CConstaterende datLelystad
Koppel je AI →
Document · PDF

BL C Bureau Buiten Nota van Uitgangspunten LAB2 09-10-23

Raadsvergadering 30 juni 2026, gemeente LelystadBij agendapunt: 26.285 Vervolg Lelystad Airport Businesspark fase 213.913 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

LELYSTAD AIRPORT BUSINESSPARK FASE 2 Nota van Uitgangspunten

1

Lelystad Airport Businesspark fase 2

Auteur(s): drs Joost Hagens Wouter Maat MSc Maurits Jansen BSc

Nota van Uitgangspunten

In samenwerking met Stadkwadraat Chantal Robbe Thomas van Oosten Projectnummer 1890

Aangeboden aan: Provincie Flevoland en gemeente Lelystad 9 oktober 2023

2

Inhoudsopgave Samenvatting

4

5.4 5.5

Aandachtspunten marketing en acquisitie Dwarsverband met of implicaties voor beleidskader

1

Achtergrond en ambitie LAB2

9

Bijlage 1: gevoerde gesprekken

1.1 1.2 1.3 1.4

Lelystad Airport Businesspark 2 Onderzoek Bureau BUITEN en Stadkwadraat Aanpak Opbouw van deze Nota van Uitgangspunten

9 9 10 10

2

Economische structuur en Brede Welvaart in Flevoland en Lelystad 11

2.1 2.2 2.3

Economische structuur Flevoland en Lelystad Brede Welvaart Uitgangssituatie LAB2

11 14 16

3

Potentiële ontwikkelrichtingen voor LAB2

18

3.1 3.2 3.3 3.4

Selectie 8 ontwikkelrichtingen Methodiek beoordeling Beschrijving en beoordeling 8 ontwikkelrichtingen Samenvattende beoordeling ontwikkelrichtingen

18 19 20 29

4

Selectie ontwikkelrichtingen LAB2

30

4.1 4.2

Financiële quick scan Selectie van ontwikkelrichtingen

30 31

5

Positionering en uitgangspunten voor ontwikkeling LAB2

34

5.1 5.2 5.3

Positionering LAB2 Duurzaamheid en toekomstbestendigheid Conceptuele uitwerking LAB2

34 34 37

39 39 42

3

Samenvatting De eerste fase van Lelystad Airport Businesspark (LAB) is bijna afgerond. Gemeente Lelystad en provincie Flevoland hebben de ambitie om een tweede fase te ontwikkelen (LAB2). Uitgangspunt is het creëren van een onderscheidend vestigingsklimaat dat de brede welvaart in Flevoland versterkt en leidt tot meer diverse werkgelegenheid. De vraag naar ruimte voor bedrijvigheid is in veel segmenten hoog in de MRA, Flevoland en Lelystad. Daarom kunnen er voor het gebied keuzes worden gemaakt en eisen gesteld. De gemeente Lelystad en de provincie Flevoland hebben geconstateerd dat zij vergelijkbare inzichten hebben over hoe zij invulling willen geven aan de gebiedsontwikkeling van LAB2. Beide partijen hebben daartoe een samenwerkingsovereenkomst gesloten voor de ontwikkeling van LAB2. Gezamenlijke ambities hierin zijn: • De mogelijkheden die Lelystad Airport biedt in combinatie met de goede bereikbaarheid benutten voor het ontwikkelen van een propositie die onderscheidend is ten opzichte van het huidige economische profiel van stad en regio. • De ontwikkeling van LAB2 dient als proeftuin om ruimte te bieden aan innovaties bij luchtvaartgerelateerde bedrijvigheid, in combinatie met transitieopgaven op het gebied van onder meer energie en voedsel.

• De ontwikkeling van LAB2 draagt bij aan verschillende majeure opgaven waar de gemeente Lelystad en de provincie Flevoland voor staan. • LAB2 maakt onderdeel uit van de gezamenlijke ambitie om te komen tot een gebalanceerde groei met een verantwoorde afwegingen tussen economie, onderwijs, grond, ruimte en energie.

• LAB2 wordt ontwikkeld met een lange termijn perspectief met hoge kwaliteit en een profilering en positionering die onderscheidend is in Nederland. Een hoog ambitieniveau wordt nagestreefd qua clustervorming, toekomstbestendigheid, waardecreatie, duurzaamheid, circulariteit en innovatie. • Integrale afwegingen bij de ontwikkeling van LAB2 dragen bij aan de versterking van en toegang tot hoger en universitair onderwijs, noodzakelijk voor een evenwichtige ontwikkeling van de regio. • LAB2 kan niet door overheden alleen succesvol gerealiseerd worden. Bedrijfsleven, onderwijs, kennisinstellingen en maatschappelijke partners spelen een belangrijke rol bij de integrale gebiedsontwikkeling. Bureau BUITEN en Stadkwadraat hebben in opdracht van de provincie Flevoland en de gemeente Lelystad de mogelijkheden onderzocht om op LAB2 een onderscheidend vestigingsklimaat te creëren dat de brede welvaart in Flevoland versterkt en leidt tot diversificatie van de werkgelegenheid. In deze Nota van Uitgangspunten zijn de mogelijke ontwikkelrichtingen – clusters/sectoren/bedrijfsactiviteiten – verkend. Resultaat is een profiel en voorkeursrichting voor LAB2. Naast de uitgangspuntennota is een beleidskader opgesteld en een businesscase uitgewerkt voor de voorkeursrichting.

Economische structuur en brede welvaart Flevoland en Lelystad De economie van Flevoland heeft zich gunstig ontwikkeld: de werkgelegenheid is sinds 2015 elk jaar gestegen en sneller gegroeid dan in Nederland als geheel. Maar het aantal banen is ten opzichte van de

4

beroepsbevolking nog relatief laag1. Ook blijft het aandeel kennisintensieve en hoogproductieve bedrijvigheid achter bij het landelijke niveau en met name dat laatste vormt een risico naar de toekomst. Geconcludeerd is dat kennisintensieve bedrijvigheid een wezenlijke toevoeging aan de economie van Flevoland is, die bijdraagt aan diversificatie van werkgelegenheid. Flevoland heeft vooral behoefte aan hoogproductieve banen. Denk aan bedrijvigheid in de maakindustrie, ICT/tech, aan R&D-centra en kennisintensieve diensten. De brede welvaart in de uitgangssituatie is in Flevoland is min of meer vergelijkbaar met die in Nederland. Die in Lelystad blijft daar licht bij achter. De blik op brede welvaart is relevant, omdat economische ontwikkeling op LAB2 in ieder geval niet ten koste mag gaan van aspecten als gezondheid, milieu en welzijn. En als het even kan moet LAB2 positief bijdragen aan de brede welvaart in Lelystad en Flevoland. In deze NvU is, voornamelijk kwalitatief, gekeken naar het effect van ontwikkelrichtingen op de brede welvaart. Geconstateerd is dat een aantal ontwikkelrichtingen zich hier positief op onderscheidt.

Inzet op vier kansrijke ontwikkelrichtingen In de samenwerkingsovereenkomst tussen de gemeente Lelystad en de provincie Flevoland zijn van te voren de ontwikkelrichtingen Energietransitie, Hoogwaardige logistiek, Luchtvaart, gerelateerde activiteiten en Agrofood al opgenomen. Na een bredere overweging zijn hier vier ontwikkelrichtingen aan toegevoegd, waardoor uiteindelijk acht ontwikkelrichtingen zijn geanalyseerd voor LAB2:

1. Agrofood (secundaire agrofood, dus exclusief de landbouw) 2. Energietransitie 3. Hoogwaardige logistiek 4. Luchtvaartgerelateerd 5. Grondstoffentransitie en circulaire economie 6. Maakindustrie 7. Scale-ups 8. Vrijetijdseconomie De ontwikkelrichtingen zijn verkend op hun kansrijkheid. Dit leidt voor LAB2 tot de conclusie dat wordt ingezet op de volgende vier ontwikkelrichtingen: • Agrofood • Energietransitie • Luchtvaartgerelateerde bedrijvigheid • Circulair bouwen Deze ontwikkelrichtingen scoren goed op de te verwachten marktvraag, meer diverse werkgelegenheid, de effecten op de brede welvaart en het ecosysteem in Flevoland (bestaand of te ontwikkelen). Ook komen ze overwegend gunstig uit de financiële quick scan. De voorgestelde focus voor LAB2 ligt dus op de vier laatstgenoemde ontwikkelrichtingen. Daarbinnen kan het ook gaan om maakindustrie of scale ups. Hoogwaardige logistiek die van (synergetische) betekenis is voor één of meer van de vier ontwikkelrichtingen behoort eveneens tot de doelgroep. Voor de definitie van hoogwaardige logistiek en de daarbij behorende randvoorwaarden wordt verwezen naar de hoofdtekst van dit rapport.

1

De werkloosheid is overigens ook laag. Er werken relatief veel Flevolanders buiten de provincie.

5

Plangebied LAB2

6

Advies: LAB2 als kennisintensief Ontwikkel- en Maakgebied Advies is om LAB2 te realiseren als een ‘Ontwikkel- en Maak’-gebied, gericht op kennisintensieve bedrijvigheid. Op LAB2 worden innovaties doorontwikkeld en geproduceerd die elders tot stand zijn gebracht. Dit is een kansrijke propositie vanwege de ligging nabij kenniscentra in Flevoland, de nabijheid van Lelystad Airport zelf, van Schiphol en Amsterdam en de voor internationale begrippen centrale en nabije ligging ten opzichte van de 3 TU’s en de WUR. LAB2 richt zich hierbij op ontwikkel- en maakbedrijven en kennisdiensten (ingenieursbureaus, testbedrijven, labs, etc.) voor de aangeduide clusters (agrofood, energietransitie, luchtvaart gerelateerd en circulair bouwen). Samenwerking met en afstemming op andere ontwikkelingen binnen met name Almere (onder meer op het vlak van eiwittransitie, circulaire economie en de in ontwikkeling zijnde Regiodeal rond duurzame energie), maar ook in een breder kader, is nodig en wenselijk.

Goed verblijfklimaat en centrale faciliteiten Naast aandacht voor het vestigingsklimaat is er op LAB2 aandacht nodig voor een goed verblijfklimaat en centrale faciliteiten, omdat LAB2 een kennisintensief ontwikkel- en maakgebied moet worden. In vergelijking tot LAB1 vraagt dit meer aandacht voor een voetgangersvriendelijke buiteninrichting, meer groen en zowel op business- als op werkenden gerichte faciliteiten. Een centrumgebied met een horeca-/kantinefunctie, een sportschool, vergader- en kleinschalige congresfaciliteiten, eventueel labs en een lokaal voor praktijkonderwijs voor collectief gebruik, vergroot de kans van slagen van het concept. Conceptueel is dit voor LAB2 vertaald naar een centrumgebied en vier omliggende ‘werelden’:

Dit conceptuele model moet in het uiteindelijke ontwerp verder worden uitgewerkt. Gefaseerde ontwikkeling Er zal sprake moeten zijn van een gefaseerde ontwikkeling. Het bruto plangebied is met 265 ha zeer groot. Dit conceptuele model voor LAB2 staat of valt met een langjarige ontwikkelhorizon en de bereidheid om selectief te zijn, om daarmee het profiel en de bijdrage aan de brede

7

welvaart op de lange termijn tot stand te brengen. Het is dus een bewust andere keuze dan gaan voor quick wins op korte termijn en snelle uitgifte. Te denken valt aan een eerste fase met een ordegrootte van ca. 60-70 ha en een zo flexibel mogelijke, vraaggerichte uitgiftesystematiek, waarbij snelle opschaling mogelijk is. Aandacht voor duurzaamheid In de ontwikkeling is er, zoals geformuleerd in de gemeenschappelijke ambities van de gemeente en de provincie, aandacht nodig voor duurzaamheid. Aandachtspunt is in ieder geval beschikbaarheid van groene stroom, maximale productie ervan op de locatie in combinatie met energie-opslagmogelijkheden (o.a. accu’s) en de realisatie van een energy hub met laad- en tankfaciliteiten voor elektrisch transport en waterstof voor met name vrachtverkeer. Beleidskader Het bij deze uitgangspuntennota behorende beleidskader laat zien dat LAB2 past in het vigerend beleid. Qua hoogte zijn er in het plangebied restricties. Qua doelgroepen passen de beoogde ontwikkelrichtingen goed in het economisch beleid van zowel provincie Flevoland als gemeente Lelystad. In dat beleid zit met name aan gemeentelijke kant meer accent op logistiek. In het beoogde profiel van LAB2 is dit alleen het geval als er synergie is met de vier beschreven ontwikkelrichtingen.

Positieve businesscase Voor de voorkeursrichting is een (vertrouwelijke) businesscase uitgewerkt, voor de eerste fase en voor een totaalbeeld op langere termijn. Beide onderdelen van de businesscase laten een positief saldo zien, uiteraard op basis van een aantal veronderstellingen. In die veronderstellingen is rekening gehouden met karakteristieken van de vraag in de verschillende werelden, daarbij passende uitgiftetempi en differentiatie in afzetprijzen. In een ontwikkelstrategie vergt dit verdere uitwerking. De ontwikkelstrategie volgt op de uitgangspuntennota.

8

1 Achtergrond en ambitie LAB2 1.1 Lelystad Airport Businesspark 2 De eerste fase van Lelystad Airport Businesspark (LAB) nadert zijn voltooiing. Door de gunstige centrale ligging in het land op het kruispunt van de A6 en de N302 en nabij Lelystad Airport en Flevokust Haven zien gemeente Lelystad en provincie Flevoland een grote bovenregionale potentie voor de tweede fase van LAB. De vraag naar ruimte voor bedrijvigheid is in veel segmenten hoog in de MRA, Flevoland en Lelystad. Daarom kunnen er voor het gebied keuzes worden gemaakt en eisen gesteld. De gemeente Lelystad en de provincie Flevoland hebben geconstateerd dat zij vergelijkbare inzichten hebben over hoe zij invulling willen geven aan de gebiedsontwikkeling van LAB2. Beide partijen hebben daartoe een samenwerkingsovereenkomst gesloten voor de ontwikkeling van LAB2. Gezamenlijke ambities hierin zijn: • De mogelijkheden die Lelystad Airport biedt in combinatie met de goede bereikbaarheid benutten voor het ontwikkelen van een propositie die onderscheidend is ten opzichte van het huidige economische profiel van stad en regio. • De ontwikkeling van LAB2 dient als proeftuin om ruimte te bieden aan innovaties bij luchtvaartgerelateerde bedrijvigheid, in combinatie met transitieopgaven op het gebied van onder meer energie en voedsel.

• De ontwikkeling van LAB2 draagt bij aan verschillende majeure opgaven waar de gemeente Lelystad en de provincie Flevoland voor staan. • LAB2 maakt onderdeel uit van de gezamenlijke ambitie om te komen tot een gebalanceerde groei met een verantwoorde afwegingen tussen economie, onderwijs, grond, ruimte en energie.

• LAB2 wordt ontwikkeld met een lange termijn perspectief met hoge kwaliteit en een profilering en positionering die onderscheidend is in Nederland. Een hoog ambitieniveau wordt nagestreefd qua clustervorming, toekomstbestendigheid, waardecreatie, duurzaamheid, circulariteit en innovatie. • Integrale afwegingen bij de ontwikkeling van LAB2 dragen bij aan de versterking van en toegang tot hoger en universitair onderwijs, noodzakelijk voor een evenwichtige ontwikkeling van de regio. • LAB2 kan niet door overheden alleen succesvol gerealiseerd worden. Bedrijfsleven, onderwijs, kennisinstellingen en maatschappelijke partners spelen een belangrijke rol bij de integrale gebiedsontwikkeling.

1.2 Onderzoek Bureau BUITEN en Stadkwadraat Gemeente Lelystad en Provincie Lelystad hebben voor LAB2 een onderzoek uitgezet dat moet resulteren in de volgende drie producten: • Een Nota van Uitgangspunten (NvU), waarin ontwikkelrichtingen worden bepaald en verder worden uitgewerkt en een haalbare voorkeursrichting wordt gekozen. Een financiële quick scan vormt onderdeel van het keuzeproces naar de voorkeursrichting. • Een Beleidskader, met daarin randvoorwaarden en majeure aandachtspunten voor de ontwikkeling van Lelystad Airport Businesspark 2. • Een Businesscase waarmee de financiële haalbaarheid getoetst wordt en die een basis vormt voor een later op te stellen ontwikkelstrategie. Dit rapport is de NvU. Bij deze NvU hoort een separaat bijlagenrapport, waarin de achterliggende analyses zijn opgenomen. De twee andere producten worden als afzonderlijke rapportages uitgebracht, maar ze hangen onderling uiteraard samen.

9

Het gehele onderzoek is uitgevoerd door Bureau BUITEN als hoofdaannemer en Stadkwadraat als onderaannemer voor de planeconomische onderdelen (de quick scan en de Businesscase).

Bureau BUITEN en Stadkwadraat danken de partijen voor een constructieve opstelling.

1.4 Opbouw van deze Nota van Uitgangspunten 1.3 Aanpak In het werkproces zijn verschillende ontwikkelrichtingen verkend op hun kansrijkheid. Vervolgens zijn er in totaal acht ontwikkelrichtingen onder de loep genomen. De basis komt uit desk research. Aanvullend zijn enkele gesprekken gevoerd, zie bijlage 1. In de analyse is gekeken naar de huidige en toekomstige economische structuur in de regio, naar trends en ontwikkelingen die mede bepalend zijn voor de toekomstige vraag naar ruimte op LAB2, de mate waarin een ontwikkelrichting leidt tot diversificatie van de werkgelegenheid, de effecten die een ontwikkelrichting mogelijk heeft op de brede welvaart en naar de kwaliteit van het ecosysteem in Flevoland voor een ontwikkelrichting of aandachtspunten voor ontwikkeling daarvan. Op basis hiervan is toegewerkt naar een voorkeursscenario, dat bestaat uit een combinatie van die ontwikkelrichtingen die als kansrijk worden gekwalificeerd. Dit voorkeursscenario is mede gebaseerd op de uitkomsten van een financiële quick scan naar de verhouding tussen kosten en opbrengsten van een ontwikkelingsrichting, rekening houdend met het afzetperspectief.

In de Nota van Uitgangspunten zijn de volgende punten inzichtelijk gemaakt: • In hoofdstuk twee wordt de economische structuur van Flevoland en Lelystad beschreven, een toelichting gegeven op de Brede Welvaart en de uitgangssituatie en potentie van LAB2 wordt hierin beschreven. • In hoofdstuk drie worden acht ontwikkelrichtingen (activiteiten/sectoren/clusters) onder de loep genomen en wordt verkend of die relevant kunnen zijn voor LAB2. • In hoofdstuk vier wordt aan de hand van de voorgaande analyses en de financiële quick scan toegewerkt naar een voorstel voor de ontwikkelrichtingen waar LAB2 zich op moet richten. • In hoofdstuk vijf wordt er gekeken naar de positionering van LAB2, die is toegelicht in de vorm van concrete uitgangspunten die betrekking hebben op duurzaamheid, de conceptuele uitwerking en marketing en acquisitie.

Tussentijdse producten zijn in een intensief samenwerkingsproces met de beide opdrachtgevers besproken. Bestuurlijk zijn de verantwoordelijk wethouder van Lelystad en de twee betrokken gedeputeerden van Flevoland aangehaakt in het proces. Ook is dankbaar gebruik gemaakt van de kennis en ervaring die bij de Ontwikkeling Maatschappij Lelystad Airport Businesspark (OMALA) aanwezig is. De input uit de verschillende overleggen heeft zondermeer bijgedragen aan de kwaliteit van deze NvU.

10

2 Economische structuur en Brede Welvaart in Flevoland en Lelystad

de economie in Nederland). Ondervertegenwoordigd zijn onder meer de zorg, financiële diensten en de nijverheid (industrie, bouw, nuts) en bijvoorbeeld ook horeca en overheid. Figuur 2.1 Banen per sectie/sector Flevoland en Nederland (LISA, 2022) Overige diensten

Omdat de ambitie is dat LAB2 zorgt voor diversificatie van banen en bijdraagt aan versterking van Brede Welvaart, is het relevant om eerst inzicht te hebben in de uitgangssituatie op die twee punten. Dat komt in dit hoofdstuk aan de orde.

Zorg Onderwijs Overheid Zakelijke diensten Financiële instellingen

Informatie en Communicatie

2.1 Economische structuur Flevoland en Lelystad

Horeca Vervoer en Opslag

De economie van Flevoland heeft zich in de achterliggende jaren gunstig ontwikkeld. De groei van het Bruto regionaal Product ligt langjarig gezien boven die in Nederland2, het aantal banen is sterk toegenomen, de arbeidsparticipatie is hoog en de werkloosheid laag3. Ondanks deze gunstige ontwikkelingen, telt Flevoland relatief gezien nog altijd een gering aantal banen in verhouding tot de beroepsbevolking (80% waar dit voor Nederland als geheel op 93% ligt) en dus een grote netto uitgaande pendel.

Handel Bouw Nutsbedrijven Industrie Landbouw en Visserij 0,0%

5,0%

Flevoland

In figuur 2.1 is een vergelijking weergeven van de economische structuur in Flevoland en Nederland in termen van het aantal banen per sector/bedrijfstak. Handel (groot- en detailhandel), zakelijke diensten en in mindere mate de landbouw zijn de sectoren waarin de Flevolandse economie relatief groot is (in vergelijking tot het aandeel van die sector in 2

Steeds vaker wordt naast het BRP ook naar Brede Welvaart gekeken. Ook in dit rapport komt die aan bod en wel in de volgende paragraaf, 2.2.

10,0%

15,0%

20,0%

25,0%

Nederland

De economische structuur in Lelystad toont veel overeenkomsten met die van Flevoland (zie figuur 2.2), maar zorg en overheid zijn in Lelystad relatief groot, wat als provinciehoofdstad niet verrassend is. 3

Zie https://economicboardflevoland.nl/wpcontent/uploads/2023/03/Economic-Board-Flevoland_Flevoland-Monitor2023.pdf

11

Figuur 2.2 Banen per sectie/sector Lelystad en Flevoland (LISA, 2022)

Overige diensten Zorg Onderwijs Overheid Zakelijke diensten Financiële instellingen

Informatie en Communicatie Horeca Vervoer en Opslag Handel Bouw Nutsbedrijven

onder het Nederlandse niveau. Die wat lagere arbeidsproductiviteit heeft voor een deel te maken met de sectorale samenstelling (een hoogproductieve sector als de industrie is wat minder goed vertegenwoordigd), maar is ook los daarvan een minder sterk punt van de economie in Flevoland. Dat is, mede met het oog op de krapte op de arbeidsmarkt die in Flevoland vergelijkbaar is met Nederland, wel een wezenlijke constatering. Er is in Flevoland dus behoefte aan slimme, hoogproductieve banen en niet zozeer aan meer banen alleen. Ook met het oog op vergrijzing en ontgroening, waar Flevoland met haar groeiende bevolking overigens een relatief gunstige ontwikkeling laat zien, is dat relevant. Industrie en ICT/tech zijn de sectoren die zelf een hoge arbeidsproductiviteit kennen en die ook gunstig doorwerken in de arbeidsproductiviteit van andere sectoren. Denk aan meer robotisering, maar ook aan de impact van AI en andere vormen van digitalisering in bijvoorbeeld zorg en dienstverlening. Met name voor de industrie, maar overigens ook voor de moderne logistiek, geldt dat die kapitaalintensief is en mede daardoor een hoge arbeidsproductiviteit heeft.

Industrie Landbouw en Visserij 0,0%

5,0%

10,0%

Lelystad

Flevoland

15,0%

20,0%

25,0%

Er is ook een aantal andere wat minder sterke punten of punten waarop ontwikkeling wenselijk is in Flevoland. Zo zijn de uitgaven aan Research & Development (R&D) relatief laag, zowel in vergelijking tot het nationale niveau als ook in vergelijking tot de omvang van de regionale economie (lage R&D-intensiteit). Die R&D-intensiteit is relevant met het oog op het toekomstig verdienvermogen in de regio. Ook de arbeidsproductiviteit ligt

Illustratief voor de kennisintensiteit van de Flevolandse economie zijn twee andere aspecten: het opleidingsniveau van de beroepsbevolking (figuur 2.3) en de werkgelegenheid naar wat het CBS beroepsniveaus noemt (figuur 2.4). Beide wijzen voor Flevoland dezelfde kant op: Flevoland telt relatief weinig hoger opgeleiden4 (landelijk 32%, Flevoland 26%) en er zijn ook minder banen voor het hoogste beroepsniveau, al is dat verschil kleiner (36% om 32%). Voor Lelystad geldt dat het aandeel hoger opgeleiden nog iets lager ligt (nog 2%-punt minder dan in Flevoland).

4

We hanteren hier de terminologie van de CBS-data; u mag hier ook theoretisch opgeleiden lezen.

12

100% 90% 80%

24%

26%

32%

70% 60% 50%

42%

46%

45%

28%

31%

40% 30% 20% 10%

27%

0% Nederland

Flevoland Laag

Middel

Lelystad Hoog

100% 90% 80%

36%

32%

31%

18%

19%

18%

38%

38%

42%

8%

8%

9%

Nederland

Flevoland

Lelystad

70% 60% 50% 40% 30% 20% 10%

0%

Beroepsniveau 1

Beroepsniveau 2

Beroepsniveau 3

Beroepsniveau 4

Figuur 2.3 Opleidingsniveau beroepsbevolking (CBS, 2021) Figuur 2.4 Beroepsniveaus banen (CBS, 2022) Indeling volgens International Standard Classification of Occupations 2008. Beroepsniveau 1: eenvoudige routinematige taken Beroepsniveau 2: weinig tot middelmatig complexe taken Beroepsniveau 3: complexe taken Beroepsniveau 4: zeer complexe gespecialiseerde taken Inzicht in een uitsplitsing naar opleidingsrichting ontbreekt overigens, maar in combinatie met de sectorstructuur en andere informatie over de economie van Flevoland kan worden afgeleid dat met name meer technische banen bijdragen aan de diversificatie van banen. Met het oog op de ontwikkeling van LAB2 kan overigens op een verschillende manier naar die cijfers over opleidings- en beroepsniveaus worden gekeken. Aan de ene kant zou kunnen worden gezegd dat LAB2 zich met name zou moeten richten op de regionaal sterk vertegenwoordigde opleidingsniveaus. Maar dan is er geen sprake van diversificatie en bovendien is er geen grote werkloosheid die ervoor zou pleiten om juist voor die niveaus nieuwe kansen te creëren. De andere invalshoek is dat mede met het oog op arbeidsmarktkrapte en versterking van de economische structuur op langere termijn juist een inzet gericht op kennisintensieve en hoogproductieve banen wenselijk is.

Een slimmere en hoog productievere stedelijke economie zal dan wel van onderop moeten worden opgebouwd. Het deels nog maar beperkt regionaal beschikbaar zijn van arbeidsaanbod hiervoor, kan op kortere termijn worden opgelost door pendel en daarvoor ligt LAB2 gunstig centraal in Nederland. Op langere termijn kan dit mede door het meer binden van hoger opgeleiden aan Flevoland. Dat vraagt onder andere om een

13

gedifferentieerde woningmarkt. De tweede invalshoek sluit aan de op de ambities van Provincie Flevoland en gemeente Lelystad voor LAB2. Overigens dient te worden beseft dat er in veel bedrijfstakken sprake is van een spreiding van banen over opleidingsniveaus en dat in generieke zin de arbeidsvraag sowieso tendeert naar steeds beter geschoolde medewerkers. Illustratief daarvoor is dat voor een startkwalificatie op de arbeidsmarkt in de meeste gevallen al tertiair onderwijs nodig is. 2.1.1

Conclusie: kennisintensieve bedrijvigheid voor diversificatie

Conclusie: kennisintensieve bedrijvigheid voor diversificatie Uit deze economische analyse wordt geconcludeerd dat met name kennisintensieve bedrijvigheid een wezenlijke toevoeging aan de economie van Flevoland is, die bijdraagt aan diversificatie van werkgelegenheid. Denk aan bedrijvigheid in industrie, ICT/tech, aan R&D-centra en kennisintensieve diensten.

2.2 Brede Welvaart Het begrip Brede Welvaart – zie het tekstkader hierover – mag zich in toenemende populariteit verheugen. Door naar Brede Welvaart te kijken bij de ontwikkeling van LAB2, wordt geprobeerd om niet alleen economische en financiële overwegingen een rol te laten spelen bij het denken over de toekomstige ontwikkeling, maar daarbij een ruimere scope te hanteren. Achterliggende gedachte is onder meer dat de economische ontwikkeling die met LAB2 wordt geambieerd niet ten koste moet gaan van welzijn, milieu of gezondheid.

Brede Welvaart: toelichting op de betekenis van de CBS-data en de opgenomen figuren Het CBS omschrijft Brede Welvaart als de kwaliteit van leven in het hier en nu en de mate waarin die invloed heeft op de toekomst en elders. Brede Welvaart is meer dan economie alleen, maar kijkt ook naar thema’s als gezondheid, welzijn en veiligheid (om er enkele te noemen). Op basis van 8 thema’s, die in totaal zijn opgebouwd uit 33 indicatoren wordt de Brede Welvaart in beeld gebracht door het CBS. In onderstaande spider staat de score van Flevoland op de 8 thema’s verbeeld. Voor een goed begrip worden de 8 thema’s kort omschreven.

Voor een meer volledige toelichting op alle indicatoren wordt verwezen naar https://www.cbs.nl/nlnl/visualisaties/regionale-monitor-brede-welvaart/thema Welzijn: tevredenheid met het leven, tevredenheid met vrije tijd Materiele welvaart: mediaan besteedbaar inkomen en het bruto binnenlands product (regio) Gezondheid: 4 indicatoren, waaronder aandeel met overgewicht en levensverwachting Arbeid: 6 indicatoren, waaronder arbeidsparticipatie, aandeel hoog opgeleiden en werkloosheid Wonen: 5 indicatoren, waaronder tevredenheid met woning en afstand tot school en sportvoorziening Samenleving: 4 indicatoren, contact met familie/vrienden, vertrouwen in anderen/instituties Veiligheid: 3 indicatoren, waaronder geregistreerde misdrijven en aantal ondervonden delicten Milieu: 7 indicatoren, waaronder hoeveelheid natuur, broeikasgasemissies en fijnstof.

14

Het moge duidelijk zijn dat de ontwikkelrichtingen zelden een direct en hard kwantificeerbaar effect hebben op de indicatoren. De beschrijving van het effect van de ontwikkelrichting is daarom een kwalitatieve inschatting, waarbij globaal een onderscheid wordt gemaakt van sterk negatief effect tot sterk positief. Figuur 2.5 Brede Welvaart in Flevoland en Nederland Score Flevoland

Gemiddelde score Nederland Welzijn 5

Milieu

4

Materiele welvaart

3 2 1 Veiligheid

0

Samenleving

Gezondheid

Arbeid Wonen

In de CBS-weergave scoort Flevoland hoger dan het Nederlandse referentieniveau op de thema’s milieu en welzijn, maar wat lager op de thema’s wonen en materiële welvaart. Op de andere thema’s zijn de scores vrijwel vergelijkbaar met elkaar.

5

Uit analyses van de Rabobank blijkt dat het niveau van Brede Welvaart in Lelystad wat lager ligt dan in de rest van Flevoland5, al is het verschil niet significant. De ervaren gezondheid, veiligheid en baan(on)zekerheid zijn factoren die bijdragen aan die iets lagere score van Lelystad. Theoretische impact LAB2 op Brede Welvaart Brede Welvaart omvat dus een veelheid aan factoren die tezamen iets zeggen over het welbevinden van mensen in de regio. Zuiver kijkend naar de onderliggende indicatoren en data, is het niet zo dat toevoeging van een groot bedrijventerrein direct en meetbaar tot een wezenlijke verandering in Brede Welvaart leidt. In algemene zin kan worden gezegd dat een extra bedrijventerrein leidt tot meer economische activiteit en daarmee de kansen op een passende baan voor mensen in de regio vergroot en bijdraagt aan de materiele welvaart. Een keerzijde kan zijn dat er een negatief effect is op milieu of verkeersveiligheid of dat mensen de ruimtelijke impact van een bedrijventerrein als negatief voor hun welzijn ervaren. Er zijn natuurlijk wel verschillen in de aard van activiteiten en de mate waarin dergelijke effecten optreden. Zo zal vrijwel alle bedrijvigheid leiden tot meer verkeer, maar in de logistieke sector is dat effect naar de aard van de bedrijvigheid wat groter.

Ook zal een relatief groene inrichting van het bedrijventerrein en een minder grootschalige inrichting positief uitwerken op de ervaren ruimtelijke kwaliteit en daarmee ook in enige mate op het welzijn van mensen die in de nabijheid van het bedrijventerrein komen. Er zijn ook factoren waar een nieuw bedrijventerrein nauwelijks tot geen invloed op heeft. Neem zoiets als sociale contacten of maatschappelijke betrokkenheid (onderdeel van de Rabobank-analyses over Brede Welvaart), dat zijn factoren die in ieder geval niet direct worden beïnvloed door een ontwikkeling als LAB2.

Zie Flevoland Monitor 2023

15

Duidelijk mag zijn, dat een harde kwantitatieve effectbepaling van verschillen in Brede Welvaart tussen potentiële ontwikkelrichtingen voor LAB2 – zie het volgende hoofdstuk – niet mogelijk en niet zinvol is. Wel kan indicatief worden bepaald of een ontwikkelrichting grosso modo positief dan wel negatief uitwerkt op een thema binnen Brede Welvaart en of dat effect klein dan wel relatief groot is. Die benadering wordt in het volgende hoofdstuk gehanteerd. Daarbij richt de analyse zich met name op Brede Welvaart ‘hier en nu’ en in minder mate op ‘straks’ en niet of in veel mindere mate op ‘elders’. Dat laatste is namelijk nog lastiger in beeld te brengen. Met een schuin oog wordt er wel naar gekeken, bijvoorbeeld als een ontwikkelrichting inzet op meer circulaire economie met regionale grondstoffen, dan wordt dat als positief gezien. 2.2.1

Conclusie: Brede Welvaart

Conclusie: Brede Welvaart goed om te gebruiken, accent kwalitatief De inzet op Brede Welvaart is erop gericht om voor de ontwikkeling van LAB2 breder te kijken dan naar alleen economie en geld. Het in beeld brengen van de effecten van ontwikkelrichtingen op de Brede Welvaart zal vooral kwalitatief worden gedaan.

2.3 Uitgangssituatie LAB2 LAB2 is aangewezen als een bovenregionaal bedrijventerrein. De omvang ligt nog niet vast, maar er is potentieel veel ruimte. Het bruto plangebied tussen de ontsluitingswegen is ongeveer 265 ha groot.

6

Figuur 2.6 Ligging en schaal LAB2

Afstand is ruim 5 km en reistijd met bus is nu nog ruim 20 minuten. Dat wordt beter met een eventuele shuttle, maar de afstand is voor natransport voor woon-

Met de ligging naast Lelystad Airport, bij Lelystad en daarmee in de economisch dynamische Metropoolregio Amsterdam (MRA), aan/nabij de snelweg A6 en N302 is er sprake van een centrale locatie die goed bereikbaar is over de weg. Via havenlocatie Flevokust Haven kan eventueel ook bereikbaarheid voor goederen over water worden gefaciliteerd. Personenbereikbaarheid via OV is als niet bijzonder goed te kwalificeren, de afstand tot station Lelystad is vrij groot6 (en ook tot een eventueel toekomstig station Lelystad Zuid). De huidige busverbinding zal overigens substantieel worden opgewaardeerd als het Kabinet in 2024 besluit om Lelystad Airport te openen voor het groot handelsverkeer. Met werkverkeer relatief (in vergelijking tot andere werklocaties elders) behoorlijk groot.

16

‘deel E-bikes’ kan voor aanvullend OV worden gezorgd, maar ook dan is de locatie vooral een autolocatie.

Figuur 2.7 Ligging LAB2 in een groter geografisch perspectief

De schaarste aan bedrijventerreinen in de MRA en de schaal van LAB2 maken de ontwikkeling een belangrijk onderdeel van de economische strategie voor Lelystad, Flevoland en de MRA. In de samenwerkingsovereenkomst tussen de Provincie Flevoland en gemeente Lelystad is uitgesproken dat LAB2 zich moet gaan onderscheiden in termen van diversificatie van werkgelegenheid en Brede Welvaart. Er wordt een andere invulling beoogd dan het huidige LAB1. Zowel binnen Flevoland als op een hoger schaalniveau bezien heeft LAB2 een centrale locatie. Dat geldt niet alleen geografisch ten opzichte van steden in en buiten Flevoland, maar heeft ook betrekking op de ligging ten opzichte van een aantal voor LAB2 interessante andere ontwikkelingen (zie figuur 2.7). Zo ligt de locatie op relatief korte afstanden van een aantal kenniscentra in Flevoland, waaronder: • een tweetal vestigingen van de WUR, de aanwezigheid van Aeres (inclusief Warmonderhof) en enkele andere agrofoodkennisinstellingen/-bedrijven. • het in ontwikkeling zijnde Mobiliteit en Infrastructuur Test Centrum (MITC) in Marknesse, waar RDW, NLR en DNW hun faciliteiten bundelen in een high tech testomgeving. • de Hogeschool Windesheim in Almere en de ROC’s in Flevoland.

Op een hoger schaalniveau bezien ligt de locatie dichtbij Schiphol en Amsterdam als internationale magneet en merk van wereldnaam. Ook ligt LAB2 centraal ten opzichte van de drie Technische Universiteiten op voor internationale begrippen korte afstanden gelegen (tussen 110-140km) en dat geldt evenzo voor vrijwel alle andere universiteiten en research centra. Bij de ontwikkeling van LAB2 moet rekening worden gehouden met de economische accenten en inzet elders in Flevoland, in de MRA en in andere omliggende gebieden. Ook zal er gekeken moeten worden naar andere thematische bedrijventerreinen in Nederland die zich richten op dezelfde ontwikkelrichtingen als LAB2. Zowel vanuit het perspectief van de concurrentiepositie van LAB2 zelf, als om ongewenste beleidsconcurrentie met andere ontwikkelingen te voorkomen.

17

3 Potentiële ontwikkelrichtingen voor LAB2 LAB2 is gelegen in een gebied dat door de Provincie Flevoland is aangewezen als een bedrijventerrein van bovenregionaal belang. Vanwege omvang en ligging - aan afslag A6, naast Lelystad Airport, centraal in Nederland, in de MRA – is het aannemelijk dat de locatie voor verschillende doelgroepen geschikt en aantrekkelijk is. In dit hoofdstuk worden acht ontwikkelrichtingen (activiteiten/sectoren/clusters) onder de loep genomen en wordt verkend of die relevant kunnen zijn voor LAB2. 3.1 Selectie 8 ontwikkelrichtingen In een eerder onderzoek van WesselinkVanZijst7 – zijn vier clusters van activiteiten als kansrijk aangeduid: • Agrofood (met de toevoeging ‘secundair’, om duidelijk te maken dat het exclusief de primaire sector is, dus geen landbouw/glastuinbouw/ veeteelt, etc.)8. • Energietransitie. • Hoogwaardige logistiek. • Luchthavengerelateerde bedrijvigheid.

7 8

Stakeholderanalyse Ontwikkeling LAB2 (februari, 2022) Voedselverwerking, machinebouw en bijbehorende logistiek

De relevantie van die clusters voor LAB2 is helder. Het agrofoodcluster is heel belangrijk in Flevoland en de secundaire agrofood (verwerking en verwaarding, machinebouw, eiwittransitie, etc.) heeft gunstige perspectieven. De energietransitie is maatschappelijk uitermate relevant en een ontwikkeling waar we nu en in de komende decennia tientallen zo niet honderden miljarden euro in investeren in alleen al Nederland. Hoogwaardige logistiek9 bouwt voort op het track record van Flevoland als logistieke hotspot en de ontwikkeling van LAB1, de eerste fase van Lelystad Airport Business Park dat vooral is en wordt gevuld met logistieke bedrijvigheid. En het luchtvaartgerelateerde cluster is uiteraard logisch vanwege de nabijheid van de luchthaven. Zowel voor de huidige als toekomstige functie van de luchthaven is dit relevant. De nabijheid van de luchthaven is voor deze sector een toegevoegde waarde, die leidt tot operationele en kostenvoordelen. In de eerste fase van dit onderzoek is nagedacht over mogelijke andere ontwikkelrichtingen die interessant zouden kunnen zijn voor LAB2 voor nader onderzoek. Daarbij hebben verschillende mogelijkheden de revue gepasseerd. Er zijn vier extra ontwikkelrichtingen voorgesteld om mee te nemen in het nadere onderzoek: • Circulaire economie en dan in het bijzonder circulaire bouw.

De gehele economie moet circulair worden en de MRA, maar eigenlijk geheel Nederland, heeft een grote bouwopgave. Die bouwopgave vraagt om innovatieve manieren van bouwen – fabrieksmatig bijvoorbeeld – en om het gebruik van meer biobased grondstoffen en hergebruik van componenten, onderdelen of grondstoffen. • Maakindustrie: omdat die in Flevoland is ondervertegenwoordigd, een hoge arbeidsproductiviteit kent en kansrijk is vanwege ontwikkelingen als Smart Industry en re-shoring, het terughalen van 9

Logistieke bedrijven die door voortschrijdende robotisering kapitaalintensiever worden, waar meer ICT-banen zijn en met bedrijven die zowel wat betreft gebouw als transportvloot duurzaam zijn.

18

productieactiviteiten naar Europa om redenen van kwaliteit en minder kwetsbare supply chains; • Scale ups: Flevoland heeft een goede uitgangspositie om kennis om te zetten naar producten en diensten. Pure research vindt overwegend elders plaats, maar ‘Development’, de D van R&D, kan heel goed in Flevoland. Met bijvoorbeeld de testfaciliteiten van het MITC ‘om de hoek’ zijn bedrijven die daar iets hebben getest en vervolgens willen opschalen een potentieel interessante doelgroep. In het verlengde van het voorbeeld Brainport Industry Campus (BIC) is het interessant om na te gaan of op LAB2 condities en faciliteiten kunnen worden gecreëerd waarmee de locatie een plus aanbiedt voor scale ups. In een later stadium kan de combinatie (gedeelde) faciliteiten met bedrijfshuisvesting uitgebreid worden met kennis en onderwijs (dus met een research component). • Vrijetijdseconomie: grootschalige leisure vraagt om ruimte, bereikbaarheid en een goede ligging ten opzichte van bevolkingsconcentraties, drie componenten die LAB2 kan bieden en waarvoor niet veel proposities in Nederland beschikbaar zijn.

Daarnaast zijn de volgende ontwikkelrichtingen de revue gepasseerd die niet verder zijn uitgewerkt en die hierna worden genoemd, inclusief een toelichting waarom ze verder niet zijn meegenomen: • Is groene chemie wellicht een kans? Dat vraagt immers ruimte, is kennisintensief en kent een hoge productiviteit in termen van economische toegevoegde waarde per baan. Echter, het is niet voor niets dat we in Nederland enkele grote chemische clusters hebben, die voornamelijk – niet allemaal – een goede bereikbaarheid over water hebben voor aan- en afvoer en die zijn aangesloten op pijpleidingnetwerken voor de distributie van bulkgrondstoffen (o.a. ethyleen). Dat is bij LAB2 niet het geval en alleen de eventuele aantakking op de beoogde nationale waterstofbackbone wordt niet genoeg geacht om een kansrijk chemisch cluster te ontwikkelen. Ook zijn er bij de opdrachtgevers sterke twijfels over de beeldkwaliteit en

effecten op milieu en leefbaarheid van een eventueel chemisch cluster – temeer omdat bepaalde bedrijvigheid in de nabijheid van vliegvelden per definitie wordt uitgesloten. Kortom: de chemie valt af als mogelijke doelgroep. • Uitplaatsing van bedrijven uit het Noordzeekanaalgebied/Amsterdam is als kans de revue gepasseerd. Daarover is echter opgemerkt dat die eventuele uitplaatsingen onzeker zijn en veelal bedrijvigheid uit hogere milieuhindercategorieën betreft. LAB2 is niet expliciet bedoeld om geschikte milieus voor dergelijke bedrijvigheid te bieden. Een bedrijf dat op LAB2 past en toevallig daar vandaan komt, is van harte welkom, maar er wordt niet specifiek gericht op deze geografische en beleidsmatige herkomst. • De grote transities zijn de revue gepasseerd en daarbij is ook circulaire economie naar voren gekomen. Daarover is geconstateerd dat delen van de circulaire economie interessant kunnen zijn (zoals ook hierboven al aangegeven), maar dat LAB2 niet is bedoeld voor grootschalige recycling. Dat wordt als te weinig kennisintensief gezien en draagt niet of beperkt bij aan de ambitie gericht op diversificatie van de werkgelegenheid. • Is LAB2 kansrijk als kantorenlocatie? Er zijn twee redenen om dat niet nader te verkennen. In de eerste plaats vragen kantoren vooral om een interactiemilieu en een goede OV-bereikbaarheid, met name met de trein.

Bovendien is er sprake van een concentratietendens op de kantorenmarkt waarvan vooral grote steden – groter dan Lelystad – profiteren en waarbij snelwegmilieus zoals LAB2 aan populariteit inboeten. Er kan op LAB2 uiteraard wel sprake zijn van aan ontwikkelrichtingen en aan gevestigde bedrijven gekoppelde kantoren.

3.2 Methodiek beoordeling In totaal zijn dus de volgende acht ontwikkelingsrichtingen onder de loep genomen:

19

3.3 Beschrijving en beoordeling 8 ontwikkelrichtingen 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8.

Voedseltransitie en (secundaire) agrofood Energietransitie Hoogwaardige logistiek Luchtvaartgerelateerd Grondstoffentransitie en circulaire economie Maakindustrie Scale-ups Vrijetijdseconomie

Aan de hand van desk research en verschillende gesprekken met experts zijn de ontwikkelrichtingen verkend op hun kansrijkheid. Deze analyse is in een separaat als bijlagedocument toegevoegd. Om de ontwikkelrichtingen te kunnen beoordelen is er aandacht besteed aan: • de huidige bedrijvigheid in Flevoland binnen de ontwikkelrichtingen, en naar toonaangevende bedrijven/(kennis)instellingen; • diversificatie werkgelegenheid door te kijken naar de verdeling van banen naar opleidingsniveau en een vergelijking te maken met het beroepsniveau voor Flevoland en Lelystad; • trends en ontwikkelingen per ontwikkelrichting; • de beoordeling van een totaalpakket aan goede randvoorwaarden binnen een ecosysteem. Voor dat laatste is het theoretisch kader van prof. Erik Stam als vertrekpunt gehanteerd. Hij laat zien dat een succesvol ecosysteem ook niet-fysieke elementen omvat, zoals talent, netwerken, kennis, financiering etc. • en ten slotte de beoordeling van de potentiële bijdrage aan Brede Welvaart in Flevoland. In de volgende paragraaf zijn deze punten samengenomen in een beoordeling per ontwikkelrichting.

3.3.1

Voedseltransitie en (secundaire) agrofood

Diversificatie van de werkgelegenheid Flevoland kent een sterke agrarische sector, heeft interessante bedrijvigheid in de machine-industrie voor zowel de agrarische sector als voor de voedingsindustrie, de voedingsindustrie zelf is vertegenwoordigd en er zijn relevante kennisinstellingen/scholen. Met name banen in de machine-industrie dragen, vanwege het technisch karakter en het scholingsniveau (MBO4, HBO, WO) bij aan diversificatie van de werkgelegenheid en een hoge toegevoegde waarde per baan, evenals ontwikkelende, innovatieve bedrijven die zijn gericht op de eiwittransitie. Ook robotontwikkeling – de ontwikkeling en bouw van robots – en productie voor agrofood voegt iets toe aan de banen in Flevoland. Dat geldt ook maar in mindere mate voor de voedingsindustrie, die relatief veel banen op MBO-niveau telt. Opgemerkt wordt dat er elders in Flevoland, waaronder op de Flevocampus in Almere, ook al aan innovatie in de (secundaire) agrofood wordt gewerkt. Er is dus aandacht nodig voor een logische scheidslijn tussen LAB2 en andere locaties. Daarbij lijkt het logisch om voor LAB2 te denken aan die kennisintensieve activiteiten die dicht tegen de markt aanzitten. Brede welvaart In de voedseltransitie en secundaire agrofood zit een potentieel positieve koppeling met gezondheid en een gezonde leefstijl.

De secundaire agrofood is een dynamische sector met sterke groei op wereldschaal, een bijzonder goede positie van Nederland en een vruchtbaar ecosysteem in Flevoland (met de primaire agrofood als proeftuin binnen handbereik), waarbinnen kansen liggen voor versterking van de materiële welvaart, een goede koppeling tussen onderwijs-arbeidsmarkt en baankansen die

20

aansluiten op de beroepsbevolking. Daarentegen heeft bedrijvigheid binnen de voedselverwerking en productie van landbouwmachines wel een hogere milieuhindercategorie waardoor de ontwikkelrichting minder goed scoort op de indicator milieu (al is technologische ontwikkeling die bijdraagt aan reductie milieudruk ook een interessante niche binnen agrofood). Figuur 3.1: het effect van de ontwikkelrichting agrofood op de brede welvaart Score Flevoland

Milieu

Veiligheid

Score ontwikkelrichting Welzijn 5 4 3 2 1 0

Samenleving

3.3.2

Energietransitie

Materiele welvaart

Gezondheid

Arbeid Wonen

De ontwikkelrichting agrofood heeft een overwegend positief effect op de brede welvaart. Voorlopige conclusie agrofood Het groeiperspectief van de sector op wereldschaal en de kwaliteiten van het ecosysteem in Flevoland maken dit een kansrijke ontwikkelrichting voor LAB2, die bijdraagt aan diversificatie van werkgelegenheid. Vanwege 10

de koppeling met gezondheid en een gezonde leefstijl en de koppelkansen tussen onderwijs-arbeidsmarkt is het effect op de brede welvaart ook overwegend positief te noemen. Voorwaarde voor de diversificatie van de werkgelegenheid is dat LAB2 zich dan richt op de hightech-kant van de agrofood machine-industrie (waaronder ontwikkeling en productie van gerobotiseerde systemen) en de kennisintensieve, innovatieve kant rond eiwittransitie10. Daarbij wordt geen concurrentie met de Flevocampus in Almere beoogd, maar een aanvulling; LAB2 richt zich op innovatie dicht tegen de markt aan, op de hogere TRL-niveaus. Ook de voedingsindustrie zelf is voor Flevoland een versterking van de economische structuur. De beschikbaarheid van technisch hoger opgeleiden is hierbij een uitdaging.

Diversificatie van de werkgelegenheid Banen gerelateerd aan de energietransitie in Flevoland zijn nu met name gericht op bouw en installatie van hernieuwbare energiesystemen en isolatiewerkzaamheden. Maar de innovatieopgave binnen de energietransitie biedt veel meer kansen, bijvoorbeeld rond elektrisch vervoer, productie van accu’s, productie van biobrandstoffen, hernieuwbare energiesystemen en isolatiemateriaal. Rond elektrisch vervoer is de kennislink naar het MITC in Marknesse relevant, met kennis en testfaciliteiten op het vlak van onder meer aerodynamica en zelfrijdend vervoer. Bedrijvigheid in deze ontwikkelrichting is veelal technisch hoogwaardig en een aanvulling op waar Flevoland tot dusverre sterk in is. Flevoland kent overigens ook koplopers, zoals het beursgenoteerde Alfen in Almere. Ook is er een Regiodeal in de maak met het Rijk waarin de gemeenten Almere en Lelystad en belangrijke bedrijven uit de regio in participeren. Deze ontwikkelrichting kan daar goed op aansluiten.

De beschikbaarheid van technisch hoger opgeleiden is hierbij een uitdaging.

21

Naast de aan te trekken bedrijven, moet LAB2 zelf natuurlijk worden ingericht met een toekomstgericht energiesysteem met voldoende beschikbaarheid van hernieuwbare energie in de vorm van in ieder geval (groene) elektriciteit en waterstof. Brede welvaart De energietransitie an sich heeft een gunstig effect op gezondheid en milieu. Daarnaast moet er wel rekening worden gehouden met potentiële logistiek (vervoeren van accu's, biobrandstoffen, energiesystemen etc.) en veiligheidsaspecten rondom bijvoorbeeld waterstof en de vervaardiging van accu's. Zowel binnen Nederland als internationaal is de energietransitie een grote groeimarkt, met gunstige perspectieven op het vlak van materiele welvaart als banen met een hoge toevoegde waarde. Figuur 3.2: het effect van de ontwikkelrichting energietransitie op de brede welvaart Score Flevoland

Milieu

Veiligheid

Score ontwikkelrichting Welzijn 5 4 3 2 1 0

Samenleving

Materiele welvaart

Gezondheid

Arbeid Wonen

Geconcludeerd wordt dat de ontwikkelrichting energietransitie een overwegend positief effect heeft op de brede welvaart (t.o.v. Flevoland).

Voorlopige conclusie energietransitie Deze markt is groot en sterk groeiende. Met het MITC, het platform Flevoland Hydrogen Valley (FLHY), de grote windenergieproductie en ruimte op LAB2, heeft Flevoland de kans om bedrijvigheid rond energietransitie aan zich te binden, met positieve effecten ten aanzien van brede welvaart en diversificatie van werkgelegenheid. Aansluiting op de op dit thema in ontwikkeling zijnde Regiodeal is relevant. Meer nog dan bij agrofood is de beschikbaarheid van technisch personeel een uitdaging. Het verkrijgen van een aantakking op de nationale waterstofbackbone is relevant met het oog op deze ontwikkelrichting. 3.3.3

Hoogwaardige logistiek

Diversificatie van de werkgelegenheid De logistieke sector (inclusief groothandel) is in vergelijking met andere sectoren een grote werkgever in Flevoland (12% van de totale werkgelegenheid). De logistiek – onder andere ook groot op LAB1 – biedt een beperkt aantal banen voor hoger opgeleiden, maar met name in het hoogwaardige deel ervan is dat wel een groeiend aandeel. Meer traditionele logistieke bedrijvigheid leidt niet tot diversificatie van de werkgelegenheid in Flevoland. Maar voor hoogwaardige logistiek, die door voortschrijdende robotisering kapitaalintensiever wordt, waar meer ICT-banen zijn en met bedrijven die zowel wat gebouw als transportvloot duurzaam zijn en die op het vlak van hun personeelsbeleid vooruitstrevend zijn door te werken met vooral vaste contracten en oog voor social return, valt dat beeld positiever uit. De ontwikkeling en productie van gerobotiseerde orderpick-systemen en van operations research software zijn voorbeelden van aan de hoogwaardige logistieke gelieerde kennisintensieve bedrijvigheid, die interessant kan zijn voor LAB2. Daarnaast kan de logistieke component een wezenlijke toevoeging zijn voor enkele van de andere ontwikkelrichtingen en daarmee bijdragen aan clustervorming.

22

Brede welvaart De ontwikkelrichting hoogwaardige logistiek biedt banen die op zichzelf aansluiten op de beroepsbevolking van Flevoland. Daarentegen belasten meer vervoersbewegingen het lokale milieu11 en de verkeerveiligheid. Meer logistiek, ook als die hoogwaardig is, leidt vermoedelijk tot meer arbeidsmigranten, wat tot een huisvestingsvraagstuk leidt en druk op de samenleving. Daar staat tegenover dat dit nog een groeimarkt is, die bijdraagt aan de materiele welvaart. Figuur 3.3: het effect van de ontwikkelrichting hoogwaardige logistiek op de brede welvaart Score Flevoland

Milieu

Veiligheid

Score ontwikkelrichting

Welzijn 5 4 3 2 1 0

Samenleving

Materiele welvaart

Gezondheid

Arbeid Wonen

Per saldo wordt geconstateerd dat de ontwikkelrichting logistiek an sich geen positief effect heeft op de brede welvaart van Flevoland. Als het gaat om de hoogwaardige component zoals hiervoor geformuleerd en er 11

sprake is van intensief ruimtegebruik, duurzaamheid (energie, transportvloot en vastgoed) en synergie en clustervorming, dan is het beeld gunstiger en kan het per saldo ook positief zijn. Voorlopige conclusie hoogwaardige logistiek Met de ligging en ruimte van LAB2 en de gegroeide positie als logistieke hotspot is er een gunstige uitgangssituatie om hoogwaardige logistiek te kunnen accommoderen. Vanuit het perspectief van diversificatie en brede welvaart is logistiek alleen interessant voor LAB2 onder specifieke condities. Daarbij kan worden gedacht aan: • Een hoge mate van robotisering • Intensief en zorgvuldig ruimtegebruik (bijvoorbeeld ook met parkeren personenauto’s onder het pand en of een meerlaagslogistiek, PV op dak) en aandacht voor architectuur naar tenminste de zichtkant van een pand • Duurzame energieproductie en bijdragen aan energieoplossingen op LAB2 • Vervoer elektrisch (op groene stroom) en/of op groene waterstof • Synergie met de andere ontwikkelrichtingen (nader te bepalen) • Aandacht voor social return en een toekomstgericht hrm-beleid Een extra overweging kan zijn dat omwille van risicospreiding binnen de ontwikkeling van LAB2 voor een gedeelte ruimte aan hoogwaardige logistiek wordt geboden.

Daarbij moeten dan wel stringente voorwaarden worden geformuleerd die dat hoogwaardige moeten garanderen en moet die hoogwaardige logistiek van betekenis zijn voor de andere ontwikkelrichtingen op LAB2. 3.3.4

Luchtvaartgerelateerde bedrijvigheid

Diversificatie van de werkgelegenheid

Waterstof en elektrificatie kunnen daar in de toekomst verandering in brengen.

23

De ligging van LAB2 bij Lelystad Airport biedt kansen voor luchtvaartgerelateerde bedrijvigheid. Omdat operators, vliegende activiteiten (inclusief lesvluchten) en Maintenance, Repair en Overhaul (MRO) activiteiten zich op de airside van het luchthaventerrein kunnen vestigen en er op Flight District 1 van LAB1 ruimte beschikbaar is voor luchtvaartverbonden bedrijven die relevant zijn voor de afhandeling van vluchten (catering, hotel, back-offices, etc.), moet het voor LAB2 om een specifieke groep gaan of om een uitbreiding van bedrijven die op de airside zitten en extra ruimte nodig gaan hebben buiten de airside. Er kan bijvoorbeeld worden gedacht aan elektrisch vliegen (batterijtechnologie, productie van onderdelen of zelfs gehele toestellen), onderdelenproductie en –ontwikkeling voor (bemande) lucht- en evt. ruimtevaart en ontwikkeling en productie van dronetechnologie (UAV) en toepassingen daarvan. De ontwikkeling van elektrisch vliegen is in het bijzonder interessant. Al op korte termijn worden eerste lijndiensten verwacht met kleine toestellen; uitbouw naar een netwerk met regionale hubs op pakweg 300km ranges wordt al vóór 2030 verwacht. Dergelijke bedrijvigheid kan ook heel goed worden gecombineerd met de huidige status van de luchthaven voor General Aviation.

Brede welvaart De luchtvaart staat voor de uitdaging om voor de relatief korte afstand om te schakelen naar elektrisch vliegen, een ontwikkeling waaraan wereldwijd wordt gewerkt en waaraan ook in Nederland volop wordt bijgedragen (zie ook een interessante aanvraag bij het Nationaal Groeifonds12). Lelystad airport positioneert zich als duurzame airport, en uitbouw van een voortrekkersrol in elektrisch vliegen past daarbij. Voor de lange afstand is omschakeling naar waterstof of biobrandstoffen de toekomst. Wereldwijd groeit de luchtvaart naar verwachting nog flink. Ook zijn belangrijke logistieke vernieuwingen mogelijk met UAV’s. Met 12

Met het Nationaal Groeifonds investeert het kabinet tussen 2021 en 2025 € 20 miljard in projecten die zorgen voor economische groei voor de lange termijn. In

het MITC (met het NLR) en Lelystad Airport als testlocatie nabij kan LAB2 een rol spelen in dergelijke ontwikkelingen. Ontwerptests kunnen dan op het MITC plaatsvinden en praktijktest op Lelystad Airport. Met name de markt voor elektrisch vliegen biedt een groot groeipotentieel. Als ook de inzet op bedrijvigheid in energietransitie succesvol is, ligt hier bovendien een belangrijke synergetische kans. Op deze manier beschouwd zorgt de sector per saldo voor een positief effect op brede welvaart. Dat heeft onder andere te maken met het gunstige effect van elektrificeren op gezondheid en milieu. Daarnaast zijn er gunstige perspectieven op het vlak van materiele welvaart en banen met een hoge toevoegde waarde. Figuur 3.4: het effect van de ontwikkelrichting luchtvaartgerelateerd op de brede welvaart Score Flevoland

Milieu

Veiligheid

Score ontwikkelrichting Welzijn 5 4 3 2 1 0

Samenleving

Materiele welvaart

Gezondheid

Arbeid Wonen

Voorlopige conclusie Luchtvaartgerelateerde bedrijvigheid

2e tranche is ‘Luchtvaart in transitie gehonoreerd’ en er komt waarschijnlijk een nieuwe aanvraag vanuit Electric Flying Connection.

24

Vanuit de invalshoek van diversificatie is de beoordeling positief, vanuit brede welvaart zijn er zeker interessante innovatiekansen, met name richting elektrisch vliegen. De op LAB2 beschikbare ruimte zou zelfs geschikt kunnen zijn voor de bouw van middelgrote elektrische vliegtuigen, waarvoor op andere luchthavens (behoudens Twente en Eelde) de ruimte ontbreekt. De nabijheid van het MITC is hierbij een belangrijk pluspunt. Kanttekening is dat de concurrentiepositie voor innovatie ten opzichte van andere luchthavens niet beter is en er voor testvluchten bij openstelling voor groothandelsverkeer mogelijk minder ruimte is. 3.3.5

Grondstoffentransitie en circulaire economie

Diversificatie van de werkgelegenheid De hogere R-strategieën (o.a. re-design) kunnen leiden tot een verdere diversificatie van de werkgelegenheid, maar in circulaire economie zijn er ook activiteiten zoals recycling die niet leiden tot een verdere diversificatie van de werkgelegenheid. Binnen deze ontwikkelrichting zal dus gezocht moeten worden naar specifieke segmenten/activiteiten. Circulair bouwen, met biobased materialen, mogelijk toegepast in een bouwfabriek, is zo’n specifiek segment. De interessante kant voor de Flevolandse economie zit dan in de innovatieve materialen en de ontwikkelkant van zo’n bouwfabriek; een deel van de banen in zo’n bouwfabriek betreft overigens praktisch geschoolde operators. Ook in deze ontwikkelrichting is afstemming met en op initiatieven in Almere relevant. Brede welvaart Vanwege positieve milieu-effecten en groeikansen, omdat de hele economie naar (meer) circulariteit moet veranderen, valt de beoordeling qua brede welvaart overwegend positief uit. Met name circulair bouwen wordt hierbij als kans gezien. Naast de positieve score op milieu levert

deze richting positieve bijdragen op de thema’s arbeid en materiele welvaart. Figuur 3.5: het effect van de ontwikkelrichting grondstoffentransitie en circulaire economie op de brede welvaart Score Flevoland

Milieu

Veiligheid

Score ontwikkelrichting Welzijn 5 4 3 2 1 0

Samenleving

Materiele welvaart

Gezondheid

Arbeid

Wonen

Voorlopige conclusie Circulaire economie en grondstoffentransitie Gezien de grote bouwopgave in Flevoland, in de MRA en in heel Nederland in combinatie met de 100%-circulair-ambitie van het Rijk, wordt circulair bouwen als een interessante markt voor LAB2 gezien. Ook de ontwikkeling en productie van biobased bouwmaterialen kan hieraan bijdragen. Dat past ook bij de ambities op het vlak van diversificatie en brede welvaart. Ook bedrijvigheid in hogere circulaire R-strategieën (reduce, redesign, refurbish) kan wellicht kansrijk zijn, bijvoorbeeld gekoppeld aan één van de andere ontwikkelrichtingen). Maar de grootste marktkans zit in de bouwcomponent.

25

Voor recycling is LAB2 geen geschikte plek, mede gezien de kennisintensieve ambities voor LAB2 en het ontbreken van een directe havenligging. 3.3.6

Figuur 3.6: het effect van de ontwikkelrichting maakindustrie op de brede welvaart Score Flevoland

Score ontwikkelrichting

Maakindustrie

Diversificatie van de werkgelegenheid Flevoland kent relatief weinig maakindustrie en daarmee zou maakindustrie een goede aanvulling zijn op de bestaande werkgelegenheid. De nieuwe maakindustrie, of Smart Industry, is economisch kansrijk door voortgaande digitalisering en robotisering. Denk bijvoorbeeld aan de machine-industrie (bedrijven als Meyn of Verbruggen palletizing solutions), automotive (bijvoorbeeld één van de Chinese elektrische autobouwers als BYD) en de elektrotechnische industrie (bijvoorbeeld Alfen).

Milieu

Veiligheid

Welzijn 5 4 3 2 1 0

Samenleving

Materiele welvaart

Gezondheid

Arbeid Wonen

Brede welvaart Qua materiaalgebruik heeft maakindustrie (vooralsnog) een negatief effect op brede welvaart maar daar staan gunstige economische effecten tegenover. Met name de hoge arbeidsproductiviteit en de technische banen zijn een toegevoegde waarde voor de Brede Welvaart in Flevoland. Per saldo is er sprake van een licht positieve beoordeling.

Voorlopige conclusie maakindustrie Vanwege de positieve effecten qua diversificatie en brede welvaart, is de maakindustrie een interessante doelgroep voor LAB2. Het aantal nieuwe industriële vestigingen in Nederland is echter vrij klein en concentreert zich op de regio Eindhoven, de vijf (proces)industrieclusters en de omgevingen van de TU’s. Ook het ecosysteem in Flevoland voor de maakindustrie moet beter, met als belangrijkste punt het versterken van technisch onderwijs (of via meer technisch onderwijs in Flevoland of allianties met onderwijs elders). Met name de dwarsverbanden met de eerdere kansrijke ontwikkelrichtingen maken de maakindustrie een interessante ontwikkelrichting.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Lelystad&id=1dd4200c-cc8d-4efa-9733-ff90418e7a76