BL bestemmingsplan Hondsdraf 56
Tekst van het document
160
5
10,8 NOx NH3
< 1 kg/j < 1 kg/j
STAGE IV, 75 <= kW < 130, bouwjaar 2015 (Diesel)
Rupskraan
448
10
5,1 NOx NH3
1,84 kg/j < 1 kg/j
STAGE IV, 130 <= Betonpomp kW < 300, bouwjaar 2014 (Diesel)
280
0
10,8 NOx NH3
< 1 kg/j < 1 kg/j
STAGE IV, 300 <= Kraan kW < 560, bouwjaar 2014 (Diesel)
960
80
21,5 NOx NH3
18,20 kg/j < 1 kg/j
Naam Locatie (X,Y) NOx NH3
Resultaten
Soort
Voertuig
Standaard
Licht verkeer
Standaard
Zwaar vrachtverkeer
Situatie 1
Bron 2 Aanlegfase Verkeer 164742, 503727 < 1 kg/j < 1 kg/j
Aantal voertuigen Stof
Emissie
4,0 / etmaal NOx NH3
< 1 kg/j < 1 kg/j
40,0 / jaar NOx NH3
< 1 kg/j < 1 kg/j
RejjkenrCKUd (03 maart 2021) pagina 4/6
Resultaten
Naam Locatie (X,Y) NOx NH3
Resultaten
Bron 3 Exploitatiefase Verkeer 164742, 503727 1,43 kg/j < 1 kg/j
Soort
Voertuig
Aantal voertuigen Stof
Emissie
Standaard
Licht verkeer
17,0 / etmaal NOx NH3
1,43 kg/j < 1 kg/j
Situatie 1
RejjkenrCKUd (03 maart 2021) pagina 5/6
Resultaten
Disclaimer
Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden.
Rekenbasis
Deze berekening is tot stand gekomen op basis van: AERIUS versie 2020_20210209_2f032ce1a2 Database versie 2020_20210209_2f032ce1a2 Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://www.aerius.nl/nl/factsheets/release/aerius-calculator-2020
Resultaten
Situatie 1
RejjkenrCKUd (03 maart 2021) pagina 6/6
Bijlage 4
93/163
Quickscan flora en fauna
-
s
Lelystad Hondsdraf 56 QuickScan
JM ecologie b.v., 2022
QuickScan Lelystad, Hondsdraf 56
Ecologische beoordeling in het kader van de Wet Natuurbescherming Rapportnummer R21.053 Status 1.1 (definitief) Datum 04-01-2022 Opdrachtgever Rho – Adviseurs voor Leefruimte Druifstreek 72-c 8911 LH Leeuwarden Auteur Jessica Hovius Controle Willem Oevering Voorpagina Te bebouwen grasveld Te citeren als Hovius, J., 2021. QuickScan Lelystad, Hondsdraf 56; Ecologische beoordeling in het kader van de Wet Natuurbescherming. Rapport R21.053 JM ecologie b.v., Gorredijk.
JM ecologie b.v. Wetterwille 9 8401 GB Gorredijk
Copyright Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar © 2021 JM ecologie b.v. worden gemaakt door middel van druk, fotokopie, elektronisch of op welke wijze dan ook, zonder schriftelijke toestemming van de auteurs.
Inhoud 1
Inleiding .............................................................................................................................................................. 2 Aanleiding ........................................................................................................................................................... 2 Globale ligging .................................................................................................................................................... 2 Structuur natuurwetgeving in Nederland ........................................................................................................... 3 Scope van de QuickScan ..................................................................................................................................... 4 Werkwijze ........................................................................................................................................................... 5
2
Beschrijving locatie en ingreep ........................................................................................................................... 6 Locatie ................................................................................................................................................................. 6 Ingreep ................................................................................................................................................................ 8
3
Resultaten veldbezoek en bureaustudie ............................................................................................................. 9 Vogels.................................................................................................................................................................. 9 Vleermuizen ...................................................................................................................................................... 10 Overige zoogdieren ........................................................................................................................................... 11 Reptielen ........................................................................................................................................................... 12 Amfibieën .......................................................................................................................................................... 12 Dagvlinders ....................................................................................................................................................... 12 Overige fauna ....................................................................................................................................................
13 Vaatplanten ...................................................................................................................................................... 13
4
Effecten en gevolgen ..........................................................................................................................................14 Overzicht beschermde soorten......................................................................................................................... 14 Effecten op de in het plangebied (mogelijk) aanwezige flora en fauna ........................................................... 14
5
Mitigerende maatregelen ..................................................................................................................................16 Algemene broedvogels; mitigatie ..................................................................................................................... 16 Vleermuizen; mitigatie ...................................................................................................................................... 17
6
Conclusie............................................................................................................................................................18
Geraadpleegde bronnen ............................................................................................................................................19
Rho – Adviseurs voor leefruimte QuickScan Lelystad, Hondsdraf 56
1
Inleiding Aanleiding In opdracht van Rho – Adviseurs voor leefruimte, verder “opdrachtgever” genoemd, heeft ecologisch adviesbureau JM ecologie b.v. een QuickScan uitgevoerd voor de bouw van vier woonunits op een grasveld aan de Hondsdraf 56 te Lelystad, gemeente Lelystad, provincie Flevoland. De opdrachtgever heeft ecologisch adviesbureau JM ecologie b.v. gevraagd een QuickScan uit te voeren op het grasveld om te onderzoeken of er aanwijzingen zijn dat er beschermde soorten of verblijf/broedlocaties van beschermde soorten aanwezig zijn in het kader van de Wet natuurbescherming. De opdrachtgever is voornemens om op het perceel uitbreiding te realiseren van de zorgboerderij ‘Flevo Zon’. De opdrachtgever wil weten of, en zo ja, welke effecten deze werkzaamheden met zich mee brengen op aanwezige (beschermde) flora en fauna.
Globale ligging Het plangebied is gelegen aan de Hondsdraf, een doodlopende weg ten oosten van Lelystad. De omgeving van het plangebied bestaat grotendeels uit bospercelen en agrarische percelen, nabij het plangebied zijn een aantal volkstuintjes gelegen. Op ongeveer twee kilometer van het plangebied liggen het IJsselmeer (noord) en het Markermeer (west). De globale ligging van het plangebied is weergegeven in afbeelding 1.1.
Afbeelding 1.1. Globale ligging van het plangebied in Flevoland, aangegeven met een rode stip. (Bron achtergrond: Esri)
Datum: 4 januari 2022 rapport: R21.053, versie 1.1
blad 2 van 19
Rho – Adviseurs voor leefruimte QuickScan Lelystad, Hondsdraf 56
Structuur natuurwetgeving in Nederland De Wet natuurbescherming (hierna Wnb) heeft per 1 januari 2017 de Boswet, Flora- en faunawet en de Natuurbeschermingswet 1998 vervangen. De Wet natuurbescherming regelt de bescherming van Natura 2000-gebieden, de bescherming van soorten en de bescherming van houtopstanden. Naast bescherming vanuit de Wet natuurbescherming, zijn er ook gebieden die planologisch beschermd zijn. Dit betreft het ‘Natuurnetwerk Nederland’ (hierna NNN). De bescherming van het NNN verloopt via het ruimtelijke ordeningsrecht (Barro, bestemmingsplannen) en niet via de natuurwetgeving. Na de decentralisatie (2017) zijn enkele provincies andere namen gaan voeren voor de NNN. In Flevoland wordt de naam NNN gehandhaafd. Naast de NNN gebieden behoren ook de ecologische verbindingszones in Flevoland tot beschermd natuurgebied. Decentralisatie Het bevoegd gezag is gedecentraliseerd naar de provincies. Het Rijk behoud echter het bevoegd gezag en de verantwoordelijkheid voor het verlenen van ontheffingen en vrijstellingen voor handelingen en projecten in gebruik, beheer of aanleg door het rijk, zoals bijvoorbeeld hoofdwegen, spoorwegen, hoofdvaarwegen, waterkeringen, militaire terreinen, gastransportnet, hoogspanningsleidingen, delfstoffen, kustlijn, bepaalde visserij en bijvoorbeeld activiteiten Koninklijk Huis.
Soortbescherming In de Wet natuurbescherming is soortbescherming opgedeeld in categorieën. Voor elke categorie gelden verschillende verbodsbepalingen die zijn vermeld in artikel 3.1, 3.5 en 3.10 van de Wet natuurbescherming. Het gaat om de volgende categorieën: 1. soorten van de Vogelrichtlijn; 2. soorten van de Habitatrichtlijn, inclusief bijlage I en II uit Verdrag van Bern en bijlage I uit Verdrag van Bonn; 3. ‘andere soorten’ (onderdeel A ‘fauna’ en onderdeel B ‘flora’). De verbodsbepalingen en ontheffingsgronden voor de eerste twee categorieën komen rechtstreeks uit de Vogel- en Habitatrichtlijn. De derde categorie vindt zijn oorsprong in de nationale wetgeving. Vooralsnog wordt ervan uitgegaan dat alle provincies en het Rijk de voorheen geldende “Lijst met jaarrond beschermde nesten 2012” aanhouden en blijven hanteren in de Wet natuurbescherming. Bij voorliggende toetsing is ervan uitgegaan dat de lijst gehanteerd blijft en dat de nesten een jaarrond beschermde status houden. Hierbij wordt een onderscheid gemaakt tussen jaarrond beschermde nesten (categorie 1t/m4) en mogelijk jaarrond beschermde nesten (categorie 5). Soorten van de Vogelrichtlijn Voor Vogelrichtlijnsoorten is het verboden om in het wild levende vogels te doden of te vangen, opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels te vernielen, te beschadigen, te rapen of nesten van vogels weg te nemen.
Daarnaast is het verboden vogels opzettelijk te storen. Dit laatste verbod geldt niet voor een aantal aangewezen vogelsoorten, indien de verstoring niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding en het nest zelf zijn functionaliteit behoudt.
Datum: 4 januari 2022 rapport: R21.053, versie 1.1
blad 3 van 19
Rho – Adviseurs voor leefruimte QuickScan Lelystad, Hondsdraf 56
Soorten van de Habitatrichtlijn Voor soorten van artikel 3.5 (Habitatrichtlijn, Bern en Bonn) is het eveneens verboden om in het wild levende dieren en planten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen, opzettelijk eieren van dieren te vernielen of te rapen. Voortplantings- of rustplaatsen mogen niet beschadigd of vernield worden. Daarnaast geldt er een verbod om planten behorend bij artikel 3.5 te plukken, verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen. In tegenstelling tot de Vogelrichtlijnsoorten in artikel 3.1, mogen dieren behorend bij artikel 3.5 niet opzettelijk verstoord worden, ook niet als er geen wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding. Daarbij dient opgemerkt te worden dat een aantal vogelsoorten ook vallen onder artikel 3.5 en daarom niet verstoord mogen worden. Andere soorten Naast de Europees aangewezen beschermde flora en fauna, is er in Nederland ook een Nationale soortenlijst gemaakt die niet gedekt wordt door de Vogel- en Habitatrichtlijn, Verdrag van Bern of Verdrag van Bonn. Deze soorten zijn opgenomen in bijlage A en B van de Wet natuurbescherming. Voor soorten in bijlage A geldt een verbod op opzettelijk doden of vangen van dieren en opzettelijk beschadigen of vernielen van vaste voortplantings- of rustplaatsen van dieren.
Voor soorten in bijlage B geldt een verbod op opzettelijk plukken, verzamelen, afsnijden, vernielen en ontwortelen van planten. In tegenstelling tot artikel 3.1 en 3.5, is verstoring van deze soorten toegestaan. Met betrekking tot de ‘andere soorten’ zijn per provincie beleidsregels opgesteld waarin voor een deel van deze soorten vrijstelling is verleend. De grond waarop deze vrijstelling geldt verschilt per provincie en hoeft dus niet in alle situaties van toepassing te zijn. Vrijstelling op basis van ruimtelijke inrichting of ontwikkeling is een geldige reden in alle provincies. Indien bij het project-voornemen een of enkele gestelde verboden in artikel 3.1, 3,5 of 3.10 worden overtreden, dient gewerkt te worden conform een gedragscode. Biedt een gedragscode geen oplossing, dan is het mogelijk om een ontheffing aan te vragen bij de provincie waarin het voornemen plaats vindt. De grond waarop een ontheffing mogelijk is, verschilt per categorie.
Scope van de QuickScan Deze QuickScan is opgesteld om de ecologische waarden van het plangebied te bepalen, en de, ten gevolge van de geplande bestemmingswijziging, eventuele strijdigheden met de Wet natuurbescherming (Wnb) in kaart te brengen, waaruit een advies zal volgen over hoe te handelen volgens deze wet. Er wordt in deze QuickScan niet ingegaan op raakvlakken met de gebiedsbescherming (Natura 2000 en Natuurnetwerk Nederland) en bescherming Houtopstanden. Een initiatiefnemer is, vanuit de natuurwetgeving, bij ruimtelijke ingrepen (maar ook maatregelen en activiteiten) verplicht op de hoogte te zijn van mogelijk voorkomende beschermde natuurwaarden binnen het plangebied, zodat hiermee rekening kan worden gehouden. De consequenties van de beoogde ruimtelijke ingreep zijn getoetst aan de bepalingen van de soortenbescherming uit de Wet natuurbescherming (Wnb). De natuur is onvoorspelbaar. Het veldbezoek beschrijft een momentopname. Indien de periode tussen veldbezoek en de invoer van de geplande verandering in het bestemmingsbesluit meerdere jaren wordt, dient overwogen te worden een herhaald veldbezoek te laten uitvoeren, hetgeen mogelijk tot gevolg heeft dat de QuickScan wordt herzien.
Datum: 4 januari 2022 rapport: R21.053, versie 1.1
blad 4 van 19