Nota Integrale handhaving 2021-2025 college
Tekst van het document
Denk hierbij aan het kunnen ontstaan van geringe/middelmatige/hoge schade en/of kosten. Meer sociale fraude ondermijnt direct de houdbaarheid van het sociaal stelsel en het draagvlak bij de burgers, het heeft een aanzuigende werking en wordt zo onbetaalbaar.
Nota Integrale handhaving 2021-2025
B&W
Blz. 20 van 27
BIJLAGE 3: BOA EN TOEZICHTHOUDER Binnen handhaving wordt een onderscheid gemaakt tussen handhavers in de rol van toezichthouder en in de rol van buitengewoon opsporingsambtenaar.
Boa’s Een boa is een ambtenaar met een beperkte opsporingsbevoegdheid. Een boa is bevoegd om strafbare feiten op te sporen die tot zijn takenpakket behoren én die in de bijhorende domeinenlijst staan, zie opsomming hieronder. Boa’s die veel in contact komen met publiek dragen een boa-insigne en een uniform. Niet elke boa heeft dezelfde bevoegdheden. Er worden zes boawerkterreinen onderscheiden, ook wel domeinen genoemd: domein I: openbare ruimte domein II: milieu, welzijn en infra domein III: onderwijs / leerplicht domein IV: openbaar vervoer domein V: werk, inkomen en zorg domein VI: generieke opsporing De boa’s in domein I bestrijden kleine ergernissen, overlast en andere feiten die de leefbaarheid in de openbare ruimte aantasten. De boa’s in Lelystad zijn uitgerust met beperkte geweldsmiddelen (handboeien). Stadstoezicht houdt zich ook bezig met de handhaving op gebied van parkeren. Daarnaast heeft de gemeente Lelystad boa's in domein III. Ook zijn er boa’s die werkzaam zijn in domein V. Ze houden zich bezig met het handhaven van regelingen op het gebied van de sociale zekerheid. Voor de handhaving op gebied van fraude heeft Lelystad een zelfstandig team.
Boa’s en politie Toezicht en handhaving in de openbare ruimte is een gedeelde verantwoordelijkheid van de gemeente en de politie, waarbij de boa’s en de politie elkaar aanvullen. Kern van het werk van de gemeentelijke boa in domein I is dat hij in de openbare ruimte aanwezig is en toezicht houdt, en handhavend optreedt waar nodig in geval van kleine ergernissen, overtredingen en overlastsituaties die de leefbaarheid in wijken en buurten aantasten. In beginsel treedt de boa op in situaties waarin er geen sprake is van een te verwachten gevaarzetting. Wanneer de boa situaties tegen komt waar geweld plaatsvindt of dreigt of waar sprake is van criminaliteit, zal hij een beroep doen op de politie.
Toezichthouders Een toezichthouder onderzoekt namens en onder verantwoordelijkheid van het gemeentebestuur of wetten en regels worden nageleefd. Een toezichthouder draagt een legitimatiebewijs bij zich dat is uitgegeven door het gemeentebestuur. Op verzoek is de toezichthouder verplicht om dit legitimatiebewijs te tonen. In titel 5.2 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is aan de toezichthouders een standaard pakket met bevoegdheden toegekend. Aanvullend daarop zijn aan de toezichthouder in bepaalde wetten extra bevoegdheden toegekend, bijvoorbeeld het onder voorwaarden betreden van een woning zonder toestemming van de bewoner. Een toezichthouder mag van zijn bevoegdheden slechts gebruik maken voor zover dat redelijkerwijs voor de vervulling van zijn taak nodig is. Een ieder is vervolgens verplicht om medewerking te verlenen aan een toezichthouder. Nota Integrale handhaving 2021-2025
B&W
Blz. 21 van 27
BIJLAGE 4: VIRTUELE HANDHAVINGSMARKT In 2020 was het de bedoeling om een handhavingsmarkt te organiseren met alle uitvoerende partijen die betrokken zijn bij handhaving. In deze nota worden de belangrijkste partijen hieronder kort toegelicht om toch een beeld te geven. Naam
Taken
Team Stadstoezicht heeft zo’n 12 fte voor handhaving / boa’s / inspecteurs. Dit team is actief en zichtbaar aanwezig in de openbare ruimte. Ze spreken mensen aan op hun verantwoordelijkheid en treden handhavend op als dat nodig is. Ze werken hierbij nauw samen met interne en externe (keten)partners. Naast boa’s en toezichthouders bestaat er nog een cluster Stadstoezicht met Juristen (6 fte) en cluster Veiligheidsvergunningen (5 fte). Lelystad is verdeeld in vier wijken en iedere wijk heeft twee boa’s die aanspreekpunt zijn voor de betreffende wijk. Verder is er een wekelijkse briefing met alle boa’s en toezichthouders, waarbij ook de politie aanwezig is. Waar nodig vindt de handhaving in samenwerking met de politie, brandweer, OFGV of andere partners plaats. De gemeente Lelystad heeft 5 leerplichtambtenaren. Om het volgen van onderwijs voor zo veel mogelijk kinderen te realiseren is een gecoördineerde en optimale inzet van alle betrokken ketenpartners in het sociaal domein en/of de jeugdstrafrechtketen vereist (scholen, gemeenten, RvdK, Halt, politie, gemeentelijke jeugdhulp (wijkteams e.d.), Inspectie van het onderwijs, OM, rechter). De leerplichtambtenaren werken volgens de Leerplichtprincipes van de Methodische Aanpak Schoolverzuim (MAS).
Ze hebben ambtenaren diverse taken en verantwoordelijkheden, waaronder: - naleving van de Leerplichtwet voor het behalen van een startkwalificatie; - toeleiding of terugleiding naar een passend onderwijsprogramma; -vroegtijdige inzet van (jeugd)hulp bij verzuim en ketensamenwerking door deelname aan multidisciplinaire (zorg)overleggen; - handhaving indien nodig in de vorm van een verwijzing naar HALT of het opmaken van een proces-verbaal schoolverzuim. Het team ‘Sociaal domein’ heeft zo’n 6 fte aan Sociale rechercheurs in dienst. Bij fraude met een uitkering of zorggelden is de Sociale recherche de opsporingsinstantie. Ze zijn gespecialiseerd in het opsporen zwartwerken, het verzwijgen van vermogen, woonfraude, etc. Er is aandacht voor de menselijke maat (zie blz. 11). Als de Sociale Recherche Sociale recherche iemand op het spoor is, kan in bepaalde gevallen een strafrechtelijk onderzoek volgen. De Sociale recherche maakt daarvan een proces-verbaal op voor het Openbaar Ministerie. Op grond daarvan besluit de officier van justitie om de fraudepleger wel of niet te vervolgen. De fraudepleger loopt het risico een hoge boete of gevangenisstraf te krijgen. Daarnaast vordert de gemeente de ten onrechte betaalde uitkering terug. In de Basisregistratie Personen (BRP) registreert de gemeente de persoonsgegevens van de Lelystedelingen.
Veel overheidsinstanties en andere organisaties gaan uit van de in de BRP geregistreerde persoonsgegevens. Het is daarom belangrijk dat de gegevens in de BRP correct zijn. Deze systeemverantwoordelijkheid ligt bij de gemeente, primair Toezicht BRP bij het team Stadswinkel. Naar aanleiding van signalen over een onjuiste inschrijving vindt een adresonderzoek plaats. Onderdeel van de onderzoeken zijn de spookwoningen, waar al lange tijd geen bewoners zijn geregistreerd. Dit kan een signaal zijn van (woon)fraude, uitbuiting of andere vormen van criminaliteit.
Nota Integrale handhaving 2021-2025
B&W
Blz. 22 van 27
Team Wabo en bestemmingsplannen
Havenmeester
Omgevingsdienst Flevoland en Gooi- en Vechtstreek (OFGV)
Politie
Brandweer
GGD
Inspectie SZW
Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA)
Voor bouwtoezicht is er 5 fte beschikbaar voor onder meer integraal toezicht voor de Wabo taken (in hoofdzaak ruimtelijke ordening, bouwtoezicht, brandveiligheid en milieu) en APV (bouwkundige onderdelen bij evenementen). Dit team adviseert bij geconstateerde afwijkingen of niet vergunde situaties over de technische toetsing van WABO-onderdelen op het gebied van bouwen (o.a. vergunningsvrij bouwen), slopen, brandveiligheid, constructie, welstand, milieu. De havenmeester is degene die mondeling of schriftelijk aanwijzingen geeft in het belang van de orde en veiligheid in de haven, regeling van het scheepvaartverkeer, ligplaats en ter voorkoming van gevaar/schade/hinder. De OFGV is in 2012 opgericht en heeft als vestigingsplaats Lelystad. De OFGV voert namens dertien gemeenten en twee provincies de milieutaken uit. Het basispakket concentreert zich vooral op vergunningverlening en het toezicht op en handhaving van milieuregelgeving. De gemeente Lelystad heeft het toezicht en de handhaving wat betreft het Besluit bodemkwaliteit en horecageluid belegd bij de OFGV. Asbest is deels belegd. De OFGV stelt jaarlijks een uitvoeringsprogramma op voor de gemeente Lelystad. Het basisteam voor Lelystad - Zeewolde bestaat uit 155 fte. De wettelijke taak van de politie brengt verschillende aspecten met zich mee zoals toezicht houden, strafbare feiten opsporen en hulpverlenen.
De politie heeft tot taak in ondergeschiktheid aan het bevoegd gezag (burgemeester en Openbaar Ministerie) en in overeenstemming met de geldende rechtsregels te zorgen voor de daadwerkelijke handhaving van de rechtsorde en het verlenen van hulp aan hen die deze behoeven. Bij zowel het bouwen van een nieuw gebouw als tijdens het gebruik van het gebouw komt de eigenaar / gebruiker in contact met de brandweer. De gemeente heeft als bevoegd gezag een duidelijke wettelijke taak in toezicht en handhaving. De brandweer adviseert en het bevoegd gezag beslist. Vaak vraagt de gemeente de brandweer om haar te ondersteunen in haar wettelijke toezichts- en handhavingstaken. In de wet Kinderopvang zijn de minimale eisen opgenomen waaraan de kinderopvang moet voldoen. De wet is van toepassing op kinderdagverblijven, buitenschoolse opvang, gastouderbureaus en gastouders. De gemeente is verantwoordelijk voor registratie, controle en handhaving op basis van de wettelijke eisen. De uitvoering van het toezicht is belegd bij de GGD. Het toezicht op de Wmo is ook belegd bij de GGD. De ISZW de toezichthouder op het terrein van sociale zaken en werkgelegenheid. Dat toezicht is gericht op de naleving van de wet- en regelgeving over arbeidsomstandigheden (zoals de kwestie Eurotower), de arbeidsmarkt, arbeidsverhoudingen en het sociale zekerheidsstelsel.
De ISZW zet onder het gezag van het OM strafrechtelijke handhaving in. Dit kan noodzakelijk en gerechtvaardigd zijn om constructies te ontrafelen, strafbare feiten zichtbaar te maken en te bewijzen, faciliteerders van overtredingen in beeld te krijgen en overtreders financieel aan te pakken. NVWA heeft als kerntaak het toezicht houden bij bedrijven en instellingen op de naleving van wetten en voorschriften. Hiervoor heeft de organisatie dierenartsen, inspecteurs en toezichthouders in dienst die op verscheidene terreinen op de naleving toezien en zo nodig sancties opleggen. Ze houden o.m. toezicht op de Warenwet, de Tabaks- en rookwarenwet, de Wet dieren. Tot 2013 hield de NVWA volledig toezicht op de Drank- en Horecawet. Sinds 2013 houden de gemeenten voor het grootste deel toezicht op de naleving van de Drank- en Horecawet.
Nota Integrale handhaving 2021-2025
B&W
Blz. 23 van 27
Inspectie leefomgeving en Transport
De Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) is de toezichthouder van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat. Ze werken aan veiligheid, vertrouwen en duurzaamheid in transport, infrastructuur, milieu en wonen. Denk aan veilig en betrouwbaar openbaar vervoer, een woning huren van een betrouwbare woningcorporatie of zonder risico water uit de kraan drinken. Maar ook droge voeten houden achter de dijken is een taak van de ILT. Het aandachtsgebied van de ILT omvat ongeveer 150 onderwerpen waaronder geluidsoverlast in de luchtvaart, vaartijden in de binnenvaart, taxivergunningen, woningcorporaties, vervoer van gevaarlijke stoffen, afval, genetisch gemodificeerde organismen en energielabels van woningen.
Zoals al vermeld is samenwerking een belangrijk onderdeel van handhaving. De gemeente Lelystad participeert of heeft connecties met onder andere de onderstaande samenwerkingsverbanden. Samenwerkings verband
RIEC
DTO
Landelijke Stuurgroep Interventieteams (LSI)
Veiligheidsregio Flevoland (VRF)
Landelijke Aanpak Adreskwaliteit (LAA)
Taken De gemeente Lelystad is aangesloten bij het Regionaal Informatie- en Expertisecentrum (RIEC) Midden-Nederland. Het RIEC richt zich op de bestrijding van ondermijnende criminaliteit. Het RIEC heeft geen zelfstandige bevoegdheden op gebied van handhaving, opsporing of toezicht. Ze verbindt informatie, expertise en de slagkracht van de verschillende overheidsinstanties (zoals gemeenten, politie, OM, Belastingdienst). Daarnaast stimuleert en ondersteunt het RIEC de publiekprivate samenwerking bij de aanpak van ondermijning. In Midden Nederland is per district een Districtelijk Team Ondermijning (DTO), waarbij het RIEC ondersteunt. Doel is steeds, de faciliterende rol van bepaalde sectoren en groepen binnen de ondermijnende criminaliteit te doorbreken en de samenwerkingsverbanden te verstoren. Het DTO Flevoland is gehuisvest in het stadhuis Lelystad. De 'Samenwerkingsovereenkomst voor Interventieteams' wordt gebruikt om handhaving in het sociale zekerheidsdomein meer integraal te benaderen. Thema’s: belasting- en premiefraude, toeslagenfraude, uitkeringsfraude en overtredingen van arbeidswetgeving.
Deelnemende partijen: het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, de Inspectie SZW, UWV, Sociale Verzekeringsbank, Belastingdienst, het ministerie van Veiligheid en Justitie, de Immigratie- en Naturalisatiedienst (de IND), de politie, het college van procureurs-generaal (Openbaar Ministerie) en diverse gemeenten. De Veiligheidsregio Flevoland is een samenwerkingsverband van alle gemeenten in Flevoland, Politie, Brandweer Flevoland en de geneeskundige zorg. Kerntaak van Veiligheidsregio is om iedereen die in Flevoland woont, werkt of verblijft tegen risico's en rampen te beschermen. De VRF is ook een adviesorgaan voor de gemeente bij het verstrekken van vergunningen (evenementen, gebouwen). Een belastingschuld ontwijken, ten onrechte huursubsidie ontvangen, illegaal onderverhuren: een met opzet verkeerde inschrijving in de BRP (of juist géén inschrijving) biedt volop mogelijkheden voor fraude. Met de Landelijke Aanpak Adreskwaliteit (LAA) verbetert de overheid de kwaliteit van de BRP en bestrijdt zo fraude met adresgegevens. LAA is een samenwerking van de rijksoverheid, uitvoeringsorganisaties en meer dan 260 gemeenten.
Nota Integrale handhaving 2021-2025
B&W
Blz. 24 van 27
BIJLAGE 5: HANDHAVING SOCIAAL DOMEIN De gemeente heeft een belangrijke maatschappelijke verantwoordelijkheid binnen het sociaal domein. Een verantwoordelijkheid die komt met een brede reeks van taken die zich laten groeperen om twee centrale thema’s: inkomensondersteuning en ondersteuning bij maatschappelijke participatie. In het kader van de inkomensondersteuning worden uitkeringen verstrekt aan burgers die niet zelfstandig in hun levensonderhoud kunnen voorzien. Of er sprake is van een recht op uitkering kan in de uitvoering worden vastgesteld aan de hand van voorhanden wet- en regelgeving (de rechtmatigheidstoets). Ten aanzien van de ondersteuning bij maatschappelijke participatie worden burgers gecompenseerd in de vorm van dagbesteding, huishoudelijke ondersteuning of anderszins indien zij conform de wet maatschappelijke ondersteuning daartoe zelf, inclusief het sociale netwerk, niet in staat zijn. Waar sprake is van gebruik kan ook sprake zijn van misbruik, zij het bewust of onbewust. De gemeente heeft daarom ook de verantwoordelijkheid om toe te zien op het feit dat er geen of in ieder geval zo weinig als mogelijk sprake is of kan zijn van misbruik. En van misbruik is sprake wanneer een burger een voorziening geniet zonder dat hij of zij daar recht op heeft.
Deze taak is vastgelegd in de wet en strekt zich uit langs twee lijnen: het voorkomen van misbruik (preventie) en het signaleren en beëindigen van misbruik (repressief handhaven). Handhaving wordt in Lelystad niet gezien als primair een repressief sluitstuk in de uitvoering om fraude te bestrijden, maar vooral gezien wordt als een integraal onderdeel van het dienstverleningspakket, gericht op een sfeer van wederzijds vertrouwen tussen de klant en de gemeente. Menselijke maat: handhaven en terugvorderen heeft grote consequenties voor bewoners en gezinnen. Integrale handhaving in het sociaal domein betekent dat handhavers met een brede blik naar een inwoner kijken. Dit gebeurt bijvoorbeeld in de sociaal wijkteams in Lelystad waar de sociale context binnen een gezin wordt besproken. Daarmee wordt voorkomen dat de gemeente via handhavers hard ingrijpt in een gezin, terwijl via wijkteam wordt geprobeerd het gezin weer zelfredzaam te krijgen. Het is de uitdaging om in ieder specifiek geval de wettelijke speelruimte te zoeken om op maat te handhaven.
Uitkeringsfraude Er kunnen vier soorten uitkeringsfraude worden onderscheiden. Sommige vormen van fraude kunnen bij alle uitkeringen (onder meer bijstand, WW, WAO, WIA, Anw, AKW en AOW) voorkomen, andere slechts bij bepaalde uitkeringen. De vormen van fraude zijn identiteitsfraude, inkomstenfraude, vermogensfraude en leefvormfraude.
Zorgfraude Zorgfraude leidt tot benadeling van zowel de overheid als zorgbehoevenden. Bij fraude met pgb’s gaat het om bedragen die oplopen tot in de honderdduizenden euro’s. Slachtoffers zijn vaak kwetsbare mensen; cliënten met een lichamelijke en/of geestelijke beperking, vaak met beperkte kennis van de Nederlandse taal of het zorglandschap. Deze mensen krijgen niet de ondersteuning die zij nodig hebben en waar de overheid voor betaalt. Bij de gemeente kunnen signalen binnenkomen van mogelijke onrechtmatigheid binnen de Wmo en Jeugdwet. De grootste risico’s op onrechtmatigheden bij de Wmo en Jeugdwet liggen, in tegenstelling tot de bijstand waar het voornamelijk om cliënten gaat, bij de zorgaanbieder. Dit maakt toezicht en handhaving in de zorg complexer. Belangrijk is dat het belang van de cliënt altijd voorop dient te staan. Onderdelen van de aanpak van zorgfraude is preventie (werkinstructies, training medewerkers, communicatie), opsporing (meldpunt, informatie-uitwisseling, registratie) en straffen (afspraken met politie, IGJ, ISZW, OM). De VNG heeft een factsheet gemaakt voor het gemeentebestuur over wat te doen bij vermoedens van zorgfraude. Zie ook: https://vng.nl/naleving. Nota Integrale handhaving 2021-2025
B&W
Blz. 25 van 27
BIJLAGE 6: DOELGROEPBENADERING Per doelgroep wordt rekening gehouden met de inzet van middelen. Iemand die doelbewust strenge regels overtreedt, hoeft niet nog een keer te worden gewaarschuwd. De onderstaande tabel maakt de benadering per doelgroep zichtbaar: Doelgroep
Toelichting type nalever/overtreder
Benadering en inzet instrumenten
Spontane en bewuste nalever
Kent de regels en leeft die ook spontaan of bewust na, ongeacht wel of geen toezicht van toezicht en handhaving.
Informeren over nieuwe regels, waarbij de focus ligt op argumenten en feiten, en hen begeleiden in regelgeving (makkelijker maken bij de uitvoering van de geldende regels).
Goedwillende en onbewuste overtreder
Overtreedt per ongeluk de regels en is in de basis goedwillend, proactief en geneigd om de regels te volgen.
- Motiveren om de regels op te volgen waarbij de focus ligt op gewenst gedrag en bewustwording van eigen gedrag. - Bekendmaken met geldende regels en inzet van positieve handhavingsacties, zoals belonen van bij goed gedrag.
Afgedwongen nalever
Leeft de regels na omdat hij afgeschrikt wordt door controles en sancties. Heeft vaak een ‘moet kunnen’/ onverschillige houding en neemt het niet zo nauw met het algemeen belang.
- Bekendmaken met het nut van geldende regels. - Informeren over de pakkans en sanctiedreiging. - Benadrukken van de nadelen van niet-naleving.
Calculerende en bewuste (structurele) overtreder
Iemand die willens en wetens de regels overtreedt en daarbij bewust het risico neemt om gepakt te worden.
Inzetten van handhavingsinstrumenten.
InterventieKompas Mocht er een gebrek aan inzicht zijn waarom een bepaalde groep zich in Lelystad niet aan de regels houdt, dan is het InterventieKompas een goed instrument. Het onderzoekt welke gedragsmechanismen een rol spelen en geeft voorbeelden van (gedrags)interventies die kunnen worden gebruikt voor een passende aanpak. Het is gemaakt volgens de laatste inzichten binnen de gedragswetenschap. De komende jaren willen we dit instrument gaan inzetten voor de thema’s waar een handhavingstekort wordt ervaren. Illegale dumping wietafval in Lelystad
Nota Integrale handhaving 2021-2025
B&W
Blz. 26 van 27
BIJLAGE 7: UITWERKING TOETS Het beoordelen van effecten van ontwerpregelgeving voor handhaafbaarheid en uitvoerbaarheid vindt plaats in twee fasen. De eerste fase betreft het stadium waarin beleidsvoornemens tot stand worden gebracht in samenwerking met of door raadpleging van uitvoerders en handhavers. De tweede fase betreft de fase waarin het beleid of regelgevingsvoorstel in concept gereed is. Als er sprake is van substantiële (neven)effecten voor de uitvoerende instanties, worden ze om een oordeel gevraagd over de handhaafbaarheid.
Vragen handhaafbaarheidstoets 1) 2)
3)
4)
5)
Welke doelgroep(en) worden met de effecten van de ontwerpregeling geconfronteerd en wat is hun omvang? Uitvoerbaarheid a. Welk gemeentelijk team of welke organisaties gaan de ontwerpregeling uitvoeren? b. Is hen helder wat de opgedragen taak is? c. Is de uitvoeringsorganisatie voldoende toegerust voor een doeltreffende uitvoering? d. Wat zijn de ingeschatte kosten nodig voor uitvoering? e. Wat zijn de verwachte effecten van de regeling? Wat zijn de gevolgen van de ontwerpregeling voor de handhavingsinzet en de handhavings-behoefte? Besteed in de toelichting aandacht aan: a. de verwachte mate van spontane naleving; b. aspecten die te maken hebben met de omvang en mogelijkheden van controle; c. aspecten die te maken hebben met de omvang en mogelijkheden van sancties; d. zijn de gehanteerde definities eenduidig , helder en duidelijk afgebakend? e. welk fraudemogelijkheden biedt de voorliggende ontwerpregelgeving, hoe groot schat u de kans dat de fraudemogelijkheden zich in de praktijk voordoen en wat is de impact hiervan? f. hebben de partijen betrokken bij de uitvoering van de ontwerpregelgeving voldoende controle- en handhavingsmogelijkheden? Zijn er lacunes? Zo ja, welke? g.
hebben de ketenpartners (uitvoering, toezicht, opsporing en vervolging) afspraken gemaakt over een gezamenlijke en sluitende handhavingsstrategie? Handhaafbaarheid Welke organisaties zullen de ontwerpregeling handhaven; wat is hun oordeel over handhaafbaarheid alsmede de kosten ervan? Wat zijn de gevolgen voor de belasting van het juridische systeem? Kijk ook naar het aantal voor beroep vatbare beslissingen, bezwaren en beroepen.
Handhavingsstructuur Het verdient verder de aanbeveling om in nieuw beleid een aparte paragraaf over handhaving op te nemen waarin aandacht wordt besteed aan de handhavingsstructuur. Wie belast is met het toezicht, controle en opsporing? Wat hun bevoegdheden zijn of waar deze staan? Welke sancties zijn mogelijk?
Nota Integrale handhaving 2021-2025
B&W
Blz. 27 van 27