BL TNO Eindrapport_Verwering_AsbestDaken
Tekst van het document
Het verloop van de verwering en de hoeveelheid vrijkomend asbest In Nederland is in 1993 het asbestverbod in werking getreden zodat vrijwel alle asbestcement dak- en gevelplaten in Nederland ouder zijn dan ca. 30 jaar. Deze toepassingen zijn allemaal matig tot sterk verweerd. Het onderzoek van het slib en regenwater toont aan dat er sprake is van een voortdurende uitspoeling van asbest(vezels) vanuit de asbestdaken. Tijdens de meetcampagnes in de zomer- en winterperiode zijn in het opgevangen slib concentraties tussen de 1,2 en 23% gemeten met een gemiddelde van 12% (120.000 mg/kg). Ongeveer 1 (0,1 – 5) % hiervan is aanwezig als losse asbestvezels; het overige deel is matrix gebonden asbesthoudend materiaal. In het regenwater variëren de asbestvezelconcentraties tussen de 0,1 en 4,5 x 106 vezels/L, met een gemiddelde van 1,4 x 106 vezels/L. Deze waarden liggen aan de bovenkant van de range van reeds gepubliceerde concentraties in slib en regenwater. De gemiddelde jaarlijkse emissie van asbest via uitspoeling met regenwater is berekend op 1,2 (0,2 – 2,7) gram per m2 dakoppervlak per jaar, waarbij onderscheid wordt gemaakt in matig verweerde asbestdaken (0,4 (0,2 – 0,7) gr/m2/jaar) en sterk verweerde asbestdaken (2,0 (0,9 – 2,7) gr/m2/jaar).
Deze emissiefactoren liggen in dezelfde range als reeds gepubliceerde emissiefactoren uit andere onderzoeken; deze liggen tussen de 0,5 en 4 gram/m2/jaar. Verder blijkt dat de uitspoeling van asbest(vezels) via regenwater in de zomerperiode een factor 10 hoger ligt dan in de winterperiode. De reden voor dit verschil is in dit onderzoek niet nader onderzocht maar heeft mogelijk te maken met verschillen in temperatuur en hoeveelheid en intensiteit van de neerslag. Samenvattend, geven de door TNO bepaalde emissiefactoren een verdere detaillering van de in 2007 gepubliceerde globale indicatie van “gemiddeld 1 - 3 gram asbest/m2/jaar” (Tromp, 2007), rekening houdend met de verweringsgraad en seizoensinvloeden. Om de totale hoeveelheid aan vrijkomende asbestvezels via luchterosie kwantitatief te kunnen bepalen zijn aanvullende windrichting-aangestuurde metingen (360° metingen) beneden- en bovenwinds van asbestcement daken uitgevoerd. Op basis van de bepalingsgrens (10 vezels/m3) en de gemeten fijnstof concentraties is met behulp van het lijwervel model (Duyzer et al., 2004) de maximale asbestvezelemissie via luchterosie geschat op ca. 0,08 (0,01 – 0,21) x 109 vezels/m2/jaar. Dit betekent dat het maximale aandeel van de emissie via lucht 0,1% is van de totale asbestemissie. Daarmee is de emissie van asbest door uitspoeling verreweg de meest
TNO rapport | TNO 2022 R10832 A | Eindrapport | 15 juni 2022
81 / 113
dominante route. Gezien de steeds hogere leeftijd van de asbestdaken zal de emissie van asbest(vezels) vanuit verwerende asbestdaken de komende jaren toenemen. Echter, door de grote variatie in mate van verwering van asbestdaken is er geen sprake van een éénduidige correlatie tussen de leeftijd van het asbestcement dak en de emissie van asbest(vezels) om het verloop van de verwering de komende jaren kwantitatief te kunnen voorspellen. Wanneer wordt uitgegaan van een totaal oppervlak aan asbestdaken in Nederland van ca. 74 mln m2 zal ongeveer 90 (15 – 200) ton asbest per jaar via uitspoeling vrijkomen. Voor luchterosie gaat het om maximaal 6 (0,7 – 16) x 1015 vezels per jaar die in de lucht terecht komen; omgerekend naar massa betekent dit maximaal 50 kg asbestvezels per jaar. De hoeveelheid uitgespoeld asbest zal, afhankelijk van de regenwaterafvoer, deels via het rioolwater worden afgevoerd naar rioolwaterzuiveringsinstallaties, deels worden afgevoerd naar het oppervlaktewater in de directe omgeving en deels op de bodem onder asbestdaken terecht komen.
Verspreiding en het risico voor bewoners en omwonenden Wanneer een dakgoot ontbreekt of niet meer goed functioneert zullen door uitspoeling via regenwater asbesthoudende restanten en -vezels op de onderliggende bodem terechtkomen. In gepubliceerde literatuur zijn in de afwateringzone onder matig en sterk verweerde daken gemiddelde asbestconcentraties van respectievelijk 90 ± 290 (SD) mg/kg en 1200 ± 3900 (SD) mg/kg gemeten. Het asbest bestaat deels uit matrix gebonden asbest en deels uit losse respirabele vezels; de gemiddeld gemeten vezelconcentratie betrof 18 ± 28 (SD) mg/kg. De verontreiniging bevindt zich voornamelijk in de toplaag (bovenste 5 cm) en in de directe afwateringzone (0 – 100 cm van de dakrand). Uit eerder gepubliceerde meetgegevens blijkt dat tijdens lichte activiteiten in de afwateringzone van sterk verweerde asbestdaken, zoals lopen, handmatig spitten/harken en grasmaaien, er nauwelijks asbestvezels in de lucht worden aangetroffen (maximaal ~185 vezels/m3). Op basis van het blootstellingsmodel voor asbest in de bodem (Swartjes en Tromp, 2008) blijkt echter wel dat bij deze sterk verweerde asbestdaken er sprake kan zijn van een evident blootstellingsrisico tijdens het uitvoeren van zwaardere activiteiten in de afwateringzone (o.a. machinaal grondverzet).
Ditzelfde risico geldt ook voor de situatie waarin verontreinigd slib uit dakgoten wordt bewerkt, bijvoorbeeld tijdens reiniging van verstopte dakgoten. Het blootstellingsrisico hangt af van veel factoren, zoals o.a. type, frequentie en duur van de activiteit, afstand tot de bron en vochtigheidsgraad van het slib. Bij het ontbreken van een dakgoot is een zeker risico op ‘inloop’ van asbest(vezels) naar de woning aanwezig. In eerder gepubliceerd onderzoek (Tromp, 2007) zijn in situaties zonder dakgoot waar uitgespoelde asbesthoudende restanten zich bevinden in de directe inlooproute naar woningen toe verhoogde asbestconcentraties rond de door de Gezondheidsraad afgeleide jaargemiddelde maximaal toelaatbare risiconiveaus gemeten. Het ging hierbij om woningcomplexen waarvan de woningen waren bekleed met asbestcement golfplaat en dak- en gevellei. Voor dergelijke situaties en bij schuren en stallen met asbestcement golfplaten daken met een directe inloop via een (verharde) afwateringzone naar de nabij gelegen woning is er een verhoogd risico op blootstelling aan asbestvezels.
TNO rapport | TNO 2022 R10832 A | Eindrapport | 15 juni 2022
82 / 113
Bij aanwezigheid van een dakgoot of in situaties waar de afwateringzone zich niet bevindt op de directe inlooproute naar woningen is de kans op verontreiniging van de woning door inloop en inwaai van asbest(vezels) beperkt. Bij de metingen in woningen met asbestleien gevels en daken en in woningen in de nabijheid (5 – 25 meter) van schuren en stallen met asbestcement golfplaten daken ligt de asbestvezelconcentratie beneden de bepalingsgrens van 30 vezels/m3. Dit geldt ook voor het gesedimenteerde stof, waarin géén asbest is aangetroffen. Ook in andere gepubliceerde onderzoeken zijn in dergelijke situaties nauwelijks verhoogde asbestvezelconcentraties in de lucht aangetroffen (≤ 100 vezels/m3). Hiermee, liggen de gemeten asbestvezelconcentraties rond de door de Gezondheidsraad afgeleide jaargemiddelde verwaarloosbare risiconiveaus. Uit eigen onderzoek en gepubliceerde literatuur blijkt dat de verspreiding van asbestvezels naar de buitenlucht vanuit asbestdaken, ook bij sterke verwering, beperkt is.
De huidige gemeten concentraties aan asbestvezels in de buitenlucht in de nabijheid (0 – 30 meter) van asbestdaken8 liggen in dezelfde concentratie range als de in Nederland gemeten achtergrondconcentraties in 2016, met een gemiddelde asbestvezelconcentratie van 13 vezels/m3 en een spreiding van <30 – 28 vezels/m3 voor alle asbestvezels en 3 vezels/m3 en een spreiding van <30 – 14 vezels/m3 voor vezels met een lengte langer dan 5 µm. Net zoals bij de metingen in 2016 blijkt ook hier dat slechts een klein deel van de vezels langer is dan 5 µm (22%) en dat het merendeel van de vezels van het type chrysotiel is (80%). De gemeten asbestvezelconcentraties liggen onder de door de Gezondheidsraad afgeleide jaargemiddelde verwaarloosbare risiconiveaus. Onder normale gebruiksomstandigheden (wanneer het onderdak niet wordt beroerd) is de verspreiding van asbestvezels door interne verwering van het onderdak beperkt. Ondanks dat in enkele schuren in het stof lage concentraties asbest zijn aangetroffen, ligt de gemeten asbestvezelconcentratie in de lucht overal beneden de bepalingsgrens van 30 vezels/m3. Ook in gepubliceerde literatuur wordt in een enkel geval een licht verhoogde concentratie gemeten (< 100 vezels/m3). Hiermee, liggen de gemeten asbestvezelconcentraties rond de door de Gezondheidsraad afgeleide jaargemiddelde verwaarloosbare risiconiveaus.
Met het uitgevoerde onderzoek, inclusief de windrichting-aangestuurde luchtmetingen, is een zo goed mogelijk beeld verkregen van de emissie van asbest(vezels) vanuit verwerende asbestdaken, inclusief de verspreiding en blootstellingsroutes van vrijkomende asbest(vezels) en de blootstellingsrisico’s voor bewoners en omwonenden. Op een aantal punten is met het onderzoek nog geen volledig beeld verkregen: er ontbreekt nog een kwantitatief inzicht in het verloop van de verwering de komende jaren en de verdere verspreiding van asbest dat wordt afgevoerd naar rioolwaterzuiveringsinstallaties en het oppervlaktewater, inclusief blootstellingsrisico’s, is nog onvoldoende onderzocht. Voor een prognose van het verloop van de verwering in de komende ca. 10 - 20 jaar en de daarmee gepaard gaande toename in de emissie van asbestvezels wordt aanbevolen om aanvullende (uitspoelings)metingen uit te voeren bij een groter aantal asbestdaken met variatie in leeftijd en verweringsgraad. Om te onderzoeken in hoeverre asbest in zuiveringsslib onschadelijk wordt gemaakt in verbrandingsinstallaties en of er hierbij emissies naar lucht kunnen optreden wordt geadviseerd om aanvullende metingen uit te voeren bij enkele verbrandingsinstallaties.
Om inzicht te krijgen in de verspreiding naar het oppervlaktewater wordt aanbevolen om in het landelijk gebied aanvullende asbestmetingen in het oppervlaktewater en sediment uit te voeren.
8 De meet opstellingen zijn in de lijwervel geplaatst, deze ontstaat aan de lijzijde van een gebouw als gevolg van invloed van het gebouw op de vrije stroming van wind. Er ontstaat een gebied achter het gebouw waar de windsnelheid is verminderd, met een beperkte verdunning als gevolg.
TNO rapport | TNO 2022 R10832 A | Eindrapport | 15 juni 2022
8 Ondertekening
Naam en adres van de opdrachtgever:
Provincie Overijssel Postbus 10078 8000 GB Zwolle
Namen van de projectmedewerkers:
L.L. Thijssen, J.P. Lollinga, M.M. Moerman, J.C. Esveld, M.V. Diks, R. de Jong, H. de Weerd, B.M. ten Brug, S. Spaan, P.C. Tromp, M.G. Gerritsen-Ebben
Kwaliteitsborging:
Het onderzoek is uitgevoerd onder een kwaliteitssysteem dat voldoet aan ISO-9001
Tijdsbestek waarin het onderzoek heeft plaatsgevonden:
Februari 2021 – Mei 2022
Tweede lezer:
Dr. J.M. Schinkel Business Development Manager
Ondertekening:
Autorisatie vrijgave:
Drs. P.C. Tromp Senior Scientist
Drs. M.A.J. Rennen Research Manager
83 / 113
TNO rapport | TNO 2022 R10832 A | Eindrapport | 15 juni 2022
84 / 113
9 Referenties Abesim. Asbestafbouwplan - Voorbereidend traject karakterisatie van bodem in functie van reinigbaarheid en storten, rapport E18/4217, 2019. Arzoni RJ, Tempelman J, Bemonstering en bepaling concentratie aan asbest in stof en in de lucht regio Goor en omstreken, fase 1, 2000 Australian Safety and Compensation Council (ASCC). A literature review of Australian and overseas studies on the release of airborne asbestos fibres from building materials as a result of weathering and/or corrosion. Commonwealth of Australia. 2008 (ISBN 978 0 642 328328). Brown SK, Angelopoulos M. Evaluation of erosion release and suppression of asbestos fibers from asbestos building products. Am. Ind. Hyg. Assoc. J. 1991; 52 (9): 363-371. Brown SK. Physical properties of asbestos-cement roof sheeting after longterm exposure. J. Occup. Health Safety-AustNZ 1998; 14 (2): 129-134. Circulaire bodemsanering, Staatscourant 2013, 16675, 27 juni 2013. Campopiano A, Ramires D, Zakrzewska AM, Ferri R, D'annibale A, Pizzutelli G. Risk assessment of the decay of asbestos cement roofs. Ann Occup Hyg. 2009; 53 (6): 627-638. Cattaneo A, Cavallo DM, Chiappino G. Improvement of a sedimentation method for measuring dispersion of fibres from asbestos cement roofs. Med Lav. 2009, 100 (3):187-96. (alleen abstract) Chiappino G, Giannelle V, Todaro O.
Sedimentation method for measuring dispersion of fibers from asbestos cement roofs. Med Lav 1999; 90 (3): 519-526. (alleen abstract) Duyzer J, Westrate H, Hollander K, Verhagen H, De blootstelling van omwonenden van kassen aan gewasbeschermingsmiddelen via de lucht, TNO R 2004/517, december 2004. Ervik T, Hammer SE, Graff P. Mobilization of asbestos fibers by weathering of a corrugated asbestos cement roof. Journal of Occupational and Environmental Hygiene, 2021, 18 (3): 110–117 Fischer M, Meyer E. The assessment of the health risk from asbestos fibres by the Federal Health Office of the FRG. VDI-Berichte nr. 475: 325-330. 1983. (alleen abstract) Gualtieri AF, Mangano D, Gualtieri ML, Ricchi A, Foresti E, Lesci G, Roveri N, Mariotti M, Pecchini G. Ambient monitoring of asbestos in selected Italian living areas. Journal of Environmental Management 90 (2009) 3540–3552. Gezondheidsraad. Asbest: Risico’s van milieu- en beroepsmatige blootstelling. Gezondheidsraad, Den Haag, 2010. Hegger C, Akkersdijk IG, van Ass M, van den Bogaard CJM, Nijhuis NJ, Rozema B, van Brederode NE. GGD-richtlijn medische milieukunde: asbest in de bodem en gezondheid. RIVM rapport 609330003/2007, Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM), Bilthoven, 2007. Heierli CH, Weber R. Messungen von Asbestfasern bei Asbestzementdächern. Umwelt-Materialien Nr.
203, Bundesamt für Umwelt, Wald und Landschaft, Bern, 24 S, 2005.
TNO rapport | TNO 2022 R10832 A | Eindrapport | 15 juni 2022
85 / 113
NEN-ISO 14966:2019/C1:2007 (en) - Ambient air - Determination of numerical concentration of inorganic fibrous particles - Scanning electron microscopy method. 1 december 2019. Jang BK, Ryu, JY, Tak HW, Song SJ, Lee JW, Lee GH, Choi JH. Asbestos Concentrations in Ambient Air and Drained Rainwater from Slate Roofing by Construction Year and Roof Area. J. Kor. Soc. Occup. Environ. Hyg. 2013; 23 (3), 196-204. Jeong J-W, Sunja Cho S, Park G-T, Lee S-J. Health risk assessment and evaluation of asbestos release from asbestos-cement slate roofing buildings in Busan. J. Environ. Sci. Int. 2013; 22 (12); 1579-1587. Jeong JW, Yoo EC, Lee SJ, Park GT. Comparison on the Releasing Characteristics of Asbestos Fiber from Plant Slate Roof and House Slate Roof. J. Environ. Sci. Int. 2015, 24 (7): 927-937. Justen HP, Strübel G. Verwertungskonzepte fur Thermische Reaktionsprodukte Asbesthaltiger Massen, Oberhess. Naturwissensch. Z., 60, 1998/2000. Kfoury A, Mitri G, Arab D, El Zakhem H, Aouad G. Risk assessment of asbestos-cement roof sheets in Chekka, North Lebanon. Environ. Monit. Assess. 2019; 191 (6): 391. Kim H, Park GJ, Han JG, Han YS, Hwang BG, Lee JH. Releasing of asbestos fibers from the weathered asbestos cement slate roofing. J. Korean Soc. Occup. Environ. Hyg. 2010; 20(2): 88-93. Krakowiak E, Górny RL, Cembrzyńska J, Sąkol G, Boissier-Draghi M, Anczyk E.
Environmental exposure to airborne asbestos fibres in a highly urbanized city. Ann. Agric. Environ. Med. 2009; 16: 121-128. La Faille R. Fase 2: Blootstellingsonderzoek Asbestdaken. Kenmerk 31152691, Arcadis, 27 oktober 2020. Mattenklot M, Analyse thermisch behandelten Asbestzements, Gefahrstoffe – Reinhaltung der Luft, 64, nr. 11/12, 2004. Meyer E. Untersuchungen zur Bedeutung der Verwitterung von Asbestzementflache fur die Asbestfaserkonzentration in der Umwelt. Staub Reinhaltung der Luft 1986; 46 (11): 482-484. Nederlands Normalisatie Instituut (NEN). NEN 5896:2003 (nl). Kwalitatieve analyse van asbest in materialen met polarisatiemicroscopie. 1 mei 2003. Nederlands Normalisatie Instituut (NEN). NEN 5707+C2:2017 (nl): Bodem - Inspectie en mosterneming van asbest in bodem en partijen grond. 1 december 2017. Öksüztepe F. Gevaar in de Bodem, AACMA, Afstudeeronderzoek Saxion, juni 2015. Oosterwegel JLV. Bijzonder inventariserend onderzoek. Erosie van asbestdaken. Geofox-Lexmond BV, Eelerwoude BV, versie 1.2, 29 september 2014. Pastuszka JS. Emission of airborne fibers from mechanically impacted asbestos-cement sheets and concentration of fibrous aerosol in the home environment in Upper Silesia, Poland. J. Hazard. Mat. 2009; 162: 1171–1177.
TNO rapport | TNO 2022 R10832 A | Eindrapport | 15 juni 2022
86 / 113
Peters J, Brabers R, Berghmans P. Onderzoek naar de vrijstelling en de verspreiding van vezels vanuit verweerde asbesthoudende dakbedekking en gevelbekleding. VITO, 20 november 2013. Peters J, Brabers R, Aerts W, Van Laer J, Berghmans P. Onderzoek naar de verspreiding van vezels vanuit verweerde asbesthoudende dakbedekking. VITO, 1 juni 2015. Peters J, Berghmans P, Brabers R. Kleefmonstertest voor de evaluatie van de hechtgebondenheid van asbesthoudende materialen. VITO, 1 juni 2016a. Peters J, Berghmans P, Aerts W, Baeyens B, Daems J, Van Laer J. Onderzoek naar de vrijstelling van asbest uit golfplaten naar het binnenmilieu in loodsen. VITO, 1 juni 2016b. Peters J, Berghmans P, Daems J, Touchant K. Risico inschatting asbestvezelvrijstelling uit afdruipzones. VITO, 2020/HEALTH/R/2372, maart 2021. Phillips JI, Norman G, Renton K. Asbestos in soil around dwellings in Soweto. Occupational Health Southern Africa 2009; March/April: 24-27. Spurny KR, Marfels H, Boose C, Weiss G, Opiela H, Wulbeck FJ. Measurement of the fibrous dusts in West Germany. Fiber concentration in the vicinity of objects and buildings with asbestoscontaining building materials. Zentralbl. Bakteriol. Mikrobio.l Hyg. B. 1988; 187 (2): 136-141. Spurny KR. On the emission of fibrous particles from corroded asbestos-cement products. Seemayer NH et al. (editors). Environmental Hygiene.
Springer-Verlag Berlin Heidelberg, 1988. Spurny KR. On the release of asbestos fibres from weathered and corroded asbestos cement products. Environ. Res. 1989; 48: 100-116. Spurny KR. Asbestos fibre release by corroded and weathered asbestos-cement products. IARC Sci Publ. 1989; 90: 367-371. (alleen abstract) Spurny K, Marfels H, Boose C, Weiss G, Opiela H, Wulbeck FJ. Fiber emissions from weathered asbestos cement products. 1. Fiber release in ambient air. Zentralbl. Hyg. Umweltmed. 1989, 188 (1-2): 127-143. (alleen abstract). Swartjes FA, Tromp PC. A tiered approach for the assessment of the human health risks of asbestos in soils. Soil & Sediment Contamination 2008; 17: 137-149. Swartjes FA, Tromp PC, Wezenbeek JM. Beoordeling van de risico’s van bodemverontreiniging met asbest. RIVM-rapport 711701034/2003, Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM), Bilthoven, 2003. Szeszenia-Dabrowska N, Sobala W, Światkowska B, Stroszejn-Mrowca G, Wilczynska U. Environmental asbestos pollution – Situation in Poland. Int. J. Occup. Med. Environ. Health 2012; 25 (1) :3-13. Tempelman J. Veroudering van asbestcement producten, oriënterend onderzoek naar de invloed van veroudering en verwering op de hechtheid van asbestcementproducten. TNO-rapport F 2077, juni 1984.
TNO rapport | TNO 2022 R10832 A | Eindrapport | 15 juni 2022
87 / 113
Tempelman J, Tromp, PC, Swartjes FA, Knol AB. Praktische consequenties van het advies van de Gezondheidsraad inzake asbest 2010. TNO-rapport TNO-034-UT-2010-01344 / RIVM rapport 607647001, augustus 2010. Tempelman J, Tromp PC. Beoordeling van schade aan asbestcementdaken in de agrarische sector. TNO-rapport TNO-060-UT-2011-01523, augustus 2011. Tromp PC, Tempelman J; Onderzoek naar de aanwezigheid van asbest in en rondom woningen van het complex Sperwerstraat/Zwaluwstraat/Marialaan te Nijmegen; TNO-rapport MW-R 94/245, oktober 1994. Tromp PC, Tempelman J, Scholten NPM, Asbest in gebouwen – Onderzoek ter onderbouwing van een bepalingsmethode conform het Bouwbesluit om het risico op asbestblootstelling in gebouwen te beoordelen; fase 2, TNO 96-BKR-R0636, juni 1996. Tromp PC, Risico-evaluatie van asbesthoudende dakbedekking van twee hallen van de bloemenveiling Aalsmeer, TNO-rapport TR 98/115, maart 1998. Tromp PC, Risicobeoordeling asbestverontreiniging voormalige steenfabriek te Schijf, TNO-rapport R 2002/728, december 2002. Tromp PC. Oriënterend onderzoek naar de verspreiding van asbestvezels in het milieu vanuit verweerde asbestcement daken. TNO rapport TR07/420, 2007. Tromp PC. Verspreiding van asbest vanuit verweerde asbestcementdaken. TNO-rapport TR2007/421, 2007. Tromp PC. Asbest en andere minerale vezels in de Nederlandse buitenlucht. Meetperiode mei – september 2016.
TNO-rapport TNO 2016 R11562. TNO, Utrecht, 2016. Tromp PC. Beoordelingssystematiek voor het bepalen van de levensduur van asbestcement daken. TNO-rapport TNO 2017 R10008, TNO, Utrecht, 2017. Van Melle A, Verspreiding van gasvormige emissies nabij gebouwen, TNO-rapport 84-012291, 1984. VROM. Milieuhygienisch Saneringscriterium Bodem – Protocol Asbest. Ministerie van VROM, VROM 4178, oktober 2004. Wetterauw M. Verwering van asbestdaken, waar blijft het asbest? Arcadis, 2018. Wetterauw M, Kaligis TA. Onderzoek bodemverontreiniging en verwering van asbest bij asbestdaken in provincie Drenthe (Definitief). Regionale Uitvoeringsdienst Drenthe, Arcadis, 2017. Western Australian Advisory Committee on Hazardous Substances. Asbestos Cement Products, WAACHS, Perth, 1990. Zhang YL, Kim YC, Hong WH. Analysis on changes in thickness of asbestos cement slates through years since first installations and development on model to natural emission of asbestos fiber. Journal of the architectural institute of Korea planning & design 2014; 30 (5): 229-236, 2014. (alleen abstract).
TNO rapport | TNO 2022 R10832 A | Eindrapport | 15 juni 2022
88 / 113
Zhang YL, Kim YC, Hong WH. Visualizing distribution of naturally discharged asbestos fibers in Korea through analysis of thickness changes in asbestos cement slates. Journal of Cleaner Production 2016; 112: 607-619.
TNO rapport | TNO 2022 R10832 A | Eindrapport | 15 juni 2022
89 / 113
Bijlage I: Beschrijving meetlocaties A)
Meetlocatie Barneveld
De meetlocatie in Barneveld betreft drie geschakelde kalverstallen uit 1980-1985 met asbestcement golfplaten daken (Figuur B1). De daken hebben een totaal oppervlak van ~1200 m2 en zijn aan de binnenkant bekleed met hardschuim platen. Het betreft oorspronkelijk ongecoate platen met 1015% chrysotiel die sterk zijn verweerd. Op de daken en op de dakgoten zijn meerdere beschadigingen (afgebroken stukken) aangetroffen. Op de daken was nauwelijks tot lichte mosgroei aanwezig. De daken hebben een hellingshoek van ~30º. De stallen staan in agrarisch gebied op ~1 km van bebouwde omgeving. Op de meetlocatie Barneveld is gemeten in de zomerperiode (4 augustus – 10 oktober 2021). In Figuur B2 zijn de meetopstellingen van de buitenluchtmeting en uitspoelingsmeting weergegeven.
Figuur B1. Overzichtfoto’s meetlocatie Barneveld
Figuur B2. Luchtmeting (links) en uitspoelingsmeting (rechts) op meetlocatie Barneveld
TNO rapport | TNO 2022 R10832 A | Eindrapport | 15 juni 2022
90 / 113
In Figuur B3 is een kaart weergegeven met geschakelde kalverstallen, de naastgelegen woning (op ca. 10 m afstand van de stallen) waar de binnenluchtmeting heeft plaatsgevonden en de posities van de metingen. Ook is een windroos geprojecteerd met de heersende windrichtingen tijdens de buitenluchtmeting. In Figuur B4 is het daggemiddelde van de temperatuur, neerslag, windrichting en windsnelheid tijdens de metingen op locatie Barneveld weergegeven; daarvoor zijn de meteogegevens van het KNMI weerstation Barneveld gebruikt.
Figuur B3. Kaart van de meetlocatie Barneveld (googlemaps) met windroos en meetposities
Figuur B4. Schematische weergave van de daggemiddelde meteo (temperatuur, windsnelheid, windrichting en neerslag) tijdens de metingen op locatie Barneveld.
TNO rapport | TNO 2022 R10832 A | Eindrapport | 15 juni 2022
B)
91 / 113
Meetlocatie Hoevelaken-1
Op de meetlocatie Hoevelaken-1, dat zich bevind in een agrarisch gebied, zijn een drietal gebouwen aanwezig met asbestcement golfplaten daken (Figuur B5). Het betreft een voormalige schuur uit 1957 met dakoppervlak van 163 m2 en hellingshoek van ~10º. De schuur heeft geen dakgoten en wordt gebruikt voor opslag. Het asbestcement bestaat uit 10-15% chrysotiel en 2-5% crocidoliet. De twee andere gebouwen met AC daken bestaan uit asbestcement met 10-15% chrysotiel. Het betreft een voormalige veeschuur uit 1967 met een dakoppervlak van 405 m2 en hellingshoek van ~20º waarvan de dakgoot op diverse plaatsen kapot is. Daarnaast is er een voormalige kippenhok uit 1972 met een dakoppervlak van 115 m2 en hellingshoek van ~25º zonder dakgoot. Alle daken zijn sterk verweerd met enige mosgroei.
Figuur B5. Overzichtfoto’s van de meetlocatie Hoevelaken-1 met de voormalige veeschuur inclusief de installatie van de uitspoelingsopstelling (linksboven), het interne dakoppervlak van de veeschuur met houten dakspanten (rechtsboven), de luchtmeting met actieve ventilatie in de veeschuur (linksonder) en de windrichting-aangestuurde meetopstellingen boven- en benedenwinds van de veeschuur en kippenschuur (midden- en rechtsonder).
Op de meetlocatie Hoevelaken-1 is gemeten in de zomerperiode (3 augustus – 13 oktober 2021) en in de winterperiode (16 november – 27 december 2021). In Figuur B5 zijn de meetopstellingen van de actieve binnenluchtmeting in de voormalige veeschuur en windrichting-aangestuurde metingen boven- en benedenwinds van de veeschuur en kippenschuur weergegeven. In Figuur B6 is een kaart weergegeven met de drie schuren, de naastgelegen woning (op ca. 10-20 m afstand van de schuren) waar in de zomerperiode de binnenluchtmeting heeft plaatsgevonden en de posities van de metingen. Ook zijn voor de zomer- en winterperiode windrozen geprojecteerd (respectievelijk witte en rode lijn) met de heersende windrichtingen tijdens de buitenluchtmeting.
TNO rapport | TNO 2022 R10832 A | Eindrapport | 15 juni 2022
92 / 113
Figuur B6. Kaart van de meetlocatie Hoevelaken-1 (googlemaps) met windrozen voor de zomerperiode (witte lijn) en winterperiode (rode lijn), meetposities en windhoek voor de windrichting aangestuurde meting
Figuur B7. Schematische weergave van de daggemiddelde meteo (temperatuur, windsnelheid, windrichting en neerslag) tijdens de metingen op locatie Hoevelaken-1. De grijze vlakken geven aan wanneer de windrichtingaangestuurde metingen hebben gelopen (bij wind over asbestcementdaken).
TNO rapport | TNO 2022 R10832 A | Eindrapport | 15 juni 2022
93 / 113
In Figuur B7 is het daggemiddelde van de temperatuur, neerslag, windrichting en windsnelheid tijdens de metingen op locatie Hoevelaken-1 weergegeven; daarvoor is het gemiddelde genomen van de meteogegevens van de KNMI weerstations Nijkerk, Soest en Barneveld. De grijze vlakken geven aan wanneer de windrichting-aangestuurde metingen hebben gelopen (bij wind over asbestcementdaken). Met behulp van Fijnstof monitoren zijn in de winterperiode op meetlocatie Hoevelaken-1 fijnstofconcentraties (PM10) gemeten. Figuur B8 geeft de data van de deeltjesconcentratie benedenwinds (µg/m3, oranje punten) en de deeltjesconcentratie bovenwinds (µg/m3, blauwe punten). In het grijs is weergegeven in welke delen van de meetperiode de wind over het asbestdak waaide.
Figuur B8. Schematische weergave van de deeltjesconcentratie benedenwinds (oranje punten) en bovenwinds (blauwe punten) met de windsnelheid (groene lijn) op meetlocatie Hoevelaken-1. In het grijs is weergegeven in welke delen van de meetperiode de wind over het asbestdak waaide.
TNO rapport | TNO 2022 R10832 A | Eindrapport | 15 juni 2022
C)
94 / 113
Meetlocatie Hoevelaken-2
Op de meetlocatie Hoevelaken-2, dat zich bevind in een agrarisch gebied, zijn twee gebouwen met asbestcement golfplaten daken aanwezig (Figuur B9). Één gebouw betreft een voormalige varkensschuur uit 1975 met een totaal dakoppervlak van 1200 m2. De schuur wordt nu gebruikt als loods en heeft geen dakgoten. Het asbestcement bestaat uit 10-15% chrysotiel en 2-5% crocidoliet. Daarnaast staat een kalverenschuur uit 1985 met een dakoppervlak van ~1500 m2. Van deze schuur bestaat het asbestcement uit 10-15% chrysotiel. In beide gevallen gaat het om oorspronkelijk ongecoate daken die sterk verweerd zijn met nauwelijks mosgroei. Beide daken hebben een hellingshoek van ~30º, zijn aan de binnenkant bekleed met hardschuim platen en zijn voorzien van intacte dakgoten.
Figuur B9. Overzichtfoto’s van de meetlocatie Hoevelaken-2 met het asbestcement dak van de kalverenschuur boven), het interne dakoppervlak van de schuur met stalen en houten dakspanten (linksonder), de uitspoeling meetopstelling naast de kalverenschuur (midden onder) en de windrichting-aangestuurde meetopstelling benedenwinds van de twee schuren (rechtsonder).
Op de meetlocatie Hoevelaken-2 is gemeten in de winterperiode (2 december 2021 – 17 januari 2022). In Figuur B9 zijn de meetopstellingen van uitspoelingsmeting naast de kalverenschuur en de windrichting-aangestuurde meting benedenwinds van de twee schuren weergegeven. In Figuur B10 is een kaart weergegeven met de twee schuren, de naastgelegen woning (op ca. 25 m afstand van de schuren) waar in de zomerperiode de binnenluchtmeting heeft plaatsgevonden en de overige posities van de metingen. Ook is voor de winterperiode een windroos geprojecteerd met de heersende windrichtingen tijdens de buitenluchtmeting.
TNO rapport | TNO 2022 R10832 A | Eindrapport | 15 juni 2022
95 / 113
Figuur B10. Kaart van de meetlocatie Hoevelaken-2 (googlemaps) met windroos, meetposities en windhoek voor de windrichting aangestuurde meting
Figuur B11. Schematische weergave van de daggemiddelde meteo (temperatuur, windsnelheid, windrichting en neerslag) tijdens de metingen op locatie Hoevelaken-2. De grijze vlakken geven aan wanneer de windrichtingaangestuurde metingen hebben gelopen (bij wind over asbestcementdaken).
TNO rapport | TNO 2022 R10832 A | Eindrapport | 15 juni 2022
96 / 113
In Figuur B11 is het daggemiddelde van de temperatuur, neerslag, windrichting en windsnelheid tijdens de metingen op locatie Hoevelaken-2 weergegeven; daarvoor is het gemiddelde genomen van de meteogegevens van de KNMI weerstations Nijkerk, Soest en Barneveld. De grijze vlakken geven aan wanneer de windrichting-aangestuurde metingen hebben gelopen (bij wind over asbestcementdaken). Met behulp van Fijnstof monitoren zijn in de winterperiode op meetlocatie Hoevelaken-2 fijnstofconcentraties (PM10) gemeten. Figuur B12 geeft de data van de deeltjesconcentratie benedenwinds (µg/m3, oranje punten) en de deeltjesconcentratie bovenwinds (µg/m3, blauwe punten). In het grijs is weergegeven in welke delen van de meetperiode de wind over het asbestdak waaide.
Figuur B12. Schematische weergave van de deeltjesconcentratie benedenwinds (oranje punten) en bovenwinds (blauwe punten) met de windsnelheid (groene lijn) op meetlocatie Hoevelaken-2. In het grijs is weergegeven in welke delen van de meetperiode de wind over het asbestdak waaide.
TNO rapport | TNO 2022 R10832 A | Eindrapport | 15 juni 2022
D)
97 / 113
Meetlocatie Lelystad-1
De meetlocatie Lelystad-1 betreft een woning in de bebouwde omgeving (Figuur B13). De woning is gebouwd tussen 1980-1982 en bevat asbestleien gevel- en dakpanelen met 10-15% chrysotiel. De asbestleien zijn matig verweerd met nauwelijks tot geen mosgroei. De woning is voorzien van dakgoot en de hellingshoek van het dak waar het regenwater is bemonsterd is ~80º. Het totale oppervlak aan asbestleien op de betreffende meetlocatie is ongeveer 120 m2, echter de halve woonwijk is bekleed met dezelfde dakleien (inmiddels is ca. 50% gesaneerd en vervangen door asbestvrije leien).
Figuur B13. Overzichtfoto’s van de meetlocatie Lelystad-1 met de asbestleien gevel en dakbekleding (boven), de buitenluchtmeting in de achtertuin (linksonder) en de binnenmeting in de woning (rechtsonder)
Op de meetlocatie Lelystad-1 is gemeten in de zomerperiode (3 augustus – 13 oktober 2021). In Figuur B13 zijn de meetopstellingen van de buitenluchtmeting in de achtertuin en de binnenluchtmeting in de woning weergegeven. In Figuur B14 is een kaart weergegeven met betreffende woning en de meetposities. Ook is een windroos geprojecteerd met de heersende windrichtingen tijdens de buitenluchtmeting. In Figuur B15 is het daggemiddelde van de temperatuur, neerslag, windrichting en windsnelheid tijdens de metingen op locatie Lelystad-1 weergegeven; daarvoor zijn de meteogegevens van het KNMI weerstation Lelystad gebruikt.
TNO rapport | TNO 2022 R10832 A | Eindrapport | 15 juni 2022
98 / 113
Figuur B14. Kaart van de meetlocatie Lelystad-1 (googlemaps) met windroos en meetposities
Figuur B15. Schematische weergave van de daggemiddelde meteo (temperatuur, windsnelheid, windrichting en neerslag) tijdens de metingen op locatie Lelystad-1.
TNO rapport | TNO 2022 R10832 A | Eindrapport | 15 juni 2022
99 / 113
E) Meetlocatie Lelystad-2 De meetlocatie Lelystad-2 is vergelijkbaar met meetlocatie Lelystad-1. Het betreft een woning in de bebouwde omgeving (Figuur B16). De woning is gebouwd tussen 1980-1982 en bevat asbestleien gevel- en dakpanelen met 10-15% chrysotiel. De asbestleien zijn matig verweerd met lichte mosgroei aan de onderkant van de gevel. De woning is voorzien van dakgoot en de hellingshoek van het dak waar het regenwater is bemonsterd is ~80º. Het totale oppervlak aan asbestleien op de betreffende meetlocatie is ongeveer 120 m2, echter de halve woonwijk is bekleed met dezelfde dakleien (inmiddels is ca. 50% gesaneerd en vervangen door asbestvrije leien).
Figuur B16. Overzichtfoto’s van de meetlocatie Lelystad-2 met de asbestleien gevel en dakbekleding (boven), de windrichting-aangestuurde meetopstellingen boven- en benedenwinds van de woning (onder) en de uitspoelingsopstelling (linksonder).
Op de meetlocatie Lelystad-2 is gemeten in de winterperiode (19 januari – 3 maart 2022). In Figuur B16 zijn de meetopstellingen van de windrichting-aangestuurde metingen en de uitspoelingsmeting weergegeven. In Figuur B17 is een kaart weergegeven met betreffende woning en de meetposities. Ook is een windroos geprojecteerd met de heersende windrichtingen tijdens de buitenluchtmeting. In Figuur B18 is het daggemiddelde van de temperatuur, neerslag, windrichting en windsnelheid tijdens de metingen op locatie Lelystad-2 weergegeven; daarvoor zijn de meteogegevens van het KNMI weerstation Lelystad gebruikt. De grijze vlakken geven aan wanneer de windrichting-aangestuurde metingen hebben gelopen (bij wind over de asbestleien gevel- en dakbeplating).
TNO rapport | TNO 2022 R10832 A | Eindrapport | 15 juni 2022
100 / 113
Figuur B17. Kaart van de meetlocatie Lelystad-2 (googlemaps) met windroos, meetposities en windhoek voor de windrichting aangestuurde meting
Figuur B18. Schematische weergave van de daggemiddelde meteo (temperatuur, windsnelheid, windrichting en neerslag) tijdens de metingen op locatie Lelystad-2. De grijze vlakken geven aan wanneer de windrichtingaangestuurde metingen hebben gelopen (bij wind over asbestcementdaken).