CConstaterende datLelystad
Koppel je AI →
Document · PDF

BL Kamerbrief-tk-inzake-ruimtelijke-ordening

Raadsvergadering 13 september 2022, gemeente LelystadBij agendapunt: 241. Ruimtelijke ordeningsbrief van minister voor VRO15.441 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Daarbij wordt gekeken naar de versterking van de voorkeursvolgorde zon-pv en het verder stimuleren, faciliteren en normeren van zon op daken en mogelijk ook op objecten. Daarbij worden vraag en aanbod van elektriciteit samengebracht. Om cumulatie van ruimtebeslag van nieuwe functies in het landelijk gebied te beperken, wordt overwogen om met slimme normering te sturen op maximaal zon op dak bij nieuwbouw in green fields. Keuzes over sturen op multifunctioneel ruimtegebruik bij de opwek van energie op land. Beleidsbrief Datacenters: In deze brief van de minister van EZK en minister voor VRO worden keuzes gemaakt over een strikter vestigingsbeleid voor nieuwe hyperscale datacenters: We gaan het vestigingsbeleid van nieuwe hyperscale datacenters aanscherpen en alleen toestaan in een aantal daarvoor aangewezen gebieden in Nederland. Daarvoor is een AMvB in de maak onder leiding van de ministers voor VRO en KenE en van EZK. Nationale keuzes: Verbod op hyperscale datacenters buiten de aangewezen gebieden. Programma Werklocaties, ruimte voor economische activiteit (doorontwikkeling GRIP): Voor het zomerreces komt er een programma werklocaties. Dit programma van de minister van EZK en minister voor VRO bouwt voort op de tussentijdse uitkomsten van GRIP op grote bedrijfsvestigingen.

Het nieuwe programma richt zich op grote bedrijfsvestigingen en onder meer op het borgen van voldoende ruimte voor bedrijvigheid op de juiste plek voor de Pagina 2 van 46

Ministerie van BZK Kenmerk 2022-0000268154

maakindustrie, onderzoek en innovatie, en logistiek. De afronding van het inventarisatie- en ruimtelijk clusteringsonderzoek vindt plaats in het derde kwartaal van 2022. Daarna overlegt het kabinet met de provincies over doorwerking in provinciaal beleid. Nationale keuzes die in dit programma worden gemaakt: Keuzes over clustering van grote bedrijfsvestigingen: Samen met de provincies brengt het kabinet locaties in kaart voor clustering van nieuwe grootschalige bovenregionale bedrijven, waarbij onder andere wordt gekeken naar de relatie met de nationale transportverbindingen en de energiehoofdstructuur. Daarnaast inventariseren we de kwantitatieve ruimtelijke opgave voor werklocaties. Dit is onderdeel van de samenwerking met de provincies zoals hieronder beschreven bij B2. Zo geeft het kabinet, zoals toegezegd in de Kamer, invulling aan de motie Bromet-Nijboer2, waarin het kabinet wordt verzocht om verdozing van het landschap tegen te gaan en de motie van Esch-Simons3 om daarbij te kijken naar regelgeving die leidt tot een efficiënter gebruik van de ruimte. Programma Circulaire Economie: Sinds 2016 loopt er een Rijksbreed Programma Circulaire Economie onder leiding van de staatssecretaris van IenW op weg naar Nederland circulair in 2050 en een tussendoel gericht op 50% reductie van het primaire abiotische grondstoffengebruik in 2030.

In het najaar van 2022 wordt een herijkt programma gepresenteerd waarin de uitwerking van de plannen uit het Coalitieakkoord zijn beslag krijgen.

2 Kamerstuk 35 929 VII, nr. 72 3 Kamerstuk 35 925, nr. 119

Pagina 2 van 46

Ministerie van BZK Kenmerk 2022-0000268154

Nationale programma’s voor Leefbare steden en regio’s

Meerjarenprogramma Infrastructuur, Ruimte en Transport (MIRT, jaarlijks proces): Het MIRT is een programma onder verantwoordelijkheid van de bewindspersonen van IenW en de minister voor VRO en beoogt de bevordering van bereikbaarheid, veiligheid en ruimtelijke inrichting van Nederland. Over de ontwikkelopgave en investeringsbeslissingen met de landsdelen in het tweede kwartaal gesproken in het BO Leefomgeving en in het vierde kwartaal in het BOMIRT. Nationale keuzes die in dit programma worden gemaakt: Keuze over de Lelylijn in combinatie met Woningbouw. Keuze over de inzet van de 7,5 miljard ter ontsluiting van woningbouwlocaties. Keuze over de inzet van middelen afkomstig uit het Nationaal Groeifonds.

Pagina 2 van 46

Ministerie van BZK Kenmerk 2022-0000268154

-

Keuzes voor de inzet van middelen voor achterstallig beheer en onderhoud van infrastructuur.

Programma Woningbouw: Het Programma Woningbouw van de minister voor VRO geeft richtinggevende nationale doelen aan om versneld voldoende betaalbare en passende woningen te realiseren. Deze doelen zijn: 1) het realiseren van 900.000 woningen tot en met 2030; 2) een groei van de bouwproductie naar 100.000 woningen per jaar (in deze kabinetsperiode); 3) het streven dat ten minste twee derde van de nieuwbouwwoningen betaalbare huuren koopwoningen zijn. Om deze doelstellingen te realiseren, versterken we de regie. Regie op woningbouw is onlosmakelijk verbonden met regie op de ruimtelijke ordening. Besluiten over extra woningbouwlocatie vragen ook om een zorgvuldig integrale ruimtelijke afweging omdat er tussen deze opgaven ook wrijving kan ontstaan. We maken 1 juni 2022 indicatieve bestuurlijke afspraken met elke provincie over het provinciale aandeel van het aantal te bouwen woningen, de gewenste hoeveelheid, het tempo, de betaalbaarheid, gewenste kwaliteit en klimaatbestendigheid. Op 1 oktober worden deze bestuurlijke afspraken met de provincies definitief, nadat er een realitycheck heeft plaatsgevonden. De provincies doen samen met de gemeenten en de waterschappen (watertoets) in de regio een 'realiteitcheck' op de opgaven per provincie, om te beoordelen of deze ruimtelijk, financieel, praktisch en bestuurlijk haalbaar zijn.

De afspraken vormen ook de basis voor de landsdekkende regionale woondeals die de provincies samen met gemeenten in regionaal verband in heel Nederland per 1 januari 2023 gaan sluiten met marktpartijen. Het Programma Woningbouw maakt onderdeel uit van de Nationale Woon- en Bouwagenda en wordt van daaruit aangestuurd en gemonitord. Nationale keuzes die in dit programma worden gemaakt: Ruimtelijke afweging nieuwe woningbouwlocaties: Voor zover het woningbouwlocaties betreft die nog niet ‘hard’ zijn, moet een ruimtelijke afweging plaatsvinden op die locatie (passend vanuit water en bodem, externe veiligheid, luchtkwaliteit en geluidshinder). Voor ‘harde’ plannen (onherroepelijk bestemmingplan) hoeft deze afweging niet plaats te vinden. Verbeteren woon-werk balans in grootschalige woningbouwgebieden: Nabijheid van wonen en werken bevordert lopen en fietsen en draagt bij aan de ontlasting van OV- en wegsystemen. Voor de grootschalige woningbouwlocaties wordt ook specifiek aandacht gegeven aan de balans tussen wonen en werken. Dit geldt bijvoorbeeld voor de ontwikkeling van Groot Merwede in Utrecht, De Binckhorst in Den Haag en de Metropoolregio Amsterdam (MRA)Oost/Amsterdam Bay Area.

Verkenning versterken verstedelijkingsopgave Zuid, Oost en NoordNederland: Vanuit het oogpunt van de water- en klimaatadaptatie-opgave wordt uitgewerkt of en hoe anticiperend kan worden ingezet op het versterken van de verstedelijkingsopgave langs de (zuid)oostelijke en noordelijke bereikbaarheidsassen. Hierbij wordt rekening gehouden met de reële woningvraag. De minister voor VRO, minister van EZK en minister van IenW werken dit uit in het kader van de NOVEX-gebieden voor verstedelijking. De

Pagina 2 van 46

Ministerie van BZK Kenmerk 2022-0000268154

resultaten van deze verkenning worden geagendeerd op de BO’s Leefomgeving en BO’s MIRT. Nationale keuzes die in dit programma worden gemaakt: Mogelijke keuzes voor verdere verstedelijking langs de (zuid)oostelijke en noordelijke bereikbaarheidsassen. Programma Werklocaties, ruimte voor economische activiteit (doorontwikkeling GRIP): Hierboven is het programma Werklocaties toegelicht. Dit programma richt zich daarnaast specifiek op ruimte voor werken in stedelijke regio’s. Daarom komt het programma ook hier aan de orde. Nationale keuzes die in dit programma worden gemaakt: Keuzes over ruimte voor economische activiteit: Een goed vestigingsklimaat vraagt om voldoende ruimte voor economische activiteit. Denk daarbij in het stedelijk gebied bijvoorbeeld aan ruimte voor multifunctionele kantoren met een goede bereikbaarheid, ruimte voor campussen en voor informele werklocaties op korte afstand van woningen. Maar ook buiten het stedelijk gebied op bedrijventerreinen waar in totaal meer dan 30% van de beroepsbevolking werkt. Ruimte voor economie richt zich op het borgen van voldoende en kwalitatief goede ruimte voor bedrijvigheid op de goede plek. Deze zomer volgt een Tweede Kamerbrief waarin de minister van EZK een plan van aanpak voor verschillende type werklocaties uitwerkt als programma onder de NOVI.

Programma Erfgoeddeal: Het programma (2019-2022) van de staatssecretaris van OCW met bestuurlijke en maatschappelijke partners dat zich richt op het verbinden van erfgoed aan de hedendaagse transitieopgaven: klimaatadaptatie, duurzaamheid en verstedelijking. Programma gezonde en groene leefomgeving: Het programma van de minister van VWS in samenwerking met de minister van LNV om gezondheid meer integraal en volwaardig te betrekken in het nationale en lokale beleid op het gebied van de (inrichting van de) fysieke leefomgeving.

Pagina 2 van 46

Ministerie van BZK Kenmerk 2022-0000268154

Overige programma’s met impact op meerdere perspectieven

Nationaal Milieuprogramma: Uitvoeringsprogramma van de staatssecretaris van IenW voor het lange termijn milieubeleid en de te realiseren doelen in 2030 en 2050 voor een schoon, gezond en veilig leefmilieu. Eind eerste kwartaal 2023 concept NMP, eind 2023 oplevering. Welke nationale ruimtelijke keuzes uit dit programma volgen, moet nog worden uitgewerkt. Ruimte voor defensie: De verslechterde veiligheidssituatie maakt het urgent dat de inzetbaarheid, en dus ook de gereedheid, van Defensie fors omhooggaat. We versterken onze krijgsmacht en investeren in materieel. Dit betekent dat er ruimte nodig is om te oefenen in de lucht, op zee en op het land. Een analyse wat de extra inzet ruimtelijk betekent is nodig. Het streven is in het derde kwartaal de eerste inzichten te hebben in de benodigde ruimte voor defensie. Voorts wordt het vastgoed van Defensie geconcentreerd, verduurzaamd en vernieuwd. Defensie zal zich op kernlocaties in het land concentreren en inzetten op duurzame en moderne locaties. Dit betekent dat er één of twee nieuwe locaties in gebruik moeten worden genomen en dat overbodig vastgoed beschikbaar komt voor maatschappelijk nut. Dit gebeurt met oog voor de regionale impact, zoals in het Coalitieakkoord staat verwoord. Het streven is om rond de zomer 2022 meer duidelijkheid hierover te geven in een nieuw Strategisch Vastgoedplan.

Pagina 2 van 46

Ministerie van BZK Kenmerk 2022-0000268154

B2. Ruimtelijke regie per provincie

Dit kabinet formuleert een zeer ambitieuze agenda voor het fysieke domein. Om deze agenda de komende jaren goed te kunnen uitvoeren, moeten we er met elkaar zeker van zijn dat alle programma’s en plannen ruimtelijk passen. En waar ze elkaar mogelijk versterken, de kwaliteit van de leefomgeving beïnvloeden en uitgevoerd kunnen worden zonder dat er afwenteling plaatsvindt van het ene beleidsdomein op het andere. De twaalf provincies wordt gevraagd om tussen 1 oktober 2022 en 1 juli 2023 de opgaven ruimtelijk te vertalen en te combineren met decentrale opgaven. Dit binnen de kaders van de nationaal structurerende keuzes. Hiermee wordt duidelijk of het ruimtelijk past in de betreffende provincie. Deze ruimtelijke puzzel sluit nauw aan op de huidige provinciale rol in de ruimtelijke ordening. Hiervoor maakt het kabinet op 1 oktober 2022 op basis van de bovengenoemde nationale programma’s duidelijk welke nationale opgaven in een provincie landen. Dit kan in termen van een (concreet) ruimtebeslag zijn, maar kan ook de vorm hebben van doelstellingen of inrichtingsprincipes die nog ruimtelijk vertaald moeten worden. Hierbij zal het Rijk de provincies, waar nodig, ondersteunen. Bij deze uitwerking wordt duidelijk waar knellende ruimtevragen ontstaan die om keuzes vragen.

Uiteraard moet daarbij ook rekening worden gehouden met de nationale netwerken, voor bijvoorbeeld hoofd(spoor)wegen, energie en water, die niet tot één regio of provincie beperkt zijn. De provincie bepaalt daarbij zelf of deze ‘ruimtelijke puzzel’ op het schaalniveau van de provincie of op het schaalniveau van regio’s daarbinnen wordt gelegd. In alle gevallen komt het wel samen bij de provincie. Actieve betrokkenheid van alle gemeenten, waterschappen, Rijkspartijen en private en maatschappelijke partijen is daarbij cruciaal. Alleen dan kan interbestuurlijk een arrangement ontstaan dat de overheden onderling bindt. Op die manier wordt duidelijk of de uitvoering van deze programma’s ruimtelijk mogelijk is in de betreffende provincie. Zo ontstaat zekerheid dat alle opgaven ruimtelijk inpasbaar zijn in de betreffende provincie of dat aanvullende nationale keuzes noodzakelijk zijn, bijvoorbeeld een herverdeling tussen provincies. Daarnaast kan deze puzzel handreikingen geven voor de samenhang tussen en eventueel volgtijdelijkheid van de uitvoering van de verschillende programma’s.

Pagina 2 van 46

Ministerie van BZK Kenmerk 2022-0000268154

Wederkerige afspraken hierover in oktober 2023 vormen het ruimtelijke arrangement per provincie. Dit arrangement per provincie waarborgt niet alleen dat alle opgaven ruimtelijk inpasbaar zijn, maar genereert ook inzicht in de eventuele samenhang in de uitvoering van de verschillende programma’s. Mogelijke afspraken over cruciale, gebiedsgerichte verbanden tussen de uitvoering van de verschillende programma’s worden hierdoor mogelijk. Met de uitvoering van al deze programma’s is de rijksoverheid – in wisselende samenstelling en intensiteit – ook betrokken bij de uitvoering. Deze aanpak betekent niet dat we tot de zomer van 2023 geen stappen zetten. De opgaven in het fysieke domein vragen nu om actie en de uitvoering loopt door. Ook programma’s zoals het MIRT en het Deltaprogramma blijven doorlopen. Het spreekt voor zich dat we in de arrangementen niet in één keer en voor altijd de ruimtelijke verdeling kunnen vastleggen (geen blauwdruk). Ook zullen in de jaren erna zich natuurlijk ontwikkelingen voordoen waar we op moeten inspelen. We zullen in de komende periode deze vorm van ruimtelijk regie voeren als gezamenlijke overheden goed in de vingers moeten krijgen. Ook na de totstandkoming van de arrangementen voeren we overleg hierover en maken we waar nodig nadere keuzes.

De ruimtelijke regie per provincie zorgt voor een toets op de ruimtelijke inpasbaarheid van alle nationale programma’s. De grote opgaven in deze kabinetsperiode (en daarna) vragen, naast ruimtelijke regie, om een sterk bestuur. De minister van BZK werkt momenteel samen met de medeoverheden aan een beleidsagenda versterking decentraal bestuur met meerdere actielijnen. Eén van de actielijnen gaat over het belang van democratische legitimiteit van besluiten, bijvoorbeeld in het geval van regionale samenwerking of bij participatie. Onderdeel van de beleidsagenda zijn verder een basisset van spelregels voor het werken als één overheid (BASISbestuursakkoord) en (de ontwikkeling van) de uitvoeringstoets decentrale overheden (UDO). De UDO is een instrument waarbij - op maat van de betreffende opgave – vroegtijdig wordt bezien of het bestuurlijk en financieel arrangement de slagkracht van het bestuur op die opgave in opzet adequaat ondersteunt. Deze toets vormt daarmee een bestuurlijke toets en is dus complementair op de ruimtelijke toets vanuit het programma NOVEX. Het streven van de minister van BZK is om de beleidsagenda, inclusief de onderdelen BASISbestuursakkoord en UDO na de zomer van 2022 aan de Tweede Kamer aan te bieden.

Pagina 2 van 46

Ministerie van BZK Kenmerk 2022-0000268154

B3. Gebiedsgerichte regie in NOVEX-gebieden

Het Rijk gaat de komende jaren vol aan de slag in gebieden waar nationale opgaven in het fysieke domein dusdanig stapelen dat een gebiedsgerichte ordening en prioritering van verschillende nationale opgaven noodzakelijk is. Deze gebieden zullen als gevolg van nationale ruimtelijke opgaven en keuzes worden herbestemd en/of ingrijpend worden heringericht. Tevens dragen ze bij en borgen ze de ruimtelijke puzzel die landsdekkend wordt gelegd met de provincies. In deze gebieden is duidelijk dat als overheden (Rijk, provincie, gemeente en waterschap) hier met andere partijen geen goede gezamenlijke aanpak op voeren deze gebieden de komende jaren niet de grote transitie gaan doormaken die nodig is voor het halen van de Europese en nationale doelstellingen. Daarvoor is in deze gebieden de transitieopgave te groot, zijn sectorale oplossingen onvoldoende en is er gedeeld eigenaarschap over sectoren, overheden en maatschappelijke partijen voor een goede aanpak. Voor deze gebieden is op voorhand duidelijk dat het Rijk meerjarig relatief intensief als partner deelneemt in perspectief- en planontwikkeling en in de uitvoering. Uiteraard met respect voor, en in aansluiting op de verantwoordelijkheden van de verschillende betrokken medeoverheden. Gelet op de stapeling van het aantal nationale opgaven, zal in deze gebieden deelname vanuit meer Rijksonderdelen aan de orde zijn.

Kern van deze aanpak is dat overheden, maatschappelijke organisaties en andere belangrijke belanghebbenden gezamenlijk vastleggen wat noodzakelijk is om deze gebieden toekomstbestendig te ontwikkelen. Een gezamenlijk ontwikkelperspectief is de basis voor strategische besluiten van alle overheden voor de ontwikkeling van het gebied, inclusief gezamenlijk afgestemde uitvoeringsafspraken en investeringsbesluiten. Omdat in de afgelopen periode voor een deel van de gebieden al langs deze lijn wordt gewerkt, kan hier een snelle start met deze manier van werken worden gemaakt. Deze besluiten zijn leidend voor regionale en sectorale uitwerkingen in de betreffende gebieden.

Pagina 2 van 46

Ministerie van BZK Kenmerk 2022-0000268154

Met de NOVI is reeds een eerste selectie van deze gebieden gemaakt, de huidige NOVI-gebieden. De bestaande NOVI- en verstedelijkingsgebieden worden verder ontwikkeld en zullen de NOVEX-gebieden gaan heten. We zetten de aanpak in deze gebieden voort met een vernieuwde samenwerking en actualisatieslag. Dit is nodig gezien de grote opgaven uit het Coalitieakkoord, de benodigde versterking van de ruimtelijke kwaliteit en uitvoering en de bijdrage aan Europese en nationale doelstellingen. Voor de verstedelijkingsgebieden geldt dat de afgelopen jaren is gewerkt aan verstedelijkingsstrategieën Rijk-regio waarin de gezamenlijke opgaven, gedeelde ambities en benodigde randvoorwaarden in beeld zijn gebracht. Deze verstedelijkingsgebieden zijn op korte termijn al gereed voor het maken van de eerste uitvoeringsafspraken. De regie op tijdige energieontsluiting in deze gebieden vraagt hierbij specifieke aandacht. Er moet een betere samenhang komen tussen de gebieden waar verstedelijkt wordt en voor de duurzame lokale energievoorziening in deze gebieden. Dit vraagt dat regionaal en lokaal - in samenhang met (inter)nationale ontwikkelingen - een energiesysteem wordt geprogrammeerd en gecreëerd dat is afgestemd met de ontwikkelingen in de industrie, mobiliteit, woningbouw en energieopwekking.

Aanpassingen op de lopende trajecten zijn: (I) samenvoegen onder één gebiedsaanpak van de Verstedelijkingsregio Zwolle en het NOVI-gebied Zwolle, (II) het verstedelijkingsgebied Arnhem/Nijmegen/ Foodvalley te combineren met de opgave in het omliggende landelijke gebied en III) het toevoegen van 2 nieuwe NOVEXgebieden (als uitkomst van de verdieping van de drie perspectieven), zijnde Schiphol en de Lelylijn. De Lelylijn doen we in de vorm van een MIRT-onderzoek waarin integraal naar wonen, werken en mobiliteit wordt gekeken. In de bijlage is voor elk van de NOVEX-gebieden een omschrijving van de opgaven opgenomen. Voor elk gebied zal op basis van de grootste opgaven in dat gebied één bewindspersoon en departement als eerste aanspreekpunt voor het

Pagina 2 van 46

Ministerie van BZK Kenmerk 2022-0000268154

kabinet fungeren. De betreffende bewindspersoon verzorgt de Rijksinbreng vanuit de verschillende departementen die opgaven hebben in het gebied. In overleg met de regio wordt besloten of vanuit de regio één bestuurlijke trekker de regioinbreng kan verzorgen. Hierbij wordt gebruikt gemaakt van ervaringen uit eerdere arrangementen zoals het programma Randstad Urgent. De dekking van kosten voor deze opgaven wordt gevonden binnen de bestaande middelen, waarbij de budgettaire kaders van het Coalitieakkoord leidend zijn. Het kabinet wil hiertoe de inzet van middelen voor deze gebieden synchroniseren, ook om daarvan te leren voor de rest van Nederland.

Pagina 2 van 46

Ministerie van BZK Kenmerk 2022-0000268154

C. Samenhang in beleid

In dit deel wordt uitgewerkt hoe de structurerende keuzes in de Nationale Programma’s, de uitvoering van de regie per provincie en de gebiedsgerichte regie in het programma NOVEX en programma Mooi Nederland zich verhouden en leiden tot de aanscherping van de NOVI en de instrumentering daarvan. Met oog voor monitoring, evaluatie en participatie.

Programma NOVEX: Executiekracht toevoegen aan de NOVI De hierboven beschreven regierol is nodig om tot versnelling van besluitvorming en uitvoering van maatregelen te komen zodat plannen toekomstbestendig en in samenhang gerealiseerd worden. Dit gaat echter niet vanzelf. Daarom wordt het programma NOVEX gestart. Dit programma is ondersteunend waar nodig om bijvoorbeeld op de juiste momenten de juiste keuze of afspraken te maken en sturend daar waar keuzes gemaakt moeten worden omdat opgaven niet passen of conflicteren. Het programma NOVEX biedt hiertoe het kader en de randvoorwaarden en wordt in de zomer van 2022 gepresenteerd. Ten aanzien van de ruimtelijke regie per provincie worden vanuit dit programma de provincies ondersteund om de nationale programma’s ruimtelijk te vertalen en te combineren met decentrale opgaven. Het programma omvat de opgedane ervaringen met bijvoorbeeld de Omgevingsagenda’s (in het bijzonder de samenwerking tussen de overheden onderling) en ontwerpen. Voor de NOVEXgebieden bevat het programma de instrumenten om voor elk van de gebieden tot een gezamenlijk ontwikkelperspectief en uitvoeringsprogramma te komen. Hier vormen de ervaringen met de verstedelijkingsstrategieën belangrijke input. Door zelf ook een deel van de uitvoering van plannen ter hand te nemen, kan het Rijk gebiedsontwikkelingen ondersteunen en versnellen.

Dit vraagt om Rijksuitvoeringsorganisaties zoals Rijksvastgoedbedrijf, Staatsbosbeheer en Rijkswaterstaat sterker te richten op de gezamenlijke bijdrage die zij kunnen leveren aan de realisatie van de ruimtelijke opgaven. Zo gaat het Rijk met zijn vastgoed en grondposities bijdragen aan het terugdringen van de woningnood en het extensiveren, omvormen en verplaatsen van bedrijven van boeren die graag door willen en voor natuur.

Pagina 2 van 46

Ministerie van BZK Kenmerk 2022-0000268154

Voor het versterken van uitvoeringskracht is het ook nodig voor langere periode zekerheid te geven aan private, maatschappelijke en publieke partners over de richting. Dit vraagt niet alleen om een nieuwe (uitvoerings-)relatie tussen Rijk en andere overheden, het vraagt ook om betrokkenheid van markt- en maatschappelijke partijen. Zo’n aanpak maakt maatschappelijke energie los om plannen mede te ontwikkelen en mee te investeren. In een aantal gebieden wordt al geëxperimenteerd met Regionale Investeringsagenda’s om tot uitvoering te komen. Deze regionale agenda’s richten zich op een samenhangende programmering van de meest urgente opgaven die gekoppeld zijn aan een investeringsagenda. De uitgangspunten onder de RIA zijn: 1.

2.

3. 4.

Zorg op regionale schaal voor een samenhangende programmering van de meest urgente opgaven (wonen, bereikbaarheid, energie, klimaat, verduurzaming landelijk gebied); Koppel hier een investeringsagenda voor (minimaal) de komende 10 tot 20 jaar aan waarbij het cruciaal is dat publieke en private investeringen op elkaar worden betrokken; Betrek tegelijkertijd de wijze waarop de uitvoeringsorganisatie vorm kan krijgen hierbij; Het Rijk is – daar waar nationale opgaven spelen – partner, en daar waar een knoop moet worden doorgehakt, zal het Rijk die verantwoordelijkheid nemen.

De RIA is daarmee een instrument dat kan helpen bij de publiek-private samenwerking en uitvoering. In het programma NOVEX wordt concreet uitgewerkt hoe we op deze onderdelen de uitvoeringskracht versterken. Ten slotte zorgt het programma NOVEX ervoor dat de gezamenlijke ruimtelijke informatiepositie wordt versterkt. Uitbreiden van het aanbod aan data en het maken van bijbehorende afspraken, standaarden en gemeenschappelijke voorzieningen om kennis- en informatieproducten als digitale tweelingen en dashboards mogelijk te maken, staan hierin centraal. Programma Mooi Nederland In het programma Mooi Nederland staan inhoudelijke samenhang van opgaven en ruimtelijke kwaliteit centraal. De inwoners van Nederland hechten veel waarde aan de diverse landschappen, levendige steden, cultureel erfgoed en een gezonde en veilige woonomgeving. Aantrekkelijke steden en landschappen zijn tevens van belang voor onze identiteit, het vestigingsklimaat en draagvlak voor veranderingen. De veelheid aan opgaven die op onze gebieden afkomen, kunnen niet allemaal lokaal worden opgelost. Hoewel er in het beleid al decennialang aandacht is voor ruimtelijke kwaliteit, verrommelt het landschap steeds meer, verdwijnt het contrast tussen stad en land en neemt het groen in de nabije leefomgeving af. Ruimtelijke kwaliteit is overigens een breed begrip.

Ruimtelijke kwaliteit gaat niet enkel om ‘mooi’, maar ook om effectief functionerend en toekomstbestendig ingericht. Regie op ruimtelijke ordening houdt in met elkaar sturen op samenhang Pagina 2 van 46

Ministerie van BZK Kenmerk 2022-0000268154

en kwaliteit van ruimtegebruik in Nederland. De drie kernelementen hierbij zijn gebruikswaarde, duurzaamheid en esthetiek. Met een samenhangende aanpak, door de ruimtelijke schaalniveaus heen, kunnen de verschillende opgaven elkaar én de ruimtelijke kwaliteit juist versterken en komen er slimme oplossingen met draagvlak. Deze opgave vereist bewustwording en scherpe keuzes en een brede betrokkenheid en inzet van veel partijen: het Rijk, andere overheden, burgers, marktpartijen en maatschappelijke organisaties. Daarbij wordt de aandacht voor kwaliteit en innovatiekracht benut. Hiermee ontstaat de basis voor meer regie op samenhang en kwaliteit. Het programma Mooi Nederland inspireert en activeert een breed publiek voor omgevingskwaliteit, een samenhangende aanpak van de urgente maatschappelijke opgaven, innovaties en regie. Het programma Mooi Nederland zet in op een brede dialoog over de ruimtelijke toekomst van Nederland. Het programma organiseert met uiteenlopende partners manifestaties, prijsvragen, tentoonstellingen en werkateliers en zet daarbij stevig in op de verbeeldende en verbindende rol van het ontwerp. In dit programma worden de NOVI-afwegingsprincipes geoperationaliseerd. In concrete situaties worden deze afwegingsprincipes – niet afwentelen, gebiedskenmerken en meervoudig ruimtegebruik – praktisch en effectief toegepast.

Programma Mooi Nederland werkt met veel partijen aan breed inzetbare handelingsperspectieven op ruimtelijke kwaliteit, om zo gezamenlijk tot nieuwe oplossingen en een effectieve aanpak te komen. Zo ontstaat inspiratie voor uiteenlopende partijen. Goede voorbeelden die laten zien dat een koppeling tussen uiteenlopende opgaven en ruimtelijke kwaliteit goed samengaan. Normeren is soms nodig. Daarom staan de beleidsprogramma’s van de departementen en het programma Mooi Nederland in verbinding met het Programma NOVEX en met de aanscherping van de NOVI. Praktische afwegingskaders of richtlijnen en afrekenbare doelen helpen om resultaatgericht te werken aan de opgaven die voor ons liggen.

Ze zorgen voor een helder speelveld waar partijen elkaar kunnen vinden om te ontwikkelen met kwaliteit, bijvoorbeeld voor onderwerpen als: Het intensief verdichten rond multimodale knooppunten: hoe blijft er voldoende ruimte voor de andere opgaven zoals natuur, water en duurzame energie, hoe ontstaan daar gezonde en leefbare plekken van hoge kwaliteit? Welke mix van instrumenten is daarvoor nodig? De ontwikkeling van groenblauwe dooradering in het buitengebied en het stedelijk gebied: Hoe vindt de vertaling van de Europees vast te stellen norm van 10 procent landschapselementen in het agrarisch gebied plaats? Hoe wordt dit passend bij de gebiedskenmerken, op een manier die bijdraagt aan verschillende doelen voor natuur en water? En aan het versterken van diversiteit aan landschappen en de manier waarop dit het gebruik en de beleving duurzaam borgt? De clustering en strategische planning van grootschalige logistieke bedrijven en hyperscale datacenters: hoe ontstaan de juiste - multifunctionele - plekken voor bundeling op basis van onder andere de aanwezigheid en uitbreiding van Pagina 2 van 46

Ministerie van BZK Kenmerk 2022-0000268154

netwerken en hoe blijft de impact op het landschap minimaal? Welke instrumenten kunnen hiervoor het beste worden ingezet? Aanscherping van de NOVI De NOVI geeft een visie op de leefomgeving. Met de in het Coalitieakkoord aangekondigde aanscherping wordt deze nu verder uitgewerkt. De route naar een mooier, gezonder, duurzamer, welvarender en aantrekkelijker Nederland loopt via de te nemen structurerende keuzes in nationale programma’s (B1.), het programma NOVEX (B2. en B3.) en het programma Mooi Nederland. Dit mondt uit in de aanscherping van de NOVI. Deze aanscherping voedt op haar beurt de verschillende programma’s. Ook in de tijd zal de aanscherping van de NOVI niet wachten tot de keuzes in de programma’s (allemaal) zijn gemaakt. Onderweg zullen al keuzes in beeld komen en moeten worden gemaakt. Zo ontstaat een cyclisch en iteratief proces. Het kabinet verwacht in 2024 de aanscherping van de NOVI definitief te kunnen vaststellen. Tot die tijd staat de beleidsontwikkeling en –uitvoering niet stil. De processen van de bovengenoemde programma’s en de aanscherping van de NOVI lopen zoals gezegd parallel en beïnvloeden elkaar. Zo wordt bijvoorbeeld het vestigingsbeleid van nieuwe hyperscale datacenters dit jaar al aangescherpt. Daarvoor wordt een AMvB voorbereid door de minister voor KenE, de minister van EZK en ondergetekende.

Tot de zomer van 2023 werkt het kabinet aan een ontwerp aanscherping van de NOVI en een planMER. Het ontwerp wordt ter inspraak voorgelegd bij medeoverheden, de Eerste Kamer, de Tweede Kamer en burgers om vervolgens tot een definitieve aangescherpte Rijksvisie te komen. Het kabinet zal bij de aanscherping overwegen welke keuzes juridisch vastgelegd moeten worden in het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl), het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) of het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal). Hiermee worden de bindende keuzes samengebracht die worden gemaakt in de lopende en nieuw te starten programma’s. Juridisch Instrumentarium Met de Omgevingswet is een grote stap voorwaarts gezet om het juridische instrumentarium te moderniseren. Dit instrumentarium wordt benut voor de uitvoering van het nieuwe rijksbeleid. De regie door het Rijk zal in eerste instantie

Pagina 2 van 46

Ministerie van BZK Kenmerk 2022-0000268154

tot uitdrukking komen in de aanscherping van de NOVI. Wanneer nodig kan de doorwerking van nationaal beleid vorm krijgen via gezamenlijke programma’s van overheden die betrokken partijen eraan verbinden. Nieuw is dat onder de Omgevingswet ook beleidsdoelstellingen op ruimtelijk gebied in de regelgeving kunnen worden verankerd als omgevingswaarde. Daarnaast voorziet de Omgevingswet in de mogelijkheid om bij AMvB instructieregels te stellen, waarmee het Rijk nationale belangen richting provincies, waterschappen en gemeenten kan borgen. Dit gebeurt onder meer ter uitvoering van Europese regelgeving in het Besluit kwaliteit leefomgeving. Ter uitvoering van het nieuwe rijksbeleid en ter versterking van de regie in het fysieke domein moet deze wetgeving worden aangescherpt en aangevuld. Daarnaast staan andere instrumenten ter beschikking voor de doorwerking van beleid en het voeren van regie. Voor projecten van nationaal belang kan een projectbesluit worden genomen of een omgevingsvergunning worden verleend. Zo nodig kan voor de doorwerking van rijksbeleid in concrete gevallen een instructiebesluit worden genomen. Er kan geanticipeerd worden op instructieregels of een instructiebesluit met een voorbereidingsbesluit, zoals dat recentelijk is genomen voor de vestiging van hyperscale datacenters.

Provincies hebben vergelijkbare instrumenten als het Rijk richting gemeenten en waterschappen waar het gaat om het provinciaal belang. Onder de Omgevingswet krijgen gemeenten meer verantwoordelijkheid over de bodem en de ondergrondse ordening. Daartoe zijn duidelijke prioriteiten en richtlijnen vanuit het Rijk nodig. Daarnaast is er behoefte aan ondersteuning met kennis om in de praktijk een optimale en evenwichtige ondergrondse ordening te realiseren. In al deze gevallen geldt dat het aangescherpte rijksbeleid kan worden gebruikt bij de inzet van het juridische instrumentarium. Op die manier wordt gezorgd voor meer samenhang en voor een effectieve doorwerking van het beleid voor het beschermen en benutten van de leefomgeving. Participatie Om de grote transities tot stand te brengen zijn ingrijpende maatregelen nodig. Deze kunnen niet zonder betrokkenheid van burgers en maatschappelijke partijen worden gerealiseerd. De beoogde integrale benadering van de NOVI gaat dan ook hand in hand met een goede participatie. Participatie en co-creatie zijn essentieel om belangen, meningen en creativiteit boven tafel te krijgen. Het realiseren van draagvlak en betrokkenheid op regionaal niveau vraagt dan ook expliciet aandacht in het procesontwerp van de gebiedsgerichte insteek bij de transitiegebieden en bij de programma’s onder de NOVI.

Participatie is hierbij niet hetzelfde als draagvlak. Om alle verschillende belangen goed in beeld te hebben, moeten alle mensen en organisaties die zich sterk maken voor deze belangen vanaf het begin aan tafel zitten. Goede participatie vraagt transparantie over de wijze waarop de participatie wordt georganiseerd. Maar ook welke rol deze heeft in het proces en wat de aard van de betrokkenheid is bij de besluitvorming en hoe de afweging van belangen zal plaatsvinden. Participatie is ook alleen zinvol als er ruimte is om de inhoudelijke inbreng en belangen van participanten serieus mee te wegen. Ook bij de aanscherping van de NOVI wordt expliciet invulling gegeven aan een inspraak- en participatietraject. De start van dit traject wordt gevormd door de NOVI-conferentie die op 18 mei 2022 plaatsvindt. Door een datagedreven Pagina 2 van 46

Ministerie van BZK Kenmerk 2022-0000268154

aanpak zal een gezamenlijke informatiepositie worden gerealiseerd. Verder zal ontwerpend onderzoek een belangrijke rol spelen. Ontwerpend onderzoek helpt om beter en sneller inzicht te krijgen in de samenhangende problematiek en mogelijke oplossingen. Hierdoor ontstaat een basis voor meer en breder draagvlak, een betere sturing en versnelling van de realisatie van samenhangende ruimtelijke plannen. Monitoring

Met de Monitor NOVI wordt continu de vinger aan de pols gehouden van het beleid. De monitor van de NOVI is een tweejaarlijkse effectmonitor door het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) van ontwikkelingen in de leefomgeving. Daarbij wordt uitgegaan van een beleidscyclus van vier jaar (kabinetsperiode), waarmee het cyclisch input geeft voor aanscherping van de NOVI. In 2020 is de nulmeting verschenen. De eerste vervolgmeting is, halverwege de beleidscyclus na twee jaar, in het najaar van 2022. De tweede meting vindt plaats in 2024 en vormt hiermee de basis voor een bredere evaluatie van de NOVI. Ontwikkelingen in het fysieke domein hebben echter vaak een lange doorlooptijd van planvorming naar realisatie. Hierdoor is het meestal niet mogelijk om op basis van feitelijke ontwikkelingen en evaluaties tijdig bij te sturen. Meer regie op de ruimtelijke ordening vraagt, meer nog dan een terugkijkende monitor, om een systeem van vooruitblikken. Dan is in een vroeg stadium zicht op de ruimtelijke ontwikkelingen en kan daarop geanticipeerd worden. Nieuw is dan ook dat door het PBL een zogeheten Planmonitor NOVI is uitgewerkt die op basis van modelberekeningen vooruitblikt op ontwikkelingen. In de planmonitor brengt het PBL in verschillende scenario’s mogelijke ruimtelijke ontwikkelingen in beeld, waarbij een relatie wordt gelegd met kwetsbare gebieden met een Rijksbelang.

Hierbij worden in ieder geval meegenomen: Gebieden met een hoger milieugezondheidsrisico, Erfgoed van nationaal belang, Natura 2000 en Natuurnetwerk Nederland (NNN), Gebieden voor waterveiligheid, Gebieden die kwetsbaar zijn vanwege waterhuishouding en bodemdaling, Gebieden van belang

Pagina 2 van 46

Ministerie van BZK Kenmerk 2022-0000268154

voor de drinkwaterwinning en waardevol landschap. De eerste volwaardige meting vindt begin 2023 plaats die jaarlijks wordt geactualiseerd. Deze planmonitor geeft het kabinet een krachtig instrument in handen om vroegtijdig te kunnen anticiperen en bijsturen bij eventuele ongewenste ontwikkelingen waarbij een Rijksbelang in het geding is. Met de Balans voor de Leefomgeving schetst het PBL iedere twee jaar een meer evaluatief en thematisch beeld van de stand van zaken van de Leefomgeving en het leefomgevingsbeleid. De volgende Balans verschijnt eveneens in het najaar van 2022. Tenslotte wordt door het PBL periodiek (gemiddeld eens in de drie jaar) de toekomst van de leefomgeving verkend in de Ruimtelijke Verkenningen. Tot slot Met deze brief heeft het kabinet u willen informeren over de gezamenlijke inzet op de portefeuille Ruimtelijke Ordening en wanneer u wat kunt verwachten. De uitdagingen zijn groot en kunnen alleen samen tot een goed einde worden gebracht. Het kabinet kijkt dan ook uit naar de verdere samenwerking met uw Kamer bij de aanpak daarvan.

De minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening,

Hugo de Jonge

Pagina 2 van 46

Ministerie van BZK Kenmerk 2022-0000268154

Toelichting NOVEX-gebieden 1.

Amsterdam Noordzeekanaalgebied In dit gebied is een fundamentele transitie nodig naar een circulaire en fossielvrije economie. De ruimte die daarvoor nodig is brengt spanning mee met andere ruimtevragende functies, zoals verstedelijking en waterberging, de leefbaarheid en de instandhouding van het werelderfgoed Hollandse Waterlinies.

2.

Regio Schiphol In dit drukbevolkte gebied stapelen bij uitstek veel grote (ruimtelijke) opgaven: ruimte voor de luchthaven, woningbouw, kwaliteit van de leefomgeving, werelderfgoed. Voor dit gebied is een toekomstbestendig perspectief met bijbehorende keuzes noodzakelijk.

3.

Verstedelijkingsgebied Metropoolregio Amsterdam Voor deze regio geldt een forse bouwopgave. De verstedelijkingsstrategie voor dit gebied richt zich op de bouw van 175.000 woningen tot 2030, waarbij mogelijkheden worden onderzocht om dit te verhogen tot 220.000 woningen, met daarnaast ruimte voor 250.000 arbeidsplaatsen tot 2040. Deze opgave brengt veel andere opgaven met zich mee; zorg voor de bijbehorende duurzame energieopwekking, het op orde houden van de bereikbaarheid, instandhouding werelderfgoed Hollandse Waterlinies en Beemster en voldoende groen in en om het stedelijk gebied.

4.

Verstedelijkingsgebied Zuidelijke Randstad Voor deze regio is in 2019 een verstedelijkingsakkoord gesloten. Afgesproken is 70.000 woningen en ruimte voor werk (80.000 arbeidsplaatsen) te realiseren langs de ‘Oude Lijn’ en 100.000 woningen op goed bereikbare plekken. Hiermee wordt de agglomeratiekracht van deze regio versterkt. Recent is bestuurlijk afgesproken om tot een actualisering en verbreding van het akkoord te komen (groen, energie).

5.

Rotterdamse haven Ook in dit havengebied is een fundamentele transitie nodig naar een circulaire en fossielvrije economie. De ruimte die daarvoor nodig is levert spanning met andere ruimtevragende functies op en met de leefomgevingskwaliteit. Hierbij speelt ook dat het havengebied grenst aan het stedelijk gebied van Rotterdam. Dit brengt vraagstukken van stedelijke transitie met zich mee.

6.

Het Groene Hart De ruimtelijke kwaliteit van de leefomgeving van het Groene Hart staat onder druk door de verstedelijkingsbehoefte en de daaraan gekoppelde mobiliteit, de noodzaak om bodemdaling tegen te gaan, andere manieren van landbouw te gaan bedrijven en de behoefte tot het opwekken van duurzame energie. Kortom, een gebied met stapeling van veel en diverse opgaven die een samenhangende aanpak vereisen.

Pagina 2 van 46

Ministerie van BZK Kenmerk 2022-0000268154

7.

Verstedelijkingsgebied Utrecht-Amersfoort In deze regio komt een forse woon- en werkopgave samen met de landelijke functie van deze regio als ‘draaischijf’ van Nederland. De verstedelijkingsstrategie voor deze regio richt zich met nabijheid als leidend principe op de realisatie van 112.000 arbeidsplaatsen tot 2040, de bouw van 90.000 woningen tot 2030 en 165.000 woningen tot 2040. Dit vraagt in deze regio om aanzienlijke aanvullende bereikbaarheidsmaatregelen, maatregelen om het groen mee te laten groeien en het UNESCO Werelderfgoed Hollandse Waterlinies te borgen en te versterken.

8.

Gebied Arnhem-Nijmegen-Foodvalley Voor dit gebied is de strategie ‘Meer landschap, meer stad’ opgesteld, gericht op realisatie van 70.000 woningen tot 2030 en 100.000 arbeidsplaatsen tot 2040. In deze strategie is natuurontwikkeling een belangrijk onderdeel. Voor delen van dit gebied ligt er ook een belangrijke opgave als het gaat om natuurversterking en landbouwtransitie.

9.

North Sea Port District In dit gebied gaat het om de verduurzaming van het havenindustrieel complex Gent – Terneuzen – Vlissingen. Dit moet gebeuren in combinatie met een bereikbaarheidsopgave en het feit dat deze regio met bevolkingsdaling te kampen heeft. Daarnaast moeten oplossingen worden gevonden in een grensoverschrijdende context.

10. Stedelijk Brabant De verstedelijkingsstrategie voor dit gebied richt zich op de realisatie van 94.000 woningen tot 2030 en de bijbehorende werkgelegenheid. Op kortere termijn liggen er grote kansen in het metropool regio Eindhoven met hoogstedelijke centrumontwikkeling. Hiermee moet ook de Brainport positie van deze regio worden versterkt. 11. De Peel In de Peel komen heel veel opgaven samen die elkaar beïnvloeden en ruimte vragen. Zoals de landbouw- en energietransitie, natuurherstel, aanpak van droogte, verbeteren van de waterkwaliteit, economische vitaliteit, leefbaarheid en beschikbaarheid van voorzieningen. In dit gebied gaat het dus om een fundamentele transitie van het gebied. 12. Zuid-Limburg Hier gaat het om het circulair maken van de economie (transitie Chemelot), aanpak van kwetsbare wijken en hun bewoners en het duurzame behoud en klimaatbestendig maken van het Nationaal Landschap Heuvelland. Dit mede naar aanleiding van de recente wateroverlast. Dit in een grensoverschrijdende context. 13. Verstedelijkingsgebied Regio Zwolle Belangrijk vraagstuk in dit gebied is hoe de opgave voor wonen en werken te combineren met de klimaatopgave en het watersysteem in deze regio. Tot 2040 moeten er 49.000 woningen en 20.000 arbeidsplaatsen in de regio Pagina 2 van 46

Ministerie van BZK Kenmerk 2022-0000268154

Zwolle worden gerealiseerd. De grootste uitdaging voor de regio zit in het “klimaatadaptief verstedelijken”. Door haar ligging in de delta van de IJssel én Vecht is de regio extra kwetsbaar voor klimaatverandering en waterveiligheid. 14. NOVEX-gebied Groningen (gebied tussen de stad Groningen, HoogezandSappemeer, Delfzijl en de Eemshaven – Eemshaven) In dit gebied is sprake van stapeling van opgaven (energietransitie, innovatieve economie, toekomstbestendige landbouw, krimp en groei) in combinatie met de urgentie van de versterkingsopgave. 15. Verstedelijkingsgebied Groningen-Assen Voor dit gebied richt de strategie zich op de realisatie van 21.000 woningen tot 2030 en de bijbehorende werkgelegenheid (28.000 arbeidsplaatsen tot 2040). De realisatie van woningen gebeurt zowel in Groningen Stad en Assen als in de kleinere kernen. Hiermee moet de leefbaarheid in de hele regio worden versterkt. 16. Lelylijn In het Coalitieakkoord is afgesproken om uit te werken hoe de Lelylijn, in het kader van het Deltaplan voor het Noorden, kan bijdragen aan versterking van de economie van het Noorden, de ontsluiting van nieuw te ontwikkelen woningbouwgebieden en betere internationale treinverbindingen met het noorden van Duitsland. Dat is wat er gaat gebeuren in deze samenhangende gebiedsuitwerking.

Pagina 2 van 46

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Lelystad&id=cafbca5c-b295-49cf-8aa7-cb8ffe02192d