CConstaterende datLelystad
Koppel je AI →
Document · PDF

BL Stationsgebied west deelgebied Hanzepark toelichting vaststelling 201223 incl bijlagen klein

Raadsvergadering 27 februari 2024, gemeente LelystadBij agendapunt: 24.020 Vaststelling bestemmingsplan Stationsgebied West - deelgebied Hanzepark20.302 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Bestemmingsplan Stationsgebied West – deelgebied Hanzepark mpuskwadrant

Vastgesteld

Stationsgebied West – deelgebied Hanzepark Opdrachtgever Gemeente Lelystad Versiebeheer Concept ontwerp 14 februari 2023 Concept ontwerp 11 juli 2023 Ontwerp t.b.v. tervisielegging 26 september 2023 Definitief t.b.v. vaststelling 20 december 2023 Opdrachtnemer Axon Adviseurs bv

Inhoudsopgave TOELICHTING 1.

2.

3.

4.

INLEIDING ........................................................................................................................................ 9 1.1

Ligging en begrenzing plangebied ........................................................................................... 9

1.2

Vigerend bestemmingsplan................................................................................................... 10

1.3

Procedure .............................................................................................................................. 11

1.4

Leeswijzer .............................................................................................................................. 11

OMSCHRIJVING PLAN .................................................................................................................... 12 2.1

Huidige ruimtelijke situatie ................................................................................................... 12

2.2

Uitgangspunten voor het Stationsgebied.............................................................................. 14

2.3

Stedenbouwkundig ontwerp Hanzepark ............................................................................... 15

2.4

Duurzaamheid ....................................................................................................................... 21

2.5

Welstand en beeldkwaliteit................................................................................................... 21

BELEIDSKADER ............................................................................................................................... 22 3.1

Rijk ......................................................................................................................................... 22

3.2

Provincie ................................................................................................................................ 24

3.3

Gemeente .............................................................................................................................. 25

OMGEVINGSASPECTEN ................................................................................................................. 27 4.1

Milieueffectrapportage ......................................................................................................... 27

4.2

Verkeer .................................................................................................................................. 27

4.3

Geluid .................................................................................................................................... 27

4.4

Luchtkwaliteit ........................................................................................................................ 30

4.5

Stikstof ................................................................................................................................... 30

4.6

Bodem ................................................................................................................................... 30

4.7

Milieuzonering....................................................................................................................... 31

4.8

Externe Veiligheid.................................................................................................................. 32

4.9

Trillingshinder ........................................................................................................................ 36

4.10

Water ..................................................................................................................................... 37

4.11

Archeologie en cultuurhistorie .............................................................................................. 44

4.12

Ecologie ................................................................................................................................. 44

4.13

Kabels en leidingen................................................................................................................ 46

4.14

Bezonning .............................................................................................................................. 47

4.15

Windhinder ............................................................................................................................ 48

5.

6.

7.

PLANBESCHRIJVING ....................................................................................................................... 50 5.1

Algemeen............................................................................................................................... 50

5.2

Toelichting op de bestemmingen .......................................................................................... 51

UITVOERBAARHEID........................................................................................................................ 53 6.1

Maatschappelijke uitvoerbaarheid ....................................................................................... 53

6.2

Economische uitvoerbaarheid ............................................................................................... 54

EINDCONCLUSIE ............................................................................................................................ 56

BIJLAGEN BIJ TOELICHTING Bijlage 1 Bijlage 2 Bijlage 3 Bijlage 4 Bijlage 5 Bijlage 6 Bijlage 7 Bijlage 8 Bijlage 9 Bijlage 10 Bijlage 11 Bijlage 12 Bijlage 13 Bijlage 14 Bijlage 15 Bijlage 16

Stedenbouwkundig Programma van Eisen Hanzepark Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r. Akoestisch onderzoek Stikstofberekening Bodemonderzoek Onderzoek PFAS Quickscan externe veiligheid Berekening groepsrisico Verantwoording groepsrisico Trillingshinder Uitgangspunten Waterschap t.b.v. de watertoets en positief wateradvies Quickscan flora en fauna Bezonningsstudie Windhinderonderzoek Reactienota Overleg en participatie Reactienota Zienswijzen en ambtshalve wijzigingen

55

1.

INLEIDING

Het stationsgebied biedt volop mogelijkheden om een bijdrage te leveren aan de ambities om Lelystad te laten groeien naar 100.000 inwoners. Binnen de Metropoolregio Amsterdam (MRA) is het Stationsgebied Lelystad aangewezen als sleutelproject in de Woningbouwimpuls. Belangrijk is dat deze gebieden een integrale visie ontwikkelen op verstedelijking en de gebiedsontwikkeling daarbinnen, met een daarbij passende woningambitie. De gemeente heeft daarop het Ontwikkelingsplan Stationsgebied opgesteld (september 2021). Met dit plan is een aanvraag ingediend voor subsidie uit de woningbouwimpuls. Deze subsidie is toegekend. De totale ontwikkeling bestaat uit drie deelgebieden: (1) de Getronicslocatie, (2) de Hanzepark kavel en (3) het Gerechtshof. De ontwikkeling van deelgebied 2 wordt als eerste opgepakt. Dit betreft de locatie ‘Stationsgebied West – deelgebied Hanzepark’. De ontwikkeling bestaat uit zowel hoog- als laagbouw. De beoogde functies zijn wonen, commerciële en maatschappelijke voorzieningen en kantoren. De plannen voor dit deelgebied passen niet binnen de regels die volgens het huidige bestemmingsplan (Schepenwijk Lelystad, vastgesteld 2018) voor deze locatie gelden. Voor dit deelgebied is daarom een nieuw bestemmingsplan nodig. Het voorliggende bestemmingsplan voorziet hierin.

1.1 Ligging en begrenzing plangebied Het plangebied ligt ten westen van het Stadshart. De ligging en de begrenzing van het plangebied zijn op onderstaande figuren weergegeven.

Figuur 1: Ligging van het plangebied Stationsgebied West – deelgebied Hanzepark’ in Lelystad

Ontwerp bestemmingsplan Stationsgebied west deelgebied Hanzepark

9

Figuur 2: Plangrens van het plangebied (ten opzichte van de mogelijk toekomstige stedenbouwkundige verkaveling en het onderliggende vigerend bestemmingsplan).

1.2 Vigerend bestemmingsplan Volgens het bestemmingsplan Schepenwijk maakt de bestemming Gemengd-1 de bouw van woongebouwen (al dan niet met ruimte voor ondergrondse parkeervoorzieningen) en kantoren op deze locatie mogelijk. Zie figuur 2. De beoogde plannen zijn op in ieder geval de volgende punten in strijd met het huidige bestemming Gemengd-1: -

de maximale bouwhoogte: gewenst is 70 m, toegestaan is: 35 / 50 m; het type woningen: gewenst is grondgebonden woningen en appartementen, toegestaan is: alleen appartementen); het aantal woningen: gewenst is circa 250 woningen, toegestaan is: maximaal 87 appartementen; de functies: gewenst zijn 1.000 m2 kantoren en commerciële/maatschappelijke voorzieningen, toegestaan is alleen kantoren (10.000 m2 commerciële ruimte).

Ook gelden voor het plangebied de volgende plannen en besluiten: - Bestemmingsplan Parapluplan Algemene regels woningsplitsing en kamerbewoning Lelystad (onherroepelijk 22 september 2020); - Bestemmingsplan Parapluplan Parkeren Lelystad (vastgesteld 21 november 2023);

Bestemmingsplan Stationsgebied west deelgebied Hanzepark

10

-

Bestemmingsplan Lelystad luchthavencontouren (ontwerp 18 mei 2017). Dit plan bevat geen aanduiding / contour op het plangebied; Voorbereidingsbesluit Hyperscale datacenters (8 november 2022).

Deze regels leggen geen beperkingen op de beoogde plannen.

1.3 Procedure De beoogde plannen voor dit plangebied worden mogelijk gemaakt door middel van het voorliggende nieuwe bestemmingsplan (artikel 3.1 Wet ruimtelijke ordening, Wro).

1.4 Leeswijzer Na deze inleiding wordt in hoofdstuk 2 een beschrijving gegeven van de huidige situatie, de gewenste ontwikkelingen en ruimtelijke inpassing daarvan. In hoofdstuk 3 worden de uitgangspunten getoetst aan het, voor het project relevante, beleid op de verschillende niveaus. In hoofdstuk 4 wordt ingegaan op de omgevingsaspecten. Vervolgens geeft hoofdstuk 5 een toelichting op het juridische gedeelte van het bestemmingsplan: de regels en de verbeelding (kaart). De maatschappelijke en economische uitvoerbaarheid van plan is in hoofdstuk 6 gegeven. Tot slot geeft hoofdstuk 7 een beknopte samenvatting en conclusie.

Bestemmingsplan Stationsgebied west deelgebied Hanzepark

11

2.

OMSCHRIJVING PLAN

2.1

Huidige ruimtelijke situatie

Het plangebied ligt tussen de Rigastraat, de Stationslaan, de Koningsbergenstraat en Schepenen. Direct ten oosten van de Stationslaan ligt de Hanzelijn (spoorlijn Weesp – Hattem) met daaraan gelegen het treinstation Lelystad Centrum. Ten noorden, westen en zuiden van het plangebied staan diverse solitaire gebouwen, zoals het woonzorgcentrum Hanzeborg, de rechtbank en meerdere woongebouwen. Zie figuur 3.

Stadshart

NS Lelystad Centrum Rechtbank Figuur 3: Ligging van het plangebied

Het plangebied is onbebouwd. Het gebied heeft de functie als openbaar gebied, bestaande uit een grasveld, een watergang en een bomenrij. Ten noorden- en zuiden lopen twee tracés van fietspaden. Zie figuren 4 tot en met 7. De bebouwing rondom bestaat uit solitaire bebouwing, variërend van 20 tot 30 m bouwhoogte.

Figuur 4: zicht op het zuidelijk deel van het plangebied en het aangrenzende fietspad

Bestemmingsplan Stationsgebied west deelgebied Hanzepark

12

Figuur 5: fysieke kenmerken van het plangebied

Figuur 6: zicht op plangebied in het verlengde van de Stationslaan

Bestemmingsplan Stationsgebied west deelgebied Hanzepark

13

Figuur 7: zicht op de omliggende woongebouwen

2.2

Uitgangspunten voor het Stationsgebied

Voor de planontwikkeling voor het Stationsgebied zijn de volgende documenten opgesteld: -

Ontwikkelingsplan Stationsgebied Lelystad, september 2021 Stedenbouwkundig Programma van Eisen Hanzepark, West8, 5 juni 2023.

In de omgeving van het station van Lelystad liggen verschillende kansen om een aantal belangrijke ambities van de gemeente Lelystad waar te maken. Lelystad wil haar openbaar vervoersknoop verbeteren en aantrekkelijker maken. Lelystad wil groeien in inwoners en arbeidsplaatsen en Lelystad wil haar rol als Hoofdstad van de nieuwe Natuur in het stationsgebied tot uiting laten komen. Deze ambities zijn leidend geweest in het stedenbouwkundig ontwerp voor het stationsgebied. De toegevoegde bebouwing in de stationsomgeving krijgt een divers, maar stedelijk karakter met diverse bouwblokken en bouwhoogtes variërend van 4 tot 11 bouwlagen en incidenteel 23 bouwlagen. Zie figuur 8 en 9.

Figuur 8: impressie van de ontwikkeling van het Stationsgebied, met deelgebied Hanzepark

Bestemmingsplan Stationsgebied west deelgebied Hanzepark

14

Figuur 9: Schetsmatige impressie van het stedenbouwkundig plan

Aan de Stationslaan zijn de stedelijke bouwvolumes met appartementen gelegen. Aan de westzijde is een park gesitueerd. De bebouwing aan de Stationslaan schermt het geluid van spoor en centrumring af van de woningen en buitenruimtes aan de westzijde van de ontwikkeling. In de plinten van de nieuwbouw is ruimte voor de commerciële en maatschappelijke voorzieningen, en voor functies behorend bij de woongebouwen (o.a. lobby’s en/of gezamenlijke ruimten). Hiermee ontstaat aan de Stationslaan een levendig beeld. De bewoners parkeren de auto in de parkeergarage in het binnenterrein van het blok. Boven de garage wordt een daktuin gerealiseerd. Het groen zorgt voor biodiversiteit in het blok. Aan de andere zijde van het groene dak stappen bewoners de voordeur uit aan het park. Hier wordt gewoond in eengezinswoningen, beneden-bovenwoningen, of appartementen. Groen is een doorlopend thema en dient ook als een ruimtelijke drager van de ontwikkeling, te verdelen in drie niveaus: gebouw, kavel en gebied.

2.3

Stedenbouwkundig ontwerp Hanzepark

2.3.1

Toelichting op het ontwerp

Voor de deelgebied Hanzeparkkavel is op basis van het Ontwikkelingsplan Stationsgebied Lelystad een stedenbouwkundig programma van eisen opgesteld, met kaders voor de ontwikkeling van het plangebied.

Bestemmingsplan Stationsgebied west deelgebied Hanzepark

15

Het programma van eisen bevat onder andere uitgangspunten voor het te realiseren woonprogramma (aantal en type woningen), het bouwvolume, de parkeeroplossing, de beeldkwaliteit en de inrichting van de openbare ruimte. Het noordelijke deel van het plangebied is bestemd voor sociale (huur)woningen. De gemeente sluit met Centrada een intentieovereenkomst voor de ontwikkeling van dit deel. Het zuidelijke deel wordt via een tender op de markt gezet. Voor beide delen geldt dat partijen zich moeten houden aan de kaders die zijn opgesteld. De nieuwbouw krijgt twee gezichten: een stedelijke naar de Stationslaan en het spoor en een rustig, grondgebonden gezicht naar de wijk en het park. 2.3.2

Volumes

Het plan kenmerkt zich door het onderscheid in bouwvolumes. Aan de Stationslaan zijn grootstedelijke volumes gesitueerd en vormt een relatie met het stationskwartier en dient tegelijkertijd ook als een geluidswal voor de achterliggende bebouwing. Aan de Koningsbergenstraat zijn grondgebonden woningen te vinden die de relatie vormen met de achterliggende wijk en park. Dit maakt van de Koningsbergenstraat een rustige woonstraat. In het binnenterrein van het bouwblok is ruimte voor een parkeeroplossing op maximaal twee niveaus. Het parkeren wordt aan het zicht onttrokken door de realisatie van een groen dak. De bouwhoogten worden overwegend tussen de 13 en 36 meter (circa 4 tot 11 bouwlagen). Op de zuidelijke punt van het plangebied is een bouwhoogte van maximaal 70 m (circa 23 bouwlagen) voorzien. Zie figuur 10. 2.3.3.

Programma

Wonen Op basis van het Stedenbouwkundig Programma van Eisen zullen woningcorporatie Centrada en een marktpartij een ontwerp opstellen met bijbehorend woonprogramma. Het plangebied biedt ruimte voor circa 250 woningen. Daarvoor is in het SPvE een voorbeelduitwerking voor gegeven. Maar bij de daadwerkelijke uitwerking van de plannen door Centrada en de marktpartij kunnen dit meer of minder worden. Voorwaarde is dat de plannen aan de gemeentelijke parkeernormen voldoen. In het noordelijk deel realiseert Centrada (circa 100) woningen in de sociale sector. In het zuidelijk deel wordt door een marktpartij circa 150 woningen gerealiseerd. Ook is ruimte voor woon-zorgwoningen. De woningtypes zijn gevarieerd, in beide delen worden overwegend appartementen maar ook grondgebonden woningen gerealiseerd. (Commerciële) voorzieningen Om aan te sluiten bij het centrumgebied kunnen plintfuncties worden toegevoegd aan het woonprogramma. In het marktdeel zijn verhuurbare ruimte gesitueerd met een beoogde commerciële(balie) functies (roze). De plintruimten in het corporatieve deel dienen een sociaal-maatschappelijk- of gemeenschappelijk doel, bijvoorbeeld een gemeenschappelijke huiskamer of huisvesting maatschappelijke instantie (geel). Deze ruimten kunnen waar mogelijk ook worden ingezet als grondgebonden (zorg) woning. Zie figuur 11.

Bestemmingsplan Stationsgebied west deelgebied Hanzepark

16

Figuur 10: overzicht van de verschillende bouwvolumes van deelgebied Hanzepark.

Roze:

commerciële kantoorfuncties

Geel:

gemeenschappelijke functies voor bewoners

Figuur 11: indicatie van de voorzieningen (in de plint)

Bestemmingsplan Stationsgebied west deelgebied Hanzepark

17

2.3.4

Verkeerstructuur

De auto ontsluiting van het deelgebied Hanzepark gebeurt vanuit de parkeergarage via de Koningsbergenstraat naar de Visarenddreef, de hoofdstructuur van het wegennet. Langzaam verkeer is rondom georganiseerd en aangesloten in alle windrichtingen. Zie figuur 12. In het ontwerp van de openbare ruimte moet rekening worden gehouden met de bereikbaarheid van nood- en hulpdiensten en zaken als bezorgers en verhuizers. Bezorgdiensten voor de appartementblokken krijgen laad- en losplaatsen aan de Stationslaan, nabij de bestaande bruggen. Voor de brandweer en ambulance is van belang dat de appartementen liften krijgen die ruimte bieden voor het vervoer van een brancard. De route van een brandweerwagen vereist minimaal 3,5 meter vrije breedte en een werkruimte van 4,5 meter breed. Bluswater moet binnen 40 meter afstand van de opstelplaats bereikbaar zijn middels brandkranen. Het schema rechts laat een voorstel zien voor opstelplaatsen.

Figuur 12: de langzaam verkeer routes (fietsen en voetpaden)

Met de ontwikkeling van het plangebied zal het aantal verkeersbewegingen naar verwachting toenemen ten opzichte van de huidige situatie. Op basis van het gemeentelijk model wordt voor dit gebied een extra verkeersgeneratie verwacht. De extra verkeersbewegingen vanuit het Hanzepark kunnen via de Bremenstraat richting Visarenddreef worden afgewikkeld. De omliggende dreven hebben ruim voldoende capaciteit om deze toename op te vangen. Zie voor meer informatie hoofdstuk 5.

Bestemmingsplan Stationsgebied west deelgebied Hanzepark

18

Het plangebied wordt doorkruist door twee fietspaden. Dit maakt dat de nieuwbouw uitstekend bereikbaar is voor langzaam verkeer en aan is gehaakt op het hoofdfietsnet van Lelystad. De afstand tot het NS station Lelystad is hemelsbreed circa 900 meter en is goed bereikbaar met de fiets en te voet. De bebouwing wordt rondom ontsloten door voetpaden, zodat de entrees van de woongebouwen en voorzieningen goed zijn ontsloten voor bewoners en bezoekers van de woningen en voorzieningen. 2.3.5

Parkeren en parkeerbalans

Parkeeroplossing in het ontwerp Het parkeren van de auto is uit het zicht gesitueerd in de as van het bouwblok in overdekte parkeergarages. De vloer van de garage kan tot boven het grondwater verdiept worden (ca. -1 meter). De aanrijroute voor parkeren is vanaf de Visarenddreef, via de Koningsbergenstraat. De entrees van de parkeergarage zijn gesitueerd in de tussenstraat of aan de westzijde. Gezien het aantal te realiseren parkeerplaatsen in de beschikbare ruimte, is het mogelijk om twee entrees te plaatsen, één voor elk parkeerdek, waardoor een interne hellingbaan voorkomen kan worden. Het parkeren vindt plaats in het middengebied van de woongebouwen, door middel van bovengrondse en/of halfverdiepte aangelegde parkeervoorzieningen, bestaande uit maximaal 2 bouwlagen (zie figuur 13). De precieze oplossing is aan de ontwikkelende partijen, indien aan de geldende parkeernorm, bouwenveloppe en beeldkwaliteit wordt voldaan. Bewoners van de grondgebonden woningen parkeren op eigen terrein.

Figuur 13: Impressies van de parkeervoorzieningen tussen de woongebouwen

Parkeerbalans De gemeente heeft op 21 november 2023 het Parapluplan Parkeren Lelystad met de Nota Parkeernormen Lelystad 2023 vastgesteld. Het paraplubestemmingsplan is onverkort van toepassing voor het onderhavige plangebied.

Bestemmingsplan Stationsgebied west deelgebied Hanzepark

19

In het Parapluplan past het bevoegd gezag de beleidsregels van de 'Nota Parkeernormen Lelystad 2023' toe met inbegrip van eventuele wijzigingen van deze beleidsregels zoals die gelden ten tijde van de ontvangst van de aanvraag om een omgevingsvergunning. Volgens de Nota Parkeernormen Lelystad 2023 ligt het plangebied Stationsgebied West – deelgebied Hanzepark in het centrumgebied. Binnen dit gebied wordt voor de gehele stationsomgeving met een lagere parkeernorm gewerkt, zodat kan worden gestuurd op lager autobezit en autogebruik. Deze aanpak is al in een eerder stadium door de gemeenteraad vastgesteld. Voor het Stationsgebied heeft de gemeenteraad een parkeernorm van 0,6 vastgesteld. Om te bepalen hoe hoog de parkeervraag op de verschillende momenten van de week in het deelgebied Hanzepark is, is voor wat betreft de bewoners en de (commerciële) voorzieningen gebruik gemaakt van de aanwezigheidspercentages zoals opgenomen in het gemeentelijk parkeerbeleid. Daaruit blijkt dat het maatgevende moment voor de totale parkeervraag de werkdag nacht is. Voor de bewoners wordt conform eerdere besluitvorming een parkeernorm van 0,6 aangehouden. Voor de kantoren (commerciële voorzieningen) worden de normen uit het op dat moment actuele parkeerbeleid toegepast. De relatief lage parkeernorm voor bewoners is mogelijk vanwege nabijheid van het trein- en busstation.

Daarnaast wordt voor de bewoners ingezet op een mobiliteitsconcept met deelauto’s en deelfietsen (waaronder elektrische bakfietsen). Daarnaast is het uitgangspunt dat bij de entrees van de appartementen een centrale fietsenstalling wordt gerealiseerd. Het is niet uitsloten dat ondanks dat een verdringing van parkeren naar de omliggende woonwijken ontstaat. De gemeente zal deze situatie monitoren. Indien het nodig blijkt kan worden overwogen om voor de huurders van Centrada de restcapaciteit bij bestaande besloten parkeervoorzieningen in te zetten. Als back-up kan indien nodig ook worden overwogen om in het aangrenzende deelgebied Rechtbank extra parkeerplaatsen te realiseren. Dit laatste zal een financiële consequentie hebben. Daarnaast kan in de omgeving gereguleerd parkeren worden ingevoerd, zoals een systeem met parkeervergunningen. Dit wordt echter pas overwogen als de omgeving daar behoefte aan heeft. Voor de inrichting van het plangebied geldt dat de positionering en het ruimtebeslag van het parkeren zodanig is gekozen, dat het parkeren tussen de woongebouwen plaatsvindt. Dit draagt bij aan een goede ruimtelijke kwaliteit van het Stationsgebied. Fietsparkeerbalans Fietsparkeren wordt opgelost aan de hand van de Amsterdamse Bouwbrief. Deze stelt een aantal eisen aan fietsplaatsen in relatie tot appartement aantallen en oppervlakte.

Deze stallingen worden opgelost op de begane grond, in de plint, direct naast de entree. 2.3.6

Groen- en waterstructuur

In de huidige situatie bestaat het plangebied uit grasveld en een lineaire bomenrij. Aan de westzijde van het plangebied ligt een park. Met de inrichting van het plangebied verdwijnt het grasveld. Met de laagbouw aan de parkzijde wordt een duidelijke afhechting van de parkrand gerealiseerd (wonen aan het park, zie figuur 14).

Bestemmingsplan Stationsgebied west deelgebied Hanzepark

20

Als gevolg van de toename van verharding is compensatie van water noodzakelijk. De benodigde watercompensatie (466 m2) wordt – in verband met ruimtetekort - buiten het plangebied en in het peilgebied gecompenseerd. Hierover vindt overleg met het waterschap plaats. De huidige waterstructuur langs de Stationslaan blijft behouden.

Figuur 14: wonen aan het park

2.4 Duurzaamheid Energie De doelstelling voor het ontwikkelgebied is om een positieve bijdrage te leveren aan de doelstelling CO2-neutrale gemeente in 2025. Wonen / gebouwen Per 1 januari 2021 is de BENG-eis voor nieuwbouw van toepassing (bouwbesluit). Gebouwen worden hiermee volgens de nieuwe norm ‘Bijna Energieneutraal Gebouw’ gerealiseerd. Dit is dus ook van toepassing op dit project. Dit uitgangspunt zal resulteren in zeer energiezuinige woningen met een geringe warmtebehoefte. Afval en grondstoffen Uitgangspunt is het zoveel mogelijk gescheiden inzamelen van afval, e.e.a. conform het vigerende beleid van de gemeente Lelystad. Hiermee zal bij de inrichting van het omliggende terrein rekening mee worden gehouden. De gemeente draagt zorg voor het plaatsen van ondergrondse containers. 2.5

Welstand en beeldkwaliteit

Het gemeentelijk welstandsbeleid is vastgelegd in de ‘Welstandsnota 2015 Lelystad geeft ruimte kwaliteit’. Voor de Hanzeparkkavel geldt het welstandsniveau S3 stedenbouwkundige welstand 3. Het Stedenbouwkundig Programma van Eisen Hanzepark is het sturend document t.a.v de stedenbouwkundige ontwikkeling met de beeldkwaliteit. Dit programma volgt - parallel aan de procedure voor dit bestemmingsplan - een afzonderlijke vaststellingsprocedure. Voor meer informatie wordt verwezen naar bijlage 1.

Bestemmingsplan Stationsgebied west deelgebied Hanzepark

21

3.

BELEIDSKADER

Dit hoofdstuk bevat een beschrijving van het voor het plangebied van toepassing zijnde beleid, zowel van het rijk, provincie als de gemeente. Wanneer van toepassing, wordt aangegeven of dit beleid nadere uitgangspunten voor de gewenste ontwikkeling in het plangebied oplevert.

3.1

Rijk

Nationale Omgevingsvisie Met de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) geeft het Rijk een langetermijnvisie op de toekomst en de ontwikkeling van de fysieke leefomgeving in Nederland. Het ontwerp van de NOVI richt zijn op vier prioriteiten. Deze onderwerpen hebben onderling veel met elkaar te maken en ze hebben gevolgen voor hoe we onze fysieke leefomgeving inrichten: ruimte maken voor de klimaatverandering en energietransitie; de economie van Nederland verduurzamen en ons groeipotentieel behouden; onze steden en regio's sterker en leefbaarder maken; het landelijk gebied toekomstbestendig ontwikkelen. De Omgevingsvisie geeft geen specifieke beleidskaders voor individuele woonprojecten. De conclusie is dat voor de onderhavige planontwikkeling geen rijksbelangen zijn gemoeid. Ladder duurzame verstedelijking In het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is de verplichting opgenomen om in het geval van een nieuwe stedelijke ontwikkeling in de toelichting een onderbouwing op te nemen van nut en noodzaak van de nieuwe stedelijke ruimtevraag en de ruimtelijke inpassing. Hierbij wordt uitgegaan van de 'ladder voor duurzame verstedelijking'. De 'stappen van de ladder' worden in artikel 3.1.6, leden 2 - 4 Bro als volgt omschreven: 1.

De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. 2. Indien in een bestemmingsplan als bedoeld in het tweede lid toepassing is gegeven aan artikel 3.6, eerste lid, onder a of b, van de wet kan bij dat bestemmingsplan worden bepaald dat de beschrijving van de behoefte aan een nieuwe stedelijke ontwikkeling en een motivering als bedoeld in het tweede lid eerst wordt opgenomen in de toelichting bij het wijzigings- of het uitwerkingsplan als bedoeld in dat artikel. 3. Een onderzoek naar de behoefte als bedoeld in het tweede lid, heeft, in het geval dat een bestemmingsplan als bedoeld in het tweede lid, ziet op de vestiging van een dienst als bedoeld in artikel 1 van de Dienstenwet en dit onderzoek betrekking heeft op de economische behoefte, de marktvraag of de beoordeling van de mogelijke of actuele economische gevolgen van die vestiging, slechts tot doel na te gaan of de vestiging van een dienst in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening.

Bestemmingsplan Stationsgebied west deelgebied Hanzepark

22

Beoordeling Stationsgebied west deelgebied Hanzepark Stedelijke ontwikkeling Conform artikel 1.1.1, eerste lid onder i van het Bro wordt onder een stedelijke ontwikkeling verstaan: een 'ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen. Uit jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State blijkt dat dat de ondergrens van wat als nieuwe stedelijke ontwikkeling moet worden gezien ligt bij 12 nieuwe woningen. Het beoogde plan voorziet in de realisatie van circa 250 woningen, inclusief commerciële/maatschappelijke voorzieningen. Het bestemmingsplan ‘Schepenwijk’ maakt maximaal 87 appartementen mogelijk. Het voorliggende plan betekent daarmee een planologische toename van minimaal 163 woningen. Hieruit kan geconcludeerd worden dat het beoogde plan aangemerkt dient te worden als een nieuwe stedelijke ontwikkeling en derhalve getoetst dient te worden aan de ladder voor duurzame verstedelijking. Bestaand stedelijk gebied Het plangebied is gelegen in het centrum van Lelystad, ten westen van het Lelystad Centrum en wordt omringd door stedelijke voorzieningen. Het plangebied is daarmee gelegen in het bestaand stedelijk gebied. Behoefte De Metropoolregio Amsterdam (MRA), waar Lelystad onderdeel van uit maakt, heeft op 15 maart 2023, de Woondeal MRA gesloten.

Hierin zijn afspraken gemaakt om de gezamenlijke woningbouwopgave binnen de MRA te regelen. Tot 2030 moeten er in de provincie Flevoland 40.000 woningen gerealiseerd worden. Voor de gemeente Lelystad is de richtinggevende opgave om 10.200 woningen te realiseren. De beschikbare plancapaciteit tot 2029 binnen de gemeente is 9.845 woningen. Zoals in de Woonvisie 2022-2027 van de gemeente Lelystad is aangegeven, is Lelystad als een stad voor minimaal 100.000 inwoners ontworpen. De wegenstructuur, het Stadshart en de maatschappelijke en zorgvoorzieningen zijn voor een stad met die omvang opgezet. De gemeenteraad heeft in het najaar van 2020 aangegeven een toevoeging van 40.000 woningen over de gehele stad te ambiëren. Dit zou meer dan een verdubbeling van de huidige woningvoorraad betekenen. In februari 2022 is de groeiambitie nog eens bekrachtigd door de samenwerkingsafspraken die de gemeente Lelystad, de provincie Flevoland, het ministerie van Binnenlandse Zaken en het Rijksvastgoedbedrijf hebben gemaakt. Doel is om minimaal 1.000 woningen per jaar te bouwen. Het voorliggende plan draagt bij aan de ambitie om te komen tot dit doel. Op basis van bovenstaande kan geconcludeerd worden dat er een grote behoefte aan woningen is in de MRA en de gemeente Lelystad. Het voorliggende plan voorziet voor een deel in deze behoefte.

Conclusie Geconcludeerd wordt dat voorgenomen ontwikkeling voldoet aan de ladder voor duurzame verstedelijking.

Bestemmingsplan Stationsgebied west deelgebied Hanzepark

23

3.2

Provincie

Omgevingsvisie FlevolandStraks (2017) De Omgevingsvisie FlevolandStraks (Samen maken we Flevoland) die op 8 november 2017 door Provinciale Staten is vastgesteld, geeft de langetermijnvisie van de provincie Flevoland op de toekomst van dit gebied. Het gaat over de periode tot 2030 en verder. Er zijn drie kernopgaven: Het Verhaal van Flevoland (fysieke omgeving), Krachtige Samenleving (sociaal-economische omgeving) en Ruimte voor Initiatief (bestuurlijke omgeving). Deze opgaven vormen de kern voor alle ontwikkelingen waar de provincie Flevoland bij betrokken is. Zowel voor de strategische opgaven uit de Omgevingsvisie, als andere vraagstukken van de provincie Flevoland. De Omgevingsvisie geeft geen specifieke beleidskaders voor individuele woonprojecten. De conclusie is dat voor het onderhavige project geen provinciale belangen zijn gemoeid. Omgevingsprogramma Flevoland (2019) Dit Omgevingsprogramma anticipeert op de toekomstige Omgevingswet, waarin staat dat een provincie moet beschikken over een programma. Daarin is al het beleid voor ontwikkeling, gebruik, beheer, bescherming of behoud van de fysieke leefomgeving gebundeld. Daarmee zijn beleidskeuzes compact en de samenhang geborgd. Het programma bindt alleen de provincie, maar gemeenten en waterschappen moeten er bij het maken van plannen of beleid wel rekening mee houden.

Het programma bestaat uit het onderdeel A Ruimte: doel is een goede woon-, werk- en leefomgeving. Grootschalige ontwikkelingen mogen, omdat in omliggende regio's daarvoor geen ruimte is. Voorwaarde is een evenwichtige ontwikkeling. Bereikbaarheid, voorzieningenniveau en werkgelegenheid moeten worden verbeterd. Voor het stedelijk gebied geldt dat wordt ingezet op de ontwikkeling van vitale steden en dorpen. Kern van het beleid is: efficiënt ruimtegebruik, versterking van het draagvlak voor voorzieningen, nieuwe solitaire clusters buiten stedelijk gebied zijn in beginsel niet toegestaan, tenzij het een kwaliteitsimpuls betreft. Op het gebied van wonen is meer differentiatie nodig (starters, ouders, alleenstaanden), met het kwaliteitsbehoud van de bestaande woningvoorraad. Het onderhavige plan wijkt niet af van het omgevingsprogramma Flevoland (2019). Omgevingsverordening Flevoland (2019) De provincie wil anticiperen op de Omgevingswet en daarom is de omgevingsverordening opgesteld. Dit betekent dat alle regels met betrekking tot omgevingsrecht (in dit geval de provinciale) in één regeling worden gebundeld.

De verordening bestaat uit drie soorten regels: algemene regels en vergunningstelsels gericht op burgers, regels gericht tot bestuur zoals omgevingswaarden en beoordelingsregels voor aanvragen en als derde instructieregels over uitoefening van taken en bevoegdheden door gemeenten en waterschappen.

Bestemmingsplan Stationsgebied west deelgebied Hanzepark

24

De Omgevingsverordening ziet net als de Omgevingswet op alle regels inzake de fysieke leefomgeving (bouwen, infra, water, bodem, lucht, landschap, natuur en cultureel erfgoed). Het onderhavige plan wijkt niet af van de Omgevingsverordening Flevoland (2019).

3.3

Gemeente

Omgevingsvisie Lelystad 2040 (22 juni 2021) In de Omgevingsvisie ‘Sterke stad in de regiohoofdstad van de nieuwe natuur’ wil Lelystad haar inwoners een steeds aantrekkelijkere en groene woonomgeving in een bruisende stad bieden. De ambitie is dat Lelystad een sterke stad in de regio en Hoofdstad van de Nieuwe Natuur wordt. Lelystad gaat zich de komende jaren onvermoeid inzetten om voor haar toekomstige 100.000 inwoners een economisch sterke, groene en gezonde leefomgeving te ontwikkelen. Lelystad gaat voor groene verstedelijking. De nieuwbouw en transformatie van de bestaande stad wordt gericht ingezet op selectieve plekken waar de maatschappelijke en economische meerwaarde het grootst is en bijdragen aan het in balans brengen van de stad. Met het woningbouwprogramma en transformatieopgave sluit Lelystad aan op diverse ambities. Huidige inwoners wordt een beter perspectief op een wooncarrière (zowel starten als doorstromen) geboden. En ook op de ruimtelijke kwaliteiten van de stad (Hoofdstad van de Nieuwe Natuur) en op het economisch profiel van onze stad. Het onderhavige project past in deze ambitie. De gemeente werkt aan een doorontwikkeling van de omgevingsvisie. Deze is naar verwachting in de loop van 2024 gereed. Woonvisie 2022-2027 Een leven lang wonen in Lelystad Op 8 maart 2022 heeft de gemeenteraad de nieuwe woonvisie vastgesteld.

In de woonvisie staan de belangrijkste afspraken voor het woonbeleid. Er staan opgaven in voor onder meer de groeiambitie, de bestaande stad, betaalbaarheid en beschikbaarheid, duurzaamheid en wonen en zorg. Met de nieuwe Woonvisie streeft de gemeente Lelystad naar een versnelde kwalitatieve groei van de stad met de juiste woning op de juiste plek en wijken met alle voorzieningen die daarbij horen. De komende jaren wordt ingezet op veel verschillende woningen om nieuwe inwoners en bedrijvigheid aan zich te binden. Voor de bestaande stad wil de gemeente de kwaliteit van woningen en de woonomgeving verbeteren. Ook gaat Lelystad experimenteren en ruimte bieden voor innovatieve architectuur en duurzame bouwstijlen en zorgt het voor een gevarieerd aanbod aan woonvoorzieningen met passende zorg. Het bestemmingsplan Stationsgebied west deelgebied Hanzepark draagt bij aan de in de woonvisie beschreven ambities en woonopgaven, o.a.: -

Divers en betaalbaar aanbod Mogelijkheden voor wooncarrière en doorstroming Differentiatie in doelgroepen

Welstandsnota (2015) De gemeente Lelystad heeft haar welstandsbeleid vastgelegd in de Welstandsnota, Lelystad geeft ruimte kwaliteit (2015).

Bestemmingsplan Stationsgebied west deelgebied Hanzepark

25

Voor de onderhavige locatie geldt het welstandsniveau S3 stedenbouwkundige welstand 3. Het SPvE Hanzepark is het sturend document ten aanzien van de stedenbouwkundige ontwikkeling met de beeldkwaliteit. Dit SPvE heeft een afzonderlijke vaststellingsprocedure bij de gemeenteraad doorlopen. Op basis daarvan wordt geconcludeerd dat het bestemmingsplan in lijn is met de uitgangspunten van de Welstandsnota. Kadernota Duurzaamheid De visie is dat Lelystad een groene, vitale gemeente is waar het aantrekkelijk wonen, werken en verblijven is. Er is een sterk sociaal netwerk waarin de mensen elkaar inspireren en verantwoordelijkheid nemen voor elkaar en hun omgeving, waarbij de overheid bestaande netwerken en nieuwe initiatieven ondersteunt en waar nodig zelf het goede voorbeeld geeft. Lelystad is een sociaal en financieel gezonde gemeente in een prettige, groene leefomgeving met vitale woonwijken, goed onderwijs en perspectief op voldoende banen. Lelystad profileert zich als een ondernemende stad met een duurzaam en innovatief profiel. Veel innovatieve oplossingen worden bedacht in Lelystad. De omgeving wordt ingezet om lokaal voedsel te verbouwen en grondstoffen te ontwikkelen. Steeds meer afval kan als grondstof dienen. Lelystad is een gemeente die haar eigen energiebehoefte volledig duurzaam opwekt.

De ambitie is om de stad zodanig inrichten dat deze vanuit economisch, ecologisch en menselijk oogpunt gezond, aantrekkelijk en toekomstbestendig is. In een gezonde stad is ruimte voor duurzame energie-, water-, voedsel-, grondstoffen- en afvalkringlopen. Daarbij wordt gestreefd naar een samenhangende duurzame ontwikkeling met een betere balans tussen economie, ecologie en de mens. Hierbij houden we de onderstaande uitgangspunten in het vizier: • • • • •

Energie Kies recyclebare materialen Gebruik geen schadelijke producten Behoud onze natuur We gaan zuinig om met energie en kiezen voor groene energie.

Het onderhavige plan draagt bij aan meerdere speerpunten van het gemeentelijk beleid. De nieuwe woningen zullen volgens de hedendaagse BENG-eisen gebouwd moeten worden. Het hele gebied zal ook niet op het aardgasnet aangesloten worden. De ontwikkelingen zullen in ieder geval aan de wettelijke vereisten moeten voldoen. Bij de verdere uitwerking van plannen zal gekeken worden naar het inpassen van duurzaamheidsmaatregelen, waarbij ingezet zal worden op energiezuinigheid en water-, grondstoffen en afvalkringlopen.

Bestemmingsplan Stationsgebied west deelgebied Hanzepark

26

4.

OMGEVINGSASPECTEN

In dit hoofdstuk worden de relevante omgevingsaspecten beoordeeld.

4.1

Milieueffectrapportage

Voor besluiten en plannen die ontwikkelingen bevatten, die (mogelijk) belangrijke negatieve gevolgen voor het milieu kunnen hebben, geldt de plicht voor het opstellen van een milieueffectrapportage. Op die manier krijgt milieu een volwaardige rol in de afweging van belangen. De drempelwaarden voor projecten waarbij deze verplichting aan de orde is, zijn vastgelegd in het Besluit m.e.r. Bij dit bestemmingsplan hoeft geen milieueffectrapportage opgesteld te worden. De ontwikkeling die met dit bestemmingsplan mogelijk wordt gemaakt, ligt onder de drempelwaarden zoals die genoemd zijn in het Besluit m.e.r. (onderdeel D, kolom 2). In onderdeel D, D.11.2 wordt aangegeven dat voor ‘de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject, met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen’ een vormvrije Mer-beoordeling dient plaats te vinden. Vanaf 7 juli 2017 kan dit niet meer in de vorm van een paragraaf in de toelichting, maar moet door de initiatiefnemer een 'aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling worden opgesteld. Dit is alleen niet aan de orde indien het bevoegd gezag zelf initiatiefnemer is. Voor het voorliggende plan zijn Centrada en een marktpartij de initiatiefnemers, vandaar dat ervoor is gekozen om een aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling op te stellen.

Bij dit bestemmingsplan is een ‘aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling’ opgesteld (zie bijlage 2). Hierin is geconcludeerd dat met de realisatie van het project geen sprake is van belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu. En dat voor de verdere planontwikkeling en de ruimtelijke procedure geen milieueffectrapport noodzakelijk is conform het vigerende Besluit milieueffectrapportage.

4.2

Verkeer

Om te komen tot de verkeerstoename als gevolg van de ontwikkeling en een oordeel te kunnen vellen over de gevolgen voor de omliggende wegen, is het recente verkeersmodel geraadpleegd. Dit verkeersmodel - met het prognosejaar 2030 -2040 – is door de gemeente opgesteld. In dit verkeersmodel zijn ook de planontwikkelingen in het Stationsgebied meegenomen. Op basis van dit model wordt verwacht dat - gelet op de inrichting en de huidige intensiteit van de omliggende dreven - de verkeerstoename als gevolg van de ontwikkeling van deelgebied Hanzepark niet dermate groot is dat er problemen in de afwikkeling van verkeer op de Visarenddreef ontstaan. Conclusie: nader onderzoek is niet nodig.

4.3

Geluid

Voor het onderdeel geluidshinder is de Wet geluidhinder (Wgh) van kracht. Het doel van deze wet is het terugdringen van hinder als gevolg van geluid en het voorkomen van een toename van geluidshinder in de toekomst.

Bestemmingsplan Stationsgebied west deelgebied Hanzepark

27

Industrielawaai Het project heeft geen consequenties in verband met industrielawaai en voorziet niet in de wijziging van een geluidzone in de zin van de Wet geluidhinder. Wegverkeer en spoorweglawaai Ten behoeve van de ontwikkeling van het deelgebied Hanzepark is akoestisch onderzoek uitgevoerd voor zowel spoor- als wegverkeerslawaai. De resultaten hiervan zijn als volgt (zie bijlage 3):

Figuur 15: in het akoestisch rapport wordt gewerkt met Gebouw A en Gebouw B

Wegverkeerslawaai - Ten gevolge van de Stationslaan bedraagt de geluidbelasting maximaal 59dB ter plaatse van het noordelijk gebouw (gebouw A) en 60dB ter plaatse van het zuidelijk gebouw (gebouw B); zie figuur 15; - Ter plaatse van de noord- oost- en zuidgevels van gebouw A en B wordt de voorkeursgrenswaarde van 48dB niet gerespecteerd. De maximale ontheffingswaarde van 63 dB wordt wel gerespecteerd;

Bestemmingsplan Stationsgebied west deelgebied Hanzepark

28

-

Ter plaatse van de westgevels van beide gebouwen en de westelijke woningen wordt de voorkeursgrenswaarde van 48 dB gerespecteerd; Ten gevolge van de Visarenddreef wordt de voorkeursgrenswaarde 48dB gerespecteerd.

Spoorwegverkeerslawaai - Ten gevolge van het spoorlawaai bedraagt de geluidsbelasting maximaal 62 dB ter hoogte gebouw B en 59 dB ter hoogte van gebouw A; - Ter plaatse van de noordgevel van gebouw A en de zuidgevel van gebouw B wordt de voorkeursgrenswaarde 55 dB niet gerespecteerd; - De maximale ontheffingswaarde 68 dB wordt wel gerespecteerd. - Ter plaatse van de westgevels van beide gebouwen en de westelijke woningen wordt de voorkeursgrenswaarde 55 dB gerespecteerd. Maatregelen Maatregelen ter reductie van de geluidbelasting ten gevolge van de spoorlijn en de Stationslaan zijn onderzocht en stuiten op overwegende bezwaren of zijn niet doelmatig. Goede ruimtelijke ordening In het kader van een goede ruimtelijke ordening is de geluidbelasting ten gevolge van de omliggende 30 km/uur weg (Rigastraat) en de cumulatieve geluidbelasting inclusief de 30 km-uur wegen berekend. De geluidbelasting vanwege verkeer op de Rigastraat voldoet aan de voorkeursgrenswaarde en is daarom ruimtelijk aanvaardbaar. De nieuwe ontsluitingsweg vanaf de Visarenddreef naar het plangebied is een 30 km/uur weg. Het is een doodlopende weg waar alleen bestemmingsverkeer van en naar de nieuwbouw langs gaat. Met het aantal voorziene motorvoertuigen wordt voldaan aan de voorkeursgrenswaarde en is daarom ruimtelijk aanvaardbaar.

Cumulatieve berekening Door meerdere wettelijke geluidsbronnen wordt de voorkeursgrenswaarde uit de Wet geluidhinder niet gerespecteerd. De maximale cumulatieve geluidsbelasting bedraagt 65 dB (inclusief de 30 km/uur wegen). In het kader van een goed woon- en leefklimaat wordt voor de berekening van de geluidswering van de gevel uitgegaan van deze ongecorrigeerde cumulatieve geluidsbelasting. Conclusie: Uit het akoestisch onderzoek blijkt dat op de gevel niet overal kan worden voldaan aan de wettelijke voorkeursgrenswaarde vanwege de Stationslaan en de spoorlijn. Aan het college van burgemeester en wethouders is daarom verzocht een ontheffing van de voorkeursgrenswaarde te verlenen, middels een besluit tot het vaststellen van een hogere waarde voor de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting. De publicatie van het ontwerp besluit Hogere Waarden heeft ter inzage gelegen. Gedurende 6 weken vanaf de terinzagelegging van dit ontwerpbesluit zijn geen zienswijzen binnengekomen. Op 19 december 2023 heeft het college van B&W het Hogere Waarden besluit vastgesteld.

Bestemmingsplan Stationsgebied west deelgebied Hanzepark

29

4.4

Luchtkwaliteit

Voor het aspect luchtkwaliteit is de Wet milieubeheer van kracht. De wet is bedoeld om de negatieve effecten op de volksgezondheid aan te pakken, als gevolg van te hoge niveaus van luchtverontreiniging. Volgens de Grootschalige Concentratie- en Depositiekaarten Nederland (2020) geldt in de directe omgeving van het projectgebied een gemiddelde fijnstof concentratie (PM10) van 18 μg/m3 en een gemiddelde concentratie stikstofdioxide (NO2) van 13 μg/m3. De norm voor beide stoffen ligt op 40 μg/m3 (jaargemiddelde concentratie vanaf 2015). Er is dus geen sprake van een dreigende overschrijding van de grenswaarden. Met de ontwikkeling van dit plangebied worden circa 250 appartementen en in totaal 1.000 m2 bvo (commerciële) voorzieningen toegevoegd. Dit project valt onder de regeling ‘Niet in betekenende mate’ (luchtkwaliteitseisen) en draagt niet in betekenende mate bij aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Conclusie: Aanvullend onderzoek naar het aspect luchtkwaliteit is niet noodzakelijk.

4.5

Stikstof

Projecten of handelingen (zoals bijvoorbeeld vestiging/uitbreiding van een bedrijf of een woningbouwplan) kunnen vergunningplichtig zijn in het kader van de Natuurbeschermingswet. Deze activiteiten kunnen stikstofdepositie veroorzaken ter plaatse van gevoelige habitattypes in nabijgelegen Natura 2000-gebieden. Voor het onderhavige plangebied moet aangetoond worden of er negatieve effecten in het kader van de Wnb beschermde gebieden zullen optreden. Op basis daarvan kan worden bepaald of vervolgstappen nodig zijn, zoals het aanvragen van een vergunning van de Wnb. Berekening Voor het onderhavig plangebied is een berekening uitgevoerd. De berekening is gebaseerd op de nieuwste versie van Aerius (6 november 2023) en opgenomen in bijlage 4. Deze De resultaten zijn als volgt: Naar aanleiding van het uitgevoerde onderzoek, en de daarbij behorende berekeningen, kan worden geconcludeerd dat voor de aanlegfase en de nieuwe gebruiksfase de grenswaarde van de stikstofdepositie op natuurgebieden van 0,00 mol/ha/j niet wordt overschreden. Dit houdt in dat er geen belemmeringen zijn voor het aspect stikstof voor de aanlegfase en de nieuwe gebruiksfase. Conclusie: Het project is in het kader van de Wet natuurbescherming, ten aanzien van de effecten van stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden, niet vergunningplichting.

4.6

Bodem

Het beleid ten aanzien van de bodemkwaliteit is op nationaal niveau vastgelegd in de Wet bodembescherming (Wbb) en het (bijbehorende) Besluit bodemkwaliteit. Gestreefd wordt naar een duurzaam bodembeheer. Bij een ruimtelijk plan moet de bodemkwaliteit van het betreffende gebied inzichtelijk worden gemaakt.

Bestemmingsplan Stationsgebied west deelgebied Hanzepark

30

Hierbij is van belang te weten of er bodemverontreiniging is die de functiedoelen kan frustreren, of er gezondheidsrisico's of ecologische risico's daardoor zijn en wat de mogelijkheden zijn om er tijdig iets aan te doen. Om deze vragen te beantwoorden is wettelijk verplichte informatie over de bodemkwaliteit nodig. Het uitgangspunt wat betreft de bodem in het plangebied is, dat de kwaliteit ervan zodanig dient te zijn dat er geen risico's zijn voor de volksgezondheid bij het gebruik van het plangebied voor de beoogde functie(s). In december 2022 heeft een verkennend bodemonderzoek plaatsgevonden. Het onderzoeksrapport is opgenomen in bijlage 5. De resultaten zijn als volgt. -

-

De hypothese verdacht (NEN5740) wordt voor de locatie bevestigd omdat het grondwater enkele lichte verontreinigingen bevat. De grond is niet verontreinigd. Nader onderzoek naar de lichte verontreinigingen in het grondwater is niet noodzakelijk; De hypothese verdacht (NEN5707) wordt voor de locatie verworpen; de grond is niet verontreinigd met asbest; De kwaliteit van de grond en het grondwater vormen milieuhygiënisch geen belemmering voor een (her)ontwikkeling.

In het onderzoeksrapport wordt gesproken over het aanwezige puin waarin een gehalte asbest van 27 mg/kg ds is aangetoond. Dit betreft een indicatief onderzoek. Er wordt aanbevolen om het puin aanvullend te onderzoeken op asbest. Het betreft hier het puin van de bouwer van Hanzeborg. Met de bouwer is afgesproken dat als de bouw klaar is, de bouwer het puin opruimt. Inmiddels is het puin en de bouwweg opgeruimd en is het terrein ‘weer’ grasveld. Het is niet meer nodig om aanvullend onderzoek uit te voeren. In maart 2023 is op de locatie onderzoek naar PFAS uitgevoerd. Het rapport is opgenomen in bijlage 6. De onderzochte grond (MP01 t/m MP03) wat betreft hergebruik als Toepasbaar landbouw/natuur, wonen, industrie aangemerkt. Omdat deze grond op basis van het verkennend onderzoek (standaardpakket grond, december 2022) ingedeeld wordt in de klasse ‘altijd toepasbaar’ zijn de onderzoeksresultaten van PFAS voor deze grond niet bepalend voor de uiteindelijke klasse-indeling van de grond. Op basis van dit onderzoek wordt geconcludeerd dat er geen belemmeringen zijn voor gebruik en vervoer van de grond. Conclusie: De conclusie is dat de onderzoeksresultaten geen belemmering vormen voor de afgifte van een omgevingsvergunning. Nader bodemonderzoek is niet noodzakelijk.

4.7

Milieuzonering

In het kader van een goede ruimtelijke ordening is ruimtelijke afstemming tussen bedrijfsactiviteiten, voorzieningen en gevoelige functies (woningen) noodzakelijk. Voor deze afstemming wordt de basiszoneringslijst van de VNG-brochure ’Bedrijven en milieuzonering’ (2009) gehanteerd. Een richtafstand kan worden beschouwd als de afstand waarbij onaanvaardbare milieuhinder als gevolg van bedrijfsactiviteiten redelijkerwijs kan worden uitgesloten. Bedrijfsactiviteiten In de nabijheid van het plangebied bevinden zich aan de noord en zuidwestzijde diverse functies, zoals kantoren (categorie 1), maatschappelijke voorzieningen (school, kerk) en woningen.

Bestemmingsplan Stationsgebied west deelgebied Hanzepark

31

Deze functies passen bij de nieuwe woonfunctie en leggen daarmee geen milieubelastende beperkingen op het plangebied Hanzepark. De functies die in het plangebied worden gerealiseerd (kantoren met en zonder balie, maatschappelijke dienstverlening en gemeenschappelijke functies ten behoeve van het wonen) leggen geen milieubelastende beperkingen op de zowel de nieuwe als omliggende bestaande woningen. Conclusie: Gezien de aard van de omliggende bedrijfsfuncties en de geplande functies én de afstanden tot de milieugevoelige functies (woningen), wordt voldaan aan de richtafstanden.

4.8

Externe Veiligheid

Externe veiligheid gaat over het beheersen van de risico's voor de omgeving bij gebruik, opslag en vervoer van gevaarlijke stoffen als vuurwerk, lpg en munitie over weg, water en spoor en door buisleidingen. 4.8.1 Quickscan externe veiligheid Ten behoeve van het bestemmingsplan voor de woningbouw aan de Stationslaan is door middel van een quickscan een inventarisatie uitgevoerd van de externe veiligheidsrisico’s. Zie bijlage 7. Externe veiligheidsrisico’s kunnen ontstaan door het transport van gevaarlijke stoffen door buisleidingen en over transportroutes (weg, spoor en water) en het gebruik of de opslag van gevaarlijke stoffen bij inrichtingen. In deze quickscan zijn de risicobronnen geïnventariseerd en is beoordeeld of de genoemde risicobronnen mogelijk een belemmering vormen voor de invulling van het plangebied. Indien risicobronnen een mogelijke belemmering vormen, is een vervolgonderzoek noodzakelijk. De conclusies zijn als volgt: Transport over het water en weg Het plangebied ligt niet binnen een invloedsgebied van een waterweg of weg waarover structureel transport van gevaarlijke stoffen plaatsvindt. De risico’s als gevolg van het transport van gevaarlijke stoffen over het water en weg vormen geen belemmering voor de planvorming. Een verantwoordingsplicht is niet aan de orde.

Transport over het spoor Gebleken is dat het plan op circa 45 meter van de spoorlijn Weesp aansl. - Lelystad (route 40) is gelegen. De spoorlijn is opgenomen in het Basisnet spoor. Op grond van Bijlage II Tabel Basisnet spoor van de Regeling basisnet, heeft deze spoorlijn een PR 106 risicocontour van 6 meter een PAG. Echter op grond van de ruimtelijke scheiding vormen deze aspecten geen belemmering voor de planvorming. Aangezien het plan op minder dan 200 meter van de spoorlijn is gelegen, is de hoogte van het groepsrisico een aandachtspunt. Gezien de omvang van het plan, dient een RBM II-berekening uitgevoerd te worden. Ter hoogte van het plangebied worden A, B2, C3, D3 en D4-stoffen vervoerd. Op grond van deze stoffen ligt het plangebied binnen het invloedsgebied van brandbare gassen (A), toxische gassen (B2), toxische vloeistoffen (D3) en toxische gassen (D4).

Bestemmingsplan Stationsgebied west deelgebied Hanzepark

32

De risico’s als gevolg van het transport van gevaarlijke stoffen over het spoor (toxisch en BLEVE scenario) dienen meegenomen te worden een verantwoordingsrapportage. Buisleidingen In de nabijheid van het plangebied is geen buisleiding aanwezig voor het transport van gevaarlijke stoffen, waardoor de risico’s van het transport van gevaarlijke stoffen door buisleidingen geen belemmering vormt voor de planvorming. Een verantwoordingsplicht is niet aan de orde. Inrichtingen Het plangebied bevindt zicht niet binnen het invloedsgebied van een risicovolle inrichting in de omgeving. De risico’s als gevolg van inrichtingen vormen geen belemmering voor de planvorming. Een verantwoordingsplicht is niet aan de orde. 4.8.2 Externe veiligheid spoor Ten aanzien van de veiligheidsrisico’s is het spoor uitsluitend van belang indien hierover gevaarlijke stoffen in bulktransport worden getransporteerd. Uit bijlage II Tabel Basisnet Spoor, zoals opgenomen in de Regeling basisnet, blijkt dat dergelijke transporten structureel plaatsvinden over het nabijgelegen traject Weesp – Hattem (route 40). Plaatsgebonden risicocontour / veiligheidsafstand In het kader van het plaatsgebonden risico is de contour waarbinnen geen kwetsbare objecten mogen worden opgericht de 10-6-contour. Binnen deze contour is het ontwikkelen van beperkt kwetsbare objecten alleen onder bepaalde voorwaarden mogelijk.

Voor omgevingsbesluiten die ruimtelijke ontwikkelingen mogelijk maken langs doorgaande routes van spoorwegen die deel uitmaken van het Basisnet spoor kan de berekening van het plaatsgebonden risico achterwege blijven. Voor deze spoorlijnen gelden namelijk de veiligheidsafstanden die in de Regeling basisnet zijn opgenomen. Uit Bijlage II Tabel Basisnet spoor van de Regeling basisnet blijkt dat voor het spoortraject Weesp – Hattem, ter hoogte van het plangebied, een PR 10-6-contour aanwezig is van 6 meter. Gezien de ruimtelijke scheiding vormt de plaatsgebonden risicocontour geen belemmeringen voor de planontwikkeling. Naast het plaatsgebonden risico geldt langs spoorlijnen waarover veel zeer brandbare vloeistoffen vervoerd (kunnen) worden (meer dan 3.500 ketelwagenequivalenten brandbare vloeistoffen (stofcategorie C3)) een vast plasbrandaandachtsgebied (PAG) tot 30 meter ter weerszijden van de spoorbaan. In het voorliggende geval is sprake van een PAG. Aangezien de bebouwing binnen het plangebied op een afstand van ruim 50 meter ligt, ligt het PAG niet over het plangebied. Op grond van dit gegeven vormt het PAG geen belemmering voor het plan. Groepsrisico-inventarisatieafstand Voor de berekening van de hoogte van het groepsrisico is inzicht benodigd in de personendichtheid binnen het invloedsgebied van de transportas voor gevaarlijke stoffen.

De groepsrisico-inventarisatieafstand is de afstand tussen de spoorlijn en de grens van het invloedsgebied.

Bestemmingsplan Stationsgebied west deelgebied Hanzepark

33

Onder het invloedsgebied wordt verstaan: het gebied waar dodelijke slachtoffers kunnen vallen als gevolg van een ongeluk met een gevaarlijke stof. Dit gebied wordt bepaald door de berekening van het grootst mogelijke ongeval waar nog bij 1% van de blootgestelde personen dodelijk letsel optreedt (1% letaliteitsgrens). Binnen dit gebied worden de personen meegeteld voor de hoogte van het groepsrisico. De berekening wordt uitgevoerd met het rekenprogramma RBM II. RBM II (versie 2.3) betreft een gestandaardiseerde rekenmethodiek voor het berekenen van risico’s van vervoer van gevaarlijke stoffen voor de omgeving. In de Handreiking Risicoanalyse Transport (HART) zijn per stofcategorie en per modaliteit vaste afstanden opgenomen voor de begrenzing van het invloedsgebied. Binnen de primaire zone groepsrisico dient een gedetailleerde beschouwing van de bevolking plaats te vinden op basis van populatiegegevens. Voor de modaliteit spoor wordt de primaire zone groepsrisico bepaald door de groepsrisicobepalende stof GF3 (brandbaar gas, cat. A). Uit tabel 4-2 in de HART blijkt dat hiervoor een afstand van 460 meter is bepaald. Buiten deze contour, maar binnen het invloedsgebied, kan een meer globale beschouwing plaatsvinden op basis van populatie kengetallen voor homogene gebieden.

Ten behoeve van de nieuwbouwontwikkeling aan de Stationslaan te Lelystad is zowel voor de huidige als voor de toekomstige situatie het groepsrisico berekend. Deze berekeningen zijn opgenomen in bijlage 8. Uit de resultaten blijkt dat zowel vóór als na planrealisatie sprake is van een groepsrisico dat hoger dan de oriëntatiewaarde ligt. Er is geen sprake van een rekenkundige toename van de hoogte van het groepsrisico. Gelet op het feit dat de normwaarde hoger is dan de oriëntatiewaarde dient ingevolge artikel 7 en 8 van het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) invulling gegeven te worden aan een uitgebreide verantwoording van het groepsrisico. 4.8.3

Verantwoording groepsrisico

In bijlage 9 is de verantwoording van het groepsrisico gegeven. De opgenomen adviezen ten aanzien van bestrijdbaarheid en zelfredzaamheid zijn voor advies voorgelegd aan de regionale Brandweer dan wel de Veiligheidsregio. De aanvullende adviezen van de brandweer of veiligheidsregio weegt de gemeente Lelystad in haar besluitvorming en/of worden aan de ontwikkelende partijen meegegeven. Ontvangen adviezen Veiligheidsregio/Brandweer (zie ook bijlage 15 - Reactienota): Dit advies heeft betrekking op het onderdeel verantwoording hulpverlening, voor het deel beperking van de omvang (aantal potentiële doden, gewonden en de materiële schade) van de kleine kans op een incident met gevaarlijke stoffen op het spoor. • Scenario explosie (koude Bleve) Er ontstaat een vuurbal en een drukgolf. De diameter van de vuurbal is 200 m en de hoogte 300 m. De vuurbal duurt 13 seconden. Op deze afstand is in een vrij veld, de overdruk naar verwachting kleiner dan 0,35 baro en de (kortdurende) warmtebelasting die hier direct op volgt meer dan ca. 250 kW/m2. De hele kavel ligt binnen deze afstand van 125 m. De overdruk op (m.n. de 1e lijns) gevels is naar verwachting groter dan 0,1 baro.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Lelystad&id=f7cc4f4e-d503-47b6-b2d1-7181f3852245