BL1.1 Motivering woningbouw Karveel 39
Tekst van het document
Goede onderbouwing van de effecten op de fysieke leefomgeving Project Status Projectnummer Kenmerk Datum Auteur Controle
Karveel 39 15-17 te Lelystad definitief 24016 24016.02 3 maart 2025 N.A. Heuseveldt M.F. Bleeker MSc
Mees Ruimte & Milieu | Postbus 854 | 2700 AW Zoetermeer info@meesruimteenmilieu.nl | www.meesruimteenmilieu.nl | IBAN NL94ABNA0587770562 | KvK 34237628
COLOFON Mees Ruimte & Milieu | Postbus 854 | 2700 AW Zoetermeer 085 – 744 08 38 Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm, elektronisch op geluidsband of op welke andere wijze ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van Mees Ruimte & Milieu.
Mees Ruimte & Milieu | 24016.GOFLO
Pagina | 2
INHOUDSOPGAVE 1
2
3
4
5
6
7
Aanleiding en doel
5
Aanleiding Projectgebied Geldend omgevingsplan Leeswijzer
5 5 6 6
Project en toetsing omgevingsplan
7
Projectbeschrijving Toetsing omgevingsplan
7 10
Ruimtelijk beleid
13
Rijksbeleid Provinciaal beleid Gemeentelijk beleid
13 15 19
Omgevingskwaliteit
24
Landschappelijke en stedenbouwkundige inpassing Ruimtelijke kwaliteit / beeldkwaliteit / architectuur / welstand Cultuurhistorie, monumenten en archeologie Duurzaamheid en natuurinclusief bouwen Zorgvuldig ruimtegebruik / Ladder voor duurzame verstedelijking
24 25 30 31 33
Aspecten fysieke leefomgeving
35
Activiteiten en milieuzonering Asbest Bodem Geluid Gezondheid Lucht Milieueffectrapportage Mobiliteit en parkeren Natuur Omgevingsveiligheid Ontplofbare oorlogsresten Trillingen Water
35 36 37 38 39 40 42 43 46 49 52 53 54
Beschrijving uitvoerbaarheid
61
Economische uitvoerbaarheid Maatschappelijke uitvoerbaarheid
61 61
Conclusie ruimtelijke en functionele inpasbaarheid
63
Mees Ruimte & Milieu | 24016.GOFLO
Pagina | 3
Bijlagen 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12
Situatietekening Asbestinventarisatie Bodemonderzoek Quickscan flora en fauna Nader ecologisch onderzoek Stikstofdepositieonderzoek Bomeninventarisatie Onderzoek wegverkeerslawaai Onderzoek geluid huisarts Parkeerdrukonderzoek Aanmeldnotitie Watertoets
Mees Ruimte & Milieu | 24016.GOFLO
Pagina | 4
1
AANLEIDING EN DOEL AANLEIDING In opdracht van Clave Vastgoedontwikkeling B.V. heeft Mees Ruimte & Milieu een goede onderbouwing van de effecten op de fysieke leefomgeving opgesteld voor de gewenste ontwikkeling van woningen en gebouw ten behoeve van een/twee huisartsenpraktijken ter plaatse van Karveel 39, 15-17 te Lelystad. Omdat de ontwikkeling niet mogelijk is op basis van het geldende omgevingsplan, dient een planologische procedure te worden doorlopen. De planologische procedure wordt doorlopen aan de hand van een omgevingsvergunning voor een ‘buitenplanse omgevingsplan activiteit’ (BOPA). Onderdeel van deze omgevingsvergunning is de motivatie om af te wijken van het geldende omgevingsplan, de zogenoemde Goede Onderbouwing van de Fysieke LeefOmgeving (GoFlo). Voorliggende rapportage betreft de GoFlo, waarin wordt gemotiveerd dat sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (etfal).
PROJECTGEBIED Het projectgebied is gesitueerd op het adres Karveel 39 15-17 te Lelystad. De projectlocatie is gelegen in sectie M en heeft de volgende percelen: 4283, 4285, 4286, 5872, 7729 en 7730. Onderstaande figuur toont de ligging van de projectlocatie. De locatie wordt aan alle zijden begrensd door straten waaraan woningen met tuinen zijn gelegen. Figuur 1. Luchtfoto projectgebied (bron: Qgis; eigen bewerking)
Mees Ruimte & Milieu | 24016.GOFLO
Pagina | 5
GELDEND OMGEVINGSPLAN Ter plaatse van het projectgebied geldt het “Omgevingsplan gemeente Lelystad”( /akn/nl/act/gm0995/2020/omgevingsplan), zoals gepubliceerd op 27 februari 2024 (in werking getreden vanaf 28 februari 2024). Het projectgebied valt onder het tijdelijk deel van het omgevingsplan, aangezien de voormalige bestemmingsplannen en voorbereidingsbesluiten nog niet zijn omgezet naar het definitieve omgevingsplan. In paragraaf 2.2 van deze GoFlo wordt hier nader op ingegaan. De activiteit ‘wonen’ is volgens het geldende omgevingsplan niet toegestaan en de beoogde bebouwing voldoet niet aan het opgenomen bouwvlak. Voor deze BOPA wordt dan ook een omgevingsvergunning aangevraagd om af te wijken van het omgevingsplan. Opgemerkt wordt dat een huisartsenpraktijk wel is toegestaan op basis van het geldende omgevingsplan. Volledigheidshalve wordt in voorliggend rapport ingegaan op de compleet beoogde ontwikkeling met wonen en een huisartsenpraktijk.
LEESWIJZER Na dit inleidende hoofdstuk vormen de daaropvolgende hoofdstukken de verantwoording van de activiteit die deze motivering mogelijk maakt. Het betreft de onderbouwing waarom sprake is van een ‘evenwichtige toedeling van functies aan locaties’. De hiernavolgende hoofdstukken zijn als volgt opgebouwd: Hoofdstuk 2: In dit hoofdstuk wordt het project (de beoogde ontwikkeling) beschreven en vindt toetsing aan het geldende omgevingsplan plaats. Hoofdstuk 3: In dit hoofdstuk worden de relevante beleidskaders beschouwd. Hoofdstuk 4: Dit hoofdstuk betreft een beschrijving van de omgevingskwaliteit, waarbij onder meer de stedenbouwkundige inpassing, archeologie en cultuurhistorie aan bod komen. Hoofdstuk 5: Dit hoofdstuk betreft een beschrijving van de aspecten met betrekking tot de fysieke leefomgeving, waar omgevingsaspecten zoals bodem, geluid en gezondheid aan bod komen. Hoofdstuk 6: In dit hoofdstuk wordt de uitvoerbaarheid van het project beschreven. Hoofdstuk 7: Dit hoofdstuk betreft de conclusie ten aanzien van de ruimtelijke en functionele inpasbaarheid.
Mees Ruimte & Milieu | 24016.GOFLO
Pagina | 6
2
PROJECT EN TOETSING OMGEVINGSPLAN PROJECTBESCHRIJVING Huidige situatie De projectlocatie beslaat het ‘Triade-terrein’ aan Karveel 39, 15-17 te Lelystad en heeft een grootte van circa 1,3 hectare. In de huidige situatie is er ter plaatse van de projectlocatie bebouwing aanwezig, in figuur 2 is deze weergegeven. Het projectgebied is grotendeels verhard door parkeergelegenheid. Het noorden van het projectgebied is juist grotendeels onverhard. Daar is sprake van gras maar ook van andere beplanting zoals diverse struiken en bomen. De ontsluiting vind plaats via Karveel 39 en Karveel 42. Ten noorden, westen en zuiden van de projectlocatie zijn woningen gelegen. Aan de zuidzijde van het projectgebied is een kiss en ride lus aanwezig. Aan de oostzijde van de projectlocatie naast de woningen sprake van een speelpark. Ten zuidoosten van de projectlocatie is een basisschool aanwezig. Figuur 2. Huidige situatie weergegeven op een luchtfoto (bron: Qgis; eigen bewerking)
Toekomstige situatie
Het doel is om de gehele locatie te herontwikkelen. Het programma bestaat uit in het totaal 48 (koop)woningen en een gebouw ten behoeve van een huisartsenpraktijk. Daarin worden maximaal twee huisartsenpraktijken gevestigd met maximaal 9 behandel-/spreekkamers. De woningen zijn allemaal Mees Ruimte & Milieu | 24016.GOFLO
Pagina | 7
grondgebonden rijwoningen en worden voorzien van een tuin. De mix van woningen bestaat uit smalle, grotere en senioren rijwoningen. Bij de huisartsenpraktijk wordt voorzien in een buitenruimte welke wordt ingericht voor fietsparkeren en een groene erfafscheiding. De ontwikkeling staat ook wel bekend onder de naam “De Spiegel”. Om de beoogde ontwikkeling mogelijk te maken zal de huidige bebouwing worden gesloopt. Daarnaast zal ook de rest van het gebied anders worden ingericht. In dat kader is een analyse uitgevoerd van de reeds aanwezige bomen en beplanting. In het ontwerp is zoveel mogelijk rekening gehouden met bomen die onderdeel maken van een beschermde structuur. Daarnaast wordt er ook groen toegevoegd. In paragraaf 5.9 wordt hier nader op ingegaan. In figuur 3 is een schets te zien van de toekomstige situatie. Het plan bestaat uit een heldere, orthogonale structuur met een erfachtige openbare ruimte met groen karakter. De woningen aan de noord- en oostzijde van het projectgebied hebben een maximale bouwhoogte van 8 meter. De woningen in het middelste blok en aan de oost- en zuidzijde hebben een maximale bouwhoogte van 10 meter. De huisartspraktijk heeft een maximale hoogte van 8 meter, zie ook onderstaande figuur.
In figuur 4 is vervolgens de situering van de verschillende type woningen weergegeven en in figuur 5 is een indicatieve impressie van de beoogde volumes opgenomen. Het ontwerp voorziet in wonen aan een woonerf. De bebouwing is georiënteerd op de hoofdweg, zoals weergegeven in onderstaand figuur. Toegang tot het terrein met de auto gaat via de westzijde en zuidoostzijde. Parkeergelegenheid wordt voorzien tussen de bebouwing in koffers. In paragraaf 5.8 wordt verder ingegaan op het aspect parkeren. In onderstaand figuur (figuur 3) is aan de noordzijde van het projectgebied een gedeelte in het paars gearceerd weergegeven. Dit stuk grond grenst aan de tuinen van de bestaande woningen ten noorden van het plangebied en wordt ook verkocht aan deze bewoners. Het stuk grond maakt daarmee onderdeel uit van de tuinen van de bestaande woningen aan de noordzijde van het projectgebied. Figuur 3. Beoogde inrichting projectlocatie (bron: SVP, d.d. 27 augustus 2024)
Mees Ruimte & Milieu | 24016.GOFLO
Pagina | 8
Figuur 4. Programma toekomstige situatie (bron: Stedenbouwkundig ontwerp, d.d. 12 september 2024)
Figuur 5. Sfeerimpressie toekomstige situatie met te onderscheiden type woningen (bron: Stedenbouwkundig ontwerp, d.d. 11 november 2024)
In paragraaf 4.1 wordt nader ingegaan op de stedenbouwkundige inpassing.
Mees Ruimte & Milieu | 24016.GOFLO
Pagina | 9
TOETSING OMGEVINGSPLAN In deze paragraaf wordt het initiatief getoetst aan het omgevingsplan van rechtswege, bestaande uit: 1. Bestemmingsplannen, beheersverordeningen, uitwerkingsplannen, wijzigingsplannen & exploitatieplannen; 2. Verordening Fysieke Leefomgeving 2021; 3. Bruidsschat.
Bestaande bouw- en gebruiksmogelijkheden Ter plaatse van het projectgebied geldt het “Omgevingsplan gemeente Lelystad” (/akn/nl/act/gm0995/2020/omgevingsplan), dat per 28 februari in werking is getreden. De bestemmingsplannen die van kracht waren ten tijden van inwerkingtreding van het omgevingsplan, zijn van rechtswege onderdeel geworden van het (tijdelijk deel) van het omgevingsplan. Deze bestemmingsplannen worden hieronder beschouwd. Gemeentelijk plan; bestemmingsplan artikel 10 “Boeier – Karveel” Het bestemmingsplan “Boeier – Karveel” is vastgesteld door de gemeenteraad van Lelystad op 9 april 2009. De centrale doelstelling van het bestemmingsplan is met name het geven van een actuele en eenduidige planologische regeling voor de bestaande bebouwing in Boeier – Karveel, gericht op het behoud en verbeteren van de aanwezige kwaliteiten in het betreffende gebied. Op basis van het bestemmingsplan kent de projectlocatie de bestemming ‘Maatschappelijk’. Gebouwen zijn uitsluitend toegestaan ter plaatse van het opgenomen bouwvlak. Ter plaatse van het bouwvlak geldt een maximale bouwhoogte van 10 meter. Figuur 6. Uitsnede plankaart behorend bij het bestemmingsplan “Boeier – Karveel”
Bestemmingsplan “Lelystad – Luchthavencontouren” Het bestemmingsplan “Lelystad – Luchthavencontouren” is als ontwerp ter inzage gelegd vanaf 18 mei 2017 en is in navolging daarvan nog niet vastgesteld. Het luchthavenbesluit maakt de groei van Lelystad Airport naar maximaal 45.000 vliegtuigbewegingen mogelijk. In het luchthavenbesluit zijn beperkingengebieden aangewezen en regels opgenomen over onder andere het aspect het externe veiligheidsrisico. Het projectgebied is gelegen binnen de gebiedsaanduiding ‘vrijwaringszone – Luchtvaart 3’. Deze aangeduide gronden zijn mede bestemd voor het vrijhouden van een noodgebied (outer horizontaal surface) voor de bereikbaarheid van het vliegveld. Op de met 'vrijwaringszone - luchtvaart 3' aangeduide gronden zal de bouwhoogte van bouwwerken binnen de ter plaatse voorkomende bestemmingen ten hoogste 146,3 meter bedragen ten opzichte van NAP, dan wel de bestaande bouw- of tiphoogte bedragen. De beoogde Mees Ruimte & Milieu | 24016.GOFLO
Pagina | 10
herontwikkeling is niet in strijd met het bestemmingsplan “Lelystad – Luchthavencontouren” gezien de maximale beoogde bouwhoogte van 10 meter. Bestemmingsplan “Parapluplan Algemene regels woningsplitsing en kamerbewoning Lelystad” Op 22 september 2020 heeft de gemeenteraad van Lelystad het bestemmingsplan “Parapluplan Algemene regels woningsplitsing en kamerbewoning Lelystad” vastgesteld. De aanleiding voor dit bestemmingsplan is het ruimtelijke reguleren van woningsplitsing en verkamering van woningen in alle woonwijken binnen in het stedelijk gebied van Lelystad. Bij de beoogde ontwikkeling is sprake van de realisatie van onder andere woningbouw, maar is geen sprake van splitsing of kamerverhuur. De beoogde ontwikkeling is niet in strijd met het “Parapluplan Algemene regels woningsplitsing en kamerbewoning Lelystad”. Bestemmingsplan “Parapluplan parkeren Lelystad” Het “Parapluplan parkeren Lelystad” is vastgesteld door de gemeenteraad van Lelystad op 21 november 2023. Het doel van het paraplubestemmingsplan is het zorgen voor een toetsingskader om te bepalen of er sprake is van voldoende parkeergelegenheid bij nieuwbouwplannen, verbouwplannen en functiewijzigingen.
Bij berekening van het benodigde aantal parkeerplaatsen wordt gebruik gemaakt van de parkeernormen uit de door de gemeenteraad vastgestelde Nota Parkeernormen Lelystad 2023 Op het aspect parkeren wordt in paragraaf 5.8 nader ingegaan. Op basis daarvan kan worden geconcludeerd dat ter plaatse van de projectlocatie wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid en wordt voldaan aan de regels uit het parapluplan. Voorbereidingsbesluiten Ter plaatse van de projectlocatie zijn daarnaast de volgende voorbereidingsbesluiten van toepassing: Voorbereidingsbesluit bodem gemeente Lelystad. Hiermee zijn regels voor het bouwen van een bodemgevoelig gebouw op een bodemgevoelige locatie opgenomen. Ten behoeve van de beoogde ontwikkeling is een bodemonderzoek uitgevoerd. In paragraaf 5.3 wordt hier nader op ingegaan. Daaruit volgt dat het aspect bodem geen belemmering vormt voor de voorgenomen ontwikkeling met wonen. Voorbereidingsbesluit grondwaterkwaliteit Flevoland – gemeente Lelystad. Hiermee zijn regels over grondwaterkwaliteit opgenomen. In dit kader wordt ook verwezen naar het reeds uitgevoerde bodemonderzoek waarbij ook is ingegaan op het aspect grondwater. In paragraaf 5.3 wordt hier nader op ingegaan. Daaruit volgt dat het aspect bodem geen belemmering vormt voor de voorgenomen ontwikkeling met wonen. Voorbeschermingsregels hyperscale datacentra.
Hiermee is bepaald dat het verboden is om een hyperscale datacentrum te bouwen of bouwwerken of gronden te gebruiken ten behoeve van een hyperscale datacentrum. Aangezien hier niet in wordt voorzien wordt hier niet nader op ingegaan in voorliggende onderbouwing. Verordening Fysieke Leefomgeving Lelystad 2021 Ter plaatse van de projectlocatie geldt de ‘Verordening Fysieke Leefomgeving Lelystad 2021’. In deze verordening zijn regels uit vijf verordeningen beleidsneutraal omgezet naar de Verordening fysieke leefomgeving. Bij het omzetten zijn de regels echter wel geactualiseerd, verduidelijkt en op elkaar afgestemd. In de verordening wordt ingegaan op aspecten zoals geluidshinder, bodemverontreiniging, erfgoed en riolering. In hoofdstuk 4 en 5 van deze onderbouwing wordt ingegaan op onder andere deze aspecten. Voor de beoogde ontwikkeling zijn geen strijdigheden met de Verordening Fysieke Leefomgeving 2021 geconstateerd.
Mees Ruimte & Milieu | 24016.GOFLO
Pagina | 11
Strijdigheden met het omgevingsplan De ontwikkeling aan de Karveel 39 is op een tweetal onderdelen in strijd met het geldende omgevingsplan. De strijdigheden zijn gelegen in: 1. De bestemming; ter plaatse van het projectgebied is de bestemming ‘Maatschappelijk’ geldend. De beoogde woningen zijn binnen de huidige bestemming niet toegestaan, de huisartspraktijk wel. Daarnaast wordt het stuk grond dat middels de paarse arcering in figuur 3 is weergegeven, van functie gewijzigd. In plaats van maatschappelijk krijgt dit stuk grond de functie tuin, ten behoeve van de bestaande tuinen ten noorden van het projectgebied. 2. Het bouwvlak: de beoogde bebouwing valt deels buiten het bouwvlak.
Beperkingengebieden Een beperkingengebied is een breed verzamelbegrip en wordt in de Omgevingswet gedefinieerd als een gebied dat bij of krachtens de wet (door Rijk of provincie) is aangewezen, waar vanwege de aanwezigheid van een werk of object, regels gelden over activiteiten die gevolgen hebben of kunnen hebben voor dat werk of object. De Omgevingswet verplicht Rijk en provincie om beperkingengebieden aan te wijzen, zoals zones rond wegen, hoofdspoorwegen, luchthavens, waterkeringen, rijkswegen en vaarwegen. Kortgezegd zijn dit de gebieden rondom wegen en waterstaatswerken waar beperkingen gelden. De projectlocatie is niet binnen een of meerdere beperkingengebieden gelegen. Dit aspect zal derhalve niet nader behandeld worden in voorliggende onderbouwing.
Omgevingswaarden Een omgevingswaarde is een van de instrumenten om beleid door te laten werken vanuit het Rijk en provincie, maar ook van de gemeente zelf. Omgevingswaarden zijn maatstaven voor de fysieke leefomgeving voor:
de gewenste staat of kwaliteit op een bepaald moment op een bepaalde plaats; de toelaatbare belasting door activiteiten; de toelaatbare concentratie of depositie van stoffen.
De omgevingswaarde moet worden uitgedrukt in meetbare of berekenbare eenheden of anderszins in objectieve termen. Een kwalitatieve omgevingswaarde is mogelijk als zo’n aspect met objectieve termen kan worden omschreven. Bijvoorbeeld: wanneer een rivier moet voldoen aan de normen voor een ‘goede ecologische toestand’, is een objectieve beschrijving van kwaliteiten nodig in bijvoorbeeld een programma of beleidsregel. Omgevingswaarden hebben geen doorwerking naar andere partijen dan de gemeente die de omgevingswaarde heeft vastgesteld. De gemeente kan omgevingswaarden vaststellen in het omgevingsplan. Het moet dan gaan om omgevingswaarden die het gemeentebestuur kan beïnvloeden of beheersen door de inzet van beleidsinstrumenten, zoals voor geur of geluid. Bij de toets aan het omgevingsplan is niet gebleken dat voor de voorgenomen ontwikkeling specifieke omgevingswaarden zijn vastgesteld, waaraan de voorgenomen ontwikkeling moet worden getoetst. Toetsing aan rijksomgevingswaarden voor omgevingsaspecten, zoals luchtkwaliteit, komen in hoofdstuk 5 van deze GoFlo aan bod.
Mees Ruimte & Milieu | 24016.GOFLO
Pagina | 12
3
RUIMTELIJK BELEID RIJKSBELEID Nationale Omgevingsvisie In de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) wordt door het Rijk een langetermijnvisie gegeven op de toekomstige ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De NOVI bestaat uit een visie, toelichting en uitvoeringsagenda. De combinatie van deze drie documenten zorgt voor een toetsing die leidt tot nationale strategische keuzes en gebiedsgericht maatwerk. De NOVI beschrijft een toekomstperspectief met de ambities: wat willen we bereiken? Vervolgens worden de 21 nationale belangen in de fysieke leefomgeving en de daaruit voortkomende opgaven beschreven. Die opgaven zijn in feite het verschil tussen de ambitie en de huidige situatie en verwachte ontwikkelingen. De vier prioriteiten De Uitvoeringsagenda beschrijft de vier prioriteiten. De opgaven uit de toelichting kunnen veelal niet apart van elkaar worden aangepakt. Als een samenhangende, integrale aanpak nodig is over de sectoren heen, vraagt dit een andere inzet. De samenhang tussen opgaven manifesteert zich rond vier prioriteiten. 1. 2. 3. 4.
Ruimte voor klimaatadaptie en energietransitie; Duurzaam economisch groeipotentieel; Sterke en gezonde steden en regio’s; Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied.
Drie afwegingsprincipes Het doel van de NOVI is het bereiken van een balans tussen: ‘(a) het bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit en (b) doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkelen van de fysieke leefomgeving ter vervulling van maatschappelijke behoeften’. Beschermen en ontwikkelen sluiten elkaar niet per definitie uit en kunnen elkaar zelfs versterken. Echter, gaan beschermen en ontwikkelen niet altijd en overal zonder meer samen en zijn soms echt onverenigbaar. Een optimale balans tussen deze twee vergt steeds een zorgvuldige afweging en prioritering van ongelijksoortige belangen. Om dit afwegingsproces en de omgeving inclusieve benadering richting te geven, is in de NOVI een drietal afwegingsprincipes geformuleerd: 1. Combineren boven enkelvoudig; 2. Kenmerken & identiteit; 3. Afwentelen voorkomen. 3.1.1.1 Relatie tot ontwikkeling De beoogde ontwikkeling voorziet in het toevoegen van woningen en een huisartsenpraktijk. Deze ontwikkeling levert een bijdrage aan het nationaal belang om zorg te dragen voor een woningvoorraad die aansluit op de woonbehoeften zoals benoemd in nationaal belang 5. Daarnaast wordt met de beoogde ontwikkeling een bijdrage geleverd aan nationaal belang 10 (Beperken van de klimaatverandering) door te voorzien in duurzame maatregelen.
In paragraaf 4.4 wordt verder ingegaan op het aspect duurzaamheid. Uit de uitwerking van prioriteit 3 (Sterke en gezonde steden en regio’s) volgt onder andere dat sprake dient te zijn van een duurzame stedelijke ontwikkeling en dat het woningaanbod moet aansluiten bij de vraag. Daarnaast is één van de beleidskeuzes (beleidskeuze 3.3) onder prioriteit 3 “Verstedelijking vindt geconcentreerd plaats in de regio, toe te voegen nieuwe woon- en werklocaties worden zorgvuldig en op ruimte en mobiliteitsefficiënte wijze ingepast. Het woningaanbod in de regio’s sluit daarbij aan bij de vraag
Mees Ruimte & Milieu | 24016.GOFLO
Pagina | 13
naar aantallen en typen woningen, woonmilieus en prijsklasse”. Onderhavig plan sluit aan op prioriteit 3 en de beleidskeuze door woningen te realiseren binnen het bestaand stedelijk gebied, conform een programma waar grote behoefte naar bestaat en is afgestemd op de vraag. De kwantitatieve en kwalitatieve woningbehoefte komt ook in paragraaf 4.5 van deze GoFlo nader aan bod. De nationale belangen leveren verder geen beperkingen en/of belemmeringen op voor de ontwikkelingen op de projectlocatie. 3.1.1.2 Conclusie De beoogde ontwikkeling vindt aansluiting bij de nationale prioriteiten en belangen zoals beschreven in de NOVI. De NOVI staat de uitvoering van het project verder niet in de weg.
Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) In het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) staan onder meer regels over omgevingswaarden, instructieregels en beoordelingsregels. Het Bkl geldt voor het Rijk en decentrale overheden. Omgevingswaarden Een omgevingswaarde is een van de instrumenten waarmee overheden het beleid van een omgevingsvisie kunnen uitvoeren. Deze moet objectief zijn vast te stellen en meetbaar zijn. De rijksomgevingswaarden zijn vastgesteld in hoofdstuk 2 van het Bkl. De rijksomgevingswaarden luiden als volgt:
Lucht Waterveiligheid primaire waterkeringen Oppervlaktewaterkwaliteit Grondwater Bronnen voor drinkwater Zwemmen in oppervlaktewater NEC omgevingswaarden
Provincies en gemeenten mogen afwijkende of aanvullende omgevingswaarden stellen voor luchtkwaliteit, zwemwater en waterkwaliteit. Ook kunnen ze omgevingswaarden stellen voor onderwerpen waarover het Rijk geen omgevingswaarden stelt. Hierbij te denken aan omgevingswaarde voor geur- of lichthinder. Instructieregels Een instructieregel is een algemene regel waarmee een bestuursorgaan aan een ander bestuursorgaan aangeeft hoe dat orgaan een taak of bevoegdheid moet uitoefenen. Instructieregels gaan over de inhoud, toelichting of motivering van een instrument dat een bestuursorgaan op grond van de Omgevingswet kan inzetten. Voor deze GoFlo is met name hoofdstuk 8 van het Bkl relevant. Dit hoofdstuk bevat respectievelijk de instructieregels voor omgevingsvergunningen. Regels voor monitoring Bij monitoring verzamelen bestuursorganen gedurende langere tijd op systematische wijze gegevens over de fysieke leefomgeving of onderdelen daarvan. 3.1.2.1 Relatie tot ontwikkeling Hoofdstuk 8 van het Bkl bevat beoordelingsregels voor omgevingsvergunningen. Deze beoordelingsregels gelden voor omgevingsvergunningen waarvoor het Rijk de vergunningplicht bepaalt in de Omgevingswet, het Besluit activiteiten leefomgeving of het Besluit bouwwerken leefomgeving.
Beoordelingsregels voor omgevingsvergunningen waarvoor decentrale overheden de vergunningplicht bepalen staan in het omgevingsplan, de waterschapsverordening of de omgevingsverordening.
Mees Ruimte & Milieu | 24016.GOFLO
Pagina | 14
In relatie tot de beoogde ontwikkeling geldt dat de gemeente het bevoegde gezag is. In het Bkl zijn specifieke beoordelingsregels voor een aanvraag omgevingsvergunning (buitenplanse) omgevingsplanactivitiet opgenomen (artikel 8.0b t/m 8.0e Bkl) Artikel 8.0b, eerste lid, in hoofdstuk 8 van het Bkl bepaalt dat bij een aanvraag om een buitenplanse omgevingsvergunning de instructieregels in hoofdstuk 5 van het Bkl, de provinciale instructieregels en eventuele instructies over omgevingsplannen het beoordelingskader vormen van een buitenplanse omgevingsplanactiviteit. Voor zover deze regels relevant zijn voor de ontwikkeling wordt daar in voorliggende GoFlo op ingegaan. 3.1.2.2 Conclusie De relevante randvoorwaarden uit het Bkl komen in deze GoFlo aan bod.
PROVINCIAAL BELEID Omgevingsvisie FlevolandStraks: samen maken we Flevoland De Omgevingsvisie FlevolandStraks geeft de visie van de provincie Flevoland op de toekomst van dit gebied. De visie gaat over de periode tot 2030 en verder. Het geeft aan welke kansen en opgaven er voor Flevoland liggen en welke ambities de provincie heeft voor de toekomst. Het bijzondere verleden van de jongste provincie van Nederland vormt de basis van de visie. De drie kernopgaven van de provincie Flevoland zijn:
Het verhaal van Flevoland. Krachtige samenleving. Ruimte voor initiatief.
Veranderende maatschappelijke opvattingen en technologische mogelijkheden bepalen in grote mate de manier waarop in de toekomst wordt gewoond, gewerkt en geleefd in Flevoland. Deze veranderingen krijgen een grote impact. Flevoland gaat zich hierop voorbereiden met het doel om inwoners en bedrijven optimaal te laten profiteren van deze ontwikkelingen. In de strategische opgaven staan deze vraagstukken en ambities voor de toekomst beschreven. De vier strategische opgaven luiden als volgt:
Duurzame energie. Regionale kracht. Circulaire economie. Landbouw Meerdere Smaken.
3.2.1.1 Relatie tot ontwikkeling Duurzame energie Flevoland beschikt over een goede basis voor duurzame energie. Een groot deel van de huizen is jong en al goed geïsoleerd. De ambitie is om in 2030 en verder Flevoland bekend te alten staan als de provincie die draait op duurzame energie. De energietransitie is slagvaardig aangepakt. Er wordt zo min mogelijk energie gebruikt en de energie die wordt gebruikt wordt zelf of in de omgeving opgewekt. De provincie is op weg om in 2050 geen fossiel gas meer in de Flevolandse huizen en bedrijven te gebruiken. Samen met partners gaat de provincie de strategische opgave van duurzame energie aanpakken. Hiervoor wordt een mix van instrumenten en middelen ingezet. De beoogde ontwikkeling voorziet in de realisatie van 48 woningen en een huisartsenpraktijk. De ontwikkeling wordt gasloos gerealiseerd, zodat geen gebruik meer wordt gemaakt van fossiel gas; de reeds aanwezige bebouwing beschikt wel over een gasaansluiting. Het gasloos realiseren van de bebouwing sluit aan bij de ambities van de provincie.
Mees Ruimte & Milieu | 24016.GOFLO
Pagina | 15
Regionale kracht Stedelijke regio’s vormen in toenemende mate de motoren van de economie. Regiovorming verloopt niet vanzelf optimaal. In 2030 en verder heeft Flevoland een aantal voorzieningen dat op bovenregionaal niveau van excellente kwaliteit is. De ambitie is om in 2030 en verder te voorzien in een aantal voorzieningen dat op bovenregionaal niveau van excellente kwaliteit is. Voorzieningen met een aantrekkingskracht en een reputatie die over de provinciegrenzen gaan. Het gaat onder meer om excellente woonmilieus in Almere en Lelystad en prachtige groenblauwe natuur- en recreatiegebieden langs de waterrijke randen van de polder en toplandbouw. Excellente woonmilieus in Almere en Lelystad: beide steden kennen hun oorsprong om bevolkingsdruk van de Noordelijke Randstad op te vangen. Bij excellente woonmilieus gaat het om een prachtige omgeving met veel groen, water en natuur. Maar ook alle andere kenmerken van excellentie zoals uitstekend onderwijs, goede voorzieningen, veiligheid en sociale samenhang. De beoogde ontwikkeling bestaat uit de realisatie van 48 woningen en een gebouw met daarin een huisartsenpraktijk. De wijk krijgt een groen karakter door het aanleggen van groenvoorzieningen en wadi’s. Met het toevoegen van een huisartsenpraktijk wordt een bijdrage geleverd aan het voorzieningenniveau in de wijk.
De beoogde ontwikkeling draagt op deze punten dan ook positief bij aan het woonmilieu in de wijk Karveel. Circulaire economie In 2030 wil de provincie Flevoland grondstoffenleverancier zijn voor de circulaire economie. Dit wordt gedaan door in te zetten op groene grondstoffen, gebruikte materialen, het geven van het goede voorbeeld en het opzetten van een sterk platform voor circulair Flevoland. De bestaande bebouwing wordt gesloopt volgens circulaire principes, zodat het materiaal eventueel in een andere vorm, elders kan dienen als bouwstof of grondstof. Hiermee wordt een bijdrage geleerd aan een circulaire economie. 3.2.1.2 Conclusie De beoogde ontwikkeling sluit aan bij de uitgangspunten van de Omgevingsvisie FlevolandStraks.
Omgevingsverordening provincie Flevoland Op 1 januari 2024 is de omgevingsverordening van de provincie Flevoland in werking getreden. De inhoud van de omgevingsvisie is voor een groot deel leidend voor de inhoud van de omgevingsverordening. In de verordening zijn de regels over de fysieke leefomgeving van de provincie opgenomen. Gemeentelijke omgevingsplannen dienen aan deze regels te voldoen. Enkele relevante speerpunten uit de omgevingsverordening zijn de regels voor ruimtelijke kwaliteit. Hieronder zijn de voor de ontwikkeling relevante regels uit de omgevingsverordening opgenomen. 3.2.2.1 Relatie tot ontwikkeling In de omgevingsverordening van de provincie Flevoland zijn regels opgenomen die gelden binnen het gehele grondgebied van de provincie Flevoland en regels die gebied specifiek zijn. Hieronder zijn de van toepassing zijnde artikelen opgenomen, gevolgd door een toelichting waarbij wordt ingegaan op de relatie met het project. De projectlocatie heeft de volgende gebiedsaanwijzingen: Buiten het margegebied historische grondwaterverontreiniging. Voor ontwikkelingen in dit gebied dient GS een afschrift van een voorafgaande bodemonderzoek te ontvangen indien uit onderzoek blijkt dat voor één of meer verontreinigende stoffen de signaleringsparameter beoordeling grondwatersanering wordt overschreden.
Aangezien uit het bodemonderzoek blijkt dat dit niet het geval is het aanleveren van een afschrift van de resultaten van het bodemonderzoek aan GS niet aan de orde. Buiten windgebied: op een dergelijke locatie mogen geen nieuwe windmolens worden gerealiseerd en/of bestaande windmolens worden opgeschaald. Aangezien hier niet in wordt voorzien wordt aan de regels voldaan die hiervoor gelden. Gebied binnen de bebouwde kom. Voor het gebied binnen de bebouwde kom geldt een overstromingskans van 1/100 jaar. Hiermee wordt voldaan aan hetgeen in artikel artikel 12.8 is
Mees Ruimte & Milieu | 24016.GOFLO
Pagina | 16
opgenomen. Vooralsnog is er geen aanleiding voor een nadere analyse. In paragraaf 5.18 wordt nader ingegaan op het aspect water. Luchthaven gelegen in de provincie Flevoland. Deze begrenzing is relevant voor het aanvragen tot het vaststellen of wijzigen van een luchthavenbesluit dan wel luchthavenregeling. De beoogde ontwikkeling voorziet hier niet in, zodat deze gebiedsaanwijzing niet relevant is voor de ontwikkeling.
Uit voorgaande gebiedsaanwijzingen volgen geen aandachtspunten voor de beoogde ontwikkeling. Voor zover relevant wordt aan de van toepassing zijnde regels voldaan. 3.2.2.2 Conclusie De beoogde ontwikkeling voldoet aan de regels van de omgevingsverordening.
Flevolandse Woonagenda: woonwensen centraal Wonen is voor iedereen belangrijk, daarom heeft de provincie Flevoland de Flevolandse woonagenda opgesteld. Hiermee worden activiteiten geagendeerd die eraan bijdragen dat het in Flevoland goed wonen is voor iedereen. Daarvoor is evenwicht nodig op de woningmarkt. In grote delen van Nederland, waaronder Flevoland is dat niet overal het geval: er is meer vraag naar woningen, dan dat er aanbod is. Om dit te verbeteren wordt in de Flevolandse woonagenda actiepunten beschreven die hieraan bijdragen. In de provincie Flevoland is de afgelopen decennia structureel invulling gegeven aan het woonbeleid. De provincie is in staat gebleken om adequaat bij te dragen aan voldoende betaalbare goede woningen, zelfs voor huishoudens uit andere provincies. De provincie Flevoland vult haar woonbeleid in vanuit drie pijlers:
Via Flevoland bouwt voor NL (project ‘100.000’) faciliteert de provincie de bouwopgave. Samen met gemeenten zoekt zij naar mogelijkheden voor verstedelijking en kwantitatieve versnelling van de woningbouw. Wat is er nodig voor een kwalitatief goed woonaanbod met aandacht voor de kwaliteiten van wonen in Flevoland, de bestaande voorraad, betaalbaarheid, doelgroepen, woonwensen en duurzaamheid? Dat benoemt de provincie samen met gemeenten in de Flevolandse woonagenda. Via monitoring (goed bijhouden of doelen daadwerkelijk worden behaald) draagt de provincie bij aan eenduidige kennis en inzichten over de voortgang van het woonbeleid. De inzet van monitoring is op dit moment nog geen provinciaalbeleid.
Duurzaamheid De ambitie is om woningen en hun woonomgeving aan te passen zodat deze maximaal bijdragen aan de energietransitie, circulaire gebiedsontwikkeling, klimaatadaptatie en natuurinclusiviteit. De afgelopen jaren lag in de verduurzaming van de woningvoorraad het zwaartepunt bij energiebesparing en -transitie. De focus verschuift richting een samenhangende benadering met een balans tussen verschillende opgaven: Energietransitie: Een woning met goede isolatie en zuinige installaties, vraagt beduidend minder energie voor haar verwarming dan een woning die dat niet heeft. Het is helemaal goed als de gevraagde energie dan ook nog uit hernieuwbare bronnen komt (bijvoorbeeld zon of wind). Gemeenten werken in dit kader aan ‘transitievisies warmte’ en maken die concreet in wijkuitvoeringsplannen. Ook de Regionale Energie Strategie geeft voor verschillende delen van Flevoland handvatten om de energietransitie in de gebouwde omgeving te realiseren. Circulariteit: Duurzaamheid betreft ook zuinig gebruik van materialen. Doel is om in 2050 een 100% circulaire economie te hebben. Dit kan door het beperken van de vraag, het gebruik van herbruikbare materialen, en de efficiënte inzet van grondstoffen. Dit leidt tot twee hoofdkeuzes: waar mogelijk gebruik van hout en andere biobased materialen - verbindingen die ongeschonden los te maken zijn (en dus hergebruik).
Circulaire gebiedsontwikkeling is een speerpunt van de provincie Flevoland. Zij is hiertoe nationaal pilotgebied Integraal Duurzaam Bouwen. Praktijk- en Innovatiecentrum Circulaire Economie Almere (PRICE) versterkt dit. Deze ontwikkelingen stemmen we op elkaar af.
Mees Ruimte & Milieu | 24016.GOFLO
Pagina | 17
Klimaatadaptatie: Om in te spelen op het veranderende klimaat zijn aanpassing van de woon- en leefomgeving noodzakelijk. Dan gaat het vooral om hittebestendigheid en beperken van wateroverlast. Binnen lokaal beleid (bijvoorbeeld beheer openbare ruimte) krijgen deze noodzakelijke aanpassingen praktisch aandacht. Kennisdeling geeft meerwaarde. Natuurinclusiviteit: Naar de toekomst toe is behoud en ontwikkeling van biodiversiteit belangrijk. Ingrepen aan gebouwen kunnen hieraan bijdragen; de verbinding met de omgeving is van belang. Door natuurinclusief te bouwen houd je rekening met de natuur, de bodem, het water en het Flevolandse landschap. Bovendien dient een groene en prettige leefomgeving ook de Flevolandse woonkwaliteit.
3.2.3.1 Relatie tot ontwikkeling De beoogde ontwikkeling bestaat uit de realisatie van 48 woningen en een huisartsenpraktijk. De beoogde ontwikkeling draagt bij aan de vraag naar woningen en de zorg voor een kwalitatief goed woonaanbod binnen de provincie. De beoogde woningen zijn een mix smalle, grotere en senioren rijwoningen. Zo voorziet het plan in woningen voor verschillende doelgroepen, met mogelijkheden voor doorstroming binnen de wijk. Wat betreft energie en circulariteit wordt de bestaande bebouwing gesloopt volgens circulaire principes, zodat het materiaal eventueel in een andere vorm, elders kan dienen als bouwstof of grondstof. Daarnaast voldoen de woningen aan de BENG eisen. In paragraaf 4.4 wordt nader ingegaan op de energietransitie en duurzaamheid. In het plan worden diverse klimaatadaptieve maatregelen getroffen. Zo worden de bergingen hoogstwaarschijnlijk voorzien van sedumdaken, worden de parkeerplaatsen voorzien van halfopenverharding, worden wadi’s aangelegd en wordt veel groen aangelegd. Op deze manier wordt een bijdrage geleverd aan het voorkomen van wateroverlast, waarbij zowel een teveel als een tekort aan water een rol speelt, maar ook het voorkomen van hittestress. Het nieuwe groen levert ook een positieve bijdrage aan het aspect natuurinclusiviteit. In dat kader wordt ook de groene houtwal aan de oostzijde van het projectgebied behouden.
Dit geldt ook voor de bomen aan de westzijde. Daarnaast worden nestkasten geplaatst in de woningen. In paragraaf 4.4 wordt nader ingegaan op natuurinclusief bouwen. 3.2.3.2 Conclusie De beoogde ontwikkeling sluit aan op de Flevolandse Woonagenda en draagt bij aan een goed kwalitatief woningaanbod.
Flevolandse Energieagenda Flevoland heeft een voorloperspositie in de energietransitie in Nederland. Met name op het gebied van de productie van duurzame energie levert Flevoland een omvangrijke bijdrage aan de verduurzaming van de energievoorziening. De ambitie van de Flevolandse Energieagenda is als volgt:
Een volwaardige bijdrage leveren aan de landelijke doelstellingen voor CO2-reductie. De provincie wil de kracht en kansen van Flevoland benutten om hier een bijdrage aan te leveren. Bijdragen aan een CO2-neutrale energievoorziening in Flevoland in 2050, naar draagkracht en mogelijkheden van de verschillende partners. Omdat 2050 nog wel erg ver weg is formuleert de provincie een tussenambitie, in lijn met de ambitie van het Rijk: De ambitie is er om in 2030 voor 50% te voorzien in CO2-neutrale energievoorzieningen. De opgave zodanig oppakken dat de Flevolandse burgers en bedrijven rechtstreeks zijn gebaat bij de aanpak, in termen van het beheersen van de energie - lasten en nieuwe werkgelegenheid en economie.
3.2.4.1 Relatie tot ontwikkeling Uitvoeringsprogramma nieuwbouwwoningen De ambitie is dat op een zo kort als mogelijk termijn alle nieuwbouw zonder aardgasaansluiting wordt gerealiseerd. Waar dit op dit moment nog niet mogelijk is worden woningen ‘aardgasvrij-ready’ opgeleverd. Daarnaast dient het elektriciteitsverbruik ‘groen’ te zijn. In dit geval wordt de bebouwing niet voorzien van een gasaansluiting, zodat invulling wordt gegeven aan de ambities van de energieagenda. De woningen zullen
Mees Ruimte & Milieu | 24016.GOFLO
Pagina | 18
voldoen aan de BENG eisen waarbij de energievraag geminimaliseerd wordt en energie (deels) duurzaam wordt opgewekt met zonnepanelen. 3.2.4.2 Conclusie De beoogde ontwikkeling sluit aan bij de ambities van de Flevolandse Energieagenda.
GEMEENTELIJK BELEID Omgevingsvisie Lelystad 2040 De ambitie is dat Lelystad in 2040 een zelfstandige, sociaal veerkrachtige, duurzame, aantrekkelijke en economisch sterkte stad met 100.000 inwoners is. Hiervoor gaat Lelystad haar potentie volop benutten en kiest voor haar unieke kwaliteiten én onderscheidende regionale positie. Thema’s die hierbij centraal staan, zijn: 1. Versterken urbanisatie. 2. Versterken maatschappelijke kracht. 3. Gedeeld eigenaarschap voor de gezamenlijke opgave in Lelystad. Naast deze gestelde grote opgaven spelen ook de volgende opgaven in de fysieke leefomgeving van Lelystad: Energie: energietransitie door de stad aardgasvrij en energiezuinig te maken. Economie: transitie naar een meer circulaire economie. Natuur en landschap: ecologische kwaliteit verbeteren. Klimaatadaptatie: openbare ruimte klimaatrobuust maken. Bodem: omgaan met bodemdaling. Mobiliteit en bereikbaarheid: verduurzamen mobiliteit, overlast doorgaand vrachtverkeer tegengaan. Cultureel erfgoed: beschermen en behouden jonge monumenten van Lelystad. Landbouw: toekomstbestendig maken. De ruimtelijke hoofdprincipes van Lelystad hebben haar identiteit bepaald en bepalen het ruimtelijk DNA van de stad. Deze principes vormen het wezen van Lelystad en zijn overal in de stad herkenbaar.
Bijvoorbeeld in de vorm van brede, groene dreven, ongelijkvloerse kruisingen tussen auto en fiets, groen omzoomde buurten en collectieve woonhoven. Lelystad is trots op dit verleden en wil deze principes benutten voor de toekomst. In het Ruimtelijk Raamwerk Lelystad worden zeven principes genoemd. Voor de omgevingsvisie zijn deze zeven principes samengevat tot drie ruimtelijke hoofdprincipes: Ruimtelijk hoofdprincipe 1: Stad en landschap zijn verweven. Ruimtelijk hoofdprincipe 2: Functies zijn gescheiden. Ruimtelijk hoofdprincipe 3: Wijken zijn herkenbaar. 3.3.1.1 Relatie tot ontwikkeling De beoogde ontwikkeling voorziet in de realisatie van 48 woningen een huisartsenpraktijk. De ontwikkeling sluit aan op diverse opgaven in de fysieke leefomgeving van Lelystad. Wat betreft de opgave ‘energie’ wordt voorzien in bebouwing die aardgasloos wordt gerealiseerd. Daarnaast wordt aangesloten op de opgave ‘klimaatadaptatie’. De openbare ruimte wordt klimaatrobuust gemaakt door de plaatsing van wadi’s en het aanleggen van groen. Bij de parkeerplaatsen wordt hier op ingespeeld door half-openverharding toe te passen. Ontwikkelen, bouwen en wijkvernieuwing gaan in Lelystad altijd samen met de ontwikkeling van natuur. Dit levert onderscheidende, groene woonmilieus op, uniek in de MRA.
Lelystad biedt onder andere ruimte voor nieuwe woonlandschappen, groen en duurzaam bouwen en ruimte voor collectief. Lelystad heeft een transitie in gang gezet waarbij de gezondheid in de buurten centraal komt te staan (in plaats van de zorg). Binnen de Mees Ruimte & Milieu | 24016.GOFLO
Pagina | 19
nieuwe buurtaanpak wordt deze transitie in de zorg aangepakt in combinatie met de andere maatschappelijke thema’s, zoals energietransitie, circulaire economie en duurzaamheid, groot onderhoud, klimaatadaptatie, gedeeld eigenaarschap en veiligheid. Centraal staat het concept ‘positieve gezondheid’. De beoogde ontwikkeling past bij het voornemen van de gemeente Lelystad om ruimte te bieden voor groen en duurzaam bouwen maar ook het centraal komen te staan van gezondheid in buurten. Met het realiseren van kwalitatief hoogwaardige woningen en te voorzien in groen en natuurinclusieve maatregelen draagt de ontwikkeling op verschillende vlakken positief bij aan de gezondheid van inwoners. In paragraaf 5.5 van deze GoFlo wordt verder ingegaan op het aspect gezondheid. 3.3.1.2 Conclusie De voorgenomen ontwikkeling levert een bijdrage aan de opgaven die zijn opgenomen in de Omgevingsvisie van Lelystad.
Woonvisie 2022-2027 Lelystad herijkte Woonvisie versie 2024 In maart 2022 heeft de gemeenteraad de Woonvisie 2022-2027 vastgesteld. Bij die vaststelling is afgesproken om de Woonvisie tussentijds te vernieuwen. Op 15 oktober 2024 heeft de gemeenteraad de aangepaste versie van de Woonvisie vastgesteld. In de herijking zijn de nieuwe beleidsontwikkelingen en de gemaakte landelijke en regionale afspraken verwerkt. In de Woonvisie is omschreven dat Lelystad, hoofdstad van de nieuwe natuur, ernaar streeft in 2040 een zelfstandige, sociaal veerkrachtige, duurzame, aantrekkelijke en economisch sterke stad te zijn met 120.000 inwoners. Hiervoor gaat Lelystad haar potentie volop benutten en kiest voor haar unieke kwaliteiten én de onderscheidende regionale positie. De gemeente zet in op een vitaal en aantrekkelijk centrumgebied om de aantrekkelijkheid van de stad te vergroten en de schaapsprong met 40.000 woningen mogelijk te maken. De gemeente wilt de variatie in het woningaanbod in de bestaande wijken bevorderen, zodat diverse wijken ontstaan met woningen die tegemoetkomen aan de wensen en mogelijkheden van jong tot oud, alleenstaand tot gezin, laagopgeleid tot hoogopgeleid, arm tot rijk, zelfredzaam tot zorgbehoevend, zelfstandig en onafhankelijk versus meer collectief. De bestaande woningvoorraad in Lelystad bestaat op dit moment voor ruim 80% uit eengezinswoningen.
Uit de in het kader van de woonvisie uitgevoerde woningbehoefteonderzoek blijkt dat er behoefte is aan verschillende typen en segmenten woningen, voor onder andere gezinnen, 65+ huishoudens en huishoudens met hoge inkomens. Naast het bedienen van deze doelgroepen is het belangrijk om de diversiteit aan woningen in Lelystad te vergroten om andere doelgroepen te kunnen blijven bedienen. Door het gebrek aan betaalbare koop en (sociale) huur woningen wordt de doorstroming belemmerd. Dit houdt in dat er naast voldoende woningen voor mensen met een hoger inkomen, ook voldoende woningen dienen te zijn voor mensen met een beperkter inkomen. Om een groter aandeel betaalbare woningen voor deze doelgroepen te realiseren is besloten dat bij alle grotere woningbouwplannen een mix van alle prijsklassen gerealiseerd moet worden. Om deze diversiteit in de samenleving te bevorderen zet de gemeente in bestaande woongebieden in op een variatie in het woningaanbod in iedere wijk. Dit wordt gedaan door te bouwen in de Lelystadse mix, een mix met alle prijsklassen, en een hoog percentage appartementen in de nieuwbouw dan wel in projecten te realiseren. In onderstaand figuur is de Lelystadse mix weergegeven. Met als strategie om aan te sluiten bij de bestaande wijk en toevoegen wat er nog niet is.
Zo blijft het voor starters en middeninkomens betaalbaar om een huis te kopen, is doorstroming binnen de eigen wijk mogelijk, wordt de draagkracht van wijken versterkt en blijven voorzieningen behouden. In kleinere woningbouwplannen (minder dan 50 woningen) kan - mits het college akkoord gaat - worden afgeweken van de Lelystadse mix.
Mees Ruimte & Milieu | 24016.GOFLO
Pagina | 20
Figuur 7. Bouwen in de Lelystadse mix (bron: Woonvisie 2022-2027, herijkte woonvisie versie 2024)
Lelystad stelt zichzelf meetbare doelstellingen in de planning en realisatie om de differentiatie in doelgroepen en woningaanbod te kunnen waarborgen. Het kan zijn dat hiervoor woningen worden toegevoegd aan bestaande wijken (verdichting). Dit wordt gedaan met oog voor de omgeving en in samenspraak met omwonenden door hen vanaf de kaderstelling te betrekken bij de invulling van die locatie. Voldoende groene delen en openbare voorzieningen worden behouden. Duurzaamheid Lelystad staat voor een grote duurzaamheidsopgave. De woningvoorraad in de stad moet voorbereid worden op steeds extremere weersomstandigheden ten gevolgde van de wereldwijde klimaatverandering. Dit is belangrijk, omdat fossiele brandstoffen veel schade aan het milieu veroorzaken, uiteindelijk opraken en de risico’s op hitte, droogte, wateroverlast en overstromingen ten gevolge van de wereldwijde klimaatverandering alleen maar toenemen. Dit betekent nogal wat voor de manier waarop we onze woningen en gebouwen van energie voorzien, maar ook voor de manier waarop we bouwen, de stad inrichten en hoe we omgaan met mobiliteit. In Lelystad is aardgas een belangrijke energiedrager. Om woningen af te koppelen is een alternatief nodig welke aangeboden kan worden. 3.3.2.1 Relatie tot ontwikkeling De beoogde ontwikkeling bestaat uit de realisatie van 48 koopwoningen en een huisartsenprakijk.
Door het toevoegen van goedkope en betaalbare koopwoningen wordt de doorstroming bevorderd. Daarmee sluit de beoogde ontwikkeling aan bij hetgeen in de woonvisie is beoogd. Voor de ontwikkeling is echter door het college besloten dat niet hoeft te worden voorzien in sociale huurwoningen. Op dat punt wordt daarom afgeweken van de Lelystadsemix. Deze mogelijkheid is opgenomen in de woonvisie, zodat het plan wel degelijk voldoet aan de uitgangspunten van het beleid. De verdeling van de woningen is als volgt:
Daarnaast wordt de bebouwing gasloos gerealiseerd. Het beoogde plan sluit aan op het streven om voldoende groene delen te behouden, het plan krijgt namelijk een groen karakter, zie ook paragraaf 4.1.
Mees Ruimte & Milieu | 24016.GOFLO
Pagina | 21
3.3.2.2 Conclusie De voorgenomen ontwikkeling sluit aan bij de uitgangspunten van de woonvisie.
Transitievisie Warmte Lelystad 2020-2050 De Kadernota Transitievisie Warmte Lelystad is tot stand gekomen in nauwe samenwerking met verschillende vakdisciplines van de gemeentelijke organisatie én met externe professionele stakeholders. De transitie naar een aardgasvrij energiesysteem wordt omschreven als een van de grootste fysieke opgaven sinds de tweede wereldoorlog. Het is niet mogelijk om het energiesysteem in één keer om te bouwen. Dit zal gefaseerd per wijk gedaan moeten worden om vervolgens de juiste alternatieven te kiezen. Op basis van de Transitievisie krijgen inwoners en ondernemers duidelijkheid over het moment waarop hun woning, bedrijfsgebouw of andere gebouwen aan de beurt zijn en welk handelingsperspectief er is tot het moment dat de wijk wordt aangepakt. Energieneutraal 2025 In het raadsprogramma 2014 – 2018 “Lelystad transformeert!” is de doelstelling geformuleerd dat Lelystad in 2025 energieneutraal moet zijn, exclusief het energiegebruik door mobiliteit. In het raadsprogramma 20182022 “Lelystad, een sprong voorwaarts” is deze doelstelling opnieuw vastgesteld en is de opgave om op termijn de transitie door te maken naar een aardgasvrij energiesysteem onderkend.
Voor nieuwbouw is vooruitlopend op de landelijke wetgeving benoemd dat deze honderd procent aardgasvrij wordt en dat bij lopende projecten wordt onderzocht welke mogelijkheden er zijn om alsnog een andere energiebron in te zetten dan aardgas. 3.3.3.1 Relatie tot ontwikkeling Woningen In Lelystad is aardgas een belangrijke energiedrager. In 2017 waren ±28.000 van de ±33.000 woningen aangesloten op het aardgasnet. Samen gebruikten deze woningen ongeveer 33 miljoen kubieke meter aardgas. In woningen wordt aardgas gebruikt voor het verwarmen van de woning, het verwarmen van tapwater (douche, bad, afwas) en voor het gasfornuis. Hiervoor zal een alternatief aangeboden moeten worden voor het aardgas afgekoppeld kan worden. De overige woningen zijn aangesloten op het warmtenet van Vattenfall of het warmtenet van Ennatuurlijk. Bij de voorgenomen ontwikkeling zijn 48 woningen beoogd. De woningen worden niet voorzien van aardgasaansluitingen. De woningen worden verwarmd en gekoeld door middel van een luchtwarmtepomp in combinatie met vloerverwarming. Met voorgenomen ontwikkeling wordt derhalve een bijdrage geleverd aan een energieneutraal 2025.
Maatschappelijk vastgoed en sportvoorzieningen Voor het maatschappelijk vastgoed zijn terugverdientijden op investeringen erg afhankelijk van het gebruik van de gebouwen. Voor sportlocaties zijn voor het verduurzamen van warmtapwater op piekmomenten (trainingen en wedstrijddagen) grote investeringen nodig die niet binnen de exploitatietermijnen terug te verdienen zijn. In overleg met provincie en buurgemeenten wordt onderzocht op welke wijze de zogenaamde onrendabele top gefinancierd kan worden. De voorgenomen ontwikkeling bestaat naast de woningen ook uit een huisartspraktijk. De huisartsenpraktijk wordt niet voorzien van een aardgasaansluiting. Bij de verdere planuitwerking wordt de energievoorziening van de huisartsenpraktijk verder uitgewerkt. Naar alle waarschijnlijkheid wordt ook hier gebruik gemaakt van een luchtwarmtepomp. 3.3.3.2 Conclusie De voorgenomen ontwikkeling sluit aan op de Transitievisie Warmte Lelystad 2020-2050.
Mees Ruimte & Milieu | 24016.GOFLO
Pagina | 22
Nota Parkeernormen Lelystad 2023 Bij de toetsing van bouwplannen worden parkeernormen gebruikt om te kijken hoeveel parkeerplaatsen er voor de nieuwe ontwikkeling moeten komen. Het hanteren van en vasthouden aan parkeernormen bij ruimtelijke ontwikkelingen is van groot belang om vraag en aanbod van parkeerplaatsen met elkaar in evenwicht te houden. Daarbij moet ook rekening worden gehouden met de kwaliteit van de fysieke leefomgeving. De openbare ruimte is schaars en de gemeente wilt die schaarse ruimte vooral benutten voor het verbeteren van de leefomgeving. Alleen als het parkeren opgelost is, wordt een omgevingsvergunning verstrekt. In de Nota Parkeernormen Lelystad zijn de in Lelystad geldende parkeernormen opgenomen. Uitgangspunt is daarom dat de parkeervraag van een ontwikkeling niet wordt afgewenteld op het openbare gebied in de omgeving of in ieder geval geen problemen veroorzaakt in de openbare ruimte in de omgeving. Wat betreft de invulling van de parkeereis wordt de volgende afweging gemaakt (in volgorde): 1. Op eigen terrein. 2. Op een nabijgelegen perceel. 3. In de openbare ruimte (nieuw te realiseren plaatsen). 4. In de openbare ruimte (gebruik restcapaciteit). 3.3.4.1 Relatie tot ontwikkeling De beoogde ontwikkeling voorziet in de realisatie van 48 woningen en een huisartspraktijk.
Het parkeren vind bij de beoogde ontwikkeling plaats in enkele parkeerkoffers, dicht bij de woningen. Door voldoende parkeerplaatsen bij de huisartspraktijk te realiseren wordt tegengegaan dat buiten het projectgebied geparkeerd wordt. De woningen worden voorzien van bergingen waar de fietsen kunnen worden gesteld. Bij de huisartspraktijk wordt tevens voorzien in voldoende fietsparkeerplekken. In de Nota Parkeernormen Lelystad 2023 zijn parkeernormen opgenomen voor zowel de auto als de fiets. In paragraaf 5.8 wordt nader ingegaan op het aspect mobiliteit en parkeren. 3.3.4.2 Conclusie De voorgenomen ontwikkeling voldoet aan de uitgangspunten van de Nota Parkeernormen Lelystad 2023.
Mees Ruimte & Milieu | 24016.GOFLO
Pagina | 23
4
OMGEVINGSKWALITEIT In de Omgevingswet is een goede omgevingskwaliteit opgenomen als een centrale doelstelling (artikel 1.3 Omgevingswet). Dit duidt op het belang van aspecten als cultureel erfgoed, architectonische kwaliteit van bouwwerken, stedenbouwkundige kwaliteit en kwaliteit van natuur en landschap. Het gaat daarbij om de menselijke beleving van de fysieke leefomgeving.
LANDSCHAPPELIJKE EN STEDENBOUWKUNDIGE INPASSING In de Omgevingswet is een goede omgevingskwaliteit opgenomen als een centrale doelstelling (artikel 1.3 Omgevingswet). Dit duidt op het belang van aspecten als cultureel erfgoed, architectonische kwaliteit van bouwwerken, stedenbouwkundige kwaliteit en kwaliteit van natuur en landschap. Het gaat daarbij om de menselijke beleving van de fysieke leefomgeving. Bij het toedelen van functies aan locaties in het Omgevingsplan moet de landschappelijke kwaliteit worden meegenomen (artikel 2.4 en 4.2 Omgevingswet). Op Rijksniveau zijn er een beperkt aantal instructieregels opgesteld voor landschappelijke en stedenbouwkundige kwaliteit van de fysieke leefomgeving. De provincie en gemeente hebben hierdoor vrijheid om de aspecten landschappelijke en stedenbouwkundige kwaliteit in te vullen in bijvoorbeeld de omgevingsvisie en het omgevingsplan. Eén van de instructieregels waaraan de provincies en gemeenten moeten voldoen betreft het beschermen van landschappelijke of stedenbouwkundige waarden en cultureel erfgoed (paragraaf 5.1.5 van het Bkl). In de NOVI (zie ook paragraaf 3.1.1) is vastgelegd dat het behouden en versterken van landschappelijke kwaliteiten onderdeel is van de nationale belangen. Sommige landschappen zijn zo waardevol dat ze extra beschermd worden, zoals het Groene Hart.
In de omgevingsvisie van de provincie en gemeente kan ingegaan worden op de kwaliteit van het landschap en hoe dit kan worden behouden en versterkt. Daarnaast is het van nationaal belang om de kernkwaliteiten van stad en land te borgen. Op provinciaal niveau betreft de stedenbouwkundige kwaliteit bijvoorbeeld de grens tussen het open landschap en de verstedelijking. Met beleid voor ruimtelijke kwaliteit kan dit worden beschermd. Op gemeentelijk niveau gaat stedenbouwkundige kwaliteit over bijvoorbeeld de hoofdstructuur van een stad. Stedenbouwkundige kwaliteit wordt afgewogen bij de keuze voor een ontwikkellocatie en de stedenbouwkundige invulling. Relatie tot de ontwikkeling De beoogde ontwikkeling bestaat uit de realisatie van 48 woningen en een gebouw met daarin maximaal twee huisartsenpraktijken. Alle woningen zijn grondgebonden rijwoningen en krijgen de beschikking over een tuin. De mix van woningen bestaat uit smalle, grotere en senioren rijwoningen. Ten behoeve van de beoogde ontwikkeling is een stedenbouwkundige verkenning uitgevoerd door SVP en Clave Vastgoed. Op basis van deze verkenning is het huidige stedenbouwkundig ontwerp tot stand gekomen. In het ontwerp is uitgegaan van een compacte verdichting die past bij de opzet van de wijk Karveel. Het plan volgt een heldere, orthogonale structuur met een erfachtige openbare ruimte met groen karakter.
Het stedenbouwkundig plan reageert op verschillende manieren op de omgeving. Een rand met lagere bebouwing 'zoomt' de bestaande achtertuinen af. Zo ontstaan nieuwe voorkanten richting het projectgebied. Een vrij liggend en alzijdig bouwblok ligt in de zuidwesthoek van het plan. Dit bouwblok ligt rondom in het groen, maar markeert tegelijkertijd de hoek Karveel 39-Karveel 42 en de entrees van het projectgebied. De bestaande groenzones aan de west- en oostzijde van het plan worden ingepast. De westzone blijft gehandhaafd in de openbare ruimte. De oostzone wordt voor een groot deel privégebied. Een nieuwe groen-blauwe structuur wordt toegevoegd rondom het bouwblok. De bestaande gemengde haag aan Karveel 39 kan hier onderdeel vanuit maken.
Mees Ruimte & Milieu | 24016.GOFLO
Pagina | 24
De huisartsenpraktijk heeft een plek gekregen aan Karveel 39, waaraan al meerdere maatschappelijke buurtfuncties liggen. Het bestaande opgaande groen aan de westzijde en aan de oostzijde is ingepast in het plan. De locaties van de bestaande inritten van Triade worden min of meer gehandhaafd voor de twee nieuwe entrees van het projectgebied. Het parkeren vindt geclusterd plaats in enkele parkeerkoffers, op korte loopafstand van de woningen. In de parkeertelling is rekening gehouden met dubbelgebruik voor gebruikers van de huisartsenpraktijk. Door voldoende parkeerplaatsen bij de huisarts te realiseren wordt tegengegaan dat buiten het projectgebied geparkeerd wordt. Bij de huisarts wordt voorzien in voldoende fietsparkeerplekken. In paragraaf 5.8 wordt nader op het aspect verkeer en parkeren ingegaan. Figuur 8. Inrichting met groen in de beoogde situatie (bron: Stedenbouwkundig plan, d.d. 12 september 2024)
Conclusie Landschappelijke en stedenbouwkundige kwaliteit vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling op de projectlocatie.
RUIMTELIJKE KWALITEIT / BEELDKWALITEIT / ARCHITECTUUR / WELSTAND Algemeen Artikel 22.28 lid 1 onder b bepaalt dat een omgevingsvergunning met betrekking tot een bouwactiviteit en het in stand houden en gebruiken van het te bouwen bouwwerk alleen wordt verleend als het uiterlijk of de plaatsing van het bouwwerk niet in strijd is met de redelijke eisen van welstand, beoordeeld volgens de criteria van de welstandsnota.
Mees Ruimte & Milieu | 24016.GOFLO
Pagina | 25
Welstandsnota Lelystad geeft ruimte Kwaliteit Het doel van de welstandsnota is het bieden van een toetsingskader voor de ruimtelijke kwaliteit van Lelystad. Eén van de kaders van de Woningwet, waarbinnen het welstandstoezicht dient plaats te vinden, is de verplichting tot het opstellen van een welstandsnota met gebiedseigen objectgerichte welstandscriteria. Relatie tot ontwikkeling In het omgevingsplan zijn regels opgenomen voor het behoud of de versterking van de ruimtelijke kwaliteit. In onderstaand figuur een uitsnede van de welstandsviewer van de gemeente Lelystad opgenomen waarbij de projectlocatie middels een ster is weergegeven. Figuur 9. Uitsnede Welstandsviewer met daarop aangegeven de projectlocatie