens onderdeel uit van dit taakveld.
Gerelateerde beleidsnota's -
0.9
Gerelateerde verbonden partijen -
Vennootschapsbelasting (Vpb)
Hoofdopgave raadsakkoord: Portefeuillehouder(s): D. Grimbergen Portefeuillehouder(s): Onderdeel begrotingsmonitor 2024:
Lasten Baten
Nee
2024 -
Aard activiteiten: Beinvloedbaarheid lasten Beinvloedbaarheid baten:
2025 -
Bedrag x €1.000
2026 -
2027 -
Wettelijk [0%] [0%]
Context Met ingang van 1 januari 2016 zijn gemeenten belastingplichtig voor wat betreft de vennootschapsbelasting (Vpb). Gemeenten dienen binnen dit taakveld een raming te maken van de fiscale winst, die per saldo wordt gerealiseerd op ondernemersactiviteiten in het betreffende begrotingsjaar, na eventuele verrekening van fiscale verliezen uit eerdere begrotingsjaren. Op basis van de huidige inzichten is de verwachting dat over het boekjaar 2022 voor het eerst sprake van feitelijk te betalen vennootschapsbelasting. De eventueel te betalen vennootschapsbelasting zal gedekt worden uit het resultaat grondexploitaties. Ook voor de daaropvolgende jaren zal, op basis van de huidige inzichten, sprake zijn van te betalen vennootschapsbelasting. Per boekjaar is de hoogte van het te betalen bedrag aan vennootschapsbelasting moeilijk in te schatten. Dit als gevolg van wijzigende omstandigheden zoals: ontwikkelingen in de markt (vraag, prijsontwikkeling en bouwcapaciteit), het beleid van de belastingdienst, wetgeving en jurisprudentie.
Ontwerp programmabegroting 2024 en meerjarenraming 2025 – 2027
19
2024 131 10.437
0.10 Mutaties reserves
Lasten Baten
Hoofdopgave raadsakkoord: Portefeuillehouder(s): D. Grimbergen Portefeuillehouder(s): Onderdeel begrotingsmonitor 2024:
Aard activiteiten: Beinvloedbaarheid lasten Beinvloedbaarheid baten:
Nee
2025 -1.099 4.896
Bedrag x €1.000
2026 -1.084 4.092
2027 -1.084 1.490
Gemeentelijk [0%] [0%]
Context Op dit taakveld worden alle toevoegingen en onttrekkingen aan de reserves begroot- en vervolgens dienovereenkomstig geboekt, op basis van in het verleden genomen raadsbesluiten. Het betreft hier de technische verwerking van de reservemutaties binnen alle andere taakvelden, met uitzondering van taakveld '0.11 Resultaat van de rekening van baten en lasten'. Gerelateerde beleidsnota's Nota reserves en voorziening 2019
Gerelateerde verbonden partijen -
2024 809 -
0.11 Resultaat van de rekening van baten en lasten
Lasten Baten
Hoofdopgave raadsakkoord: Portefeuillehouder(s): D. Grimbergen Portefeuillehouder(s): Onderdeel begrotingsmonitor 2024:
Aard activiteiten: Beinvloedbaarheid lasten Beinvloedbaarheid baten:
Nee
2025 -1.002 -
Bedrag x €1.000
2026 3.213 7.298
2027 -346 11.697
Wettelijk [0%] [0%]
Context Op dit taakveld wordt het begrotingssaldo van alle andere taakvelden begroot- en geboekt, inclusief de toevoegingen en onttrekkingen aan reserves. Het betreft hier de technische verwerking van het begrote resultaat over de gehele gemeentebegroting: het saldo van baten en lasten binnen dit taakveld komt overeen met de eindstand van de kadernota 2024 - 2027. Na besluitvorming over deze programmebgroting 2024 - 2027 worden deze cijfers geactualiseerd, zodat er aansluiting is met het financieel perspectief 2024 - 2027.
Ontwerp programmabegroting 2024 en meerjarenraming 2025 – 2027
20
1. Veiligheid De taakvelden binnen het cluster ‘1. Veiligheid’ hebben betrekking op crisisbeheersing en brandweer, openbare orde en veiligheid. In de overzichten hieronder wordt per taakveld inzicht geboden in de bijbehorende lasten en baten. Vervolgens wordt per taakveld aanvullende informatie geboden, bijvoorbeeld over de aard van de activiteiten, de beïnvloedbaarheid van de budgetten en de verantwoordelijke portefeuillehouder(s). Indien van toepassing wordt er ingegaan op de concrete doelstellingen voor 2024 en de bij het taakveld betrokken verbonden partijen.
1. Veiligheid
(Bedragen x €1.000)
Lasten 1.1 Crisisbeheersing en brandweer 1.2 Openbare orde en veiligheid Totaal Lasten Baten 1.1 Crisisbeheersing en brandweer 1.2 Openbare orde en veiligheid Totaal Baten Eindtotaal
2024
2025
2026
2027
-6.719 -4.065 -10.784
-6.634 -4.065 -10.699
-6.634 -4.065 -10.698
-6.633 -4.040 -10.673
101 110 210 -10.574
101 110 210 -10.488
101 110 210 -10.488
101 110 210 -10.463
Ontwerp programmabegroting 2024 en meerjarenraming 2025 – 2027
21
1.1
Crisisbeheersing en brandweer
Hoofdopgave raadsakkoord: 9. Openbare Orde & Veiligheid Portefeuillehouder(s): I.A. Bakker Portefeuillehouder(s): Onderdeel begrotingsmonitor 2024: Nee
Lasten Baten
2024 -6.719 101
2025 -6.634 101
Aard activiteiten: Beinvloedbaarheid lasten Beinvloedbaarheid baten:
Bedrag x €1.000
2026 -6.634 101
2027 -6.633 101
Wettelijk [ 0 % - 20 %] [0%]
Context Op basis van artikel 2 van de Wet veiligheidsregio's is het college van burgemeester en wethouders belast met de organisatie van de brandweerzorg, rampenbestrijding, crisisbeheersing en geneeskundige hulpverlening. Op grond van artikel 8 en 9 zijn gemeenten vervolgens verplicht via een gemeenschappelijke regeling diverse taken en bevoegdheden op dit gebied over te dragen aan het bestuur van de veiligheidsregio. Lelystad maakt samen met de gemeenten Almere, Dronten, Noordoostpolder, Urk en Zeewolde onderdeel uit van de veiligheidsregio Flevoland. Wat willen we bereiken? De Veiligheidsregio Flevoland investeert in veiligheid en draagt bij aan een redzame samenleving. Zij zijn de uitvoeringsorganisatie op het gebied van crisisbeheersing, rampenbestrijding en brandweerzorg en beschikken over een parate en professionele meldkamer, brandweerorganisatie en crisisorganisatie die dag en nacht klaar staan om hulp te verlenen. Zij adviseren organisaties, bedrijven en burgers over (brand)veiligheid. In eerste instantie over het (minimaal) voorschrijven van de wettelijke regels (regelgericht), proactief meedenkend over het verminderen van de risico’s.