BL Ontwerp programmabegroting 2025 - 2028
Tekst van het document
ONTWERP PROGRAMMABEGROTING 2025 EN MEERJARENRAMING 2026 – 2028
Inhoudsopgave Ontwerp programmabegroting 2025 en meerjarenraming 2026 - 2028 1. 2. 3.
BESTUURLIJKE BOODSCHAP ............................................................................. 2 LEESWIJZER .................................................................................................... 6 BELEIDSBEGROTING ......................................................................................... 8 3.1 TAAKVELDEN............................................................................................. 8 0. BESTUUR EN ONDERSTEUNING .............................................................................8
1. VEILIGHEID ........................................................................................................21 2. VERKEER, VERVOER EN WATERSTAAT ................................................................24 3. ECONOMIE .........................................................................................................29 4. ONDERWIJS .......................................................................................................34 5. SPORT, CULTUUR EN RECREATIE ........................................................................39 6. SOCIAAL DOMEIN ...............................................................................................47 7. VOLKSGEZONDHEID EN MILIEU ...........................................................................60 8. VOLKSHUISVESTING, RUIMTELIJKE ORDENING EN STEDELIJKE VERNIEUWING ....... 67
3.2
PARAGRAFEN .......................................................................................... 72
1. LOKALE HEFFINGEN ...........................................................................................72 2. WEERSTANDSVERMOGEN EN RISICOBEHEERSING ...............................................80
3. ONDERHOUD KAPITAALGOEDEREN .....................................................................89 4. FINANCIERING ....................................................................................................91 5. BEDRIJFSVOERING .............................................................................................95 6. VERBONDEN PARTIJEN .......................................................................................97 7. GRONDBELEID .................................................................................................112 8. INTERBESTUURLIJK TOEZICHT ..........................................................................114 9. ONDERZOEKSAGENDA .....................................................................................119 10. OPENBAARHEIDSPARAGRAAF ........................................................................120
4.
FINANCIËLE BEGROTING ............................................................................... 121 4.1 OVERZICHT VAN BATEN EN LASTEN EN TOELICHTING ................................. 121 4.2 VOORGESTELDE BEGROTINGSBIJSTELLINGEN .......................................... 123 4.3 ACTUALISATIE RESERVE ONTWIKKELING STAD ......................................... 174 4.4 UITEENZETTING FINANCIËLE POSITIE ........................................................ 175 SUBSIDIEOVERZICHT .................................................................... 181 BBV INDICATOREN EN AANVULLENDE LOKALE INDICATOREN ........... 193 OMBUIGINGSVOORSTELLEN – NIET VOORGELEGD ........................... 211 NIEUWE BELEIDSVOORNEMENS – NIET VOORGELEGD ...................... 223
1.
Bestuurlijke boodschap
Geboren op de rijke kleigronden uit het water van de Zuiderzee. Zo ontstond Lelystad als stad van de voortuitgang. Als naamgever van deze stad zag visionair Cornelis Lely grote kansen voor een boeiende combinatie van stedelijke, agrarische en recreatieve ontwikkelingen. Nu na 60 jaar staat Lelystad voor de uitdaging om haar oorspronkelijke idealen te vertalen naar de huidige realiteit. Lelystad is inmiddels een volwassen en volwaardige stad geworden en de ambitie ligt er om versneld door te groeien naar een omvang van 120.000 inwoners.
Verhaal van Lelystad
Afgelopen jaren is er veel nagedacht over hoe deze toekomstige ontwikkeling van Lelystad eruit zou moeten zien. Vanuit de behoefte van het college om focus aan te brengen in alle eerder opgestelde documenten is het ‘Verhaal van Lelystad’ opgesteld (zie informatienota met kenmerk 24.277). Dit verhaal schetst de uitdagingen, mogelijkheden en toekomstkansen van Lelystad. Het hebben van een dergelijk richtinggevend verhaal is belangrijk om gezamenlijk een beeld te hebben over waar we met de ontwikkeling van de stad naartoe willen. Om verder te kunnen bouwen aan de toekomst van Lelystad is het noodzakelijk om keuzes te maken in het Ombuigen noodzakelijk hier en nu. De financiële vooruitzichten maken dat niet om vooruit te kunnen kijken alles meer mogelijk is. In de kadernota 2025 – 2028 is inzichtelijk gemaakt dat de structurele tekorten in de meerjarenraming oplopen tot ruim €17 miljoen per jaar. Deze tekorten worden grotendeels veroorzaakt door de toenemende kosten binnen de jeugdzorg en de lagere rijksbijdrage die gemeenten ontvangen uit het gemeentefonds. Het maken van keuzes is onvermijdelijk en dit vraagt richting van het college en duidelijke keuzes van uw raad. Ondanks dat er lastige besluiten genomen moeten worden is het noodzakelijk om de inkomsten en uitgaven met elkaar in evenwicht te brengen.
Een gezonde financiële positie is een belangrijke randvoorwaarde om ook in de komende jaren focus te kunnen houden op wat voor Lelystad belangrijk is. Deze programmabegroting is tot stand gekomen op basis van de informatie zoals we die nu kennen. Na het opstellen van de kadernota 2025 – 2028 hebben er zich nog een aantal ontwikkelingen voorgedaan die bijstelling van het financieel perspectief noodzakelijk maakten. Een voorbeeld hiervan is de doorwerking van de meicirculaire 2024, waarover de raad in de maand juli is geïnformeerd (informatienota met kenmerk 24.268). Ook de verwachte uitgaven van de Wmo en de jeugdzorg zijn geactualiseerd op basis van de meest recente prognoses en ontwikkelingen (informatienota met kenmerk 24.296). Bovenstaande ontwikkelingen zijn betrokken bij het opstellen van deze ontwerp programmabegroting 2025 – 2028.
Actualisatie op basis van laatste inzichten
Ook de doorwerking van de septembercirculaire 2024 maakt integraal onderdeel uit van de in deze ontwerp programmabegroting 2025 – 2028 gepresenteerde cijfers. Op basis van de septembercirculaire 2024 wordt nogmaals bevestigd dat het nieuwe kabinet de komende jaren weinig financiële speelruimte heeft. De ombuigingsopgave die werd geschetst in de kadernota 2025 – 2028 blijft dan ook onverkort van kracht. In het afgelopen jaar is er hard gewerkt aan het formuleren van een integraal pakket met ombuigingsmogelijkheden, als vervolg op het traject ‘Zero based begroten’. Het college heeft de raad reeds op 2 juli geïnformeerd over het pakket met ombuigingsmogelijkheden dat in deze ontwerp programmabegroting 2025 – 2028 aan de raad ter besluitvorming wordt voorgelegd (informatienota met kenmerk 24.239). In het totale pakket met ombuigingen is rekening gehouden met het vrijspelen van dekking voor enkele voor de stad belangrijke beleidsvoornemens. De input vanuit de raad in de discussie over de kadernota is bij de afweging van het college van grote waarde geweest. De constructieve opstelling van de raad draagt enorm bij aan het doorlopen van een zorgvuldig besluitvormingsproces. Een mooi voorbeeld van deze constructieve opstelling is dat de raad de diverse amendementen en moties bij de behandeling van de kadernota 2025 – 2028 niet in stemming heeft gebracht.
Dit om niet vooruit te lopen op het integrale pakket met ombuigingsmaatregelen. Het college heeft de raad begin september een terugkoppeling gegeven over de doorwerking van deze aangehouden amendementen en moties in relatie tot het uiteindelijke integrale pakket (informatienota met kenmerk 24.294).
Ontwerp programmabegroting 2025 en meerjarenraming 2026 – 2028
2
Bij een ombuigingsoperatie van een dergelijke omvang is niet Afweging en scherpte, te voorkomen dat sommige maatregelen pijn doen. Er is bij focus op wat belangrijk is het opstellen van dit pakket nadrukkelijk rekening gehouden met de inwoners die extra zorg van onze gemeenschap nodig voor Lelystad hebben en het in standhouden van de sociale basisinfrastructuur. Hierbij was het de uitdaging om rekening te houden met de evenwichtige groeiambitie van de stad. Wat het college betreft is dat gelukt en ligt er een evenwichtig en samenhangend pakket met uitvoerbare ombuigingsmaatregelen. De essentie van het raadsakkoord blijft overeind en wordt op onderdelen zelfs versterkt. Er wordt van iedereen veel gevraagd. We moeten een stap terug om weer vooruit te komen, zonder hierbij het belang van onze inwoners uit het oog te verliezen. Het is zaak om op allerlei beleidsterreinen betere dingen te doen met minder middelen. In die zin draait een ombuigingsoperatie als deze niet alleen om het doorvoeren van botte bezuinigingen. Er zitten ook echte hervormingen in, om het in de toekomst echt fundamenteel anders te gaan doen. Wanneer we over een aantal jaren terugkijken op deze periode zullen we concluderen dat het een enorme klus was. Een enorme klus die we in gezamenlijkheid hebben geklaard. Een belangrijk voorbeeld is de jeugdzorg, waar echt iets moet gebeuren.
Dat hoeft niet ten koste te gaan van de kwaliteit van de hulp. Passende ondersteuning is lang niet altijd zoveel mogelijk hulp of zware professionele ondersteuning. Soms geldt dat andere ondersteuning beter is. We moeten doen wat het beste is, passend bij de vraag van inwoners en zo kritisch zijn en blijven op de ondersteuningsmaatregelen die worden aangeboden. Na effectueren van de voorgestelde besluiten is er aan het einde van het meerjarenperspectief in 2028 sprake van een begroting die structureel en reëel in evenwicht is1. In de jaren 2026 en 2027 is er nog sprake van een beperkt incidenteel tekort. Wat betreft het college is het verdedigbaar om de tekorten in deze twee jaarschijven van incidentele dekking te voorzien. Het college heeft daarnaast bewust aangestuurd op het creëren van een begrotingsoverschot met ingang van 2028. De raad wordt geadviseerd terughoudend te zijn met het inzetten van deze begrotingsruimte. Met het effectueren van de ombuigingsmogelijkheden wordt namelijk alle lucht uit de begroting geperst. Samen met de achterblijvende volumeontwikkelingen binnen de algemene uitkering zorgt dit ervoor dat er weinig mogelijkheden zijn om tegenvallers op te kunnen vangen. Wat voor Lelystad zo belangrijk is staat verwoord in het raadsakkoord.
Ook in de bestuurlijke boodschap van de kadernota 2025 – 2028 werd al ingegaan op de meest belangrijke speerpunten en ontwikkelingen die bijdragen aan het Lelystad van de toekomst. Onze Lelystadse samenleving is divers, krachtig en vol creativiteit. In onze moderne tijd zijn we als Het belang van de gemeenschap samenleving verleerd om deze kracht ook in te zetten voor elkaar. Als college willen we daarom gemeenschappen versterken en het ontstaan van nieuwe gemeenschappen stimuleren. Mensen die oog hebben voor elkaar en voor elkaar klaar staan. Zo kan veel in de kiem opgelost worden en voorkomen we onnodige problematisering. We gaan uit van mensen zelf en de kracht van de samenleving om hen heen. Daar waar inwoners het nodig hebben bieden we een vangnet. We staan naast mensen, zorgen voor passende en kwalitatieve ondersteuning, vanuit de vraag van mensen zelf. Als gemeente hebben we ook binnen het sociaal domein een financiële uitdaging, met name in de jeugdhulp. Kostenbeheersing vraagt dat we sturen op volume, de zwaarte en de aard van de geboden hulp. Dat hoeft niet ten koste te gaan van de kwaliteit van de hulp. Passende ondersteuning is lang niet altijd zoveel mogelijk hulp of zware professionele ondersteuning. Soms geldt ook dat andere ondersteuning beter is. Bijvoorbeeld als er sprake is van armoede of schulden. Dit vraagt een integrale blik.
We moeten doen wat het beste is, passend bij de vraag van inwoners en zo kritisch zijn en blijven op de ondersteuningsmaatregelen die we aanbieden.
1
Structureel in evenwicht wil zeggen dat jaarlijks terugkerende lasten worden gedekt door jaarlijks terugkerende baten. Reëel in evenwicht wil zeggen dat de achterliggende prognoses en aannames realistisch en haalbaar moeten zijn.
Ontwerp programmabegroting 2025 en meerjarenraming 2026 – 2028
3
Op het fysieke vlak zijn de plannen rondom stedelijke ontwikkeling inspirerend voor ons, de inwoners en de markt. Deze ontwikkelingen zullen de stad aantrekkelijker maken, wat de groei zal bevorderen. Met de omgevingsvisie willen we samen met inwoners kijken naar de stad van de toekomst. Het Waterfront, Campusgebied en Stadshart zijn stuk voor stuk plannen die de aantrekkelijkheid van de stad vergroten en met de nieuwe ontwikkelstrategie bieden we ruimte aan de markt om actief deel te nemen. Verder willen we met de herijking van Lelystad Next Level ervoor zorgen dat we samen met Rijk, Provincie en partners aan onze stad bouwen.
Inzet op stedelijke ontwikkeling en groei
De plannen worden ook werkelijkheid. We zijn bezig met daadwerkelijke fysieke ingrepen, zoals het starten van de werkzaamheden in het stationsgebied deze zomer. Eind 2024 wordt de eerste paal in de grond geslagen in Hanzepark. De aanpassingen in onze stad zijn ook een inspiratie voor nieuwe plannen, waarmee we blijven bouwen aan een bloeiende toekomst. Lelystad is een belangrijke logistieke hub. Dit zorgt voor de ontwikkeling van de bedrijventerreinen en werkgelegenheid. Tegelijkertijd is het belangrijk dat ook andere sectoren in Lelystad zich vestigen en gevestigd blijven. Te denken valt aan bedrijven gericht op de hoogwaardige maakindustrie en de markt voor alternatieve energie. Daarom is het belangrijk dat bedrijventerreinen ontwikkeld worden of aangepast naar de huidige en toekomstige behoefte. Lelystad wil een aantrekkelijke stad zijn voor ondernemers en bezoekers. Ondernemers worden gefaciliteerd met een ‘ja, tenzij houding ‘ en de lijnen naar de ambtelijke organisatie en bestuur zijn kort en daadkrachtig. Evenementen maken onderdeel uit van onze jaaragenda en verrijken de stadsbeleving voor onze inwoners. Alle ondernemers worden gelijk en volgens vaste procedures gefaciliteerd. Er is een grote behoefte aan woningen. De oorspronkelijke processen passen niet meer bij de huidige markt en behoeften.
Daarom zijn er door dit college stappen gezet om de achterstand op de woningbouw in te lopen. De eerste resultaten hiervan zijn inmiddels zichtbaar in Campus Midden en de voortgang van het nieuwe stadsdeel, dat op dit moment nog de werktitel ZuiderC draagt. Op 4 november wordt de definitieve naam voor dit nieuwe stadsdeel bekend gemaakt. Ook de CPO’s krijgen een plek en diverse Turbolocaties komen tot ontwikkeling. Alle verschillende doelgroepen hebben behoefte aan woonruimte: jongeren, studenten, doorstromers, gezinnen, ouderen, spoedzoekers, arbeidsmigranten en statushouders. Dit college wil realiseren dat al deze doelgroepen bediend worden. Daarom is de integrale woningbouwaanpak erop gericht dat aan al deze doelgroepen op de juiste wijze en in redelijkheid aandacht wordt besteed.
Woningbouw, onderwijs en sport
Onderwijs biedt toekomst. Dit college heeft daarom korte lijnen met de onderwijsbesturen en draagt zorg voor optimalisatie van de onderwijs huisvesting. Onder meer door het toevoegen van de benodigde extra tijdelijke huisvesting of het verbeteren van de sportfaciliteiten. Ook wordt aandacht besteed aan de veiligheid op school. Bijvoorbeeld door de aanpak vandalisme en overlast. Iedere leerling verdient immers een veilige en adequate schoolomgeving. Alles gericht op het versterken van de onderwijskwaliteit en het verbreden van het onderwijsaanbod. Sport en bewegen is belangrijk en dient voor een brede doelgroep toegankelijk te zijn en blijven. Zeker de meer kwetsbare doelgroepen en bovenal kinderen en jongeren dienen zich bewust te zijn van het feit dat ze kunnen sporten en verdienen onze aandacht. Betaalbaar sporten voor iedereen blijft het uitgangspunt. Daar waar in de kadernota 2025 – 2028 nog geen dekking beschikbaar was voor het beleidsvoornemen om de sporthallen van een upgrade te voorzien, is daar in deze ontwerp programmabegroting 2025 – 2028 dekking voor vrijgemaakt. Veiligheid is een belangrijk thema voor de inwoners van Lelystad. Een veilig Lelystad is ook een voorwaarde voor een levendig Lelystad. Dit vraagt een doeltreffende aanpak van criminaliteit, overlast en onveilige situaties.
Samen met haar partners heeft de gemeente voor de komende jaren de volgende prioriteiten vastgesteld: cybercriminaliteit; jeugd en veiligheid; ondermijning: zorg & veiligheid; crisisbeheersing en rampenbestrijding.
Veiligheid, stadstoezicht en handhaving
Ontwerp programmabegroting 2025 en meerjarenraming 2026 – 2028
4
Wij zetten komende jaren in op zowel preventie als repressie. Mocht het onverhoopt toch mis gaan dan moet er een goede crisisorganisatie staan en voldoende brandweer en politie beschikbaar zijn. We vragen van onze professionele partners en inwoners dat ze actief meewerken aan het realiseren van een veilige en leefbare gemeente. Daarbij zetten wij in op onveilige en overlastsituaties. We hechten grote waarde aan een veilige woon- en leefomgeving voor iedereen. Met de aanbieding van het VTHUP is de richting van stadstoezicht en handhaving in afstemming met uw raad bepaald. Het spreekt voor zich dat overlast in de breedste zin van het woord wordt aangepakt. Tegelijkertijd hebben we te maken met beperktere financiële mogelijkheden en is het niet altijd eenvoudig om het benodigd aantal FTE’s te vinden en duurzaam te behouden. Dit vraagt om een doorontwikkeling en een veranderende aanpak op het gebied van stadstoezicht en handhaving. De eerste stappen zijn hiervoor gezet en hier houdt het college in de toekomst, samen met uw raad aandacht voor.
Het college zet in op de uitwerking van een programma natuur, met onder andere de ontwikkeling van een parkenvisie die onze groene ruimtes versterkt en het opzetten van de contouren van een Kenniscentrum Nieuwe Natuur, dat een cruciale rol gaat spelen in het bevorderen van landelijke innovatie en kennisuitwisseling binnen het domein van natuurbehoud en -ontwikkeling alsmede de positionering van onze groene stad.
Natuur, warmtetransitie en cultuur
De warmtetransitie is inmiddels organisatorisch geborgd en inmiddels zijn de gesprekken met de stad gestart. Input is essentieel voor het succesvol doorvoeren van deze majeure verandering. Daarbij heeft de netcongestie voortdurend de aandacht van het college. De vastgestelde cultuurvisie wordt merkbaar breed gedragen door onze culturele partners en het college blijft zich inzetten om cultuur naar de wijken te brengen, als onderdeel van de Maatschappelijke Agenda, zodat ook mensen die daar anders niet mee in aanraking komen, kunnen genieten van kunst en cultuur. In lijn met de cultuurvisie, hebben we een massastudie uitgevoerd voor het stedenbouwkundig ontwerp van het poppodium Corneel. Dit zal niet alleen een culturele hotspot worden, maar mogelijk ook een combinatie met een iconisch multifunctioneel gebouw dat de kwaliteit van het stadshart zal versterken. Een belangrijk project is de ontwikkeling van het Zilverpark, waarbij het college niet alleen streeft naar een herdenkingsplek die recht doet aan de geschiedenis, maar ook naar de realisatie van een skatepark, waar jongeren hun passie kunnen uiten en samenkomen. Dit integrale project symboliseert onze visie op een stad, die ruimte biedt voor herdenking, recreatie en ontmoeting.
De plannen voor de herdenkingsplek zijn in nauwe samenwerking met diverse belangengroepen tot stand gekomen en er wordt door hen met veel enthousiasme uitgekeken naar het vervolg. Bij de plannen voor het skatepark denken jongeren actief mee. Dat is een voorbeeld van hoe het college jongeren blijft betrekken bij relevante onderwerpen. Het tot stand komen van nieuw speelruimtebeleid is daar ook een voorbeeld van. We geloven in de kracht van jongeren om onze gemeente en stad nog beter te maken.
Ontwerp programmabegroting 2025 en meerjarenraming 2026 – 2028
5
2.
Leeswijzer
De programmabegroting is opgesteld conform de voorschriften uit het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV). Zo is de financiële begroting ingedeeld op basis van de bij ministeriële regeling voorgeschreven ‘taakvelden’, wordt er inzicht gegeven in diverse financiële kengetallen en is er een bijlage opgenomen waarin de wettelijk verplicht op te nemen beleidsindicatoren inzichtelijk zijn gemaakt. Deze voorschriften over hoe de programmabegroting en jaarstukken moeten worden opgebouwd zorgen voor uniformiteit. Het idee achter deze voorschriften is dat gemeenten met elkaar vergeleken moeten kunnen worden. Door dezelfde regels te hanteren wordt er immers minder ruimte gelaten voor interpretatie door individuele gemeenten. Zoals zichtbaar is in de inhoudsopgave bestaat deze programmabegroting uit een beleidsbegroting en een financiële begroting, plus een aantal bijlagen. Hieronder worden de daarin opgenomen hoofdstukken kort toegelicht. De beleidsbegroting is opgebouwd uit de volgende drie afzonderlijke onderdelen: 3.1 Taakvelden De totale gemeentebegroting is onder te verdelen in clusters (0 tot en met 8), waarbij ieder cluster weer is opgebouwd uit een aantal samenhangende taakvelden (in totaal 69). Binnen dit hoofdstuk wordt inzicht geboden in: a) b) c) d) e) f)
de bijbehorende begrote baten en lasten van de taakvelden in de periode 2025 – 2028; de verantwoordelijke portefeuillehouder(s) en de relatie met de hoofdopgaven uit het raadsakkoord; het antwoord op de vraag of het taakveld onderdeel uitmaakt van de begrotingsmonitoren 2025; de aard van deze activiteiten (wettelijk / gemeentelijk), met daaruit afgeleid een duiding van de beïnvloedbaarheid van deze baten en lasten; de activiteiten die samenhangen met de inzet van deze baten en lasten en wat daarmee beoogd wordt te bereiken; de aan het taakveld gerelateerde beleidsnota’s en indien van toepassing de vermelding van aan dit taakveld verbonden partijen (alleen indien er zowel een bestuurlijk- als financieel belang aanwezig is).
3.2 Paragrafen De paragrafen vormen een dwarsdoorsnede van de gemeentebegroting. Zaken als de gemeentelijke bedrijfsvoering, de financiering en het beleid omtrent de onderhoud van kapitaalgoederen lopen dwars door de hierboven beschreven taakvelden heen. Dit is ook de reden dat het BBV gemeenten verplicht dit type informatie in afzonderlijke paragrafen uit te werken. De financiële begroting is opgebouwd uit de volgende drie afzonderlijke onderdelen: 4.1 Overzicht van baten en lasten en toelichting Binnen dit hoofdstuk wordt er een weergave gegeven van het totaal aan baten en lasten van alle taakvelden bij elkaar opgeteld. De bij het opstellen van de totale gemeentebegroting gehanteerde grondslagen worden daarbij kort uiteengezet. De stand van het financieel perspectief in de jaren 2025 en verder sluit aan bij de eindstand van de kadernota 2025 - 2028. De eindstand zoals hier gepresenteerd is exclusief doorwerking van de in deze programmabegroting aan de raad voorgestelde begrotingsbijstellingen. Na besluitvorming door de gemeenteraad zullen deze bijstellingen formeel worden verwerkt in de financiële administratie en zullen deze tabellen worden aangepast. 4.2 Voorgestelde begrotingsbijstellingen Binnen dit hoofdstuk worden alle voorgestelde bijstellingen op de begroting en meerjarenraming uiteen gezet.
Dit zijn bijstellingen ten opzichte van de hierboven genoemde eindstand van de kadernota 2025 –
Ontwerp programmabegroting 2025 en meerjarenraming 2026 – 2028
6
2028. De bijstellingen die in dit hoofdstuk ter besluitvorming aan de raad worden voorgelegd zijn onderverdeeld in de volgende categorieën: A. B. C. D.
Ombuigingen Beleidsvoornemens Onontkoombaar / actualisaties Gemeentefonds
De 84 bijstellingen die vallen onder categorie ‘A. Ombuigingen’ zijn in een eerder stadium al met de raad gedeeld via een informatienota met kenmerk 24.239 (dd 2 juli). Dat geldt ook voor de bijstellingen die in categorie ‘B. Beleidsvoornemens’ aan de raad ter besluitvorming worden voorgelegd. Het gaat hier om een deel van de beleidsvoornemens waar in de kadernota 2025 – 2028 nog geen dekking voor beschikbaar was. Na effectuering van de voorgestelde ombuiging is deze dekking wel beschikbaar. Dit maakt dat het college de raad nu voorstelt de hiervoor benodigde middelen beschikbaar te stellen. De bijstellingen die vallen onder categorie ‘C. Onontkoombaar / actualisaties’ hebben betrekking op ontwikkelingen die na het opstellen van de kadernota 2025 – 2028 duidelijk zijn geworden. In de benaming van iedere bijstelling wordt aangegeven of het gaat om een ‘onontkoombare’ ontwikkeling of een ‘actualisatie’ van bestaand budget. De bijstellingen die vallen onder categorie ‘D. Gemeentefonds’ hebben betrekking op de mutaties binnen de uitkering die de gemeente ontvangt uit het gemeentefonds. Over de mutaties naar aanleiding van de meicirculaire 2024 is de raad eerder al geïnformeerd via een informatienota met kenmerk 24.268.
De mutaties naar aanleiding van de septembercirculaire 2024 worden in deze categorie eveneens inzichtelijk gemaakt en betrokken bij de actualisatie van het financieel perspectief 2025 – 2028. Na verwerking van de voorgestelde begrotingsbijstellingen is er uiteindelijk in 2028 sprake van structureel en reëel begrotingsevenwicht. In 2025 is er sprake van een begrotingsoverschot en in 2026 en 2027 is er sprake van een tekort. Gezien het feit dat er op termijn begrotingsevenwicht wordt bereikt is het verdedigbaar de tekorten in 2026 en 2027 van incidentele dekking te voorzien. 4.3 Voorgestelde inzet incidentele middelen De reserve ontwikkeling stad laat na besluitvorming in de kadernota 2025 – 2028 een nadelig saldo zien ter grootte van €10.211.166. Oorzaak achter dit nadelige saldo is het door de raad aangenomen amendement A14 – A14 ‘Niet tornen aan investeren in sportaccommodaties’ bij de kadernota 2025 – 2028. Het voorstel van het college was om de beklemming van €12 miljoen binnen de reserve ontwikkeling stad te laten vervallen, zodat er dekking vrijgespeeld werd voor enkele andere ontwikkelingen die vroegen om de inzet van incidentele middelen. Met het amendement heeft de raad besloten deze beklemming vooralsnog in stand te laten.
Inmiddels is duidelijk dat het college de raad voorstel structurele middelen beschikbaar te stellen voor realisatie van een nieuwe sporthal (zie bijstelling 89). De beklemming van deze €12 miljoen is daarmee overbodig geworden. Bovendien is een negatieve bestemmingsreserve niet toegestaan op basis van wet- en regelgeving. Om die reden stelt het college in deze programmabegroting 2025 – 2028 de raad voor om deze beklemming van €12 miljoen alsnog te laten vervallen. 4.4 Uiteenzetting financiële positie Binnen dit hoofdstuk wordt ingegaan op de gemeentelijke balans. Er wordt inzicht geboden in de gemeentelijke reservepositie en de voorzieningen. Dit hoofdstuk heeft een relatie met de paragraaf Inter Bestuurlijk Toezicht (IBT), waarin wordt ingegaan op diverse financiële ratio’s en kengetallen (aan de hand van de drie pijlers: begrotingsevenwicht, weerstandsvermogen en schuldpositie). Bijlagen In deze programmabegroting zijn enkele bijlagen opgenomen. Bijvoorbeeld de bij ministeriële regeling verplicht op te nemen beleidsindicatoren per taakveld (aangevuld met lokale beleidsindicatoren) en diverse overzichten op het gebied van subsidieverstrekking. Ook is er een bijlage opgenomen met ombuigingsmogelijkheden die wel in beeld zijn gebracht, maar om uiteenlopende redenen niet aan de raad ter besluitvorming zijn voorgelegd (zie informatienota met kenmerk 24.239).
Tot slot zijn er nog een aantal beleidsvoornemens in beeld gebracht, waar op dit moment geen dekking voor is. Deze beleidsvoornemens - bijvoorbeeld voortvloeiend uit het IHP Sport - zijn inzichtelijk gemaakt in bijlage 4.
Ontwerp programmabegroting 2025 en meerjarenraming 2026 – 2028
7
3.
Beleidsbegroting
3.1
Taakvelden
0. Bestuur en ondersteuning De taakvelden binnen het cluster ‘0. Bestuur en ondersteuning’ dragen bij aan de uitvoering van de inhoudelijke taakvelden, die onderdeel uitmaken van de verderop beschreven clusters 1 tot en met 8. In de overzichten hieronder wordt per taakveld inzicht geboden in de bijbehorende lasten en baten. Vervolgens wordt per taakveld aanvullende informatie geboden, bijvoorbeeld over de aard van de activiteiten, de beïnvloedbaarheid van de budgetten en de verantwoordelijke portefeuillehouder(s). Indien van toepassing wordt er ingegaan op de concrete doelstellingen voor 2025 en de bij het taakveld betrokken verbonden partijen.
Ontwerp programmabegroting 2025 en meerjarenraming 2026 – 2028
8
0. Bestuur en ondersteuning (bedragen x €1.000) Lasten 0.1 Bestuur 0.10 Mutaties reserves 0.11 Resultaat van de rekening van baten en lasten 0.2 Burgerzaken 0.3 Beheer overige gebouwen en gronden 0.4 Overhead 0.5 Treasury 0.61 OZB woningen 0.62 OZB niet-woningen 0.63 Parkeerbelasting 0.64 Belastingen overig 0.7 Algemene uitkering en overige uitkeringen gemeentefonds 0.8 Overige baten en lasten 0.9 Vennootschapsbelasting (Vpb) Totaal Lasten Baten 0.1 Bestuur 0.10 Mutaties reserves 0.11 Resultaat van de rekening van baten en lasten 0.2 Burgerzaken 0.3 Beheer overige gebouwen en gronden 0.4 Overhead 0.5 Treasury 0.61 OZB woningen 0.62 OZB niet-woningen 0.63 Parkeerbelasting 0.64 Belastingen overig 0.7 Algemene uitkering en overige uitkeringen gemeentefonds 0.8 Overige baten en lasten 0.9 Vennootschapsbelasting (Vpb) Totaal Baten Eindtotaal
0. Bestuur en ondersteuning (mutaties reserves) (bedragen x €1.000) 0.10 Mutaties reserves Lasten Baten Totaal 0.10 Mutaties reserves 0.11 Resultaat van de rekening van baten en lasten Lasten Baten Totaal 0.11 Resultaat van de rekening van baten en lasten Eindtotaal
2025
2026
2027
2028
-4.687 -4.989 -823 -35.596 154 -2.259 -12.713 -60.914
-4.687 -5.109 -823 -35.122 294 -2.259 -13.367 -61.073
-4.687 -5.276 -823 -34.547 92 -2.260 -13.182 -60.683
-4.687 -5.161 -823 -34.576 -307 -2.260 -13.939 -61.753
82 1.317 899 266 1.374 15.088 17.688 2.190 321 215.613 254.837 193.923
82 1.441 899 266 1.074 15.088 17.688 2.190 321 207.885 246.934 185.860
82 1.602 899 266 774 15.088 17.688 2.190 321 210.654 249.563 188.880
82 1.491 899 266 774 15.088 17.688 2.190 321 210.219 249.018 187.265
2025
2026
2027
2028
-1.099 8.798 7.699
-1.084 6.415 5.332
-1.084 2.924 1.841
-867 2.492 1.625
5.191 5.191 12.890
17.011 17.011 22.343
14.913 14.913 16.754
17.013 17.013 18.638
Ontwerp programmabegroting 2025 en meerjarenraming 2026 – 2028
9
0.1
Bestuur
Hoofdopgave raadsakkoord: Portefeuillehouder(s): A.E.H. Baltus Portefeuillehouder(s): Onderdeel begrotingsmonitor:
Lasten Baten
Nee
2025 -4.687 82
2026 -4.687 82
Aard activiteiten: Beinvloedbaarheid lasten Beinvloedbaarheid baten:
Bedrag x €1.000
2027 -4.687 82
2028 -4.687 82
Wettelijk [ 0 % - 20 %] [0%]
Context Op basis van artikel 6 van de gemeentewet is het voor een gemeente verplicht om een gemeenteraad, een college en een burgemeester te hebben. Daarnaast verplicht de gemeentewet iedere gemeente om een rekenkamer of een rekenkamerfunctie vorm te geven (artikel 81a t/m 81k en artikel 182 t/m 185). Verder is het in de gemeentewet de verplichting een griffie te hebben (artikel 107 t/m 107e gemeentewet). Wat willen we bereiken? We streven naar een goed bestuur van de stad. In dit taakveld zijn de lasten opgenomen die direct verband houden met de gemeentelijke bestuursorganen en de directe ondersteuning daarvan. - Het college van burgemeester en wethouders; - De gemeenteraad en de raadscommissies; - De ondersteuning en advisering van de raad in de vorm van een griffie; - De lokale rekenkamer; - Landelijke- en regionale bestuurlijke samenwerkingsverbanden (Vereniging van Nederlandse Gemeenten, G40, Platform 31 en Lelystad Next Level) De beïnvloedbaarheid van de lasten binnen dit taakveld is vrij beperkt. Zo is het aantal raadsleden wettelijk voorgeschreven, evenals de hoogte van de bijbehorende vergoeding voor het raadswerk. De lasten behorende bij het college staan in direct verband met het aantal collegeleden. De lasten behorende bij de raad staan in direct verband met het aantal raadsleden, fracties en fractieassistenten.
Met ingang van de bestuursperiode 2022-2026 is het aantal raadsleden toegenomen van 35 naar 37 in verband met het bereiken van de grens van 80.000 inwoners. Wat gaan we daarvoor doen? De wijze waarop het gemeentebestuur met elkaar omgaat is van grote invloed op het imago en de bestuurskracht. Om het samenspel te verbeteren zijn er in het raadsakkoord 2022-2026 een aantal afspraken gemaakt, bijvoorbeeld over tijdige informatievoorziening en een duidelijke rolverdeling tussen raad en college. Onderliggende basis van deze afspraak is het onderlinge vertrouwen om samen resultaten voor de stad te boeken. Gerelateerde beleidsnota's Gerelateerde verbonden partijen Gedragscode integriteit gemeenteraadsleden gemeente Lelystad Gedragscode integriteit collegeleden gemeente Lelystad Gedragscode integriteit ambtenaren gemeente Lelystad
Ontwerp programmabegroting 2025 en meerjarenraming 2026 – 2028
10
0.2
Burgerzaken
Hoofdopgave raadsakkoord: Portefeuillehouder(s): S. Kruis Portefeuillehouder(s): Onderdeel begrotingsmonitor:
Lasten Baten
Nee
2025 -4.989 1.317
Aard activiteiten: Beinvloedbaarheid lasten Beinvloedbaarheid baten:
2026 -5.109 1.441
Bedrag x €1.000
2027 -5.276 1.602
2028 -5.161 1.491
Wettelijk [ 0 % - 20 %] [0%]
Context De gemeente voert een verscheidenheid aan wettelijke verplichtingen uit binnen dit taakveld. De uitvoering hiervan is georganiseerd binnen de Stadswinkel. Naast burgerzaken vormt het klantcontactcentrum een belangrijk onderdeel, dat uitvoering geeft aan de telefonische bereikbaarheid, informatieverstrekking en het opnemen en uitzetten van meldingen over de openbare ruimte. De informatiebalie is het eerste aanspreekpunt voor inwoners, bezoekers en ondernemers die een bezoek brengen aan het stadhuis en vervult daarmee een waardevolle en gastvrije rol in de gemeentelijke dienstverlening. Wat willen we bereiken? In dit taakveld zijn de lasten en baten opgenomen die verband houden met de uitvoering van de diverse wettelijk voorgeschreven burgerzakentaken. De beïnvloedbaarheid van de lasten en baten binnen dit taakveld is vrij beperkt, aangezien het de uitvoering van wettelijke taken betreft en een groot deel van de legesopbrengsten worden gemaximeerd door wettelijke bepalingen. Op basis van artikel 229 van de Gemeentewet brengt de gemeente de kosten in rekening voor deze door de gemeente geleverde diensten, de zogeheten leges. Basistaken De gemeente is verantwoordelijk voor de uitvoering van diverse wettelijke taken, zoals de uitgifte van rijbewijzen, reisdocumenten en het verlenen of intrekken van de Nederlandse nationaliteit.
Basisregistratie Grootschalige Topografie De Basisregistratie Grootschalige Topografie (BGT) is een digitale kaart van Lelystad waarop gebouwen, wegen, waterlopen, terreinen en spoorlijnen eenduidig zijn vastgelegd. De kaart bevat veel details, zoals je die in de werkelijkheid ook ziet. Denk aan bomen, wegen en gebouwen. Kortom: de inrichting van de fysieke omgeving. Basisregistratie Adressen en Gebouwen De BAG (Basisregistratie Adressen en Gebouwen) is onderdeel van het overheidsstelsel van basisregistraties. Gemeenten zijn bronhouders van de BAG. Zij zijn verantwoordelijk voor het opnemen van de gegevens in de BAG en voor de kwaliteit ervan. De gegevens over adressen en gebouwen worden centraal beschikbaar gesteld via de Landelijke Voorziening BAG (LV BAG). Basisregistratie Ondergrond De Basisregistratie Ondergrond (BRO) bevat gegevens over geologische en bodemkundige opbouw van de Nederlandse ondergrond.. Basisregistratie Personen De gemeente is verantwoordelijk voor uitvoering van de Basisregistratie Personen. Dit betreft het bijhouden van persoonsgegevens, de verstrekking van gegevens uit de basisregistratie, de technische en administratieve inrichting en werking en de beveiliging van de basisregistratie. Burgerlijke stand Op basis van het Burgerlijk Wetboek houdt de gemeente diverse registers bij.
Daarnaast voeren we de daarbij behorende taken op onder andere het gebied van huwelijken, geboortes, overlijden en erkenningen uit. Het steeds verder digitaliseren van onze dienstverlening wordt ook hierin toegepast. Verkiezingen Op basis van de Kieswet zijn gemeenten verantwoordelijk voor het organiseren van verkiezingen voor de gemeenteraad, de provinciale staten, de Tweede Kamer der Staten-Generaal, het Europees Parlement en de Waterschappen. In 2025 is er geen verkiezing gepland. De eerst volgende voor ons te organiseren verkiezing zijn de gemeenteraadsverkiezingen in maart 2026.
Ontwerp programmabegroting 2025 en meerjarenraming 2026 – 2028
11
0.2
Burgerzaken (vervolg)
Lasten Baten
2025 -4.989 1.317
2026 -5.109 1.441
Bedrag x €1.000
2027 -5.276 1.602
2028 -5.161 1.491
Wat gaan we daarvoor doen? Inwoners ervaren de dienstverlening van Burgerzaken als gastvrij, persoonlijk en professioneel, waarbij je veilig en betrouwbaar voor je diensten en producten terecht kunt. Burgerzaken staat de komende jaren voor grote veranderingen, waardoor het taakveld aan verandering onderhevig is. Bij de vertaalslag van de systeemwereld naar de leefwereld van de burger, moet een balans worden gevonden in het spanningsveld van optimale dienstverlening en tegelijkertijd kwaliteit van persoonsgegevens, privacy, fraudebestrijding, juridisering en de toenemende digitalisering. Hier ligt de uitdaging om de dienstverlening continu te verbeteren, anders in te richten en tegelijkertijd de persoonlijke benadering, naar een hoger plan te tillen. Kijken naar mogelijkheden en niet naar onmogelijkheden, vereist meer dan ooit hostmanship en vakmanschap. Om bovenstaande de komende jaren te realiseren gaan we aan de slag met de uitvoering van onze visie op dienstverlening “altijd dichtbij, gastvrij & persoonlijk, deskundig & betrouwbaar, digitaal gemak, effectief & toekomstgericht”. Door kritisch te kijken naar de huidige processen en de juiste keuzes te maken voor de middel- en lange termijn komen wij tot een optimale dienstverlening, digitaal waar dat kan, persoonlijk waar het moet. Gerelateerde beleidsnota's Leges verordening 2024
Gerelateerde verbonden partijen -
Ontwerp programmabegroting 2025 en meerjarenraming 2026 – 2028
12
0.3
Beheer overige gebouwen en gronden
Hoofdopgave raadsakkoord: 7. Stedelijke Vernieuwing Portefeuillehouder(s): D. Grimbergen Portefeuillehouder(s): S. Kruis Onderdeel begrotingsmonitor: Nee
Lasten Baten
2025 -823 899
2026 -823 899
Aard activiteiten: Beinvloedbaarheid lasten Beinvloedbaarheid baten:
Bedrag x €1.000
2027 -823 899
2028 -823 899
Gemeentelijk [ 0 % - 20 %] [ 0 % - 20 %]
Context Naast bouwgrond in exploitatie (taakveld 3.2 voor bedrijventerreinen en taakveld 8.2 voor niet-bedrijventerreinen) heeft de gemeente diverse andere gronden in eigendom. Dit zijn bijvoorbeeld gronden die zijn uitgegeven in erfpacht, maar ook de niet in exploitatie genomen gronden. Wanneer geen sprake is van een grondexploitatie, worden de bijbehorende lasten en baten die samenhangen met het bezit en beheer van deze gronden binnen dit taakveld verantwoord. Wat willen we bereiken? Door middel van uitgifte in erfpacht in het verleden heeft de gemeente (ook op privaatrechtelijke wijze) grip gekregen op de ruimtelijke ontwikkeling. Daarnaast worden gronden die nog niet zijn bebouwd, als strategische grondvoorraad aangehouden om later eventueel in een grondexploitatie te worden opgenomen. Passend binnen het maatschappelijk grondbeleid kan in de tijdelijkheid bij deze gronden ook worden gekeken naar eventele mogelijkheden die een maatschappelijke bijdrage dienen. Daarnaast wordt er binnen dit taakveld gestreefd naar een evenwicht tussen de opbrengsten uit verhuur en verpachting enerzijds en de daaraan gekoppelde beheerslasten anderzijds. Wat gaan we daarvoor doen? Gronden die geen onderdeel uitmaken van een grondexploitatie vertegenwoordigen een waarde op de gemeentelijke balans binnen de categorie materiële vaste activa.
De exploitatielasten van het in beheer hebben van deze gronden - en de baten die samenhangen met het bezit - zijn grofweg onder te verdelen in: Toegerekende rentelasten De gemeentelijke bezittingen zijn deels gefinancierd met vreemd vermogen, zo ook de gronden die zijn uitgegeven in erfpacht en de (bouw)gronden die nog niet zijn opgenomen in een grondexploitatie. Het BBV schrijft voor dat de kosten die hiermee samenhangen moeten worden toegerekend aan het bijbehorende taakveld. In dit geval worden de rentelasten die samenhangen met het in bezit hebben van deze gronden aan dit taakveld toegerekend via een omslagpercentage. Beheerslasten en -baten Naast de lasten die samenhangen met het in bezit hebben, heeft de gemeente ook een verantwoordelijkheid om zorg te dragen voor een doelmatig beheer van deze gronden. Daar waar dit mogelijk is, worden gronden verhuurd of verpacht, zodat er baten worden gerealiseerd. Op incidentele basis wordt er in bepaalde gevallen overgegaan tot verkoop van grond, wat resulteert in incidentele baten en vaak ook lasten (bijvoorbeeld in verband met de afwikkeling van een boekwaarde). Deze incidentele verkopen zijn niet op voorhand meerjarig te begroten. De beïnvloedbaarheid van de lasten en baten binnen dit taakveld is vrij beperkt, aangezien de lasten en baten sterk met elkaar samenhangen. Gerelateerde beleidsnota's -
Gerelateerde verbonden partijen -
Ontwerp programmabegroting 2025 en meerjarenraming 2026 – 2028
13
0.4
Overhead
Hoofdopgave raadsakkoord: Portefeuillehouder(s): S. Kruis Portefeuillehouder(s): Onderdeel begrotingsmonitor:
Lasten Baten
Nee
2025 -35.596 266
2026 -35.122 266
Aard activiteiten: Beinvloedbaarheid lasten Beinvloedbaarheid baten:
Bedrag x €1.000
2027 -34.547 266
2028 -34.576 266
Gemeentelijk [ 0 % - 20 %] [ 0 % - 20 %]
Context De bedrijfsvoeringskosten van de gemeente worden gedefinieerd als die kosten die niet direct zijn toe te rekenen aan de overige taakvelden binnen de gemeentebegroting. Het gaat hierbij om alle kosten die samenhangen met de sturing en ondersteuning van het primaire proces en medewerkers. Het gaat om een breed palet aan activiteiten: van verplicht af te sluiten verzekeringen voor het afdekken van risico's tot aan de inzet van expertise voor complexe financiële- en juridische zaken; van facilitaire zaken tot aan het draaiend houden van de ICT infrastructuur. Wat willen we bereiken? Binnen de gemeentelijke bedrijfsvoering streven we naar optimale ondersteuning van de alle werkprocessen en routines gericht op de dienstverlening aan inwoners, ondernemers en organisaties. In de paragraaf bedrijfsvoering wordt uitgebreider ingegaan op diverse aspecten die hierbij van belang zijn. Wat gaan we daarvoor doen? In dit taakveld zijn de lasten en baten opgenomen die verband houden met de bedrijfsvoeringskosten. Het gaat hierbij om de gemeente brede uitvoering van de volgende taken: - financiën, administratie, beheer, toezicht en controle gericht op de eigen organisatie; - personeel en organisatie; - datateam; - de directie, teamleiders; - inkoop (incl.
aanbesteding en contractmanagement); - juridische zaken; - planning en control; - concernadvies; - bestuurszaken en bestuursondersteuning; - informatievoorziening en automatisering; - facilitaire zaken en huisvesting, zoals de kapitaal- en onderhoudslasten van het stadshuis (incl. beveiliging); - documentaire informatievoorziening (DIV); De beïnvloedbaarheid van de lasten en baten die resteert binnen dit taakveld is zeer beperkt en staat in direct verband met de omvang van de activiteiten die worden uitgevoerd binnen het primaire proces. Gerelateerde beleidsnota's -
Gerelateerde verbonden partijen -
Ontwerp programmabegroting 2025 en meerjarenraming 2026 – 2028
14
0.5
Treasury
Hoofdopgave raadsakkoord: Portefeuillehouder(s): D. Grimbergen Portefeuillehouder(s): Onderdeel begrotingsmonitor:
Lasten Baten
Ja
2025 154 1.374
2026 294 1.074
Aard activiteiten: Beinvloedbaarheid lasten Beinvloedbaarheid baten:
Bedrag x €1.000
2027 92 774
2028 -307 774
Gemeentelijk [0%] [0%]
Context De gemeente heeft een deel van haar activa gefinancierd met vreemd vermogen en betaalt over deze aangetrokken leningen een vergoeding in de vorm van rente. De Wet Financiering Decentrale Overheden (Wet FIDO) stelt regels aan het financieringsgedrag van gemeenten, zodanig dat bijvoorbeeld de risico's op het gebied van renteschommelingen worden beperkt. Zo voorkomt de zogeheten 'kasgeldlimiet' dat gemeenten vooral leningen aantrekken met een korte looptijd (met over het algemeen een lagere rente) en verplicht de 'renterisiconorm' gemeenten om de herfinanciering van leningen te spreiden in de tijd. Wat willen we bereiken? Binnen de grenzen van de Wet FIDO wordt getracht de rentelasten zo laag mogelijk te houden, door maximaal gebruik te maken van de kasgeldlimiet. Daarnaast wordt door middel van het spreiden van de leningenportefeuille in de tijd getracht het renterisico bij het herfinancieren van leningen zo klein mogelijk te houden. Wat gaan we daarvoor doen? Rentelasten De te betalen rentelasten zijn onder te verdelen naar looptijd van de afgesloten lening. Er zijn leningen afgesloten met een korte looptijd (korter dan één jaar, vaak met een relatief lage rente) en leningen met een langere looptijd (langer dan één jaar, waarbij over het algemeen geldt dat hoe langer de looptijd hoe hoger de rente).
De rentelasten zijn voornamelijk afhankelijk van de benodigde financiering, wat weer een voortvloeisel is van de genomen raadsbesluiten in het verleden. Daarnaast bepalen de rentestanden van het moment van herfinanciering voor een groot deel in hoeverre het beschikbare budget toereikend is. Rentebaten en dividendopbrengsten De baten binnen dit taakveld komen enerzijds voort uit de rentebaten die de gemeente ontvangt als vergoeding van een aantal verstrekte leningen en de rentebaten die de gemeente ontvangt uit hoofde van het uitzetten van overtollige liquide middelen bij de schatkist. Anderzijds ontvangt de gemeente dividendopbrengsten vanuit een viertal deelnemingen, te weten: Vitens, Huisvuilcentrale, Alliander en de Bank Nederlandse Gemeenten. De hoogte van de ontvangen dividendopbrengsten is afhankelijk van de bedrijfsresultaten van de genoemde deelnemingen. De directe beïnvloedbaarheid van deze lasten en baten is vrij beperkt, aangezien de gemeente gehouden is aan wet- en regelgeving en te maken heeft met een financieringsbehoefte die gebaseerd is op besluiten uit het verleden. Gerelateerde beleidsnota's -
Gerelateerde verbonden partijen NV Bank Nederlandse Gemeenten (BNG) NV Vitens
Ontwerp programmabegroting 2025 en meerjarenraming 2026 – 2028
15
0.61
OZB woningen
Lasten Baten
2025 -2.259 15.088
0.62
OZB niet-woningen
Lasten Baten
2025 17.688
Hoofdopgave raadsakkoord: Portefeuillehouder(s): D. Grimbergen Portefeuillehouder(s): Onderdeel begrotingsmonitor:
Ja
Bedrag x €1.000
2026 -2.259 15.088
2027 -2.260 15.088
2028 -2.260 15.088
2026 17.688
2027 17.688
2028 17.688
Aard activiteiten: Beinvloedbaarheid lasten Beinvloedbaarheid baten:
Wettelijk [ 0 % - 20 %] [ 100 % ]
Context Op basis van de Wet waardering onroerende zaken (Wet WOZ) zijn gemeenten verantwoordelijk voor de waardering van alle onroerende zaken in Nederland. Eigenaren van woningen en eigenaren en gebruikers van niet-woningen (bijv. een bedrijfspand), ontvangen ieder jaar een WOZ-beschikking van de gemeente. De WOZ-waarde in deze beschikking vormt de grondslag voor het heffen van belasting door de rijksoverheid, gemeenten en het waterschap. Daarnaast wordt de WOZ-waarde op meer terreinen gebruikt, bijvoorbeeld bij het bepalen van de maximale huur bij woningcorporaties. Wat willen we bereiken? In taakveld 0.61 zijn de lasten opgenomen die horen bij de uitvoering van de Wet WOZ. Het gaat hierbij om zaken als de waardering, de heffing en het uitvoering geven aan bezwaar en beroep. De Waarderingskamer controleert en beoordeelt gemeenten op de uitvoering en het Kadaster beheert het landelijke register van de door gemeenten vastgestelde WOZ waarden, als onderdeel van de Basisregistratie Waardering Onroerende Zaken. In taakveld 0.61 zijn tevens de baten opgenomen vanuit de onroerendezaakbelasting (ozb) op woningen. Samen met de baten vanuit de ozb op niet-woningen (taakveld 0.62) resulteert dit in een totale geraamde ozb opbrengst van afgerond €32,5 miljoen in 2025.
Indien de raad instemt met het ombuigingsvoorstel om het OZB tarief met 2,5 procent te verhogen komt de totaal geraamde OZB opbrengst op € 32,8 miljoen. Wat gaan we daarvoor doen? De gemeente draagt zorg voor het leveren van WOZ-waarden van goede kwaliteit, waarbij alle onderdelen van het WOZwerkproces voldoen aan de door de Waarderingskamer gestelde kwaliteitseisen. Over de vastgestelde WOZ-waarden wordt overeenkomstig de verordening OZB belasting geheven waarmee inkomsten worden gegenereerd. De hoogte van de totale ozb opbrengst wordt jaarlijks in de kadernota geactualiseerd voor de ontwikkeling van de inflatie en het areaal. Gerelateerde beleidsnota's Tarievennota 2025 (behandeling in de raad eind 2024)
Gerelateerde verbonden partijen -
Ontwerp programmabegroting 2025 en meerjarenraming 2026 – 2028
16
0.63
Parkeerbelasting
Hoofdopgave raadsakkoord: Portefeuillehouder(s): D. Grimbergen Portefeuillehouder(s): P. van Dijk Onderdeel begrotingsmonitor:
Lasten Baten
Nee
2025 2.190
2026 2.190
Aard activiteiten: Beinvloedbaarheid lasten Beinvloedbaarheid baten:
Bedrag x €1.000
2027 2.190
2028 2.190
Gemeentelijk [0%] [ 0 % - 20 %]
Context In het kader van parkeerregulering biedt artikel 225 van de Gemeentewet gemeenten de ruimte om parkeerbelasting te heffen. In de jaarlijks te actualiseren verordening parkeerbelastingen Lelystad wordt hier concreet invulling aan gegeven. Deze opbrengsten moeten in samenhang worden bezien met de lasten, die onderdeel uitmaken van taakveld 2.2 parkeren. Wat willen we bereiken? In dit taakveld zijn de baten met betrekking tot de parkeerbelasting opgenomen. Naast de opbrengst uit de verkoop van parkeertijd in de garages, terreinen en het straat parkeren biedt de gemeente ook parkeerbundels, abonnementen en vergunningen aan. Daarnaast worden opbrengsten gerealiseerd vanuit opgelegde boetes (naheffingsaanslagen). Wat gaan we daarvoor doen? Parkeren speelt een belangrijke rol voor de ontwikkeling van bijzondere gebieden, zoals het Stadshart, Lelycentre en Bataviakwartier, maar ook bij het (versnellen van) de woningbouwopgave. In 2025 werken we, deels gekoppeld aan de nieuwe Omgevingsvisie, aan een herziening van het parkeerbeleid richting op de ruimtelijke ontwikkeling van Lelystad. Daarbij is ook aandacht voor het voorkomen van parkeeroverlast in bestaande gebieden. Gerelateerde beleidsnota's Parkeerverordening Lelystad Verordening Parkeerbelasting Lelystad
0.64
Gerelateerde verbonden partijen -
Belastingen overig
Hoofdopgave raadsakkoord: Portefeuillehouder(s): D. Grimbergen Portefeuillehouder(s): Onderdeel begrotingsmonitor:
Lasten Baten
Nee
2025 321
2026 321
Aard activiteiten: Beinvloedbaarheid lasten Beinvloedbaarheid baten:
Bedrag x €1.000
2027 321
2028 321
Gemeentelijk [0%] [ 100 % ]
Context Naast de belastingen die in de taakvelden hierboven worden genoemd biedt de Gemeentewet de ruimte om nog een aantal belastingen te heffen. In Lelystad is daaraan uitvoering gegeven door het heffen van de hondenbelasting (artikel 226). De toeristenbelasting (artikel 224) maakt begrotingstechnisch onderdeel uit van taakveld 3.4 Economische promotie. Wat willen we bereiken? In dit taakveld zijn de baten met betrekking tot de overige belastingen opgenomen. Het gaat hierbij om de volgende belasting: Hondenbelasting De heffing van hondenbelasting (€ 321.000) is gemeentelijk beleid. Deze baten vallen onder de vrij te besteden algemene dekkingsmiddelen. De hoogte van de hondenbelasting is niet aan wettelijke normen gebonden. De gemeente heeft daarmee een ruime vrijheid in het bepalen van de hoogte van de tarieven voor de hondenbelasting. Wat gaan we daarvoor doen? Verwerken van aanmeldingen en afmeldingen van aangiftebiljetten voor de hondenbelasting. Op basis hiervan worden de aanslagen opgelegd en ingevorderd. Het uitvoeren van de huis aan huis controle op de aangifte hondenbelasting. Daarnaast worden burgers geïnformeerd over wet- en regelgeving, tarieven en het hondenbeleid. Gerelateerde beleidsnota's Legesverordening Lelystad 2025 (raadsbehandeling eind 2024)
Gerelateerde verbonden partijen -
Ontwerp programmabegroting 2025 en meerjarenraming 2026 – 2028
17
0.7
Algemene uitkering en overige uitkeringen gemeentefonds
Hoofdopgave raadsakkoord: Portefeuillehouder(s): D. Grimbergen Portefeuillehouder(s): Onderdeel begrotingsmonitor:
Ja
Lasten Baten
2025 215.613
2026 207.885
Aard activiteiten: Beinvloedbaarheid lasten Beinvloedbaarheid baten:
Bedrag x €1.000
2027 210.654
2028 210.219
Wettelijk [0%] [0%]
Context Gemeenten beschikken over verschillende inkomstenbronnen, waarbij de bijdrage die de gemeente ontvangt uit het gemeentefonds veruit de grootste is. Over de inzet van deze middelen hoeft geen verantwoording te worden afgelegd aan de Rijksoverheid, maar de gemeente heeft uiteraard wel de verantwoordelijkheid om uitvoering te geven aan de wettelijke taken die in de overige taakvelden staan beschreven. Wat willen we bereiken? De middelen die overkomen vanuit het gemeentefonds zijn in principe vrij besteedbaar. Het door de raad vastgestelde uitgangspunt is dat rijksmiddelen die gekoppeld zijn aan een specifiek beleidsterrein daar ook voor worden ingezet. In deze programmabegroting worden om die reden de zogeheten taakgerelateerde mutaties doorvertaald in de gemeentebegroting. Wat gaan we daarvoor doen? In dit taakveld zijn de baten opgenomen die de gemeente ontvangt vanuit de verschillende uitkeringen uit het gemeentefonds: Algemene uitkering De algemene uitkering is de grootste uitkering uit het gemeentefonds. Het totale bedrag dat beschikbaar is voor alle gemeenten wordt verdeeld aan de hand van diverse maatstaven, vanuit het principe dat gemeenten bij gelijke tarieven een gelijkwaardig voorzieningenniveau moeten kunnen bieden.
Het verdeelmodel is globaal en kosten georiënteerd en houdt rekening met de belastingcapaciteit en de structuurkenmerken van de verschillende gemeenten. Het verdeelmodel is met ingang van 2023 herijkt en de invoering wordt in eerste instantie tot en met 2025 gefaseerd ingevoerd, inclusief een ingroeimodel. Voor Lelystad zal er uiteindelijk sprake zijn van een nadelig herverdeeleffect ter grootte van €60 per inwoner per jaar. Er worden momenteel nog vervolgonderzoeken uitgevoerd, wat maakt deze uitkomst nog kan wijzigen. Om die reden is het nadelig effect voor Lelystad in eerste instantie beperkt tot €22,50 per inwoner per jaar in 2025 en verder. Nadat de genoemde onderzoeken zijn afgerond dient daar nog besluitvorming over plaats te vinden. In het geval Lelystad geconfronteerd wordt met een aanvullend nadelig herverdeeleffect zal dit gefaseerd ingevoerd worden. De jaarlijkse ontwikkeling van de omvang van de algemene uitkering werd tot voor kort vorm gegeven via de zogeheten 'trap op en trap af systematiek', waarbij het totaal onder gemeenten te verdelen bedrag meebeweegt met de ontwikkeling van de brede rijksuitgaven. De krimp of groei van de algemene uitkering als gevolg van deze systematiek wordt het acccres genoemd en werd ieder jaar in de mei- en septembercirculaire meerjarig geactualiseerd.
Op basis van de meicirculaire 2024 is meer duidelijk geworden over de nieuwe normeringsystematiek. Voortaan wordt de groei van de algemene uitkering gekoppeld aan de groei van het bbp. Hier wordt overigens nog over gediscussieerd met het Rijk, aangezien de groei van de algemene uitkering in deze systematiek lager uitvalt in vergelijking met de groei van de gemeentelijke uitgaven (denk aan de sterk toenemende kosten als gevolg van vergrijzing). De bijstellingen uit deze programmabegroting 2025 - 2028 zijn gebaseerd op de informatie uit de mei- en septembercirculaire 2024. Op het moment dat er meer duidelijkheid ontstaat omtrent bovengenoemde onzekerheden worden de effecten betrokken in de gemeentelijke p&c cyclus. Integratie uitkeringen De integratie uitkeringen zijn gekoppeld aan de uitvoering van specifieke taken, maar de gemeente hoeft geen verantwoording af te leggen over de besteding. Op termijn is het de bedoeling dat dit type uitkeringen worden geïntegreerd binnen de algemene uitkering en dus niet langer afzonderlijk zijn te onderscheiden. Decentralisatie uitkeringen Decentralisatie utkeringen zijn vergelijkbaar met integratie uitkeringen, met als voornaamste verschil dat overheveling naar de algemene uitkering geen doel op zich is.
Met ingang van 2019 wordt de zogeheten ICL uitkering ook uitgekeerd via deze weg en vormt daarmee veruit de grootste decentralisatie uitkering. Gerelateerde beleidsnota's -
Gerelateerde verbonden partijen -
Ontwerp programmabegroting 2025 en meerjarenraming 2026 – 2028
18
0.8
Overige baten en lasten
Hoofdopgave raadsakkoord: Portefeuillehouder(s): D. Grimbergen Portefeuillehouder(s): Onderdeel begrotingsmonitor:
Lasten Baten
Nee
2025 -12.713 -
2026 -13.367 -
Aard activiteiten: Beinvloedbaarheid lasten Beinvloedbaarheid baten:
Bedrag x €1.000
2027 -13.182 -
2028 -13.939 -
Gemeentelijk [0%] [0%]
Context Dit taakveld heeft een technisch karakter en bevat alle baten en lasten die niet toe te rekenen zijn aan de overige specifieke taakvelden in de gemeentebegroting. Wat willen we bereiken? In dit taakveld zijn de lasten en baten opgenomen die verband houden met de volgende concern brede begrotingsonderdelen: Stelposten en taakstellingen Stelposten zijn reserveringen die in een later stadium worden doorvertaald naar de overige taakvelden, in afwachting van nadere informatie. Zo is er een stelpost voor lonen / sociale lasten, kapitaallasten, financiële verschillen en frictie. Taakstellingen zijn nog te concretiseren bezuinigingen, die niet rechtstreeks te koppelen zijn aan één of meerdere taakvelden en om die reden centraal worden geadministreerd. Onvoorzien Voor het opvangen van onvoorziene, onvermijdbare en onuitstelbare lasten, die ten tijde van het opstellen van de begroting nog niet waren voorzien is er een structureel budget beschikbaar van €50.000. Voormalig personeel De gemeente is eigenrisicodrager voor de WW, wat betekent dat de gemeente verantwoordelijk is voor de WW-uitkering van werkzoekende ex-medewerkers en verplicht zijn hen aantoonbaar te begeleiden bij het vinden van een passende baan. Bijbehorende kosten zijn in de begroting voorzien, zijn niet toe te delen aan een van de overige taakvelden en maken om die reden eveneens onderdeel uit van dit taakveld.
De lasten binnen dit taakveld zijn zeer beperkt beïnvloedbaar en hebben een min of meer onontkoombaar karakter. Gerelateerde beleidsnota's -
0.9
Gerelateerde verbonden partijen -
Vennootschapsbelasting (Vpb)
Hoofdopgave raadsakkoord: Portefeuillehouder(s): D. Grimbergen Portefeuillehouder(s): Onderdeel begrotingsmonitor:
Lasten Baten
Nee
2025 -
2026 -
Aard activiteiten: Beinvloedbaarheid lasten Beinvloedbaarheid baten:
Bedrag x €1.000
2027 -
2028 -
Wettelijk [0%] [0%]
Context Met ingang van 1 januari 2016 zijn gemeenten belastingplichtig voor wat betreft de vennootschapsbelasting (Vpb). Gemeenten dienen binnen dit taakveld een raming te maken van de fiscale winst, die per saldo wordt gerealiseerd op ondernemersactiviteiten in het betreffende begrotingsjaar, na eventuele verrekening van fiscale verliezen uit eerdere begrotingsjaren. Met ingang van het boekjaar 2022 is voor het eerst sprake van feitelijk te betalen vennootschapsbelasting. De te betalen vennootschapsbelasting wordt gedekt uit het resultaat grondexploitaties. Ook voor de daaropvolgende jaren zal, op basis van de huidige inzichten, sprake zijn van te betalen vennootschapsbelasting. Per boekjaar is de hoogte van het te betalen bedrag aan vennootschapsbelasting moeilijk in te schatten. Dit als gevolg van wijzigende omstandigheden zoals: ontwikkelingen in de markt (vraag, prijsontwikkeling en bouwcapaciteit), het beleid van de belastingdienst, wetgeving en jurisprudentie. Gerelateerde beleidsnota's -