CConstaterende datLelystad
Koppel je AI →
Document · PDF

BL Vast te stellen toelichting De Veste Toelichting incl bijlage

Raadsvergadering 16 juli 2024, gemeente LelystadBij agendapunt: 24.191 Vaststelling bestemmingsplan De Veste30.892 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Bestemmingsplan De Veste Toelichting

Vastgesteld

Toelichting

Bestemmingsplan De Veste IMRO code Opdrachtgever Versiebeheer Ontwerp Ontwerp t.b.v. tervisielegging Vast te stellen Opdrachtnemer

NL.IMRO.0995.BP00102-VG01 Gemeente Lelystad 6 oktober 2023 20 november 2023 22 april 2024 Axon Adviseurs bv

Inhoudsopgave 1.

2.

3.

4.

5.

6.

INLEIDING ....................................................................................................................................... 1 1.1

Ligging en begrenzing plangebied.......................................................................................... 1

1.2

Huidige planologische situatie ............................................................................................... 2

1.3

Procedure ............................................................................................................................... 3

1.4

Leeswijzer............................................................................................................................... 3

OMSCHRIJVING PLAN ..................................................................................................................... 4 2.1

Huidige ruimtelijke situatie .................................................................................................... 4

2.2

Stedenbouwkundige randvoorwaarden ................................................................................ 5

2.3

Ontsluiting en parkeren ......................................................................................................... 6

BELEIDSKADER ................................................................................................................................ 7 3.1

Rijk.......................................................................................................................................... 7

3.2

Provincie................................................................................................................................. 8

3.3

Gemeente .............................................................................................................................. 9

OMGEVINGSASPECTEN ................................................................................................................. 12 4.1

Milieueffectrapportage ........................................................................................................ 12

4.2

Verkeer ................................................................................................................................. 12

4.3

Geluid ................................................................................................................................... 12

4.4

Luchtkwaliteit....................................................................................................................... 15

4.5

Stikstof ................................................................................................................................. 15

4.6

Bodem .................................................................................................................................. 16

4.7

Milieuzonering ..................................................................................................................... 17

4.8

Externe Veiligheid ................................................................................................................ 17

4.9

Trillingshinder ...................................................................................................................... 19

4.10

Water ................................................................................................................................... 20

4.11

Ecologie ................................................................................................................................ 26

4.12

Kabels en leidingen .............................................................................................................. 28

PLANBESCHRIJVING ...................................................................................................................... 29 5.1

Algemeen ............................................................................................................................. 29

5.2

Toelichting op de bestemmingen ........................................................................................ 30

UITVOERBAARHEID ....................................................................................................................... 32 6.1

Maatschappelijke uitvoerbaarheid ...................................................................................... 32

6.2

Economische uitvoerbaarheid ............................................................................................. 33

Bijlagen Bijlage 1 Bijlage 2 Bijlage 3a Bijlage 3b Bijlage 4 Bijlage 5 Bijlage 6 Bijlage 7

33 Akoestisch onderzoek Stikstofberekening Onderzoek externe veiligheid – spoor Verantwoording groepsrisico Uitgangspunten watertoets Quickscan ecologie Reactienota Overleg Reactienota zienswijzen en ambtshalve wijzigingen

1.

INLEIDING

De locatie De Veste is aangewezen als potentiële woningbouwlocatie en levert daarmee een bijdrage aan het programma Lelystad Next Level (LNL). Dit is het programma waarin de gemeente Lelystad samenwerkt met de provincie Flevoland en het ministerie van BZK aan de ontwikkeling van de stad aan de hand van drie gebieden en zeven thema’s. Op deze locatie is een woongebouw met appartementen voorzien. Dit woongebouw past niet binnen de regels van het geldende bestemmingsplan. Een herziening van het bestemmingsplan is hiervoor nodig. Dit nieuwe bestemmingsplan is opgesteld om de bouw van de appartementen en de inrichting van het bijbehorende terrein mogelijk te maken.

1.1 Ligging en begrenzing plangebied Op figuur 1 is de situering van het plangebied in de omgeving weergegeven. Het plangebied bevindt zich aan de Stationsdreef.

Figuur 1: ligging van het plangebied De Veste in Lelystad

Bestemmingsplan De Veste

1

De plangrens van dit bestemmingsplan is gebaseerd op de verkoopgrenzen, zie figuur 2.

Figuur 2: begrenzing van het plangebied De Veste

1.2 Huidige planologische situatie Voor het plangebied geldt het bestemmingsplan ‘Lelystad Midden West (gedeeltelijk)’, dat op 29 januari 2013 is vastgesteld door de gemeenteraad van Lelystad. In dit bestemmingsplan zijn aan de gronden in het plangebied de bestemmingen ‘Kantoor’ en ‘Groen’ toegekend. Zie figuur 3. Deze bestemmingen geven geen planologische ruimte voor de bouw van een woongebouw. Om dit gebouw op deze locatie mogelijk te maken, is een nieuw bestemmingsplan noodzakelijk.

Figuur 3: het plangebied De Veste geprojecteerd op het vigerende bestemmingsplan

Bestemmingsplan De Veste

2

1.3 Procedure De wijziging van de planologische situatie voor dit plangebied wordt mogelijk gemaakt door middel van het voorliggende nieuwe bestemmingsplan (artikel 3.1 Wet ruimtelijke ordening, Wro).

1.4 Leeswijzer Na deze inleiding wordt in hoofdstuk 2 een beschrijving gegeven van de huidige situatie, de gewenste ontwikkelingen en ruimtelijke inpassing daarvan. In hoofdstuk 3 worden de uitgangspunten getoetst aan het, voor het project relevante, beleid op de verschillende niveaus. In hoofdstuk 4 wordt ingegaan op de omgevingsaspecten. Vervolgens geeft hoofdstuk 5 een toelichting op het juridische gedeelte van het bestemmingsplan: de regels en de verbeelding (kaart). De maatschappelijke en economische uitvoerbaarheid van plan is in hoofdstuk 6 gegeven.

Bestemmingsplan De Veste

3

2.

OMSCHRIJVING PLAN

2.1

Huidige ruimtelijke situatie

Het plangebied De Veste betreft de ontwikkeling van een braak liggend perceel in de wijk De Veste (zie figuur 4). Het plangebied is in eigendom van de gemeente Lelystad. De locatie maakt deel uit van een bebouwingsstrook met kantoorgebouwen die in noord-zuid richting parallel aan de Stationsdreef is gelegen (zie figuur 5 en 6). Aan de oostzijde van het plangebied ligt de woonwijk De Veste. De stedenbouwkundige opzet van de bebouwingsstrook langs de dreef bestaat uit een set van grove tot fijne korrels in een losse setting. Het zijn voornamelijk kantoorpanden welke door gras en parkeerplaatsen zijn omgeven. Nabij de hoofdentree tot de Veste 10 is een aantal jaren geleden een kantoorpand gewijzigd naar appartementen. Deze eerste aanzet leidt tot een mogelijke verschuiving naar grove korrels aan de dreef in combinatie met de toevoeging van nieuwbouw.

Figuur 4: Het plangebied is onbebouwd.

Figuur 5: Het plangebied ligt aan de Stationsdreef

Bestemmingsplan De Veste

4

Figuur 6: het plangebied ligt in een strook met kantoorgebouwen. Dit pand staat ten noorden van de kavel.

2.2

Stedenbouwkundige randvoorwaarden

Voor het nieuwe woongebouw is nog geen concreet ontwerp gemaakt. Wel zijn de stedenbouwkundige randvoorwaarden opgesteld, waaronder de ontwikkelende partij het woongebouw kan realiseren. De voorwaarden die voor het bestemmingsplan relevant zijn, worden hieronder uiteengezet. Functie De beoogde functie voor het plangebied is wonen. De bouwvorm is een appartementencomplex, waar binnen het gegeven volume circa 48 appartementen mogelijk zijn. Woningtype en doelgroep Het gebied ligt in de woonwijk De Veste in de wijk Atolwijk. In deze wijk woont een groot deel van de senioren (65+) en bewoners van middelbare leeftijd (45 tot 65) in koopeengezinswoningen. Om de doorstroming in de wijk te bevorderen lijkt de bouw van appartementen kansrijk. Het bevorderen van de doorstroming in de bestaande wijken van Lelystad sluit aan op één van de opgaves uit de Woonvisie Voor seniorenhuisvesting zijn bepaalde voorzieningen belangrijk. De locatie De Veste scoort uitstekend op het gebied van welzijn-zorg en bereikbaarheidsvoorzieningen (bushalte naast de locatie). Op dagelijkse voorzieningen, zoals een supermarkt scoort de locatie beperkt. Er zijn veel particuliere huurwoningen in de wijk (45% in 2021). Meer particuliere huur is, gezien de leefbaarheid, zeer onwenselijk. De gewenste doelgroep woont grotendeels (80%) in een woning met een WOZ-waarde lager dan 270.000.

Het doel is om het plangebied aantrekkelijk te maken voor buurtbewoners uit eengezinswoningen, uit de benoemde leeftijdsgroep.

Bestemmingsplan De Veste

5

Ontwerp en relatie met de omgeving Het woongebouw voegt een nieuwe dimensie toe aan de omgeving. Het ontwerp krijgt een sculpturale vormgeving: diverse woonlagen in hoogte verschillend dan wel met een eventuele setback op de hogere verdieping. De maximale bouwhoogte van het woongebouw is 15 m. Dit sluit aan bij de bouwhoogten van de omliggende bestaande kantoorgebouwen (variërend van 10 tot 15 meter). De hoofdentree van het gebouw wordt gerealiseerd aan de buurtontsluitingsweg. De entree moet duidelijk zichtbaar en herkenbaar zijn en is een visitekaartje voor de buurt. Het gebouw wordt onderdeel van de nieuwe groenstructuur en gaat een relatie aan met (nieuw toegevoegd) water. Bij verharding in de buitenruimte dient de oppervlakte aan water +6% extra water aan het gebied te worden toegevoegd. Voor het parkeren geldt dat dit op of in het gebouw wordt opgelost, zodat vanaf de dreef zo min mogelijk zicht is op geparkeerde auto’s en/of fietsen. Deze randvoorwaarden zijn in paragraaf 2.5 vertaald naar welstandscriteria.

2.3

Ontsluiting en parkeren

De hoofdaansluiting van het plangebied is via de Veste 10. Het parkeren dient op eigen terrein plaats te vinden. Het aantal parkeervoorzieningen moet goed aansluiten op enerzijds de vraag en anderzijds inspelen op de trends op het gebied van vervoer. Voor De Veste 10 geldt het parkeerbeleid zoals aangegeven in het bestemmingsplan Parapluplan parkeren Lelystad en de Beleidsregels parkeren Lelystad 2023. Hierin zijn de parkeernormen voor verschillende soorten woningen opgenomen. De Veste 10 valt in gebied III van de Nota Parkeernormen 2023 (rest bebouwde kom). Er is per appartement 1,8 parkeerplaats berekend conform het geldende parkeerbeleid van de gemeente Lelystad.

Bestemmingsplan De Veste

6

3.

BELEIDSKADER

Dit hoofdstuk bevat een beschrijving van het voor het plangebied van toepassing zijnde beleid, zowel van het rijk, provincie als de gemeente. Wanneer van toepassing, wordt aangegeven of dit beleid nadere uitgangspunten voor de gewenste ontwikkeling in het plangebied oplevert.

3.1

Rijk

Nationale Omgevingsvisie De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) is een onderdeel van de nieuwe Omgevingswet. Met de NOVI geeft het Rijk een langetermijnvisie op de toekomst en de ontwikkeling van de fysieke leefomgeving in Nederland. Het ontwerp van de NOVI richt zijn op vier prioriteiten. Deze onderwerpen hebben onderling veel met elkaar te maken en ze hebben gevolgen voor hoe we onze fysieke leefomgeving inrichten: ruimte maken voor de klimaatverandering en energietransitie; de economie van Nederland verduurzamen en ons groeipotentieel behouden; onze steden en regio's sterker en leefbaarder maken; het landelijk gebied toekomstbestendig ontwikkelen. De Omgevingsvisie geeft geen specifieke beleidskaders voor individuele woonprojecten. De conclusie is dat voor de onderhavige planontwikkeling geen rijksbelangen zijn gemoeid. Ladder duurzame verstedelijking Voor het bepalen van de behoefte aan het project is de Ladder voor Duurzame Verstedelijking (hierna te noemen: de Ladder) doorlopen. Op 1 juli 2017 is het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) gewijzigd, waarbij een nieuwe Laddersystematiek geldt. Deze ladder bestaat uit twee treden en is bedoeld als hulpmiddel bij een zorgvuldige afweging van ruimtelijke en infrastructurele besluiten.

Het doorlopen van de Ladder heeft als doel het realiseren van een goede ruimtelijke ordening in de vorm van een acceptabel woon- en leefklimaat en een duurzaam ruimtegebruik. De Ladder voor Duurzame Verstedelijking kent de volgende stappen: 1. Nagegaan wordt in hoeverre de voorgenomen stedelijke ontwikkeling in een actuele regionale behoefte voorziet; 2. Indien uit 1) blijkt dat er sprake is van een actuele regionale behoefte, wordt beschreven in hoeverre in die behoefte binnen het bestaand stedelijk gebied van de betreffende regio kan worden voorzien door benutting van beschikbare gronden door herstructurering, transformatie of anderszins. Belangrijk bij de invulling van de treden is om te kijken naar zowel de kwantitatieve als de kwalitatieve aspecten. Het gaat dus niet alleen over programma's of oppervlakten, maar ook over de mogelijkheden om bepaalde functies goed te kunnen laten functioneren. De stappen die worden gevraagd, bewerkstelligen dat de wens om een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk te maken, nadrukkelijk wordt gemotiveerd en afgewogen met oog voor de ontwikkelingsbehoefte van een gebied, maar ook met oog voor de toekomstige ruimtebehoefte en voor de ontwikkeling van de omgeving waarin het gebied ligt.

Bestemmingsplan De Veste

7

3.2

Provincie

Omgevingsvisie FlevolandStraks (2017) De Omgevingsvisie FlevolandStraks (Samen maken we Flevoland) die op 8 november 2017 door Provinciale Staten is vastgesteld, geeft de langetermijnvisie van de provincie Flevoland op de toekomst van dit gebied. Het gaat over de periode tot 2030 en verder. Er zijn drie kernopgaven: Het Verhaal van Flevoland (fysieke omgeving), Krachtige Samenleving (sociaal-economische omgeving) en Ruimte voor Initiatief (bestuurlijke omgeving). Deze opgaven vormen de kern voor alle ontwikkelingen waar de provincie Flevoland bij betrokken is. Zowel voor de strategische opgaven uit de Omgevingsvisie, als andere vraagstukken van de provincie Flevoland. De Omgevingsvisie geeft geen specifieke beleidskaders voor individuele woonprojecten. Bij het onderhavige plangebied zijn geen provinciale belangen gemoeid. Bestaand stedelijk gebied Het plangebied is gelegen in het centrum van Lelystad, ten westen van het Lelystad Centrum en wordt omringd door stedelijke voorzieningen. Het plangebied is daarmee gelegen in het bestaand stedelijk gebied. Behoefte De Metropoolregio Amsterdam (MRA), waar Lelystad onderdeel van uit maakt, heeft op 15 maart 2023, de Woondeal MRA gesloten. Hierin zijn afspraken gemaakt om de gezamenlijke woningbouwopgave binnen de MRA te regelen. Tot 2030 moeten er in de provincie Flevoland 40.000 woningen gerealiseerd worden.

Voor de gemeente Lelystad is de richtinggevende opgave om 10.200 woningen te realiseren. De beschikbare plancapaciteit tot 2029 binnen de gemeente is 9.845 woningen. Zoals in de Woonvisie 2022-2027 van de gemeente Lelystad is aangegeven, is Lelystad als een stad voor minimaal 100.000 inwoners ontworpen. De wegenstructuur, het Stadshart en de maatschappelijke en zorgvoorzieningen zijn voor een stad met die omvang opgezet. De gemeenteraad heeft in het najaar van 2020 aangegeven een toevoeging van 40.000 woningen over de gehele stad te ambiëren. Dit zou meer dan een verdubbeling van de huidige woningvoorraad betekenen. In februari 2022 is de groeiambitie nog eens bekrachtigd door de samenwerkingsafspraken die de gemeente Lelystad, de provincie Flevoland, het ministerie van Binnenlandse Zaken en het Rijksvastgoedbedrijf hebben gemaakt. Doel is om minimaal 1.000 woningen per jaar te bouwen. Het voorliggende plan draagt bij aan de ambitie om te komen tot dit doel. Op basis van bovenstaande kan geconcludeerd worden dat er een grote behoefte aan woningen is in de MRA en de gemeente Lelystad. Het voorliggende plan voorziet voor een deel in deze behoefte. Conclusie De voorgenomen ontwikkeling voldoet aan de ladder voor duurzame verstedelijking.

Bestemmingsplan De Veste

8

Omgevingsprogramma Flevoland (2019) Dit Omgevingsprogramma anticipeert op de toekomstige Omgevingswet, waarin staat dat een provincie moet beschikken over een programma. Daarin is al het beleid voor ontwikkeling, gebruik, beheer, bescherming of behoud van de fysieke leefomgeving gebundeld. Daarmee zijn beleidskeuzes compact en de samenhang geborgd. Het programma bindt alleen de provincie, maar gemeenten en waterschappen moeten er bij het maken van plannen of beleid wel rekening mee houden. Het programma bestaat uit het onderdeel A Ruimte: doel is een goede woon-, werk- en leefomgeving. Grootschalige ontwikkelingen mogen, omdat in omliggende regio's daarvoor geen ruimte is. Voorwaarde is een evenwichtige ontwikkeling. Bereikbaarheid, voorzieningenniveau en werkgelegenheid moeten worden verbeterd. Voor het stedelijk gebied geldt dat wordt ingezet op de ontwikkeling van vitale steden en dorpen. Kern van het beleid is: efficiënt ruimtegebruik, versterking van het draagvlak voor voorzieningen, nieuwe solitaire clusters buiten stedelijk gebied zijn in beginsel niet toegestaan, tenzij het een kwaliteitsimpuls betreft. Op het gebied van wonen is meer differentiatie nodig (starters, ouders, alleenstaanden), met het kwaliteitsbehoud van bestaande de woningvoorraad. Het onderhavige plan wijkt niet af van het omgevingsprogramma Flevoland (2019).

Omgevingsverordening Flevoland (2019) De provincie wil anticiperen op de Omgevingswet en daarom is de omgevingsverordening opgesteld. Dit betekent dat alle regels met betrekking tot omgevingsrecht (in dit geval de provinciale) in één regeling worden gebundeld. De verordening bestaat uit drie soorten regels: algemene regels en vergunningstelsels gericht op burgers, regels gericht tot bestuur zoals omgevingswaarden en beoordelingsregels voor aanvragen en als derde instructieregels over uitoefening van taken en bevoegdheden door gemeenten en waterschappen. De Omgevingsverordening ziet net als de Omgevingswet op alle regels inzake de fysieke leefomgeving (bouwen, infra, water, bodem, lucht, landschap, natuur en cultureel erfgoed). Het onderhavige plan wijkt niet af van de Omgevingsverordening Flevoland (2019).

3.3

Gemeente

Structuurvisie Lelystad 2023 en Omgevingsvisie (september 2021) De gemeenteraad van Lelystad heeft in januari 2014 de 'Structuurvisie Lelystad 2023' vastgesteld. Het is een actualisatie van het uit 2005 daterende 'Structuurplan Lelystad 2015'. Het Structuurplan heeft een looptijd van 25 jaar, waarbij gedurende de periode tot 2015 hoofdzakelijk uitvoering zal worden gegeven aan het vastgestelde beleid. De onderhavige ontwikkeling past in de beleidsuitgangspunten van de Structuurvisie. Ter voorbereiding op de Omgevingswet heeft de gemeente Lelystad de Omgevingsvisie Lelystad 2040 ‘Sterke stad in de regiohoofdstad van de nieuwe natuur’ vastgesteld (22 juni 2021). Lelystad wil haar inwoners een steeds aantrekkelijkere en groene woonomgeving in een bruisende stad bieden.

Bestemmingsplan De Veste

9

De ambitie is dat Lelystad een sterke stad in de regio en Hoofdstad van de Nieuwe Natuur wordt. Lelystad gaat zich de komende jaren onvermoeid inzetten om voor haar toekomstige 100.000 inwoners een economisch sterke, groene en gezonde leefomgeving te ontwikkelen. Lelystad gaat voor groene verstedelijking. De nieuwbouw en transformatie van de bestaande stad wordt gericht ingezet op selectieve plekken waar de maatschappelijke en economische meerwaarde het grootst is en bijdragen aan het in balans brengen van de stad. Met het woningbouwprogramma en transformatieopgave sluit Lelystad aan op diverse ambities. Huidige inwoners wordt een beter perspectief op een wooncarrière (zowel starten als doorstromen) geboden. En ook op de ruimtelijke kwaliteiten van de stad (Hoofdstad van de Nieuwe Natuur) en op het economisch profiel van onze stad. Het onderhavige project past in deze ambitie. Woonvisie 2022-2027 Een leven lang wonen in Lelystad Op 8 maart 2022 heeft de gemeenteraad de nieuwe woonvisie vastgesteld. In de woonvisie staan de belangrijkste afspraken voor het woonbeleid. Er staan opgaven in voor onder meer de groeiambitie, de bestaande stad, betaalbaarheid en beschikbaarheid, duurzaamheid en wonen en zorg.

Met de nieuwe Woonvisie streeft de gemeente Lelystad naar een versnelde kwalitatieve groei van de stad met de juiste woning op de juiste plek en wijken met alle voorzieningen die daarbij horen. De komende jaren wordt ingezet op veel verschillende woningen om nieuwe inwoners en bedrijvigheid aan zich te binden. Voor de bestaande stad wil de gemeente de kwaliteit van woningen en de woonomgeving verbeteren. Ook gaat Lelystad experimenteren en ruimte bieden voor innovatieve architectuur en duurzame bouwstijlen en zorgt het voor een gevarieerd aanbod aan woonvoorzieningen met passende zorg. Het onderhavige bestemmingsplan draagt bij aan de in de woonvisie beschreven ambities en woonopgaven, o.a.: Mogelijkheden voor wooncarrière en doorstroming Voldoende betaalbaar aanbod Differentiatie in doelgroepen inzet op sociale sector: zoekduur verkorten Welstandsnota (2015) Het gemeentelijk welstandsbeleid is vastgelegd in de ‘Welstandsnota 2015 Lelystad geeft ruimte kwaliteit’. Deze welstandsnota biedt het kader om bestaande kwaliteiten te waarborgen en nieuwe kwaliteiten toe te voegen. Aangezien het hier om transformatie/verkleuring van functie en gebruik (werken naar wonen) gaat, valt de nieuwbouw onder de beperkte stedenbouwkundige welstand S2 (cluster en woonerf wijken).

Bij de stedenbouwkundige welstand zijn de criteria erop gericht om de hoofdvorm van een gebouw of blok (straat) intact te laten. Ingrepen in een blok of een samenhang van blokken worden beoordeeld in verhouding tot de aanpalende blokken en de stedenbouwkundige impact van de verandering in haar omgeving.

Bestemmingsplan De Veste

10

Ten behoeve van dit bestemmingsplan is nog geen stedenbouwkundig ontwerp ontwikkeld. Het te ontwikkelen ontwerp dient aan de welstandseisen uit de Welstandsnota te voldoen. Kadernota Duurzaamheid In 2016 heeft de gemeenteraad de Kadernota Duurzaamheid vastgesteld. In deze kadernota zijn de langjarige doelen beschreven die leiden tot een duurzamer Lelystad. Een jaar later is eveneens door de gemeenteraad het Uitvoeringsplan Duurzaamheid 2017-2020 vastgesteld. Daarin zijn speerpunten met projecten benoemd die bijdragen aan het behalen van de doelstellingen. Tegelijkertijd heeft de raad middelen beschikbaar gesteld om deze doelen te behalen. Als vervolg hierop is het Actieplan Duurzaamheid 2021-2024 vastgesteld. De visie is dat Lelystad een groene, vitale gemeente is waar het aantrekkelijk wonen, werken en verblijven is. Er is een sterk sociaal netwerk waarin de mensen elkaar inspireren en verantwoordelijkheid nemen voor elkaar en hun omgeving, waarbij de overheid bestaande netwerken en nieuwe initiatieven ondersteunt en waar nodig zelf het goede voorbeeld geeft. Lelystad is een sociaal en financieel gezonde gemeente in een prettige, groene leefomgeving met vitale woonwijken, goed onderwijs en perspectief op voldoende banen. Lelystad profileert zich als een ondernemende stad met een duurzaam en innovatief profiel. Veel innovatieve oplossingen worden bedacht in Lelystad.

De omgeving wordt ingezet om lokaal voedsel te verbouwen en grondstoffen te ontwikkelen. Steeds meer afval kan als grondstof dienen. Lelystad is een gemeente die haar eigen energiebehoefte volledig duurzaam opwekt. De ambitie is om de stad zodanig inrichten dat deze vanuit economisch, ecologisch en menselijk oogpunt gezond, aantrekkelijk en toekomstbestendig is. In een gezonde stad is ruimte voor duurzame energie-, water-, voedsel-, grondstoffen- en afvalkringlopen. Daarbij wordt gestreefd naar een samenhangende duurzame ontwikkeling met een betere balans tussen economie, ecologie en de mens. Hierbij houden we de onderstaande uitgangspunten in het vizier: • • • • •

Energie Kies recyclebare materialen Gebruik geen schadelijke producten Behoud onze natuur We gaan zuinig om met energie en kiezen voor groene energie.

De toekomstige plannen die binnen dit plangebied gerealiseerd zullen worden, dienen een bijdrage te leveren aan het duurzaamheidsbeleid van de gemeente.

Bestemmingsplan De Veste

11

4.

OMGEVINGSASPECTEN

In dit hoofdstuk worden de relevante omgevingsaspecten beoordeeld.

4.1

Milieueffectrapportage

Voor besluiten en plannen die ontwikkelingen bevatten, die (mogelijk) belangrijke negatieve gevolgen voor het milieu kunnen hebben, geldt de plicht voor het opstellen van een milieueffectrapportage. Op die manier krijgt milieu een volwaardige rol in de afweging van belangen. De drempelwaarden voor projecten waarbij deze verplichting aan de orde is, zijn vastgelegd in het Besluit m.e.r. Bij dit bestemmingsplan hoeft geen milieueffectrapportage opgesteld te worden. De ontwikkeling die met dit bestemmingsplan mogelijk wordt gemaakt, ligt onder de drempelwaarden zoals die genoemd zijn in het Besluit m.e.r. (onderdeel D, kolom 2). In onderdeel D, D.11.2 wordt aangegeven dat voor ‘de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject, met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen’ een vormvrije Mer-beoordeling dient plaats te vinden. Vanaf 7 juli 2017 kan dit niet meer in de vorm van een paragraaf in de toelichting, maar moet door de initiatiefnemer een 'aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling worden opgesteld. Dit is alleen niet aan de orde indien het bevoegd gezag zelf initiatiefnemer is. Bij dit bestemmingsplan is geen ‘aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling’ opgesteld. De gemeente is zelf initiatiefnemer via de verkoop van de gronden aan een ontwikkelende partij. De milieuaspecten zijn in dit hoofdstuk uitgebreid onderzocht.

Er zijn vanuit het oogpunt van milieu geen milieubelemmeringen.

4.2

Verkeer

Om te komen tot de verkeerstoename als gevolg van de ontwikkeling van de locatie De Veste en een oordeel te kunnen vellen over de gevolgen voor de omliggende wegen, is het recente verkeersmodel geraadpleegd. Dit verkeersmodel - met het prognosejaar 2030 en 2040 – is door de gemeente opgesteld. Op basis van dit model wordt verwacht dat – gelet op het relatief beperkt aantal woningen (circa 48 én de huidige intensiteit van de omliggende dreven - de verkeerstoename niet dermate groot is dat hier problemen ontstaan. De hoofdaansluiting van het plangebied is via de Veste 10 naar de Stationsdreef. Conclusie Nader verkeerskundig onderzoek en/of parkeerberekeningen is niet noodzakelijk.

4.3

Geluid

Voor het onderdeel geluidshinder is de Wet geluidhinder (Wgh) van kracht. Het doel van deze wet is het terugdringen van hinder als gevolg van geluid en het voorkomen van een toename van geluidshinder in de toekomst.

Bestemmingsplan De Veste

12

Beoordeling De Veste Industrielawaai Het project heeft geen consequenties in verband met industrielawaai en voorziet niet in de wijziging van een geluidzone in de zin van de Wet geluidhinder. Spoorwegverkeer en wegverkeerslawaai Een woongebouw is een geluidgevoelige functie. Er heeft akoestisch onderzoek plaatsgevonden. Het rapport is opgenomen in bijlage 1. De conclusies uit dit onderzoek worden hierna samengevat. Voor de berekening van het spoor- en wegverkeerslawaai is gerekend met een mogelijke stedenbouwkundige invulling van het plangebied, welke voldoet aan de gestelde regels uit het bestemmingsplan (zie figuur 7).

GO1

GO2

GO3

Figuur 7: indicatieve invulling van het plangebied GO1 t/m GO3

Spoor Langs een aantal spoorwegen zijn onderzoekszones aangewezen waarbinnen akoestisch onderzoek moet worden verricht. De zones langs het spoor zijn afhankelijk van het vastgestelde geluidproductieplafond (GPP-waarde) langs het spoor. Voor het doorgaande spoor Almere-Lelystad-Dronten heeft het referentiepunt ter hoogte van het plangebied een waarde van 50,3 dB. Conform het Besluit geluidhinder (Bgh) artikel 1.4a heeft de spoorweg een geluidzone van 100 meter. De van toepassing zijnde geluidzone van het doorgaande spoor overlapt het plangebied.

Bestemmingsplan De Veste

13

Artikel 1.4a Besluit geluidhinder

Voorkeursgrenswaarde en ontheffingswaarde De voorkeurswaarde voor de geluidbelasting vanwege het railverkeer bedraagt 55 dB (art. 4.9, lid 1 Besluit geluidhinder) voor nieuwe woningen. De maximale ontheffingswaarde is 68 dB (art. 4.10 Besluit geluidhinder). Ter plaatse van het plangebied bedraagt de maximale geluidbelasting 53 dB ten gevolge van de spoorlijn. De voorkeurgrenswaarde (55 dB) uit de Wet geluidhinder wordt gerespecteerd. Wegverkeerslawaai In het onderzoek naar de effecten van wegverkeerslawaai is de geluidbelasting vanwege de Stationsdreef voor toepassing van de aftrek volgens artikel 110g van de Wet geluidhinder bepaald. Ten gevolge van de Stationsdreef bedraagt de geluidbelasting maximaal 55 dB ter plaatse van gebouw G01, 56 dB ter plaatse van gebouw G02 en 49 dB ter plaatse van gebouw G03. Ter plaatse van alle gebouwen wordt de voorkeursgrenswaarde (48 dB) niet gerespecteerd. De maximale ontheffingswaarde (63 dB) wordt wel gerespecteerd. Maatregelen ter reductie van de geluidbelasting ten gevolge van de Stationsdreef zijn onderzocht en stuiten op overwegende bezwaren en/of zijn niet doelmatig. Cumulatie Er is geen sprake van cumulatie in de zin van de Wet geluidhinder, aangezien enkel sprake is van relevante blootstelling door één geluidbron, in deze situatie wegverkeer. Vanwege spoorweglawaai wordt voldaan aan de voorkeursgrenswaarde.

Er is geen sprake van cumulatie in de zin van de Wet geluidhinder. Hogere waarde Indien het toepassen van bron- en/of overdrachtsmaatregelen stuit op overwegende bezwaren, is planrealisatie alleen mogelijk als het bevoegd gezag, de gemeente Lelystad, hogere waarden vastgesteld voor de woningen met een overschrijding van de voorkeurswaarde vanwege de Stationsdreef.

Bestemmingsplan De Veste

14

Zodra het ontwerp van de gebouwen bekend is, zal uit een onderzoek naar de geluidwering van de gevel moeten blijken of de vereiste karakteristieke geluidwering van de gevel (GA;k) voldoet aan de eisen uit het Bouwbesluit. Tevens heeft de gemeente voorwaarden opgesteld in een beleid waaraan moet worden voldaan voor het verlenen van een Hogere waarde. Conclusie: Uit het akoestisch onderzoek blijkt dat op het perceel de gevels niet overal kan worden voldaan aan de wettelijke voorkeursgrenswaarde vanwege de Stationsdreef. Aan het college van burgemeester en wethouders wordt verzocht een ontheffing van de voorkeursgrenswaarde te verlenen, middels een besluit tot het vaststellen van een hogere waarde voor de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting. Hiervoor wordt parallel aan de procedure van dit bestemmingsplan - een ‘procedure tot het vaststellen van een hogere grenswaarde’ doorlopen.

4.4

Luchtkwaliteit

Voor het aspect luchtkwaliteit is de Wet milieubeheer van kracht. De wet is enerzijds bedoeld om de negatieve effecten op de volksgezondheid aan te pakken, als gevolg van te hoge niveaus van luchtverontreiniging. Beoordeling De Veste Volgens de Grootschalige Concentratie- en Depositiekaarten Nederland (2022) geldt in de directe omgeving van het projectgebied in 2022 een gemiddelde fijnstof concentratie (PM10) van 15 μg/m3. Voor het jaar 2030 wordt verwacht dat deze concentratie is gedaald naar circa 12 μg/m3. Er geldt een gemiddelde concentratie stikstofdioxide (NO2) van <10 μg/m3. Voor het jaar 2030 wordt verwacht dat deze concentratie is gedaald naar circa 7 μg/m3. De norm voor beide stoffen ligt op 40 μg/m3 (jaargemiddelde concentratie vanaf 2015). Er is dus geen sprake van een dreigende overschrijding van de grenswaarden. Met de ontwikkeling van dit plangebied worden circa 48 appartementen toegevoegd. Dit project valt onder de regeling ‘Niet in betekenende mate’ (luchtkwaliteitseisen) en draagt niet in betekenende mate bij aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Conclusie: Het plan voldoet aan de wettelijke bepalingen uit de Wet milieubeheer.

4.5

Stikstof

Projecten of handelingen (zoals bijvoorbeeld vestiging/uitbreiding van een bedrijf of een woningbouwplan) kunnen vergunningplichtig zijn in het kader van de Natuurbeschermingswet. Deze activiteiten kunnen stikstofdepositie veroorzaken ter plaatse van gevoelige habitattypes in nabijgelegen Natura 2000-gebieden. Beoordeling De Veste Met de voorgenomen ontwikkelingen aan de De Veste 10 te Lelystad is een stikstofonderzoek in het kader van de Wet natuurbescherming. Het onderzoek verschaft inzicht of de geplande uit te voeren werkzaamheden conflicteren met de Wet natuurbescherming.

Bestemmingsplan De Veste

15

Het rapport (zie bijlage 2) geeft inzicht in het wettelijk kader, de gebruikte methodiek en de resultaten van het uitgevoerde onderzoek. Deze berekening is noodzakelijk om uitsluitsel te kunnen geven of de geplande ontwikkelingen voor de aanleg- en de nieuwe gebruiksfase niet de grenswaarde van stikstofdepositie van 0,00 mol/ha/j overschrijden. Op basis van het uitgevoerde onderzoek, en de daarbij behorende berekeningen, kan worden geconcludeerd dat voor de aanlegfase en de gebruiksfase de grenswaarde van de stikstofdepositie op natuurgebieden van 0,00 mol/ha/j niet wordt overschreden. Dit houdt in dat er geen belemmeringen zijn voor het aspect stikstof voor de aanlegfase en de gebruiksfase. Er is geen vergunning ten aanzien van de wet natuurbescherming nodig. Conclusie: Het project is in het kader van de Wet natuurbescherming, ten aanzien van de effecten van stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden, niet vergunningplichting. Nader onderzoek is niet noodzakelijk.

4.6

Bodem

Het beleid ten aanzien van de bodemkwaliteit is op nationaal niveau vastgelegd in de Wet bodembescherming (Wbb) en het (bijbehorende) Besluit bodemkwaliteit. Gestreefd wordt naar een duurzaam bodembeheer. Bij een ruimtelijk plan moet de bodemkwaliteit van het betreffende gebied inzichtelijk worden gemaakt. Hierbij is van belang te weten of er bodemverontreiniging is die de functiedoelen kan frustreren, of er gezondheidsrisico's of ecologische risico's daardoor zijn en wat de mogelijkheden zijn om er tijdig iets aan te doen. Om deze vragen te beantwoorden is wettelijk verplichte informatie over de bodemkwaliteit nodig. Het uitgangspunt wat betreft de bodem in het plangebied is, dat de kwaliteit ervan zodanig dient te zijn dat er geen risico's zijn voor de volksgezondheid bij het gebruik van het plangebied voor de beoogde functie(s). Beoordeling De Veste In het kader van het bestemmingsplan Lelystad Midden West (gedeeltelijk) heeft onderzoek plaatsgevonden naar het historisch bodemgebruik van het plangebied Lelystad Midden West (zie bijlage 1 van de toelichting van dat bestemmingsplan). De locatie De Veste maakte deel uit van dit onderzoek. Als algemene conclusie wordt in dit bodemonderzoek geconcludeerd dat op basis van de gegevens uit het historisch onderzoek naar het bodemgebruik er geen belemmering is om het bestemmingsplan vast te stellen.

Deze conclusie geldt dus ook voor het onderhavige plangebied De Veste. De locatie De Veste is altijd onbebouwd terrein geweest. Er hebben geen bodem verontreinigende activiteiten plaatsgevonden. Uit de omgevingsrapportage blijkt dat er geen nadere gegevens bekend zijn over deze locatie. De locatie is niet aangewezen als verdachte locatie voor asbest. Conclusie Het aspect bodemkwaliteit vormt geen belemmering voor het bestemmingsplan.

Bestemmingsplan De Veste

16

4.7

Milieuzonering

In het kader van een goede ruimtelijke ordening is ruimtelijke afstemming tussen bedrijfsactiviteiten, voorzieningen en gevoelige functies (woningen) noodzakelijk. Voor deze afstemming wordt de basiszoneringslijst van de VNG-brochure ’Bedrijven en milieuzonering’ (2009) gehanteerd. Een richtafstand kan worden beschouwd als de afstand waarbij onaanvaardbare milieuhinder als gevolg van bedrijfsactiviteiten redelijkerwijs kan worden uitgesloten. Beoordeling De Veste In het pand van Kam & Brenotte is een kindertandarts gevestigd. Die valt volgens de VNG publicatie onder “artsenpraktijken, klinieken en dagverblijven”. Hier wordt een afstand van 10 meter voorgeschreven (geluid). Aan deze afstand wordt voldaan. Verder zijn in de directe omgeving van het plangebied vanuit milieuzonering geen relevante bestemmingen en functies aanwezig. De functies in de directe omgeving van het plangebied zijn kantoren en woningen. Conclusie: Het bestemmingsplan voldoet aan de richtafstanden. Nader onderzoek is niet noodzakelijk.

4.8

Externe Veiligheid

Externe veiligheid gaat over het beheersen van de risico's voor de omgeving bij gebruik, opslag en vervoer van gevaarlijke stoffen als vuurwerk, lpg en munitie over weg, water en spoor en door buisleidingen. Beoordeling De Veste Inrichtingen en buisleidingen In het kader van het aspect externe veiligheid is de risicokaart geraadpleegd. Hieruit blijkt dat in of nabij het projectgebied geen sprake is van risicobronnen voor gevaarlijke stoffen (inrichtingen en buisleidingen). Vervoer over spoor Wel vindt in de nabijheid van het projectgebied over de Hanzelijn vervoer van gevaarlijke stoffen plaats. Hierdoor is sprake van een plaatsgebonden risicocontour en een groepsrisico. Deze spoorlijn maakt deel uit van het Basisnet spoor. Voor het aspect externe veiligheid vervoer gevaarlijke stoffen over spoor heeft onderzoek plaatsgevonden. De resultaten zijn als volgt (zie bijlage 3a en b). Plaatsgebonden risico In het kader van het plaatsgebonden risico is de contour waarbinnen geen kwetsbare objecten mogen worden opgericht de 10-6-contour. Binnen deze contour is het ontwikkelen van beperkt kwetsbare objecten alleen onder bepaalde voorwaarden mogelijk. Voor omgevingsbesluiten die ruimtelijke ontwikkelingen mogelijk maken langs doorgaande routes van spoorwegen die deel uitmaken van het Basisnet spoor kan de berekening van het plaatsgebonden risico achterwege blijven.

Voor deze spoorlijnen gelden namelijk de veiligheidsafstanden die in de Regeling basisnet zijn opgenomen.

Bestemmingsplan De Veste

17

Uit Bijlage II Tabel Basisnet spoor van de Regeling basisnet blijkt dat voor het spoortraject Weesp – Hattem, ter hoogte van het plangebied, een PR 10-6-contour aanwezig is van 6 meter. Gezien de ruimtelijke scheiding vormt de plaatsgebonden risicocontour geen belemmering voor de planontwikkeling. Naast het plaatsgebonden risico geldt langs spoorlijnen waarover veel zeer brandbare vloeistoffen vervoerd (kunnen) worden (meer dan 3.500 ketelwagenequivalenten brandbare vloeistoffen (stofcategorie C3)) een vast plasbrandaandachtsgebied (PAG) tot 30 meter ter weerszijden van de spoorbaan. In het voorliggende geval is sprake van een PAG. Aangezien de bebouwing binnen het plangebied op een afstand van ruim 60 meter ligt, ligt het PAG niet over het plangebied. Op grond van dit gegeven vormt het PAG geen belemmering voor het plan. Groepsrisico Door het planvoornemen zal het aantal aanwezige personen binnen het plangebied toenemen. Aangezien de planlocatie op korte afstand van de spoorlijn Weesp - Hattem is gesitueerd, zijn de externe veiligheidsrisico’s van deze spoorlijn nader onderzocht. Uit de resultaten blijkt dat zowel vóór als na planrealisatie sprake is van een groepsrisico dat lager dan de oriëntatiewaarde (OW) ligt, zelfs lager dan 0,1 maal de OW. Er is sprake van een zeer marginale rekenkundige toename van de hoogte van het groepsrisico.

Ingevolge artikel 7 en 8 van het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) dient invulling gegeven te worden aan een beperkte verantwoording van het groepsrisico. Beperkte verantwoording groepsrisico Als gevolg van het vervoer van gevaarlijke stoffen over de spoorlijn Weesp – Hattem dient binnen de planlocatie rekening gehouden te worden met de volgende scenario’s. BLEVE scenario BLEVE is een afkorting voor “Boiling Liquid Expanding Vapour Explosion” (kokende vloeistof-gasexpansie-explosie). Er bestaat een koude en een warme BLEVE. Bij een koude BLEVE explodeert de tank meteen. Bij een warme BLEVE explodeert de tank als gevolg van een brandhaard. Toxisch scenario Toxische vloeistoffen en gassen kunnen vrijkomen als de tankwagon met toxische stoffen het begeeft als gevolg van bijvoorbeeld een incident. Hierbij komen de toxische stoffen vrij in de vorm van een plas of een wolk. Een toxische plas zal vervolgens (gedeeltelijk) verdampen, waarbij een toxische wolk wordt gevormd. Afhankelijk van de windrichting en de weersomstandigheden kan de toxische wolk richting het plangebied drijven. De in bijlage 3b opgenomen adviezen ten aanzien van bestrijdbaarheid en zelfredzaamheid worden in het kader van het vooroverleg voor advies voorgelegd aan de regionale Brandweer dan wel de Veiligheidsregio.

De aanvullende adviezen van de brandweer of veiligheidsregio neemt de gemeente Lelystad mee in haar besluitvorming.

Bestemmingsplan De Veste

18

Conclusie Het aspect externe veiligheid vormt geen belemmering voor het bestemmingsplan, behalve voor het onderdeel groepsrisico. De adviezen worden in de besluitvorming voor dit bestemmingsplan meegewogen.

4.9

Trillingshinder

In Nederland bestaat geen wetgeving voor het voorkomen van hinder of schade door trillingen. Wel dient het aspect trillingen in het kader van de goede ruimtelijke ordening en de zorgvuldige voorbereiding van besluiten wel te worden afgewogen indien een trillingsbron aanwezig is. ProRail adviseert doorgaans indicatief onderzoek te doen naar de te verwachten trillingsniveaus, waarbij specifiek wordt gekeken naar de locatie en de bouwkarakteristiek van de te realiseren woningen. Als de te verwachten trillingsniveaus groter zijn dan de na te streven waarden zoals aangegeven in de Richtlijn deel B “Hinder voor personen in gebouwen door trillingen, Meet- en beoordelingsrichtlijn” van de Stichting Bouw-research (SBR), dan zouden eisen / maatregelen in de uitwerking van het plan kunnen worden overwogen aan de woningen. Trillingsbronnen In het plangebied worden geen nieuwe trillingsbronnen toegevoegd. Een indicatief onderzoek naar de gevolgen van het bestemmingsplan voor omliggende trillingsgevoelige functies is derhalve niet noodzakelijk. Trillingsgevoelige functies Bij trillingsgevoelige gebouwen gaat het bijvoorbeeld om woningen, onderwijsgebouwen, ziekenhuizen, verzorgings- en verpleeghuizen, en kinderdagverblijven. In dit bestemmingsplan worden nieuwe woningen mogelijk gemaakt. Spoorwegverkeer kan trillingen in de bodem veroorzaken.

Doordat de trillingen zich verder in de bodem verspreiden, kunnen gebouwen en personen in de omgeving daar hinder van ondervinden. In de ‘Handreiking Nieuwbouw en spoortrillingen’ (mei 2019, Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat) wordt geadviseerd om voor ontwikkelingen die op minder dan 100 meter van het spoor liggen, onderzoek naar trillingshinder uit te voeren. Het plangebied ligt op 50 m afstand van het tracé van de Hanzelijn, de spoorlijn van Lelystad naar Zwolle en ligt daarmee binnen de 100 meter zone. Beoordeling De Veste In januari 2023 is een quickscan trillingen uitgevoerd voor een vergelijkbare locatie Stationsgebied West deelgebied Hanzepark. Deze locatie ligt – in vergelijking met De Veste - op een vergelijkbare afstand van de Hanzelijn. Dit onderzoek geeft aan dat er op de bouwlocatie Hanzepark in Lelystad een verwaarloosbaar risico is met betrekking tot spoortrillingen. De minimumafstand van enig bouwwerk tot het spoor bedraagt 45 meter. De bodemsamenstelling met slappe kleilagen en veenlagen in de toplaag zorgt ervoor dat op deze afstand alleen nog zeer laagfrequente trillingen (< 5 Hz) zullen voorkomen. Deze lage frequenties worden vooral opgewekt door goederentreinen die op deze lijn maar zeer beperkt voorkomen.

Bestemmingsplan De Veste

19

De vele reizigerstreinen op deze lijn zijn qua trillingsbelasting op het plan verwaarloosbaar. Geen enkele reizigerstrein zal leiden tot voelbare trillingen in het bouwplan. In dat onderzoek wordt ook verwezen naar eerder verrichte metingen aan woningen/appartementen 200 meter noordelijk van het Stationsgebied. Deze metingen hebben uitgewezen dat deze goederentreinen geen voelbare trillingen opwekken op woningfundaties en verwacht mag worden dat deze ook op woningvloeren (ruim) voldoen aan de streefwaarden uit de SBR-B. Conclusie: Het plan De Veste voldoet aan de SBR-B. Er is dan ook geen aanleiding tot het doen van vervolgonderzoek met betrekking tot trillingen.

4.10

Water

Sinds 1 november 2003 is de toepassing van de watertoets wettelijk verplicht door de verankering in het Besluit op de ruimtelijke ordening 1985. De watertoets heeft betrekking op alle grond- en oppervlaktewateren en behandelt alle van belang zijn de waterhuishoudkundige aspecten (naast veiligheid en wateroverlast ook bijvoorbeeld waterkwaliteit en verdroging). De watertoets is een belangrijk procesinstrument om het belang van water een evenwichtige plaats te geven in de ruimtelijke ordening. Uit de waterparagraaf blijkt de betrokkenheid van de waterbeheerder in het planproces en de wijze waarop het wateradvies van de waterbeheerder is meegenomen in de uitwerking van het plan. KRW De Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) is in 2000 ingevoerd en heeft als doelstelling het bereiken van een goede ecologische en chemische toestand voor alle oppervlaktewaterlichamen en het beschermen en herstellen van alle grondwater-lichamen (verbinding infiltratie- en kwelgebieden). Door de inrichting van watergangen af te stemmen op de ecologie kan de ecologische toestand verbeterd worden. De KRW heeft het streven om emissies naar oppervlakte- en grondwater terug te dringen. De gemiddelde jaarlijkse grondwateronttrekking mag de beschikbare grondwatervoorraad op lange termijn niet overschrijden.

Waterbeleid voor de 21e eeuw De Commissie Waterbeheer 21ste eeuw heeft in augustus 2000 advies uitgebracht over het toekomstige waterbeleid in Nederland. Een andere aanpak in het licht van verwachte ontwikkelingen inzake zeespiegelstijging, toenemende neerslag en rivierwaterafvoer en verdergaande bodemdaling is noodzakelijk. De adviezen van de commissie staan in het rapport Anders omgaan met water, Waterbeleid voor de 21ste eeuw (WB21). De kern van het rapport WB21 is dat water de ruimte moet krijgen, voordat het die ruimte zelf neemt. In het Waterbeleid voor de 21e eeuw worden twee principes(drietrapsstrategieën) voor duurzaam waterbeheer geïntroduceerd: 1. vasthouden, bergen en afvoeren; 2. schoonhouden, scheiden en zuiveren.

Bestemmingsplan De Veste

20

Waterwet De Waterwet (2009) bestaat uit een achttal wetten die zijn samengevoegd tot één wet. De Waterwet stelt integraal waterbeheer op basis van de ‘watersysteembenadering’ centraal. Eén van de voornaamste veranderingen, naast invoering van de watervergunning, is de verbeterde doorwerking van water in andere beleidsterreinen, met name het ruimtelijke domein. De verantwoordelijkheden in het oppervlaktewateren grondwaterbeheer van Rijk, provincie, waterschappen en gemeenten zijn in de Waterwet helderder vastgelegd. Rijksbeleid Het Rijksbeleid op het gebied van het waterbeheer is vastgelegd in het Nationaal Water Programma 2022-2027. Dit document geeft een overzicht van de ontwikkelingen binnen het waterdomein en legt nieuw ontwikkeld beleid vast. Het belangrijkste uitgangspunt is het werken aan schoon, veilig en voldoende water dat klimaat adaptief en toekomstbestendig is. Ook is er aandacht voor de raakvlakken van water met andere sectoren. De doorwerking van de beleidsambities/uitgangspunten naar lagere overheden is geregeld in het Bestuursakkoord Water (2011) en de Waterwet (2009). In relatie tot de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) wordt de doorwerking geregeld in de Omgevingswet. Het programma geeft invulling aan de Europese richtlijnen waaronder de KRW, Richtlijn overstromingsrisico’s, de Kaderrichtlijn Mariene Strategie en de EUrichtlijn Marine Spatial Planning.

Het programma geldt als structuurvisie voor de ruimtelijke aspecten. Watervisie en Waterbeheerprogramma Waterschap Zuiderzeeland De Watervisie verbindt waterthema’s en maatschappelijke opgaven. Voor een gezonde en duurzame ontwikkeling van het gebied is het nodig om het natuurlijke systeem (bodem en water) en de ruimtelijke en economische ontwikkelingen met elkaar te verbinden in een gezamenlijke aanpak. Niet met maakbaarheid als vertrekpunt, maar toekomstbestendigheid. Het Waterbeheerprogramma 2022-2027 bevat de strategische en tactische doelen voor de komende planperiode. Het programma beschrijft op hoofdlijnen welke maatregelen het waterschap neemt om deze doelen te behalen. Het beheergebied wordt water robuust en klimaatbestendig ingericht. Investeringen in het watersysteem zorgt dat er ook in de toekomst voldoende water is bij langdurige droogte én voldoende bescherming bij hoogwater. Watertoets De Veste De gemeente heeft gebruik gemaakt van de digitale watertoets. De ontvangen uitgangspunten zijn in bijlage 4 opgenomen. Daaruit is gebleken dat voor het plan de normale procedure van toepassing is. De waterparagraaf is in het kader van het overleg 3.1.1. Bro met het waterschap afgestemd. De ontvangen adviezen zijn in deze tekst van de waterparagraaf verwerkt.

De relevante randvoorwaarden voor het plan zijn gerangschikt onder zeven streefbeelden ingedeeld op basis van de drie water-thema's 'Veiligheid, Voldoende Water en Schoon Water'.

Bestemmingsplan De Veste

21

Thema Waterveiligheid Het plangebied ligt niet in een beschermingszone van een primaire waterkering. Voor het onderdeel primaire waterkering zijn geen uitgangspunten voor het thema veiligheid van toepassing. Thema Schoon water Goed omgaan met afvalwater Streefbeeld Veel menselijke activiteiten hebben een negatief effect op de kwaliteit van het water doordat ze water verontreinigen. Het waterschap zorgt met de regulering of de behandeling van afvalwater dat zo veel mogelijk van deze effecten teniet worden gedaan. Verontreiniging van het oppervlaktewater door afvalwater (bv. vervuild hemelwater) wordt voorkomen. Uitgangspunt(en) Voor nieuw te ontwikkelen terreinen geldt dat het hemelwater niet naar een centrale rioolwaterzuivering wordt afgevoerd maar in of in de nabijheid van het plangebied wordt verwerkt. Voor bestaande gebieden wordt gestreefd naar het afkoppelen van verhard oppervlak. Het ombouwen van bestaande stelsels naar "zuiverend" gescheiden stelsels heeft een sterke voorkeur. Afstromend regenwater van vervuilde oppervlakken wordt gezuiverd. Verontreinigingen door afvalwater (huishoudelijk afvalwater en bedrijfsafvalwater) worden voorkomen. ➢

Maatregelen in De Veste zullen moeten voorkomen dat verontreinigingen in het open water geraken. Deze maatregelen zullen zowel materiaalvoorschriften in de bouw betreffen als het voorkomen dat verontreinigingen via de verharding in het water belanden. Hierbij kan worden gedacht aan infiltratiebermen, wadi's en waar niet anders mogelijk afvoeren naar het vuilwaterriool. Het toepassen van niet-uitloogbare bouwmaterialen voorkomt dat het hemelwater, dat wordt afgekoppeld naar het oppervlaktewater, wordt vervuild. In verband hiermee worden eisen gesteld aan de bij de daken, goten en leidingen te gebruiken materialen. Er dienen zo min mogelijk (sterk) uitloogbare materialen zoals koper, lood, zink, teerhoudende dakbedekking of geïmpregneerde beschoeiingen gebruikt worden op delen die met hemelwater in contact komen, zoals de dakbedekking, goten en pijpen of er moet voorkomen worden dat deze materialen kunnen uitlogen (bijvoorbeeld door het coaten van loodslabben).

➢

Riolering en afkoppelen Het plan wordt aangesloten op een gescheiden rioolstelsel. Het regenwater wordt afgevoerd naar open water, waarbij het minder schone regenwater (onder andere van wegen met een intensiteit van meer dan 1.000 voertuigen per dag) separaat wordt behandeld (lokale zuivering/infiltratie) en afgevoerd naar het oppervlaktewater.

Bestemmingsplan De Veste

22

Goede structuurdiversiteit Streefbeeld: Het waterschap streeft naar goede leef, verblijf- en voortplantingsmogelijkheden voor de aquatische flora en fauna in het beheergebied. Uitgangspunt: Bij de inrichting van het watersysteem wordt gestreefd naar het realiseren van een ecologisch gezond watersysteem. Bij de dimensionering van het watersysteem wordt rekening gehouden met de te verwachten waterkwaliteit. Randvoorwaarde(n) nieuw oppervlaktewater: Oppervlaktewater met een doelstelling voor goede chemische en/of biologische waterkwaliteit (vaak helder) wordt niet nadelig beïnvloed door water met een lagere waterkwaliteitsdoelstelling (vaak troebel). Negatieve chemische beïnvloeding van de ecologische (water)kwaliteit of het ecologische functioneren van wateren, door ruimtelijke ontwikkelingen wordt voorkomen, omdat compensatie zeer beperkt mogelijk is. ➢

De uitgangspunten voor De Veste zijn erop gericht om een goede ecologische waterkwaliteit te verkrijgen. Bij het stedenbouwkundig ontwerp en de nadere detaillering van de wateropgave wordt hiermee rekening gehouden.

Goede oppervlaktewaterkwaliteit Streefbeeld: Het grond- en oppervlaktewater biedt leef-, verblijf-, en voortplantingsmogelijkheden voor de (aquatische) flora en fauna in het beheergebied. De chemische toestand van deze wateren vormt hier geen belemmering voor. Uitgangspunten: In het ontwerp van het watersysteem wordt uitgegaan van het principe 'schoon houden, scheiden, zuiveren'. Verontreinigingen worden voorkomen of aangepakt bij de bron. Randvoorwaarden: Conform de Waterwet (Ww) is het verboden om zonder vergunning afvalstoffen, verontreinigende of schadelijke stoffen in welke vorm dan ook te brengen in oppervlaktewateren. Schoon regenwater mag zonder waterstaatswerk direct geloosd worden op oppervlaktewater. Indien hiervoor een voorziening zoals een drain of buis wordt aangebracht is hiervoor een vergunning nodig. Lozingen op oppervlaktewater als gevolg van uitlogende materialen verwerkt in bouwwerken (bijvoorbeeld zinken of koperen daken) zijn meldingsplichtig. Voor lozingen in kwetsbaar water van alle typen oppervlakken gemaakt van uitlogende materialen worden voorwaarden gesteld door het waterschap. Steigers In het plangebied zijn geen steigers toegestaan. Slechte kwaliteit kwelwater: Bij het ontwerp van een nieuw watersysteem moet rekening gehouden worden met de hoeveelheid kwel en de kwelwaterkwaliteit.

Bestemmingsplan De Veste

23

Het plangebied is (gedeeltelijk) gelegen in een gebied met kwel van matige tot slechte kwaliteit. Het waterschap wordt vroegtijdig betrokken voor advies over het ontwerp van het nieuwe watersysteem. Thema Voldoende Water Wateroverlast Streefbeeld: Het watersysteem, zowel in landelijk als in stedelijk gebied, is op orde. Het hele beheergebied voldoet aan de vastgestelde normen. Uitgangspunt wateroverlast: Het waterschap streeft naar een robuust watersysteem dat de effecten van toekomstige klimaatveranderingen en bodemdaling kan opvangen. De planontwikkeling is gelegen in een watersysteem dat op basis van de toetsing in 2012 voldoet aan de normering voor wateroverlast. Een dergelijk systeem kan het water verwerken tegen maatschappelijk aanvaardbare kosten. Het verharden van grond met bebouwing of bestrating leidt tot een versnelling van de afvoer van neerslag naar het watersysteem. Waar het verharde oppervlak als gevolg van een ruimtelijke ontwikkeling toeneemt, dienen compenserende maatregelen te worden genomen om piekafvoeren te verwerken. Afwenteling op omliggende gebieden wordt voorkomen en de bergingsruimte in het watersysteem blijft behouden. De beleidsregel 'Compensatie toename verhard oppervlak en versnelde afvoer' is begin 2013 door het waterschap vastgesteld.

Vanaf het moment van vaststelling van de beleidsregel is de situatie van het beheergebied op dat moment het referentiekader geworden, oftewel de nulsituatie. De compensatieplicht geldt zodanig voor de netto toename van het verhard oppervlak voor een bouwvlak sinds begin 2013. Randvoorwaarde(n) wateroverlast Het plangebied De Veste ligt in stedelijk gebied. Oplossingen voor eventuele waterhuishoudkundige problemen dienen bij voorkeur in het eigen projectgebied gevonden te worden. Indien dit niet mogelijk is dient dichtbij het projectgebied compensatie gezocht te worden. Compensatie dient in ieder geval binnen hetzelfde peilgebied plaats te vinden. De berging wordt niet later gerealiseerd dan de uitvoering van de rest van het plan. De reeds aanwezige ruimte voor berging mag niet afnemen. ➢

Het plangebied De Veste ligt aan de Stationsdreef. Parallel aan deze dreef ligt een groenstructuur met daarin een bestaande waterloop. Er is in het projectgebied voldoende ruimte om de compensatieopgave op te kunnen lossen.

Bestemmingsplan De Veste

24

Huidige situatie plangebied De totale oppervlakte van het plangebied is circa 2.600 m2. Minimaal 25% van het plangebied wordt ingericht met groen. Het verhard oppervlak neemt als gevolg van de ontwikkeling netto 1.950 m2 toe. Deze toename is groter dan 750 m2.. Hiervoor is compensatie noodzakelijk. Uitgaande van een compensatiepercentage van 6% wordt in het plangebied rekening gehouden met circa 120 m 2 compensatie open water. Deze oppervlakte wordt in het ontwerp van het plan meegenomen. Dit is bijvoorbeeld mogelijk door de bestaande waterloop het plangebied verder door te trekken en/of uit te breiden. Goed functionerend watersysteem Streefbeeld Het watersysteem zorgt in normale situaties voor een goede doorstroming en afwatering in het beheergebied en maakt het realiseren van het (maatschappelijk) gewenste grond- en oppervlaktewaterwaterregime (GGOR) mogelijk. Waterschap Zuiderzeeland streeft er naar dat de feitelijke situatie van het watersysteem overeenkomt met de legger. Op die manier kan het waterschap weloverwogen anticiperen op en reageren in extreme situaties. Randvoorwaarden goed functionerend watersysteem Het waterschap streeft naar een robuust en klimaatbestendig watersysteem met grote peilvakken. Versnippering van het watersysteem is een ongewenste situatie.

Nieuwe ontwikkelingen sluiten aan op bestaande peilvakken en de inrichting wordt afgestemd op de functie van het water. In nieuwe watersystemen wordt gestreefd naar aaneengesloten waterelementen met een minimum aantal duikers en/of andere kunstwerken en zonder doodlopende einden. Het watersysteem wordt dusdanig ingericht dat het goed controleerbaar en beheersbaar is.

Bestemmingsplan De Veste

25

Dempen bestaand oppervlaktewater In het plangebied wordt geen water gedempt.

4.11

Archeologie en cultuurhistorie

Ter implementatie van het Verdrag van Malta in de Nederlandse wetgeving is in 2007 de Wet op de archeologische monumentenzorg als onderdeel van de Monumentenwet in werking getreden. De Monumentenwet 1988 is per 1 juli 2016 vervallen. Een deel van de wet is op deze datum overgegaan naar de Erfgoedwet. Het deel dat betrekking heeft op de besluitvorming in de fysieke leefomgeving is per 1 januari 2024 overgegaan naar de Omgevingswet. De wet verplicht gemeenten bij het opstellen van ruimtelijke plannen en projecten rekening te houden met de in hun bodem aanwezige waarden. De gemeente Lelystad heeft in 2008 haar beleid vastgelegd in het document “Archeologische monumentenzorg in Lelystad". In het bestemmingsplan Lelystad Midden West (gedeeltelijk) is geconcludeerd dat in het plangebied geen sprake is van Provinciale Archeologische en Aardkundige Kerngebieden (PArK'en), archeologische aandachtsgebieden en top 10-locaties. Daarnaast heeft het plangebied een lage verwachtingswaarde voor archeologische vondsten. In het bestemmingsplan is geen dubbelbestemming ‘Waarde-archeologie’ opgenomen. Voldaan wordt aan het gemeentelijke beleid “Archeologische monumentenzorg in Lelystad”. Nader onderzoek is niet nodig. Cultuurhistorie Bij het opstellen van plannen moeten cultuurhistorische waarden tijdig in beeld worden gebracht.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Lelystad&id=5a6e4d0f-1f8b-4519-bbed-1193fce95017