Omgevingseffectrapport gemeente Lelystad september_incl bijlagen- aangepast
Tekst van het document
COLOFON155
Voor de doorontwikkeling van de stedelijke economie van Lelystad wordt samen met Almere en de provincie Flevoland vooral gekeken naar de kernthema’s uit Groeiagenda Nieuw Land: • Bouw (en dan met name de omschakeling naar circulair & bio based bouwen; sluit aan bij de gebiedsontwikkelingen van o.a. Zuiderhage en later Pampus); • Energie (CO2-reductie, elektrificatie, opwek en opslag, waterstof, Smart Energy Grids); • Duurzame mobiliteit (duurzaam vliegen, elektrified trucking, duurzame logistiek); • ICT&Tech (Smart Grids, Semicon); • Voedsel (kortere ketens, eiwittransitie). Reguliere bedrijventerreinen dragen sterk bij aan de stad (banen, stageplekken, ruimte om de circulaire economie een plek te geven). Op deze bedrijventerreinen, waar met name MKB gevestigd is, werken veel mensen uit de gemeente waar dit bedrijventerrein gevestigd is. Reguliere bedrijventerreinen behoren in of dicht tegen het stedelijk weefsel te worden gesitueerd. Vanuit de gemeente is de wens aangegeven om in te zetten op de groei van de reeds aanwezige stedelijke economie. Dit hoort bij de groeiambitie van de stad. Stadshart Het stadshart van Lelystad kampt met serieuze uitdagingen. Landelijk is deze trend ook zichtbaar: winkelcentra worden niet meer uitsluitend gezien als winkelgebied, maar als plekken waar wonen, werken, cultuur en recreatie samenkomen.
Lelystad werkt aan het transformeren van het gebied. De rekenkamer Lelystad heeft op 31 januari 2024 het rapport van het rekenkameronderzoek naar het Lelystadse Stadshart, uitgevoerd in de periode 2022-2023, aangeboden aan de raad. In dit rapport deelt de rekenkamer haar bevindingen, conclusies en aanbevelingen, gebaseerd op een analyse van genomen beleidsmaatregelen en gedane financiële uitgaven uit het verleden en de bredere invloed van het Stadshart op de lokale samenleving. 7 Het Stadshart wordt meer dan alleen een plek om te winkelen; het wordt een veelzijdige plek om te zijn. Zo zijn er veranderingen, zoals het toevoegen van stedelijke functies, investeringen in het Agoratheater, een nieuwe bioscoop en het verplaatsen van poppodium Corneel. Daarbij zijn er plannen om meer woningen in het Stadshart te realiseren, waardoor het Stadshart levendiger zou moeten worden en er meer draagvlak voor voorzieningen is. Naast de ontwikkelingen blijven er uitdagingen bestaan zoals onvoldoende aanbod van horeca en problemen met het aantrekken van bezoekers. Retail zaken hebben het moeilijker door veranderend consumentengedrag. Ondanks dat er inmiddels minder winkelruimte beschikbaar is, blijft leegstand in het Stadshart van Lelystad een probleem.
Bezoekers verblijven niet lang in het Stadshart en hebben onvoldoende redenen om het Stadshart te bezoekenExterne concurrentie komt van steden zoals Zwolle en Almere, die niet alleen op winkelgebied maar ook op cultuur en horeca concurreren. Desondanks blijft het Stadshart belangrijk voor werkgelegenheid in Lelystad, met ongeveer 1.300 banen in detailhandel, horeca en cultuur. Autonome ontwikkelingen Lelystad wil dat de economie zich specialiseert en een krachtige regionale meerwaarde levert. De gemeente wil een economie die toekomstgericht is. Tevens wil de gemeente ruimte bieden voor duurzame economische ontwikkelingen, het gaat onder meer om: •
•
Een florerend Stadshart en Bataviakwartier genereren werkgelegenheid in de detailhandel, horeca en vrije tijd/(water)recreatie. De gemeente steunt deze gebieden, geeft ze ontwikkelruimte en zet woningbouw hier in ter vergroting van het draagvlak. Een goede fysieke bereikbaarheid van de economische kerngebieden vanuit de Lelystadse woonwijken is voor de werknemers een voorwaarde. De gemeente zorgt ervoor dat de economische kerngebieden makkelijk en snel te bereiken zijn vanuit de Lelystadse woonwijken (met (e-)bike, scooter, openbaar vervoer en auto).
De vrijetijdseconomie wordt in Lelystad verder uitgebouwd door het doorontwikkelen van Nationaal Park Nieuw Land, de kustzone (met eilanden als de Marker Wadden), het Bataviakwartier en Poort Lelystad. Bij de mogelijke ontwikkeling van nieuwe kantoren focust de gemeente Lelystad zich op het Stadshart en LAB en gaat ze vraaggericht ontwikkelen. Bij LAB betreft het een kantorenprogramma in het Flight District van Lelystad Airport Business Park. De
7 Rekenkamerrapport ‘Stadshart Lelystad: Ontwikkeling, beleidsinterventies en rol van de raad ’Lelystad 2024
57
Onze referentie: OER Lelystad - Datum: 25 september 2025 - Public
bestaande bedrijventerreinen worden geconsolideerd. Op de kleinere bedrijventerreinen is maatwerk mogelijk en wordt herprofilering onderzocht, zonder de nadruk te leggen op functiemenging met wonen. Dit kan op kleine bedrijventerreinen in Jol, Kempenaar en Griend. Raakvlakken De volgende omgevingsaspecten hebben raakvlakken met het beleidsveld economie: • • •
•
•
•
• •
•
Gezondheid: in de zorg bestaat er krapte op de arbeidsmarkt, ook in de toekomst zal hier sprake van zijn. Wonen: een bloeiende economie kan leiden tot een hogere vraag naar huisvesting wat investeringen in woningbouw en de bijbehorende infrastructuur stimuleert. Circulaire samenleving: de aspecten bieden een koppelkans in de zin dat een economie die circulaire principes omarmt, innovatie en ondernemerschap op het gebied van hergebruik en recycling aanmoedigt. Dit kan nieuwe economische kansen en bedrijvigheid creëren. Geur, luchtkwaliteit en geluidhinder: economische activiteiten en industriële processen kunnen bijdragen aan luchtverontreiniging, emissies die geurhinder veroorzaken en geluidsoverlast. Dit is afhankelijk van het soort bedrijvigheid. Hittestress: de mate van hittestress in stedelijke gebieden kan worden beïnvloed door economische keuzes en investeringen in stedelijke planning en infrastructuur. Zo kunnen gebouwen, verharding en een gebrek aan voorzieningen bijdragen aan hittestress. Duurzame warmte en -elektriciteit: de groei of verdichting van bedrijventerreinen kan bedrijven aanmoedigen om duurzame elektriciteit op te wekken via zonne-energie op daken en om panden gasvrij te verwarmen. Hierdoor ontstaan mogelijkheden voor bestaande en nieuwe bedrijven om te verduurzamen.
De ruimtebehoefte voor de uitbreiding van bedrijventerreinen kan echter conflicteren met de ruimte die nodig is voor duurzame elektriciteitsopwekking. Bovendien kan congestie in het elektriciteitsnet een obstakel vormen voor nieuwe bedrijfsactiviteiten. Stedelijk groen: mogelijk kunnen de groei of inbreiding van bedrijfsterreinen in de gemeente conflicteren met de ruimte die nodig is voor stedelijk groen en andere openbare voorzieningen. Bereikbaarheid en mobiliteit: de inbreiding en intensivering van bedrijventerreinen kan een hogere belasting van het lokale wegennet veroorzaken. Goede bereikbaarheid is bovendien cruciaal om werknemers van buiten Lelystad aan te trekken. Vervoerswijze en verkeersveiligheid: regio’s met veilige en diverse vervoersmogelijkheden (bijvoorbeeld per fiets of per openbaar vervoer) zijn aantrekkelijker voor bedrijven en werknemers.
Bouwstenen voor de Omgevingsvisie • • • • • • •
Inzetten op kwalitatieve groei van bedrijvigheid en kansen verzilveren in transitiesectoren (LAB-II). Op zoek naar nieuw bedrijventerrein voor lokale/regionale bedrijvigheid. Toekomstige profiel van kleine bedrijventerreinen sterk neerzetten, kansen vergroten voor maakindustrie. Behouden of verbeteren van de woon-werkbalans bij de groei van de stad (momenteel 42/100). Binnenstedelijke bedrijventerreinen behouden en zo mogelijk versterken door aanvulling van functies. Openen van Lelystad Airport voor groothandelsverkeer en inzetten stimuleren gerelateerde economie/bedrijven. Meer duidelijkheid creëren over hoe Stadshart en de kust naast elkaar functioneren en hoe daar mee om te gaan.
4.5.2
Recreatie en toerisme
Ambities •
• • •
58
De goede ligging van Lelystad zorgt voor economische dynamiek. Lelystad heeft zich in 2040, door deze dynamiek, een robuuste economische structuur met meer bedrijvigheid en meer werkgelegenheid, gespecialiseerd in toerisme en recreatie (Omgevingsvisie Lelystad 2040). De groene rand en kustzone: de groene rand is een samenhangende recreatieve zone van de stad met ontspannen woonmilieus in kleine clusters en met een lage dichtheid (Omgevingsvisie Lelystad 2040). Het Bataviakwartier ontwikkelt zich naar een levendig recreatief en toeristisch gebied met (inter)nationale en regionale aantrekkingskracht (Omgevingsvisie Lelystad 2040). Lelystad zet bossen en natuurgebieden in voor recreatie en toerisme door het toepassen van zoneringen. Onze referentie: OER Lelystad - Datum: 25 september 2025 - Public
COLOFON155
Beleidsdocumenten • • •
Uitvoeringsprogramma Lelystad Next Level 2024 – 2027 (Gemeente Lelystad 2024). Uitvoeringsprogramma Vrijetijdseconomie Lelystad 2022-2026. Omgevingsvisie 2040 (Gemeente Lelystad, 2021).
Fase
Beoordeling
Toelichting
Huidige situatie
+
Binnen de gemeente Lelystad zijn een aantal regionaal onderscheidende voorzieningen, namelijk de Oostvaardersplassen en Marker Wadden (natuurrecreatie) en Batavia Stad Fashion Outlet (retail).
Autonome ontwikkeling
+
Het aantal binnenlandse en buitenlandse toeristen neemt toe in de gemeente Lelystad. Ook zijn er veranderingen in recreatiegedrag en vrijetijdsbesteding.
+/-
De meeste maatregelen uit de Omgevingsvisie hebben geen direct effect op recreatie en toerisme. Wel zijn er positieve initiatieven, zoals het ontwikkelen van het Waterfront, Bataviahaven en het verbeteren van stadsbossen en het stadshart. Deze dragen bij aan een aantrekkelijker vrijetijdsaanbod. Het totale effect op recreatie en toerisme wordt uiteindelijk als neutraal (+/-) beoordeeld.
Doelbereik Omgevingsvisie
Huidige situatie De IJsselmeerpolders waren onder meer gericht op de agrarische functie en natuurbeleving. Met de tijd dat de Zuidelijke IJsselmeerpolders daadwerkelijk gerealiseerd werden kregen zij er functies bij, omdat nieuwe plaatsen, zoals Lelystad werden gezien als overloopgebied voor de Noordwestelijke Randstad. Hiermee werden wonen, werken en recreëren ook belangrijk. Recreatie is hoofdzakelijk langs de Randmeren, het IJssel/Markermeergebied en in de groengebieden. Daarnaast trekken Aviodrome en Natuurpark Lelystad veel bezoekers, respectievelijk gaat het om circa 200.000 en 250.000 bezoekers per jaar. Bossen De gemeentebossen van Lelystad zijn veelal aangeplant in 1967 door de Rijksdienst voor IJsselmeerpolders. Bossen in de gemeente Lelystad hebben naast een ecologische en landschappelijk functie, veel waarde voor gebruik en recreatie. Bij het beheer ligt de nadruk op de belevingswaarde en de voorzieningen voor de bosbezoekers. De overige functies van de bossen zijn de natuur- en landschappelijke waarde en houtproductie. Een deel van de bossen van de gemeente is in eigendom van Staatsbosbeheer. Daarnaast heeft het Flevolandschap een aantal bossen in het buitengebied en het Natuurpark Lelystad in eigendom.
Het Belevenissenbos, het grootste speelbos van Europa, is gelegen aan de Veldweg, heeft een oppervlakte van circa 40 hectare en biedt tal van speeltoestellen in een natuurlijke omgeving. Naast gelegenheid voor spelen zijn er kilometers aan waterlopen en struinpaden. Het Natuurpark Lelystad aan de oostzijde van Lelystad is een natuurrijk recreatiegebied. Het Natuurpark Lelystad is ontstaan in 1975 omdat Artis Amsterdam behoefte had aan extra ruimte voor grote hoefdieren. Nationaal Park Nieuw Land Het Nationaal Park Nieuw Land bestaat uit de Oostvaardersplassen, Lepelaarsplassen (gemeente Almere), Marker Wadden en het Markermeer. Marker Wadden en Oostvaardersplassen zijn voorbeelden van gebieden met potentie voor de vrijetijdseconomie. Bij de gebiedsontwikkeling van deze gebieden dient ook gekeken te worden hoe er op duurzame wijze economisch gewin uit deze gebieden is te halen. Het draagt bovendien bij aan een aantrekkelijk vestigingsklimaat. De Oostvaardersplassen is een groot moerasgebied met rietvlaktes, waterplassen, omringd door bossen. Oostvaardersplassen is een belangrijk (tijdelijk) verblijf voor vele soorten vogels. Daarnaast verblijven er ook vele grotere dieren, zoals reeën, de zeearend en vossen. Een deel van de Oostvaardersplassen is ook toegankelijk voor publiek.
Er vinden regelmatig excursies plaats, er zijn vele vogelkijkhutten aanwezig en bij de Knardijk bevindt zich het bezoekerscentrum Buitencentrum Oostvaardersplassen. De gemeente is samen met de provincie Flevoland en Staatsbosbeheer bezig met het uitvoeren van een plan met als doel de toegankelijkheid en toeristische aantrekkelijkheid van het gebied te verbeteren. Dit wordt de Poort van de Oostvaardersplassen genoemd, gelegen in het Hollandse Hout.
59
Onze referentie: OER Lelystad - Datum: 25 september 2025 - Public
Marker Wadden zijn natuureilanden voor de kust van Lelystad. Met het realiseren van deze eilanden, ontstaan natuurlijke oevers en ondiepten in het Markermeer. Dit verbetert de leefomstandigheden voor flora en fauna in het gebied en ook de waterkwaliteit. Vanaf de kust van Lelystad zijn deze eilanden met veerboten te bereiken. Daarnaast is er een kleine haven voor plezierboten. Op een van de eilanden bevindt zich kleinschalig verblijf en horeca. Batavia Kwartier/kustgebied De kustzone zorgt voor een recreatief milieu met stadsstrand, natuur en een levendige boulevard waar alle Lelystedelingen en bezoekers van kunnen genieten. Dit draagt bij aan de aantrekkelijkheid van Lelystad als woonstad en als locatie om te bezoeken. Batavia Stad Fashion Outlet is een trekpleister. Zowel nationaal als internationaal trekt de outlet veel bezoekers. De toestroom van mensen van buitenaf biedt kansen om te benutten, niet alleen op toeristisch gebied maar ook als het gaat om de vrijetijdseconomie van Lelystad. Buiten het Bataviakwartier heeft de kust nog een aantal aantrekkelijke plekken met in totaal vier jachthavens en twee stranden, waarvan één deels een strand is voor kitesurfers. Dit gebied heeft een potentie om verder uit te groeien tot een aantrekkelijke toeristische en recreatieve zone. Voor zowel de inwoners van de gemeente als bezoekers uit de wijde omgeving.
De gemeente heeft in 2024 onderzoek uitgevoerd naar manieren om bezoekers meerdere locaties in de stad te laten ontdekken. Lelystad is een stad met potentie op het gebied van toerisme en recreatie, met bekende bestemmingen, zoals de Oostvaardersplassen en Batavia Stad Fashion Outlet die jaarlijks duizenden bezoekers trekken. Toch blijken andere locaties moeilijker vindbaar. Het college heeft daarom op verzoek van de raad onderzoek laten doen naar wat nodig is om bezoekers meer en langer in Lelystad te laten verblijven.8 De conclusie van het onderzoek is dat, als we het aantal herhaalbezoeken aan Lelystad willen vergroten, bezoekers op de hoogte moeten zijn van het volledige aanbod van Lelystad dat aansluit bij hun wensen. Welk aanbod aansluit, verschilt per type bezoeker. Zo zijn er mensen die vooral sociale activiteiten en vermaak zoeken, natuurliefhebbers, gezinnen met kinderen, shoppers en cultuurliefhebbers. Lelystad heeft elk type bezoeker meerdere bestemmingen en activiteiten te bieden, maar zij moeten dit wel weten en vervolgens geactiveerd worden deze andere plek(ken) te bezoeken. Bestemmingen en activiteiten zijn onder meer luchtvaarmuseum Aviodrome, het Agoratheater, popodium Corneel en museum Swifterkamp. Autonome ontwikkeling De Flevopolder was bedoeld voor agrarische productie, wonen en recreatie.
Lelystad is economisch onlosmakelijk onderdeel van de Metropoolregio Amsterdam (MRA) met een specifiek profiel. Samen met Almere vormt Lelystad ‘’New Land’’ binnen de MRA. Dit biedt werkgelegenheidskansen op het gebied van onder andere logistiek, innovatieve maakindustrie, secundaire agrofood en toerisme en recreatie. Recreatie en toerisme zijn een belangrijke economische groeimarkt. Het aantal binnenlandse en buitenlandse bezoekers neemt landelijk sterk toe. Tevens zijn er veranderingen in het recreatiegedrag en vrijetijdsbesteding. Voor de komende jaren richting 2040 moet de gemeente sterk rekening houden met de groei van aantal inwoners binnen Flevoland en specifiek binnen Lelystad. Met deze groei van het aantal inwoners en meer huizenbouw zal er 130 m2 minder recreatieve ruimte per inwoner zijn in 2050 (ANWB). Raakvlakken De volgende omgevingsaspecten hebben een raakvlak met het beleidsveld recreatie en toerisme: • •
•
• •
Landschap en ruimtelijke kwaliteit: een duurzaam toeristenbeleid helpt om een balans te vinden tussen het faciliteren van toerisme en het behouden van de landschapskwaliteit. Natuur en biodiversiteit: natuurgebieden zijn aantrekkelijke bestemmingen voor recreanten en toeristen. Het kan druk veroorzaken op ecosystemen, zoals verstoring van flora en fauna en vervuiling. Duurzame ontwikkeling, met aandacht voor biodiversiteit en natuurwaarden, is dan ook van belang. Economische bedrijvigheid: de sectoren economie en toerisme beïnvloeden en versterken elkaar direct. Recreatie en toerisme dragen bij aan de economie door het creëren van banen in horeca, transport, accommodaties, recreatieve voorzieningen en culturele activiteiten. Infrastructuur, mobiliteit en bereikbaarheid: goede landschappen trekken toeristen aan, maar de benodigde infrastructuur moet zorgvuldig worden aangelegd om de ruimtelijke kwaliteit niet aan te tasten. Cultuurhistorie en archeologie: cultuurhistorische en historische elementen zijn vaak belangrijke trekpleisters voor toeristen en recreanten.
8 Bezoekersonderzoek Lelystad, november 2024.
60
Onze referentie: OER Lelystad - Datum: 25 september 2025 - Public
COLOFON155
•
•
Wonen: recreatieve en toeristische voorzieningen kunnen een woongebied aantrekkelijk maken en de leefkwaliteit verhogen. Tegelijkertijd is het van belang toeristische druk en eventuele overlast te beheersen, zodat de balans tussen woonplezier en toerisme behouden blijft. Gezondheid: de gemeente wil meer ruimte bieden aan de zorg en de verbinding daarvan met de omgeving. Ze willen dit doen door een woon/zorgcampus te ontwikkelen in het centrale deel van de stad. In dit campusgebied ontstaat een nieuw gebied waarin zorgfuncties, werk, woningen en onderwijs een plek vinden in een groene omgeving.
Bouwstenen voor de Omgevingsvisie • Kustontwikkeling is van belang voor lokale en regionale recreatie. Daarom is een goede en snelle fiets en openbaar vervoerverbinding belangrijk. Qua voorzieningenaanbod is het nodig om naar de lokale behoefte te kijken. Met name het Bataviakwartier is gericht op vrijetijdsbesteding en economie. Het voorgaande dient echter wel gezien te worden in relatie tot versterking van de stad (Stadshart met name) en hoe dit met elkaar concurreert. • In het buitengebied zijn nog diverse recreatiegebieden aanwezig met ecologische waarde rondom de stad. Het aanbod voor recreatie is vaak kleinschalig. Het is meer een kwalitatief dan een kwantitatief vraagstuk. Gedragsinterventies (nudging) kan ingezet worden om mensen ergens heen te krijgen. • Meer recreatie in de natuur van de stad brengen, verbinden solitaire gebieden/parken, toevoegen van recreatie aan programmering van groen en blauw in de wijken. • Een gezonde balans tussen recreatiegroen en beschermde en rustige natuur, ter ondersteuning van een hiërarchische structuur met verschillen in natuur-, belevings-, en recreatiewaarde. • Recreatie voor de inwoner afstemmen op de behoefte van de inwoners. Een groot deel van de inwoners hebben een andere behoefte dan groene recreatie.
• Met ontwikkelen van de kustzone in combinatie met aantrekkelijker maken van natuur voor bezoekers wordt Lelystad aantrekkelijker voor nieuwe woningzoekenden. Dit draagt bij aan de benodigde schaalsprong die Lelystad gaat maken. • Daarnaast kan Lelystad bijdragen aan het opvangen van een deel van de recreatieve druk in de noordwestelijke Randstad, waar de druk leidt tot negatieve effecten op de omgeving. Met een goede ontwikkeling draagt dit bij aan het versterken van de vrijetijdseconomie.
4.5.3
Landbouw
Ambities • •
• • •
Doel is om de landbouw toekomstbestendig te maken en te verduurzamen (Omgevingsvisie Lelystad 2040). Lelystad gaat de innovatieve duurzame landbouw faciliteren om zo mogelijkheden te bieden voor werkgelegenheid in de secundaire agrofood sector (Omgevingsvisie Lelystad 2040 en Raadsakkoord 2022 2026). Doel is het landelijk gebied te versterken en stedelijke functies tegen te gaan. Er wordt vastgehouden aan de agrarische functies (Raadsakkoord 2022 - 2026). Harde overgang tussen landbouw en natuur verzachten. Natuur inclusieve landbouw faciliteren (Programma Van Groen Dromen naar Groen Doen).
Beleidsdocumenten • • • •
61
Omgevingsvisie Lelystad 2040 (Gemeente Lelystad, 2021). Raadsakkoord 2022 -2026 (Gemeente Lelystad, 2021). Strategie Agenda Natuur 2030 (Gemeente Lelystad, 2024). Programma van Groen Dromen naar Groen Doen (Gemeente Lelystad, 2023).
Onze referentie: OER Lelystad - Datum: 25 september 2025 - Public
Fase
Beoordeling
Huidige situatie
Autonome ontwikkeling
Doelbereik Omgevingsvisie
Toelichting
+
De gemeente Lelystad heeft een omvangrijk agrarisch gebied. Er is veel landbouw, op vruchtbare gronden. Vanuit stikstofdepositie en ruimtelijke druk zijn er weinig knelpunten. In de huidige situatie ontbreekt landbouwbeleid op gemeentelijk niveau.
+
Langere, meer frequente en meer intensieve droge en natte perioden en bodemdaling kunnen een bedreiging vormen voor de landbouw. Een standpunt innemen met betrekking tot landbouwbeleid is van belang omdat ambities hierin kunnen schuren met andere ambities die meespelen in vraagstukken rondom ruimtegebruik.
-
De Omgevingsvisie bevat enkele maatregelen voor toekomstbestendige en gezonde landbouw, maar deze zijn vaag en weinig concreet, waardoor het effect beperkt positief is. Maatregelen voor bodem en ondergrond zijn ook beperkt positief, maar vragen om verdere uitwerking. Tegelijkertijd kunnen maatregelen voor het openhouden van het polderlandschap en het verbeteren van natuur en biodiversiteit leiden tot ruimteverlies en strengere regels voor boeren, wat een beperkt negatief effect heeft. Het totale milieueffect op landbouw wordt daarom als beperkt negatief (-) beoordeeld.
Huidige situatie Het agrarisch gebied van de gemeente Lelystad is omvangrijk. Op dit moment zijn de niet-bebouwde percelen voornamelijk in gebruik voor bouwland of grasland, zie Figuur 4-30 (Atlas Leefomgeving, Ministerie van Economische Zaken, 2023). Deze percelen bevinden zich voornamelijk buiten de stedelijke kern, en veelal ten (zuid)oosten van de A6. In totaal zijn er in de gemeente Lelystad 120 landbouwbedrijven die een totaaloppervlakte van 9.360 hectare (CBS, 2024) hebben. Dit betekent dat 40,5% van de oppervlakte van Lelystad (exclusief het wateroppervlak) wordt gebruikt voor landbouw. Tabel 4-2: Landbouw; gewassen, dieren en grondgebruik Gemeente Lelystad (CBS, 2024).
Jaar
Aantal landbouwbedrijven, totaal (aantal)
Grondgebruik oppervlakte cultuurgrond (are)
2020
127
1.090.679
2021
125
1.090.785
2022
125
1.089.514
2023
120
953.236
2024
120
939.284
62
Onze referentie: OER Lelystad - Datum: 25 september 2025 - Public
COLOFON155
Figuur 4-30: Gewaspercelen in de gemeente Lelystad (Atlas Leefomgeving, Ministerie van Economische Zaken, 2023).
In de Omgevingsvisie van de Provincie Flevoland is ‘Landbouw: meerdere smaken’ (diversiteit bedrijfsvorming) benoemd als strategische opgave. Daarbij wil de provincie samen met de agrosector en mede- overheden zorgen voor optimale condities voor de landbouw: een vruchtbare bodem, schoon water, gezond ecosysteem en een goede infrastructuur (Provincie Flevoland, z.d.). Autonome ontwikkeling De gemeente Lelystad wil samenwerking en communicatie vergroten ten behoeve van toekomstbestendige en gezonde landbouwbedrijven. De gemeente wil samen met de agrarische sector en andere partners de transformatie richting kringlooplandbouw faciliteren (het zoveel mogelijk denken in kringlopen en hergebruik van reststoffen). Kleinschalig, onbenut groen in de buurten kan collectief worden beheerd, worden uitgegeven en kan een andere functie krijgen, zoals voor stadslandbouw. In het buitengebied is ruimte voor toekomstbestendige landbouw (Omgevingsvisie Lelystad 2040). Droge, warme en natte perioden worden langer, meer frequent en meer intensief. Dit kan, samen met bodemdaling een bedreiging vormen voor landbouw. Zie hiertoe de paragraaf bodem (paragraaf 4.2.1), wateroverlast en waterveiligheid (paragraaf 4.4.1.), droogte (paragraaf 4.4.3) en hittestress (paragraaf 4.4.4). Raakvlakken De volgende omgevingsaspecten hebben een raakvlak met het beleidsveld landbouw: •
•
•
63
Bodem-, water- en luchtkwaliteit: het inzetten op natuur inclusieve landbouw gaat gepaard met minder schadelijke uitstoot. Dit heeft een potentieel positief effect voor de bodem-, water- en luchtkwaliteit in de omgeving. Natuur en biodiversiteit: de huidige vorm van landbouw met een kunstmatig lage grondwaterspiegel, veel gebruik van (kunst)mest en pesticiden, gebruik van grondwater in droge perioden en grote percelen met monocultuur leidt tot grote negatieve effecten op natuur en biodiversiteit. Het natuur inclusiever maken van de agrarische sector kan daarmee een substantieel positief effect hierop hebben. Circulaire economie: het inzetten op natuur inclusieve landbouw biedt koppelkansen met een circulaire economie door de focus op circulair voedsel- en landbouwsysteem. Onze referentie: OER Lelystad - Datum: 25 september 2025 - Public
•
Toegankelijkheid en voorzieningen: bij het ontbreken van een opvolger en leegstand van agrarische bedrijven kan een koppelkans ontstaan met het faciliteren van maatschappelijke voorzieningen zoals zorgboerderijen of het faciliteren van toerisme, bijvoorbeeld in de vorm van kleinschalige campings. Zonering rondom de kwetsbare Natura 2000-gebieden moet op termijn vorm krijgen. Beleid en uitspraken kunnen richting geven aan de maat, schaal, aantallen en locaties van die zones.
Bouwstenen voor de Omgevingsvisie • •
•
Besteed aandacht aan (natuur inclusieve) landbouw in gemeentelijk beleid, momenteel ontbreekt er namelijk beleid. Landbouwactiviteit concentreren daar waar de bodem het meest geschikt voor is. Landbouw, energie en natuur slim organiseren. Probeer zo veel als mogelijk rekening te houden met bodemdaling, door maatregelen te treffen. Sluit aan bij de Landbouwvisie zoals opgesteld wordt door de provincie Flevoland.
4.6
Leefomgeving 4.6.1
Wonen
Ambities • • •
• •
•
• • •
Lelystad streeft naar een kwalitatieve groei van de stad met de juiste woning op de juiste plek en wijken met alle voorzieningen die daarbij horen. Lelystad gaat zich de komende jaren inzetten om voor haar toekomstige 120.000 inwoners een economisch sterke, groene en gezonde leefomgeving te ontwikkelen. Lelystad is een sterke groeistad: o De gemeenteraad heeft in het najaar van 2020 aangegeven een toevoeging van 40.000 woningen over de gehele stad te ambiëren. o In de Woondeal is vastgelegd dat Lelystad 10.200 woningen wil toevoegen in de periode 2022 t/m 2030. Lelystad biedt hoogwaardige woonkwaliteit: de kwaliteit van woningen en de woonomgeving is van essentieel belang. Zowel voor het trekken van nieuwe bewoners als voor het behouden van inwoners. Lelystad is een evenwichtige en inclusieve stad: we zoeken naar een evenwicht met gemixte wijken en voldoende draagkrachtige bewoners. We zetten in op het substantieel terugdringen van de zoekduur voor het verkrijgen van een (sociale) huurwoning en het toevoegen van betaalbare woningen. Bouwen in de Lelystadse mix; meer sturing om betaalbare woningen te realiseren. Lelystad trekt sterkere schouders aan: meer diversiteit in het woningaanbod te realiseren, in zowel grondgebonden woningen als gestapelde bouw. Meer nultredenwoningen; streven naar 50% appartementen in de nieuwbouw. Daar waar het past, kan hoogbouw worden gerealiseerd.
Lelystad streeft in het centrumgebied en aan de kust naar hoogbouw, onder meer als middel om te verdichten. Lelystad biedt onderscheidende woonmilieus: Lelystad biedt ruimte voor nieuwe woonlandschappen in, of nabij, de natuur, daarbij wordt voldoende ruimte voor recreanten bewaard. Transitie naar een duurzaam, aardgasvrij energiesysteem, waarbij voor nieuwbouw geldt dat deze honderd procent aardgasvrij wordt.
Beleidsdocumenten • • • • •
64
Omgevingsvisie Lelystad 2040 (Gemeente Lelystad). Woonvisie 2022-2027 (herijkte versie 2024) (Gemeente Lelystad). Koersdocument Lelystad 2040 (Gemeente Lelystad). Kadernota Op weg naar nieuwe energie (Gemeente Lelystad, 2021). Woonzorgvisie (Gemeente Lelystad, 2025 verwacht).
Onze referentie: OER Lelystad - Datum: 25 september 2025 - Public
COLOFON155
Fase
Beoordeling
Toelichting
Huidige situatie
0
In de gemeente Lelystad is sprake van dubbele vergrijzing. Volgens de gemeentelijke huishoudensprognose is er een tekort aan 7.755 woningen, waarbij er vooral voor de doelgroep starters een woningtekort bestaat. Vanuit Lelystad Next Level is ook de ambitie om daarnaast 7.700 extra woningen te realiseren, waardoor het totaal extra woningen in 2040 uitkomt op 15.000.
Autonome ontwikkeling
-
De woningbouwplannen van de gemeente Lelystad zijn zeer ambitieus, namelijk 1.300 woningen per jaar tussen 2030 en 2040. Dit is lastig haalbaar waardoor krapte ontstaat.
+
De maatregelen uit de Omgevingsvisie dragen sterk bij aan een betere woonomgeving in Lelystad. De gemeente zet in op gasloze, biobased en circulaire woningbouw, met projecten als Zuiderhage als voorbeeld. Gestreefd wordt naar gevarieerde woonmilieus, meer levensloopbestendige en betaalbare woningen en het transformeren van leegstaande kantoren tot woningen. De maatregelen zorgen voor een positief effect op het thema wonen, waarbij de haalbaarheid een aandachtspunt blijft (+).
Doelbereik Omgevingsvisie
Huidige situatie Om de huidige situatie van het beleidsveld ‘wonen’ in kaart te brengen, zijn verschillende datasets van het CBS en de gemeente gebruikt over de samenstelling van de bevolking, de woningvoorraad en de ambities en plannen van de gemeente. Demografie De samenstelling van de bevolking is belangrijk om de woningvoorraad in context te plaatsen, zie daarom Figuur 4-31 voor de bevolkingspiramide van de gemeente (CBS, 2024).
Figuur 4-31: Leeftijdsopbouw Lelystad (CBS, 2024)
65
Onze referentie: OER Lelystad - Datum: 25 september 2025 - Public
In de bevolkingspiramide vallen een aantal zaken op: •
•
In vergelijking met het landelijk gemiddelde wonen er minder mensen in de categorie 60-70 jaar, 80-90 jaar en 90 jaar of ouder. Desalniettemin is er in Lelystad sprake van driedubbele vergrijzing: de groepen 60-70 jaar, 70-80 jaar en 80-plussers groeit. De hoeveelheid inwoners in de categorie 0 tot 10 jaar en 10 tot 20 jaar is in Lelystad groter dan het landelijk gemiddelde. Hetzelfde geldt voor de leeftijdscategorie 30 tot 40 jaar en 40 tot 50 jaar. Dit is terug te zien in de huishoudsamenstelling, deze is in Figuur 4-32 weergegeven. Er wonen in Lelystad 30% eenpersoonshuishoudens zonder kinderen, 30,4% tweepersoonshuishoudens zonder kinderen en 20,4% tweeoudergezinnen met kinderen (Lelystad in Zicht, 2024).
Figuur 4-32: De huishoudsamenstelling in de gemeente Lelystad (Lelystad in Zicht, 2024)
Op dit moment heeft Lelystad 84.082 inwoners en heeft de gemeente in de voormalige groeikernen te maken met driedubbele vergrijzing. In de jaren ’70 waren deze wijken vooral in trek bij jonge gezinnen, waardoor nu alle mensen in deze wijken tegelijk oud worden. De situatie is hierin anders dan organisch gegroeide steden. Om te berekenen met hoeveel inwoners Lelystad zou groeien heeft de gemeente een bevolkingsprognose opgesteld. In Figuur 4-33 is te zien dat in de drie scenario’s het aantal inwoners is geprognosticeerd tot en met 2043. In het eerste scenario is te zien dat het aantal inwoners in de gemeente tot en met 2043 tot 107.883 groeit. Het tweede scenario schetst een beeld van een iets sterkere groei, namelijk tot 121.620 inwoners. Het derde scenario laat de meest sterke groei zien met een inwonersaantal dat tot 136.253 stijgt (Lelystad in Zicht, 2024).
Figuur 4-33: Drie scenario’s van de prognose van het aantal inwoners in de gemeente Lelystad (Lelystad in Zicht, 2024)
Eigenschappen woningvoorraad Op dit moment heeft de stad een woningvoorraad van 35.643 woningen (CBS, 2024). Te zien is dat veel woningen gebouwd zijn in de periode 1970-1980 en 1980-1990. In deze periode was Lelystad vanuit de Tweede Nota Ruimtelijke Ordening aangewezen als groeikern. Vanaf 1967, na de drooglegging van Oostelijk Flevoland, namen de eerste bewoners van de eerste woonwijk van Lelystad intrek in hun nieuwe woning. Begin jaren ’70 was de 66
Onze referentie: OER Lelystad - Datum: 25 september 2025 - Public
COLOFON155
Zuiderzeewijk volgebouwd en werd de duizendste woning in gebruik genomen. Halverwege de jaren ’70 werden wijken als Kempenaar, Boeier en Karveel gebouwd. Dit deed niet alleen de woningvoorraad in Lelystad flink stijgen, maar ook het inwoneraantal: in 1975 werd namelijk de 25.000ste inwoner van Lelystad ontvangen (Lelystad Online, z.d.). In deze periode werd circa 90% gebouwd als eengezinswoning. Kijkend naar de woningvoorraad en het aantal huishoudens, is op te maken dat er gemiddeld 2,35 personen per woning verblijven.
Figuur 4-34: Percentage woningen gebouwd per periode in Lelystad (Lelystad in Zicht, 2024)
De woningvoorraad is in een ander deel te onderscheiden, namelijk in eigendomssituatie. In Figuur 4-35 is weergegeven hoe onderscheid is gemaakt tussen koopwoningen, sociale huur en overige huur. Te zien is dat er in Lelystad 5% meer koopwoningen en 5% minder overige huurwoningen in vergelijking met Nederland. De gemiddelde verkoopprijs van een koopwoning in 2023 in Lelystad was € 372.216. In Nederland was de gemiddelde verkoopprijs € 418.000.
Figuur 4-35: Eigendom woningen in Lelystad (CBS, 2024)
Uit de gemeentelijke huishoudensprognose blijkt dat er tot 2040 vraag zal zijn naar 7.755 woningen, waarvan ruim de helft is bestemd voor koopwoningen en daarnaast 1.900 huurwoningen. Naast de grondgebonden woningen zal er vooral ook vraag zijn naar appartementen.
67
Onze referentie: OER Lelystad - Datum: 25 september 2025 - Public
Autonome ontwikkeling Bij autonome ontwikkeling zijn er in 2040 7.755 extra woningen nodig, waarvan ruim de helft bedoeld is voor koopwoningen, ruim 1.900 voor sociale huur en ruim 1.300 voor vrije sector huurwoningen (Gemeente Lelystad, 2024). In verband met het relatief grote aandeel gezinnen in Lelystad zullen er extra grondgebonden koopwoningen nodig zijn. Deze woonvorm blijft voor gezinnen de voorkeur houden. Daarnaast is er behoefte aan appartementen en levensloopbestendige woningen. Tot 2040 kent de gemeente Lelystad een autonome groei van ongeveer 7.700 huishoudens, waarvoor ongeveer evenveel woningen nodig zijn om hen te huisvesten. Vanuit het programma Lelystad Next Level (LNL) wordt aangehaakt bij de ambitie om tot 2040 te groeien met zo’n 7.300 extra woningen, dus 15.000 extra woningen in totaal in 2040 (Gemeente Lelystad, 2024). Daarnaast speelt de opgave van het aardgasvrij maken van woningen. Een Warmteprogramma is een verplicht programma onder de Omgevingswet, waarin de gemeente beschrijft hoe ze het aardgas vrij maken van de bebouwde omgeving aanpakt. Ten behoeve van de Woonvisie heeft in 2020/2021 een woningbehoefteonderzoek (WBO) plaatsgevonden. Dit onderzoek biedt handvatten voor het kwantitatief en kwalitatief programmeren van woningen afgezet tegen allerlei ontwikkelingen op de woningmarkt.
Uit het WBO wordt duidelijk dat Lelystad tot 2040 een autonome groei kent van zo’n 7.700 huishoudens, waarvoor evenzoveel woningen nodig zijn om hen te huisvesten. Vanuit het programmaplan LNL wordt aangehaakt bij de ambitie om tot 2040 te groeien met zo’n 7.300 extra woningen, dus 15.000 toevoegingen tot 2040. De gemeente heeft als doel gesteld dat er in 2040 5.500 woningen bij zijn gebouwd, zowel nieuwbouw als door middel van (binnenstedelijke) transformatie (Gemeente Lelystad, 2020). In de Woondeal is vastgelegd dat Lelystad 10.200 woningen bouwt tot en met 2030, dat zijn gemiddeld meer dan 1.000 woningen per jaar. De raad is akkoord met een bouwtempo van 1.400 woningen per jaar. In de raadscommissie van 8 april is met de raad ook gesproken over de versnelling van de woningbouw. Daarin is afgesproken dat 1.400 woningen per jaar nu nog niet haalbaar is en dat eerst toe moet worden gegroeid naar gemiddeld 1.000 woningen per jaar. In de periode 2030-2040 is Lelystad van plan om 13.065 extra woningen te bouwen, wat een totaal van 59.800 woningen oplevert in 2040. In de tien jaar daarna wil de stad er nog eens 13.829 woningen bij bouwen, wat resulteert in een totaal aantal woningen van 73.600 in 2050.
Doordat dit een forse woningbouwambitie is, levert dat ook een risico op voor een tekort aan woningen indien het geambieerd aantal nieuwe woningen niet in deze periode gerealiseerd kan worden. Het is van belang dat de toekomstige woningvoorraad aansluit op de ontwikkelingen in de demografie. Twee ontwikkelingen spelen hierbij een grote rol, zijnde de toenemende druk op de woningmarkt voor jongeren en ouderen (door de vergrijzing). Starters zijn op zoek naar een passende woning, wat in de huidige woningmarkt vaak een (sociale) huurwoning of goedkope koopwoning betekent. Dit zijn categorieën waarbij Lelystad achterblijft op het landelijk gemiddelde. Woningen zijn in de afgelopen jaren vooral gerealiseerd in de dure en betaalbare prijsklasse(n) en de sociale huur. Voor koopstarters en middeninkomens zijn deze woningen vaak niet betaalbaar of bereikbaar. Er is daarom extra aandacht voor deze doelgroepen. Een andere ontwikkeling is de toenemende vergrijzing, waardoor er steeds meer vraag zal zijn naar zorggeschikte woningen met zorgvoorzieningen. Punt van aandacht hierbij is dat ouderen niet altijd welwillend zijn om te verhuizen van hun eengezinswoning naar een kleiner appartement; ouderen zijn vaak zo gehecht aan hun woning en woonomgeving dat verhuizen niet gewenst is.
Uit de gemeentelijke huishoudensprognose blijkt dat er vooral na 2030 een toename zal zijn in de behoefte naar levensloopbestendige woningen. Dit geldt voor alle doelgroepen, maar vooral mensen van 65 jaar en ouder met een lager inkomen zullen voor een grote vraag naar dit type woning zorgen. Ook de markt voor verzorgingshuizen veranderd. Waar op dit moment nog grote verzorgingshuizen staan in de centrumzone van de stad, zal er meer vraag komen naar woonruimte voor zorg en zelfstandige woningen voor ouderen in de wijken, dichtbij voorzieningen. De ouderenzorg/woningen zullen mede als gevolg van de toenemende vergrijzing en de druk op voldoende personeel een transitie doormaken naar meer en kleinschaliger zorg in de wijken dichtbij voorzieningen met inzet van vrijwilligers en familie. In de uitwerking betekent bovenstaande constatering dat specifiek extra woningen gebouwd dienen te worden voor zowel starters als voor ouderen. Voor ouderen is het juist wenselijk dat zij meer doorstromen en dat dit meer gestimuleerd wordt. Dit blijkt voor ouderen met een koopwoning vaak lastig te zijn, omdat dit voor hen vaak tot hogere woonlasten leidt of juist dat men gehecht is aan de huidige wijk en geen alternatieven in die omgeving kan vinden. Ook moeten er mogelijkheden gecreëerd worden om specifieke meer kleinschaligere ouderenzorghuisvesting in de wijken te realiseren.
68
Onze referentie: OER Lelystad - Datum: 25 september 2025 - Public
COLOFON155
Raakvlakken De volgende omgevingsaspecten hebben raakvlakken met het beleidsveld wonen: • • • • •
• • •
Stedelijk groen: wonen en stedelijk groen zijn onlosmakelijk verbonden om (nieuwe) buurten leefbaar te houden (natuur inclusief ontwikkelen). Droogte: bij het bouwen van nieuwe woningen zal gekeken moeten worden naar (bestaande en nieuwe) groenblauwe structuren om droogte (zoveel mogelijk) te voorkomen. Hittestress: door verstening vanwege woningbouw zal er een hoger risico zijn op hittestress. Leefbaarheid: door de nieuwe woningen op een dusdanige manier in te richten dat de leefbaarheid gewaarborgd is of verbeterd wordt. Als dit niet goed gebeurt, kan dit juist de leefbaarheid aantasten. Duurzame elektriciteit: met het vervallen van de Wet Voortgang Energietransitie is vanaf 1 juli 2018 de gasaansluitplicht voor nieuwbouwwoningen komen te vervallen. Het nieuwe uitgangspunt is gasloos bouwen. Bij nieuwe woningen moeten dus duurzame verwarmingsoplossingen worden geïntegreerd. Duurzame warmte: nieuwe woningen verplichten om aan te sluiten op bestaande en/of nieuwe warmte- en koudenetten vanwege het uitgangspunt dat er gasloos gebouwd dient te worden. Voorzieningen: het toevoegen van meer woningen biedt meer draagvlak voor (stedelijke) voorzieningen. Mobiliteit: het toevoegen van meer appartementen (meer woningen per ha) biedt meer draagvlak voor een goed openbaar vervoersysteem.
Bouwstenen voor de Omgevingsvisie • • • •
• •
Er is meer diversiteit in het woningaanbod nodig, in zowel grondgebonden woningen als gestapelde bouw. Meer nultredenwoningen, betaalbare woningen, woningtypes en woonmilieus. Er moet bij woningbouw vooral gekeken worden naar de behoeften van de aandachtsgroepen zoals starters, 65-plussers en 80-plussers, waarbij ook een focus ligt op het bieden van een wooncarrière aan starters. Bij de ontwikkeling van woningen moet ervoor worden gezorgd dat de stad en het landschap zijn verweven. Het toevoegen van woningen in bestaande wijken kan doorstroming bevorderen, meer gedifferentieerde wijken opleveren, voorzieningenniveau op wijkniveau in stand houden en betere randvoorwaarden voor een goed ov-systeem opleveren. Woningbouw combineren met andere functies levert meer levendige, sociaal veilige wijken op en voorzieningen op korte afstand (minder automobiliteit). Een voorwaarde voor meer woningen is dat voorzieningen en infrastructuur in gelijke trede meegroeien. Om een aantrekkelijke stad te kunnen zijn is het creëren van een samenleving belangrijk. Hiervoor heeft de gemeente ook het Rijk en de provincie nodig.
4.6.2
Leefbaarheid
Ambities • • • • •
Leefbare, veilige, rustige en duurzame woonbuurten als basis. Een sociaal verbonden stad waar iedereen prettig kan wonen en ontmoeten, ook in het klimaat van over 50100 jaar. Bestaande natuur meer leefbaar en toegankelijk maken. Er zijn passende en toegankelijke voorzieningen die aansluiten op de vraag en groei. Voorzieningen faciliteren die gezondheid en bewegen stimuleren (bijdragen aan positieve gezondheid).
Beleidsdocumenten • • • •
69
Omgevingsvisie Lelystad 2040. Koersdocument Lelystad 2040. Maatschappelijke Agenda 2023. Beleidskader onderwijshuisvesting.
Onze referentie: OER Lelystad - Datum: 25 september 2025 - Public
Fase
Beoordeling
Huidige situatie
Autonome ontwikkeling
Doelbereik Omgevingsvisie
Toelichting
-
De kwaliteit van de leefomgeving en woningvoorraad is gemiddeld, maar de sociale aspecten scoren onder het nationaal gemiddelde, vooral in Lelystad Oost.
-/0
Door de Rijksoverheid is Lelystad Oost aangewezen als één van de gebieden in het Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid (NPLV). In deze gebieden staan leefbaarheid en veiligheid onder druk. De verwachting is dat de leefbaarheid in Lelystad Oost mede dankzij dit programma zal verbeteren.
++
De Omgevingsvisie bevat diverse maatregelen die de leefbaarheid in Lelystad verbeteren, zoals vergroening, betere OV-verbindingen (waaronder de Lelylijn en HOV), en het verbeteren van stadsbossen en werklocaties. Daarnaast wordt ingezet op gevarieerde en aantrekkelijke woonmilieus, sociale veiligheid en een bruisend stadscentrum. Al deze maatregelen dragen sterk positief bij aan de leefbaarheid (++).
Huidige situatie Het begrip leefbaarheid omvat verschillende factoren die samen inzicht geven in hoe mensen hun woon- en leefomgeving waarderen. In de Omgevingsvisie 2040 en het Koersdocument 2040 van de gemeente wordt bij leefbaarheid vooral gekeken naar het sociale aspect en de natuur in de directe omgeving, beide behorend tot het ruimtelijk domein. Hierdoor wordt er in deze analyse gefocust op thema’s als sociale cohesie, de aanwezigheid van maatschappelijke voorzieningen en kwaliteit van de fysieke leefomgeving. De belangrijkste bron om leefbaarheid in kaart te kunnen brengen is de Leefbaarometer van de Rijksoverheid. Dankzij de Leefbaarometer kan de leefbaarheid in alle bewoonde wijken en buurten gemonitord worden, wat inzicht verschaft in hoe de leefbaarheid zich de afgelopen jaren heeft ontwikkeld. De Leefbaarometer geeft daarmee een modelmatige inschatting van de daadwerkelijke leefbaarheid. De gewogen omgevingskenmerken die gezamenlijk de leefbaarheid van een gebied bepalen zijn: 1. 2. 3. 4. 5.
70
Woningvoorraad; Fysieke leefomgeving; Voorzieningen; Sociale samenhang; Overlast en onveiligheid.
Onze referentie: OER Lelystad - Datum: 25 september 2025 - Public
COLOFON155
Figuur 4-36 laat voor iedere wijk van de gemeente Lelystad de gemiddelde leefbaarheid zien, geclassificeerd op een 9-puntsschaal. Figuur 4-37 richt zich op de afwijking van het nationale gemiddelde en bij Figuur 4-38 wordt de bijdrage aan de score per omgevingskenmerk uitgelicht.
Figuur 4-36 Gemiddelde leefbaarheid van de buurten in Lelystad (Ministerie van BZK, 2022)
Uit Figuur 4-36 valt voornamelijk op dat de buurt nabij het spoor in Warande (met woonproject Lars en Lilly) en Wijkcentrum Boswijk respectievelijk “ruim onvoldoende” en “onvoldoende” scoren en dat de rest zwak of hoger scoren. De buurten rond de Stationsdreef en de Zuigerplasdreef vallen meer in de categorie “zwak” vergeleken met de buurten aan de meer oostelijke en westelijke zijde van de stad.
Figuur 4-37: Afwijking leefbaarheid ten opzichte van nationaal gemiddelde (Ministerie van BZK, 2022).
71
Onze referentie: OER Lelystad - Datum: 25 september 2025 - Public
Figuur 4-38: Afwijking totaalscore Lelystad ten opzichte van het nationaal gemiddelde (Ministerie van BZK, 2022).
De beschreven problematiek is vooral geconcentreerd in de jaren ’70- en ’80-wijken waar ruimtelijke segregatie plaatsvindt. Dit wordt onder andere veroorzaakt door een grote groep werkzoekenden met een relatief laag opleidingsniveau (gemeente Lelystad, 2020). Daarnaast volgt uit de interviews met de gemeente Lelystad dat de bewoners die een hogere sociaaleconomische status genieten wel in Lelystad wonen, maar veel van hun leven buiten de stad plaatsvindt. Hierdoor ontbreekt de verbinding en sociale cohesie in de buurt en is de buurt met haar inwoners, meer naar binnen gekeerd en op zichzelf. Kijkend naar de scores per omgevingskenmerk valt het op dat vooral op voorzieningen slecht wordt gescoord. In Tabel 4-3: Gemiddelde afstanden tot voorzieningen. is weergegeven wat de gemiddelde afstanden tot voorzieningen zijn, zowel in Lelystad als het gemiddelde in Nederland. Tabel 4-3: Gemiddelde afstanden tot voorzieningen.
Huisarts
Ziekenhuis
Supermarkt
Kinderdagverblijf
Basisschool
Gemeente Lelystad
1,2 km
2,9 km
1,1 km
0,8 km
0,9 km
Nederland
1,1 km
4,9 km
0,9 km
0,7 km
0,8 km
In Tabel 4-4 is het aantal voorzieningen binnen een bepaalde straal aangegeven. Bij het kiezen van aantallen worden voor elke categorie drie maximale straalafstanden vermeld. Voor Tabel 4-4 is steeds gekozen voor de middelste afstand. Tabel 4-4: Aantal voorzieningen binnen 3 km.
Huisarts (binnen 3 km)
Ziekenhuis Supermarkt (binnen 10 km) (binnen 3 km)
Kinderdagverblijf (binnen 3 km)
Basisschool (binnen 3 km)
Gemeente Lelystad
6,4
1
8,5
14,9
9,9
Nederland
7,8
2,9
11
19,2
11,9
Wat opvalt is dat de afstanden in kilometers niet veel afwijken van het nationaal gemiddelde, maar er wel degelijk een verschil zichtbaar is als het gaat om aantal voorzieningen binnen een bepaalde straal. In Lelystad is er in ieder geval een tekort aan huisartsen en kinderdagverblijven voor het huidige inwoneraantal. Het aantal basisscholen is voldoende, wellicht is de omvang van de basisscholen in een stad met veel nieuwe wijken groter. Bij inbreidingsgebieden is het van belang om vroegtijdig rekening te houden met mogelijke uitbreiding van het aantal (basis)scholen om de bereikbaarheid voor ieder kind te kunnen waarborgen. Opvallend is dat de fysieke leefomgeving positief afwijkt van het Nederlands gemiddelde. Lelystad is over het algemeen een ruim opgezette stad met veel groen in de omgeving.
72
Onze referentie: OER Lelystad - Datum: 25 september 2025 - Public
COLOFON155
Autonome ontwikkeling Verdere veroudering van de woningen zal de leefbaarheid in sommige buurten onder druk blijven zetten. Ook de dubbele vergrijzing zal de leefbaarheid onder druk kunnen zetten doordat meer mensen alleen zullen zijn en minder contact hebben met de buurt. De bouw van Zuiderhage zou een positief effect op de leefbaarheid kunnen hebben op stadsniveau, mede dankzij sociaaleconomische menging van (nieuwe) bewoners en de komst van nieuwe voorzieningen. Dit is positief voor de totale leefbaarheid op stadsniveau. Echter heeft dit geen effect op de bestaande wijken. Een ontwikkeling die men veel ziet in de voormalige groeikernen is de interne migratie, die uiteindelijk tot achteruitgang van de bestaande buurten leidt. Onder interne migratie wordt verstaan dat met het realiseren van nieuwe woonwijken de sociaal sterkeren zullen verhuizen uit de bestaande stad naar de nieuwe wijken. Ervaring uit het verleden leert dat de bestaande wijken een andere samenstelling krijgen en meer te maken krijgen met diverse problematieken. Naast de grote groeiopgave en het realiseren van een complete samenleving in de nieuwe grootschalige woonwijken zoals Zuiderhage en Waterfront dient er de nodige aandacht te zijn voor de leefbaarheid in de bestaande wijken.
Lelystad Oost is door de Rijksoverheid aangewezen als één van de gebieden in het Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid (NPLV). In deze gebieden staan leefbaarheid en veiligheid onder druk en hebben inwoners te maken met problemen met betrekking tot onderwijs, armoede, gezondheid, wonen en veiligheid (Ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening, z.d.). De verwachting is dat de leefbaarheid in Lelystad Oost mede dankzij dit programma de komende jaren zal verbeteren. Raakvlakken De volgende omgevingsaspecten hebben raakvlakken met het beleidsveld leefbaarheid: • •
• • •
•
Stedelijk groen: de hoeveelheid groen heeft een grote invloed op de leefbaarheid en hoe een buurt wordt ervaren. Wonen: hoe woningen eruitzien, hoe oud ze zijn en hoe goed de buurt eruit ziet heeft een grote invloed op de leefbaarheid binnen een gebied. Daarnaast heeft de inrichting van de openbare ruimte veel invloed op de leefbaarheid. Voorzieningen: de aanwezigheid van voorzieningen, zowel op wijkniveaus als op stedelijk niveau, hebben een grote impact op de leefbaarheid. Gezondheid: een goede leefbaarheid heeft invloed op gezondheid van de bewoners. Mobiliteit: aanwezigheid van een sociaal veilig fietsnetwerk draagt bij aan de leefbaarheid en meer gebruik van gezonde vervoerswijze. Daarnaast kan een goed openbaar vervoersysteem bijdragen aan het bereikbaar maken van voorzieningen en werk in de stad. Water: de hoeveelheid oppervlaktewater heeft een grote invloed op de leefbaarheid en hoe een buurt wordt ervaren.
Bouwstenen voor de Omgevingsvisie •
•
• • •
73
Kijkend naar de woningbouwambities en huidige problematiek in sommige wijken zal Lelystad passende oplossingen moeten vinden om leefbare gebieden te realiseren en dus richten op de samenleving. Voor de nieuwe woongebieden geldt dat deze complete wijken moeten worden met wonen, werken, voorzieningen en natuur. Er moet bijzondere aandacht zijn voor de bestaande stad; er is een risico op negatieve effecten op (sommige) bestaande wijken door interne migratie als gevolg van grootschalige nieuwbouw. Nieuwe functies toevoegen kan helpen deze wijken een impuls te geven. Verbeter de sociale cohesie door sociale contacten te faciliteren door bijvoorbeeld ontmoeten in de wijk aantrekkelijk te maken. Zet gezondheid centraal door mogelijkheden voor ontmoeten en sporten en bewegen in de wijk aantrekkelijk te maken. Zowel de nieuw te bouwen voorzieningen als de bestaande voorzieningen dienen voor iedere inwoner veilig bereikbaar te zijn voor de verschillende vervoersvormen.
Onze referentie: OER Lelystad - Datum: 25 september 2025 - Public
4.7
Bereikbaarheid en verkeersveiligheid 4.7.1
Infrastructuur
Ambities • •
• •
•
De infrastructuur is passend door een mix van gedragsbeïnvloeding voor weggebruikers, slimme aanpassing en nieuwe aanleg van infrastructuur (Mobiliteitsvisie Lelystad 2020-2030). Het grid van dreven blijft de basis voor het interne autonetwerk. De structuur blijft intact, maar de functie kan veranderen door het aanbrengen van een hiërarchie ) en ruimtelijke ontwikkelingen. Het is van belang dat de mobiliteitsopgave integraal benaderd wordt (Omgevingsvisie Lelystad 2040). (Snel)fietsroutes zijn herkenbaar, aantrekkelijk, vindbaar en veilig en verbinden wijken, centra, economische kerngebieden en landschap. Ontwikkeling van Lelystad Airport tot een regionale luchthaven met groothandelsverkeer. Lelystad Airport heeft de ambitie een schone, veilige, innovatieve en relatief stille luchthaven te zijn (Mobiliteitsvisie Lelystad 2020-2030). Om een goede en duurzame economische ontwikkeling te waarborgen, zal Lelystad zich inzetten voor de aansluiting van Flevokust Haven per spoor (Omgevingsvisie Lelystad 2040).
Beleidsdocumenten • • •
Omgevingsvisie Lelystad 2040. Mobiliteitsvisie Lelystad 2020 – 2030. Koersdocument Lelystad 2040.
Fase
Beoordeling
Toelichting
Huidige situatie
+/++
De vrijliggende infrastructuur is ingericht op fietsers en auto’s, in een vrij extensief opgezette leefomgeving.
Autonome ontwikkeling
+/-
De gemeente Lelystad is binnenstedelijk fors verdicht, dit betekent een verslechtering van de doorstroming voor autoverkeer.
+
De Omgevingsvisie bevat maatregelen die de infrastructuur in Lelystad verbeteren, zoals prioriteit voor voetgangers in het stadshart, een beter fietsnetwerk en betere bereikbaarheid van voorzieningen per fiets en OV. Grote projecten zoals de HOV-verbinding, station Zuiderhage en de verbreding van de A6 hebben een sterk positief effect op bereikbaarheid en doorstroming. Het totale milieueffect op de infrastructuur wordt als beperkt positief (+) beoordeeld.
Doelbereik Omgevingsvisie
Huidige situatie Lelystad heeft als voordeel dat de stad niet organisch gegroeid is, maar vanaf het begin al grootschalig gepland is. Hierdoor kent Lelystad een unieke structuur van vrij liggende fiets- en voetpaden en ongelijkvloerse fiets/wandelbruggen, die de woonbuurten en het groen met elkaar te verbinden. Zij zorgen voor een goede bereikbaarheid per fiets en voor voetgangers. De stad is oorspronkelijk aangelegd als een rechthoekig raster van dreven met stadshoofdwegen voor autoverkeer als groene barrière en ongelijkvloerse kruisingen voor fietsers en voetgangers. De dreven zijn structuurbepalend voor de infrastructuur. Dit heeft gezorgd voor een functionele scheiding. In de groene lobben waar stadsdeelverbindende fiets- en wandelpaden bij de hoofdwegovergangen verhoogd zijn aangelegd, zijn het fiets- en wandelnetwerk gerealiseerd. In deze netwerken komt de strikte scheiding van de verschillende weggebruikers naar voren. De wijken Zuiderzeewijk en Atolwijk zijn via centrale ringwegen met woonhoven verbonden. Dit gescheiden verkeerssysteem met stadsdeelverbindende fiets- en wandelpaden in de groene lobben heeft als nadeel dat de sociale veiligheid minder goed is. Er zijn onvoldoende ‘ogen’ op deze verbindingen, waardoor het met name op de rustige tijdstippen in de sociale beleving minder veiliger routes zijn.
De afgelopen jaren is er fors geïnvesteerd in omliggende nationale en regionale infrastructuur, zoals onder meer de verbindingen naar Amsterdam en Schiphol, Hanzelijn, Lelystad Airport, Flevokust Haven en de Westfrisiaweg in Noord-Holland. Hierdoor heeft Lelystad zich gevestigd als multimodaal knooppunt. 74
Onze referentie: OER Lelystad - Datum: 25 september 2025 - Public
COLOFON155
De gemeente Lelystad ontwikkelt zich van forensenstad naar netwerkstad binnen de metropoolregio Amsterdam, waarbij Lelystad functioneert als poort naar de regio Zwolle. De verbreding van de A6 en realisatie van een derde snelwegaansluiting (afrit 9) dragen hieraan bij. De intentie is om verkeer zo lang mogelijk op de omliggende infrastructuur af te wikkelen en onnodige doorgaande bewegingen (door de stad) te voorkomen.
Figuur 4-39: Verbindend netwerk als drager van de fietsstructuur binnen de bebouwde kom van de gemeente Lelystad (Fietsen in Lelystad, Gemeente Lelystad 2015).
Het openbaar vervoer in Lelystad is goed georganiseerd met een netwerk aan treinen en bussen. Station Lelystad Centrum is het belangrijkste knooppunt en biedt directe treinverbindingen met steden zoals Amsterdam, Zwolle en Almere via de Hanzelijn en Flevolijn. Het station kent prima voorzieningen zoals fietsenstallingen en parkeerplaatsen. Het busvervoer wordt verzorgd door RRReis (EBS), met stadsbussen die wijken binnen Lelystad verbinden en regionale bussen naar omliggende steden zoals Almere, Dronten en Emmeloord. Uit de interviews met beleidsmedewerkers blijkt dat het busvervoer ruimte voor verbetering kent, met name ten aanzien van de verbinding met de woonwijken en werkgebieden. Autonome ontwikkeling Als gevolg van de groei van de stad nemen de intensiteiten toe, zowel op de wegen en het spoor van en naar de omgeving als binnen de stad. Dit heeft vooral invloed op de doorstroming in het centrum en richting de bestaande aansluiting 10 op de A6. Daarnaast kan het ook zorgen voor knelpunten in de doorstroming op diverse kruispunten op het drevennetwerk. Ondanks de realisatie van de nieuwe rondweg kan de doorstroming op het wegvak Larserdeef tussen de Zuigerplasdreef en de aansluiting op de A6 problematisch worden. Lelystad heeft een sterke drevenstructuur met goede en snelle verbindingen.
Met een groei van de stad is het te verwachten dat bij ongewijzigde verkeerssituatie de druk op het verkeerssysteem fors zal toenemen, wat de leefbaarheid negatief kan beïnvloeden. Voor de nieuwe gebieden (Zuiderhage en Waterfront) is het belangrijk dat zij goed, veilig en snel aangesloten worden op het centrumgebied en op elkaar. Uitgaande van het STOMP-principe, zullen deze gebieden dan ook sociaal en verkeersveilig en snel per fiets en openbaar vervoer bereikbaar moeten zijn. STOMP staat voor Stappen, Trappen, Openbaar Vervoer, Mobility as a Service (MaaS) en Personenauto’s, en houdt in dat er prioriteit wordt gegeven aan vormen van duurzame mobiliteit, zoals lopen, fietsen en openbaar vervoer. 75
Onze referentie: OER Lelystad - Datum: 25 september 2025 - Public
Door de ontwikkeling van de nieuwbouwwijk Warande en de groei van het aantal bezoekers naar Nationaal Park Nieuw Land is er een toename van verkeer. De provincie Flevoland en de gemeente Lelystad werken samen aan de planprocedure voor de Rondweg Lelystad, een nieuwe rondweg om problemen in de doorstroming te voorkomen en de verkeersveiligheid te vergroten. Deze ontwikkeling beoogt een beter bereikbare zuidwestkant van Lelystad en ontsluiting van Zuiderhage. In 2025is de realisatie gestart van een doorfietsroute tussen Almere en Lelystad, een onderdeel van het provinciale fietspadenplan. De route, grotendeels over bestaande fietspaden, begint bij de Buitenring N702 en loopt tot aan de Larserdreef, dat vervolgens aansluit op de bestaande doorfietsroute binnen Lelystad. De route verloopt door het campusgebied naar het station van Lelystad. Het openbaar vervoer ondergaat een schaal- en kwaliteitssprong. Lelystad zet in op betere, snellere, frequentere en comfortabele verbindingen naar andere steden in en om de regio. Zo is er de inzet van een betere OV-verbinding naar bijvoorbeeld Emmeloord, Groningen (Lelylijn) en Almere-Amsterdam en een goede treinverbinding naar Utrecht. In de Omgevingsvisie is een snelle HOV-verbinding opgenomen die straks de verbinding Bataviakwartier-Station Lelystad Centrum-Campus-LAB-Lelystad Airport vormt.
Hierbij wil de gemeente vanaf het station naar Lelystad Airport een separate busbaanLelystad zet het opwaarderen en verbeteren van de verbinding Alkmaar-Zwolle N307 (“N23/A23”) door de bochtafsnijding in de Baai van Van Eesteren hoog op de agenda. Voor de ontwikkeling van het gebied Zuiderhage is het essentieel dat hier een nieuw treinstation komt. Alleen met de komst van een nieuw treinstation kan Zuiderhage verbonden worden met omliggende woongebieden. In en rondom Lelystad wordt momenteel het maritieme netwerk en het goederenvervoer over water versterkt door de komst van Flevokust Haven, Maritieme Servicehaven Urk, versterking binnenhavens Kampen en Meppel, verbreding sluizen Kornwerderzand en door het uitdiepen hoofdvaarroute IJsselmeer. Daarnaast is Lelystad Airport aangewezen als voorkeurslocatie voor het stationeren van F-35 jachtvliegtuigen. Als deze plannen door worden gezet, wordt het vliegveld door Defensie gebruikt als militaire vliegbasis. Het kabinet heeft besloten dat het vliegveld voorlopig niet gebruikt mag worden voor groothandelsverkeer. Raakvlakken De volgende omgevingsaspecten hebben een raakvlak met beleidsveld infrastructuur: • • • • • •