CConstaterende datLelystad
Koppel je AI →
Document · PDF

Handreiking afvoeren en opslaan inboedels bij woningontruiming

Raadsvergadering 8 maart 2022, gemeente LelystadBij agendapunt: 59. Huisuitzettingen11.201 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

21

6.5 Opslag inboedel Hoewel de inwoner in eerste instantie zijn inboedel had moeten veiligstellen, dienen gemeenten de inboedel op te slaan. Hieruit vloeit voort dat deze taak zorgvuldig uitgevoerd dient te worden. Het is daarom van belang dat gemeenten bepalen welke voorzorgmaatregelen zij nemen om de meegevoerde zaken te bescheren tegen weersinvloeden, ongedierte of andere oorzaken van beschadiging. Eventueel kan het afsluiten van een adequate verzekering tegen verlies en diefstal nuttig zijn. In sommige gevallen biedt de opslagfaciliteit hier zelf een verzekering voor. Ook in geval van uitbesteding is het verstandig om hier aandacht aan te besteden. Hoewel ook hier geldt dat gemeenten zelf een kosten-batenanalyse voor kunnen maken om te bepalen welk risico zij hierin zouden willen nemen. Conform artikel 5:30 lid 1 Awb mag verkoop van de inboedel niet eerder dan 13 weken na het meevoeren en opslaan van de inboedel plaatsvinden. Wel geeft artikel 5:30 lid 2 Awb aan dat de gemeente de inboedel eerder mag verkopen als de verschuldigde kosten (inclusief de voor de verkoop geraamde kosten) onevenredig hoog worden in verhouding tot de waarde van de inboedel. Artikel 5:30 lid 3 Awb benoemt daarvoor vervolgens een minimale opslag van 2 weken na verstrekking van het afschrift van het proces-verbaal, tenzij het gevaarlijke of bederfelijke stoffen betreft.

Administratie Gezien de verantwoordelijkheid van gemeenten en de specifieke bewaartermijnen is het aan te raden een goede administratie bij te houden van de opslagtermijnen, de gemaakte kosten, de waarde van de inboedel, eventuele (tussentijdse) overhandigingen aan de inwoner of eventuele verklaringen wanneer de inwoner afstand doet van de inboedel. De wijze en detaillering van een dergelijke registratie is opnieuw aan de gemeente zelf te bepalen op basis van een kosten-batenanalyse.

Gevaarlijke/bederfelijke stoffen Geen bewaartermijn

Kosten onevenredig t.o.v. waarde inboedel 2 weken na overhandiging PV

Maximaal verplichte bewaartermijn 13 weken na meevoeren en opslaan

Beleidsvrijheid Het behoort tot de beleidsvrijheid van gemeenten om te bepalen hoe zij omgaan met de inboedel, specifieke zaken met een emotionele waarde of medicijnen, legitimatiebewijzen, diploma’s of studieboeken etc. en of - en hoe - de inwoner deze zaken kan ophalen. Daarnaast staat het de gemeente vrij om de inwoner gedurende de opslagperiode nog te benaderen over de opslagen inboedel. Het zorgdragen voor de afvoer en opslag van de inboedel staat in principe los het verhaal van kosten op de executant en hoe de executant de kosten op zijn beurt op de inwoner verhaalt.

22

6.6 Verkoop van inboedel Verkopen, vernietigen of schenken? Als de inwoner de inboedel niet binnen 13 weken na opslag kan of wil ophalen, kan de gemeente ervoor kiezen om de zaken te verkopen. Als de gemeente oordeelt dat de inboedel niet verkoopbaar is, dan mag de gemeente (conform artikel 5:30 Awb) de inboedel ‘om niet’ overdragen aan een derde of deze laten vernietigen. Het overdragen om niet zal dus een schenking te betreffen. Er is immers al geoordeeld dat de boedel niet verkoopbaar is. Er zijn gemeenten die voorstellen de inboedel in dit geval te schenken aan een kringloopwinkel. Gemeenten kunnen lokaal afspraken maken over de schenking van inboedels aan derden. Bijvoorbeeld met kringloopwinkels, wijkhuiskamers of weggeefpunten. Met het oog op het milieu verdient hergebruik de voorkeur boven vernietiging, maar de keuze is aan de gemeente zelf. Eventueel kan de gemeente in beleidsregels opnemen hoe zij na de 13 weken omgaat met de opgeslagen inboedel, dit is echter niet verplicht. Hoe te verkopen? Ook hier is sprake van beleidsvrijheid en zijn er verschillende opties mogelijk. Er zijn gemeenten die wisselende opkopers uitnodigen een bod uit te brengen op de volledige inboedel (dit o de uitvoeringskosten zo veel mogelijk te beperken). Het hoogste bod bepaalt in dat geval de waarde van de inboedel. Maar een andere vorm van (digitale) verkoop is ook mogelijk.

De opbrengst van de verkoop Artikel 5:30 lid 4 Awb maakt een onderscheid in de termijn voor de toewijzing van de opbrengst: De eerste 3 jaar na de verkoop heeft degene die op het moment van verkoop eigenaar van de inboedel was, recht op de opbrengst. Na deze 3 jaar komt de opbrengst ten gunste van de gemeente.

6.7 Afspraken met ketenpartners De wetswijziging treedt op 1 april 2021 in werking. Gemeenten die nog geen samenwerking hebben bij woningontruimingen moeten in korte tijd beleidskeuzes maken, de uitvoering inrichten en samenwerkingsafspraken maken. Omdat met name de keuze voor eigenhandige uitvoering tijd vraagt en als voor uitbesteden wordt gekozen dit tot aanbesteden kan leiden, kan het verstandig zijn eerst een pilot te starten waarin ervaring kan worden opgedaan op basis van voorlopige samenwerkingsafspraken. Dit geeft gemeenten de gelegenheid om met alle partners individueel en gezamenlijk tot te werken naar een duurzame aanpak waarbij ook preventie kan worden betrokken. De KBvG is betrokken bij het opstellen van deze handreiking. De door haar gedane aanbevelingen zijn in de handreiking verwerkt. De KBvG is voornemens om deze handreiking aan de gerechtsdeurwaarders aan te bevelen als te volgen richtlijn. Ook de NVRD is betrokken bij het opstellen van deze handreiking. Zij hebben als organisatie zelf niet vaak te maken met woningontruimingen. Wel zijn er veel gemeenten die al goede samenwerkingen en afspraken hebben met gemeentelijk en private reinigingsbedrijven zelf. Daar waar de samenwerking goed loopt is er in principe geen enkele reden deze samenwerking te beëindigen.

Het is wel belangrijk om een check te doen op de processen en de uitvoering om te beoordelen of de samenwerking voldoet aan de wetswijziging. Gemeenten kunnen behalve aan lokale partners ook denken aan andere gemeenten om bijvoorbeeld regionaal samen te werken. Dit kan leiden tot schaalvoordelen en tot een besparing op de kosten leiden.

23

6.8 Processtappen en tijdlijn Wie Gerechtsdeurwaarder

Wat Ontvangt opdracht tot ontruiming

Gerechtsdeurwaarder

Datum ontruiming vaststellen

Gerechtsdeurwaarder

Communicatie over datum en tijdstip ontruiming met gemeente (art. 14 GDW)

Gerechtsdeurwaarder

Naam en woonplaats executant doorgeven aan gemeente Voor zover bekend op een zo goed mogelijke wijze opgave doen van de omvang en aard van de inboedel

Gerechtsdeurwaarder

Gemeente

Gemeente Gerechtsdeurwaarder

Gemeente Gerechtsdeurwaarder Gemeente

Gemeente Gemeente (of uitbesteden aan gerechtsdeurwaarder).

• •

Ontvangstbevestiging sturen; Contactpersoon3 aanwijzen voor de betreffende ontruiming Contact zoeken met inwoner. Duidelijk maken dat inboedel direct wordt afgevoerd. Communicatie met gemeente over tussentijds uit‐ of afstel van de ontruiming

Ontvangstbevestiging sturen aan gerechtsdeurwaarder Ontruiming wordt geëffectueerd

• •

Afvoerploeg op locatie ontruiming Contactpersoon beschikbaar stellen tijdens en na de ontruiming voor vragen van de ontruimde over de afgevoerde inboedel • Gerechtsdeurwaarder is van begin tot einde van ontruiming aanwezig en beantwoord ter plekke vragen over ontruiming. Inboedel eventueel taxeren Proces-verbaal opmaken

Wanneer Nadat vonnis is gewezen en niet vrijwillig is voldaan aan het bevel. Of nadat executoriale verkoop tot stand is gebracht I.o.m. opdrachtgever en waar mogelijk in samenspraak met de gemeente1. Direct na vaststellen datum ontruiming. Zo mogelijk 2 weken voor datum ontruiming Direct na vaststellen datum ontruiming2 Zo snel als mogelijk is

Binnen 2 werkdagen na ontvangst melding Na ontvangst melding Per omgaande, waar mogelijk 2 werkdagen voor de geplande ontruiming4 Per omgaande Op geplande datum ontruiming Op datum ontruiming

Op datum ontruiming Op datum ontruiming

1 De agenda’s van de officier van Justitie en politie zullen vaak leidend zijn. Desalniettemin wordt getracht om de datum zoveel mogelijk in onderling overleg vast te stellen. Daarnaast moet een geplande ontruiming zo spoedig mogelijk aan de gemeente worden doorgegeven. 2 Executant kiest domicilie bij de gerechtsdeurwaarder. 3 Het verdient aanbeveling om over en weer tussen gemeenten en KBvG contactgegevens uit te wisselen. 4 Zie toelichting bij 6.2 ‘Aankondiging ontruiming’

24

Gemeente (of uitbesteden)

Afvoeren en opslaan inboedel

Gemeente of gerechtsdeurwaarder Gemeente

Afschrift proces-verbaal verstrekken/procesverbaal betekenen Ontruimde voor betaling van kosten van de schuld verwijzen naar executant (domicilie bij gerechtsdeurwaarder) Ontruimde beschikking geven over de opgeslagen inboedel

Gemeente

Gemeente

Verkopen, vernietigen of schenken van (onderdelen van) de inboedel

Gemeente

Opstellen afrekening minus eventueel ontvangen betalingen en toesturen aan executant Bewaren opbrengst voor de inwoner

Gemeente

Op datum ontruiming, z.s.m. na plaatsing op openbare weg Zo spoedig mogelijk Binnen 2 werkdagen na ontruiming Moment en evt. voorwaarden behoren tot beleidsvrijheid gemeente Na minimaal 2 weken (tenzij bederfelijk of gevaarlijk). Maximale verplichte bewaartermijn is 13 weken. Binnen één week na verkoop of vernietiging inboedel Gedurende drie jaar

6.9 Kosten De door de gemeente gemaakt kosten kunnen worden verhaald op de executant. De executant kan deze te verhalen op de inwoner. De executant kiest voor de ontruiming domicilie aan het adres van de gerechtsdeurwaarder. Berichten aan de executant dienen daarom aan de gerechtsdeurwaarder worden verstuurd. Dit geldt ook voor het doorbelasten van de kosten. Deze kosten zijn namelijk onderdeel van de ontruimingstitel. De VNG voert momenteel nog gesprekken met het ministerie van J&V over de kosten die voortvloeien uit de uitvoering van deze wettelijke taak. De uitkomst hiervan is belangrijk om te kunnen bepalen welke kosten vervolgens kunnen, c.q. moeten worden doorberekend aan de executant en op welke wijze. Het ministerie heeft inmiddels aangegeven dat het de bedoeling van de wetgever is geweest om voor het kostenverhaal een vergelijkbare regeling te treffen als voor het kostenverhaal op grond van bestuursdwang, zoals bedoeld in artikelen 5:29 en 5:30 Awb. Dit betekent dat beoogd is te regelen dat bij de kosten-batenafweging van lid 2 van 5:30 Awb, in de nieuwe situatie ook de kosten van afvoer en opslag meegenomen mogen worden in de berekening. De kosten die hierbij in rekening kunnen worden gebracht zijn de werkelijke kosten, overeenkomstig de kosten die bij de toepassing van bestuursdwang in rekening kunnen worden gebracht.

Het ministerie werkt momenteel aan een aanpassing van de wettekst. Zodra daar meer over bekend is, zal de handreiking worden aangepast.

25

7. Communicatie aan inwoners 7.1 Algemene communicatie over de nieuwe taken Omdat in veel gemeenten al goede samenwerkingsafspraken bestaan en het in die situaties vooral belangrijk is om te controleren of deze werkwijze compliant is met de wetswijziging, zal het niet altijd nodig zijn deze samenwerking bekend te maken. Voor gemeenten die op dit moment geen samenwerkingsafspraken hebben kan het verstandig zijn te publiceren hoe de gemeente handelt bij woningontruiming. De communicatie aan inwoners vraagt wel bijzondere aandacht en is hieronder beschreven. We sluiten af met de communicatie met en tussen de partijen die ontruimen.

7.2 Communicatie naar inwoners bij woningontruiming Communicatie naar inwoners is van belang op verschillende momenten tijdens het proces; breed beschouwd vanaf het moment van preventie en vroegsignalering tot na de ontruiming. Dit hangt onder andere samen met de zorgplicht van gemeenten, het takenpakket vanuit onder andere de Wgs en deze taak vanuit de Rv. Een belangrijke reden voor de wetswijziging is gelegen in het behouden van de relatie tussen de gemeente en inwoner en om vanuit wettelijke taken en zorgplicht te bekijken welke ondersteuning de inwoner (en diens eventuele gezin) nodig heeft. In geval van een ontruiming op basis van een huur- of hypotheekschuld is dit bijvoorbeeld schuldhulpverlening en/of noodopvang als de inwoner hier zelf geen voorzieningen voor heeft getroffen. De gemeente is vanuit zorgplicht verplicht een aanvraag voor noodopvang in behandeling te nemen en de inwoner direct na de ontruiming (tijdelijk) onderdak te bieden. Wanneer we specifiek kijken naar de communicatie omtrent de nieuwe wettelijke taak van gemeenten in combinatie met bovengenoemde zorgplicht, dan is er een aantal relevante communicatieonderdelen. Het kan gemeenten veel werk (en inwoners veel leed) schelen om - los van bovengenoemde preventieve acties - vanaf het moment van de ontvangst van de ontruimingsdatum de inwoner al actief te informeren.

Te denken valt aan: • Mogelijkheden om de ontruiming alsnog te voorkomen (bijvoorbeeld wijzen op schuldhulpverlening/crisisdienst); • Mogelijkheden om de inboedel veilig te stellen als ontruiming onvermijdelijk is; • Toelichting op de afvoer van de inboedel en waarschuwing dat deze direct wordt afgevoerd na plaatsing op de openbare weg. • De inwoner aansporen om na te denken over onderdak en wijzen op mogelijkheden, werkwijze en regels maatschappelijke opvang, als ontruiming onvermijdelijk is; • De rol van de gemeente in dit proces, zowel vanuit schuldhulpverlening als vanuit de afvoer en opslag van inboedel. Belangrijk is om hierbij de afvoer en inboedel te benoemen als een veiligstellen van de inboedel in het kader van zorgplicht in plaats van als onderdeel van de ontruiming of als een maatregel in het kader van beslag; • Wat de rol van de gerechtsdeurwaarder en de verhuurder/hypotheekverstrekker is. • Wat de inwoner kan doen om zijn inboedel terug te krijgen en of hier kosten aan verbonden zijn; • De inwoner informeren over het moment dat de gemeente over gaat tot verkoop, overdracht of vernietiging • Wat de rechten en plichten van de inwoner zijn; • Wat de rechten en plichten van de gemeente zijn;

Zoals uit bovenstaande opsomming blijkt, zijn er diverse boodschappen te geven en is de inhoud van de boodschap ook deels afhankelijk van de fase of de situatie van de inwoner. Gezien dit gegeven en gezien de ernst van de situatie is het aan te raden deze punten zowel mondeling als schriftelijk te communiceren aan de inwoner.

26

In al deze communicatie-uitingen is het van belang om (zowel bij mondelinge als schriftelijke communicatie) aandacht te besteden aan begrijpelijke taal. Het ‘denk- en doenvermogen’ van inwoners wordt namelijk nog vaak overschat, daarnaast heeft stress hier een negatieve invloed op. Bovendien komt laaggeletterdheid verhoudingsgewijs vaak voor in combinatie met financiële problemen. Daarnaast is het belangrijk om in de communicatie te verwijzen naar een dienst/organisatie waar de inwoner terecht kan voor aanvullende ondersteuning. Gezien het samenspel tussen diverse partijen is het daarnaast belangrijk om de inhoud van de communicatie onderling vooraf goed af te stemmen (zie hieronder) en verschillende taken en rollen per partij steeds te benoemen in de communicatie naar inwoners. Vanuit het perspectief van de inwoner vult de gemeente verschillende rollen in. Zij helpt inwoners onder andere met (beginnende) schulden vanuit preventie en schuldhulpverlening, maar int ook belastinggeld, bijvoorbeeld voor de gemeentelijke belastingen voor afvalstoffenheffing, rioolheffing, onroerend zaak belasting, etc. En wanneer er geld teruggevorderd moet worden, wordt er ook beslag gelegd. Kortom, een zeer diverse rol. Het benadrukken van de neutrale positie van de gemeente in de afvoer en opslag van inboedel is van belang om de relatie met de inwoner te behouden.

Ook vergroot dit de kans dat de inwoner huidig of toekomstig hulpaanbod van de gemeente (blijft) accepteren.

7.3 Communicatie met en tussen partijen die ontruimen Bij processen zoals die van woningontruiming, die veel impact hebben en waarin vooraf duidelijk moet zijn wanneer iets plaatsvindt en hoe, is de communicatie een zeer belangrijk onderdeel. Niet alleen moet er duidelijke afspraken zijn tussen de verschillende betrokken partijen. Zij moeten gezamenlijk ook dezelfde boodschap uitdragen en op vragen hetzelfde antwoord geven. Dit voorkomt onduidelijkheid en het niet voldoen aan elkaars verwachtingen. Het maken van goede werkafspraken en deze met elkaar schriftelijk vastleggen helpt dit te voorkomen. De wetswijziging geeft aan de gemeente de verantwoordelijkheid voor het afvoeren, opslaan en verkopen/vernietigen van de inboedel. Dat vraagt dat zij ook regie neemt in dit proces en erop toeziet dat goed wordt samengewerkt en iedereen zich houdt aan de afspraken en de eigen verantwoordelijkheid neemt.

27

Bijlage 1. Procesplaat afvoeren en opslaan inboedels

28

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Lelystad&id=2154cb7e-83f9-446a-a55a-cbc5e04c353e