BL Uitvoeringsprogramma LNL 2024-2027_Aangepast
Tekst van het document
4.1 Organisatie van LNL binnen de gemeente Lelystad Uitgangspunten De onderdelen binnen de gemeentelijke organisatie moeten goed op elkaar afgestemd zijn en hun lijntjes kort. Dat vraagt om goede communicatie, maar ook om een samenhangend perspectief. Alleen zo kan de gemeente Lelystad overtuigend initiërend en agenderend zijn naar Rijk, provincie, maatschappelijke partners en ondernemers. Of succesvol in de lobby. Centraal staat daarom het realiseren van de samenhangende en overkoepelende doelstellingen voor Lelystad. LNL helpt en versnelt de uitvoering van projecten die bijdragen aan de LNL-doelstellingen. Daarom is de sturing van het programma flexibel. Bij projecten die stevig zijn georganiseerd en goed lopen volstaat lichte betrokkenheid vanuit LNL. Projecten in de initiatieffase of projecten die lastig van de grond komen vragen om meer aandacht.
HOOFDSTUK 1
HOOFDSTUK 2
HOOFDSTUK 3
HOOFDSTUK 4
HOOFDSTUK 5
HOOFDSTUK 6
BIJLAGE
HOME Natuurlijk heeft iedere wethouder een eigen verantwoordelijkheid in het realiseren van doelen en resultaten, maar tussen de projecten en initiatieven bestaat grote samenhang. Daarom is het succes van LNL een gedeelde verantwoordelijkheid van het hele College. Daarenboven kan een agenderende en initiërende functie naar partners, almede een krachtige lobby alleen geloofwaardig tot stand komen vanuit een gezamenlijke verantwoordelijkheid en afstemming. LNL staat niet los van de ‘lijn’-organisatie van de gemeente Lelystad. LNL zorgt juist voor samenhang en verbinding tussen de onderdelen van de lijn-organisatie en ook voor verbinding met Rijk en provincie. We zetten daarom geen grote, aparte programma-organisatie op, maar een kleine wendbare organisatie die inspireert, initieert en verbindt. Dat betekent ook dat de experts in de lijn verantwoordelijk blijven voor het inhoudelijk vormgeven en uitvoeren van de Programmalijnen.
Voor nieuwe initiatieven geldt dat het programmateam, op verzoek van het College en raad, deze opspoort, in kaart brengt en opwerkt. Het gaat om ideeën die bij zouden kunnen dragen aan het behalen van LNL-doelstellingen, maar waarvan we dat nog niet zeker weten. Daarbij kan het gaan om initiatieven die belangrijk zijn voor het neerzetten van Lelystad als stad van de toekomst, of die interessant zijn voor Rijk en provincie en helpen in het realiseren van de “Plus”. Nieuwe initiatieven worden eerst aan de raad voorgelegd, voordat zij als Programmalijn gedefinieerd worden. Tot slot is het programmateam in opdracht van het College actief betrokken bij de monitoring en verantwoording van LNL richting de raad (zie ook hoofdstuk 5).
Nieuwe afspraken en kaders
Vooruitblik op de inrichting van de organisatie Het programmateam van LNL bestaat uit een programmamanager met ondersteuning en een groep van inhoudelijk experts die betrokken zijn bij de Programmalijnen. Dit team wordt aangestuurd door het gehele directieteam en het gehele College.
Initiëren
De verantwoordelijkheid voor realisatie van de Programmalijnen ligt in de lijnorganisatie. Daarbij biedt het programmateam van LNL voor elk Programmalijn de ondersteuning die nodig is voor succesvolle realisatie. Hoe die hulp er uit ziet, verschilt per project en per fase. Agenderend en initiërend in de vroege levensfasen, activerend en volgend in latere levensfasen (zie figuur 3).
Nog geen duidelijke organisatie
In eerste instantie kan het College de Programmalijnen agenderen bij Rijk en provincie. Nadat is vastgesteld dat er een gedeelde ambitie is om hieraan te werken, kan de organisatie van LNL de samenwerking rondom de Programmalijn initiëren door de Programmalijn in afstemming met de directie onder te brengen in de ‘lijn’-organisatie van de gemeente. Vervolgens houdt de organisatie van LNL zicht op de Programmalijn en zal waar nodig activeren door afspraken met Rijk en provincie te maken. Tot slot heeft LNL een rol in het volgen om waar nodig de samenwerking weer op te kunnen schalen. De Programmalijnen variëren immers in mate van uitwerking, organisatie, samenwerking en financiering. Welke rol er vanuit LNL wanneer nodig is, wordt besproken samen met de verantwoordelijken van de Programmalijn.
HOOFDSTUK 1
HOOFDSTUK22 HOOFDSTUK
HOOFDSTUK 3
HOOFDSTUK 4
Activeren
Reeds georganiseerd project
Agenderen Geen nieuwe afspraken en kaders
Volgen
Figuur 3: Vier manieren waarop LNL faciliterend kan zijn voor Programmalijnen
HOOFDSTUK 5
HOOFDSTUK66 HOOFDSTUK
BIJLAGE
HOME
Maatschappelijke partners, ondernemers en andere overheden Ons netwerk van maatschappelijke partners, ondernemers bestaat uit diverse partijen die, ook zonder LNL, onderling en met de overheid samenwerken aan de toekomst van Lelystad. Het realiseren van het ambitieuze perspectief met relevante Programmalijnen en initiatieven vraagt om kennis, ervaring, organisatie- en realisatiekracht van maatschappelijke organisaties en ondernemers te benutten. Voor het organiseren van de samenwerking met maatschappelijke partners willen we vooral gebruik maken van bestaande overleggen, structuren en programma’s. Denk bijvoorbeeld aan de ZorgTafel. Per Programmalijn kijken we welke structuren relevant zijn en welke verbindingen er al gelegd zijn binnen de gemeentelijke organisatie. Daar maken we gebruik van om de partners vroegtijdig te betrekken in de uitvoering van de Programmalijn. Voor de samenwerking met Rijk en provincie is de coördinerend wethouder de vaste deelnemer aan het bestuurlijk overleg met Rijk en provincie. De coördinerend wethouder wordt ondersteund door de programma-manager, die namens de gemeente ook deelneemt aan de voorbereidende ambtelijke overleggen. Dat betekent dat zij overzicht houden op de status van de Programmalijnen, waar mogelijk knelpunten ontstaan en hoe de samenwerking met rijk en provincie in de projecten verloopt.
Samen bewaken zij coherentie en consistentie in de gesprekken met Rijk en provincie. Een samenhangend perspectief voor Lelystad Naast het gericht werken aan Programmalijnen, zien we de noodzaak om een samenhangend perspectief te creëren in de belangrijkste activiteiten die bijdragen aan het worden van een aantrekkelijke, duurzame en financieel gezonde en zelfstandige stad. Samenhang is nodig tussen de verschillende activiteiten en de diverse tafels waar wordt gesproken met Rijk en provincie. Bovendien is het nodig om zicht te houden op de doelstellingen, de voortgang die daarop wordt geboekt en eventueel wat extra nodig is (de ‘Plus’). Worden we met alle projecten samen een aantrekkelijke, duurzame en financieel gezonde en zelfstandige stad? Zo nee, wat moet er dan gebeuren? Deze samenhang overstijgt het programma LNL en de organisatie daarvan.
HOOFDSTUK 1
HOOFDSTUK22 HOOFDSTUK
HOOFDSTUK 3
De samenhang wordt gerealiseerd door het gehele College en directie. Ieder vanuit hun eigen verantwoordelijkheid. Zij moeten hiervoor de door de ambtelijke organisatie in positie gebracht worden met bijvoorbeeld voortgangs- en risicoanalyses. Hoe dit wordt georganiseerd werken het College en de ambtelijke organisatie de komende tijd uit. In Q2 wordt dit organisatorisch en procedureel vastgelegd.
4.2 Organisatie van de samenwerking met Rijk en provincie Uitgangspunten Lelystad Next Level is in 2018 is gestart als een gezamenlijk programma van Rijk, provincie en de gemeente Lelystad. Na verloop van tijd werd het meer en meer een intern programma van de gemeente en nam de intensiteit van de afstemming met Rijk en provincie af. De samenwerking tussen gemeente, Rijk en provincie is echter hard nodig. Met de lopende projecten kan al veel bereikt worden voor Lelystad, maar voor een aantrekkelijke, duurzame en financieel zelfstandige stad is meer nodig. Er moet een “Plus” gecreëerd worden die verrijkend kan zijn voor lopende trajecten en projecten en tevens aanvullende Programmalijnen definieert. Een plus die we alleen bereiken samen met Rijk en provincie. De noodzaak voor de samenwerking wordt door alle partners onderschreven. Gemeente, provincie en Rijk willen daarom met hernieuwde energie investeren in het komen tot concrete afspraken over de ontwikkeling van Lelystad. Het gesprek daarover is gestart en wordt de komende maanden voortgezet. In het bepalen hoe dat proces er uitziet neemt de gemeente Lelystad het initiatief. Als startpunt voor het gesprek tussen de partners doen wij daarom een voorstel voor hoe we die intensivering van de samenwerking vorm kunnen geven.
Tegelijkertijd is gedeeld eigenaarschap een voorwaarde voor succes en dus moeten ook onze partners medeverantwoordelijkheid nemen. Voor het gezamenlijke perspectief voor Lelystad, voor de concretisering daarvan in Programmalijnen en voor de aanpak om tot resultaten te komen. Over het proces kunnen nu daarom nog geen garanties gegeven worden, bijvoorbeeld omdat we afhankelijk zijn van verloop en resultaat van de formatie.
HOOFDSTUK 4
HOOFDSTUK 5
HOOFDSTUK66 HOOFDSTUK
BIJLAGE
HOME Vooruitblik op de inrichting van de samenwerking Om te komen tot een vernieuwde en intensieve samenwerking, moet een proces ingericht worden waarin gedeeld eigenaarschap centraal staat en voorkomt dat dit opnieuw verwatert. Dat proces richten we samen met Rijk en provincie in. Hiervoor vindt elke zes weken bestuurlijk overleg plaats tussen de gemeente Lelystad (coördinerend wethouder), provincie Flevoland (verantwoordelijke gedeputeerde) en Rijk (ambtelijke vertegenwoordiging vanuit het ministerie van BZK). Aanvullend kan met experts verdiepend invulling gegeven worden aan een verdere inkleuring van het perspectief en de daaraan verbonden doelen en te behalen resultaten. Uiteindelijk is het nodig dat er uitvoerings- en investeringsagenda’s tot stand worden gebracht. In de uitwerking van het samenwerkingsproces stellen we voor om de volgende principes te hanteren: • Waar mogelijk aansluiten bij bestaande overleggremia. We verkennen bijvoorbeeld in hoeverre gebruik kan worden gemaakt van de organisatie- en overlegstructuur van de Strategische Agenda Flevoland. • Wanneer relevant agenderen van projecten en afspraken uit LNL in andere overleggen, zoals het BO Leefomgeving en het BO MIRT. • Eens per kwartaal in een ambtelijk overleg bespreken van voortgang, ontwikkelingen, scopewijzigingen, kansen en bedreigingen.
• Eens per jaar bestuurlijk overleg waarbij het Rijk op DG-niveau vertegenwoordigd is. • Eens per jaar een ambtelijke sessie met een brede vertegenwoordiging van alle relevante Rijksdepartementen, de provincie en de gemeente. Deze bijeenkomst is gericht op het informeren over LNL en de Programmalijnen en kennismaking tussen betrokken organisaties.
HOOFDSTUK 1
HOOFDSTUK22 HOOFDSTUK
HOOFDSTUK 3
HOOFDSTUK 4
HOOFDSTUK 5
HOOFDSTUK66 HOOFDSTUK
BIJLAGE
HOME
Hoofdstuk 5
MONITORING EN VERANTWOORDING Ten grondslag van dit document ligt de bestuurlijke wens voor herijking van LNL en een motie van de raad. Die motie is ontstaan vanuit een gevoelde verantwoordelijkheid bij de raad om Lelystad verder te ontwikkelen en de wens om beter zicht te krijgen op wat LNL Lelystad precies oplevert. Dat is belangrijk voor de verantwoording van de door de gemeente in LNL geïnvesteerde middelen. Maar een goed monitoringssysteem helpt de organisatie ook om focus te houden. Een goed systeem van monitoring en verantwoording past bij de analytische aanpak van LNL.
5.1 De Programmalijnen De voorgestelde Programmalijnen vormen, na akkoord van de raad, samen de agenda waarmee de verkennende gesprekken met partners worden ingegaan. De voorgestelde Programmalijnen kunnen gezien worden als vertrekpunt en geven tevens aan hoe zij bijdragen aan de LNL-doelstellingen en het perspectief van Lelystad. Het College is voornemens om de raad minimaal eens per half jaar te informeren over de voortgang van deze Programmalijnen. In tabel 1 is een eerste opzet opgenomen hoe de voortgangsrapportage ingericht kan worden. Dit zal in Q2 van 2024 verder uitgewerkt worden.
HOOFDSTUK 1
HOOFDSTUK 2
HOOFDSTUK 3
HOOFDSTUK 4
HOOFDSTUK 5
HOOFDSTUK 6
BIJLAGE
HOME De voortgangsrapportage is belangrijk voor het afleggen van verantwoording over de aanwending van publieke middelen, maar de achterliggende structuur helpt ons ook om de focus te houden. De ambities zijn fors, voldoende focus is noodzakelijk om ze ook te realiseren.
Voortgangsrapportage Samenvatting Korte samenvattende beschrijving van de huidige stand van zaken van de Programmalijn en een vooruitblik naar de komende periode. Welke overall beoordeling kan er aan de voortgang gekoppeld worden?
Doelrealisatie Beschrijving van de voortgang in het realiseren van de vooraf geformuleerde doelstellingen. In hoeverre ligt de Programmalijn op schema? Is er aanleiding tot bijsturing?
Inspanningen Beschrijving van de inspanningen die worden gedaan om de doelen te realiseren. Wordt gedaan wat vooraf was voorgenomen? Welke wijzigingen zijn opgetreden en waarom?
Budget en middelen Stand van zaken in het gebruik en verbruik van de middelen (€, fte)? Welke mee- en tegenvallers zijn er? Hoe verhoudt zich dat tot de Programmalijn
Relevante ontwikkelingen Duiding van relevante (externe) ontwikkelingen die van invloed kunnen zijn op de voortgang van de Programmalijn.
5.2 Het samenhangende perspectief Naast het gericht werken aan Programmalijnen, ziet het College de noodzaak om regie te voeren op de belangrijkste activiteiten die bijdragen aan het worden van een aantrekkelijke, duurzame en financieel gezonde en zelfstandige stad. We realiseren de Programmalijnen immers niet om de Programmalijnen. Uiteindelijk gaat het er om wat de huidige en toekomstige Lelystedelingen ervan merken. Dat betekent dat we deze impact ook moeten monitoren. Het College stelt voor om een op maat gemaakt monitoringssysteem te ontwikkelen, dat ons helpt om de impact van alle initiatieven rondom Lelystad als aantrekkelijke, duurzame en financieel gezonde en zelfstandige stad te monitoren. Een systeem dat is gebaseerd op de Brede Welvaartsmonitor van het CBS en voortbouwt op wat we op dat vlak in huis al hebben ontwikkeld. De monitor kijkt niet alleen naar indicatoren die belangrijk zijn voor de kwaliteit van het leven van Lelystedelingen, maar ook naar ecologische duurzaamheid en de financiële gezondheid van de gemeentebegroting. Daarmee bewaken we de balans tussen huidige en toekomstige generaties. In Q2 van 2024 werken we deze monitor verder uit. Een eerste voorzet voor de monitor is opgenomen in figuur 5.
Issues en risico’s Beschrijving van risico’s, onzekerheden of andere issues die van invloed kunnen zijn op de voortgang van de Programmalijn.
Vooruitblik Waarop is de komende periode de aandacht vooral gericht? Welke mijlpalen zijn er te verwachten? Wat is de uitdaging voor de komende tijd? Tabel 1. Eerste opzet voortgangsrapportage Programmalijnen
Figuur 5: Eerste voorzet monitor samenhangend perspectief ter illustratie.
HOOFDSTUK 1
HOOFDSTUK22 HOOFDSTUK
HOOFDSTUK 3
HOOFDSTUK 4
HOOFDSTUK 5
HOOFDSTUK66 HOOFDSTUK
BIJLAGE
HOME
Hoofdstuk 6
PLANNING In dit uitvoeringsprogramma schetsen we op welke manier de gemeente Lelystad toewerkt naar een aantrekkelijke, duurzame stad die financieel gezond en zelfstandig is. Het vraagt om een hernieuwde aanpak voor LNL op basis van Programmalijnen én regie op het samenhangende perspectief en de “Plus” die voor Lelystad noodzakelijk is. De organisatie gaat hier voortvarend mee aan de slag. Dat vraagt om een ambitieuze maar realistische planning van activiteiten. We staan ook stil bij wat de raad van ons kan verwachten.
6.1 Planning inrichting organisatie gemeente Lelystad De organisatie van LNL is voor een groot deel al ingericht. Het is van belang verder uit te werken wat de rol van het programmateam is in de verschillende fases waar Programmalijnen zich in kunnen bevinden. Daarnaast zou het kunnen dat de organisatie van LNL de lopende initiatieven gaat volgen, bijvoorbeeld om de monitoring en verantwoording daarvan mee te kunnen nemen in de brede monitor over het samenhangende perspectief. Ook hier moeten afspraken over gemaakt worden.
Inrichting organisatie gemeente Lelystad (Q2 2024) Uitwerken rol van programmateam
Afspraken over het volgen van lopende initiatieven
HOOFDSTUK 1
HOOFDSTUK 2
HOOFDSTUK 3
HOOFDSTUK 4
HOOFDSTUK 5
HOOFDSTUK 6
BIJLAGE
HOME 6.2
Planning monitoring en verantwoording
In Q2 van 2024 wordt het instrument voor monitoring en verantwoording van Programmalijnen (zie 5.1) en monitoring van het samenhangende perspectief (zie 5.2), verder uitgewerkt. Vervolgens gaan we aan de slag met het opstellen van de eerste voortgangsen monitoringsrapportage. De raad ontvangt in Q3 de eerste voortgangs- en monitoringsrapportage. Vervolgens wordt deze tweejaarlijks met de raad gedeeld Ontwerpen en publiceren monitoring en verantwoording (Q2 2024) Monitoring en verantwoording
1. Na het vormgeven van de afspraken, om de raad te informeren over de resultaten van de gesprekken met Rijk en provincie. Dit zal een grove schets zijn van het afsprakenkader met een beschrijving van de onderwerpen waarop afspraken gemaakt worden. In deze bespreking halen we ook wensen en bedenkingen op voor de uitwerking in de volgende fase. 2. Na het concretiseren van de afspraken om de concept afspraken voor te leggen aan de raad. In deze fase wordt ook besproken of de afspraken op steun kunnen rekenen van de raad om de formele besluitvorming bij Rijk, provincie en gemeente voor te bereiden. 3. In de formele besluitvorming om de gemaakte afspraken te bekrachtigen. Inventarisatie samenwerking (Q2 2024)
Monitoring samenhangende perspectief
programmalijnen
Bijeenkomst met betrokken rijksdepartementen en provincie
Verkennen kansen aanpak Programmalijnen in bilaterale contacten bij rijk en provincie
Verkennen financieringsmogelijkheden
6.3 Planning samenwerking met Rijk en provincie Vormgeven afspraken (Q3 en Q4 2024) Op basis van onze eerste inventariserende gesprekken met Rijk en provincie stellen we voor om in Q2 van 2024 de samenwerking verder uit te werken. Daarvoor organiseren we een brede bijeenkomst met betrokken rijksdepartementen en de provincie, gebruiken we onze bilaterale contacten bij Rijk en provincie om te spreken over specifieke Programmalijnen en verkennen welke financieringsmogelijkheden er zijn. Voor financieringsmogelijkheden kan gedacht worden aan investeringsagenda’s. In 2024 gaan we de afspraken samen vormgeven. Dit zijn afspraken per Programmalijn én LNL-brede afspraken, bijvoorbeeld over financiering en governance. Het gesprek hierover voeren we op directie- en bestuurlijk niveau met Rijk en provincie.
Uitwerken afspraken per Programmalijn
Gesprekken op directie- en bestuurlijk niveau over hernieuwen van afspraken voor LNL
Uitwerken governance, financiering en borging afspraken
Concretiseren afspraken (2025) Maken afspraken Rijk, provincie en gemeente Lelystad
In 2025 bereiden we de formele besluitvorming voor door de afspraken te concretiseren. Het College betrekt de raad gaandeweg dit proces om de raad op de hoogte te houden (controlerende rol) én de raad de mogelijkheid te geven inhoudelijk bij te sturen waar nodig (kaderstellende rol). Hiervoor wordt de raad op ten minste drie momenten betrokken:
HOOFDSTUK 1
HOOFDSTUK22 HOOFDSTUK
HOOFDSTUK 3
HOOFDSTUK 4
HOOFDSTUK 5
HOOFDSTUK66 HOOFDSTUK
BIJLAGE
HOME 6.4 Totaaloverzicht planning
INRICHTING ORGANISATIE
Q2
•uitwerken rol van programmateam •afspraken over volgen lopende initiatieven
Q3
INHOUDELIJKE UITWERKING PROJECTEN
PLANNING EN MONITORING
SAMENWERKING RIJK EN PROVINCIE
∙ concretiseren van programmalijnen ∙ verkennen nieuwe initiatieven
∙ ontwerpen monitoring en verantwoording Programmalijnen en samenhangende perspectief en monitoringsrapportage
∙ bijeenkomst met betrokken rijksdepartementen en provincie ∙ verkennen kansen aanpak programmalijnen in bilaterale contacten bij rijk en provincie ∙ verkennen financieringsmogelijkheden
∙ werken aan agenderen, initiëren, activeren en volgen van projecten ∙ samenwerking met maatschappelijke partners
∙ publicatie tweede voortgangsrapportage ∙ tweede monitoringsrapportage
∙ uitwerken afspraken per programmalijn ∙ gesprekken op directie- en bestuurlijk niveau over hernieuwen van afspraken voor LNL ∙ uitwerken governance, financiering en borging afspraken
Q4
∙ concretiseren en maken van afspraken Rijk, provincie en gemeente Lelystad
2025
HOOFDSTUK 1
HOOFDSTUK22 HOOFDSTUK
HOOFDSTUK 3
HOOFDSTUK 4
HOOFDSTUK 5
HOOFDSTUK66 HOOFDSTUK
BIJLAGE
HOME
BIJLAGE 1 Lelystad Next Level is een samenwerkingsverband tussen de gemeente Lelystad en onze samenwerkingspartners. Als gemeente Lelystad willen we met zowel samenwerkingspartners als mogelijke publieke partners optrekken, om van Lelystad een aantrekkelijke en duurzame stad te maken, die financieel gezond en zelfstandig is. Wie deze partijen zijn is geïllustreerd in tabel 2. Om scherp te krijgen wat de focus van deze (mogelijke) samenwerkingspartners is, hebben we prioriteiten en beleidsplannen aan de hand van een eerste verkenning in kaart gebracht. We hebben vier clusters van opgaven geïdentificeerd waar deze partijen aan werken én die relevant zijn voor de Programmalijnen van Lelystad Next Level:
• Bouwen van grootschalige, duurzame woningbouw. • Vergroten economische kracht van de regio. • Versterken sociale cohesie in steden. • Ontwikkelen van een gezonde, groenblauwe stad.
In deze bijlage lichten we bovenstaande opgaveclusters verder toe. Dat dient als achtergrondinformatie om het perspectief van samenwerkingspartners en mogelijke publieke partners te duiden. Het gaat om een eerste analyse op hoofdlijnen en is daarmee geen volledig overzicht van alle prioriteiten en beleidsplannen die raken aan Lelystad Next Level.
HOOFDSTUK 1
HOOFDSTUK 2
HOOFDSTUK 3
HOOFDSTUK 4
HOOFDSTUK 5
HOOFDSTUK 6
BIJLAGE
HOME SAMENWERKINGSPARTNERS Rijksoverheid
Binnen de Rijksoverheid is het ministerie van BZK de samenwerkingspartner van Lelystad Next Level.
Provincie Flevoland
De provincie Flevoland is samenwerkingspartner van Lelystad Next Level. Twee belangrijke ontwikkelingen binnen de provincie Flevoland zijn de Strategische Agenda Flevoland en de nieuwe Omgevingsvisie van de provincie.
MOGELIJKE PUBLIEKE PARTNERS Rijksoverheid
Voor stedelijke ontwikkeling van Lelystad zijn naast het ministerie van BZK ook het ministerie van Economische Zaken en Klimaat (EZK), het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (IenW) en het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV) van belang omdat zij zich bezig houden met ruimtelijke vraagstukken. Voor sociaal-maatschappelijke vraagstukken zijn ook het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW), het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) en het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) van belang.
Europese Unie (EU) De EU zet in op de harmonieuze ontwikkeling van de EU door het versterken van economische, sociale en territoriale cohesie. Dat betekent dat de EU inzet op het verminderen van ongelijkheden in de ontwikkelingsniveaus van verschillende regio’s. Daarnaast zijn er ook verschillende EU ambities rondom verduurzaming, digitalisering en democratisering. Lelystad kan in de samenwerking met andere partners gebruik maken van de middelen en mogelijkheden die de EU hiervoor beschikbaar stelt. Deelregio’s
Naast de regionale samenwerkingen binnen de gehele provincie (Samen maken we Flevoland), zijn er regionale samenwerkingen die een deel van de provincie bestrijken. In het geval van Lelystad hebben we in het bijzonder aandacht voor de Metropool Regio Amsterdam (MRA) en deelregio MRA -oostflank (Lelystad, Almere en Provincie), maar ook aansluiten op de ambities van de gemeenten Dronten, Urk en Noordoostpolder (DUN-gemeenten), Ermelo, Harderwijk, Putten en Zeewolde (EHZP) of Regio Zwolle kan kansen voor Lelystad bieden
Tabel 2. Overzicht van partners in LNL
Cluster 1: het bouwen van grootschalige, duurzame woningbouw Het vergroten van de woningvoorraad door de toevoeging van duurzame en toekomstbestendige woningen is een belangrijke ambitie van het Rijk en de provincie Flevoland. Het woningtekort is immers een grote opgave in ons land. Tegelijkertijd zijn er ook andere opgaven die een claim leggen op de beperkte ruimte die we hebben in Nederland. Dat betekent dat niet alles overal kan. Het Rijk voert regie op dit verdelingsvraagstuk met de Nationale Omgevingsvisie (NOVI), waarvan verwacht wordt dat aan aangescherpte versie in 2024 vastgesteld wordt. In de nieuwe NOVI wordt gezocht naar de balans tussen het werken aan opgaven en het verbeteren van ruimtelijke kwaliteit. Voor de woningbouwopgave voert het Ministerie van BZK de coördinatie. Het ambitieniveau en de uitwerking zijn beschreven in het Nationaal Programma Woningbouw. Eén van de uitwerkingen is om in te zetten op grootschalige woningbouw op enkele locaties, waaronder ZuiderC in Lelystad zelf. Op regionaal niveau is de ambitie van de provincie Flevoland beschreven in Routekaart programma 100.000+ woningen. Daarnaast werkt de provincie aan een nieuwe Omgevingsvisie, welke relevante kaders mee zal geven. Ook wordt er gewerkt aan een duurzame, klimaatadaptieve en circulaire woningvoorraad.
De ministeries van BZK, IenW en LNV beschrijven in de Maatlat groene klimaatadaptieve gebouwde omgeving landelijke definities voor groen en klimaatadaptief bouwen, om duidelijkheid te scheppen voor medeoverheden en bouwende en ontwikkelende partijen. Het stelt een ondergrens en stimuleert hogere ambities voor bebouwd gebied. EZK zet met Nationaal programma energiebesparing in op verminderen van het energiegebruik en verhogen van de energie efficiëntie in gebouwde omgeving. En het ministerie van IenW streeft via het Programma circulaire economie naar een volledig circulaire bouweconomie in 2050. Het ministerie van BZK zet met het Beleidsprogramma versnelling verduurzaming gebouwde omgeving in op het verduurzamen van woningen, scholen, winkels en kantoren. In de Strategische Agenda Flevoland zetten Rijk en provincie bovendien gezamenlijk in op het toevoegen van woonwijken die energiepositief, waterpositief, klimaatadaptief, circulair en natuurinclusief zijn.
12 www.denationaleomgevingsvisie.nl/actueel/over+de+novi/aanscherping+novi/default.aspx laatst geraadpleegd 21 februari 2024
HOOFDSTUK 1
HOOFDSTUK22 HOOFDSTUK
HOOFDSTUK 3
HOOFDSTUK 4
HOOFDSTUK 5
HOOFDSTUK66 HOOFDSTUK
BIJLAGE
HOME Cluster 2: vergroten economische kracht van de regio Rijk en provincie hebben meerdere programma’s ingericht waarmee ze inzetten op versterking van de regionaal-economische kracht in Flevoland. Een toekomstbestendige regionale economie is één van de ontwikkelpijlers van de Strategische Agenda Flevoland. Voor deze ontwikkelpijler zijn verschillende opgaven geformuleerd: het doorontwikkelen van economische clusters, het versterken van ruimtelijk-economische infrastructuur, en de transformatie van de voedselsector. Daarnaast ligt Lelystad centraal inde economische corridor zoals beschreven door de Provincie Flevoland in het Ruimtelijk Voorstel Flevoland 2050 . Lelystad is daarnaast ook onderdeel van de Metropoolregio Amsterdam (MRA), welke met de Agenda voor een toekomstbestendige en evenwichtige metropool 2020-2024 in zet op een Internationale topregio met hoge leefkwaliteit. Voor de MRA is een veerkrachtige, inclusieve en schone MRA-economie één van de opdrachten. Daarin wordt de economische versterking van de deelregio’s buiten de kernstad Amsterdam ook expliciet benoemd. Naast de opdracht rondom de economische kracht van de MRA, is ook vaart maken met het metropolitaan mobiliteitssysteem één van de opdrachten. Mobiliteit is een randvoorwaarde om de bereikbaarheid van banen, onderwijs en voorzieningen te realiseren.
Ook in de Strategische Agenda Flevoland worden ambities rondom mobiliteit geformuleerd. Rijk en provincie zien bereikbare steden en dorpen als een onderdeel van de ontwikkelpijler vitale steden en dorpen. Ook andere ministeries onderstrepen het belang van de economische kracht van de regio. Zo wordt door het ministerie van EZK met het Programma Ruimte voor de Economie uitgewerkt hoe er in het ruimtelijk beleid voldoende ruimte voor economie en de klimaattransitie gewaarborgd wordt. Daarbij zijn er onder andere doelstellingen rondom ontwikkelruimte voor kennisindustrie en kennisclusters (zoals campusontwikkeling) en toekomstige bedrijventerreinen voor een creatief en slagvaardig MKB. Binnen de regio coördineert het economische stimuleringsprogramma Kansen voor West de verdeling van subsidies uit het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling (EFRO), welke aangevuld wordt met rijkscofinanciering en financiering van publieke en private partijen. Het huidige programma is gericht op het bevorderen van de concurrentiekracht van West-Nederland en kent een economische focus met sociaal component.
Cluster 3: versterken sociale cohesie in steden Om sociale cohesie in steden te versterken is het noodzakelijk om te zorgen voor voldoende fysieke en maatschappelijke voorzieningen die recht doen aan een dynamische samenleving. Anders bestaat het risico dat problemen zich opstapelen en leefbaarheid en veiligheid onder druk komen te staan. Het Rijk (OCW, SZW, JenV, VWS, BZK) investeert bijvoorbeeld met het Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid door middel van een gebiedsgerichte aanpak op plekken waar structurele verbetering nodig is, zoals bijvoorbeeld in Lelystad-Oost. Samen met de gemeente en andere lokale partijen worden de eerste stappen gezet voor de langjarige inzet rondom leefbaarheid en veiligheid, om bewoners weer perspectief te bieden. Ook andere departementen zetten in op het versterken van sociale cohesie. Het ministerie van SZW helpt via de Agenda Veerkrachtige en Weerbare Samenleving gemeenten, professionals en maatschappelijke organisaties met het vergroten van de veerkracht en weerbaarheid van individuen en groepen in de samenleving. SZW coördineert daarnaast het Europees Sociaal Fonds, waarbij de huidige prioriteiten zijn om kwetsbare werkenden en werkzoekenden te ondersteunen en sociale innovatie te faciliteren.
Voor het realiseren van leefbare steden en regio’s, met voldoende fysieke voorzieningen, werkt het ministerie van BZK aan het Programma Mooi Nederland. Specifiek door de vormgeving van naoorlogse wijken in transitie, om met een samenhangende aanpak oplossingen te vinden voor het verbeteren van de leefomgevingskwaliteit van bestaand bebouwd gebied. Dat sluit aan op de ambities in de Strategische Agenda Flevoland, waarin Rijk en provincie inzetten op het verbeteren van de leefbaarheid van de bestaande gebouwde omgeving in Flevoland. Daarnaast zien gemeenten die in de jaren ’70 en ’80 aangewezen zijn om de krapte aan ruimte in grote steden op te vangen (de zogenaamde groeikernen) dat zij vergelijkbare sociaalmaatschappelijke profielen hebben. Zij hebben zich daarom verenigd in het Leernetwerk Toekomstbestendige New Towns. Het doel daarvan is integrale kennisuitwisseling tussen voormalige groeikernen en meer inzicht krijgen in de onderliggende oorzaken en mechanismen die de huidige en toekomstige ontwikkeling van de groeikernen beïnvloeden.
13 https://stateninformatie.flevoland.nl/Vergaderingen/Provinciale-Staten/2023/13-december/15:30/Ruimtelijk-voorstel-Flevoland/DOCUVITP-3201790-v1-Ruimtelijk-Voorstel-Flevoland-Concept-eindversie.PDF
HOOFDSTUK 1
HOOFDSTUK22 HOOFDSTUK
HOOFDSTUK 3
HOOFDSTUK 4
HOOFDSTUK 5
HOOFDSTUK66 HOOFDSTUK
BIJLAGE
HOME Cluster 4: ontwikkelen van een gezonde, groenblauwe stad Een gezonde, groenblauwe stad heeft verschillende voordelen. Het draagt positief bij aan de gezondheid van mensen, vergroot de leefbaarheid en verbetert het milieu. Daarnaast zorgt het voor een klimaatbestendige omgeving die voorbereid is op de toekomst. Daar is in Lelystad specifieke aandacht voor, als Hoofdstad van de Nieuwe Natuur. Het ministerie van BZK zet in het eerdergenoemde Programma Mooi Nederland ook in op groene en gezonde netwerken in de stad. Dat wordt gezien als een noodzakelijk element in het leefbaar houden van steden in de toekomst. BZK ontwikkelt daarom inrichtingsprincipes en normeringen voor ruimte voor groen. Het ministerie van IenW zet met de Kamerbrief Water en Bodem sturend in op het verankeren van water en bodem in beleid om ook in de toekomst met een ander en onvoorspelbaar klimaat te kunnen blijven leven, wonen en werken. VWS en IenW zetten met het Programma Gezonde Leefomgeving in op het bevorderen van fysiek en sociale gezondheid in de stad. LNV zet met het Nationaal Programma Landelijk Gebied in op het investeren in groen in de stad en wil stappen maken naar een natuurinclusieve samenleving.
Daarnaast zetten Rijk en provincie met de Strategische Agenda Flevoland in op de ontwikkeling van steden en dorpen hand in hand met de ontwikkeling van gezonde, waardevolle en natuurlijke landschappen, parken, groenstroken, buurtgroen en doorlopende groenblauwe netwerken in stad en land.
HOOFDSTUK 1
HOOFDSTUK22 HOOFDSTUK
HOOFDSTUK 3
HOOFDSTUK 4
HOOFDSTUK 5
HOOFDSTUK66 HOOFDSTUK
BIJLAGE