BL Eindrapportage cultuureducatie Lelystad D&P
Tekst van het document
Rapportage Doelmatigheid Kunst- en cultuureducatie Gemeente Lelystad
Datum 12 mei 2022
Referentie 2156 RT
In opdracht van Gemeente Lelystad
Inhoudsopgave 1
Inleiding
2
2
Trends en ontwikkelingen Cultuureducatie
3
3
Het culturele landschap van Lelystad
8
3.1 3.2 3.3
8 12 17
4
5
Cultuur in Lelystad Stichting de Kubus Kunst- en cultuureducatie in Lelystad
Analyse
23
4.1 4.2 4.3 4.4
23 24 25 27
Financieel resultaat en balanspositie Verdieping: Inkomsten Verdieping: personeelskosten Verdieping: Benchmark
Doelmatigheid Kunst- en Cultuureducatie in Lelystad
29
5.1 5.2 5.3
29 31 32
De belangrijkste bevindingen op een rij Eindconclusie Beantwoording onderzoeksvraag
Bijlage 1
Benchmark regio Flevoland
Bijlage 2
Benchmark Next-level gemeenten
Bijlage 3
Overzicht Winst en Verlies Stichting de Kubus
Bijlage 4
Balansoverzicht Stichting de Kubus
Bijlage 5
Deelnameoverzicht Cursussen
1
1
Inleiding
Door middel van cultuureducatie maakt een brede groep inwoners van Lelystad (en in het bijzonder kinderen en jongeren) kennis met kunst, cultuur en erfgoed. Dankzij cultuureducatie in het onderwijs komen kinderen en jongeren, ongeacht hun sociaaleconomische of etnische achtergrond, in aanraking met een breed spectrum van kunst en cultuuruitingen en -erfgoed. Met het Koersdocument 2040 (Gemeente Lelystad, 2020) heeft de gemeente de ambitie vastgelegd dat Lelystad groeit naar 100.000 inwoners. Wanneer de stad groeit, zal het culturele leven in de breedte mee (moeten) groeien. Uit analyses die in samenwerking met het Rijk en de Provincie zijn gedaan is duidelijk geworden dat het culturele voorzieningenniveau nog niet het niveau heeft van vergelijkbare gemeenten en verhoudingsgewijs dun is voor een gemeente die wil doorgroeien naar minimaal 100.000 inwoners. Met het oog op totstandkoming van de Cultuurvisie 2022 is besloten om een Art. 213a onderzoek uit te laten voeren naar de wijze waarop het beleid op het gebied van cultuureducatie in Lelystad is georganiseerd en wordt uitgevoerd. In de opmaat naar een herijking van het cultuurbeleid is na vaststelling van de Startnota een Keuzenota in voorbereiding. Onderdeel van het cultuurbeleid is cultuureducatie.
Als input voor het op te stellen cultuurbeleid wordt onderzoek gedaan om antwoord te krijgen op de volgende vraag: Op welke manier kunnen zo veel mogelijk inwoners op een effectieve en efficiënte wijze gebruik maken van cultuureducatie, met daarbij onderscheid te maken naar: jeugd (kinderen en jongeren) en volwassenen? Deelvragen die daarbij door de gemeente Lelystad zijn aangedragen, zijn: • Hoe kan vanuit het gemeentelijk beleid de cultuureducatie in het onderwijs doelmatig worden gestimuleerd en ondersteund en welke onderdelen van cultuureducatie zouden juist buiten het onderwijs moeten worden vormgegeven? • En welke structuur is daarbij passend voor Lelystad? Voor de uitwerking hiervan heeft de gemeente Drijver en Partners gevraagd. De resultaten van het onderzoek en de aanbevelingen daaruit worden in deze rapportage verwoord om zo te kunnen dienen als input voor de doorontwikkeling van het gemeentelijk cultuurbeleid. In het onderzoek is gefocust op de werkzaamheden en inzet van de relevante organisatieonderdelen van Centrum voor Kunst en Cultuur Stichting de Kubus (hierna “Stichting de Kubus” of “de stichting”). Poppodium Corneel maakt tevens deel uit van de stichting, maar is in dit onderzoek niet relevant en dus buiten beschouwing gelaten. In de rapportage worden de volgende definities voor doelmatigheid en doeltreffendheid gehanteerd.
• Doelmatigheid/efficiëntie: De mate waarin de gewenste prestaties en beoogde maatschappelijke effecten worden gerealiseerd met een zo beperkt mogelijke inzet van middelen, of met de beschikbare middelen zo veel mogelijk resultaat wordt bereikt. • Doeltreffendheid/effectiviteit: De mate waarin de gewenste prestaties en beoogde maatschappelijke effecten van het beleid daadwerkelijk worden behaald. De rapportage start met een hoofdstuk achtergrondinformatie met de laatste trends en ontwikkelingen in kunst- en cultuureducatie. Vervolgens wordt ingegaan op de vormen, organisatie en governance van kunst- en cultuureducatie in Lelystad. Een verdere analyse en verdieping van Stichting de Kubus vindt plaats in hoofdstuk 4. Het afsluitende hoofdstuk 5 start met een samenvattende opsomming van de belangrijkste bevindingen uit het onderzoek en eindigt met de beantwoording van de centrale onderzoeksvraag.
2
2
Trends en ontwikkelingen Cultuureducatie
Traditionele centra voor de kunsten, zoals de Kubus in Lelystad, zijn onderhevig aan verschillende trends en ontwikkelingen. In dit hoofdstuk volgt een beschrijving van de laatste trends en ontwikkelingen op het gebied van kunst- en cultuureducatie. De omgeving De lokale omgeving van kunsteducatie organisaties is uniek en divers, waarbij vele factoren van invloed zijn op het wel en wee van organisaties en individuele werkenden in deze sector. Grofweg kan een onderscheid gemaakt worden tussen de publieke omgeving (de gemeenten) en de private omgeving (de commerciële klanten). Opvallend is dat de gemeenten veel wispelturiger zijn dan de commerciële klanten. Inkomsten van de gemeenten fluctueren significant meer dan de veel stabielere inkomsten van de klanten. Deze subsidieonzekerheid is afhankelijk van verschillende kenmerken van de gemeente waar de kunsteducatie organisatie actief is. Denk daarbij aan de financiële positie van de gemeente en de kleur van de lokale politiek, de samenstelling van de bevolking (bijv. leeftijd en inkomen) en lokale cultuur en tradities (bijvoorbeeld, blaaskapellen in Brabant, brassbands in wijken waar meer mensen met een Antilliaanse achtergrond woonachtig zijn). Binnen deze veranderende lokale context stellen gemeenten prioriteiten aan: • het belang van kunsteducatie (hoogte van het subsidiebedrag; dit varieert van 15% tot 90%).
• welke kunsteducatie activiteiten worden gesubsidieerd (bijvoorbeeld, binnenschoolse activiteiten, buitenschoolse activiteiten en/of volwassenonderwijs). • de vorm van de subsidie (instelling, activiteiten, deelnemers, infrastructuur). Hoewel elke lokale context anders is zijn er toch enkele algemene trends waarneembaar waar vrijwel alle kunsteducatie organisaties mee worden geconfronteerd: • Toename van het takenpakket van gemeenten en bezuinigingen zetten de hoogte van de subsidie onder druk (subsidie aan KE is een sluitpost). • Prioriteiten vanuit de landelijke overheid veranderen de activiteiten die gefinancierd worden (bijvoorbeeld meer activiteiten in het onderwijs). • Gemeenten kiezen andere oplossingen (bijvoorbeeld subsidies worden losgekoppeld van de instelling). • Gemeenten willen dat KE organisaties: • meer marktgerichter werken. • meer eigen inkomsten genereren. • de activiteiten beter aansluiten bij het veranderende takenpakket van de gemeenten (de KPI’s veranderen). • In de private markt gaat de afname van traditionele producten en diensten gepaard met een toename van trendgevoelige producten en diensten; de commerciële markt wordt trendgevoeliger/meer kort cyclisch. • Er zijn belangrijke veranderingen in de wet- en regelgeving zoals de Wet werk en zekerheid en de vervanging van de VAR door de wet DBA.
Organisaties Van origine zijn kunsteducatie organisaties voornamelijk semipublieke culturele instellingen. Deze organisaties ontvangen steeds minder subsidie, dus een transitie van organisaties is noodzakelijk. We zien daarbij grofweg twee verschillende routes die deze instellingen volgen: • de transitie van instelling naar onderneming. • het samengaan met andere culturele instellingen.
3
In de transitie van instelling naar onderneming zien we ook weer twee afzonderlijke paden. Op de eerste plaats kan het werven van eigen inkomsten centraal worden gesteld, waarbij er een transformatie plaats dient te vinden naar een innovatieve en ondernemende organisatie. Op de tweede plaats kan het flexibiliseren van de kosten van arbeid centraal worden gesteld. Dan vindt er een transformatie plaats naar een flexibele organisatie met veel tijdelijke en flexibele arbeidscontracten en -opdrachten. Bij het samengaan van culturele instellingen (bijv. kunsteducatie, theater, bibliotheek en filmhuis) is het vooruitzicht dat de bezuinigingen opgevangen kunnen worden door de potentiële synergie- (cross selling) en efficiëntie (reduceren overhead) voordelen die bij een fusie in het verschiet liggen. Tevens wordt de gefuseerde instelling een grotere partij aan de onderhandelingstafel en is het mogelijk dat de gemeente deze als too-big-to-fail gaat beschouwen. Samenvattend laten de analyses zien dat er op dit moment drie archetypen van organisaties zijn in de kunsteducatie: • Traditionele instellingen (al dan niet gefuseerd). • Innovatieve ondernemers (enigszins flexibel, maar vooral ondernemend). • Flexibele ondernemers (netwerkorganisaties, coöperaties, veel zzp’ers).
De gekozen route is voornamelijk afhankelijk van het beleid van de gemeente en het beleid van de individuele culturele instellingen, en hun welwillendheid om de verschillende functies samen te voegen. Bij de traditionele instellingen is de gemeente doorgaans meer coulant wat leidt tot relatief minder bezuinigingen. De noodzaak tot een transitie naar ondernemerschap ontbreekt dan wel eens. Het spreekt vanzelf dat de ondernemers, in vergelijking met de traditionele instellingen, vaak meer commerciëler producten en dienstenpakket aanbieden. Er wordt bij de ondernemers veel minder naar de maatschappelijke waarde gekeken. De traditionele instellingen ervaren de tegenstrijdigheid tussen de snel veranderende en fluctuerende omgeving enerzijds en het beperkte verandervermogen anderzijds. Veel traditionele instellingen missen de flexibiliteit (in arbeid en strategie) om in te kunnen spelen op de veranderende omgeving. Bovendien hebben deze organisaties veelal geen of weinig financiële buffers. Dit maakt een eventuele transitie van instelling naar onderneming nog moeilijker omdat afscheid genomen moet worden van mensen, wat een kostbare aangelegenheid is. Tegelijkertijd moeten er vaak ook nieuwe mensen worden aangenomen, met een ander profiel wat beter bij de nieuwe organisatie past.
Hoewel innovatieve en flexibele ondernemers beter kunnen inspelen op de veranderende omgeving heeft ook hier die veranderende omgeving grote consequenties voor de werkenden. Uiteindelijk worden de grotere schommelingen in inkomensstromen in alle drie de typen organisaties afgewenteld op de werkenden. Dit resulteert in een afname in werkzekerheid door ontslag, door vermindering van het aantal gewerkte uren en een lager uurtarief. In de traditionele instelling leiden de verminderende inkomsten in de regel tot ontslagen en een chronisch gebrek aan groeimogelijkheden en sterke vergrijzing. Naarmate de instelling meer wordt geconfronteerd met de schommelingen en niet beschikt over de noodzakelijke buffers is de kans op ontslag groter. In verschillende gevallen leidt dit tot een faillissement van de instelling waarbij alle werkenden hun baan verliezen. Bij de innovatieve en flexibele ondernemingen heeft de afwenteling van de risico’s een iets ander karakter. Hier zien we meer dat urencontracten worden aangepast en contracten met zzp’ers niet worden verlengd. Maar in alle drie de gevallen zien we dat het de werkenden zijn die een significant deel van de onzekerheid opvangen. Het verschil tussen instellingen en ondernemingen zien we ook in de competenties van kunsteducatieorganisaties.
Een kunsteducatie organisatie moet in toenemende mate over twee soorten competenties beschikken: • werken voor private markt (het cursorisch aanbod aan inwoners). • werken voor de publieke markt (uitvoering brede buurt projecten en inzet van cultuur coaches in opdracht van de gemeente).
4
Dit vergt ook twee soorten van ondernemerschap: (1) privaat ondernemerschap; en (2) publiek ondernemerschap. Wil een kunsteducatie organisatie succesvol zijn op de publieke markt (gemeenten) en de private markt (commerciële klanten) dienen deze beide vormen van ondernemerschap te worden ontwikkeld: • Publiek ondernemerschap (gericht op kansen bij de gemeenten): denken in beleidskaders, maatschappelijke waarde, controle houden, risico’s vermijden en lobbyen. • Privaat ondernemerschap (gericht op kansen bij het publiek): kennen van je klant, onderkennen van publiekstrends, risico’s nemen en netwerken. Uit het onderzoek blijkt dat het lastig is voor organisaties om beide competenties goed te beheersen. Het zijn verschillende zaken en vrijwel nooit in één persoon verenigd. Kunsteducatie De Boekmanstichting is hét onafhankelijke kenniscentrum voor kunst, cultuur en beleid in Nederland. De stichting verzamelt, analyseert en verspreidt informatie en kennis, en draagt op deze wijze bij aan de informatiebasis voor cultuurbeleid. De Boekmanstichting signaleert de volgende ontwikkelingen: In 2017 waren er 130 instellingen voor kunsteducatie aangesloten bij branchevereniging Cultuurconnectie. In eerdere jaren vond er echter een sterke daling plaats in het aantal centra voor de kunsten: tussen 2007 en 2015 nam het aantal bij Cultuurconnectie aangesloten instellingen af van 245 naar 130.
Een daling van 47%. Dit vloeit voort uit met name bezuinigingsoverwegingen. De instellingen hielden op te bestaan, kunsteducatie werd aan de markt overgelaten, of anderen fuseerden in multifunctionele instellingen. Naast de bij Cultuurconnectie aangesloten centra voor de kunsten zijn er vele andere plekken in Nederland waar kunsteducatie genoten kan worden. Volgens een pilotonderzoek van het CBS en Cultuurconnectie waren er in 2015 circa 6.610 bedrijven actief die kunst- en cultuureducatie aanboden, waarvan 91 procent bestond uit eenmanszaken. Muziek was met afstand de discipline die het vaakst werd aangeboden, gevolgd door dans en beeldende kunst (CBS 2016). De instellingen voor kunsteducatie die zijn aangesloten bij branchevereniging Cultuurconnectie bereikten in 2017 296.557 leerlingen. In 2007 namen nog 475.300 leerlingen deel aan de cursusprogramma’s. Een daling van 40%. De daling hangt in hoge mate samen met het eveneens afgenomen aantal centra voor de kunsten dat bij Cultuurconnectie is aangesloten. Uit onderzoek van ‘Langlopende Internetstudie voor Sociale Wetenschappen’ (LISS panel) blijkt dat de interesse en beoefening van muziek- beeldende kunst de afgelopen 10 jaar is afgenomen.
De gegevens komen van een panel dat bestaat uit 5.000 huishoudens en 8.000 personen van 16 jaar en ouder, en is gebaseerd op een steekproef van huishoudens, getrokken door het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Muziek 10 procent van de Nederlandse bevolking besteedde in 2017 (regelmatig) tijd aan het bespelen van een muziekinstrument. Daarmee neemt het aandeel bespelers van muziekinstrumenten weer iets toe nadat het tussen 2008 en 2015 daalde van 11,5 naar 9,3 procent. Beeldende kunst In 2008 gaf 21,2 procent van de ondervraagden in het LISS-panel aan hier regelmatig tijd aan te besteden, terwijl dit in 2017 voor 15,3 procent van de deelnemers aan het panel gold. Wel blijven beeldende kunstactiviteiten daarmee de soort culturele activiteiten die het vaakst beoefend worden. De daling is het aandeel beoefenaars onder de bevolking is ook zichtbaar bij andere culturele tijdsbestedingen zoals zingen of toneelspelen. Een mogelijke reden zou kunnen zijn dat we gemiddeld meer tijd aan (digitale en sociale) media zijn gaan besteden.
5
Trends op de markt voor kunsteducatie • Leerlingen willen zich niet meer voor een lange periode binden of hebben niet meer de tijd of het doorzettingsvermogen om goed te willen worden in een bepaalde kunstdiscipline. Veel aanbieders hebben het dan over ‘consumerende’ klanten die ‘hoppen’, ‘shoppen’, ‘fladderen’ of ‘snuffelen’. • Kinderen blijven verreweg de belangrijkste klanten, maar sommige docenten zien ook bij volwassenen en ouderen steeds meer vraag ontstaan naar (kortlopende) lessen en workshops. • Digitalisering brengt nieuwe kunstdisciplines, andere vormen van leren en nieuwe manieren van public relations met zich mee. Flexibilisering Het traditionele model van het Centrum voor de Kunsten met personeel in vast dienstverband en jaarprogramma’s lijkt niet te passen bij de behoefte aan ‘flexibilisering’. Veel kunstencentra hadden al langere tijd te maken met dalende leerlingenaantallen. De vraag van de klant is ‘wispelturig’ en het snelle verloop van kunstdisciplines en kunstvormen vergt volgens bestuurders van kunstencentra een organisatievorm die in staat is zich snel aan te passen. Centra voor de Kunsten geven aan dat ze meer ondernemend, flexibel en marktgericht moeten zijn willen ze succesvol zijn in de nabije toekomst. Kunstdocenten die voorheen in loondienst waren voegen zich bij de grote groep zzp’ers op de markt voor kunsteducatie.
WMO-gelden voor cultuur De kunstencentra zien ook mogelijkheden om in de toekomst cultuur te subsidiëren uit budgetten voor welzijn, zorg, onderwijs, economie en recreatie. Juist voor deze domeinen hebben gesubsidieerde kunstencentra – bijvoorbeeld ten opzichte van commerciële aanbieders – een belangrijke meerwaarde: zij zijn als een van de weinigen in de sector in staat culturele projecten op te zetten voor deze ‘maatschappelijke markt’. Cultuuronderwijs in het primair onderwijs De Inspectie van het Onderwijs houdt toezicht op de kwaliteit van het onderwijs in Nederland en publiceert daar jaarlijks over. De Inspectie laat periodiek onderzoek doen naar de kennis en vaardigheden van leerlingen en naar het aanbod van scholen in bepaalde kennisgebieden. Alleen bij het primair onderwijs komt dan in geringe mate cultuureducatie ter sprake. Bij het aanbod aan cultuuronderwijs ging het om zaken als aantallen vakleerkrachten en manieren waarop scholen aan dat onderwijs vorm geven. De Inspectie constateert dat het met de kennis en vaardigheden van leerlingen twintig jaar geleden op onderdelen beter gesteld was en dat niet de school, maar de culturele activiteiten van leerlingen in de vrije tijd een positieve bijdrage leveren aan hun kennis en waardering van erfgoed en kunst.
De Monitor Cultuureducatie primair onderwijs 2017-2018 1 beschrijft ontwikkelingen op het vlak van cultuureducatie in het basisonderwijs en speciaal onderwijs. De onderwerpen die hierbij aan bod komen zijn onder meer de plek van cultuur in het lesprogramma, de samenwerking met aanbieders en andere instellingen in de culturele omgeving en de deskundigheid van groepsleerkrachten en vakleerkrachten. Ook is er aandacht voor de opbrengsten van het programma Cultuureducatie met Kwaliteit (CmK) , waar scholen sinds 2013 een beroep op kunnen doen en waar CultuurPlus in Flevoland de derde uitwerking van is. De meting is gebaseerd op een vragenlijst die is ingevuld door directeuren en interne cultuurcoördinatoren.
1 Nooij, J., C. de Graauw, M. van Essen en A. van den Broek (2018). Monitor Cultuureducatie primair onderwijs
2017-2018. Geraadpleegd via www.rijksoverheid.nl/documenten/rapporten/2018/07/02/monitor-cultuureducatieprimair-onderwijs-2017-2018.
6
Volgens scholen is kinderen in aanraking brengen met kunst en cultuur het belangrijkste doel van cultuuronderwijs voor de leerlingen. De meeste scholen besteden aandacht aan cultuuronderwijs en op verreweg de meeste is ook een interne cultuurcoördinator actief. Veel scholen proberen samenhang aan te brengen tussen activiteiten binnen het cultuuronderwijs en andere onderdelen van het curriculum, vooral met de zaakvakken (aardrijkskunde, geschiedenis en biologie). Scholen die nu en/of eerder gebruikmaakten van de regeling Cultuureducatie met Kwaliteit rapporteren vaker dat ze werken met een doorlopende leerlijn bij kunstvakken. Ongeveer de helft van de basisscholen doet aan deze regeling mee.
Cultuuronderwijs in het primair onderwijs 2014 - 2018 2014 Uren cultuuronderwijs per week: groep 2 9,1 Uren cultuuronderwijs per week: groep 4 5,4 Uren cultuuronderwijs per week: groep 7 5,2 Doorlopende leerlijn cultuuronderwijs (%) Vastgelegde visie cultuuronderwijs (%) 57 Zonder visie en/of budget cultuuronderwijs (%) Scholen met interne cultuurcoördinator (%) 85
2016
2018
20 63 85
50 88
Uit: Monitor Cultuureducatie primair onderwijs 2017-2018 Uit de monitors blijkt weinig over wat er concreet in de klassen of daarbuiten gebeurt, maar ligt de nadruk op de organisatie van het cultuuronderwijs: de taakverdeling binnen de school, het gebruik van lesmethodes, de bekostiging, het aandeel van de verschillende kunstdisciplines en de samenwerkingspartners. In de monitor over het schooljaar 2013-2014 is voor het laatst in beeld gebracht hoeveel tijd er wordt besteed aan cultuuronderwijs. De culturele partners waar het meest mee wordt samengewerkt zijn de bibliotheek, het centrum voor de kunsten en individuele professionele kunstenaars. Met professionele culturele instellingen als musea, schouwburgen en gezelschappen wordt aanzienlijk minder samengewerkt, evenals met amateurverenigingen of instellingen die gerund worden door vrijwilligers.
7
3
Het culturele landschap van Lelystad
3.1
Cultuur in Lelystad
Beleidskader en doelstellingen De gemeente Lelystad geeft in haar Beleidsvisie voor het Cultuurbeleid 2017 – 2020 beschreven in cultureel perspectief een bescheiden speler te zijn. In vergelijking met andere provinciale hoofdsteden is aanbod van cultuur in het algemeen, en participatie specifiek lager dan in andere hoofdsteden. Onder andere vanwege het ontbreken van culturele instellingen uit de basisinfrastructuur of een kunstvakopleiding in de nabijheid, is er geen omvangrijk professioneel productieklimaat. Uit de Culturele Basisinfrastructuur 2021-2024, uitgegeven door de Raad voor Cultuur, blijkt bovendien dat het zwaartepunt van de culturele instellingen in de gemeente Flevoland zich in Almere manifesteert of gaat manifesteren. Dit betreft een instelling voor jeugd- en familietheater (Bontehond) en een in ontwikkeling zijnde Kunstmuseum Flevoland. De meeste instellingen behorende tot de Culturele Basisinfrastructuur zijn gesitueerd in de Randstad, in provinciale hoofdsteden en/of universiteitssteden.
Figuur 2.1 Verdeling Culturele Basisinfrastructuur Nederland. Uit: Raad voor Cultuur, 2021.
Het gemeentelijk cultuurbeleid is in de afgelopen beleidsperiode in grote lijnen gecontinueerd. De inzet bleef gericht op het stimuleren van een brede maatschappelijke participatie, persoonlijke groei en de ontwikkeling van een aantrekkelijke stad. Culturele initiatieven van inwoners, organisaties en creatieve ondernemers die aantoonbaar bijdragen aan de verdere ontwikkeling van het culturele klimaat zijn waar mogelijk ondersteund. Daarnaast wilde Lelystad zorgdragen voor een stedelijk voorzieningenniveau dat duurzaam bijdraagt aan de ontwikkeling van een aantrekkelijke woon-, werk- en recreatiestad.
8
Het lopende beleid 2017 – 2020 e.v. gaat uit van het continueren van het inhoudelijke beleid op basis van het thans geldende financiële kader. Het gemeentelijk beleid is inhoudelijk gericht op de aanwezigheid van een breed cultureel voorzieningenniveau dat past bij een gemeente met ongeveer 80.000 inwoners en op een lokale cultuurparticipatie dat vergelijkbaar is met het landelijk niveau. Dit betekent dat, op indexering van de subsidiebudgetten na, er geen aanvullende financiële ruimte is en wordt vrijgemaakt voor uitbreiding van de culturele infrastructuur of structurele intensivering van de subsidiebudgetten. Met het oog op de financiële positie van de culturele instellingen, betekent dit dat mogelijk keuzes gemaakt moeten worden of inmiddels zijn gemaakt met betrekking tot de output van gesubsidieerde instellingen en organisaties. Dit kan consequenties hebben voor het bereik, de cultuurparticipatie en de maatschappelijke betekenis van het culturele klimaat voor de ontwikkeling van de stad. Volgens de gemeente Lelystad draagt kleinschalig continu beschikbaar aanbod dat is gericht op de plaatselijke bevolking bij aan de woonattractie van steden. Culturele initiatieven die aantoonbaar bijdragen aan de verdere ontwikkeling van het culturele klimaat worden waar mogelijk door de gemeente ondersteund.
Omdat de financiële ruimte van de gemeente echter beperkt is, kan dit in bepaalde gevallen tot een heroverweging leiden bij het verstrekken van subsidies voor culturele activiteiten (bijvoorbeeld nieuw voor oud). Samenwerking op het gebied van cultuur - zowel op stedelijk (denk aan Cultuur voor Lelystad) als op regionaal niveau (bijvoorbeeld binnen de Metropoolregio Amsterdam) – draagt volgens de gemeente bij aan een goede afstemming van het culturele aanbod en stimuleert het culturele klimaat en de profilering van de stad. Coalities tussen maatschappelijke en culturele organisaties, bijvoorbeeld bij de uitvoering van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo), bevorderen volgens de gemeente de sociale inclusie en zelfredzaamheid van inwoners. Voor de dagbesteding kunnen bijvoorbeeld culturele instellingen mogelijk interessant aanbod ontwikkelen. De specifieke maatschappelijk betekenis van cultuur is – buiten bereik - niet direct te vertalen in concrete indicatoren, maar kan wel bijdragen aan een verdere ontwikkeling van de cultuurparticipatie. Stichting de Kubus Centrum Kunst en Cultuur Stichting de Kubus ontvangt op basis van een afsprakenkader over de gesubsidieerde activiteiten t.b.v.
cultuureducatie jaarlijks een subsidie voor het lokale loket ten behoeve van de ondersteuning van cultuureducatie in het onderwijs, een breed buitenschools cursusaanbod en de activiteiten op het terrein van amateurkunst. In 2021 bedroeg deze subsidie € 1.442.693,00. Bij Kubus kunnen inwoners van Lelystad cursussen, lessen en workshops volgen voor muziek, dans, beeldende kunst en theater. Deze lessen worden door professionele en gekwalificeerde docenten verzorgd. Tevens organiseert Kubus jaarlijks diverse culturele presentaties en manifestaties op het gebied van amateurkunst. In Lelystad wordt het lokale loket voor cultuureducatie ten behoeve van het onderwijs verzorgd door Kubus (onderdeel van stichting de Kubus). Kubus ondersteunt jaarlijks scholen in het primair en voortgezet onderwijs (en deels) MBO. Kubus tracht waar mogelijk een inhoudelijke verbinding aan te brengen tussen de binnenschoolse cultuureducatie en het buitenschoolse aanbod van cultuureducatie en amateurkunst dat door Kubus wordt verzorgd. Kort samengevat gelden voor Stichting de Kubus de volgende definities: • Stichting de Kubus: de “holding” stichting waaronder diverse organisatieonderdelen bestuurlijk zijn ondergebracht. • Kubus: de onderdelen Kunst in Uitvoering (“de muziekschool” en overig cursusaanbod) en School en Samenleving (het binnenschools kunst-en cultuureducatieaanbod).
• De Kubus: het gebouw waarin o.a. de Stichting en Kubus haar onderdak vinden. In paragraaf 3.2 volgt een uitgebreide beschrijving van de werkzaamheden van- en afspraken met Stichting de Kubus.
9
Partners en stakeholders Naast het aanbod van Stichting de Kubus dat in de volgende paragrafen en hoofdstukken uitvoerig zal worden geanalyseerd, bestaat het culturele landschap in Lelystad uit diverse overige aanbieders, organisaties en initiatieven. Een deel van deze aanbieders werkt nauw samen, of is direct gelieerd aan de Stichting. Onderstaand volgt een overzicht met korte beschrijving van de stakeholders en partners in het culturele landschap van Lelystad. Dans Bellydance Lelystad Reflex Ballet- en Dansstudio
Balans & Dans Energetic Crew Stichting Dansstudio WB Biodanza Bollywooddansschool Simshi
Buikdanscursussen , georganiseerd via De Kubus Kleuterballet, klassiek ballet, jazzdance, moderne dans, tapdance en hiphop, deelt pand met Theater Posa Hiphop en urban streetdance, sportschool Metamorfose Salsa, dansstudio WB Internationale volksdansen, MFA Atol Streetdance, klassiek ballet, hiphop, eigen studio, maar werkt samen met Kubus Ontspanning ,theater Posa. Organiseert ook binnenschoolse activiteiten i.s.m. De Kubus Peuterdans, ballet, yoga. Heeft een eigen studio Hiphop, modern , eigen studio, maar werkt samen met Kubus Stijldansen en hiphop, eigen dansstudio Ontspanning, basisschool De Fontein Bollywood dans, Sportschool Gym inn
Beeldend Het Holland Maakhuis Lelystadse Fotoclub Kunsthuis Calliope De LAK, Atelier de Veste Klei dat zijn wij Art Anat Groag Atelier Maerlant Atelier De Groene Weide Artstudio Gerda Jonker Art Partout
Cursussen en workshops moderne beeldende kunst Fotografie Kunstenaarsatelier Vereniging amateurkunstenaars beeldende kunst Film en beeldend, werkt samen met De Kubus particuliere cursussen tekenen en schilderen Diverse cursussen beeldend (beeldhouwen, schilderen, zeefdrukken) Cursussen keramiek en schilderen Schilderworkshops Schilder en tekenlessen
Urban Dance Class Rojas Latin Dance Experience Folkloristische Dansvereniging Manavu DD Dance Studio Dans4fun
Muziek Kamerkoor Lelystad Pio Vocaal Het Ankerkoor The New Land Singers Muziekwinkel Lelystad Popkoor Jeans with BeaT Gospelkoren Sign4U en Impact Smartlappenkoor De Waterlanders Bigband Q-buskers Popkoor Expression Oratoriumkoor Stella Maris Shantykoor “Kapers Koor Lelystad”
Geen les, wel professionele begeleiding Diverse activiteiten koorzang Geen zangles A capella koor, geen muzieklessen Verhuur van oefenruimtes en saxofoon-, gitaar- en pianoles Popkoor met professionele begeleiding Professionele begeleiding onderdeel van De Kubus Professionele begeleiding Professionele begeleiding Koormuziek
10
Houtribkoor Harmonieorkest Lelystad Flevolands Jeugd Symfonie Orkest Kuijpers Music Veldkamp en Vermeulen Pianoles in de Polder/ABEBA Music Fairsky Dimitrios Kosmidis Pianoles Ar Ritmeester Gert Heijnis Vioolpraktijk Pianoles van Tatiana Ruud Achterberg, pianoles Edwin Zandhuis, Eddrumz
Onderdeel van watersportvereniging Leden krijgen korting op les bij De Kubus, repeteren in De Kubus Biedt geen les aan Zang-, piano-, keyboard- of hammondles: werkt samen met Kubus privéles halfuur per week: € 60 p.m. ex BTW. Blokfluit, dwarsfluit, gitaar, keyboard, piano, solfège en zangles € 18 per les ex BTW 5 lessen € 112.50 ex BTW gitaar- en zangles Drumlessen, werkt samen met Kubus € 17 per half uur € 32,- per drie kwartier Drumlessen
Stichting Cultuur voor Lelystad In het kader van de toenmalige taakstelling op de gemeentelijke cultuursubsidies, zijn de Lelystadse cultuurorganisaties in KUBA-verband (Kubus, Underground (thans Corneel), Bibliotheek, Agora) gaan samenwerken, en vanaf 2012 een gemeenschappelijk traject aangegaan. Onderdeel van dit traject zijn o.a. gezamenlijke inspanningen om middels een op te richten stichting Cultuur voor Lelystad aanvullende fondsen te werven voor de culturele infrastructuur van de stad. Het bestuur van Stichting Cultuur voor Lelystad waarbinnen de diverse instellingen zijn verenigd is na werksessies een traject gestart om het bestuur uit te breiden zodat het, in eigen bewoording, representatief zal zijn voor het gehele netwerk van culturele partners in Lelystad. Vervolgens wordt een adviesraad ingesteld om het gevormde bestuur te voeden met ideeën en andere input voor een meer culturele stad. Daarmee wil de Stichting Cultuur voor Lelystad zich inzetten voor: • de bevordering van het culturele klimaat binnen de gemeente Lelystad; • de bevordering van de cultuurparticipatie in Lelystad; • het bevorderen van de aansluiting tussen cultuur in Lelystad en particulieren en bedrijven en het verrichten van alles wat hiermee verband houdt of daartoe bevorderlijk kan zijn; • bondgenootschappen die leiden tot een breder en een meer divers cultureel programma met een groter bereik.
Uit de leden van het bestuur en de adviesraad zullen de leden van het zogenaamde ‘Cultuurloket’ worden gevormd die aan de slag gaan met een vernieuwde stadsbrede programmering. Het accent ligt hierbij op: • de cultuuruitingen die in Lelystad het meest populair zijn zoals muziek, theater en dans (uit te breiden naar urban arts); • themaweken die samenwerking bevorderen en kruisbestuiving genereert; • culturele activiteiten die bijdragen aan persoonlijke ontwikkeling en sociale verbinding. Naast de samenwerking in de stadsprogrammering zal de stichting samenwerken in de promotie en marketing van gezamenlijke activiteiten en de programmering van de aangesloten organisaties. Dit door onder andere het aanbieden van een digitale cultuuragenda en het bereiken van minder direct bij kunst en cultuur betrokken doelgroepen.
11
3.2
Stichting de Kubus
Governance Onder Centrum voor Kunst en Cultuur Stichting de Kubus vallen de 2 lokale ‘merken’ Kubus en Corneel en 2 provinciale ‘merken’: Kunstlink Flevoland, voorheen Centrum Amateurkunst Flevoland en het Expertisecentrum voor cultuureducatie Flevoland, FleCk. De Stichting valt onder de KVK-codering voor Kunstzinnige vorming van Amateurs. Blijkend uit de statuten van de stichting (2017), heeft de Stichting als doel: • het initiëren, ontwikkelen en uitvoeren van culturele activiteiten voor Lelystadse en regionale doelgroepen op het gebied van kunsteducatie, cultuurparticipatie, amateurkunst en popcultuur • het adviseren en ondersteunen van het onderwijs en de amateurkunst • het zijn van culturele ontmoetingsplaats en podium voor professionals, amateurs en cultuurgeïnteresseerden en het verrichten van al wat hiermee verband houdt of daartoe bevorderlijk kan zijn. De stichting wordt bestuurd en vertegenwoordigd door een Directeur-Bestuurder, die onder toezicht staat van een thans 5-koppige Raad van Toezicht. De Raad van Toezicht benoemt haar eigen leden. De gemeente Lelystad heeft geen rol in de organisatiestructuur of het benoemen van bestuursleden en/of toezichthouders van Stichting de Kubus. Zowel de provinciaal als gemeentelijk gesubsidieerde merken hebben elk een afzonderlijke prestatieafspraak met respectievelijk provincie Flevoland en gemeente Lelystad.
Deze prestatieafspraken zijn de basis van de samenwerking tussen Gemeente Lelystad en Stichting de Kubus en worden jaarlijks vastgelegd in een beschikking. Deze wordt ten tijde van het aanvragen van de subsidie door de Stichting vastgesteld. Voor het jaar 2022 gelden de volgende prestatieafspraken:
12
Doelstellingen Stichting De Kubus Kunst- en cultuureducatie Lelystad Binnen- en bovenschoolse cultuureducatie Bemiddeling en ondesteuning (lokaal loket) Aantal scholen PO in Lelystad Aantal deelnemende scholen PO Aantal deelnemers PO binnenschoolse (actief + passieve beoefening) Aantal scholen VO in Lelystad Aantal deelnemende scholen VO Aantal scholen MBO Aantal deelnemende scholen MBO Aantal deelnemers VO waaronder ook MBO Advies en ondersteuning - Doorlopende dienstverlening (bereikbaarheid 16:18 website, prgoramma, scouten, inkopen, organisatie van de activiteiten voor scholen, nieuwsbrieven, netwerkonderhoud enz.) - Adviesgesprekken en adviezen op maat
Indicatie 39 35 8.000 3 3 2 2 500
180
Kunst in Uitvoering / Uitvoerende activiteiten Aantal deelnemers PO binnen- en buitenschool (actieve beoefening) Als onderdeel van het totaal deelnemers PO
5.800
Talentontwikkeling (breedte en diepte) Lessen/cursussen/workshops Aantal deelnemers Aantal contactmomenten met deelnemers
1500 48000
Presentatie en participatie Aantal bezoekers (ex. onderwijs en jongeren) Aantal presentatie/exposities (o.a. in combinatie) Aantal dagdelen verhuur (exclusief vaste/interne huurders)
17000 33 165
Amateurkunst Advies, bemiddeling en ondersteuning op maat (lokaal loket) Inhoudelijk uitvoerende culturele projecten
25 7
Uiterlijk op 1 juni van het lopende subsidiejaar dient door Stichting de Kubus een aanvraag tot vaststelling van de subsidie bij de gemeente te worden ingediend. Deze aanvraag tot vaststelling bevat in ieder geval: • een inhoudelijk verslag waaruit blijkt in hoeverre de gesubsidieerde activiteiten zijn verricht; • een vergelijking tussen de nagestreefde en gerealiseerde doelstellingen en resultaten, inclusief toelichting op eventuele verschillen; • een overzicht van de activiteiten en de hieraan verbonden uitgaven en inkomsten zijnde een financieel verslag met balans en de jaarrekening. De financiële verantwoording sluit aan op de begroting waarvoor subsidie is verleend. Verschillen tussen begroting en realisatie worden toegelicht, tenzij deze van geringe betekenis zijn; • de balans met toelichting als onderdeel van de jaarrekening waarbij inzichtelijk moet zijn welk gedeelte van de reserves, inclusief eigen vermogen en bestemmingsreserves, zijn gevormd met subsidiegelden van de gemeente Lelystad. Dit gedeelte van de reserves wordt geacht de egalisatiereserve te vormen als bedoeld in artikel 16; • een accountantsverklaring.
De financiële verantwoording wordt voorzien van een verklaring vaneen accountant als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, waaruit de getrouwheid van deze verantwoording blijkt en tevens tot uitdrukking komt dat aan de subsidievoorwaarden is voldaan.
13
De organisatie van Stichting de Kubus Stichting de Kubus is thans zoals in onderstaand organogram is weergegeven opgebouwd.
Naast de directie, staf en ondersteunende diensten bestaat de formatie uit een totaal van 41 docenten. Door interne kruisbestuivingen en het benutten van synergiekansen worden docenten vallend onder het programma Kunst in Uitvoering en personeelsleden van Stichting de Kubus ook ingezet voor taken ten behoeve van de programma`s School en Samenleving, Kunstlink en FleCk. Ten behoeve van het programma School en Samenleving wordt ook gebruik gemaakt van een flexibele schil van zzp`ers en experts. Het aantal FTE is wel duidelijk gescheiden. Voor de programma`s Kunstlink en FleCk geldt een interne verrekening van huisvestings- en kantoorkosten, servicekosten en kosten voor directie en staf. Deze posten zijn transparant opgenomen in de winst- en verliesrekening en maken onderdeel uit van de jaarrekening van Stichting de Kubus. Een verdere specificatie van deze doorbelastingssystematiek is opgenomen in de financiële analyse. Naast betaalde werknemers in loondienst maakt Stichting de Kubus ook gebruik van zo`n 40-tal vrijwilligers. Deze vrijwilligers zijn afkomstig uit de welzijnskaartenbak van de gemeente Lelystad of via werving door Stichting de Kubus. De meeste vrijwilligers zijn werkzaam in de door De Kubus geëxploiteerde horeca en de front-office. Deze vrijwilligers worden aangestuurd door een vrijwilligerscoördinator vallend onder de formatie van ”facilitair”.
Naast inzet voor de ondersteuning van kunst- en cultuureducatie zetten nog eens een groep van 40 vrijwilligers zich in voor Poppodium Corneel. CAO Stichting de Kubus is voortgekomen vanuit een gemeentelijke kunst- en cultuurorganisatie en is in 1995 verzelfstandigd naar een stichting. Dat had tot gevolg dat de arbeidsvoorwaarden voor alle werknemers werden overgeheveld naar een nieuwe CAO Kunsteducatie. Voorheen waren arbeidsvoorwaarden van de werknemers ondergebracht in de toenmalige CAO Gemeenten (CAR-UWO).
14
De CAO Kunsteducatie is van toepassing op de rechtspersoonlijkheid bezittende, direct of indirect gesubsidieerde privaatrechtelijke organisatie die activiteiten verricht op het terrein van kunsteducatie. De lonen en loonschalen in de CAO kennen een structurele verhoging. Op 1 januari 2022 was deze 1% en per 1 juli 2022 wordt het brutoloon met 1,5% verhoogd. Werknemers ontvangen een eindejaarsuitkering op basis van het feitelijk verdiende totale brutosalaris. Afhankelijk van historische keuzes en ontwikkelingen kan een organisatie vallend onder de CAO Kunsteducatie kiezen voor het pensioenfonds ABP of Zorg en Welzijn. Werknemers in loondienst versus zzp`ers In de kunst- en cultuursector zijn steeds meer zzp’ers werkzaam. Volgens Kubus is het relatief grote aantal docenten in vaste dienst een beleidskeuze geweest. Dit heeft onder andere te maken met het bieden van passende arbeidsvoorwaarden aan kunstvakdocenten die vooral van buiten Lelystad moesten en moeten worden geworven. Lelystad is van oudsher niet een plaats waar deze docenten in ruime mate aanwezig zijn. Volgens Kubus betekent dat in geval iemand een betrekking wil aangaan bij Kubus, er arbeidsvoorwaardelijk meer moet worden geboden dan elders in het land. Lelystad kent, aldus Kubus, geen rijke culturele achtergrond o.a. door het ontbreken van instellingen vallend binnen de Culturele Basisinfrastructuur.
Kubus stelt dat er door op termijn (na 3 tijdelijke contracten) een vast contract te bieden binnen de CAO Cultuureducatie meer betrokkenheid en eigenaarschap wordt gecreëerd. De kans dat iemand zich ook in Lelystad vestigt wordt tevens groter. Met alle voordelen van dien. Deze situatie speelt volgens Kubus momenteel nog altijd. De rekentool Fair Practice kan gebruikt worden om de uurtarieven en overige arbeidsvoorwaarden voor zzp`ers in de culturele sector te bepalen. Met behulp van deze tool kan een cao-salaris omgerekend worden naar een zzp-tarief. Op basis van de standaard voorwaarden volgend uit de Wet bedragen de zzp-uurlonen (fulltime, onbepaalde tijd, schaal 8 CAO Kunsteducatie) tussen de € 31,15 en € 48,83 excl. reiskostenvergoeding. De gemiddelde personeelskosten per uur voor Kunst in Uitvoering bedroegen in 2019 € 33,92 en in 2020 € 34,83. Het aantal vaste contracturen en daadwerkelijke gemaakte werkuren in bijvoorbeeld 2019 en 2020 is niet inzichtelijk gekregen. Uit een bespreking met de directie en controller van Kubus blijkt dat zulk inzicht zeer wenselijk is en dat er in de komende periode actie wordt ondernomen om deze managementinformatie te verkrijgen. Uitgaande van bovenstaande zzp-tarieven en opgegeven personeelskosten zal het flexibiliseren van de docentenpoule niet bijdragen aan een meer kostenefficiënte personele bedrijfsvoering.
Uitganspunt is hierbij een zelfde aantal werkuren als in 2019 en 2020 en geen verdere daling van het aantal cursusdeelnemers. Indien het aantal cursusdeelnemers verder daalt en de huidige betreffende arbeidscontracten qua arbeidsduur uit de pas lopen met het aantal lesuren, dienen de arbeidscontracten in arbeidsduur te worden aangepast of is een flexibilisering van (een deel van) de docentenpoule te overwegen. Reiskosten woon-werkverkeer Volgend uit de CAO Kunsteducatie ontvangt een werknemer die op meer dan 10 kilometer enkele reisafstand van huis werkt over gewerkte dagen een reiskostenvergoeding. De vergoeding is op basis van laagste tarief openbaar vervoer of het fiscaal maximaal onbelast uit te keren kilometertarief. Het aantal te vergoeden kilometers is begrensd tot een maximum reisafstand heen-terug op basis van 30 kilometer enkele reis. De Stichting geeft aan dat op dit moment slechts 30% van de docenten in Lelystad woont en de overige 70% van de medewerkers op meer dan 45 km van Lelystad woont. Een aanpassing in beleidskeuze om alleen nog maar met ZZPers te gaan werken zou volgens de Stichting het grote risico in zich dragen dat deze ZZP-ers hun werk elders gaan zoeken. Omdat ze dan niet wonen in de plaats waar ze hun geld moeten verdienen, zullen ze onvoldoende dicht op ‘de markt’ zitten. 15
Ambities en doelstellingen Stichting de Kubus Na de instelling van de nieuwe directeur-bestuurder per februari 2020 en controller per februari 2021 zijn diverse stappen ondernomen om de organisatie doelmatiger en doeltreffender in te richten. Dit manifesteert zich onder andere zichtbaar in een kleinere formatie. Echter kan deze ook een gevolg zijn van de coronamaatregelen en verminderde animo. Tijdens de coronaperiode is een investeringsstop gehanteerd. Volgens de Stichting is er nog ruimte voor operationele verbetering, maar is er weinig laaghangend fruit meer over. Alle afdelingen en programma`s vallend onder Stichting de Kubus hebben een zogenaamd “True North” opgesteld waarin de ambities en doelstellingen voor het komende exploitatiejaar en meerjarige doelstellingen SMART zijn verwoord. Uit deze ambitiestukken blijkt een ondernemende kijk op cultuureducatie en organisatie. Zo wordt gesproken over duurzame klantrelaties, slagvaardige organisatie, profilering en positionering. Daarnaast is aandacht voor fondsenwerving en verbreding van cultuurparticipatie en het sociaal domein. De organisatie is een richting ingeslagen om met key performance indicators (kpi`s) te werken, maar dat valt volgens Stichting de Kubus niet mee in de culturele sector. Het bereik en de impact is, blijkend uit o.a. diverse onderzoeken en ervaringen in den lande, in het sociaal domein lastig te meten.
De Stichting gelooft echter wel in het meten van impact en het werken met kpi`s. De kernwaarden voor de organisatie zijn voor de komende jaren: Inspirerend Meetbaar Pro-actief Ambitieus Creatief Toegankelijk Het streven naar impact en deze organisatiekundige benadering geeft blijk van een vorm van cultureel ondernemerschap. De Stichting wenst voor zichzelf een beeld te hebben van haar impact, maar dit ook zeker onderbouwd kenbaar te kunnen overleggen aan haar opdrachtgever; de gemeente Lelystad. De ambitie van Stichting de Kubus is als volgt geformuleerd: Kunst en cultuur inzetten als inspirerend middel om een niet te missen (grote) bijdrage te leveren aan de ontwikkeling van kinderen en volwassenen in Flevoland en Lelystad in het bijzonder. Bij de Kubus leer je kunst maken; geen kunst! In het meerjaren perspectief wordt de ambitie vertaald naar een visie: In 2025 is Stichting de Kubus hét toonaangevende cultuurbedrijf van Flevoland. Door een klantgerichte en ondernemende houding zijn er innovatieve projecten geweest met een grote maatschappelijke impact op lokaal en provinciaal niveau, in het bijzonder op het gebied van talentontwikkeling en het aanpakken van sociale en maatschappelijke achterstanden. In volgorde van aandacht ligt de focus op: 1. Cultuureducatie binnen- en buitenschools. 2. Cultuurparticipatie actief. 3. Cultuurparticipatie receptief.
16
3.3
Kunst- en cultuureducatie in Lelystad
Door middel van kunst- en cultuureducatie maakt een brede groep inwoners in Lelystad (en in het bijzonder kinderen en jongeren) blijkend uit de stukken van Stichting de Kubus via gerichte instructie kennis met kunst, cultuur en erfgoed en kunnen zij hun eigen kunstzinnige en creatieve vaardigheden en talenten verder ontwikkelen. Er is een directe relatie met de amateurkunst en actieve cultuurparticipatie in de gemeente. Uit diverse onderzoeken en ervaringen uit het verleden vormt cultuureducatie de basis voor de deelname aan cultuur in latere jaren. Voor cultuureducatie geldt dat het onderwijs de voornaamste en meest aangelegen omgeving vormt om met kunst, cultuur en erfgoed in contact te komen, vooral voor leerlingen voor wie kennismaking met kunst en cultuur niet vanzelfsprekend is. Onderdeel van de doelstellingen van de Stichting en haar binnenschoolse kunst-en cultuureducatie is om alle kinderen en jongeren, ongeacht hun achtergrond, in aanraking met een breed spectrum van kunst en cultuuruitingen en erfgoed te brengen.
Binnen- en bovenschoolse kunst- en cultuureducatie FleCk Sinds 2013 heeft iedere Flevolandse gemeente een lokaal loket voor cultuureducatie. Dit lokale loket ondersteunt het onderwijs bij de binnenschoolse cultuureducatie, programmeert activiteiten en bemiddelt voor een passend cultureel aanbod voor de school. Bezien het geringe aantal gemeentes in de provincie, heeft de provincie Flevoland haar steunfunctietaken vanaf 2013 gecentraliseerd in een provinciaal expertisecentrum cultuureducatie voor het basisonderwijs: FleCk. Dit expertisecentrum ondersteunt de lokale loketten in de gemeenten. FleCk wordt gesubsidieerd door de provincie en is als zelfstandige entiteit organisatorisch ondergebracht bij Stichting de Kubus. Stichting de Kubus ontvangt naast de provinciale vergoeding voor het onderbrengen van FleCk in de organisatie jaarlijks een gemeentelijke subsidie voor het lokale loket voor de ondersteuning van cultuureducatie in het onderwijs. Deze subsidie wordt op basis van een afsprakenkader over de gesubsidieerde activiteiten voor cultuureducatie door de gemeente vastgesteld. Kubus, het organisatieonderdeel met het programma School en Samenleving, focust op het gebied van binnenschoolse cultuureducatie op een doorlopende leerlijn voor cultuureducatie. Deze leerlijn sluit aan op het landelijk en provinciaal beleid, waaronder de Lokale Educatieve Agenda (LEA).
Samen met het buitenschools aanbod, wordt zo door Kubus “een fundament gelegd voor de persoonlijke ontwikkeling die cultuur genereert”. Regulier aanbod Kunst- en Cultuureducatie Voor alle scholen in de provincie Flevoland heeft FleCk een regulier aanbod Binnenschoolse Kunst- en Cultuureducatie. In Lelystad zijn dit naast voorstellingen en binnenschoolse lessen door Kubus bijvoorbeeld ook excursies en een klein deel overig provinciaal aanbod van andere cultuurmakers. De kosten voor de basisschool is gemiddeld € 8,- per leerling, per voorstelling of activiteit. Modules De modules bestaan uit verschillende kunstdisciplines voor alle leeftijdsgroepen. De modules kunnen door de school ondersteunend aan bestaande leerlijnen worden ingezet. Een module bestaat uit drie of vier lessen waarvan twee lessen door de eigen klasdocent gegeven wordt en een of twee les(sen) door een kunstvakdocent of gastdocent vanuit De Kubus. Een deel van het aanbod maakt onderdeel uit van het basisaanbod van CultuurPlus. Leskisten Leskisten betreffen “doe het zelf” cultuureducatie met lesinstructies voor de docent en diverse attributen zoals handpoppen, prentenboeken en muzieksuggesties. De prijs voor de leskisten bedraagt € 35,70 per termijn van 1,5 maand. 17
CultuurPlus De Rijksoverheid hanteert de beleidsregel dat cultuureducatie een vast onderdeel dient te zijn van het lesprogramma in het primair onderwijs. Het Rijk stelt hier, samen met andere overheden, geld voor beschikbaar via het programma Cultuureducatie met Kwaliteit (CMK3). Het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) is initiatiefnemer en opdrachtgever van het programma. Het Fonds voor Cultuurparticipatie is verantwoordelijk voor de toekenning van de rijkssubsidie aan de projecten van Cultuureducatie met Kwaliteit. Het fonds ondersteunt in opdracht van de overheid ook projecten op het gebied van cultuurparticipatie en talentontwikkeling. CultuurPlus is het Flevolandse programma voor Cultuureducatie met Kwaliteit. CultuurPlus is een vervolg op Cultuur met Kwaliteit 2 (CMK2) De Culturele Haven 2017 – 2020. Het plan is in samenwerking met De Meerpaal Dronten, Bibliotheek FlevoMeer, Bibliotheek Urk, BonteHond Almere, Batavialand, Stichting De Verbeelding en Cultuurbedrijf Noordoostpolder (allen Flevolandse culturele organisaties) tot stand gekomen. Het Fonds voor Cultuurparticipatie (FCP) en de provincie Flevoland financieren het programma met een structurele subsidie van € 365.000 per jaar t/m 2024. CultuurPlus is een programma dat scholen organisatorische en financiële ruimte biedt kunst- en cultuureducatie te versterken of door te ontwikkelen.
CultuurPlus is een vierjarige regeling. Dit meerjarige traject maakt het voor scholen mogelijk cultuureducatie te borgen in het curriculum. Aan CultuurPlus is een extra budget per leerling voor kunst en cultuur verbonden, gefinancierd vanuit de Rijksoverheid. CultuurPlus kan in een drietal treden worden afgenomen bij Stichting de Kubus (FleCk). De eerste trede biedt scholen lokaal en provinciaal geselecteerd aanbod. Het keurmerk CultuurPlus geeft aan dat dit aanbod van kwalitatief hoogstaand niveau is en eenvoudig aan te passen aan de schooleigen context. Via de activiteiten komen de leerlingen in contact met kunst en cultuur. Dit kan door middel van lesmateriaal, kunstenaars of vakdocenten in de klas en verschillende excursies. Met een totaal van €12,00 per leerling (€9,00 inleg vanuit de school en €3,00 vanuit de provinciale subsidie) kan een selectie worden gemaakt uit de keuzegids die door De Kubus is opgemaakt. Bij een hogere besteding dan €12 per leerling komen de meerkosten voor rekening van de school. In trede 2 kunnen scholen samen met cultuurprofessionals via Stichting de Kubus kunst- en cultuur-educatieve activiteiten ontwerpen die passen bij de eigen visie op cultuuronderwijs, curriculum en werkwijze van de basisschool. In overleg met de Kubus maakt de school het plan op maat. De kosten per leerling bedragen in deze trede € 18,-.
Deze worden verdeeld tussen de school € 9,- en € 9,- vanuit een provinciale subsidie. Trede twee vergt t.o.v. trede 1 een beperkte mate van meerwerk en verhoogde personele inzet voor de basisschool. In trede 3 gaan scholen die een eigen cultuureducatieprogramma willen ontwikkelen een verdergaande structurele samenwerking aan met een cultuurprofessional. De basisschool formuleert zelf haar kwaliteitsdoelstellingen. De school, Kubus en gekozen samenwerkingspartner(s)/cultuurprofessionals maken het gezamenlijk plan, passend bij de onderwijsvisie van de school. De kosten per leerling bedragen voor deze trede € 27,- per jaar. De school draagt hier € 12,- bij, de resterende €15,- wordt door de provinciale subsidie gefinancierd. Een deelname aan deze derde trede vergt een verdergaande en meer structurele personele inzet voor de basisschool t.o.v. trede 2. De staffelkorting en treden in het programma CultuurPlus zijn geïnitieerd door de Stichting en leveren een (gering) financieel en organisationeel risico op voor de exploitatie van De Kubus. Onderstaand is een overzicht weergegeven van de doelstellingen en de behaalde resultaten van Stichting de Kubus in de binnenschoolse kunst- en cultuureducatie. Voor alle categorieën, zowel in het primair onderwijs als in het voortgezet onderwijs zijn de doelstellingen in 2019 en 2020 behaald.
Blijkend uit deze cijfers behaalt de stichting het door de gemeente Lelystad gewenste bereik.
18
Binnenschoolse Kunst- en cultuureducatie Deelnemende scholen PO Deelnemende kinderen PO Uitvoerende activiteiten deelnemers PO
2019 Prestatie Realisatie 35 37 8.500 13.405 6.000 10.052
Deelnemende scholen VO (ook MBO) Deelnemende jongeren VO (ook MBO)
5 500
5 2.156
2020 Prestatie Realisatie 35 35 8.000 13.609 5.800 11.270 5 500
6 910
Participatie van het onderwijs Om het bereik en het effect van het binnenschoolse kunst- en cultuureducatieaanbod van Stichting de Kubus te beoordelen is door Drijver en Partners aan het primair onderwijsveld in Lelystad een vragenlijst toegestuurd. Vanuit een grote onderwijsstichting een zeer cultuur minnende basisschool is bruikbare informatie opgehaald. Als eerste blijkt dat de basisscholen tevreden zijn over de service van Stichting de Kubus. De samenwerking verloopt naar tevredenheid en het aanbod is voor een groot deel passend. Wel wordt aangehaald dat scholen vaak meer behoefte aan maatwerk hebben dan mogelijk is vanuit het standaard aanbod. Daarom zoeken scholen ook andere manieren om cultuureducatie vorm te geven. O.a. door moderne technieken als vlogs in te zetten. Een vraaggerichte organisatie van binnenschoolse kunst- en cultuureducatie heeft echter als risico dat de participatie vermindert. De afhankelijkheid van individuele ICC`ers en klasdocenten is een risico op verminderde afname en culturele educatie. Naast het aanbod van Kubus wordt er ook van ander aanbod gebruik gemaakt, bijvoorbeeld voor muziekonderwijs of via subsidieregelingen/organisaties voor specifieke doelgroepen. De deelnemende scholen aan CultuurPlus zijn erg te spreken over dit programma. Vanuit de drie treden is differentiatie in gebruik goed zichtbaar en te organiseren.
CultuurPlus biedt scholen veel mogelijkheden en scholen worden ook beleidsmatig ondersteund door Kubus. Deelnemende scholen stellen dat er een frequente en stevige band is opgebouwd met de medewerkers van De Kubus en dat het contact goed verloopt en is oplossingsgericht. Naast het gewenste maatwerk ziet een enkele school ook graag het aantal lesuren cultuuronderwijs groeien. Tegelijkertijd stelt dezelfde respondent ook dat de financiën zwaar meewegen in het bepalen in hoeverre de school bijvoorbeeld vaker naar een theatervoorstelling gaat of gastdocenten inzet. Een continue begeleiding aan de ICC`ers en het up-to-date houden van de beleidsplannen zijn zaken die de scholen graag in toekomst door de Kubus willen laten voortzetten. Een uitgebreid binnenschools activiteitenaanbod en programma is niet bepalend voor hogere participatie in het buitenschools cursorisch aanbod van Kubus. Afhankelijk de sociaaleconomische omstandigheden van de wijk lijken kinderen lastig te mobiliseren.
Buitenschoolse kunst- en cultuureducatie Bij Kubus kunnen inwoners van Lelystad in het kader van de programma`s Kunst in Uitvoering en Talentontwikkeling bij gekwalificeerde docenten cursussen, lessen en workshops volgen voor muziek, dans, beeldende kunst, theater en musical. Daarnaast organiseert Kubus jaarlijks diverse culturele activiteiten, voorstellingen en manifestaties op het gebied van amateurkunst. De gemeente subsidieert de stichting op basis van het eerder beschreven afsprakenkader. De subsidie is bestemd voor een breed aanbod aan cursussen en de ondersteuning van initiatieven vanuit de amateurkunsten.
19
Om jeugdige Lelystedelingen met beperkende sociaaleconomische omstandigheden kennis te laten maken met een muziekinstrument is het programma “Lelystad vol Talent” in het leven geroepen. Hier nemen maximaal 80 kinderen per jaar aan deel. Cursusdeelname Cursorisch aanbod
2018/2019
Muziekeducatie Dans Beeldend / Audiovisueel Theater / Literatuur Totaal deelnemers Opbrengsten* Gem. opbr per cursist*
2019/2020
959 318 195 111 1583 € €
376.017,48 € 238 €
2020/2021
839 282 185 101 1407
721 271 182 100 1274
358.326 € 255 €
305.026 239
* Betreft de opbrengsten zoals opgenomen in de seizoensuitvoer. De jaarrekening is gebaseerd op een kalenderjaar, de deelname cursisten zijn op seizoensbasis. De gemiddelde opbrengsten zijn derhalve indicatief.
Cursusdeelname Cursorisch aanbod
2019/2020 vs. 2018/2019 Deelname
Muziekeducatie Dans Beeldend / Audiovisueel Theater / Literatuur Totaal deelnemers Opbrengsten* Gem. opbr per cursist*
-13% -11% -5% -9% -11%
2020/2021 vs. 2019/2020 Deelname Omzet
Omzet -7% -4% -5% 19%
-5% 7%
-14% -4% -2% -1% -9%
-14% -11% -28% -4%
-15% -6%
Vergelijking cursusdeelname en omzet.
Een verdergaand overzicht van het aantal cursisten en deelnemers is in bijlage 5 opgenomen. Het aantal cursisten is in de afgelopen jaren met 11% en 9 % afgenomen. Deze daling in deelnemersaantallen is voor de beperkingen door de coronamaatregelen ingezet. Deze daling past overigens in de landelijke trend van verminderd animo bij Centra voor de Kunsten en muziekscholen. In de periode 2005 en 2017 is landelijk gezien het aantal leerlingen op centra voor de kunsten met 34% gedaald. Het aantal centra voor de kunsten en muziekscholen in Nederland daalde in dezelfde periode mede als gevolg van fusies overigens met 107, hetgeen een gedeeltelijke verklaring is voor het dalende animo. In onderstaand kader is een aantal landelijke trends over de periode 2005 – 2017 cijfermatig weergegeven. De deelnamecijfers van Stichting de Kubus komen in ruime mate overeen met de onderstaand geschetste landelijke tendensen. Enkele landelijke cijfers voor de periode 2005 – 2017 op een rij. Het aantal leden van muziekverenigingen daalde met 18% De totale tijdsbesteding aan het bespelen van een muziekinstrument daalde met 13% De tijdsbesteding aan toneel, musical en ballet daalde met 37% De tijdsbesteding aan schilderen, tekenen en beoefening van andere beeldende kunsten met 28%. Daartegenover staat dat het aantal bezoeken aan musea (66%), bioscopen (75%) en populaire podiumkunsten (3%) is toegenomen.
De tarieven voor het aanbod voor volwassenen is in de afgelopen jaren verhoogd. Dit blijkt ook uit de omzet per leerling. Coronaseizoen 2020-2021 uitgezonderd.
20
Naast de opbrengsten uit de contributies en lesgelden, ontvangt Stichting de Kubus huurinkomsten van BSO Fitte Kanjers Lelystad en diverse andere organisaties afkomstig uit onderwijs, sociaal domein en culturele sector. Deze organisaties huren diverse ruimten in het Kubusgebouw. Daarnaast maken diverse verenigingen wekelijks gebruik van bijvoorbeeld de theaterzaal voor repetities en voorstellingen. De huidige gehanteerde tarieven voor de muzieklessen zijn niet kostendekkend. Indien het huidige aantal leerlingen groeit, is aanvullende subsidie nodig. Dit als gevolg van de gemaakte keuze in onderwijsvorm. Als muzieklessen in groepsvorm worden georganiseerd, is kostendekkendheid sneller te bewerkstelligen. De Kubus is echter van mening dat de markt vooral individuele of duo-lessen wenst. Als voorbeeld van een meer kostendekkende activiteit zijn de groepslessen voor dans. De inschrijfgelden/contributies van leerlingen en deelnemers zijn kostendekkend, aldus de Kubus. Zodoende zijn deze activiteiten in principe niet gesubsidieerd. De groepsgrootte van danslessen en muzieklessen zijn echter niet een op een met elkaar te vergelijken. Dansen in een groep is relatief gemakkelijker dan samen een instrument bespelen. De eigen inkomsten van de Kubus dekken echter nauwelijks de kosten voor overhead, directie en staf.