CConstaterende datLelystad
Koppel je AI →
Document · PDF

BL Begrotingsmonitor mei 2022

Raadsvergadering 5 juli 2022, gemeente LelystadBij agendapunt: 201. Begrotingsmonitor mei 202211.910 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Begrotingsmonitor Mei 2022 -Prognoses -Bandbreedtes 1.

INLEIDING ....................................................................................................................2

2.

TAAKVELDEN – INGESCHATTE AFWIJKINGEN 2022 .........................................................3

3.

NADELIGE EFFECTEN CORONACRISIS EN ZICHT OP COMPENSATIE ................................17

4.

RESUMÉ ....................................................................................................................18

Begrotingsmonitor mei 2022

1

1.

Inleiding

Externe ontwikkelingen raken tal van taken van de gemeente. Het is hierbij van belang onderscheid te maken tussen: 1. Begrotingsonderdelen waarvan we de resultaten direct zelf kunnen beïnvloeden (bijvoorbeeld de uitgaven aan het sportbeleid en het beheer en onderhoud) en; 2. Begrotingsonderdelen waarvan het heel moeilijk, of niet mogelijk is, resultaten direct zelf te beïnvloeden (zoals bijvoorbeeld inkomsten uit bouwleges, open einde regelingen en de algemene uitkering uit het gemeentefonds). De eerste categorie begrotingsonderdelen vereisen reguliere begrotingsdiscipline, de tweede categorie begrotingsonderdelen vormen een risico. De rekeningresultaten in de afgelopen jaren werden dan ook voor het overgrote deel veroorzaakt door afwijkingen binnen begrotingsonderdelen uit deze tweede categorie. Begrotingsmonitor als instrument Om grip te krijgen op de sterke financiële schommelingen is een aantal jaren geleden het instrument begrotingsmonitor ontwikkeld. De achterliggende gedachte achter dit instrument was om een duiding te geven over die begrotingsonderdelen waarvan de financiële realisatiecijfers niet- of slecht beïnvloed kunnen worden.

Voor die begrotingsonderdelen waarvan de resultaten wel direct beïnvloed kunnen worden zijn op voorhand namelijk geen grote afwijkingen te verwachten (overigens worden afwijkingen groter dan €150.000 altijd gerapporteerd en toegelicht in de jaarrekening). Van deze in totaal 53 taakvelden zijn er in de programmabegroting 2022 - 2025 in totaal 13 taakvelden aangewezen waarop driemaal per begrotingsjaar gerapporteerd zal worden in de begrotingsmonitor. Deze taakvelden zijn geselecteerd omdat het lastig is de financiële resultaten ervan direct zelf te beïnvloeden en omdat de financiële effecten significant kunnen zijn. Deze begrotingsmonitor geeft een financiële tussenstand van het lopende begrotingsjaar: ongeveer 40% van de gemeentelijke lasten en 75% van de gemeentelijke baten maken onderdeel uit van één van deze 13 taakvelden. Verwachte afwijkingen en bandbreedtes De ontwikkelingen binnen de 13 geselecteerde taakvelden worden in hoofdstuk twee vertaald naar financiële bandbreedtes, waarbij een antwoord wordt gegeven op de volgende vragen: A. De begrotingsstand 2022 (wat zijn de begrote baten en lasten binnen dit taakveld?) B.

Wat zijn de financiële bandbreedtes waarbinnen het taakveld zich mogelijkerwijs zou kunnen bewegen? ▪ Meest gunstige afwijking ten opzichte van de begroting; ▪ Verwachte afwijking (is de begroting 2022 nog actueel of al achterhaald?); ▪ Meest ongunstige afwijking ten opzichte van de begroting. De kans dat het meest ongunstige scenario zich voor ieder afzonderlijk onderdeel tegelijkertijd voor zal doen is nihil. Deze bandbreedtes zijn dan ook eigenlijk niet bedoeld om bij elkaar op te tellen, maar dragen alleen bij om een gevoel te krijgen bij de inhoud en welke kant het op zou kunnen gaan binnen een specifiek taakveld. De verwachte afwijkingen resulteren in een geprognosticeerd rekeningresultaat 2022, welke in hoofdstuk 4 wordt samengevat in tabelvorm. In hoeverre deze prognoses uiteindelijk bewaarheid worden hangt af van diverse factoren. Ook wat betreft de ontwikkelingen die zich voordoen in de overige taakvelden. In het vorige begrotingsjaar 2021 lieten de begrotingsmonitoren ook een positieve prognoses zien, maar de realisatiecijfers pakten uiteindelijk nog een stuk voordeliger uit. Dit mede als gevolg van de coronamaatregelen en diverse lastig in te vullen vacatures, waardoor de uitvoering vertraging heeft opgelopen.

Het ligt in de lijn der verwachting dat dit soort effecten dit jaar eveneens van toepassing zullen zijn – en dat het geprognosticeerde rekeningresultaat bij het sluiten van de boeken hoger uitvalt dan nu wordt ingeschat. Doorwerking coronacrisis op het rekeningresultaat 2022 De coronacrisis heeft een direct effect op het verwachte rekeningresultaat 2022. Het uitgangspunt zoals ook verwoord in de programmabegroting 2021 – 2024 is dat de beschikbaar gestelde compensatie vanuit

Begrotingsmonitor mei 2022

2

de Rijksoverheid in principe leidend is. Binnen de 13 uitgelichte taakvelden wordt ingegaan op de mogelijke doorwerking van de coronacrisis, daar waar dit van toepassing is. Hoofdstuk drie biedt inzicht in de lopende onderhandelingen met het Rijk en de laatste stand van zaken omtrent de compensatie van hogere kosten- en lagere inkomsten als gevolg van de corona gerelateerde maatregelen.

Begrotingsmonitor mei 2022

3

2. Taakvelden – ingeschatte afwijkingen 2022 Bedragen x €1.000

Afwijking ten opzichte van begroting 2022

Begroting 2022 Lasten

1. 2. 3. 4. 5. 6.

Saldo

€ -1.838 € -100 € 1.449 € 1.067 € -4 € -6

-€ 1.838 -€ 100 € 1.449 € 1.067 € 596 € 223

Baten

0.5 Treasury € Rente lang € Rente kort € Interne rentedekking - algemeen € Interne rentedekking - grondbedrijf (BIE) € Deelnemingen € Overig € Taakveld 0.5 - totaal vastgestelde begroting 2022 Taakveld 0.5 - verwachte afwijking jaarrekening 2022

600 229

(inclusief bandbreedte)

829 €

568

Ongunstig

-€ 100 € 100 €0 -€ 215 € 200 €0

Verwacht

€0 € 115 €0 €0 € 210 €0

Gunstig

€ 50 € 130 €0 € 210 € 225 €0

€ 1.397 € 325

Toelichting op verwachte afwijking en duiding van bijbehorende bandbreedtes

1. Rente lang (betaald over leningen met een looptijd langer dan één jaar De kapitaalmarktrente (10-jaars vast) bedraagt momenteel 1,80%. Dit is het tarief waarop de gemeente een financiering kan aantrekken voor langere termijn. De verwachting is dat deze rente zich gedurende 2022 tussen de 1,00% en 2,50 % zal bewegen. Er wordt op dit moment geen afwijking ten opzichte van de begroting verwacht. Afhankelijk van de precieze (her)financieringsbehoefte in 2022 wordt er rekening gehouden met de volgende bandbreedte: een nadeel van €100.000 ten opzichte van de begroting in het meest ongunstige geval en een voordeel van €50.000 ten opzichte van de begroting in het meest gunstige geval. Bij het opstellen van de begroting is ervan uitgegaan dat er in 2022 geen langlopende financieringsbehoefte is. 2. Rente kort (betaald over leningen met een looptijd korter dan één jaar) De Europese Centrale Bank (ECB) heeft het afgelopen jaar haar ruime monetaire beleid gecontinueerd teneinde de tegenvallende voorspellingen voor economische groei en inflatie te bestrijden. De herfinancieringsrente is in 2021 ongewijzigd gebleven op 0,00%. De depositorente, de rente die de ECB vergoedt op tegoeden die banken bij de ECB aanhouden, is eveneens ongewijzigd gebleven op 0,50%. De ECB bevindt zich in een lastig parket.

Enerzijds moet de bank de inflatie in toom houden en aan de andere kant willen de centrale bankiers met hun rentebeleid de economie stimuleren. De geldmarktrente (driemaands euribor) is op dit moment -0,50%. Dit is het tarief waarop de gemeente kort geld kan aantrekken en uitzetten. De verwachting is dat deze rente in 2022 licht zal stijgen, wat in een voordeel van €115.000 ten opzichte van de begroting zal resulteren. Afhankelijk van de rente ontwikkelingen wordt er rekening gehouden met de volgende bandbreedte in 2022: een voordeel van €100.000 in het meest ongunstige geval en een voordeel van €130.000 ten opzichte van de begroting in het meest gunstige geval. 3. Interne rentedekking - algemeen De op de balans geactiveerde activa worden rechtstreeks aan de specifieke taakvelden toegerekend via de componenten rente-en afschrijvingslasten. Deze aan taakvelden toegerekende rentelasten kent als tegenhanger de interne rentedekking, die voor een dienovereenkomstig bedrag terugkomt binnen dit taakveld. 4. Interne rentedekking - grondbedrijf (BIE) Het interne rentepercentage dat gehanteerd wordt bij de rentetoerekening aan de bouwgronden in exploitatie (BIE) is voor 2022 vastgesteld op 1,25% (gerekend over de begrote boekwaarde van €85.339.578 per 1/1/2022). Bij de jaarrekening 2022 vindt de feitelijke nacalculatie plaats op basis van A.

daadwerkelijke betaalde rentelasten over de gehele leningenportefeuille, B. de daadwerkelijke boekwaarde van het onderhanden werk per 1/1/2022 C. de verhouding tussen vreemd vermogen en totaal vermogen per 1/1/2022. De boekwaarde per 1/1/2022 volgens de concept-jaarrekening bedraagt €85.308.485. Op dit moment wordt er geen afwijking ingeschat. Afhankelijk van de rente ontwikkelingen wordt er rekening gehouden met de volgende bandbreedte: in het meest ongunstige geval een nadeel van afgerond €215.000 ten opzichte van de begroting en een voordeel van afgerond €210.000 in het meest gunstige geval. 5. Deelnemingen De gemeente Lelystad heeft voor Alliander een dividendopbrengst begroot voor 2022 van €420.000. De dividendopbrengst is afhankelijk van het financieel resultaat van Alliander over 2021. Inmiddels heeft de aandeelhoudersvergadering plaats gevonden en is het dividend vastgesteld. Voor Lelystad bedraagt het dividend ca. € 645.000. Naast deze dividendopbrengsten is er tevens een garantstellingsprovisie begroot van HVC (€180.000). De bandbreedte laat in het meest ongunstige geval een voordeel van €200.000. ten opzichte van de begroting zien en in het meest gunstige geval een voordeel van €225.000. 6. Overig Dit betreft overige rentebaten, beheerkosten en dergelijke. Geen afwijkingen voorzien.

Begrotingsmonitor mei 2022

4

Bedragen x €1.000

Lasten

Begroting 2022 Baten

Algemene uitkering en 0.7 overige uitkeringen gemeentefonds

Afwijking ten opzichte van begroting 2022 (inclusief bandbreedte)

Saldo

1. 2. 3. 4.

€ 151.880 € - € 151.880 Algemene uitkering € 13.942 € € 13.942 ICL uitkering € 14.789 € € 14.789 Decentralisatie- en integratie uitkeringen € - € €0 Taakgerelateerde mutaties € 180.611 € - € 180.611 Taakveld 0.7 - totaal vastgestelde begroting 2022 5. Taakgerelateerde mutaties gemeentefonds neutraliseren via lastenkant (4) Taakveld 0.7 - verwachte afwijking jaarrekening 2022

Ongunstig

-€ 1.000 -€ 1.000 €0 €0

Verwacht

€ 2.000 €0 €0 €0

Gunstig

€ 5.000 € 1.000 €0 €0

€0 € 2.000

Toelichting op verwachte afwijking en duiding van bijbehorende bandbreedtes

De algemene uitkering en de overige uitkeringen uit het gemeentefonds zijn voor 2022 begroot op ruim €180,6 miljoen en vormen daarmee meer dan de helft van de totale gemeentelijke inkomsten. Gemeenten worden doorgaans drie maal per jaar geïnformeerd over de ontwikkelingen binnen de gemeentefondsuitkeringen, via de mei-, september- en decembercirculaire. De bedragen die in de begroting 2022 zijn opgenomen zijn gebaseerd op de informatie uit de septembercirculaire 2021 en vervolgens nog geactualiseerd naar aanleiding van de taakgerelateerde mutaties uit de decembercirculaire 2021 (raadsbesluit 'doorwerking decembercirculaire 2021', dd 17 mei 2022). 1. Algemene uitkering Binnen het gemeentefonds is de algemene uitkering de grootste component. Het bedrag aan algemene uitkering wordt verdeeld over de gemeenten via een groot aantal maatstaven, een aan deze maatstaven gekoppeld gewicht (bedrag per eenheid) en de uitkeringsfactor (dit is een zogeheten vermenigvuldigingsfactor die voor alle gemeenten gelijk is). Die drie zijn aan verandering onderhevig en iedere circulaire geeft informatie over de wijzigingen en de uitwerking hiervan op de hoogte van de te ontvangen algemene uitkering uit het gemeentefonds.

Naar aanleiding van het nieuwe coalitieakkoord en de Startnota van het kabinet Rutte IV hebben gemeenten op 6 april via de 'maartbrief 2022' meer informatie gehad over de indicatieve ontwikkeling van de algemene uitkering in de komende jaren. Extra uitgaven van het nieuwe kabinet zorgen ervoor dat gemeenten mee 'de trap op' gaan en voor Lelystad zou dat - ten opzichte van de begroting - neerkomen op een aanvullend bedrag ter grootte van €2 miljoen in 2022. Zoals gebruikelijk bij de raming van het gemeentefonds is er in absolute getallen sprake nog steeds sprake van een aanzienlijke bandbreedte. In het meest ongunstige geval zal de hoogte van de algemene uitkering zo'n €1 miljoen lager uitvallen in vergelijking met de begroting. Bijvoorbeeld doordat de rijksbestedingen gedurende het jaar sterk achterblijven bij de oorspronkelijke inschattingen, waardoor gemeenten automatisch mee 'de trap af' zullen gaan. Een andere variabele die een effect kan hebben is het BTW compensatiefonds: indien gemeenten in gezamenlijkheid meer declareren dan het vastgestelde plafond zal dit leiden tot een uitname uit het gemeentefonds. Het is tot slot ook mogelijk dat de reeds ontvangen algemene uitkering over voorgaande begrotingsjaren naar beneden toe wordt bijgesteld, omdat er nieuwe cijfers beschikbaar zijn.

Alleen wanneer al deze ontwikkelingen tegelijk de verkeerde kant op vallen is er sprake van een dergelijk nadelig effect. In het meest gunstige geval zal de hoogte van de algemene uitkering zo'n €5 miljoen hoger uitvallen in vergelijking met de begroting. De hierboven beschreven variabelen vallen in dat geval tegelijk de goede kant op: de rijksbestedingen vallen hoger uit dan vooraf werd ingeschat, gemeenten declareren minder bij het BTW compensatiefonds in vergelijking met wat werd verwacht en de verrekening over voorgaande jaren pakt positief uit. 2. ICL uitkering Lelystad ontvangt al geruime tijd de zogenaamde Interdepartementale Commissie Lelystad- bijdrage. De evaluatie van deze ICL bijdrage is afgerond en het formele besluit van de minister is gepubliceerd op 1 juni 2018. De bijdrage die de gemeente over 2022 ontvangt zou volgens deze beschikking uitkomen op €13.942.000 en dit is in de begroting 2022 opgenomen. Dit bedrag wordt nog gewijzigd in verband met de toekenning van compensatie voor inflatie (een voordelig effect) en de feitelijke ontwikkeling van het inwoneraantal (nadelig effect). Afhankelijk van deze verrekening zal er per saldo sprake zijn van een voor- danwel nadelig effect ten opzichte van de begroting. 3.

Decentralisatie- en integratie uitkeringen In 2022 ontvangt de gemeente nog enkele integratie- en decentralisatie uitkeringen voor een totaalbedrag van €14.789.000. De hoogte van deze uitkeringen wijzigen in principe niet gedurende het lopende begrotingsjaar. Wel kan er een decentralisatie uitkering bijkomen of kan er een aanpassing worden doorgevoerd naar aanleiding van gewijzigde afspraken. Deze middelen hebben dan vanzelfsprekend een koppeling met de lastenkant van de begroting, waarmee het effect budgetneutraal in de begroting zal worden verwerkt via een separaat voorstel of via de decembernotitie 2022 (zie toelichting op de onderdelen hieronder). Vervolg op de volgende pagina.

Begrotingsmonitor mei 2022

5

Vervolg toelichting

4 / 5 . Taakgerelateerde mutaties (en doorvertalen naar de lastenkant van de begroting) De mutaties binnen het gemeentefonds die zijn gerelateerd aan de uitvoering van specifieke taken leiden niet tot een afwijking op het begrote rekeningresultaat 2022. De decembercirculaire 2021 bevatte voor jaarschijf 2022 bijvoorbeeld 8 van dit soort 'taakgerelateerde' mutaties voor een totaalbedrag van €1.290.000. Het uitgangspunt in de afgelopen jaren is steeds geweest om de rijksmiddelen die beschikbaar worden gesteld voor een specifiek doel daar ook volledig op in te zetten. Dit geldt ook de andere kant op, wanneer er een uitname van middelen plaatsvindt; dan worden deze bedragen afgeraamd aan de lastenkant. Het raadsvoorstel om deze middelen in de begroting 2022 beschikbaar te stellen voor de uitvoering is op 17 mei 2022 vastgesteld. In de mei- en septembercirculaire zullen ongetwijfeld nog enkele taakgerelateerde mutaties worden opgevoerd. Het meerjarige effect van deze taakgerelateerde mutaties zal betrokken worden bij het opstellen van de programmabegroting 2023 - 2026. Voor zover deze taakgerelateerde mutaties betrekking hebben op het lopende begrotingsjaar 2022 zal daarvoor een budgetneutraal voorstel worden opgenomen in de decembernotitie 2022.

Bedragen x €1.000

Afwijking ten opzichte van begroting 2022

Baten

0.61 OZB woningen

Lasten

Begroting 2022 Saldo

1. 2.

€ 12.131 € Onroerendezaakbelasting woningen € - € -1.622 Uitvoeringskosten € 12.131 € -1.622 Taakveld 0.61 - totaal vastgestelde begroting 2022 Taakveld 0.61 - verwachte afwijking jaarrekening 2022

(inclusief bandbreedte) Ongunstig

€ 12.131 -€ 1.622

€ 250 -€ 150

3.

Lasten

Baten

€ 900 €0

€ 650

Saldo

€ 14.420 €

-

€ 14.420

€ 14.420 € Taakveld 0.62 - verwachte afwijking jaarrekening 2022

-

€ 14.420

Onroerendezaakbelasting niet-woningen

Taakveld 0.62 - totaal vastgestelde begroting 2022

€ 700 -€ 50

Gunstig

€ 10.509

Afwijking ten opzichte van begroting 2022

Begroting 2022

0.62 OZB niet-woningen

Verwacht

(inclusief bandbreedte) Ongunstig

Verwacht

€0

€ 300

Gunstig

€ 500

€ 300

Toelichting op verwachte afwijking en duiding van bijbehorende bandbreedtes

Op basis van de Wet waardering onroerende zaken (Wet WOZ) zijn gemeenten verantwoordelijk voor de waardering van alle onroerende zaken in Nederland. Eigenaren van een onroerende zaak, zoals een woning of een bedrijfspand, ontvangen ieder jaar een WOZ-beschikking van de gemeente. De WOZ-waarde in deze beschikking vormt de grondslag voor het heffen van belasting door de rijksoverheid, gemeenten en het waterschap. Daarnaast wordt de WOZ-waarde op meer terreinen gebruikt, bijvoorbeeld bij het afsluiten van een hypothecaire lening. 1. Onroerendezaakbelasting woningen (T 0.61) De waardering en kwaliteitscontroles van de woningen voor het belastingjaar 2022 zijn succesvol doorlopen. Voor 2022 zijn alle WOZ-beschikkingen en aanslagen voor de woningen binnen de wettelijke termijn verzonden. De termijn voor het indienen van bezwaar is inmiddels verstreken. In totaal zijn er ruim 1250 bezwaren ontvangen. Van deze bezwaren zijn er 750 bezwaren ingediend door commerciele bureau's. De geraamde opbrengst is ruimschoots gerealiseerd. Dit wordt veroorzaakt doordat bij het berekenen van de tarieven OZB de herwaardering nog niet geheel was afgerond en uiteindelijk een hogere waardeontwikkeling bleek dan waarvan was uitgegaan. Daarnaast wordt dit ook veroorzaakt door een hogere opbrengst die nog betrekking heeft op de jaren 2020 en 2021.

Tot slot valt de opbrengst voor het areaal hoger uit dan was begroot. Wat het effect van de bezwaren uiteindelijk voor invloed heeft op de opbrengst OZB woningen moet nog blijken maar, duidelijk is wel dat er een meeropbrengst zal worden gerealiseerd. 2. Uitvoeringskosten Wet waardering onroerende zaken en heffing en invordering gemeentelijke belastingen (T 0.61) Binnen dit taakveld staan de kosten verantwoord die horen bij de uitvoering van de Wet waardering onroerende zaken (WOZ). Daarnaast staan binnen dit taakveld ook de kosten verantwoord die horen bij de heffing en invordering van de gemeentelijke belastingen. Het aantal ontvangen bezwaarschriften ligt hoger dan 2021. Het aandeel bezwaren dat is ingediend door commerciele bureau's (no cure no pay) is gestegen van 40% naar 60%. De verwachting is dat de uitvoeringskosten hierdoor stijgen. Daarnaast is voor 2022 het informeel contact met burgers en bedrijven gepromoot. Hierdoor zijn er 260 extra informele bezwaren (zonder tussenkomst van commerciele bedrijven)ontvangen. 3. Onroerendezaakbelasting niet-woningen (T 0.62) De waardering en kwaliteitscontroles van de niet-woningen voor het belastingjaar 2022 zijn doorlopen. Voor 2022 zijn voor het grootste deel de WOZ-beschikkingen en aanslagen voor de niet-woningen verzonden. De termijn voor het indienen van bezwaar is inmiddels verstreken.

Er zijn ruim 150 bezwaren tegen de niet- woningen ontvangen. Omdat de WOZ-waarde van niet-woningen aanzienlijk kan zijn, is de invloed op de hoogte van de opbrengst aanzienlijk groter dan bij de woningen. Op basis van de huidige prognose zal naar verwachting echter een meeropbrengst gerealiseerd worden.

Begrotingsmonitor mei 2022

6

Bedragen x €1.000

Afwijking ten opzichte van begroting 2022

Begroting 2022

(inclusief bandbreedte)

Saldo

Eerstelijnsloket Wmo Uitvoeringskosten Wmo Toeslagenproblematiek Toegang en regie jeugdzorg (JEL BV)

€ € € €

-

€ -1.883 € -1.247 € € -3.300

-€ 1.883 -€ 1.247 €0 -€ 3.300

Taakveld 6.2 - totaal vastgestelde begroting 2022

€

- € -6.430

-€ 6.430

1. 2. 3 4.

Baten

Lasten

6.2 Wijkteams

Taakveld 6.2 - verwachte afwijking jaarrekening 2022

Ongunstig

-€ 200 -€ 200 €0 -€ 300

Verwacht

Gunstig

€0 €0 €0 €0

€ 200 € 200 €0 € 300

€0

Toelichting op verwachte afwijking en duiding van bijbehorende bandbreedtes

Op basis van de Wet maatschappelijke ondersteuning zijn gemeenten verantwoordelijk voor het bieden van ondersteuning, waarbij het de bedoeling is dat inwoners zo lang mogelijk mee kunnen doen aan de samenleving en zoveel als mogelijk zelfstandig kunnen blijven wonen. Dit taakveld is onderdeel van de uitvoering van deze wet en omvat alle loketvoorzieningen en inzet gericht op het versterken van algemene voorzieningen en eigen mogelijkheden en het geleiden naar de juiste vorm van ondersteuning (maatwerkvoorzieningen en - dienstverlening). Deze activiteiten worden beschreven in het Programmaplan Sociaal Domein 2022, onderdeel Wmo. De prognose voor de gehele Wmo is conform wet- en regelgeving verdeeld over de taakvelden 6.1, 6.2, 6.6, 6.71 en 6.81 (taakveld 6.1 en 6.81 zijn geen onderdeel van de begrotingsmonitor). Er is voor de Wmo voor 2022 - rekening houdend met de bezuinigingen uit de Aanpak Sociaal Domein en de besluitvorming in de programmabegroting 2022-2025 - in totaal €24,6 miljoen geraamd (saldo baten en lasten). Op basis van de cijfers t/m februari 2022, komt de prognose voor dit jaar uit op afgerond €22,9 miljoen. Er zou daarmee sprake zijn van een voordelig resultaat van bijna €1,7 miljoen. Het verwachte resultaat wordt voor een deel veroorzaakt doordat het gebruik van huishoudelijke ondersteuning op een lager niveau ligt dan eerder gedacht.

De groei van het aantal cliënten huishoudelijke ondersteuning is eind 2021 iets afgevlakt, zodat het jaar 2022 met een lager aantal cliënten wordt gestart dan medio 2021 nog werd verwacht. Dit leidt tot een mogelijk voordeel van ca. €0,8 miljoen in 2022 (zie taakveld 6.71). Ook het beroep op woningaanpassingen en hulpmiddelen ligt mogelijk lager (ca. €0,3 miljoen - zie taakveld 6.6). Op basis van de eerste regionale kwartaalrapportage schatten wij daarnaast in dat de afrekening Beschermd Wonen vanuit regiogemeente Almere hoger uitvalt dan begroot waarmee een aanvullend voordeel van ca. €0,55 miljoen ontstaat (taakveld 6.81 - geen onderdeel begrotingsmonitor).Tot slot zijn er op diverse andere onderdelen binnen de Wmo zoals de collectieve ziektekostenverzekering, de eigen bijdragen Wmo, de post onvoorzien, e.a. relatief kleinere afwijkingen welke voor een totaal verwacht resultaat van ca. €0,35 miljoen voordelig zorgen (diverse taakvelden). Wanneer bij deze geprognosticeerde voordelen de taakstelling van €300.000 wordt betrokken (zie programmabegroting 2022-2025), komt het verwachte totaalresultaat van de Wmo uit op de genoemde €1,7 miljoen voordelig. Indien dit resultaat zich daadwerkelijk voordoet, zal het restant Transformatiefonds Sociaal Domein in 2022 niet ingezet hoeven te worden. Een kanttekening bij de voorliggende Wmo prognose is wel op zijn plaats.

Het jaar is pas net van start en de prognose is veelal gestoeld op zeer beperkte realisatiecijfers over 2022. De uitgaven en beschikbare informatie worden om deze reden goed gemonitord en per onderdeel wordt in de begrotingsmonitor een schets gegeven van mogelijke onzekerheden in de afgegeven prognoses. Ook de ontwikkelingen zoals de financiele effecten van de doordecentralisatie van beschermd wonen en de verwachte landelijke herziening van de eigen bijdragen voor de Wmo kunnen van invloed zijn. 1. Eerstelijnsloket Wmo Er zijn binnen de Wmo middelen gereserveerd voor de Sociaal Wijkteams en voor allerlei basisvoorzieningen. Er wordt een diversiteit aan activiteiten uitgevoerd, zoals bijvoorbeeld de inrichting van de Sociaal Wijkteams, de inzet van MEE ten behoeve van de Sociaal Wijkteams/jeugdhulp, de inzet van buurtkamers, mantelzorgondersteuning en ondersteuning van vrijwilligerswerk. 2. Uitvoeringskosten Wmo / sociaal domein Het gaat hier om diverse ambtelijke inzet, mediation, ICT en dergelijke ten behoeve van de Wmo. Hiervoor is een financiële bandbreedte gehanteerd, die wordt ingeschat op €200.000 voordelig in het meest gunstige geval en €200.000 nadelig in het meest ongunstige geval. Het beroep op het ambtelijk apparaat is zowel kwalitatief als kwantitatief omvangrijk.

We hebben grote ambities en opgaven voor de stad, zoals Lelystad Next Level, Integrale Gebiedsaanpak Lelystad Oost (IGLO) en het ontwikkelen van een Maatschappelijke Agenda voor de komende jaren. Voor 2022 is de verwachting nu dat het resultaat op de bedrijfsvoering op het sociaal (economisch) domein neutraal zal zijn. Door de grote opgaven binnen het sociaal domein is er een kans dat alsnog gedurende het jaar een afwijking op de begroting ontstaat; om deze reden zijn bandbreedtes opgenomen. Vervolg op de volgende pagina.

Begrotingsmonitor mei 2022

7

Vervolg toelichting

3. Toeslagenproblematiek De gemeenten is in de ontwikkelingen rondom de Toeslagenaffaire gevraagd ondersteuning te verlenen aan en vorderingen kwijt te schelden van gedupeerden. Eind juni 2021 heeft het college besloten, vooruitlopend op wetgeving, vorderingen van gedupeerden kwijt te schelden. In december 2021 zijn er twee nieuwe ministeriële regelingen (SPUK) vastgesteld en gepubliceerd, die de compensatie van kwijtschelding in het sociaal domein en het belastingdomein regelen. Daarnaast is er een extra specifieke uitkering voor de ondersteuning van gedupeerden gekomen. Voor ondersteuning is eind 2021 €0,25 miljoen als voorschot uitgekeerd. De bestedingsperiode van de huidige specifieke uitkering loopt tot en met 2025, maar reeds €0,2 miljoen van dit voorschot is verantwoord over 2021, zodat er voor 2022 (en verder) nog €0,05 miljoen aan middelen beschikbaar is. Op dit moment is het wel de verwachting, maar nog niet zeker dat er aanvullende budgetten op basis van een nieuwe of herziene specifieke uitkering vanuit het Rijk beschikbaar komen. Indien dit niet het geval is, betekent dit een financieel risico voor gemeenten. Vooralsnog gaan we er echter vanuit dat gemeenten voor zowel de kwijtscheldingen als ondersteuning volledig gecompenseerd worden door het rijk. Conform wet- en regelgeving wordt de toeslagenproblematiek nu opgenomen in taakveld 6.2 wijkteams.

De ondersteuning en kwijtschelding van vorderingen van gedupeerden kan ook andere taakvelden binnen de gemeentelijke begroting raken. 4. Toegang en regie jeugdzorg - Jeugd Lelystad (JEL) Onder dit taakveld valt ook de toegang en regie naar specialistische jeugdhulp vanuit de Jeugdwet. Deze taken zijn per 1 juli 2021 belegd bij JEL. Omdat JEL niet zelf hulp verleent, passen de kosten voor JEL niet meer onder taakveld 6.72 Maatwerkdienstverlening 18- en is het overgeheveld naar dit taakveld. Op dit moment zijn er geen aanwijzingen dat de realisatie substantieel af zal wijken van de begroting.

Begrotingsmonitor mei 2022

8

Bedragen x €1.000

Afwijking ten opzichte van begroting 2022

Begroting 2022

1. Bijstandsuitkeringen (verstrekkingen) € 2. Bijstandsuitkeringen (rijksbijdrage) € 3. Kwijtschelding en kwijting € 4. Armoedebeleid € 5. Bijstand zelfstandig € 6. Overig € Taakveld 6.3 - totaal vastgestelde begroting 2022 € Taakveld 6.3 - verwachte afwijking jaarrekening 2022

34.379 394 450 2.334 37.557

(inclusief bandbreedte)

Lasten

Baten

6.3 Inkomensregelingen

Saldo

€ -33.259 € € -1.504 € -4.812 € -1.292 € -7.724 € -48.591

-€ 33.259 € 34.379 -€ 1.504 -€ 4.418 -€ 842 -€ 5.390 -€ 11.034

Ongunstig

-€ 1.000 -€ 4.000 -€ 100 -€ 500 -€ 500 -€ 200

Verwacht

€ 1.300 -€ 3.300 €0 €0 €0 €0

Gunstig

€ 2.500 -€ 500 € 100 € 500 € 500 € 200

-€ 2.000

Toelichting op verwachte afwijking en duiding van bijbehorende bandbreedtes

Op basis van de Participatiewet heeft de gemeente de wettelijke taak om uitkeringen te verstrekken aan inwoners die tijdelijk niet in hun levensonderhoud kunnen voorzien, in de periode dat zij geen ander of onvoldoende inkomen hebben. Samen met andere vormen van inkomensregelingen, zoals bijzondere bijstand en kwijtscheldingen van gemeentelijke heffingen, vormt dit taakveld het grootste onderdeel uit de gemeentebegroting. Er bestaat een duidelijke relatie met de taakvelden 6.4 Begeleide participatie en 6.5 Arbeidsparticipatie. 1. Bijstandsuitkeringen (verstrekkingen) Bijstandsuitkeringen worden verstrekt aan inwoners die recht hebben op een inkomen in het kader van de Participatiewet en de IOAW, gedurende de periode waarin zij nog niet in staat zijn om (volledig) in eigen onderhoud te voorzien. Over heel 2021 was het gemiddelde klantenaantal 2.152 in de reguliere bijstand met een eindstand van 2.093 cliënten eind 2021. Van januari tot en met december heeft er een daling van het klantenaantal in de reguliere bijstand plaatsgevonden van 4,44%. In de begroting 2022 is uitgegaan van een uitkeringslast van €33.2 miljoen incl. loonkostensubsidie (LKS) ter grootte van €1.2 miljoen. Deze raming komt neer op een gemiddeld klantenaantal van 2.160 bij een gemiddelde prijs per uitkering van €15.345,-.

In hoeverre deze aantallen daadwerkelijk gerealiseerd gaan worden is afhankelijk van diverse factoren en omgeven door onzekerheid. Het exacte moment waarop de lokale instroom in de bijstand af- of toe zal nemen is in de praktijk erg moeilijk te voorspellen. Dit hangt onder andere af van de instroom in de WW en vervolgens de gemiddelde duur van deze WW uitkeringen. Recent hebben we te maken met een verhoogde instroom van statushouders mede als gevolg van het inlopen van de taakstelling. Hier wordt, onder de nieuwe wet inburgering, extra ingezet op begeleiding, taalscholing en werkervaringsplaatsen. Veelal via duale trajecten. Daarnaast zien we dat met het aflopen van de verschillende Covid Rijkregelingen voor ondernemers het aantal aanvragen BBZ hoger is dan voor Covid. Via het Zelfstandigenloket wordt daarbij begeleiding en ondersteuning verzorgd voor deze (voormalig) ondernemers. Voor 2022 is de verwachting dat de klantenaantallen in de bijstand verder zullen dalen. We zien een steeds grotere vraag naar mensen in bijna alle sectoren. We hebben daarbij in toenemende mate te maken met een complexere (resterende) doelgroep. Dit vraagt om gemiddeld meer inzet om uitstroom uit de bijstand te bewerkstelligen. Zie hiervoor ook de toelichting bij taakveld 6.5. Vanaf 2022 is het aantrekkelijker om meer loonkostensubsidie in te zetten, vanwege de veranderde financieringsmethodiek.

Met ingang van 2022 worden gemeenten niet meer via een rekenmodel (het objectief verdeelmodel) gefinancierd voor loonkostensubsidies, maar op basis van de laatst verkende gerealiseerde uitgaven. De inzet van LKS leidt hiermee, voor een groter deel van de doelgroep, tot besparingen in de uitkering. Vooralsnog is de inschatting dat het gemiddelde klantaantal in 2022 uitkomt op 2.080, met een gemiddelde prijs van €15.345,- (De verwachting is daarmee dat de bijstandsverstrekkingen in lijn liggen met de te ontvangen rijksbijdrage. De loonkostensubsidie zal naar verwachting uitkomen op €1.2 miljoen, wat maakt dat de verwachte uitkeringslast uitkomt op €32,1 miljoen. Dit resulteert is een positieve afwijking ten opzichte van de begroting van ongeveer €1.3 miljoen. Op het moment is het nog erg onzeker hoe het lopende jaar zich gaat voortzetten. Er wordt daarom gewerkt met brede bandbreedtes. 2. Bijstandsuitkeringen (rijkbijdrage) De gemeente ontvangt een rijksbijdrage voor het verstrekken van de hierboven genoemde bijstandsuitkeringen, op basis van een objectief verdeelmodel. Deze verdeelsystematiek is in de afgelopen jaren (meerdere) malen op de schop gegaan. Vanwege de nieuwe financieringsmethodiek voor de loonkostensubsidies wordt vanaf budgetjaar 2022 binnen het macrobudget een apart deelbudget voor dit onderdeel geraamd.

Hiermee is in de begroting zo goed als mogelijk rekening gehouden. In de begroting 2022 is de rijksbijdrage geraamd op € 34,3 miljoen Op basis van de nieuwe publicatie 'nader voorlopige budgetten 2022' van de rijksoverheid op 29 april 2022 valt de rijksbijdrage zo'n € 3,3 miljoen lager uit dan waar in de begroting rekening mee is gehouden. Dit resulteert voor nu in een negatief resultaat op de BUIG, in september 2022 ontvangt de gemeente het definitieve budget voor 2022. Het BUIG budget fluctueert sterk, vanwege landelijke ontwikkelingen. Er wordt daarom gewerkt met ruime bandbreedtes. 3. Kwijtschelding en kwijting Inwoners die onvoldoende inkomen en/of vermogen hebben komen in aanmerking voor kwijtschelding van de afvalstoffen- en de rioolheffing. Op dit moment is er nog geen aanleiding voor dit onderdeel een afwijking ten opzichte van de begroting te verwachten. Voor wat betreft kwijting (oninbaarheid in verband met faillissement of schuld) geldt dat een prognose lastiger te maken is. Vooralsnog wordt er voor dit onderdeel eveneens geen afwijking ten opzichte van de begroting verwacht. Vervolg op de volgende pagina.

Begrotingsmonitor mei 2022

9

Vervolg toelichting

4. Armoedebeleid De gemeente biedt (financiële) ondersteuning aan inwoners met een inkomen tot 130% van de bijstandsnorm binnen het armoedebeleid. Noodzakelijke bijzondere kosten worden vergoed aan inwoners die deze kosten zelf niet kunnen voldoen. De financiële resultaten zijn grotendeels afhankelijk van het beroep dat op de verschillende regelingen gedaan wordt. Het betreft voor een deel open einde regelingen. De afgelopen jaren is het beroep op bijna alle vormen van bijzondere bijstand in enige mate toegenomen. Gezien deze trend is het budget Armoedebeleid met ingang van 2022 structureel opgehoogd en met deze actualisatie gaan wij op dit moment uit van een neutraal jaarresultaat. De exacte effecten van diverse ontwikkelingen zijn echter lastig in te schatten, zodat in deze prognose wel met ruime bandbreedtes wordt gewerkt. Als gevolg van de stijgende prijsstijgingen en de inkomens die niet evenredig mee stijgen is de verwachting dat het aantal mensen in armoede toeneemt. Hoe groot deze toename zal zijn is, vanwege de vele invloeden, nog lastig te voorspellen. Voor de gestegen energiekosten heeft het kabinet besloten om huishoudens met energiearmoede – via gemeenten – een eenmalige toeslag te verstrekken. Daarnaast is niet uit te sluiten dat de trend van een toenemend gebruik zich - los van de prijsstijgingen - blijft voortzetten. 5.

Bijstand zelfstandigen Het ligt in de lijn der verwachting dat het beroep op de BBZ als gevolg van de coronacrisis zal toenemen. Mede dankzij de steunmaatregelen (o.a. door TOZO) is het aantal faillissementen in 2021 historisch laag. Hoewel het thans onmogelijk is een voorspelling te doen hoe omvangrijk deze stijging zal zijn is het belangrijk de ontwikkeling van het gebruik van de BBZ nauwkeurig te monitoren. 6. Overig (uitvoeringskosten en terugvorderingen) Het beroep op het ambtelijk apparaat is zowel kwalitatief als kwantitatief omvangrijk. Er zijn hoge ambities voor de stad, maar ook de coronapandemie is een uitzonderlijke situatie die veel extra regelingen en maatwerk vraagt. De bedrijfsvoering staat hierdoor onder druk en prioriteiten moeten worden gesteld. Voor 2022 is de huidige verwachting dat het Sociaal (Economisch) Domein qua bedrijfsvoering een neutraal jaarresultaat realiseert. Er is voor de gehele bedrijfsvoering Sociaal (Economisch) Domein in totaal €13.591.138 geraamd (saldo baten en lasten). Door de grote opgaves binnen het sociaal domein waaronder LNL, IGLO, enz. is er een kans dat alsnog gedurende het jaar een afwijking op de begroting ontstaat, om deze reden zijn bandbreedtes opgenomen. Het budget van de terugvorderingen zijn in 2021 bijgesteld, waardoor er nu geen afwijkingen verwacht worden.

Bedragen x €1.000

Afwijking ten opzichte van begroting 2022

1.

Baten

6.4 Begeleide participatie

Lasten

Begroting 2022

(inclusief bandbreedte)

Saldo

Wet Sociale Werkvoorziening (Wsw)

€

- €

6.467

€ 6.467

Taakveld 6.4 - totaal vastgestelde begroting 2022

€

- €

-6.467

-€ 6.467

Ongunstig

Taakveld 6.4 - verwachte afwijking jaarrekening 2022

-€ 300

Verwacht

Gunstig

€0

€ 100

€0

Toelichting op verwachte afwijking en duiding van bijbehorende bandbreedtes

Met de komst van de Participatiewet zijn de Wet Werk en Bijstand (WWB), een groot deel van de doelgroep die voorheen naar de Wajong zou zijn gegaan en de Wet sociale werkvoorziening (Wsw) samengebracht in één beleidskader. De uitvoering van dit beleidskader komt in de gemeentebegroting terug via drie opeenvolgende taakvelden: - Taakveld 6.3 Inkomensregelingen (het verstrekken van bijstandsuitkeringen aan inwoners die daar recht op hebben) - Taakveld 6.4 Begeleide participatie (de sociale werkvoorziening) - Taakveld 6.5 Arbeidsparticipatie (re-integratie / toeleiding naar werk van inwoners die een beroep kunnen doen op ondersteuning arbeidstoeleiding in kader van de Participatiewet. 1. Wet Sociale Werkvoorziening (Wsw) De gemeente geeft uitvoering aan de Wet Sociale Werkvoorziening via de GR IJsselmeergroep waarin ook Noordoostpolder en Urk participeren. Na besluitvorming in de drie gemeenteraden van de deelnemende gemeenten is de organisatievorm van de GR IJsselmeergroep per 01-01-2020 omgezet van openbaar lichaam in een bedrijfsvoering organisatie. De Wsw wordt de komende jaren afgebouwd en dit gebeurt financieel sneller dan de geprognosticeerde afname van het aantal medewerkers binnen de Wsw. Dit zorgt - naast de jaarlijkse krimpende bijdrage per gerealiseerde arbeidsplaats (uitgedrukt in arbeidsjaren) - op middellange termijn voor financiële uitdagingen.

De extra rijksbijdrage in verband met de coronacrisis voor de Wsw sector in 2020 en 2021 heeft er toe bijgedragen dat 2021 naar bijgedragen in een klein negatief resultaat voor de GR IJsselmeergroep en een positief resultaat voor Concern voor Werk. De coronacrisis is nog niet afgerond. De maatregelen die kostenverzwarend zijn voor de exploitatie van Concern voor Werk kunnen naar verwachting door de GR IJsselmeergroep en de NV worden opgevangen. Niet waarschijnlijk is dat er in 2022 nog een extra bijdrage van het Rijk komt i.v.m. de coronacrisis.

Begrotingsmonitor mei 2022

10

Bedragen x €1.000

Afwijking ten opzichte van begroting 2022

1. 2.

Re-integratie / toeleiding naar werk Personele inzet

Baten

6.5 Arbeidsparticipatie

Lasten

Begroting 2022

(inclusief bandbreedte)

Saldo

€ €

- € - €

5.614 1.558

€ 5.614 € 1.558

€ Taakveld 6.5 - verwachte afwijking jaarrekening 2022

- €

-6.383

-€ 6.383

Taakveld 6.5 - totaal vastgestelde begroting 2022

Ongunstig

-€ 300 -€ 200

Verwacht

Gunstig

€0 €0

€ 300 € 200

€0

Toelichting op verwachte afwijking en duiding van bijbehorende bandbreedtes

Dit taakveld heeft betrekking op re-integratie en het toeleiden naar werk van inwoners die recht hebben op een ondersteuning op grond van de Participatiewet (zie taakveld '6.3 Inkomensregelingen'). Dit betreft ook niet-uitkeringsgerechtigden werkzoekenden en jongeren. Onderdeel van de Participatiewet is dat nieuwe instroom in de sociale werkvoorziening niet langer mogelijk is met ingang van 1 januari 2015. Daarnaast is er een groei van het aantal statushouders binnen de re-integratie. Inwoners die onderdeel uitmaken van deze 'nieuwe doelgroep' worden voortaan ondersteund en begeleid binnen de activiteiten die onderdeel uitmaken van dit taakveld. 1. Re-integratie / toeleiding naar werk Tot de coronacrisis was sprake van een krimpend bestand met een complexere doelgroep. Dit vroeg om gemiddeld meer inzet om uitstroom uit de bijstand te bewerkstelligen. De verwachte toename door invloed van de coronacrisis van de instroom is grotendeels uitgebleven. Het toeleiden van de nieuwe instroom naar kansrijke sectoren is de uitdaging voor de komende jaren. Tegelijkertijd moet er blijvend aandacht voor en inzet blijven op het weer arbeidsfit maken en de arbeidstoeleiding van de groep met een grotere afstand tot de arbeidsmarkt. We hebben het gehele bijstandsbestand in 2021 gescreend en met iedereen gesprekken gevoerd over het perspectief naar werk. In 2022 e.v.

willen we in samenwerking met het MBO en werkgevers uit verschillende branches verder werken aan de ontwikkeling van wijk- en werkleerbedrijven voor de sectoren Zorg, Kinderopvang, Techniek, Bouw- infrastructuur en Logistiek. Voor de installatietechniek zetten we, samen met het MBO en de brancheorganisatie in op kwalificerende opleidingen en traineeships. Met de werkleerbedrijven is hierbij de vraag van werkgevers uitgangspunt voor het begeleiden en arbeid kwalificerend toerusten van de werkzoekenden. We kunnen hiermee beter inspelen op het wegwerken van de mismatch van een groeiende vraag en een toenemend aantal kraptesectoren enerzijds en de mogelijkheden en capaciteiten van de werkzoekenden anderzijds. Het Werkbedrijf Lelystad heeft mede door de gunstige arbeidsmarktontwikkelingen de laatste jaren elk jaar ruim 300 personen succesvol naar reguliere arbeid begeleid. Na een beperkte daling in 2020 is, door de grote en groeiende vraag in bijna alle sectoren, vanaf het eerste kwartaal 2021 het aantal plaatsingen sterk toegenomen. Het Werkbedrijf heeft in 2021 circa 400 mensen weten te plaatsen. In het eerste kwartaal 2022 zijn inmiddels 118 mensen geplaatst. Behoudens bovenstaande ontwikkelingen worden er verder geen grote financiële afwijkingen ten opzichte van de begroting verwacht.

De inhoudelijke (uitstroom)doelstellingen uit de Participatienota lijken dit jaar gerealiseerd te gaan worden, maar de impact van Corona blijft moeilijk in te schatten. 2. Personele inzet Het beroep op het ambtelijk apparaat is zowel kwalitatief als kwantitatief omvangrijk. Er zijn hoge ambities voor de stad, maar ook de coronapandemie is een uitzonderlijke situatie die veel extra regelingen en maatwerk vraagt. De bedrijfsvoering staat hierdoor onder druk en prioriteiten moeten worden gesteld. Voor 2022 is de huidige verwachting dat het Sociaal (Economisch) Domein qua bedrijfsvoering een neutraal jaarresultaat realiseert. Er is voor de gehele bedrijfsvoering Sociaal (Economisch) Domein in totaal €13.591.138 geraamd (saldo baten en lasten). Door de grote opgaves binnen het sociaal domein waaronder LNL, IGLO, enz. is er een kans dat alsnog gedurende het jaar een afwijking op de begroting ontstaat, om deze reden zijn bandbreedtes opgenomen.

Begrotingsmonitor mei 2022

11

Bedragen x €1.000

Afwijking ten opzichte van begroting 2022

1. 2. 3.

Baten

6.6 Maatwerkvoorzieningen (Wmo)

Lasten

Begroting 2022

€ Woningaanpassingen, woondiensten, e.d. € Scootmobielen € Rolstoelen e.d. Taakveld 6.6 - totaal vastgestelde begroting 2022 € Taakveld 6.6 - verwachte afwijking jaarrekening 2022

(inclusief bandbreedte)

Saldo

- € -2.130 - € -1.900 - € -882

-€ 2.130 -€ 1.900 -€ 882

- €

-€ 4.912

-4.912

Ongunstig

-€ 750 -€ 500 -€ 100

Verwacht

€ 55 € 130 € 78

Gunstig

€ 750 € 500 € 200

€ 263

Toelichting op verwachte afwijking en duiding van bijbehorende bandbreedtes

Op basis van de Wet maatschappelijke ondersteuning zijn gemeenten verantwoordelijk voor het bieden van ondersteuning, waarbij het de bedoeling is dat inwoners zo lang mogelijk mee kunnen doen aan de samenleving en zoveel als mogelijk zelfstandig kunnen blijven wonen. Dit taakveld heeft betrekking op de verstrekking van materiële voorzieningen, die op basis van een beschikking worden verstrekt. Het gaat hierbij om woningaanpassingen, rolstoelen en scootmobielen maar ook om woondiensten, verhuiskosten en overige hulpmiddelen. Deze verstrekkingen op basis van de Wmo zorgen ervoor dat mensen met beperkingen zelfstandig kunnen blijven functioneren. Deze activiteiten worden beschreven in het Programmaplan Sociaal Domein 2022. De financiële kaders 2022-2025 zijn als bijlage opgenomen in de Programmabegroting 2022-2025. 1., 2. en 3. Woningaanpassingen, woondiensten, scootmobielen en rolstoelen, e.d. Het nu nog geldende abonnementstarief, de vergrijzing en extramuralisering hebben effect op het gebruik van deze voorzieningen. Daarnaast zijn er vaker relatief dure woningaanpassingen doordat een passende andere woning moeilijk gevonden kan worden door krapte op de woningmarkt. Er wordt hierbij overigens steeds gezocht naar de goedkoopste adequate oplossing en vastgehouden aan het primaat van verhuizen.

Op dit moment gaan we er vanuit dat de uitgaven voor woningaanpassingen in lijn liggen met het budget. Prognoses op dit onderdeel zijn echter door grote fluctuaties in het uitgavenpatroon (aantal en omvang woningaanpassingen) zeer lastig. Op de overige onderdelen verwachten we eveneens dat de uitgaven redelijk in lijn liggen met de budgetten 2022. Per saldo ontstaat naar verwachting een relatief klein voordelig resultaat van €0,3 miljoen. Deze prognose is gestoeld op zeer beperkte realisatiecijfers over 2022 aangevuld met de trend van voorgaand jaar. Eventuele afwikkelingsverschillen 2021 kunnen op dit moment nog niet bepaald worden, maar zullen bij de begrotingsmonitor van september meegenomen worden in de prognose. De prognose voor de gehele Wmo is conform wet- en regelgeving verdeeld over de taakvelden 6.1, 6.2, 6.6, 6.71 en 6.81 (taakveld 6.1 en 6.81 zijn geen onderdeel van de begrotingsmonitor). Bij taakveld 6.2 is de toelichting op de gehele prognose wmo te vinden.

Begrotingsmonitor mei 2022

12

Bedragen x €1.000

Begroting 2022

1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8.

Saldo

€ € € € € € € €

117 450 -

€ -6.972 € -7.701 € -687 € -741 € € -374 € 300 € -998

-€ 6.972 -€ 7.701 -€ 687 -€ 624 € 450 -€ 374 € 300 -€ 998

€

567 € -17.173

-€ 16.606

Baten

Lasten

6.71 Maatwerkdienstverlening 18+ Huishoudelijke ondersteuning Ondersteuning thuis en Dagbesteding Aanvullende ziektenkostenverzekering chronisch zieken Regiotaxi Eigen bijdragen Lokaal transformatiefonds Beschermd Wonen Taakstelling Wmo Projecten e.d. Taakveld 6.71 - totaal vastgestelde begroting 2022 Taakveld 6.71 - verwachte afwijking jaarrekening 2022

Afwijking ten opzichte van begroting 2022 (inclusief bandbreedte) Ongunstig

-€ 500 -€ 50 -€ 100 -€ 100 -€ 100 €0 -€ 300 -€ 100

Verwacht

€ 818 €0 € 69 €0 € 25 €0 -€ 300 € 104

Gunstig

€ 1.500 € 50 € 100 € 100 € 100 €0 -€ 300 € 200

€ 716

Toelichting op verwachte afwijking en duiding van bijbehorende bandbreedtes

Op basis van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) zijn gemeenten verantwoordelijk voor het bieden van ondersteuning, waarbij het de bedoeling is dat inwoners zo lang mogelijk mee kunnen doen aan de samenleving en zoveel als mogelijk zelfstandig kunnen blijven wonen. Dit taakveld heeft betrekking op maatwerkdiensten die worden ingezet voor ouderen, mensen met een fysieke- of verstandelijke beperking en inwoners met psychosociale problematiek die zelfstandig wonen in Lelystad. Deze activiteiten worden beschreven in het Programmaplan Sociaal Domein 2022. De financiële kaders 2022-2025 zijn als bijlage opgenomen in de programmabegroting 2022-2025. 1. Huishoudelijke ondersteuning In de afgelopen jaren zagen we een aanzienlijke stijging van het gebruik van huishoudelijke ondersteuning als gevolg van de invoering van het abonnementstarief, de vergrijzing en de extramuralisering. In 2021 is deze stijging iets afgevlakt zodat het jaar 2022 met een lager aantal cliënten huishoudelijke ondersteuning wordt gestart dan medio 2021 nog werd verwacht. Dit leidt tot een mogelijk voordeel van ca. €0,8 miljoen in 2022 (zie verder bij taakveld 6.2 Wmo algemeen). 2.

Ondersteuning thuis en dagbesteding Het gaat bij ondersteuning thuis om extra ondersteuning om zelfstandig te kunnen blijven functioneren, zoals ondersteuning op het gebied van structuur, dagritme en praktische hulp bij taken gericht op het bevorderen, behouden en vergroten van zelfredzaamheid. Het gaat niet om persoonlijke verzorging (zorg aan het lichaam). Ondersteuning thuis is gebiedsgericht ingevuld. Er wordt gewerkt met hoofdaannemers die moeten zorgen voor een breed aanbod. Om alle vormen van ondersteuning te kunnen bieden werken ze samen met andere aanbieders die als onderaannemers worden ingezet. Dagbesteding is beschikbaar voor inwoners met complexe problematiek en een grote begeleidingsbehoefte. Deze taak is per aandachtsgroep ingekocht en ook hier wordt gewerkt met hoofdaannemers. De hoofdaannemers ontvangen een vooraf vastgesteld jaarbudget voor het bieden van maatwerk en passende ondersteuning. Als blijkt dat het aantal cliënten dat gebruik maakt van ondersteuning thuis of dagbesteding meer dan 5% afwijkt van de raming, dan zullen de gemeente en de hoofdaannemer met elkaar in overleg gaan om af te spreken hoe hiermee om te gaan. Het gaat hier om vooraf vastgestelde budgetten zodat de realisatie in principe gelijk is aan de raming. Wel kan er soms sprake zijn van incidentele afwikkelingsverschillen uit voorgaande jaren. 3.

Aanvullende ziektekostenverzekering chronisch zieken Deze maatregel is bedoeld voor inwoners met een laag inkomen die als gevolg van hun ziekte/handicap (veel) gebruik moeten maken van allerlei voorzieningen. Inwoners met een inkomen tot 130% van het sociaal minimum kunnen tegen een gereduceerd tarief een aanvullende verzekering afsluiten. Deze aanvullende verzekering heeft een pakket dat aantrekkelijk is voor mensen met veel kosten als gevolg van een handicap of chronische ziekte. Door een iets lager gebruik van de collectieve zorgverzekering wordt op dit moment een kleine onderbesteding ten opzichte van het budget verwacht (ca. €69.000). Wanneer de toestroom van vluchtelingen uit (o.a.) Oekraïne komende maanden zorgt voor een hoger gebruik van de voorziening, zal dit financieel voordeel mogelijk (deels) vervallen. Dit effect is niet exact in te schatten. 4. Regiotaxi Doordat er over 2022 nog geen facturen zijn ontvangen voor de faciliteit regiotaxi, hebben wij vooralsnog geen aanleiding om specifieke afwijkingen ten opzichte van het budget te verwachten. Inmiddels zijn er wel signalen dat de indexatie voor het vervoer (NEA-index) voor komend jaar boven de 10% uitkomt. Gelet op deze waarschijnlijk zeer forse indexatie is een overschrijding van het budget niet geheel uit te sluiten. 5.

Eigen bijdragen Het CAK stelt de eigen bijdragen op grond van de Wmo vast en int deze voor gemeenten. Het is nog onduidelijk wanneer het eigen bijdrage beleid wordt aangepast, zoals in het nieuwe Regeerakkoord is opgenomen maar de vewachting is dat dit in 2022 nog niet het geval zal zijn. Op basis van de realisatiecijfers tot en met april 2022 wordt verwacht dat de ontvangen eigen bijdragen redelijk in lijn zullen liggen met de begroting. Gezien genoemde onzekerheid wordt er wel een bandbreedte gehanteerd. Vervolg op de volgende pagina.

Begrotingsmonitor mei 2022

13

Vervolg toelichting

6. Lokaal transformatiefonds Beschermd Wonen De raad heeft in 2020 het Regionaal Kader Zorglandschap Wmo vastgesteld. Een van de belangrijke randvoorwaarde in dit kader is dat elke gemeente de lokale basis op orde brengt voor mensen met zwaardere GGZ problematiek. Bijvoorbeeld met een goed welzijnsaanbod, flexible ondersteuning (ook buiten kantooruren), preventie, vroegsignalering, integratie in de wijken en terugvalvoorzieningen dicht bij huis. In regionaal verband is afgesproken dat een deel van de rijksmiddelen die Almere als centrumgemeente ontvangt voor regionale Wmo taken in te zetten voor versterking van het lokale veld. Dit budget wordt ingezet voor lokale projecten die zijn gericht op passende ondersteuning voor cliënten die uitstromen uit het Beschermd Wonen en weer (zoveel mogelijk) zelfstandig in de wijk gaan wonen. Wanneer er sprake is van een andere fasering dan gedacht, zal aan de raad voorgesteld worden deze middelen door te schuiven. Op deze post worden derhalve geen financiële afwijkingen verwacht. 7. Taakstelling Wmo Deze taakstelling hangt samen met de door de raad gewenste invoering van een draagkrachttoets binnen de Wmo. Invulling vindt plaats met in achtneming van landelijke ontwikkelingen zoals die rondom het abonnementstarief. De taakstelling wordt betrokken bij het totale Wmoresultaat (zie ook bij taakveld 6.2 Wmo algemeen). 8.

Projecten Er vallen diverse projecten onder dit onderdeel. Zo kan er vanuit de Wmo kortdurend verblijf worden ingezet om een mantelzorger of huisgenoten tijdelijk te ontlasten. Ook de kosten van het respijthuis vallen onder de projecten. Door een nihil gebruik van Wmo kortdurend verblijf en een terugvordering over 2020 ten aanzien van het respijthuis, wordt hier een incidenteel voordeel van ca. €52.000 verwacht. Daarnaast is er het project 'GGZ in de wijk'. De opname duur in GGZ klinieken is aanzienlijk verkort en ook vanuit beschermd wonen wordt waar mogelijk de lijn richting zelfstandig wonen met begeleiding ingezet. We zien dat er mede hierdoor steeds meer mensen met GGZ problematiek zelfstandig (gaan) wonen in de wijk. Voor veel van deze mensen is ambulante behandeling en begeleiding/ondersteuning nodig. In overleg met de partijen wordt deze problematiek aangepakt en ervoor gezorgd dat deze inwoners op een goede manier zelfstandig in de wijk kunnen wonen en overlast wordt voorkomen. Hier worden geen grote afwijkingen voorzien (ca. €2.000 voordelig). Tot slot kunnen in specifieke situaties, vooral wanneer er sprake is van complexe problematiek, oplossingen nodig zijn die niet binnen het reguliere pakket passen. Voor deze situaties is budget gereserveerd zodat er ruimte is om te komen tot passende ondersteuning.

Gezien het uitgavenniveau in voorgaand jaar gaan we op dit moment uit van een slechts gedeeltijke uitnutting van het beschikbare budget (€50.000 voordelig). Afhankelijk van de ontwikkelingen in de komende maanden, wordt deze prognose in de begrotingsmonitor van september bijgesteld. De prognose voor de gehele Wmo is conform wet- en regelgeving verdeeld over de taakvelden 6.1, 6.2, 6.6, 6.71 en 6.81 (taakveld 6.1 en 6.81 zijn geen onderdeel van de begrotingsmonitor). Op taakveld 6.2 is de toelichting op de gehele prognose wmo te vinden.

Begrotingsmonitor mei 2022

14

Bedragen x €1.000

Afwijking ten opzichte van begroting 2022

Begroting 2022

Jeugdhulp met verblijf Hoogspecialistische hulp (LTA) Jeugd-GGZ Begeleiding en behandeling Niet gecontracteerde zorg Persoonsgebonden budget (PGB) Regie en administratie

Taakveld 6.72 - totaal vastgestelde begroting 2022

Lasten

1. 2. 3. 4. 5. 6. 7.

€ € € € € € €

€ Taakveld 6.72 - verwachte afwijking jaarrekening 2022

(inclusief bandbreedte)

Saldo

€ -12.039 € -850 € -7.000 € -7.000 € -600 € -400 € -1.300

-€ 12.039 -€ 850 -€ 7.000 -€ 7.000 -€ 600 -€ 400 -€ 1.300

- € -29.189

-€ 29.189

Baten

6.72 Maatwerkdienstverlening 18-

-

Ongunstig

-€ 1.200 -€ 200 -€ 1.000 € 250 -€ 400 -€ 100 -€ 200

Verwacht

-€ 934 -€ 50 € 500 € 1.750 -€ 200 €0 €0

Gunstig

€ 1.566 € 150 € 1.000 € 2.500 € 200 € 200 € 200

€ 1.066

Toelichting op verwachte afwijking en duiding van bijbehorende bandbreedtes

Op basis van de Jeugdwet hebben gemeenten met ingang van 2015 diverse verantwoordelijkheden op het gebied van de Jeugdzorg. Samen met taakvelden 6.2 Wijkteams en 6.82 Geëscaleerde zorg 18- wordt er efficiente en passende ondersteuning geboden aan jeugdigen en gezinnen, zodat zij zelfstandig kunnen deelnemen aan het maatschappelijk leven. De benodigde ondersteuning wordt tijdig en nabij geboden, zo zwaar als nodig en lichter zodra het kan. Naast deze inhoudelijke doelstellingen, is het betaalbaar houden van de jeugdzorg een belangrijk speerpunt. In dit taakveld zijn de lasten opgenomen die horen bij de vormen van jeugdhulp die door de gemeente als individuele (niet vrij toegankelijke) voorziening worden aangemerkt. De financiele kaders uit de programmabegroting 2022 - 2025 zijn geactualiseerd op basis van de realisatiecijfers van 2021 en het raadbesluit over de extra rijksmiddelen jeugdzorg. De totaal binnen de begroting beschikbare middelen voor jeugdhulp vormen de basis voor deze uitwerking. Ook in 2022 zijn er onzekerheden; de belangrijkste zijn: - Doorwerking coronacrisis in klantaantallen en kosten - Wijziging woonplaatsbeginsel - Nacalculatie verblijf 2022 (zgn.

risicodossier) - Afwikkeling vordering samenloop ambulante hulp met verblijf - Na-declaratie ambulante hulp door een aanbieder Deze onzekerheden komen tot uitdruking in de verschillende bandbreedtes, waarbij het mogelijk is dat eventuele mee- en tegenvallers tegen elkaar wegvallen. De lasten binnen dit taakveld hebben betrekking op: 1. Jeugdhulp met verblijf Voor het beschikbaar hebben van deze zorg (pleegzorg, residentiele jeugdhulp en jeugdzorgplus) zijn samenwerkingsafspraken gemaakt op regionaal niveau met de zes Flevolandse gemeenten. Jeugdhulp met verblijf is aanbesteed op basis van een taakgerichte opdracht en bekostiging. De onzekerheid in de prognose komt, omdat de impact van het nieuwe woonplaatsbeginsel per 1 januari 2022 lastig is in te schatten. Ook zijn er risico’s wat betreft de afwikkeling vordering samenloop en een nieuwe nacalculatie verblijf 2022 (zgn. risicodossier). 2. Hoogspecialistische hulp (LTA) Namens gemeenten heeft de VNG afspraken gemaakt met landelijke jeugdhulpaanbieders met een specialistische functie. 3. Jeugd GGZ Deze vorm van jeugdhulp koopt de gemeente voor een groot deel lokaal in. De aanbesteding van de lokale jeugd GGZ (instellingen) is uitgesteld naar 1 januari 2023. De hoogspecialistische functies voor de jeugd GGZ is op basis van samenwerkingsafspraken met de zes Flevolandse gemeenten regionaal ingekocht.

Voor 2022 is rekening gehouden met de doorwerking van de Coronacrisis en met wachtlijsten. 4. Begeleiding en behandeling Vanaf 2021 is er sprake van kostenreductie door de nieuwe kritische toegang (JEL en JPH) en de nieuwe aanbesteding per 1 juli 2021. De verwachting is dat dit in 2022 zich voortzet. Ook wordt in 2022 de aanbesteding voor FACT hervat. Vanwege een bezwaar was deze opgeschort. De verwachting is, dat door de striktere voorwaarden van de nieuwe aanbesteding de kosten voor FACT zullen dalen. Tegelijkertijd wordt er rekening gehouden met uitgestelde kosten door wachtlijsten en door uitgestelde zorg vanwege coronacrisis. 5. Niet gecontracteerde zorg In sommige individuele situaties biedt de ingekochte zorg niet de passende zorg die nodig is. Dan is er de mogelijkheid om hulp in te zetten van niet gecontracteerde jeugdhulpaanbieders. JEL beoordeelt kritisch of niet gecontracteerde zorg nodig is of dat er toch een alternatief voor handen is bij de gecontracteerde zorgaanbieders. Een toe- respectievelijk afname in de realisatie niet gecontracteerde zorg heeft een contra-effect op de kosten van de gecontracteerde zorg. Dit effect doet zich niet voor bij bepalingen van gecertificeerde instellingen. Indien GI bepaalt dat een bepaalde zorg nodig is, ook al is dit niet gecontracteerd, dan moet de gemeente deze zorg regelen.

Voor een deel van de jeugdigen die als gevolg van het nieuwe woonplaatsbeginsel per 1 januari 2022 onder verantwoordelijkheid van Lelystad zijn gekomen, maar die pleegzorg ontvangen buiten de regio Flevoland, worden ook maatwerkbeschikkingen afgegeven voor niet - geconracteerde ambulante zorg die zij in die gemeente krijgen. Vervolg op volgende pagina.

Begrotingsmonitor mei 2022

15

Vervolg toelichting

6. Persoonsgebonden budget (PGB) Jeugd Op het moment dat jeugdigen en ouders in aanmerking komen voor jeugdhulp op basis van een individuele voorziening, kunnen zij kiezen voor zorg in natura of een persoonsgebonden budget. De Jeugdwet stelt ten aanzien van het PGB een aantal beperkende voorwaarden, wat maakt dat er steeds vaker wordt gekozen voor zorg in natura. 7. Regie en administratie De kosten voor de gemeentelijke capaciteit en de administratieve verwerking voor de uitvoering van de Jeugdwet zijn opgenomen in dit onderdeel.

Bedragen x €1.000

Afwijking ten opzichte van begroting 2022

Baten

6.82 Geëscaleerde zorg 18-

Lasten

Begroting 2022

1. Jeugdbescherming en -reclassering (JB/JR) € 2. Veilig Thuis € 3. ACH en THV € Taakveld 6.82 - totaal vastgestelde begroting 2022 € Taakveld 6.82 - verwachte afwijking jaarrekening 2022

-

Saldo

(inclusief bandbreedte) Ongunstig

€ -3.000 -€ 3.000 € -615 -€ 615 € -180 -€ 180 € -3.795 € -3.795

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Lelystad&id=203c6a7d-ccbd-4637-a406-95c2285cdbcd