BL1.1 Ruimtelijke onderbouwing - Appartementen Wold 11
Tekst van het document
Ruimtelijke onderbouwing
Wold 11, Lelystad
Aangepast maart 2024
Definitief
Ruimtelijke onderbouwing, Lelystad, Wold 11 Definitief
Ruimtelijke onderbouwing Wold 11, Lelystad
Gemeente: Plannaam: Plantype: Status: Datum: Aangepast:
Lelystad Wold 11, Lelystad Ruimtelijke onderbouwing Definitief December 2023 28 maart 2024
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
2
Ruimtelijke onderbouwing, Lelystad, Wold 11 Definitief
INHOUDSOPGAVE HOOFDSTUK 1 INLEIDING ................................................................................... 4 1.1 1.2 1.3 1.4
AANLEIDING ............................................................................................................................................... 4 LIGGING VAN HET PROJECTGEBIED ................................................................................................................... 4 HUIDIGE PLANOLOGISCHE REGIME ................................................................................................................... 4 LEESWIJZER ................................................................................................................................................ 6
HOOFDSTUK 2 HUIDIGE EN GEWENSTE SITUATIE ....................................................... 7 2.1 2.2 2.3 2.4
HUIDIGE SITUATIE ........................................................................................................................................ 7 GEWENSTE SITUATIE ..................................................................................................................................... 8 VERKEER EN PARKEREN ................................................................................................................................. 9 GROEN .................................................................................................................................................... 11
HOOFDSTUK 3 BELEIDSKADER ........................................................................... 12 3.1 3.2 3.3
RIJKSBELEID .............................................................................................................................................. 12 PROVINCIAAL BELEID .................................................................................................................................. 16 GEMEENTELIJK BELEID................................................................................................................................. 17
HOOFDSTUK 4 MILIEU- EN OMGEVINGSASPECTEN ................................................... 23 4.1 4.2 3.4 4.4 4.5 4.6 4.7 4.8 4.9
GELUID .................................................................................................................................................... 23 BODEMKWALITEIT ...................................................................................................................................... 24 LUCHTKWALITEIT ....................................................................................................................................... 25 EXTERNE VEILIGHEID ................................................................................................................................... 26 MILIEUZONERING ...................................................................................................................................... 28 ECOLOGIE................................................................................................................................................. 30 ARCHEOLOGIE & CULTUURHISTORIE .............................................................................................................. 32 BESLUIT MILIEUEFFECTRAPPORTAGE .............................................................................................................. 33 WATER .................................................................................................................................................... 34
HOOFDSTUK 5 ECONOMISCHE UITVOERBAARHEID .................................................. 39 HOOFDSTUK 6 VOOROVERLEG EN PARTICIPATIE ..................................................... 40 6.1 6.2
VOOROVERLEG .......................................................................................................................................... 40 PARTICIPATIE ............................................................................................................................................ 40
BIJLAGEN BIJ DE RUIMTELIJKE ONDERBOUWING ......................................................... 42 BIJLAGE 1 BIJLAGE 2 BIJLAGE 3 BIJLAGE 4 BIJLAGE 5 BIJLAGE 6 BIJLAGE 7 BIJLAGE 8 BIJLAGE 9 BIJLAGE 10 BIJLAGE 11
LANDSCHAPPELIJK INPASSINGSPLAN ....................................................................................................... 43 AKOESTISCH ONDERZOEK WEGVERKEERSLAWAAI ...................................................................................... 44 VERKENNEND BODEMONDERZOEK ......................................................................................................... 45 VRIJSTELLING BODEM OMGEVINGSRAPPORT ........................................................................................... 46 VRIJSTELLING BODEM OUD BODEMONDERZOEK 1992............................................................................... 47 VRIJSTELLING BODEM FORMULIER GETEKEND .......................................................................................... 48 AERIUS-BEREKENING......................................................................................................................... 49 QUICKSCAN NATUURWAARDENONDERZOEK ............................................................................................ 50 AANMELDNOTITIE VORMVRIJE M.E.R.-BEOORDELING ................................................................................ 51 WATERTOETSRESULTAAT .....................................................................................................................
52 PARTICIPATIEVERSLAG......................................................................................................................... 53
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
3
Ruimtelijke onderbouwing, Lelystad, Wold 11 Definitief
HOOFDSTUK 1 1.1
INLEIDING
Aanleiding
Voorliggende ruimtelijke onderbouwing heeft betrekking op de realisatie van 49 appartementen aan de Wold 11 te Lelystad (hierna: projectgebied). Ten behoeve van de voorgenomen ontwikkeling wordt de bestaande bebouwing gesloopt en wordt een gebouw van 10 bouwlagen gerealiseerd. Het voornemen is op basis van het bestemmingsplan ‘’Boswijk’’ niet toegestaan. De beoogde nieuwbouw valt deels buiten de bestemmingsgrenzen van de enkelbestemmingen ‘Groen’, ‘Horeca’ en ‘Verkeer - Verblijf’. Ter plaatse van deze bestemmingen is wonen niet toegestaan. De gewenste bouw- en gebruiksmogelijkheden ontbreken. Door middel van een omgevingsvergunning op grond van artikel 2.12 lid 1 sub a onder 3 (uitgebreide procedure) kan worden afgeweken van het geldende bestemmingsplan en kan de ontwikkeling mogelijk gemaakt worden. Deze afwijking van het bestemmingsplan moet gemotiveerd worden met een ruimtelijke onderbouwing waarin wordt aangetoond dat de ontwikkeling in overeenstemming is met ‘een goede ruimtelijke ordening’. Voorliggende ruimtelijke onderbouwing voorziet hierin.
1.2
Ligging van het projectgebied
Het projectgebied ligt aan de Wold 11 te Lelystad. Het gaat om het perceel dat kadastraal bekend staat als gemeente Lelystad, sectie O met nummer 2111, 7422 (deels) en 9709 (deels). In afbeelding 1.1 is de ligging van het projectgebied Lelystad (rode ster) en ten opzichte van de directe omgeving (rood kader) indicatief weergegeven.
Afbeelding 1.1: Ligging van het projectgebied in Lelystad en ten opzichte van de directe omgeving (Bron: plattekaart.nl)
1.3
Huidige planologische regime
1.3.1
Algemeen
Het perceel ligt binnen de grenzen van het bestemmingsplan “Boswijk” van de gemeente Lelystad. Dit bestemmingsplan is op 28 april 2009 vastgesteld door de gemeenteraad. Tevens ligt het projectgebied binnen BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
4
Ruimtelijke onderbouwing, Lelystad, Wold 11 Definitief de grenzen van de bestemmingsplannen ‘’Parapluplan Algemene regels woningsplitsing en kamerbewoning Lelystad’’ (vastgesteld op 22 september 2020) en “Parapluplan Algemene regels tankstations Lelystad” (vastgesteld op 26 januari 2021). In afbeelding 1.2 is een uitsnede van de verbeelding van het geldende bestemmingsplan ‘’Boswijk’’ opgenomen.
Afbeelding 1.2: Uitsnede verbeelding bestemmingsplan “Boswijk” (bron: ruimtelijkeplannen.nl)
1.3.2
Bestemmingen en strijdigheid
1.3.2.1 Bestemmingen Op basis van het geldende bestemmingsplan hebben de betreffende gronden de bestemmingen ‘Groen’, ‘Horeca’ en ‘Verkeer - Verblijf’. Daarnaast bevat het projectgebied een bouwvlak. Het projectgebied kent binnen de bestemming ‘Horeca’ de maatvoering ‘maximum bouwhoogte: 4 m’. Bestemming ‘Groen’ De voor ‘Groen’ aangewezen gronden zijn bestemd voor groenvoorzieningen, parken en plantsoenen, voet- en fietspaden, speelvoorzieningen, bermen en beplanting, waterlopen en waterpartijen, met daaraan ondergeschikt: parkeervoorzieningen, met de daarbijbehorende: verhardingen, nutsvoorzieningen en andere openbare voorzieningen, bouwwerken, geen gebouwen zijnde waaronder kunstobjecten. Op of in deze gronden mogen geen gebouwen worden gebouwd. Bestemming ‘Horeca’ De voor ‘Horeca’ aangewezen gronden zijn bestemd voor gebouwen ten behoeve van horecabedrijven categorie 1 en 2a met daaraan ondergeschikt: wegen, straten en paden, parkeervoorzieningen,
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
5
Ruimtelijke onderbouwing, Lelystad, Wold 11 Definitief groenvoorzieningen, speelvoorzieningen, met de daarbijbehorende: erven en terreinen, bouwwerken, geen gebouwen zijnde. Gebouwen dienen binnen een bouwvlak te worden gebouwd. De bouwhoogte van het gebouw mag maximaal 4 meer bedragen. Bestemming ‘Verkeer – Verblijf’ De voor ‘Verkeer – Verblijf’ aangewezen gronden zijn bestemd voor (woon)straten en pleinen, voet- en rijwielpaden, parkeervoorzieningen, groenvoorzieningen, waterlopen en waterpartijen, met de daarbijbehorende: nutsvoorzieningen en andere openbare voorzieningen, bouwwerken, geen gebouwen zijnde. Als gebouwen mogen uitsluitend bergingen c.q. garageboxen worden gebouwd. 1.3.2.2 Strijdigheid Het voornemen is op basis van het bestemmingsplan ‘’Boswijk’’ niet toegestaan. Het voornemen ziet toe op woningbouw. Binnen de enkelbestemmingen ‘Groen’ en ‘Horeca’ is het bouwen van woningen niet toegestaan doordat de bouw- en gebruiksmogelijkheden ontbreken. Om de gewenste ontwikkeling mogelijk te maken wordt via een omgevingsvergunning afgeweken van het geldende bestemmingsplan ex artikel 2.12, lid 1, sub a, onder 30 van de Wet algemene bepaling omgevingsrecht (uitgebreide voorbereidingsprocedure). In deze ruimtelijke onderbouwing wordt aangetoond dat het voorgenomen initiatief in overeenstemming is met een ‘goede ruimtelijke ordening’.
1.4
Leeswijzer
Na deze inleiding worden in hoofdstuk 2 ingegaan op de huidige en gewenste situatie. In hoofdstuk 3 wordt ingegaan op de beleidsaspecten. In hoofdstuk 4 passeren alle relevante milieuthema's de revue. In de hoofdstukken 5 en 6 wordt ingegaan op economische uitvoerbaarheid, vooroverleg en inspraak.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
6
Ruimtelijke onderbouwing, Lelystad, Wold 11 Definitief
HOOFDSTUK 2 2.1
HUIDIGE EN GEWENSTE SITUATIE
Huidige situatie
Het projectgebied ligt aan de Wold 11 in Lelystad. In deze paragraaf wordt ingegaan op de ruimtelijke structuur en de huidige situatie van het projectgebied. De directe omgeving kenmerkt zich voornamelijk door de verschillende functies zoals groen, kantoor, wooncentrum en woningen. Aan de noord- en zuidzijde wordt het projectgebied begrenst door water. Aan de oostzijde wordt het projectgebied begrenst door het Woldpark. Ten westen van het projectgebied is een kantoorfunctie aanwezig. Het projectgebied betreft in de huidige situatie twee leegstaande gebouwen welke voorheen in gebruik zijn geweest ten behoeve van een pannekoekenrestaurant en de omliggende gronden met enkele kleinere gebouwen wat in de huidige situatie in gebruik is als tuin voor (begeleid) werk voor jongeren, mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt en ouderen. Tevens is een deel van het projectgebied ingericht als parkeerterrein. In afbeelding 2.1 is een luchtfoto opgenomen, waarin het projectgebied indicatief is aangegeven met een rood kader.
Afbeelding 2.1: Huidige situatie projectgebied (Bron: PDOK.nl)
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
7
Ruimtelijke onderbouwing, Lelystad, Wold 11 Definitief
2.2
Gewenste situatie
Het voornemen zie toe op de sloop van de bestaande bebouwing. In de gewenste situatie wordt op deze locatie 49 appartementen gerealiseerd. Elk appartement wordt voorzien van een berging welke op de begane grond is gesitueerd. Het nieuwe gebouw zal bestaan uit 10 bouwlagen en wordt maximaal 32,80 meter hoog. Het gebouw kenmerkt zich door de trapsgewijze bouwstijl. De ‘trappen’ in de vormgeving zijn buitenruimten voor de woningen die zijn omgeven met een groen kader. Deze kaders benadrukken de groene gevels en koppeling met het omliggende Woldpark. Door de getrapte opbouw aan meerdere kanten gaat het gebouw als het ware op in de omgeving. Op de begane grond worden vijf appartementen en de bergingen ten behoeve van de appartementen gerealiseerd. Op de eerste verdieping worden negen appartementen gerealiseerd. Per verdieping wordt daarna steeds één appartementen minder gebouwd om zo per bouwlaag de massa te laten afnemen. Op de verdiepingen acht en negen wordt nog één appartement gerealiseerd. Het nieuwe gebouw wordt duurzaam gebouwd. De daken worden ingericht met zonnepanelen en het gebouw wordt voorzien van luchtwarmtepompen. Ten noorden van het projectgebied ligt een stukje grond welke in beheer is van de gemeente. Ter plaatse is een ontsluitingsroute beschikbaar.
Beoogd wordt dat in de toekomst de ontsluitingsroute beschikbaar blijft en onderhoud vanaf de waterkant (obstakelvrije zone van 5 meter) mogelijk blijft. Het beoogde voetpad wordt aangelegd door de gemeente. In afbeelding 2.3 is een situatietekening opgenomen. Afbeelding 2.4 geeft een impressie van de voor- en achtergevel van het beoogde appartementengebouw.
Afbeelding 2.3: Gewenste situatie projectgebied (plattegrond) (Bron: Vazet creatie B.V.)
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
8
Ruimtelijke onderbouwing, Lelystad, Wold 11 Definitief
Afbeelding 2.4: Gewenste situatie projectgebied (links: voorgevel, rechts: achtergevel) (Bron: Vazet creatie B.V.)
2.3
Verkeer en parkeren
2.3.1
Algemeen
Bij het opstellen van ruimtelijke plannen moet rekening worden gehouden met de parkeerbehoefte die ontstaat door een nieuwe ontwikkeling. Daarnaast moet rekening worden gehouden met de extra verkeersgeneratie die ontstaat door een nieuwe ontwikkeling. Op basis van de publicatie 'Toekomstbestendig parkeren' (publicatie 381, december 2018) van het CROW kan de parkeerbehoefte en verkeersgeneratie van de ontwikkeling berekend worden. Het CROW ontwikkelt en publiceert kennis op onder andere het gebied van verkeer en parkeren. Specifiek voor verkeersgeneratie en parkeren heeft het CROW de publicatie, 'Toekomstbestendig parkeren' opgesteld. Deze kencijfers zijn gebaseerd op literatuuronderzoek en praktijkervaringen van gemeenten. De kencijfers zijn landelijk (en juridisch) geaccepteerd en worden gezien als de meest betrouwbare gegevens met betrekking tot het bepalen van de verkeergeneratie en het benodigde aantal parkeerplaatsen. De gemeente Lelystad beschikt ook over een parkeernota. In de ‘Nota Parkeernormen 2023’ zijn parkeernormen opgenomen voor functies wonen en bedrijvigheid. Aan de hand van deze parkeernota is de parkeerbehoefte berekend. 2.3.2
Uitgangspunten
De ontwikkeling gaat uit van de realisatie van 49 appartementen in de kern Lelystad. Qua verstedelijkingsgraad en stedelijke zone worden de volgende uitgangspunten gehanteerd:
Verstedelijkingsgraad: ‘matig stedelijk’ (bron: CBS Statline); Stedelijke zone: ‘schil centrum’; Type: ‘Koop, appartement, duur’.
2.3.3
Parkeren
Op basis van de voorgenoemde uitgangspunten kan de parkeerbehoefte worden berekend. De beoogde woningen vallen onder het segment ‘koop, appartement, middelduur en duur’. Hiervoor geldt op basis van de genoemde uitgangspunten een parkeernorm van respectievelijk 1,5 en 1,6 parkeerplaatsen per woning. Ten aanzien van voorliggend voornemen wordt aangesloten bij de norm van 1,4 parkeerplaatsen per woning. Onderstaand is nader gemotiveerd waarom aangesloten kan worden bij de norm van 1,4 parkeerplaatsen per woning. Motivering afwijkende parkeernorm
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
9
Ruimtelijke onderbouwing, Lelystad, Wold 11 Definitief Onderhavig voornemen ziet toe op de realisatie van 49 appartementen. De beoogde appartementen zijn levensloopbestendig en voornamelijk gericht op een doelgroep van 40-50 jaar en 50 plus. Het autobezit voor deze doelgroep ligt gemiddeld gezien een stuk lager dan ten aanzien van een jongere doelgroep. Daarnaast is het eenvoudig om vanaf het projectgebied met het OV te reizen. Op loopafstand is een bushalte aanwezig en tevens is het centrum op loop- en fietsafstand gevestigd. Omdat het projectgebied centraal ligt is het autobezit, en daarmee de parkeerbehoefte, een stuk lager. Tot slot is het projectgebied gelegen aan het Woldpark. Gezien het groene karakter van dit park en de omgeving is een grote hoeveelheid verharding nabij het Woldpark niet wenselijk. Om het groene karakter te behouden kan daarom worden aangesloten bij een minimale hoeveelheid verharding waarbij de norm van 1,4 parkeerplaatsen per woning een goed uitgangspunt is. In de gewenste situatie is er sprake van een totale parkeerbehoefte van (49*1,4) afgerond 69 parkeerplaatsen. Zoals in afbeelding 2.3 is weergegeven worden deze parkeerplaatsen in de beoogde situatie aangelegd. Er wordt op eigen terrein in de parkeerbehoefte voorzien. Het aspect parkeren vormt daarmee geen belemmering voor onderhavig voornemen. 2.3.4
Verkeer
In de publicatie 'Toekomstbestendig parkeren' (publicatie 381, december 2018) van het CROW zijn geen kencijfers omtrent verkeer voor een restaurant aanwezig. Daarom is om de verkeersgeneratie van een restaurant te berekenen gekeken naar de praktijkcijfers die ook voor het aspect parkeren zijn gebruikt. Voor woningen zijn wel kencijfers opgenomen in het CROW. 2.3.4.1 Huidige situatie In de huidige situatie is een horecabestemming met een bedrijfsvloeroppervlakte (BVO) van 500 m2 aanwezig. De parkeerbehoefte van een restaurant bedraagt 9 parkeerplaatsen per 100 m2 BVO. Uitgaande van meerdere bezoekers (2 bezoekers per parkeerplaats) per dag resulteert dit in een verkeersgeneratie van (18*2) 36 verkeersbewegingen per 100 m2 BVO. In totaal gaat het om 500 m2 BVO wat resulteert in (5*36) 180 verkeersbewegingen per weekdagetmaal. Op het perceel is ook een participatietuin aanwezig. Deze wordt gebruikt voor (begeleid) werk voor jongeren, mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt en ouderen. Zij werken in de tuin op de locatie. Uitgaande van het type ‘bedrijf arbeidsintensief/bezoekersextensief’ geldt een verkeersgeneratie van 8,6 verkeersbewegingen (100 m2 BVO) per weekdagetmaal. In totaal is 200 m2 aan bedrijfsvloeroppervlakte aanwezig. Dit resulteert in 18 verkeersbewegingen per weekdagetmaal.
In totaal is de verkeersgeneratie in de huidige situatie 198 verkeersbewegingen per etmaal. 2.3.4.2 Gewenste situatie In de beoogde situatie worden 49 appartementen gerealiseerd. Op basis van de bovengenoemde norm geldt voor deze functie een verkeersgeneratie van 5,4 verkeersbewegingen per weekdagetmaal. In totaal is de verkeersgeneratie van de beoogde appartementen (5,4*49) 265 verkeersbewegingen per etmaal. Per saldo is er sprake van een toename van (265-198) 67 verkeersbewegingen per weekdagetmaal ten opzichte van de huidige situatie. De ontsluiting van het projectgebied vindt via de Wold en de Zuigerplasdreef. Deze wegen zijn van voldoende capaciteit om de beoogde verkeersbewegingen op een vlotte en veilige manier af te wikkelen. 2.3.5
Conclusie
Het aspect ‘verkeer en parkeren’ vormt geen belemmering voor de in deze ruimtelijke onderbouwing besloten ontwikkeling.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
10
Ruimtelijke onderbouwing, Lelystad, Wold 11 Definitief
2.4
Groen
De gemeente Lelystad heeft de ambitie toe te werken naar minder verhard oppervlak in de woonwijken en wil meer groen realiseren waar dat kan. Door Stufken Buitenruimte B.V. is een landschappelijk inpassingsplan opgesteld. Het landschappelijk inpassingsplan is bijvoegd als bijlage 1 bij de ruimtelijke onderbouwing. Voor de landschappelijke inpassing staan natuurinclusiviteit, biodiversiteit en klimaatadaptatie centraal. Dit houdt in dat de bestaande (en visie) karakteristieken in acht genomen worden en aan gaan sluiten bij het bestaande Woldpark ecosysteem. Daarnaast is er rekening gehouden met de ‘Strategie Agenda Natuur’ en ‘Van groen dromen naar groen doen’ opgesteld door gemeente Lelystad. Het plan bevat een vijftal groene inpassingen betreffende; omkadering parkeerplaats, binnentuin, de appartementen, de oever en de gevels. Aan de noordzijde van het parkeerterrein wordt de ruimte tussen de parkeerplaatsen an het gazon van het Woldpark gescheiden middels een hekwerk met Klimop van circa 180 cm hoog en een haag van 1 meter hoog en 1 meter breed. De reden voor deze inpassing betreft een ‘rustige’ overgang tussen het gazon en het hekwerk. Hierdoor ontstaat een ‘natuurlijke’ opbouw. De binnentuin is gelegen tussen de parkeerplaats en het appartementencomplex. Hier worden een zevental inheemse bomen geplaatst welke overeenkomen met de typeringen van het Woldpark.
De rand kan worden ingevuld met bloemenmengsel. Ten aanzien van de appartementen is een invulling met beplanting van de vlonder, het balkon en het dakterras beoogd. Aan de zuid- en westzijde wordt het plangebied begrenst door wtaer. De oevers zijn in de huidige situatie voorzien van rietachtige beplanting. Het riet blijft bestaan en er kan worden gekozen voor het toevoegen van een bloemenmengsel. Daarnaast wordt een ontmoetingsplek gecreërd. Met de gemeente heeft afstemming plaatsgevonden om een voorziening te integreren in de gevels. Er is gekozen voor inbouwstenen voor vleermuizen. Deze stenen hebben een zomerverblijf, winterverblijf, paarverblijf of kraamverblijf als functie.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
11
Ruimtelijke onderbouwing, Lelystad, Wold 11 Definitief
HOOFDSTUK 3
BELEIDSKADER
Dit hoofdstuk beschrijft, voor zover van belang, het rijks-, provinciaal- en gemeentelijk beleid. Naast de belangrijkste algemene uitgangspunten worden de specifieke voor dit projectgebied geldende uitgangspunten weergegeven.
3.1
Rijksbeleid
3.1.1
Nationale Omgevingsvisie (NOVI)
3.1.1.1 Algemeen Nederland staat voor grote uitdagingen die van invloed zijn op onze fysieke leefomgeving. Complexe opgaven zoals verstedelijking, verduurzaming en klimaatadaptatie zijn nauw met elkaar verweven. Dat vraagt een nieuwe, integrale manier van werken waarmee keuzes voor onze leefomgeving sneller en beter gemaakt kunnen worden. De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) zorgt voor een gezamenlijke aanpak die leidt tot een duurzaam perspectief voor onze leefomgeving. Dit is nodig om onze doelen te halen en is een zaak van overheid en samenleving. 3.1.1.2 Vier prioriteiten Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Dit komt samen in vier prioriteiten. •
Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie Nederland moet zich aanpassen aan de gevolgen van klimaatverandering. In 2050 is Nederland klimaatbestendig en waterrobuust. Dit vraagt om maatregelen in de leefomgeving, waarmee tegelijkertijd de leefomgevingskwaliteit verbeterd kan worden en kansen voor natuur geboden kunnen worden. In 2050 heeft Nederland daarnaast een duurzame energievoorziening. Dit vraagt echter om ruimte. Door deze ruimte zoveel mogelijk te clusteren, wordt versnippering van het landschap voorkomen en wordt de ruimte zo efficiënt mogelijk benut. Het Rijk zet zich in door het maken van ruimtelijke reserveringen voor het hoofdenergiesysteem op nationale schaal.
•
Duurzaam economisch groeipotentieel Nederland werkt toe naar een duurzame, circulaire, kennisintensieve en internationaal concurrerende economie in 2050. Daarmee kan ons land zijn positie handhaven in de top vijf van meest concurrerende landen ter wereld. Er wordt ingezet op een innovatief en sterk vestigingsklimaat met een goede quality of life. Belangrijk is wel dat onze economie toekomstbestendig wordt, oftewel concurrerend, duurzaam en circulair.
•
Sterke en gezonde steden en regio’s Er zijn vooral in steden en stedelijke regio’s nieuwe locaties nodig voor wonen en werken. Het liefst binnen de bestaande stadsgrenzen, zodat de open ruimten tussen stedelijke regio’s behouden blijven. Dit vraagt optimale afstemming op en investeringen in mobiliteit. Dit betekent dat voorafgaand aan de keuze van nieuwe verstedelijkingslocaties helder moet zijn welke randvoorwaarden de leefomgevingskwaliteit en -veiligheid daar stelt en welke extra maatregelen nodig zijn wanneer er voor deze locaties wordt gekozen. Zo blijft de gezondheid in steden en regio’s geborgd.
•
Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied Er ontstaat een nieuw perspectief voor de Nederlandse landbouwsector als koploper in de duurzame kringlooplandbouw. Een goed verdienpotentieel voor de bedrijven wordt gecombineerd met een
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
12
Ruimtelijke onderbouwing, Lelystad, Wold 11 Definitief minimaal effect op de omgevingskwaliteit van lucht, bodem en water. In alle gevallen zetten we in op ontwikkeling van de karakteristieke eigenschappen van het Nederlandse landschap. Dit vertegenwoordigt een belangrijke cultuurhistorische waarde. Verrommeling en versnippering, bijvoorbeeld door wildgroei van distributiecentra, is ongewenst en wordt tegengegaan. 3.1.1.3 Afwegingsprincipes De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen. Het streven is combinaties te maken en win-win situaties te creëren, maar dit is niet altijd mogelijk. Soms zijn er scherpe keuzes nodig en moeten belangen worden afgewogen. Hiertoe gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: 1.
2.
3.
Combinatie van functies gaan voor enkelvoudige functies. In het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI wordt gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van onze ruimte; Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal. Het verschilt tussen gebieden wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling en tussen concurrentiekracht en leefbaarheid. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere; Afwentelen wordt voorkomen. Het is van belang dat de leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie inwoners, zonder dat dit ten koste gaat van toekomstige generaties.
3.1.1.4 Toetsing van het initiatief aan de NOVI In voorliggend geval betreft het een project waarbij geen nationale belangen in het geding zijn en er is geen sprake van enige belemmering met betrekking tot de prioriteiten zoals verwoord in de NOVI. Bij het uitwerken van het plan zijn de kenmerken en identiteit van het gebied centraal gesteld. Geconcludeerd wordt dat de NOVI geen belemmering vormt voor de in de voorliggende ruimtelijke onderbouwing opgenomen ontwikkeling. 3.1.2
Ladder voor duurzame verstedelijking
3.1.2.1 Algemeen In de toenmalige Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) is de ladder voor duurzame verstedelijking geïntroduceerd. Deze ladder is per 1 oktober 2012 als motiveringseis in het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6, lid 2) opgenomen. Doel van de ladder voor duurzame verstedelijking is een goede ruimtelijke ordening door een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. Hierbij geldt een motiveringsvereiste voor het bevoegd gezag als nieuwe stedelijke ontwikkelingen planologisch mogelijk worden gemaakt. Teneinde een ontwikkeling adequaat te kunnen toetsen aan de ladder is het noodzakelijk inzicht te geven in de begrippen ‘bestaand stedelijk gebied’ en ‘stedelijke ontwikkeling’. In het Bro zijn in artikel 1.1.1 definities opgenomen voor: bestaand stedelijk gebied: ‘bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur’. stedelijke ontwikkeling: ´ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.´ 3.1.2.2 Toetsing van het initiatief aan de Ladder voor duurzame verstedelijking 1. Is er sprake van een stedelijke ontwikkeling?
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
13
Ruimtelijke onderbouwing, Lelystad, Wold 11 Definitief Wat betreft de ‘Ladder voor duurzame verstedelijking’ wordt opgemerkt dat deze van toepassing is bij ‘nieuwe stedelijke ontwikkelingen’ (3.1.6 Bro). Er zijn inmiddels meerdere gerechtelijke uitspraken geweest over deze begripsdefinitie. Uit Afdelingsjurisprudentie blijkt dat de vraag wanneer sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling in grote mate casuïstisch wordt beantwoord. Zo heeft de Afdeling uitgemaakt dat de bouw van 11 woningen niet als stedelijke ontwikkeling wordt gezien. De raad is van oordeel dat gelet op het aantal woningen het plan niet voorziet in een woningbouwlocatie of andere stedelijke ontwikkeling als bedoeld in artikel 1.1.1 eerste lid, aanhef en onder i van het Bro. Artikel 3.1.6, tweede lid, van het Bro is dan ook niet van toepassing (ABRvS 16 september 2015; ECLI:NL:RVS:2015:2921). In voorliggende situatie is er sprake van een ontwikkeling waarbij 49 woningen worden gerealiseerd. Daarmee is er sprake van een stedelijke ontwikkeling. 2. Is de stedelijke ontwikkeling nieuw? De Laddertoets geldt alleen voor ‘nieuwe’ stedelijke ontwikkelingen. Beoordeeld moet worden of sprake is van een nieuw beslag op de ruimte.
Daarvan is in het beginsel sprake als het nieuwe ruimtelijke besluit meer bebouwing mogelijk maakt dan er op grond van het voorheen geldende planologische regime aanwezig was, of kon worden gerealiseerd. Daarnaast volgt uit jurisprudentie dat wanneer het een functiewijziging betreft, moet worden beoordeeld of er sprake is van een naar aard en omvang zodanige functiewijziging, dat desalniettemin gesproken kan worden van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Daarbij moet ook het ruimtebeslag betrokken worden. Binnen het projectgebied zijn de gronden voorzien van een horeca-, groen- en verkeersbestemming. Onderhavig voornemen ziet toe op de realisatie van woningen. Op grond van de huidige bouw- en gebruiksregels van de daar geldende bestemmingen zijn geen woningen toegestaan. De voorgenomen ontwikkeling gaat uit van het toevoegen van 49 woningen. Er is daarmee sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. De ladder voor duurzame verstedelijking is dus van toepassing. 3. Wat is het ruimtelijk verzorgingsgebied? Wanneer er sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling moet de behoefte aan die ontwikkeling worden gemotiveerd. De behoefte moet bepaald worden binnen het ruimtelijk verzorgingsgebied van de ontwikkeling. De aard en omvang van de ontwikkeling zijn leidend voor het schaalniveau waarop de ruimtebehoefte worden afgewogen.
Het ruimtelijk verzorgingsgebied is in dit geval Lelystad. Uit de ‘Omgevingsvisie Lelystad 20240’ blijkt dat Lelystad qua wonen een regiofunctie heeft. Lelystad wordt gezien als aantrekkelijke woongemeente van waaruit de hele regio goed en snel te bereiken is. Dit wenst de gemeente ook meer en beter te benutten, daardoor wordt gezocht naar locaties voor woningbouw binnen de gebouwde omgeving. Voorliggend projectgebied voorziet hierin. 4. Is er behoefte aan de voorgenomen ontwikkeling? Tevens moet worden aangetoond dat er behoefte is aan de voorgenomen ontwikkeling. Hierbij moet de kwalitatieve en kwantitatieve behoefte worden aangetoond. Samengevat is de ‘behoefte’ het saldo van de aantoonbare vraag naar de voorgenomen ontwikkeling (de komende tien jaar) verminderd met het aanbod in planologische besluiten, ook als het feitelijk nog niet is gerealiseerd (harde plancapaciteit). De gemeente Lelystad heeft de belangrijkste afspraken over het woonbeleid beschreven in de ‘Woonvisie 2022-2027’. In de visie komt naar voren dat Lelystad een grote groei ambitie heeft. De gemeente heeft haar woningbehoefte omschreven in drie scenario’s. In het eerste scenario ‘autonome groei’ is de autonome huishoudensontwikkeling in Lelystad als uitgangspunt genomen. De woningbehoefte in dit scenario is daarmee onderbouwd vanuit de demografische prognose tot 2040.
Het 15.000 en 40.000 scenario zijn indicatieve scenario’s die gebaseerd zijn op de gemeentelijke ambities LNL (15.000 woningen erbij) en het amendement dat door de gemeenteraad is aangenomen (groeien met 40.000 woningen). Deze scenario’s geven een indicatief beeld van het woningbouwprogramma wanneer er ingezet wordt op meer dan voorzien in alleen de woningbehoefte op basis van de demografische
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
14
Ruimtelijke onderbouwing, Lelystad, Wold 11 Definitief ontwikkeling. De woningbouwprogrammering voor de periode 2021-2025 is uiteengezet in onderstaande tabel.
Onderhavig voornemen ziet toe op de realisatie van 49 koopappartementen in de prijs categorie rond de €400.000 (variërend). Op basis van scenario 3 (groei met 40.000 huishoudens) betreft de woonbehoefte 210 appartementen in deze prijsklasse. In onderhavig geval passen de woningen binnen de kwantitatieve behoefte. Ook kwalitatief levert het project een bijdrage omdat leegstaand vastgoed wordt omgezet in woningen. Daarnaast worden de woningen duurzaam gebouwd en voorzien van zonnepanelen en luchtwarmtepompen. Geconcludeerd wordt dat er sprake is van een kwantitatieve en kwalitatieve behoefte aan het project.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
15
Ruimtelijke onderbouwing, Lelystad, Wold 11 Definitief 5. Ligt de ontwikkeling in bestaand stedelijk gebied? In artikel 1.1.1 onder lid h van het Bro is een nadere omschrijving van het begrip ‘bestaand stedelijk gebied’ vastgelegd. Als bestaand stedelijk gebied wordt aangemerkt: “Bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur.” Het projectgebied ligt in het centrum van Lelystad. In de nabije omgeving zijn veelal woonfuncties aanwezig. In de huidige situatie is bebouwing op het perceel aanwezig. Het projectgebied is daarmee onderdeel van het bestaand stedelijk gebied. Conclusie Laddertoets Gezien het vorenstaande wordt geconcludeerd dat voorliggende ontwikkeling in overeenstemming is met de ‘Ladder voor duurzame verstedelijking’. Het plan voorziet in de kwalitatieve en kwantitatieve woningbehoefte in Lelystad. Deze behoefte wordt opgevangen in bestaand stedelijk gebied. 3.1.3
Toetsing van het initiatief aan het rijksbeleid
Het voornemen draagt bij aan de beleidsdoelstelling ‘sterke en gezonde steden en regio’s’ zoals opgenomen in de Nationale omgevingsvisie. In de beoogde situatie wordt leegstaand vastgoed omgezet in woningen. De open ruimten in de omgeving worden behouden. De voorgenomen ontwikkeling is in overeenstemming met de Nationale omgevingsvisie. Voorliggend initiatief voldoet aan de Ladder voor duurzame verstedelijking. Geconcludeerd wordt dat de ontwikkeling in overeenstemming is met het relevante rijksbeleid.
3.2
Provinciaal beleid
3.2.1
Omgevingsvisie FlevolandStraks
3.2.1.1 Algemeen De Omgevingsvisie FlevolandStraks geeft de langetermijnvisie van de provincie Flevoland op de toekomst van dit gebied. Het gaat over de periode tot 2030 en verder. Het geeft aan welke kansen, opgaven en uitdagingen er voor Flevoland liggen. Er zijn drie kernopgaven: • • •
Het Verhaal van Flevoland (fysieke omgeving), Krachtige Samenleving (sociaal-economische omgeving), Ruimte voor Initiatief (bestuurlijke omgeving).
Deze opgaven vormen de kern voor alle ontwikkelingen waar de provincie Flevoland bij betrokken is. Zowel voor de strategische opgaven uit de Omgevingsvisie, als andere vraagstukken van de provincie Flevoland. In de strategische opgaven staan de belangrijkste vraagstukken en ambities voor de toekomst beschreven. Het gaat om de volgende opgaven: • Het verhaal van Flevoland • Krachtige Samenleving • Ruimte voor Initiatief • Duurzame Energie • Regionale Kracht • Circulaire Economie • Landbouw: Meerdere Smaken
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
16
Ruimtelijke onderbouwing, Lelystad, Wold 11 Definitief 3.2.1.2 Het Verhaal van Flevoland Als je de provinciegrens passeert, weet je meteen dat je in Flevoland bent. Flevoland is Nederlands meest herkenbare provincie: gelegen op de voormalige zeebodem, zo’n vier meter onder de zeespiegel en beschermd door vele kilometers dijk. Door wereldwijde trends gaan veel plekken steeds meer op elkaar lijken. Hierdoor neemt de eigenheid af. We willen dat Flevoland zich hieraan onttrekt en zijn eigen verhaal blijft vertellen. Dit verhaal zal de Flevolanders blijvend binden. Flevoland is gemaakt voor ontwikkeling. De ontwikkelingsgerichtheid is onderdeel van onze identiteit. Hier worden met lef de kansen van nieuwe ontwikkelingen aangegrepen. En de ontwikkelingen blijven doorgaan. Denk aan opgaven zoals woningbouw, bedrijvigheid, herontwikkelingen, nieuwe voorzieningen, klimaatverandering, bodemdaling, waterveiligheid, transformatie in landbouw, duurzame energie. Alle opgaven - klein of groot - omarmen we op een wijze, waarbij we de kenmerkende elementen van de polder koesteren. Binnen deze kenmerken geven we ruimte aan ontwikkelingen. De overheden hebben de polders aangelegd en ingericht. Het is een plek waar inwoners, organisaties en ondernemers hun idealen kunnen realiseren. Hierdoor krijgen we meer verrassing, spontaniteit en variatie. Mensen maken Flevoland.
3.2.1.2 Toetsing van het initiatief aan de Omgevingsvisie FlevolandStraks De voorgenomen ontwikkeling gaat van de realisatie van 49 appartementen. De bestaande bebouwing wordt gesloopt. De ontwikkeling sluit aan bij de ambities van de provincie om ontwikkelingsgericht te blijven en sluit tevens aan bij de woningbouw opgave van de provincie. Geconcludeerd wordt dat het voornemen goed aansluit bij de uitgangspunten van de Omgevingsvisie FlevolandStraks. 3.2.2
Omgevingsverordening Flevoland
3.2.1.1 Algemeen Met de omgevingsverordening loopt de provincie Flevoland vooruit op de inwerkingtreding van de Omgevingswet. De omgevingsverordening ziet op alle elementen van de fysieke leefomgeving, en op activiteiten die gevolgen kunnen hebben voor de fysieke leefomgeving. Dit kunnen zowel regels zijn voor burgers of bedrijven als (instructie)regels voor andere overheden. De provincie Flevoland is zelf bevoegd gezag voor toezicht en handhaving van de regels in de omgevingsverordening. 3.2.2.3 Toetsing van het initiatief aan de Omgevingsverordening Flevoland De boogde ontwikkeling is niet in strijd met de provinciale belangen zoals omschreven in de Omgevingsverordening. De omgevingsverordening staat uitvoering van dit bestemmingsplan niet in de weg. 3.2.3
Toetsing van het initiatief aan provinciaal beleid
Het initiatief is niet in strijd met het provinciaal beleid.
3.3
Gemeentelijk beleid
3.3.1
Omgevingsvisie Lelystad 2040
3.3.1.1 Algemeen Op 22 juni 2021 heeft de gemeente Lelystad de Omgevingsvisie Lelystad vastgesteld. In de Omgevingsvisie Lelystad geeft het gemeentebestuur richting aan de toekomstige ontwikkeling van de stad. Dan gaat het niet alleen om bouwen, maar bijvoorbeeld ook om wonen, verkeer, werken, ontmoeten, recreëren, bewegen en
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
17
Ruimtelijke onderbouwing, Lelystad, Wold 11 Definitief meedoen. Een integrale visie over onderwerpen die iedereen in Lelystad raken. Een samenhangende visie op de fysieke, ruimtelijke, sociale en economische ontwikkelingen van de stad. In de visie gaat het om het beschermen van de kernwaarden, het realiseren van de maatschappelijke opgaven van de stad en om de ontwikkeling van onze optimale rol als gemeente. Zodoende kunnen de inwoners van Lelystad gezond, veilig en duurzaam in de stad leven. Lelystad kent een aantal fundamentele en samenhangende sociale, economische en ruimtelijke opgaven: • • •
Er ligt een uitdaging om meer inwoners een hogere economische status te laten verkrijgen; Er ligt een uitdaging voor meer balans en draagkracht van de bevolking en voldoende kwantitatieve en kwalitatieve publieke en commerciële voorzieningen; Er ligt een uitdaging om het regionaal potentieel als vestigingsplaats voor ondernemers en als aantrekkelijke woongemeente van waaruit de hele regio goed en snel te bereiken is, meer en beter te benutten.
Van deze opgaven wordt er toegewerkt naar de volgende ambities: • • •
Versterken urbanisatie: uitnodigende en ondernemende stad Versterken maatschappelijke kracht: veerkrachtige samenleving met onderscheidend onderwijs en een toekomstbestendig, samenwerkingsgericht, preventie- en zorgnetwerk Gedeeld eigenaarschap voor de gezamenlijke opgave in Lelystad
Deze ambities zijn vervolgens uitgewerkt in drie ruimtelijke hoofdprincipes: 1.
2.
3.
Stad en landschap zijn verweven: de stad is op alle lagen verweven met het landschap en deze verweving geeft de stad haar ruimtelijke identiteit. Een groene stad met veel ruimte voor wonen, werken en recreëren in de nabijheid van de volle en drukke Randstad. Belangrijke ruimtelijke structuren en elementen waarin dit hoofdprincipe te herkennen is, zijn de bossen verbonden met parken en groenstroken, de groene ring, groene inrichting dreven met lange zichtlijnen, de dijken en het werkeiland. Functies zijn gescheiden: Lelystad is een prachtig voorbeeld van de zogenaamde functionele stad met een verregaande functiescheiding, die erg dominant is geweest voor de stadsontwikkeling. Wonen, werken, recreatie, voorzieningen en verkeer zijn van elkaar gescheiden. Belangrijke ruimtelijke structuren en elementen waarin dit hoofdprincipe te herkennen is, zijn de vrijliggende fietspaden en voetpaden, grid van dreven, monofunctionele wijken; Wijken zijn herkenbaar: De vooroorlogse tuinstadgedachte, waarin door de stedenbouwkundige Cornelis van Eesteren compacte stadsuitbreidingen van elkaar worden gescheiden door grote groenzones, heeft model gestaan voor het groene karakter van de stad. Belangrijke ruimtelijke structuren en elementen waarin dit hoofdprincipe te herkennen is, zijn de dreven die de wijken omzomen, de buurtringen, wijkcentra en de woonhoven in de Atolwijk en Zuiderzeewijk.
Om deze ambities te bereiken en de principes in stand te houden zijn er voor verschillende invalshoeken strategieën ontwikkeld. Voor dit bestemmingsplan is het thema ‘wonen en voorzieningen’ en ‘aantrekkelijke en gezonde buurten’ relevant. 3.3.1.2 Wonen & voorzieningen in Lelystad Lelystad is ontworpen vanuit een ideaal van een maakbare stad, een centrale stad in de naoorlogse inpolderingen. Centraal gelegen vanuit de veronderstelling dat ook de Markerwaard drooggelegd en ontwikkeld zou worden. Lelystad was uitgedacht door Van Eesteren als een functionalistische stad voor 100.000 inwoners met als inspiratiebron ‘garden cities’ en Britse ‘New Towns’, met een stedenbouwkundige structuur van lange lijnen, een strakke functiescheiding en veel ruimte, licht en lucht. Een groene stad met veel ruimte voor wonen, werken en recreëren in de nabijheid van de volle en drukke Randstad. De kwaliteit van de huidige woonwijken en de urgentie voor ingrijpen varieert. Soms zijn de wijken op orde en is consolideren het credo, maar vaker is vitalisering of zelfs transformatie van slechtere delen van deze woonwijken noodzakelijk. De buurten dienen levensloopbestendig te zijn en te zijn ingericht op langer thuis wonen. De hele wooncarrière kan plaatsvinden in de buurt.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
18
Ruimtelijke onderbouwing, Lelystad, Wold 11 Definitief Lelystad gaat een strategische wijkaanpak gericht op stedelijke vernieuwing opstellen. Dit is een stap voor stap, buurt tot buurt benadering. Op basis van wijkanalyses wordt een selectie van de eerste wijken en prioritering per buurt aangegeven. Sociale en fysieke leefbaarheids- en gezondheidsproblemen doen zich vaak voor in een deelgebied op zelfs op complexniveau van een wijk. Ook is er een wens voor een gezonde en beweegvriendelijke omgeving. Voor deze geselecteerde buurten worden kansenkaarten opgesteld, die de basis voor de wijkagenda’s vormen. Lelystad stuurt bij deze strategische wijkaanpak vooral op de instroom van draagkrachtigere bewoners, het openbreken van in zichzelf gekeerde buurten, een gedifferentieerde woningvoorraad met ook duurdere woningen, soms intensivering soms verdunning, ruimte voor kleinschalige economische activiteiten en voor de vernieuwing van het publieke domein. Ook zet Lelystad in op mogelijkheid om door te stromen in eigen wijk. Lelystad wil onder mijning en ruimtelijke segregatie voorkomen. In de buurtvernieuwing liggen daarbij kansen om de natuur nog meer de stad in te brengen door natuurinclusief te vernieuwen of bouwen en binnen de wijken het wonen naar het groen toe te keren.
De noodzakelijke verduurzaming, ontwikkeling naar een circulaire economie, energietransitie en klimaatadaptief maken van de woonomgeving is een katalysator voor wijkvernieuwing. In de nabije toekomst zullen Waterwijk, Boswijk, Atol en Zuiderzeewijk worden gerevitaliseerd. Naar aanleiding van onderzoek zal worden besloten of hier herinrichting wenselijk is. 3.3.1.3 Aantrekkelijke en gezonde buurten Ontwikkelen, bouwen en wijkvernieuwing gaan in Lelystad altijd samen met de ontwikkeling van natuur. Wie in Lelystad woont (zowel in nieuwbouw als de bestaande buurten), woont in of nabij de natuur. Dit levert onderscheidende, groene woonmilieus op, uniek in de MRA. Lelystad biedt ruimte voor nieuwe woonlandschappen en het aantrekkelijker maken van de bestaande woonwijken, groen en duurzaam bouwen, ruimte voor collectief en particulier opdrachtgeverschap. Lelystad heeft een transitie in gang gezet waarbij de gezondheid in de buurten centraal komt te staan (in plaats van de zorg). Dit strategisch traject zal de komende twee decennia in beslag nemen. Binnen de nieuwe buurtaanpak wordt deze transitie in de zorg aangepakt in combinatie met de andere maatschappelijke thema’s, zoals energietransitie, circulaire economie en duurzaamheid, groot onderhoud, klimaatadaptatie, gedeeld eigenaarschap en veiligheid. Centraal staat het concept ‘positieve gezondheid’.
Positieve gezondheid geeft een bredere kijk op gezondheid en zorg. Het gaat niet alleen om de lichamelijke aspecten, maar ook om het mentaal welbevinden en het dagelijks functioneren die beïnvloeden hoe gezond iemand zich voelt. Daarmee wordt het accent op de mens in plaats van op een ziekte of beperking gelegd. Belangrijke ruimtelijke dragers op het schaalniveau van de wijk om de groei van Lelystad te begeleiden zijn: • • • •
buurtparken en groene omzooming wijken: zorgen voor herkenbare wijken en een gezonde leefomgeving; fiets- en wandelpaden: gezonde wijze van transport; buurtcentra: plekken voor ontmoeting; woonhoven: een herwaardering van de woonhoven kan ruimte bieden aan de omschakeling naar een circulaire economie, energietransitie en het klimaatrobuust maken van de woonomgeving. Woonhoven geven de stad een menselijke maat door ruimte te geven aan ontmoeting en zijn een inspiratie voor nieuwe ontwikkelingen in Lelystad.
3.3.1.4 Toetsing Omgevingsvisie Lelystad In voorliggend geval wordt appartementengebouw met 49 appartementen gerealiseerd op de locatie Wold 11. Het beoogde gebouw kenmerkt zich door de trapsgewijze bouwstijl. De ‘trappen’ in de vormgeving zijn buitenruimten voor de woningen die zijn omgeven met een groen kader. Deze kaders benadrukken de groene gevels en koppeling met het omliggende Woldpark. Door de getrapte opbouw aan meerdere kanten gaat het gebouw als het ware op in de omgeving. Het nieuwe gebouw wordt duurzaam gebouwd. Daken worden ingericht met zonnepanelen en het gebouw wordt voorzien van luchtwarmtepompen.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
19
Ruimtelijke onderbouwing, Lelystad, Wold 11 Definitief Resume: Het beoogde appartementencomplex sluit aan bij de bestaande omliggende woonbestemmingen en zorgt voor meer interactie met de wijk en het naastgelegen park. Invulling aan de Omgevingsvisie wordt gegeven door de realisatie van een aantrekkelijke buurt en de realisatie van een duurzaam gebouw. Samengevat wordt geconcludeerd dat de ontwikkeling in overeenstemming is met de Omgevingsvisie van de gemeente Lelystad. 3.3.2
Woonvisie 2022-2027
3.3.2.1 Algemeen Op 8 maart 2022 heeft de gemeenteraad van Lelystad de nieuwe Woonvisie 2022-2027 vastgesteld. In de woonvisie staan de belangrijkste afspraken voor het woonbeleid. Er staan opgaven in voor onder meer de groeiambitie, de bestaande stad, betaalbaarheid en beschikbaarheid, duurzaamheid en wonen en zorg. In de woonvisie heeft de gemeente haar opgaven en ambities op het gebied van volkshuisvesting herijkt. Op demografisch gebied vinden er significante veranderingen plaats. De bevolking in Lelystad wordt ouder en bestaat uit steeds meer kleine huishoudens. Mensen worden flexibeler en minder plaats afhankelijk in werken en wonen. En ook de wettelijke taakstelling voor verduurzaming, extramuralisering van de zorg en de uitstroom uit beschermd wonen en de maatschappelijke opvang hebben impact op de woningmarkt. Deze ontwikkelingen bieden uitdagingen en kansen. Lelystad heeft een grote groei ambitie. In het kader van de tweede kamer motie Koerhuis (KST32847621) over het toevoegen van 100.000 woningen in Flevoland, heeft Lelystad aangegeven 15.000 woningen te kunnen realiseren. De gemeenteraad heeft in het najaar van 2020 aangegeven een toevoeging van 40.000 woningen over de gehele stad te ambiëren. Dit zou meer dan een verdubbeling van de huidige woningvoorraad betekenen.
Het gekozen groeiscenario zegt uiteraard ook iets over voor wie je bouwt en welke soort woningen er toegevoegd dienen te worden. Daarnaast staat het bouwen van woningen niet op zichzelf. Zo zijn de uitbreiding van het voorzieningenniveau en de werkgelegenheid belangrijke benodigdheden voor de groei van de stad. Bovendien is de blijvende verbetering van het imago van de stad en de financiële stabiliteit van de gemeente belangrijke randvoorwaarden om de groeiambitie te doen slagen. Meer dan voorheen kan de Woonvisie daarom niet los gezien worden van andere sporen die inmiddels zijn opgestart, zoals de Omgevingsvisie, Lelystad Next Level (LNL) en andere beleidsagenda’s. In de woonvisie wordt beschreven wat de gemeente Lelystad de komende tien jaar kwalitatief wil bereiken op het brede terrein van wonen. Er worden opgaven geformuleerd over onder meer de groeiambitie, de bestaande stad, betaalbaarheid en beschikbaarheid, duurzaamheid en wonen en zorg. 3.3.2.2 Ambities In de woonvisie zijn een aantal hoofd ambities geformuleerd namelijk: • • • • • • • • • • • •
Lelystad is een evenwichtige en inclusieve stad; Lelystad is een sterke groei stad; Lelystad biedt hoogwaardige woonkwaliteit; Lelystad is een groene, duurzame en natuurinclusieve stad; Lelystad trekt sterkere schouders aan; Lelystad biedt onderscheidende woonmilieus; Lelystad biedt de ruimte voor nieuwe initiatieven en woonconcepten; Lelystad gaat voor openheid en transparantie in de ontwikkeling van nieuwbouw; Lelystad stelt kwaliteit boven kwantiteit; Lelystad gaat voor integrale gebiedsontwikkeling; Lelystad gaat flexibel programmeren in relatie tot conjunctuur; Participatie hebben we hoog in het vaandel.
Specifiek voor voorliggend initiatief is de ambitie/het uitgangspunt van belang dat Lelystad streeft naar gemengde wijken, waarbij op wijkniveau verschillende prijsklassen en woning categorieën vertegenwoordig worden.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
20
Ruimtelijke onderbouwing, Lelystad, Wold 11 Definitief 3.3.2.3 Kwalitatieve behoefte In de woonvisie zijn 3 groeiscenario’s onderzocht op basis waarvan de woningbehoefte is gebaseerd. Dit zijn de volgende scenario’s: 1. 2. 3.
Autonome groei (o.b.v. de demografische ontwikkeling van de stad); Groei met 15.000 huishoudens; Groei met 40.000 huishoudens.
De gemeente heeft deze scenario’s vergelijken met harde en zachte plannen. Met het aantal woningen in de huidige plannen (4.100 woningen in zowel harde als zachte plannen) kan worden voorzien in de woonbehoefte in de periode 2021-2025 uit scenario 1 en grotendeels in de woonbehoefte uit scenario 2. De plannen voor circa 2.960 woningen zijn planologisch hard. Daarmee is er nog ruimte om harde plancapaciteit toe te voegen. Ook moet gewaakt worden voor vertraging van plannen en planuitval. Het risico van vertraging / planuitval wil de gemeente opvangen op door meer woningen in plannen te hebben dan er op basis van de gedestilleerde woningbehoefte toegevoegd dienen te worden. Het voldoen aan de woningbehoefte voor de periode 2021-2025 op basis van scenario 3 vraagt om versnelling van bestaande en toevoeging van nieuwe woningbouwplannen. Belangrijk is dat wanneer de gemeente inzet inzetten op dit derde scenario de verstedelijkingsopgave en de versterking van de stad als geheel grotere aandacht vraagt. Naast de inzet op het bouwen van woningen in de uitleglocaties zoals Warande zal dit derde scenario meer inzet vragen op plannen voor inbreiding. Door te kiezen voor inbreiding en verdichting ontstaan in dit scenario kansen voor de noodzakelijke versterking van het centrum van de stad.
Geschikte locaties voor deze verdichting zijn onder andere het Stationsgebied en het Theaterkwartier. 3.3.2.4 Kwalitatieve behoefte Wanneer wordt ingezoomd op de woningtypologie en het woonmilieu in plannen dan valt op dat er voornamelijk plannen zijn voor stedelijke appartementen en grondgebonden woningen in een suburbane / groene woonomgeving. In deze segmenten ziet de gemeente ook de grootste behoefte voor de komende 5 jaar. Tegelijkertijd voorzien de plannen onvoldoende in de behoefte naar grondgebonden woningen in een stedelijke woonomgeving. Het gaat dan veelal om grondgebonden woningen op compacte kavels nabij voorzieningen. Passend zijn herenhuizen en stadsvilla’s die in blokken / rijen worden gerealiseerd of woningen in de plint van een appartementencomplex. Als de behoefte voor de komende vijf jaar wordt geconfronteerd met de plannen op het gebied van eigendomsvorm, is te zien dat de behoefte en het aantal plannen voor sociale huurwoningen met elkaar in lijn liggen. Dit geldt ook voor de vrije sector huurwoningen. Wel is er veel vraag naar woningen in het betaalbare koopsegment (koopprijs tot €297.000), zowel in een stedelijk woonmilieu als in een suburbane/ groene woonomgeving. Het aantal plannen in dit segment is nog lang niet toereikend voor de behoefte die de komende vijf jaar gaat spelen.
Daarnaast valt het op dat het omgekeerde waar is voor middeldure koopwoningen (koopwoningen met een prijs tussen €297.000 tot €450.000). Hier overstijgt het aantal plannen de behoefte de komende 5 jaar. Bij de dure koopwoningen is te zien dat de behoefte en de plannen redelijk in lijn met elkaar liggen. Ook de behoefte aan appartementen en nultredenwoningen in een suburbane / groene woonomgeving is groter dan het aantal woningen dat is opgenomen in de huidige plannen zoals aangegeven in de woonvisie. Het toevoegen van grondgebonden nultredenwoningen (zoals patio’s en bungalows) sluit aan bij de ruimtelijke kenmerken van een suburbaan / groene woonomgeving. Het toevoegen van appartementen in dit woonmilieu gaat veelal om kleinschalige appartementencomplexen. Dit kunnen ook complexen zijn die in bestaande wijken worden toegevoegd, zodat inwoners in Lelystad binnen de eigen wijk wooncarrière kunnen maken. Grootschalige appartementencomplexen in het groen of aan de rand van de stad zijn vanwege het ontbreken van voorzieningen en de afstand tot het centrum of een station minder passend en wenselijk. De gemeente ziet daarbij dat er uitwisseling mogelijk is tussen een deel van de suburbane vraag naar appartementen en stedelijke plannen met appartementen.
Zo zal een deel van deze woningzoekenden met een suburbane / groene woonvoorkeur die op zoek zijn naar een appartement in Bataviahaven of de Zuiderzeewijk kunnen landen. Dit vanwege het vrije uitzicht over het water en daarmee een suburbaan gevoel / beleving ondanks de stedelijke dichtheid in dit gebied.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
21
Ruimtelijke onderbouwing, Lelystad, Wold 11 Definitief 3.3.2.5 Toetsing aan de Woonvisie 2022-2027 Het voornemen ziet toe op de realisatie van 49 koopappartementen in de prijscategorie rond de €400.000 (variërend). In de beoogde situatie wordt de bestaande bebouwing gesloopt en wordt een appartementengebouw gerealiseerd. Het appartementengebouw wordt gesitueerd naast het Woldpark en aan het water. In de woonvisie komt naar voren dat er behoefte is aan appartementen in een suburbane woonomgeving. Deze behoefte is zelfs groter dan het aantal woningen dat is opgenomen in de huidige plannen zoals aangegeven is in de woonvisie. Het beoogde appartementengebouw wordt duurzaam gebouwd en voorzien van zonnepanelen en luchtwarmtepompen. In de woonvisie is opgenomen dat tot 2040 behoefte is aan 210 appartementen (uitgaande van scenario 3) in deze prijscategorie. Samenvattend wordt geconcludeerd dat wordt voldaan aan de kwalitatieve en kwantitatieve woonbehoefte zoals opgenomen in de ‘Woonvisie 2022-2027’. 3.3.3
Actieplan Duurzaamheid 2021-2024
3.3.3.1 Algemeen In 2016 heeft de gemeenteraad de Kadernota Duurzaamheid vastgesteld. In deze kadernota zijn de langjarige doelen beschreven die leiden tot een duurzamer Lelystad. Een jaar later is eveneens door de gemeenteraad het Uitvoeringsplan Duurzaamheid 2017-2020 vastgesteld. Daarin zijn speerpunten met projecten benoemd die bijdragen aan het behalen van de doelstellingen. Tegelijkertijd heeft de raad middelen beschikbaar gesteld om deze doelen te behalen. Als vervolg hierop is het Actieplan Duurzaamheid 2021-2024 vastgesteld. Geconstateerd is dat de door de raad vastgestelde kaders van 2016 nog actueel zijn en de middelen om deze te kunnen behalen vooralsnog toereikend zijn. Lelystad wil de stad zodanig inrichten dat deze vanuit economisch, ecologisch en menselijk oogpunt gezond, aantrekkelijk en toekomstbestendig is. In een gezonde stad is ruimte voor duurzame energie-, water-, voedsel, grondstoffen- en afvalkringlopen. Daarbij wordt gestreefd naar een samenhangende duurzame ontwikkeling met een betere balans tussen economie, ecologie en de mens. Het duurzaamheidsbeleid van Lelystad focust op zes speerpunten: 1. 2. 3. 4. 5. 6.
energie: meer energiebesparing en meer duurzame energie; afval en circulaire economie: meer scheiden, minder restafval en van afval naar grondstof; voedsel: meer consumptie van gezonde lokale producten en minder voedsel weggooien; fysieke leefomgeving: duurzame gebiedsontwikkeling, milieuvriendelijk beheer in een groene, biodiverse stad; mobiliteit: minder en schonere mobiliteit; onderwijs en ondernemen: versterken van de (duurzame) basis in het onderwijs, samenwerking tussen onderwijs en bedrijfsleven bij duurzame innovatie en meer maatschappelijk verantwoord ondernemen.
3.3.3.2 Toetsing aan het Actieplan Duurzaamheid 2021-2024 In voorliggend geval wordt deels leegstaande bebouwing gesloopt en wordt een appartementengebouw teruggebouwd. In het ontwerp is rekening gehouden met het veranderende klimaat. Zo is het nieuwe gebouw energiezuiniger en wekken zonnepanelen op het dak stroom op. Daarnaast wordt het gebouw voorzien van luchtwarmtepompen. Geconcludeerd wordt dat de gewenste ontwikkeling in overeenstemming is met het Actieplan Duurzaamheid 2021-2024. 3.3.4