CConstaterende datLelystad
Koppel je AI →
Document · PDF

BL Informatienota 24.306 Beleidsregel vergunningverlening evenementen Lelystad (Achtergrondinformatie)

Commissie Bestuur, Middelen en Economie 8 oktober 2024, gemeente LelystadBij agendapunt: Strategische visie evenementenbeleid20.166 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

5.4 Handhaving Als blijkt dat de organisator zich niet aan de voorschriften heeft gehouden kunnen er consequenties aan verbonden worden. Een maatregel kan variëren van een bestuurlijke waarschuwing tot onmiddellijke stillegging van het evenement. In eerste instantie wordt er na constatering van een overtreding eerst gewaarschuwd met het doel de situatie te herstellen. Afhankelijk van de aard en ernst van de geconstateerde overtreding of het niet nakomen van afspraken beslist de gemeente welke bestuurlijke maatregel passend is. De burgemeester, dan wel het college, beschikt over diverse bestuurlijke instrumenten om de openbare orde en veiligheid te beschermen.

18

BIJLAGE WET- EN REGELGEVING, RICHTLIJNEN EN BELEID BIJ TOETSING VAN EVENEMENTENAANVRAGEN Hieronder is wet- en regelgeving en zijn richtlijnen en beleidsregels opgenomen waaraan een vergunningaanvraag voor een evenement kan worden getoetst. Dit overzicht is niet limitatief bedoeld. Afhankelijk van het soort evenement kan ook aan andere regels worden getoetst. 1. Veiligheid Naast de in hoofdstuk 2 genoemde wettelijke kaders waarin diverse bevoegdheden zijn opgenomen om op te treden als de veiligheid in het geding is, is er nog een aantal instrumenten beschikbaar om de veiligheid bij een evenement zoveel mogelijk te beheersen. Wettelijk kader voor brandveiligheid Sommige aspecten, zoals brandveiligheid, worden door meerdere wetten bepaald. Vergunning of melding Belangrijk voor het kader is of het evenement wordt gehouden in: a. een bouwwerk als bedoeld in het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) of b. een overige plaats, als bedoeld in het Bgbop. Dit bepaalt namelijk de grondslag van de eventueel benodigde vergunning of melding: - een omgevingsvergunning brandveilig gebruik, soms nodig voor een evenement in een gebouw, wordt opgesteld op basis van de Omgevingswet; - een gebruiksmelding voor het gebruik van een bouwwerk geschiedt op basis van het Bbl; - een gebruiksmelding voor een overige plaats geschiedt op basis van het Bbgbop, vallende onder de Wet Veiligheidsregio’s.

Advies rondom toepassingen brandveiligheid Bij de voorbereiding van evenementen en daarmee het eventueel adviseren door de brandweer, is de volgende wet- en regelgeving voor de brandveiligheid van belang: - de Algemene Plaatselijke Verordening (APV); - het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl); - het Besluit brandveilig gebruik en basishulpverlening overige plaatsen (Bbgbop). De evenementenvergunning op basis van de APV is een vergunning die voor het houden van een evenement is vereist, tenzij een melding voldoende is. De gemeente en de adviserende overheidsdiensten worden, in geval van meer risicovolle activiteiten, in staat gesteld om te adviseren over de brandveiligheid bij evenementen en eventueel nadere eisen te stellen. Brandveiligheidsvoorschriften bij evenementen Op 1 januari 2018 is het “Besluit Brandveilig Gebruik en basishulpverlening Overige Plaatsen” (Bgbop) in werking getreden. Met de komst van dit Besluit gelden er voor het hele land dezelfde regels met betrekking tot de brandveiligheid bij evenementen. In dit besluit wordt onder andere beschreven waaraan een bouwsel, zoals een tent bij een evenement, moet voldoen. Ook worden de indieningsvereisten opgenomen om een verblijfsruimte aan deze voorwaarden te kunnen toetsen.

In de APV is een bepaling opgenomen dat gegevens met betrekking tot dit Besluit aangeleverd kunnen worden bij de vergunningaanvraag voor het evenement (artikel 2;25, lid 2, van de APV). Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) Voor een inpandig evenement, in een gebouw of bouwwerk, waarbij meer dan 150 personen tegelijkertijd aanwezig zijn, moet op basis van het Bbl een gebruiksmelding worden gedaan. Voor een evenement in een gebouw of bouwwerk is, bij afwijkend gebruik, op basis van het Bbl eveneens een gebruiksmelding nodig. Als de lokaliteit wordt gebruikt waarvoor deze bestemd is, is er geen gebruiksmelding nodig. Voorbeelden hiervan zijn een filmfestival in een bioscoop of een dansfeest in een dansgelegenheid. Als een pand of ruimte anders gebruikt wordt dan waarvoor deze bestemd is dan moet mogelijk een gebruiksmelding gedaan worden of een gebruiksvergunning worden aangevraagd. Afhankelijk van welke activiteit er wordt georganiseerd, kan tevens een melding vereist zijn of een evenementenvergunning. Voorbeelden hiervan zijn een personeelsfeest in een fabriekshal, of een open dag in een bedrijf. Deze melding of vergunning is noodzakelijk om de openbare orde en (brand)veiligheid te kunnen waarborgen.

19

Richtlijn voor Constructieve Toetsingscriteria bij een aanvraag voor een Evenementenvergunning Alle evenementen kennen hun eigen publiek en eigen specifieke randvoorwaarden en voorzieningen. Het is niet efficiënt en uniform als elk plaatselijk bestuur zijn eigen regels opstelt voor de technische eisen aan constructieve onderdelen. Objecten (bouwsels), zoals podia, tribunes, tenten en decorschermen worden getoetst aan duidelijke en eenduidige regels. Door de vereniging Bouw- en Woningtoezicht Nederland en het Centraal Overleg Bouwconstructies is de “Richtlijn voor constructieve toetsingscriteria bij een aanvraag voor een evenementenvergunning6” vastgesteld. Deze richtlijn geeft eenduidige veiligheidseisen op basis waarvan op een verantwoorde manier (beheersbaar risico) een evenement kan worden voorbereid en een vergunning kan worden verleend. Zo wordt duidelijkheid gegeven aan zowel organisatoren, leveranciers van tenten, podia en tribunes e.d., als aan de verschillende overheden die een evenementenvergunning moeten verlenen. De richtlijn is ook als zodanig opgenomen in het Nederlands Handboek Evenementenveiligheid, dat als denkkader wordt gehanteerd bij deze beleidsregel. Verder is de richtlijn opgenomen in de nadere regels evenementen. Dit houdt in dat een voorschrift in de evenementenvergunning kan worden opgenomen om zich te houden aan deze richtlijn.

Wegenverkeerswet De Wegenverkeerswet 1994 schrijft de wegbeheerders in Nederland voor om bij het uitvoeren van bepaalde verkeersmaatregelen verkeersbesluiten te nemen. Voor evenementen betekent dit dat een verkeersbesluit nodig kan zijn als wegen worden afgesloten en/of omleidingsroutes moeten worden geregeld. Indien de gemeente een verkeersbesluit neemt inzake wegafsluitingen en omleidingsroutes kan dit tot gevolg hebben dat er verkeersmaatregelen moeten worden getroffen. Indien dit van toepassing is wordt dit in de evenementenvergunning opgenomen. Mobiliteitsplan Zoals in hoofdstuk 4.4 is aangegeven kan een mobiliteitsplan worden gevraagd als indieningsvereiste bij een vergunningaanvraag. Een evenement kan impact hebben op de normale verkeersdrukte en de rust in de omgeving. Er moet voorkomen worden dat omwonenden en bedrijven uit de buurt niet langer bereikbaar zijn of ernstig gehinderd worden. Als veroorzaker van een gewijzigde verkeerssituatie is de organisator verantwoordelijk voor de realisatie van een mobiliteitsplan. Door het nemen van de juiste maatregelen en een tijdige communicatie hierover kan de hinder zoveel mogelijk beheersbaar worden gemaakt. Het mobiliteitsplan wordt getoetst door de hulpdiensten en de wegbeheerders van de diverse wegen (o.a. gemeente, provincie, Rijkswaterstaat, Waterschap).

In het mobiliteitsplan van een evenement wordt in ieder geval de organisatie van de verwachte vervoersmodaliteit (modal split) beschreven van, naar en rondom het evenemententerrein voor: - de bezoekers; - de organisatie (personeel en vrijwilligers); - de leveranciers; - speciale gasten en VIP’s; - de hulpdiensten. Het plan omvat daarnaast: - de bijbehorende routes en benodigde maatregelen voor een goede doorstroom (zoals van en naar parkeervoorzieningen, maar ook de bereikbaarheid van bedrijven en omwonenden); - de mogelijke obstakels op routes en welke maatregelen nodig zijn om ze weg te nemen of te omzeilen; - de logistieke routes en processen die nodig zijn voor de materialen en goederenstroom; - de impact op de reguliere verkeersdrukte en de omgeving rondom het evenemententerrein en welke maatregelen nodig zijn om overlast te voorkomen dan wel te reduceren; - hoe alle bewegingen en verkeersstromen op elkaar worden afgestemd; - welke afspraken en maatregelen nodig zijn om alle bewegingen te stroomlijnen en risico’s te voorkomen (denk aan extra verlichting, e.d.); - een tekening van de tijdelijke verkeersmaatregelen per fase (hekken, verkeers- en redactieborden, parkeerverboden, verkeersregelaars, etc.);

6 Documenten | Vereniging-BWT.nl via deze link kunt u de actuele versie vinden van de richtlijn constructieve

toetsingscriteria voor evenementen

20

-

welke aanpassingen en maatregelen nodig zijn om adequaat te kunnen inspelen op een incident of crisis; - een communicatieplan waarin duidelijk wordt gemaakt op welke wijze en wanneer alle betrokkenen geïnformeerd worden over de toegankelijkheid van het evenement en de omgeving waar de omleidingen en afzettingen worden toegepast. De uitvoering van het mobiliteitsplan maakt onderdeel uit van de vergunning. Het is dan ook de organisator niet togestaan om zelf aanpassingen te verrichten aan het plan op moment dat de vergunning verleend is. Regeling verkeersregelaars 2009 (vallend onder de Wegenverkeerswet) Bij een evenement op de openbare weg, waarbij het verkeer voor de veiligheid van de deelnemers en de weggebruikers moet worden geregeld, kan het zijn dat verkeersregelaars worden vereist. Deze verkeersregelaars worden aangesteld door of namens de burgemeester. Er worden twee soorten verkeersregelaars onderscheiden: - Beroepsverkeersregelaars: personen met verkeersregelende taken voortvloeiend uit zijn/haar beroep. Voor de inzet geldt dat er een goedgekeurd verkeersplan moet zijn (behorend bij de evenementenvergunning) waarin de inzet is vastgelegd.

Zij ontvangen een taakinstructie van de opdrachtgever (de organisator); - Evenementenverkeersregelaars: personen die voor een periode van maximaal 12 maanden als verkeersregelaar worden aangesteld middels een aanwijzingsbesluit van de burgemeester en die kunnen worden ingezet bij evenementen in die betreffende periode. Zij moeten in het bezit zijn van een instructieverklaring van de politie, afgegeven door de Stichting Verkeersregelaars Nederland (SVNL). Zij kunnen uitsluitend worden ingezet bij evenementen waar de gemeente een vergunning voor heeft afgegeven met bijbehorend verkeersplan. De organisator moet (digitaal) een lijst met de gegevens van de in te zetten verkeersregelaars beschikbaar kunnen stellen aan de politie ten tijde van het evenement of kort daarvoor. Een evenementenverkeersregelaar kan alleen worden ingezet voor eenvoudige verkeersregelende taken zoals een stopteken bij een oversteekplaats tijdens de avondvierdaagse of het wijzen van bestuurders naar de bestemde parkeerplaats. Het zelfstandig regelen van het verkeer op een kruispunt voor alle rijrichtingen is geen taak voor de evenementenverkeersregelaar, maar voor beroepsverkeersregelaars, politie en marechaussee. Wat mag wel? - Aanwijzingen geven die voor zijn taak op de aangewezen locatie noodzakelijk zijn. - Ondersteunende maatregelen nemen (bijv.

borden en hekken plaatsen) zoals door de organisatie met de wegbeheerder is afgesproken. Wat mag niet? Op een zelf te kiezen plaats het verkeer regelen. Het verkeer op een andere wijze regelen dan door de organisatie is aangegeven in de post- en taakinstructie (en zoals de organisatie heeft afgesproken met de wegbeheerder). - Andere aanwijzingen geven dan hem zijn opgedragen. - Aanwijzingen geven vanuit of vanaf een voertuig. Dat betekent dat de aanwijzingen die een verkeersregelaar geeft terwijl hij/zij rijdt, geen officiële aanwijzingen zijn en niet door andere weggebruikers hoeven te worden opgevolgd. -

Wet particuliere beveiligingsorganisaties en recherchebureaus (Wpbr) Op alle beveiligingsorganisaties in Nederland is de Wet particuliere beveiligingsorganisaties en recherchebureaus (Wpbr) van toepassing en daarvoor geldt onder andere het volgende: - Onder beveiligingswerkzaamheden wordt verstaan: het bewaken van de veiligheid van personen en goederen of het waken tegen verstoring van de orde en rust op terreinen en in gebouwen (Wpbr artikel 1. c); - Het is verboden zonder vergunning een beveiligingsorganisatie in stand te houden en beveiligingswerkzaamheden aan te bieden; - Een particuliere beveiligingsorganisatie mag alleen medewerkers aanstellen die toestemming hebben van de korpschef van de Nationale Politie. Aan het verkrijgen van deze toestemming worden vakbekwaamheidseisen en betrouwbaarheidseisen gesteld;

21

-

Een beveiligingsorganisatie moet de wettelijke bepalingen rond inhuur van personeel, het dragen van uniformen e.d. in acht nemen; - Een beveiligingsbedrijf moet de werkzaamheden bij een evenement tijdig aanmelden bij de politie; - Iedere evenementenbeveiliger dient in het bezit zijn van een geldig legitimatiebewijs particuliere beveiligingsorganisatie. De gemeente kan ten behoeve van het bewaken van de veiligheid van personen en goederen of het waken tegen verstoring van de orde tijdens een evenement, verplichten om beveiligers in te zetten. Het inzetten van evenementenbeveiliging hangt af van de risico analyse van een evenement. Regulering Vechtsportgala’s, een handreiking voor gemeentelijk beleid Door de Vechtsportautoriteit is een handreiking regulering vechtsportgala’s7 uitgebracht om vechtsporten beter te reguleren en ongewenste situaties en nevenaspecten te voorkomen. In deze handreiking zijn de volgende vijf maatregelen geformuleerd: 1 Instellen van een Vechtsportautoriteit. 2 Eén richtlijn voor vechtsportevenementen. 3 Uniforme maatregelen voor de veiligheid van vechtsporters. 4 Een licentiesysteem voor stakeholders in de vechtsportsector. 5 Een keurmerk voor vechtsportscholen. Door organisatoren van vechtsportevenementen te verwijzen naar deze handreiking ontstaat er een mate van uniformiteit in lokaal beleid.

Organisatoren van dergelijke evenementen weten daardoor waar zij aan toe zijn. Een aantal bepalingen uit deze handreiking is in Lelystad opgenomen in de nadere regels evenementen. Dit betekent dat een vergunninghouder zich moet houden aan deze nadere regels. Onder andere is opgenomen dat een vechtsportevenement onder auspiciën van een landelijke vechtsportbond gehouden moet worden. Bij de Vechtsportautoriteit kan worden gecontroleerd of de betreffende vechtsportbond zich heeft geconformeerd aan de richtlijnen. Ook is in de nadere regels evenementen opgenomen dat een voorschrift kan worden opgenomen om zich te houden aan de richtlijn voor full contact vechtsportevenementen. De Vechtsportautoriteit ziet er met de gemeente en sportbonden op toe dat de richtlijn ook daadwerkelijk wordt nageleefd. Daarnaast kan de Vechtsportautoriteit gemeenten adviseren over vechtsportbonden, evenementorganisatoren, promotors en over het toepassen van de richtlijn. De Vechtsportautoriteit (dan wel een vechtsportorganisatie waarnaar de autoriteit doorverwijst) adviseert gemeenten ook over internationale organisatoren en promotors die een vergunning aanvragen. Slecht levensgedrag Op grond van artikel 2:25, lid 8, van de APV kan een evenementenvergunning worden geweigerd als de organisator of aanvrager in enig opzicht van slecht levensgedrag is.

Wanneer is nu sprake van slecht levensgedrag? De eis van het niet van slecht levensgedrag zijn is niet in wet- of regelgeving omschreven. Dat betekent dat voor de betekenis en reikwijdte van dit begrip gekeken wordt naar het specifieke geval rond de betreffende persoon. Concrete feiten en omstandigheden zijn daarbij doorslaggevend. Daarbij komt nog dat opvattingen over zedelijkheid in de loop van de tijd aan verandering onderhevig kunnen zijn. Voor de beoordeling of een persoon van slecht levensgedrag is, zijn volgens jurisprudentie geen beperkingen aan de feiten of omstandigheden die daarbij mogen worden betrokken. Ook de activiteiten die de vergunningaanvrager buiten het evenement (bijvoorbeeld thuis) uitvoert mag in de beoordeling worden meegewogen. De burgemeester heeft een grote mate van beleidsvrijheid ten aanzien van wat slecht levensgedrag is. Daaromtrent is de beleidsregel ’beoordeling slecht levensgedrag Lelystad 2023’8 vastgesteld. Wet Bibob Bibob betekent Bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur. De Wet Bibob regelt dat de overheid onder andere vergunningen mag weigeren of intrekken als er gevaar bestaat dat criminelen daar misbruik van maken. Met de Bibob toets onderzoekt de gemeente of een vergunning aanvrager en zijn zakelijke kring integer zijn. En dus of er gevaar bestaat voor crimineel misbruik van een vergunning.

7 Regulering vechtsportgala’s: handreiking voor gemeentelijk beleid (vechtsportautoriteit.nl)

8 Beleidsregel beoordeling slecht levensgedrag Lelystad 2023

22

In de beleidsregels toepassing Wet Bibob van gemeente Lelystad is opgenomen dat in ieder geval vergunningaanvragen voor vechtsportgala’s worden getoetst aan de Wet Bibob. Dit houdt in dat organisatoren van dit soort evenementen naast hun vergunningaanvraag voor evenementen ook een ingevuld bibob vragenformulier moeten aanleveren. De beleidsregel toepassing Wet Bibob is te raadplegen op www.overheid.nl9 Bijzondere voertuigen bij evenementen De gemeente Lelystad ontvangt regelmatig aanvragen voor de afgifte van ontheffingen voor bijzondere voertuigen tijdens evenementen. Tijdens deze evenementen willen diverse partijen bijvoorbeeld gebruik maken van het voetgangersdomein of het fietspadennetwerk met een zogeheten wegtrein of gebruik maken van het wegennet met een huifkar voor het vervoer van personen. Voornoemde voorbeelden zijn in beginsel verboden, maar kunnen door middel van de afgifte van een ontheffing alsnog worden toegestaan. De gemeente Lelystad toetst een aanvraag om ontheffing aan een aantal criteria10. Op basis daarvan wordt al dan niet ontheffing verleend. 2. Leefbaarheid De kaders waaraan getoetst kan worden op het aspect leefbaarheid zijn: Wet op de ruimtelijke ordening Evenementen kunnen een behoorlijke invloed hebben op de ruimtelijke kwaliteit van de woon- werken leefomgeving.

Op de locaties waar meerdere evenementen worden georganiseerd is er op grond van de Wet ruimtelijke ordening sprake van ruimtelijke relevantie en moet dit expliciet mogelijk worden gemaakt in het bestemmingsplan. Daarnaast moet het bestemmingsplan een motivering bevatten over de aanvaardbaarheid van de evenementen in relatie tot de omgeving. Naast de aanwijzing van een evenemententerrein als bestemming gaat het dus ook om een aantal aanvullende regels zoals het maximale aantal toegestane evenementen, maximale bezoekersaantallen en nadere voorschriften voor zover deze vanuit het oogpunt van de ruimtelijke aanvaardbaarheid van hinderaspecten op een locatie van belang zijn. Daartoe is op 8 februari 2022 het parapluplan algemene regels evenemententerreinen vastgesteld. Het voorgaande is dus alleen van toepassing op de locaties waar regelmatig evenementen worden georganiseerd en niet voor locaties waar incidenteel een evenement wordt georganiseerd. Als echter uit de intake blijkt dat een evenement een grote impact kan geven op de omgeving, kan daarvoor een omgevingsvergunning noodzakelijk zijn. Wet natuurbescherming Bij het organiseren van een evenement binnen een straal van 25 km van een Natura-2000 gebied moet worden nagegaan of het project stikstofneerslag zal veroorzaken of een effect heeft op de daar aanwezige dier- en plantensoorten.

Door het (laten) uitvoeren van een Aeriusberekening wordt duidelijk of dit het geval is. Informatie over stikstofberekeningen zijn te raadplegen op: Homepage AERIUS | AERIUS (aeriusproducten.nl) De verantwoordelijkheid voor het natuurbeleid ligt bij de Provincie Flevoland. Dit betekent dat zij ook de taak heeft om de naleving van de Wet natuurbescherming te waarborgen. Hieronder vallen onder andere beschermde dieren en stikstof. Meer informatie over de Wet Natuurbescherming staat op de website van de provincie Flevoland: stikstof en evenementen. Zie ook de jurisprudentie hierover11. Gebiedsbescherming Natuurgebieden of andere gebieden die belangrijk zijn voor flora en fauna kunnen op basis van de Europese Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn worden aangemerkt als speciale beschermingszone (Natura2000-gebieden). In dat kader is het Natura 2000 gebied Markermeer - IJmeer voor dit parapluplan relevant.

9 Beleidsregels toepassing Wet Bibob gemeente Lelystad 2023 | Lokale wet- en regelgeving

(overheid.nl) 10 Bijzondere voertuigen tijdens evenementen, beleid afgifte ontheffingen Gemeente Lelystad 11 ECLI:NL:RBNNE:2023:1962

23

Het evenemententerrein Bataviahaven bevindt zich deels binnen het Natura 2000 - gebied Markermeer - IJmeer. Voor de evenementen op het evenemententerrein Bataviahaven geldt dat deze moeten passen binnen het beheerplan Natura 2000. De overige aangewezen evenementenlocaties in en rond het Stadhart (de Meent, Agorahof en Stadhuisplein) zijn niet gelegen in de directe nabijheid van het Natura 2000-gebieden. Gesteld kan worden dat de hier beoogde evenementen geen effecten op kwalificerende soorten en habitats in de N2000-gebieden zullen hebben. Zondagswet De burgemeester kan ontheffing verlenen van het verbod in artikel 4 van de Zondagswet. Dit artikel geeft aan dat het verboden is op zondag voor 13.00 uur openbare vermakelijkheden te houden, daartoe gelegenheid te geven of daaraan deel te nemen. Bepalend hierbij is met name de waarborging van de rust bij religieuze instellingen c.q. kerkdiensten. Op moment dat er een ontheffing wordt verleend voor een openbare vermakelijkheid vóór 13.00 uur, moet er rekening mee worden gehouden dat het in ieder geval vóór 13.00 uur op zondag verboden is zonder strikte noodzaak gerucht te verwekken, dat op een afstand van meer dan 200 meter van het punt van verwekking hoorbaar is. Voor na 13.00 uur kan de burgemeester op grond van artikel 3 van de Zondagswet een ontheffing verlenen. 3.

Volksgezondheid De gemeente Lelystad heeft als doelstelling om een veilige en gezonde leefomgeving te bereiken en in stand te houden, ook op het gebied van evenementenveiligheid. Een gezonde leefomgeving is een omgeving die als prettig wordt ervaren, die uitnodigt tot gezond gedrag en waar de druk op de gezondheid zo laag mogelijk is. De kaders waaraan getoetst kan worden op het aspect volksgezondheid zijn: Alcoholwet In het kader van de Alcoholwet moet als er verstrekking van alcoholische dranken buiten een horecabedrijf plaatsvindt, een tijdelijke ontheffing als bedoeld in art. 35 van de Alcoholwet worden aangevraagd. Het betreft hier de bedrijfsmatige verstrekking van zwak-alcoholische dranken, waarbij het schenken van de dranken moet plaatsvinden in het bijzijn en onder leiding van een persoon die minimaal 21 jaar oud en niet in enig opzicht van slecht levensgedrag is. Preventie- en handhavingsplan Alcohol gemeente Lelystad In artikel 43a van de Alcoholwet is een verplichting tot het opstellen van een preventie- en handhavingsplan alcohol opgenomen.

In het plan moet in ieder geval worden aangegeven: - wat de doelstellingen zijn van het preventie- en handhavingsbeleid alcohol; - welke acties worden ondernomen om alcoholgebruik, met name onder jongeren, te voorkomen, al dan niet in samenhang met andere preventieprogramma’s als bedoeld in artikel 2, tweede lid, onderdeel d, van de Wet Publieke Gezondheid; - hoe het handhavingsbeleid wordt uitgevoerd en welke handhavingsacties in de door het plan bestreken periode worden ondernomen; - welke resultaten in de door het plan bestreken periode minimaal behaald dienen te worden. In Lelystad maakt het plan onderdeel uit van de Nota Gezondheidsbeleid 2020-2024, ‘Samen Gezond in Lelystad’12. Alcoholgebruik tijdens evenementen kan als katalysator werken bij het ontstaan van verstoringen van de openbare orde. Hoewel het gebruik van alcohol een sociaal geaccepteerd onderdeel van een attractief evenement is en de meeste mensen er verstandig mee omgaan, wordt er vanuit de volksgezondheid ook kritisch naar gekeken. Bij bepaalde evenementen is de kans op misbruik van alcohol groter dan bij andere evenementen. Deze evenementen kunnen verplicht worden tot het nemen van extra maatregelen, zoals bijvoorbeeld polsbandjes. Met name jongeren moeten worden beschermd tegen de schadelijke effecten van alcoholgebruik.

De Alcoholwet heeft daarom een verplichting opgenomen om een preventie- en handhavingsplan Alcohol vast te stellen. 12 Nota gezondheidsbeleid 2020-2024 'Samen Gezond in Lelystad'

24

Omdat in de Alcoholwet ook een verbod is opgenomen om aan jongeren onder de 18 jaar alcohol te verstrekken is het belangrijk dat organisatoren van evenementen maatregelen nemen om het gebruik van alcohol door 18- jongeren tegen te gaan. In het aanvraagformulier voor een evenementenvergunning zijn daarom vragen over het alcoholbeleid tijdens het evenement opgenomen. De bevoegdheid om voorschriften in de evenementenvergunning op te nemen en om handhavend op te treden is gebaseerd op de Alcoholwet. Drugsgebruik tijdens evenementen Naast het gebruik van alcohol komt in toenemende mate het gebruik van drugs voor bij evenementen. Drugsgebruik of een combinatie van alcohol- en drugsgebruik kan problemen op het gebied van gezondheid en veiligheid met zich meebrengen. Er zijn risico's voor de lichamelijke gezondheid, de geestelijke gezondheid, risico's op misbruik en verslaving en het sociaal en maatschappelijk functioneren. Mede daarom is een verbod op het gebruik van drugs bij evenementen het uitgangspunt. Ondanks dat moet een organisator van een evenement waarbij er risico’s zijn op drugsgebruik maatregelen nemen.

In de vergunning kunnen de volgende voorschriften worden opgenomen: - de aanwezigheid van een zorgverlener evenementen met aanvullende competenties alcohol en drugs (Veldnorm Evenementenzorg) ; - het inrichten van chill-out ruimte; - verplichte controle en visitatie bij de ingang door de beveiliging; - een huisreglement, waarin is opgenomen dat bezoekers alle medewerking moeten verlenen aan de bovengenoemde controles. Op grond van de Opiumwet is het verboden bij evenementen lachgas te gebruiken, voorbereidingen daartoe te verrichten, of al dan niet tegen betaling aan te bieden. Warenwet De Warenwet is een raamwet waaronder een groot aantal uitvoeringsbesluiten valt en die zich richt op de deugdelijkheid van levensmiddelen en andere producten voor consumenten. Uitvoeringsbesluiten van de Warenwet in relatie tot de organisatie van evenementen zijn bijvoorbeeld: - het Warenwetbesluit attractie- en speeltoestellen (zie richtlijn Constructieve Toetsingscriteria bij een aanvraag voor een Evenementenvergunning; - het Warenwetbesluit hygiëne van levensmiddelen; - het Warenwetbesluit tatoeëren en piercen. Wet publieke gezondheid In de Wet publieke gezondheid zijn de taken van de gemeente op het gebied van publieke gezondheidszorg vastgelegd.

De wet regelt: - de organisatie van de openbare gezondheidszorg; - de bestrijding van infectieziektecrises; - de isolatie van personen/vervoermiddelen die internationaal gezondheidsgevaren kunnen opleveren. De gemeente moet, ter uitvoering van deze gezondheidstaken, een Gemeentelijke Gezondheidsdienst (GGD) in stand houden. Dat kan via het treffen van een gemeenschappelijke regeling in de veiligheidsregio (artikel 14). Met betrekking tot een vergunning aanvraag voor een evenement wordt, indien van toepassing, de GHOR GGD om advies over acute- en publieke gezondheidszorg gevraagd. Het is een advies met betrekking tot het inschatten en verminderen van gezondheidsrisico’s. Zo nodig kan de GHOR GGD gevraagd worden om als adviseur van de gemeente aan te sluiten bij een bezoek aan de locatie. Hygiënerichtlijnen publieksevenementen De volksgezondheid van deelnemers en bezoekers moet tijdens het evenement zijn gewaarborgd. De organisator dient hiertoe maatregelen te nemen die aansluiten bij de te verwachten risico’s en het aantal te verwachten bezoekers. De GHOR GGD (Geneeskundige hulpverleningsorganisatie in de regio) adviseert de gemeente bij aandachtevenementen en risicovolle evenementen over te nemen maatregelen. Bij de beoordeling van de vergunningaanvraag toetst de GHOR GGD deze aan door het

25

RIVM (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu) opgestelde hygiënerichtlijnen. De ‘Hygiënerichtlijn evenementen13’ van het RIVM geeft een overzicht van de minimale hygiëne-eisen waar evenementen aan moeten voldoen. De GHOR GGD adviseert vervolgens de gemeente welke vergunningvoorschriften opgenomen moeten worden. Zo nodig kan er door de gemeente een beroep gedaan worden op de GGD voor controles op de technische hygiënezorg. Gezonde leefomgeving bij evenementen De gemeente Lelystad streeft ernaar om een gezonde leefomgeving te creëren voor haar inwoners, ook tijdens evenementen die plaatsvinden binnen onze gemeentegrenzen. Het gaat hierbij om het stimuleren van een gedragsverandering. De volgende beleidslijn wordt gehanteerd om gezondheid te stimuleren in de evenementen binnen Lelystad: 1. Gezonde keuze moet een alternatief zijn: We willen evenementorganisatoren stimuleren om voedingsmiddelen aanbieden die passen binnen de richtlijnen van de Schijf van Vijf. We stimuleren hen aan om samen te werken met voedsel- en drankpartners die gezonde en evenwichtige maaltijden kunnen aanbieden aan bezoekers. Door gezonde voeding te bevorderen tijdens evenementen, willen we bijdragen aan het bevorderen van een gezonde levensstijl onder onze inwoners. 2. Niet roken: We willen evenementorganisatoren stimuleren om een strikt rookvrij beleid te implementeren tijdens evenementen.

We willen een gezonde en veilige omgeving creëren waarin bezoekers vrij kunnen ademen en niet worden blootgesteld aan de schadelijke effecten van tabaksrook. Door niet te roken tijdens evenementen dragen we bij aan de gezondheid van zowel rokers als niet-rokers. 3. Water beschikbaar stellen: zeker bij evenementen in de zomer willen we evenementorganisatoren stimuleren om drinkwater beschikbaar stellen op verschillende punten op het evenemententerrein. We willen stimuleren dat bezoekers altijd toegang hebben tot een gezonde en verfrissende drankoptie, zodat ze gehydrateerd kunnen blijven tijdens het evenement. 4. Verminderen alcoholconsumptie: We willen evenementorganisatoren stimuleren om verantwoorde alcoholconsumptie te bevorderen tijdens evenementen. We stimuleren het aanbieden alcoholvrije alternatieven. Evenementorganisatoren worden gestimuleerd om bezoekers te informeren over de mogelijke gezondheidsrisico's van overmatig alcoholgebruik en te promoten dat bezoekers verantwoord drinkgedrag vertonen. We zijn ons er van bewust dat er tijdens evenementen alcohol wordt gedronken, mensen eerder kiezen voor minder gezond eten en dat mensen roken, maar als gemeente willen we dat het mogelijk is om een gezonde keuze te maken. Daarom stimuleren we dat evenementorganisatoren bijdragen aan een gezondere leefomgeving.

Evenementenzorg Evenementenzorg heeft tot doel deelnemers, bezoekers en medewerkers van een evenement te voorzien van adequate eerste hulp en medische zorg die is afgestemd op de specifieke omstandigheden en risico’s van het evenement. De GHOR GGD adviseert de gemeente bij aandachtevenementen en risicovolle evenementen over de inzet van evenementenzorg. Bij de beoordeling van de vergunningaanvraag toetst de GHOR GGD deze aan de “Veldnorm Evenementenzorg” (VNEZ). De VNEZ is van toepassing op alle evenementenzorgverleners die individueel en in georganiseerd verband zorg verlenen op evenementen. De GHOR GGD adviseert vervolgens de gemeente welke vergunningvoorschriften opgenomen moeten worden. Richtlijn “Een toegankelijk evenement in Lelystad” Aan elk evenement nemen mensen met beperkingen deel, zoals ouderen, minder-validen en verstandelijk beperkten. Dit kan zijn als bezoeker of als deelnemer. Er wordt naar gestreefd dat ieder evenement goed toegankelijk is voor mensen met een beperking. De organisator van een evenement speelt hierin een belangrijke rol. Kleine aanpassingen kunnen al een groot verschil maken. Om organisatoren van evenementen hierbij te ondersteunen is, in samenwerking met de Stichting georganiseerd overleg Lelystad, de richtlijn “Een toegankelijk evenement in Lelystad” opgesteld. Deze richtlijn kan worden betrokken bij een evenementenaanvraag.

13 Hygiënerichtlijn voor evenementen | RIVM

26

5. Milieu De kaders waaraan getoetst kan worden op het aspect milieu zijn: Wet milieubeheer De Wet milieubeheer is bedoeld voor de bescherming van het milieu. Milieu is echter een breed begrip; deze wet regelt het zogenaamde ‘grijze’ milieu, de leefomgeving (zoals water, lucht, bodem). In dit kader kunnen gedetailleerde eisen worden gesteld aan onder meer hygiëne en infectiepreventie, de behandeling van afvalstoffen en afvalwater of de elektrische installatie. Sommige evenementen worden in een inrichting zoals een evenementenhal, theater of stadion gehouden. De vraag hierbij is of de Wet milieubeheer hierbij van toepassing is of niet. Dit wordt getoetst bij de aanvraagprocedure. Afval en verontreiniging Ter bescherming van het milieu moet worden voorkomen dat na een evenement afval achterblijft. De organisator is hiervoor verantwoordelijk. In de vergunning worden voorschriften opgenomen over de afvalverwerking en het schoon opleveren van een evenemententerrein en omgeving in een straal van 200 meter. Bij evenementen waarbij gemotoriseerde voertuigen of (noodstroom)aggregaten aanwezig zijn, moet de organisator maatregelen treffen om te voorkomen dat eventueel lekkende olie in aanraking komt met de bodem. Ook kunnen ten aanzien van het lozen van afvalwater voorschriften aan de vergunning worden verbonden.

De staat van een terrein kan tijdens een voor- en naschouw worden vastgelegd zodat kan worden beoordeeld of het terrein weer in de oorspronkelijke staat is opgeleverd. Tijdelijke lozing van afvalwater tijdens evenementen Voor het tijdelijk lozen van afvalwater moet er rekening mee worden gehouden dat in Lelystad sprake is van een gescheiden systeem om afvalwater te lozen. Denk hierbij bijvoorbeeld aan de afvoer van tijdelijke toiletten, smeltwater bij viskramen en condenswater en spoelwater bij bierinstallaties. De organisator dient zelf te zorgen voor een afvoer van het afvalwater naar een aansluiting op het gemeentelijk vuilwaterriool. Op de aangewezen evenemententerreinen is een voorziening aanwezig. Een zelfvoorzienende opvang van afvalwater is ook mogelijk. Voor de aansluiting op het riool moet voorafgaand aan het evenement contact opgenomen worden met de gemeente. Kadernota duurzaamheid. In de kadernota staan de kaders voor de invulling van het nieuwe duurzaamheidsbeleid. De gemeente streeft ernaar dat Lelystad in de toekomst een groene, vitale gemeente is waar het aantrekkelijk wonen, werken en verblijven is. Het duurzaamheidsbeleid moet zorgen voor focus, versnelling en verankering. Duurzaamheid bij evenementen Duurzaamheid in de gemeente Lelystad is een belangrijk onderwerp en evenementen zijn daar geen uitzondering op.

Het bijdragen aan milieuvriendelijke evenementen wordt door de gemeente toegejuicht. Organisatoren kunnen bijvoorbeeld gaan werken met e-tickets. Bezoekers hoeven dan alleen hun ticket op hun smartphone te tonen en komt er geen papier meer aan te pas. Of er kan bijvoorbeeld gebruik gemaakt worden van elektrische generatoren. Met betrekking tot wegwerpbekers en bakjes betalen bezoekers bij open evenementen vanaf 1 juli 2023 voor een wegwerpbeker en bakje als deze plastic bevat én moeten zij gebruik kunnen maken van een herbruikbaar alternatief met een retoursysteem, of van een zelf meegebrachte beker of verpakking (bring your own). Bij gesloten evenementen is het gebruik van plastic wegwerpbekers en bakjes vanaf 1 januari 2024 niet meer toegestaan. Een circulair systeem, waarbij bekers en verpakkingen retour komen voor hergebruik óf voor hoogwaardige recycling is dan verplicht.

27

Voor meer informatie kan de factsheet over de Regeling van wegwerpbekers en bakjes14 worden geraadpleegd. Verder heeft gemeente Lelystad een subsidieregeling voor het gebruik van herbruikbare bekers. Hieromtrent kan de website van gemeente Lelystad15 worden geraadpleegd. Duurzaamheid en afval In het kader van duurzaamheid houdt de gemeente Lelystad zich steeds meer bezig met de afvalstroom. De doelstelling is dat evenementen organisatoren steeds meer bewust worden van het belang van het scheiden van afval. Bij grootschalige evenementen (B of C) kan er gevraagd worden naar een afval plan. De organisatie laat hierin zien hoe zij het afval zal inzamelen. Geluid De invloed van geluid op de omgeving van een evenement kan in verschillende situaties ook verschillend worden beoordeeld. Indicatoren daarbij zijn tijdstip, tijdsduur, locatie en aantal evenementen per jaar. Zo zullen evenementen die vlak bij bewoonde bebouwing plaatsvinden sneller hinder door geluid kunnen veroorzaken. Daar tegenover staat de stedelijke ambitie om juist in, dan wel, dichtbij het Stadshart van Lelystad, waar ook veel bewoonde bebouwing is, evenementen te faciliteren. Eindtijden Ter bescherming van het woongenot moet er voor worden gezorgd dat de nachtrust niet wordt verstoord. Daarom is de eindtijd van evenementen in de nadere regels evenementen vastgesteld op 01.00 uur.

In de nadere regels is opgenomen dat dit geldt niet voor evenementen die samenvallen met een collectieve festiviteit. Deze eindtijd wordt middels een apart aanwijzingsbesluit geregeld. Afhankelijk van de aard van het evenement kan besloten worden de eindtijd van de muziek een half uur eerder te bepalen dan de eindtijd van het evenement. Dit laatste om het geleidelijk uitstromen van bezoekers van het evenement te reguleren. Beperking geluidnormering Evenementen met geluid kunnen overal in de gemeente Lelystad worden georganiseerd, mits kan worden voldaan aan de reguliere geluidnormering van 75 dB(A) op 10 meter afstand van de luidsprekers. In de nadere regels evenementen zijn nog nadere geluidsnormen opgenomen per categorie evenement. Op locaties waar regelmatig evenementen worden georganiseerd gelden de regels die in het bestemmingsplan ‘Parapluplan Algemene regels evenemententerreinen Lelystad’16 zijn opgenomen. Het betreffen de locaties De Meent, Agorahof, Stadhuisplein en Bataviahaven. Om (geluid)hinder te beperken is in het parapluplan geregeld hoeveel evenementen er per jaar mogen plaatsvinden op deze locaties en welke geluidnormen er gelden. Verder is er voor iedere locatie een locatieprofiel opgesteld. Daarin is onder andere informatie te vinden over de beschikbare oppervlakte, voor welke evenementen het terrein geschikt is.

Ook zijn voor deze locaties specifieke geluidnormen opgenomen in de toelichting bij het parapluplan. Voor de evenementenlocaties Bataviahaven en De Meent gelden de navolgende geluidsnormen. Op de omliggende woningen mag het invallend geluidsniveau, afkomstig van een muziekevenement, niet meer bedragen dan Leq = 75 dB(A) en 90 dB(C), gemiddeld over 3 minuten. Voor de evenementenlocaties Agorahof en Stadhuisplein gelden de navolgende geluidsnormen. Op de omliggende woningen mag het invallend geluidsniveau, afkomstig van een muziekevenement, niet meer bedragen dan Leq = 80 dB(A) en 95 dB(C), gemiddeld over 3 minuten. Een organisator is er in eerste instantie voor verantwoordelijk om aan te tonen dat ook daadwerkelijk aan deze norm wordt voldaan. Categorieën evenementen Volgens de nadere regels evenementen17 zijn de maximale toelaatbare geluidsnormen onderverdeeld in vier categorieën evenementen:

14 Factsheet regeling wegwerpbekers en -bakjes 15 Regels wegwerpplastic | Gemeente Lelystad 16 Parapluplan Algemene regels evenemententerreinen Lelystad 17 Nadere regels evenementen Lelystad 2023

28

-

-

Categorie 1 is de lichtste categorie. Het betreft de evenementen met muziek tot maximaal 75 dB(A) gemeten op 10 meter van de luidsprekers. Dit is een geluidsniveau waarbij stemverheffing nog niet nodig is Categorie 2 is de categorie waar de standaardgeluidsnorm voor geldt. Het betreft de evenementen met een versterkt geluidsniveau tot maximaal 85 dB(A) gemeten op 10 meter vanaf de luidsprekers. Dit is meer dan achtergrondmuziek maar net niet genoeg voor een live band of DJ. Categorie 3 evenementen zijn te karakteriseren als sterk geluid dragend. Het gaat om een B- of C evenement met live muziek of een DJ. Hier geldt een geluidsniveau tot maximaal 100 dB(A), gemeten op 10 meter vanaf de luidsprekers. Categorie 4 evenementen zijn grote B- en C evenementen met bijvoorbeeld regionale of landelijke uitstraling. Bij deze evenementen moet maatwerk worden verricht met betrekking tot de tijden waarop muziek ten gehore mag worden gebracht, het geluid en de meetpunten op de gevel.

Basgeluid In specifieke gevallen blijkt de gebruikelijke normstelling niet geheel geschikt om geluidhinder te beperken. Bijvoorbeeld wanneer basgeluid een groot aandeel heeft in de programmering van een evenement. Conform de nadere regels evenementen wordt in die gevallen naast de dB(A) normering tevens een dB(C) norm opgelegd. Om in deze gevallen juist te kunnen meten wordt aan de normstelling in dB(A) een maximum van 15 dB hogere normstelling in dB(C) gekoppeld. Hierdoor wordt een betere bescherming van de omgeving bereikt. Preventie gehoorschade De GHOR GGD adviseert bij evenementen waarbij (harde) muziek ten gehore wordt gebracht over de te nemen maatregelen ter preventie van gehoorschade bij evenementen. Deze maatregelen kunnen als voorschrift in de vergunning worden opgenomen. Ontheffing geluid Voor ieder evenement waarbij geluidsversterkende apparatuur wordt gebruikt is een ontheffing nodig op grond van artikel 5.5 van de Verordening fysieke leefomgeving Lelystad. De aard van het evenement is voornamelijk bepalend voor de ervaren geluidshinder. Een sportevenement waarbij via een geluidinstallatie slechts aankondigingen worden gedaan, of een kleinschalig optreden hebben een andere impact op de omgeving en zijn daarmee lastig te vergelijken met bijvoorbeeld een muziekfestival of dance-event waarbij de bastonen nog ver hoorbaar zijn.

Geluidsvoorschriften Incidentele en Collectieve festiviteiten Bedrijven c.q. horecaondernemingen moeten voldoen aan landelijke geluidsregels opgenomen in het Activiteitenbesluit milieubeheer. Dit ter voorkoming van geluidhinder. Deze regels bieden ruimte om jaarlijks een aantal keer meer geluid te produceren dan regulier toegestaan. De Verordening fysieke leefomgeving Lelystad 2021 (artikelen 5.2 en 5.3) beschrijft welke geluidsregels wanneer gelden tijdens bijzondere activiteiten, de zogenaamde incidentele en collectieve festiviteiten. Voor alle duidelijkheid; het gaat hierbij om activiteiten die in een inrichting plaatsvinden. Incidentele festiviteiten Een incidentele festiviteit is een bijzondere activiteit die voor elk bedrijf afzonderlijk geldt. Het zijn activiteiten die incidenteel voorkomen en meer geluid veroorzaken dan de representatieve bedrijfssituatie. Te denken valt aan een optreden met livemuziek in een café. Elk bedrijf mag jaarlijks maximaal 12 keer van deze regeling gebruik maken. Als een bedrijf meer wil dan moeten er akoestische maatregelen worden getroffen. Dit wordt de 12-dagenregeling genoemd. Bedrijven moeten een incidentele festiviteit 2 weken vooraf schriftelijk melden bij de gemeente. Collectieve festiviteiten Collectieve festiviteiten zijn activiteiten die niet specifiek aan één of een klein aantal inrichtingen is verbonden.

Op grond van artikel 5.2 van de VFL wijst het college collectieve festiviteiten aan waardoor ondernemers welke vallen onder het activiteitenbesluit op die dagen meer geluid, dB(A), mogen produceren dan gebruikelijk het geval is. De geluidnormen als bedoeld in de artikelen 2.17, 2.19 en 2.20 van het Activiteitenbesluit milieubeheer gelden dan niet. Dagen of dagdelen die in aanmerking komen voor aanwijzing zijn algemeen erkende feestdagen, zoals bijvoorbeeld Koningsdag en -nacht.

29

Jaarlijks stelt de gemeente middels een aanwijzingsbesluit de collectieve festiviteiten en eindtijden vast. Ten tijde van collectieve festiviteiten worden ook evenementen gehouden die vallen onder het evenementenbeleid. Voor de handhaafbaarheid en consistentie in de regelgeving geldt onder meer voor activiteiten tijdens collectieve festiviteiten de reguliere normering van 75 dB(A), gemeten op de gevel van de dichtstbijzijnde geluidgevoelige gebouwen. 6. Bijzondere regelgeving Evenementen en dieren Sinds 15 september 2015 is het verboden om rond te reizen met wilde zoogdieren, en hen kunstjes te laten vertonen in circussen en op andere evenementen. De Wet dieren geeft een integraal kader voor regels over gehouden dieren en daaraan gerelateerde onderwerpen. De keuze om dieren te betrekken bij het evenement is aan de organisator die de evenementenvergunning aanvraagt. De burgemeester beslist uiteindelijk over die aanvraag. In een uitspraak van de Raad van State is bepaald dat aantasting van het dierenwelzijn op zichzelf geen motief is waarop een evenementenvergunning mag worden geweigerd. In de uitspraak wordt bepaald dat de reikwijdte van het begrip ‘openbare orde’ expliciet niet zover gaat dan het welzijn van dieren.

Op grond van het specialiteitsbeginsel mag een bestuursorgaan slechts de belangen waarvoor de desbetreffende regeling in het leven is geroepen bij zijn afweging betrekken. Een evenementenvergunning kan dus niet worden geweigerd als er sprake is van een aantasting van alleen het dierenwelzijn. Voor zover er expliciet sprake zou zijn van dierenmishandeling, is het denkbaar dat de weigeringsgrond openbare orde een rol kan spelen. Er moeten dan voldoende aanwijzingen zijn dat er sprake is van dierenmishandeling. Daarbij moet naar de getroffen maatregelen worden gekeken. Elementen die hierin een rol spelen zijn o.a. onderzoek door dierenarts, monitoring, contact met RVO, voldoende beschutting, voedsel en water. Een praktische oplossing bij aantasting van het dierenwelzijn kan een verzoek tot handhaving op basis van de Wet dieren worden gedaan. Op grond van artikel 2 Besluit aanwijzing toezichthouders Wet dieren is de NVWA belast met het toezicht op naleving van de Wet dieren. Volgens het Besluit Houders van Dieren, moeten evenementen waarop gezelschapsdieren (zoogdieren, vogels, vissen, reptielen, amfibieën) tentoongesteld en/of verhandeld worden, aangemeld worden bij de NVWA. Bij een evenement met dieren wordt de GHOR GGD gevraagd om advies te geven.

Auto- en motorsportevenementen Bij het houden van auto- en motorsportevenementen is het belangrijk dat de veiligheid altijd gewaarborgd kan worden. Voor de veiligheid kunnen voorschriften aan het evenement worden verbonden. Voor het bepalen van deze voorschriften zal aansluiting worden gezocht bij de reglementen van de Nationale Autosport Federatie (KNAF) voor de autosport en bij de reglementen de Koninklijke Nederlandse Motorrijders Vereniging (KNMV) en de Motorsport Organisatie Nederland (MON) voor de motorsport, uiteraard voor zover de regels in het reglement van toepassing zijn voor een dergelijk evenement. Diverse Voor evenementen waarbij vuurwerk wordt ontstoken of het luchtruim wordt gebruikt, wordt naast de wettelijke verplichtingen, het Nederlands Handboek Evenementenveiligheid gebruikt als richtlijn. Dit geldt ook voor verzekeringen en andere onderwerpen die niet in dit beleid zijn opgenomen. Toestemmingen andere organisaties Het kan zijn dat naast een evenementenvergunning ook andere vergunningen of toestemmingen van andere organisaties nodig zijn. Denk hierbij aan het Waterschap, Rijkswaterstaat en de provincie als gebruik wordt gemaakt van dijken of wegen die in beheer zijn door deze organisatie.

Verder is de provincie ook bevoegd om ontheffing te verlenen om de weg te gebruiken voor wedstrijden als een evenement in meerdere gemeenten plaatsvindt (denk hierbij aan wielerwedstrijden of toertochten met auto’s).

30

BIJLAGEN LOCATIEPROFIELEN De locatieprofielen zijn op 8 februari 2022 door de raad vastgesteld in het bestemmingsplan ‘Parapluplan Algemene regels evenemententerreinen Lelystad’. Bij evenementen op deze locaties gelden de regels die in dit plan zijn opgenomen. * Met betrekking tot de locatieprofielen wordt opgemerkt dat het parapluplan leidend is. Bij wijziging van het parapluplan zal deze worden toegevoegd als bijlage bij deze beleidsregel Locatieprofiel Agorahof

Figuur 1 Sfeerimpressie nieuwe Agorahof Profiel vanuit kracht van de plek De Agorahof wordt bij de herontwikkeling van Theaterkwartier meegenomen en krijgt daarmee een nieuwe uitstraling. Het plein vormt na onder andere de realisatie van de nieuwe bioscoop en een nieuw horeca paviljoen aan de achterzijde van theater Agora een groene en levendige overgang naar het stadshart. Het ontwerp voor de Agorahof is in nauwe samenwerking met o.a. lokale ondernemers, de marktmeester en ECL (Evenementen Coördinatie Lelystad) opgesteld. De nieuwe Agorahof is kleiner dan het oude plein, maar mede doordat de zaterdagmarkt enkele zaterdagen per jaar naar het ABC-terrein aan de Agoraweg kan worden verplaatst is ruimte ontstaan voor evenementen op deze locatie. Beheersaspecten Fysieke kenmerken van de plek (ondergrond, faciliteiten) Ondergrond van de Agorahof bestaat uit gebakken klinkers in combinatie met natuursteen. Diverse groenbakken, waarvan enkele verhoogd. Het groene geraamte wordt gevormd aan de zijde van het grand café door verhoogde bakken (zithoogte 0,40 m) en schermen het terras van het grand café af t.o.v. het plein. De overige groenstructuren liggen op maaiveldniveau rondom en kaderen het plein effectief in t.b.v. de markt/evenementen. De boom in de zuidoost hoek van het plein wordt een grote markante en herkenbare boom met een verhoogd zitelement.

Om het plein heen staan in de groenvakken zowel bestaande als nieuwe bomen. Het groen in de vakken is vaste beplanting door de seizoenen heen zodat zowel in de verschillende seizoenen het groen goed beleefbaar is en sfeer en karakter geeft aan het Agorahof. Er mogen geen bomen of bebouwing boven de riolering gesitueerd worden, momenteel vindt daarover afstemming plaats met het ontwerp voor de Agorahof. Daarnaast moet er ten alle tijden onderhoud gepleegd kunnen worden bij de rioolputten.

31

Aan te houden windbelasting Voor het bepalen van de hoogte van de windbelasting wordt verwezen naar de “COBc Richtlijn voor Constructieve Toetsingscriteria Evenementenvergunning”. Lelystad ligt in windgebied II. Voor de terreincategorie dient in principe van een onbebouwde omgeving te worden uitgegaan, tenzij wordt aangetoond dat er sprake is van een bebouwde omgeving. Ligging, grootte, capaciteit, indeling De Agorahof vormt de noordelijke poort naar het Stadshart. Op zaterdag wordt de weekmarkt op de Agorahof gehouden, mogelijkheden voor evenementen in het weekend zijn daarmee beperkt tot een aantal keren per jaar. De markt kan ten tijde van een evenement tijdelijk worden verplaatst naar de ABC-locatie (Agoraweg). Oppervlakte van het plein binnen de plantenbakken is ca 1500 m2. De aanlooproutes naar het Agorahof kunnen toegevoegde waarde hebben voor bepaalde typen evenementen, in de zin van opstellingen/voorzieningen. Tussen het Agora theater en het Leonardo Hotel loopt bijvoorbeeld een toegangsweg die eventueel gebruikt kan worden voor opstelling van sanitaire voorzieningen, aggregaten, enzovoorts. Het effectief ruimtegebruik voor de marktkramen in onderstaande verbeelding van de Agorahof is gelijk aan dat voor evenementen.

Figuur 2 Impressie Agorahof met marktkramen

32

Figuur 3 Oppervlaktekaart Agorahof Bezoekersaantallen De gemeente Lelystad staat bij evenementen een maximale publiekscapaciteit toe van 2.5 personen per m² van het netto ruimtebeslag. Voor het bepalen van het voor publiek beschikbare netto ruimtebeslag moet per evenement rekening gehouden worden met de ruimte die nodig is voor de inrichting van het evenement, de benodigde facilitaire voorzieningen en de vrij te houden incident- en calamiteitenvoorzieningen. Type omgeving Het plein ligt centraal in het stadshart en het kernwinkelgebied; het omliggende winkel- en terrasaanbod brengt een stedelijke levendigheid teweeg. Voor het Agorahof gelden de nadere regels horecaterrassen van de gemeente Lelystad. Als het plein wordt gebruikt voor evenementen kan het zijn dat, vanwege de voor het evenement benodigde ruimte, terraslocaties niet kunnen worden gebruikt door de horecaondernemer, tenzij dat in overleg met de organisator van het evenement wordt afgesproken. Ook de markt zal indien nodig ruimte moeten maken voor evenementen op de zaterdag, er is daarom met de marktmeester afgesproken enkele zaterdagen per jaar de markt op het ABC-terrein aan de Agoraweg te houden.

33

Veiligheid Het te respecteren openbare karakter van het plein maakt het in principe niet mogelijk de evenementen af te schermen. Er zijn voldoende vluchtwegen voor bezoekers. Toegankelijkheid (bereikbaarheid voor hulpdiensten) Bij calamiteiten bereiken de hulpdiensten de Agorahof via de aangrenzende winkelstraten. De op de afbeelding aangegeven routes dienen daarvoor vrijgehouden te worden.

Figuur 4 Routes hulpdiensten Geluidsnormen en tijden Op de omliggende woningen mag het invallend geluidsniveau, afkomstig van evenementen waar versterkt geluid een hoofdrol speelt (zoals muziekevenementen), niet meer bedragen dan Leq = 80 dB(A) en 95 dB(C), gemiddeld over 3 minuten. Bij een evenement waar muziek geen hoofdrol speelt (zoals jaarmarkt en dergelijke) is een geluidnorm van 90 dB(A) op 1 meter vanuit elke luidspreker van toepassing, gemeten over 1 minuut gemiddeld. Eindtijden evenement De eindtijd van evenementen op het Agorahof is vastgesteld op maximaal 01.00 uur. Op- en afbouwtijden Aan tijden van op- en afbouw zijn in principe geen nadere voorschriften gesteld. Toch kunnen ook deze activiteiten overlast veroorzaken. Per situatie zal daarom worden bekeken of deze tijden tot geluidsoverlast kunnen leiden. Zo nodig kunnen hier dan verdere eisen worden gesteld. Aantal evenementen Ter bescherming van het woon- en leefklimaat geldt er voor het Agorahof een maximum van 10 evenementen op jaarbasis. Verkeer Bereikbaarheid openbaar vervoer De Agorahof ligt op minder dan 5 minuten loopafstand van NS-busstation Lelystad. Het Stadshart van Lelystad is voetgangersgebied, de Agorahof is dus niet bereikbaar voor gemotoriseerde voertuigen.

Parkeren Bezoekers van de binnenstad kunnen gebruik maken van de reguliere parkeervoorzieningen in het centrum van Lelystad; de dichtst bij gelegen voorzieningen zijn de parkeergarages Agoradek en De Waag. Vanaf deze voorzieningen is de Agorahof in minder dan 5 minuten lopend te bereiken. Overige verkeersaspecten Toegang voor voertuigen is enkel toegestaan met een ontheffing, gezien het Stadshart van Lelystad voetgangersgebied is. Er moet rekening gehouden worden met de Venstertijden voetgangerszone Stadshart die zijn gericht op het onmiddellijk laden en lossen door motorvoertuigen met een maximale lengte van 15 meter

34

gedurende maandag tot en met vrijdag van 06.00 tot 11.00 uur en van 18.00 tot 22.00 uur, koopavonden uitgezonderd.

35

Locatieprofiel Stadhuisplein

Figuur 1 Ontwerp Stadhuisplein18 Profiel vanuit kracht van de plek Het in 2015 geheel vernieuwde Stadhuisplein wordt omgeven door groenbakken en bomen. Het is een gezellige ontmoetingsplaats waar zowel de entree van het stadhuis, winkels en horecaterrassen aan grenzen. De groene grens tussen winkelboulevard en openbare pleinfunctie geeft het een unieke sfeervolle uitstraling. Op het plein zijn bloembakken, banken en lantaarnpalen geplaatst. Centraal op het plein staat de 32 meter hoge met vulkanisch basaltsteen beklede ‘Zuil van Lely’ als klassiek element in een moderne stad.

18 BDP2014

36

Figuur 2 Voorzieningenkaart Stadhuisplein Beheersaspecten Fysieke kenmerken van de plek (ondergrond, faciliteiten) De ondergrond van het Stadhuisplein bestaat uit sierbestrating in betonklinkers. Tussen de bestrating mogen geen pinnen voor verankering aangebracht worden. Bij het gebruik van de locatie voor evenementen wordt met de serviceopzichter van de afdeling Beheer en Openbare ruimte een voor- en naschouw gehouden. Er is een stroomkast 3 x 50 Ampère aanwezig (2 kracht en 3 – 230V aansluitingen). Rondom en op het plein is straatverlichting aanwezig. Er is geen wateraansluiting en geen rioolvoorziening. Aan te houden windbelasting Voor het bepalen van de hoogte van de windbelasting wordt verwezen naar de “COBc Richtlijn voor Constructieve Toetsingscriteria Evenementenvergunning”. Lelystad ligt in windgebied II. Voor de terreincategorie dient in principe van een onbebouwde omgeving te worden uitgegaan, tenzij wordt aangetoond dat er sprake is van een bebouwde omgeving.

37

Figuur 3 Oppervlaktekaart Stadhuisplein Ligging, grootte, capaciteit, indeling Het plein ligt centraal in het stadshart van Lelystad. De totale oppervlakte van het plein van gevel tot gevel is ca 3700 m2. Het effectieve beschikbare ruimtebeslag en de mogelijkheden tot inrichting van evenementen zijn beperkt door de aanwezigheid van niet verplaatsbaar straatmeubilair. De bruto voor evenementen bruikbare oppervlakte van het centrale deel (binnenplein) is ca 1000m2. Voor de omliggende winkelboulevard is dit ca 800 m2.

Figuur 4 Foto Stadhuisplein19 19 Bdp, 2015

38

Bezoekersaantallen Gezien de bestaande inrichting van het plein en de mogelijkheden voor evenementen kan de norm van 2,5 persoon/m2 niet worden toegepast, het Stadhuisplein is geschikt voor activiteiten tot maximaal 1500 bezoekers. Type omgeving Het plein ligt centraal in het stadshart en kernwinkelgebied; het omliggende winkel en terrasaanbod brengt een stedelijke levendigheid teweeg. Voor het Stadhuisplein gelden de nadere regels horecaterrassen van de gemeente Lelystad. Als het plein wordt gebruikt voor evenementen kan het, vanwege de voor het evenement benodigde ruimte, zijn dat terraslocaties niet kunnen worden gebruikt door de horecaondernemer, tenzij dat in overleg met de organisator van het evenement wordt afgesproken. Standplaatsen Er is dagelijks een standplaatsvergunning van kracht op het Stadhuisplein. Veiligheid Het te respecteren openbare karakter van het plein maakt het niet mogelijk de evenementen af te schermen. Er zijn voldoende vluchtwegen voor bezoekers. Toegankelijkheid (bereikbaarheid voor hulpdiensten) Bij calamiteiten bereiken de hulpdiensten het Stadhuisplein via de aangrenzende winkelstraten. De op de afbeelding aangegeven routes dienen daarvoor vrijgehouden te worden. In verband met de bereikbaarheid van het stadhuis moet ook het plein zelf toegankelijk blijven voor de hulpdiensten.

Figuur 5 Routes hulpdiensten Geluidsnormen en tijden Op de omliggende woningen mag het invallend geluidsniveau, afkomstig van evenementen waar versterkt geluid een hoofdrol speelt (zoals muziekevenementen), niet meer bedragen dan Leq = 80 dB(A) en 95 dB(C), gemiddeld over 3 minuten. Bij een evenement waar muziek geen hoofdrol speelt (zoals een jaarmarkt en dergelijke) is een geluidsnorm van 90 dB(A) op 1 meter vanuit elke luidspreker van toepassing, gemeten over 1 minuut gemiddeld. Eindtijden evenement De eindtijd van evenementen op het Stadhuisplein is vastgesteld op maximaal 01.00 uur. Op- en afbouwtijden Aan tijden van op- en afbouw zijn in principe geen nadere voorschriften gesteld. Toch kunnen ook deze activiteiten overlast veroorzaken. Per situatie zal daarom worden bekeken of deze tijden tot geluidsoverlast kunnen leiden. Zo nodig kunnen hier dan verdere eisen worden gesteld.

39

Verkeer Bereikbaarheid openbaar vervoer Het Stadhuisplein ligt op minder dan 5 minuten loopafstand van Station Lelystad. Het stadshart van Lelystad is voetgangersgebied, het Stadhuisplein is dus niet bereikbaar voor voertuigen. Parkeren Bezoekers van de binnenstad kunnen gebruik maken van de reguliere parkeervoorzieningen in het centrum van Lelystad; de dichtst bij gelegen voorzieningen zijn de parkeergarages Neringweg, De Waag, Agoradek en Zilverpark. Vanaf deze voorzieningen is het Stadhuisplein in minder dan 5 minuten lopend te bereiken. Overige verkeersaspecten Toegang voor voertuigen is enkel toegestaan met een ontheffing, gezien het stadshart van Lelystad voetgangersgebied is. Er moet rekening gehouden worden met de ‘Venstertijden voetgangerszone Stadshart’ die zijn gericht op het onmiddellijk laden en lossen door motorvoertuigen met een maximale lengte van 15 meter gedurende maandag tot en met vrijdag van 06.00 tot 11.00 uur en van 18.00 tot 22.00 uur, koopavonden uitgezonderd. De centrale opgang naar het stadhuis dient bereikbaar te blijven voor bruidsauto’s.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Lelystad&id=669b506d-ed64-4fee-ae73-56277628ca39