CConstaterende datLelystad
Koppel je AI →
Document · PDF

BL bij 138 AV Onderwijsmonitor Lelystad maart 2023

Commissie Maatschappij 5 september 2023, gemeente LelystadBij agendapunt: 138. AV GL Onderwijsmonitor18.980 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Onderwijsmonitor Lelystad Maart 2023

Inhoudsopgave 1.

Voor- en vroegschoolse educatie

7

2.

Basisonderwijs

9

3.

Voortgezet onderwijs

26

4.

Praktijkonderwijs

38

5.

Speciaal (basis)onderwijs

41

6.

Middelbaar beroepsonderwijs

51

7.

Hoger beroepsonderwijs

59

8.

Wetenschappelijk onderwijs

63

9.

Startkwalificaties en voortijdige schoolverlaters

65

Gemeente Lelystad Datateam Cluster Onderwijs Contact datateam@lelystad.nl

Voorwoord Lelystad telt meer dan 18 duizend leerlingen en studenten die kwalitatief goed onderwijs verdienen. Daarom ben ik blij dat we in het Raadsakkoord 2022-2026 inzetten op het maken van afspraken met onderwijsinstellingen om de kwaliteit van het onderwijs in Lelystad te verhogen. De Onderwijsmonitor geeft een compleet en actueel beeld van het onderwijs dat Lelystedelingen binnen en buiten onze stad volgen. De cijfers in deze monitor zijn voornamelijk afkomstig uit openbare bronnen. Cijfers alleen zeggen niet veel, daarom geven we er in deze Onderwijsmonitor context aan. Die informatie is, samen met de cijfers, buitengewoon waardevol voor de gesprekken die wij met de onderwijsbestuurders voeren. De totale schoolloopbaan komt in deze Onderwijsmonitor aan bod. Een deel van de Lelystadse kinderen start met voorschoolse of vroegschoolse educatie. Daarna volgt het basisonderwijs of het speciaal (basis)onderwijs. Vervolgens stromen leerlingen door naar het voortgezet onderwijs, praktijkonderwijs of het voorgezet speciaal onderwijs. Ze sluiten hun schoolloopbaan af op het middelbaar beroeps onderwijs, hoger onderwijs of wetenschappelijk onderwijs. Het Lelystadse onderwijs is volop in ontwikkeling. Ieder jaar komen er nieuwe cijfers beschikbaar of worden andere thema’s belangrijk. Daarom werken we de Onderwijsmonitor tweejaarlijks bij.

Samen met u zet ik mij in voor kwalitatief goed onderwijs voor onze leerlingen en studenten. Dat verdienen zij, en dat verdient Lelystad.

Met vriendelijke groet, Dennis Grimbergen Wethouder Onderwijs

3

Inleiding Onderwijs is in Lelystad één van de zeven hoofdopgaven van de strategische agenda. In het Raadsakkoord zijn voor onderwijs afspraken gemaakt over bijvoorbeeld het terugdringen van het aantal voortijdige schoolverlaters, het structureel verbeteren van de kwaliteit van het onderwijs en het terugdringen van het lerarentekort. Maar hoe staat het nu eigenlijk met het Lelystadse onderwijs? Om op deze vraag antwoord te geven is de Lelystadse Onderwijsmonitor ontwikkeld. Er zijn veel onderwijscijfers beschikbaar, bijvoorbeeld via openbare databronnen als DUO, de KIS-Wijkmonitor en het dashboard voortijdig schoolverlaten en de niet-openbare bron de leerling basisadministratie (LBA). In deze monitor komen de cijfers van al deze verschillende bronnen samen, zodat een compleet beeld gegeven kan worden. Lelystadse cijfers worden in de monitor waar mogelijk vergeleken met landelijke en Flevolandse cijfers. Leeswijzer: De onderwijsmonitor kent negen hoofdstukken: (1) Voor- en vroegschoolse educatie, (2) Basisonderwijs, (3) Voortgezet onderwijs, (4) Praktijkonderwijs, (5) Speciaal (basis)onderwijs, (6) Middelbaar beroepsonderwijs, (7) Hoger beroepsonderwijs, (8) Wetenschappelijk onderwijs en (9) Startkwalificaties en voortijdige schoolverlaters. De eerste acht hoofdstukken bestaan uit twee onderdelen, namelijk (1) basis en (2) kwaliteit.

In het onderdeel basis wordt een omschrijving gegeven van de scholen en leerlingen/studenten in Lelystad. Er komen bijvoorbeeld onderwerpen aan bod als het aantal leerlingen/studenten en het soort onderwijs dat zij volgen. Het onderdeel kwaliteit richt zich op de onderwijsprestaties van de scholen en de leerlingen. Onderwerpen die behandeld worden zijn bijvoorbeeld de adviezen op de basisschool en de slagingspercentages. Aan de hoofdstukken over het basisonderwijs en het voortgezet onderwijs is een derde onderdeel toegevoegd, namelijk het onderwijzend personeel (lerarentekort). Het basisonderwijs kent ook nog een vierde onderdeel: de leerlingenprognose. Niet alle onderdelen zijn in alle hoofdstukken gevuld. Dit is afhankelijk van de beschikbaarheid van informatie. Hoofdstuk 9 over startkwalificaties en voortijdige schoolverlaters kent een andere opbouw. Hier zijn twee onderdelen, namelijk – niet geheel verrassend – (1) startkwalificaties en (2) voortijdige schoolverlaters. De informatie in deze monitor is met grote zorgvuldigheid samengesteld. Ondanks deze zorg en aandacht is het mogelijk dat ergens een foutje is ingeslopen. Mocht informatie niet kloppen, dan kunt u hierover contact opnemen via datateam@lelystad.nl. Overige opmerkingen of vragen kunt u ook naar dit adres mailen.

4

Samenvatting (1) Op deze en de volgende pagina staan de belangrijkste of meest opvallende resultaten per onderdeel benoemd. Voor- en vroegschoolse educatie Het percentage basisschoolleerlingen t/m vijf jaar die voor- en vroegschoolse educatie hebben genoten, ligt in Lelystad ruim boven het landelijk gemiddelde al wordt het verschil wel steeds kleiner. Het percentage is de afgelopen jaren zowel in Lelystad als landelijk dalend.

Basisonderwijs Het aantal leerlingen op een Lelystadse basisschool laat tot het schooljaar 2022/2023 een dalende trend zien. In 2022/2023 ligt het aantal leerlingen iets hoger dan het jaar ervoor. Door de toenemende woningproductie is de verwachting dat het aantal inwoners in de stad en daarmee ook het aantal basisschoolleerlingen in de komende jaren flink stijgt.

Voortgezet onderwijs Het aandeel vmbo-leerlingen is in Lelystad hoger en het aandeel havo/vwo-leerlingen is in Lelystad lager dan landelijk en in Flevoland. Ruim vijfhonderd Lelystadse leerlingen volgen onderwijs op een reguliere vo-school buiten de gemeente. Dit aantal is in de afgelopen zes jaar toegenomen. Het percentage leerlingen met onvertraagde studievoortgang in de eerste twee leerjaren ligt voor de Lelystadse scholen ruim boven de normscore en (iets) onder het landelijk gemiddelde. Het percentage zittenblijvers in Lelystad ligt iets boven de landelijke cijfers en volgt de landelijk trend. In het schooljaar 2021/2022 is het slagingspercentage in Lelystad het hoogst voor het vmbo. Het vmbo-slagingspercentage is in Lelystad lager dan landelijk en in Flevoland. Het slagingspercentage van havo- en vwo-leerlingen is in Lelystad (iets) lager dan landelijk, maar hoger dan in Flevoland. In april 2022 zijn meerdere afdelingen van Porteum met het oordeel zeer zwak of onvoldoende beoordeeld.

Bij de schoolweging (een maat voor de verwachte onderwijsprestaties van leerlingen op een school) komt naar voren dat Lelystad relatief veel scholen heeft met een hoge schoolweging. Op basis van deze schoolweging mag verwacht worden dat de leerresultaten van de Lelystadse leerlingen lager zijn dan landelijk gemiddeld. De scores voor de referentieniveaus (rekenen, leesvaardigheid en taalverzorging) en de scores op de eindtoetsen zijn in Lelystad lager dan landelijk gemiddeld. Tussen de Lelystadse basisscholen bestaan grote verschillen. In Lelystad worden lagere adviezen gegeven dan landelijk en in Flevoland. In Lelystad hoeven adviezen (na het maken van de eindtoets) minder vaak heroverwogen te worden dan landelijk.

In maart 2023 zijn er in Lelystad twee basisscholen met het oordeel zeer zwak en één basisschool met het oordeel onvoldoende van de inspectie.

Praktijkonderwijs Het aandeel leerlingen dat praktijkonderwijs volgt, is in Lelystad hoger dan landelijk. Lelystadse leerlingen praktijkonderwijs volgen bijna allemaal onderwijs binnen de eigen gemeente.

Speciaal (basis)onderwijs In Lelystad is in de afgelopen zes jaar het aantal leerlingen speciaal basisonderwijs en het aantal leerlingen (voortgezet) speciaal onderwijs gedaald. Meer dan de helft van de vso-leerlingen op een Lelystadse school komt van buiten de gemeente.

In Lelystad krijgen relatief veel leerlingen op het speciaal basisonderwijs het advies praktijkonderwijs. Flevoland (er zijn geen cijfers voor Lelystad beschikbaar) scoort bovengemiddeld als het gaat om het lerarentekort.

Eén van de Lelystadse onderwijsinstellingen voor speciaal basisonderwijs of (voortgezet) speciaal onderwijs heeft in maart 2023 het oordeel onvoldoende van de inspectie.

5

Samenvatting (2) Middelbaar beroepsonderwijs Het aantal Lelystadse mbo-studenten is de afgelopen zes jaar gestegen. In Lelystad is het aandeel mbostudenten in de leeftijdsgroep 15-24 jaar relatief hoog. Veel mbo-studenten die in Lelystad wonen volgen onderwijs op ROC Flevoland, het Deltion College, Landstede en ROC van Amsterdam. In Lelystad is het aandeel mbo-studenten dat een beroeps opleidende leerweg volgt hoger dan landelijk. Meer dan de helft van de mbo-studenten volgt een mbo-4 opleiding.

Wetenschappelijk onderwijs Het aantal Lelystadse wo-studenten is de afgelopen zes jaar gestegen. Een groot aantal Lelystadse wo-studenten volgt onderwijs op de Vrije Universiteit van Amsterdam of op de Universiteit van Amsterdam. Veel studenten woonachtig in Lelystad volgen een studie binnen de sectoren gedrag & maatschappij en recht.

Het percentage uitstroom met diploma is het hoogst voor mbo-4 uitstromers. Voor mbo-1, mbo-2 en mbo-3 is het percentage uitstroom met diploma de afgelopen jaren toegenomen. Ruim drie kwart van de Lelystadse mbo-1 studenten stroomt na het behalen van een diploma door naar een hoger niveau. Voor de andere niveaus is dit percentage (iets) minder dan een derde. Voor mbo-2 en mbo-3 studenten is dit percentage in de afgelopen vijf jaar sterk gedaald.

Startkwalificaties en voortijdige schoolverlaters De meeste Lelystadse jongeren behalen hun startkwalificatie in het mbo. In Lelystad is het aandeel zonder startkwalificatie in de leeftijdsgroep 18 t/m 30 jaar die geen onderwijs meer volgen hoger dan landelijk.

Hoger beroepsonderwijs Het aantal Lelystadse hbo-studenten is in de afgelopen zes jaar toegenomen.

Ook het percentage nieuwe voortijdige schoolverlaters laat voor Lelystad een dalende trend zien, maar ligt in het schooljaar 2020/2021 iets hoger dan het jaar ervoor. Het percentage nieuwe voortijdige schoolverlaters is het hoogst in het mbo en het laagst in het vo. Ruim een derde van de nieuwe voortijdige schoolverlaters is een jaar later nog steeds voortijdige schoolverlater. Dit percentage is voor Lelystad lager dan landelijk gemiddeld.

Een grote groep Lelystadse hbo-studenten volgt onderwijs op Christelijke Hogeschool Windesheim of op de Hogeschool van Amsterdam. Een groot aandeel studenten volgt een studie binnen de sector economie.

Het percentage voortijdige schoolverlaters is in Lelystad bovengemiddeld. Zowel in Lelystad als landelijk is er sprake van een dalende trend. Vanaf 2020 is het percentage voortijdige schoolverlaters min of meer stabiel.

Het aantal mbo-studenten dat instroomt in het hbo is de afgelopen jaren gestegen. In het schooljaar 2020/2021 is de instroom van havo/vwo flink hoger. Hbo-studenten met een mbo achtergrond vallen in het eerste jaar vaker uit dan hbo-studenten met een havo/vwo achtergrond.

6

1. Voor- en vroegschoolse educatie

1. Voor- en vroegschoolse educatie 1.1 Basis Voor- en vroegschoolse educatie De voor- en vroegschoolse educatie (vve) is onderdeel van het onderwijsachterstandenbeleid. Het doel is om peuters met een mogelijke (taal)achterstand, ook wel doelgroepkinderen genoemd, beter voor te bereiden op de basisschool en er voor te zorgen dat kleuters zonder achterstand naar groep 3 kunnen (bron: Rijksoverheid). Voorschoolse educatie is voor peuters van 2,5 tot 4 jaar. Zij krijgen voorschoolse educatie op de peuterspeelzaal of bij de kinderopvang. Het consultatiebureau geeft kinderen die (een risico op) een onderwijsachterstand hebben een zogenaamde vve-indicatie. Vroegschoolse educatie is voor kinderen uit groep 1 en 2 van de basisschool (bron: Rijksoverheid). Het percentage Lelystadse basisschoolleerlingen t/m 5 jaar die voorschoolse of vroegschoolse educatie hebben genoten is 6,4% in 2022. Landelijk ligt dit percentage op 3,1%. In 2018 lag het percentage in Lelystad onder het landelijk gemiddelde, terwijl in de jaren erna het percentage in Lelystad ruim boven de landelijke cijfers ligt. Grafiek 1.1 Percentage basisschoolleerlingen met vroegschoolse of voorschoolse educatie (bron: BRP & DUO op kis-wijkmonitor.nl) 12,1% 10,1%

9,1% 6,4%

5,2% 4,7%

4,5%

4,0%

3,4%

3,1%

2018

2019

2020

2021

2022

Lelystad

Nederland

8

2. Basisonderwijs

2. Basisonderwijs 2.1 Basis Lelystadse basisscholen In Lelystad zijn er 34 reguliere basisscholen (schooljaar 2022/2023). De scholen liggen verspreid over de stad. Op een aantal locaties zijn meerdere scholen (in één gebouw) gevestigd. Op onderstaande kaart staan de hoofdlocaties weergegeven. Hoe groter de stip op de kaart, hoe meer leerlingen er op de school onderwijs volgen. Figuur 2.1 Kaart Lelystadse basisscholen (bron: DUO, bewerking O&S)

De manier waarop scholen het onderwijs inrichten kan verschillen. Het onderwijsconcept maakt duidelijk hoe de school het onderwijs vorm en inhoud geeft. Voor een aantal scholen geldt dat het onderwijsconcept gebaseerd is op een onderwijsfilosofie. In Lelystad zijn er twee Daltonscholen en drie Jenaplanscholen. In augustus 2022 is de eerste Vrije school in Lelystad gestart. Er zijn in Lelystad geen Montessori of Freinet scholen. De scholen die niet onder één van de genoemde onderwijsfilosofieën passen, vallen in de categorie overig (figuur 2.1). Er zijn in Lelystad achttien openbare basisscholen, zeven Protestants-Christelijke basisscholen en drie Rooms-Katholieke basisscholen. Verder is er één Islamitische basisschool, één gereformeerd vrijgemaakte school, één reformatorische basisschool en één algemeen bijzondere basisschool. In Lelystad zijn er procentueel meer openbare basisscholen dan landelijk en in Flevoland. In Lelystad is 53% van de basisscholen openbaar. In Nederland is dit 31% en in Flevoland 43% (bron: DUO, schooljaar 2022/2023). Gemiddeld zitten er op een Lelystadse basisschool 212 leerlingen (schooljaar 2022/2023). De kleinste school heeft 32 leerlingen en de grootste school 435 leerlingen. Het gemiddeld aantal leerlingen op een basisschool in Flevoland is 226 en op een basisschool in Nederland 222.

Het Rijk stelt een minimum aan het aantal leerlingen op een school. Dit heet de opheffingsnorm. Scholen met een leerlingenaantal dat drie jaar op rij onder de opheffingsnorm valt, verliezen hun inkomsten. Dat betekent bijna altijd dat de school moet sluiten. De opheffingsnorm voor het basisonderwijs is niet voor alle scholen hetzelfde. Dit is afhankelijk van de zogenaamde leerlingdichtheid in een gemeente. De opheffingsnorm voor Lelystad is 86 leerlingen (bron: Rijksoverheid). Alleen de nieuw gestarte Vrije school heeft een leerlingenaantal onder de opheffingsnorm. De komende jaren zullen uitwijzen hoe het leerlingenaantal van deze school zich zal ontwikkelen. Basisschool Ichthus heeft een leerlingenaantal dat precies op de opheffingsnorm ligt. Op deze basisschool is het aantal leerlingen in het schooljaar 2022/2023 lager dan een jaar eerder.

* Deze cijfers zijn voorlopige cijfers en kunnen nog wijzigen.

10

2. Basisonderwijs 2.1 Basis De basisscholen in Lelystad zijn op basis van het aantal leerlingen ingedeeld in drie groepen: (1) kleine scholen, (2) middelgrote scholen en (3) grote scholen. Kleine scholen zijn scholen met minder dan 150 leerlingen, middelgrote scholen zijn scholen met tussen de 150 en 250 leerlingen en grote scholen zijn scholen met meer dan 250 leerlingen. In Lelystad zijn er vijf kleine scholen, twintig middelgrote scholen en negen grote scholen. Procentueel zijn er in Lelystad minder kleine scholen dan in Flevoland en Nederland. In Lelystad valt 15% van de scholen in de categorie kleine school. In Flevoland is dit 27% en in Nederland 33% (grafiek 2.2). Grafiek 2.2 Basisscholen naar schoolgrootte 2022/2023* (bron: DUO, bewerking O&S)

26%

28%

33%

45%

34%

27%

33%

Flevoland

Nederland

Grote school (> 250) 59%

Middelgrote school Kleine school (< 150)

15% Lelystad

In het schooljaar 2022/2023 zijn er zes schoolbesturen met Lelystadse basisscholen. Stichting scholengroep openbaar onderwijs Lelystad (SchOOL) is het grootste schoolbestuur in Lelystad met achttien basisscholen. De Stichting voor Christelijk Primair Onderwijs (SCPO) Lelystad heeft zeven basisscholen en Stichting Katholiek Onderwijs Flevoland-Veluwe (SKOFV) heeft vijf basisscholen. Er zijn vier schoolbesturen met één basisschool in Lelystad. Het gemiddeld aantal leerlingen per Lelystadse basisschool is het hoogst voor schoolbestuur SKOFV, namelijk gemiddeld 240 leerlingen. SchOOL heeft gemiddeld 236 leerlingen per basisschool en SCPO 187 leerlingen. De basisscholen van de vier schoolbesturen met één basisschool in Lelystad zijn of klein (drie basisscholen) of middelgroot (één basisschool).

* Deze cijfers zijn voorlopige cijfers en kunnen nog wijzigen.

11

2. Basisonderwijs 2.1 Basis Leerlingen op Lelystadse basisscholen In het schooljaar 2022/2023 volgen er 7.203 leerlingen onderwijs op een reguliere basisschool. Het aantal leerlingen op een Lelystadse basisschool laat tot het schooljaar 2021/2022 een dalende trend zien. In 2022/2023 ligt het aantal leerlingen iets hoger dan het jaar ervoor.

In Lelystad zit 23% van de basisschoolleerlingen in de onderbouw (leerjaar 1 & 2), 39% in de middenbouw (leerjaar 3, 4 & 5) en 38% in de bovenbouw (leerjaar 6, 7 & 8). In Lelystad is de verdeling van de leerlingen over de leerjaren vergelijkbaar met Nederland en Flevoland. Grafiek 2.5 Leerlingen naar leerjaar 2022/2023* (bron: DUO)

Grafiek 2.3 Aantal leerlingen op Lelystadse basisscholen (bron: DUO) 7.623 7.408

7.316

7.278

7.235

7.203

7.175

Lelystad

11%

12%

13%

13%

13%

12%

12%

14%

Flevoland

11%

13%

13%

13%

13%

12%

13%

13%

Nederland

10%

13%

13%

13%

13%

12%

13%

13%

leerjaar 4

leerjaar 5

leerjaar 6

leerjaar 7

leerjaar 8

leerjaar 1 2016/2017

2017/2018

2018/2019

2019/2020

2020/2021

2021/2022

Meer dan de helft van de leerlingen op een Lelystadse basisschool volgt onderwijs op een openbare school, namelijk 59%. In Flevoland (46%) en Nederland (30%) is dit percentage lager. Grafiek 2.4 Leerlingen naar denominatie 2022/2023* (bron: DUO) 6% 17% 18%

17% 15%

14% 33%

23% 59%

Lelystad

46%

Flevoland

Overig Rooms-Katholiek

23% 30%

leerjaar 2

leerjaar 3

2022/2023*

De meeste leerlingen zitten op een basisschool in de WaterwijkLanderijen, De Bolder of de Kustwijk. Op de scholen in de wijken Lelystad-Haven en Warande zitten de minste leerlingen. In deze wijken is momenteel ook maar één basisschool gevestigd. In de wijk Stadshart is geen basisschool (figuur 2.6).

Figuur 2.6 Leerlingen naar wijk school 2022/2023* (bron: DUO)

Protestants-Christelijk Openbaar

Nederland

* Deze cijfers zijn voorlopige cijfers en kunnen nog wijzigen.

12

2. Basisonderwijs 2.1 Basis Onderwijs binnen en buiten de eigen gemeente In het schooljaar 2022/2023 zijn er in totaal 7.301 leerlingen woonachtig in Lelystad die onderwijs volgen op een basisschool. Deze leerlingen zijn niet allemaal ingeschreven op een basisschool in Lelystad. 3% van deze leerlingen volgt onderwijs op een basisschool buiten Lelystad. Het gaat in totaal om 221 leerlingen. Grafiek 2.7 Aandeel en aantal Lelystadse leerlingen dat buiten de eigen gemeente onderwijs volgt (bron: DUO)

190

180

207

191

221

Schoolwisselingen In het schooljaar 2020/2021 zijn er 210 leerlingen die de ene Lelystadse basisschool hebben ingewisseld voor een andere Lelystadse basisschool. Een deel van deze leerlingen zal door verhuizing binnen Lelystad van basisschool zijn veranderd, maar voor een deel zal onvrede met de school een rol hebben gespeeld. Grafiek 2.8 Instroom van andere Lelystadse basisscholen (bron: DUO) 342

300

400

297

247

217

200

296

210

300 200

3%

2%

3%

3%

3%

2020/2021

2021/2022

2022/2023*

0

100 3%

0 2018/2019

2019/2020

Aandeel

Aantal

Van deze 221 leerlingen gaat een grote groep naar een basisschool in Almere (31%), Dronten (25%) of Harderwijk (18%). 25 leerlingen bezoeken de basisschool Al-Islaah in Harderwijk en 20 leerlingen de basisschool Het Zuiderlicht in Dronten. Er zijn geen andere basisscholen buiten Lelystad waar meer dan 10 leerlingen uit Lelystad onderwijs volgen.

4%

3%

4%

4%

2018/2019

2019/2020

3%

0

100 0

2015/2016

2016/2017

2017/2018 Aandeel

2020/2021*

Aantal

Het aantal basisschool leerlingen dat binnen Lelystad van basisschool is veranderd, is in 2020/2021 minder dan eerdere schooljaren. Het gaat om 3% van het totaal aantal leerlingen op een Lelystadse basisschool. Landelijk wisselt 2% van de leerlingen van basisschool binnen de eigen gemeente en in Flevoland is dit 3%. Tussen de scholen zijn grote verschillen in het aantal leerlingen dat binnen Lelystad wisselt van school.

De leerlingen die buiten Lelystad onderwijs volgen, doen dit voornamelijk op een openbare basisschool (37%), Protestant-Christelijke basisschool (26%), Islamitische basisschool (13%) of op een Rooms-Katholieke basisschool (13%). Er zijn ook leerlingen die niet in Lelystad wonen, maar wel in Lelystad zijn ingeschreven op een basisschool. Het gaat om 123 van de in totaal 7.203 leerlingen basisonderwijs; ofwel 2% van de leerlingen. Deze 123 leerlingen wonen onder andere in Enkhuizen (24%) en Dronten (19%). Veel (46%) van deze leerlingen volgen onderwijs op de reformatorische basisschool Timotheüs.

* Deze cijfers zijn voorlopige cijfers en kunnen nog wijzigen.

13

2. Basisonderwijs 2.1 Basis Schoolweging Het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) berekent ieder jaar voor elke basisschool de schoolweging. Dat gebeurt aan de hand van de volgende vijf kenmerken: (1) het opleidingsniveau van de ouders, (2) het gemiddeld opleidingsniveau van alle moeders op school, (3) het land van herkomst van de ouders, (4) de verblijfsduur van de moeder in Nederland en of (5) ouders in de schuldsanering zitten (bron: CBS).

Op de onderstaande kaart staat per wijk de gemiddelde schoolweging weergegeven. Bij het bepalen van de gemiddelde schoolweging is gecorrigeerd voor het aantal leerlingen op een school. Een school met veel leerlingen telt dus zwaarder mee dan een school met weinig leerlingen. Figuur 2.10 Gemiddelde schoolweging naar wijk school 2021/2022 (bron: CBS, bewerking O&S)

De schoolweging ligt tussen de score 20 en 40 en is een maat voor de verwachte onderwijsprestaties van leerlingen op een school. Hoe hoger de schoolweging hoe lager de verwachte leerresultaten voor deze school. Aan de hand van de schoolweging zijn alle basisscholen in Nederland in vijf gelijke groepen verdeeld. Zo zitten in groep 1 de 20% laagste scorende basisscholen en in groep 5 de 20% hoogst scorende basisscholen. De grensscores van deze vijf groepen zijn volgens gebruikt om de Lelystadse en Flevolandse basisscholen in te delen. Grafiek 2.9 Basisscholen naar schoolweging 2021/2022 (bron: CBS, bewerking O&S)

Lelystad 3% Flevoland Nederland

4%

9%

15%

14%

27% 20%

20%

20%

Groep 1 (laag)

Groep 2

45% 27%

36%

20%

Groep 3

20%

Groep 4

20%

Groep 5 (hoog)

Lelystad heeft in vergelijking met landelijk meer basisscholen met een hoge schoolweging. 45% van de Lelystadse basisscholen heeft score die gelijk is aan de landelijk 20% hoogst scorende basisscholen. Op basis van de vijf kenmerken die samen de schoolweging vormen, mogen voor de leerlingen op Lelystadse basisscholen dus lagere leerresultaten verwacht worden.

De gemiddelde schoolweging van de leerlingen op een basisschool in Lelystad ligt in de afgelopen vier jaar stabiel rond de 32,2. De leerlingen op de basisscholen in Warande, Havendiep, de Kustwijk en de WaterwijkLanderijen hebben de laagste schoolweging en de leerlingen op de basisscholen in de Zuiderzeewijk hebben de hoogste schoolweging.

De grote scholen (met meer dan 250 leerlingen) hebben een lagere schoolweging dan de kleine en middelgrote scholen. Dit geldt voor de scholen in Lelystad, maar ook landelijk is dit terug te zien in de cijfers. De verschillen in schoolgewicht tussen openbare en niet-openbare basisscholen zijn in Lelystad heel klein.

14

2. Basisonderwijs 2.2 Kwaliteit Referentieniveaus Met het maken van de eindtoets in groep 8 wordt duidelijk welk niveau een leerling heeft behaald voor taal en rekenen. Referentieniveaus omschrijven welke vaardigheden leerlingen moeten hebben voor taal en rekenen. Het referentiekader bestaat uit fundamentele niveaus en streefniveaus. Het fundamentele niveau (F-niveau) is de basis die zoveel mogelijk leerlingen moeten beheersen (bron: Rijksoverheid). Het streven is dat alle leerlingen de basisschool verlaten op het fundamentele niveau voor primair onderwijs (1F). Er worden drie niveaus gehanteerd: (1) <1F (dat wil zeggen: onder het fundamentele niveau), (2) 1F (het fundamentele niveau) en (3) > 1F (hoger dan het fundamentele niveau (1F) of het streefniveau (1S))*. In Lelystad behaalt 13% van de leerlingen in groep 8 het fundamentele rekenniveau niet. In Flevoland is dit 9% en landelijk 7%. Het aandeel leerlingen dat hoger scoort dan het fundamentele niveau (1F) of het streefniveau (> 1F) is in Lelystad (29%) kleiner dan in Flevoland (38%) en in Nederland (42%).

Voor leesvaardigheid haalt 4% van de leerlingen op een Lelystadse basisschool het fundamentele niveau niet. Dit percentage is hoger dan het Flevolandse en landelijke percentage. Landelijk (73%) en in Flevoland (70%) is het percentage boven het fundamentele niveau (> 1F) veel hoger dan in Lelystad (62%). Grafiek 2.12 Referentieniveaus leesvaardigheid 2021/2022 (bron: DUO)

62%

70%

73%

> 1F 1F

34% 4% Lelystad

< 1F 28% 2% Flevoland

25% 2% Nederland

Grafiek 2.11 Referentieniveaus rekenen 2021/2022 (bron: DUO)

29%

38%

42% > 1F

58%

1F 53%

50%

13%

9%

7%

Lelystad

Flevoland

Nederland

Voor taalverzorging (taal correct toepassen) scoort in Lelystad 5% van de basisschoolleerlingen onder het fundamentele referentieniveau. Dit is hoger dan landelijk gemiddeld (3%). Het percentage leerlingen hoger dan het fundamentele niveau (> 1F) is bij taalverzorging – net als bij rekenen en leesvaardigheid – in Lelystad (52%) lager dan in Flevoland (59%) en Nederland (62%). Grafiek 2.13 Referentieniveaus taalverzorging 2021/2022 (bron: DUO)

< 1F 52%

59%

62%

> 1F 1F

43%

37%

35%

5%

4% Flevoland

3% Nederland

Lelystad

< 1F

* Meer informatie over de referentieniveaus is te vinden op www.taalenrekenen.nl.

15

2. Basisonderwijs 2.2 Kwaliteit Referentieniveaus naar wijk Tussen de wijken zijn er verschillen in de referentieniveaus. Het percentage leerlingen dat het fundamentele niveau voor rekenen niet behaalt, is het hoogst voor leerlingen op een school in de Zuiderzeewijk (25%). Voor de overige wijken ligt het aandeel tussen de 9% en 16%.

Figuur 2.15 Leesvaardigheid: aandeel leerlingen onder fundamenteel niveau naar wijk school 2021/2022 (bron: DUO, bewerking O&S)

Figuur 2.14 Rekenen: aandeel leerlingen onder fundamenteel niveau naar wijk school 2021/2022 (bron: DUO, bewerking O&S)

Figuur 2.16 Taalverzorging: aandeel leerlingen onder fundamenteel niveau naar wijk school 2021/2022 (bron: DUO, bewerking O&S)

Voor leesvaardigheid is het aandeel leerlingen dat het fundamentele niveau niet behaald relatief hoog voor de Kustwijk (6%), Bolder (6%) en Atolwijk (5%). Voor taalverzorging is het aandeel leerlingen dat onder het fundamentele niveau scoort relatief laag in de Atolwijk (3%), Kustwijk (4%), Zuiderzeewijk (4%) en Boswijk (4%). Warande (12%) en Lelystad-Haven (10%) hebben een relatief hoge score. De referentiescores worden door DUO per brinnummer gerapporteerd. De basisscholen De Tjotter (in wijk Havendiep) en Kindcentrum Warande (in wijk Warande) delen het brinnummer waardoor resultaten alleen gezamenlijk weergegeven kunnen worden. Voor deze analyse is ervoor gekozen om de resultaten van dit brinnummer te koppelen aan de wijk Warande.

16

2. Basisonderwijs 2.2 Kwaliteit Referentieniveaus Lelystad Wanneer de referentieniveau scores voor Lelystad voor meerdere jaren naast elkaar worden gezet, wordt de ontwikkeling door de tijd heen zichtbaar. De scores voor het schooljaar 2019/2020 ontbreken, omdat scholen dat jaar door de coronamaatregelen geen eindtoets hebben afgenomen. Voor rekenen is het percentage leerlingen dat het fundamentele niveau niet behaald heeft (< 1F) het hoogst in het schooljaar 2020/2021, namelijk 17%. Niet alleen in Lelystad is dat schooljaar het percentage leerlingen dat onder het fundamentele niveau scoort veel hoger. Ook landelijk en in Flevoland is het percentage leerlingen dat onder het fundamentele niveau scoort in dat schooljaar veel hoger. Grafiek 2.17 Referentieniveaus rekenen Lelystad (bron: DUO)

41%

34%

33%

39%

29%

> 1F 50%

54%

51%

50%

58%

1F < 1F

9%

12%

11%

2016/2017

2017/2018

2018/2019

2019/2020

17%

13%

2020/2021

2021/2022

Het percentage leerlingen dat boven het fundamentele niveau scoort (> 1F) is in het schooljaar 2021/2022 het laagst (29%). In het laatste schooljaar is het aandeel leerlingen op het fundamentele niveau groot (58%). Voor leesvaardigheid scoort in het laatste schooljaar 62% van de leerlingen boven het fundamentele niveau. Dit is lager dan voorgaande schooljaren. Ook in Flevoland en landelijk is er sprake van een daling. Het percentage leerlingen dat onder het fundamentele niveau scoort (< 1F) blijft voor het schooljaar 2021/2022 stabiel op 4% liggen. Landelijk en provinciaal is er sprake van een daling (Nederland: van 3% naar 2%; Flevoland: van 3% naar 2%).

Grafiek 2.18 Referentieniveaus leesvaardigheid Lelystad (bron: DUO)

62%

66%

66%

70%

62%

> 1F 1F

36%

31%

29%

2% 2016/2017

3% 2017/2018

2% 2018/2019

2019/2020

30%

34%

4% 2020/2021

4% 2021/2022

< 1F

In het schooljaar 2021/2022 zijn de referentieniveau scores voor taalverzorging vergelijkbaar met die in het schooljaar 2018/2019. In het schooljaar 2020/2021 is het aandeel leerlingen dat het fundamentele niveau niet behaalt veel hoger dan eerdere schooljaren. Deze trend is niet alleen zichtbaar in Lelystad. Ook in Flevoland en Nederland is het aandeel leerlingen dat het fundamentele niveau niet behaalt in het schooljaar 2020/2021 hoger. Grafiek 2.19 Referentieniveaus taalverzorging Lelystad (bron: DUO)

50%

49%

43%

51%

52% > 1F 1F

45%

46%

45%

5%

5% 2017/2018

5% 2018/2019

2016/2017

45%

2019/2020

43%

12%

5%

2020/2021

2021/2022

< 1F

17

2. Basisonderwijs 2.2 Kwaliteit Referentieniveaus en schoolweging Dat Lelystad relatief veel leerlingen heeft die onder het fundamentele referentieniveau scoren, heeft alles te maken met de leerlingenpopulatie. Bij het onderwerp schoolweging komt duidelijk naar voren dat Lelystad veel scholen heeft met een hoge schoolweging. Op basis van deze schoolweging mag verwacht worden dat de leerresultaten van de Lelystadse leerlingen lager zijn dan landelijk gemiddeld. Maar hoe verhouden de Lelystadse basisscholen zich tot scholen met een vergelijkbaar gewicht?

Tussen de Lelystadse basisscholen bestaan grote verschillen. Een groot aantal scholen presteert beter dan landelijk gemiddeld (wanneer rekening gehouden wordt met de schoolweging). Er dient bij deze analyse wel opgemerkt te worden dat de schoolweging gebaseerd is op alle leerlingen van een school en de referentieniveaus alleen op de leerlingen in groep 8 die de eindtoets hebben gemaakt. Wanneer de leerlingenpopulatie in groep 8 afwijkt van de totale leerlingenpopulatie, dan kan dit voor een vertekend beeld zorgen.

De gemiddelde schoolweging van de Lelystad basisscholen is 32,2 in het schooljaar 2021/2022. Voor scholen met een vergelijkbaar gewicht is berekend hoe hoog het percentage fundamenteel niveau niet behaald (< 1F) is. Hetzelfde is gedaan voor het percentage hoger dan het fundamenteel niveau (> 1F). Deze scores staan samen met de werkelijke scores in onderstaande tabel. Het percentage dat het fundamentele niveau voor rekenen, leesvaardigheid en taalverzorging niet behaald (< 1F) is voor Lelystad hoger dan op basis van de schoolweging verwacht wordt. In Lelystad behaalt 13% van de leerlingen in groep 8 het fundamentele rekenniveau niet, terwijl 10% verwacht wordt op basis van de weging. Het percentage leerlingen dat hoger scoort dan het fundamenteel niveau (> 1F) is in Lelystad lager dan op basis van de weging verwacht wordt. Dit geldt zowel voor rekenen, leesvaardigheid als voor taalverzorging. Tabel 2.20 Werkelijke en verwachte referentieniveaus 2021/2022 Lelystad (bron: DUO) Fundamenteel niveau niet behaald (< 1F)

Hoger dan het fundamenteel niveau (> 1F)

Werkelijk

Verwacht (op basis van weging)

Werkelijk

Verwacht (op basis van weging)

Rekenen

13%

10%

29%

35%

Leesvaardigheid

4%

3%

62%

67%

Taalverzorging

5%

4%

52%

58%

18

2. Basisonderwijs 2.2 Kwaliteit Eindtoets Alle leerlingen van groep 8 moeten een eindtoets maken. Scholen kunnen hiervoor uit meerdere eindtoetsen kiezen. In het schooljaar 2021/2022 hebben 928 leerlingen op de Lelystadse basisscholen de IEP Eindtoets, de Centrale Eindtoets of de Route 8 toets gemaakt. Er zijn 16 leerlingen die de toets niet hebben gemaakt, omdat zij een ontheffing hebben of andere reden om niet deel te nemen. Er wordt een ontheffing verleend aan leerlingen die korter dan 4 jaar in Nederland verblijven en de Nederlandse taal onvoldoende beheersen en aan leerlingen die zeer moeilijk leren (bijvoorbeeld door een meervoudige handicap). In Lelystad hebben 19 scholen de IEP Eindtoets (IEP) afgenomen, 12 scholen de Centrale Eindtoets (CET) en twee scholen de Route 8 toets. Gemeenten waar meer dan 25 leerlingen aan de toets hebben deelgenomen zijn aan de hand van hun score op de eindtoets in tien gelijke groepen ingedeeld. Lelystad scoort bij de 10% laagst scorende gemeenten (IEP: 76; CET 532; Route 8: 174).

Ontwikkeling eindtoets In de schooljaren 2020/2021 en 2021/2022 liggen de scores op de eindtoetsen lager dan eerdere schooljaren. Dat geldt zowel voor de landelijke als de Lelystadse scores. Grafiek 2.22 Scores IEP toets Lelystad en Nederland (bron: DUO, bewerking O&S) 81

82

82 80

80

76

76

2020/2021

2021/2022

81

80 78

2016/2017

2017/2018

2018/2019 Lelystad

2019/2020 Nederland

Figuur 2.21 Scores eindtoets Lelystad 2021/2022 (bron: DUO)

IEP

CET

De verschillen tussen de scores voor Lelystad en Nederland zijn in de schooljaren 2020/2021 en 2021/2022 groter dan gemiddeld voor de andere schooljaren.

Route 8

Grafiek 2.23 Scores CET toets Lelystad en Nederland (bron: DUO, bewerking O&S)

74

76

91

530

532

544

173

174

536

536

536

533

533

533

2016/2017

2017/2018

2018/2019

535

535

531

532

2020/2021

2021/2022

231

Net als bij de referentieniveaus voor rekenen, taalvaardigheid en taalverzorging geldt ook bij de eindtoets dat op basis van de schoolweging verwacht mag worden dat de resultaten van de Lelystadse leerlingen lager uitvallen dan landelijk gemiddeld. Op basis van de schoolweging zou een IEP score van 79, een CET score van 534 en een route 8 score van 194 verwacht worden. De werkelijke IEP, CET en Route 8 scores van Lelystad liggen (iets) daar onder.

Lelystad

2019/2020 Nederland

De Route 8 toets is voor het eerst in het schooljaar 2020/2021 door twee Lelystadse basisscholen afgenomen. Voor deze toets worden daarom geen cijfers voor meerdere jaren getoond.

19

2. Basisonderwijs 2.2 Kwaliteit Schooladviezen Rond februari, voordat de keuze gemaakt moet worden voor een school voortgezet onderwijs, ontvangen de leerlingen in groep 8 een voorlopig advies van hun basisschool. Het resultaat op de landelijke eindtoets kan ervoor zorgen dat het voorlopig advies wordt aangepast. Uit het resultaat van de eindtoets volgt een toetsadvies. Als het toetsadvies hoger is dan het voorlopige advies, dan moet de school het voorlopig advies heroverwegen. Wanneer het toetsadvies lager uitvalt dan het eerder gegeven schooladvies, dan leidt dit niet tot een aanpassing (bron: Rijksoverheid). In grafiek 2.24 staan voor Lelystad de definitieve schooladviezen van de leerlingen groep 8 in het schooljaar 2021/2022. Grafiek 2.24 Schooladviezen Lelystad 2021/2022 (bron: DUO)

13%

7%

7%

Vmbo-B

Vmbo-BK

11%

11%

Vmbo-K

Vmbo-KT

12%

Grafiek 2.25 Schooladviezen 2021/2022 (bron: DUO)

Lelystad

7%

Flevoland

7% 5%

Nederland

5% 4%

7%

11% 11%

9%

11% 6%

6%

13% 18%

16%

12% 10%

11%

11% 16%

16%

13% 10%

12%

Vso

PrO

Vmbo-B

Vmbo-BK

Vmbo-K

Vmbo-T

Vmbo-T/Havo

Havo

Havo/Vwo

Vwo

11% 16%

20%

Vmbo-KT

13% 11%

11%

3% PrO

Vmbo-T

Vmbo-T/ Havo

Havo

Havo/Vwo

Vwo

Landelijk en in Flevoland worden er hogere adviezen gegeven dan in Lelystad (grafiek 2.25). 48% van de leerlingen in Nederland krijgt een havo of vwo advies. In Lelystad is dit 36% en in Flevoland 43%. Het aandeel leerlingen met een advies vmbo-B, vmbo-BK of vmbo-K is in Lelystad hoger (25%) dan in Nederland (18%). Uiteraard speelt de schoolweging hier ook een rol. Deze is voor Lelystadse basisscholen hoger, waardoor een lager leerresultaat en dus schooladvies verwacht mag worden.

20

2. Basisonderwijs 2.2 Kwaliteit Per gemeente is het gemiddeld schooladvies berekend. Aan elk advies is een score gekoppeld. Zo krijgen leerlingen met het advies praktijkonderwijs/vmbo-B bijvoorbeeld de score 2 en leerlingen met het advies vwo de score 11. In het schooljaar 2020/2021 ligt de score voor Lelystad op een 7,5. Deze score is iets lager dan de score van Flevoland (7,6). Landelijk ligt het gemiddeld advies op een 8,0. Figuur 2.26 Gemiddeld schooladvies 2020/2021 (bron: Onderwijs in de regio in cijfers)

Ontwikkeling schooladviezen In het schooljaar 2019/2020 ligt het gemiddeld schooladvies lager dan eerdere jaren. Dit geldt niet alleen voor Lelystad. Ook landelijk is dit terug te zien in de cijfers. De oorzaak hiervan is het schrappen van de eindtoets. Daardoor kon het schooladvies niet naar boven worden bijgesteld. Meisjes en leerlingen uit de lagere sociaaleconomische groepen kregen in schooljaar 2019/20 een lager eindadvies (bron: CBS). In het schooljaar 2020/2021 ligt het gemiddeld schooladvies weer op het niveau van 2018/2019. Grafiek 2.27 Ontwikkeling gemiddeld schooladvies (bron: Onderwijs in de regio in cijfers & OCW in cijfers)

8,0

8,0

8,0

7,8

8,0

7,5

7,4

7,5

7,2

7,5

2016/2017

2017/2018

2018/2019

2019/2020

2020/2021

Lelystad

Nederland

Het percentage leerlingen met een havo of vwo advies is in het schooljaar 2019/2020 - net als het gemiddeld schooladvies - lager. In het schooljaar 2019/2020 heeft 34% van de leerlingen op een Lelystadse basisschool een havo of vwo advies. Het jaar ervoor (2018/2019) was dit 38% en het jaar erna 39% (2020/2021). In Lelystad is het percentage leerlingen met een havo/vwo advies in het laatste schooljaar (2021/2022) weer iets lager (36%).

21

2. Basisonderwijs 2.2 Kwaliteit Heroverweging en bijgestelde schooladviezen Voor 36% van de leerlingen op een Lelystadse basisschool geldt dat het advies op basis van de score op de eindtoets (toetsadvies) minimaal een halve schoolsoort* lager ligt dan het voorlopige advies. Dit heeft geen gevolgen voor de leerlingen. Het voorlopig schooladvies wordt alleen heroverwogen als het toetsadvies minimaal een halve schoolsoort hoger ligt dan het oorspronkelijke advies. Dat geldt voor 33% van de Lelystadse leerlingen (grafiek 2.28).

Van 33% van de leerlingen die in aanmerking komen voor een heroverweging wordt het schooladvies omhoog bijgesteld. Dit is hoger dan landelijk (28%) (grafiek 2.29). Het gaat in Lelystad om 11% van alle leerlingen met een voorlopig advies en een score op de eindtoets. In Nederland wordt van 10% van alle leerlingen met een voorlopig advies en een score op de eindtoets het schooladvies omhoog bijgesteld en in Flevoland van 15%. Grafiek 2.29 Bijgestelde schooladviezen van leerlingen met een hoger toetsadvies 2021/2022 (bron: DUO)

Grafiek 2.28 Afwijking schooladvies voorlopig en eindtoets 2021/2022 (bron: DUO)

Lelystad

17%

19%

30%

24%

10%

33%

34% 28%

Flevoland

10%

23%

Nederland

12%

23%

24% 28%

28% 26%

Toetsadvies 1 niveau (of meer) lager

Toetsadvies 1/2 niveau lager

Toetsadvies gelijk

Toetsadvies 1/2 niveau hoger

14% 11% Lelystad

Flevoland

Nederland

Toetsadvies 1 niveau (of meer) hoger

Een vergelijking met de landelijke en Flevolandse cijfers laat zien dat in Lelystad in het schooljaar 2021/2022 de voorlopige adviezen minder vaak heroverwogen hoefden te worden. Waar in Lelystad bij 33% sprake is van heroverweging (het toetsadvies is hoger dan het voorlopig advies), geldt dit in Flevoland voor 42% van de leerlingen en in Nederland voor 37% van de leerlingen. Het percentage leerlingen waar het toetsadvies lager is dan het voorlopig advies, is in Lelystad met 36% iets hoger dan in Flevoland (33%) en Nederland (35%).

* De schooladviezen zijn PrO, vmbo-B, vmbo-BK, vmbo-K, vmbo-KG, vmbo-GT, vmbo-GT/havo, havo, havo/vwo en vwo.

22

2. Basisonderwijs 2.2 Kwaliteit Oordeel onderwijsinspectie: laatste peildatum Eens in de vier jaar doet de onderwijsinspectie uitgebreid onderzoek bij ieder bestuur en zijn scholen. Daarnaast worden scholen onderzocht als tijdens de jaarlijkse prestatieanalyse of na signalen blijkt dat er risico’s zijn op de school. Scholen die bij een onderzoek niet aan de wettelijke eisen voor basiskwaliteit blijken te voldoen, krijgen het oordeel onvoldoende. Deze scholen kunnen zelfs het oordeel zeer zwak krijgen als ze beneden de wettelijke norm presteren die daarvoor geldt (bron: Onderwijsinspectie).

Grafiek 2.30 Ontwikkeling oordeel onderwijsinspectie Lelystad, peildatum 1 april (bron: Inspectie voor het Onderwijs, bewerking O&S)

11% 9%

Van de 33 reguliere basisscholen in Lelystad heeft op peildatum 1 april 2022 één basisschool het oordeel zeer zwak en één basisschool het oordeel onvoldoende van de inspectie ontvangen. 6% van de Lelystadse basisscholen voldoet dus niet aan de wettelijke eisen voor basiskwaliteit. Van de leerlingen op een Lelystadse basisschool volgt 4% onderwijs op een basisschool met het oordeel zeer zwak of onvoldoende. In Nederland heeft 1% van de basisscholen het oordeel zeer zwak of onvoldoende. Scholen kunnen op verzoek voor een waardering goed in aanmerking komen. Dat is dus geen oordeel maar een waardering, want oordelen worden uitsluitend gegeven op basis van wettelijke vereisten. Er zijn in Lelystad drie scholen met de waardering goed. Dit is 9% van de basisscholen in Lelystad. In Nederland heeft 3% van de basisscholen de waardering goed.

3% 2019

12% 6% 2020 Zeer zwak

3% 3%

2021

2022

Onvoldoende

Grafiek 2.31 Ontwikkeling oordeel onderwijsinspectie Nederland, peildatum 1 april (bron: Inspectie voor het Onderwijs, bewerking O&S)

In de periode 1 april 2022 (vanaf de peildatum) tot met 1 maart 2023 is er in Lelystad - naast de eerder genoemde basisschool - nog een basisschool door de inspectie met zeer zwak beoordeeld.

Oordeel onderwijsinspectie: ontwikkeling De afgelopen vier jaar ligt in Lelystad het percentage zeer zwakke scholen tussen de 0% en 6%. Het percentage basisscholen met een onvoldoende ligt tussen de 3% en 12%. Voor Nederland ligt het percentage zeer zwakke scholen tussen de 0% en 1% en het percentage scholen met een onvoldoende tussen de 1% en 2%.

2%

1%

1% 2019

0% 2020 Zeer zwak

1% 0% 2021

1% 0% 2022

Onvoldoende

Wanneer de scholen met een beoordeling zeer zwak en onvoldoende worden samengenomen, dan komt voor Nederland het percentage niet hoger uit dan 2%. In de schooljaren 2021 en 2022 was het zelfs 1%. Voor Lelystad liggen die percentages hoger. In 2020 was het percentage Lelystadse basisscholen met het oordeel zeer zwak of onvoldoende 17%. In het schooljaar 2022 is dit weer veel lager, namelijk 6%.

23

2. Basisonderwijs 2.3 Onderwijzend personeel Lerarentekort Het lerarentekort in het basisonderwijs is een groot en groeiend probleem. De verwachting is dat het tekort de komende jaren verder oploopt. Dit wordt veroorzaakt door een combinatie van factoren. Aan de ene kant zal een grote groep leraren uitstromen, omdat ze de pensioengerechtigde leeftijd hebben bereikt. Er is onvoldoende instroom van nieuwe leraren om dit op te vangen. Met name in de regio’s waar het aantal leerlingen groeit, is het voor basisscholen steeds moeilijker om de formatie rond te krijgen (bron: Rijksoverheid). In 2022 heeft de rijksoverheid een landelijke meting uit laten voeren naar het lerarentekort in het primair onderwijs. Daarbij is niet alleen gekeken naar openstaande vacatures, maar ook naar verborgen tekorten. Verborgen tekorten betreffen een ongewenste situatie, zoals bijvoorbeeld de inzet van onbevoegde leraren en het samenvoegen van klassen. De meting is verricht met behulp van online vragenlijsten waarin scholen naar het tekort aan leraren en schoolleiding wordt gevraagd. In Flevoland heeft 39% van de scholen aan het onderzoek meegedaan. De resultaten van dit onderzoek worden hieronder besproken.

In Flevoland (zonder Almere) ligt het reguliere tekort op 7,1%. Dit is hoger dan een jaar eerder (5,8%). Het vervangingstekort ligt voor Flevoland (zonder Almere) op 2,6%. Het totale tekort aan leraren ligt hiermee voor Flevoland op 9,7%. Dit is hoger dan landelijk gemiddeld (9,2%). Uit een analyse van de landelijke cijfers blijkt dat er een relatie bestaat tussen de schoolweging en hoogte van het lerarentekort. Over het algemeen geldt dat hoe groter de complexiteit van de leerlingenpopulatie van een school, hoe hoger ook het tekort aan leraren. Ook blijkt uit de landelijke cijfers dat de tekorten het grootst zijn voor het speciaal basisonderwijs en het laagst voor het reguliere basisonderwijs (bron: Centerdata Personeelstekorten primair onderwijs, peildatum 1 oktober 2022).

De lerarentekorten zijn uitgesplitst naar reguliere tekorten en naar vervangingstekorten (langer dan zes weken). Figuur 2.32 Regionale verdeling van lerarentekorten primair onderwijs, peildatum 1 oktober 2022 (bron: Centerdata Personeelstekorten primair onderwijs)

24

2. Basisonderwijs 2.4 Leerlingenprognose Aantal leerlingen Het aantal leerlingen op een reguliere Lelystadse basisschool laat de afgelopen jaren een dalende trend zien (zie grafiek 2.3). In het schooljaar 2022/2023 is er sprake van een lichte stijging. Door de toenemende woningproductie zal het aantal inwoners in de stad en daarmee ook het aantal basisschoolleerlingen de komende jaren flink toenemen. Grafiek 2.33 Prognose leerlingen op een Lelystadse basisschool 2023-2041 (bron: Leerlingenprognose 2023-2041, O&S) 9.730 8.999 7.883 7.146

7.442

2023 2024 2025 2026 2027 2028 2029 2030 2031 2032 2033 2034 2035 2036 2037 2038 2039 2040 2041

De ontwikkeling van het aantal basisschoolleerlingen in een wijk is sterk afhankelijk van de nieuwbouw. In de prognose wordt uitgegaan van 1.000 woningen per jaar voor de hele stad. De verwachting is dat het aantal basisschoolleerlingen in 2033 daarmee stijgt naar 7.883 en in 2041 naar zelfs 9.730 leerlingen. De prognose is dat de wijken Warande, Bolder, Stadshart en Havendiep de sterkste groei doormaken. Ruimtebehoefte Door het toenemende aantal basisschoolleerlingen zal de ruimtebehoefte ook toenemen. Vanaf 2025 neemt de ruimtebehoefte toe met 21%. Deze toename in de ruimtebehoefte komt grotendeels voor rekening van de verwachte groei in de wijk Warande.

25

3. Voortgezet onderwijs

3. Voortgezet onderwijs 3.1 Basis Lelystadse scholen voortgezet onderwijs In Lelystad zijn er twee reguliere scholen voortgezet onderwijs, namelijk Porteum en Aeres. Porteum is sinds augustus 2021 geopend en is ontstaan uit de fusie van de scholen Arcus, Rietlanden en SGL. In het schooljaar 2021/2022 volgen 3.581 leerlingen onderwijs op Porteum. In grafiek 3.1 staan de cijfers van de scholen Arcus, Rietlanden en SGL met donkerblauw weergegeven en van Porteum met lichtblauw. De ontwikkeling van het aantal leerlingen op Porteum, en voorheen Arcus, Rietlanden en SGL, volgt die van het aantal vo-leerlingen woonachtig in Lelystad. Aeres is een groene vmbo-school. Naast de reguliere vakken, krijgen leerlingen ook het profielvak groen. Er volgen in het schooljaar 2022/2023 bijna 600 leerlingen onderwijs op deze school. Het aantal leerlingen op Aeres is sinds het schooljaar 2017/2018 met bijna één derde gestegen. Grafiek 3.1 Aantal leerlingen op Porteum (Arcus, Rietlanden & SGL) en Aeres (bron: DUO) 3.739

3.654

3.536

3.453

3.498

3.581

453

480

526

549

549

598

2017/2018

2018/2019

2019/2020

2020/2021

2021/2022

2022/2023*

Arcus, Rietlanden & SGL

Porteum

Aeres

* Deze cijfers zijn voorlopige cijfers en kunnen nog wijzigen.

27

3. Voortgezet onderwijs 3.1 Basis Onderwijstype Van de 4.179 leerlingen die in 2022/2023 op een reguliere Lelystadse vo-school (Aeres of Porteum) zijn ingeschreven zit 46% in de brugklas (leerjaar 1 en 2). In Lelystad is het aandeel leerlingen vmbo ten opzichte van landelijke en Flevolandse cijfers relatief hoog, namelijk 27%. Dit zijn leerlingen die in het derde of vierde leerjaar zitten en een vmbo-opleiding volgen. In Lelystad volgt 26% van de leerlingen een havo of vwoopleiding (brugjaren niet meegerekend). In Flevoland is dit 30% en in Nederland 37%.

Grafiek 3.3 Leerlingen voortgezet onderwijs naar onderwijstype vmbo 2022/2023* (bron: DUO)

Vmbo-T 11% 2%

27%

46%

10% 12% 8% 24%

45%

14% 13% 10% 21% 42%

Vwo Havo Havo/Vwo leerjaar 3 Vmbo Brugjaar

Lelystad

Flevoland

8%

Vmbo-K

9%

3% 7%

6%

4%

3% 6% 3%

Lelystad

Flevoland

Nederland

Grafiek 3.2 Leerlingen voortgezet onderwijs naar onderwijstype 2022/2023* (bron: DUO) 8% 11% 7%

Vmbo-G

10%

Vmbo-B

In de afgelopen vijf jaar zijn er kleine verschillen in de verdeling van de Lelystadse leerlingenpopulatie over de onderwijstypen. Zo schommelt het aandeel leerlingen havo/vwo in het derde leerjaar van jaar tot jaar. In het schooljaar 2022/2023 volgt 34% van de leerlingen in leerjaar 3 een opleiding havo of vwo. Grafiek 3.4 Leerlingen in leerjaar 3 aandeel havo/vwo in Lelystad (bron: DUO)

Nederland

In grafiek 3.3 zijn de percentages voor vmbo uitgesplitst naar de verschillende leerwegen (basis (B), kader (K), gemengd (G) en theoretisch (T)). In Lelystad is het aandeel leerlingen dat een opleiding vmbo-B, vmbo-K of vmbo-T volgt hoger dan landelijk en in Flevoland. Het aandeel leerlingen vmbo-B is in Lelystad twee keer zo hoog als landelijk.

39%

37%

36%

35%

34%

2021/2022

2022/2023*

31%

2017/2018

2018/2019

2019/2020

2020/2021

* Deze cijfers zijn voorlopige cijfers en kunnen nog wijzigen.

28

3. Voortgezet onderwijs 3.1 Basis Sectoren vmbo Leerlingen in het vmbo kiezen aan het eind van het tweede leerjaar voor een profiel. In de basisberoepsgerichte, de kaderberoepsgerichte en de gemengde leerweg zijn er tien profielen en in de theoretische leerweg vier profielen. Deze profielen vallen in vier sectoren: zorg & welzijn, economie, landbouw en techniek (bron: Rijksoverheid).

Profielen havo/vwo Waar vmbo-leerlingen aan het eind van het tweede leerjaar een profiel kiezen, staan leerlingen havo en vwo aan het eind van het derde leerjaar voor deze keuze. De leerlingen havo en vwo kunnen kiezen uit vier profielen: economie & maatschappij (E&M), natuur & gezondheid (N&G), natuur & techniek (N&T) en cultuur & maatschappij (C&M) (bron: Rijksoverheid).

Het profiel dienstverlening & producten (D&P) in het vmbo is intersectoraal. Dit is een brede, oriënterende opleiding opgezet om vmbo-leerlingen kennis te laten maken met veel verschillende soorten werk in verschillende sectoren. Dit profiel kan niet aan één van de vier sectoren worden toegewezen en valt daarom in de categorie intersectoraal.

Een groep leerlingen kiest voor een combinatie van profielen. Dit is meestal een combinatie van de profielen N&T en N&G of een combinatie van de profielen E&M en C&M. In onderstaande grafiek staat de verdeling van de leerlingen over de profielen. De leerlingen die meerdere profielen volgen zijn verdeeld over de vier profielen. Zo is bijvoorbeeld de helft van de leerlingen die de combinatie N&T en N&G volgt, toegewezen aan het profiel N&T en de andere helft aan N&G.

Bijna een derde van de vmbo-leerlingen op een Lelystadse school heeft een profiel in de sector economie. In Lelystad volgen – in vergelijking met de landelijke cijfers – relatief veel vmbo-leerlingen een profiel in de sector landbouw. Dit komt door de aanwezigheid van de groene vmbo-school Aeres. Alle leerlingen op deze school volgen het profiel groen. Het percentage leerlingen dat het intersectorale profiel D&P volgt, is in Lelystad (5%) veel lager dan in Flevoland (24%) en Nederland (18%).

Het profiel E&M wordt het meest gekozen. 41% van de leerlingen in Lelystad heeft dit profiel. In Lelystad volgt een relatief grote groep havo en vwo-leerlingen het profiel N&T. De richting C&M is een profiel dat in Lelystad minder vaak gevolgd wordt dan landelijk en in de provincie. Grafiek 3.6 Leerlingen havo/vwo naar profiel 2022/2023* (bron: DUO)

Grafiek 3.5 Leerlingen vmbo naar sector 2022/2023* (bron: DUO) 5% 13% 24% 26%

24% 15% 16% 21%

18% 18%

Techniek

26%

Landbouw Zorg & Welzijn

23%

27%

Lelystad

Flevoland

Nederland

15%

14%

20%

16%

18%

29%

29%

30%

41%

40%

39%

Lelystad

Flevoland

Nederland

Intersectoraal

10%

32%

10%

Economie

C&M N&T N&G E&M

* Deze cijfers zijn voorlopige cijfers en kunnen nog wijzigen.

29

3. Voortgezet onderwijs 3.1 Basis Onderwijs binnen en buiten de eigen gemeente In Lelystad zijn er in het schooljaar 2022/2023 in totaal 4.666 leerlingen die onderwijs volgen op een reguliere vo-school. Niet al deze leerlingen volgen onderwijs op een school in Lelystad. 12% van deze leerlingen volgt onderwijs op een school buiten Lelystad. Het gaat om 544 leerlingen. Het aantal en percentage Lelystadse leerlingen dat voortgezet onderwijs volgt op een school buiten Lelystad is de afgelopen jaren toegenomen. In het schooljaar 2017/2018 volgt nog 8% van de Lelystadse leerlingen onderwijs buiten de eigen gemeente.

Van de Lelystadse leerlingen die buiten Lelystad onderwijs volgen, zit 40% in de brugjaren, 18% in vmbo, 20% in havo en 21% in vwo (bron: DUO, schooljaar 2021/2022). Er zijn ook leerlingen die onderwijs in Lelystad volgen, maar niet in Lelystad wonen. Het gaat in het schooljaar 2022/2023* om 57 van de 4.179 leerlingen. Deze 57 leerlingen komen onder andere uit Dronten (26%) en Almere (23%) en volgen onderwijs op Porteum (82%) en Aeres (18%).

Grafiek 3.7 Aandeel en aantal Lelystadse leerlingen dat buiten de eigen gemeente onderwijs volgt (bron: DUO)

357

423

491

548

529

544

600 400

8%

9%

2017/2018

2018/2019

11%

12%

12%

12%

2019/2020

2020/2021

2021/2022

2022/2023*

0

200 0

Aandeel

Aantal

Van de leerlingen die buiten Lelystad onderwijs volgen, gaan de meeste leerlingen naar Harderwijk en Dronten op school. Van de 544 leerlingen die in het schooljaar 2022/2023 voortgezet onderwijs buiten Lelystad volgen, zit 39% in Harderwijk en 30% in Dronten op school. De grootste groep leerlingen (28%) volgt onderwijs op Christelijk College Nassau-Veluwe in Harderwijk. Andere onderwijsinstellingen waar veel leerlingen uit Lelystad onderwijs volgen zijn het Almere College in Dronten (20%), het Ichthus College in Dronten (10%) en RSG Slingebos Levant in Harderwijk (9%). De denominatie van de scholen waar de leerlingen onderwijs volgen zijn bijzonder (60%), openbaar (36%) en een samenwerking van protestants-christelijk en rooms-katholiek (4%) onderwijs.

* Deze cijfers zijn voorlopige cijfers en kunnen nog wijzigen.

30

3. Voortgezet onderwijs 3.2 Kwaliteit Onderbouwsnelheid De onderbouwsnelheid is het percentage onvertraagde studievoortgang in leerjaar 1 en 2. Van iedere leerling is per schooljaar vastgesteld of de leerling is overgegaan of is blijven zitten in de eerste twee leerjaren. Dit is bepaald door het leerjaar waarin de leerling in het betreffende schooljaar onderwijs heeft gevolgd te vergelijken met het leerjaar in het daarop volgende schooljaar. Een leerling die een klas overslaat telt in de berekening mee als een leerling die overgaat. Voor deze indicator wordt vervolgens één percentage over de beide leerjaren berekend (bron: Onderwijsinspectie). Aeres Gemiddeld over de schooljaren 2018/2019, 2019/2020, 2020/2021 en 2021/2022 heeft 97% van de leerlingen in leerjaar 1 en 2 van het Aeres onvertraagd de studie voortgezet. Met deze score zit Aeres ruim boven de normscore (94%). De gemiddelde score van de instellingen met een vergelijkbaar onderwijsaanbod (vmbo-breed en vmbo-breed/havo) komt uit op 98%, net iets hoger dan de score van Aeres. 5% van deze instellingen scoort beneden de norm. Grafiek 3.8 Aeres: onderbouwsnelheid (bron: Inspectie van het Onderwijs, bewerking O&S)

95%

99%

98%

96%

94%

98%

2018/2019

2019/2020

2020/2021

2021/2022

Norm

Landelijk gemiddelde

Porteum (voorheen Arcus, Rietlanden en SGL) De gemiddelde score voor de Arcus, Rietlanden en Scholengemeenschap Lelystad (SGL) die nu samen Porteum vormen is 95%. Deze score ligt boven de normscore (93%), maar onder de gemiddelde score van scholen met een vergelijkbaar onderwijsaanbod (vmbo-breed/havo/vwo: 98%). In het laatste schooljaar scoort Porteum onder de normscore. Grafiek 3.9 Arcus, Rietlanden en SGL: onderbouwsnelheid (bron: Inspectie van het Onderwijs, bewerking O&S)

95%

97%

96%

91%

93%

98%

2018/2019

2019/2020

2020/2021

2021/2022

Norm

Landelijk gemiddelde

31

3. Voortgezet onderwijs 3.2 Kwaliteit Onderwijsniveau derde leerjaar versus advies Hiernaast (grafieken 3.10 en 3.11) staat voor de leerlingen op een Lelystadse onderwijsinstelling weergegeven hoe de onderwijspositie in het derde leerjaar zich verhoudt tot het advies dat door de bassischool is gegeven. De indicator is berekend op basis van de gegevens van alle leerlingen die leerjaar 1 én leerjaar 2 onderwijs op dezelfde onderwijsinstelling hebben gevolgd en voor het eerst in leerjaar 3 van het voortgezet onderwijs zitten. Het is daarbij niet van belang op welke vestiging de leerling het derde leerjaar onderwijs volgt. Leerlingen die in leerjaar 1 op een andere vestiging onderwijs volgen dan in leerjaar 2 worden niet meegerekend. Van de leerlingen die aan de voorwaarden voldoen wordt het advies van de basisschool vergeleken met de onderwijspositie in leerjaar 3. Leerlingen waarbij de onderwijspositie in leerjaar 3 hoger is dan het advies krijgen de score +1. Leerlingen met een lagere onderwijspositie krijgen de score -1. Per jaar worden alle per leerling toegekende scores opgeteld en gedeeld door het aantal leerlingen waarvoor scores zijn toegekend. De berekende fractie wordt omgezet naar een percentage (bron: Onderwijsinspectie).

Het onderwijsaanbod op een vestiging speelt een belangrijke rol bij de gerealiseerde onderwijspositie in leerjaar 3. Afhankelijk van dat aanbod zijn er voor leerlingen namelijk meer of minder mogelijkheden om op of af te stromen. Dit leidt tot flinke verschillen tussen het advies en de onderwijspositie per type school (met een zeker aanbod). Onderwijsinstellingen worden daarom vergeleken met onderwijsinstellingen met hetzelfde onderwijsaanbod (bron: Onderwijsinspectie). Aeres De gemiddelde score voor Aeres voor de schooljaren 2019/2020, 2020/2021, 2021/2022 en 2022/2023 is 25%. Hiermee scoort Aeres ruim boven de norm (-10%) als het gaat om de onderwijspositie t.o.v. advies (grafiek 3.10). Voor alle instellingen met een vergelijkbaar onderwijsaanbod (vmbo-breed en vmbo-breed/havo) in Nederland komt de gemiddelde score uit op 17%. Uit de vergelijking van de cijfers van Aeres met de landelijke cijfers kan worden opgemaakt dat relatief veel leerlingen van het Aeres in het derde leerjaar op een hoger niveau zitten dan het advies dat ze op de basisschool hebben gekregen.

Grafiek 3.10 Aeres: onderwijspositie t.o.v. advies (bron: Inspectie van het Onderwijs, bewerking O&S)

2019/2020

2020/2021

19%

22%

2021/2022

2022/2023

32%

Norm

Landelijk gemiddelde

26% 17%

-10%

Porteum (voorheen Arcus, Rietlanden en SGL) De resultaten van de scholen die nu samen Porteum vormen, zijn in onderstaande grafiek samengenomen. Voor deze scholen geldt een andere normscore (-7%), omdat op deze scholen het onderwijsaanbod verschilt van dat van Aeres. Voor Porteum kan voor het schooljaar 2022/2023 geen score worden berekend. Grafiek 3.11 Arcus, Rietlanden en SGL: onderwijspositie t.o.v. advies (bron:boven Inspectie het Onderwijs, bewerking O&S) Ook de score voor Arcus, Rietlanden en SGL (nu Porteum) ligt ruim de van normscore. 2019/2020

2020/2021

7%

10%

2021/2022

Norm

Landelijk gemiddelde

16%

14% -7%

De gemiddelde score voor de scholen Arcus, Rietlanden en SGL is 10% voor de schooljaren 2019/2020, 2020/2021 en 2021/2022. Dit is hoger dan de norm. Voor de onderwijsinstellingen met een vergelijkbaar onderwijsaanbod (vmbo-breed/havo/vwo) komt de gemiddelde score uit op 16%.

32

3. Voortgezet onderwijs 3.2 Kwaliteit Zittenblijvers Zittenblijvers zijn leerlingen die in hetzelfde leerjaar zijn gebleven in hetzelfde of een lager schooltype. Ook examenleerlingen die gezakt zijn, worden gezien als zittenblijvers. In 2020/2021 is 7% van de Lelystadse leerlingen blijven zitten. Dit zijn leerlingen die in de overgang van het schooljaar 2020/2021 naar het schooljaar 2021/2022 zijn blijven zitten. In 2019/2020 is het percentage zittenblijvers flink lager. Deze trendbreuk is veroorzaakt door corona. Door corona zijn leerlingen weinig naar school gegaan. Scholen hebben daarom hun overgangsbeleid aangepast waardoor minder leerlingen zijn blijven zitten. In het schooljaar 2020/2021 ligt het percentage zittenblijvers weer op het niveau van eerdere jaren.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Lelystad&id=e77ff18a-9fab-4897-9fd3-9f552b6f23f2