CConstaterende datLelystad
Koppel je AI →
Document · PDF

BL LAS_GEMEENTELELYSTAD_APRIL_2023 DEF - GEWIJZIGD

Raadsvergadering 28 maart 2023, gemeente LelystadBij agendapunt: 40. Lelystadse Adaptatie Strategie Klimaat13.546 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

LELYSTADSE ADAPTATIE STRATEGIE

VOORWOORD

Beste lezer, Voor u ligt de Lelystadse Adaptatie Strategie (LAS) voor klimaat adaptatie. Simpel gezegd een plan om Lelystad aan te passen aan extremer weer. Lelystad staat voor de uitdaging om in 2050 klimaat adaptief ingericht te zijn. Dit betekent dat er geen schade optreedt aan woningen als gevolg van hevige regenval en dat wegen begaanbaar blijven voor hulpdiensten. Dat inwoners in onze stad geen gezondheidsproblematiek ervaren als gevolg van hittestress. Dat het groen, het water en de infrastructuur geen schade ondervinden als gevolg van langdurige droogte. Deze uitdaging biedt vele kansen: Lelystad is een gemeente met veel groen, veel water en veel ruimte. Daardoor is de basis goed. De uitdaging ligt met name in de verbinding tussen dat water en dat groen. En in minder verstening in bijvoorbeeld bedrijventerreinen en oudere wijken. Als gemeente nemen we maatregelen om Lelystad voorbereid te laten zijn op een veranderend klimaat door de inrichting van de openbare ruimte aan te passen. Maar denk daarnaast aan bijvoorbeeld een Agenda Natuur en natuurinclusief bouwen. Veel maatregelen vragen niet direct meer geld, maar vooral een andere manier van denken en handelen. Maar we kunnen dat als gemeente niet alleen. Bedrijven, organisaties en inwoners hebben hier een belangrijk aandeel in.

Zij hebben zelf direct invloed om hun leef- en werkomgeving groener en klimaatbestendiger te maken. Bijvoorbeeld door groenere en minder verharde tuinen, door aanplant van bomen en gevelgroen en geen grote oppervlakten zwart dak op bedrijventerreinen. In 2022 heeft het college een intentieovereenkomst klimaat adaptieve nieuwbouw en een convenant toekomstbestendig bouwen vanuit de MRA mee getekend. Ook komt er een regionale adaptatie strategie voor heel Flevoland. Hieraan werken wij samen met de provincie, RWS, het Waterschap en terrein beherende 2

organisaties. De voor liggende LAS is afgestemd met wat in de regionale strategie komt te staan en is een vertaling van de beide MRA stukken naar onze Lelystadse context. Ik hoop dat deze adaptatiestrategie ons inspireert tot een aanpak die niet alleen Lelystad beter bestand maakt tegen klimaatverandering, maar ook de stad nog prettiger maakt om in te leven dan nu al het geval is. Sjaak Kruis

3

INHOUDSOPGAVE 1.

1.1.

Opbouw en doel LAS

Introductie

5

2.

Klimaatverandering in Lelystad

9

2.1. 2.2. 2.3.

7

Effecten op de woonomgeving, werkomgeving, natuur, landbouw De kosten van wel- of niet klimaatadaptief handelen De kernpunten van dit hoofdstuk

10 11 12

Leidende principes en doelstellingen

13

Participatie en samenwerking

18

5. Effectieve en integrale uitvoering

25

6. Financiering

30

7. Hoe maken we de voortgang inzichtelijk

34

8. Verantwoording

36

9. Bijlagen

37

3.

3.1. 3.2. 3.3. 3.4. 3.5. 3.6.

4.

4.1. 4.2. 4.3. 4.4. 5.1. 5.2. 5.3. 5.4. 5.5. 5.6.

6.1. 6.2. 6.3. 6.4. 6.5. 6.6. 6.7. 7.1. 7.2.

De woonomgeving De werklocaties Groen-Blauwe structuren Toekomstbestendige landbouw Borging Kernpunten van dit hoofdstuk

14 15 16 16 16 17

Samenwerkingspartners in stad en regio Netwerkstrategie: rol van de gemeente Inwonersparticipatie De kernpunten van dit hoofdstuk

18 21 22 23

Ruimtelijke ontwikkeling, wonen en bouwen Water en Riolering Natuur en groenbeheer Sociaal, maatschappelijk en gezondheid Duurzaamheid De kernpunten van dit hoofdstuk

25 26 26 27 27 27

Kosten en baten op lange termijn Gemeentelijke budgetten Financiering adaptieve maatregelen nieuwbouw Financiering adaptieve maatregelen bestaand gebied Rol van regio en rijk (Toekomstige) rol private sector de kernpunten van dit hoofdstuk Monitoring van doelstellingen Fasering in tijd3

30 30 30 31 31 32 32 35 35

4

1 INTRODUCTIE

De gemeente Lelystad heeft flinke ambities als het gaat om klimaatadaptatie. In het Raadsakkoord 2022-2026, het Uitvoeringsplan Lelystad Next Level, het Koersdocument en de Omgevingsvisie 1.0 staan duidelijke uitspraken als het gaat om onze ambities om klimaatadaptief ingericht te zijn. Dit is niet zo gek, vanuit het Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie hebben wij de opdracht om voor 2050 klimaatadaptief ingericht te zijn. Al in 2018 heeft Lelystad via onze werkregio KAF (Klimaatadaptatie Flevoland) een klimaat brochure laten maken door het KNMI. Hierin staan de inmiddels bekende trends dat we steeds vaker te maken gaan krijgen met wateroverlast als gevolg van hevige regenval, hitte door steeds warmer wordende zomers en langere perioden van droogte2. Om een inzicht te krijgen in de lokale gevolgen voor Lelystad zijn van klimaat verandering zijn in 2018 en 2022 stresstesten gedaan die laten zien waar de knelpunten zitten op het gebied van wateroverlast en hitte. Hieruit blijkt dat we er relatief goed voor staan: vergeleken bij andere steden in ons land hebben we duidelijk minder acute problemen. Dit betekent niet dat we geen actie hoeven te ondernemen: er zijn flinke lokale verschillen in de stresstest resultaten.

Waar het stadshart en ook oudere wijken zoals de Wijngaard en Griend erg slecht scoort op hittestress door de hoge mate van verstening, hebben we op een aantal ontsluitingswegen zoals de Stationsdreef en de Lindelaan een dusdanig hoge waterstand als gevolg van hevige regenval dat deze niet meer begaanbaar zijn voor hulpdiensten. Onder een klimaatadaptief Lelystad verstaan we een gezonde en veilig leefomgeving om te wonen, werken en leven. De gezondheid en veiligheid van inwoners staat voorop. We beperken de schaderisico’s zoals gezondheidsschade en oversterfte door de effecten van klimaatverandering en toenemende hitte. We beperken milieuschade aan ecosystemen, aantasting van leefgebied door vernatting of verdroging, fysieke schade aan vastgoed en infrastructuur en economische schade als gevolg van extreem weer. 2 We kijken in deze LAS niet naar de risico’s als gevolg van overstroming omdat wij in Flevoland geen rivieren hebben. Overstroming zal bij ons alleen voorkomen als de dijken doorbreken. In de RAS wordt dit laatste wel meegenomen. 1

5

We zullen bij alle projecten klimaat adaptieve maatregelen moeten nemen die de gevolgen van zowel hevige regenval, droogte als hittestress beperken. Als we de juiste maatregelen op de juiste plek nemen, biedt dit kansen om de kwaliteit van de leefbaarheid te vergroten én een koppeling te maken met andere opgaven zoals natuur, gezondheid, eenzaamheid en duurzaamheid. Inmiddels hebben we geleerd dat maatregelen maatwerk zijn: deze kunnen verschillen per plek, per ondergrond en per soort project (herontwikkeling, inbreiding, nieuwbouw, groot onderhoud). Om binnen ons werk dat maatwerk te kunnen leveren hebben we deze lokale adaptatie strategie (vanaf nu afgekort als LAS) geschreven waarin we doelstellingen hebben benoemd die ons concrete handvatten kunnen bieden om onze doelen en ambities te behalen. Het vaststellen van deze LAS is onderdeel van het raadsakkoord. Hoewel de regionale adaptatiestrategie voor Flevoland op dit moment wordt afgerond, en de LAS dus daar op voorloopt, is de inhoud wel op elkaar afgestemd. Deze LAS biedt concrete doelstellingen bevat die worden gerealiseerd in de periode 2023 – 2026 en biedt ruimte voor participatie met inwoners en organisaties. Daarnaast is deze LAS op zichzelf ook adaptief.

In 2027 zal een herijking plaatsvinden zodat nieuw beleid, het traject met de Omgevingsvisie en mogelijke veranderde inzichten door het opdoen van nieuwe kennis daarin een plek kunnen krijgen. Zo blijven we ons beleid aanscherpen om ons doel om in 2050 klimaatadaptief ingericht te zijn, te behalen. De LAS staat niet op zichzelf. Zo heeft het college in 2022 zowel de MRA Intentieovereenkomst Klimaatbestendige Nieuwbouw als het MRA Convenant Toekomstbestendig Bouwen ondertekend. Onderdeel van de hierbij ondertekende intenties is het vertalen van deze documenten naar eigen beleid. De nu voor liggende LAS is een concrete vertaling naar de Lelystadse context en zal als eigen beleid, voor het onderdeel klimaatadaptatie, leidend zijn boven deze ondertekende documenten. Op dit moment lopen we ook een proces met betrekking tot het opstellen van de Agenda Natuur. De Agenda Natuur biedt het fundament voor de gemeentelijke inzet op de opgave Natuur. Het beantwoordt de vraag: wat is ervoor nodig om de kwantiteit en kwaliteit van de natuur in Lelystad te verbeteren met als resultaat een gezond leefklimaat voor onze inwoners en hiermee het profiel van Lelystad als hoofdstad nieuwe natuur te versterken en uit te dragen? De LAS is nauw verbonden met de Agenda Natuur waarbij we in de uitvoering voor een goede afstemming en uitvoering zorgen.

Andere ambities waar de LAS op voortbouwt zijn het reeds vastgestelde koersdocument en de IVO 1.0 waarin staat dat Lelystad zich ontwikkelt op een duurzame, klimaatbestendige en energie neutrale manier door kwaliteitsimpuls in het groen. In het Uitvoeringsplan Lelystad Next Level is omschreven dat Lelystad inzet in op het kwalitatief groeien van de stad. Door groene urbanisatie met een duurzame insteek: natuur inclusief, klimaatadaptief, energieneutraal en circulair. “Klimaatrobuustheid” wordt hierbij genoemd als randvoorwaardelijk. Lelystad heeft het in zich de hoofdstad van de nieuwe natuur te worden en kan een voorloper zijn in het klimaat robuust ontwikkelen van een stedelijk gebied verbonden met de natuur. Hier ligt vanzelfsprekend ook een relatie met de Agenda Natuur, de LAS zal hier een onderdeel van uitmaken. Om tot een klimaat adaptieve inrichting te komen, hanteren we in Lelystad de volgende zes leidende principes: • Klimaat adaptieve maatregelen en het versterken van biodiversiteit gaan hand in hand. We gaan uit van ‘groen, tenzij’: alleen waar noodzakelijk passen we elementen verharding (tegels, klinkers) of gesloten verharding (asfalt, beton) toe. • We realiseren onze doelen door samen te werken. De gemeente kan een adaptieve omgeving niet alleen realiseren.

We stimuleren en ondersteunen inwoners, ondernemers en andere stakeholders met voorlichting en subsidies om hun eigen eigendom klimaatbestendig te maken. • We gaan voor maximale effectiviteit. We gebruiken de logische momenten om klimaatbestendig te worden, zoals nieuwbouw, renovatie, herontwikkeling en groot onderhoud. We brengen de kosten en baten van klimaat adaptieve inrichting en ontwikkeling zo goed mogelijk in beeld. 6

• We hanteren een integrale aanpak. Een klimaat adaptieve inrichting wordt integraal opgepakt met andere opgaves zoals water- en riolering, beheer en onderhoud, groenbeheer, vastgoed, energie transitie, gezondheid en mobiliteit. Op deze manier maken we werk-met-werk, zijn de kosten beperkter en is er minder overlast van werkzaamheden. • We stellen de gezondheid en veiligheid van inwoners voorop door het prioriteren van lokale knelpunten in de uitvoering. Gezondheid en veiligheid van inwoners staan voorop. Hittestress en wateroverlast brengen serieuze gezondheidsrisico’s met zich mee, daarom geven we in de uitvoering van maatregelen prioriteit aan plekken waar inwoners hier het meest kwetsbaar voor zijn (door de combinatie van persoonlijke gezondheid, kwaliteit van leefomgeving en toenemende hittestress/wateroverlast). • We hanteren het principe van comply or explain. Bij de toepassing van deze doelstellingen hanteren we het principe comply or explain: we hebben de intentie om ons hieraan te houden, maar voor specifieke projecten of ontwikkelingen kan een andere keuze echter logischer zijn. We leggen dan uit waarom we ons niet aan een specifieke doelstelling kunnen houden. De doelstellingen zijn dus geen keiharde regels, maar hebben als doel om klimaatadaptatie zo effectief mogelijk vorm te geven.

1.2 Opbouw en Doel van LAS

Met deze LAS wordt een eerste aanzet gedaan om de ambities op het gebied van klimaatadaptatie verder te concretiseren3. Klimaatadaptatie is niet een eigen beleidsterrein, maar is een andere manier van werken. In deze LAS beschrijven we hoe we deze aangepaste manier van werken vormgeven. Het document dient de volgende doelen: • Het benaderen van klimaatadaptatie als integraal onderdeel van andere transities in de leefomgeving in samenhang met andere beleidsterreinen zoals o.a. het sociale domein, biodiversiteit, omgevingsvisie, het beleid openbare ruimte en het woonbeleid. • Lokale implementatie en -vertaling van de nationale doelstellingen voor een klimaatadaptief Nederland, conform de aanpak zoals vastgelegd in het Deltaprogramma Ruimtelijke Adaptatie (DPRA). • Samenwerkingspartners van de gemeenten (inwoners, bedrijven en organisaties) laten zien wat zij zelf kunnen, willen en moeten doen en in welke rol de gemeente zich tot deze partijen verhoudt; • Het starten van de discussie en bewustwording rond de hogere investeringskosten die op de korte termijn soms nodig zijn om adaptief te handelen om langere termijn schade te voorkomen en hoe dit gefinancierd kan worden. De LAS bevat de volgende hoofdstukken: H2. Een overzicht van wat klimaatverandering voor Lelystad betekent; H3. De Lelystadse principes en doelstellingen voor klimaat adaptieve ontwikkelingen H4.

Onze samenwerking- en participatiestrategie H5. Hoe we een integrale aanpak intern bij de gemeente organiseren H6. Hoe we dit financieren H7. Het monitoren en evalueren van deze strategie

3

De ambities op het gebied van natuur en biodiversiteit zullen binnen de Agenda Natuur verder worden uitgewerkt.

7

8

2 KLIMAATVERANDERING IN LELYSTAD

Om tot deze strategie te komen, heeft Lelystad de afgelopen jaren al verschillende stappen ondernomen. Om huidige knelpunten in kaart te brengen zijn stresstesten uitgevoerd. Deze informatie helpt om te bepalen op welke locaties de opgave het meest urgent is. Met dit inzicht kunnen we bepalen hoe we deze risico’s strategisch gaan oplossen of voorkomen in de komende jaren. Het KNMI heeft in een brochure inzichtelijk gemaakt wat klimaatverandering voor effect zal hebben in Flevoland op het gebied van hitte, droogte, wateroverlast, wind en overstromingsrisico’s. Door middel van stresstesten (in 2018 en 2022) is vervolgens inzichtelijk gemaakt wat de impact van klimaatverandering op Lelystad is. Wat is het probleem nu, waar liggen urgente knelpunten, en wat kunnen we op de langere termijn verwachten? De resultaten van de stresstesten zijn naast opname in onze GIS vieuwer, openbaar toegankelijk via de klimaatatlas van de Metropoolregio Amsterdam (MRA), waarop in verschillende kaarten (overlast door) hitte, wateroverlast en droogte gevisualiseerd is. Uit de stresstesten blijkt dat wateroverlast en hittestress de belangrijkste risico’s zijn voor de stad. Hittestress speelt vooral op een aantal sterk versteende locaties, zoals bedrijventerreinen, het stadscentrum en een aantal oudere sterk versteende wijken.

Op warme zomerse dagen kan de gevoelstemperatuur hier in de toekomst oplopen tot ruim boven de 40 graden. Uit de stresstesten blijkt dat wateroverlast en hittestress de belangrijkste risico’s zijn voor de stad. Hittestress speelt vooral op een aantal sterk versteende locaties, zoals bedrijventerreinen, het stadscentrum en een aantal oudere sterk versteende wijken. Op warme zomerse dagen kan de gevoelstemperatuur hier in de toekomst oplopen tot ruim boven de 40 graden.

9

Bij Bijzware zwarebuien buienvan van70mm 70mmper peruur, uur,ofofzelfs zelfs100mm 100mminin22uur, uur,blijft blijftop opveel veelplekken plekkenininde destad stadwater waterstaan staan(tot (totmeer meer dan dan30cm 30cmwaterdiepte) waterdiepte)en enworden wordensommige sommigewegen wegenininwijken wijkenonbegaanbaar, onbegaanbaar,voorbeelden voorbeeldenhiervan hiervanzijn zijnde de Bij zware buien van 70mm per uur, of zelfs 100mm in 2 uur, blijft op veel plekken in de stad water staan (tot Stationsdreef Stationsdreefen ende deLindelaan Lindelaandie dieniet nietmeer meerbegaanbaar begaanbaarzijn zijnvoor voorhulpdiensten hulpdienstenbij bijeen eendergelijke dergelijkebui. bui. meer dan 30cm waterdiepte) en worden sommige wegen in wijken onbegaanbaar, voorbeelden hiervan zijn Voor Voorwat watbetreft betreftdroogte droogteligt ligteen eenhoog hoogrisico risicoininstukken stukkengemeentelijk gemeentelijkgroen: groen:met metname nameininnieuwbouw nieuwbouwwijken wijkenen en de Stationsdreef en de Lindelaan die niet meer begaanbaar zijn voor hulpdiensten bij een dergelijke bui.

herinrichting herinrichting is is hier hier een een hoog hoog risico risico op op verdroging verdroging doordat doordat nieuw nieuw aangeplant aangeplant groen groen nog nog niet niet voldoende voldoende diep diep heeft heeft Voor wat betreft droogte ligt een hoog risico in stukken gemeentelijk groen: met name in nieuwbouw kunnen kunnen wortelen. wijken wortelen. en herinrichting is hier een hoog risico op verdroging doordat nieuw aangeplant groen nog niet voldoende diep heeft kunnen wortelen.

Figuur Figuur2:2:Uitsnede Uitsnedeuit uitLelystadse Lelystadsestresstestkaarten. stresstestkaarten.Links: Links:gevoelstemperatuur gevoelstemperatuurinin2050 2050op opeen eenwarme warme Figuur 2: Uitsnede uit Lelystadse stresstestkaarten. Links: gevoelstemperatuur in 2050 op een warme zomerse zomerse zomersedag dagininhet hetcentrum. centrum.Rechts: Rechts:waterdiepte waterdieptebij bijeen eenbui buivan van70mm 70mminin11uur uurininLelystad LelystadZuidwest Zuidwest-dag in het centrum. Rechts: waterdiepte bij een bui van 70mm in 1 uur in Lelystad Zuidwest bedrijventerrein bedrijventerrein bedrijventerreinNoordersluis. Noordersluis. Noordersluis.

2.1 Effecten op de woonomgeving, werkomgeving, natuur en landbouw

Per thema beschrijven we de effecten en voornaamste risico’s van klimaatverandering voor de gemeente Lelystad. Deze thema’s zijn zo gekozen dat ze aansluiten bijnatuur de Regionale Adaptatiestrategie en de Omge2.1 2.1 Effecten Effecten op opde dewoonomgeving, woonomgeving, werkomgeving, werkomgeving, natuur en enlandbouw landbouw vingsvisie van Lelystad. In het volgende hoofdstuk benoemen we voor diezelfde vier thema’s doelstellingen Per Perthema themabeschrijven beschrijvenwe wede deeffecten effectenen envoornaamste voornaamsterisico’s risico’svan vanklimaatverandering klimaatverandering voor voor de degemeente gemeente om tot een klimaat adaptieve inrichting kunnen komen. bij Lelystad. Lelystad. Deze Deze thema’s thema’s zijn zijnzo zo gekozen gekozente dat dat ze zeaansluiten aansluiten bijde deRegionale RegionaleAdaptatiestrategie Adaptatiestrategieen ende de

Omgevingsvisie Omgevingsvisievan vanLelystad. Lelystad.InInhet hetvolgende volgendehoofdstuk hoofdstukbenoemen benoemenwe wevoor voordiezelfde diezelfdevier vierthema’s thema’s 2.1.1 De woonomgeving doelstellingen doelstellingenom omtot toteen eenklimaat klimaatadaptieve adaptieveinrichting inrichtingtetekunnen kunnenkomen. komen.

In bebouwd gebied gaat het om leefbaarheid, gezondheid en minder schade bij weersfenomenen zoals hit te golven en extreme neerslag. Door een klimaat adaptieve inrichting van de leefomgeving en het nemen 2.1.1 2.1.1 De Dewoonomgeving woonomgeving van de juiste maatregelen op de juiste plek, kunnen de risico’s van klimaatverandering beperkt blijven. Er Inis Inbebouwd bebouwd gebied gebied gaat het hetom om leefbaarheid, leefbaarheid, gezondheid gezondheid en enminder minder schadevan bij bijweersfenomenen weersfenomenen zoals zoalshit hitete dan minder kans gaat op schade aan panden, wegen en infrastructuur alsschade gevolg extreem weer. Mensen golven golven en en extreme extreme neerslag. neerslag. Door Door een een klimaat klimaat adaptieve adaptieve inrichting inrichting van van de de leefomgeving leefomgeving en en het het nemen nemen van van de ervaren minder hittestress en minder overlast door hevige regenval alsmede een verbeterde lucht- en wa- de juiste juistemaatregelen maatregelenop opde dejuiste juisteplek, plek,kunnen kunnende derisico’s risico’svan van klimaatverandering klimaatveranderingbeperkt beperktblijven. blijven.Er Erisisdan dan terkwaliteit.

minder minderkans kansop opschade schadeaan aanpanden, panden,wegen wegenen eninfrastructuur infrastructuurals alsgevolg gevolgvan vanextreem extreemweer. weer.Mensen Mensenervaren ervaren minder minderDe hittestress hittestress en en minder minder overlast door door hevige hevige regenval regenval alsmede alsmede een een verbeterde verbeterde luchtlucht- en en 2.1.2 werklocaties en vitaleoverlast functies waterkwaliteit. waterkwaliteit. Ook de lokale economie en bedrijvigheid heeft te maken met risico’s door klimaatverandering. Dat zit o.a. in

productiviteitsverlies door hitte, schade aan panden of producten, hapering van processen door wateroverlast waterbeschikbaarheid in tijden van droogte. Bedrijventerreinen komen naar voren in de stresstesten 2.1.2 2.1.2of De Dewerklocaties werklocatiesen envitale vitale functies functies

Ook Ookde delokale lokaleeconomie economieen enbedrijvigheid bedrijvigheidheeft heefttetemaken makenmet metrisico’s risico’sdoor doorklimaatverandering. klimaatverandering.Dat Datzit zito.a. o.a.inin productiviteitsverlies productiviteitsverliesdoor doorhitte, hitte,schade schadeaan aanpanden panden ofofproducten, producten,hapering haperingvan vanprocessen processendoor door 10

als locaties waar hittestress en wateroverlast een grote rol spelen. De enorme oppervlakten donkere daken en de verlaagde dockingstations dragen hier aan bij. Onder vitale functies verstaan we voorzieningen die onder alle (weers)omstandigheden operationeel moeten blijven. Het gaat hier om telecommunicatie, elektriciteit, drinkwater, transportroutes, pompen en gemalen maar ook (mobiliteit) van hulpdiensten en bereikbaarheid van huisartsposten. Bij calamiteiten als water- overlast door hevige neerslag kan uitval van deze functies ernstige schade met zich meebrengen voor mens, milieu of economie.

2.1.3 Groen-blauwe structuren

Lelystad is ontworpen als parkstad. Het is één van de groenste steden van Nederland: 33% van het Lelystadse grondgebied is bos of open natuurlijk terrein (t.o.v. 14% voor een gemiddelde Nederlandse stad). In de stad is een netwerk van watergangen. Dat biedt kansen voor efficiënte opvang van grote hoeveelheden hemelwater bij piekbuien, waarbij de sloten als een soort tijdelijke badkuip gebruikt worden. De bebouwde kom van Lelystad grenst voor een groot deel aan groene randen zoals het nationaal park Nieuw Land, het Zuigerplasbos en het Gelderse Hout. Deze gebieden en de Lelystadse kust bieden ook een groot aanbod van recreatieve mogelijkheden en verkoeling buiten de bebouwde omgeving. Het zichtbaar maken en uitbouwen van de “groene vingers” in de stad, en een plaats bij de top-5 van de meest groene gemeenten van Nederland in 2026 zoals omschreven in de Opgave Natuur bieden optimale kansen voor een klimaat adaptieve inrichting.

2.1.4 Landbouw

Landbouw draagt niet alleen bij aan klimaat verandering, maar krijgt naar verwachting ook een significant aandeel van de verwachtte schade als gevolg van klimaatverandering te verduren. Boeren ondervinden al schade door droogte en water tekorten voor de productie. De bodem daalt en de vraag is hoe we het water beter vasthouden voor perioden van droogte. Boeren zijn bereid daarover mee te denken. Deze sector is alleen al daarom van groot belang voor een klimaat adaptieve omgang met onze leefomgeving. Het open landschap in het buitengebied van Lelystad heeft een sterke agrarische functie. De (biologische) landbouw is van internationaal formaat. De omgevingsvisie van Lelystad stelt dat dit zo blijft; in het agrarisch gebied wordt verdere verstedelijking beperkt.

2.2 De kosten van wel- of niet-adaptief handelen

Klimaatverandering en een adaptieve inrichting van de leefomgeving hebben beide financiële consequenties. Beter inzicht in het effect en de kosten van wel of niet adaptief inrichten of handelen is van belang om de juiste keuze daarin te maken. Adaptieve maatregelen kunnen op korte termijn een extra investering vragen. Laten we een adaptieve inrichting na, dan is (hogere) schade als gevolg van extreem weer op lange termijn vaak onvermijdelijk. Niet handelen is dus ook een keuze met financiële consequenties. Om beter inzicht te krijgen in deze afweging, lichten we hieronder toe wat de verwachtte schade is van klimaat veran dering en wat de verwachtte kosten zijn van een adaptieve inrichting.

2.2.1 De kosten van adaptief handelen

De Metropoolregio Amsterdam heeft in 2021 een onderzoek laten uitvoeren naar de eventuele meerkosten van een klimaat adaptieve inrichting. Deze studie laat zien dat de uitgangspunten die gehanteerd worden in de MRA intentieovereenkomst en het Basisveiligheidsniveau Klimaatbestendige Nieuwbouw 3.0 te realiseren zijn vanaf: • Een bedrag van ca € 1.200,- tot € 2.500,- per nieuwbouwwoning; • Een bedrag van ca € 90.000,- tot € 319.000,- per hectare nieuwbouw. De bandbreedte hierin hangt af van het type wijk of ontwikkeling en verschillende bodem- en watersystemen. Ook is in kaart gebracht wat de kosten zijn om bestaande wijken volledig adaptief te renoveren. De kosten om de bebouwing in een bestaande wijk klimaatadaptief in te richten variëren van €140.000,- tot €400.000,- per hectare, afhankelijk van het type wijk (hoogbouw, woningen of bedrijven). Merk daarbij op 11

Ook is in kaart gebracht wat de kosten zijn om bestaande wijken volledig adaptief te renoveren. De kosten om de bebouwing in een bestaande wijk klimaat adaptief in te richten variëren van €140.000,- tot €400.000,- per hectare, afhankelijk van het type wijk (hoogbouw, woningen of bedrijven). Merk daarbij op dat een deel van deze kosten bespaard kunnen worden door de adaptieve maatregelen op te pakken in samenhang met andere opgaven en op logische momenten als renovatie en groot onderhoud. Verderop in deze strategie staat meer dat een deelover vanfinanciële deze kosten bespaard kunnen worden door de adaptieve maatregelen op te pakken in beschreven instrumenten en koppelkansen. samenhang met andere opgaven en op logische momenten als renovatie en groot onderhoud. Verderop in deze strategie staat meer beschreven over instrumenten enopgave koppelkansen. Bovengenoemde schattingen zijn bedoeld omfinanciële de orde van grootte van de te duiden. Ze helpen om de Bovengenoemde schattingen zijn bedoeld om de orde van grootte van de opgave tespecifieke duiden. Ze helpen om inschatting te maken of bepaalde maatregelen kosteneffectief zijn. Bij het nemen van de inschattingmoeten te maken of bepaalde maatregelen zijn.verder Bij het nemen van specifieke maatmaatregelen, de verwachte schade en kostenkosteneffectief van maatregelen gespecificeerd worden.

Door regelen, moeten de verwachte schade en kosten van maatregelen verder gespecificeerd worden. Door de de verwachtte schade en kosten te vergelijken kunnen we daarin de juiste afweging te maken. verwachtte schade en kosten te vergelijken kunnen we daarin de juiste afweging te maken. Door klimaat adaptieve maatregelen al bij de start van een gebiedsontwikkeling of project mee te nemen Door klimaat al bij demogelijk start vanteeen gebiedsontwikkeling of project mee te nemen verwachten weadaptieve mogelijkemaatregelen meerkosten zo laag houden. Dat zal altijd het streven zijn. verwachten we mogelijke meerkosten zo laag mogelijk te houden. Dat zal altijd het streven zijn.

2.2.2 De Deschade schadebijbijniet-adaptief niet-adaptief handelen 2.2.2 handelen

Via de detool toolKlimaatschadeschatter Klimaatschadeschatter inzicht krijgen in de verwachte schade klimaatverandering Via is is inzicht te te krijgen in de verwachte schade van van klimaatverandering bij bij niet-adaptief handelen. Tabel 1 geeft daarvan het overzicht van de verwachtte schade tot 2050. Deze niet-adaptief handelen. Tabel 1 geeft daarvan het overzicht van de verwachtte schade tot 2050. Deze kosten kosten niet allemaal voor de gemeente, echter geeft ditwel overzicht welvan een beeld waar het zijn niet zijn allemaal voor de gemeente, echter geeft dit overzicht een beeld waar hetvan gevolg van degevolg schade van de schade zit. De gemeente kan daar waar haar invloed ligt, een rol spelen in het beperken zit. De gemeente kan daar waar haar invloed ligt, een rol spelen in het beperken van deze kosten. De van deze kosten. Deschade genoemde is een orde-van-grootte inschatting met eendie bandbreedte afhankelijk genoemde is eenschade orde-van-grootte inschatting met een bandbreedte afhankelijk die is van hoe sterkis van hoe sterk klimaatverandering doorzet. klimaatverandering doorzet. Tabel 1: 1: geschatte geschatte schade schade als als gevolg gevolg van inschatting voor voor verTabel van klimaatverandering. klimaatverandering.Minimum Minimumen enmaximum maximuminschatting schillende scenario’s vanvan klimaatverandering.

Bron: klimaatschadeschatter.nl verschillende scenario’s klimaatverandering. Bron: klimaatschadeschatter.nl

Thema

Gevolg

Schade per inwoner

Schade totaal

Hitte

Arbeidsproductiviteitsverlies, €400 Sterfte, Ziekenhuisopnames

€33 / €35 miljoen

Droogte

Fundering panden, wegen en €195/€676 riolering, gemeentelijk groen, natuurbranden

€15 / €52 miljoen

Landbouw

€1.305/€7.924

€113 / €669 miljoen

Wateroverlast Wateroverlast, Hagel

€1.200 / €1.900

€90 / €151 miljoen

Totaal Totaal exl. Landbouw

€3.100 / €10.900 €1.795 / €2.976

€236 / €855 miljoen €123 / €186 miljoen

2.3 De kernpunten van dit hoofdstuk 2.3 De kernpunten van dit hoofdstuk • Lelystad heeft met modellen en experts in kaart gebracht welke klimaat-gerelateerde risico’s er spelen

op het gebied van wateroverlast, hitte en droogte, nu en in de toekomst. • Deze Lelystad heeft gaat met modellen in kaart gebracht welke klimaat-gerelateerde risico’s er spelen strategie in op hoe en weexperts met deze risico’s aan de slag gaan aan de hand van vier thema’s: de op het gebied van hitte en droogte, nu en in de woonomgeving, dewateroverlast, werklocaties, groen-blauwe structuren en toekomst. landbouw. •• Klimaatadaptatie Deze strategie gaat in opom hoebesluiten we met deze risico’s aan de gaanop aan de hand van vier thema’s: deNiets vraagt op korte termijn omslag schade lange termijn te voorkomen. woonomgeving, de werklocaties, landbouw. Bij het nemen van adaptieve doen aan klimaatadaptatie is ook groen-blauwe een keuze metstructuren financiële en consequenties. maatregelen wegen we de verwachtte schade voor de gemeente bij niet-adaptief handelen af tegen de 9 kosten en baten van deze maatregelen. 12

3 LEIDENDE PRINCIPES EN DOELSTELLINGEN

Onder een klimaatadaptief Lelystad verstaan we een gezonde en veilig leefomgeving om te wonen, werken en leven. De gezondheid en veiligheid van inwoners staat voorop. We beperken de schaderisico’s zoals gezondheidsschade en oversterfte door de effecten van klimaatverandering en toenemende hitte. We beperken milieuschade aan ecosystemen, aantasting van leefgebied door vernatting of verdroging, fysieke schade aan vastgoed en infrastructuur en economische schade als gevolg van extreem weer. We doen al veel in Lelystad en de stad heeft een uitstekende uitgangspositie hierin. Om effectief en efficiënt te werk te gaan, is het belangrijk dat klimaatadaptatie een plek krijgt bij de verschillende beleidsterreinen van de gemeente zoals o.a. het sociale beleid, natuurbeleid, de omgevingsvisie, het beleid openbare ruimte en het woonbeleid. In deze strategie hanteren we daarom zes leidende principes. Deze principes passen we toe bij alle ruimtelijke ontwikkelingen. Bij aanpassingen in de bestaande openbare ruimte door bijvoorbeeld rioolvervanging of herinrichting zijn deze principes leidend.

LEIDENDE PRINCIPES • Klimaat adaptieve maatregelen en het versterken van biodiversiteit gaan hand in hand. We gaan uit van ‘groen, tenzij’, alleen waar noodzakelijk passen we elementen verharding (tegels, klinkers) of gesloten verharding (asfalt, beton) toe. • We realiseren onze doelen door samen te werken. De gemeente kan een adaptieve omgeving niet alleen realiseren. We stimuleren en ondersteunen inwoners, ondernemers en andere stakeholders met voorlichting en subsidies om hun eigen eigendom klimaatbestendig te maken.

13

• We gaan voor maximale effectiviteit. We gebruiken de logische momenten om klimaatbestendig te worden, zoals nieuwbouw, renovatie, herontwikkeling en groot onderhoud. We brengen de kosten en baten van klimaat adaptieve inrichting en ontwikkeling zo goed mogelijk in beeld. • We hanteren een integrale aanpak. Een klimaat adaptieve inrichting wordt integraal opgepakt met andere opgaves zoals water- en riolering, beheer en onderhoud, groenbeheer, vastgoed, energie tran sitie, gezondheid en mobiliteit. Op deze manier maken we werk-met-werk, zijn de kosten beperkter en is er minder overlast van werkzaamheden. • We hanteren het principe comply or explain. In de toepassing van deze doelstellingen hanteren we het principe comply or explain: we hebben de intentie om ons hieraan te houden, maar voor specifieke projecten of ontwikkelingen kan een andere keuze echter logischer zijn. We leggen dan uit waarom we ons niet aan een specifieke doelstelling kunnen houden. De doelstellingen zijn dus geen keiharde regels, maar hebben als doel om klimaatadaptatie zo effectief mogelijk vorm te geven. Naast deze zes leidende principes stellen we in de volgende paragraaf concrete doelstellingen voor hoe een klimaatadaptief Lelystad eruit ziet.

We hanteren de doelstellingen voor alle nieuwe ontwikkelingen, of bij projecten die in een fase zijn waarbij hier nog redelijkerwijs rekening mee gehouden kan worden. Voor het bestaande gebied of bestaande ontwikkelprojecten geldt dat we de doelstellingen meenemen bij groot onderhoud en renovatie tot 2050. De doelstellingen zijn zo geformuleerd ze ruimte bieden voor maatwerk: per project of gebied kunnen maatregelen genomen worden die daar het beste passen om aan een bepaald uitgangspunt te kunnen voldoen. Uiteindelijk moeten deze doelstellingen op een effectieve wijze geïntegreerd worden in de huidige werkwijze, bijvoorbeeld bij het uitschrijven van tenders, het LIOR en in beheerplannen. Zoals in het vorige hoofdstuk al is beschreven, zijn de doelstellingen in te delen onder vier thema’s: de woonomgeving, de werklocaties, groen-blauwe structuren en landbouw. Deze thema’s zijn zo gekozen dat ze aansluiten bij de Regionale Adaptatiestrategie en de Omgevingsvisie van Lelystad.

3.1 De woonomgeving

Voor groene verstedelijking en adaptieve woningbouw in de woonomgeving hanteren we de volgende doelstellingen bij het inrichten: • In de stad4 op plekken waar hittestress een risico is gaan we uit van het 300-30-3 principe: o Vanaf iedere plek in de stad, is het maximaal 300 meter lopen naar een koele verblijfsplek (in de vorm van een schaduwrijke speeltuin, perk, park of bos, zie Figuur 4); o In iedere wijk is er minimaal 30% schaduw op straat door bomen, gebouwen of structuren; o Vanuit ieder huis zie je minimaal 3 groenstructuren/bomen; • Op langzaam-verkeersroutes (fietsen en wandelen) is er 40% schaduw door bomen, gebouwen of structuren; • Er is een gemeentelijk lokaal hitteplan om gezondheidsproblemen te verminderen bij optredende hitte; • We accepteren dat er tijdelijk water op straat kan staan (maximaal 2 uur); • Buien tot aan 70 mm per uur (T=100 in 2050) richten geen schade aan in panden en zorgen niet voor onbegaanbare wijkontsluitingswegen en calamiteitenroutes; • Onveilige situaties, zoals het onderlopen van onderdoorgangen, worden zoveel als mogelijk voorkomen; • We vertragen de afvoer van regenwater zoveel mogelijk. Het hemelwater wordt vastgehouden waar het valt en wordt nuttig gebruikt. We hanteren de volgende voorkeursvolgorde voor het omgaan met hemelwater: 4

In opener gebied of langs de kust kan hiervan worden afgeweken vanwege de landschappelijke waarden en omdat hittestress daar minder een rol speelt.

14

• • • • •

1. Vasthouden en nuttig gebruiken; 2. Oppervlakkige afvoer naar aanliggende groenvakken; hemelwater: 3. Afvoer van riool naar infiltratie in groenvakken of naar open water; 1. Vasthouden gebruiken; 4. Bufferingen ennuttig verwerken in het oppervlaktewater (bij piekbuien). 2. Oppervlakkige afvoer naar groenvakken; • Daar waar mogelijk dienen aanliggende wegen oppervlakkig af te stromen richting bergings- of infiltratielocaties of 3. Afvoer van riool naar infiltratie in groenvakken of naar open water; het oppervlaktewater; en verwerken in het oppervlaktewater (bijwordt piekbuien). •4. Buffering Water passerende of water doorlatende verharding toegepast waar onvoldoende infiltratie- of berDaar waar mogelijk dienen wegen oppervlakkig af te stromen bergingsof infiltratielocaties of gingscapaciteit in de omgeving is en waar dat kosteneffectiefrichting is in aanleg en beheer; oppervlaktewater; •hetDe bodem fungeert als spons: het neemt water op bij teveel neerslag zodat er in droge periodes nog Water passerende of water doorlatende verharding wordt toegepast waar onvoldoende infiltratie- of water beschikbaar is.

bergingscapaciteit in de omgeving is en waar dat uitgangspunt kosteneffectief in aanleg en beheer; • Bij nieuwe ontwikkelingen en vervanging is het omisklimaatbestendig en natuurinclusief te en vervangen; Debouwen bodem fungeert als spons: het neemt water op bij teveel neerslag zodat er in droge periodes nog •water Water en bodem is. zijn sturend: bij het plannen van nieuwbouw houden we vanaf het begin rekening met beschikbaar zoals bodemdaling waterbeschikbaarheid. Daarvoor maken we bijvoorbeeld Bijfysieke nieuwerandvoorwaarden ontwikkelingen en vervanging is heten uitgangspunt om klimaatbestendig en natuurinclusief gebruik van de informatie uit de Lelystadse stresstesten. te bouwen en vervangen; Water en bodem zijn sturend: bij het plannen van nieuwbouw houden we vanaf het begin rekening met Figuur Afstand tot koele plekken in Lelystad volgens de Klimaateffectatlas. Daarvoor In het grootste gedeelte fysieke4:randvoorwaarden zoals bodemdaling en waterbeschikbaarheid. maken we van de stad wordt het uitgangspunt van 300m afstand tot een koele plek al gehaald. Er zijn een aantal locaties op bedrijvenbijvoorbeeld gebruik van de informatie uit de Lelystadse stresstesten. terreinen en in de Waterwijk en De Landerijen waar dat nog niet het geval is.

3.2 De werklocaties Voor4: duurzame bedrijvigheid en vitale functies in de werklocaties hanteren we Figuur Afstand tot koele plekken in Lelystad volgens de Klimaateffectatlas. Inde hetvolgende grootstedoelstellingen: gedeelte van de • Bedrijven en ondernemers zijn zich bewust van de gevolgen van klimaatverandering. Hun stadwordt het uitgangspunt van 300m afstand tot een koele plek al gehaald. Er zijn een aantal panden locatiesen op terreinen zijn hitte bestendig ingericht en zij lozen geen hemelwater op het riool; bedrijven- terreinen en in de Waterwijk en De Landerijen waar dat nog niet het geval is. • De gemeente stimuleert ondernemers en bedrijventerreinen om de bedrijfsvoering en panden klimaatadaptief in te richten, maar is daar niet zelf verantwoordelijk voor. Waar sprake is van hitte- of water-

3.2

De werklocaties

Voor duurzame bedrijvigheid en vitale functies in de werklocaties hanteren we de volgende doelstellingen: 15 • Bedrijven en ondernemers zijn zich bewust van de gevolgen van klimaatverandering. Hun panden en

•

• • •

overlast, lossen we dat, waar mogelijk, dan ook gezamenlijk op. De gemeente denkt daar waar mogelijk mee en faciliteert; We ontwikkelen nieuwe bedrijventerreinen met adaptieve maatregelen. Bestaande bedrijventerreinen worden gestimuleerd adaptieve maatregelen te nemen. O.a. door het voorkomen van grote oppervlakten zwart dak, aanplant van bomen en gevelgroen en het voorkomen van wateroverlast in verlaagde dockingstations; We hebben in kaart welke vitale functies en hoofdinfrastructuur een onacceptabel risico lopen bij hevige wateroverlast, hitte en droogte en nemen maatregelen om dit klimaatadaptief in te richten, of de effecten te mitigeren; We hebben ons voorbereid op situaties waar infrastructuur tijdelijk uit kan vallen door wateroverlast, hitte of droogte. We weten in die situaties hoe we zelf kunnen handelen om schade en overlast zo veel mogelijk te voorkomen; Evenementenorganisaties kennen de risico’s van op het vaker voorkomen van extreem weer en weten daarvoor de juiste maatregelen te nemen.

3.3

Groen-blauwe structuren

3.4

Toekomstbestendige landbouw

3.5

Borging

Voor klimaat adaptieve groen-blauwe structuren hanteren we de volgende doelstellingen: • De basiskwaliteiten van de parkstad Lelystad zijn uitermate geschikt voor een robuuste, klimaat adaptieve inrichting. We maken gebruik van deze basiskwaliteiten. Een groene en diverse leefomgeving bevordert onze gezondheid en ons welzijn; • We zetten in op gezonde, biodiverse ecosystemen die weerbaarder zijn tegen uitbraken van ziekten of plagen; • Met passend (extensief) beheer van de bodem voorkomen we bodemverdichting en bevorderen we een gezond bodemleven. Dit bevordert de sponswerking van de bodem waardoor deze meer water kan opnemen en vasthouden; • Bij aanplant van nieuw publiek groen wordt rekening gehouden met de biodiversiteitswaarde en waterbeschikbaarheid in een veranderend klimaat. We zetten in op robuuste soorten waarvan we verwachten dat ze bestand zijn tegen een veranderd klimaat. Dat kunnen dus ook niet-invasieve soorten zijn die hier nu (nog) niet voorkomen, maar wel goed passen of geschikt zijn in het toekomstige klimaat; • Bij nieuwe ontwikkelingen wordt het raamwerk van de ecologische verbindingszones versterkt. Klimaatverandering zal ook een grote invloed hebben op de landbouw rondom Lelystad. Onze ambitie is dat de land- en tuinbouw in 2050 zo ingericht is dat het zo min mogelijk last heeft van de gevolgen van wateroverlast, droogte, hitte, bodemdaling en verzilting.

De provincie en het waterschap spelen een belangrijke rol in het toekomstbestendig maken van het landelijk gebied. Voor de gemeente is hier een kleinere rol weggelegd. Daarom nemen we in de regionale adaptatiestrategie (RAS) specifieke uitgangspunten op rondom adaptieve landbouw. Als gemeente houden bij (nieuwe) regelgeving, zoals bij vergunningen en de nieuwe omgevingswet, rekening met de noodzaak voor adaptieve maatregelen in de landbouw. Om deze doelstellingen daadwerkelijk te kunnen gebruiken zal een implementatietraject opgestart worden. Om tot deze LAS te komen hebben we al een uitgebreid consultatietraject doorlopen met alle relevante teams: zij hebben input geleverd op eerdere versies en meegedacht over de uitvoering van de doelstellingen. Na vaststelling van de LAS onderzoeken we binnen alle relevante teams hoe borging binnen bestaand beleid plaats kan vinden. Dit kan door bijvoorbeeld aanpassing van het LIOR, integratie in het IGOR, aanbestedingsbeleid en de nog op te stellen omgevingsplannen en -programma’s.

16

Voor Voorveel veelplekken plekkenininLelystad Lelystadgeldt geldtdat datwe wealaleen eeneind eindop opweg wegzijn zijninineen eenadaptieve adaptieve inrichting inrichtingvolgens volgensdeze dezedoelstellingen. doelstellingen.Bijvoorbeeld Bijvoorbeeldbij bijWarande, Warande,zie ziefiguur figuur3.3. Volgend Volgendjaar jaarstarten startenwe wemet metgedeeltelijk gedeeltelijkherinrichting herinrichtingvan vanhet hetKoopmanshof. Koopmanshof.We Wehebben hebben een een gespecialiseerd gespecialiseerd bureau bureau gevraagd gevraagd ons ons te te helpen helpen met met een een analyse analyse van van de de ondergrond ondergrond Voor veel plekken in Lelystad geldt dat we al een eind op weg zijn in een adaptieve inrichting volenndoelstellingen. een eenkort kortonderzoek onderzoek ofofonze onzevoorgestelde voorgestelde maatregelen maatregelen danwel welhet hetbeoogde beoogdeeffect effect gens deze Bijvoorbeeld bij Warande, zie figuur 3. dan hebben. hebben.Dat Datbleek bleekniet niethelemaal helemaalhet hetgeval: geval:we wekwamen kwamennog nogbehoorlijk behoorlijkwat watm3 m3aan aan Volgendwaterberging jaar starten we gedeeltelijk herinrichting vanmaatregelen het Koopmanshof. We hebben een waterberging tetemet kort. kort.

Dit Ditlossen lossenwe weop opdoor doorextra extra maatregelen tetenemen, nemen, waaronder waaronder gespecialiseerd bureau ons teparkeerterrein helpen met eenom analyse de ondergrond en een kort drempels drempels om omop opgevraagd het hetverhoogde verhoogde parkeerterrein om water watervan langer langer vast vasttetehouden houden en de de onderzoek of onze voorgestelde maatregelen dan wel het beoogde effect hebben. Dat bleek niet parkeerplaatsen parkeerplaatsenop opdie dieplek plekondergronds ondergrondsteteonderleggen onderleggenmet metsteenwol. steenwol.Dit Ditbiedt biedtextra extra helemaal het geval: wewatervasthoudend kwamen nog behoorlijk wat m3 aan waterberging tewadi kort. ngetekend Dit lossen we capaciteit capaciteit aan aan watervasthoudend vermogen. vermogen. Wij Wij hadden hadden zelf zelfalaleen een wadi ingetekend als alsop door extra maatregelen te nemen, waaronder drempels om op het verhoogde parkeerterrein om water waterberging. berging.Aan Aanhet hetgehele geheleplan planworden wordennog nogextra extrabomen bomentoegevoegd. toegevoegd.Deze Deze water langer vast te houden en de parkeerplaatsen op die plek ondergronds te onderleggen met maatregelen maatregelenfinancieren financierenwe wedeels deelsmet metco-financiering co-financieringvanuit vanuithet hetRijk, Rijk,zie zieook ookparagraaf paragraaf steenwol.

Dit biedt extra capaciteit aan watervasthoudend vermogen. Wij hadden zelf al een wadi 6.5. 6.5.

ingetekend als water berging. Aan het gehele plan worden nog extra bomen toegevoegd. Deze maatregelen financieren we deels met co-financiering vanuit het Rijk, zie ook paragraaf 6.5. Figuur Figuur3:3:Voorbeelden Voorbeeldenvan vaneen eenklimaat klimaatadaptieve adaptieveinrichting inrichtingininLelystad. Lelystad.Linksonder: Linksonder:Warande Warandeontwerp ontwerp hoofdontsluiting Parnassialaan. Parnassialaan. Rechtsonder: Rechtsonder: klimaat klimaat adaptieve adaptieve inrichting inrichtingop op de dePijlkruidstraat. Pijlkruidstraat. Figuur 3:hoofdontsluiting Voorbeelden van een klimaat adaptieve inrichting in Lelystad. Linksonder: Warande ontwerp hoofdontsluiting Parnassialaan. Rechtsonder: klimaat adaptieve inrichting op de Pijlkruidstraat.

3.6

De kernpunten van dit hoofdstuk

• Deze strategie bevat zes leidende principes voor klimaat adaptieve inrichting. We versterken de biodiversiteit, enkernpunten gaan samenwerkend, met de juiste prioriteiten tov gezondheid en veiligheiden integraal te werk 3.6 3.6 De De kernpunten van vandit dithoofdstuk hoofdstuk de methode van comply or explain; ••volgens Deze Dezestrategie strategie bevat bevat vijf vijf leidende leidende principes principesvoor voorklimaat klimaatadaptieve adaptieveinrichting. inrichting.We Weversterken versterkende de • Bij elke ontwikkeling wordt voortaan rekening gehouden met de te verandering van het klimaat. brenbiodiversiteit, biodiversiteit,en engaan gaansamenwerkend, samenwerkend, effectief effectief en enintegraal integraal tewerk werkvolgens volgens de demethode methodeWe van van comply complyor or gen kosten en baten van klimaat adaptieve inrichting en ontwikkeling daarbij zo goed mogelijk in beeld; explain; explain; • De principes en doelstellingen in deze strategie zijn een richtlijn voor alle (nieuwe) ontwikkelingen; •• Bij Bijelke elkeontwikkeling ontwikkelingwordt wordtvoortaan voortaanrekening rekeninggehouden gehoudenmet metde deverandering veranderingvan vanhet hetklimaat.

klimaat.We Webrengen brengen • Deze doelstellingen worden de komende jaren op een effectieve en praktische wijze geïntegreerd in de kosten kostenen enbaten batenvan vanklimaat klimaatadaptieve adaptieveinrichting inrichtingen enontwikkeling ontwikkelingdaarbij daarbijzo zogoed goedmogelijk mogelijkininbeeld; beeld; huidige bestaande werkwijze. 15 15

17

4 PARTICIPATIE EN SAMENWERKING

Ongeveer 50% van het Lelystadse grondgebied is in particulier eigendom. Daarom is het nodig de handen ineen te slaan met inwoners, ondernemers, woningcorporaties en maatschappelijke instellingen om het doel van een klimaat adaptieve gemeente te realiseren. Deze partijen zijn zich vaak al wel bewust van het klimaatprobleem, maar zien nog niet veel handelingsperspectief. Het doel is klimaatbewustzijn en handelingsperspectief bij inwoners en bedrijven te vergroten door ze te betrekken bij het klimaatadaptief inrichten van hun leef- en werkomgeving. Dit wordt o.a. gerealiseerd door participatie en samenwerking als onderdeel van uitvoeringsplannen, heldere communicatie en inspiratie met concrete voorbeelden. Deze LAS bevat een eerste inventarisatie richting een netwerkstrategie waarin de gemeente antwoord geeft op de vraag hoe samenwerken met alle relevante partijen in en om de stad eruit moet zien. Op termijn is het verstandig een zogenaamde “risicodialoog” te voeren met stakeholders en inwoners. Hiervoor kunnen bestaande participatie momenten gebruikt worden, zoals bij groot onderhoud wanneer inwoners inspraak kunnen hebben op het voorlopig ontwerp. In een risicodialoog worden de reeds uitgevoerde stresstesten besproken en wordt het gesprek gevoerd over wat dat concreet betekent voor de stad.

Dan kan gezamenlijk de afweging gemaakt worden in hoeverre bepaalde risico’s geaccepteerd worden door de maatschappij, welke rol de gemeente heeft in het omgaan met deze risico’s en welke risico’s sowieso voorkomen moeten worden.

4.1 Samenwerkingspartners in stad en regio

Er zijn veel publieke en private partijen die het klimaatadaptief worden van Lelystad kunnen versterken en

18

welke rol de gemeente heeft in het omgaan met deze risico’s en welke risico’s sowieso voorkomen moeten worden.

versnellen. Figuur 5 geeft een eerste indruk welke partners2 hierbij het meest cruciaal zijn. Er is voor alle stakeholdergroepen ingeschat in welke mate zij belang en invloed hebben op het klimaatadaptief inrichten van de stad. Op basis daarvan kunnen we bepalen hoeveel tijd, geld en middelen de gemeente ver4.1 Samenwerkingspartners in stad en regio houdingsgewijs moet inzetten om de meeste impact te bereiken. Het gaat hier om stakeholdergroepen. Er zijnZoveel publieke en private partijen die het klimaat adaptief worden van Lelystad kunnen versterken en valt een organisatie als de LTO bijvoorbeeld onder de groep ‘Agrariërs’ en valt Staatsbosbeheer onder 2 hierbij hetstakeholders meest cruciaal Er is voor allein versnellen. Figuur 5 geeft een eerste indruk welkeeen partners de groep ‘Terreinbeheerders’. Bijlage 2 bevalt overzicht van alle diezijn. zijn meegenomen stakeholdergroepen ingeschat in welke mate zij belang en invloed hebben op het klimaat adaptief inrichten de analyse.

van de stad. Op basis daarvan kunnen we bepalen hoeveel tijd, geld en middelen de gemeente verhoudingsgewijs inzetten om de meestedie impact bereiken. gaat hier om stakeholdergroepen. Figuur 4: Figuurmoet met alle stakeholdergroepen een roltespelen in hetHet klimaatadaptief maken van gemeente Zo valtLelystad, een organisatie als Belang de LTOen bijvoorbeeld onder de groepvan ‘Agrariërs’ Staatsbosbeheer onder uitgezet naar Invloed. Bij het interpreteren de grafieken is valt het belangrijk te beseffen dat de leden van de stakeholdergroep hoger of lager kunnen scoren op belang die en invloed. De positionering groepindividuele ‘Terreinbeheerders’. Bijlage 2 bevalt een overzicht van alle stakeholders zijn meegenomen in de van de stakeholders is nu gedaan op basis van inschatting. Deze kan later verder gevalideerd worden d.m.v. inanalyse. terviews. Bijlage 2 geeft een overzicht van alle stakeholders die zijn geïdentificeerd.

lage 2 bevat een lijst van stakeholders die geanalyseerd zijn.

Intermediairs

Eigenaren

Overige partners

Helpers

Figuur 5: Figuur met alle stakeholdergroepen die een rol spelen in het klimaat adaptief maken van de gemeente Lelystad, uitgezet naar Belang en Invloed. Bij hetrechtsboven interpreteren van de grafiek het belangrijk Hoewel alle stakeholders een rol hebben, zijn de partijen in de figuur voor deis gemeente Lely- te beseffen ledenDeze vanpartijen de stakeholdergroep hoger of lager op belang en invloed. staddat vanindividuele primair belang. noemen we de ‘Eigenaren’. Metkunnen veel vanscoren deze stakeholders werkt de De positionering van deofstakeholders is nu zoals gedaan basis van inschatting. DezeTerreinkan later verder gemeente al samen, bestaat er al contact, metop Agrariërs, Tuincentra, Hoveniers, beheergevalideerd worden d.m.v. interviews. Bijlage 2 geeft een overzicht van alle stakeholders die zijn ders en Regionale Overheden. Partijen die nog onderbelicht lijken zijn Financiers & Beleggers en Vastgoedeigenaren. Tabel 2 toont een overzicht van alle categorieën stakeholders. geïdentificeerd. bevat een lijst van stakeholders die geanalyseerd zijn.partijen rechtsboven in de figuur voor de gemeente Lelystad HoewelBijlage alle2stakeholders een rol hebben, zijn de van primair belang. Deze partijen noemen we de ‘Eigenaren’.

Met veel van deze stakeholders werkt de 19 gemeente al samen, of bestaat er al contact, zoals met Agrariërs, Tuincentra, Hoveniers, Terrein-beheerders en Regionale Overheden. Partijen die nog onderbelicht lijken zijn Financiers & Beleggers en 2

Categorie

Kenmerken

Eigenaren (veel invloed, veel belang)

Deze categorie netwerkpartners kenmerkt zich door directe invloed op het klimaatadaptief maken van een stuk(je) van het grondgebied van de gemeente of het veilig stellen van specifieke vitale functies. Zij hebben land of andere bezittingen in eigendom en kunnen zelf maatregelen treffen.

Intermediairs (veel invloed, weinig belang)

Deze categorie netwerkpartners hebben indirect invloed op klimaatadaptatie. Zij hebben een belangrijke rol in het faciliteren van de eigenaren. Dat kan bijvoorbeeld met specifieke expertise, met financiële prikkels of uitvoeringskracht.

Helpers (weinig invloed, veel belang)

Deze categorie netwerkpartners onderschrijven de klimaatadaptatie doelstellingen van de gemeente. Ze hebben beperkt invloed, maar willen graag bijdragen.

Overige partners (weinig invloed, weinig belang

Deze categorie netwerkpartners bestaat uit partijen die nu nog weinig betrokken zijn bij klimaatadaptatie en die (nog) weinig invloed hebben op dit thema. In deze categorie zitten stakeholdergroepen, zoals onderwijsinstellingen en recreatieparken.

Figuur 6 geeft een tweede indruk van de positionering van alle stakeholders ten aanzien van klimaatadaptatie in Lelystad. Dit is een zogeheten MAT-analyse (‘Motivation - Ability - Trigger’ -analyse). Stakeholdergroepen zijn hier op competentie en motivatie ingedeeld. Hierin betekent motivatie de wil om klimaatadaptatie te willen aanpakken en daar ook in te investeren. Competentie betekent het vermogen van de stakeholder om met de voor hen voorhanden zijnde middelen ook werkelijk die motivatie om te kunnen zetten in actie. In figuur 6 zijn stakeholdergroepen die rechtsboven uitkomen vanzelfsprekend relevant, vanwege hun middelen en betrokkenheid. Groepen die rechtsonder uitkomen zijn voor de gemeente ook interessant, omdat bij hen al wel veel energie zit, maar zij niet altijd de middelen hebben om dit om te zetten in actie. De gemeente kan hierin faciliterend optreden. Partijen met weinig motivatie maar relatief veel competentie wil de gemeente motiveren om tot actie over te gaan. Dat kan door aansluiting te zoeken op thema’s waarvoor hun motivatie wel hoog scoort. Figuur 6: Grafiek met alle stakeholders die een rol spelen in het klimaatadaptief maken van de gemeente Lelystad, uitgezet naar Motivatie en Competentie (MAT-analyse).

Figuur 6: Grafiek met alle stakeholders die een rol spelen in het klimaat adaptief maken van de ge 20 Lelystad, uitgezet naar Motivatie en Competentie (MAT-analyse).

Het is belangrijk op te merken dat beide figuren een eerste inschatting zijn van de huidige situatie en daar mee een voorlopige primaire focus geven. De inschatting is gedaan op basis van desk research en enkele gesprekken bij de gemeente Lelystad. Stakeholderinterviews kunnen de precieze positie van de stakeholdergroepen met grotere zekerheid vaststellen. Daarnaast is het belangrijk op te merken dat beide grafieken continu in beweging zijn, aangezien op lokaal, provinciaal en nationaal niveau klimaatadaptatie steeds duidelijker wordt geagendeerd.

4.2 Netwerkstrategie: rol van de gemeente

Boven alle mogelijke communicatie-, maatregelen- en participatiemiddelen die ingezet kunnen worden, bestaan, vier hoofdstijlen die de gemeente kan inzetten in het gesprek met stakeholders (zie Figuur 7). Deze hoofdstijlen komen voort uit onderzoek van de Nederlandse School van Openbaar Bestuur. • Een rechtmatige overheid kijkt vanuit randvoorwaarden naar resultaten (politieke keuzes) en kijkt top- down vanuit de overheid naar de samenleving. Deze stijl richt zich onder andere op het borgen van klimaatadaptatie in bindende regels voor bouwen en gebruik van de openbare ruimte. • Een presterende overheid kijkt juist vanuit resultaten naar randvoorwaarden (publieke prestaties). Dit uit zich onder andere in als gemeente investeren in eigen klimaat adaptieve assets en een klimaatadaptief boezemsysteem. • Een netwerkende overheid draait het perspectief om door vanuit de markt en gemeenschap, resultaatgericht naar de overheid te kijken. Hierbij past het sluiten coalities met cruciale stakeholders. • Een responsieve en participerende overheid denkt ook vanuit de markt en gemeenschap, maar is ook norm- en randvoorwaarde scheppend (politieke keuzes). Hieronder vallen bijvoorbeeld het ondersteunen van marktinnovaties en maatschappelijke initiatieven.

Afhankelijk van de betreffende stakeholdergroep zal de gemeente Lelystad keuzes willen maken in de stijl waarin ze samenwerkt of kaders stelt met/voor haar stakeholders. De gemeente kan in deze opgave waarschijnlijk niet volstaan met een rechtmatige of presterende rol. Voor het realiseren van de klimaatadaptatie-ambities is ook een rol als samenwerkende en faciliterende (responsieve) overheid nodig.

Figuur Figuur 7: Model rollen de van overheid, Nederlandse SchoolSchool van Openbaar Bestuur. 7: van Model van van rollen de overheid, Nederlandse van Openbaar Bestuur. Het blijkt alsdat participatie wordtwordt ingestoken vanuit het het bouwen aanaan een goede enengelijkwaardige Hetdat blijkt als participatie ingestoken vanuit bouwen een goede gelijkwaardigerelatie relatie tussentussen overheid en stakeholders, de resultaten vruchtbaarder en en constructiever zijn. Initiatieven overheid en stakeholders, de resultaten vruchtbaarder constructiever zijn. Initiatievenzoals zoals Amsterdam Rainproof en het Rotterdams WeerWoord laten zien, dat goede samenwerking tussen stakeholders en gemeente vooral succesvol is als21 er niet gedacht wordt vanuit eenmalige participatie-acties. maar vanuit een langdurig samenwerkingsprogramma.

Amsterdam Rainproof en het Rotterdams WeerWoord laten zien, dat goede samenwerking tussen stakeholders en gemeente vooral succesvol is als er niet gedacht wordt vanuit eenmalige participatie-acties. maar vanuit een langdurig samenwerkingsprogramma. De Omgevingswet kan hierin ook instrumenteel zijn, omdat (inwoner)participatie daar een prominentere rol in krijgt. Diezelfde Omgevingswet daagt gemeenten ook uit om consequent af te stemmen tussen het strategische (omgevingsvisie), tactische (omgevingsprogramma’s) en operationele niveau (omgevingsplan). Klimaatadaptatie en de participatie die daarmee gemoeid is kunnen zo goed verankerd worden op alle schaalniveaus.

4.3

Inwonerparticipatie

Klimaatadaptatie is niet enkel een thema van de gemeente. Inwoners, bedrijven, zorginstellingen hebben baat bij een klimaatbestendige omgeving en hebben daarin ook hun eigen verantwoordelijkheden. Het is daarbij belangrijk om het juiste gesprek met inwoners te voeren. Vroeger kende Lelystad veel halfverharding en grastegels, die veelal zijn verwijderd vanwege esthetische (en soms onderhoudstechnische) redenen. Vroeger was echter ook de klimaat adaptieve waarde van grastegels nog niet bekend. Door met inwoners aan de hand van de risicodialoog het gesprek aan te gaan komen we samen tot maatregelen die gedragen worden in een wijk en waarvan men ook weet waarom een maatregel er zo uit ziet. Bij onze communicatie maken we gebruik van gedragsinzichten. Om inwoners en bedrijven mee te krijgen in klimaatadaptatie wordt vaak ingezet op informeren en bewustwording creëren. Om gedrag te beïnvloeden en mensen in actie te laten komen, is echter veel meer nodig. Mensen moeten hun gedrag kunnen veranderen, ze moeten in de gelegenheid zijn en ze moeten de motivatie voelen. Alleen als deze drie voorwaarden allen aanwezig zijn, komen mensen in actie4. De Hogeschool van Amsterdam heeft de beweegredenen van inwoners in het kader van het in actie komen voor klimaatadaptie onderzocht en heeft zes concrete aanbevelingen gedaan.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Lelystad&id=31901246-c0a4-4106-8f62-5ce330048cdd