CConstaterende datLelystad
Koppel je AI →
Document · PDF

BL Bestemmingsplan Campus Zuid fase 1 Toelichting VG 230323 incl bijlage

Raadsvergadering 30 mei 2023, gemeente LelystadBij agendapunt: 79. Bestemmingsplan Campus Zuid fase 112.944 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Thema 2: Voldoende water Wateroverlast Streefbeeld is dat het watersysteem, zowel in landelijk als in stedelijk gebied, op orde is. Het hele beheergebied voldoet aan de vastgestelde normen. Het verharden van grond met bebouwing of bestrating leidt tot een versnelling van de afvoer van neerslag naar het watersysteem. Waar het verharde oppervlak als gevolg van een ruimtelijke ontwikkeling toeneemt, dienen compenserende maatregelen te worden genomen om piekafvoeren te verwerken. Afwenteling op omliggende gebieden wordt voorkomen en de bergingsruimte in het watersysteem blijft behouden. De oppervlakte te realiseren waterberging is gerelateerd aan de maximaal toelaatbare peilstijging in het peilvak en de netto oppervlakte nieuw te realiseren verharding. Het plangebied is gelegen in een peilgebied waarbij 5,0% van de netto toename aan verharding als open water moet worden gecompenseerd. De beleidsregel 'Compensatie toename verhard oppervlak en versnelde afvoer' is begin 2013 door het waterschap vastgesteld. Vanaf het moment van vaststelling van de beleidsregel is de situatie van het beheergebied op dat moment het referentiekader geworden, oftewel de nulsituatie. De compensatieplicht geldt zodanig voor de netto toename van het verhard oppervlak voor een bouwvlak sinds begin 2013.

Bij de hantering van de bergingsnorm (onderdeel van beleidsregel compensatie toename verharding en versnelde afvoer) gaat het om het benodigde oppervlak open water op de hoogte van het streefpeil. Bij aanleg van natuurvriendelijke oevers is een reductie op de compensatieverplichting mogelijk. Deze reductie is afhankelijk van de extra berging die wordt gecreëerd door de toepassing van flauwe taluds (1:4 of flauwer).

Bestemmingsplan Campus Zuid fase 1

23

Oplossingen voor eventuele waterhuishoudkundige problemen worden bij voorkeur in het eigen projectgebied gevonden. Als dit niet mogelijk is, wordt dichtbij het projectgebied compensatie gezocht. Met de realisatie van de gebouwen Lars en Lily, de aanleg van bestrating en de parkeerplaatsen is de verharding toegenomen. Deze toename is inmiddels gecompenseerd met een watergang, zie figuur 9. De omvang en de randvoorwaarden van deze watergang zijn in het kader van het project Lars en Lily en de benodigde watervergunning met het waterschap afgestemd. De watergang heeft een zodanige omvang dat deze voldoet aan de compensatieregels van Waterschap Zuiderzeeland.

Figuur 9: compensatie watergang Er zal geen sprake zijn van een toename van de verharding wanneer de gebouwen van Lars en Lily op termijn worden verwijderd en daarvoor in de plaats 148 gestapelde woningen worden teruggebouwd. De watercompensatie die voor Lars en Lily is gerealiseerd, zal ook in de toekomst qua situering en omvang blijven gehandhaafd. Dit voornemen wordt juridisch en planologisch geborgd door in dit bestemmingsplan de bestemming ‘Water’ op deze watergang te leggen.

Bestemmingsplan Campus Zuid fase 1

24

Goed functionerend watersysteem Streefbeeld is dat het watersysteem in normale situaties voor een goede doorstroming en afwatering in het beheergebied zorgt en het realiseren van het (maatschappelijk) gewenste grond- en oppervlaktewaterwaterregime (GGOR) mogelijk maakt. Waterschap Zuiderzeeland streeft ernaar dat de feitelijke situatie van het watersysteem overeenkomt met de legger. Op die manier kan het waterschap weloverwogen anticiperen op en reageren in extreme situaties. Het waterschap streeft naar een robuust en klimaatbestendig watersysteem met grote peilvakken. Versnippering van het watersysteem is een ongewenste situatie. Nieuwe ontwikkelingen sluiten aan op bestaande peilvakken en de inrichting wordt afgestemd op de functie van het water. In nieuwe watersystemen wordt gestreefd naar aaneengesloten waterelementen met een minimum aantal duikers en/of andere kunstwerken en zonder doodlopende einden. Het watersysteem wordt dusdanig ingericht dat het goed controleerbaar en beheersbaar is. Met het oog op de uiteindelijke overname van het beheer en onderhoud van nieuw (stedelijk) water is het nodig dat het waterschap betrokken wordt bij de uitwerking van een plangebied naar een definitief ontwerp van het watersysteem. Dit definitieve ontwerp behoeft de ambtelijke goedkeuring van het waterschap om overname uiteindelijk mogelijk te maken.

Bij de compensatieopgave voor Lars en Lily is nadrukkelijk rekening gehouden met het voorgaande. Verder ligt het plangebied niet in een waterwingebied of een grondwaterbeschermingsgebied. In en rondom het plangebied is geen grondwateroverlast bekend. In het uitgevoerde verkennend bodemonderzoek is een actuele grondwaterstand van circa 1,20 meter beneden maaiveld gemeten. Qua grondwater worden daarom geen negatieve effecten verwacht. Anticiperen op watertekort Streefbeeld is dat het waterschap een robuust watersysteem wil dat voorbereid is op de effecten van toekomstige klimaatveranderingen. Tot nu toe ligt de nadruk bij klimaatveranderingen met name op meer extreme neerslag en stijging van de zeespiegel. Ook extreem droge periodes zullen echter vaker voor komen. Het robuuste watersysteem dat het waterschap nastreeft moet hier ook op anticiperen. In het hele beheergebied streeft het waterschap na dat de aanwezige functies worden gefaciliteerd door goed en voldoende water. Echter binnen een klimaatbestendig en robuust watersysteem past afhankelijkheid van wateraanvoer niet. Met het oog op toekomstige watertekorten is het wenselijk de hoeveelheid aanvoerwater zoveel mogelijk te beperken. Nieuwe watersystemen worden dusdanig ingericht dat ze zelfvoorzienend zijn. Uitbreiding van wateraanvoer bij de huidige functies is niet wenselijk.

De afweging van wateraanvoer vindt plaats op basis van robuustheid, effectiviteit en efficiency.

Bestemmingsplan Campus Zuid fase 1

25

Hierbij geldt als uitgangspunt dat herverdeling van water binnen de polder de voorkeur heeft boven wateraanvoer van buiten de polder. Bij de compenserende watergang is nadrukkelijk rekening gehouden met het voorgaande en wordt niet verwacht dat aanvoer van water nodig is. Ook zal dit nog steeds het geval zijn wanneer op termijn de complexen van Lars en Lily worden verwijderd en daarvoor in de plaats 148 gestapelde woningen terugkomen.

Thema 3 Schoon Water Goede structuurdiversiteit Streefbeeld zijn goede leef, verblijf- en voortplantingsmogelijkheden voor de aquatische flora en fauna in het beheergebied van het waterschap. Bij de inrichting van het watersysteem wordt gestreefd naar het realiseren van een ecologisch gezond watersysteem. Bij de dimensionering van het watersysteem wordt rekening gehouden met de te verwachten waterkwaliteit. Oppervlaktewater met een doelstelling voor goede chemische en/of biologische waterkwaliteit (vaak helder) wordt niet nadelig beïnvloed door water met een lagere waterkwaliteitsdoelstelling (vaak troebel). Negatieve chemische beïnvloeding van de ecologische (water)kwaliteit of het ecologische functioneren van wateren, door ruimtelijk ontwikkelingen wordt voorkomen, omdat compensatie zeer beperkt mogelijk is. Gelet op het navolgende streefbeeld wordt nadelige beïnvloeding van de chemische en/of biologische waterkwaliteit voorkomen. Goede oppervlaktewaterkwaliteit Streefbeeld is dat het grond- en oppervlaktewater leef-, verblijf-, en voortplantingsmogelijkheden biedt voor de (aquatische) flora en fauna in het beheergebied. De chemische toestand van deze wateren vormt hier geen belemmering voor. In het ontwerp van het watersysteem wordt uitgegaan van het principe 'schoonhouden, scheiden, zuiveren'. Verontreinigingen worden voorkomen of aangepakt bij de bron.

Conform de Waterwet (Ww) is het verboden om zonder vergunning afvalstoffen, verontreinigende of schadelijke stoffen in welke vorm dan ook te brengen in oppervlaktewateren. Schoon hemelwater mag zonder waterstaatswerk direct geloosd worden op oppervlaktewater. Als hiervoor een voorziening zoals een drain of buis wordt aangebracht is hiervoor een vergunning nodig. Bij de inrichting van het watersysteem zijn alleen milieuvriendelijke, niet-uitlogende en gecertificeerde materialen toegestaan. Voor beschoeiing geldt aanvullend dat de materialen niet-oxideerbaar zijn. Maatregelen in het plangebied zullen moeten voorkomen dat verontreinigingen in het oppervlaktewater geraken. Deze maatregelen zullen zowel materiaalvoorschriften in de bouw betreffen als het voorkomen dat verontreinigingen via de verharding(en) in het water belanden.

Bestemmingsplan Campus Zuid fase 1

26

Hierbij kan worden gedacht aan infiltratiebermen, wadi’s en andere zuiveringsvoorzieningen. Gestreefd wordt om schoon hemelwater in bestaand gebied af te koppelen van het rioolstelsel. Het hemelwater afkomstig van schone oppervlakken wordt geïnfiltreerd of direct afgevoerd naar open water. Onder schone hemelwaterafvoer wordt verstaan: -

Hemelwater van verhardingen met een verkeersintensiteit < 1000 vervoersbewegingen per etmaal; Hemelwater van parkeerplaatsen met < 50 parkeerplaatsen.

Goed omgaan met afvalwater De hemelwaterafvoer die niet voldoet aan de criteria voor schone hemelwaterafvoer wordt gekwalificeerd als verontreinigd en dient gezuiverd te worden alvorens het tot afstroming komt op het oppervlaktewatersysteem. Het toepassen van niet-uitloogbare bouwmaterialen voorkomt dat het hemelwater, dat wordt afgekoppeld naar het oppervlaktewater, wordt vervuild. In verband hiermee worden eisen gesteld aan de bij de daken, goten en leidingen te gebruiken materialen. Er dienen zo min mogelijk uitloogbare materialen zoals koper, lood, zink, teerhoudende dakbedekking of geïmpregneerde beschoeiingen gebruikt worden op delen die met hemelwater in contact komen, zoals de dakbedekking, goten en pijpen of er moet voorkomen worden dat deze materialen kunnen uitlogen (bijvoorbeeld door het coaten van loodslabben). Over de uitwerking van nieuwe bouwplannen zal hieromtrent op termijn worden afgestemd met het waterschap. Veel menselijke activiteiten hebben een negatief effect op de kwaliteit van het oppervlaktewater doordat ze water verontreinigen. Het waterschap zorgt met de regulering of behandeling van afvalwater dat zo veel mogelijk van deze effecten teniet worden gedaan. Streefbeeld is dat verontreiniging van het oppervlaktewater door afvalwater (huishoudelijk afvalwater, vervuild hemelwater en bedrijfsafvalwater) wordt voorkomen.

Voor nieuw te ontwikkelen terreinen geldt dat het hemelwater niet naar een centrale rioolwaterzuivering wordt afgevoerd maar in of in de nabijheid van het plangebied wordt geloosd, zonodig voorafgegaan door een lokale zuivering. Bij nieuwbouwgebieden (bijvoorbeeld woonwijk, industrieterrein) is de aanleg van een "zuiverend" gescheiden rioolstelsel een voorwaarde. Voor bestaand gebied wordt gestreefd naar het afkoppelen van niet-vervuild verhard oppervlak van het rioolstelsel. Het ombouwen van bestaande gemengde rioolstelsels naar "zuiverend" gescheiden stelsels heeft een sterke voorkeur. Afstromend hemelwater van vervuilde oppervlakken wordt gezuiverd. Het rioleringsstelsel ter plaatse betreft een gescheiden stelsel (zoals overal in Lelystad). Het afvalwater wordt daarom gescheiden van het hemelwater afgevoerd richting het bestaande rioleringsstelsel ter plaatse. Daarbij wordt vanzelfsprekend een toename van de afvoer van afvalwater verwacht.

Bestemmingsplan Campus Zuid fase 1

27

Voor de huidige situatie van Lars en Lily en de gerealiseerde hoeveelheid 1,2 of 3 kamer appartementen (totaal circa 300) is ervan uitgegaan dat de toename van afvoer van afvalwater wordt opgevangen in het bestaande rioleringsstelsel ter plaatse (mede gelet op de ligging in stedelijk gebied). Dit geldt ook voor de situatie wanneer de 300 appartementen worden verwijderd en daarvoor in de plaats 148 gestapelde woningen worden gerealiseerd. Op basis van het voorgaande worden qua afvalwater geen negatieve effecten verwacht. Conclusie: Het aspect water vormt geen belemmering voor het bestemmingsplan.

4.11

Archeologie en cultuurhistorie

Ter implementatie van het Verdrag van Malta in de Nederlandse wetgeving is in 2007 de Wet op de archeologische monumentenzorg als onderdeel van de Monumentenwet in werking getreden. De wet verplicht gemeenten bij het opstellen van ruimtelijke plannen en projecten rekening te houden met de in hun bodem aanwezige waarden. Het rijksbeleid ten aanzien van archeologie is gericht op het behoud van het archeologisch bodemarchief. De gehanteerde uitgangspunten zijn: -

archeologische waarden zoveel mogelijk in de bodem bewaren (behoud in situ); in ruimtelijke ordening (planvorming) al rekening houden met archeologische waarden; de bodemverstoorder betaalt archeologisch vooronderzoek en mogelijke opgravingen.

De gemeente Lelystad heeft in 2008 haar beleid vastgelegd in het document “Archeologische monumentenzorg in Lelystad". Beoordeling Campus Zuid fase 1 Voor het plangebied is geen archeologische dubbelbestemming van toepassing. Wel is in het kader van het geldende bestemmingsplan ‘Warande fase 1’ archeologisch onderzoek uitgevoerd, waarover in de toelichting van dit bestemmingsplan het volgende is opgenomen: In mei 2007 is het definitieve rapport over archeologie afgerond. Uit de conclusies en aanbevelingen in dit rapport blijkt dat er slechts één scheepswrak in het plangebied is gelegen. Het betreft het wrak in deelgebied 1 nabij de Larserdreef. De locatie van dit scheepswrak wordt beschermd door hier een groenbestemming op te leggen met een aanduiding archeologische waarden. Het scheepswrak wordt hiermee voldoende beschermd tegen eventueel schadelijke ontwikkelingen als gevolg van bouwwerkzaamheden. Verder wordt geconcludeerd dat er voor wat betreft historische vindplaatsen geen nader onderzoek noodzakelijk is. Wel bestaat er de plicht zoals aangegeven in de Monumentenwet om archeologische vondsten te melden bij het bevoegd gezag.

Bestemmingsplan Campus Zuid fase 1

28

Op basis van het voorgaande wordt geconcludeerd dat in het plangebied geen archeologische waarden zijn te verwachten en dat een archeologisch (voor)onderzoek niet noodzakelijk is. Cultuurhistorie Uit de historische topografische kaarten valt af te leiden dat in het plangebied sinds de drooglegging van Flevoland geen bebouwing aanwezig is geweest en dat het plangebied als agrarische grond in gebruik was. Gezien het voorgaande vallen in het plangebied geen cultuurhistorische waarden te verwachten. Daar komt bij dat in en direct rondom het plangebied geen gemeentelijke monumenten of Rijksmonumenten aanwezig zijn en dat het plangebied geen deel uitmaakt van een beschermd stads- of dorpsgezicht. Ook zijn in en direct rondom het plangebied geen cultuurhistorische waardevolle elementen opgenomen in de provinciale waardenkaart. Conclusie: Gezien het voorgaande zijn door dit bestemmingsplan geen aantasting van archeologische en/of cultuurhistorische waarden te verwachten.

4.12

Ecologie

Bij elk ruimtelijk plan dient, met het oog op de natuurbescherming, rekening te worden gehouden met de Wet Natuurbescherming. Doel van de Wet natuurbescherming (Wnb) is drieledig: 1. bescherming van de biodiversiteit in Nederland, 2. decentralisatie van verantwoordelijkheden en 3. Vereenvoudiging van regels. Gebiedsbescherming Het plangebied ligt niet binnen en ook niet nabij Natura 2000-gebieden. De 3 dichtstbijzijnde Natura 2000-gebieden (IJsselmeer, Markermeer & IJmeer en Oostvaardersplassen) liggen ieder op een afstand van meer dan 3 kilometer. Het aspect gebiedsbescherming geeft – gezien de aard van de ontwikkeling en de afstand tot het Natura 2000-gebied - geen belemmeringen. Soortenbescherming Het eerste artikel in de Wet natuurbescherming betreft de zorgplicht en heeft betrekking op het voorkomen of beperken van schade aan soorten en gebieden, voor zover deze niet middels overige verbodsbepalingen zijn gereguleerd. Het gaat daarbij in de praktijk vooral om minder streng beschermde soorten, waarbij het onnodig doden, verwonden of beschadigen dient te worden vermeden. Overtreding van de zorgplicht is niet strafbaar gesteld; “de zorgplicht kan wel door toepassing van bestuursdwang worden gehandhaafd”.

Deze formulering van de zorgplicht brengt met zich mee dat wanneer men een bepaalde handeling wil verrichten die gevolgen voor natuurwaarden zou kunnen hebben, men zich daaraan voorafgaand op de hoogte stelt van de aanwezige natuurwaarden, de kwetsbaarheid ervan en de mogelijke gevolgen daarvoor van het voorgenomen handelen. De zorgplicht is te allen tijde van toepassing, ook al vindt er geen overtreding van een verbodsbepaling plaats.

Bestemmingsplan Campus Zuid fase 1

29

Beoordeling Campus Zuid fase 1 In het kader van de ontwikkeling van Lars en Lily een ecologische quickscan uitgevoerd. De relevante conclusies uit deze quickscan zijn in de navolgende tekst overgenomen. Gebiedsbescherming: quickscan Het plangebied ligt op minder dan 3 kilometer afstand van Natuurnetwerk Nederland en op minder dan 3 kilometer afstand van N2000-gebied (Oostvaardersplassen). Vanwege de voorgenomen ontwikkelingen zullen de kernwaarden van het NNN niet worden aangetast. Soortenbescherming: quickscan Ten aanzien van de soortenbescherming is in de quickscan het volgende geconcludeerd: - Er zijn geen jaarrond beschermde nesten van vogels aangetroffen; - Mits de brede natuurlijke zone die de noordzijde van het gebied begrensd intact wordt gelaten is het niet noodzakelijk vervolgonderzoek uit te voeren t.a.v aanwezigheid broedvogels, migratiecorridors voor egel en kleine marterachtigen en vliegroutes voor vleermuizen. - Het wordt niet noodzakelijk geacht vervolgonderzoek uit te laten voeren volgens het vleermuisprotocol 2017, omdat kan worden uitgesloten dat er ter plaatse vaste verblijfplaatsen aanwezig zijn; - Het is niet noodzakelijk vervolgonderzoek uit te laten voeren t.a.v. voorkomen rugstreeppad, mits juiste voorzorgsmaatregelen worden getroffen; - Het is niet noodzakelijk om vervolgonderzoek uit te laten voeren t.a.v.

belangrijk foerageergebied van kiekendieven; - Het is niet noodzakelijk om voor de voorgenomen plannen een ontheffing in het kader van de Wnb aan te vragen bij de Provincie Flevoland. In aanvulling op het voorgaande zijn de volgende aanbevelingen gegeven: - Voer in verband met de aanwezigheid van broedvogels het bouwrijp maken van de kavel uit buiten het broedseizoen (datumgrenzen broedseizoen: 15 maart – 15 juli); - Laat de brede natuurlijk zone aan de noordzijde van de bouwkavel intact en scherm deze af van de bouwlocatie door middel van het aanleggen van een brede watergang zodat wordt voorkomen dat deze zone door mensen belopen kan worden. Deze zone is in dit bestemmingsplan geborgd via de bestemmingen Groen en Water. - Plaats bij het bouwrijp maken van de locatie en tijdens de bouw een amfibieënscherm rondom de locatie om te voorkomen dat rugstreeppadden zich op de locatie vestigen; - Integreer in de nieuwbouw nestkasten voor huismussen, huiszwaluwen en gierzwaluwen; - Ook het plaatsen of integreren van vleermuiskasten in de nieuwbouw wordt van harte aanbevolen. In het geval de tijdelijke bebouwing wordt verwijderd en daarvoor in de plaats 148 gestapelde woningen worden gerealiseerd, is het van belang de bovenstaande aanbevelingen in acht te nemen.

Ook dienen voorafgaand aan de sloop / nieuwbouw door middel van een ecologische quickscan de dan aanwezige soorten te worden geïnventariseerd.

Bestemmingsplan Campus Zuid fase 1

30

Conclusie: Nader onderzoek is niet nodig. Het bestemmingsplan voldoet aan de Wet natuurbescherming.

4.13

Kabels en leidingen

Planologisch relevante kabels en leidingen (hoofdleidingen, straalpaden et cetera) dienen met de van toepassing zijnde belemmeringenstroken in een bestemmingsplan te worden verankerd. In het plangebied komen deze niet voor, waardoor belemmeringenstroken voor kabels en leidingen niet aan de orde zijn.

Bestemmingsplan Campus Zuid fase 1

31

5.

PLANBESCHRIJVING

5.1

Algemeen

In voorgaande hoofdstukken zijn de uitgangspunten voor de ruimtelijke en functionele situatie in het plangebied aangegeven. Deze uitgangspunten zijn getoetst aan het beleid en de milieu- en omgevingsaspecten. In dit hoofdstuk wordt de inhoud van de bestemmingen (de gebruiks- en bebouwingsmogelijkheden) toegelicht en wordt aangegeven hoe de uitgangspunten een juridische vertaling in de regels en de verbeelding hebben gekregen. Het bestemmingsplan valt onder de Wet ruimtelijke ordening (Wro). Het bestemmingsplan is opgezet volgens de wettelijke regelgeving en qua systematiek volgens de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP 2012), met inachtneming van de aanpassingen die voortvloeien uit de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). Het plan is digitaal raadpleegbaar uitgevoerd. Het digitale plan verschaft de burger ‘online’ informatie over het bestemmingsplan. Bovendien is de digitale versie bedoeld voor uitwisseling van gegevens binnen de gemeente en met andere overheidsinstanties. Handboek bestemmingsplannen Lelystad Naast dat het bestemmingsplan voldoet aan de Wro en de Wabo, voldoet het (waar mogelijk) ook aan het handboek van de gemeente Lelystad. Het handboek maakt het mogelijk om bestemmingsplannen te maken die op vergelijkbare manier zijn opgebouwd en op eenzelfde manier worden verbeeld.

Vanwege het specifieke ontwerp van dit project, kunnen op deze locatie niet alle bouwen gebruiksmogelijkheden die in het algemeen standaard binnen deze bestemmingen worden geboden, mogelijk worden gemaakt. De beide bestemmingen zijn specifiek toegespitst op de ontwerpprincipes van het project en de ruimtelijke ontwikkelmogelijkheden die daarbinnen kunnen worden geboden. Parapluplan woningsplitsing en kamerbewoning De regels uit het parapluplan woningsplitsing en kamerbewoning (vastgesteld 22 september 2020) zijn in dit bestemmingsplan voor Campus Zuid fase 1 overgenomen. Met deze regels wordt woningsplitsing en verkamering van woningen in alle woonwijken binnen in het stedelijk gebied van Lelystad ruimtelijk gereguleerd.

5.2

Toelichting op de bestemmingen

Het bestemmingsplan bevat drie bestemmingen: Groen, Water en Wonen-Woongebouw. Deze bestemmingen worden hierna toegelicht. Groen In Campus Zuid vormt het landschap de groene drager voor de bouwblokken. De ruimten rondom de uitgeefbare woonclusters vormen onderdeel van de groene campusstructuur, waarin fietspaden, recreatief medegebruik en waterpartijen gerealiseerd kunnen worden. Deze gronden krijgen de bestemming groen.

Bestemmingsplan Campus Zuid fase 1

32

Binnen deze bestemming wordt ruimte geboden voor groenvoorzieningen, wadi’s en voorzieningen ten behoeve van dagrecreatie. Bij deze groenfunctie zijn ook bijbehorende voorzieningen toegestaan, zoals fiets- en voetpaden, verhardingen ten behoeve van lokaal verkeer, parkeren, speelvoorzieningen, water, kunstobjecten, kunstwerken en nutsvoorzieningen. Binnen deze bestemming zijn beperkte bouwregels opgenomen voor o.a. lichtmasten en nutsvoorzieningen. Water De bestemming ‘Water’ is van toepassing op de watergang die als watercompensatie dient. Deze compensatie wordt juridisch geborgd door middel van de bestemming ‘Water’. Over de omvang en de locatie van deze compensatie is overeenstemming tussen de gemeente en het waterschap. De gronden met de bestemming Water zijn bestemd voor waterlopen, waterpartijen, oevers, bermen en beplanting, wegen, straten, paden en extensief dagrecreatief gebruik. En daaraan ondergeschikt groenvoorzieningen. Om ervoor te zorgen dat binnen deze bestemming geen gebouwen mogen worden geplaatst, is een bouwmogelijkheid binnen de bestemmingsregeling uitgesloten. Bouwwerken geen gebouwen zijnde – zoals bijvoorbeeld kunstwerken - zijn onder bepaalde restricties wel toegestaan. Wonen - Woongebouw De bestemming ‘Wonen-Woongebouw’ is van toepassing op het gebied waar woningbouw en bijbehorende voorzieningen zoals parkeren is toegestaan.

Binnen de bestemming ‘Wonen-Woongebouw’ is alleen gestapeld2) wonen toegestaan. Hierbij wordt de bestaande situatie bestemd. Bij een nieuwe verkaveling wordt uitgegaan van bouwblokken met binnenhoven waar het parkeren wordt afgewikkeld en representatieve gevels worden georiënteerd op de omringende openbare ruimte. De bestemmingsgrenzen van ‘Wonen-Woongebouw’ zijn op de verbeelding weergegeven. Deze grenzen komen overeen met de uitgiftegrenzen. Binnen elk bestemmingsvlak is een bouwvlak geprojecteerd. Zowel de bestaande als de toekomstige gestapelde woningbouw dienen binnen de grenzen van deze bouwvlakken te zijn geprojecteerd. De afstand van bouwvlakgrens ten opzichte van de omgeving varieert. Richting de Valkendreef en de Larserdreef is een grotere afstand van de (bestaande en toekomstige) gevelwanden gewenst, zowel om ruimtelijke als om geluidstechnische redenen. Andere, niet gebouwde bijbehorende functies - zoals wegen, parkeren, water en/of groeninrichting - kunnen ook buiten het aangegeven bouwvlak worden gerealiseerd.

2)

Hieronder wordt verstaan: appartementen, maisonnettes en benedenwoningen. Appartement = woongelegenheid die bestaat uit één of meer bij elkaar behorende vertrekken in een groter gebouw met meer van dergelijke woongelegenheden. Maisonnette = Etagewoning met twee verdiepingen per woning, die zich in een groter gebouw bevindt. Benedenwoning = Etagewoning bestaande uit één of meer bouwlagen met een voordeur die rechtstreeks op straat uitkomt, waarbij zich andere woningen boven de woning in kwestie bevinden.

Bestemmingsplan Campus Zuid fase 1

33

Tijdelijke en definitieve invulling De bestemming maakt zowel de tijdelijke situatie (maximaal 300 appartementen) als de nieuwe definitieve situatie (maximaal 148 appartementen) mogelijk. Via een voorwaardelijke verplichting is geregeld dat de bestaande 300 woningen binnen de genoemde termijnen in ‘Bijlage 2 Voorwaardelijke verplichting sloop gebouw A en B’ moeten zijn worden geamoveerd, alvorens het maximum aantal van 148 gestapelde woningen kan worden gerealiseerd. De einddatum van de tijdelijke situatie verschilt voor Lars (gebouw A) en Lily (gebouw B). Voor de invulling van de definitieve situatie wordt een nieuw stedenbouwkundig plan en/of beeldregieplan vastgesteld. Bouwhoogte Voor alle complexen geldt een maximale bouwhoogte van 16 meter. Dit geldt zowel voor de bestaande als de nieuwe invulling. Via een binnenplanse afwijking kan zo nodig de maximale bouwhoogte worden verhoogd naar 19 meter. Parkeren Via een voorwaardelijke verplichting is geborgd dat per woning een parkeernorm van 1,4 wordt aangehouden. Via een afwijkingsprocedure kan zo nodig van deze norm worden afgeweken als kan worden aangetoond dat de parkeerbehoefte op een andere manier kan worden gewaarborgd.

Overige regels Daarnaast zijn enkele specifieke binnenplanse afwijkingen opgenomen, met als doel een zorgvuldige ruimtelijke inpassing van bebouwing, parkeren, buitenruimten en kavelinrichting bij herontwikkeling van de gebieden. Bij de afweging ten aanzien van de juiste inpassing kunnen nadere eisen worden gesteld ten aanzien van straat- en bebouwingsbeeld, goede woonsituatie, de milieusituatie, de sociale veiligheid, de verkeersveiligheid en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden, nadere eisen stellen ten aanzien van bouwblokken ten opzichte van elkaar, van de plaats en de afmetingen van bebouwing, parkeren, buitenruimten en kavelinrichting. Voorts is de in gemeente gebruikelijke regeling voor "bouwwerken, geen gebouwen zijnde" opgenomen.

Bestemmingsplan Campus Zuid fase 1

34

6.

UITVOERBAARHEID

Een wettelijk onderdeel van het bestemmingsplan is om inzicht te geven in de uitvoerbaarheid van het project. Daarbij wordt onderscheid gemaakt in de maatschappelijke en economische uitvoerbaarheid.

6.1

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

Via de procedure van het bestemmingsplan wordt de maatschappelijke uitvoerbaarheid van het project aangetoond. Tijdens deze procedure zijn verschillende wettelijke momenten waar op de plannen kan worden gereageerd. Resultaten Overleg 3.1.1. Bro In het kader van het vooroverleg als bedoeld in artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening is het concept ontwerp bestemmingsplan verzonden voor advies naar de vooroverleg-partners: 1. 2. 3.

Provincie Flevoland Waterschap Zuiderzeeland Veiligheidsregio Flevoland

De Provincie Flevoland en het Waterschap Zuiderzeeland hebben schriftelijk gereageerd. Van de Veiligheidsregio is geen reactie ontvangen. De ontvangen brieven zijn opgenomen in bijlage 1. De Provincie Flevoland heeft aangegeven geen op- of aanmerkingen te hebben. Daarbij is aangegeven dat ‘de mogelijkheid om in dit plangebied woningen te realiseren, reeds was voorzien. Dit plan draagt bovendien bij aan de woningbouwambitie die de provincie heeft’. Het Waterschap Zuiderzeeland heeft verzocht de waterparagraaf aan te vullen, en dat wanneer daaraan uitvoering wordt gegeven, de brief mag worden gezien als een positief wateradvies. De gevraagde aanvullingen zijn verwerkt in hoofdstuk 4.10 (waterparagraaf) van de toelichting. Resultaten tervisielegging ontwerp bestemmingsplan Conform artikel 3.9a Wro heeft dit ontwerp bestemmingsplan de uniforme openbare voorbereidingsprocedure doorlopen die is vastgelegd in afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht. Het ontwerp bestemmingsplan is na behandeling in het college van burgemeester en wethouders in de Flevopost en het Gemeenteblad gepubliceerd. Het plan heeft zes weken ter inzage gelegen. Het ontwerp bestemmingsplan is ook digitaal raadpleegbaar op de site van de gemeente. Eenieder heeft in die zes weken een zienswijze bij de gemeente kenbaar kunnen maken. ➢

Er zijn geen zienswijzen binnengekomen.

Vervolg procedure Binnen acht weken na afloop van de termijn dat het ontwerp bestemmingsplan ter inzage heeft gelegen stelt de gemeenteraad het bestemmingsplan vast. Tegen de vaststelling van een bestemmingsplan staat rechtstreeks beroep open bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State.

Bestemmingsplan Campus Zuid fase 1

35

Crisis- en herstelwet De ontwikkeling van het plangebied valt onder de categorieën van projecten die zijn aangewezen in bijlage I (artikel 3.1) bij de Crisis en herstelwet (Chw). Afdeling 2 Chw is op de bestemmingsplanprocedure van toepassing. Dat betekent dat belanghebbenden die tegen het besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan in beroep gaan, in het beroepschrift de beroepsgronden moeten aanvoeren. Na afloop van de termijn van zes weken kunnen geen nieuwe beroepsgronden meer worden aangevoerd. Verder moet de Raad van State een eventueel beroep bij voorrang, binnen een half jaar, behandelen.

6.2

Economische uitvoerbaarheid

Aangetoond moet worden dat het project economisch uitvoerbaar is. De economische uitvoerbaarheid wordt bepaald door de exploitatie van het plan (financiële haalbaarheid) en het kostenverhaal. Financiële haalbaarheid De gronden zijn in eigendom van de gemeente Lelystad. Via een koop- ontwikkelingsovereenkomst worden de gronden aan Centrada overgedragen. De (toekomstige) planontwikkelingskosten voor het project zijn voor rekening van Centrada. Kostenverhaal Het bestemmingsplan regelt in eerste instantie de bestaande, tijdelijke situatie. Na het verlopen van de tijdelijke situatie is het mogelijk om het gebied te herontwikkelen met woningbouw. Daarmee voorziet het plan in de bouw van meerdere woningen. In de Wet ruimtelijke ordening is opgenomen dat voor dergelijke bouwplannen in verband met het kostenverhaal van de gemeente, een exploitatieplan moet worden vastgesteld. Omdat het kostenverhaal anderszins verzekerd wordt (via de koop-ontwikkelingsovereenkomst), is het vaststellen van een exploitatieplan niet noodzakelijk.

Bestemmingsplan Campus Zuid fase 1

36

Bijlage Bijlage 1 – Overlegreacties 3.1.1. Bro

Bestemmingsplan Campus Zuid fase 1

37

Van: Aan: Cc: Onderwerp: Datum: Bijlagen:

Martijn Korte Akster, W (Wichert) MailRegistratie provinciale reactie concept ontwerpbestemmingsplan “Campus Zuid fase 1" vrijdag 14 oktober 2022 15:47:46 image001.png image002.png

Geachte heer Akster, beste Wichert, Het concept-ontwerpbestemmingsplan “Campus Zuid fase 1” geeft ons geen aanleiding voor het maken van op- of aanmerkingen. De mogelijkheid om in dit plangebied woningen te realiseren was reeds voorzien en draagt bovendien bij aan de woningbouwambitie die wij als provincie hebben. Met vriendelijke groet, drs. H.M. (Martijn) Korte Beleidsadviseur Ruimtelijke Ontwikkeling Accounthouder ruimtelijke plannen Dronten, Lelystad en Zeewolde Provincie Flevoland T: 06-29730652 E: martijn.korte@flevoland.nl

16 september 2022, 12:45 Geachte heer, mevrouw, Hierbij doen wij u in het kader van het overleg als bedoeld in artikel 3.1.1, lid 1 Bro het concept ontwerpbestemmingsplan “Campus Zuid fase 1” toekomen. Het concept plan is gereed voor het vooroverleg als bedoeld in artikel 3.1.1. lid 1 Bro Korte toelichting In 2020 en 2021 is onder de projectnamen ‘Wonen bij LARS’ en ‘Wonen bij LILY’ de bouw van de wooncomplexen via een Wabo procedure vergund aan de Valkendreef in Lelystad. De tijdelijke ontwikkeling betreft twee complexen met in totaal 5 woongebouwen. De wooncomplexen zijn ontwikkeld en gerealiseerd door (woning)corporatie Centrada, in afstemming met de gemeente Lelystad. Hiermee is voorzien in een specifieke behoefte aan flexibele huisvesting in de vorm van mid-stay voorzieningen c.q woningen. Dit zijn huurwoningen die kunnen voorzien in de huisvestingsbehoefte van diverse aan Lelystad gebonden sociale doelgroepen, met name spoedzoekers en statushouders. De wooncomplexen hebben een tijdelijk karakter. Ze zijn voor een periode van maximaal 15 jaar toegestaan. Na afloop van de gestelde termijn dienen deze complexen te worden verwijderd. Het is de wens van Centrada om direct na afloop van deze periode het gebied een definitieve invulling met woningbouw te geven, dit bestemmingsplan voorziet daarin.

In verband met de voortgang van de procedure zien wij uw overlegreactie graag uiterlijk vrijdag 21 oktober 2022 tegemoet. Indien wij op deze datum geen reactie hebben ontvangen gaan wij ervan uit dat u geen opmerkingen hebt op het concept ontwerpplan. Vervolg: Uw vooroverlegreactie wordt in het definitieve ontwerp bestemmingsplan verwerkt, waarna het ontwerp in het najaar 2022 ter visie zal worden gelegd. Met vriendelijke groet, Wichert Akster senior juridisch beleidsmedewerker Team Wabo en bestemmingsplannen

GEMEENTE LELYSTAD Stadhuisplein 2, Lelystad Postbus 91, 8200 AB Lelystad Telefoon: 14-0320 www.lelystad.nl. gemeente@lelystad.nl Wij werken duurzaam en digitaal en ontvangen uw correspondentie daarom bij voorkeur elektronisch, bijvoorbeeld via e-mail of e-formulier!

***disclaimer*** http://www.flevoland.nl/Informatie/Disclaimer-e-mail

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Lelystad&id=9e128f01-31ca-4592-bb7c-f22b4db32b2c