CConstaterende datLelystad
Koppel je AI →
Document · PDF

BL1 Toelichting

Commissie Ruimte Ontwikkeling en Bereikbaarheid 16 juni 2026, gemeente LelystadBij agendapunt: 26.289 Vaststelling bestemmingsplan Waterfront Stedelijke Kust Lelystad37.200 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 5 van 5

Figuur 5.25. Boven: doorsnede van een woonbuurt; Onder: plan Waterfront met valleien tussen de woonbuurten (concept-stedenbouwkundig masterplan, juni 2023). 5 mei 2026

93

Met deze inrichting is er geen versnelde afvoer van hemelwater op het binnendijks watersysteem. Met deze invulling van het watersysteem is de verwachting dat voldaan kan worden aan de uitgangspunten van het thema ‘voldoende water – wateroverlast’. De uitwerking hiervan zal in nadere afstemming met het waterschap plaats vinden. Het waterschap bepaalt in dit kader ook de bergingsnorm voor Meerdijkhaven. Voldoende water - Goed functionerend watersysteem Streefbeeld Het watersysteem zorgt in normale situaties voor een goede doorstroming en afwatering in het beheergebied en maakt het realiseren van het (maatschappelijk) gewenste grond- en oppervlaktewaterwaterregime (GGOR) mogelijk. Waterschap Zuiderzeeland streeft er naar dat de feitelijke situatie van het watersysteem overeenkomt met de legger. Op die manier kan het waterschap weloverwogen anticiperen op en reageren in extreme situaties. Randvoorwaarden Het waterschap streeft naar een robuust en klimaatbestendig watersysteem met grote peilvakken. Versnippering van het watersysteem is een ongewenste situatie. Nieuwe ontwikkelingen sluiten aan op bestaande peilvakken en de inrichting wordt afgestemd op de functie van het water. In nieuwe watersystemen wordt gestreefd naar aaneengesloten waterelementen met een minimum aantal duikers en/of andere kunstwerken en zonder doodlopende einden.

Het watersysteem wordt dusdanig ingericht dat het goed controleerbaar en beheersbaar is. De planontwikkeling leidt niet tot nieuwe peilvakken. De planontwikkeling heeft geen gevolgen voor het streefpeil van het oppervlaktewater in of in de omgeving van het plangebied. Het functioneren van het huidige watersysteem (doorstroming, afwatering, realiseren van het gewenste peil) zal door de planuitvoering niet verslechteren. Invulling thema ‘voldoende water – goed functionerend watersysteem’ binnen ontwikkeling Waterfront Stedelijke Kust Lelystad Bij het thema ‘voldoende water – wateroverlast’ is beschreven hoe binnen de ontwikkeling beoogd wordt te komen tot een goed functionerend watersysteem. De uitwerking hiervan zal in nadere afstemming met het waterschap plaats vinden. De gewenste landaanwinning mag het functioneren van gemaal Wortman niet belemmeren en geen extra uitspoeling van de waterbodem buitendijks veroorzaken. Schoon water - Kwaliteit kwelwater Bij het ontwerp van een nieuw watersysteem moet rekening gehouden worden met de hoeveelheid kwel en de kwelwaterkwaliteit. Het plangebied is gelegen in een gebied met kwel van matige tot slechte kwaliteit. Bij het thema ‘voldoende water – wateroverlast’ is beschreven hoe binnen de ontwikkeling beoogd wordt te komen tot een goed functionerend watersysteem.

Ter plekke van de landaanwinning zal infiltratie plaats vinden en is kwel niet aan de orde. Schoon water - Goede structuurdiversiteit Streefbeeld: Het waterschap streeft naar goede leef-, verblijf- en voortplantingsmogelijkheden voor de aquatische flora en fauna in het beheergebied.

5 mei 2026

94

Uitgangspunt: Bij de inrichting van het watersysteem wordt gestreefd naar het realiseren van een ecologisch gezond watersysteem. Oevers worden bij voorkeur duurzaam en indien passend bij de functie natuurvriendelijk ingericht. Bij de dimensionering van het watersysteem wordt rekening gehouden met de te verwachten waterkwaliteit. Randvoorwaarde(n) nieuw oppervlaktewater: Oppervlaktewater met een doelstelling voor goede chemische en/of biologische waterkwaliteit (vaak helder) wordt niet nadelig beïnvloed door water met een lagere waterkwaliteitsdoelstelling (vaak troebel). Negatieve chemische beïnvloeding van de ecologische (water)kwaliteit of het ecologische functioneren van wateren, door ruimtelijke ontwikkelingen wordt voorkomen, omdat compensatie zeer beperkt mogelijk is. Invulling thema ‘Schoon water - Goede structuurdiversiteit’ binnen ontwikkeling Waterfront Stedelijke Kust Lelystad Bij het thema ‘voldoende water – wateroverlast’ is beschreven hoe binnen de ontwikkeling beoogd wordt te komen tot een goed functionerend watersysteem. De realisatie van nieuw oppervlaktewater zal beperkt plaats vinden. De uitwerking hiervan zal in nadere afstemming met het waterschap plaats vinden.

Schoon water - Goede oppervlaktewaterkwaliteit Streefbeeld: Het grond- en oppervlaktewater biedt leef-, verblijf-, en voortplantingsmogelijkheden voor de (aquatische) flora en fauna in het beheergebied. De chemische toestand van deze wateren vormt hier geen belemmering voor. Uitgangspunten: In het ontwerp van het watersysteem wordt uitgegaan van het principe 'schoon houden, scheiden, zuiveren'. Verontreinigingen worden voorkomen of aangepakt bij de bron. Het verdient de voorkeur om bij de inrichting van nieuwe terreinen preventieve maatregelen te nemen die onkruidbestrijding met behulp van chemische bestrijdingsmiddelen zoveel mogelijk voorkomen. Randvoorwaarde(n): Conform de Waterwet (Ww) is het verboden om zonder vergunning afvalstoffen, verontreinigende of schadelijke stoffen in welke vorm dan ook te brengen in oppervlaktewateren. Schoon hemelwater mag zonder waterstaatswerk direct geloosd worden in oppervlaktewater. Als hiervoor een voorziening zoals een drain of buis wordt aangebracht is hiervoor een vergunning nodig. Uitlogende materialen: Lozingen op oppervlaktewater als gevolg van uitlogende materialen verwerkt in bouwwerken (bijvoorbeeld zinken of koperen daken) zijn meldingsplichtig, aanvullende voorwaarden kunnen worden gesteld.

Voor lozingen in kwetsbaar water van alle typen oppervlakken gemaakt van uitlogende materialen worden voorwaarden gesteld door het waterschap. Invulling thema ‘Schoon water - Goede oppervlaktewaterkwaliteit’ binnen ontwikkeling Waterfront Stedelijke Kust Lelystad Bij het thema ‘voldoende water – wateroverlast’ is beschreven hoe binnen de ontwikkeling beoogd wordt te komen tot een goed functionerend watersysteem. De realisatie van nieuw oppervlaktewater zal beperkt plaats vinden. De uitwerking hiervan zal in nadere afstemming met het waterschap plaats vinden.

5 mei 2026

95

Schoon water - Goed omgaan met afvalwater Streefbeeld Veel menselijke activiteiten hebben een negatief effect op de kwaliteit van het oppervlaktewater doordat ze water verontreinigen. Het waterschap zorgt met de regulering of behandeling van afvalwater dat zo veel mogelijk van deze effecten teniet worden gedaan. Verontreiniging van het oppervlaktewater door afvalwater (huishoudelijk afvalwater, vervuild hemelwater en bedrijfsafvalwater) wordt voorkomen. Uitgangspunten Voor nieuw te ontwikkelen terreinen geldt dat een gescheiden rioolstelsel wordt aangelegd. Het hemelwater wordt niet afgevoerd naar een centrale rioolwaterzuivering maar in of in de nabijheid van het plangebied wordt geloosd, zonodig voorafgegaan door een lokale zuivering. Voor bestaande gebieden wordt gestreefd naar het afkoppelen van verhard oppervlak. Afstromend regenwater van vervuilde oppervlakken wordt daarbij gezuiverd. Verontreinigingen door afvalwater worden voorkomen. Onder schoon hemelwater wordt verstaan: • Hemelwater van verhardingen met een verkeersintensiteit lager dan 1000 voertuigen per dag; • Hemelwater vanaf parkeerplaatsen met minder dan 50 plaatsen; • Hemelwater van daken/woningen waarbij geen voor het watersysteem schadelijke uitloogbare stoffen zijn gebruikt; • Hemelwater van onverhard terrein; • Hemelwater van centrumgebieden (met uitzondering van marktterreinen).

Invulling thema ‘Schoon water - Goed omgaan met afvalwater’ binnen ontwikkeling Waterfront Stedelijke Kust Lelystad Hemelwater van meer dan 50 parkeerplaatsen of van wegen met meer dan 1.000 voertuigbewegingen per etmaal zijn volgens het beleid van het waterschap vervuild. Dit water dient vóór lozing (in oppervlaktewater of in een hemelwaterriool) voorgezuiverd te worden. Vanuit ontwikkeling Waterfront Stedelijke Kust Lelystad wordt afvalwater gescheiden van hemelwater afgevoerd naar de rioolwaterzuivering. Aansluiting op de rioolwaterzuivering vindt plaats of via het bestaande rioleringsstelsel van de gemeente of via een aparte persleiding. De uitwerking hiervan zal in nadere afstemming met het waterschap plaats vinden. Markermeer - Zoetwatervoorraad Voor dit thema wordt verwezen naar paragraaf 10.4 ‘Waterbergend vermogen Markermeer’ uit Hoofdrapport deel B: deelonderzoeken van de MER Waterfront Stedelijke Kust Lelystad. Conclusie Deze waterparagraaf is tot stand gekomen in overleg met de waterbeheerders. De waterbeheerders hebben hun kaders aangegeven en advies uitgebracht voor de verschillende waterhuishoudkundige aspecten. Bestemmingsplan Waterfront Stedelijke Kust Lelystad biedt voldoende mogelijkheden om daarbinnen te komen tot een robuust en klimaatbestendig watersysteem.

De nadere uitwerking van de thema’s ‘waterveiligheid, voldoende water en schoon water’ zal in afstemming met het waterschap Zuiderzeeland plaats vinden.

5.10

Ecologie

Wettelijk kader De bescherming van natuur in Nederland is vastgelegd in Europese en nationale wet- en regelgeving, waarin een onderscheid wordt gemaakt tussen soortenbescherming en gebiedsbescherming. Voorheen 5 mei 2026

96

was de soortenbescherming in Nederland geregeld in de Flora- en faunawet en de gebiedsbescherming in de Natuurbeschermingswet 1998. Sinds 1 januari 2017 zijn de Natuurbeschermingswet, Flora- en faunawet en de Boswet opgegaan in één nieuwe wet: de Wet natuurbescherming. Wet natuurbescherming De bescherming van natuur is vastgelegd in Europese en nationale wet- en regelgeving, waarin een onderscheid wordt gemaakt tussen soortenbescherming en gebiedsbescherming. De soorten- en gebiedsbescherming is in Nederland geregeld in Wet natuurbescherming. Bescherming van Natura 2000gebieden vindt plaats op grond van de Wet natuurbescherming (hierna: Wnb), die op 1 januari 2017 in werking is getreden en voor wat betreft het aspect Natura 2000-gebieden de Natuurbeschermingswet 1998 vervangt. De Wnb heeft tot doel in het wild voorkomende planten- en diersoorten in stand te houden en te beschermen en bevat regels voor de bescherming van in het wild levende dier- en plantensoorten en Natura 2000gebieden (belangrijke natuurgebieden). Naast een algemeen geldende zorgplicht voor alle voorkomende soorten gelden verbodsbepalingen. De zorgplicht geldt te allen tijde voor alle in het wild levende dieren en planten en hun leefomgeving.

De verbodsbepalingen zijn gebaseerd op het 'nee, tenzij'-principe; alle schadelijke handelingen ten aanzien van beschermde planten- en diersoorten zijn in principe verboden. Met een door het bevoegd gezag te verlenen ontheffing kan worden afgeweken van de verbodsbepalingen. Daarnaast bevat de wet nog andere bepalingen, waaronder over houtopstanden. In het kader van de gebiedsbescherming, is ook 'externe werking' een relevante opgave. Niet alleen directe ingrepen in Natura 2000-gebieden kunnen schadelijk zijn voor de instandhoudingsdoelstellingen, ook kan sprake zijn van negatieve effecten op de instandhoudingsdoelstellingen als gevolg van geluid, licht, abiotiek (verdroging, verontreiniging) en andere verstorende factoren. Een heel actueel onderwerp is de stikstofdepositie in Natura 2000-gebieden. Conform de Wet natuurbescherming (Wnb) dient bij nieuwe activiteiten getoetst te worden of binnen nabijgelegen Natura 2000-gebieden significant negatieve effecten als gevolg van stikstofdepositie kunnen optreden. De nieuwe Wet stikstofreductie en natuurverbetering (Wsn), die op 1 juli 2021 in werking is getreden, vereist het doen van onderzoek naar eventuele stikstofdepositie voor de definitieve fase van het planvoornemen Sinds de uitspraak van de Raad van State van 2 november 2022 dienen ook effecten van tijdelijke bouw- en sloopactiviteiten (aanlegfase) onderzocht te worden.

Uit een (AERIUS-)berekening moet blijken of de waarde van 0,00 mol N/ha/jaar wordt overschreden, en indien dat het geval is, of sprake is van stikstofdepositie op stikstofgevoelige habitattypen in nabijgelegen Natura 2000-gebieden.

5.10.1 Onderzoek Door Haskoning is een onderzoek Ecologie uitgevoerd ten behoeve van de Milieueffectrapportage. Het onderzoek is opgenomen in bijlage 3 van dit bestemmingsplan. De bevindingen van het onderzoek worden hieronder beschreven.

5.10.1.1 Natura 2000-gebieden Het plangebied is deels gelegen binnen het Natura 2000-gebied Markermeer & IJmeer. In de nabijheid liggen de Natura 2000-gebieden IJsselmeergebied (ca. 1 km ten noorden van Bataviakwartier) en Oostvaardersplassen (ca. 800 m ten zuiden van Meerdijkhaven en Saerdam, Vliegent Hert, Reygersbeek). Overige Natura 2000-gebieden liggen op grotere afstand van het plangebied.

5 mei 2026

97

Natura 2000-gebied Markermeer & IJmeer Het Markermeer & IJmeer is aangewezen op grond van de Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn. De Habitatrichtlijngebieden zijn de Gouwzee en de kustzone bij Muiden. Het Habitatrichtlijngebied is op meer dan 20 kilometer van plangebied gelegen. Het gebied ter hoogte van Lelystad heeft alleen de status Vogelrichtlijngebied. Het Natura 2000-gebied is van belang voor visetende (fuut, aalscholver, nonnetje, grote zaagbek, dwergmeeuw, zwarte stern), mosseletende (kuifeend, tafeleend, topper) en waterplantenetende (krooneend, meerkoet, tafeleend) watervogels.

Figuur 5.26. Ligging plangebied ten opzichte van omliggende Natura 2000-gebieden. In het aanwijzingsbesluit voor het Natura 2000 gebied Markermeer & IJmeer zijn in 2009 de instandhoudingsdoelstellingen vastgesteld. Het Markermeer & IJmeer is aangewezen voor drie habitatrichtlijnsoorten: kleine modderkruiper, rivierdonderpad en de meervleermuis. Kleine modderkruiper In de natuurthermometer is het leefgebied van de kleine modderkruiper gedefinieerd als voldoende ondiep water (0,1 tot 1,5 meter) met voldoende bedekking van waterplanten (>15%). Geschikte leefgebieden zijn op een beperkt aantal plekken in met name de oeverzones van het meer te vinden. Ter hoogte van het plangebied is, door de grote diepte, geen geschikt leefgebied van de kleine modderkruiper aanwezig. Rivierdonderpad In de Nationale Databank Flora en Fauna zijn geen waarnemingen opgenomen van rivierdonderpad in het Markermeer. Wel is de concurrerende zwartbekgrondel op diverse plekken langs de Markermeerkust waargenomen. Verder zijn zwartbekgrondel, Kesslers grondel, marmergrondel, Pontische stroomgrondel, Kaukasische dwerggrondel op onder andere de Marker Wadden vastgesteld, en hun verspreiding zal 5 mei 2026

98

tegenwoordig waarschijnlijk een groot deel van het Markermeer & IJmeer omvatten. Dit sluit aan op de bevindingen van Wageningen Marine Research waar uit monitoring blijkt dat de soort nagenoeg uit het Markermeer is verdwenen (Tien et al., 2019). Meervleermuis De meervleermuis is een kwalificerende Natura 2000-soort voor onder meer het Markermeer en is mede afhankelijk van nabijgelegen stedelijke gebied, waaronder Lelystad. Op basis van informatie uit het Soortmanagementplan (SMP) van gebouwbewonende soorten in Lelystad (Haskoning, 2023) is duidelijk dat in het plangebied meervleermuizen voorkomen. Het Markermeer heeft de functie van foerageergebied. In Lelystad is een bekend kraamverblijf aanwezig in Lelystad-Haven en mogelijk ook in andere wijken van de stad. Vanuit de stad naar de omgeving zijn verschillende vliegroutes aanwezig, zie hiervoor Figuur 5.27.

Figuur 5.27. Voorkomen van de meervleermuis in Lelystad (Haskoning, 2023). Op basis van bovenstaande informatie kan geconcludeerd worden dat het hele plangebied onderdeel is van een essentieel foerageergebied en vliegroute van de meervleermuis. Voorkomen broedvogels nabij plangebied Van der Winden (2023) heeft in opdracht van gemeente Lelystad een verkennende studie uitgevoerd naar de kansen en knelpunten voor met name vogels van het Markermeer in het plangebied van Waterfront. Voor Natura 2000-gebied Markermeer & IJmeer zijn de aalscholver en de visdief als broedvogel 5 mei 2026

99

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Lelystad&id=20df5ca9-9444-406c-b821-5012b4a9a5b3