CConstaterende datLelystad
Koppel je AI →
Document · PDF

BL D Bureau Buiten Beleidskader LAB2 09-10-2023

Raadsvergadering 30 juni 2026, gemeente LelystadBij agendapunt: 26.285 Vervolg Lelystad Airport Businesspark fase 210.301 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

• Meer bewustzijn van gezond eten en het aandeel van gezond en duurzaam lokaal voedsel in de voedselconsumptie vergroten door: – als gemeente het goede voorbeeld te geven bij inkoop van producten en het aanbod in het bedrijfsrestaurant en catering (bijvoorbeeld door gelijkwaardige plantaardige alternatieven voor vlees aan te bieden), – andere bedrijven hier ook op te wijzen – stimuleren van aanbod van gezondere alternatieven in de openbare ruimte (markten, automaten), in de winkels, schoolkantines, verzorgingshuizen, ziekenhuis, sportkantines – kinderen en jongeren in aanraking te laten komen met voedsel via school(moes)tuinen, kooklessen, specifieke lespakketten en samenwerking met bedrijven in een ‘gezond voedsel lab’. – Innovatieve voedselconcepten ontwikkelen en stimuleren

23

•

• •

Versterken samenhang in het aanbod en voedselkringloop door: – Onderzoek naar de haalbaarheid van een permanente lokale biologische markt en het ondersteunen van andere vormen van permanente lokale voedseldistributie. – Bundelen van lokale voedselkrachten en actief de samenwerking aangaan. Richtpunten hierbij zijn: grotere structurele consumptie lokaal/regionaal product, groter aandeel plantaardige producten, minder transportkilometers, schoner en efficiënt lokaal transport, minder verspilling en meer hergebruik van voedselafval. Het bewustmaken van consumenten van lokaal en seizoensgebonden voedsel past hier ook bij. Een haalbaarheidsonderzoek naar een voedselcoöperatie en het stimuleren van dergelijke producentconsumentrelaties zijn hier onderdeel van. – Verdere versteviging van het voedselbeleid door aansluiting bij initiatieven en beleidsontwikkelingen in de regio van Flevoland, Zwolle, de MRA, kennisregio Zwolle en de landelijke Foodvalley Onderzoek naar draagvlak om Fair Trade gemeente te worden. Kader opstellen voor niet-eetbare gewassen en andere activiteiten op agrarische gronden.

Fysieke leefomgeving: • Ontwikkelen van een nieuw kader cq. aanpak voor duurzame gebiedsontwikkeling. Daarbij wordt gebruik gemaakt van beschikbare instrumenten om de duurzaamheid te bepalen (voorbeelden hiervan zijn BREAAM en Duurzaam bouwen). • Herijken van het beleid beheer openbare ruimte. • Samen met de groenorganisaties een projectplan maken voor betere ecologie en vergroten van de biodiversiteit. Met aandacht voor: – Kennis en bewustwording (voorlichting, cursussen, activiteiten over stadsecologie) – Participatie

– – –

•

Bevordering vergroening en biodiversiteit Onderzoek functioneren en functie insectenleven Proefvlakken inrichting en beheer openbaar groen als een vegetatie – Groenstructuur zodanig inrichten en behouden dat er aansluiting is en blijft naar gebieden buiten de stad – Behouden van groen- en boomstructuur ter vermindering van hittestress. – Mogelijkheden tijdelijke waterberging in relatie tot voorkomende soorten. – Natuurinclusief bouwen en ontwikkelen, zorgen voor positief effect voor onze inwoners – Wegbermen en braakliggende industrieterreinen. – Regenwater infiltratie/accumulatie (groene daken, grijswatercircuits) Monitoring groenwaarde en biodiversiteit. Bijhouden en uitbouwen ecologisch kennissysteem. Onderzoeken mogelijkheid regionaal uitbouwen.

Mobiliteit: • Verminderen van mobiliteit door meer thuiswerken. • Veranderen van mobiliteit – Meer gebruik van de fiets. – Stimuleren van het gebruik van het openbaar vervoer – Stimuleren dat e-fietsen en e-scooters worden aangeschaft voor woon-werkverkeer. – Stimuleren van het gebruik van deelauto’s. – Mobiliteitsmanagement. • Verduurzamen van mobiliteit • Blijvende en hernieuwde aandacht voor ‘het nieuwe rijden’ door autorijscholen en communicatie daarover.

24

•

Stimuleren van elektrisch rijden en rijden op groen gas door gemotoriseerd verkeer

Onderwijzen en ondernemen: • Maatschappelijk verantwoord ondernemen – Uitvoeren inventarisatie van ‘duurzame’ bedrijven en organisaties – Organiseren van workshops MVO voor het onderwijs en maatschappelijke organisaties en via het ondernemersplein voor bedrijven . – Aanvullende stimulerende maatregelen zoals aantrekkelijk trajectaanbod, prijs(vraag). • Verankering duurzaamheid in het onderwijs – Ontwikkelen van een beroepencampus – Borgen van duurzaamheid in het curriculum van het onderwijs. – Uitvoeren van programma’s zoals “Scholier zoekt waarde 2.0”. • Samenwerking onderwijs – arbeidsmarkt – Opzetten van een duurzaam samenwerkingsverband tussen het onderwijs en het bedrijfsleven voor de versterking van de ontwikkeling, innovatie en scholing. – Platform opzetten om de contacten tussen bedrijfsleven en onderwijs te bevorderen en stageplekken te bewerkstelligen. • Duurzame bedrijvigheid en innovatie – Realiseren innovatiewerkplaatsen – Onderzoek naar duurzame bedrijfssector en plan opstellen hoe economische kansen verder gestimuleerd en verzilverd kunnen worden; – Maak-industrie in Lelystad verbinden aan Smart Industry Project – Goede voorbeelden podium bieden – Betrekken van de kansen die de Floriade als platform biedt bij het bevorderen van duurzaamheid bij ondernemingen • Voortijdig schoolverlaten en werk

– –

Uitvoeren van het lokaal sociaal akkoord Uitvoeren van onderwijs- en arbeidstoeleidingtrajecten voor mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt.

Impact ontwikkelrichtingen De gekozen ontwikkelrichtingen uit de Nota van Uitgangspunten sluiten goed aan op de speerpunten uit de kadernota Duurzaamheid - met name de onderdelen voedsel en circulariteit. De daaraan gekoppelde acties zijn van betekenis voor de ontwikkeling van LAB2. 4.2.8 Lelystadse Adaptatie Strategie 2023 Voor duurzame bedrijvigheid en vitale functies in de werklocaties worden de volgende doelstellingen gehanteerd: • Bedrijven en ondernemers zijn zich bewust van de gevolgen van klimaatverandering. Hun panden en terreinen zijn hitte bestendig ingericht en zij lozen geen hemelwater op het riool; • De gemeente stimuleert ondernemers en bedrijventerreinen om de bedrijfsvoering en panden klimaatadaptief in te richten, maar is daar niet zelf verantwoordelijk voor. Waar sprake is van hitte- of wateroverlast, lossen we dat, waar mogelijk, dan ook gezamenlijk op. De gemeente denkt daar waar mogelijk mee en faciliteert; • We ontwikkelen nieuwe bedrijventerreinen met adaptieve maatregelen. Bestaande bedrijventerreinen worden gestimuleerd adaptieve maatregelen te nemen. O.a.

door het voorkomen van grote oppervlakten zwart dak, aanplant van bomen en gevelgroen en het voorkomen van wateroverlast in verlaagde dockingstations; • We hebben in kaart welke vitale functies en hoofdinfrastructuur een onacceptabel risico lopen bij hevige wateroverlast, hitte en droogte en nemen maatregelen om dit klimaatadaptief in te richten, of de effecten te mitigeren; • We hebben ons voorbereid op situaties waar infrastructuur tijdelijk uit kan vallen door wateroverlast, hitte of droogte. We weten in die

25

•

situaties hoe we zelf kunnen handelen om schade en overlast zo veel mogelijk te voorkomen; Evenementenorganisaties kennen de risico’s van op het vaker voorkomen van extreem weer en weten daarvoor de juiste maatregelen te nemen.

Impact ontwikkelrichtingen De doelstellingen uit de Lelystadse Adaptatie Strategie 2023 zijn belangrijk bij de ontwikkeling van LAB2. Bij de ontwikkeling van LAB2 dient er rekening te worden gehouden met de hierboven genoemde doelstellingen. 4.2.9 Mobiliteitsvisie 2020-2030 In de mobiliteitsvisie 2020-2030 wordt beschreven waar de komende jaren op ingezet wordt op gebied van mobiliteit. Lelystad gaat in de binnenstad zoveel mogelijk het lopen stimuleren. Op deze manier wordt er voldaan aan klimaat-en duurzaamheidsdoelstellingen en wordt tegelijk de veiligheid en gezondheid van inwoners verbeterd. Ook moeten alle deelscooters vervangen worden door elektrische varianten, om ook daarmee in te zetten op duurzaamheid. De verbinding tussen de binnenstad en Lelystad airport moet worden verbeterd. Een verbeterde OV-verbinding naar Lelystad airport, en verbeterde fietspaden richting het vliegveld zijn daarvoor van belang. Ook voor goederenvervoer blijft de bereikbaarheid een belangrijk aandachtspunt.

gegeven. In werkgebieden wordt zorggedragen voor voldoende parkeergelegenheid, door het voorschrijven van parkeernormen. Uitgangspunt hierbij is dat op eigen terrein wordt geparkeerd. De parkeernormen worden vijfjaarlijks geactualiseerd, waarbij onderscheid wordt gemaakt naar de bedrijvenmilieus zoals vermeld in de Gemeentelijke Visie Vestigingsbeleid. Bij de opzet van nieuwe bedrijventerreinen en uitgifte van terreinen wordt rekening gehouden met toekomstige bedrijfsuitbreidingen en functiewijzigingen. Impact ontwikkelrichtingen Met de ontwikkeling van LAB2 zal de gemeente rekening moeten houden met de vigerende parkeernormen. In het parkeerbeleidsplan staan per type bedrijventerrein de specifieke parkeernormen beschreven.

Impact ontwikkelrichtingen De ambities uit de mobiliteitsvisie zijn van groot belang voor de gekozen ontwikkelrichtingen in de Nota van Uitgangspunten. De gekozen ontwikkelrichtingen zouden gebaat zijn bij een nog ambitieuzer visie. 4.2.10 Parkeerbeleidsplan Lelystad In dit document wordt besproken hoe de gemeente parkeermogelijkheden regelt en hoe dat in de toekomst vorm wordt

26

5 Conclusie In dit beleidskader voor de ontwikkeling van LAB2 is het vigerende beleid op verschillende niveaus (Rijk, provincie, gemeente) naast de beoogde ontwikkelrichtingen gelegd. In deze conclusie is aan de hand daarvan een driedeling geformuleerd: • harde eisen/randvoorwaarden (met een directe implicatie) voor LAB2; • ambities van de beleidskaders waarmee de ontwikkelrichtingen overeen komen of er een bijdrage aan leveren; • majeure aandachtspunten en (beperkte) strijdigheid tussen beleidskaders en ontwikkelrichtingen. Harde eisen/randvoorwaarden aan LAB2 Er zijn betrekkelijk weinig beleidskaders of onderdelen daarvan die expliciete eisen stellen, die een direct effect hebben op LAB2. Vooral bij het Luchthavenbesluit Lelystad is dat wel het geval. Dat leidt voor een deel van LAB2 tot begrenzing van activiteiten en bestemmingen. In een deel van het zoekgebied van LAB2 is de maximale bouwhoogte 16,3 meter. In het nog te maken fysieke ontwerp voor LAB2 en het (uiteindelijke) Omgevingsplan moet hiermee rekening worden gehouden. Hogere bouwhoogtes zijn mogelijk aan de A6-zijde en gebruikers die hoogte nodig hebben zullen aan die kant terecht kunnen.

LAB2 levert bijdrage aan beleidsdoelen of past binnen kaders Er is een groot aantal beleidsdocumenten en visies die relevant zijn voor LAB2 en waarbij de beoogde ontwikkeling past binnen die kaders en/of expliciet een bijdrage levert aan de beoogde doelen. Het gaat daarbij om: • Nationale Omgevingsvisie (NOVI) • Luchtvaartnota 2020-2050 • Nationaal Programma Verduurzaming Industrie

• • • • • • • • • •

Nationaal Programma Circulaire Economie 2023 – 2030 Omgevingsprogramma Flevoland Strategische Agenda Flevoland, Over de brug komen Ontwerp Economische Visie 2030 en ontwerp Economisch Programma 2023-2028 Visie Werklocaties Flevoland Economisch Perspectief Lelystad 2030 Beeldregieplan Lelystad Airport Businesspark Actieplan Biodiversiteit Woonvisie en woonagenda 2022-2027 Kadernota Duurzaamheid en Actieplan duurzaamheid 2021-2024

In de hoofdtekst van dit document staat dit nader uitgelegd. De belangrijkste constatering voor de beoogde ontwikkeling is dat die visies etc. wel van belang zijn en tot aandachtspunten leiden, maar die zijn niet van een zodanige strekking dat hier bijzondere aandacht voor nodig is. Majeure aandachtspunten Het confronteren van beoogde ontwikkeling voor LAB2 met het vigerend beleid, leidt op een aantal punten wel tot majeure aandachtspunten. In de eerste plaats wordt daarbij gewezen op de stikstofproblematiek. Binnen een straal van 25km bevinden zich verschillende Natura2000- en NNN-gebieden, met ongetwijfeld deels ook stikstofgevoelige natuur. Dat is een majeur aandachtspunt voor het opstellen van Omgevingsplan voor LAB2. Ook is het vervolgens van betekenis voor het aanvragen van ‘Omgevingsvergunningen bouwen’ door partijen die bedrijfshuisvesting op LAB2 willen realiseren. Een tweede mogelijk aandachtspunt betreft eventuele geluidzonering in relatie tot mogelijk te handhaven woningbouw. In het plangebied bevinden zich enkele woonhuizen/boerderijen, die mogelijk blijven.

27

Binnen de vier ontwikkelrichtingen kan er ook sprake zijn van maakbedrijven waar geluid een relevant onderwerp bij is. Bij het ontwerp en in het Omgevingsplan moet rekening worden gehouden met de maximaal toelaatbare geluidsbelasting op de gevels van woningen. Zo nodig moet het terrein hiertoe worden gezoneerd. Overigens is in moderne bedrijfshuisvesting met bronmaatregelen (isolatie) veel te bereiken, dus het kan zijn dat dit probleem zich in de praktijk feitelijk niet gaat voordoen.

Strategische Agenda Lelystad Next Level wordt expliciet ingezet op een verdere groei van de logistieke sector en die groei wordt ook gekoppeld aan Lelystad Airport Businesspark. Nu wordt die groei daadwerkelijk gefaciliteerd op LAB1 en op Flevokust, maar voor LAB2 wordt niet - of althans in een ondersteunende vorm – ingezet op de logistieke sector.

Een derde aandachtspunt wordt gevormd door de ‘Ladder voor duurzame verstedelijking’. De marktbehoefte voor LAB2 moet worden aangetoond. In de NvU wordt daar reeds aandacht aan besteed, maar bij het Omgevingsplan vraagt dit punt om aandacht. Daarbij zal het overigens niet lastig zijn om aan te tonen dat een ontwikkeling op de schaal van LAB2 niet-binnenstedelijk kan worden gerealiseerd. Voor het uiteindelijke ontwerp is het Beelregieplan uit 2019 een belangrijk richtinggevend kader, met onder meer de groene corridor als belangrijk structurerend element. Ook het gemeentelijk rioleringsplan en de klimaatadaptatiestrategie leiden tot aandachtspunten voor het ontwerp. Daarbij zijn de geformuleerde beleidsambities overigens gangbaar en voor architecten/ontwikkelaars/bouwers geen onoverkomelijke drempels bevatten. De gemeentelijke mobiliteitsvisie vraagt aandacht voor mobiliteitspreventie. Dat is ook vanuit de Provincie Flevoland een aandachtspunt, waarbij wordt opgemerkt dat dit ook al voor LAB1 relevant is en er al over nagedacht is bij het gereed maken van de luchthaven voor eventuele vakantievluchten. Er is één punt waar de beoogde ontwikkeling voor LAB2 minder nadrukkelijk voor komt in gemeentelijke beleidsambities. In het Koersdocument 2040, de Omgevingsvisie Lelystad 2040 en de

28

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Lelystad&id=03f219b0-ef1b-43d6-b96c-8a539e6ccf2d