CConstaterende datLelystad
Koppel je AI →
Document · PDF

BL LAS_GEMEENTELELYSTAD_APRIL_2023 DEF - GEWIJZIGD

Raadsvergadering 28 maart 2023, gemeente LelystadBij agendapunt: 40. Lelystadse Adaptatie Strategie Klimaat13.546 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Deze kunnen ook in Lelystad als leidraad dienen voor de samenwerking met inwoners en inwonerinitiatieven: 1. Inwoners maken zich weinig zorgen over de gevolgen van extreem weer. Door de dreigende gevolgen van extreem weer concreter te maken worden inwoners zich meer bewust van de urgentie en de risico’s. 2. Inwoners weten vaak niet goed wat ze kunnen doen en welke acties effectief zijn. Maak daarom klimaatadaptatie zo eenvoudig, concreet en laagdrempelig mogelijk. Het is daarbij goed om helder te maken welke kleine acties een groter doel dienen. Hierin ligt een zekere overlap tussen wijkgerichte aanpakken voor circulariteit, biodiversiteit en de energie- & warmtetransitie. 3. Inwoners realiseren zich vaak weinig hoe onmisbaar ze zijn (gegeven de grote hoeveelheid particulier bezit in de stad). In de communicatie met inwoners kan dit benadrukt worden, waarmee het verantwoordelijkheidsgevoel wordt versterkt. 4. Er is nu geen sociale norm die klimaatadaptief gedrag stimuleert. Een zeker groepsgevoel kan worden gestimuleerd. Buurtinitiatieven kunnen hierin instrumenteel zijn, maar ook een wijkgerichte aanpak, zoals dat in het Rotterdams WeerWoord gebeurt. Inwoners kunnen samen het verschil maken en klimaatadaptieve maatregelen kunnen vaak samenvallen met andere sociale voordelen voor een buurt of straat, zoals een moestuin of speelplaats. 5.

Maatregelen voor klimaatadaptatie sluiten niet altijd duidelijk aan bij wat inwoners bezighoudt. Als de koppeling met onderwerpen gevonden wordt waarvoor zij wel hoge motivatie en urgentie zien, dan is de bereidheid tot actie veel hoger. Maak daarbij inzichtelijk hoe een maatregel het leven van een inwoner in hun eigen ogen positief verandert. 4

Hoe stimuleer je inwoners tot klimaatadaptatie? De HvA doet zes aanbevelingen. 25 augustus 2020 https://klimaatadaptatienederland.nl/actueel/ actueel/nieuws/2020/stimuleer-bewoners-klimaatadaptatie-hva-onderzoek/

22

6. De financiële situatie maakt het sommige inwoners moeilijk om klimaat adaptieve maatregelen te treffen. Hierin kan een gemeente ook faciliterend optreden.

4.4

De kernpunten van dit hoofdstuk

• Omdat ongeveer de helft van het grondgebied van Lelystad niet in handen is van de gemeente zelf, is participatie een onmisbaar onderdeel van het klimaatadaptief maken van de gemeente. • De belangrijkste stakeholdergroepen zijn in deze strategie geïdentificeerd. Om invulling te geven aan de samenwerking tussen stakeholders en de gemeente kiezen we per samenwerkingsverband de meest strategische rol: een rechtmatige, presterende, netwerkende, of responsieve overheid. • Succesvolle inwonersparticipatie gaat verder dan alleen informeren: we stellen een meerjarenplan op

23

24

5 EFFECTIEVE EN INTEGRALE UITVOERING

Een doel van deze LAS is om klimaatadaptatie zo integraal mogelijk onderdeel te maken van de or- ganisatie en zo effectief mogelijk te werk te gaan. We gaan een klimaatadaptief Lelystad realiseren samen met andere doelen op het gebied van natuur, gebiedsontwikkeling, openbare ruimte en sociaal domein. Dit hoofdstuk gaat in op hoe we dit willen bewerkstelligen. Het concreet uitwerken en toepassen van de doelstellingen en principes in deze LAS heeft gevolgen voor onze de werkwijze en financiering. In de komende periode gaan we samen aan de slag om inzichtelijk te maken wat de doelstellingen en principes precies betekenen voor de dagelijkse werkwijze, initiële financiering en beheer en onderhoud. We willen klimaatadaptief worden, maar we willen ook meer betaalbare woningen, minder beheerkosten van het openbaar gebied en circulaire bouw: hoe kunnen we deze opgaven verenigen, of hoe kunnen we daarin een juiste afweging maken? In het vervolg van dit hoofdstuk beschrijven we de voornaamste opgave voor de verschillende beleidsterreinen. Het uitvoeringsprogramma dat zal volgen op deze LAS zal per beleidsterrein beschrijven wat we onderzoeken, doen of ontwikkelen om die opgaven aan te pakken in de komende jaren.

5.1 Ruimtelijke ontwikkeling, wonen en bouwen

Klimaatadaptatie doet een claim op de ruimte in de boven- en ondergrond. We willen de sponswerking van de bodem verbeteren zodat deze meer vocht vasthoudt. Meer bomen en groen kost niet alleen ruimte boven de grond, maar ook ruimte voor wortels en voeding in de ondergrond. Dit betekend dat nieuwe ontwikkelingen plaatsvinden op plekken waar dat ‘logisch’ is vanuit de fysieke ondergrond (bodem, water, lucht, natuur- waarden). Klimaatadaptatie en ruimtelijke ontwikkeling zijn dus heel sterk met elkaar verbonden. 25

Bij nieuwe ruimtelijke ontwikkeling gaan we de kennis die er beschikbaar is over bodem en water meer sturend maken in de planvorming. De ambitie is om de komende jaren woningbouwproductie te versnellen naar 1000 woningen per jaar. En via de doorontwikkeling van de omgevingsvisie wordt verkend wat de mogelijkheden zijn voor verdere groei van de stad. Bij deze woningbouwambitie is het belangrijk dat rekening wordt gehouden met fysieke randvoorwaarden zoals bodemdaling en wateroverlast. Woningen en gebouwen staan er voor minimaal 50 jaar, en vaak langer. De nieuwbouw moet dus bestand en prettig leefbaar zijn in het klimaat van over 50-100 jaar. We benutten onze kennis over de fysieke ondergrond (bijv. de stresstesten en bodemdaling-analyses) om de juiste ruimtelijke keuze te maken in het plannen van nieuwbouw. Ook zetten we in op (regionale) afspraken rondom klimaatadaptief bouwen. Voor bestaand gebied wordt de klimaatadaptatie opgave opgepakt bij groot onderhoud. Een groot deel van de leefomgeving wordt aangepakt via herstructurering en vernieuwing van wijken. Daarbij kijken we bij de planvorming hoe de doelstellingen en principes zo goed mogelijk kunnen wordt toegepast.

Voor bestaand gebied waar een groot urgent probleem is met significante kans op schade (blijkens de stresstesten), onderzoeken we of het kosteneffectief is om maatregelen te nemen voordat groot onderhoud plaatsvindt.

5.2 Water en riolering

Traditioneel gezien wordt klimaatadaptatie gezien als een opgave van water en riolering. Lelystad heeft een gunstige uitgangspositie met een volledig gescheiden rioolsysteem. De riolering in Lelystad is relatief nieuw (ten opzichte van de meeste gemeenten in Nederland). De verwachting is dat Lelystad pas vanaf 2044 start met de eerste vervanging of beter vernieuwing van het huidige riool. Het is aangegeven dat voor transformatiegebieden (bijv. Lelycentre) het huidige riool niet toereikend zal zijn als kantoren getransformeerd worden naar woningen. Dat betekent dat ook bij een transformatie of herontwikkeling een kans is. Door de kleibodem en het gescheiden riool ligt een mindere stimulans op afkoppelen en infiltreren van water in de bodem. In tijden van droogte is dat juist belangrijk. Afkoppelen in nieuwe wijken (zoals voorbeeld Groot Noten) en op plekken waar het makkelijk kan afvloeien is daarom zeker wenselijk. Daar waar mogelijk dienen wegen oppervlakkig af te stromen, zodat de capaciteit van het HWA-stelsel niet de belemmerende factor wordt. Dit is vooral een inrichtingsopgave van de openbare ruimte. Dit wordt opgepakt bij groot onderhoud. In de toekomst onderzoeken we of nieuwe vormen van rioolheffing helpen om de kosten en baten van adaptatie te verdelen.

Bijvoorbeeld door panden die veel gebruik maken van de riolering extra te belasten ten opzichte van panden die hun hemelwater lokaal bergen of zelfs hergebruiken.

5.3 Natuur en groenbeheer

Lelystad, de hoofdstad van de Nieuwe Natuur. Het groene karakter van Lelystad biedt een enorm strategische uitgangspositie voor klimaatadaptatie. We gebruiken de groenblauwe netwerken in en rondom de stad als berging en voorraad van zoet water. We verbinden het stedelijk groen nog beter met de grote natuurgebieden rondom de stad. Klimaatadaptatie zal daarom een onderdeel zijn binnen de nog op te stellen Agenda Natuur. De maatregelen die we nemen om te komen tot een klimaat adaptieve inrichting gaan hand-inhand met het versterken van de biodiversiteit. Hoe we dat precies zullen doen zullen we verder uitwerken passend bij de opgaven binnen de Agenda Natuur. Te denken valt aan het inzetten op verdere versterking en kwaliteit van het aanwezige groen in de stad, het gebruik van zoveel mogelijk vaste planten en het inzetten op soorten die een bijdrage leveren aan de biodiversiteit, robuust zijn onder klimaatverandering en langere perioden van droogte of wateroverlast overleven. Daarbij is het mogelijk dat kosten verschuiven van hogere initiële investeringskosten naar lagere onderhouds- en beheerkosten. 26

5.4

Sociaal, maatschappelijk en gezondheid

Lelystad heeft te maken met wijken met een sociaal zwakke structuur, bovengemiddelde jeugdzorgproblematiek en een achterblijvend gemiddeld inkomensniveau per inwoner ten opzichte van het landelijk gemiddelde. Vooral in de oudere wijken van de 70- en 80-er jaren wonen relatief veel kwetsbare groepen inwoners. Klimaatadaptatie wordt vaak gezien als fysieke, ruimtelijke opgaven. Toch heeft het juist veel te bieden in het sociale domein. Klimaat adaptieve maatregelen zorgen voor een groenere omgeving waar mensen recreëren, elkaar ontmoeten en spelen. Groen maakt inwoners gelukkiger en gezonder. Tegelijkertijd brengt het veranderende klimaat ook risico’s met zich mee, die deels in het sociale domein opgelost moeten worden. Bijvoorbeeld in het opstellen van hitteplannen, bewustwording rondom nieuwe ziektes of aandacht voor psychosociale klachten zoals een klimaatdepressie bij jongeren. We zetten daarom klimaatadaptatie in om een prettige en gezonde leefomgeving te realiseren in de wijken. Onderdeel van het IHP en ook genoemd in het Actieplan Duurzaamheid is de toename van groene schoolpleinen. Op groene schoolpleinen kunnen kinderen fijn spelen in het groen, wordt minder gepest, en het creëert bewustwording van ouders rond het thema. Een groen schoolplein biedt ook mogelijkheden om educatie over groen en klimaat in het lesprogramma te verweven.

De prioriteit ligt in wijken waar mensen deze gezonde leefomgeving het meest kunnen gebruiken en de minste middelen hebben om dat zelf te realiseren. Vergroening en klimaat adaptieve maatregelen kunnen mits goed uitgevoerd een bijdrage leveren aan het opwaarderen van de ruimtelijke kwaliteit. En dat nodigt dan weer andere activiteiten uit, zoals recreëren en ontmoeten. Zo realiseren we een win-win op gebied van klimaatadaptatie, socia le cohesie én gezondheid.

5.5

Duurzaamheid

5.6

De kernpunten van dit hoofdstuk

In veel gemeenten wordt klimaatadaptatie gekoppeld aan de andere duurzaamheidsopgaven zoals de energie transitie, circulaire economie en duurzame mobiliteit. Ook in het Actieplan duurzaamheid van Lelystad staat klimaatadaptatie als onderdeel van het speerpunt “fysieke leefomgeving”. Klimaat adaptieve maatregelen dragen bij aan andere duurzaamheidsdoelen. Denk daarbij aan isolatie van huizen (goed tegen hitte in de zomer), groene gevels (verdere isolatie in de winter), groene daken (hoger rendement van zonnepanelen), elektrische deelauto’s (minder auto’s en parkeerplekken in de fysieke buitenruimte creëert ruimte voor water, groen en speelmogelijkheden), etc. • We gaan klimaatadaptatie realiseren integraal met andere opgaven en het thema krijgt een plek in verschillende beleidsterreinen. Deze strategie laat zien hoe we het thema oppakken binnen de beleidsterreinen. • Bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen hanteren we de opgestelde doelstellingen. Het bestaande gebied wordt tijdens groot onderhoud opgepakt. • Lelystad heeft een gunstige uitgangspositie met een volledig gescheiden rioolsysteem. We zetten in op maatregelen om meer water lokaal te bergen om ook voldoende te hebben in tijden van droogte. • Natuur en groenbeheer zijn essentieel om de adaptatieopgave te realiseren.

We zetten in op robuuste beplanting, versterken van groenblauwe structuren en we onderzoeken nieuwe vormen van beheer en onderhoud. • Met een wijkgerichte aanpak bij klimaatadaptatie realiseren we een win-win op gebied van klimaatadaptatie, sociale cohesie én gezondheid. • Klimaatadaptatie maatregelen zijn vaak te koppelen met andere duurzaamheidsthema’s zoals hernieuwbare energie, isolatie of duurzame mobiliteitsvormen.

27

28

6

FINANCIERINGSWIJZE

De maatregelen om Lelystad klimaatadaptief in te richten kunnen in sommige gevallen gaan vragen om extra investeringen. Het is de kunst om deze investeringen zo strategisch mogelijk te doen. We focussen op de meerwaarde en baten van klimaatadaptatie voor veiligheid, welzijn en gezondheid. Zo laten we zien dat we onze gemeentelijke taak om voor een veilige leefomgeving te zorgen serieus nemen. We brengen de kosten van een klimaat adaptieve inrichting in beeld en wegen ze af tegen de, voor de gemeente relevante, verwachtte schade op lange termijn. Waar nodig, investeren we wat extra op korte termijn, omdat we weten dat dit op de langere termijn veel schade en (verborgen) meerkosten scheelt. Investeringen die de gemeente doet moeten zorgen voor een vliegwieleffect. Passend bij datgene waar wij als gemeente verantwoordelijk voor zijn nemen we een voorbeeldrol waarmee het ook makkelijker wordt om eisen te stellen aan anderen. We hanteren de volgende strategie met betrekking tot financiering. 1. We hanteren het principe om kostenneutraal klimaat adaptieve maatregelen te kunnen nemen. Waar nodig bekijken we de opgave op korte termijn en verdelen de investeringsopgave ook over de lange termijn. We brengen de kosten van adaptieve maatregelen in kaart en zetten ze af tegen de baten. 2.

We onderzoeken wat er binnen de huidige gemeentelijke budgetten per beleidsterrein beschikbaar is wat ingezet kan worden om klimaat adaptieve maatregelen te nemen. 3. We maken onderscheid tussen de opgave bij nieuwbouw ontwikkelingen en bij renovaties/onderhoud in bestaand gebied. Klimaatadaptatie hoeft niet altijd meer geld te kosten bij een (her)ontwikkeling van een gebied. Bij beide ontwikkelingen zijn andere (financiële) instrumenten in te zetten. 4. We kijken naar het rijk en de regio als belangrijke partners in de financiering van lokale adaptatie. 5. We zien dat de rol van de private sector in de toekomst gaat veranderen en belangrijker zal worden, hier spelen we op in.

29

Hieronder lichten we deze stappen verder toe.

6.1 Kosten en baten op lange termijn

Zoals beschreven in de leidende principes in deze strategie verwachten we dat bij ontwikkelingen voortaan de kosten en baten van klimaat adaptieve inrichting en ontwikkeling zo goed mogelijk in beeld zijn gebracht. Klimaat adaptieve maatregelen zijn niet alleen kostenverhogend. Naast de maatschappelijke baten in termen van welzijn en gezondheid, zijn er ook een heel aantal financiële baten van klimaatadaptatie te noemen: • Mits stedenbouwkundig goed ingepast kan dit zorgen voor hogere vastgoedwaarden en hogere ruimtelijke kwaliteit; • Hogere vastgoedwaarde door een groene uitvoering (dak/gevel) van een gebouw. De pandwaarde kan met 10-20% stijgen en de levensduur van daken wordt sterk verlengd; • Lagere riool- en watersysteemkosten bij opvang en gebruik van hemelwater; • Lagere zorgkosten doordat minder ongevallen plaatsvinden bij hittegolven; • Verzekeringspremies blijven betaalbaar en schade-uitkeringen of claims als gevolg van extreem weer zijn lager. Sommige van deze baten komen ten goede aan andere partijen dan de partij die in eerste instantie de lasten draagt of heeft geïnvesteerd. Denk bijvoorbeeld aan een adaptieve inrichting van een straat: de kosten komen voor rekening van de gemeente en/of projectontwikkelaar, maar de baten van minder en lagere schade-uitkeringen als gevolg van wateroverlast komen vooral ten goede aan particulieren en verzekeraars.

Er zijn op dit moment nog onvoldoende instrumenten beschikbaar om de lasten en baten eerlijker te verdelen. Dit probleem speelt overal in Nederland en daarbuiten. De komende jaren wordt hier veel nieuwe kennis over ontwikkeld. De komende jaren zetten we in op pilot-projecten om onze kennis hierop verder te ontwikkelen. We werken daarin ook op regionale schaal samen (o.a. MRA), en wisselen daar kennis uit over wat wel en niet werkt in ons gebied. Zo werken we toe naar een steeds betere inschatting en daarmee afweging van de kosten en baten van de te nemen maatregelen.

6.2 Gemeentelijke budgetten

Voor de activiteiten op het gebied van klimaatadaptatie kan het blijken dat binnen het team BOR structureel budget nodig is. Bij nieuwbouw zou dit meegenomen dienen te worden binnen de financiële kaders/ grex van de gebiedsontwikkeling. Bij bestaande gebieden zou hier afzonderlijk geld voor gereserveerd moeten worden, bij voorkeur gekoppeld aan groot onderhoud of indien mogelijk klein onderhoud. Zo kunnen de kosten voor het uitvoeren van maatregelen zoveel mogelijk gedekt worden vanuit programma’s in de openbare ruimte, het wegenbeheerplan, groen/natuurbeheer en het gemeentelijk rioleringsprogramma (GRP). In beheersplannen en programma’s zoeken we, als dat nodig blijkt, naar structureel budget voor adaptieve maatregelen en passend beheer en onderhoud.

6.3 Financiering adaptieve maatregelen nieuwbouw

Door vroegtijdig de klimaatadaptatie-opgave mee te nemen in het ontwerpproces bij een ontwikkeling, blijft het selecteren en implementeren van kosteneffectieve maatregelen goed mogelijk. Hier is dan ook een belangrijke rol weggelegd voor de projectontwikkelaars. De gemeente kan met hen afspraken maken over het verdelen van de kosten van klimaatadaptatie en zij heeft hiervoor verschillende (financiële) instrumenten in handen, bij de grondexploitatie of de anterieure overeenkomst of bij de toerrekening van kosten. In onderstaande figuur, uit een studie van Deloitte 2021, worden dergelijke financiële instrumenten benoemd. Daarmee kunnen we onderscheid maken tussen instrumenten op gebouwniveau (heffingen) of op gebiedsniveau (grondexploitatie en anterieure overeenkomst). Het grondbeleid van de gemeente speelt hier een belangrijke rol in. 30

instrumenten benoemd. Daarmee kunnen we onderscheid maken tussen instrumenten op gebouwniveau (heffingen) of op gebiedsniveau (grondexploitatie en anterieure overeenkomst). Het grondbeleid van de gemeente speelt hier een belangrijke rol in.

Figuur 9: Financiële instrumenten om klimaat adaptieve maatregelen te bekostigen in gebiedsontwikkeling. Uit Figuur 9: Financiële instrumenten om klimaat adaptieve maatregelen te bekostigen in “Financiële instrumenten klimaatadaptief bouwen in de praktijk”, Deloitte, februari 2021. gebiedsontwikkeling.Uit “Financiële instrumenten klimaat adaptief bouwen in de praktijk”, Deloitte, februari 2021.

De meerkosten van klimaat adaptieve ontwikkeling lijken beperkt te zijn, mits de opgave vanaf het begin 5 . Dit bedrag is gebawordt opgepakt. gaan adaptieve uit van ongeveer 1.900,- euro woningteaan meerkosten De meerkosten van We klimaat ontwikkeling lijkenper beperkt zijn, mits de opgave vanaf het begin seerd op een studie uitgevoerd vanuit de Metropoolregio Amsterdam en zegt vooral iets over de meerkos5 wordt opgepakt. We gaan uit van ongeveer 1.900,- euro per woning aan meerkosten . Dit bedrag is ten op gebouwniveau (dus niet het openbaar gebied). We gaan ervaring opdoen met het realiseren van een gebaseerd op een studie uitgevoerd vanuit de Metropoolregio Amsterdam en zegt vooral iets over de aantal projecten om een goede inschatting te kunnen maken of deze berekening realistisch is. De komende meerkosten op gebouwniveau (dus niet het openbaar gebied). We gaan ervaring opdoen met het realiseren jaren werkt de gemeente aan normen en (prestatie)afspraken voor klimaatadaptief en natuur inclusief bouvan wen een en aantal projectenDe om een goede inschatting te is kunnen of deze berekening realistisch is. De ontwikkelen. Metropoolregio Amsterdam daarinmaken een belangrijke factor; afspraken en normekomende werkt de gemeente normen en (prestatie)afspraken voor klimaat adaptief en natuur ringenjaren die daar worden gemaakt, aan worden vertaald naar de Lelystadse context.

inclusief bouwen en ontwikkelen. De Metropoolregio Amsterdam is daarin een belangrijke factor; afspraken en normeringen die daar worden gemaakt, worden vertaald naar de Lelystadse context. 6.4 Financiering adaptieve maatregelen bestaand gebied

De financiering van klimaat adaptieve maatregelen in bestaand gebied vraagt een andere aanpak dan in 6.4 nieuwbouw Financiering adaptieve maatregelen bestaand gebied. Uit de stresstesten is gebleken welkegebied locaties problematisch zijn. We beginnen bij de echt urgente punten en locaties. Uiteindelijk moeten alle locaties aangepakt maar hiervoor nemen wein De financiering van klimaat adaptieve maatregelen in bestaand gebied worden, vraagt een andere aanpak dan lang de tijd. Door Uit in te op koppelen met grootschalige vernieuwingen, blijven zijn. de meerkosten beperkt. nieuwbouw gebied. dezetten stresstesten is gebleken welke locaties problematisch We beginnen bij de

echt urgente punten en locaties. Uiteindelijk moeten alle locaties aangepakt worden, maar hiervoor Daarnaast naarinnieuwe vormen van beheer onderhoud om op dat vlak ookblijven kosten-effectiever nemen we langzoeken de tijd.weDoor te zetten op koppelen metengrootschalige vernieuwingen, de te werk te gaan In de toekomst kunnen nieuwe vormen van belasting mogelijk helpen de kosten en baten meerkosten beperkt. van adaptatie te verdelen over de verschillende belanghebbenden. Denk daarbij aan de WOZ/OZB heffing.

Daarnaast zoeken we naar nieuwe vormen van beheer en onderhoud om op dat vlak ook kosten-effectiever 6.5 Rol van regio en Rijk te werk te gaan In de toekomst kunnen nieuwe vormen van belasting mogelijk helpen de kosten en baten Het Deltaprogramma Ruimtelijke Adaptatie van het Rijk speelt een leidende rol in de stappen die Nedervan land adaptatie te verdelen over de verschillende belanghebbenden. daarbij de WOZ/OZB onderneemt om klimaatadaptief te worden. Ze geven richting Denk en sturing aanaan de gemeenten enheffing. hebben

6.5

daarbij ook een eerste financieringsinstrument beschikbaar gesteld: de impulsregeling klimaatadaptatie.

Rol van regio en Rijk

Het Deltaprogramma Ruimtelijke nieuwbouw, Adaptatie van het Rijk speeltKlimaatbestendig, een leidendeArcadis, rol in&Flux, de stappen die Nederland Kosten en bekostiging klimaatbestendige Metropoolregio Amsterdam 2021 5

ten en bekostiging klimaatbestendige nieuwbouw, Metropoolregio Amsterdam Klimaatbestendig, Arcadis, &Flux, 2021 31

Er zijn middelen beschikbaar gesteld voor de versnelling en intensivering van de aanpak op klimaatadaptatie op maatregelen voor wateroverlast en droogte. De werkregio Flevoland (in de samenwerkingsvorm Klimaatadaptief Flevoland) kan over de periode 2021- 2023 6,8 Miljoen euro aanvragen, en de maatregelen uitvoeren tot en met 2027. Het Rijk draagt vanuit de impulsregeling maximaal één derde van de kosten voor een maatregelpakket bij. De overige twee derde van de kosten wordt door de decentrale overheden in de werkregio gefinancierd. De gemeente Lelystad kan hiervoor aanspraak maken op €850.000,- aan co-financiering. In 2022 heeft Lelystad vier projecten maatregelen hiervoor ingediend: ondergrondse waterberging en wadi’s Koopmanshof, waterberging in Flevokust-Haven, maatregelen in Campus-Midden en de aanleg van wadi’s in Warande. De projecten waarvoor we financiering in 2023 aan gaan vragen zijn in voorbereiding (o.a. Stationsgebied, Hanzepark Oost en Stationsdreef).

6.6 (Toekomstige) rol private sector

Als gemeente nemen we een voorbeeldrol waarmee het ook makkelijker wordt om eisen te stellen aan ontwikkelaars, ondernemers en huiseigenaren. Zo, en met het ontwikkelen van krachtig beleid, stimuleren we ook hun (financiële) inzet op langere termijn. Op dit moment zijn financiers als beleggers, woningcorporaties, verzekeraars en (particuliere) fondsen nog onvoldoende betrokken bij het financieren van deze opgave. Dit gaat veranderen. Verzekeraars kijken al kritisch naar lokale klimaatrisico’s. Het is te verwachten dat op termijn premies lokaal bepaald worden aan de hand van de lokale klimaatrisico’s als wateroverlast of overstroming. Het ligt in de verwachting dat locaties of bepaalde gebeurtenissen onverzekerbaar worden voor particulieren. We kunnen hiervoor kijken naar de verzekeringsmarkt in de Verenigde Staten of Australië, die op dit punt al verder ontwikkeld is. Hypotheekverstekkers gaan op termijn kijken naar fysieke risico’s als overstroming, analoog aan hoe nu de rente afhangt van het energie-label van een huis bij duurzame hypotheekverstrekkers. Buitenlandse beleggers kijken al naar het risico van investeringen in Nederlands vastgoed in de randstad, onder zeeniveau. De ontwikkelingen van klimaatrisico-afwegingen in financiële producten en -dienstverlening gaat een grote sprong maken de komende jaren.

Dit zal uiteindelijk ook een uitwerking hebben op het (financiële) belang wat inwoners en ondernemers zelf zullen voelen bij een klimaat adaptieve omgeving, en de rol die ze daarin zelf gaan spelen.

6.7 De kernpunten van dit hoofdstuk

• We focussen op de meerwaarde en baten van klimaatadaptatie voor veiligheid, welzijn en gezondheid. Zo laten we zien dat we onze gemeentelijke taak om voor een veilige leefomgeving te zorgen serieus nemen. • Investeringen die de gemeente doet moeten zorgen voor een vliegwieleffect. We nemen een voorbeeldrol waarmee het ook makkelijker wordt om eisen te stellen aan anderen. • We onderzoeken wat er binnen de huidige gemeentelijke budgetten per beleidsterrein beschikbaar is. Waar dat niet mogelijk is, zetten we in op een centraal klimaatadaptatiebudget • We maken onderscheid tussen de opgave bij nieuwbouw ontwikkelingen en bij renovaties/onderhoud in bestaand gebied. Klimaatadaptatie hoeft niet altijd meer geld te kosten bij een (her)ontwikkeling van een gebied. • De investeringsopgave loopt over veel jaren en al doende we ontwikkelen kennis over de meerkosten, maar ook de (financiële) baten van klimaatadaptatie, en welke instrumenten daarvoor zijn in te zetten. • We kijken naar het rijk en de regio als belangrijke partners in de financiering. • We zien dat de rol van de private sector in de toekomst gaat veranderen en belangrijker zal worden, hier spelen we op in.

32

33

7

HOE MAKEN WE DE VOORTGANG INZICHTELIJK?

Deze LAS legt doelstellingen en leidende principes vast waarmee we een klimaatadaptief Lelystad in 2050 vormgeven. In de tussentijd blijven we ons aanpassen aan wat er op ons af komt met de beschikbare gegevens die voorhanden zijn, en ook na 2050 gaat dat door. Om effectief te werk te gaan monitoren en evalueren we de voortgang en aanpak. Deze taak ligt bij het team/programma Duurzaamheid.

7.1 Monitoring van doelstellingen

Halen we de het doel van 2050 en zitten we met deze strategie en de uitvoering daarvan op de goede weg? Om dat te weten, is het belangrijk om te monitoren waar we staan in het realiseren van een klimaat adaptieve gemeente, fysiek en sociaal gezien. We gaan monitoren op de doelstellingen en het effect dat de maatregelen die we nemen hebben op onze fysieke leefomgeving. Hiervoor zijn verschillende instrumenten in te zetten. De stresstesten zijn daarin de eerste stap. Deze herhalen we om de zoveel jaar. Hieruit moet blijken of de risico-locaties inderdaad zijn afgenomen. Daarnaast biedt (schaalbare) geodata de kans om kosteneffectief in kaart te brengen hoe het bijvoorbeeld staat met vergroening en verharding in de stad. Ter voorbereiding van deze LAS en het monitoren van de doelstellingen is een dashboard ontwikkeld met een aantal indicatoren op hitte, wateroverlast en droogte en de status van de fysieke leefomgeving op dat gebied (zie figuur 10). We toetsen de doelstellingen in deze LAS daar aan en analyseren of er voortgang wordt geboekt in de komende jaren.

34

Figuur 10: Screenshot van de klimaatadaptatie monitor die is ontwikkeld voor de gemeente Lelystad Figuur 10: Screenshot van de klimaat adaptatie monitor die is ontwikkeld voor de gemeente Lelystad

7.2 Fasering in tijd 7.2 WeFasering tijd hanterenin het jaar 2100 als een lange-termijn perspectief waar deze LAS aan bijdraagt. Tussentijds is er

We hanteren het jaar een lange-termijn perspectief waarisdeze LAS aan Tussentijds is eris de gelegenheid om2100 elkeals zoveel jaar deze LAS te herijken. 2027 daarvoor eenbijdraagt. logisch moment. Dit jaar de gelegenheid om elke zoveel jaar deze LAS te herijken. 2027 is daarvoor een logisch moment. Dit jaar is dichtbij genoeg om concrete doelstellingen te evalueren en voldoende ver weg om de strategie te herijken. dichtbij genoeg omook concrete doelstellingen te evalueren en voldoende ver weg om de strategie te herijken. In In 2027 wordt de 2e fase van het Deltaprogramma afgerond. 2027 wordt ook de 2e fase van het Deltaprogramma afgerond.

35

VERANTWOORDING Bij het opstellen van dit document hebben we gebruikt gemaakt van kennis en documenten die al bij andere gemeenten ontwikkeld zijn. Binnen het netwerk Klimaatadaptief Flevoland (KAF) is veel kennis en ervaring uitgewisseld met de andere Flevolandse gemeenten: Almere, Dronten, Noordoostpolder, Urk en Zeewolde. Daarnaast hebben we inspiratie en ideeën gehaald uit lokale adaptatiestrategieën en -visies van de volgende gemeenten, provincie en werkregio’s: • Gemeente Amsterdam • Gemeente Breda • Gemeente Hoeksche Waard • Gemeente Houten • Gemeente Nunspeet • Gemeente Utrecht • Provincie Gelderland • Werkregio Utrecht Zuidwest De volgende studies hebben geholpen bij het formuleren van concrete doelstellingen: • “De hittebestendige stad – een koele kijk op de inrichting van de buitenruimte”, Hogeschool van Amsterdam, 2020 • “Kosten en bekostiging klimaatbestendige nieuwbouw”, Arcadis, &Flux in opdracht van Metropoolregio Amsterdam, 2021 • “Financiële instrumenten klimaatadaptief bouwen” en “Financiële instrumenten klimaatadaptief bouwen in de praktijk”, Verkenningen van Deloitte Real Estate in opdracht van Provincie Zuid-Holland, 2020/2021 • “RITSEN: een gids met klimaatadaptieve instrumenten voor bouwen & ontwikkelen”, &Flux, Tauw en Samen Klimaatbestendig, 2020 De volgende websites en tools zijn gebruikt: • NAS adaptatietool: https://nas-adaptatietool.nl •

Klimaateffect atlas: https://www.klimaateffectatlas.nl • Kennisbank RIONED: https://www.riool.net/kennisbank • Kennisbank Groenblauwe Netwerken: https://nl.urbangreenbluegrids.com/kennisbank/

36

BIJLAGE 1 BELEIDSSTUKKEN WAAR DE LAS OP AANSLUIT 1.1 Bovenregionaal

Globaal niveau • IPCC Assessment Report 6 Climate Change 2021: The Physical Science Basis Nationaal niveau • KNMI ’14 klimaatscenario’s voor Nederland: leidraad voor professionals • KNMI klimaatsignaal ’21 • Nationale Omgevingsvisie (NOVI), Duurzaam perspectief voor onze samenleving (2020) • Deltaprogramma 2021 (2021) o Deltaplan Zoetwater – Zoetwaterregio IJsselmeergebied o Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie Metropoolregio Amsterdam • MRA Intentieovereenkomst Klimaatbestendige Nieuwbouw 2.0 • MRA Convenant Toekomstbestendige Woningbouw • Verstedelijkingsstrategie Gebiedsagenda IJsselmeergebied • Agenda IJsselmeergebied 2050, Krachten bundelen voor het Blauwe Hart (2018) • Uitvoerings-, kennis en innovatieagenda 2021 - 2026

1.2 Regionaal

Werkregio Klimaatadaptief Flevoland (KAF) • KNMI (2019) Facts & figures voor klimaatadaptatie in de regio Flevoland (https://www.erikzeegers.nl/ regio-flevoland/klimaatverandering/) Provincie Flevoland • Actieplan Bodem en Water • Bossenstrategie Provincie Flevoland (2021)Concept Waterprogramma – Watersysteem blijvend op orde! (2021) • Klimaatadaptatie: Omgaan met water in de Flevolandse landbouw – Advies Agro Expert Raad Flevoland (2020) • Naar een klimaatbestendig Nederland – position paper Interprovinciaal Overleg • Flevoland straks - Omgevingsvisie Flevoland • Programma Flevoland Natuurinclusief (nog geen publicatie, in ontwikkeling) Waterschap Zuiderzeeland • Klimaatagenda (in ontwikkeling) • Ontwerp Waterbeheerprogramma –2022 – 2027 (in ontwikkeling) • Watervisie; Met water werken aan de leefomgeving (2021) GGD Flevoland • Handreiking Lokaal Hitteplan (2019)

37

BIJLAGE 1 BELEIDSSTUKKEN WAAR DE LAS OP AANSLUIT 1.3 Gemeente

Huidig: • Lokale stresstesten via MRA portaal: https://mra.klimaatatlas.net/ • Omgevingsvisie 1.0, • Integraal Grootonderhoud Openbare Ruimte 2022 -2026 (IGOR), • Lelystad Next Level programma. • Woonvisie • Prestatieafspraken woningcorporaties, • Gemeentelijk rioleringsplan, • Bermbeheerplan, Bosbeleidsplan, Bomenbeleidsplan, • Natuurkansenkaart en structuurvisie; • Actieplan Duurzaamheid 2021-2024, • Energiebeleid (TVW, RES etc.) In ontwikkeling/toekomstig: • Grondbeleid • Natuurvisie • Actieplan biodiversiteit

38

BIJLAGE 2 TOELICHTING BIJ DE STAKEHOLDERANALYSE Voor de stakeholderanalyse die ten grondslag ligt aan hoofdstuk 4 van deze LAS, zijn de volgende stakeholders in beeld gebracht: • Regionale overheden: de provincie, de omgevingsdienst Flevoland en Gooi & Vechtstreek, waterschap Zuiderzeeland en de Metropoolregio Amsterdam. • Rijkswaterstaat Midden-Nederland • Nutsbedrijven drinkwatervoorziening en telecommunicatie: Vitens, Alliander en Liander. • Bedrijventerreinen: Bataviastad, Noordersluis, Gildehof, Oostervaart, Flevopoort, Larserpoort en Bedrijfskring Lelystad. • Terreinbeheerders: Staatsbosbeheer, Natuurmonumenten en Flevolandschap. • Recreatie- en bungalowparken • Maatschappelijke organisaties: GGZ, Thuiszorg, IVN Natuureducatie Lelystad, Welzijn Lelystad, de Fietsersbond en Milieudefensie • Tuincentra en hoveniers • Agrarische sectororganisaties: LTO, Flevolandse boer en het Flevolands Agrarisch Collectief • Buurtinitiatieven: o.a.

operatie Steenbreek, Mensen maken de buurt en de Ideeënmakelaar) • Financiers, beleggers en verzekeraars • Woningbouwcorporaties: Centrada en Harmonisch Wonen • Bouwers en ontwikkelaars • Vastgoedeigenaren • Vertegenwoordigers van koepelorganisaties (zoals MVO Nederland, VNO-NCW, Technische Unie, Unie van Waterschappen, NEN, BNA, NEPRON en de Dutch Green Building Council) • Kennisinstellingen: Samen Klimaatbestendig, Hogeschool van Amsterdam en Deltares.

39

COLOFON Status Concept

Colofon

Tekst: Over Morgen (contact: Fiona van der Burgt), 2022 In opdracht van: gemeente Lelystad

40

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Lelystad&id=31901246-c0a4-4106-8f62-5ce330048cdd