BL Uitvoeringsprogramma LNL 2024-2027_Aangepast
Tekst van het document
UITVOERINGSPROGRAMMA
2024-2027 5 april 2024
INHOUDSOPGAVE Hoofdstuk 1 Aanleiding
Hoofdstuk 2 Naar een aantrekkelijke, duurzame en financieel gezonde en zelfstandige stad 2.1
Heldere, meetbare doelstellingen en milestones
2.2
Focus op vergroten aantrekkelijkheid van Lelystad
2.3
Samenhang in projecten en programma’s
2.4
Een effectieve samenwerking met onze partners
Hoofdstuk 3 Voorgestelde Programmalijnen 3.1
Voorstel Programmalijn 1: Centrum als kloppend hart van de stad
3.2
Voorstel Programmalijn 2: Gezonde natuur-inclusieve stad
3.3
Voorstel Programmalijn 3: Mobiliteit voor de toekomst
3.4
Voorstel Programmalijn 4: Toekomstbestendige economie
3.5
Voorstel Programmalijn 5: Leven lang wonen
3.6
Voorstel Programmalijn 6: Waterfront
3.7
Voorstel Programmalijn 7: Gelijke kansen voor jongeren
3.8
Voorstel Programmalijn 8: Zorginfrastructuur
3.9
Nieuwe Programmalijnen
3.10
Lopende projecten
Hoofdstuk 4 Organisatie 4.1
Organisatie van LNL binnen de gemeente Lelystad
4.2
Organisatie van de samenwerking met Rijk en provincie
Hoofdstuk 5 Monitoring en verantwoording 5.1
De Programmalijnen
5.2
Het samenhangende perspectief
Hoofdstuk 6 Planning 6.1
Planning inrichting organisatie gemeente Lelystad
6.2
Planning monitoring en verantwoording
6.3
Planning samenwerking met Rijk en provincie
6.4
Totaaloverzicht planning
Bijlages Bijlage 1
HOME
Hoofdstuk1
AANLEIDING Lelystad Next Level vloeit voort uit de evaluatie van de ICL-bijdrage in 2017, naar aanleiding waarvan de gemeente Lelystad, de rijksoverheid (hierna: het Rijk) en provincie Flevoland (hierna: de provincie) in 2018 de Samenwerkingsovereenkomst LNL ondertekenen. Daarin zeggen zij toe om samen te werken naar een aantrekkelijk, duurzaam, financieel gezond en zelfstandig Lelystad. In 2023 is er een bestuurlijke wens om te komen tot een andere aanpak die tot meer aantoonbare resultaten leidt en Rijk en provincie meer committeert. ICL-bijdrage voor te hoge lasten van Lelystad door het Rijk De gemeente Lelystad ontvangt sinds 1988 de ICL-bijdrage. Dit is een bijdrage van het Rijk aan de gemeente om tegemoet te komen aan de hoge kosten die de gemeente maakt door een overcapaciteit aan voorzieningen en bouwgrond, een door het Rijk ontwikkelde fysieke structuur met hoge onderhoudslasten en een eenzijdige bevolkingssamenstelling. Dit zou volgens de ICL-commissie vooral een gevolg zijn van de omvangrijke instroom van mensen met een uitkering1. De financiële lasten van de ICL-bijdrage worden via een verdeelsleutel over de Rijksdepartementen verdeeld. In 2017 is de ICL-bijdrage geëvalueerd.
De commissie adviseerde in dat kader het Rijk om Lelystad de mogelijkheid en tijd te geven meerjarenprogramma’s en plannen op te stellen en te investeren in stimuleringsmaatregelen om te komen tot een verdere afbouw van de ICL-bijdrage. Naar aanleiding daarvan ondertekenen het Rijk, de provincie en de gemeente Lelystad op 4 juni 2018 de samenwerkingsovereenkomst Lelystad Next Level (hierna: LNL). Doel is dat Lelystad zich ontwikkelt tot een aantrekkelijke en duurzame stad, die financieel gezond en zelfstandig is.
1 De Interdepartementale Commissie Lelystad (ICL) concludeert in 1987 dat dit de oorzaak is voor de financiële problemen van de gemeente Lelystad.
HOOFDSTUK 1
HOOFDSTUK 2
HOOFDSTUK 3
HOOFDSTUK 4
HOOFDSTUK 5
HOOFDSTUK 6
BIJLAGE
HOME
Motie gemeenteraad Lelystad roept op tot nieuw uitvoeringsprogramma voor 2024-2027 Op 14 november 2023 neemt de gemeenteraad van Lelystad (hierna: raad) een motie aan, waarin zij het College oproept om uiterlijk op 31 maart 2024 een Uitvoeringsprogramma LNL 2024-2027 ter goedkeuring voor te leggen, met daarin tenminste: (1) een overzicht van projecten die meetbaar bijdragen aan de gestelde doelen, (2) de wijze waarop deze projecten daaraan bijdragen, (3) hoe die bijdragen gemeten en gemonitord gaan worden en (4) de manier waarop LNL binnen de gemeentelijke organisatie een plek krijgt2. Daarnaast wil de raad een overzicht van LNL-projecten die zijn afgerond of niet langer worden gecontinueerd als onderdeel van LNL. Daarvoor verwijzen we naar het document ‘Vervolg LNL-projecten’.
In de eerste helft van 2024 implementeren we de veranderingen in organisatie en aansturing. Daarnaast werken we aan de bereidheid van Rijk en provincie om mee te bouwen aan een aantrekkelijke stad. Dit, zodanig dat in 2025 afspraken kunnen worden geconcretiseerd en besluitvorming kan plaatsvinden.
Een andere aanpak De motie van de raad vloeit voort uit de wens om beter inzicht te krijgen in wat LNL zichtbaar heeft opgeleverd, alsmede vanuit het gevoel dat Rijk en provincie op dit moment onvoldoende zijn gecommitteerd. Het programma moet daarom steviger worden neergezet met meer samenhang en gericht op impactvolle en concrete projecten waar Rijk en provincie zich aan willen verbinden, omdat deze inspireren en realistisch zijn. Naar concrete afspraken met Rijk en provincie over Programmalijnen Dit herijkte programma wordt na instemming van de raad met Rijk en provincie Flevoland besproken. Op basis daarvan wordt toegewerkt naar concrete afspraken over de in hoofdstuk 3 opgenomen Programmalijnen waar gemeente Lelystad samen met partners in de stad aan gaan werken. Dit zijn projecten die noodzakelijk zijn voor het behalen van LNL-doelstellingen én waar Rijk en provincie voor de realisatie daarvan een bijdrage leveren.
2 Zie motie
HOOFDSTUK 1
HOOFDSTUK22 HOOFDSTUK
HOOFDSTUK 3
HOOFDSTUK 4
HOOFDSTUK 5
HOOFDSTUK66 HOOFDSTUK
BIJLAGE
HOME
Hoofdstuk 2
NAAR EEN AANTREKKELIJKE, DUURZAME EN FINANCIEEL GEZONDE EN ZELFSTANDIGE STAD Op allerlei plekken in Lelystad werken gemeente, Rijk en provincie samen aan projecten die essentieel zijn voor de LNL-doelstellingen en ook op andere plekken gebeurt er van alles. Maar om de LNL-doelstellingen ook echt te realiseren is meer nodig. LNL richt zich vooral op die ‘Plus’. Dat doen we vanuit LNL door te inspireren en te verbinden, maar wel gericht op het realiseren van concrete en met elkaar samenhangende Programmalijnen. Dit doen we samen met Rijk en provincie, maar ook met de partners in onze eigen stad. Hiervoor zijn 5 belangrijke voorwaarden geïdentificeerd als onderleggers voor de nieuwe aanpak: 1. Heldere, meetbare doelstellingen en milestones 2. Focus op het vergroten van de aantrekkelijkheid van Lelystad 3. Samenhang in projecten en programma’s 4. Faciliteren en organiseren van een noodzakelijke ‘Plus’ 5. Een effectieve samenwerking met onze partners.
HOOFDSTUK 1
HOOFDSTUK 2
HOOFDSTUK 3
HOOFDSTUK 4
HOOFDSTUK 5
HOOFDSTUK 6
BIJLAGE
HOME
2.1
2.2
Heldere, meetbare doelstellingen en milestones
Terugkijkend op de afgelopen periode kan de conclusie getrokken worden dat Lelystad LNL te veel naar zich heeft toegetrokken. Daardoor is de kracht van Rijk en provincie onvoldoende benut. Om goed samen te werken en onze inspanningen te concentreren, is er duidelijkheid nodig over ons gemeenschappelijke doel. Wij stellen daarom Rijk en provincie voor om het doel van LNL zoals vastgelegd in de Samenwerkingsovereenkomst van 2018 aan te vullen met de ambitie om te groeien naar 120.000 inwoners zodat Lelystad zich ontwikkelt naar een aantrekkelijke en duurzame stad, die financieel gezond en zelfstandig is. We willen aan Rijk en provincie voorstellen om die doelstelling verder te operationaliseren, door concreter invulling te geven aan de begrippen aantrekkelijk, duurzaam, financieel gezond en zelfstandig. Figuur 1 geeft ons voorstel daarvoor weer.
De sleutel voor het bereiken van de bovenstaande doelstellingen ligt in het verhogen van de aantrekkelijkheid van Lelystad als stad om in te wonen, in te werken en in te leven. Daarmee investeren we niet alleen direct in de kwaliteit van het leven van de bestaande Lelystedelingen, maar vergroten we ook onze aantrekkingskracht op nieuwe inwoners. Het herijkte programma van LNL moet daarvoor inspireren en tegelijk realistisch blijven om onze groeiambitie ook daadwerkelijk te kunnen realiseren. De kwaliteit van leven heeft altijd centraal gestaan in de stedenbouwkundige ontwikkeling van onze stad en dat willen we naar de toekomst ook zo houden. We blijven luisteren naar onze inwoners en kijken hoe de veranderingen die we maken hun leven beïnvloeden. Uiteindelijk zijn het de Lelystedelingen die bepalen wat een aantrekkelijke stad is. Voorwaarde voor mensen om zich in Lelystad te vestigen en om hier te blijven wonen is dat zij een woning vinden die past bij hun voorkeuren. Daarom realiseren we voldoende woningen met een goede mix van bewoners en woonproducten. Zowel op nieuwe locaties als in de bestaande stad. Daarnaast investeren we in de aantrekkelijkheid van de stad, zodat mensen hier niet alleen kunnen, maar ook wíllen wonen.
Denk hierbij aan het verkorten van de reistijd vanuit iedere woning in Lelystad naar banen, onderwijsplekken en voorzieningen, het verbeteren van de beleefbaarheid van natuur en water en het vergroten van de beschikbaarheid van passend werk.
2.3
Figuur 1: operationalisering van de begrippen aantrekkelijk, duurzaam en financieel gezond en zelfstandig
HOOFDSTUK 1
HOOFDSTUK22 HOOFDSTUK
HOOFDSTUK 3
Focus op vergroten aantrekkelijkheid van Lelystad
Samenhang in projecten en programma’s
De gemeente Lelystad heeft sinds de ondertekening van de Samenwerkingsovereenkomst LNL hard, maar gefragmenteerd gewerkt aan de doelstellingen van LNL. We zetten daarom vanaf nu in op een samenhangende aanpak gericht op domeinen die elkaar versterken. Dat doen we rond de interdisciplinaire Programmalijnen, waarin de bestuurlijke partners elkaar helpen om hun (beleids-)doelstellingen te realiseren. De afgelopen maanden zijn daarin de nodige verkenningen gedaan en is daaraan op die manier gewerkt. De impact die we hiermee maken gaan we in beeld brengen met een monitoringsysteem (zie paragraaf 5.2).
HOOFDSTUK 4
HOOFDSTUK 5
HOOFDSTUK66 HOOFDSTUK
BIJLAGE
HOME 2.4
Een effectieve samenwerking met onze partners
De gemeente kan de Programmalijnen niet alleen realiseren. We werken daarom intensief samen met onze LNL-samenwerkingspartners (Rijk en provincie) en ook met de partners in onze stad, zoals de Lelystadse bedrijven, zorgverzekeraars, onderwijsinstellingen en vastgoedeigenaren. Samenwerken betekent ook dat we als gemeente niet alles alleen bepalen. We zullen onze partners ruimte moeten bieden in de selectie én inrichting van onze Programmalijnen. Ook voor hen moeten de Programmalijnen bijdragen aan hun doelstellingen, zodat we onze krachten kunnen bundelen voor de realisatie daarvan. Dat betekent dat we niet alleen onze eigen prioriteiten en ambities scherp moeten hebben, maar ook die van onze partners. Daarom hebben we een uitgebreide analyse gemaakt van de prioriteiten en beleidsplannen bij Rijk en provincie, die ons heeft geholpen bij de keuze en inrichting van de Programmalijnen. Bij elke voorgestelde Programmalijn hebben we aangegeven op welke relevante rijks- en provinciale programma’s deze aansluit.
3 Daarbij moet worden opgemerkt dat de kabinetsformatie op dit moment in volle gang is, waardoor de accenten die het kabinet in de komende regeerperiode wil leggen nog niet uitgekristalliseerd zijn.
HOOFDSTUK 1
HOOFDSTUK22 HOOFDSTUK
HOOFDSTUK 3
HOOFDSTUK 4
HOOFDSTUK 5
HOOFDSTUK66 HOOFDSTUK
BIJLAGE
HOME
Hoofdstuk 3
VOORGESTELDE PROGRAMMALIJNEN LNL inspireert en is concreet. Daarom werken we via LNL aan de realisatie van Programmalijnen. LNL pakt ideeën en initiatieven op en werkt die uit naar concrete, op uitvoering gerichte afspraken met Rijk, provincie en onze partners in de stad. Dit hoofdstuk beschrijft de Programmalijnen waarover het College de komende tijd in LNL-verband afspraken wil maken met Rijk en provincie. Voor het selecteren van de Programmalijnen zijn twee criteria gehanteerd: 1. De programmalijn is noodzakelijk voor het behalen van LNL-doelstellingen. 2. Het zijn programmalijnen waarvoor een bijdrage van Rijk en provincie noodzakelijk is. Er zijn acht Programmalijnen geïdentificeerd, waarover we met instemming van de raad graag in gesprek willen met Rijk, provincie en maatschappelijke partners. Deze gesprekken zijn gericht op het verkennen van samenwerkingsmogelijkheden en de verdere concretisering richting realisatie. Het betreft:
HOOFDSTUK 1
HOOFDSTUK 2
HOOFDSTUK 3
1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8.
Centrum als kloppend hart van de stad Gezonde, natuur-inclusieve stad Mobiliteit voor de toekomst Toekomstbestendige economie Leven lang wonen Waterfront Gelijke kansen voor jongeren Zorginfrastructuur
HOOFDSTUK 4
HOOFDSTUK 5
HOOFDSTUK 6
BIJLAGE
HOME De belangrijkste doelgroep voor deze woningen zijn huishoudens die houden van een bruisend centrum en belang hechten aan goede bereikbaarheid via het OV. Bijvoorbeeld huishoudens met een baan in de regio’s Amsterdam, Utrecht of Zwolle of die een deel van hun sociale netwerk elders hebben.
Activeren Nieuwe initiatieven
LNL Sleutelprojecten
Deze doelgroep draagt bij aan een bruisend stadshart door hun aanwezigheid en bieden direct (door er te zijn) en indirect (door het behouden van) draagvlak voor voorzieningen. Dit zal ook Lelystedelingen aantrekken die nu elders vermaak zoeken, waardoor het centrum van Lelystad weer levendiger wordt. Wij vragen daarom Rijk en provincie om aan de ontwikkeling van ons Stadshart bij te dragen en te stimuleren dat nieuwe en bestaande organisaties zich in het centrum van Lelystad vestigen.
Lopende projecten
Agenderen & initiëren
Volgen
Bijdragen aan doelstellingen LNL
Figuur 2: werkwijze LNL, van nieuwe initiatieven tot lopende projecten
•
3.1 Voorstel Programmalijn 1: Centrum als kloppend hart van de stad Het centrum geeft de stad identiteit. Het is een plek waar mensen elkaar ontmoeten en is daarom belangrijk voor de aantrekkelijkheid van de stad. Het centrum van Lelystad vervult die rol momenteel onvoldoende. Ons Stadshart is minder levendig dan verwacht mag worden op basis van het aantal inwoners van Lelystad, hun koopkracht en hun leefstijl. Hier ligt een kans voor Lelystad.
• •
Aantrekkelijk stad door het realiseren van passende woningen en nieuwe voorzieningen. Economische duurzame stad door het verbeteren van het vestigingsklimaat in het centrum voor winkels, horeca en andere ondernemers Financieel gezond en zelfstandig door groei inwoners waardoor ICL-bijdrage naar 0 gaat.
We zien een goed functionerend Stadshart als voorwaarde voor een succesvolle groei naar 120.000 inwoners en dus als voorwaarde om onze LNL-doelstellingen te realiseren. De Rekenkamer van Lelystad heeft recent een heldere analyse laten maken van de uitdagingen en kansen voor ons Stadshart en doet op basis daarvan een aantal goede aanbevelingen. Het Actieplan Stadshart ligt in lijn met deze aanbevelingen en vormt de basis voor deze Programmalijn. Het richt zich op het vergroenen en klimaatbestendig maken van ons Stadshart en op een scherpe profielkeuze in het aanbod van winkels, functies en doelgroepen en meer aandacht voor ontmoeting (bijvoorbeeld via het aanbieden van een aantrekkelijk cultureel voorzieningenniveau). Ook voorziet het Actieplan in het door verdichting toevoegen van een flink aantal woningen en werkplekken ter versteviging van het draagvlak .
HOOFDSTUK 1
HOOFDSTUK22 HOOFDSTUK
HOOFDSTUK 3
HOOFDSTUK 4
Raakvlakken met Rijk en provincie HOOFDSTUK 5
HOOFDSTUK66 HOOFDSTUK
BIJLAGE
HOME Raakvlakken met Rijk e provine Raakvlakken Raakvlakken met Rijk en provincie met Rijk en provincie
3.2 Voorstel Programmalijn 2: Gezonde natuur-inclusieve stad
Deze programmalijn past bij de brede ambitie van Rijk en provincie om grootschalige en duurzame woningbouw te realiseren en de economische kracht van de regio te vergroten. Er liggen daardoor kansen om aan te sluiten op de volgende inspanningen van de samenwerkingspartners: IenW
MIRT-onderzoek Lelylijn dat moet leiden tot verdere besluitvorming over de aanleg van de Lelylijn.
BZK
De regionale versnellingstafels identificeren knelpunten in de uitvoering van de woondeals en pakken die aan.
BZK
Zesde tranche van de woningbouwimpuls en het vergroten van de capaciteit bij medeoverheden via de flexpoolregeling (BZK)
BZK
Programma een Thuis voor iedereen stimuleert voldoende betaalbare woningen voor aandachtsgroepen
BZK
Beleidsprogramma versnelling verduurzaming om de klimaatdoelstellingen in de gebouwde omgeving binnen bereik brengen.
BZK
Programma Mooi Nederland waarin wordt gewerkt aan het vergroten van ruimtelijke kwaliteit in Nederland.
BZK
Retailagenda 2024-2027 waarin het ministerie samen met partners werkt aan levendige binnensteden en vitale kernen. Onderdeel daarvan is de Impulsaanpak winkelgebieden om winkelgebieden aantrekkelijker te maken.
Provincie
Flevolands Woonagenda waarin wordt ingezet op een innovatief klimaat rond woningmarktopgaven, dat kansen biedt aan het Flevolandse woonlandschap en de aantrekkelijkheid daarvan (ook economisch) vergroot.
Provincie
Programma Flevoland bouwt voor Nederland om te faciliteren dat er snel nieuwe woningen gebouwd worden in de provincie.
Provincie
Programma Landschap van de Toekomst waarin wordt gewerkt aan het vergroten van de ruimtelijke kwaliteit in Flevoland.
Naast de nabijheid van banen en voorzieningen, waarderen mensen ook de aanwezigheid van groen en water als ze ergens willen wonen. Natuur in de directe woonomgeving verhoogt vitaliteit, welzijn en gezondheid en draagt bij aan sociale cohesie. We zien natuur niet alleen als een middel om de aantrekkelijkheid van onze stad te vergroten, maar ook iets waar de mensheid zuinig op moet zijn en daarin hebben wij als overheid een bijzondere verantwoordelijkheid. Marker Wadden en Oostvaardersplassen behoren als natuurgebied tot de internationale top. Dat is belangrijk voor de positionering van Lelystad als aantrekkelijke woonplaats (en van Nederland als voorloper in het realiseren van nieuwe natuur), maar zorgt ook voor economische activiteit. Bijvoorbeeld van recreërende natuurliefhebbers en van professionals die hier kennis opdoen. Vestiging van het Kenniscentrum Nieuwe Natuur in Lelystad zal daaraan bijdragen.
Lelystad heeft veel groen en water, maar een aanzienlijk deel daarvan is onderbenut4. HOOFDSTUK 1
HOOFDSTUK22 HOOFDSTUK
HOOFDSTUK 3
HOOFDSTUK 4
HOOFDSTUK 5
HOOFDSTUK66 HOOFDSTUK
BIJLAGE
HOME Daarom werken we aan een intelligent systeem waarin we ieder stukje natuur een primaire rol toedichten5. Zo werken we aan een integrale ecologische hoofdstructuur om en door de stad, die onze natuur met elkaar verbindt en robuuster maakt. Lelystad is een inspirerend voorbeeld van het verweven van natuur en stedelijk leven Beter beleefbaar groen is voor Lelystad een voorwaarde om naar 120.000 inwoners te kunnen groeien, juist omdat groen een onderscheidende kwaliteit is van onze stad. We zetten daarom in op de natuurinclusieve ontwikkeling van onze stad door het formuleren van een Basiskwaliteit Natuur, verbeteren onze stadsparken en bossen en zetten in op de verdere ontwikkeling van Nationaal Park Nieuw Land6. We verwachten dat we een aanzienlijk deel van dit programma kunnen bekostigen uit bestaande overheidsregelingen en private opbrengsten. Ook willen we voorloper zijn in het vertalen van maatschappelijke waarde naar een financiële geldstroom ter bekostiging van groenprojecten. We zienzien private bekostiging van groen dan ook graag als een onderzoekslijn binnen het Kenniscentrum Nieuwe Natuur.
Bijdragen Gezonde, natuur-inclusieve stad aan doelstellingen LNL •
•
•
Aantrekkelijk stad. Groen en natuur maakt Lelystad aantrekkelijker als plek om te wonen en te werken. Dat is noodzakelijk voor de groei naar 120.000 inwoners, maar draagt ook bij aan een beter vestigingsklimaat voor Lelystadse bedrijven. Duurzaam. Het beter benutten en verbinden van de bestaande natuur draagt direct bij aan de ecologische duurzaamheidsdoelstelling van LNL. Voor Lelystad, maar via de kennis die hier wordt opgedaan ook op andere plekken in Nederland en op de wereld. Indirect ook aan sociale en economische duurzaamheid. Financieel gezond en zelfstandig. Via verbetering van sociale samenhang en gezondheid draagt deze programmalijn bij aan verlaging van de uitgaven voor het sociaal domein.
Raakvlakken Gezonde, natuur-inclusieve stad met programma’s Rijk en provincie Deze programmalijn past bij de brede ambitie van Rijk en provincie om gezonde, groenblauwe steden te ontwikkelen. Er liggen daardoor kansen om aan te sluiten op de volgende inspanningen van de LNL-partners: IenW
In de Uitvoeringsagenda Water en Bodem Sturend wordt geoefend met de nieuwe manier van werken door pilotprojecten, kennissessies, het beter delen en gebruiken van digitale data.
IenW
Met het Deltaprogramma Ruimtelijke Adaptatie wordt gewerkt aan de ruimtelijke inrichting van Nederland om in 2050 zo goed als mogelijk klimaatbestendig en waterrobuust te zijn. Daarvoor komt een tweede tranche pilots voor de uitvoering van de maatregelen.
IenW
Het Programma Bodem en Ondergrond bevordert duurzaam, veilig en efficiënt gebruik van bodem, ondergrond en grondwater.
IenW
NL2120 richt zich op het versterken van het groene verdienvermogen van Nederland met stimuleren van natuurlijke oplossingen (nature-based solutions) voor vraagstukken op het gebied van landgebruik en bodem- en waterbeheer
IenW
MIRT-verkenning naar de Oostvaardersoevers is gestart met het in beeld brengen van mogelijke oplossingsrichtingen voor de uitwisseling van voedselrijk water uit de moerassen naar het Markermeer, voor het aanleggen van een luwtegebied in het Markermeer en voor verbindingen voor vis tussen het meer en de moerassen.
BZK
Beleidsprogramma versnelling verduurzaming gebouwde omgeving richt zich op het binnen bereik brengen van de klimaatdoelstellingen in de gebouwde omgeving.
BZK
Het project Werklandschappen van de toekomst werkt aan toekomstgerichte, groene en klimaatbestendige bedrijventerreinen
BZK
Programma Mooi Nederland zet in op het vergroten van ruimtelijke kwaliteit in Nederland.
VWS
ZonMW werkt op programmatische wijze aan projecten en onderzoek op het gebied van gezondheid, preventie en zorg.
Provincie
In de Strategische Agenda Flevoland is afgesproken transitiegebieden aan te wijzen waar gezocht wordt naar oplossingen om het ruimtegebruik aan te passen in lijn met water, bodem en biodiversiteit.
4 Onder onderbenutte natuur verstaan we natuur die geen duidelijke functie heeft, of wel op geen van de functies (ontmoeten, bewegen, biodiversiteit, etc.) goed scoort. 5 Waar de primaire rol van het ene stukje bevordering van biodiversiteit is, is die van het andere het faciliteren van bewegen, van ontmoeten of het omgaan met de gevolgen van klimaatverandering. Daar waar mogelijk combineren stukjes natuur rollen (dus ontmoeten én biodiversiteit bijvoorbeeld), maar waar combineren niet mogelijk is prevaleert de primaire functie. 6 [toelichting BKN]
HOOFDSTUK 1
HOOFDSTUK22 HOOFDSTUK
HOOFDSTUK 3
HOOFDSTUK 4
HOOFDSTUK 5
HOOFDSTUK66 HOOFDSTUK
BIJLAGE
HOME Provincie
In de Strategische Agenda Flevoland is afgesproken dat de verkent waar en hoe zachte overgangsgebieden ingericht kunnen worden in Flevoland en hoe de groen-blauwe dooradering van de regio gerealiseerd kan worden
Provincie
Flevolands Woonagenda met ambitie om woonomgevingen aan te passen zodat deze maximaal bijdragen aan de energietransitie, circulaire gebiedsontwikkeling, klimaatadaptatie en natuur-inclusiviteit.
Provincie
Programma Landschap van de Toekomst waarin wordt gewerkt aan het vergroten van de ruimtelijke kwaliteit in Flevoland, met o.a. aandacht voor relatie tussen landschap en natuurinclusief bouwen met de woningbouwopgave van 100.000 woningen.
Provincie
Programma Flevoland Natuurinclusief dat wordt opgezet om Flevoland op termijn (stip op de horizon is 2030, met een doorkijk naar 2050) een natuurinclusieve samenleving te maken.
Provincie
Programma Markermeer-IJmeer waarin wordt gewerkt aan de verbetering van de natuur- en waterkwaliteit in samenhang met ruimtelijk-economische ontwikkeling zoals de verdere ontwikkeling Lelystad.
3.3 Voorstel Programmalijn 3: Mobiliteit voor de toekomst De reistijd naar banen, opleidingsplaatsen en voorzieningen heeft de grootste impact op de waardering en aantrekkelijkheid van een woonplek7. Bereikbaarheid is daarom cruciaal voor het realiseren van de LNL-doelstellingen. We onderscheiden in deze Programmalijn mobiliteit in de stad en verbindingen met de stad. Mobiliteit in de stad De goede autobereikbaarheid is een door inwoners zeer gewaardeerde kwaliteit van Lelystad, maar een auto is niet voor iedereen een geschikt of betaalbaar vervoersmiddel. Bovendien nemen auto’s ruimte in die we ook anders kunnen gebruiken en zijn wandelen en fietsen gezonder dan autorijden. We maken Lelystad aantrekkelijker door de mix van vervoersmodaliteiten in de stad zelf aangenaam te maken.
Wie op maandagochtend met het OV vanuit de Atolwijk naar zijn werk op de Amsterdamse Zuid-as wil is alles bij elkaar een uur onderweg: 26 minuten over de eerste 5 kilometer (11 km/h) en 34 minuten over de laatste 50 kilometer (88km/h). Als je die eerste 5 kilometer in 10 minuten kan afleggen (30km/h), bespaar je 16 minuten op je totale reistijd. Om dezelfde reistijdwinst met de trein te halen, zou deze gemiddeld 165 km/h moeten rijden. Dat is inclusief een stop op Almere Centrum. Investeren in de first and last mile heeft dan ook een hoger rendement dan investeren in een snellere trein.
Lelystad kent een traditioneel OV-systeem met een fijnmazig netwerk in de wijken en het OV is de afgelopen decennia beperkt ontwikkeld. Daardoor ontstaat sociale ongelijkheid, verhogen we de druk op de verbindende weginfrastructuur naar Zwolle, Almere, Harderwijk en Enkhuizen en belasten we het milieu. Om ervoor te zorgen dat mensen minder afhankelijk zijn van de auto, kunnen we dit systeem verrijken. Een nieuw mobiliteitsconcept kan gebouwd worden op 3 pijlers. 1. Maximaal benutten van overstapmogelijkheden tussen modaliteiten. Dat betekent dat het mogelijk moet zijn om op logische plekken eenvoudig van modaliteit te kunnen wisselen. Bijvoorbeeld voor langere binnenstedelijke verplaatsingen waarbij hubs of eindbestemmingen worden verrijkt met een flexibel (deel)systeem om minder goed bereikbare locaties alsnog te kunnen bereiken. Mensen die op doorreis zijn en Lelystad gebruiken als logisch overstappunt van auto of bus naar trein. Daardoor krijgen de Lelystadse stations meer draagkracht en waarde voor Lelystad zelf, voor omliggende kernen en voor het totale vervoersysteem. 2. Een mobiliteitsconcept gebaseerd op de STOMP-principe⁸ dat wordt uitgerold over de hele stad.
Daarmee benutten we de bestaande infrastructuur maximaal, beperken we het risico van een sociaal-economische tweedeling, beperken we de druk op de natuur, gebruiken we de ruimte efficiënter, benutten we het talent van onze inwoners beter en verminderen we eenzaamheid en zorgconsumptie.
7 Naast reistijd zijn ook de moeite die je moet doen om te reizen en de kosten van het reizen van belang. 8 (1) Stappen, (2) Trappen (ofwel fietsen), (3) OV, (4) Mobiliteit als service (deelvervoer) en (5) privé-auto. Aandachtsount hierbij is dat mobiliteit als service wel een alternatief wordt voor de auto, maar niet gaat concurreren met Stappen en Trappen.
HOOFDSTUK 1
HOOFDSTUK22 HOOFDSTUK
HOOFDSTUK 3
HOOFDSTUK 4
HOOFDSTUK 5
HOOFDSTUK66 HOOFDSTUK
BIJLAGE
HOME 3. Eerst bewegen, dan bouwen. Uit onderzoek blijkt dat een verhuizing een logisch moment is om ook je reisgedrag aan te passen. Dat betekent dat het loont om het vervoersconcept geregeld te hebben voordat bewoners de sleutel van hun nieuwe huis krijgen.
Bijdragen Mobiliteit voor de toekomst aan doelstellingen LNL • •
Moderne mobiliteitsconcepten benaderen de snelheid en het comfort van de eigen auto, maar tegen veel lagere kosten voor de gebruiker, de samenleving en de natuur. Daarnaast zijn ze onvergelijkbaar met de traditionele busdiensten. Ook op het vlak van mobiliteit kan en wil Lelystad een living lab zijn dat laat zien hoe aan mobiliteit op stadsniveau (innovatief en duurzaam) vormgegeven kan worden.
•
Aantrekkelijk stad. Door het verbeteren van de bereikbaarheid van banen, opleidingsplaatsen en voorzieningen. Duurzame stad. Door verbetering van het vestigingsklimaat, het aantrekken van mobiliteit gerelateerde economie (bijv. transferhubs), verbeteren van toegankelijkheid en betaalbaarheid van mobiliteit en schonere mobiliteit. Financieel gezond en zelfstandig. Door betere benutting bestaande infrastructuur en het beperken van de noodzaak voor nieuwe infrastructuur.
Verbindingen met de stad De ligging van Lelystad tussen economische sterkte regio’s Amsterdam, Utrecht en Zwolle is een enorme kans voor Lelystad. Die kunnen we beter benutten als we ook beter met deze regio’s verbonden zijn. Daarnaast kunnen we de bestaande infrastructuur in en naar onze stad door een aantal investeringen optimaal te gebruiken. Projecten waar we graag met Rijk en provincie over in gesprek gaan zijn in ieder geval: • Verbeteringen van de spoorverbinding van Lelystad: een betere spoorverbinding naar Utrecht, aansluiting op het nachtnet, hoogfrequente verbinding met Amsterdam, Utrecht, Zwolle (30-minuten bereikbaarheid), de Lelylijn en station Lelystad Zuid. • De verbreding van de A6 richting Almere, Amsterdam en Hilversum (A27) en verbetering van de wegverbinding met Amersfoort en Zwolle. • Aansluiting A6 op Markerwaarddijk N307 (N23 – Bochtafsnijding Baai van Eesteren), zodat doorgaand verkeer niet meer door de stad hoeft en de verbinding met en van de Kop van Noord-Holland verbetert. • Mobiliteitshubs op belangrijke vervoersknooppunten. Hemelsbreed is de afstand naar de A10 bij Amsterdam gelijk aan die naar knooppunt Hoevelaken bij Amersfoort. Zonder files is de reistijd naar Hoevelaken bijna 25% langer. Met de trein staan we in 34 minuten op Amsterdam Zuid, maar over een treinreis naar Amersfoort doen we meer dan 2x zo lang.
Een betere aansluiting op het Daily Urban System van Utrecht en Amersfoort zou grote impact hebben op de woonaantrekkelijkheid van Lelystad. Maar ook richting Almere en Amsterdam zijn grote verbeteringen mogelijk.
HOOFDSTUK 1
HOOFDSTUK22 HOOFDSTUK
HOOFDSTUK 3
HOOFDSTUK 4
3.4 Voorstel Programmalijn 4: Toekomstbestendige economie
HOOFDSTUK 5
HOOFDSTUK66 HOOFDSTUK
BIJLAGE
HOME
Raakvlakken Mobiliteit voor de toekomst met Rijk en provincie Deze programmalijn past bij de brede ambitie van Rijk en provincie om grootschalige en duurzame woningbouw te realiseren en de economische kracht van de regio te vergroten. Er liggen daardoor kansen op aan te sluiten op de volgende inspanningen van de samenwerkingspartners: IenW
Dutch Metropolitan Innovations project waarin wordt geïnvesteerd in het realiseren van een digitale infrastructuur voor het delen en gebruiken van data in het fysieke domein t.b.v. slimme en duurzame verstedelijking en mobiliteitstransitie.
IenW
Programma Vergroening reisgedrag waarin wordt ingezet op verschillende manieren om duurzaam reisvervoer en –gedrag te stimuleren
IenW
Programma Woningbouw en Mobiliteit waarin wordt bijgedragen aan bovenplanse infrastructuur voor woningbouw. In 2024 wordt de tweede termijn van de middelen uitgekeerd naar de gemeenten. Ook is in 2024 de specifieke uitkering voor de mobiliteitspakketten en het gebiedsbudget gereed en kunnen hiervoor aanvragen worden ingediend door de gemeenten.
IenW
Programma MIRT waarin wordt gewerkt aan bereikbaarheid van Lelystad met onder andere onderzoek Lelylijn, verbinding A6 Almere-Oostvaarders-Lelystad en Samen Bouwen aan Bereikbaarheid met Bereikbaarheidsonderzoek Lelystad Zuid.
IenW
Fietsambitie 2022-2025 waarin afspraken worden gemaakt met decentrale overheden over hoe IenW bijdraagt aan een landelijk dekkend netwerk van doorfietsroutes en projecten om het fietsen voor bijvoorbeeld kinderen en ouderen te stimuleren.
IenW
Digitale Infrastructuur Logistiek (DIL) met als doel de digitalisering van de logistieke sector te versnellen en faciliteren.
IenW
Programma Lelystad Airport om het vliegveld te laten fungeren als overloopluchthaven voor Schiphol, zodat op Schiphol meer ruimte vrijkomt voor mainportgebonden verkeer
Provincie
In de Strategische Agenda Flevoland is afgesproken dat de provincie onderzoek doet naar de effecten van de woningbouwambities op het hoofdverkeersysteem van Flevoland.
Provincie
Programma Mobiliteit en Ruimte waarin de provincie investeert in veilig, duurzaam vervoer en bereikbaarheid van de provincie.
HOOFDSTUK 1
HOOFDSTUK22 HOOFDSTUK
HOOFDSTUK 3
3.4 Voorstel Programmalijn 4: Toekomstbestendige economie Lelystad groeit en dat vraagt ruimte voor werken, innovatie en onderwijs. Voor de ontwikkeling van onze stedelijke economie bouwen we voort op het succes van de afgelopen jaren. Om de doorontwikkeling van de economie van Lelystad een impuls te geven, hebben we Rijk en provincie nodig. Beschikbaarheid van voldoende en goed geschoold personeel is cruciaal voor het vestigingsklimaat voor bedrijven en dus voor de economische kracht van Lelystad. Hier liggen kansen voor Lelystad. Er is een groot tekort aan zorg-, onderwijzend en technisch geschoold personeel. Door nauwere samenwerking tussen onderwijsinstellingen en werkgevers verwachten we meer mensen te kunnen interesseren voor sectoren waarin grote tekorten zijn. Daarnaast verwachten we daarmee het onderwijs voor deze sectoren concreet, inspirerend, aantrekkelijk en dus beter te maken. Een baan zorgt voor inkomen, sociale contacten en zingeving en voorkomt daardoor financiële, sociale en psychologische problemen. Werknemers die beter in hun vel zitten presteren beter. Investeringen in een goede en gezonde werkomgeving dragen hieraan bij. Reden genoeg voor de Lelystadse werkgevers om met ons mee te investeren. Bedrijven die innoveren zijn de bedrijven die toekomst hebben en kunnen groeien.
Om de werkgelegenheid op langere termijn zeker te stellen, is het dus belangrijk dat onze bedrijven blijven innoveren. Innovaties vinden steeds vaker plaats in netwerken waarin bedrijven, overheden, start-ups, kennisinstituten en onderwijsinstellingen met elkaar samenwerken. De praktijk bewijst ook dat regio’s waarin partijen intensief met elkaar samenwerken het economisch en maatschappelijk beter doen. Daar ligt een belangrijke sleutel voor ons economisch beleid: Het ruimte bieden aan innovaties en het bevorderen van samenwerkingen gericht op innovaties.
HOOFDSTUK 4
HOOFDSTUK 5
HOOFDSTUK66 HOOFDSTUK
BIJLAGE
HOME
Projecten waar we graag met Rijk en provincie over in gesprek gaan zijn in ieder geval: 1. De realisatie van nieuwe en revitalisering van bestaande bedrijventerreinen die een voorbeeld zijn op het gebied van natuur, ecologische duurzaamheid, samenwerking, arbeidsomstandigheden en sociale verantwoordelijkheid. 2. Realisatie van de Innovatiehub Circulair Bouwen; een samenwerking tussen bedrijven en onderzoeks- en onderwijsinstellingen gericht op het in de praktijk testen en ontwikkelen van circulaire bouwmethoden (Verbonden met ZuiderC, Stadshart en Waterfront). 3. Realisatie van de Innovatiehub Duurzame Mobiliteit; een samenwerking tussen bedrijven en onderzoeks- en onderwijsinstellingen gericht op het in de praktijk testen en ontwikkelen van concepten rond duurzame luchtvaart, duurzame mobiliteit en technologisering van hoogwaardige logistiek (Zie ook Programmalijn 3: Mobiliteit van de toekomst). 4. Realisatie van de Zorgcampus Lelystad; een samenwerking tussen onderwijsinstellingen en werkgevers in de zorg, gericht op het beter benutten en aantrekken van meer talent voor de zorgsector (zie ook Programmalijn 8: Zorginfrastructuur). 5.
Realisatie van het Edu-lab; een samenwerking tussen overheden, onderwijsinstellingen en werkgevers gericht op het maximaliseren van de kansen voor alle Lelystadse kinderen, het maximaliseren van talentontwikkeling en het minimaliseren van intergenerationele overdracht van sociaal-economische problematiek (zie ook Programmalijn 7: Gelijke kansen voor jongeren).
HOOFDSTUK 1
HOOFDSTUK22 HOOFDSTUK
HOOFDSTUK 3
HOOFDSTUK 4
HOOFDSTUK 5
HOOFDSTUK66 HOOFDSTUK
BIJLAGE
HOME Bijdragen Toekomstbestendige economie aan doelstellingen LNL •
• •
OCW
LLO-Katalysator stimuleert samenwerking tussen onderwijsinstellingen met maatschappelijke organisaties en het bedrijfsleven, om zo een stevige impuls te geven aan een leven lang ontwikkelen
SZW
SLIM-regeling stimuleert leren en ontwikkelen in mkb-ondernemingen.
EZK
Nationaal programma werklocaties waarin wordt gewerkt aan het waarborgen van voldoende ruimte voor economie en het beter benutten en verduurzamen van bestaande werklocaties.
EZK
Missiegedreven topsectoren en innovatiebeleid om innovatie te stimuleren op vijf centrale missies: Energietransitie, Circulaire Economie, Landbouw-Water-Voedsel, Gezondheid & Zorg, Veiligheid.
Raakvlakken Toekomstbestendige economie met inspanningen van Rijk en provincie
EZK
De Missiegedreven Onderzoek, Ontwikkeling en Innovatie (MOOI) regeling ondersteunt integrale innovatieve oplossingen die wezenlijk bijdragen aan het realiseren van de doelen uit het Klimaatakkoord.
Deze Programmalijn past bij de brede ambitie van Rijk en provincie om de economische kracht van de regio te vergroten. Er liggen daardoor kansen om aan te sluiten om de volgende inspanningen van de samenwerkingspartners:
EZK
EFRO-programma Slimmer en Groener stimuleert innovatie in de transitie naar een koolstofarme economie.
EZK
Het Nationaal Onderwijslab AI (NOLAI) investeert in de ontwikkeling van intelligente onderwijsinnovaties die gericht zijn op de verbetering van de kwaliteit van het primair en voortgezet onderwijs Groenvermogen van de Nederlandse economie investeert in een groen-waterstof-ecosysteem met o.a. kleine- en grootschalige demonstratie-projecten, een R&D-programma en een human capital programma
Aantrekkelijk stad door het vergroten van de diversiteit aan banen en het voorkomen van overlast door mensen die niet lekker in hun vel zitten of geen dagbesteding of toekomstperspectief hebben. Duurzame stad. Een beter vestigingsklimaat voor bedrijven (meer getalenteerd personeel) en sociaal-economisch weerbaarder inwoners. Financieel gezond en zelfstandig. Minder (financiële) druk op de voorzieningen.
IenW
Digitale Infrastructuur Logistiek (DIL) met als doel de digitalisering van de logistieke sector te versnellen en te faciliteren.
IenW
Groeiplan Watertechnologie waarin geld beschikbaar is gesteld om nieuwe technologieën voor de beschikbaarheid van (schoon) water te ontwikkelen en deze nationaal en internationaal te vermarkten.
EZK
IenW
Innovatiestrategie luchtvaart om te werken aan innovaties de Nederlandse luchtvaartsector om de impact van luchtvaart op klimaat en leefomgeving te minimaliseren.
Provincie Economisch Programma 2023–2028 waarin de provincie inzet op Verdienvermogen Provincie
IenW
Nationaal Programma Circulaire Economie (NPCE) met maatregelen om de komende jaren zuiniger om te gaan met grondstoffen.
Proeftuinen Houtbouw en biobased bouwen waarin wordt uitgewerkt hoe biobased materialen toe te passen in concrete bouwprojecten
Provincie
BZK
Elke Regio Telt! waarmee wordt gewerkt aan een betere spreiding van rijksdiensten en rijkswerkgelegenheid over het land.
BZK
Kennis- en innovatieprogramma bouwproductie Stikstof investeert in kennis en ontwikkeling van emissiearme bouwconcepten en bouwlogistiek, zodat dit emissiereductiemaatregelen worden die effectief kunnen worden opgeschaald.
Project ‘Van Land tot Pand’ stimuleert agrarisch ondernemers d om (1) in korte ketens het telen van vezels tot stand te brengen, (2) de lokale productie van bouwmaterialen te stimuleren en (3) deze in de bouw van woningen in Flevoland deze toe te passen in de realisatie van biobased nieuwbouw.
Provincie
BZK
Werklandschappen van de toekomst stimuleert ontwikkeling naar toekomstgerichte, groene en klimaatbestendige bedrijventerreinen met livinglabs.
In de Strategische Agenda Flevoland is afgesproken te verkennen welke mogelijkheden er zijn om de kennisinfrastructuur van de regio te versterken met oog op de beoogde groei in bewoners en economische activiteiten.
OCW
Programma Klimaat en Energie versterkt de aanpak van klimaatverandering met onder andere onderzoek naar klimaat en opleiden van vakmensen.
OCW
Programma Ontwikkelkracht investeert in het lerend vermogen van het onderwijs door te bouwen aan een sterke kennisinfrastructuur voor het primair en voortgezet onderwijs.
HOOFDSTUK 1
HOOFDSTUK22 HOOFDSTUK
HOOFDSTUK 3
HOOFDSTUK 4
mkb en Menselijk en sociaal kapitaal. Twee andere programmalijnen volgen nog.
HOOFDSTUK 5
HOOFDSTUK66 HOOFDSTUK
BIJLAGE
HOME Bijdragen Leven lang wonen aan doelstellingen LNL
3.5 Voorstel Programmalijn 5: Leven lang wonen In al onze wijken neemt het aandeel 65+ huishoudens de komende jaren toe. Lelystad vergrijst en daar moeten we rekening mee houden bij het inrichten van de buitenruimte, het ontwerpen van woningen en bij het nadenken over hoe we de zorg organiseren. Actieve pensionado’s zijn gezonder, gelukkiger, minder eenzaam en vormen bovendien steeds vaker de drijvende kracht achter vrijwilligersinitiatieven die onze gemeenschap verbindt. Extra uitdaging voor Lelystad is dat veel mensen op hetzelfde moment ouder worden, omdat zij zich op hetzelfde moment in Lelystad vestigden. Zij kwamen als gezinnen, dus bestaat onze woningvoorraad vooral uit gezinswoningen. Lelystad moet zich versneld aanpassen om ook een aantrekkelijk thuis te blijven voor de oudere huishoudens9. Daar hebben we Rijk en provincie bij nodig.
• • •
Vergrijzing biedt kansen, maar leidt ook tot een toenemende vraag naar ondersteuning en zorg (o.a. Wmo en Zorgverzekeringswet) en daarmee tot druk op voorzieningen en op de gemeentebegroting. Deze Programmalijn richt zich op realisatie van passende woonconcepten voor senioren, waar nodig met efficiënt georganiseerde zorg en ondersteuning. Daar profiteren alle huishoudens in Lelystad van, omdat het niet alleen leidt tot meer woongenot en betere zorg voor ouderen, maar ook tot: • •
• •
Betere doorstroming in de bestaande wijken, zodat meer passende woningen beschikbaar komen voor jongere generaties die nu in de knel zitten op de woningmarkt. Meer variatie in het woningaanbod in bestaande wijken, zodat meer diverse wijken ontstaan met woningen die beter aansluiten bij de wensen en mogelijkheden van onze inwoners. Het vergroten van de sociale veerkracht in bestaande wijken door het vasthouden van sociaal waardevolle huishoudens. Het betaalbaar houden van de zorg, bijvoorbeeld door een efficiëntere organisatie, het inzetten van digitalisering en het benutten van de gemeenschap voor mantelzorg.
Aantrekkelijk stad door het bouwen en ‘vrijspelen’ van passende woningen. Duurzame stad. door het intact houden van sociale netwerken. Financieel gezond en zelfstandig door het aantrekken van nieuwe (en behouden van bestaande) inwoners en het beperken van zorgkosten.
Raakvlakken Leven lang wonen met programma’s Rijk en provincie Deze programmalijn past bij de brede ambitie van Rijk en provincie om een aanpak van sociale opgaven in steden te ontwikkelen. Er liggen daardoor kansen op aan te sluiten om aan te sluiten op de volgende inspanningen van de samenwerkingspartners: BZK
Programma wonen en zorg voor ouderen is gericht op bijdragen aan passende woningen voor ouderen door het stimuleren van de bouw van ouderen woningen, realisatie van ontmoetingsruimtes voor ouderen en aandacht te besteden aan de leefomgeving van ouderen.
VWS
Programma Wonen, Ondersteuning en Zorg voor Ouderen (WOZO) stimuleert de transitie in wonen, ondersteuning en zorg voor ouderen: zelfstandig als het kan, thuis als het kan en digitaal als het kan.
VWS
Programma één tegen eenzaamheid voorziet in middelen om maatschappelijke initiatieven een impuls te geven en gemeenten aan te moedigen om een lokale aanpak eenzaamheid te starten en langdurig voort te zetten.
Provincie
Flevolands Woonagenda met de ambitie dat mensen met een zorgvraag zo lang mogelijk zelfstandig en prettig kunnen wonen in hun vertrouwde omgeving.
9 Uit recent woononderzoek blijkt een negatief migratiesaldo van 50+’ers en dat is geen goed nieuws. Vooral als het sociaal waardevolle huishoudens zijn die vertrekken.
HOOFDSTUK 1
HOOFDSTUK22 HOOFDSTUK
HOOFDSTUK 3
HOOFDSTUK 4
HOOFDSTUK 5
HOOFDSTUK66 HOOFDSTUK
BIJLAGE
HOME 3.6 Voorstel Programmalijn 6: Waterfront
Bijdragen Waterfront aan doelstellingen LNL
De kwaliteit van de natuur is een onderscheidend kenmerk voor Lelystad. Onze ligging aan het Markermeer is in dat kader een grote kans. We willen een aantrekkelijke stedelijke kustzone realiseren, die de stad met het Markermeer en de natuurgebieden van het Nationaal Park Nieuw Land verbindt en nieuwe inwoners en bezoekers aantrekt.
•
De Verkenning Waterfront betreft de uitwerking van Kustvisie Lelystad 2030 voor het gebied Bataviakwartier tot en met Meerdijkhaven. Op basis hiervan is het project Waterfront Stedelijke Kust gestart met als hoofddoel het ‘realiseren van een aantrekkelijke stedelijke kustzone die stad, water en natuur verbindt, Lelystad een positief imago bezorgt en (daarmee) nieuwe inwoners en bezoekers aantrekt, die bijdragen aan een evenwichtige stad die op eigen benen kan staan. Een stad aan het water in plaats van een stad achter de dijk.’ Essentieel onderdeel van het planvoornemen is dat circa 35 hectare Markermeer wordt omgezet in land. De landaanwinning is gewenst voor de creatie van meer ruimte voor recreatie in het noorden van het plangebied en het realiseren van woonclusters omgeven door groen en een strand in het zuidelijke deel van het plangebied. Het zuidelijke deel biedt ruimte aan 3.000 woningen in een sterk onderscheidend woonmilieu op het raakvlak van stad, water en natuur en kantelt het beeld van wonen in Lelystad. De hele kustzone zorgt voor een recreatief milieu met stadsstrand, natuur en levendige boulevard waar alle Lelystedelingen van kunnen genieten zodat het fijner wonen wordt in Lelystad.
HOOFDSTUK 1
HOOFDSTUK22 HOOFDSTUK
HOOFDSTUK 3
•
•
Aantrekkelijk stad. Groen en natuur maakt Lelystad aantrekkelijker als plek om te wonen en te werken. Dat is noodzakelijk voor de groei naar 120.000 inwoners, maar draagt ook bij aan een beter vestigingsklimaat voor Lelystadse bedrijven. Duurzame stad. Het beter benutten en verbinden van de bestaande natuur draagt direct bij aan de ecologische duurzaamheidsdoelstelling van LNL. Voor Lelystad, maar via de kennis die hier wordt opgedaan ook op andere plekken in Nederland en op de wereld. Indirect ook aan sociale en economische duurzaamheid Financieel gezond en zelfstandig. Dit project levert heeft een positieve impact op de waardeontwikkeling van de grond bestemd voor woningbouw.
Raakvlakken Waterfront met programma’s Rijk en provincie Deze Programmalijn past bij de brede ambitie van Rijk en provincie om grootschalige en duurzame woningbouw te realiseren. Er liggen daardoor kansen om aan te sluiten op de volgende inspanningen van de samenwerkingspartners: BZK
De regionale versnellingstafels identificeren knelpunten in de uitvoering van de woondeals en pakken die aan.
BZK
Zesde tranche van de woningbouwimpuls en het vergroten van de capaciteit bij medeoverheden via de flexpoolregeling (BZK)
BZK
Programma Mooi Nederland zet in op het vergroten van ruimtelijke kwaliteit in Nederland.
IenW
Uitvoeringsagenda Water en bodem sturend waarin samen met regio’s wordt gekeken hoe de structureerde keuzes uit de kamerbrief WBS toe te passen, o.a. in concrete projecten.
Provincie
Flevolands Woonagenda waarin wordt ingezet op een innovatief klimaat rond woningmarktopgaven, dat kansen biedt aan het Flevolandse woonlandschap en de aantrekkelijkheid daarvan (ook economisch) vergroot.
Provincie
Programma Flevoland bouwt voor Nederland om te faciliteren dat er snel nieuwe woningen gebouwd worden in de provincie.
Provincie
Programma Markermeer-IJmeer waarin wordt gewerkt aan de verbetering van de natuur- en waterkwaliteit in samenhang met ruimtelijk-economische ontwikkeling zoals de verdere ontwikkeling Lelystad..
HOOFDSTUK 4
HOOFDSTUK 5
HOOFDSTUK66 HOOFDSTUK
BIJLAGE
HOME 3.7 Voorstel Programmalijn 7: Gelijke kansen voor jongeren Deze Programmalijn is erop gericht jongeren in staat te stellen hun talenten maximaal te benutten. De mate waarin dat lukt hangt sterk af van de thuissituatie. Een fijn thuis is voorwaardelijk om goed te kunnen presteren op school of op het werk. In Lelystad wonen echter veel kwetsbare gezinnen 10 . Dat heeft een negatieve invloed op de ontwikkeling van deze kinderen en resulteert vaker in lagere opleidingsniveaus en meer uitval op school. Jongeren én de samenleving zouden beter af zijn als het wel lukt om hun talent te ontplooien en benutten en hiervoor moet de samenleving zich extra inzetten.
Voornoemde problemen spelen niet alleen in Lelystad. Andere gemeenten worstelen met vergelijkbare uitdagingen. Om voldoende gepassioneerde professionals aan deze Programmalijn te binden, onze leerervaring te maximaliseren en om de kennis die wij opdoen toegankelijk te maken voor de rest van Nederland, realiseren we het Edu-lab: een samenwerking tussen overheden, onderwijsinstellingen en werkgevers gericht op het minimaliseren van intergenerationale overdracht van sociaal-economische problematiek en het maximaliseren van de kansen van kinderen uit kwetsbare gezinnen.
De school is een belangrijke plek van waaruit activiteiten gecoördineerd worden en waar we problemen snel kunnen opmerken en aanpakken. Via de scholen bieden we kinderen die dat thuis onvoldoende krijgen de kans om meer te leren en langer te profiteren van de veiligheid die de schoolomgeving biedt. Daarmee proberen we intergenerationele overdracht van sociale problemen te voorkomen, want we weten dat sociale problemen overerfbaar zijn en maatschappelijk succes ook. De verlengde lesprogramma’s ontzorgen bovendien de ouders omdat ze makkelijker een baan kunnen vinden en hun kinderen daarmee ook het goede voorbeeld kunnen geven. Kinderen met een minder goed toekomstsperspectief veroorzaken vaker overlast en hebben een grotere kans om met criminaliteit in aanraking te komen. Al vanaf groep 7 besteden we daarom aandacht aan de keuze van de vervolgopleiding. Daarin zoeken we samenwerking met werkgevers in onder meer zorg, logistiek, techniek en onderwijs (zie ook Programmalijn 5: Toekomstbestendige economie). Die samenwerking beslaat ook de periode daarna, waarin jongeren die kiezen voor een opleiding in deze sectoren een baangarantie van de Lelystadse werkgevers krijgen.
10 Denk aan armoede, taalachterstanden, een onveilig leefklimaat, psychische en fysieke problematiek, afstand tot de arbeidsmarkt, vechtscheidingen, alleenstaande (tiener)ouders en laaggeletterdheid bij de ouder(s). Een laag opleidingsniveau, laag inkomen en weinig perspectief hangen vaak samen met andere problemen, zoals schulden, criminaliteit, onveiligheid, psychische problematiek en verloedering. Gevolg is dat opgroeiende kinderen vanaf de start van hun ontwikkeling op achterstand raken. Dat zien we ook in Lelystad. Veel kinderen hebben op jonge leeftijd al te maken stress, vermoeidheid en zelfs honger en dat is geen goede basis voor je schoolcarrière. 11 Het aantal jongeren dat van school gaat zonder diploma, ligt in Lelystad hoger dan landelijk gemiddeld. Het aantal jongeren dat van school gaat zonder diploma, ligt in de kwetsbare buurten nog hoger dan in de andere delen van Lelystad. Voortijdige schoolverlaters zijn jongeren tussen de 12 en 23 jaar oud, die niet staan ingeschreven op een school, geen startkwalificatie hebben (een diploma op minimaal mbo-2, havo of vwo-niveau). Het gaat om 3,50% van het totaal aantal leerlingen en studenten in Lelystad. Landelijk en in Flevoland ligt het percentage nieuwe voortijdige schoolverlaters lager dan in Lelystad. In Flevoland ligt het percentage tussen de 1,88% en 2,91% en in Nederland tussen de 1,72% en 2,34%.
HOOFDSTUK 1
HOOFDSTUK22 HOOFDSTUK
HOOFDSTUK 3
HOOFDSTUK 4
HOOFDSTUK 5
HOOFDSTUK66 HOOFDSTUK
BIJLAGE
HOME Bijdragen Gelijke kansen voor jongeren aan doelstellingen LNL • • •
Aantrekkelijk stad door het verbeteren van de aansluiting van talent op de arbeidsmarkt met meer passende werkgelegenheid tot gevolg. Duurzame stad. Sociaal en economisch weerbaardere inwoners door meer kansen voor jongeren op de arbeidsmarkt en in de maatschappij. Financieel gezond en zelfstandig. Minder (financiële) druk op de voorzieningen.
Raakvlakken Gelijke kansen voor jongeren met programma’s Rijk en provincie Deze Programmalijn past bij de brede ambitie van Rijk en provincie om een aanpak van sociale opgaven in steden te ontwikkelen. Er liggen daardoor kansen om aan te sluiten op de volgende inspanningen van de samenwerkingspartners: OCW
Programma School en Omgeving waarmee scholen worden gestimuleerd om samen met hun omgeving leerlingen extra activiteiten aan te bieden om kansengelijkheid te vergroten
OCW
Programma Ontwikkelkracht waarmee het ministerie scholen helpt om de kwaliteit van het onderwijs duurzaam te verbeteren aan de hand van kennis uit onderzoek en praktijk.
OCW
De LLO-Katalysator stimuleert samenwerking tussen onderwijsinstellingen met maatschappelijke organisaties en het bedrijfsleven, om zo een stevige impuls te geven aan een leven lang ontwikkelen.
SZW
Programma Aanpak geldzorgen, armoede en schulden waarmee het ministerie de bestaans- en inkomenszekerheid wilt verbeteren, o.a. door het versterken van vaardigheden en participatie van kinderen in armoede.
HOOFDSTUK 1
HOOFDSTUK22 HOOFDSTUK
HOOFDSTUK 3
HOOFDSTUK 4
HOOFDSTUK 5
HOOFDSTUK66 HOOFDSTUK
BIJLAGE
HOME Raakvlakken Leven lang wonen met programma’s Rijk en provincie
3.8 Voorstel Programmalijn 8: Zorginfrastructuur De De druk op de zorg neemt de komende jaren toe, terwijl het daar nu al knelt in Lelystad. Deze Programmalijn is erop gericht de druk op zorg zoveel mogelijk te ontlasten door in te zetten op preventie. Dat kan alleen samen met zorgaanbieders, zorgverzekeraars, de provincie en waar nodig met ondersteuning van het Rijk. De ambitie past in het tussen deze partijen gesloten Integraal Zorg Akkoord. Onze focus ligt niet op individuele oplossingen, maar op het totale systeem. De schaal en het idee dat Lelystad vanuit het perspectief van de eerstelijnszorg een eigen, sluitende infrastructuur op kan zetten, maakt onze stad daarvoor zeer geschikt. Deze Programmalijn is nauw verbonden met alle andere Programmalijnen. Van woningbouwprojecten tot gezonde, natuurinclusieve stad en van mobiliteit tot toekomstbestendige economie. Dat maakt het nog logischer voor onze partners om van Lelystad een living lab te maken.
Bijdragen Toekomstbestendige economie aan doelstellingen LNL • •
Duurzame stad. Sociaal en economisch weerbaarder inwoners door betere gezondheid. Financieel gezond en zelfstandig. Minder (financiële) druk op de voorzieningen.
HOOFDSTUK 1
HOOFDSTUK22 HOOFDSTUK
HOOFDSTUK 3
HOOFDSTUK 4
Deze Programmalijn past bij de brede ambitie van Rijk en provincie om een aanpak van sociale opgaven in steden te ontwikkelen. Er liggen daardoor kansen om aan te sluiten op de volgende inspanningen van de samenwerkingspartners: VWS
ZonMW werkt op programmatische wijze aan projecten en onderzoek op het gebied van gezondheid, preventie en zorg
VWS
Via ZonMW wordt in het Programma Versterking organisatie eerstelijnszorg ondersteuning geboden aan het versterken van de organisatiegraad in de eerstelijnszorg.
VWS
Via ZonMW wordt in het Programma Beter Thuis 2 gewerkt aan het behoud van de toegankelijkheid en de organisatie van zorg voor kwetsbare patiëntgroepen.
VWS
Programma Toekomstbestendige Arbeidsmarkt Zorg en welzijn (TAZ) zet in op anders organiseren van werk in zorg en welzijn, met het doel om de toegankelijkheid van de zorg te borgen in de toekomst.
VWS
Programma Duurzaamheid en Gezondheid waarmee partijen worden geholpen om de transformatie te maken naar zorg met minimale impact op klimaat, milieu en leefomgeving in 2050.
VWS
Programma Alles is Gezondheid waarin maatschappelijke initiatieven worden gestimuleerd die bijdragen aan een gezonder Nederland en aansluiten bij de gestelde doelen in het Nationaal Programma Preventie.
Provincie
Programma Krachtige Samenleving waarin o.a. wordt gewerkt aan een toekomstbestendige gezondheidszorg en de Human Capital Agenda Zorg & Welzijn.
HOOFDSTUK 5
HOOFDSTUK66 HOOFDSTUK
BIJLAGE
HOME 3.9 Nieuwe Programmalijnen
3.10 Lopende projecten
Hierboven hebben we de programmalijnen gepresenteerd waar het College in LNL-verband in ieder geval graag met Rijk en provincie in gesprek wil gaan. We zien de lijst van Programmalijnen niet als gesloten lijst. We kunnen ons voorstellen dat ook Rijk en provincie projecten onder of nieuwe Programmalijnen willen toevoegen.
ZuiderC en Samen Lelystad Oost voldoen ruimschoots aan de criteria van wat een Programmalijn voor LNL is. Deze projecten kennen echter al een goed functionerende overlegstructuur met Rijk en provincie en over deze projecten zijn al duidelijke afspraken gemaakt. Voor deze ‘lopende projecten’ hecht het College eraan de bestaande overlegstructuren intact te houden. ZuiderC en Samen Lelystad Oost zijn cruciaal voor het realiseren van de LNL-doelstellingen en worden waar mogelijk vanuit LNL ondersteund, maar zijn geen onderdeel van het Programma LNL.
Tegelijkertijd zien we LNL nadrukkelijk als een kweekvijver van nieuwe initiatieven. Het LNL-programmabureau gaat actief op zoek naar interventies die bijdragen aan de LNL-doelstellingen en werkt die samen met de LNL-partners op tot concrete nieuwe projecten onder bestaande programmalijnen of nieuwe Programmalijnen waarover de LNL-partners concrete, op realisatie gerichte afspraken maken. Als die afspraken zijn gemaakt ligt het voor de hand de verantwoordelijkheid voor de uitvoering over te dragen aan de lijnorganisatie of een daartoe opgerichte uitvoeringsorganisatie. Een onderwerp dat daarbij wat ons betreft in ieder geval aan bod komt is de financiering en bekostiging van de Programmalijnen. Deze financieringssystematiek zullen wij met grote prioriteit oppakken. Daarbij staan twee vragen centraal: 1. Hoe kunnen we partijen die in financiële zin baat hebben bij de Programmalijnen ook een rol geven in de bekostiging daarvan, en: 2. Hoe kunnen de periode tussen uitgaven aan projecten en inkomsten uit die projecten in financiële zin overbruggen (financiering). Ook in de ontwikkeling van bekostigings- en financieringsinstrumenten voor waardevolle projecten in de stad kan Lelystad een voorloper zijn.
Het Fonds Verstedelijking Almere, dat onder meer een toekomstige waardeontwikkeling als gevolg van investeringen vandaag gebruikt om vandaag middelen vrij te spelen om die investeringen daadwerkelijk te kunnen doen, is daarvan een interessant voorbeeld. De lessen die daarin zijn geleerd betrekken we bij het onderzoek naar en de gesprekken over een dergelijk fonds.
HOOFDSTUK 1
HOOFDSTUK22 HOOFDSTUK
HOOFDSTUK 3
HOOFDSTUK 4
ZuiderC Op 18 januari jl. tekenden gemeente, rijk en provincie een bestuursovereenkomst voor de bouw van circa 15.000 woningen in het deelproject ZuiderC. Dit project is onderdeel van de forse woningbouwopgave in onze stad en van de zeventien geplande grootschalige NOVEX woningbouwlocaties in Nederland. Met de ontwikkeling van ZuiderC levert Lelystad een bijdrage aan maatschappelijke opgaven, zoals de woningbouw, de klimaatopgave, de energietransitie en een onderscheidend woonmilieu: wonen in de natuur. ZuiderC is een voorbeeld van bouwen aan de samenleving van de toekomst. Bouwen voor verschillende doelgroepen die samen één samenleving gaan vormen
Samen Lelystad Oost Samen Lelystad Oost is een integrale gebiedsaanpak en richt zich op de Zuiderzeewijk, Atolwijk, Boswijk en Waterwijk. Dit deel van de stad is door het ministerie van BZK aangewezen als één van de 16 kwetsbare gebieden in Nederland, waar een integrale gebiedsontwikkeling ingezet wordt. Hier is in 2021 een start mee gemaakt door vooral organisaties in de wijken aan elkaar te verbinden en een gezamenlijk jaarplan te maken. Binnen Samen Lelystad Oost werken vele partijen aan verbetering op het gebied van inkomen, arbeidsparticipatie, opleidingsniveau, gezondheid en veiligheid.
HOOFDSTUK 5
HOOFDSTUK66 HOOFDSTUK
BIJLAGE
HOME
Hoofdstuk 4
ORGANISATIE We werken aan een aantrekkelijke en duurzame stad, die financieel gezond en zelfstandig is. Dat is een forse ambitie die eisen stelt aan bestuur, organisatie en aan de samenwerking met onze partners. LNL is een programma van gemeente, Rijk en provincie gezamenlijk. Iedere partner heeft zijn eigen verantwoordelijkheden, maar de partners houden rekening met elkaars doelen, ambities en belangen. De door partijen overeengekomen doelstellingen en het gezamenlijke perspectief op de ontwikkeling van Lelystad zijn daarbij leidend.