BL bestemmingsplan Hondsdraf 56
Tekst van het document
Grenswaarde 40 µg/m³ 40 µg/m³ max. 35 keer p.j. meer dan 50 µg / m³ 25 µg /m³
Op grond van artikel 5.16 van de Wm kunnen bestuursorganen bevoegdheden die gevolgen kunnen hebben voor de luchtkwaliteit onder andere uitoefenen indien de bevoegdheden/ontwikkelingen niet leiden tot een overschrijding van de grenswaarden of de bevoegdheden/ontwikkelingen niet in betekenende mate bijdragen aan de concentratie in de buitenlucht. Besluit niet in betekenende mate In dit Besluit niet in betekenende mate is bepaald in welke gevallen een plan vanwege de gevolgen voor de luchtkwaliteit niet aan de grenswaarden hoeft te worden getoetst. Hierbij worden de volgende twee situaties onderscheiden: een plan heeft een effect van minder dan 3% van de jaargemiddelde grenswaarde NO2 en PM10 (= 1,2 µg/m³); een plan valt in een categorie die is vrijgesteld aan toetsing aan de grenswaarden; deze categorieën betreffen onder andere woningbouw met niet meer dan 1.500 woningen bij één ontsluitingsweg en 3.000 woningen bij twee ontsluitingswegen, kantoorlocaties met een bruto vloeroppervlak van niet meer dan 100.000 m2 bij één ontsluitingsweg en 200.000 m2 bij twee ontsluitingswegen. Onderzoek Een verslechtering van de luchtkwaliteit is veelal een gevolg van een toename van het aantal verkeersbewegingen in een gebied. De ontwikkelingen in het plangebied hebben een relatief beperkte verkeersaantrekkende werking.
Deze aantrekkende werking is in ieder geval substantieel lager dan de genoemde bijdrage van 1.500 nieuwe woningen. Op basis van het Besluit niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen) is het plan daarom vrijgesteld van toetsing aan de grenswaarden.
33/163
Op basis van het voorgaande wordt geconcludeerd dat het plan geen overschrijding van de luchtkwaliteitsnormen tot gevolg heeft.
4.11 Kabels, leidingen en zoneringen Toetsingskader Bij de uitvoering van ruimtelijke ontwikkelingen moet rekening worden gehouden met de aanwezigheid van elektriciteit- en communicatiekabels en nutsleidingen in de grond. Hier gelden beperkingen voor ingrepen in de bodem. Daarnaast zijn zones, bijvoorbeeld rondom hoogspanningsverbindingen, straalpaden en radarsystemen van belang. Deze vragen vaak om het beperken van gevoelige functies of van de hoogte van bouwwerken. Voor ruimtelijke plannen zijn alleen de hoofdleidingen van belang. De kleinere, lokale leidingen worden bij de uitvoering door middel van een Klic-melding in kaart gebracht. Onderzoek In of nabij het plangebied lopen geen hoofdleidingen of -kabels. Wel ligt het plangebied binnen een zone waarvoor hoogtebeperkingen gelden in het verband met de vliegveiligheid van vliegveld Lelystad. Voor het vliegveld ligt op dit moment een ontwerp bestemmingsplan ter inzage waarin onder andere de hoogtebeperkingen zijn geregeld. Ook in het plangebied is de beperking van toepassing in de vorm van de aanduiding 'vrijwaringszone - Luchtvaart 3'. Binnen de aanduiding zijn geen bouwwerken toegestaan hoger dan 146,3 meter. Omdat dit bestemmingsplan uitgaat van een maximale hoogte van 10 meter komt de vliegveiligheid niet in het geding.
34/163
Hoofdstuk 5
Bestemmingen en planuitgangspunten
In dit hoofdstuk wordt een motivatie gegeven van de gehanteerde bestemmingen en de daarbij behorende uitgangspunten van het bestemmingsplan.
5.1
Algemeen
Het bestemmingsplan voldoet aan alle vereisten die zijn opgenomen in de Wet ruimtelijke ordening (Wro), het Bro en de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). Inherent hieraan is de toepassing van de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP) 2012. De SVBP maakt het mogelijk om bestemmingsplannen te maken die op vergelijkbare manier zijn opgebouwd en op een zelfde manier worden verbeeld. De SVBP 2012 is toegespitst op de regels die voorschrijven hoe bestemmingsplannen volgens de Wro en het Bro moeten worden gemaakt. De SVBP geeft bindende standaarden voor de opbouw en de verbeelding van het bestemmingsplan, zowel digitaal als analoog. De regels van dit bestemmingsplan zijn opgesteld volgens deze standaarden. Verder sluit de regeling in het voorliggende bestemmingsplan aan bij de bestaande regeling zoals opgenomen in het bestemmingsplan Stadsrandgebied en het in ontwerp zijnde bestemmingsplan Lelystadluchthavencontouren. Het bestemmingsplan regelt de gebruiks- en bebouwingsmogelijkheden van de gronden in het plangebied. De juridische regeling is vervat in een verbeelding en bijbehorende regels. Op de verbeelding zijn de verschillende bestemmingen vastgelegd, in de regels (per bestemming) de bouw- en gebruiksmogelijkheden.
5.2
Toelichting op de bestemmingen
In deze paragraaf wordt de bestemming, zoals deze op de verbeelding en in de regels is opgenomen, beschreven. Gemengd Het gehele plangebied blijft de bestemming 'Gemengd' inclusief functieaanduiding 'zorgboerderij'. behouden. Binnen deze bestemming en de aanduiding blijven de gronden bestemd voor gebouwen ten behoeve van maatschappelijke voorzieningen, welzijnsdoeleinden, zorgboerderij en zorgwoningen De bebouwing dient binnen het aangegeven bouwvlak gebouwd te worden. Dit betekent dat rondom de toekomstige bebouwing een bouwvlak is gelegd. De maximale toegestane bouwhoogte bedraagt maximaal 10 meter en het bebouwingspercentage binnen het bouwvlak maximaal 80%. In dit bestemmingsplan is verder maximaal één bedrijfswoning toegestaan. De bedrijfswoning dient binnen de aanduiding 'bedrijfswoning' gerealiseerd te worden. Verder is met dit bestemmingsplan het bouwvlak gewijzigd ten opzichte van de huidige planologische situatie. Het bouwvlak is vergroot om de gewenste uitbreiding, zoals beschreven in hoofdstuk 2, mogelijk te maken.
35/163
Hoofdstuk 6
Uitvoerbaarheid
Wettelijk bestaat de verplichting om inzicht te geven in de uitvoerbaarheidsaspecten van een bestemmingsplan en de grondexploitatie. Bij de uitvoerbaarheid wordt een onderscheid gemaakt tussen de maatschappelijke en de economische uitvoerbaarheid.
6.1
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
Het bestemmingsplan doorloopt de in de Wro vastgelegde procedure. Tijdens deze procedure zijn er verschillende momenten waarop burgers en belanghebbenden hun zienswijze op het plan kenbaar kunnen maken. Hieronder volgt een nadere toelichting. Overleg Het bestemmingsplan is, conform artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro), verzonden naar de overleginstanties. In dit kader heeft Waterschap Zuiderzeeland gereageerd. De reactie is in paragraaf 4.5 van de toelichting verwerkt. Vervolgens heeft het waterschap in zijn brief van 27 juni 2022 laten weten dat het advies naar tevredenheid in de toelichting is verwerkt. Het voorontwerp bestemmingsplan is niet voor inspraak ter inzage gelegd. Wel is met de buurt overleg gepleegd. De buurt heeft aangegeven geen bezwaren tegen de ontwikkeling te hebben. Zienswijzen Het ontwerpbestemmingsplan volgt de uniforme openbare voorbereidingsprocedure die is beschreven in afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Het ontwerpplan heeft gedurende 6 weken ter inzage gelegen. Een ieder is daarbij in de gelegenheid gesteld schriftelijk en/of mondeling zienswijzen op het plan naar voren te brengen. Van deze gelegenheid is geen gebruikt gemaakt. Er zijn geen zienswijzen binnengekomen. Vaststellingsfase Het bestemmingsplan is vervolgens door de gemeenteraad vastgesteld.
Tot slot is tegen de vaststelling van het bestemmingsplan beroep mogelijk bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State.
6.2
Grondexploitatie en economische uitvoerbaarheid
Economische uitvoerbaarheid De ontwikkeling is een particulier initiatief. De kosten voor het realiseren van de ontwikkelingen op het perceel worden gedragen door de initiatiefnemer. Grondexploitatie Het doel van de grondexploitatieregeling is het inzichtelijk maken van de financiële haalbaarheid en het bieden van meerdere mogelijkheden voor het kostenverhaal, waardoor er meer sturingsmogelijkheden zijn. In dit bestemmingsplan wordt een bouwplan in de zin van artikel 6.2.1 Bro mogelijk gemaakt. In dergelijke gevallen dient een grondexploitatieplan opgesteld te worden tenzij het kostenverhaal anderszins verzekerd is.
36/163
In dit plan wordt het kostenverhaal geregeld in een overeenkomst tussen de gemeente en de initiatiefnemer. Hierin wordt onder andere het planschadeverhaal geregeld. Verder worden de plankosten via leges op de initiatiefnemer verhaald. Hiermee is het kostenverhaal anderszins verzekerd en wordt van het vaststellen van een exploitatieplan afgezien.
37/163
38/163
Bijlagen bij de toelichting
39/163
40/163
Bijlage 1
41/163
Watertoets
datum 18-2-2021 dossiercode 20210218-37-25614 Geachte heer/mevrouw Jan - Jacob Posthumus, U heeft de digitale watertoets doorlopen op de website www.dewatertoets.nl. De samenvatting in de email bevat de gegeven antwoorden op de vragen. Op basis van deze toets volgt u de korte procedure. Uitgangspuntennotitie met standaard waterparagraaf Hierbij ontvangt u de uitgangspuntennotitie voor de korte procedure van de watertoets. Deze notitie is automatisch gegenereerd op basis van de door u gegeven antwoorden en het ingetekende plangebied. Deze uitgangspuntennotitie bevat de voor uw plan relevante waterhuishoudkundige beleidsthema's, streefbeelden en de belangrijkste bijbehorende uitgangspunten en randvoorwaarden van Waterschap Zuiderzeeland die u kunt gebruiken bij het ruimtelijk laten meewegen van het waterbelang en bij het opstellen van de waterparagraaf in de ruimtelijke onderbouwing van uw plan. Dit document bestaat uit drie delen: 1. Vooroverleg en andere waterbeheerder 2. De standaard waterparagraaf De standaard waterparagraaf is zo opgesteld dat u de tekst eenvoudig kunt gebruiken als basistekst voor uw waterparagraaf, waarbij deze op bepaalde punten nog aangevuld moet worden met een concrete toelichting voor de specifieke ontwikkeling. 3. Aanvullende informatie en ontwerprichtlijnen Na de standaard waterparagraaf volgt een onderdeel met overige relevante ontwerprichtlijnen.
De ontwerprichtlijnen in het laatste deel zijn niet relevant voor de ruimtelijke procedure. De ontwerprichtlijnen geven nadere informatie waar u bij de verdere uitwerking (o.a. civieltechnisch) rekening mee moet houden. Ook kan het zijn dat meld- en/of vergunningplichten bestaan voor de ontwikkeling inzake de wateraspecten. Dit helpt u om meldingen en/of aanvragen in te dienen die meteen in behandeling genomen kunnen worden. Team Waterprocedures Waterschap Zuiderzeeland Lindelaan 20 Postbus 229 8200 AE Lelystad (06) 1132 4178 (0320) 274 911 watertoets@zuiderzeeland.nl _________________________________________________________________________ Deel 1: Vooroverleg en andere waterbeheerder Positief wateradvies en geen vooroverleg Waterschap Zuiderzeeland geeft op basis van de door u gegeven antwoorden een positief wateradvies met daarbij een algemene opmerking die betrekking heeft op het bestemmen van waterbelangen. Wij willen u verzoeken de waterbelangen (o.a. waterlichamen, waterkeringen en rioolwaterzuiveringen) die eventueel aanwezig zijn binnen het plangebied op een juiste manier te bestemmen of te reguleren. Het team waterprocedures van het waterschap kan op uw verzoek daarover adviseren.
In verband met het beperkte waterschapsbelang achten wij het niet nodig om, aanvullend op dit wateradvies, in het kader van het ambtelijk vooroverleg, als bedoeld in artikel 3.1.1 van het Besluit op de Ruimtelijke ordening vooroverleg te voeren over het ruimtelijk plan dat betrekking heeft op deze ontwikkeling cq. dit plangebied. Indien de wateraspecten in het ruimtelijk plan goed bestemd of gereguleerd worden dan zien wij het ontwerp ruimtelijk plan met vertrouwen tegemoet. In verband met een eventueel benodigde watervergunning kan vooroverleg overigens wel nodig zijn. _______________________________________________________________________________________________ Deel2 Standaard waterparagraaf korte procedure
<De standaard waterparagraaf is zo opgesteld dat u de tekst eenvoudig kunt gebruiken als basistekst voor uw waterparagraaf, waarbij deze op bepaalde punten nog aangevuld moet worden met een concrete toelichting voor de specifieke ontwikkeling.> Inleiding Sinds 1 november 2003 is de toepassing van de watertoets wettelijk verplicht door de verankering in het Besluit op de ruimtelijke ordening 1985. De watertoets heeft betrekking op alle grond- en oppervlaktewateren en behandelt alle van belang zijnde waterhuishoudkundige aspecten (naast veiligheid en wateroverlast ook bijvoorbeeld waterkwaliteit en verdroging). De watertoets is een belangrijk procesinstrument om het belang van water een evenwichtige plaats te geven in de ruimtelijke ordening. Uit de waterparagraaf blijkt de betrokkenheid van de waterbeheerder in het planproces en de wijze waarop het wateradvies van de waterbeheerder is meegenomen in de uitwerking van het plan. De watertoetsprocedure kan op drie manieren gevolgd worden: de procedure geen waterschapsbelang, de korte procedure en de normale procedure. Welke procedure gevolgd moet worden hangt af van de implicaties van het ruimtelijk plan voor de waterhuishouding. De procedure geen waterschapsbelang en de korte procedure zijn bedoeld voor ruimtelijke plannen met beperkte gevolgen voor de waterhuishouding.
Bij deze twee procedures kan de watertoets volledig digitaal doorlopen worden. De normale procedure is gericht op ruimtelijke plannen met relatief vergaande consequenties voor de waterhuishouding. In dit geval is actieve betrokkenheid van Waterschap Zuiderzeeland nodig. De relevante randvoorwaarden voor het plan zijn gerangschikt onder zeven streefbeelden ingedeeld op basis van de drie waterthema's Veiligheid, Voldoende Water en Schoon Water. Van streefbeeld naar randvoorwaarde vindt u het uitgangspunt, dat het vertrekpunt vormt bij de verwezenlijking van het streefbeeld. U krijgt op deze manier een goed overzicht van de randvoorwaarden en kan eveneens herleiden waarop deze gebaseerd zijn. Thema Veiligheid Het plan ligt niet buitendijks of in de beschermingszone van een waterkering. Op basis van de ingevoerde gegevens over het plangebied zijn er geen uitgangspunten voor het thema veiligheid van toepassing. Thema Voldoende water Wateroverlast Streefbeeld Het watersysteem, zowel in landelijk als in stedelijk gebied, is op orde. Het hele beheergebied voldoet aan de vastgestelde normen. Uitgangspunt wateroverlast Het waterschap streeft naar een robuust watersysteem dat de effecten van toekomstige klimaatveranderingen en bodemdaling kan opvangen. De planontwikkeling is gelegen in een watersysteem dat op basis van de toetsing in 2012 voldoet aan de normering voor wateroverlast.
Een dergelijk systeem kan het water verwerken tegen maatschappelijk aanvaardbare kosten. Binnen het plangebied is geen sprake van (grond)wateroverlast. Binnen het plangebied bedraagt de toename van het verharde oppervlak Nader te bepalen m2. Door de geringe toename van het verharde oppervlak (minder dan 750 m2 in stedelijke gebied of minder dan 2.500 m2 in landelijk gebied) is geen compensatie noodzakelijk voor dit plangebied. Goed functionerend watersysteem Streefbeeld Het watersysteem zorgt in normale situaties voor een goede doorstroming en afwatering in het beheergebied en maakt het realiseren van het (maatschappelijk) gewenste grond- en oppervlaktewaterwaterregime (GGOR) mogelijk. Waterschap Zuiderzeeland streeft er naar dat de feitelijke situatie van het watersysteem overeenkomt met de legger. Op die manier kan het waterschap weloverwogen anticiperen op en reageren in extreme situaties. Randvoorwaarde(n) goed functionerend watersysteem Het waterschap streeft naar een robuust en klimaatbestendig watersysteem met grote peilvakken. Versnippering van het watersysteem is een ongewenste situatie. Nieuwe ontwikkelingen sluiten aan op bestaande peilvakken en de inrichting wordt afgestemd op de functie van het water. De planontwikkeling leidt niet tot nieuwe peilvakken.
De planontwikkeling heeft geen gevolgen heeft voor het streefpeil van het oppervlakte water in of in de omgeving van het plangebied. Het functioneren van het huidige watersysteem, (doorstroming, afwatering, realiseren van het gewenste peil) zal door de planuitvoering niet verslechteren. <Aanvullen: Hier worden alle aanpassingen in het watersysteem aangegeven en wordt aangegeven hoe de waterhuishoudkundige zaken bestemd worden. Bijvoorbeeld de aanleg van watergangen, infiltratievoorzieningen. Daarnaast worden hier ook de dimensies van het watersysteem aangegeven of randvoorwaarden voor de aanleg hiervan (voor zover ruimtelijk relevant). Bijvoorbeeld de dieptes van watergangen bij streefpeil, de profielen en randvoorwaarden waaraan het watersysteem zal voldoen.> Anticiperen op watertekort Streefbeeld Het waterschap wil een robuust watersysteem dat voorbereid is op de effecten van toekomstige klimaatveranderingen. Tot nu toe ligt de
nadruk bij klimaatveranderingen met name op meer extreme neerslag en stijging van de zeespiegel. Ook extreem droge periodes zullen echter vaker voor komen. Het robuuste watersysteem dat het waterschap nastreeft moet hier ook op anticiperen. Thema Schoon Water Goede structuurdiversiteit Streefbeeld Het waterschap streeft naar goede leef, verblijf- en voortplantingsmogelijkheden voor de aquatische flora en fauna in het beheergebied. Goede oppervlaktewaterkwaliteit Streefbeeld Het grond- en oppervlaktewater biedt leef-, verblijf-, en voortplantingsmogelijkheden voor de (aquatische) flora en fauna in het beheergebied. De chemische toestand van deze wateren vormt hier geen belemmering voor. Goed omgaan met afvalwater Streefbeeld Veel menselijke activiteiten hebben een negatief effect op de kwaliteit van het oppervlaktewater doordat ze water verontreinigen. Het waterschap zorgt met de regulering of behandeling van afvalwater dat zo veel mogelijk van deze effecten teniet worden gedaan. Uitgangspunt(en) Voor nieuw te ontwikkelen terreinen geldt dat het hemelwater niet naar een centrale rioolwaterzuivering wordt afgevoerd maar in of in de nabijheid van het plangebied wordt verwerkt. Voor bestaande gebieden wordt gestreefd naar het afkoppelen van verhard oppervlak. Het ombouwen van bestaande stelsels naar "zuiverend" gescheiden stelsels heeft een sterke voorkeur.
Afstromend regenwater van vervuilde oppervlakken wordt gezuiverd. Verontreinigingen door afvalwater (huishoudelijk afvalwater en bedrijfsafvalwater) worden voorkomen. Randvoorwaarde(n) Bij nieuwbouwgebieden is de aanleg van een "zuiverend" gescheiden rioolstelsel een voorwaarde. In bestaand gebied wordt ernaar gestreefd om schoon regenwater af te koppelen van het rioolstelsel. Onder schoon hemelwater wordt verstaan: ● Hemelwater van verhardingen met een verkeersintensiteit lager dan 1000 voertuigen per dag; ● Hemelwater vanaf parkeerplaatsen met minder dan 50 plaatsen; ● Hemelwater van daken/woningen waarbij geen voor het watersysteem; schadelijke uitloogbare stoffen zijn gebruikt; ● Hemelwater van onverhard terrein; ● Hemelwater van centrumgebieden (met uitzondering van marktterreinen).
___________________________________________________________________________________ Deel 3: Aanvullende informatie en ontwerprichtlijnen In dit deel van de uitgangspuntennotitie vindt u aanvullende informatie en relevante ontwerprichtlijnen. Deze zijn niet relevant voor de ruimtelijke procedure. Het kan zijn dat meld- en/of vergunningplichten bestaan voor de ontwikkeling inzake de wateraspecten. De ontwerprichtlijnen geven nadere informatie waar u bij de verdere uitwerking (o.a. civieltechnisch) rekening mee moet houden. Dit helpt u om meldingen en/of aanvragen in te dienen die meteen in behandeling genomen kunnen worden. Thema Voldoende Water Wateroverlast Hemelwater dat op grondgebonden zonnepanelen terechtkomt kan grotendeels rechtstreeks onder de panelen infiltreren in de bodem. Bij extreme neerslag kan na verloop van tijd - een verhoogd risico bestaan op oppervlakkige afvoer over het maaiveld. De zonnepanelen concentreren de neerslag aan de onderzijde van de panelen (druiplijn). Door deze neerslagconcentratie kan de bodem dichtslaan (verslempen) waardoor geulvorming ontstaat en daarmee oppervlakkige afvoer van hemelwater. Een en ander is afhankelijk van de samenstelling van de bodem en de lokale omstandigheden (bijvoorbeeld verhang in het bodemoppervlak).
Mocht deze oppervlakkige afvoer het oppervlaktewatersysteem bereiken dan is sprake van afwentelen: versnelde afvoer van neerslag naar het watersysteem. Als deze situatie zich in de toekomst voordoet dan is de initiatiefnemer verantwoordelijk voor het treffen van maatregelen om het afwentelen ongedaan te maken. Overige aandachtspunten zijn kabels en leidingen in relatie tot watergangen. In het geval dat de grondgebonden zonnepanelen worden geplaatst in een wateraanvoergebied geldt dat het beoogde grondgebruik (zonnepanelen) geen water vraagt. Het huidige of toekomstige beleid met betrekking tot wateraanvoer en waterbeschikbaarheid heeft geen betrekking op het beoogde grondgebruik. Mocht in de toekomst het grondgebruik weer worden aangepast naar een agrarische of andere functie met een watervraag, dan zal de mogelijkheid daartoe getoetst worden aan het dan geldende beleid. Het plangebied is gelegen in een gebied met een indicatief risico op opbarsten van de bodem. Indien voor de planontwikkeling grondwerk nodig is, adviseren wij u gericht onderzoek te doen naar het opbarstrisico ter plaatse. Opbarsten of (bijna) aansnijden van het pleistocene zandpakket dient voorkomen te worden vanwege de kans op instabiliteit van de bodem of ongewenste kwel of inzijging. In bepaalde situaties kan van deze lijn worden afgeweken.
Bijvoorbeeld als het kwelwater van goede kwaliteit benut kan worden..
Anticiperen op watertekort Ontwerprichtlijnen wateraanvoer Ontwerprichtlijnen grondwateronttrekkingen Provincie Flevoland en Waterschap Zuiderzeeland zijn samen verantwoordelijk voor de regulering van grondwateronttrekkingen ten behoeve van een goed beheer van het grondwater. De provincie is verantwoordelijk voor onttrekkingen en infiltraties ten behoeve van warmte-koude-opslag, openbare drinkwaterwinning en voor industriële onttrekkingen van meer dan 150.000 m3/jaar. Het waterschap is verantwoordelijk voor de overige grondwateronttrekkingen. Deze grondwateronttrekkingen moeten gemeld worden bij het waterschap. In de Keur van Waterschap Zuiderzeeland zijn de criteria opgenomen waarmee wordt bepaald of een aanvraag voor een grondwateronttrekking als melding of vergunning wordt afgehandeld. Voor een melding gelden algemene regels en kan maatwerk worden gesteld, voor een vergunning is een individuele beoordeling van de onttrekking noodzakelijk. Het waterschap kijkt onder andere naar effecten van de onttrekking op verontreinigingen in de omgeving, verzakking, bodemdaling of gevolgen voor de natuur. Als ten behoeve van de planontwikkeling een bronnering nodig is waarbij het grondwater wordt weggepompt voor een bodemsanering of om werkzaamheden in de bodem onder de grondwaterstand te kunnen uitvoeren dan moet dit gemeld worden en in bepaalde gevallen is een vergunning nodig.
Hiervoor kunt u zich wenden tot het team Waterprocedures van Waterschap Zuiderzeeland ( waterprocedures@zuiderzeeland.nl) of via het Omgevingsloket (www.olo.nl) een aanvraag indienen. Er wordt in het plan geen gebruikt gemaakt van bodemenergie, ofwel warmte koude opslag. Als bij deze planontwikkeling permanent grondwater zal worden onttrokken ten behoeve van bijvoorbeeld beregening, veedrenking of bedrijfsmatige toepassingen is hiervoor een melding of vergunning nodig. Deze kunt u aanvragen bij het waterschap of via het omgevingsloket. Thema Schoon Water Goede structuurdiversiteit ___________________________________________________________________________________ Verklaring Dit document is een automatisch gegenereerd bestand op basis van de door u ingevulde gegevens. U bent akkoord gegaan met de door u ingevulde gegevens en heeft verklaard dat alles naar waarheid is ingevuld. Indien er binnen het plan wordt afgeweken van bovengenoemde uitgangspunten, wordt u vriendelijke verzocht contact op te nemen met Waterschap Zuiderzeeland via via e-mail watertoets@zuiderzeeland.nlof per telefoon op telefoonnummer 0320 274911. Ook is het mogelijk de digitale watertoets opnieuw te doorlopen. www.dewatertoets.nl
46/163
Bijlage 2
47/163
Akoestisch onderzoek_19-4-2022
- MEMO DATUM KENMERK VAN
19 april 2022 44003451_20210134 Mustafa Lamkadmi
Hondsdraf 56 te Lelystad PROJECT OPDRACHTGEVER Heerlijkheid Bergen B.V.
ONDERZOEK WEGVERKEERSLAWAAI
1. AANLEIDING Aan de Hondsdraf 56 te Lelystad is een zorginstelling gevestigd. Het bedrijf biedt wonen en dagbesteding aan. Op het perceel staat bebouwing ten behoeve van de zorgactiviteiten alsmede een bedrijfswoning en een aantal zorgwoningen. Het voornemen is om nieuwe zorgwoningen te realiseren. Deze ontwikkeling is niet mogelijk op basis van de geldende planologische regelingen. Om de ontwikkeling juridisch-planologisch toch te kunnen regelen, is het opstellen van een nieuw bestemmingsplan noodzakelijk. Om deze reden wordt voor de locatie een nieuw bestemmingsplan opgesteld. Dit bestemmingsplan vormt het juridisch-planologisch kader waarbinnen de gewenste situatie mogelijk is. Bij de voorbereiding van het bestemmingsplan dient onderzocht te worden of er bij de beoogde woonlocatie sprake is van een aanvaardbaar akoestisch klimaat. Figuur 1
44003451_20210134
Ligging plangebied t.o.v. de Rijksweg A6 en de Runderweg
De beoogde ontwikkeling ligt binnen de geluidzone van de Rijksweg A6. Op basis van de Wet geluidhinder geldt de verplichting onderzoek te doen naar de geluidbelasting van deze weg. Dit rapport vormt de invulling van deze verplichting. Verder is een beschouwing gegeven van de Runderweg, de woningen liggen net niet binnen de geluidzone van deze weg.
2. BESCHRIJVING PLAN Het plan omvat het voortzetten van een kleinschalige zorgvoorziening in de vorm van een zorgboerderij met dagbesteding. De zorgboerderij wil zijn bedrijfsvoering gaan uitbreiden door middel van de bouw van nieuwe zorgwoningen. De zorgwoningen worden gefaseerd ontwikkeld. Fase 1 is reeds mogelijk op basis van het geldende bestemmingsplan. Dit omdat dit gebouw binnen het bouwvlak valt. Fase 2 valt echter buiten het bouwvlak. Het gewenste bouwvlak van het plangebied is weergeven in figuur 2. Binnen de bouwvlak wordt de benodigde bebouwing gerealiseerd. Figuur 2
44003451_20210134
Locatie zorgwoningen
3. REKENMETHODIEK EN INVOERGEGEVENS 3.1
Rekenmethode
Het akoestisch onderzoek is uitgevoerd conform de Standaard Rekenmethode II uit het Reken- en meetvoorschrift geluid 2012 (RMG 2012). Het overdrachtsmodel is opgesteld in het programma Geomilieu versie 2020.02 van DGMR. De geluidbelasting als gevolg van wegverkeer hangt af van verschillende factoren. Dit betreft de uitstraling van de geluidbron en de kenmerken van de omgeving (geluidoverdracht). Hieronder volgt een korte omschrijving van de belangrijkste factoren.
3.2
Verkeersgegevens
Rijksweg A6 Vanaf 1 juli 2012 zijn emissieplafonds (Geluidproductieplafonds GPP) langs hoofdinfrastructuur vastgesteld. De Rijksweg A6 valt onder deze hoofdinfrastructuur. Voor deze weg zijn de verkeersgegevens in het geluidregister vastgelegd. Het geluidregister dient als uitgangspunt in dit akoestisch onderzoek. Bij de geluidemissie van de weg wordt rekening gehouden met 1,5 dB plafondcorrectie. Dit is de werkruimte voor de bronbeheerder. De invoergegevens zoals hierboven bedoeld zijn te raadplegen op het elektronisch raadpleegbare geluidregister: http://www.rws.nl/geotool/geluidregister.aspx. Op grond van de x-, y- en z-coördinaten van de bronregisterlijnen uit het geluidregister, is de ligging van de bronnen en de afschermende objecten in het overdrachtsmodel opgenomen. Er is gerekend met versienummer 20210119. Runderweg De verkeersgegevens voor de Runderweg zijn aangeleverd door de gemeente Lelystad. Voor deze weg zijn verkeerstellingen uit het jaar 2021 in mvt/etmaal werkdag aangeleverd. Deze zijn met een omrekenfactor van 0,91% omgerekend naar weekdag. Verder zijn deze tellingen met een jaarlijkse groeipercentage van 1% doorgerekend naar het jaar 2032 (planhorizon). Tabel 1 Weg Runderweg
Verkeersgegevens Intensiteit 2021 [mvt/etmaal] werkdaggemiddelde 5.000
Intensiteit 2021 [mvt/etmaal] weekdaggemiddelde 4.550
Intensiteit 2032 [mvt/etmaal] weekdaggemiddelde 5.076
In bijlage 1 is een overzicht opgenomen van de ingevoerde verkeersgegevens.
44003451_20210134
Verharding DAB
3.3
Ruimtelijke gegevens
In de geluidberekeningen is rekening gehouden met alle relevante gebouwde ruimtelijke objecten in de omgeving en de aanwezigheid van reflecterend (bijvoorbeeld verhard oppervlak of water) of absorberend (bijvoorbeeld zandgrond of grasland) bodemgebied. Tevens zijn de maaiveldfluctuaties en hoogteliggingen van ruimtelijke objecten meegenomen. Deze gegevens, samen met de rijlijnen, zijn ingevoerd in het overdrachtsmodel. Hoogtelijnen De hoogteligging van de rijksweg A6 is als broneigenschap meegeleverd uit het geluidregister. Verder zijn hoogtelijnen handmatig ingetekend voor de hoogteligging van de Runderweg. De hoogte van het maaiveld en de hoogte van relevante gebouwen en objecten in de omgeving zijn overgenomen van het Actueel Hoogtebestand Nederland. Bodemgebieden Standaard is er gerekend met een absorberende bodem (bodemfactor 1). Daarnaast zijn specifieke bodemgebieden ingevoerd. Voor de A6 is op de hoofdrijbanen een bodemgebied met een bodemfactor van 0,5 ingevoerd omdat deze rijbaan is voorzien van het wegdektype ZOAB. De overige bodemgebieden betreffen wegen of water. Deze gebieden zijn ingevoerd met een bodemfactor van 0,0. Toetspunten De ingevoerde bouwblok is overgenomen van een tekening (zie figuur 2) in dwg-bestand. Vervolgens zijn toetspunten geplaatst op de gevels van het bouwblok.
De beoordelingshoogte bedraagt +1,5-, +4,5- en +7,5 meter boven het plaatselijk maaiveld. Het bouwblok en toetspunten zijn afgebeeld in figuur 3. Figuur 3
44003451_20210134
Weergave bouwblok met toetspunten
4. TOETSINGSKADER 4.1
Normstelling
Wettelijke geluidzone wegen Langs alle wegen, met uitzondering van 30 km/uur-wegen en woonerven, bevinden zich op grond van de Wgh geluidzones waarbinnen de geluidhinder vanwege een weg aan bepaalde wettelijke normen dient te voldoen. De breedte van een geluidzone voor wegen is afhankelijk van het aantal rijstroken en van de stedelijke- of buitenstedelijke ligging. De breedte van een geluidzone van een weg is in tabel 1 weergegeven. Schema zonebreedte aan weerszijden van de weg volgens artikel 74 Wgh Tabel 2 aantal rijstroken breedte van de geluidzone (in meters) buitenstedelijk gebied stedelijk gebied 5 of meer 600 350 3 of 4 400 350 1 of 2 250 200 De breedte van de geluidzone wordt hierbij gemeten vanaf de as van de weg. In artikel 1 van de Wgh zijn de definities opgenomen van stedelijk en buitenstedelijk gebied. Deze definities luiden: stedelijk gebied: het gebied binnen de bebouwde kom met uitzondering van het gebied binnen de zone van een autoweg of autosnelweg; buitenstedelijk gebied: het gebied buiten de bebouwde kom, alsmede het gebied binnen de bebouwde kom voor zover gelegen binnen de zone van een autoweg of autosnelweg. De ontwikkeling vindt plaats ten westen van de rijksweg A6. De A6 telt op deze locatie 4 rijstroken en heeft een geluidzone van 400 meter. Het plangebied ligt binnen deze zone.
De A6 is opgenomen in de Regeling geluidplafondkaart Milieubeheer (RGM), waardoor de bronnen onder hoofdstuk 11 van de Wet milieubeheer (Wm) vallen. Omdat het hier gaat om een nieuwe geluidgevoelige functie binnen de zone van een weg, dient getoetst te worden aan de normen van de Wgh. De broninformatie dient ontleend te worden aan het geluidregister zoals bedoeld in artikel 3.8 lid 2 en 3 van het Reken- en Meetvoorschrift Geluidhinder 2012 (RMG 2012). De ontwikkeling vindt net niet plaats binnen de geluidzone van de Runderweg, deze weg is wel meegenomen in het onderzoek Dosismaat Lden De geluidhinder wordt berekend aan de hand van de Europese dosismaat Lden (L day-evening-night). Deze dosismaat wordt weergegeven in dB. De berekende geluidwaarde in Lden vertegenwoordigt het gemiddelde geluidniveau over een etmaal, waarbij voor de avondperiode een toeslag geldt van 5 dB en voor de nachtperiode een toeslag geldt van 10 dB.
44003451_20210134
Artikel 110g Wgh Voor dat wordt getoetst aan de grenswaarden van de Wgh mag volgens artikel 110g van de Wgh een aftrek worden toegepast. Met deze aftrek wordt geanticipeerd op het stiller worden van het verkeer in de toekomst, door innovatieve maatregelen aan de voertuigen. Voor wegen met een representatief te achten snelheid lager dan 70 km/u geldt een aftrek van 5 dB. Voor wegen met een representatief te achten snelheid van 70 km/u of hoger geldt de volgende aftrek: 4 dB voor situaties dat de geluidbelasting zonder aftrek 57 dB bedraagt; 3 dB voor situaties dat de geluidbelasting zonder aftrek 56 dB bedraagt; 2 dB voor andere waarden van de geluidbelasting. De toegestane aftrek is op alle genoemde geluidbelastingen toegepast, tenzij anders vermeld.
4.2
Grenswaarden nieuwe woningen
Voor de geluidbelasting op de gevels van woningen en andere geluidgevoelige bestemmingen binnen de wettelijke geluidzone van een weg, gelden voorkeursgrenswaarden en maximale ontheffingswaarden. Allereerst wordt getoetst aan de voorkeursgrenswaarde. In bepaalde gevallen is vaststelling van een hogere waarde dan de voorkeursgrenswaarde mogelijk. Hogere grenswaarden kunnen alleen worden verleend, nadat is onderbouwd dat maatregelen om de geluidbelasting op de gevel van geluidgevoelige bestemmingen terug te dringen onvoldoende doeltreffend zijn, dan wel overwegende bezwaren ontmoeten van stedenbouwkundige, verkeerskundige, vervoerskundige, landschappelijke of financiële aard. Deze hogere grenswaarde mag de maximale ontheffingswaarde niet te boven gaan. De maximale ontheffingswaarde voor wegen is op grond van artikel 83 Wgh afhankelijk van de ligging van de bestemmingen (stedelijk of buitenstedelijk). Bestemmingen met een stedelijke ligging, maar binnen de geluidzone van een autosnelweg, worden bij het bepalen van de maximale ontheffingswaarde voor die autosnelweg gerekend tot buitenstedelijk gebied. Voor de Runderweg geldt ook een ligging in buitenstedelijk gebied. De nieuwe woningen liggen binnen de zone van de rijksweg. De voorkeursgrenswaarde bedraagt Lden = 48 dB. De maximale ontheffingswaarde bedraagt volgens het gemeentelijk geluidbeleid van Lelystad Lden = 53 dB.
Tabel 3 weg Rijkswegen Runderweg
4.3
Relevante grenswaarden voorkeursgrenswaarde 48 dB 48 dB
maximale ontheffingswaarde 53 dB 53 dB
Gecumuleerde geluidbelasting
Alvorens het bevoegd gezag overgaat tot het vaststellen van een hogere waarde, moet zij de effecten van de samenloop van verschillende geluidbronnen onderzoeken. Hiervoor wordt de gecumuleerde geluidbelasting berekend conform het Reken- en meetvoorschrift geluid 2012. Er is geen beoordelingsmethode voorgeschreven. In tabel 4 is een algemeen geaccepteerde kwaliteitsindicatie van een bepaalde geluidbelasting opgenomen, die in dit rapport wordt toegepast.
44003451_20210134
Tabel 3.2 kwaliteitsindicatie geluidbelasting (bron: RIVM) Geluidbelasting Lcum [dB] Geluidkwaliteit <45 dB Zeer goed 46-50 dB Goed 51-55 dB Redelijk 56-60 dB Matig 61-65 dB Slecht >65 dB Zeer slecht In het kader van een goede ruimtelijke ordening is in dit onderzoek de gecumuleerde geluidbelasting bepaald waarbij alle geluidbronnen meetellen.
44003451_20210134
5. RESULTATEN 5.1
Geluidbelasting
Rijksweg A6 In figuur 4 is de geluidbelasting ten gevolge van de Rijksweg A6 weergegeven. Dit betreft de geluidbelasting op de begane grond/eerste verdieping/tweede verdieping, na aftrek op basis van artikel 110g Wgh. Figuur 4
Geluidbelasting Lden per toetspunt, na aftrek op basis van artikel 110g Wgh
De geluidbelasting op de gevels bedraagt maximaal Lden = 50 dB. De voorkeursgrenswaarde van 48 dB wordt overschreden, maar er wordt voldaan aan de maximale ontheffingswaarde van Lden = 53 dB. Runderweg In figuur 5 is de geluidbelasting ten gevolge van de Runderweg weergeven. Dit betreft de geluidbelasting op de begane grond/eerste verdieping/tweede verdieping, na aftrek op basis artikel 110g Wgh.
44003451_20210134
Figuur 5
Geluidbelasting Lden per toetspunt, na aftrek op basis van artikel g Wgh
De geluidbelasting op de gevels bedraagt maximaal Lden = 40 dB. De voorkeursgrenswaarde van Lden = 48 dB wordt hierdoor niet overschreden.
5.2
Cumulatie
De cumulatieve geluidbelasting vanwege wegverkeer bedraagt ten hoogste Lden = 52 dB, exclusief aftrek art. 110g Wgh. Hoewel dit formeel als “redelijk” wordt gekwalificeerd, kan door bij het bepalen van de gevelgeluidwering dit als uitgangspunt te nemen en de nieuwbouw eisen voor de geluidwering van het Bouwbesluit toe te passen voor de woonzorgwoningen een voldoende goed akoestisch woon- en leefklimaat worden gerealiseerd. Voor de hoogste belaste gevel van de woonzorgwoningen dient de karakteristieke geluidwering ten minste GA;k = 52 – 33 = 19 dB(A) te bedragen.
5.3
Maatregelonderzoek en beoordeling
Voordat kan worden overgegaan tot het vaststellen van een hogere waarde, dient onderzocht te worden of er redelijke maatregelen denkbaar zijn waarmee de geluidbelasting kan worden gereduceerd. Hierbij geldt de voorkeursvolgorde van bronmaatregelen, overdrachtsmaatregelen en ten slotte ontvanger-maatregelen. Bronmaatregelen Bronmaatregelen aan de weg zoals: Stiller wegdek;
44003451_20210134
-
Verlaging van de verkeersintensiteit; Verlaging van de maximumsnelheid; Verandering van de verkeerssamenstelling.
Deze ingrijpende en dure maatregelen zijn niet toepasbaar voor de Rijksweg A6, omdat deze weg een belangrijke ontsluitende-functie heeft, door het verlagen van de maximumsnelheid kunnen verkeersopstoppingen ontstaan. Ook is het verlagen van de verkeersintensiteiten en de verkeerssamenstelling niet mogelijk, omdat het verkeer niet kan worden omgeleid. Verder is het niet mogelijk om geluidreducerend asfalt toe te passen, omdat de Rijksweg A6 al reeds voorzien is van geluidreducerend asfalt. Ten slotte staan de kosten hiervoor niet in verhouding tot de geluidreductie en de omvang van het plan. Overdrachtsmaatregelen Overdrachtsmaatregelen bij de ontvanger zijn niet mogelijk/wenselijk. Men zou dan een metershoog geluidscherm midden op het erf moeten oprichten, wat vanuit stedenbouwkundige perspectief niet wenselijk wordt geacht. Verder is het niet mogelijk om de afstand tussen de bron en ontvanger zodanig te vergroten, dat de geluidbelasting tot onder de voorkeursgrenswaarde van Lden = 48 dB wordt verlaagd. Dit komt doordat de ruimte hiervoor niet beschikbaar is. Maatregelen om het invallend geluidniveau te reduceren zijn om bovenstaande redenen redelijkerwijs niet mogelijk. Wel blijkt dat aan de achterzijde van de zorgwoningen ruim wordt voldaan aan de voorkeursgrenswaarde van Lden = 48 dB, zodat sprake is van een geluidluwe gevel.
Het is mogelijk om hogere waarde van 50 dB vast te stellen. Voor de berekening van de karakteristieke geluidwering van de gevel dient uit te worden gegaan van een invallend geluidniveau van Lden = 52 dB zonder aftrek.
6. CONCLUSIE Aan de Hondsdraf 56 te Lelystad is een zorginstelling gevestigd. Het bedrijf biedt wonen en dagbesteding aan. Op het perceel staat bebouwing ten behoeve van de zorgactiviteiten alsmede een bedrijfswoning en een aantal zorgwoningen. Het voornemen is om nieuwe zorgwoningen te realiseren. In het kader van de Wet geluidhinder is onderzoek gedaan naar de geluidbelasting van de nabij gelegen rijksweg A6. Uit onderzoek blijkt dat niet wordt voldaan aan de voorkeurswaarde van Lden = 48 dB van de Wet geluidhinder. De berekenede geluidbelasting bedraagt maximaal 50 dB na 2 dB aftrek op basis van artikel 110g Wgh. Er wordt wel voldaan aan de maximale ontheffingswaarde van 53 dB. Het is in redelijkheid niet mogelijk maatregelen te treffen waarmee de geluidbelasting kan worden gereduceerd en de cumulatieve geluidbelasting wordt als ‘Redelijk’ Beschouwd. Het is daarom mogelijk een hogere waarde aan te vragen van 50 dB. Bij het dimensioneren van maatregelen aan de gevel teneinde te voldoen aan de binnenwaarde van 33 dB uit het Bouwbesluit, moet gerekend worden met een invallend geluidniveau van 52 dB (geluidbelasting exclusief aftrek o.b.v. art. 110g Wgh). De karakteristieke geluidwering van de gevels dient dan ten minste GA;k = 52 – 33 = 19 dB(A) te bedragen.
44003451_20210134
Bijlage 1 Invoergegevens
44003451_20210134
Invoergegevens wegen Model: Groep:
Kopie van Basismodel incl.bestemmingsplan (hoofdgroep) Lijst van Wegen, voor rekenmethode Wegverkeerslawaai - RMW-2012
Groep A6 A6 A6 A6 A6
ItemID 61722 61723 61724 61725 61726
Grp.ID 1 1 1 1 1
Datum 12:11, 25 feb 2021 12:11, 25 feb 2021 12:11, 25 feb 2021 12:11, 25 feb 2021 12:11, 25 feb 2021
1e kid -1 -3 -5 -7 -9
NrKids 2 2 2 2 2
A6 Runderweg
61727 64371
1 2
12:11, 25 feb 2021 14:43, 13 jan 2022
-11 -57
2 2
Geomilieu V2020.1 rev 1 Licentiehouder: Rho - Rotterdam
Naam 10216 9690 17386 25371 26859 39284 Runderweg
13-1-2022 15:54:11
Invoergegevens wegen Model: Groep:
Kopie van Basismodel incl.bestemmingsplan (hoofdgroep) Lijst van Wegen, voor rekenmethode Wegverkeerslawaai - RMW-2012
Groep A6 A6 A6 A6 A6
Omschr. 6 / 84,765 / 6 / 84,762 / 6 / 84,781 / 6 / 84,778 / 6 / 81,734 /
A6 Runderweg
6 / 81,759 / Runderweg
84,781 84,778 86,201 86,203 84,765 84,762
Vorm Polylijn Polylijn Polylijn Polylijn Polylijn
X-1 164861,50 164896,60 164860,72 164896,00 164807,61
Y-1 504812,86 504778,53 504828,26 504794,78 501840,42
X-n 164860,72 164896,00 164776,16 164817,95 164861,50
Y-n 504828,26 504794,78 506247,88 506218,31 504812,86
Polylijn Polylijn
164830,06 164277,99
501786,93 503535,69
164896,60 165602,25
504778,53 503625,83
Geomilieu V2020.1 rev 1 Licentiehouder: Rho - Rotterdam
13-1-2022 15:54:11
Invoergegevens wegen Model: Groep:
Kopie van Basismodel incl.bestemmingsplan (hoofdgroep) Lijst van Wegen, voor rekenmethode Wegverkeerslawaai - RMW-2012
Groep A6 A6 A6 A6 A6
H-1 -2,29 -2,31 -2,40 -2,35 1,49
H-n -2,40 -2,35 -1,37 -1,52 -2,29
M-1 -2,75 -2,75 -2,75 -2,75 -2,99
M-n -2,75 -2,75 -2,75 -2,75 -2,75
ISO_H ------
Min.RH 0,35 0,40 -0,50 -0,42 -0,43
Max.RH 0,35 0,40 1,38 1,23 4,40
Min.AH -2,40 -2,35 -3,25 -3,17 -3,18
Max.AH -2,40 -2,35 -1,37 -1,52 1,36
A6 Runderweg
1,89 0,00
-2,31 0,00
0,00 -4,00
-2,75 -4,00
-0,00
-0,17 0,00
4,75 0,00
-2,92 -4,00
1,89 3,30
Geomilieu V2020.1 rev 1 Licentiehouder: Rho - Rotterdam
13-1-2022 15:54:11
Invoergegevens wegen Model: Groep:
Kopie van Basismodel incl.bestemmingsplan (hoofdgroep) Lijst van Wegen, voor rekenmethode Wegverkeerslawaai - RMW-2012
Groep A6 A6 A6 A6 A6 A6 Runderweg
ISO M. -2,75 -2,75 -2,75 -2,75 ----
Hdef. Absoluut Absoluut Absoluut Absoluut Absoluut Absoluut Eigen waarde
Vormpunten 2 2 20 22 45
Lengte 15,43 16,26 1422,18 1425,72 2980,36
Lengte3D 15,43 16,26 1422,19 1425,72 2980,39
Min.lengte 15,43 16,26 5,92 4,70 2,13
47 6
3001,00 1327,38
3001,02 1327,65
0,02 121,38
Geomilieu V2020.1 rev 1 Licentiehouder: Rho - Rotterdam
13-1-2022 15:54:11
Invoergegevens wegen Model: Groep:
Kopie van Basismodel incl.bestemmingsplan (hoofdgroep) Lijst van Wegen, voor rekenmethode Wegverkeerslawaai - RMW-2012
Groep A6 A6 A6 A6 A6 A6 Runderweg
Max.lengte 15,43 16,26 114,47 102,55 106,42
Type Intensiteit Intensiteit Intensiteit Intensiteit Intensiteit
Cpl True True True True True
Cpl_W 1,5 1,5 1,5 1,5 1,5
Hbron 0,75 0,75 0,75 0,75 0,75
Helling 0 0 0 0 0
104,07 475,61
Intensiteit Verdeling
True False
1,5 1,5
0,75 0,75
0 0
Geomilieu V2020.1 rev 1 Licentiehouder: Rho - Rotterdam
Wegdek W1 W1 W1 W1 W1
Wegdek 1-laags ZOAB 1-laags ZOAB 1-laags ZOAB 1-laags ZOAB 1-laags ZOAB
W1 W0
1-laags ZOAB Referentiewegdek
V(MR(D)) ------80
13-1-2022 15:54:11
Invoergegevens wegen Model: Groep:
Kopie van Basismodel incl.bestemmingsplan (hoofdgroep) Lijst van Wegen, voor rekenmethode Wegverkeerslawaai - RMW-2012
Groep A6 A6 A6 A6 A6 A6 Runderweg
V(MR(A)) ------
V(MR(N)) ------
V(MR(P4)) ------
V(LV(D)) 115 115 115 115 115
V(LV(A)) 115 115 115 115 115
V(LV(N)) 115 115 115 115 115
V(LV(P4)) ------
V(MV(D)) 100 100 100 100 100
V(MV(A)) 100 100 100 100 100
V(MV(N)) 100 100 100 100 100
-80
-80
---
115 80
115 80
115 80
---
100 80
100 80
100 80
Geomilieu V2020.1 rev 1 Licentiehouder: Rho - Rotterdam
13-1-2022 15:54:11
Invoergegevens wegen Model: Groep:
Kopie van Basismodel incl.bestemmingsplan (hoofdgroep) Lijst van Wegen, voor rekenmethode Wegverkeerslawaai - RMW-2012
Groep A6 A6 A6 A6 A6 A6 Runderweg
V(MV(P4)) ------
V(ZV(D)) 90 90 90 90 90
V(ZV(A)) 90 90 90 90 90
V(ZV(N)) 90 90 90 90 90
V(ZV(P4)) ------
Crow965 False False False False False
Totaal aantal 19521,92 20436,96 19521,92 20436,96 19521,92
%Int(D) 6,24 6,46 6,24 6,46 6,24
%Int(A) 2,95 3,73 2,95 3,73 2,95
---
90 80
90 80
90 80
---
False False
20436,96 5076,00
6,46 6,70
3,73 2,70
Geomilieu V2020.1 rev 1 Licentiehouder: Rho - Rotterdam
13-1-2022 15:54:11
Invoergegevens wegen Model: Groep:
Kopie van Basismodel incl.bestemmingsplan (hoofdgroep) Lijst van Wegen, voor rekenmethode Wegverkeerslawaai - RMW-2012
Groep A6 A6 A6 A6 A6 A6 Runderweg
%Int(N) 1,66 0,94 1,66 0,94 1,66
%Int(P4) ------
%MR(D) ------
%MR(A) ------
%MR(N) ------
%MR(P4) ------
%LV(D) 88,38 88,87 88,38 88,87 88,38
%LV(A) 92,27 91,94 92,27 91,94 92,27
%LV(N) 83,80 77,04 83,80 77,04 83,80
%LV(P4) ------
%MV(D) 4,70 4,69 4,70 4,69 4,70
%MV(A) 2,87 2,92 2,87 2,92 2,87
0,94 1,10
---
---
---
---
---
88,87 86,00
91,94 93,50
77,04 86,00
---
4,69 9,10
2,92 4,50
Geomilieu V2020.1 rev 1 Licentiehouder: Rho - Rotterdam
13-1-2022 15:54:11
Invoergegevens wegen Model: Groep:
Kopie van Basismodel incl.bestemmingsplan (hoofdgroep) Lijst van Wegen, voor rekenmethode Wegverkeerslawaai - RMW-2012
Groep A6 A6 A6 A6 A6 A6 Runderweg
%MV(N) 5,71 6,87 5,71 6,87 5,71
%MV(P4) ------
%ZV(D) 6,92 6,44 6,92 6,44 6,92
%ZV(A) 4,86 5,15 4,86 5,15 4,86
%ZV(N) 10,49 16,08 10,49 16,08 10,49
%ZV(P4) ------
MR(D) ------
MR(A) ------
MR(N) ------
MR(P4) ------
LV(D) 1077,16 1173,41 1077,16 1173,41 1077,16
LV(A) 531,25 701,25 531,25 701,25 531,25
6,87 9,10
---
6,44 4,90
5,15 2,00
16,08 4,90
---
---
---
---
---
1173,41 292,48
701,25 128,14
Geomilieu V2020.1 rev 1 Licentiehouder: Rho - Rotterdam
13-1-2022 15:54:11
Invoergegevens wegen Model: Groep:
Kopie van Basismodel incl.bestemmingsplan (hoofdgroep) Lijst van Wegen, voor rekenmethode Wegverkeerslawaai - RMW-2012
Groep A6 A6 A6 A6 A6
LV(N) 271,62 148,50 271,62 148,50 271,62
LV(P4) ------
MV(D) 57,34 61,92 57,34 61,92 57,34
MV(A) 16,50 22,25 16,50 22,25 16,50
MV(N) 18,50 13,25 18,50 13,25 18,50
MV(P4) ------
ZV(D) 84,33 85,00 84,33 85,00 84,33
ZV(A) 28,00 39,25 28,00 39,25 28,00
ZV(N) 34,00 31,00 34,00 31,00 34,00
ZV(P4) ------
A6 Runderweg
148,50 48,02
---
61,92 30,95
22,25 6,17
13,25 5,08
---
85,00 16,66
39,25 2,74
31,00 2,74
---
Geomilieu V2020.1 rev 1 Licentiehouder: Rho - Rotterdam
13-1-2022 15:54:11
Invoergegevens wegen Model: Groep:
Kopie van Basismodel incl.bestemmingsplan (hoofdgroep) Lijst van Wegen, voor rekenmethode Wegverkeerslawaai - RMW-2012
Groep A6 A6 A6 A6 A6
BGE 121,1 120,5 121,1 120,5 121,1
LE (D) 63 88,59 88,76 88,59 88,76 88,59
LE (D) 125 100,56 100,85 100,56 100,85 100,56
LE (D) 250 105,37 105,64 105,37 105,64 105,37
LE (D) 500 112,73 113,00 112,73 113,00 112,73
LE (D) 1k 116,13 116,48 116,13 116,48 116,13
LE (D) 2k 110,19 110,53 110,19 110,53 110,19
LE (D) 4k 104,23 104,57 104,23 104,57 104,23
LE (D) 8k 95,51 95,85 95,51 95,85 95,51
A6 Runderweg
120,5 111,4
88,76 79,99
100,85 89,75
105,64 95,05
113,00 101,99
116,48 107,84
110,53 104,03
104,57 97,18
95,85 86,37
Geomilieu V2020.1 rev 1 Licentiehouder: Rho - Rotterdam
13-1-2022 15:54:11
Invoergegevens wegen Model: Groep:
Kopie van Basismodel incl.bestemmingsplan (hoofdgroep) Lijst van Wegen, voor rekenmethode Wegverkeerslawaai - RMW-2012
Groep A6 A6 A6 A6 A6 A6 Runderweg
LE (D) Totaal 118,91 119,24 118,91 119,24 118,91
LE (A) 63 84,33 85,69 84,33 85,69 84,33
LE (A) 125 96,77 98,04 96,77 98,04 96,77
LE (A) 250 101,53 102,81 101,53 102,81 101,53
LE (A) 500 109,06 110,33 109,06 110,33 109,06
LE (A) 1k 112,93 114,15 112,93 114,15 112,93
LE (A) 2k 106,91 108,13 106,91 108,13 106,91
LE (A) 4k 100,92 102,14 100,92 102,14 100,92
119,24 110,49
85,69 74,39
98,04 84,19
102,81 89,41
110,33 96,55
114,15 103,59
108,13 99,79
102,14 92,92
Geomilieu V2020.1 rev 1 Licentiehouder: Rho - Rotterdam
13-1-2022 15:54:11
Invoergegevens wegen Model: Groep:
Kopie van Basismodel incl.bestemmingsplan (hoofdgroep) Lijst van Wegen, voor rekenmethode Wegverkeerslawaai - RMW-2012
Groep A6 A6 A6 A6 A6 A6 Runderweg
LE (A) 8k 92,21 93,44 92,21 93,44 92,21
LE (A) Totaal 115,55 116,79 115,55 116,79 115,55
LE (N) 63 84,01 83,12 84,01 83,12 84,01
LE (N) 125 95,34 93,77 95,34 93,77 95,34
LE (N) 250 100,25 98,79 100,25 98,79 100,25
LE (N) 500 107,51 105,95 107,51 105,95 107,51
LE (N) 1k 110,32 107,99 110,32 107,99 110,32
LE (N) 2k 104,48 102,29 104,48 102,29 104,48
93,44 81,82
116,79 106,04
83,12 72,14
93,77 81,91
98,79 87,20
105,95 94,14
107,99 99,99
102,29 96,19
Geomilieu V2020.1 rev 1 Licentiehouder: Rho - Rotterdam
13-1-2022 15:54:11
Invoergegevens wegen Model: Groep:
Kopie van Basismodel incl.bestemmingsplan (hoofdgroep) Lijst van Wegen, voor rekenmethode Wegverkeerslawaai - RMW-2012
Groep A6 A6 A6 A6 A6 A6 Runderweg
LE (N) 4k 98,56 96,42 98,56 96,42 98,56
LE (N) 8k 89,83 87,68 89,83 87,68 89,83
LE (N) Totaal 113,31 111,28 113,31 111,28 113,31
LE (P4) 63 ------
LE (P4) 125 ------
LE (P4) 250 ------
LE (P4) 500 ------
LE (P4) 1k ------
96,42 89,33
87,68 78,52
111,28 102,64
---
---
---
---
---
Geomilieu V2020.1 rev 1 Licentiehouder: Rho - Rotterdam
13-1-2022 15:54:11
Invoergegevens wegen Model: Groep:
Kopie van Basismodel incl.bestemmingsplan (hoofdgroep) Lijst van Wegen, voor rekenmethode Wegverkeerslawaai - RMW-2012
Groep A6 A6 A6 A6 A6 A6 Runderweg
LE (P4) 2k ------
LE (P4) 4k ------
LE (P4) 8k ------
LE (P4) Totaal ------
---
---
---
---
Geomilieu V2020.1 rev 1 Licentiehouder: Rho - Rotterdam
13-1-2022 15:54:11
Invoergegevens toetspunten Model: Groep:
Kopie van Basismodel incl.bestemmingsplan (hoofdgroep) Lijst van Toetspunten, voor rekenmethode Wegverkeerslawaai - RMW-2012
Naam Tsp-01 Tsp-02 Tsp-03 Tsp-04 Tsp-05
Omschr.
Tsp-06
Maaiveld -4,03 -4,03 -4,04 -4,04 -4,04
Hdef. Relatief Relatief Relatief Relatief Relatief
Hoogte A 1,50 1,50 1,50 1,50 1,50
Hoogte B 4,50 4,50 4,50 4,50 4,50
Hoogte C 7,50 7,50 7,50 7,50 7,50
Hoogte D ------
Hoogte E ------
Hoogte F ------
Gevel Ja Ja Ja Ja Ja
-4,04
Relatief
1,50
4,50
7,50
--
--
--
Ja
Geomilieu V2020.1 rev 1 Licentiehouder: Rho - Rotterdam
13-1-2022 15:54:31
Invoergegevens hoogtelijnen Model: Groep:
Naam
1 1 2 1
Kopie van Basismodel incl.bestemmingsplan (hoofdgroep) Lijst van Hoogtelijnen, voor rekenmethode Wegverkeerslawaai - RMW-2012 Omschr.
ISO_H -2,75 -2,75 -4,00 -4,40 -4,00 ---4,00 ---
Geomilieu V2020.1 rev 1 Licentiehouder: Rho - Rotterdam
13-1-2022 15:54:57
Bijlage 2 Resultaten
44003451_20210134
Resultaten Rijksweg A6, inclusief aftrek Rapport: Model: Groep: Groepsreductie:
Resultatentabel Kopie van Basismodel incl.bestemmingsplan LAeq totaalresultaten voor toetspunten A6 Ja
Naam Toetspunt Tsp-01_A Tsp-01_B Tsp-01_C Tsp-02_A Tsp-02_B
Hoogte 1,50 4,50 7,50 1,50 4,50
Dag 43 46 48 44 46
Avond 40 43 45 41 43
Nacht 36 39 41 37 39
Lden 45 47 50 46 48
Tsp-02_C Tsp-03_A Tsp-03_B Tsp-03_C Tsp-04_A
7,50 1,50 4,50 7,50 1,50
48 44 45 45 23
45 41 42 42 20
41 37 38 38 17
50 45 46 47 25
Tsp-04_B Tsp-04_C Tsp-05_A Tsp-05_B Tsp-05_C
4,50 7,50 1,50 4,50 7,50
25 25 23 25 25
22 22 20 22 22
18 18 16 18 18
26 27 25 27 27
Tsp-06_A Tsp-06_B Tsp-06_C
1,50 4,50 7,50
41 43 45
38 41 43
34 37 39
43 45 47
Alle getoonde dB-waarden zijn A-gewogen
Geomilieu V2020.1 rev 1 Licentiehouder: Rho - Rotterdam
13-1-2022 15:57:29
Resultaten Runderweg, inclusief aftrek Rapport: Model: Groep: Groepsreductie:
Resultatentabel Kopie van Basismodel incl.bestemmingsplan LAeq totaalresultaten voor toetspunten Runderweg Ja
Naam Toetspunt Tsp-01_A Tsp-01_B Tsp-01_C Tsp-02_A Tsp-02_B
Hoogte 1,50 4,50 7,50 1,50 4,50
Dag 34 36 37 36 37
Avond 30 31 32 32 33
Nacht 27 28 29 28 29
Lden 35 37 38 37 38
Tsp-02_C Tsp-03_A Tsp-03_B Tsp-03_C Tsp-04_A
7,50 1,50 4,50 7,50 1,50
37 38 39 39 33
33 33 34 35 28
30 30 31 31 25
38 39 40 40 34
Tsp-04_B Tsp-04_C Tsp-05_A Tsp-05_B Tsp-05_C
4,50 7,50 1,50 4,50 7,50
33 34 32 33 33
29 29 28 29 29
26 26 24 25 25
34 35 33 34 34
Tsp-06_A Tsp-06_B Tsp-06_C
1,50 4,50 7,50
22 26 26
18 21 22
14 18 18
23 27 27
Alle getoonde dB-waarden zijn A-gewogen
Geomilieu V2020.1 rev 1 Licentiehouder: Rho - Rotterdam
13-1-2022 15:58:02
Bijlage 3 Cumulatie
44003451_20210134
Cumulatie, exclusief aftrek Rapport: Model: Groep: Groepsreductie:
Resultatentabel Kopie van Basismodel incl.bestemmingsplan LAeq totaalresultaten voor toetspunten (hoofdgroep) Nee
Naam Toetspunt Tsp-01_A Tsp-01_B Tsp-01_C Tsp-02_A Tsp-02_B
Hoogte 1,50 4,50 7,50 1,50 4,50
Dag 46 48 50 47 49
Avond 43 45 47 44 46
Nacht 39 41 43 40 42
Lden 47 50 52 48 50
Tsp-02_C Tsp-03_A Tsp-03_B Tsp-03_C Tsp-04_A
7,50 1,50 4,50 7,50 1,50
50 47 48 48 35
47 44 45 45 31
43 40 41 41 27
52 48 49 50 36
Tsp-04_B Tsp-04_C Tsp-05_A Tsp-05_B Tsp-05_C
4,50 7,50 1,50 4,50 7,50
36 36 35 36 36
32 32 31 31 32
28 29 27 28 28
37 37 36 37 37
Tsp-06_A Tsp-06_B Tsp-06_C
1,50 4,50 7,50
43 45 47
40 43 45
36 39 41
45 47 49
Alle getoonde dB-waarden zijn A-gewogen
Geomilieu V2020.1 rev 1 Licentiehouder: Rho - Rotterdam
13-1-2022 15:58:26
Bijlage 3
83/163
Stikstofonderzoek
MEMO Van
:
M.A. Bulthuis
Project
:
Lelystad – Hondsdraf 56
Opdrachtgever :
Zorgboerderij Flevo Zon
Datum
:
03-03-2021
Aan
:
--
CC
:
--
Betreft
:
berekening stikstofdepositie
1.
Inleiding
In opdracht van zorgboerderij Flevo Zon is een stikstofdepositieberekening uitgevoerd voor de aanleg- en exploitatiefase van acht zorgwoningen aan de Hondsdraf in Lelystad, waarbij rekening is gehouden met verkeersbewegingen en de inzet van diesel aangedreven materieel. Naar aanleiding van de uitspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State van 29 mei 2019 met betrekking tot het Programma Aanpak Stikstof wordt bij vrijwel ieder plan stilgestaan bij de mogelijke stikstofemissie en het effect daarvan op Natura 2000-gebieden. In het kader van het bestemmingsplan Lelystad – Hondsdraf 56 is het voorliggende onderzoek uitgevoerd. Aan de Hondsdraf 54 t/m 60 in Lelystad bevindt zich Zorgboerderij Flevo Zon. De zorgboerderij heeft de wens om de bedrijfsvoering uit te breiden met het toevoegen van extra zorgwoningen. Het gaat hier in totaal om acht zorgwoningen die over twee fasen moeten worden ontwikkeld. In de eerste fase worden de eerste vier zorgwoningen en de parkeervoorzieningen ontwikkeld. In de tweede fase worde de laatste vier zorgwoningen ontwikkeld. De zorgwoningen hebben elk een oppervlakte van 36 m2 en worden in rijen van vier geplaatst. 2.
AERIUS-Calculator en uitgangspunten
2.1
AERIUS, release 15 oktober 2020
Met behulp van de nieuwe release van het rekenprogramma AERIUS-calculator (release 15 oktober 2020) is gekeken naar de depositie op de meest nabijgelegen Natura 2000-gebieden (automatische berekening). Vanuit de AERIUS-calculator is vervolgens een PDF-bestand met resultaten gegenereerd. In figuur 1 is het plangebied met de daaromheen liggende Natura 2000-gebieden weergegeven. Het plangebied ligt op geringe afstand van Natura 2000-gebieden de Oostvaardersplassen, IJsselmeer, Markermeer & IJmeer, Ketelmeer & Vossemeer. 2.2
Exploitatiefase
Voor het project wordt uitgegaan van gasloze zorgwoningen. Er is derhalve geen emissie vanwege het verstoken van aardgas binnen de woningen. Op basis van acht zorgwoningen (kleine eenpersoonswoningen) bedraagt het aantal verkeersbewegingen ten hoogste 17 per etmaal (lichte motorvoertuigen). Dit is berekend op basis van CROW-kentallen (publicatie 317),
20210134
blz. 1
zie tabel 1. Voor wat betreft de lengte van de rijroute is uitgegaan van een route vanaf het plangebied naar de aansluiting met de Runderweg. Tabel 1: Verkeersgeneratie exploitatiefase Woningtype Aantal wooneenheden Kleine eenpersoonswoning 2.3
Kencijfer CROW per
Verkeersgeneratie per etmaal
2,1
16,8
8
Aanlegfase
Om te verkennen welke effecten kunnen optreden tijdens de aanlegfase is een berekening uitgevoerd. Voor het dieselgebruik is uitgegaan van ervaringsgegevens elders. In werkelijkheid vindt de bouw van de acht zorgwoningen plaats over twee fasen. In de berekening is uitgegaan van een worst-case scenario waarin alle woningen in één kalenderjaar worden gebouwd. De volgende uitgangspunten voor de aanlegfase zijn gehanteerd: 1. Voor de aanlegfase wordt uitgegaan van 40 verkeersbewegingen (zware motorvoertuigen) per jaar voor de aan- en afvoer van materiaal en machines. Voor het vervoer van personeel zijn er 4 verkeersbewegingen per etmaal. 2. Gedurende de aanlegfase vindt het bouw- en woonrijp maken plaats. Het gaat hier om de aanleg van de funderingen, rioleringen, bekabeling, wegen, bestrating, straatmeubilair en groenvoorzieningen. Ook vindt de daadwerkelijke constructie van de woningen plaats. 3. Het aantal uren dat materieel stationair draait bedraagt 30% van de gehele inzetduur van het dieselmaterieel en is per machine gespecificeerd in tabel 2. Tabel 2: uitgangspunten berekening dieselverbruik aanlegfase Machine Type Vermogen Dagen Uren Stationaire in kW draaiuren Heimachine
Rupskraan 14 ton
Betonpomp
Kraan
Totaal
STAGE klasse IV bouwjaar 2014, 130300 kW STAGE klasse IV bouwjaar 2015, 75-130 kW STAGE klasse IV bouwjaar 2014, 130300 kW STAGE klasse IV bouwjaar 2014, 300560 kW
225
2
16
5
Dieselverbruik per uur in Liters 10
Dieselverbruik totaal in Liters
129
4
32
10
14
448
265
2
16
-
17,5
280
105
10
80
24
12
960
160
1.848
Omdat de machines verspreid over het bouwterrein worden ingezet is de emissie ingevoerd als vlakbron in het plangebied.
20210134
blz. 2
3.
Resultaat en conclusie
In het bijgevoegde PDF-bestand is de ligging van de bronnen en het resultaat weergegeven. Uit de berekeningen blijkt dat de stikstofdepositie nergens hoger is dan afgerond 0,00 mol/ha/jaar en er derhalve geen relevant effect is. Negatieve effecten in de vorm van vermesting en verzuring zijn derhalve niet aan de orde. De aanleg- en exploitatiefase zijn in dezelfde berekening meegenomen. De aanleg- en exploitatiefase zullen elk nog in hetzelfde jaar plaatsvinden. Voor dit plan geldt geen vergunningplicht op basis van de Wet natuurbescherming (Wnb).
Figuur 1:
20210134
Broninvoer AERIUS-calculator met de daaromheen liggende Natura 2000-gebieden
blz. 3
Dit document bevat rekenresultaten van AERIUS Calculator. Het betreft de hoogst berekende stikstofbijdragen per stikstofgevoelig Natura 2000-gebied, op basis van rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant. De berekening op basis van stikstofemissies gaat uit van de componenten ammoniak (NH3) en/of stikstofoxide (NOx). Wilt u verder rekenen of gegevens wijzigen? Importeer de pdf dan in Calculator. Voor meer toelichting verwijzen wij u naar de website www.aerius.nl.
Berekening Situatie 1 Kenmerken Samenvatting emissies Depositieresultaten Gedetailleerde emissiegegevens
Verdere toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via: https://www.aerius.nl/handleidingen-en-leeswijzers. RejjkenrCKUd (03 maart 2021) pagina 1/6
Resultaten
Contact
Activiteit
Rechtspersoon
Inrichtingslocatie
Rho Adviseurs
Hondsdraf 56, 8219 PW Lelystad
Omschrijving
AERIUS kenmerk
Lelystad - Hondsdraf 56
RejjkenrCKUd
Datum berekening
Rekenjaar
Rekenconfiguratie
03 maart 2021, 12:20
2021
Berekend voor natuurgebieden
Totale emissie
Resultaten Hectare met hoogste bijdrage (mol/ha/j)
Toelichting
Resultaten
Situatie 1
NOx
23,81 kg/j
NH3
< 1 kg/j
Natuurgebied
Uw berekening heeft geen depositieresultaten opgeleverd boven 0,00 mol/ha/jr.
Aanleg- en exploitatiefase
Situatie 1
RejjkenrCKUd (03 maart 2021) pagina 2/6
Resultaten
Locatie Situatie 1
Emissie Situatie 1
Resultaten
Bron Sector
Situatie 1
Emissie NH3
Emissie NOx
Bron 1 Aanlegfase Machines Mobiele werktuigen | Bouw en Industrie
< 1 kg/j
21,92 kg/j
Bron 2 Aanlegfase Verkeer Wegverkeer | Binnen bebouwde kom
< 1 kg/j
< 1 kg/j
Bron 3 Exploitatiefase Verkeer Wegverkeer | Binnen bebouwde kom
< 1 kg/j
1,43 kg/j
RejjkenrCKUd (03 maart 2021) pagina 3/6
Resultaten
Emissie (per bron)
Bron 1 Aanlegfase Machines 164505, 503901 21,92 kg/j < 1 kg/j
Naam Locatie (X,Y)
Situatie 1
NOx NH3
Voertuig
Omschrijving
Brandstof verbruik (l/j)
Stationair bedrijf (uren/j)
Cilinder Stof inhoud (l)
Emissie
STAGE IV, 130 <= Heimachine kW < 300, bouwjaar 2014 (Diesel)