CConstaterende datLelystad
Koppel je AI →
Document · PDF

DC Jysk_Toelichting

Raadsvergadering 8 maart 2022, gemeente LelystadBij agendapunt: 69. Vaststelling bestemmingsplan distributiecentrum JYSK25.076 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Bestemmingsplan DC Jysk

Vastgesteld

DC Jysk Bestemmingsplan Versie vaststelling 25 januari 2022

blz. 2

Inhoudsopgave Toelichting Hoofdstuk1

3 Inleiding

5

Aanleiding en doel Digitaal bestemmingsplan Leeswijzer

5 6 6

Hoofdstuk2

Beschrijving planontwikkeling

7

2.1 2.2 2.3

Huidige situatie Beoogde situatie Vigerende bestemmingsplannen

7 8 10

Beleidskaders

15

Rijksbeleid Provinciaal en regionaal beleid Gemeentelijk beleid

15 22 26

Omgevingsaspecten

37

Algemeen Bedrijven en milieuzonering Bodem Water Landschap en cultuurhistorie Natuur Verkeer en Parkeren Geluid Luchtkwaliteit Externe veiligheid Landschappelijke inpassing M.e.r.-beoordeling

37 37 38 39 48 50 58 62 65 66 70 70

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

73

Maatschappelijk belang Participatie Vooroverleg Wettelijke procedure

73 73 74 74

Economische uitvoerbaarheid

77

Grondexploitatie Financiële haalbaarheid

77 78

Juridische planbeschrijving

79

Opzet bestemmingsplan Bestemmingsplan: artikelsgewijze toelichting

79 80

1.1 1.2 1.3

Hoofdstuk3 3.1 3.2 3.3 Hoofdstuk4 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 4.8 4.9 4.10 4.11 4.12 Hoofdstuk5 5.1 5.2 5.3 5.4 Hoofdstuk6 6.1 6.2 Hoofdstuk7 7.1 7.2

(vastgesteld)

blz. 3

Toelichting

(vastgesteld)

blz. 4

(vastgesteld)

blz. 5

Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Aanleiding en doel

1.1.1 JYSK JYSK is een succesvolle en snelgroeiende internationale retailer die zich richt op de woonbehoeften van consumenten. JYSK behoort tot de Lars Larsen Group, een familiebedrijf, eigendom van de familie Larsen uit Denemarken. JYSK heeft meer dan 100 winkels in Nederland en meer dan 2.900 winkels wereldwijd, verspreid over meer dan 50 landen. JYSK heeft al acht grote logistieke distributiecentra in Europa en een negende in aanbouw in Hongarije. Om de Nederlandse, Belgische, Engelse en Ierse markt en in de toekomst mogelijk ook een deel van de Franse markt te kunnen bevoorraden, heeft JYSK besloten een tiende distributiecentrum te bouwen. JYSK is daarom op zoek geweest naar een locatie in Nederland om haar logistieke netwerk uit te breiden en voornemens om circa 25 ha grond van gemeente Lelystad aan te kopen ten behoeve van de realisatie van een geautomatiseerd distributiecentrum in Nederland. Het betreft hier een distributiecentrum met een vloeroppervlak van bijna 200.000 m². Om de realisatie van dit distributiecentrum mogelijk te maken, is een bestemmingsplanherziening nodig van een perceel in het gebied Flevokust Haven te Lelystad. De nabijheid van de haven biedt voor JYSK de mogelijkheid om een deel van de goederen via de haven terminal te laten aanvoeren.

1.1.2 Nut en noodzaak Gezien de afzetmarkt en de levering van de goederen is een locatie in centraal Nederland voor JYSK vanuit logistiek, operationeel en commercieel oogpunt interessant. Om transportafstanden te verkleinen is ook vanuit duurzaamheidsoogpunt een optimale locatiekeuze nodig. Duurzaamheid speelt een steeds belangrijkere rol bij JYSK en is verankerd in de bedrijfsfilosofie. Doordat JYSK zijn eigen winkels bevoorraadt zonder tussenopslag bij derden, verloopt de logistiek efficiënt, is de voorraad groter dan bij een standaard logistieke operatie en blijven de goederen langer in het magazijn. Door een tiende distributiecentrum in Nederland toe te voegen, wordt de transportafstand naar honderden winkels met meer dan 200% verminderd, aangezien de winkels nu vanuit Duitsland en Denemarken worden bevoorraad. Dit scheelt veel vrachtwagenkilometers, stikstofuitstoot en CO2. Door de strategische locatie van zijn magazijn in Nederland te kiezen, bespaart JYSK jaarlijks 6.000.000 vrachtwagenkilometers. JYSK oriënteerde zich in de afgelopen jaren reeds op een aantal locaties in Nederland. Gedurende de zoektocht is gebleken dat er een gebrek is aan beschikbare percelen voor distributiecentra van deze omvang in Nederland en omringende landen.

Het enige andere gekwalificeerde alternatief was Vlissingen, daar bleek echter de kavelindeling minder efficiënt dan de locatie in Lelystad. Ook heeft Vlissingen voor de Nederlandse markt een decentrale ligging waardoor Lelystad vanuit logistiek perspectief voor JYSK de meest geschikte locatie bleek.

(vastgesteld)

blz. 6

1.2

Digitaal bestemmingsplan

Het voorliggende bestemmingsplan is opgesteld als digitaal bestemmingsplan, zoals de wetgeving dat voorschrijft. Dit betekent dat de ruimtelijke verbeelding en de planregels van het bestemmingsplan volgens vaste standaarden zijn opgesteld. Deze afspraken zijn onder meer opgenomen in de Regeling standaarden ruimtelijke ordening (Rsro). Globaal en flexibel bestemmen Het gemeentebestuur van Lelystad heeft in 2011 het besluit genomen om bestemmingsplannen globaler en flexibeler op te zetten. Hierbij wordt het mogelijk om functies uit te wisselen en wordt flexibeler omgegaan met bijvoorbeeld de afmetingen van gebouwen en bepaalde functies. Dit bestemmingsplan is volgens deze methode opgesteld.

1.3

Leeswijzer

In deze plantoelichting komen achtereenvolgens de volgende onderwerpen aan bod. In hoofdstuk 2 wordt de huidige en beoogde situatie beschreven. Het ruimtelijke beleidskader wordt vervolgens beschreven in hoofdstuk 3. In hoofdstuk 4 wordt ingegaan op de relevante milieu- en omgevingsaspecten. Dit gebeurt deels aan de hand van uitgevoerde (milieu)onderzoeken. De maatschappelijke uitvoerbaarheid van het plan wordt toegelicht in hoofdstuk 5, hierbij wordt ook ingegaan op de uitkomsten van het wettelijk vooroverleg en de zienswijzen procedure. In hoofdstuk 6 komt door de economische uitvoerbaarheid aan bod. Vervolgens wordt in hoofdstuk 7 de juridische planregeling toegelicht.

(vastgesteld)

blz. 7

Hoofdstuk 2 2.1

Beschrijving planontwikkeling

Huidige situatie

Het kavel waarop het distributiecentrum van JYSK is beoogd, ligt ten noorden van de kern van Lelystad, ingesloten tussen de IJsselmeerdijk, Rijksweg A6 en de provinciale weg N307. De IJsselmeerdijk geldt als primaire waterkering tussen het IJsselmeer en het achterland, parallel hieraan ligt een leidingstrook met landelijk opererende transportleidingen. Voorheen zijn de betreffende percelen gebruikt als akkers die aan weerszijden voorzien zijn van woekerende begroeiing. De locatie ligt volgens de omgevingsvisie van gemeente Lelystad binnen het gebied dat door gemeente Lelystad ontwikkeld gaat worden als bedrijventerrein Flevokust Haven; een haven gebonden logistiek knooppunt centraal in Nederland. Hier vindt zowel import als export van goederen plaats van en naar de grote (zee)havens. Flevokust Haven is een perfecte en duurzame vestigingslocatie met voldoende (beschikbare) ruimte om de plannen te kunnen realiseren.

Figuur 1 Ligging plangebied

Het beoogde perceel op het terrein van FlevoKust Haven heeft een rechthoekige vorm en maakt daardoor een efficiënte inrichting van het terrein mogelijk. Daardoor is minder grond nodig voor de ontwikkeling dan gebruikelijk voor een distributiecentrum met dit vloeroppervlak.

(vastgesteld)

blz. 8

Figuur 2 Beoogd perceel

2.2

Beoogde situatie

Zoals beschreven is JYSK zoekende naar een locatie voor een grootschalig distributiecentrum met voldoende vloeroppervlakte en bouwhoogte. De exacte vormgeving van het beoogde distributiecentrum wordt nog nader uitgewerkt maar zal veelal aansluiten bij andere, in het buitenland, gerealiseerde of in aanbouw zijnde, distributiecentra van JYSK. Binnen het plangebied dient in ieder geval ruimte te zijn voor een aantal (opslag-)panden en een terrein voor buitenopslag. De gebouwen verschillen, afhankelijk van de functie, in de bouwhoogte. De uitgangspunten voor de noodzakelijke oppervlakten voor distributiecentrum Lelystad zijn als volgt. Oppervlakten zijn bij benadering en zullen in het ontwerp nader uitgewerkt worden.

Gebouw Administratie IA HBW1 (HBW1 + HBW2 + HBW3) Magazijn Manual area 1 + batterij opladen TA FA / verzenden en sorteren Overige

Begane grond 2.100 m 2 21.010 m 2

Verdieping 2.100 m 2 10.250 m 2

46.050 m 2 6,050 m 2 19.855 m 2 5.115 m 2 37.500 m 2 2.024 m 2

Totaal 4200 m 2 30.800 m 2 46.050 m 2 6050 m 2 19650 m 2

5.115 m 2 36.050 m 2

10.230 m 2 73.550 m 2

(vastgesteld)

blz. 9

Totaal

Tabel 1 Oppervlakten per gebouw

139.704 m 2

53.515 m 2

193.219 m 2

JYSK kiest bewust voor grootschalige distributiecentra die een hoge mate van automatisering kennen en waar de opslagdichtheid (het aantal goederen per vloeroppervlak) maximaal is. Dit ontwerp is veel duurzamer qua landgebruik en veel efficiënter qua bedrijfsvoering. Dit betekent wel dat JYSK op en beperkt deel van haar gebouwen een hoogte tot circa 46 meter nodig heeft voor de optimalisatie van haar logistieke processen. Een High-Bay Warehouse kenmerkt zich door een hele hoge opslag dichtheid in een relatief compact (maar hoog) bouwvolume. Door de automatiseringsgraad en opslag efficiency kan enorm bespaard worden op het bebouwingsoppervlak en het grondgebruik. Dat is uiterst duurzaam en past bij het overheidsbeleid om onnodig grond gebruik te voorkomen. Bij een hoogte van 46 meter zijn immers vele extra pallet posities mogelijk. Verlengen van een High-Bay Warehouse in lengterichting is niet mogelijk omdat de vluchtlengtes dan kritisch worden, verbreding van een HBW is niet wenselijk vanwege het extra benodigde oppervlakte. De extra hoogte met 6 meter bespaart volgens berekeningen van JYSK bij hetzelfde aantal pallet posities, per High-Bay Warehouse, een ruimte claim van ca 15.000 m² aan kaveloppervlakte voor een standaard warehouse. Een hoge mate van automatisering en mechanisering brengt met zich mee dat er ook hoogwaardige arbeidsplaatsen ingevuld moeten worden.

Figuur 3 Mogelijke kavelindeling

Bovenstaande figuur geeft een mogelijk beeld van de kavelindeling van het distributiecentrum. De indeling is gebaseerd op een vergelijkbare logistieke lay-out zoals JYSK deze ook in het buitenland (o.a. Bulgarije en Hongarije) toepast, rekening houdend met plaatselijke situatie. De bouwmassa's en positie van de inritten zijn nog niet

(vastgesteld)

blz. 10

definitief bepaald, en daarmee nog indicatief. Met het voorliggende bestemmingsplan wordt op een flexibele wijze de invulling van het terrein bestemd.

Figuur 4 Dwarsdoorsnede mogelijke kavelindeling

In figuur 5 zijn enkele foto's weergegeven van een recent opgeleverd en vergelijkbaar distributiecentrum van JYSK.

Figuur 5 3D-visualisatie distributiecentrum JYSK (Sofia, Bulgarije).

JYSK kiest met haar hoogwaardige distributiecentra voor de lange termijn en is bereid te investeren in vaste arbeidsovereenkomsten voor haar medewerkers, in duurzaamheid, in regionale samenwerking, in verregaande logistieke automatisering en in efficiënt en zorgvuldig ruimtegebruik in de vorm van hoogbouw en goede inpassing. Daarbij wordt ingezet op een lange levensduur, waardoor het ook loont om duurzame oplossingen en materialen te gebruiken.

2.3

Vigerende bestemmingsplannen

In het plangebied van het voorliggende bestemmingsplan zijn momenteel de volgende bestemmingsplannen van kracht: Bestemmingsplan Lelystad Flevokust – Binnendijks

Status Vastgesteld, onherroepelijk, 12 april 2016

Bestemming plangebied - Enkelbestemming 'Agrarisch' - Gebiedsaanduiding 'geluidzone - industrie' - Gebiedsaanduiding 'wetgevingszone – wijzigingsgebied'

(vastgesteld)

blz. 11

Lelystad – Ontwerp, 18 mei 2017 Luchthavencontouren (Dit is geen vigerend bestemmingsplan). Wel wordt er rekening houden met het vigerende Luchthavenbesluit en rekening houden met het ontwerp-Luchthavenbeslui t Beschermingszone Vastgesteld, Centraal Veterinair onherroepelijk, 11 Instituut (WBVR/CVI) september 2018 Parapluplan Algemene regels tankstations Lelystad

Vastgesteld, 26 januari 2021

Tabel 2 Vigerende bestemmingsplannen

Gebiedsaanduiding 'vrijwaringzone – luchtvaart 3'

Gebiedsaanduiding 'vrijwaringszone – verbod houden van evenhoevigen en/of pluimvee' Gebiedsaanduiding 'overige zone – Parapluplan Algemene regels tankstations Lelystad'

Lelystad Flevokust – Binnendijks De ontwikkellocatie is gelegen binnen het vigerende bestemmingsplan 'Lelystad Flevokust – Binnendijks' dat is vastgesteld op 12 april 2016. Ten tijde van vaststelling van dit plan was het voornemen tot een distributiecentrum van JYSK op deze locatie nog niet bekend. Het huidige bestemmingsplan biedt dan ook geen mogelijkheden tot de realisatie van een dergelijke ontwikkeling. Figuur 3 geeft de huidige situatie weer, waarbij het gebied is bestemd als 'Agrarisch'. De voor 'Agrarisch' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. agrarische bedrijvigheid in de vorm van een grondgebonden agrarisch bedrijf; b. instandhouding van de aldaar voorkomende dan wel daaraan eigen landschapswaarden; c. instandhouding van het aanwezige cultuurhistorisch waardevolle verkavelingspatroon; d. extensieve openluchtrecreatie; e. fiets-, wandel- en kavelpaden; f. ontsluitingswegen ten behoeve van het bedrijventerrein; g. sloten, oevers, taluds en andere watergangen. Het realiseren van een distributiecentrum past dus niet binnen deze bestemming. Daarnaast is er in het plangebied de gebiedsaanduiding 'geluidzone – industrie' meegenomen in het bestemmingsplan.

De als 'geluidzone - industrie' aangeduide gronden zijn, naast de voor die gronden aangewezen bestemmingen, tevens bestemd voor het tegengaan van een te hoge geluidsbelasting van geluidsgevoelige objecten vanwege de geluidszoneringsplichtige inrichtingen op het bestaande industrieterrein. Geluidgevoelige objecten mogen slechts worden gebouwd indien de geluidsbelasting vanwege een industrieterrein van de gevels van dit geluidsgevoelige object niet hoger is dan de voorkeursgrenswaarde of een vastgestelde hogere grenswaarde. Hier wordt verder op ingegaan onder het hoofdstuk milieu- en omgevingsaspecten in hoofdstuk 4.

(vastgesteld)

blz. 12

Verder valt een deel van het plangebied in de gebiedsaanduiding 'wetgevingszone – wijzigingsgebied'. In dit wijzigingsgebied kunnen burgemeester en wethouders de bestemming 'Agrarisch' wijzigen in de bestemming 'Bedrijventerrein' als aan bepaalde voorwaarde voldaan wordt. Deze wijzigingsbevoegdheid is, omdat het plangebied zich niet geheel bevindt in het wijzigingsgebied, niet geschikt om de beoogde ontwikkeling (volledig) te kunnen realiseren. De bestemming 'Agrarisch' moet namelijk ook worden gewijzigd in de delen van het plangebied waar geen wijzigingsbevoegdheid geldt.

Lelystad - Luchthavencontouren Het ontwerpbestemmingsplan 'Lelystad - Luchthavencontouren' legt de luchthavencontouren uit het luchthavenindelingsbesluit Lelystad planologisch vast. Omdat het slechts een ontwerp-bestemmingsplan is, zijn de regels (nog) niet van toepassing. Wel wordt er alvast rekening gehouden met deze regels, conform het vigerende luchthavenbesluit (2015) en het ontwerp-luchthavenbesluit (2018) mocht dit bestemmingsplan in werking treden. Het gehele plangebied valt onder de gebiedsaanduiding 'vrijwaringzone – luchtvaart 3'. De voor 'vrijwaringszone - Luchtvaart 3' aangeduide gronden zijn mede bestemd voor het vrijhouden van een noodgebied (outer horizontaal surface) voor de bereikbaarheid van het vliegveld. Er mag hier niet hoger gebouwd worden dan 146,3 meter ten opzichte van het NAP. Binnen onderhavig bestemmingsplan wordt er niet zo hoog gebouwd. De gebiedsaanduiding heeft dus geen gevolgen voor de beoogde ontwikkeling.

Beschermingszone Centraal Veterinair Instituut (WBVR/CVI) Het bestemmingsplan 'Beschermingszone Centraal Veterinair Instituut (WBVR/CVI)' betreft een beschermingszone van 3 kilometer rondom het instituut Wageningen Bioveterinary Research waarbinnen het verboden is om evenhoevigen en/of pluimvee te houden. Onderhavig plan betreft de bouw van een distributiecentrum. Het bestemmingsplan heeft dus geen gevolgen voor de beoogde ontwikkeling.

Parapluplan Algemene regels tankstations Lelystad Het bestemmingsplan 'Parapluplan Algemene regels tankstations Lelystad' voorziet in een algemene regel met een verbod op nieuwe tankstations in het plangebied van het bestemmingsplan. Onderhavig plan betreft geen bouw van een tankstation en heeft dus geen gevolgen voor de beoogde ontwikkeling.

(vastgesteld)

blz. 13

Figuur 6 Huidige bestemmingen, plangebied rood omkaderd

2.3.1 Conclusie De gemeente Lelystad overweegt om in de directe omgeving van het beoogde distributiecentrum een bestemmingsplan op te stellen voor de ontwikkeling van een groter bedrijventerrein waar het kavel van JYSK onderdeel van is. JYSK wil echter op korte termijn starten met het bouwen van het distributiecentrum. Daarom is besloten een afzonderlijke bestemmingsplanprocedure te doorlopen. Het voorliggende bestemmingsplan maakt deze ontwikkeling mogelijk.

(vastgesteld)

blz. 14

(vastgesteld)

blz. 15

Hoofdstuk 3 3.1

Beleidskaders

Rijksbeleid

3.1.1 Nationale Omgevingsvisie (NOVI) De op 11 september 20202 vastgestelde Nationale Omgevingsvisie (NOVI) is de langetermijnvisie van het Rijk op de toekomstige inrichting en ontwikkeling van onze leefomgeving. Hiermee wil het Rijk inspelen op de grote uitdagingen die voor ons liggen. De NOVI geeft weer voor welke uitdagingen Nederland staat, wat daarbij de nationale belangen zijn, welke keuzes het Rijk maakt en welke richting het Rijk meegeeft aan decentrale keuzes. Deze keuzes hangen samen met de toekomstbeelden van de fysieke leefomgeving, de maatschappelijke opgaven en economische kansen die daarbij horen. De NOVI sorteert voor op de Omgevingswet (die naar verwachting in 2022 in werking treedt). Uitgangspunt in de nieuwe aanpak is dat ingrepen in de leefomgeving niet los van elkaar plaatsvinden, maar in samenhang met elkaar. Zo kunnen in gebieden betere, meer geïntegreerde keuzes gemaakt worden. De op 11 september 2020 vastgestelde Nationale Omgevingsvisie (NOVI) is de langetermijnvisie van het Rijk op de toekomstige inrichting en ontwikkeling van onze leefomgeving. Hiermee wil het Rijk inspelen op de grote uitdagingen die voor ons liggen. De NOVI geeft weer voor welke uitdagingen Nederland staat, wat daarbij de nationale belangen zijn, welke keuzes het Rijk maakt en welke richting het Rijk meegeeft aan decentrale keuzes.

Deze keuzes hangen samen met de toekomstbeelden van de fysieke leefomgeving, de maatschappelijke opgaven en economische kansen die daarbij horen. De NOVI sorteert voor op de Omgevingswet (die naar verwachting in 2022 in werking treedt). Uitgangspunt in de nieuwe aanpak is dat ingrepen in de leefomgeving niet los van elkaar plaatsvinden, maar in samenhang met elkaar. Zo kunnen in gebieden betere, meer geïntegreerde keuzes gemaakt worden.

Prioriteiten De NOVI schetst een toekomstperspectief naar 2050 waarin vier prioriteiten worden vastgesteld:

Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie Nederland moet zich aanpassen aan de gevolgen van klimaatverandering. Zeespiegelstijging, hoge rivierafvoeren, wateroverlast en lange periodes van droogte zijn hier voorbeelden van. In 2050 zal Nederland klimaatbestendig en waterrobuust zijn. In 2050 moet Nederland ook een duurzame energievoorziening hebben. Dit vraagt ruimte, onder meer voor windmolens en zonnepanelen. Voorwaarde is dat bewoners goed betrokken zijn en invloed hebben op het gebruik en kunnen meeprofiteren in de opbrengsten. Voor de ontwikkeling van duurzame energie zijn regionale energiestrategieën (RES) essentieel. Medeoverheden geven, in samenwerking met de energiesector, gebruikers en

(vastgesteld)

blz. 16

andere belanghebbenden, in de RES invulling aan de inpassing van duurzame energie op het land.

Duurzaam economisch groeipotentieel Nederland werkt toe naar een duurzame, circulaire, kennisintensieve en internationaal concurrerende economie in 2050. De Nederlandse economie dient toekomstbestendig te worden, oftewel concurrerend, duurzaam, en circulair. Het gebruik van duurzame energiebronnen en verandering van productieprocessen wordt gestimuleerd. Steden en stedelijke regio's zijn belangrijk voor onze economie. Dit geldt vooral daar waar sprake is van een aantrekkelijke en gezonde omgeving en diversiteit in aanwezige economische functies, opleidingen en andere voorzieningen.

Sterke en gezonde steden en regio's Er zijn vooral in steden en stedelijke regio's nieuwe locaties nodig voor wonen en werken. Het liefst binnen de bestaande stadsgrenzen, zodat de open ruimten tussen stedelijke regio's behouden blijven. De leefbaarheid van stedelijk gebied staat voorop. Hiervoor dienen deze gebieden in te zetten op klimaatadaptatie om de gevolgen van klimaatverandering tegen te gaan. Ook dient de bouw van nieuwe woningen te zijn gericht om een zo breed mogelijk aantal inwoners te bereiken. Mobiliteit dient aan te sluiten op nieuwe ontwikkelingen waarbij onder meer de CO2 uitstoot wordt verminderd.

Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied Er ontstaat een nieuw perspectief voor de Nederlandse landbouwsector als koploper in de duurzame kringlooplandbouw. Een goed verdienpotentieel voor de bedrijven wordt gecombineerd met een minimaal effect op de omgevingskwaliteit van lucht, bodem en water. Er dient een balans tussen de ontwikkeling van natuur en landbouw te worden gevonden. Hiernaast dient het een prettige omgeving te zijn om te werken, wonen en te recreëren. Biodiversiteit van gebieden en de verduurzaming van landbouw zijn kernpunten.

Afwegingsprincipes Het stellen van de bovenstaande prioriteiten kan een situatie maken dat belangen soms botsen. Om in zo'n situatie keuzes te maken worden drie afwegingsprincipes gebruikt: Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies: In het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI zoekt het Rijk naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van onze ruimte. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal: wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling, tussen concurrentiekracht en leefbaarheid, verschilt van gebied tot gebied. Afwentelen wordt voorkomen: het is van belang dat onze leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie van inwoners zonder dat dit ten koste gaat van die van toekomstige generaties. De uitvoering van de NOVI moet gezamenlijk worden aangepakt. Rijk, provincies en

(vastgesteld)

blz. 17

gemeenten gaan meer samenwerken als één overheid. Ook staat participatie centraal. Daarnaast is de NOVI continu in beweging. Het is de bedoeling dat het zich continu aanpast aan ontwikkelingen, in een permanent en cyclisch proces.

Betekenis voor het bestemmingsplan: Met de komst van JYSK naar Lelystad zal een bijdrage worden geleverd aan de prioriteit 'sterke en gezonde steden en regio's'. Vanwege de komt van het distributiecentrum wordt de werkgelegenheid van Lelystad en omgeving versterkt. Daarnaast biedt de komst van een distributiecentrum van deze omvang indirect voor meer kansen voor toeleveranciers en het voltooien van de invulling van Flevokust Haven. Verder kan genoemd worden dat met de mogelijkheid om zonnepanelen te plaatsen een bijdrage wordt geleverd aan de eerste prioriteit van het NOVI. Onder de derde prioriteit uit de NOVI, sterke en gezonde steden en regio's, zijn verschillende beleidskeuzes gemaakt. De derde beleidskeuze schetst het volgende: verstedelijking vindt geconcentreerd plaats in de regio, toe te voegen nieuwe woon- en werklocaties worden zorgvuldig en op ruimte- en mobiliteitsefficiënte wijze ingepast. Verstedelijking moet dus zo efficiënt mogelijk plaatsvinden. Om dit te bereiken heeft het Rijk in de NOVI een voorkeursvolgorde opgesteld voor verstedelijking. Hierin wordt ook over distributiecentra gesproken: bedrijventerreinen voor bedrijven met een zeer groot ruimtebeslag, zoals grote opslag- en distributiecentra, worden ontwikkeld buiten bestaand stedelijk gebied aan de hoofdinfrastructuur voor weg- en railvervoer en/of vervoer over water.

Onderhavig plan betreft de ontwikkeling van een distributiecentrum buiten het stedelijk gebied. Daarnaast bevindt de locatie zich ingesloten tussen de Rijksweg A6 en de provinciale weg N307 en ligt het plangebied bij de multimodale binnenhaven met overslagkade op industrieterrein Flevokust Haven. De bouw van het distributiecentrum is dus in overeenstemming met de NOVI.

3.1.2 Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) Begin 2012 is de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) vastgesteld. De structuurvisie bevat een concrete, bondige actualisatie van het mobiliteits- en ruimtelijke ordeningsbeleid. Dit beleid heeft onder meer de Nota Ruimte, de Nota Mobiliteit en de Structuurvisie Randstad 2040 vervangen. In de 'Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte' schetst het Rijk ambities van het ruimtelijk en mobiliteitsbeleid voor Nederland in 2040. De SVIR gaat geheel op in de NOVI, behalve enkele onderdelen van bijlage 6, 'Essentiële onderdelen Nota Mobiliteit'. De nationale belangen uit de NOVI komen overeen met de onderwerpen uit de SVIR, aangevuld met enkele aanvullende belangen. De SVIR geldt als kapstok voor een aanpak die Nederland concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig maakt. Het ruimtelijke en mobiliteitsbeleid moet om; het rijk trekt zich grotendeels terug uit het regionale en lokale ruimtelijk ordeningsbeleid en legt de hoofdverantwoordelijkheid voor verstedelijkings- en landschapsbeleid bij de provincie en de gemeente.

De SVIR heeft op middellange termijn (tot 2028) drie doelen gesteld: Het vergroten van de concurrentiekracht van Nederland door het versterken van de ruimtelijke-economische structuur van Nederland; Het verbeteren en ruimtelijk zekerstellen van de bereikbaarheid waarbij de gebruiker voorop staat; Het waarborgen van een leefbare en veilige omgeving waarin unieke natuurlijke en cultuurhistorische waarden behouden zijn.

(vastgesteld)

blz. 18

Uit deze drie hoofddoelen komen dertien onderwerpen voort die van nationaal belang zijn: Een excellente ruimtelijk-economische structuur van Nederland door een aantrekkelijk vestigingsklimaat in en goede internationale bereikbaarheid van de stedelijke regio's met een concentratie van topsectoren (nationaal belang 1). Ruimte voor het hoofdnetwerk voor (duurzame) energievoorziening en de energietransitie (nationaal belang 2). Ruimte voor het hoofdnetwerk voor vervoer van (gevaarlijke) stoffen via buisleidingen (nationaal belang 3). Efficiënt gebruik van de ondergrond (nationaal belang 4). Een robuust hoofdnet van wegen, spoorwegen en vaarwegen rondom en tussen de belangrijkste stedelijke regio's inclusief de achterlandverbindingen (nationaal belang 5). Betere benutting van de capaciteit van het bestaande mobiliteitssysteem (nationaal belang 6). Het instandhouden van het hoofdnet van wegen, spoorwegen en vaarwegen om het functioneren van het mobiliteitssysteem te waarborgen (nationaal belang 7). Verbeteren van de milieukwaliteit (lucht, bodem, water) en bescherming tegen geluidsoverlast en externe veiligheidsrisico's (nationaal belang 8). Ruimte voor waterveiligheid, een duurzame zoetwatervoorziening en kaders voor klimaatbestendige stedelijke (her)ontwikkeling (nationaal belang 9).

Ruimte voor behoud en versterking van (inter)nationale unieke cultuurhistorische en natuurlijke kwaliteiten (nationaal belang 10). Ruimte voor een nationaal netwerk van natuur voor het overleven en ontwikkelen van flora- en faunasoorten (nationaal belang 11). Ruimte voor militaire terreinen en activiteiten (nationaal belang 12). Zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten (nationaal belang 13). Het Rijk is verantwoordelijk voor deze nationale belangen. Structuurvisies hebben geen bindende werking voor andere overheden dan de overheid die de visie heeft vastgesteld. De nationale belangen uit de structuurvisie die juridische borging vragen, worden daarom geborgd in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). Deze Amvb is gericht op doorwerking van nationale belangen in gemeentelijke bestemmingsplannen en zorgt voor sturing en helderheid van deze belangen vooraf.

(vastgesteld)

blz. 19

Figuur 7: Kaart Noordwest-Nederland (bron: Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte)

Betekenis voor het bestemmingsplan: De nationale belangen uit de SVIR zijn niet van directe betekenis voor voorliggend bestemmingsplan. De betekenis van de nationale structuurvisie voor het bestemmingsplan is dan ook beperkt. Het relevante beleidskader wordt met name gevormd door beleid van de provincie Flevoland en de gemeente Lelystad.

(vastgesteld)

blz. 20

3.1.3 Besluit algemene regels omgevingsrecht (Barro) In het Barro zijn bepalingen opgenomen ter bescherming van nationale belangen, zoals de mainportontwikkeling van Rotterdam, bescherming van de waterveiligheid in het kustfundament en in en rond de grote rivieren, de uitoefening van defensietaken en bescherming en behoud van de Waddenzee en enkele werelderfgoederen, zoals de Beemster, de nieuwe Hollandse Waterlinie en de Stelling van Amsterdam. De betreffende onderdelen en/of artikelen in het Barro (tevens Bro, en straks Bkl) blijven ook onder de NOVI gelden. Bij nadere invulling van de uitvoeringsinstrumenten van de NOVI kan blijken dat het nodig is de uitvoeringsregels aan te passen. Betekenis voor het bestemmingsplan: Voor het onderhavige bestemmingsplan zijn in beginsel geen van de in het Barro genoemde nationale belangen en/of titels van belang. 3.1.4 Ladder voor duurzame verstedelijking In de SVIR wordt de ladder voor duurzame verstedelijking geïntroduceerd. Deze ladder is als motiveringseis in het Besluit ruimtelijke ordening opgenomen. De ladder voor duurzame verstedelijking is ingericht voor een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten waardoor de ruimte in stedelijke gebieden optimaal benut wordt.

Overheden dienen op grond van het Bro bij een nieuwe stedelijke ontwikkeling te motiveren dat sprake is van een behoefte en dat die behoefte niet binnenstedelijk ingevuld kan worden. De ladder voor duurzame verstedelijking is kaderstellend voor alle juridisch verbindende ruimtelijke plannen van de decentrale overheden, waaronder bestemmingsplannen. De Wet ruimtelijke ordening (Wro) schrijft voor dat gemeenten bestemmingsplannen vaststellen voor een "goede ruimtelijke ordening". De ladder voor duurzame verstedelijking is een hulpmiddel, dat een bijdrage levert aan een goede ruimtelijke ordening. Betekenis voor het bestemmingsplan: Om na te gaan of de Ladder moet worden toegepast, is van belang of 1) sprake is van een stedelijke ontwikkeling en indien sprake is van een stedelijke ontwikkeling of 2) er sprake is van een behoefte en of 3) die behoefte binnen bestaand stedelijk gebied kan worden opgevangen.

Nieuwe stedelijke ontwikkeling Om te bepalen of sprake is van een Ladderplichtige ontwikkeling, is allereerst van belang of sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Onder een nieuwe stedelijke ontwikkeling wordt verstaan een ontwikkeling als bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid onder i van het Besluit ruimtelijke ordening. Volgens dit artikel wordt als stedelijke ontwikkeling bedoeld: "ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen." De bouw van een distributiecentrum wordt dus aangemerkt als stedelijke ontwikkeling. Er moet dus over worden gegaan naar stap 2 van de ladder.

Behoefte distributiecentrum

(vastgesteld)

blz. 21

JYSK heeft momenteel meer dan 100 winkels in Nederland. Deze worden momenteel vanuit Duitsland en Denemarken bevoorraad. Met de Belgische, Engelse, Ierse markt, en in de toekomst mogelijk een deel van de Franse markt, is er de noodzaak tot een nieuw distributiecentrum waaruit een veelvoud aan locaties beleverd kan worden. De logistieke operatie van JYSK is anders dan van reguliere distributie centra voor koopmans goederen. Doordat JYSK haar eigen winkels bevoorraadt, is er minder tussenopslag en daardoor is de voorraad hoger dan bij een standaard logistieke operatie en blijven de goederen langer in het magazijn. Dit betekent ook dat er in vergelijking met reguliere distibutiecentra bij een zelfde opslagdichtheid, minder transportbewegingen zijn. Met een nieuw distributiecentrum in Lelystad is JYSK beter en sneller in staat om de genoemde locaties te leveren, tevens zal dit voordeel bieden ten aanzien van de transportbewegingen en daarmee uitstoot van transportmiddelen. Door de strategische locatie van het magazijn in Nederland te kiezen, bespaart JYSK namelijk jaarlijks ca. 6.000.000 vrachtwagenkilometers. In de huidige situatie heeft JYSK verschillende dagelijkse en wekelijkse routes vanuit Noord en Oost-Europa (bijvoorbeeld Denemarken, Duitsland en Polen) en vanuit de belangrijkste havens naar haar Europese distributiecentra.

Een toekomstig deel van deze inkomende goederen zal kunnen gaan plaatsvinden door containerschepen, die rechtstreeks aankomen op de CTU-binnenvaartterminal in FlevoKust Haven. Ook dit draagt bij aan een reductie van het aantal transportbewegingen over de weg. Ter aanvulling op de onderbouwing van de behoefte is een memo toegevoegd ter onderbouwing van de behoefte. Zie hiervoor Bijlage 1.

Bestaand stedelijk gebied Bestaand stedelijk gebied wordt in het Bro als volgt gedefinieerd: "bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur.” Hoewel het plangebied beleidsmatig is aangemerkt als (toekomstig) stedelijk gebied, vindt de ontwikkeling volgens de definitie in het Bro plaats buiten het bestaand stedelijk gebied. Daarom moet volgens artikel 3.1.6 lid 2 Bro worden gemotiveerd waarom niet binnen bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. Bestaande stedelijke gebieden of bedrijventerreinen hebben geen beschikbare percelen van de gewenste grootte en kenmerken zoals JYSK dat nodig acht voor haar geautomatiseerde logistieke operatie in het distributiecentrum en efficiënte logistiek over zowel water en weg. Deze 'state of art automatisering' zorgt voor een hoge opslagdichtheid en maximale benutting van het grondoppervlak, maar vraagt wel om een hogere hoogte. Overigens is de beschikbaarheid van bestaande locaties/gebouwen beperkt, vooral ten aanzien van het aanbod van rechthoekige percelen. Veelal zijn kleinere, kleinere en gefragmenteerde percelen beschikbaar waarin een door JYSK gewenste geautomatiseerde bedrijfsproces niet kan worden toegepast.

Om bij bestaand aanbod van kleinere percelen toch de benodigde vorm en oppervlakte te verkrijgen, zouden andere bedrijven uitgeplaatst moeten worden. Herschikking in bestaande gebieden leidt tot overname van eigendommen, uitplaatsing en veelal sloop, wat niet haalbaar en

(vastgesteld)

blz. 22

duurzaam is. Het realiseren van een dergelijk distributiecentrum is dan ook niet mogelijk op een binnenstedelijke locatie. Betekenis voor het bestemmingsplan In bovenstaande paragraaf is antwoord gegeven op de drie stappen die de ladder in de basis omvat. Gebleken is dat er voldoende behoefte is aan een distributiecentrum voor JYSK en dat er geen binnenstedelijke mogelijkheden voor een ontwikkeling van dit formaat. De bereikbaarheid van het distributiecentrum wordt voldoende gewaarborgd door enerzijds de aanwezigheid van Flevokust Haven en de (nog te ontwikkelen) infrastructuur richting de Rijksweg A6. Het plan is daarmee in lijn met dit beleidsdocument.

3.2

Provinciaal en regionaal beleid

3.2.1 Omgevingsvisie FlevolandStraks De Omgevingsvisie FlevolandStraks, door Provinciale Staten vastgesteld op 8 november 2017, geeft de langetermijnvisie van de provincie Flevoland op de toekomst van dit gebied. Het gaat over de periode tot 2030 en verder. Het geeft aan welke kansen, opgaven en uitdagingen er voor Flevoland liggen. Er zijn drie kernopgaven: Het Verhaal van Flevoland (fysieke omgeving); Krachtige Samenleving (sociaal-economische omgeving); Ruimte voor Initiatief (bestuurlijke omgeving). Deze opgaven vormen de kern voor alle ontwikkelingen waar de provincie Flevoland bij betrokken is. Zowel voor de strategische opgaven uit de Omgevingsvisie, als andere vraagstukken van de provincie Flevoland. In de strategische opgaven staan de belangrijkste vraagstukken en ambities voor de toekomst beschreven. Het gaat om de volgende opgaven: Duurzame Energie; Regionale Kracht; Circulaire Economie; Landbouw: Meerdere Smaken. Betekenis voor het bestemmingsplan: Met het voornemen om zonnepanelen aan te brengen op een deel van de daken wordt door JYSK beperkte invulling gegeven aan de opgave 'duurzame energie'. Daarnaast is voor het project met name de opgave 'Regionale Kracht' relevant. Binnen deze opgave wordt gesproken over dat stedelijke regio´s in toenemende mate de motoren van de economie vormen. Regiovorming verloopt niet vanzelf optimaal.

Overheden kunnen het verschil maken door op slimme manier de goede voorwaarden te creëren voor economische groei. In 2030 en verder heeft Flevoland een aantal voorzieningen dat op bovenregionaal niveau van excellente kwaliteit is. Stedelijke regio´s vormen in toenemende mate de knooppunten van netwerken. De kracht van regio's neemt toe door de continue instroom van mensen en bedrijven. De regio's zijn belangrijke motoren van de economie en groot belang voor de regionale en nationale welvaart. Regiovorming verloopt niet vanzelf optimaal. Overheden kunnen het verschil maken door op een slimme manier de goede voorwaarden te creëren. Dit richt zich onder meer op: Zorgen voor een goede positie in het netwerk door een kwaliteit te bieden met een

(vastgesteld)

blz. 23

bovenlokale aantrekkingskracht. Een voorbeeld: doordat steden met elkaar een regio vormen, hoeft niet elke afzonderlijke stad een compleet voorzieningenaanbod te hebben. Steden in de regio kunnen zich specialiseren. Denk aan culturele hotspots, logistieke knooppunten, excellente woonsteden etc. Door specialisatie vullen steden elkaar aan. Het distributiecentrum van JYSK gaat deel uit maken van het gebied dat door de gemeente Lelystad aangeduid wordt als Flevokust Haven; een haven gebonden logistiek knooppunt centraal in Nederland. Hier vindt zowel import als export van goederen plaats van en naar de grote (zee)havens. Het distributiecentrum is dus onderdeel van dit logistieke knooppunt. Hierdoor wordt de regionale kracht van Flevoland versterkt. De opgaven 'circulaire economie' en 'landbouw' hebben verder geen raakvlak met het voorliggende plan. Het plan is grotendeels in overeenstemming met de Omgevingsvisie FlevolandStraks. 3.2.2 Omgevingsprogramma Provincie Flevoland Het Omgevingsprogramma is een instrument (juridisch middel) om de opgaven uit de Omgevingsvisie uitvoeringskracht te geven en daadwerkelijk te realiseren.

Op 27 februari 2019 is het (eerste) Omgevingsprogramma opgesteld, waarin er voor gekozen is al het bestaande beleid voor de ontwikkeling, het gebruik, het beheer, de bescherming of het behoud van de fysieke leefomgeving te bundelen in één programma dat digitaal beschikbaar is. Op deze wijze zijn de provinciale beleidskeuzes compact beschreven en is de samenhang tussen de verschillende beleidsterreinen het beste gewaarborgd. In het omgevingsprogramma worden de volgende thema's behandeld:

Ruimte (uitgesplitst naar stedelijk gebieden landelijk gebied) Landschap en cultuurhistorie Water Natuur Milieu en bodem Energie en duurzaamheid Mobiliteit Recreatie, toerisme en sport Leefbaarheid, sociale cohesie Regionale economie Hieronder wordt dieper ingegaan op de relevante thema's voor het bestemmingsplan. Ruimte (stedelijk gebied) Het belangrijkste doel van de provincie is een goede woon-, werk- en leefomgeving in heel Flevoland. Daarbij moet verstedelijking worden ingepast in een hoogwaardig landschap en passen bij de gerealiseerde en de geplande infrastructuur. Het verstedelijkingsbeleid is gericht op de ontwikkeling van vitale steden en dorpen. Het beleid maakt behoud en versterking van de kwaliteit van de fysieke omgeving mogelijk. Het gaat hierbij om efficiënt ruimtegebruik, kwaliteitsverbetering en herstructurering van het stedelijk gebied en versterking van het draagvlak voor voorzieningen. Nieuwe bebouwing wordt geconcentreerd in of aansluitend aan het bestaande bebouwde gebied. Dit ondersteunt de optimale benutting van infrastructuur en centrumvorming rondom belangrijke vervoerknooppunten. Voor werklocaties, zoals een distributiecentrum, geldt dat de ontwikkeling en realisatie hiervan een verantwoordelijkheid is van gemeenten en private partijen. De ontwikkeling is dus sterk afhankelijk van marktontwikkelingen. Met het provinciaal locatiebeleid vervult

(vastgesteld)

blz. 24

de provincie een faciliterende, ondersteunende, gebiedsvertegenwoordigende en regisserende rol. Het locatiebeleid draagt bij aan de volgende doelstellingen: versterking van de economische ontwikkeling van Flevoland; beheersing van de mobiliteit door een goede bereikbaarheid per openbaar vervoer en fiets; efficiënt gebruik van infrastructuur en vervoermiddelen; verbetering van de ruimtelijke kwaliteit en leefbaarheid. Voor specifiek bedrijventerreinen geldt dat in Flevoland de vraag afneemt en verandert. Dit heeft geleid tot een herstructureringsopgave voor zowel de publieke als de private partners. Afspraken voor afstemming tussen gemeenten bij de ontwikkeling en herstructurering van werklocaties zijn vastgelegd in het 'Convenant voorraadbeheersing en afstemming werklocaties' en het 'Convenant bedrijventerreinen'. De provincie zet actief in op de realisatie van drie (boven-)regionale bedrijventerreinen: Lelystad Airport Maritieme servicehaven Noordelijk Flevoland bij Urk Flevokust (Lelystad) Betekenis voor het bestemmingsplan: De ontwikkellocatie is binnen het omgevingsprogramma gelegen in het stedelijk gebied, in tegenstelling tot de laddertoets. Het locatiebeleid voor het stedelijk gebied is gericht op een voldoende gedifferentieerd aanbod van werklocaties in Flevoland, zodat er voor ieder bedrijf en instelling een geschikte locatie gevonden kan worden.

Daarbij moeten zowel kwantiteit als kwaliteit zodanig zijn dat het aansluit bij de regionale vraag en een optimale bijdrage levert aan de vitaliteit van steden en dorpen. Onder paragraaf 2.1.3 is onderbouwd dat dit het geval is door middel van het aflopen van de Ladder voor duurzame verstedelijking. Verder is onderhavig plan onderdeel van het geplande bedrijventerrein Flevokust, waar de gemeente actief mee bezig is. De bouw van het distributiecentrum is dus in overeenstemming met het Omgevingsprogramma Provincie Flevoland.

3.2.3 Omgevingsverordening Provincie Flevoland Voor het plangebied zijn een aantal regels uit de Provinciale Omgevingsverordening Provincie Flevoland relevant. Met de verordening maakt de provincie Flevoland vooraf duidelijk welke onderdelen van het provinciale beleid bindende betekenis hebben voor gemeentelijke plannen. De verordening is vastgesteld op 27 februari 2019 en heeft daarna één wijziging ondergaan. Het volgende artikel is relevant voor het plangebied: Artikel 7.5 Een ruimtelijk plan of besluit, voor zover het betrekking heeft op een gebied binnen of nabij de aangewezen het Natuurnetwerk Nederland: a. strekt mede tot bescherming, instandhouding en ontwikkeling van de wezenlijke kenmerken en waarden van dat gebied; b. maakt activiteiten alleen mogelijk als die ten opzichte van het ten tijde van de inwerkingtreding van deze titel van de verordening geldende bestemmingsplan, mits die per saldo niet leiden tot een significante aantasting van de wezenlijke kenmerken en waarden, of tot een significante vermindering van de oppervlakte van die gebieden, of van de samenhang tussen die gebieden. Het distributiecentrum is gelegen nabij een aangewezen Natuurnetwerk Nederland

(vastgesteld)

blz. 25

gebied. Wat de gevolgen hiervan zijn wordt behandeld in paragraaf 4.6. 3.2.4 RO visie Flevoland Werklocaties 2015 Gelet op de verdeling van de taken en bevoegdheden in het ruimtelijk domein, hebben provincies op grond van de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR, 2012) de taak om o.a. gebiedsregisseur te zijn voor integrale ontwikkelingsvisies. Met het schrijven van de RO Visie wordt ingespeeld op de nieuwe realiteit en vraag naar bedrijventerreinen in Flevoland, de toepassing van de ladder voor duurzame verstedelijking en actualisatie van de eerdere Visie Werklocaties Flevoland 2030+. Deze visie is door Gedeputeerde Staten van Flevoland op 28 juni 2016 vastgesteld. In de RO Visie Werklocaties 2015 staat beschreven wat volgens de provincie Flevoland nodig is om te komen tot sterke werklocaties met toekomstwaarde in de provincie Flevoland. De RO Visie Werklocaties Flevoland laat de realisatie van werklocaties primair aan gemeenten en private partijen, maar stemt die wel af op een provinciaal toekomstperspectief. Provincie Flevoland wil met deze visie geen toekomstige blauwdruk geven. De provincie wil wel richting geven aan de ontwikkeling van werklocaties in een nieuwe realiteit. Doelstelling van deze visie is om te komen tot zorgvuldig ruimtegebruik van werklocaties zodat het aanbod passend is bij de behoefte en regionaal is afgestemd.

Het maatschappelijk effect dat de provincie daarmee wil bereiken is slim en zuinig ruimtegebruik. Om dit te bereiken worden acht leidende principes gehanteerd: 1. Ladder voor duurzame verstedelijking staat centraal. Aangezien de juridische borging van de ladder al sinds 1 oktober 2012 is geregeld in het Bro, gaat de provincie geen aanvullende juridische vereisten toevoegen. De provincie is verantwoordelijk voor het generiek toezicht op de toepassing van de ladder. 2. Echte stappen zetten in creëren van marktspanning en deprogrammeren. Met de (samenwerkende) gemeenten in Flevoland zal de provincie de (regionale) behoefteraming voor bedrijventerreinen, kantoren en winkels uitwerken en confronteren met het aanwezige en toekomstige aanbod. Waar nodig zal de provincie met de gemeenten extra stappen zetten om te komen tot het deprogrammeren van plannen en locaties. 3. Dynamisch voorraadbeheer: centraal hierin staan drie zaken 1) werken aan de kwaliteit van de bestaande voorraad, 2) waar mogelijk schrappen van plannen die net de beoogde kwaliteit toevoegen en 3) onder voorwaarden toevoegen en goede, nieuwe voorraad. 4. Aanpak herstructurering en duurzaam beheer: tot eind 2015 kunnen aanvragen voor de PHP-regeling worden ingediend. Verwacht wordt dat de middelen uit het PHP dan ook op zijn.

Om de herstructureringsopgave in de toekomst ook aan te pakken ziet de provincie twee sporen: 1) terugbrengen van het overaanbod en 2) met (nieuw) instrumentarium meer private actie op bedrijventerrein stimuleren. 5. Duurzaamheid: de provincie streeft naar energiezuinige en klimaatbestendige werklocaties. Dit wil de provincie bereiken door de energievraag te beperken, duurzame energiebronnen in te zetten en energiebronnen zuinig en efficiënt te gebruiken. Daarnaast streeft de provincie naar duurzame mobiliteit. Voor een goede bereikbaarheid dienen nieuwe werklocaties daarom geaccommodeerd te worden rond multimodale verkeersknooppunten. 6. Grip op de bestaande voorraad en monitoring: doel is het verbreden van de ontwikkeling van het instrument van de kwaliteitskaart naar alle Flevolandse gemeenten en voor de overige segmenten. Mogelijk kan hierbij aangehaakt worden op systemen die in omliggende regio's zijn en worden ontwikkeld, zoals de monitor werklocaties van het Ontwikkelingsbedrijf Noord-Holland Noord.

(vastgesteld)

blz. 26

7. Meer ruimte aan het veld via uitnodigingsplanologie: de komende jaren ligt er een flink aantal opgaven ten aanzien van de ontwikkeling en realisatie van werklocaties. Het is echter niet zo dat de provincie deze problemen alleen gaat oplossen. De rol van de provincie is voornamelijk regisserend en bovenlokaal. De daadwerkelijke aanpak geschiedt in co-creatie met gemeenten, marktpartijen en andere partners. De provincie gebruikt daarbij de 'Ladder van Overheidsparticipatie' om de precieze provinciale rol te bepalen. 8. Stimuleren van pioniers en ruimte voor experiment: de voorliggende veranderopgave roept om creatieve oplossingen. De provincie wil daarom ruimte blijven bieden aan pioniers en 'het experiment'. Per gemeente of regio wil de provincie één of enkele experimenten of voorbeeld projecten starten. Daarnaast wil de provincie specifiek ten aanzien van bedrijventerreinen ruimte kunnen blijven bieden aan zware bedrijvigheid: één locatie in noordelijk Flevoland, één in zuidelijk en één in oostelijk Flevoland. Daarnaast heeft de provincie een actieve rol bij de ontwikkeling van de luchthaven Lelystad, Flevokust, Maritieme Servicehaven Urk en het Omala terrein bij Lelystad Airport. Deze ontwikkelingen zijn troefkaarten binnen het aanbod van de Flevolandse werklocaties.

Betekenis voor het bestemmingsplan: Uit de RO visie Flevoland Werklocaties 2015 blijkt duidelijk dat doelstelling van deze visie is om te komen tot zorgvuldig ruimtegebruik van werklocaties zodat het aanbod passend is bij de behoefte en regionaal is afgestemd. Het is van belang dat werklocaties alleen worden gepland als daar echt een behoefte aan is. Om dit te bereiken wordt er bij nieuwe ontwikkelingen omtrent werklocaties sterk gekeken naar een aantal principes, waar de Ladder van Duurzame verstedelijking centraal staat, maar worden er ook specifieke locaties aangewezen die gezien worden als 'troefkaarten' binnen het aanbod van de Flevolandse werklocaties. De Flevokust is hier één van. De bouw van het distributiecentrum in het werkgebied de Flevokust sluit dan ook aan op de visie Werklocaties.

3.3

Gemeentelijk beleid

3.3.1 Omgevingsvisie Lelystad Op 22 juni 2021 heeft de gemeente Lelystad de Omgevingvisie Lelystad vastgesteld. In de Omgevingsvisie Lelystad geeft het gemeentebestuur richting aan de toekomstige ontwikkeling van de stad. Dan gaat het niet alleen om bouwen, maar bijvoorbeeld ook om wonen, verkeer, werken, ontmoeten, recreëren, bewegen en meedoen. Een integrale visie over onderwerpen die iedereen in Lelystad raken. Een samenhangende visie op de fysieke, ruimtelijke, sociale en economische ontwikkelingen van de stad. In de visie gaat het om het beschermen van de kernwaarden, het realiseren van de maatschappelijke opgaven van de stad en om de ontwikkeling van onze optimale rol als gemeente. Zodoende kunnen de inwoners van Lelystad gezond, veilig en duurzaam in de stad leven. Lelystad kent een aantal fundamentele en samenhangende sociale, economische en ruimtelijke opgaven: Er ligt een uitdaging om meer inwoners een hogere economische status te laten verkrijgen Er ligt een uitdaging voor meer balans en draagkracht van de bevolking en voldoende

(vastgesteld)

blz. 27

kwantitatieve en kwalitatieve publieke en commerciële voorzieningen Er ligt een uitdaging om het regionaal potentieel als vestigingsplaats voor ondernemers en als aantrekkelijke woongemeente van waaruit de hele regio goed en snel te bereiken is, meer en beter te benutten Van deze opgaven wordt er toegewerkt naar de volgende ambities: Versterken urbanisatie: uitnodigende en ondernemende stad Versterken maatschappelijke kracht: veerkrachtige samenleving met onderscheidend onderwijs en een toekomstbestendig, samenwerkingsgericht, preventie- en zorgnetwerk Gedeeld eigenaarschap voor de gezamenlijke opgave in Lelystad Deze ambities zijn vervolgens uitgewerkt in drie ruimtelijke hoofdprincipes: 1. Stad en landschap zijn verweven: de stad is op alle lagen verweven met het landschap en deze verweving geeft de stad haar ruimtelijke identiteit. Een groene stad met veel ruimte voor wonen, werken en recreëren in de nabijheid van de volle en drukke Randstad. Belangrijke ruimtelijke structuren en elementen waarin dit hoofdprincipe te herkennen is, zijn de bossen verbonden met parken en groenstroken, de groene ring, groene inrichting dreven met lange zichtlijnen, de dijken en het werkeiland. 2. Functies zijn gescheiden: Lelystad is een prachtig voorbeeld van de zogenaamde functionele stad met een verregaande functiescheiding, die erg dominant is geweest voor de stadsontwikkeling.

Wonen, werken, recreatie, voorzieningen en verkeer zijn van elkaar gescheiden. Belangrijke ruimtelijke structuren en elementen waarin dit hoofdprincipe te herkennen is, zijn de vrijliggende fietspaden en voetpaden, grid van dreven, monofunctionele wijken 3. Wijken zijn herkenbaar: De vooroorlogse tuinstadgedachte, waarin door de stedenbouwkundige Cornelis van Eesteren compacte stadsuitbreidingen van elkaar worden gescheiden door grote groenzones, heeft model gestaan voor het groene karakter van de stad. Belangrijke ruimtelijke structuren en elementen waarin dit hoofdprincipe te herkennen is, zijn de dreven die de wijken omzomen, de buurtringen, wijkcentra en de woonhoven in de Atolwijk en Zuiderzeewijk. Om deze ambities te bereiken en de principes in stand te houden zijn er voor verschillende thema's strategieën ontwikkeld. Voor dit bestemmingsplan is het thema werken en leren relevant. Werken & leren Lelystad ontwikkelt zich van forensenstad naar netwerkstad binnen de Metropool Regio Amsterdam (MRA). De Metropoolregio Amsterdam (MRA) is het informele samenwerkingsverband van lokale en provinciale overheden in de noordvleugel van de Randstad. Lelystad is economisch onlosmakelijk onderdeel van de MRA met een specifiek profiel. Dit biedt werkgelegenheidskansen op het gebied van o.a. logistiek, innovatieve maakindustrie, secundaire agrofood en toerisme en recreatie.

Lelystad heeft een excellente multimodale bereikbaarheid met een seaport, airport, railport en roadport. Ook is er genoeg ruimte voor bedrijvigheid met XXL kavels. De ontwikkelingen Lelystad Airport en Flevokust Haven leiden tot meer werkgelegenheid.

(vastgesteld)

blz. 28

Figuur 8: Kaart werken en leren 2040; Omgevingsvisie Lelystad

Lelystad wil dat de economie zich specialiseert en een krachtige regionale meerwaarde levert. Lelystad wil een economie die toekomstgericht is. Lelystad richt zich voor de groei van de bedrijvigheid op de sectoren logistiek, toerisme en secundaire agrofood en wil daarin een speler worden op landelijk niveau. Om deze ambitie te bereiken zet Lelystad in op / biedt ruimte voor de duurzame ontwikkelingen van: Lelystad Airport Businesspark (LAB), Flevokust haven, Bataviakwartier, Stadshart. Klimaatadaptatie en natuurinclusiviteit zijn eveneens integrale opgaven voor (bestaande) bedrijventerreinen en industriegebieden. Hier liggen uitdagingen m.b.t . biodiversiteit, hittestress en wateroverlast. Ook bedrijventerreinen moeten straks aardgasvrij zijn.

Betekenis voor het bestemmingsplan: In de Omgevingsvisie wordt specifiek gesproken over de ontwikkeling van de Flevokust tot logistiek bedrijventerrein met een multimodale overslaghaven. Met het maximaal benutten van de container op- en overslag en het aantrekken van bedrijven gerelateerd aan overslag, logistiek, productie en distributie wordt Flevokust Haven een belangrijke speler in het Nederlandse/West-Europese netwerk van zeehavens en binnenhavens. De bouw van het distributiecentrum van JYSK is hier onderdeel van. Het plan is dus in lijn

(vastgesteld)

blz. 29

met de Omgevingsvisie Lelystad. 3.3.2 Structuurvisie Locatiebeleid Lelystad Deze in 2014 vastgestelde thematische “Structuurvisie Locatiebeleid” beoogt een ruimtelijke onderbouwing met betrekking tot de verschillende werklocaties binnen de gemeente Lelystad te geven. Het geeft duidelijkheid over de beoogde richting die de gemeente Lelystad voor de lange termijn voor ogen heeft. Dit heeft o.a. betrekking op de randvoorwaarden die daarbij gesteld worden en de toekomstige opgaven die verwacht worden. Hiermee wordt een kader voor het ruimtelijke beleid ten aanzien van werklocaties - het vestigingsbeleid - vastgelegd, waarbij rekening gehouden is met de uitgangspunten die voortvloeien uit de verschillende relevante beleidskaders die op rijks-, regionaal-, provinciaal en lokaal niveau opgesteld zijn en actuele trends en ontwikkelingen. De nadruk in deze visie ligt op de formele werklocaties; bedrijventerreinen en kantorenlocaties in het stedelijk gebied. De belangrijkste en relevante uitgangspunten van dit vestigingsbeleid zijn: Zorgen voor voldoende aanbod aan werklocaties voor de kansrijke sectoren (industrieellogistiek complex), waarbij het van belang is dat de functionaliteit van de locaties op orde blijft door zorgvuldig om te gaan met functiemenging en milieuzonering.

Duurzaamheid op werklocaties wordt bevorderd door: - de wensen van gebruikers te faciliteren door planologische beperkingen voor duurzaamheidsinitiatieven op individuele basis waar mogelijk weg te nemen; - de energieprestatiecoëfficiënt (EPC-norm) te handhaven en het hanteren van duurzaamheidslabels bij nieuwbouw op bedrijventerreinen en kantorenlocaties te stimuleren, en; - permanente monitoring van de kwaliteit van de werklocaties door middel van de kwaliteitskaarten zorgt voor duurzaam beheer en onderhoud van de werklocaties. Flevokust wordt ook specifiek genoemd in de structuurvisie. Flevokust wordt een industrieterrein dat ruimte moet bieden aan industrieel-logistieke sectoren. Om dit profiel en de functionaliteit voor de toekomst op orde te houden is een restrictief toelatingsbeleid gewenst. Het grootste deel van het terrein zal ingericht worden als (nat) industrieterrein. Een kleiner deel van het terrein wordt ingericht als regulier bedrijventerrein om de logistieke bedrijvigheid te kunnen huisvesten.

Betekenis voor het bestemmingsplan: De bouw van het distributiecentrum van JYSK op het industrieterrein Flevokust is in overeenstemming met de structuurvisie Locatiebeleid Lelystad. met de structuurvisie. Het distributiecentrum valt namelijk binnen de logistieke sector en maakt gebruik van de havenfaciliteiten. Deze sector is aangemerkt als een sector die kansrijk is en waarop moet worden ingespeeld. 3.3.3 Kadernota Duurzaamheid (2016) Om Lelystad ook voor toekomstige generaties leefbaar te houden is samen met de stad een Kadernota Duurzaamheid met bijbehorend Actieplan Duurzaamheid opgesteld. In de kadernota staan de kaders voor de invulling van het duurzaamheidsbeleid. In het Actieplan worden deze kaders verder uitgewerkt in concrete projecten. Het Actieplan geldt voor de jaren 2021 t/m 2024. De gemeente streeft ernaar dat Lelystad ook in de toekomst een groene, vitale gemeente is waar het aantrekkelijk wonen, werken en verblijven is. Het duurzaamheidsbeleid moet zorgen voor focus, versnelling en verankering.

(vastgesteld)

blz. 30

Het duurzaamheidsbeleid van Lelystad focust op zes speerpunten: 1. Energie; meer energiebesparing en meer duurzame energie; 2. Afval en Circulaire economie; meer scheiden, minder restafval en van afval naar grondstof; 3. Voedsel; meer consumptie van gezonde lokale producten en minder voedsel weggooien; 4. Fysieke leefomgeving; duurzame gebiedsontwikkeling, milieuvriendelijk beheer in een groene, biodiverse stad; 5. Mobiliteit: minder en schonere mobiliteit; 6. Onderwijs en Ondernemen; versterken van de (duurzame) basis in het onderwijs, samenwerking tussen onderwijs en bedrijfsleven bij duurzame innovatie en meer maatschappelijk verantwoord ondernemen. Betekenis voor het bestemmingsplan: JYSK besteedt met de voorgenomen ontwikkeling op meerdere gebieden aandacht aan de duurzaamheidsopgave die er ligt, te weten ontwerp, operationeel gebruik, logistieke aspecten en energieprincipe. Doordat JYSK als eigenaar gebruiker voor de lange termijn verbonden zal zijn aan het distributiecentrum, is juist sprake van een focus op samenwerking, maatschappelijke betrokkenheid, duurzame ontwerp- en uitvoeringskeuzes en materialisatie. In het plan is de mogelijkheid opgenomen om zonnepanelen aan te brengen op de gebouwen. Verder is er nader gekeken naar de logistieke aspecten van het distributiecentrum.

Verdere uitwerking van ontwerp- en uitvoeringskeuzes komt aan de orde bij de daadwerkelijke aanvraag van de omgevingsvergunning. Ontwerp De bouwvolumes van JYSK zullen in lichte kleuren zoals wit en grijs ontworpen worden. Dit voorkomt opwarming van de constructie, draagt bij tot een comfortabeler klimaat en de hogere bouwvolumes vallen daardoor minder door een gelijk kleurenspel met lucht schakeringen. Binnenvallend zonlicht wordt beperkt door een combinatie van buiten- en binnenschermen en/of geavanceerde beglazingssystemen. Omdat het verzekeringsbeleid een grondige en solide brandwerendheid vereist, zullen de dakbedekking en de gevelwanden dikker zijn dan gebruikelijk. Dit draagt direct bij aan een betere isolatie zodat het warmteverlies afneemt en de opwarming beperkt blijft. De constructie wordt uitgevoerd in een combinatie van herbruikbaar staal en beton. De toepassing van beton draagt bij aan een betere cumulatie van temperatuurverschillen. JYSK overweegt om een certificering zoals BREEAM excellent aan te vragen. Let wel, een certificering maakt het gebouw niet meer of minder duurzaam, het helpt alleen om anderen ervan te overtuigen dat het toegepaste ontwerp, de materialen en de uitvoering onafhankelijk zijn gecontroleerd.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Lelystad&id=5429e4d0-08de-4bc5-a7a5-2e65c6ccb150