BL Ontwerp programmabegroting 2025 - 2028
Tekst van het document
Collectieve ziektekostenverzekering Inwoners met een laag inkomen die als gevolg van hun ziekte of handicap (veel) gebruik moeten maken van allerlei voorzieningen kunnen tegen een gereduceerd tarief gebruik maken van een collectieve aanvullende ziektekostenverzekering. 6. Flexvervoer (voormalig Regiotaxi) Met ingang van het nieuwe regionale contract (juli 2025) voor Wmo vervoer zal de naam wijzigen van Regiotaxi naar Flexvervoer. Inwoners, die hiervoor een Wmo indicatie hebben, kunnen gebruik maken van vervoer van deur tot deur. 7. Woningsaanpassingen Bouwkundige aanpassingen aan woningen of woontechnische ingrepen in of aan een woonruimte; dit kan uiteenlopen van het plaatsen van een traplift tot het plaatsen van een handgreep in de doucheruimte en/of het toilet. 8. Hulpmiddelen Het gaat hierbij zowel om hulpmiddelen voor mobiliteit (scootmobiel, rolstoel e.d.) als om hulpmiddelen om zelfstandig te kunnen blijven wonen.
Ontwerp programmabegroting 2025 en meerjarenraming 2026 – 2028
58
6WMO WMO - integraal (vervolg)
Lasten Baten
2025 -29.420 1.212
2026 -30.017 2.170
Bedrag x €1.000
2027 -30.013 1.919
2028 -30.373 1.664
Wat gaan we daarvoor doen? Regionaal Dak -en thuislozenopvang Het bieden van ondersteuning en opvang aan dak -en thuislozen wordt uitgevoerd binnen dit taakveld. Deze lasten worden deels door de centrumgemeente bekostigd. Huiselijk geweld en kindermishandeling De ketensamenwerking huiselijk geweld wordt gecoördineerd binnen dit taakveld. Veilig Thuis is het advies- en meldpunt voor betrokkenen bij huiselijk geweld en kindermishandeling, zowel voor burgers, professionals als direct betrokkenen zelf. De vrouwenopvang heeft als belangrijkste taak opvang en begeleiding en hulp te bieden aan mensen die te maken hebben met huiselijk geweld en kindermishandeling. Er wordt hulp (op maat) geboden aan slachtoffers, kinderen en plegers om het geweld te stoppen en veiligheid te creëren. De hulp kan bestaan uit crisisopvang, begeleid wonen en ambulante hulpverlening in de thuissituatie. Beschermd Wonen Beschermd Wonen is voor mensen van 18 jaar of ouder die door psychische of psychosociale problemen 24 uur per dag ondersteuning nodig hebben. Dit kan in een instelling zijn als er 24 uur toezicht nodig is. Of het kan een vorm van zelfstandig wonen zijn als begeleiding op afstand of op afroep afdoende is. Gerelateerde beleidsnota's Kadernota Sociaal Domein 2019 - 2022 Regionaal Zorglandschap
Gerelateerde verbonden partijen -
Ontwerp programmabegroting 2025 en meerjarenraming 2026 – 2028
59
7. Volksgezondheid en milieu De taakvelden binnen het cluster ‘7. Volksgezondheid en milieu’ hebben betrekking op volksgezondheid, riolering, afval, begraafplaats en milieu. In de overzichten hieronder wordt per taakveld inzicht geboden in de bijbehorende lasten en baten. Vervolgens wordt per taakveld aanvullende informatie geboden, bijvoorbeeld over de aard van de activiteiten, de beïnvloedbaarheid van de budgetten en de verantwoordelijke portefeuillehouder(s). Indien van toepassing wordt er ingegaan op de concrete doelstellingen voor 2025 en de bij het taakveld betrokken verbonden partijen.
7. Volksgezondheid en milieu (bedragen x €1.000) Lasten 7.1 Volksgezondheid 7.2 Riolering 7.3 Afval 7.4 Milieubeheer 7.5 Begraafplaatsen en crematoria Totaal Lasten Baten 7.1 Volksgezondheid 7.2 Riolering 7.3 Afval 7.4 Milieubeheer 7.5 Begraafplaatsen en crematoria Totaal Baten Eindtotaal
2025
2026
2027
2028
-5.592 -6.612 -11.243 -8.325 -327 -32.100
-5.397 -6.612 -11.243 -5.805 -315 -29.372
-5.205 -6.612 -11.243 -5.227 -315 -28.603
-5.205 -6.612 -11.243 -5.045 -315 -28.420
386 8.312 14.314 2.772 401 26.185 -5.915
191 8.312 14.313 323 401 23.540 -5.832
8.312 14.312 401 23.025 -5.578
8.312 14.311 401 23.024 -5.396
Ontwerp programmabegroting 2025 en meerjarenraming 2026 – 2028
60
7.1
Volksgezondheid
Hoofdopgave raadsakkoord: Portefeuillehouder(s): A. Messelink-Dijkstra Portefeuillehouder(s): Onderdeel begrotingsmonitor: Nee
Lasten Baten
2025 -5.592 386
2026 -5.397 191
Aard activiteiten: Beinvloedbaarheid lasten Beinvloedbaarheid baten:
Bedrag x €1.000
2027 -5.205 -
2028 -5.205 -
Wettelijk [ 0 % - 20 %] [0%]
Context Op basis van de Wet publieke gezondheid heeft de gemeente diverse wettelijke taken en verantwoordelijkheden, waaronder de uitvoering van de Jeugdgezondheidszorg en het instellen en instandhouden van een gemeentelijke gezondheidsdienst (GGD). Om efficiënter te kunnen werken hebben gemeenten samenwerkingsverbanden afgesloten. De GGD Flevoland is de gemeenschappelijke gezondheidsdienst van de gemeenten Almere, Dronten, Lelystad, Noordoostpolder, Urk en Zeewolde. Wat willen we bereiken? Binnen dit taakveld zijn de lasten opgenomen die verband houden met de wettelijke basistaken op het gebied van volksgezondheid. Als gemeente zorgen we ervoor dat deze taken door de aangewezen partners worden uitgevoerd en de continuïteit wordt gewaarborgd. Het is ook wettelijk bepaald dat de gemeente een GGD in stand dient te houden. De meeste wettelijke taken zijn voor onze gemeente taken worden op basis van een gemeenschappelijke regeling uitgevoerd door GGD Flevoland, waaronder: Monitoring, signalering en advisering Inzicht in de gezondheidstoestand van de bevolking (onderzoek, monitoring), vroegtijdige signalering gezondheidsrisico's, beleidsadvisering publieke gezondheid, advisering over effectieve preventieprogramma's en gezondheidsbevordering.
Uitvoering taken gezondheidsbescherming Infectieziektebestrijding, waaronder bestrijding van tuberculose en preventie en bestrijding van seksueel overdraagbare aandoeningen. Met de opkomst van Corona heeft dit een geheel nieuwe ladinggekregen; de taken van GGD zijn hierdoor (tijdelijk) aangepast. Advisering en toezicht op het gebied van Technische hygiënezorg (THZ) en Milieu en Gezondheid (MMK). Publieke gezondheid bij incidenten, rampen en crises Op basis van de Wet Veiligheidsregio's is er een GGD Rampen Opvang Plan (GROP) opgesteld. Het gaat hierbij om zaken als infectieziektebestrijding, medische milieukunde, gezondheidsonderzoek en psychosociale hulpverlening bij ongevallen en rampen. Jeugdgezondheidszorg Het basispakket Jeugdgezondheidszorg wordt uitgevoerd door Icare JGZ en GGD JGZ en wordt actief aangeboden aan alle kinderen en jongeren tot 18 jaar (het gaat hierbij om het systematisch volgen en beoordelen van de ontwikkeling, het signaleren van problemen en vroegtijdig opsporen van specifieke stoornissen, het geven van preventieve voorlichting, advies, instructie en begeleiding en dergelijke). Naast de diverse wettelijke taken wordt binnen dit taakveld ingezet op de lokale invulling van het preventieve gezondheidsbeleid.
Samen met partners is er een Lelystadse visie op gezondheid, preventie welzijn en zorg ontwikkeld, die de basis vormt van het lokale gezondheidsbeleid (nota 2020-2024), dit beleid is in 2024 geactualiseerd voor 2025. Een brede kijk op gezondheid (positieve gezondheid) en het verbinden van preventie en zorg staan hierin centraal. Focus ligt hier op het gezond & vitaal ouder worden en een gezonde leefstijl ontwikkelen. Daarnaast zal er vanwege de extra middelen voor gezondheidsbeleid op een aantal thema's worden geintensiveerd. Denk hierbij aan aanbod op het gebied van mentale gezondheid, preventie voor volwassen op het gebied van verslavingszorg en de link met de fysieke leefomgeving zal worden versterkt. Ook wordt er via de Verbindende Coalitie vanuit het IZA ingezet op het optimaliseren van het (medische) zorglandschap en de aansluiting daarvan op het sociaal domein. Het belang van een goede, toekomstbestendige inrichting van zorg en preventie is van belang voor Lelystad; niet alleen voor individuele inwoners maar ook voor de stad als geheel (in termen van vestigingsklimaat en leefbaarheid). De Verbindende Coalitie biedt de gemeente kans om daar invloed op uit te oefenen.Wat gaan we daarvoor doen? Inzetten op voldoende aanbod passend bij de behoeftes van de stad. Belangrijk is het creeeren van een aanbod voor de doorgaande lijn -9maanden tot 100+ jaar.
Denk hierbij aan aanbod zoals JOGG wat gezond opgroeien en opvoeden van kinderen en jongeren bevordert. Maar ook Sociaal Vitaal en aanbod voor de volwassenen doelgroep. Verder wordt vanuit de jeugdgezondheidszorg ingezet op normalisering van beginnende zorgen en problemen, zowel op het gebied van ontwikkeling als op het gebied van opvoeding. We zullen, conform het raadsakkoord, blijven inzetten op een volwaardig zorgaanbod. Gerelateerde beleidsnota's GGD begroting 2025 Nota Samen gezond in lelystad (2020 - 2024) PvA GALA 2024 - 2026
Gerelateerde verbonden partijen GR GGD Flevoland
Ontwerp programmabegroting 2025 en meerjarenraming 2026 – 2028
61
7.2
Riolering
Hoofdopgave raadsakkoord: Portefeuillehouder(s): S. Kruis Portefeuillehouder(s): Onderdeel begrotingsmonitor:
Lasten Baten
Nee
2025 -6.612 8.312
2026 -6.612 8.312
Aard activiteiten: Beinvloedbaarheid lasten Beinvloedbaarheid baten:
Bedrag x €1.000
2027 -6.612 8.312
2028 -6.612 8.312
Wettelijk [0%] [0%]
Context Op basis van de Wet Milieubeheer hebben gemeenten een afvalwaterzorgplicht en op basis van de Waterwet hebben gemeenten een hemelwaterzorgplicht en een grondwaterzorgplicht. De uitwerking van deze zorgplichten dient iedere gemeente uit te werken in een zogeheten Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP), waarin de bijbehorende kosten inzichtelijk worden gemaakt evenals de dekking (in de vorm van rioolheffing). Wat willen we bereiken? Voldoen aan de wettelijke zorgplichten op gebied van afvalwater, hemelwater en grondwater zonder dat er overlast ontstaat voor bewoners en gebruikers. Wat gaan we daarvoor doen? In dit taakveld zijn de lasten en baten opgenomen die samenhangen met de taken op het gebied van afvalwater en waterhuishouding. Het gaat hierbij om de opvang, transport en verwerking van afval- en hemelwater, de inzameling en het transport van huishoudelijk- en bedrijfsafvalwater en het voorkomen van grondwaterproblemen, onder meer door afvoer van overtollig grondwater. Naast het dagelijks onderhoud en het uitvoeren van inspecties gaat het hierbij ook om het voorzien van kosten die horen bij het groot onderhoud. De baten hebben betrekking op de inkomsten uit de rioolheffing, die geheven wordt bij particulieren. De bijdrage voor het riool vanuit de bedrijven c.q. de niet-woningen ontvangt de gemeente via de ozb.
Bij de berekening van de kostendekkendheid van de rioolheffing worden naast bovenstaande directe kosten, ook de indirecte kosten zoals kwijtscheldingen rioolheffing, de toerekenbare BTW, een deel van de reinigingskosten en de bedrijfsvoeringskosten betrokken. Op basis van het GRP 2022 zal jaarlijks een actualisatie van de tarieven worden doorgevoerd waarin, minus de ICLbijdrage op dit taakveld, 100% kostendekkendheid het uitgangspunt is. Gerelateerde beleidsnota's Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP) 2022 Rioolbeheerplan 2020 - 2025 Integraal Grootonderhoud Openbare Ruimte (IGOR)
Gerelateerde verbonden partijen -
Ontwerp programmabegroting 2025 en meerjarenraming 2026 – 2028
62
7.3
Afval
Hoofdopgave raadsakkoord: Portefeuillehouder(s): S. Kruis Portefeuillehouder(s): Onderdeel begrotingsmonitor:
Lasten Baten
Nee
2025 -11.243 14.314
2026 -11.243 14.313
Aard activiteiten: Beinvloedbaarheid lasten Beinvloedbaarheid baten:
Bedrag x €1.000
2027 -11.243 14.312
2028 -11.243 14.311
Wettelijk [ 0 % - 20 %] [ 0 % - 20 %]
Context In dit taakveld zijn de lasten en baten opgenomen die verband houden met de inzameling en verwerking van huishoudelijk afval, de handhaving van het afvalbeleid en de inningskosten. HVC voert een belangrijk deel van deze wettelijke taken uit op het gebied van inzameling en verwerking. De baten hebben betrekking op de inkomsten uit de afvalstoffenheffing en de inkomsten uit waardevolle afvalstromen, zoals oud papier en plastic. Wat willen we bereiken? Uitvoering geven aan de ambities als vastgelegd in het beleidskader Van Afval Naar Grondstof (VANG), dat er in 2030 60% van al het huishoudelijk afval moet worden gerecycled. In 2035 moet dit 65% zijn. Beoogd effect: vermindering hoeveelheid restafval en toename hoeveelheid ingezamelde grondstoffen. Omdat nog niet alle fases van het Nieuwe Inzamelen uitgevoerd zijn is de doelstelling nog niet behaald. Wat gaan we daarvoor doen? In dit taakveld zijn de lasten en baten opgenomen die verband houden met de inzameling en verwerking van huishoudelijk afval, de handhaving van het afvalbeleid en de inningskosten. HVC voert een belangrijk deel van deze wettelijke taken uit op het gebied van inzameling en verwerking. De baten hebben betrekking op de inkomsten uit de afvalstoffenheffing en de inkomsten uit waardevolle afvalstromen, zoals oud papier en plastic.
Bij de berekening van de kostendekkendheid van de afvalstoffenheffing worden naast bovenstaande lasten (directe kosten), ook de kwijtscheldingen afvalstoffenheffing, toerekenbare BTW en bedrijfsvoering kosten betrokken en vindt een doorbelasting plaats op het gebied van Handhaving en Reiniging. De beïnvloedbaarheid van de lasten is beperkt en de beïnvloedbaarheid van de baten wordt beperkt door de maximaal toegestane kostendekkendheid van 100%. In 2022 is de evaluatie over het beleid met de raad opgestart en deze zal dienen als basis voor actualisatie van het beleid. Dit proces wordt in 2025 afgerond. Het Nieuwe Inzamelen Fase 4 en 5 en veegfase 6 zijn opgestart en dit zal begin 2025 worden afgerond. Gerelateerde beleidsnota's Afvalstoffenbeleidsplan 2015
Gerelateerde verbonden partijen HVC
Ontwerp programmabegroting 2025 en meerjarenraming 2026 – 2028
63
7.4
Milieubeheer
Hoofdopgave raadsakkoord: 5. Wonen Portefeuillehouder(s): S. Kruis Portefeuillehouder(s): Onderdeel begrotingsmonitor:
Lasten Baten
Nee
2025 -8.325 2.772
Aard activiteiten: Beinvloedbaarheid lasten Beinvloedbaarheid baten:
2026 -5.805 323
Bedrag x €1.000
2027 -5.227 -
2028 -5.045 -
Wettelijk [ 20 % - 40 %] [0%]
Context De gemeente heeft diverse wettelijke verplichtingen op grond van de Wet milieubeheer, de Woningwet, de Wet bodembescherming en de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). Daarnaast worden binnen dit taakveld diverse activiteiten uitgevoerd op het gebied van duurzaamheid (met als hoofddoelen in willekeurige volgorde de energie- en warmtetransitie, het bereiken van een circulaire economie en bewerkstelligen van een klimaatadaptieve stad) en ondersteunt de gemeente inwoners op het gebied van asbestsanering van dakbedekking. Wat willen we bereiken? Omgevingswet: Met de komst van de Omgevingswet (2024) is de gemeente bevoegd gezag geworden voor een aantal bodemtaken. Tot voor kort was de Provincie bevoegd gezag en zijn waren de taken belegd bij de omgevingsdienst. Dit waren en zijn basistaken die de Omgevingsdienst uitvoert, nu namens de gemeente. Het is nog onduidelijk wat de bijdrage uit het gemeentefonds zal zijn voor deze 'bodemtaken' en of deze aansluit bij de kosten van de Omgevingsdienst. We ontwikkelen, zo mogelijk provinciebreed, goed, passend en werkbaar beleid voor bodemgerelateerde onderwerpen zoals grondverzet, bodemenergie, water en bodem sturend, bodemgezondheid. Daarnaast werken we aan goed, passend en werkbaar beleid voor behoud van archeologische waarden in situ en zo nodig ex situ. Beleid wordt verwerkt in Omgevingsplannen en projecten.
Bodeminformatie: Bij beleidsvorming is er inzicht in de bodemkwaliteit. (informatieverstrekking aan derden is ondergebracht bij de OFGV) Asbestproblematiek: De gemeente heeft de taak om inwoners te informeren over de asbestproblematiek. Hiervoor zijn er ter ondersteuning van inwoners middelen geraamd voor de dekking van advies- en ondersteuningskosten en biedt de gemeente huiseigenaren de mogelijkheid een lening af te sluiten en subsidie aan te vragen voor de vervanging van asbesthoudende daken. Handhaving en toezicht: Een deel van de taken die voortvloeien uit het Handhavingsuitvoeringsprogramma (HUP) maken eveneens onderdeel uit van dit taakveld. Het gaat daarbij in dit taakveld om het uitvoeren van onder meer toezicht kamerverhuur, wet kinderopvang en woningwet. Daarnaast gaat het over bouw- en slooptoezicht in combinatie met nieuwbouw, het uitvoeren van controles op constructieve veiligheid van bouwwerken en dergelijke. Daarnaast hebben de lasten betrekking op juridische ondersteuning, bijvoorbeeld bij complexe vergunningaanvragen. Hier is ook nadrukkelijk een link met het taakveld wonen en bouwen (8.3) waar de omgevingsvergunningen worden verleend. Omgevingsdienst Flevoland & Gooi en Vechtstreek (OFGV): De OFGV verzorgt sinds 1 januari 2013 milieutaken en brandveilig gebruik op het gebied van vergunningverlening, toezicht en handhaving.
Onder de taken van de Omgevingsdienst vallen: het uitvoeren van de (coördinatie van)milieutoezicht, het toezicht op brandveilig gebruik en asbestverwijdering, het behandelen van milieuklachten en de toezicht op bodemkwaliteit, plus het juridisch vervolg op overtredingen. De OFGV is gemandateerd het Risicoregister gevaarlijke stoffen (Rrgs) te beheren namens de gemeente. Daarnaast voert de OFGV de controle en handhaving uit op de energiebespaarplicht van bedrijven en de minimale kantoorlabel C verplichting. Duurzaamheid: In 2020 is begonnen met de uitvoering van het door het college vastgestelde Actieplan Duurzaamheid. Daaronder vallen de projecten die we uitvoeren om de doelstelling te bereiken die vastliggen in de Kadernota Duurzaamheid en daarnaast geven we invulling aan de opgaven die onder meer door het Rijk zijn opgelegd. De energie- en warmtetransitie, klimaatadaptatie en de overgang naar een circulaire economie vallen daaronder. Warmtetransitie: Bij de warmtetransitie is bepaald dat deze haalbaar en betaalbaar moeten zijn voor de inwoners, maar zeker ook voor de gemeentelijke organisatie. Door de raad zijn kaders en doelstellingen vastgesteld in de Kadernota Op weg naar nieuwe energie, en de Volgorde der wijken.
Er is inmiddels een start gemaakt met het op meer structurele basis beschikbaar stellen van middelen vanuit de landelijke overheid via Specifieke Uitkeringen inzake energiearmoede bestrijding, bemensing en isolatieacties. Met deze middelen en de bestaande middelen uit de gemeentebegroting is een programmatische aanpak en aansturing opgezet waarmee een start is gemaakt met de uitvoeringsorganisatie van de warmtetransitie. In 2025 zal er verder gewerkt worden aan het opstellen van wijkuitvoeringsplannen in nauwe participatie met eigenaren en andere stakeholders. In de gesprekken met het Rijk (via VNG/G40 etc) zal de noodzaak voor structurele dekking op de agenda blijven staan. In 2025 zal er voortdurend aandacht moeten zijn om voldoende capaciteit en middelen ter beschikking te hebben die past bij de huidige fase van de warmtetransitie, maar die ook garantie biedt voor de continuïteit die nodig is. Klimaatadaptatie en circulaire economie zijn eveneens thema's die steeds vaker op wettelijke basis uitgevoerd worden en waarbij de gevraagde inzet van capaciteit en middelen zal groeien.
Ontwerp programmabegroting 2025 en meerjarenraming 2026 – 2028
64
7.4
Milieubeheer (vervolg)
Lasten Baten
2025 -8.325 2.772
2026 -5.805 323
Bedrag x €1.000
2027 -5.227 -
2028 -5.045 -
Wat gaan we daarvoor doen? Omgevingswet: Voor onderwerpen in de leefomgeving (bodem, archeologie, geluid, veiligheid, energie etc) worden waar nodig beleidskaders ontwikkeld die aan de raad worden voorgelegd. Een deel hiervan zal uiteindelijk in het Omgevingsplan worden opgenomen. Asbestproblematiek: Door de procesbegeleider worden eigenaren geholpen bij de vervanging van hun asbestdak en/of -gevel. Hierbij kunnen eigenaren een lening en/of een subsidie aanvragen. Duurzaamheid: De energie- en warmtetransitie wordt ook in Lelystad steeds concreter en daarom bereiden we de overgang voor naar een aardgasvrije samenleving. De periode tot 2050 staat in het teken van het voorbereiden van woningen / bedrijven, bijvoorbeeld door na-isolatie en het uiteindelijk overstappen naar een aardgasloze energievoorziening. De opgave, de mogelijkheden en de relaties met andere opgaven in de stad zijn vastgelegd in de Transitievisie warmte die uit drie onderdelen bestaat: de spelregels (kadernota), de volgorde der wijken en de wijkuitvoeringsplannen. Uit de wijkuitvoeringsplannen zal voor elke wijk blijken welke vorm de energietransitie krijgt en wat de gevolgen daarvan zullen zijn voor bewoners en bedrijven. De programmaorganisatie is groeiende en zal in de eerste wijken verder gaan met het gezamenlijk opstellen van Wijkuitvoeringsplannen.
Deze plannen worden, na raadsconsultatie, door het college vastgesteld. Op de bedrijventerreinen worden maatwerkgesprekken gevoerd met de grootste energieverbruikers om tot besparing en transitie over te gaan. Voor de netcongestieproblematiek werken we samen met netbeheerders en provincie aan oplossingen om de schaarse energiebeschikbaarheid zorgvuldig in te zetten. Tegelijkertijd worden voor de wijken die nog niet aan de beurt zijn collectieve inkoopacties georganiseerd voor gevel- en vloerisolatie en HR++ glas. Bewoners kunnen voor vragen over de energietransitie terecht bij het Energieloket Lelystad. Het isoleren van gebouwen (woningen, bedrijven, maatschappelijk vastgoed) wordt door middel van subsidie en leningen gestimuleerd. Hiervoor is naast de gemeentebegroting ook geld beschikbaar vanuit het Rijk en gebiedsgebonden bijdrage uit de windplannen. Aanpalend zijn de RES-doelstellingen (Regionale Energiestrategie) en de raadsdoelstelling Energieneutraal. Daartoe wordt onderzoek gedaan naar de opwek- en opslag van duurzame energie in het buitengebied in Lelystad. Eén van de uitgangspunten/kaders hierbij is het Regioplan Windenergie. Windplan West is het laatste plan dat nog ontwikkeld kan worden. In verband met de netcongestie onderzoeken we de mogelijkheden van een energiehub ten behoeve van bedrijventerreinen.
Naast de energietransitie wordt ook verder gebouwd aan het klimaatadaptief maken van de stad. De Lelystadse Adaptatie Strategie is hier een belangrijke spil in. Deze is vastgesteld in maart 2023 en beschrijft wat de rol van de gemeente is in haar beleid en uitvoerende activiteiten. Net als bij de warmtevisie worden er op wijkniveau klimaatadaptieve maatregelen voorgesteld die zo veel als mogelijk samen lopen met GO. Ook de circulaire economie zal in 2030 (50% reductie van primaire abiotische grondstoffen) en 2050 landelijk vorm gekregen moeten hebben. De gemeente zet daarin in op de eigen verantwoordelijkheid in het hoofdstuk economie. Lokaal voedsel wordt daarnaast meer gewaardeerd en veelvuldig gebruikt. Verspilling in de keten wordt zoveel mogelijk beperkt en ook in de productie daarvan vinden transities plaats en worden kringlopen gesloten. Gerelateerde beleidsnota's Kadernota duurzaamheid Actieplan duurzaamheid 2021-2024 Kadernota Op weg naar nieuwe energie, en besluit Volgorde der Lelystadse Adaptatie Strategie (LAS) Handhavingsuitvoeringsprogramma (HUP)
Gerelateerde verbonden partijen -
Ontwerp programmabegroting 2025 en meerjarenraming 2026 – 2028
65
7.5
Begraafplaatsen en crematoria
Hoofdopgave raadsakkoord: Portefeuillehouder(s): S. Kruis Portefeuillehouder(s): Onderdeel begrotingsmonitor:
Lasten Baten
Nee
2025 -327 401
2026 -315 401
Aard activiteiten: Beinvloedbaarheid lasten Beinvloedbaarheid baten:
Bedrag x €1.000
2027 -315 401
2028 -315 401
Wettelijk [ 0 % - 20 %] [ 0 % - 20 %]
Context Op basis van de Wet op de lijkbezorging heeft de gemeente diverse wettelijke verplichtingen, zoals het hebben van een begraafplaats. Wat willen we bereiken? Een gemeentelijke begraafplaats die voldoende ruimte biedt voor het respectvol begraven van overledenen, het bijzetten van asbussen/-urnen, het verstrooien van as en het bieden van een voor de nabestaanden nette en rustige omgeving om hun overledenen te herdenken. In 2025 wordt het oude gedeelte opnieuw in gebruik genomen en het beheergebouw gerenoveerd. Wat gaan we daarvoor doen? In dit taakveld zijn de lasten en baten opgenomen die verband houden met de exploitatie van de gemeentelijke begraafplaats. Bij de berekening van de kostendekkendheid van de begraafexploitatie worden naast directe kosten, ook de toerekenbare bedrijfsvoeringskosten betrokken. Gerelateerde beleidsnota's Begraafplaatsexploitatie 2015 - 2035
Gerelateerde verbonden partijen -
Ontwerp programmabegroting 2025 en meerjarenraming 2026 – 2028
66
8. Volkshuisvesting, ruimtelijke ordening en stedelijke vernieuwing De taakvelden binnen het cluster ‘8. Volkshuisvesting, ruimtelijke ordening en stedelijke vernieuwing’ hebben betrekking op ruimtelijke ordening, grondexploitaties van niet- bedrijventerreinen en de beleidsterreinen wonen en bouwen. In de overzichten hieronder wordt per taakveld inzicht geboden in de bijbehorende lasten en baten. Vervolgens wordt per taakveld aanvullende informatie geboden, bijvoorbeeld over de aard van de activiteiten, de beïnvloedbaarheid van de budgetten en de verantwoordelijke portefeuillehouder(s). Indien van toepassing wordt er ingegaan op de concrete doelstellingen voor 2025 en de bij het taakveld betrokken verbonden partijen.
8. Volkshuisvesting, leefomgeving en stedelijke vernieuwing (bedragen x €1.000) Lasten 8.1 Ruimte en leefomgeving 8.2 Grondexploitatie (niet-bedrijventerreinen) 8.3 Wonen en bouwen Totaal Lasten Baten 8.1 Ruimte en leefomgeving 8.2 Grondexploitatie (niet-bedrijventerreinen) 8.3 Wonen en bouwen Totaal Baten Eindtotaal
2025
2026
2027
2028
-4.150 -30.826 -9.220 -44.196
-3.050 -21.366 -9.094 -33.510
-3.147 -32.140 -8.454 -43.741
-3.147 -13.563 -8.454 -25.164
825 30.234 7.364 38.423 -5.773
50 20.774 6.460 27.284 -6.226
50 31.548 5.760 37.358 -6.383
50 12.971 5.760 18.781 -6.383
Ontwerp programmabegroting 2025 en meerjarenraming 2026 – 2028
67
8.1
Ruimte en leefomgeving
Hoofdopgave raadsakkoord: 3. Natuur & 7. Stedelijke Vernieuwing Portefeuillehouder(s): P. van Dijk Portefeuillehouder(s): Onderdeel begrotingsmonitor: Nee
Lasten Baten
2025 -4.150 825
2026 -3.050 50
Aard activiteiten: Beinvloedbaarheid lasten Beinvloedbaarheid baten:
Bedrag x €1.000
2027 -3.147 50
2028 -3.147 50
Wettelijk [0%] [0%]
Context Op basis van de Omgevingswet hebben gemeenten diverse taken gericht op de bewoonbaarheid van het land en de bescherming en verbetering van het leefmilieu. De gemeente richt zich in dit kader op onderzoeken van maatschappelijk relevante ontwikkelingen en het formuleren, monitoren en actualiseren van strategisch ruimtelijk beleid in de omgevingsvisie, het wijzigen van het omgevingsplan of aspecten daarvan. Wat willen we bereiken? Tot dit taakveld behoren de lasten die verband houden met de uitvoering van wettelijke taken op grond van de Omgevingswet. Het gaat hierbij om de voorbereiding- en vaststelling van visies, wijzigingen van het omgevingsplan, gebiedsgerichte programma's en het uitvoering geven aan een faciliterend grondbeleid. Ook het planologisch mogelijk maken van nieuwe initiatieven en afhandelen van bezwaar en beroep (in verband met het omgevingsplan en nadeelcompensatie) hoort tot dit taakveld. Het beoogde effect van de werkzaamheden is het creëren, behouden en het verder verbeteren van een veilige, duurzame en gezonde leefomgeving. Dit doen we door het zogenaamd evenwichtig toedelen van functies aan locaties. De beïnvloedbaarheid van de lasten is zeer beperkt, aangezien hier uitvoering wordt gegeven aan een wettelijke taak en er een directe relatie bestaat met andere beleidsterreinen.
Wat gaan we daarvoor doen? In het komende jaar wordt verder gewerkt aan de doorontwikkeling van de omgevingsvisie. De verwachting is dat de nieuwe omgevingsvisie eind 2025 kan worden vastgesteld. De transitie van het omgevingsplan is een meerjarig project en zal daarom ook het hele jaar 2025 en daarna in beslag nemen. De gebiedsprogramma's Waterfront, Hart van de Stad en Lelystad Zuid zijn nu in de opstartfase en zullen in het jaar 2025 programmatisch sturen op de gewenste gebiedsontwikkelingen. Daarnaast wordt op strategisch niveau nagedacht en gesproken met Rijk, Provincie en regio over bovenlokale ontwikkelingen en hun effect op de leefomgeving en ontwikkeling van Lelystad. Gerelateerde beleidsnota's Gerelateerde verbonden partijen Structuurplan Lelystad 2015 Veiligheidsregio Lichte actualisatie structuurplan 2015 GGD Nota stedelijke vernieuwing op uitnodiging 2015 - 2018 Woonvisie Lelystad 2022 - 2027 Omgevingsvisie Lelystad 2040, Startnota Doorontwikkeling Omge
Ontwerp programmabegroting 2025 en meerjarenraming 2026 – 2028
68
8.2
Grondexploitatie (niet-bedrijventerreinen)
Lasten Baten
2025 -30.826 30.234
2026 -21.366 20.774
Hoofdopgave raadsakkoord: 5. Wonen & 7. Stedelijke Vernieuwi Aard activiteiten: Portefeuillehouder(s): S. Kruis Beinvloedbaarheid lasten Portefeuillehouder(s): Beinvloedbaarheid baten: D. Grimbergen Onderdeel begrotingsmonitor: Nee
Bedrag x €1.000
2027 -32.140 31.548
2028 -13.563 12.971
Gemeentelijk [0%] [0%]
Context De gemeente heeft in het verleden geïnvesteerd in (bouw)grondposities die in de komende jaren worden ontwikkeld en verkocht. Dit taakveld heeft betrekking op grondexploitaties voor voornamelijk woningbouw waar de gemeente zelf grondeigenaar is. Deze grondexploitaties zijn gebaseerd op een door de raad vastgesteld ruimtelijk en inhoudelijk programma. Dit programma wordt financieel vertaald in een grondexploitatie waar de inkomsten en uitgaven inzichtelijk worden gemaakt. De baten en lasten die in de jaarschijven van dit taakveld zijn weergegeven, hebben betrekking op de jaarschijven van de meerjarige projectbegroting die door de raad zijn vastgesteld. Het zijn daarom ook niet de resultaten van de grondexploitaties. Over de financiële resultaten van de grondexploitaties wordt gerapporteerd in de paragraaf grondbeleid. Op grond van wettelijke regels is een degelijke en realistische onderbouwing noodzakelijk van alle kosten, baten en de looptijd van de exploitatie. Wat willen we bereiken? Activiteiten die gericht zijn op het scheppen van fysieke condities voor woningbouw zijn - behoudens sociale woningbouw - geen wettelijke taak. Zij dragen wel bij aan de (verdere) ontwikkeling van de stad. Het zorgdragen voor een goede ruimtelijke ordening is daarentegen wel een wettelijke taak.
Wat gaan we daarvoor doen? De gemeentelijke grondexploitatie woningbouw is in essentie gericht op de verwerving, productie en levering van bouwrijpe grond als ondersteuning van de ruimtelijke doelen op het gebied van wonen en leven. Het draagt zorg voor bedrijfseconomische optimalisatie bij het ontwikkelen van plannen en advisering over de financieel-economische gevolgen. Hierbij heeft de gemeente de taak om in het kader van actief grondbeleid voldoende grond beschikbaar te hebben, waarbij er verantwoord wordt omgegaan met de risico’s die samenhangen met het exploiteren van gronden. In 2023 heeft de raad de nota grondbeleid 2023-2030 vastgesteld. Het grondbeleid ondersteunt de ruimtelijke doelen die de gemeenteraad heeft gesteld. Na vaststelling van de grondexploitaties kunnen zich ontwikkelingen voordoen op bijvoorbeeld het gebied van wetgeving en economie. Deze invloeden worden zo goed als mogelijk gemanaged en wordt er gestuurd op gewenste uitkomsten. Wijzigingen kunnen aanzienlijke gevolgen hebben voor de balanspositie en risico's. De inkomsten zijn sterk afhankelijk van de marktontwikkelingen. De nieuwbouw van woningen in Lelystad is er op gericht om de komende jaren voldoende woningen te bouwen voor eigen inwoners en aanvullend woningen toe te voegen voor het opvangen van het regionale en landelijke woningtekort.
Warande 2.0 (ZuiderC) in Lelystad Zuid biedt mogelijkheden om te voldoen aan een verhoogde en versnelde vraag om bouwgrond. Verder dragen de bestaande stad en de kust locaties bij aan de verdere invulling van de woningbouwopgave. Bij inbreidingslocaties is de doorlooptijd doorgaans langer dan bij uitleglocaties in verband met de participatie van omwonenden. De huidige productiecapaciteit (gronden in voorraad) is gebaseerd op 350 woningen per jaar. De verhoging van de productiedoelstellingen vraagt dan ook om vergroting van de productiecapaciteit. In onze eigen grondexploitaties is er een productiecapaciteit van 350 woningen per jaar tot 2027. Daarna neemt de plancapaciteit aanzienlijk af. Verder vindt er woningbouw plaats op gronden van derden. Gezamenlijk moet dit de woningbouw opleveren waar behoefte aan is. Onze opgaven zijn groot en complex en er worden hoge eisen gesteld aan ambities op het gebied van de kwaliteit van ontwikkelingen. Daarmee wordt beoogd te bereiken dat de ontwikkelingen een belangrijke bijdrage leveren aan het verhogen van het welzijn in Lelystad. Tegelijkertijd moeten ontwikkelingen enerzijds betaalbaar blijven voor de eindgebruiker en tevens financieel haalbaar zijn voor de gemeente. Dat vraagt om maatwerk in de ontwikkelingen om zodoende een optimale combinatie van haalbare maatschappelijke ambities binnen een acceptabel financieel kader te bepalen.
Het maatschappelijk grondbeleid biedt de mogelijkheden om de afwegingen te maken die daarvoor nodig zijn. Er wordt niet gegaan voor de hoogst haalbare verkoopprijs bij een gronduitgifte, maar te streven naar het hoogst haalbare integrale resultaat. Het is belangrijk dat mede door inzet van het maatschappelijk grondbeleid regie blijft te worden gevoerd om de woningbouwopgave zowel kwantitatief als kwalitatief mogelijk te maken. Gerelateerde beleidsnota's Meerjaren Prognose Grondexploitaties (MPG) Nota grondbeleid gecombineerd met uitgifte en grondprijsbeleid Verordening grond- en grondontwikkeling
Gerelateerde verbonden partijen -
Ontwerp programmabegroting 2025 en meerjarenraming 2026 – 2028
69
8.3
Wonen en bouwen
Lasten Baten
2025 -9.220 7.364
2026 -9.094 6.460
Hoofdopgave raadsakkoord: 5. Wonen & 7. Stedelijke Vernieuwi Aard activiteiten: Beinvloedbaarheid lasten Portefeuillehouder(s): D. Grimbergen Portefeuillehouder(s): Beinvloedbaarheid baten: Onderdeel begrotingsmonitor: Ja
Bedrag x €1.000
2027 -8.454 5.760
2028 -8.454 5.760
Wettelijk [ 0 % - 20 %] [0%]
Context Op basis van o.a. de Woningwet, de Huisvestingswet, Wet goed verhuurderschap, Wet betaalbare huur en het wetsvoorstel Wet versterking regie volkshuisvesting hebben gemeenten diverse wettelijke taken uit te voeren op het gebied van wonen en bouwen. Zo moeten gemeenten beschikken over een actueel en vastgesteld woonbeleid, bijvoorbeeld in de vorm van een woonvisie. Daarnaast schrijft de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) gemeenten voor hoe om te gaan met de omgevingsvergunningen voor bouwen, wonen, monumenten, ruimte, natuur en milieu. De wet- en regelgeving op dit terrein is volop in beweging, zo werken het Rijk en gemeenten al enkele jaren aan een stelselherziening van het omgevingsrecht. De Omgevingswet is per 1-1-2024 in werking getreden, zie ook taakveld 8.1. Ruimtelijke Ordening. Het taakveld wonen en bouwen heeft relaties met diverse andere taakvelden waaronder maatwerkvoorzieningen (WMO), grondexploitatie en openbaar groen en (openlucht) recreatie. Er wordt binnen dit taakveld samengewerkt met woningcorporaties, bewoners, projectontwikkelaars, particuliere verhuurders, makelaars, institutionele beleggers, bouwbedrijven, andere gemeenten, de provincie, huurdersorganisaties etc.
Het raadsakkoord is vastgesteld door de gemeenteraad en is de overkoepelende opdracht waarmee de raad, het college en de ambtelijke organisatie in de raadsperiode 2022 – 2026 aan de slag gaan. Wonen is één van de negen hoofdopgaven van de gemeente, daarnaast heeft Wonen een regierol op het fysieke aspect van de hoofdopgave stedelijke vernieuwing. In dit taakveld zijn de baten en lasten opgenomen die samenhangen met de beleidsterreinen wonen en bouwen. Wonen Er wordt binnen dit taakveld uitvoering gegeven aan het gemeentelijk woonbeleid, door middel van de woonvisie Lelystad 20222027. De woonvisie vormt samen met de Woondeal, de verordening Betaalbaar bouwen en bewonen en het collegebesluit om te bouwen in de mix, de basis voor het maken van nieuwe jaarlijkse prestatieafspraken met de woningcorporaties en huurdersorganisaties en wordt onder andere gebruikt voor de totstandkoming van de woningbouwprogrammering die gebruikt wordt als onderlegger voor het Meerjaren Perspectief Grondbedrijf (MPG). De uitvoering van de woonvisie vindt plaats in nauwe samenwerking met tal van partners en het gemeentelijk handelen is erop gericht plannen en initiatieven van anderen zo goed mogelijk te ondersteunen en te stimuleren. Met de toekomstige Wet versterking regie volkshuisvesting komt een verplicht volkshuisvestingsprogramma, wat per 1-1-2026 onderdeel wordt van de omgevingsvisie.
Hierin moet de vraag op welke wijze vorm gegeven wordt aan voldoende woningen voor ouderen en andere aandachtsgroepen worden beantwoord. In voorbereiding hierop wordt in 2025 gewerkt aan een woonzorgvisie en uitvoeringsagenda. Daarnaast verstrekt het Stimuleringsfonds Volkshuisvesting (SVn) diverse leningen in opdracht van de gemeente Lelystad, denk aan de starterslening en de lening toekomstbestendig wonen. Het raadsakkoord is de overkoepelende opdracht waarmee de raad, het college en de ambtelijke organisatie in de raadsperiode 2022 – 2026 aan de slag gaan. Wonen is één van de negen hoofdopgaven van de gemeente, daarnaast heeft Wonen een regierol op het fysieke aspect van de hoofdopgave stedelijke vernieuwing. Bouwen Er wordt uitvoering gegeven aan de Wabo, waarbij de gemeente diverse taken heeft op het gebied van omgevingsvergunningverlening, zoals constructieve veiligheid, ruimtelijke inpasbaarheid en rekeninghoudend met milieuaspecten. Naast deze uitvoeringskosten ontvangt de gemeente legesopbrengsten vanuit de verstrekte omgevingsvergunningen. De beïnvloedbaarheid van de lasten en baten is vrij beperkt, aangezien het voornamelijk de uitvoering van wettelijke taken betreft.
Ontwerp programmabegroting 2025 en meerjarenraming 2026 – 2028
70
8.3
Wonen en bouwen (vervolg)
Lasten Baten
2025 -9.220 7.364
2026 -9.094 6.460
Bedrag x €1.000
2027 -8.454 5.760
2028 -8.454 5.760
Wat willen we bereiken? Er wordt een substantiële bijdrage geleverd aan de doelstellingen uit de woonvisie Lelystad 2022-2027; 'Een leven lang wonen in Lelystad'. In lijn met het raadsakkoord streven we een versnelde kwalitatieve groei na, we willen dat Lelystedelingen hun woonomgeving minstens net zo goed blijven scoren als op dit moment. Het doel is om wijken te bouwen met de juiste woning op de juiste plek met alle voorzieningen die daarbij horen. We zoeken naar een evenwicht met gemixte wijken en voldoende draagkrachtige bewoners. We zetten in op het substantieel terugdringen van de zoekduur voor het verkrijgen van een (sociale) huurwoning en het toevoegen van betaalbare woningen. Uitgangspunt voor Lelystad is gemengde wijken waarbij op wijkniveau de verschillende prijsklassen en woningcategorieën evenwichtig vertegenwoordigd zijn. We versnellen de woningbouw (o.a. door in te zetten op een aantal turbolocaties) en we willen daarnaast dat woningen beschikbaar blijven voor mensen die er hun thuis van willen maken. We zetten in op doorstroming in de wijken en het levensloopbestendig maken van wijken en woningen. Er ligt een belangrijk opgave in de revitalisering van de ‘70/’80 wijken. Met name wijken die grotendeels in de jaren ’70 en ’80 zijn gerealiseerd hebben een kwaliteitsimpuls nodig.
Als het gaat om de kwaliteit van de woonomgeving dan moet deze toekomstbestendig, prettig en toegankelijk zijn. We gaan daartoe wijkaanpakken opstellen, waarin we dit integraal meenemen. De wijkaanpakken zullen worden ontwikkeld via de organisatie Samen Lelystad Oost en komen te hangen onder het gebiedsplan. We maken een koppeling tussen het fysieke en sociale domein. Leefbaarheid en veiligheid zijn belangrijke aspecten als het gaat om het goed kunnen wonen in Lelystad. Naast de aanpak van sociale problemen zetten we in op het verbeteren van de leefbaarheid en veiligheid door fysieke ingrepen te plegen. De rijksbijdrage uit het Volkshuisvestingsfonds helpt om deze plannen een impuls te geven. Lelystad ontwikkelt zich tot slot als een klimaat adaptieve en natuur inclusieve stad door goed beheer en de bewustwording van de Lelystedeling voor natuurbelang te vergroten. Er wordt ingezet om de woningvoorraad te verduurzamen en asbestsanering te stimuleren. De manier van verduurzaming voor de bestaande stad is uitgewerkt in de transitievisie warmte. Deze mondt vervolgens uit in de wijkvolgorde en de Wijkuitvoeringsplannen. Wat gaan we daarvoor doen? De Woonvisie 2022-2027 is in 2024, conform raadsafspraak herijkt. In 2 jaar tijd is er weer veel veranderd waardoor actualisering noodzakelijk was.
Grootste veranderingen zijn de manier van hoe we bouwen (volgens de Lelystadse mix), hoe de woningbouw wordt geprogrammeerd en onze groeistrategie op basis van het RIGO woononderzoek. We ontwikkelen een Woonzorgvisie en uitvoeringsagenda die halverwege 2025 ter besluitvorming wordt aangeboden. De woonzorgvisie vormt de basis om afspraken te maken met woningcorporaties, verhuurders, zorgaanbieders en zorgkantoren over voldoende woonruimte voor ouderen en andere aandachtsgroepen. Daarnaast wordt de woonzorgvisie geimplementeerd in het volkshuisvestingsprogramma in de omgevingsvisie. We geven uitvoering aan het in 2024 vastgestelde Woonwagenbeleid. De belangrijkste opgave hierin is het mogelijk maken van geschikte huisvesting voor woonwagenbewoners. We beschermen en steunen hiermee de identiteit en de levensstijl van de woonwagenbewoner. Dit houdt onder meer in dat de rechten van woonwagenbewoners moeten kunnen worden uitgeoefend, dat zij hun ‘mensenrecht’ moeten kunnen uitoefenen. Gerelateerde beleidsnota's Woonvisie 2022-2027 Beleidskaders huisvesting arbeidsmigranten Woonwagen- en standplaatsenbeleid 2024 Woondeal MRA Prestatieafspraken 2024-2027
Gerelateerde verbonden partijen Woningcorporaties Huurdersverenigingen Marktpartijen Zorgaanbieders en zorgkantoren
Ontwerp programmabegroting 2025 en meerjarenraming 2026 – 2028
71
3.2
Paragrafen
1. Lokale heffingen In deze paragraaf wordt aandacht besteed aan de verschillende gemeentelijke belastingen, heffingen en rechten die door de gemeente Lelystad worden geheven en geïnd, waarbij wordt ingegaan op de consequenties daarvan voor onze inwoners en bedrijven. De gemeentelijke belastingen vormen een belangrijk onderdeel van de inkomsten van de gemeente. Volgens artikel 10 van het BBV bevat deze paragraaf tenminste de onderstaande punten: -
-
de geraamde inkomsten; het beleid ten aanzien van de lokale heffingen; een overzicht op hoofdlijnen van de diverse heffingen, waarin inzichtelijk wordt gemaakt hoe bij de berekening van tarieven van heffingen, die hoogstens kostendekkend mogen zijn, wordt bewerkstelligd dat de geraamde baten de ter zake geraamde lasten niet overschrijden, wat de beleidsuitgangspunten zijn die ten grondslag liggen aan deze berekeningen en hoe deze uitgangspunten bij de tariefstelling worden gehanteerd; een aanduiding van de lokale lastendruk; een beschrijving van het kwijtscheldingsbeleid.
Beleidsuitgangspunten In deze programmabegroting 2025 – 2028 geeft de gemeenteraad richting aan de inhoudelijke en financiële strategie van de gemeente Lelystad voor de komende jaren. De eerder door de gemeenteraad aangegeven richting leidt tot de volgende uitgangspunten voor de verschillende tarieven: -
-
-
De OZB-opbrengst wordt gecorrigeerd met het indexpercentage van 3,2 % en een correctie voor de areaalvergroting; De tarieven voor de rioolheffing worden berekend op basis van een 100% kostendekkende rioolheffing; De tarieven voor de afvalstoffenheffing worden berekend op basis van een 100% kostendekkende afvalstoffenheffing; In deze programmabegroting is besloten de hondenbelasting niet te verhogen. De legestarieven 2024 worden gecorrigeerd met het indexpercentage van 3,2%, tenzij wettelijke voorschriften dit verhinderen of hiervan gemotiveerd wordt afgeweken. De maximale kostendekkendheid bedraagt voor de leges eveneens 100%; De tarieven lijkbezorgingrechten worden gecorrigeerd met het indexpercentage van 3,2%; De tarieven marktgelden worden gecorrigeerd met het indexpercentage van 3,2%; De tarieven liggelden Bataviahaven overeenkomstig te laten zijn met de tarieven van omliggende Lelystadse havens; De Bedrijveninvesteringszone (BIZ) Larserpoort is in 2022 met vijf jaar verlengd. De BIZ-bijdrage wordt geheven van de eigenaar naar een vast bedrag per belastingobject voor een periode van 5 jaar. De verordening wordt in 2025 niet gewijzigd; De tarieven toeristenbelasting worden niet gewijzigd; Bij de kadernota 2021 – 2024 heeft de raad besloten tot herinvoering van de OZBgebruikersbelasting niet-woningen. Deze herinvoering vindt gefaseerd plaats in vijf jaar.
2025 is het vijfde en laatste jaar.
Toelichting op de diverse gemeentelijke belastingen Binnen de gemeente kennen we verschillende soorten gemeentelijke belastingen, namelijk algemene belastingen, heffingen en rechten (leges). De algemene belastingen De gemeente is vrij in de besteding van de opbrengst van de algemene belastingen. Bij het innen van deze belastingen bestaat er geen directe relatie tussen wat de burger betaalt en de door de gemeente geleverde dienst. Tot de lokale belastingen die bij de algemene dekkingsmiddelen van de gemeente horen, behoren de OZB, de parkeerbelastingen, de hondenbelasting en de precariobelasting.
Ontwerp programmabegroting 2025 en meerjarenraming 2026 – 2028
72
Collectieve dienstverlening (heffingen) De heffingen behoren niet tot de algemene dekkingsmiddelen, maar dienen ter dekking van de kosten van de algemene dienstverlening. De belangrijkste heffingen zijn de afvalstoffenheffing en de rioolheffing. Individuele dienstverlening (rechten) Naast belastingen heft de gemeente rechten in de vorm van leges voor de individuele dienstverlening aan haar burgers. Leges worden geheven als vergoeding voor een door de gemeente te verlenen individuele dienst, waarom de burger of het bedrijf heeft verzocht. Het verzoeken om een bepaalde individuele dienst of product is wel voorwaarde om leges te kunnen heffen. Deze dienstverlening kan bestaan uit het verstrekken van een paspoort of een uittreksel uit het bevolkingsregister, maar ook bijvoorbeeld uit de verlening van een bouwvergunning of een gebruiksvergunning. Een aantal tarieven wordt door de Rijksoverheid voorgeschreven (wettelijk vastgestelde tarieven). In dit kader kan gedacht worden aan de te heffen leges voor het aanvragen van het eerder genoemde paspoort, een identiteitskaart, een verklaring omtrent gedrag, een uittreksel uit de registers van de burgerlijke stand en de leges voor het aanvragen van het Nederlanderschap. Daarnaast zijn er tarieven waaraan de Rijksoverheid een maximum gesteld heeft. De tarieven voor reisdocumenten zijn hiervan een voorbeeld.
De geraamde opbrengst van de leges mag maximaal gelijk zijn de geraamde kosten ter zake. Een van de speerpunten is ook het percentage kostendekkendheid van de leges te verhogen. Op dit moment zijn de geraamde opbrengsten ten opzichte van de geraamde kosten, in de vorm van de in rekening gebrachte tarieven, niet voor alle leges kostendekkend.
Geraamde inkomsten In onderstaande tabel zijn de inkomsten uit de lokale heffingen opgenomen zoals die binnen de gemeente Lelystad begroot zijn. Deze worden vervolgens per onderdeel toegelicht. Begroting na Kadernota 2025
Gemeentelijke belastingen (bedragen x €1.000) Algemene belastingen 1. Onroerende zaakbelasting 2. Parkeerbelastingen 3. Hondenbelasting 4. Toeristenbelasting Collectieve dienstverlening (heffingen) 5. Afvalstoffenheffing 6. Rioolheffing 7. Bedrijveninvesteringszone Larserpoort (1) Individuele dienstverlening (rechten) 9. Leges 10. Lijkbezorgingrechten 11. Marktgelden Totaal
Begroting Procentueel 2025 2025 32.510 2.190 321 300
52,1% 3,5% 0,5% 0,5%
13.874 8.312 130
22,2% 13,3% 0,2%
4.295 401 126 62.459
6,9% 0,6% 0,2% 100%
De algemene belastingen 1. Onroerende zaakbelastingen (OZB) De OZB is een belangrijke eigen inkomstenbron van de gemeente. Deze inkomsten worden onder andere gebruikt voor zaken als: wegen, cultuur, openbare verlichting, maatschappelijke dienstverlening en onderwijs. Onder de naam ‘onroerende zaakbelasting’ worden ter zake van binnen de gemeente gelegen onroerende zaken de eigenarenbelasting geheven: • •
een eigenarenbelasting van degene die aan het begin van het kalenderjaar eigenaar is van een onroerende zaak (bijvoorbeeld woning en/of bedrijf); een gebruikersbelasting van degene die aan het begin van het kalenderjaar gebruiker is van een niet-woning.
Ontwerp programmabegroting 2025 en meerjarenraming 2026 – 2028
73
Die laatste categorie wordt gefaseerd (in vijf jaar) heringevoerd, nadat deze categorie vanaf belastingjaar 2012 in vijf jaar gefaseerd werd afgeschaft. 2025 is het vijfde en laatste jaar van overheveling. De OZB wordt in 2025 verhoogd met een peilaanpassing van 3,2%. Op basis van de Wet waardering onroerende zaken (Wet WOZ) wordt er voor elke individuele onroerende zaak een waarde vastgesteld. Aan de hand van de waarde wordt het te betalen bedrag aan onroerende zaakbelasting berekend. Middels een aanslag wordt het te betalen bedrag aan de belastingplichtige opgelegd. 2. Parkeerbelasting In het kader van de parkeerregulering worden de volgende belastingen geheven: a. een belasting ter zake van het parkeren van een voertuig op een bij, dan wel krachtens deze verordening in de daarin aangewezen gevallen op een door het college te bepalen plaats, tijdstip en wijze; b. een belasting ter zake van een van gemeentewege verleende vergunning voor het parkeren van een voertuig op de in die vergunning aangeven plaats en wijze. De opbrengsten uit deze belastingsoort zoals in deze paragraaf weergegeven zijn gebaseerd op de huidige vastgestelde tarieven voor straatparkeren, garageparkeren en vergunningen. De vaststelling van de tarieven wordt in de tarievennota aan de raad voorgelegd. 3.
Hondenbelasting Onder de naam ‘hondenbelasting’ wordt een belasting geheven ter zake van het houden van een hond binnen de gemeente Lelystad. Het betreft een algemene belasting waarvan de inkomsten toevallen aan de algemene middelen. In deze programmabegroting 2025 – 2028 worden geen voorstellen gedaan om de begrote opbrengsten of de gehanteerde tarieven aan te passen. 4. Toeristenbelasting De toeristenbelasting is in 2021 ingevoerd. Het is een algemene belasting waarvan de inkomsten toevallen aan de algemene middelen. De belasting wordt geheven van degene die gelegenheid biedt tot overnachten tegen betaling aan personen die niet in de Basisregistratie personen in Lelystad zijn ingeschreven. De tarieven zoals die gelden voor 2024 volstaan om ook voor 2025 de geraamde opbrengst te generen. Daarom worden er geen wijzigingsvoorstellen gedaan. Collectieve dienstverlening (heffingen) 5. Afvalstoffenheffing Vanuit de wet is de gemeente belast met de inzamelverplichting van huishoudelijk afval. Het betreft hier bijvoorbeeld de wekelijkse inzameling aan huis van rest- en gft-afval en de inzameling en verwerking van andere huishoudelijke afvalstromen zoals papier, glas, textiel, grof huishoudelijk afval, etc. De afvalstoffenheffing stijgt in 2025 door een toename van de uitvoeringskosten voor het verwerken van afval en daarmee ook de toerekenbare BTW en te verlenen kwijtschelding.
Het gaat per saldo om een bedrag van zo’n €1,8 mln. Dat leidt tot een stijging van de tarieven van rond de 12%. Voor een opbouw van de kostenbasis verwijzen wij u naar het hoofdstuk ‘Kostendekkenheid heffingen en rechten’ in deze paragraaf. 6. Rioolheffing Vanuit de wet is de gemeente belast met verschillende zorgplichten op het terrein van water: afvalwater, hemelwater en grondwater. Het resultaat en de doelmatigheid van de maatregelen staat voorop, niet de wijze waarop de gemeente haar zorgplicht nakomt. De opbrengsten van de rioolheffing dienen te worden aangewend voor de nakoming van deze zorgplichten. Onder de naam "rioolheffing" wordt een heffing opgelegd aan, in Lelystad, gebruikers van woningen (naar het aantal personen in het huishouden) en eigenaren van niet-woningen (naar de WOZ-waarde van de onroerende zaak). De kosten voor de gemeentelijke zorgplichten nemen in 2025 toe. Daarnaast neemt de ICL-bijdrage af. Dat resulteert in een tariefsverhoging van 4,2%. Voor een opbouw van de kostenbasis verwijzen wij u naar het hoofdstuk ‘Kostendekkenheid heffingen en rechten’ in de paragraaf. 7. Bedrijveninvesteringszone Larserpoort (BIZ-Larserpoort) Gemeenten hebben met de Wet op de bedrijveninvesteringszones (Wet BIZ) de bevoegdheid om een gebied aan te wijzen als bedrijveninvesteringszone (BIZ). Het gebruik van de BIZ is bedoeld om
Ontwerp programmabegroting 2025 en meerjarenraming 2026 – 2028
74
activiteiten en voorzieningen te realiseren op verzoek van de gezamenlijke ondernemers, maar die niet behoren tot het basisvoorzieningenniveau van de gemeente. In deze zone mag een bestemmingsbelasting (de BIZ-bijdrage) worden geheven ter financiering van door een meerderheid van de bijdrageplichtigen gewenste extra voorzieningen. De BIZ-opbrengst wordt als een subsidie uitgekeerd aan de BIZ-stichting. Voor 2025 hoeft geen wijziging van de verordening plaats te vinden, omdat deze voor 5 jaar is vastgesteld. De verordening loopt nog door tot en met 2026. Individuele dienstverlening (rechten) 8. Leges 8a. Leges omgevingsvergunning Sinds 1 januari 2024 zijn zowel de Omgevingswet als de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb) van kracht. Voor Lelystad is voor 2024 ook een geheel nieuwe legesverordening opgesteld voor de nieuwe taken en producten die deze nieuwe wetten met zich mee brengen. De ‘cijfermatige resultaten’ van onder andere de toegepaste legesartikelen zijn bijgehouden. De belangrijkste bevinding: de termijn waarop we nu kunnen terugkijken is nog te kort om conclusies te kunnen trekken. Uiteraard wordt de monitoring doorgezet. Naar verwachting is een meer getrouw beeld van de werkelijke impact pas te zien in het eerste kwartaal van 2025.
Pas dan is de invloed van het oude stelsel gedurende een looptijd van een jaar voldoende verminderd om een goed beeld van het nieuwe stelsel te krijgen. Overigens blijkt uit de landelijke gremia dat het Lelystadse beeld aansluit bij het landelijke beeld. In het raadsvoorstel waarin de legesverordening 2025 wordt gepresenteerd zal nader op de gevolgen van de Omgevingswet/Wkb worden ingegaan. 8b. Leges burgerlijke stand Dit betreffen de leges voor het sluiten van een huwelijk of geregistreerd partnerschap (burgerlijke stand). De kostendekkendheid van de leges burgerlijke stand heeft onze aandacht. 9. Lijkbezorgingrechten Op basis van de Verordening Lijkbezorgingrechten worden rechten geheven voor het gebruik van de begraafplaats en voor het door of vanwege de gemeente verlenen van diensten in verband met de begraafplaats. De tarieven zullen conform de vastgestelde inflatiecorrectie worden verhoogd. Dit leidt op begrotingsbasis tot een kostendekkendheid van 100%. 10. Marktgelden Marktgeld is een vergoeding voor het innemen van een standplaats op een plaatselijke markt. De hoogte hiervan wordt opgenomen in de verordening op de heffing en invordering van marktgelden.
Lokale lastendruk Hieronder wordt indicatief aangegeven wat de lastendruk zal zijn voor het jaar 2025. De definitieve lasten zullen de raad bij de vaststelling van de tarievennota en de belastingverordeningen worden gepresenteerd.
Belastingsoort (bedragen x €1) Afvalstoffenheffing, 3 personen Rioolheffing, 3 personen Onroerende- zaakbelasting
Lastendruk Lastendruk 2024 2025 407 455 222 231 385 397
Ontwerp programmabegroting 2025 en meerjarenraming 2026 – 2028
75
Lastendruk- vergelijking woonlasten De “Atlas van de lokale lasten” van het COELO is een jaarlijks overzicht van de heffingen van gemeenten, provincies en waterschappen. Het geeft onder andere een overzicht van de hoogte en ontwikkeling van de lokale belastingen. Onderstaande tabel laat de woonlasten voor eenpersoons- en meerpersoonshuishoudens zien. De rangorde is gekoppeld aan de meerpersoonshuishoudens. Het is goed om te weten dat gemeenten met duur onroerend goed hoge woonlasten kennen, echter gemeenten met goedkoop onroerend goed hebben niet altijd navenant lagere woonlasten. Het eerste is geheel volgens verwachting, omdat gemeenten met duur onroerend goed minder geld uit het gemeentefonds ontvangen. Woonlasten eenpersoons huishoudens 2024
Woonlasten eenpersoons huishoudens 2023
Flevoland
1003
933
1068
Dronten
943
893
1000
964
192
200
Noordoostpolder
886
854
964
907
132
148
Zeew olde
1132
956
1226
1041
315
280
Lelystad
934
889
1110
1055
280
286
Almere
1056
974
1078
995
263
238
Urk
994
959
994
959
186
192
Leidschendam - Voorburg
924
860
995
927
187
Vlaardingen
940
874
1028
956
222
Roosendaal
922
903
957
932
141
Gemeente
(bedragen x €1)
Woonlasten Woonlasten meerpersoons- meerpersoonshuishoudens huishoudens 2024 2023
rangnummer: 1 = laagste woonlasten 2024
rangnummer: 1 = laagste woonlasten 2023
994
Vergelijkbare gem eenten(1)
Laagste en hoogste w oonlasten Rijssen-Holten (goedkoopste gemeente)
645
675
1
Bloemendaal (duurste gemeente)
1.770
1.988
345
Kwijtschelding Kwijtschelding particulieren Indien een belastingschuldige niet of over te weinig financiële middelen beschikt om de belastingaanslag te kunnen voldoen, kan onder bepaalde voorwaarden kwijtschelding van belasting worden verleend. De kwijtscheldingsnorm die in Lelystad wordt gehanteerd bedraagt 100%. Dit betekent dat alle belastingplichtigen die een inkomen hebben op bijstandsniveau (= gelijk aan de norm van 100%) of lager, in aanmerking komen voor gehele of gedeeltelijke kwijtschelding. Kwijtschelding wordt alleen verleend voor de onroerende zaakbelasting, afvalstoffenheffing en de rioolheffing. Voor de overige belastingen, zoals bijvoorbeeld de hondenbelasting of de leges wordt geen kwijtschelding verleend. Daarnaast bestaat binnen de Participatiewet de kostendelersnorm, deze norm houdt in dat als men een woning deelt met meer volwassenen, de bijstandsuitkering daarop wordt aangepast ofwel naar beneden wordt bijgesteld. Hoe meer personen van 21 jaar of ouder in de woning, hoe lager de bijstandsuitkering. De redenering hierachter is dat wanneer er meer personen in één woning wonen, de woonkosten gedeeld kunnen worden. Kwijtschelding ondernemers Net als natuurlijke personen kunnen er kleine ondernemers zijn die op een minimuminkomen uitkomen. Ze verkeren daarmee in dezelfde situatie als natuurlijke personen op bijstandsniveau.
Om de kleine ondernemers die van een minimuminkomen dienen rond te komen de kans te geven om het ondernemerschap verder te ontwikkelen, zodat ze niet op een uitkering hoeven terug te vallen, is het wenselijk om kwijtschelding te kunnen verlenen. Daarnaast zou deze mogelijkheid de drempel van uitkeringsgerechtigde naar startende ondernemers kunnen verlagen en tevens de armoedeval. De uitkeringsgerechtigde geniet immers al kwijtschelding. De regels van de inkomens- en vermogenstoets voor particulieren geldt ook voor de ondernemers. Gemeentelijke belastingen (bedragen x € 1.000)
1. Afvalstoffenheffing 2. Rioolheffing 3. Onroerende zaakbelasting
Begrote kwijtschelding 2025 1.130 525 35
Ontwerp programmabegroting 2025 en meerjarenraming 2026 – 2028
76
Kostendekkendheid heffingen en rechten De kostendekkendheid van de heffingen/rechten verschaft inzicht in de procentuele over- of onderdekking van de diensten en producten gemeente breed. Hierbij wordt inzichtelijk gemaakt dat de gemeente niet meer aan inkomsten/baten geniet (in rekening brengt) dan dat zij hiervoor aan kosten/lasten maakt om de diensten en producten te verwerken/leveren. De inkomsten/baten en de kosten/lasten zijn ontleend aan de begroting. De geraamde kosten zijn conform de nieuwe BBV-regels berekend. Uitgangspunten- directe kosten en indirect toerekenbare kosten De uitgangspunten die gehanteerd worden bij de berekening van de kosten bij ieder onderdeel zijn uit te splitsen in directe- en indirect toe te rekenen kostencomponenten. Dit zijn kosten die in meer of mindere mate verbonden zijn aan het proces dat leidt tot het gewenste product of vorm van dienstverlening. Voorbeelden hiervan zijn: • • • • •
Personeelskosten; Hard- en software; Vakinhoudelijke abonnementen; Kapitaallasten; Groot- en dagelijkse onderhoudskosten.
Naast de directe kosten is er nog een aantal ‘indirect’ toe te rekenen kostencomponenten, die eveneens onderdeel uitmaken van de totale berekening. Dit zijn kosten die in mindere mate zijn verbonden aan het hierboven genoemde proces. Het gaat daarbij om: • • •