BL Ontwerp programmabegroting 2025 - 2028
Tekst van het document
Toerekenbare BTW (alleen over de directe uitvoeringskosten, dit laat deze kosten met 21% toenemen); Toerekenbare concernoverhead (zie de paragraaf bedrijfsvoering); Toerekenbare overige kosten (afhankelijk van de soort heffing worden bepaalde aanpalende kostencomponenten toegerekend, zo wordt bijvoorbeeld een deel van de reinigingskosten toegerekend aan de rioolheffing (straatvegen) en wordt een deel van de kosten voor toezicht toegerekend aan de afvalstoffenheffing.
In de passage hieronder wordt op basis van bovenstaande uitgangspunten ingegaan op de kostendekkendheid van elk van de (geclusterde) terreinen. Heffingen De afvalstoffenheffing en rioolheffing mogen op begrotingsbasis maximaal 100% kostendekkend zijn. Onderstaande tabellen geven inzicht in de geraamde inkomsten, de geraamde kosten en de mate van kostendekkendheid. Riolering Lasten 729.267 6.184.514 543.893
Indirect toe te rekenen kosten - toerekenbare BTW - concernoverhead - overige toerekenbare kosten
1.172.538 652.447 270.000
Baten - Rioolheffing - ICL-Bijdrage
Totaal
Baten
Percentage kostendekkendheid
Direct toe te rekenen kosten - Personeelskosten - Uitvoeringskosten - Overig
-8.664.681 -887.977
9.552.658
Ontwerp programmabegroting 2025 en meerjarenraming 2026 – 2028
-9.552.658
100%
77
Leges De kostendekkendheid van de leges ligt op 53%. Mogelijkheden om dit percentage te verhogen worden voornamelijk beperkt door wettelijk vastgelegde maximum tarieven, bijvoorbeeld voor rijbewijzen en reisen identiteitsdocumenten.
Geraamde baten
Leges kostendekkendheid 2025 Bedragen x €1.000
Hoofdstuk 1 Algemene dienstverlening Hoofdstuk 2 Omgevingswet Hoofdstuk 3 Europese dienstenrichtlijn Totaal
Geraamde lasten
1.451 2.690 154 4.295
Kostendekkendheid
3.544 3.685 905 8.134
41% 73% 17% 53%
Hoofdstuk 1: Algemene dienstverlening
Hoofdstuk 1 Algemene dienstverlening Paragraaf 2 t/m 7: Reisdocumenten, rijbewijzen, overige dienstverlening Lasten 220.625 194.946 2.000
Indirect toe te rekenen kosten - Concernoverhead
200.737
Baten - Leges
Baten
-96.198
Totaal
618.309
-96.198
Percentage kostendekkendheid
Direct toe te rekenen kosten - Personeelskosten - Uitvoeringskosten - Overig
16%
Direct toe te rekenen kosten - Personeelskosten - Uitvoeringskosten - Overig
Lasten 907.255 44.301 41.800
Indirect toe te rekenen kosten - Concernoverhead
825.471
Baten - Leges - Rijksleges
500.120
-694.048 -500.120
2.318.947
-1.194.168
Totaal
Baten
Percentage kostendekkendheid
Paragraaf 1: Burgerlijke Stand
51%
Paragraaf 8 t/m 11 Gemeentearchief, bijz.wetten, beschikkingen APV en VFL, diversen Lasten 365.028 79.100
Indirect toe te rekenen kosten - Concernoverhead
162.903
Baten - Leges
Totaal
607.031
Baten
-161.087
Percentage kostendekkendheid
Direct toe te rekenen kosten - Personeelskosten - Uitvoeringskosten
-161.087
27%
Ontwerp programmabegroting 2025 en meerjarenraming 2026 – 2028
78
Hoofdstuk 2, Dienstverlening vallende onder de fysieke leefomgeving / omgevingsvergunningen
Hoofdstuk 2 Omgevingswet
- Personeelskosten - Uitvoeringskosten - Overig
- Toerekenbare BTW - Concernoverhead
Baten - Leges
1.901.365 280.628 43.975 0 0 68.167 1.390.685
-
Totaal
3.684.819
-2.690.000
-2.690.000
Percentage kostendekkendheid
Paragraaf 1 t/m 14: Omgevingsvergunningen
73%
Hoofdstuk 3, Dienstverlening vallende onder de Europese dienstenrichtlijn.
Hoofdstuk 3 Europese dienstenrichtlijn
60.208
- Concernoverhead
47.697
Baten - Leges
Totaal
107.905
-21.186
Percentage kostendekkendheid
- Personeelskosten
-21.186
20%
- Personeelskosten - Uitvoeringskosten - Overig
288.822 57.903 32.885
- Concernoverhead
245.983
Baten - Leges evenementen - Baten/leges marktgelden - Overige baten markt Totaal
Percentage kostendekkendheid
Paragraaf 2: Organiseren evenementen, markten
Paragraaf 1: Toezicht op openbare inrichtingen
-21.005 -99.503 -33.354 625.593
-120.508
19%
Paragraaf 3, Overige hoofdstukken
95.735
- Concernoverhead
75.842
- Leges
-
-12.057
Percentage kostendekkendheid
- Personeelskosten
Totaal
171.578
-12.057
7%
Ontwerp programmabegroting 2025 en meerjarenraming 2026 – 2028
79
2. Weerstandsvermogen en risicobeheersing In deze paragraaf gaan we in op de actuele risico’s en het weerstandsvermogen dat beschikbaar is om de gevolgen van deze risico’s op te vangen zonder dat het beleid of de uitvoering daarvan in gevaar komt. Om te bepalen of het weerstandsvermogen toereikend is, leggen we de relatie tussen de beschikbare weerstandscapaciteit enerzijds en de financieel gekwantificeerde risico’s en de daarbij gewenste weerstandscapaciteit anderzijds. Risico’s Beschikbare weerstandcapaciteit Gewenste weerstandcapaciteit
Weerstandsvermogen
In april 2024 heeft de Raad de Nota risicomanagement en weerstandsvermogen vastgesteld. Hierin is het beleid ten aanzien van risico’s terug te lezen. Leeswijzer Deze paragraaf start met een inventarisatie van de risico’s (2.1), In paragraaf 2.2 wordt op basis van de inventarisatie de gewenste weerstandscapaciteit in beeld gebracht en in paragraaf 2.3 wordt de beschikbare weerstandscapaciteit getoond. Wanneer de gewenste weerstandscapaciteit wordt afgezet tegen de beschikbare weerstandscapaciteit kan het weerstandsvermogen van de gemeente worden bepaald, dit is weergegeven in paragraaf 2.4.
Ontwerp programmabegroting 2025 en meerjarenraming 2026 – 2028
80
2.1 Inventarisatie risico’s In deze paragraaf wordt de inventarisatie van de risico’s weergegeven. Dit zijn de risico’s waarvan we als organisatie op dit moment kunnen inschatten dat ze zich wellicht gaan voordoen. Risico’s lopen in de uitvoering van ons werk is niet altijd te voorkomen. Wel zorgen we voor een goede administratieve organisatie. Dit is de basis voor het voorkomen van risico’s. Het systeem van risicomanagement wordt toegelicht in de Nota risicomanagement en weerstandsvermogen 2024. Hierna gaan we in op financiële en niet-financiële risico’s. Bij niet-financiële risico’s gaat het om mogelijke gebeurtenissen die weliswaar geen direct financieel gevolg hebben maar die bijvoorbeeld wel de reputatie van de gemeente schaden. Of risico’s die wel een financieel gevolg hebben, maar waarvan het risicobedrag nog niet in te schatten is. Deze niet-financiële of niet te kwantificeren risico’s zijn hieronder weergegeven. Daarna volgt het overzicht met de top 10 van financiële risico’s. Bij ieder risico is gekeken naar het mogelijke schadebedrag en de kans dat het risico zich voordoet. Het gaat hier om risico’s die niet anders te ondervangen zijn dan door het aanwenden van weerstandscapaciteit.
Risico’s die binnen de exploitatie worden opgevangen, waar een risicovoorziening voor is ingesteld of (reguliere) risico’s waarvoor verzekeringen zijn afgesloten, hebben geen financiële consequenties en maken daarom geen deel uit van deze paragraaf. Voor risico’s met een kans groter dan 75% zal een voorziening getroffen worden. Tot slot is nog goed om op te merken dat de inventarisatie van de risico’s een momentopname betreft. Het is een statisch overzicht van risico’s die tijdens het opstellen van deze paragraaf in beeld waren. Een meer dynamisch overzicht van risico’s gedurende het lopende jaar is terug te vinden in de begrotingsmonitor waarbij risico’s op overschrijding van een aantal majeure budgetten wordt weergegeven in bandbreedtes.
Niet financieel of niet te kwantificeren risico's
Culturele instellingen
Omschrijving risico Vanwege opeenlopende taakstellingen in de voorgaande jaren hadden de grote gesubsidieerde culturele instellingen reeds voor de coronacrisis moeite om een sluitende exploitatie te realiseren. Dit heeft geleid tot een aanzienlijke krimp in het eigen vermogen. Met steunmaatregelen hebben de instellingen de coronaperiode uiteindelijk goed doorstaan. Maar vooral voor de podiumkunstinstellingen (theater en poppodia) zijn in de bezoekcijfers de naijleffecten van de coronaperiode nog steeds merkbaar. Vanaf 2022 hebben de cultuurorganisaties te maken met hogere lasten door de inflatie, energielasten en cao-ontwikkelingen en prijsstijgingen door het landelijke Fair Pay beleid. Dit is een inhaalslag voor de honorering van cultuurmakers en medewerkers. Het volledig doorberekenen van de kostenstijging heeft direct effect op de vraag en de mogelijkheden tot cultuurdeelname bij een grote groep inwoners. De financiële positie van de gesubsidieerde instellingen wordt op basis van de subsidievoorwaarden standaard aan de hand van halfjaarrapportages en de jaarrekeningen structureel gemonitord. Dit kostenstijging heeft een duidelijk negatief effect op het exploitatieresultaat.
Door de gemeenteraad zijn voor de gesubsidieerde instellingen weliswaar compensatiemiddelen beschikbaar gesteld om dit effect te beperken, maar door het beperkte eigen vermogen en reserves hebben de instellingen maar zeer beperkte mogelijkheden om financiële tegenvallers zelf op te vangen. De mate waarin het risico aanwezig is verschilt wel per instelling. Beheersmaatregel De instellingen hebben hun maatschappelijk output gereduceerd en kosten beperkt. Waar de mogelijkheid bestond is door de instellingen gebruik gemaakt van Covid-19 compensatiemaatregelen van zowel het rijk als van de gemeente. Hiervoor is door de gemeente ook in 2022 een tijdelijke subsidieregeling ingesteld. De hoge inflatie kan niet of slechts beperkt worden doorberekend in de prijzen.
Omschrijving risico Landelijk worden door diverse gemeenten, in opdracht van het Rijk via de regeling Gemeentelijke Opvang Oekraïners (GOO), sinds 2022 vluchtelingen opgevangen uit Oekraïne. Binnen de gemeente Lelystad worden vanuit deze regeling +/- 400 vluchtelingen opgevangen. Gemeenten ontvangen van het Rijk voor de opvang twee soorten vergoedingen. Een vergoeding voor het geschikt maken of realiseren van gebouwen voor de opvang, de zogenaamde transitiekostenvergoeding, en een vergoeding per opvangplek. De transitiekosten worden in principe volledig vergoed op basis van de werkelijk gemaakte kosten. De vergoeding per opvangplek betreft een vast bedrag per dag op basis van feitelijk aantal gerealiseerde opvangplekken. Indien bij het opvangdeel op jaarbasis een Opvang Oekraïners overschot ontstaat, dan hoeft volgende de huidige regeling het overschot niet te worden terugbetaald. Mocht sprake zijn van een tekort, dan kan de gemeente een verzoek indienen voor een aanvulllende vergoeding. De vraag is of dit ook zo blijft. Daarnaast is sinds de start van de opvang in 2022 de vergoeding per opvangplek een aantal keren naar beneden bijgesteld. Tot op heden was de ontvangen bijdrage afdoende, of dat voor de komende jaren ook het geval zal zijn blijft vooralsnog onzeker. Beheersmaatregel Nieuwe ontwikkelingen rond de regeling Gemeentelijke Opvang Oekraïners zullen worden gemonitord.
Ontwerp programmabegroting 2025 en meerjarenraming 2026 – 2028
81
Werkeiland
Omgevingsplan opstellen
Omschrijving risico Vanwege een raadsbesluit (na amendering) inzake Werkeiland heeft onderzoek plaatsgevonden met een ontwikkelaar (Levago) naar laagbouw in plaats van hoogbouw en/of nadere oplossingen. In maart 2022 heeft de ontwikkelaar aangegeven de onderhandelingen niet verder door te willen zetten en te starten met de verkoop en de realisatie van de appartementen. De gemeente heeft vervolgens opnieuw onderzocht welke mogelijkheden er zijn om alsnog tot overeenstemming en een ander plan te komen. Eind 2022 leek dit niet te hebben geleid tot gewijzigde inzichten en hield de ontwikkelaar vast aan het starten met de verkoop en realisatie van de appartementen. Vanuit de gemeenteraad is in 2023 opnieuw een oproep gedaan aan het college om een laatste poging te doen het voorgenomen bouwplan en de bouwhoogten te wijzigen in samenspraak met de ontwikkelaar. Tot op heden is nog altijd geen omgevingsvergunning aangevraagd door de ontwikkelaar. De met de gemeente gesloten privaatrechtelijke overeenkomst rond de verkoop van grond is onverminderd van kracht. Wanneer afgeweken wordt van de gesloten overeenkomst en besloten wordt tot een ander bouwplan met laagbouw heeft dit financiële consequenties. Het project blijft daarom onzeker. Een ander deelproject (Sluisstraat) heeft vertraging opgelopen als gevolg van een landelijk BIBOB-onderzoek.
Inmiddels schijnt er een potentiele koper te zijn, maar de voortgang van dit deelproject blijft nog altijd onzeker. Beheersmaatregel Er wordt gestudeerd op een zo optimale mogelijke invulling van het gebied. Omschrijving risico Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet moeten tijdens de overgangsfase (tot 2032) alle oude wro plannen (bestemmingsplannen, wijzigingsplannen, etc.) omgezet worden in één nieuw omgevingsplan. Dit kan niet één op één overgenomen worden en daarmee is uniformering noodzakelijk. Met uniformering moet er rekening worden gehouden dat er als gevolg hiervan burgers nadeelcompensatie zullen claimen als door uniformering regels op locatie afwijken van het oude systeem. Het is nu nog niet te zeggen hoe groot het risico is, omdat dit in de loop van de overgangsfase duidelijk moet worden. Beheersmaatregel Wij starten met een "technische" transitie, waarin wij wel zo dicht als mogelijk bij de bestaande regels blijven en zo min mogelijk hiervan afwijken, maar dit is niet 100%.
Ontwerp programmabegroting 2025 en meerjarenraming 2026 – 2028
82
Risico-inventarisatie financieel Van de totale risico-inventarisatie nemen we hier de top 10 van de grootste financiële risico’s op. Deze zijn in de tabel hieronder weergegeven. Daarna geven we een toelichting op deze risico’s inclusief beheersmaatregelen.
Top 10 grootste financiële risico's Verstrekte leningen Garantstellingen Jeugdzorg Informatiebeveiliging en privacy Ontwikkelingen Veiligheidsregio Uitkering gemeentefonds Convenant aansluiting 9 op A6 Participatiebudget uitkeringen Verzekeringen Voormalig personeel
Schadebedrag
Kans
30.197.000 29.344.000 4.000.000 5.964.000 1.250.000 2.500.000 2.720.000 2.500.000 900.000 650.000
Totaal top 10 grootste financiële risico's
Omvang risico 10% 10% 50% 25% 65% 30% 25% 20% 50% 60%
3.019.700 2.934.400 2.000.000 1.491.000 812.500 750.000 680.000 500.000 450.000 390.000 13.027.600
Toelichting top 10 grootste financiële risico's Omschrijving risico De gemeente Lelystad heeft voor een bedrag van ca. € 30,2 miljoen euro (stand 31-12-23 ) leningen verstrekt aan diverse partijen. Het risico bestaat dat deze partijen op enig moment niet in staat zijn om aan hun aflossingsverplichtingen te voldoen, danwel failliet gaan waarmee het gehele restant leningbedrag wellicht niet teruggehaald kan worden. Het risico dat alle partijen tegelijk in Verstrekte leningen betalingsproblemen geraken en het volledige uitstaande bedrag niet verhaald kan worden is klein, maar niet nihil. We nemen daarom een kans op van 10%. Beheersmaatregel De financiële situatie van de partijen waaraan de leningen verstrekt zijn monitoren, en waar nodig afspraken aanpassen of een voorziening instellen.
Garantstellingen
Jeugdzorg
Omschrijving risico De gemeente Lelystad heeft voor ca. € 29,3 miljoen euro (stand per 31-12-23) aan garantstellingen verstrekt. Een aantal van de grootste garanties is verstrekt aan verbonden partijen. Een garantstelling wordt ingeroepen op moment dat een partij niet aan de betalingsverplichtingen kan voldoen. Doorgaans is dat pas het geval bij faillissement of surseance van betaling. De kans dat dit gebeurt is niet heel groot, zeker niet in het geval van verbonden partijen, daarbij zal in een eerder stadium gestuurd worden op het bijstellen van de koers, danwel dat er vanuit de gemeente tijdelijke aanvullende maatregelen worden genomen. In de afgelopen 10 jaar is er één keer een borgstelling ingeroepen (faillissement Aviodrome). Het voorgaande in aanmerking nemend schatten wij de kans dat dit risico zich voordoet op 10%. Beheersmaatregel Een garantstelling wordt doorgaans zonder voorwaarden verstrekt, immers dat is juist de zekerheid die een garantstelling geeft voor de financier. Als wij een garantstelling verstrekken aan een partij waarin wij geen juridisch belang hebben, is er dus ook geen mogelijkheid om bij te sturen op de koers van die organisatie of instelling. Het risico is dan lastig te beheersen. Het is vooral zaak om vooraf goed na te denken over de mogelijke risico's.
Omschrijving risico Het toekomstig financieel jaarresultaat decentralisatie jeugdzorg wordt beïnvloed door een aantal belangrijke onzekerheden: - hoger beroep op specialistische GGZ door toename complexe problematiek; - hogere kosten door (landelijke) ontwikkeling naar kleinere groepen in de residentiële jeugdhulp, lagere caseload en landelijke tarieven in de jeugdbescherming en jeugdreclassering; - stijgende tarieven door toename van m.n. energie- en loonkosten; - de impact van de Hervormingsagenda Jeugd is nog niet bekend. Onzeker is of de maatregelen de geschatte kostenbesparing opleveren en hoe realistisch tijdige realisatie is. Een overschrijding van het budget van 10% wordt als meest negatieve scenario gezien. We nemen daarom een risico op van € 4.000.000,-. De kans dat dit scenario zich voordoet is niet nihil, maar ook niet 100% zeker. We nemen daarom een kans op van 50%. Beheersmaatregel Via het plan Knoppenplan Jeugdzorg Lelystad (juli 2024) is richting gegeven voor maatregelen om de jeugdzorg voor de toekomst houdbaar en betaalbaar in te richten (WAT). Via een - in dialoog met betrokken partners en raad - nog op te stellen programmaplan zal hieraan in het vierde kwartaal 2024 verder invulling worden gegeven (HOE).
Ontwerp programmabegroting 2025 en meerjarenraming 2026 – 2028
83
Top 10 grootste financiële risico's
Omschrijving risico
Beheersmaatregel
Omschrijving risico De gemeente werkt veel met vertrouwelijke gegevens die beslist niet openbaar mogen worden zoals persoonsgegevens. Met de komst van de decentralisaties is de hoeveelheid privacygevoelige informatie alleen maar groter geworden. Met de komst van de cloudstrategie is de (vertrouwelijke) data geografisch verspreid. Met de toenemende, steeds professionelere dreiging van aanvallers in combinatie met het steeds grotere ‘aanvalsoppervlak’, kan dit leiden tot meer incidenten op gebied van beschikbaarheid, integriteit en vertrouwelijkheid van de data. Gemeente Lelystad dient weerbaar en altijd alert te zijn op cyber-aanvallen, zeker gezien de toenemende dreiging (dreigingsbeeld IBD 2023_2024) en de strengere wetgeving 'Cyberbeveiligingswet' die de Europese richtlijn NIS2 in 2025 met zich meebrengt. Mocht een incident (bijvoorbeeld een datalek of dataencryptie) toch plaatsvinden, kan de impact daarvan hoog zijn. Daarnaast kost het dichten van beveiligingslekken in systemen en het aantoonbaar voldoen aan wet- en regelgeving wel steeds meer capaciteit, waardoor het risico bestaat dat dit ten koste gaat van andere geplande (ICT-)activiteiten. De exacte hoogte van de financiële schade is op voorhand lastig te kwantificeren. Bij de ransomware aanval bij Hof van Twente in 2021 bedroeg de financiële schade ca. €4,2 miljoen.
Dit bedrag is als basis genomen en in 2023 met 10% geindexeerd, waardoor in de vorige paragraaf weerstandsvermogen een risico was opgenomen van € 5,5 mln. Met de inflatie en indexatie in 2024 (2,8%, bron: de nederlandse bank) hebben we het schadebedrag 2,8% verhoogd. Hiermee komt de inschatting van de financiële schade uit op €5,65 miljoen. De 25% kans is gebaseerd op het Gartner-rapport waarin staat dat minstens 75% van de organisaties tussen 2022-2025 te maken heeft met één of meerdere ransomware aanvallen. Informatiebeveiliging Daarnaast kan de Rijksinspectie Digitale Infrastructuur (RDI) een boete opleggen bij het niet voldoen aan de Cyberbeveiligingswet. en privacy Tevens kan de Autoriteit Persoonsgegevens (AP) een boete opleggen voor het niet naleven van de AVG (bescherming persoonsgegevens). Er is door de AP in gemeenteland een enkele keer een boete uitgedeeld (gemeente Voorschoten €30.000 en de gemeente Enschede €600.000 hoewel die boete later door de rechter nietig is verklaard.). Op grond hiervan wordt het geschatte schadebedrag op €310.000 bepaald. Totaal risicobedrag €5,65 mln. + €0,31 mln. is €5,96 miljoen. Beheersmaatregel Om de beveiliging van informatie te waarborgen heeft de gemeente informatiebeveiligingsbeleid en is de CISO functionaris adviserend en controlerend op de invulling van dit beleid.
Naast eigen (ICT) beheersmaatregelen is de gemeente aangesloten bij de Informatie Beveiligingsdienst (IBD). Zij voorzien de aangesloten gemeenten van dreigingsbeelden, adviezen en factsheets die de kans op incidenten verkleinen. Om planmatig mee te groeien met de toenemende dreiging, zijn binnen LelystadDigitaal2025 meerdere projecten opgevoerd en gestart die bijdragen aan het verhogen van de digitale weerbaarheid. In 2024 is o.a. een onderzoek uitgevoerd naar de stappen die gezet moeten worden om te gaan voldoen aan de nieuwe Cyberbeveiligingswet. In het kader van informatiebeveiliging is de Baseline Informatiebeveiliging Overheid (BIO) de norm, zowel voor eigen ICT als ook voor de Clouddiensten; in het kader van de Privacy is de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) de leidraad. Er is onder leiding van de FG (Functionaris Gegevensbescherming) veel aandacht besteed aan bewustwording en worden doorlopend adviezen gegeven over hoe om te gaan met persoonsgegevens. De kans op incidenten wordt als uitvloeisel van beleid en bijbehorende maatregelen verkleind. Tevens voert de FG periodiek IT-audits uit.
Ontwikkelingen Veiligheidsregio
Omschrijving risico Er zijn veel ontwikkelingen die zowel een negatief als positief effect kunnen hebben op de bijdrage die wij als gemeente moeten betalen aan de veiligheidsregio. Het grootste risico dat door de Veiligheidsregio wordt aangemerkt is de ontwikkeling inzake verplichtend karakter (voorheen taakdifferentiatie) bij de brandweer, welke ontstaat door de Europese wetgeving en een uitspraak van het Europese hof. Uitgangspunt is wel dat het Rijk deze kosten betaalt. Maar het besluit hierover is inmiddels drie keer uitgesteld. Door het uitstellen door de jaren heen, wordt het risico steeds groter. Daarom nemen we een kans op van 65%. Beheersmaatregel Ontwikkelingen worden nauwlettend gevolgd. Het ministerie was voornemens om in 2023 een besluit te nemen. Echter deze besluitvorming is uitgesteld. Voor de frictiekosten heeft de Veiligheidsregio een reserve opgenomen.
Ontwerp programmabegroting 2025 en meerjarenraming 2026 – 2028
84
Uitkering gemeentefonds
Omschrijving risico De gemeente ontvangt ieder jaar een uitkering uit het gemeentefonds. Het gaat hierbij om de algemene uitkering, de ICL uitkering en diverse decentralisatie- en integratieuitkeringen. De hoogte van deze uitkeringen wordt jaarlijks begroot op basis van de informatie uit de circulaires. De bijdrage die iedere gemeente ontvangt hangt af van diverse variabelen, die in bepaalde gevallen ook van elkaar afhankelijk zijn. Relatief gezien gaat het dan misschien niet om grote afwijkingen, maar in absolute zin gaat het dan om grote bedragen (een aanpassing van 1% leidt meteen tot een afwijking van ruim €1,5 miljoen op de algemene uitkering). Een eventuele afwijking kan voor- of nadelig uitpakken, waarbij geldt dat de onzekerheid toeneemt richting de toekomst. Op dit moment wordt het effect ingeschat op +€2.500.000 en -€2.500.000. De kans op een negatieve afwijking wordt op basis van kennis en ervaring ingeschat op 30%. Onzekerheden richting de toekomst (2026 en verder): 1. Er is de afgelopen jaren veel gesproken over de nieuwe financieringsystematiek van gemeenten met ingang van 2026. In aanloop daarnaartoe is reguliere 'trap op / trap af' systematiek buiten werking gesteld, met als gevolg dat gemeenten er in totaliteit zo'n €2 miljard tot € 3 miljard per jaar op achteruit gaan met ingang van 2026.
Dit is de voornaamste oorzaak van het tekort waar veel gemeenten zich voor gesteld zien met ingang van 2026. In de gemeentebegroting zit dit effect reeds verwerkt en vormt derhalve geen aanvullend risico. Wat wel een risico vormt is de achterblijvende compensatie voor volume- / loon- en prijs ontwikkelingen binnen de nieuwe financieringsystematiek. De groei van de algemene uitkering wordt gekoppeld aan de groei van het bruto binnenlands product; dat levert weliswaar een stabielere uitkering op, maar het is per saldo ontoereikend om de stijgende (zorg)kosten van dekking te kunnen voorzien. Voor de kostenontwikkeling binnen de Wmo zijn hier al eerste afspraken over gemaakt met het demissionaire kabinet. De VNG voert hierover nog gesprekken met het nieuwe kabinet, om ook in de verdere toekomst de ontwikkeling van de inkomsten gelijke tred te laten houden met de ontwikkeling van de uitgaven. 2. Daarnaast is de herijking van het achterliggende verdeelmodel van de algemene uitkering al enige tijd afgerond en zijn de herverdeeleffecten bekend. Het aangepaste verdeelmodel is ingevoerd en voor Lelystad betekent het een nadelig effect van €60 per inwoner. Dit herverdeeleffect is voor Lelystad in eerste instantie gemaximeerd op maximaal €22,50 per inwoner per jaar in 2025 en verder.
Dit structurele nadelige effect (van €22,50 per inwoner) is reeds in de begroting verwerkt en vormt geen risico meer. Tegelijkertijd is er wel een risico voor de jaren daarna, aangezien het totale nadelige herverdeeleffect voor Lelystad groter uit is gevallen (€60 per inwoner per jaar). Op basis van nieuwe onderzoeken zal er in de komende jaren nog een besluit genomen worden over het al dan niet effectueren van de resterende herverdeeleffecten. Op dit moment is daar nog geen aanvullende informatie over bekend. Beheersmaatregel Geen; de algemene uitkering wordt eenzijdig vastgesteld door het ministerie en gemeenten hebben hier geen invloed op.
Convenant aansluiting 9 op A6
Omschrijving risico Op 18 januari 2024 is de Bestuursovereenkomst Ontwikkeling Grootschalige Woningbouw ZuiderC (BOK) door de partijen ondertekend. Hierin is met betrekking tot aansluiting 9 op snelweg A6 het volgende opgenomen: “Aansluiting 9 van de A6 is in 2021 uitgevoerd als halve aansluiting (één van de twee rijrichtingen beschikt over een aansluiting). In het convenant “Landzijdige bereikbaarheid Lelystad Airport” (2014) tussen de Gemeente, de Provincie en het Ministerie van IenW is met artikel 5 lid 8 afgesproken dat als de Warandedreef (nu Laan van Nieuw Land) wordt aangesloten op aansluiting 9, er door de Gemeente een deel van de kosten voor de realisatie van de bestaande halve aansluiting (aansluiting 9) moet worden terugbetaald aan het Ministerie van IenW.” De hoogte van het bedrag is afhankelijk van het moment waarop de rondweg wordt aangesloten op aansluiting 9. Ervan uitgaande dat de Rondweg Lelystad Zuid in 2028 is gerealiseerd, bedraagt deze zogeheten convenantbijdrage € 2,72 mln. inclusief BTW en exclusief indexering vanaf 2017. In de BOK is voorts overeengekomen dat “de grootschalige woningbouw en de komst van de EBZ aanleiding geven om opnieuw naar deze afspraak te kijken.” Tot het moment dat hierover duidelijkheid is, is er voor de gemeente Lelystad sprake van een risico van € 2,72 mln. exclusief indexering vanaf 2017.
Dit kan betekenen dat de gemeente Lelystad, naar verwachting in 2028, eenmalig in de dekking van € 2,72 mln. plus indexering vanaf 2017 moet voorzien als het ministerie van IenW vasthoudt aan de afspraak in het convenant met betrekking tot de bijdrage van de gemeente. Beheersmaatregel In de BOK van ZuiderC die mede is ondertekend door het ministerie van IenW, is over de convenantsbijdrage afgesproken dat de grootschalige woningbouw en de komst van de EBZ aanleiding zijn om de afspraak m.b.t. de convenantsbijdrage opnieuw te bekijken. Het streven en de voorkeur van de gemeente Lelystad en het ministerie van BZK is dat het ministerie van IenW de aanspraak op de convenantsbijdrage laat vervallen (kans 50%). Als dat niet lukt, dan heeft het de voorkeur van de gemeente Lelystad om de convenantsbijdrage uit de gebiedsontwikkeling ZuiderC te dekken (kans 50%). Als blijkt dat ook dat niet mogelijk is, dan rest niets anders dan de convenantsbijdrage ten laste van de gemeente Lelystad te laten komen (kans 50%x50%=25%).
Ontwerp programmabegroting 2025 en meerjarenraming 2026 – 2028
85
Participatiebudget uitkeringen
Omschrijving risico De gemeente Lelystad ontvangt vanuit het Rijk een gebundelde uitkering (BUIG) voor het verstrekken van uitkeringen in het kader van de Participatiewet, IOAW, IOAZ en Bbz en het inzetten van loonkostensubsidie. Het Rijk stelt jaarlijks een macrobudget vast, dat vervolgens via een vastgestelde verdeelsystematiek over de gemeenten wordt verdeeld. Het macrobudget wijzigt door conjuncturele ontwikkelingen, effecten van rijksbeleid en loon- en prijsbijstelling. In het voor- en najaar ontvangen gemeenten vanuit het ministerie van SZW informatie omtrent de (verwachte) rijksbijdrage. De gemeentelijke begroting wordt ieder jaar geactualiseerd, zowel voor wat betreft de ontwikkeling van de uitkeringslasten, alsook voor wat betreft de ontwikkeling van de rijksbijdrage. De precieze hoogte van de Rijksbijdrage wordt pas definitief vastgesteld in het najaar van het lopende begrotingsjaar. Het gaat om een aanzienlijk bedrag, waarvan de hoogte afhankelijk is van diverse externe variabelen. Het risico bestaat dat de ontwikkeling van het rijksbudget gedurende het jaar uit de pas loopt met de ontwikkeling van de uitkeringslasten. Dit risico wordt ingeschat op €2.500.000 (zowel voor- als nadelig), waarbij de kans dat zich het meest nadelig effect voordoet ingeschat wordt als klein, en daarom nemen we een kans op van 20%.
Beheersmaatregel Door in te blijven zetten op het activeren en participeren van klanten in de bijstand (re-integratie en arbeidstoeleiding) wordt ingezet om binnen het beschikbare budget de regeling uit te voeren.
Verzekeringen
Omschrijving risico Stijging van de te betalen verzekeringspremies vanaf 2024 voor de brand- en risicoverzekering. Onze huidige polis loopt tot 31-12-2024. In 2024 wordt de brand- en risicoverzekering aanbesteed. Het risico is het volgende: er zijn 2 grote brandschades geweest, de brand van basisschool de Triangel in maart 2020 en de brand in basisschool de Laetare op 31-12-2020, deze schades zijn samen ruim 4 mln. Dit kan er toe leiden dat er niet voor 100% wordt ingetekend. Dit weten we pas als eind van het jaar de aanbesteding gereed is. Het 100% intekenen lukt wel of lukt niet, daarom zetten we de kans op 50%. Beheersmaatregel Meer toezicht rond de gemeentelijke gebouwen, in sommige gevallen zijn er camera's opgehangen. Meer contact in de wijk om problemen rond de gemeentelijke gebouwen, voornamelijk scholen, op tijd te signaleren en aan te pakken. Dit is een samenwerking tussen de politie, jeugd en gebouwenbeheer. Om de kans op 100% intekening te krijgen vergroten wordt de biedingsleidraad samen met gebouwenbeheer doorgenomen en waar nodig aangepast.
Omschrijving risico De gemeente Lelystad loopt als werkgever een risico met betrekking tot vergoedingen voor voormalig personeel. Het gaat om: - De WGA; de gemeente is 10 jaar eigen risicodrager voor verplichtingen die voortvloeien uit de arbeidsongeschiktheid van (ex)medewerkers. - De transitievergoeding (en eventueel een billijke vergoeding) moet betaald worden aan ex- medewerkers die op initiatief van de Gemeente uit dienst gaan. - RVU; in de CAO is de regeling vervroegd uittreden opgenomen waarbij medewerkers onder bepaalde voorwaarden maximaal 3 jaar eerder met pensioen kunnen met een aanvullende vergoeding vanuit de gemeente. Voormalig personeel Voor bovenstaande regelingen geldt dat de mate waarin een beroep gedaan wordt op de regelingen én de hoogte van de vergoedingen onzeker is. Daarom nemen we hier een risico voor op van € 650.000,-. Dit risico bestaat uit verschillende onderdelen, waarbij de kans dat het risico zich voordoet bij het ene onderdeel groter is dan bij het andere. We gaan uit van een gemiddelde kans van 60%. Beheersmaatregel Leidinggevenden worden ondersteund in het uitvoeren van hun verantwoordelijke taken op gebied van bovenstaande regelingen door P&O. Daarnaast geldt dat P&O monitort op instroom en hoogte vergoedingen. Op het moment dat bijstelling van de budgetten noodzakelijk blijkt wordt dit betrokken bij het opstellen van toekomstige begrotingen.
Vervallen risico’s Als risico’s zich voordoen of afgewend kunnen worden zijn ze niet langer actueel en worden ze niet meer opgenomen in de inventarisatie van de risico’s. Er zijn geen risico’s uit de vorige paragraaf weerstandsvermogen (jaarrekening 2023) komen te vervallen.
Ontwerp programmabegroting 2025 en meerjarenraming 2026 – 2028
86
2.2 Gewenste weerstandscapaciteit Zoals gezegd bestaat een risico uit de kans dat een gebeurtenis zich voordoet en het mogelijke gevolg wat dit met zich meebrengt. Op basis van het product ‘kans maal gevolg’ dient een aanpak gekozen te worden om met het risico om te gaan. Deze aanpak kan betrekking hebben op het verkleinen van de kans op een gebeurtenis of op het beperken van de gevolgen van een gebeurtenis. Het aanwenden van weerstandscapaciteit is gericht op het laatste. Het totaal risicobedrag van de top 10 van grootste risico’s, plus de overige risico’s uit de risicoinventarisatie en de risico’s voor het grondbedrijf, vormen samen de gewenste weerstandscapaciteit. Dit is in de tabel hieronder weergegeven:
Gewenste weerstands capaciteit Totaal Top 10 grootste financiële risico's Overige risico's Risico's grondexploitaties Totaal gewenste weerstands capaciteit
Omvang risico 13.027.600 1.204.675 11.787.000 26.019.275
In het volgende onderdeel wordt ingegaan op de beschikbare weerstandscapaciteit.
2.3 Beschikbare weerstandscapaciteit De beschikbare weerstandscapaciteit bestaat uit het totaal van de algemene reserve, de door de raad bij de jaarrekening 2022 ingestelde dempingsreserve, en de egalisatiereserve grondexploitatie.
Beschikbare weerstandscapaciteit
Stand 31-12-2023
Algemene reserve AD
23.603.651
Dempingsreserve
6.000.000
Egalisatiereserve grondexploitatie
9.475.579
Totaal
39.079.230
Ontwerp programmabegroting 2025 en meerjarenraming 2026 – 2028
87
2.4 Bepaling weerstandsvermogen De raad heeft de norm vastgesteld voor het weerstandsvermogen op 1,5 maal het totaal van het benodigd risicobedrag, met een ondergrens van 1,2 en een bovengrens van 1,8. In de tabel hieronder wordt de norm van het weerstandsvermogen weergegeven.
Risicobedrag
Norm
26.019.275 26.019.275 26.019.275
1,2 1,5 1,8
Ondergrens weerstandsvermogen 1,2 Vastgestelde norm weerstandsvermogen 1,5 Bovengrens weerstandsvermogen 1,8
Weerstandsvermogen 31.223.130 39.028.913 46.834.695
De beschikbare weerstandscapaciteit bedraagt €39.079.000. Dit houdt in dat er voldoende weerstandsvermogen aanwezig is om aan de norm van 1,5 keer het risicobedrag (€39.028.913) te voldoen. Daarnaast blijft de beschikbare weerstandscapaciteit tussen de bandbreedte van 1,2 en 1,8. Dit wordt in onderstaande tabel grafisch weergegeven.
Verloop weerstandsvermogen 50.000 45.000 40.000 35.000 30.000
Beschikbare weerstandscapaciteit
25.000
Bovengrens
20.000
Norm risicobedrag
15.000
Ondergrens
10.000 5.000 0 februari
september 2020
Maart
september 2021
Maart
september 2022
Maart
september 2023
Maart
september 2024
Ontwerp programmabegroting 2025 en meerjarenraming 2026 – 2028
88
3. Onderhoud kapitaalgoederen In deze paragraaf wordt conform de artikelen 9 en 12 van het Besluit Begroting en Verantwoording Provincies en Gemeenten (BBV) inzicht gegeven in ‘het onderhoud van de kapitaalgoederen’. Deze kapitaalgoederen vormen de infrastructuur van de openbare ruimte: gebouwen, wegen, openbare verlichting, civiele kunstwerken, water en riolering (infrastructuur), openbaar groen en sportfaciliteiten (voorzieningen). Na aanleg vergen deze kapitaalgoederen regelmatig onderhoud om de openbare ruimte aantrekkelijk te houden, de veiligheid te garanderen en de functionaliteit van deze kapitaalgoederen actueel te houden, zodat deze zoveel mogelijk blijven aansluiten op de veranderingen in en de wensen en behoeften vanuit de samenleving. Kerncijfers Lelystad is ruim 76.000 ha. groot. Hiervan bestaat 24.000 ha. uit land en het overige uit water.
Areaal openbare ruimte
Eenheden
Lichtmasten Speeltoestellen Civiele kunstwerken Bomen Verkeersregelinstallaties Bussluis installaties Riolering (DWA/ RWA/ Blusriool) Riolering (Persleidingen) Verharding Groen Bossen Ecozone / natuurterrein Totaal m2 openbare ruimte
25.921 Stuks 1.647 Stuks 298 Stuks 44.898 Stuks 10 Stuks 3 stuks 722.878 m1 82.627 m1 6.324.061 m2 9.198.399 m2 4.845.354 m2 190.598 m2 20.558.412 m2
Openbare ruimte (Wegen, Riolering, Water en Groen) De kaders voor het onderhoud van de openbare ruimte zijn vastgelegd in het „Kwaliteitsstructuurplan Lelystad” (KSP) met een bijbehorende kostenraming, door de raad vastgesteld op 14 februari 2003. Een belangrijk onderdeel van het KSP is het Beleidsplan Openbare Ruimte (BOR) waarin de visie op de openbare ruimte wordt verwoord. Er is geen standaardeenheid van kwaliteit, maar er kan per gebied en per onderdeel gevarieerd worden. In het KSP is dit in de vorm van matrixoverzichten nader uitgewerkt. De meerjarenraming openbare ruimte, die regelmatig wordt geactualiseerd (2015), geeft een onderbouwing dat de openbare ruimte van Lelystad ook op lange termijn - mits sober en doelmatig - te onderhouden is met inzet van de beschikbare middelen, inclusief de ICL-uitkering. Hierbij wordt uitgegaan van onderstaande kwaliteitsambitie, door de raad vastgesteld op 28 april 2020. huidige kwaliteitsambitie Technische staat Netheid
Groen Groen buiten binnen SubBedr. Them. Hoofd- PolderCentrum centrum Terrein Wonen Wonen de stad de stad Hoofdw. fietsnet. wegen Hoog / A Basis / B Sober / C Sober / C Sober / C Sober / C Sober / C Sober / C Sober / C Sober / C Hoog / A Basis / B Sober / C Sober / C Sober / C Sober / C Sober / C Basis / B Sober / C Sober / C
Kwaliteitniveau beheer en onderhoud (CROW, publicatie 288)
Deze bijgestelde kwaliteitsambitie zal als basis dienen voor de herijking van de meerjarenraming openbare ruimte. Voor het onderdeel ‘riolering’ is een uitzondering gemaakt en wordt de doorkijk genomen tot het jaar 2065. Het onderdeel ‘riolering’ is separaat uitgewerkt in het Gemeentelijk RioleringsPlan (GRP 2022-2031) wat door de raad is vastgesteld op 1 november 2022. De kwaliteit van de kapitaalgoederen en het onderhoud daarvan is bepalend voor het voorzieningenniveau en de jaarlijkse lasten, waarvoor financiële middelen moeten worden vrijgemaakt.
Ontwerp programmabegroting 2025 en meerjarenraming 2026 – 2028
89
Het onderhoud wordt door middel van Dagelijks Onderhoud (DO) en Groot Onderhoud (GO) uitgevoerd. Het DO betreft jaarlijks terugkerende werkzaamheden die zoveel als mogelijk planmatig worden uitgevoerd en onderdeel uitmaken van de reguliere begroting. In het GO vinden periodiek terugkerende werkzaamheden plaats die worden uitgevoerd op basis van inspectie naar de onderhoudstoestand van het kapitaalgoed. Het GO wordt bekostigd uit de grootonderhoudsvoorzieningen omdat de kosten over de jaren heen kunnen fluctueren. Zijn de DO- en GO-ingrepen niet voldoende om de functionele kwaliteit te waarborgen, dan worden bij de voorbereiding van GO, aanvullende maatregelen voorgesteld. Dit is het geval bij functieveranderingen, onder andere door gewijzigd beleid (bijvoorbeeld duurzaam veilig verkeer, invoeren politiekeurmerk veilig wonen). De werkzaamheden in het GO worden opgenomen in het voortschrijdend integrale meerjarenprogramma Groot Onderhoud (IGOR) waarin naast wegen, straten, pleinen (WSP) ook groen, openbare verlichting, watergangen, civiele kunstwerken, spelen en riolering zijn opgenomen. Het IGOR wordt jaarlijks geactualiseerd en na besluitvorming budgetneutraal verwerkt in de begroting Gebouwen De gemeente heeft gebouwen in eigendom zoals scholen, MFA’s, Agora, Kubus, parkeergarages, brandweerkazerne, Stadhuis, de werf aan de Wigstraat, etc.
Voor het onderhoud van deze gebouwen is een Meerjarenonderhoudsprogramma (MJOP) opgesteld, dat jaarlijks wordt geactualiseerd op basis van inspecties. Met het MJOP als basis wordt jaarlijks het werkprogramma voor het daaropvolgende jaar voorbereid. De bekostiging is deels onderdeel van de reguliere begroting (DO) en loopt deels via de onderhoudsvoorziening (GO). Kunstobjecten (cultureel) In de Auteurswet van 1912 is vastgelegd dat eigenaren van een kunstwerk de verplichting hebben dit werk naar behoren te beheren. Als eigenaar van een groot aantal kunstwerken draagt ook de gemeente deze verantwoordelijkheid. Voor de kunstwerken in de openbare ruimte in gemeentelijk bezit is in 2006 een systematische meerjarig onderhoudsprogramma geïntroduceerd. Vanaf 2006 vindt het onderhoud van de beeldende kunst conform dit programma plaats. De ‘Zuil van Lely’ ondergaat periodiek een uitvoerige technische inspectie naar de constructie. Deze inspectie heeft in 2023 plaats gevonden, waarbij op grond van de bevindingen in 2024 noodzakelijk onderhoud aan dit kunstwerk is uitgevoerd. Onderhoudsvoorzieningen Voor het in stand houden van de kapitaalgoederen zijn er voor het uitvoeren van groot onderhoud verschillende onderhoudsvoorzieningen. De stand van deze voorzieningen en het verloop daarvan als gevolg van stortingen en onttrekkingen in een jaar is opgenomen in hoofdstuk 4.5 van deze begroting.
Stortingen vinden plaats op basis van vastgestelde meerjarenramingen en onttrekkingen vinden plaats op basis van vastgestelde onderhoudsplannen en incidenteel op basis van separate besluitvorming. Onderhoudsplannen: -
Meerjarenonderhoudsprogramma Gebouwen (MJOP) Integraal Grootonderhoud Openbare Ruimte (IGOR)
Ontwerp programmabegroting 2025 en meerjarenraming 2026 – 2028
90
4. Financiering De basis voor het handelen van de gemeente op het gebied van financiering is de Wet Financiering Decentrale Overheden (FIDO). De Wet FIDO stelt regels voor het financieringsgedrag van gemeenten. Voor Lelystad is deze regelgeving vertaald in het treasurystatuut. Het belangrijkste uitgangspunt van deze wet is het beheersen van de uit de treasuryfunctie voortvloeiende risico’s. Dat blijkt uit de volgende twee randvoorwaarden: • •
Het aangaan en verstrekken van leningen en het verlenen van garanties is alleen toegestaan voor de uitoefening van de publieke taak; Uitzettingen (het verstrekken van leningen en het eventueel uitzetten van deposito’s) moeten een prudent karakter hebben en mogen niet gericht zijn op het genereren van inkomsten door het lopen van overmatige risico’s.
Risicobeheer financieringsportefeuille Renterisico Dit is het risico dat de gemeente wordt geconfronteerd met sterke rentestijgingen voor haar lopende geldleningen. In het algemeen wordt dit risico beperkt door het gespreid over de lopende jaren afsluiten van langlopende geldleningen met een vast rentepercentage. Kredietrisico Dit is het risico dat de gemeente loopt bij het verstrekken van geldleningen aan rechtspersonen die in financiële problemen kunnen komen. Vanwege de invoering van het schatkistbankieren moeten decentrale overheden de liquiditeitsoverschotten verplicht beleggen bij de Staat der Nederlanden. Eind 2013 is de wet FIDO op dit punt aangepast. Liquiditeitsrisico Het risico dat de gemeente op de korte termijn niet genoeg geld beschikbaar heeft of kan krijgen om aan haar korte termijnverplichtingen te voldoen, wordt het liquiditeitsrisico genoemd. De afgelopen jaren was er steeds sprake van een liquiditeitstekort met name door substantiële investeringen. Om een goed inzicht te krijgen in de vraag hoeveel moet worden geleend en met welke looptijd, zal aandacht worden geschonken aan de liquiditeitsprognose. Debiteurenrisico Er bestaat een risico dat gemeentelijke debiteuren hun rekeningen niet (op tijd) betalen.
Dit risico wordt beperkt door debiteuren vooraf te laten betalen, opbrengsten tijdig te innen en het monitoren van de dubieusheid van vorderingen en tegenpartijen conform de richtlijnen op dit gebied. Eisen wet FIDO Publieke taak en prudent beleggen Conform het treasurystatuut komen leningen, uitzettingen en garanties alleen tot stand indien zij een publieke taak dienen en de uitzettingen een prudent karakter kennen. Kasgeldlimiet Ter beperking van het renterisico is in de wet FIDO een norm opgenomen ten aanzien van de maximale omvang van de kortlopende schulden (korter dan 1 jaar), de zogenaamde kasgeldlimiet. Deze limiet wordt berekend naar een vast percentage (8,5%) van het begrotingstotaal per 1 januari van het betreffende jaar. Voor 2025 bedraagt deze limiet circa €36,7 miljoen. Bij dreigende overschrijding van de kasgeldlimiet, wordt een deel van de kortlopende schuld omgezet in een langlopende schuld (geldlening langer dan 1 jaar).
Ontwerp programmabegroting 2025 en meerjarenraming 2026 – 2028
91
Kasgeldlimiet
3e kw 2023
4e kw 2023
1e kw 2024
2e kw 2024
362.053
362.053
401.382
401.382
in procenten van de grondslag
8,50%
8,50%
8,50%
8,50%
in bedrag
30.775
30.775
34.117
34.117
opgenomen gelden < 1 jaar
-
-
-
-
schuld in rekening-courant
-
-
-
-
Gestorte gelden door derden < 1 jaar
-
-
-
-
Derivaten contracten
-
-
-
-
Overige geldleningen niet zijnde vaste schuld
-
-
-
-
Totaal vlottende korte schuld
-
-
-
-
410
360
608
444
86.943
93.723
85.823
73.286
-
-
-
-
Totaal netto vlottende schuld
-87.353
-94.082
-86.431
-73.731
Toegestane kasgeldlimiet (1)
30.775
30.775
34.117
34.117
Ruimte (+)/ Overschrijding (-)
118.127
124.857
120.549
107.848
(bedragen x €1.000)
Grondslag omvang begroting per 1 januari 2023/2024 (1) Toegestane kasgeldlimiet
(2) Omvang vlottende korte schuld
(3) Vlottende middelen Contante gelden in kas
-
Tegoeden in rekening-courant Overige uitstaande gelden < 1 jaar Derivatencontracten (4) Toets kasgeldlimiet
Renterisiconorm De renterisiconorm ziet vooruit en is direct gerelateerd aan het budgettaire risico. De renterisiconorm heeft als doel om het renterisico bij herfinanciering te beheersen. De rente risiconorm houdt in, dat de jaarlijks verplichte aflossingen en de renteherzieningen niet meer mogen bedragen dan 20% van het begrotingstotaal. Verder wordt voor het renterisico uitgegaan van het bedrag van de te betalen aflossingen. Onderstaand is het renterisico t.o.v. de renterisiconorm in beeld gebracht.
Renterisico vaste schuld (bedragen x €1.000)
-1 Rente herzieningen -2 Aflossingen -3 Renterisico (1+2) -4 Renterisiconorm -5 Ruimte onder risiconorm (3-4) Berekening renterisiconorm (4a) Begrotingstotaal 2025 (4b) Percentage regeling -4 Renterisiconorm
2025
2026
2027
2028
13.167 13.167 86.248 73.081
3.167 3.167 86.248 83.081
2.417 2.417 86.248 83.831
2.417 2.417 86.248 83.831
431.238 20% 86.248
431.238 20% 86.248
431.238 20% 86.248
431.238 20% 86.248
Uit bovenstaande tabel blijkt dat in de periode 2025 tot en met 2028 het maximale renterisico lager is dan de renterisiconorm. Dit betekent dat de renterisiconorm, op basis van deze cijfers, niet overschreden zal worden. Bij het aantrekken van nieuwe langlopende leningen wordt ervoor gezorgd dat zodanige modaliteiten worden gekozen, dat de renterisiconorm niet overschreden wordt. Het blijft echter mogelijk dat in een bepaald jaar meer langlopende leningen moeten worden aangetrokken dan voorzien (meer dan maximaal nodig is om binnen de norm te blijven). In dat geval vindt vooroverleg met de provincie plaats.
Ontwerp programmabegroting 2025 en meerjarenraming 2026 – 2028
92
Eisen BBV Met ingang van begrotingsjaar 2018 is voorgeschreven dat de totaal doorberekende interne rente (op basis van een omslagrente) gelijk moet zijn aan de totale rentelasten, waardoor niet (of nauwelijks) meer sprake is van een renteresultaat. Doel is het bevorderen van een eenduidige handelwijze met betrekking tot rente door gemeenten (harmonisering), stimuleren dat gemeenten de (verwachte) werkelijke rentelasten opnemen in de begroting en jaarstukken, en het eenduidig inzichtelijk maken van hoe de gemeenten met rente zijn omgegaan (transparantie). We voldoen met ingang van de begroting 2018 aan de gewijzigde systematiek van de rente omslagmethode. De omslagrente voor 2025 is ongewijzigd 0,25%. In onderstaand schema wordt inzicht gegeven in de rentelasten, het renteresultaat en de wijze waarop rente wordt toegerekend aan investeringen, grondexploitaties en projecten.
Renteberekening Bij a De externe rentelasten over de korte en lange financiering Af b De externe rentebaten Saldo rentelasten en rentebaten (a - b) Af c1 De rente die aan de facilitaire grondexploitatie moet worden doorberekend c2 De rente van projectfinanciering die aan het betreffende taakveld moet Af worden toegerekend (voorbeeld: riolering) De rentebaat van doorverstrekte leningen indien daar een specifieke lening voor is aangetrokken (= projectfinanciering), die aan het betreffende taakveld moet worden toegerekend Bij Saldo doorberekende rente (c) Aan taakvelden toe te rekenen externe rente (a - b) + (c) Bij d1 Rente over eigen vermogen Bij d2 Rente over voorzieningen Totaal geraamde / werkelijk aan taakvelden toe te rekenen rente (a - b) + (c) + d1 + d2 Af e De aan taakvelden toegerekende rente (renteomslag)* f Renteresultaat op het taakveld Treasury (a - b + c + d1 + d2 - e) (Im)matteriële en financiële VA en BIE integraal gefinancierd Berekende renteomslag o.b.v. aan taakvelden toe te rekenen externe rente Berekende renteomslag o.b.v. aan taakvelden toegerekende rente(omslag)
2024 2025 2026 2027 2028 Begroot Begroot Begroot Begroot Begroot 996 643 352 701 1.337 1.019 709 409 109 109 -23 -67 -57 592 1.228 226 17 55 60 -15
226 -250 -250
17 -84 -84
55 -113 -113
60 532 532
-15 1.243 1.243
409 -658
723 -807
836 -948
1.011 -479
992 251
216.454 -0,12% 0,19%
236.686 -0,04% 0,31%
265.172 -0,04% 0,32%
315.611 0,17% 0,32%
333.362 0,37% 0,30%
Financieringsbehoefte De behoefte aan nieuwe externe financieringsmiddelen is afhankelijk van een aantal zaken: de gemeentelijke vaste activa en voorraden bouwgrond, ontwikkeling van de interne financieringsmiddelen (reserves en voorzieningen), ontwikkeling van de bestaande schuldpositie en de mutaties in het gemeentelijk werkkapitaal. Op basis van de balansprognose is het financieringstekort 2025 geraamd op circa €199 miljoen. Voor 2025 wordt er geen langlopende financieringsbehoefte verwacht. Financieringsbehoefte (bedragen x €1.000)
Vaste activa Vlottende activa Te financieren boekwaarde Reserves Voorzieningen Vaste geldleningen Aflossingen vaste geldleningen Beschikbare vaste financieringsmiddelen Financieringstekort Benodigde financieringsmiddelen Vlottende passiva Beschikbaar kortlopende middelen (kasgeldlimiet) Op te nemen vaste geldleningen
2025
2026
2027
2028
319.430 165.780 485.210 108.618 133.253 58.000 -13.167 286.705
342.217 134.536 476.753 96.243 142.562 44.833 -13.167 270.471
376.155 117.528 493.683 77.757 149.615 41.666 -3.167 265.870
405.943 108.866 514.809 73.656 160.159 39.250 -2.417 270.647
198.506 183.894 30.000 -
206.282 191.671 30.000 -
227.812 223.201 30.000 -
244.161 240.300 30.000 -
Ontwerp programmabegroting 2025 en meerjarenraming 2026 – 2028
93
Rentevisie Korte rente kenmerkt zich door sterke fluctuaties. Wanneer de inflatie laag blijft, zal de korte rente zich op een laag niveau begeven. Tot medio 2022 zijn de korte rentes zeer laag met een niveau van rond de -0,40%. Als gevolg de sterk oplopende inflatie is het ruime monetaire beleid van de ECB afgebouwd. De ECB heeft sinds juli 2022 de herfinancieringsrente verhoogd naar 4,25%. Door de dalende inflatie is de ECB in 2024 gestart met het verlagen van de herfinancieringsrente. De verwachting is dat deze verder zal dalen in 2025. De lange rentes zijn in 2024 stabiel gebleven De verwachting voor 2025 is dat de lange rente tussen de 3,00% en 4,00% zal bewegen. Onderstaande grafiek laat zien dat de rentes enorm kunnen fluctueren. In de rentestrategie moet de gemeente hier prudent mee omgaan.
Ontwerp programmabegroting 2025 en meerjarenraming 2026 – 2028
94
5. Bedrijfsvoering In deze paragraaf wordt ingegaan op de ontwikkelingen die van invloed zijn op de gemeentelijke bedrijfsvoering. Deze bedrijfsvoering omvat de sturing en beheersing van de primaire en ondersteunende processen binnen de gemeente en is faciliterend aan het realiseren van de beleidsdoelstellingen uit de verschillende taakvelden. In deze paragraaf zullen de diverse aspecten per thema worden behandeld, waarbij in voorkomende gevallen ingegaan zal worden op een aantal meerjarige ontwikkelingen. Strategische doelen voor de stad – een ambitieuze organisatie De gemeente Lelystad heeft in het Raadsakkoord en het Verhaal van Lelystad ambitieuze doelen gesteld. Om deze waar te maken, is een gemeentelijke organisatie nodig die wendbaar, lerend en in staat is om in te spelen op veranderingen. In 2024 wordt gewerkt aan het organisatieplan 2025-2030, met een implementatieplan dat begin 2025 gereed is en daarna wordt uitgevoerd. Als organisatie richten we ons op de vooruitgang van inwoners, ondernemers, maatschappelijke instellingen en organisaties en bezoekers van Lelystad, door altijd dichtbij, persoonlijk, gastvrij en eigentijds te zijn.
Om deze kwaliteit te behouden is er aandacht voor strategische personeelsplanning, technologische innovatie en het verbeteren en optimaliseren van werkprocessen We zoeken continu hoe we op een slimme manier onze bestaande formatie het best kunnen inzetten. De organisatievorm moet dienend zijn om de ontwikkeling te ondersteunen. Doorontwikkeling organisatie Met het organisatieplan en de implementatie zorgen we voor een duidelijke verbinding tussen de strategische doelen vanuit het Raadsakkoord en het Verhaal van Lelystad naar de gemeentelijke organisatie. We blijven onze capaciteit en kennis afstemmen op de opgaven en ontwikkelingen via een strategische personeelsplanning, die in 2024 is doorontwikkeld. Lelystad heeft grote ambities en daarom hebben we de juiste mensen op de juiste plaats nodig. Onze aanpak richt zich op het vinden, binden en ontwikkelen van talenten. Dit gaat verder dan alleen de inclusieve en kleurrijke arbeidsmarktcampagne en communicatie. Er wordt ingezet op inclusieve werving, marktconforme arbeidsvoorwaarden, loopbaanontwikkeling, duurzame inzetbaarheid en talentontwikkeling. Informatievoorziening Lelystad Digitaal 2025 Om transparante en toegankelijke dienstverlening te realiseren en effectief aan wetgeving te voldoen, is het noodzakelijk om de kwaliteit van dossiers en data te verbeteren.
Toegang tot bedrijfssoftware, data, documenten en cijfers is hierbij cruciaal. Niet alleen kunnen beleid en strategie worden bepaald op basis van juiste informatie, maar ook in de uitvoering speelt integrale informatievoorziening een essentiële rol. In 2023 is het programma Lelystad Digitaal 2025 (LD2025) van start gegaan. De projecten binnen dit programma ondersteunen de Lelystadse opgaven, nieuwe wetgeving en het Raadsakkoord 2022-2026. Doel is om in 2025 projecten effectief te starten, waarbij niet alleen naar nieuwe systemen wordt gekeken, maar ook naar noodzakelijke verandering van werkprocessen en inzet van nieuwe technologie, zoals bijvoorbeeld Artificial Intelligence (AI). Er wordt gestuurd op beschikbare en cruciale resources, samenwerking bij het uitvoeren van projecten en het succesvol afronden van projecten. In de jaren 2023 en 2024 is onder andere hard gewerkt aan drie grote projecten; waarin we de kernsystemen van het sociaal domein per juni 2024 hebben vervangen; en in het fysiek domein een nieuwe applicatie en processen hebben ingericht ten behoeven van de Omgevingswet. In 2024 is de basis gelegd voor zaakgericht werken/grip op informatie door de inrichting van een zaaktype catalogus en het nieuwe zaaksysteem. Dit moet allemaal gaan bijdragen aan de verdere optimalisatie van de dienstverlening.
Voor LD2025 zijn innovatieve dienstverlening, grip op informatie en een lerende, wendbare organisatie essentieel. Dit betekent dat we in 2025 verder werken aan het optimaliseren van de digitale dienstverlening en het verbeteren van de grip op informatie. Daarbij is het borgen van goed opdrachtgeverschap en opdrachtnemerschap van groot belang. Hierbij is het ook belangrijk bewust keuzes te maken omdat de organisatie nu eenmaal niet alles tegelijkertijd kan. Daarom is in 2024 gestart met de ontwikkeling van programma- en portfoliomanagement, wat in 2025 verder wordt vormgegeven.
Ontwerp programmabegroting 2025 en meerjarenraming 2026 – 2028
95
Tegelijkertijd wordt vooruit gekeken naar 2026-2030 om de digitale transformatie te benutten voor een groeiend aantal inwoners en veranderende wetgeving. Informatiebeveiliging en privacy De gemeente heeft veel openbare informatie, maar beheert ook privacygevoelige gegevens die beschermd moeten worden. Om cybercriminaliteit tegen te gaan, wordt informatiebeveiliging serieus genomen. Het gemeentelijk informatiebeveiligingsbeleid waarborgt de veiligheid van gegevens, en er wordt blijvend geïnvesteerd in bewustwording, up-to-date kennis en systemen. Aandacht voor privacy en advies over gegevensbescherming zijn daarbij continu aanwezig. Concernbrede bedrijfsvoering De kosten voor de concernbrede bedrijfsvoering zijn bijeengebracht op taakveld 0.4 ‘Overhead’. De in de overige taakvelden opgenomen lasten beperken zich tot de direct aan de activiteiten toe te rekenen kosten. Door deze systematiek toe te passen is het makkelijker een beeld te vormen van de directe financiële consequenties van een gemeentelijke activiteit. In de tabel hieronder worden de bedrijfsvoeringskosten binnen taakveld 0.4 nader gespecificeerd. Voor het vaststellen van het bedrijfsvoeringstarief worden alle kosten binnen taakveld 0.4 meegenomen. Een en ander conform de rekenregels in de BBV.
Overheadkosten (Taakveld 0.4) (bedragen x €1.000) Bedijfsvoeringskosten ICT Centrale ondersteuning Directie en management Administratie en ondersteuning Huisvesting Overhead primaire afdelingen Totaal Bedijfsvoeringskosten Overige kosten taakveld 0.4 overhead Gemeentelijke gebouwen Primaire productie Totaal Overige kosten taakveld 0.4 overhead Eindtotaal
2025
2026
2027
2028
10.194 7.407 4.104 2.527 4.127 894 29.252
9.661 7.407 4.104 2.527 4.192 893 28.784
9.013 7.404 4.104 2.527 4.272 893 28.214
9.025 7.411 4.104 2.527 4.288 893 28.249
3.961 2.156 6.117 35.370
3.956 2.156 6.112 34.896
3.950 2.156 6.107 34.321
3.945 2.156 6.101 34.350
In uitzonderingsgevallen kan het nodig zijn een volledig integrale kostprijs weer te geven, bijvoorbeeld bij subsidieregelingen en de berekening van kostendekkendheid van heffingen en legestarieven. Bij het bepalen van de bedrijfsvoering kosten wordt het hele taakveld 0.4 (baten en lasten gesaldeerd) meegenomen in het tarief. Hierbij wordt voor de productieve formatie (uitgaande van 1250 uur per fte) een bedrijfsvoeringsopslag van €57,67 per uur gehanteerd (was €57,20). Vastgesteld besluit: 0. De bedrijfsvoeringsopslag 2025 vast te stellen op €57,67.
Ontwerp programmabegroting 2025 en meerjarenraming 2026 – 2028
96
6. Verbonden partijen De gemeente Lelystad voert verschillende taken uit. Veel taken voeren we als gemeente zelf uit, maar er zijn ook taken die op afstand gezet zijn en door externe organisaties worden uitgevoerd. Er zijn verschillende manieren om zo’n taak of gemeentelijke doelstelling op afstand te zetten. De gemeente kan een taak uitbesteden door bijvoorbeeld subsidie te geven, een taak in te kopen of een taak samen met andere partijen uit te voeren. Een verbonden partij is een manier om een samenwerkingsverband vorm te geven. In deze paragraaf wordt een overzicht gegeven van de verbonden partijen waar de gemeente Lelystad aan deelneemt. Het Besluit Begroten en Verantwoorden (BBV) definieert een verbonden partij in artikel 1, lid b, c en d: 1.b verbonden partij: een privaatrechtelijke of publiekrechtelijke organisatie waarin de provincie onderscheidenlijk gemeente een bestuurlijk en een financieel belang heeft; 1.c financieel belang: een aan de verbonden partij ter beschikking gesteld bedrag dat niet verhaalbaar is indien de verbonden partij failliet gaat onderscheidenlijk het bedrag waarvoor aansprakelijkheid bestaat indien de verbonden partij haar verplichtingen niet nakomt. 1.d bestuurlijk belang: zeggenschap, hetzij uit hoofde van vertegenwoordiging in het bestuur hetzij uit hoofde van stemrecht.
Volgens deze definitie heeft de gemeente dus een bestuurlijk én financieel belang in een verbonden partij. Van een bestuurlijk belang is sprake indien de gemeente rechtstreeks invloed heeft op de besluitvorming binnen de verbonden partij. Een financieel belang is aan de orde als de gemeente financieel kan worden aangesproken wegens het functioneren van de verbonden partij of wanneer de gemeente geld kan kwijtraken bij een faillissement van een verbonden partij. Participaties in naamloze vennootschappen, besloten vennootschappen, vennootschappen onder firma, commanditaire vennootschappen en gemeenschappelijke regelingen vallen onder het begrip verbonden partij. Stichtingen en verenigingen kunnen ook als verbonden partij worden aangemerkt. Een stichting of vereniging die jaarlijks subsidie ontvangt, maar waaraan geen andere financiële verplichtingen zitten met een juridische afdwingbaarheid door derden, is echter geen verbonden partij. Eveneens is geen sprake van een verbonden partij als er een lening of garantstelling verstrekt is aan een partij waar we geen bestuurlijk belang in hebben. Meer informatie over het beleid omtrent verbonden partijen is te vinden in de nota Verbonden Partijen die in april 2024 is vastgesteld door de raad. Toelichting bij het overzicht In deze paragraaf wordt een overzicht gegeven van de verbonden partijen die de gemeente Lelystad heeft.