BL Bestemmingsplan Partiële herziening bestemmingsplan Theaterkwartier - toelichting
Tekst van het document
3.
Bezoekersdeel van de woningen (0,3) wordt buiten beschouwing gelaten. Dit wordt afgewenteld op de Waaggarage. Ontwikkelaars zijn zelf verantwoordelijk voor de communicatie naar toekomstige kopers en/of huurders. Daarbij moet heel duidelijk worden aangegeven dat er geen alternatief is als alle parkeerplaatsen afgenomen zijn, niet bij de ontwikkelaar, maar ook niet bij de gemeente (zie 3). Deze afspraak wordt vastgelegd met de ontwikkelaar. Nadrukkelijk aandachtspunt hierbij is dat er dus niet voor ieder appartement een parkeerplaats beschikbaar is en dat toekomstige kopers/huurders zich daar bewust van zijn (i.e. de kans dat alle parkeerplaatsen reeds vergeven zijn). De parkeernorm van 0,6 wordt toegepast op alle appartementen, ook op de appartementen in de duurste prijsklasse.
42
4.
5.
6.
Alle appartementen worden op de POET-lijst (Parkeren Op Eigen Terrein) gezet. Dit betekent dat geen van de bewoners in aanmerking komt voor een bewonersvergunning/bewonersabonnement, ook niet als alle parkeerplaatsen in de bij het bouwplan behorende parkeeroplossing in gebruik zijn. In het beleid dient deze ‘nulvergunningregeling’ te worden opgenomen. Elk recht op een parkeervergunning/parkeerabonnement komt te vervallen. Om overlast in de buurt te voorkomen dient het gereguleerde parkeergebied uitgebreid te worden. Zo wordt voorkomen dat nieuwe bewoners toch een auto meenemen en parkeren in de nabije omgeving. Concreet betekent dit dat betaald parkeren en/of vergunninghoudersparkeren wordt uitgebreid. Om parkeeroverlast in de parkeergarages als gevolg van parkerende bewoners te voorkomen kan het noodzakelijk zijn om het tarief voor het “overige abonnement” te verhogen (huidig tarief: € 250,- per jaar). Zoals onder 4 al is aangegeven is een bewonersabonnement sowieso uitgesloten.
Rekening houdend met bovenstaande voorwaarden en de nabijheid van intercitystation Lelystad kan een verlaging van de parkeernorm voor bewoners naar 0,6 parkeerplaatsen per woning slagen. Daarbij wordt opgemerkt dat er geen ruimte bestaat om eventuele extra parkeervraag op te lossen in de openbare ruimte of in de openbare parkeergarages. Ontwikkelaars zijn zelf verantwoordelijk voor het aanbieden van een woonproduct en een woondoelgroep die aansluiten bij deze voorwaarden. Deze parkeervraag is middels parkeren onder de gebouwen in (halfverdiepte) parkeergarages op te lossen. Betreffende de studenten- en starterswoningen in bouwveld IV is het aannemelijk dat de parkeerbehoefte per woning voor bewoners lager is dan 0,6 parkeerplaatsen per woning. Deze doelgroep heeft namelijk vaak geen beschikking over een eigen auto en zal veel gebruik maken van het openbaar vervoer, deelmobiliteit, fiets of wandelen. Daarmee wordt aangenomen dat de woningen in bouwveld VI niet of nauwelijks bijdragen aan de parkeervraag van het voorliggende plan.
4.12 Duurzaamheid Nederland in 2050 vrij van aardgas Maar liefst 95% van de 7,7 miljoen huishoudens in Nederland gebruikt aardgas voor verwarming, warm water en om op te koken. Stoppen met het gebruik van aardgas zorgt dus voor een flinke afname van onze CO2-uitstoot. En hoe minder CO2 in de lucht, hoe beter dat is voor het klimaat en de biodiversiteit. De Wet Voortgang Energietransitie (Wet VET) schrijft voor dat nieuwbouw per 1 juli 2018 gasloos uitgevoerd dient te worden. Deze eis is vertaald in het Bouwbesluit. Energiebesparing en duurzame energiebronnen Thans moeten woningen aan de BENG-eisen (bijna energieneutraal gebouw) voldoen. Strategisch gezien is het raadzaam om energieneutraal te bouwen. Indien dit niet haalbaar is wordt aangeraden om aan de BENG-eisen te voldoen. Deze eisen zijn: 1. 2. 3.
de maximale energiebehoefte is 25 kWh/m² bvo; het maximale primaire energieverbruik is 25 kWh/m² bvo; het minimale aandeel van 50 % hernieuwbare energie.
Om aan deze eisen te voldoen kan gebruik gemaakt worden van een warmtepomp, zonnecollector en PVpanelen. Kadernota Duurzaamheid Lelystad De visie is dat Lelystad een groene, vitale gemeente is waar het aantrekkelijk wonen, werken en verblijven is. Er is een sterk sociaal netwerk waarin de mensen elkaar inspireren en verantwoordelijkheid nemen voor elkaar en hun omgeving, waarbij de overheid bestaande netwerken en nieuwe initiatieven ondersteunt en waar nodig zelf het goede voorbeeld geeft. Lelystad is een sociaal en financieel gezonde gemeente in een prettige, groene leefomgeving met vitale woonwijken, goed onderwijs en perspectief op voldoende banen. Lelystad profileert zich als een ondernemende stad met een duurzaam en innovatief profiel. Veel
43
innovatieve oplossingen worden bedacht in Lelystad. De omgeving wordt ingezet om lokaal voedsel te verbouwen en grondstoffen te ontwikkelen. Steeds meer afval kan als grondstof dienen. Lelystad is een gemeente die haar eigen energiebehoefte volledig duurzaam opwekt. De ambitie is om de stad zodanig inrichten dat deze vanuit economisch, ecologisch en menselijk oogpunt gezond, aantrekkelijk en toekomstbestendig is. In een gezonde stad is ruimte voor duurzame energie-, water-, voedsel-, grondstoffen- en afvalkringlopen. Daarbij wordt gestreefd naar een samenhangende duurzame ontwikkeling met een betere balans tussen economie, ecologie en de mens. Hierbij houden we de onderstaande uitgangspunten in het vizier:
• • • • •
Energie Kies recyclebare materialen Gebruik geen schadelijke producten Behoud onze natuur We gaan zuinig om met energie en kiezen voor groene energie.
Planspecifiek De nieuwe woningen zullen volgens de hedendaagse BENG-eisen gebouwd moeten worden. Het hele gebied zal ook niet op het aardgasnet aangesloten worden. De locatie zal namelijk aangesloten worden op een nieuw/bestaand warmtenet waar het hele Stadshart van Lelystad op aangesloten wordt. De ontwikkelingen zullen in ieder geval aan de wettelijke vereisten moeten voldoen. Bij de verdere uitwerking van plannen zal gekeken worden naar het inpassen van duurzaamheidsmaatregelen, waarbij ingezet zal worden op energiezuinigheid en water-, grondstoffen- en afvalkringlopen.
4.13 Bezonning Bij bezonning bij ruimtelijke ontwikkelingen gaat het om voldoende zon op de gevel en om schaduwwerking. Nieuwbouw kan schaduw veroorzaken op de openbare ruimte of tuinen van omwonenden. Voorkomen moet worden dat de schaduw te veel toeneemt. Sommige functies hebben juist een goede bezonning nodig, zoals tuinen, terrassen of speelplekken. Er is geen wet- en regelgeving voor bezonning. Voor zowel de toepassing als de inhoud van een bezonningsstudie bestaat derhalve geen directe wettelijke basis. Wel bestaande er de zogenaamde TNO-normen, met een ‘lichte’ en een ‘strenge’ norm:
•
De ‘lichte’ TNO-norm: ten minste 2 mogelijke bezonningsuren per dag in de periode van 19 februari – 21 oktober (gedurende 8 maanden) in midden vensterbank binnenkant raam.
•
De ‘strenge’ TNO-norm: ten minste 3 mogelijke bezonningsuren per dag in de periode 21 januari – 22 november (gedurende 10 maanden) in midden vensterbank binnenkant raam.
Deze normen worden alleen toegepast op gevels die zon kunnen ontvangen. Noordgevels ontvangen immers - hoogbouw of niet - nooit direct zonlicht. De ‘TNO-normen’ geven een richtlijn of er sprake is van voldoende bezonning en of er sprake is van goede bezonning. De normen zijn in principe gericht op de bezonning door een raam in de woonkamer. De norm is echter ook te gebruiken om te bepalen of er voldoende bezonning is op balkons, tuinen en/of andere buitenruimtes. Landelijk wordt veelal enkel de lichte norm gehanteerd. Planspecifiek Om de effecten van de beoogde ontwikkeling ten aanzien van bezonning op de omliggende gebouwen in beeld te brengen is een bezonningsstudie opgesteld (Buro SRO, kenmerk: SR230017, d.d. 12 oktober 2023, zie bijlagen bij toelichting bijlage 11. Om inzicht te geven in de toekomstige bezonningssituatie is de situatie op de maatgevende dagen van de vier seizoenen van zowel de huidige (bestaande) planologische situatie met de toekomstige planologische situatie vergeleken. Daarbij zijn de volgende dagen gehanteerd:
44
• •
19 februari: de eerste dag van de lichte ‘TNO-norm’ (wintertijd); 21 maart: de dag dat de zon op ‘half’ staat, namelijk precies tussen de stand van 22 december en 21 juni in (zomertijd);
• •
21 juni: de zon staat het hoogst (zomertijd);
• •
23 september: de dag dat de zon op ‘half’ staat, namelijk precies tussen de stand van 21 juni en 22 december in (zomertijd); 21 oktober: de laatste dag van de lichte ‘TNO-norm’ (zomertijd); 22 december: de dag dat de zon het laagst staat (wintertijd).
Voor plannen binnen een hoogstedelijke omgeving is een beperkte verslechtering acceptabel. Op basis van de huidige planologische bezonningssituatie kan worden geconcludeerd dat 5 woningen aan de Waagstraat 1 t/m 77 en 3 woningen van de Waagstraat 80 t/m 164 niet voldoen aan de lichte TNO-norm. De woningen aan de Waagpassage 1 t/m 13 voldoen al niet aan de lichte TNO-norm in de huidige situatie. In totaal betreft dit dus een verslechtering voor 8 woningen ten opzichte van de huidige situatie. Als de toekomstige planologische bezonningssituatie wordt vergeleken met de bestaande planologische situatie is er sprake van een toename aan schaduwhinder. De woningen die al niet voldeden aan de lichte TNO-norm in de huidige planologische situatie blijven niet voldoen. Dit worden in de toekomstige planologische situatie echter 8 woningen meer.
45
5 Juridische planbeschrijving 5.1 Algemeen Voor het bestemmingsplan is gebruikgemaakt van de in de Wet ruimtelijke ordening opgenomen standaardvorm van de Standaard Vergelijkbare Bestemmingplannen 2012 (SVBP 2012). Dit bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding, planregels en een toelichting. De verbeelding en de planregels vormen samen het juridisch-bindende gedeelte van het bestemmingsplan. Beide planonderdelen dienen in onderlinge samenhang te worden bezien en toegepast. Op de verbeelding zijn de bestemmingen aangewezen. Aan deze bestemmingen zijn bouwregels en regels betreffende het gebruik gekoppeld. De toelichting heeft geen rechtskracht, maar vormt niettemin een belangrijk onderdeel van het plan. De toelichting van dit bestemmingsplan geeft de beweegredenen, de onderzoeksresultaten en de beleidsuitgangspunten weer die aan het bestemmingsplan ten grondslag liggen. Ook is de toelichting van wezenlijk belang voor een juiste interpretatie en toepassing van het bestemmingsplan. Tot slot maakt een eventuele bijlage onlosmakelijk onderdeel uit van het bestemmingsplan.
5.2 Verbeelding Op de verbeelding worden de bestemmingen weergegeven, met daarbij andere bepalingen als gebiedsaanduidingen, bouwaanduidingen, bouwvlakken, etc. Voor de analoge verbeelding is gebruikgemaakt van een digitale ondergrond (Grootschalige Basiskaart en/of kadastrale kaart).
5.3 Planregels De planregels zijn onderverdeeld in vier hoofdstukken. Hoofdstuk I bevat de inleidende regels voor het hele plangebied. Hoofdstuk II geeft de bestemmingsregels. Hoofdstuk III geeft vervolgens de algemene regels waaronder (mogelijke) flexibiliteitsbepalingen in de vorm van wijzigings- en afwijkingsbevoegdheden. In dit derde hoofdstuk kunnen belangrijke algemene bepalingen zijn opgenomen die van invloed zijn op het bepaalde in hoofdstuk II. Ten slotte regelt hoofdstuk IV de overgangs- en slotbepalingen. Voor de planregels is de gestandaardiseerde opbouw uit de SVBP 2012 gebruikt. In de planregels is een standaard hoofdstukindeling aangehouden die begint met 'Inleidende regels' (begrippen en wijze van meten), vervolgens met de 'Bestemmingsregels', de 'Algemene regels' (de regels die voor alle bestemmingen gelden) en de 'Overgangs- en slotregels'. In het tweede hoofdstuk, de Bestemmingsregels, staan de verschillende bestemmingen op alfabetische volgorde. Ook dit hoofdstuk kent een standaardopbouw:
• • • • • • •
Bestemmingsomschrijving (in elk bestemmingsplan); Bouwregels (bestemmingsplanafhankelijk); Nadere eisen (bestemmingsplanafhankelijk); Afwijken van de bouwregels (bestemmingsplanafhankelijk); Specifieke gebruiksregels (bestemmingsplanafhankelijk); Afwijken van de gebruiksregels (bestemmingsplanafhankelijk); Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden (bestemmingsplanafhankelijk).
46
5.4 Wijze van bestemmen In deze paragraaf wordt de systematiek van de regels en de wijze waarop de regels gehanteerd dienen te worden uiteengezet. Het voorliggende bestemmingsplan is een herziening van de regels van het bestemmingsplan 'Theaterkwartier'. De aanleiding hiervoor is de wens van de gemeente Lelystad om in het Stadshart meer woningen mogelijk te maken. De stedenbouwkundige concepten uit de massastudie naar de mogelijkheden om meer woningen in het Stadshart te kunnen realiseren (zie toelichting paragraaf 2.2) heeft er toe geleid dat het voorliggende bestemmingsplan is opgesteld. Het voorliggende bestemmingsplan herziet het geldende bestemmingsplan op de volgende punten voor de bouwvelden IV, V en VI: 1.
2.
3. 4.
5.
6. 7.
een grotere maximale bouwhoogte in het grootste deel van de bouwvelden IV, V en VI (en daarmee een groter bebouwingsvolume en meer woningen), die varieert tussen 3 m en 32 m; op de zuidoosthoek van bouwveld IV wordt een verlaging van de maximale bouwhoogte van 29 m naar 20 m doorgevoerd; in tegenstelling tot het geldende bestemmingsplan is, in het kader van rechtszekerheid en voorspelbaarheid van de ruimtelijke effecten, een maximum aantal woningen vastgelegd. Dit is gedaan door; a. het opnemen van de aanduiding 'specifieke vorm van wonen - 1' waarbinnen het maximaal aantal woningen niet meer mag bedragen dan 250; b.
het opnemen van de aanduiding 'specifieke vorm van wonen - 2' waarbinnen het maximaal aantal woningen niet meer mag bedragen dan 90; het voorliggende bestemmingsplan maakt overal binnen de bouwvelden IV, V en VI woongebouwen mogelijk; met het voorliggende plan wordt middels de aanduiding 'maatschappelijk' tevens de mogelijkheid geboden om de begane grond van bouwveld VI te gebruiken voor maatschappelijke dienstverlening; tuindekken en gebouwde parkeervoorzieningen worden geïntroduceerd in de bestemmingsomschrijving van de bestemming 'Wonen' en, in geval van een tuindek, de begripsomschrijvingen; op de zuidoosthoek van bouwveld IV wordt (naast wonen) tevens horeca van categorie 1 mogelijk gemaakt; het geldende bestemmingsplan maakt hier uitsluitend horeca mogelijk; de ligging van de aanduidingen ‘specifieke vorm van verkeer - brug 1’ en 'onderdoorgang' is aangepast aan de feitelijke situatie.
Voor het overige blijven de regels van het bestemmingsplan 'Theaterkwartier' onverkort gelden. Hieronder volgt voor de toegepaste bestemmingen een toelichting op de regeling. Wonen De gronden waarop voornamelijk woningen zijn voorzien, zijn bestemd als ‘Wonen’. De gronden waar appartementen mogelijk zijn, zijn deze aangeduid als ‘specifieke vorm van wonen - woongebouw’. In tegenstelling tot het geldende bestemmingsplan betreft dit het volledige plangebied (bouwvelden IV, V en VI). Binnen deze bestemming is ter plaatse van de aanduiding ‘horeca tot en met categorie 1’ tevens ruimte voor horeca van categorie 1. Deze functie is echter alleen toegestaan op de eerste bouwlaag. Binnen deze bestemming is daarnaast ter plaatse van de aanduiding 'maatschappelijk', maatschappelijke dienstverlening toegestaan op de eerste bouwlaag. Ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van verkeer - brug 1’ is het mogelijk om een brug/hellingbaan te realiseren. In de bestemmingsregeling is een voorwaardelijke verplichting met betrekking tot trillingshinder opgenomen. Deze voorwaardelijke verplichting regelt dat bij een omgevingsvergunning voor het bouwen, ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van wonen - woongebouw’ voor zover grenzend aan de Stationsweg, eerst nader onderzoek moet zijn gedaan naar trillinghinder.
Daarbij moet voldaan worden aan de SBR-richtlijn deel B, en als dat niet lukt, moet met maatregelen alsnog aan die richtlijn worden voldaan.
47
Voor de woonbestemming geldt dat per woning 0,6 parkeerplaatsen gerealiseerd dient te worden. Dit is vastgelegd in een voorwaardelijke verplichting. Daarnaast is een afwijking van deze voorwaardelijke verplichting opgenomen teneinde het voor het bevoegd gezag mogelijk te maken om af te wijken van deze parkeernorm voor zover op andere wijze in de benodigde parkeerruimte wordt voorzien. In het geldende bestemmingsplan 'Theaterkwartier' is tevens geregeld dat de bouwhoogte van een hoofdgebouw ter plaatse van de aanduiding 'maximum bouwhoogte (m)', niet meer mag bedragen dan de aangegeven hoogte. Met de voorliggende herziening worden de maximale bouwhoogte verruimd naar respectievelijk 13 m, 20 m en 32 m. De maximale bouwhoogte, die een afgeleide zijn van de massastudie, zijn aangeduid op de verbeelding. Daarnaast wordt met de voorliggende herziening het maximum aantal woningen binnen het plangebied bepaald op 340 woningen. Voorts zijn de binnenterreinen bestemd voor tuinen, waar geen gebouwen gebouwd mogen worden, met uitzondering van bergingen, nutsvoorzieningen, fietsenstallingen en gebouwde (half)verdiepte parkeervoorzieningen, zoals een parkeergarage of een tuindek, met bijbehorende toegangen en voorzieningen. Verkeer - Verblijfsgebied De gronden aan de zuidzijde die toegang geven tot de parkeergarage zijn bestemd als 'Verkeer Verblijfsgebied'.
De toegestane functies en bebouwing zijn gericht onder andere op het verblijf en het verkeer. Ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van verkeer - brug 1' is het toegestaan om een brug/hellingbaan te realiseren.
48
6 Uitvoerbaarheid 6.1 Economische uitvoerbaarheid Bij de voorbereiding van een bestemmingsplan als bedoeld in artikel 3.6, eerste lid Wro of naar aanleiding van een omgevingsvergunning waarbij met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, onder a, 3°van de Wabo wordt afgeweken van het bestemmingsplan of de beheersverordening, dient, op grond van artikel 3.1.6 lid 1, sub f van het Bro, onderzoek plaats te vinden naar de (economische) uitvoerbaarheid van het plan. In principe dient bij vaststelling van een ruimtelijk besluit tevens een exploitatieplan vastgesteld te worden om verhaal van plankosten zeker te stellen. Op basis van artikel 6.12, lid 2 van de Wro kan de gemeenteraad bij het besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan echter besluiten geen exploitatieplan vast te stellen indien:
•
het verhaal van kosten van de grondexploitatie over de in het plan of besluit begrepen gronden anderszins verzekerd is;
•
het bepalen van een tijdvak of fasering als bedoeld in artikel 6.13, eerste lid, onder c, 4°, onderscheidenlijk 5°, niet noodzakelijk is;
•
het stellen van eisen, regels, of een uitwerking van regels als bedoeld in artikel 6.13, tweede lid, onderscheidenlijk b, c of d, niet noodzakelijk is.
Planspecifiek De nog te ontwikkelen gronden van het Theaterkwartier ontwikkelt de gemeente Lelystad zelf. Zij doet dit via een actief grondbeleid en geeft zelf de grond uit. De gronden zijn al in eigendom bij de gemeente. Voor de ontwikkeling van de plannen heeft de gemeente financiële middelen beschikbaar die de benodigde kosten kunnen dekken. De overige kosten worden gedekt uit de verkoop van grond. Het plan is daarmee financieel haalbaar.
6.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid Bij de voorbereiding van een (voor)ontwerp bestemmingsplan dient op grond van artikel 3.1.6 lid 1 sub c Wro overleg te worden gevoerd als bedoeld in artikel 3.1.1 Bro. Op basis van het eerste lid van dit artikel wordt overleg gevoerd met waterschappen en met die diensten van provincie en Rijk die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn. Voor wat kleinere plannen kan, in overleg, afgezien worden van dit overleg. Een ontwerp bestemmingsplan dient conform afdeling 3.4 Awb gedurende 6 weken ter inzage gelegd te worden. Hierbij is er de mogelijkheid voor eenieder om zienswijzen in te dienen op het plan. Na vaststelling door de raad wordt het vaststellingsbesluit bekendgemaakt. Het bestemmingsplan ligt na bekendmaking 6 weken ter inzage. Gedurende deze termijn is er de mogelijkheid beroep in te dienen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Het bestemmingsplan treedt vervolgens de dag na afloop van de tervisielegging in werking als er geen beroep is ingesteld. Is er wel beroep ingesteld dan treedt het bestemmingsplan ook in werking, tenzij naast het indienen van een beroepschrift ook om een voorlopige voorziening is gevraagd. De schorsing van de inwerkingtreding eindigt indien de voorlopige voorziening wordt afgewezen.
De procedure eindigt met het besluit van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
49
Crisis- en herstelwet Het woningbouwplan dat het voorliggende bestemmingsplan mogelijk maakt valt onder de categorieën van projecten die zijn aangewezen in bijlage I, artikel 3.1 van de Crisis- en herstelwet (Chw), te weten 'de bouw van meer dan 11 woningen in een aaneengesloten gebied of de herstructurering van woon- en werkgebieden'. Afdeling 2 van de Chw is op de bestemmingsplanprocedure van toepassing. Dat betekent dat belanghebbenden, die tegen het besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan in beroep gaan, in het beroepschrift de beroepsgronden moeten aanvoeren. Na afloop van de termijn van zes weken kunnen geen nieuwe beroepsgronden meer worden aangevoerd. Verder moet de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State een eventueel beroep bij voorrang behandelen en binnen 6 maanden uitspraak doen. Participatie De gemeente heeft voor belanghebbenden en geïnteresseerden op 19 oktober 2023 een inloopbijeenkomst in de Burgerzaal van het Stadhuis georganiseerd over het concept ontwerp bestemmingsplan. Deze bijeenkomst is door circa vijf omwonenden bezocht. In bijlagen bij toelichting bijlage 13 (Reactienota overleg en participatie) is de verslaglegging van dit participatiemoment opgenomen.
Naar aanleiding van de voorgestelde ambtshalve wijzigingen van het ontwerp bestemmingsplan heeft de gemeente voor belanghebbenden en geïnteresseerden op 16 mei 2024 een extra participatie/informatiebijeenkomst georganiseerd in de Burgerzaal van het Stadhuis. Deze bijeenkomst is door 10 omwonenden bezocht. Het verslag van deze participatie/informatiebijeenkomst is als bijlagen bij toelichting bijlage 14 opgenomen.
50
7 Procedure 7.1 Voorbereidingsfase In het kader van het vooroverleg als bedoeld in artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening is het concept ontwerp bestemmingsplan 'Partiële herziening bestemmingsplan Theaterkwartier' verzonden voor advies naar de vooroverlegpartners: 1. 2. 3. 4. 5.
Provincie Flevoland Waterschap Zuiderzeeland Omgevingsdienst Flevoland Gooi en Vechtstreek Veiligheidsregio/Brandweer ProRail
Van alle partners is een reactie ontvangen. Deze zijn samengevat en van een gemeentelijke reactie voorzien in de Reactienota overleg en participatie (gemeente Lelystad, d.d. 14 november 2023, bijlagen bij toelichting bijlage 13). Het ontwerp bestemmingsplan is hierop aangepast.
7.2 Ontwerpfase Na afronding van het vooroverleg wordt de formele bestemmingsplanprocedure gestart. De aanpassingen die volgen uit overlegreacties worden verwerkt in het ontwerp bestemmingsplan. Ook worden er - indien nodig - ambtshalve aanpassingen doorgevoerd. Het ontwerp bestemmingsplan ‘Partiële herziening bestemmingsplan Theaterkwartier’ en het ontwerp beeldregieplan hebben van 30 november 2023 tot en met 10 januari 2023 gedurende 6 weken ter inzage gelegen. Gedurende deze periode zijn geen zienswijzen ingediend. Ook zijn er geen inspraakreacties ingediend op het ontwerp beeldregieplan. Wel wordt er voor het vast te stellen bestemmingsplan een aantal ambtshalve wijzigingen voorgesteld. Deze voorgestelde ambtshalve wijzigingen zijn in de Nota van wijzigingen beschreven, die als bijlagen bij toelichting bijlage 15 bij dit bestemmingsplan is opgenomen. Bij de besluitvorming door de gemeenteraad omtrent vaststelling van het bestemmingsplan zal de Nota van wijzigingen ter vaststelling aan de raad worden voorgelegd. Procedure hogere waarden Het ontwerpbesluit hogere waarden Wet geluidhinder heeft ter inzage gelegen. Gedurende de terinzagelegging van 6 weken zijn op dit ontwerpbesluit geen zienswijzen binnengekomen. Op 23 januari 2024 heeft het college het besluit hogere waarden vastgesteld.
Na het onherroepelijk worden van het besluit, wordt de vastgestelde hogere waarde bij het Kadaster geregistreerd. Belanghebbenden kunnen beroep aantekenen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State tegen het besluit hogere waarden. Zo spoedig mogelijk nadat het besluit hogere waarden besluit onherroepelijk is geworden, moet dit worden ingeschreven in de openbare registers.
51
7.3 Vaststellingsfase Binnen twaalf weken na de termijn van terinzagelegging moet de gemeenteraad in beginsel beslissen omtrent de vaststelling van het bestemmingsplan. Tegen het besluit tot vaststelling staat, voor belanghebbenden, direct beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Direct na de beroepstermijn treedt, indien tijdens de beroepstermijn geen verzoek om een voorlopige voorziening is ingediend, het plan in werking waarna tot planrealisatie kan worden overgegaan.
52