BL Agenda Natuur - Programma
Tekst van het document
PROGRAMMA ‘VAN GROEN DROMEN NAAR GROEN DOEN’ 2024-2027
Agenda natuur Gemeente Lelystad 2023
INHOUD
1. INTRODUCTIE
3
2. PROGRAMMA
7
3. PROGRAMMALIJNEN - NATUURINCLUSIEVE SAMENLEVING - STADSNATUUR - BUITENSTEDELIJKE NATUURONTWIKKELING - NATUURBELEVING & EDUCATIE
9
4. COMMUNICATIE & PARTICIPATIESTRATEGIE
24
5. MIDDELEN
27
7. BIJLAGEN
33
Beleidsvisie voor‘Van het Cultuurbeleid 20242030groen doen’ Programma groen dromen naar
2
1. INTRODUCTIE Bij vaststelling van het Raadsakkoord 2022-2026, de Strategische Agenda, Lelystad Next Level, Omgevingsvisie en Koersdocument zijn er stevige ambities en doelstellingen geformuleerd voor Lelystad als hoofdstad van de nieuwe natuur. Hiermee is natuur een belangrijke drager geworden voor verdere ontwikkeling van de stad. Natuur speelt een rol in de realisatie van meerdere maatschappelijke opgaven en is een hoofdaccent in het Raadsakkoord.
Leeswijzer Dit Programma gaat eerst in op het raamwerk dat door de raad is vastgesteld. Dit is het vertrekpunt geweest voor de verdere uitwerking. Vervolgens kijken we onder andere naar het programmadoel, randvoorwaarden en risico’s in hoofdstuk 2, gevold door de programmalijnen in hoofdstuk 3. Deze programmalijnen bevatten de doelen en inspanningen waar de komende jaren aan gewerkt gaat worden. In hoofdstuk 4 lichten we de communicatie- en participatiestrategie toe. De financiering van de inspanningen is inzichtelijk gemaakt in hoofdstuk 5.
Gemeente Lelystad staat bekend om het vele groen en (nieuwe) natuur. De basiskwaliteit voor het behouden en verder ontwikkelen van deze natuur is goed. Deze basis is het vertrekpunt. De opgave ligt in het creëren van een beter evenwicht tussen het bijdragen aan én gebruik maken van de natuur. Zo zijn de stad en haar inwoners beter bestand tegen huidige, maar vooral ook toekomstige, uitdagingen in een stad met groeiambities. Op 30 mei 2023 is de Strategie Agenda Natuur unaniem aangenomen door de raad. Dit betekent dat de visie en uitgangspunten, die samen met inwoners en partners zijn vormgegeven, als kader voor verdere uitwerking gelden. Als aanvulling daarop heeft de raad extra aandacht gevraagd voor de financiering, haalbaarheid, communicatie, KPI’s en een onderzoek naar de stand van wilde bestuivers. De uitwerking van de Strategie staat beschreven in dit Programma, Van Groen Dromen naar Groen Doen. Dit is de derde stap in het proces naar de uitvoering (zie figuur 1, Proces Agenda Natuur). De Strategie reikt tot 2030 en verder, maar dit Programma richt zich hoofdzakelijk op de periode 2024-2027. Net als de Strategie is ook het Programma tot stand gekomen met bijdragen van inwoners, ambtenaren en gebiedspartners. Zij hebben op verschillende momenten meegedacht en ideeën aangedragen.
Procesbeschrijving Agenda Natuur 1. Analysefase
Q4 2022
Strategie Agenda Natuur
Programma Agenda Natuur
Besluitvorming College en Raad
2. Opstellen strategie
3. Opstellen Programma 2024-2027
4. Opstellen jaarplan 2024 en projectvoorstellen
5. Uitvoering Agenda Natuur
Q1/Q2 2023
Q2/Q3 2023
Q4 2023
Q1 2024
Figuur 1: proces Agenda Natuur
Programma ‘Van groen dromen naar groen doen’
3
1.1 VISIE
‘Lelystad staat bekend om haar hoge natuurwaarden. De stad en het omliggend landschap zijn nauw verweven en onderscheiden zich door natuur van internationale allure. Lelystad heeft mede daardoor een gezond en prettig leefklimaat, waardoor (nieuwe) inwoners en bedrijven zich er graag vestigen.’ (Strategie Agenda Natuur, 30 mei 2023) Bovenstaande visie bestaat uit verschillende elementen die de volgende invulling kennen: Hoge natuurwaarden: een gezond, robuust en biodivers ecosysteem in en buiten de stad, welk bestand is tegen klimaatverandering. We zorgen goed voor onze soorten, waarbij een natuurinclusieve aanpak bij elke ontwikkeling het uitgangspunt is. Stad en omliggend landschap zijn nauw verweven: waarbij de ruimtelijke hoofdprincipes uit de Omgevingsvisie centraal staan. Zo ontleent de stad haar identiteit aan het landschap met natuur in en rondom de stad. Groenstructuren sluiten zoveel mogelijk op elkaar aan, van hof tot horizon, waardoor planten, dieren en mensen makkelijk in hun eigen biotoop kunnen komen en leven. De groenstructuur is hiërarchisch opgebouwd, welke bepalend is voor programmering van verschillende functies. Natuur van internationale allure: In Lelystad maken we (nieuwe) natuur. Een binnendijkse rivierdelta, dynamische eilanden in een voormalige zee-arm en zeer biodiverse bossen op voedselrijke kleibodems.
We zijn vooruitstrevend en bieden experimenteerruimte. We dragen de groene identiteit van de stad uit. Programma ‘Van groen dromen naar groen doen’
Gezond en prettig leefklimaat: Natuurlijke omgevingen leveren op verschillende manieren een bijdrage aan het verhogen van de betrokkenheid van mensen en hun gezondheid. Meer natuur in de directe woonomgeving verbetert het welzijn van de mens en kan bijdragen aan sociale cohesie in de buurt. De vitaliteit en weerbaarheid van onze inwoners wordt verhoogd en positieve gezondheid wordt gestimuleerd. Er is een duidelijke samenhang tussen verduurzamingsopgaven, natuurherstel en versterking van de biodiversiteit. Klimaatadaptatie betreft de inzet om hittestress te vermijden en wateroverlast beter op te kunnen vangen. (Stedelijke) soorten zijn in evenwicht, zodat het ontstaan van ziekten en plagen tot een minimum beperkt wordt. Natuur draagt bij aan een aantrekkelijker vestigingsklimaat: Vestigingskeuzes worden in steeds sterkere mate bepaald door een aantrekkelijke woonomgeving en de nabijheid van recreatieve voorzieningen. Lelystad biedt groene, onderscheidende woonmilieus en recreatie- en natuurgebieden van internationale allure. Als groene stad vormt Lelystad een aantrekkelijk alternatief voor drukkere gebieden in de Randstad; ook voor bedrijven waarvan de medewerkers graag in een groene omgeving wonen en werken. Daarom moet de belevingskwaliteit van het groen en water in balans blijven met de groei van de stad. Dat geldt voor de wijken, maar ook voor de grotere groengebieden.
4
1.2 WAAR WERKEN WE NAARTOE?
Om de visie te verwezenlijken en samen aan de opgaven te werken waar Lelystad voor staat, werken we vanuit 5 uitgangspunten. Deze zijn, in samenhang met programma’s voor onder andere wonen, economie en mobiliteit, leidend voor de verdere concretisering naar inspanningen: 1. Natuurlijke processen krijgen een stevigere positie bij ruimtelijke ontwikkelingen Nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen worden natuurinclusief, waardoor maatschappelijke en economische activiteiten ‘verweven’ zijn met de natuur. Hiervoor kijken we naar de gesteldheid van het bodem-, water- en ecosysteem en zetten we in op activiteiten die geen negatieve effecten mogen hebben op natuurwaarden. Ook zetten we er op in dat er optimaal gebruik wordt gemaakt van wat de natuur te bieden heeft, en dragen we bij aan versterking van de natuur. Door een ‘Basiskwaliteit Natuur’ te hanteren geven we de natuur een stem. We creëren een set van condities, die als basis nodig zijn om algemene soorten algemeen te laten zijn binnen het Lelystadse ecosysteem. Het soortenmanagementplan (SMP) is hierbij het wettelijke minimum. We vullen dit aan met soorten die een indicator zijn voor succesvolle inrichting en beheer van de openbare ruimte. 2.
Stad en natuur zijn beter met elkaar verweven We verstevigen de positie van (stads)natuur, door het ontwikkelen van nieuwe groenblauwe verbindingen in de stad en van de stad naar het omliggende landschap. We werken de knelpunten en kansen voor natuur in deze ecologische verbindingen verder uit. Programma ‘Van groen dromen naar groen doen’
Ook lossen we bestaande knelpunten in verbindingen op. Deze kaarten vormen de basis voor een vernieuwd groenblauw raamwerk, dat vervolgens wordt vastgelegd in de Omgevingsvisie 2.0. De verbindingen binnen dit raamwerk dienen zowel de mens (recreatie, verkoeling etc.) als plant en dier (migratie, leefgebieden etc.). In de stad geven we invulling aan een natuurinclusieve samenleving en optimaliseren we het groen(beheer). Groene buitenruime is immers belangrijk in (hoogstedelijke) woongebieden. 3. Mens en natuur zijn meer met elkaar verbonden We dragen de groene identiteit van Lelystad uit en zetten in op een gezond leefklimaat voor onze inwoners. Natuurbeleving en natuureducatie zijn belangrijk om de inwoners en bezoekers (vroegtijdig) in contact te laten komen met de natuur. Daarom zetten we in op ontwikkelingen die dit versterken, zoals Nationaal Park Nieuw Land, Poort Oostvaardersplassen Lelystad en Kenniscentrum Nieuwe Natuur. Ook krijgen verschillende groenstructuren zoals parken en bossen een eigen inrichting en functie. Daarnaast betrekken we inwoners bij het beheer en onderhoud van groen. 4. Klimaatadaptieve maatregelen en versterken biodiversiteit gaan hand in hand We sluiten aan op de principes en doelen uit de Lelystadse Adaptatie Strategie (LAS).
Deze zijn onder te verdelen in vier thema’s: de woonomgeving, werklocaties, groenblauwe structuren en toekomstbestendige landbouw. Vanuit het leidende principe dat klimaatadaptieve maatregelen hand in hand gaan met het versterken van 5
1.2 WAAR WERKEN WE NAARTOE? de biodiversiteit hanteren we ‘groen, tenzij’. Dit betekent dat we de openbare ruimte (inclusief daken en gevels) groen inrichten, tenzij dat op die plek niet kan vanwege de vereiste functionaliteit. Om integraliteit te waarborgen en het meeste effect te bereiken, streven we naar gezamenlijke inspanningen. 5. Betere borging van natuur in de organisatie We zetten in op een betere borging van natuur in beleid, processen en projecten. Dit vraagt om een andere manier van (samen)werken binnen de organisatie en daarbuiten met onze gebiedspartners en bewoners. Hierbij is het van belang dat er voldoende capaciteit, kennis en financiering aanwezig is.
Programma ‘Van groen dromen naar groen doen’
6
2. PROGRAMMA
De ontwikkeling en verbetering van de natuur en de transitie naar een natuurinclusieve samenleving vraagt om langetermijndenken, waar veel partners, organisaties en inwoners een rol in hebben. Om deze verandering in gang te zetten is een programmatische aanpak de meest logische. We handelen doelgericht binnen een duidelijk afgebakende opdracht. En werken door bestaande structuren en systemen heen. Dit betekent biijvoorbeeld dat diverse teams binnen de organisatie aan de uitvoering van het programma werken. Een andere manier van (samen)werken met onze gebiedspartners en inwoners speelt hierin ook een belangrijk rol. Dit betekent dat de gemeente in sommige gevallen meer uit handen moet durven geven of juist meer de regie moet pakken. Daarnaast moeten we soms zoeken naar meer langdurige samenwerkingen om vanuit gedeelde belangen, vanuit de eigen rol, te werken aan een gezamenlijk doel. Programmadoel Waar de Strategie Agenda Natuur zich richt op een langere termijn vertaalt het Programma de uitgangspunten en visie naar doelen, inspanningen en middelen (DIM) die nodig en haalbaar zijn binnen de periode van vier jaar. Binnen deze periode en met het gereserveerde budget zetten we in op het bouwen van het fundament. Zodat we ook na deze periode door kunnen pakken. Dit doen we niet alleen met beleidsmatige interventies, maar ook fysieke ingrepen.
Hiermee maken we zichtbaar dat een natuurinclusieve en klimaatadaptieve stad haalbaar is. Het overkoepeld
Programma ‘Van groen dromen naar groen doen’
programmadoel is dat binnen vier jaar de condities op orde zijn om blijvend te kunnen werken aan een natuurinclusief en klimaatadaptief Lelystad, waarmee we de hoofdstad van de nieuwe natuur zichtbaarder maken. Randvoorwaarden We maken in dit Programma afwegingen en lichten toe waarom we bepaalde maatregelen wel of niet nemen. Dit helpt om breed draagvlak te ontwikkelen voor onze plannen; zowel intern (bestuurlijk en ambtelijk) als extern (gebiedspartners en bewoners). Een nieuwe manier van samenwerken vraagt om experimenteerruimte en vertrouwen in elkaar. Daar is vervolgens expertise, capaciteit en financiering voor nodig. We durven vast te houden aan de visie, ook als niet iedereen daar klaar voor is. Natuur(ontwikkeling) vraagt om een langetermijn insteek en daarmee langetermijnhandelen. Maatregelen die komende jaren worden ingezet dragen hieraan bij. Risico’s Kortetermijnbeleid en besluiten binnen deze, maar ook binnen andere opgaven, kunnen invloed hebben op (de uitvoering van) het Programma. Dit betreft niet alleen de interne besluitvorming, maar ook besluitvorming bij onze gebiedspartners. Er zit namelijk bij diverse inspanningen een grote afhankelijkheid van besluiten en financieringsbronnen bij Rijk en regio. Naast de besluitvorming kunnen ook bezuinigingen of capaciteitsproblemen optreden.
7
Tot slot is het een uitdaging gemeentelijk beleid goed af te stemmen op bovengemeentelijk beleid, zoals Provinciaal- en Rijksbeleid. Bovengemeentelijk beleid kan effect hebben op de gemeentelijke uitvoering, maar biedt mogelijk ook (financiële) kansen. Financiering Voor het Programma is middels de programmabegroting 2023-2026 een incidenteel bedrag van 2 miljoen euro gereserveerd. Daarnaast zijn er andere financieringsbronnen beschikbaar; zowel binnen de organisatie als bij derden. Om hier op de juiste manier gebruik van te kunnen maken, helpt het als er plannen klaarliggen. Zo kan er makkelijker aanspraak gemaakt worden op subsidiemogelijkheden. Aangezien niet altijd zeker is dat bepaalde financiering beschikbaar komt, moeten we rekening houden met het risico dat niet alle inspanningen (binnen de beoogde planning) uitgevoerd kunnen worden. De opbouw van het Programma maakt inzichtelijk waar, indien mogelijk, bepaalde financiering vandaan komt. Monitoring De ontwikkeling van de natuur in en om de stad wordt al via diverse monitoringprogramma’s gevolgd. Deze programma’s vormen de basis van onze monitoring om op hoofdlijnen te beoordelen hoe de strategische en operationele doelen per programmalijn zich ontwikkelen. We gaan als onderdeel van het Programma onderzoeken welke indicatoren de effecten goed in beeld brengen en of er additionele meetprogramma’s gewenst zijn.
In 2026 wordt er een brede evaluatie van het Programma uitgevoerd. Omdat de ontwikkeling van natuur vaak pas op een veel langere termijn effect heeft op de natuurwaarden, hanteren we Key Performance indicators (KPI’s) op uitvoeringsniveau. Naast de reguliere indicatoren over de ontwikkeling van soorten en hun leefgebieden, biedt de Groene Stad Challenge handvatten voor de ontwikkeling van additionele indicatoren. Met het oog op de doelen in dit Programma is een uitbreiding van KPI’s gewenst. Voor iedere programmalijn is een voorzet gedaan van mogelijke KPI’s. Deze zullen bij de uitwerking naar jaarplannen nader gedefinieerd worden.
Communicatie en participatie Communicatie en participatie heeft een belangrijke rol binnen de Agenda Natuur. Door middel van communicatie en participatie maken we natuur onderdeel van het dagelijks leven van mensen. Omdat natuur een breed begrip is, dat op diverse manieren geïnterpreteerd kan worden, zorgen we eerst dat de context duidelijk is, voordat we over concrete projecten communiceren. De communicatie en participatiestrategie bestaat dus uit twee communicatielijnen. Ten eerste maken we een overkoepelend kernverhaal, waarin we mensen bewust maken van het belang van natuur in ons dagelijks leven. Dit doen we onder andere met een kernboodschap, die onderdeel is van alle communicatie-uitingen over de Lelystadse natuur. De tweede lijn betreft communicatie en participatie over de programmalijnen, met bijhorende projecten. We vragen een adviescommissie met ons mee te kijken. Deze commissi bestaat onder andere uit leden van het Programmateam, de klankbordgroep en inwoners (Groene Ambassadeurs). In hoofdstuk 4 wordt de strategie nader toegelicht. Samenwerkingspartners Communicatie en participatie versterkt de samenwerking tussen gemeente, inwoners en stakeholders. We werken toe naar een grotere betrokkenheid. Tijdens bewonersavonden hebben een aantal inwonersal aangegeven dat zij zich graag inzetten als Groene Ambassadeurs. Dit werken we de komende maanden verder uit.
Daarnaast zien we dat, voor de realisatie van bepaalde inspanningen, nieuwe samenwerkingsverbanden nodig hebben. Hoewel gebiedspartners gedurende het proces hebben meegedacht, hebben we nog geen concrete samenwerkingsafspraken gemaakt. Hier geven we straks per inspanning invulling aan. In sommige gevallen is het nodig om breder te kijken dan de tot nu toe betrokken partijen.
Klik hier voor mogelijk te gebruiken inzichten van de gemeente Lelystad. (bron: Groene stad Challenge)
Programma ‘Van groen dromen naar groen doen’
8
3. PROGRAMMALIJNEN
Aan de hand van een viertal programmalijnen werken we met een Doelen-Inspanningen-Middelen (DIM) systematiek. De programmalijnen zijn een nadere invulling van de Strategie Agenda Natuur (zie onderstaand schema). Elke programmalijn bestaat uit een aantal onderdelen, waarbinnen verschillende inspanningen vallen die de komende 4 jaar worden opgepakt. Deze inspanningen leveren in meer of mindere mate een bijdrage aan de uitgangspunten. Het is belangrijk dat de programmalijnen niet los van elkaar gezien worden. Inhoudelijk zit er in sommige inspanningen een volgordelijkheid of zijn er raakvlakken.
Strategie
‘Lelystad staat bekend om haar hoge natuurwaarden. De stad en het omliggende landschap zijn nauw verweven en onderscheiden zich door natuur van internationale allure. Lelystad heeft mede daardoor een gezond en prettig leefklimaat, waardoor nieuwe bewoners en bedrijven zich er graag vestigen.’
Natuurlijke processen krijgen een stevigere positie bij ruimtelijke ontwikkeling
Stad en natuur zijn beter met elkaar verweven
Mens en natuur zijn meer met elkaar verbonden
Klimaatadaptatie en versterken biodiversiteit gaan hand in hand
Borg natuur in het beleid en de organisatie
Programma
‘Binnen vier jaar zijn de condities op orde om blijvend te kunnen werken aan een natuurinclusief en klimaatadaptief Lelystad, waarmee we de hoofdstad van de nieuwe natuur zichtbaarder maken.’ 1. Natuurinclusieve samenleving
2. Stadsnatuur
3. Buitenstedelijke natuurontwikkeling
4. Natuurbeleving en educatie
Doel: Natuurlijke processen en klimaatadaptatie maken integraal onderdeel uit van ruimtelijke ontwikkelingen door ervoor te zorgen dat de basis op orde is.
Doel: We werken aan groen ontwerp, inrichting, realisatie en beheer van de openbare ruimte gericht op een robuust stedelijk ecosysteem.
Doel: We werken aan het tot stand brengen en behouden van hoge natuurwaarden door een robuust ecosysteem met goede verbindingen tussen buitenstedelijke leefgebieden, overgangszones en het stedelijk ecosysteem.
Doel: Het activeren van mensen een bijdrage te leveren aan de groene, gezonde stad door ze op een makkelijke manier in contact te laten komen met de natuur bij huis, in de stad en daarbuiten.
Programma ‘Van groen dromen naar groen doen’
9
3.1 PROGRAMMALIJN 1: Natuurinclusieve samenleving
Om met de grote (transitie)opgaven van Lelystad aan de slag te gaan, biedt natuurinclusief werken kansen en oplossingen. Natuurinclusief werken krijgt ook landelijk en provinciaal veel aandacht. Denk daarbij aan de landelijke Agenda Natuurinclusief en de bouwstenennotitie Flevoland Natuurinclusief. Een concrete vertaling op gemeentelijk niveau is nodig om de visie en doelen om te zetten naar praktisch werken en uitvoeren. Samenwerking met verschillende partijen en gebiedspartners is nodig om deze verandering in gang te zetten. Lelystad maakt natuurlijke processen en klimaatadaptatie integraal onderdeel van (nieuwe) ruimtelijke ontwikkelingen. Wat dit precies betekent is uitgewerkt in twee programmalijn-onderdelen: 1. Basis op orde, 2. Natuurinclusieve en klimaatadaptieve nieuwbouw en bestaande bouw.
Programma ‘Van groen dromen naar groen doen’
10
3.1.1. BASIS NATUUR OP ORDE
Momenteel ontbreekt er bij de gemeente eenduidig beleid om natuur (juridisch) te borgen bij ruimtelijke ontwikkelingen. Lelystad werkt al aan verschillende projecten om de huidige stand van de natuur beter in beeld te brengen (o.a. via een Soortenmanagementplan en omgevingsvisie). Echter is er meer nodig om structureel de juiste afwegingen te kunnen maken en natuur een stem te geven.
DOELEN • • • •
Meer inzicht in de huidige stand van de natuur in Lelystad. Duidelijke kaders formuleren die nodig zijn om de juiste afwegingen te kunnen maken. Betere beleidsmatige en juridische borging van natuur. Meer scherpte krijgen in de te nemen maatregelen.
MOGELIJKE KPI’S • •
Populatie ontwikkeling indicatorsoorten Aantal gerealiseerde inspanningen
LELYSTAD WERK AL AAN •
•
•
•
Het Soortenmanagementplan (SMP). Hierin worden gebouwbewonende soorten met een zware beschermingsstatus behandeld. In het SMP wordt beschreven hoe deze soorten in een goede staat van instandhouding gebracht en gehouden worden. Voor ontwikkelingen die mogelijk schadelijk kunnen zijn, wordt gewerkt aan een gebiedsontheffing. Monitoring. Sinds 2009 worden stedelijke soorten gemonitord conform het gemeentelijk monitoringsplan. Hieruit is de trend van de betreffende soorten te bepalen. Er wordt gewerkt aan een nieuw monitoringsplan voor SMP-soorten, indicatorsoorten en wilde bestuivers. Doorontwikkeling van de Omgevingsvisie in de ruimtelijke vertaling. Er is een Barcode opgesteld waarin voor alle ruimtevragende functies richtlijnen zijn gedefinieerd. Ook voor groen en blauw. Het is een tool om tot afwegingen te komen voor ruimtelijke ontwikkelingen. Een Dashboard Natuur. Het bevat relevante natuurdata voor de gemeentelijke organisatie. Het dashboard maakt data toegankelijk op het gebied van klimaatadapatie, bestaande groene omgeving, waarnemingen, waardering groene leefomgeving en bezoekersaantallen natuurgebieden.
Programma ‘Van groen dromen naar groen doen’
LELYSTAD GAAT WERKEN AAN (INSPANNINGEN) 1. Definieren Basiskwaliteit Natuur Lelystad sluit aan op de landelijke noodzaak om tot een definitie van een Basiskwaliteit Natuur te komen. Basiskwaliteit Natuur (BKN) gaat over de condities die nodig zijn om algemene soorten algemeen te laten blijven of worden. Het is een minimumniveau van natuurkwaliteit buiten beschermde gebieden. Het is van belang om lokale habitattypen en soortencategorieën in beeld te brengen en doelstellingen af te stemmen op de grootte van de ontwikkeling/het project, gebiedspecifieke condities en de groen- en waterstructuren in de omgeving. 2. Groenblauwe Hoofdstructuur Een groenblauwe hoofdstructuur zorgt ervoor dat we belangrijke groengebieden in de stad versterken, verbinden en beschermen. Het is een juridisch (planologisch) instrument dat helpt om een goede afweging te kunnen maken bij ruimtelijke vraagstukken. Het netwerk brengt ook in beeld waar knelpunten zijn in het totale ecosysteem. De knelpunten die al in beeld zijn worden opgepakt in programmalijnen twee en drie. Voor nieuw in beeld gebrachte knelpunten in de bestaande groenblauwe structuren wordt, in afstemming met de overige programmalijnen, een plan van aanpak opgesteld hoe deze opgelost kunnen worden. Ook verkennen we of het hanteren van een groennorm helpt bij het behalen van de doelen. 3.
Digitale omgeving inrichten Inrichten van een digitale omgeving om werkprocessen te vergemakkelijken. Een goed voorbeeld hiervan is de mogelijkheid om de ecologische beoordeling van vergunningen geautomatiseerd te maken. Daarnaast zijn er systemen die inzichtelijk maken wat het effect is van bepaalde klimaatadaptieve en natuurinclusieve maatregelen.
11
3.1.2. NATUURINCLUSIEVE EN KLIMAATADAPTIEVE (NIEUW)BOUW
Groene oplossingen die gebaseerd zijn op natuurlijke processen en structuren hebben de voorkeur boven technische oplossingen. Dit sluit aan bij het principe: groen, tenzij. Bij gebiedsontwikkelingen wordt ontwikkeld vanuit het landschap, bestaande en gewenste structuren, zoals de bodem, groen en water, als de basis voor het ontwerp. De voorkeur gaat uit naar een ontwerp met biodivers groen, dat p verbonden is met en de omliggende groen- en waterstructuren versterkt. De Lelystadse indicatorsoorten spelen hierin een centrale rol. Bij de afweging tussen natuurlijke groene versus technische oplossingen worden de maatschappelijke- en milieukosten en baten naast mogelijke financiële voor- en nadelen in de ontwerp-, aanleg- en beheerfase meegenomen. Binnen deze opgave is ook het thema groene en gezonde leefomgeving een belangrijke om verder uit te diepen.
DOELEN • • •
•
Betere beleidsmatige en juridische borging van natuur. Inspireren en motiveren interne organisatie door concretere handvatten te bieden. Drempels wegnemen om meer natuurinclusief en klimaatadaptief te ontwerpen, ontwikkelen en te beheren. Opgaves integraal benaderen, waarin we een betere verbinding leggen tussen openbare ruimte, bebouwing, natuur, klimaatadaptie en gezondheid.
MOGELIJKE KPI’S • • • • • • •
Populatie ontwikkeling indicatorsoorten. Aantal gerealiseerde inspanningen. Aantal gemeenteprojecten met de aanduiding natuurinclusief. Verhouding type vegetatie (bomen, gazon, heesters) Toename (kwaliteit) groen in de stad. Beschikbaarheid m2 groen per inwoner, ook als de stad groeit. Waardering groene wijken en buurten (inwonerspeiling Groene Stad).
LELYSTAD WERKT AL AAN •
Uitvoering van de Lelystadse Adaptatie Strategie (LAS), samenwerking Klimaatadaptatie Flevoland (KAF) en het opstellen van de Regionale Adaptatie Strategie (RAS).
Programma ‘Van groen dromen naar groen doen’
•
•
• •
Opstellen van een leidraad Duurzame Gebiedsontwikkeling. Waarin (procesmatige) handvatten worden geboden voor het realiseren van duurzame gebiedsontwikkelingen. Uitwerken businesscase Convenant Toekomstbestendige bouw MRA om kosten en baten voor klimaatadapatief en natuurinclusief ontwikkelen inzichtelijk te maken. Samenwerking Duurzaam Door. Regionale samenwerking op duurzaamheidsthema’s. Integrale Wijkaanpakken met programmering en aanpak per buurt ingezet vanuit Lelystad-Oost en het Volkshuisvestingsfonds.
LELYSTAD GAAT WERKEN AAN (INSPANNINGEN) 1. Kennisontwikkeling en Handboek natuurinclusief en klimaatadaptief ontwikkelen Om natuurinclusief te kunnen gaan ontwerpen, ontwikkelen en beheren is kennisontwikkeling nodig. Er is behoefte aan een ‘Handboek natuurinclusief en klimaatadaptieve ontwikkelen’, waarmee ontwerpers, (landschaps)architecten, ontwikkelaars en ambtenaren aan de slag kunnen voor het ontwerp, inrichting en beheer van gebouwen en de openbare ruimte. Door dit op te stellen met een kwartiermaker en aan te vullen met een te ontwikkelen kennisprogramma voor verschillende disciplines is het mogelijk om bijvoorbeeld incompany trainingen, masterclasses of inspiratiesessies te verzorgen. Hiermee beogen we dat er anders naar opgaven gekeken wordt en er daarmee oog is voor meer nature based solutions. 2. Verkennen aanvullende instrumenten Naast het handboek zijn er meerdere manieren om natuurinclusiviteit en klimaatadaptatie te borgen. Voorbeelden zijn een puntensysteem bij tenders, het opstellen van beleidsregels, het standaard opnemen in nota van uitgangspunten en programma’s van eisen als onderdeel van bestaande werkprocessen. De verkenning moet uitwijzen welke instrumenten geschikt zijn voor Lelystad. 3. Pilots gebiedsontwikkeling Er starten momenteel een aantal gebiedsontwikkelingen waarin we natuurinclusiviteit vanaf het begin mee kunnen nemen.
De Trommel in het Stadshart is daar één van.
12
3.1.2. NATUURINCLUSIEVE EN KLIMAATADAPTIEVE (NIEUW)BOUW
Ook wordt er gedacht aan verschillende woningbouwontwikkelingen in de stad. Door in te zetten op pilots leren we gaandeweg middels het projectmatig werken hoe we natuurinclusiviteit als integraal onderdeel mee kunnen nemen in de overwegingen. Het geeft inzicht in wat werkt en wat niet werkt. Hierin is het van belang om de ervaringen te bundelen, goede voorbeelden te filteren en dit te gebruiken voor een doorontwikkeling. 4. Pilot Lelystad Oost als proeftuin Samen Lelystad Oost is een integrale gebiedsaanpak dat zich richt op het versterken van de Zuiderzeewijk, Atolwijk, Boswijk en Waterwijk. Het is aangewezen als een van de kwetsbare gebieden in Nederland. Het Volkshuisvestingsfonds helpt de gemeente om onderhoudsachterstanden in te halen, woningen te verduurzamen en de leefbaarheid en woonomgeving te verbeteren (rehabiliteren openbaar gebied). Door dit direct op een natuurinclusieve en klimaatadapatieve manier te doen, en aandacht te hebben voor positieve gezondheid, zal het resultaat beter worden. Dit gaat verder dan alleen het verbeteren van de uitstraling van een straat, wijk of buurt. Bij rehabilitatie wordt een integraal pakket aan maatregelen in de openbare ruimte uitgevoerd, om ook de leefbaarheid en veiligheid te vergroten.
Programma ‘Van groen dromen naar groen doen’
5. Pilot toekomstbestendige werklocaties De gemeente werkt vanuit het Economische Perspectief Lelystad aan toekomstbestendige werklocaties. Verschillende maatschappelijke transities volgen elkaar momenteel in rap tempo op. De inrichtingseisen van bedrijventerreinen zijn mede hierdoor aan verandering onderhevig. De gemeente heeft de ambitie om samen met haar partners vanuit een meer integrale aanpak te werken aan de toekomstbestendigheid van het bestaande aanbod bedrijventerreinen in de gemeente. De aanpak is vormgeven langs vier lijnen: vergroenen, circulair, energie/ verduurzaming en ruimtelijke kwaliteit. We verkennen gezamenlijk de mogelijkheden om op het landelijke programma ‘Werklandschappen van de Toekomst’ aan te sluiten. De regie voor deze pilot ligt bij Economische Zaken. Vanuit dit Programma haken we op de lijnen vergroenen en klimaatadaptatie (verduurzaming).
13
3.2 PROGRAMMALIJN 2: Stadsnatuur
De programmalijn ‘Stadsnatuur’ is gericht op het werken aan een robuust stedelijk ecosysteem. De programmalijn draagt bij aan het streven om Lelystad in de top 5 groenste steden van Nederland te krijgen. Door stadsbrede groenprojecten integraal te plannen en uit te voeren verbeteren we het stedelijk ecosysteem en vergroenen we Lelystad. We ontwikkelen kwalitatief groene ruimtes en geven een kwaliteitsimpuls aan het bestaande groen. Dit kan bijvoorbeeld door ander beheer en onderhoud. Daarnaast is het verbinden van groene structuren in het stedelijk gebiedeen belangrijke opgave. Bij de uitwerking van de inspanningen staan de natuuren belevingswaarde centraal.
Programma ‘Van groen dromen naar groen doen’
14
3.2.1. STEDELIJK ECOSYSTEEM
Een gezond stedelijk ecosysteem is van essentieel belang voor zowel mensen als dieren en planten. Het zorgt voor migratiemogelijkheden en voedsel voor verschillende dieren en planten. Het levert ook zogenoemde ecosysteemdiensten op voor de mens. Het is daarom logisch om het stedelijk ecosysteem te verbeteren: we profiteren er zelf ook van. Ecosysteemdiensten voor de mens zijn bijvoorbeeld buitenrecreatie, verkoeling, bestuiving en houtproductie. De huidige staat van het systeem wordt onderzocht en beschreven in de Basiskwaliteit Natuur (programmalijn 1). De specifieke vergroeningskansen en kwaliteitsimpuls van het bestaande groen, door bijvoorbeeld anders te beheren, worden binnen deze programmalijn geïnventariseerd en uitgevoerd.
DOELEN • •
• • •
Verbetering van de kwaliteit zodat het openbaar groen bijdraagt aan het verbeteren van de biodiversiteit. Minder versnippering van bestaande groenstructuren door knelpunten in het ecosysteem op te lossen en nieuwe knelpunten te voorkomen. Lelystad in de top 5 groenste steden van Nederland. Toekomstbestendige groenstructuren met een hogere natuurwaarde. Meer beleefbaar groen dat uitnodigt om er gebruik van te maken.
MOGEIJKE KPI’S • • • • •
Populatie ontwikkeling indicatorsoorten. Verhouding type vegetatie (bomen, gazon, heesters). Toename (kwaliteit) groen in de stad. Beschikbaarheid m2 groen per inwoner, ook als de stad groeit. Waardering groene wijken en buurten (inwonerspeiling Groene Stad).
LELYSTAD WERKT AL AAN •
•
•
Regionale samenwerking Groene Stad Challenge om inzichtelijk te krijgen hoe de gemeente scoort en waar de verbeteringen nodig zijn. Plannen ten behoeve van vergroening in de gebiedsontwikkeling Stationsgebied gekoppeld aan actieplan biodiversiteit Provincie Flevoland. Actieplan Stadshart, waarin toegewerkt wordt naar een plan van aanpak om het Stadshart op een hoger niveau brengen, door o.a. vergroening en vergroten belevingswaarde.
Programma ‘Van groen dromen naar groen doen’
•
Mensen Maken de Buurt. Faciliteren van groene initiatieven vanuit inwoners.
LELYSTAD GAAT WERKEN AAN (INSPANNINGEN) 1. Stadsparken De stadsparken hebben een belangrijke waarde voor mens en dier in de stad. Ze spelen een grote rol in de hiërarchische groenstructuren van de stad. De bestaande visie op de stadsparken is toe aan een herijking, mede doordat er meerdere parken bij zijn gekomen en er meerdere opgaven spelen, zoals afname van de biodiversiteit, gezondheid en klimaat. Bestuurlijk is er aandacht gevraagd voor het duurzaam in stand houden van de parken en het bewaken dat er bij woningbouwontwikkeling ruimte is voor groen en parken. Dit verhoogt de kwaliteit van leven in een stad. Een integrale herijking van de visie en het beheer is een eerste stap om daadwerkelijk tot herinrichting te komen van in ieder geval één stadspark, het Woldpark. 2. Vergroeningspotenties en ecologische verbindingen in de stad Op basis van de Groene Stad Challenge en de nog te ontwikkelen BKN en groenblauwe hoofdstructuur ontwikkelen we een kansenkaart voor het vergroenen en voor de verbetering van de biodiversiteit in de stad. Dit is het vertrekpunt van concrete ingrepen in de openbare ruimte, zodat bijvoorbeeld zinloze verharding omgezet kan worden naar groen. Dit gaat verder dan alleen optisch vergroenen. Denk ook aan het verhogen van biodiversiteit, verkoeling, schaduwwerking en vastleggen van CO2. De kansenkaart vertalen we in een plan van aanpak. 3.
Kansenkaart natuurinclusief Stadshart Er is urgentie om de openbare ruimte van het Stadshart kwalitatief te verbeteren. Een belangrijk onderdeel hierin is vergroening. Als dit op de goede manier wordt gedaan, draagt het bij aan het verhogen van de biodiversiteit, klimaatadaptatie en aantrekkelijkheid van het Stadshart. Ter voorbereiding op het actieplan Stadshart dat in ontwikkeling is, wordt er een kansenkaart natuurinclusief Stadshart ontwikkeld. Dit geeft inzicht in de potentiële vergroeningsplekken en de te nemen maatregelen, zoals groene gevels, groene daken, meer schaduwplekken of watergangen.
15
4. Verkenning gemeentelijke stadskwekerij We gaan de mogelijkheden voor een stadskwekerij verkennen. Grotere bomen uit deze kwekerij kunnen namelijk sneller bijdragen aan vergroening in de (groeiende) stad. Daarnaast werken zij tegen hittestress, dragen ze bij aan ecologische verbindingen en geven ze een kwaliteitsimpuls aan bestaand groen. De verkenning moet een businesscase opleveren waarin duidelijk wordt of het haalbaar is en op welke manier. Op de korte termijn wordt er gezocht naar een locatie waar tijdelijk te verplaatsen bomen opgeslagen worden. Ook gaan we een samenwerking aan met MeerBomen.nu. Hierdoor behouden we zaailingen uit bestaande bosgebieden en kunnen deze worden uitgedeeld aan inwoners en bedriijven of worden herplant in de stad.
Wat echter nog ontbreekt is een goed monitoringsplan gericht op deze soorten, zodat we meer inzicht krijgen in het effect van deze maatregelen. Omdat het erg complex en kostbaar is om het als gemeente volledig zelf te doen, zoeken we zo veel mogelijk aansluiting bij reeds lopende initiatieven of alternatieve onderzoeksmethoden, zoals Citizen Science.
5. Monitoring Wilde bestuivers In 2013 heeft de gemeente onderzoek laten doen naar wilde bijen in Lelystad. Sindsdien is er geen actualisatie geweest. Daardoor is het niet inzichtelijk welke maatregelen er zijn genomen en welk effect dat heeft gehad. Tegelijkertijd hebben wilde bestuivers het steeds moeilijker; onder andere door keuzes die overheden nemen. Wilde bestuivers krijgen binnen de verschillende inspanningen in dit Programma een plek. Denk aan de evaluatie van het maaibeleid, zorgen voor biodiverse vegetatie en ecologische bermen.
Programma ‘Van groen dromen naar groen doen’
16
3.2.2. ECOLOGISCH ONDERHOUD & BEHEER
Al jaren voert Lelystad ecologisch bermbeheer uit binnen de stad. Door dit uit te breiden naar ecologisch verantwoord beheer en onderhoud in andere groengebieden, leveren we een belangrijke bijdrage aan het gezonder maken van het stedelijk ecosysteem. Naast de natuurwaarden, verhogen we ook de belevingswaarde voor onze inwoners. Met de groei van de stad is meer recreatiedruk te verwachten. Een kwaliteitstimpuls in bestaande natuurgebieden richt zich daarom ook op de gewenste zonering van recreatie.
DOELEN • • • •
Verbetering van de kwaliteit zodat het openbaar groen bijdraagt aan het verbeteren van de biodiversiteit. Toekomstbestendige groenstructuren met een hogere natuurwaarde. Meer beleefbaar groen dat uitnodigt om er gebruik van te maken. Lelystad in de top 5 groenste steden van Nederland.
MOGELIJKE KPI’S • • • • • •
Populatie ontwikkeling indicatorsoorten. Verhouding type vegetatie (bomen, gazon, heesters). Toename (kwaliteit) groen in de stad. Beschikbaarheid m2 groen per inwoner, ook als de stad groeit. Waardering groene wijken en buurten (inwonerspeiling Groene Stad). Bezoekersaantallen natuurgebieden.
LELYSTAD WERKT AL AAN • •
• •
Ecologisch beheer. Ecologisch bermbeheer langs dreven wordt al jaren gedaan. Bosbeheerplan en bomenbeleidsplan. Het beheer van de gemeentelijke stadsbossen en bomen wordt vanuit een vastgesteld kader uitgevoerd. Mensen Maken de Buurt. Faciliteren van groene initiatieven vanuit inwoners. Groot en Regulier onderhoud. Incidenteel worden, waar mogelijk, natuuinclusieve en klimaatadaptieve maatregelen meegenomen.
LELYSTAD GAAT WERKEN AAN (INSPANNINGEN) 1. Kwaliteitsimpuls openbaar groen Lelystad heeft een scheve verhouding in typen vegetatie. Alleen al door 20% van het gazonoppervlak om te vormen naar hoogwaardig groen, verhogen we de inheemse biodiversiteit. Dit betekent voornamelijk dat we het beheer, waar mogelijk, aanpassen. Zo zorgen we Programma ‘Van groen dromen naar groen doen’
voor meer natuurlijke overgangen tussen vegetatielagen (mantel- en zoomvegetaties). Daarnaast biedt deze insteek ook mogelijkheden voor inwoners om via Mensen Maken de Buurt met initiatieven te komen die de biodiversiteit verhogen en sociale cohesie versterken. Denk aan pluktuinen, buurtmoestuinen, voedelsbosjes e.d. Om te bepalen waar het omvormen de meeste toegevoegde waarde heeft wordt een plan opgesteld. 2. Regulier en groot onderhoud Bij het regulier en groot onderhoud wordt ingezet op biodiversere vegetatie. Ook dient bij aanplant van nieuwe vegetatie gekeken te worden naar herkomst en de bijdrage die dit levert aan de BKN. Daarvoor is het nodig om inzicht te hebben in onderhoud- en beheersmaatregelen die passen bij de Lelystadse indicatorsoorten. Hier wordt een toolkit voor ontwikkeld, waarbij we aansluiten bij het Digitaal Handboek Openbare Ruimte. 3. Evalueren maaibeleid We gaan het maaibeleid evalueren om te bepalen of aanpassingen nodig zijn ter bevordering van de biodiversiteit. Daarin wordt ook natuurlijke begrazing als een van de toepassingen verkend (conform aangenomen motie). 4. Stadsbossen van de toekomst De stadsbossen hebben, net als de stadsparken, een belangrijke functie in het ecosysteem. Wegens de jonge aard van de bossen in Lelystad zijn er verschillende uitdagingen om deze gebieden toekomstbestendig te maken.
Los van de verschillende ziekten die de afgelopen jaren zijn uitgebroken (zoals essentaksterfte) zijn diverse boomsoorten het einde van de levensloop aan het bereiken. Om van de huidige bossen volwassen, sterke bosgebieden te maken zijn diverse maatregelen nodig. Door de benodigde kwaliteitsimpuls en toekomstige woningbouwontwikkeling in Lelystad is er voldoende aanleiding met een hernieuwde blik naar onze stadsbossen te kijken. We moeten verkennen welke mogelijkheden er zijn om de natuurwaarden én de betekenis voor de stad te behouden of te versterken. Dit doen we enerzijds door samen met Staatsbosbeheer een ontwikkelperspectief Stadsbossen van de Toekomst op te stellen. Anderszijds werken we conform onze onderhoudscyclus aan het minder scherp maken van bosranden, diversifiëring, toevoegen van waterstructuren, recreatiezonering en -voorzieningen e.d. In dit kader heeft de gemeente bij het Flevolands Programma Landelijk Gebied (FPLG) een voorstel gedaan voor het revitaliseren van 430 ha. bosgebied.
17
3.3 PROGRAMMALIJN 3: Buitenstedelijke natuurontwikkeling
Het stedelijk ecosysteem en de groene structuren in de stad staan niet op zichzelf. Omdat het onderdeel uitmaakt van een veel groter systeem moet Lelystad buiten het stedelijk gebied kijken. Natuurontwikkeling, overgangszones en ecologische verbindingen, ook in relatie tot het buitengebied, dragen bij aan de gewenste natuur- en belevingswaarden. Deze programmalijn werkt aan het tot stand brengen van een gezond buitenstedelijk ecosysteem met goede ecologische verbindingen tussen leefgebieden en het stedelijk ecosysteem. Hiervoor pakt Lelystad haar gemeentelijke rol en verantwoordelijkheden. We haken aan op regionale processen, werken samen met gebiedspartners en initiëren de ontwikkeling van nieuwe natuur.
Programma ‘Van groen dromen naar groen doen’
18
3.3.1. NIEUWE NATUURONTWIKKELING EN OVERGANGSZONES
Daar waar nodig wordt nieuwe natuur ontwikkeld om ecologische verbindingen te realiseren of te versterken met grotere regionale structuren of om die grotere structuren te verbinden met de stad. In de overgangszones zorgen we voor een zachte landing van de stad in de omgeving. Op alle niveaus (Rijk, Provincie, gemeente, waterschap) wordt hieraan gewerkt en daarom zoekt Lelystad samenwerking met deze mede-overheden. Vanuit het Rijk zijn doelen op het gebied van natuur, water en klimaat geformuleerd die door de Provincie Flevoland zijn verwerkt in een Flevolands Programma Landelijk Gebied. Lelystad participeert in dit programma en zal binnen de gemeentegrenzen ook een deel van de uitvoering op zich nemen. Ook binnen NOVEX-gebied MRA wordt op dit thema samengewerkt. Dit betekent ook dat we afhankelijk zijn van medeoverheden en andere partijen. De groene-blauwe structuren overstijgen Lelystad en daarmee vraagt dit in een aantal gevallen ook maatregelen buiten de eigen gemeentegrenzen. Deze maatregelen zijn op dit moment nog onvoldoende concreet om als inspanning op te nemen in het Programma, denk bijvoorbeeld aan de Knardijk als ecologische verbinding. Echter, wanneer het moment zich voordoet zal Lelystad de mogelijkheden onderzoeken om, passend bij de rol van de gemeente, bij te dragen.
Een aantal van deze nieuwe natuurontwikkelingen vragen grote investeringen die wij als gemeente niet alleen kunnen dragen. Daarom is deze programmalijn, meer dan de andere lijnen binnen het Programma, afhankelijk van de toekenning van middelen door het Rijk voor de realisatie.
• •
LELYSTAD WERKT AL AAN •
•
•
•
•
DOELEN • • • • •
Buitenstedelijke knelpunten oplossen en overgangszones realiseren en verbeteren. Robuuster maken van bestaande ecologische verbindingen. Bermen in het buitengebied meer laten bijdragen aan het ecologisch netwerk Meer duidelijkheid over gemeentelijke rol en inzet in toekomstbestendige landbouw. Daar waar mogelijk buitenstedelijke natuurontwikkeling en natuurbeleving meer aan elkaar verbinden.
MOGELIJKE KPI’S • •
Uitbreiding ecologische verbindingszones (in ha) Areaal Landbouw naar kringloop of natuurinclusief (ha) of m2 bloemrijke akkers
Programma ‘Van groen dromen naar groen doen’
Bezoekersaantallen natuurgebieden Aantal ecologische bermen in het buitengebied
•
Flevolands Programma Landelijk Gebied (FPLG) Lelystad heeft een aantal maatregelen voorgesteld voor het Flevolands Programma Landelijk Gebied. Deze zijn door de Provincie opgenomen in het conceptontwerpprogramma. Concreet gaat het om: Natuurontwikkeling ZuiderC, gebiedsprogramma Nationaal Park Nieuw Land, waterkwaliteit ‘t Bovenwater verbeteren, impuls robuust ecosysteem en de Natuurtoren Torenvalkslenk. IJsselmeerdijkversterking. Dit project bevindt zich in de planuitwerkingsfase. Het resultaat van de verkenningsfase is een voorkeursalternatief, waarbij voor het noordelijke deel een vooroeveroplossing (waar dit mogelijk is) nader wordt uitgewerkt (door Waterschap Zuiderzeeland). Oostvaardersoevers. Verbinding van Oostvaardersplassen, Markermeer en Lepelaarplassen om een sterk en levendig watergebied voor dieren en planten te realiseren. Doorontwikkeling Marker Wadden. Een doorontwikkeling van de Marker Wadden om een bijdrage te leveren aan de realisatie van het Toekomstbestendig Ecologisch Systeem (TBES) in het Markermeer - IJmeer. Uitwerking plannen Kernzone Natuur als drager voor ZuiderC. In ZuiderC wordt een grote hoeveelheid natuur gecreëerd met slenken, kruiden- en faunarijk grasland en bos. Hiermee neemt de natuur in omvang toe en daarnaast worden er een aantal belangrijke ecologische verbindingen gelegd tussen buitengebied en stad.
De natuur van Hollandse Hout wordt als een groene vinger de stad in gehaald. Zo ontstaat er een ook een verbinding met de natuur aan de oostzijde van Lelystad. Ecologische verbinding rondweg Zuid als ontbrekende schakel tussen natuurontwikkeling ZuiderC en Hollandse Hout.
LELYSTAD GAAT WERKEN AAN (INSPANNINGEN) 1. Groenblauwe dooradering landelijk gebied Op landelijk niveau is als doel gesteld om 10% van het landelijk gebied groenblauw te dooraderen. Op basis van de analyses die in programmalijn 1 worden gedaan, wordt inzichtelijk welke knelpunten er zijn waar de gemeente een rol in heeft.
19
3.3.1. NIEUWE NATUURONTWIKKELING EN OVERGANGSZONES
In provinciaal verband wordt er gewerkt aan het FPLG. Daar wordt integraal gekeken naar de te nemen maatregelen op regionale schaal. Voor deze inspanning wordt daarom nadrukkelijk de samenwerking gezocht met andere partners. Dit kan bijvoorbeeld door erfsingels als ecologische stepping stones langs erven. 2. Verkenning ecologische bermen landelijk gebied De gemeente is van veel bermen in het buitengebied eigenaar en ziet hier een kans om een bijdrage te leveren aan de groenblauwe dooradering van stad naar buitengebied (200ha). Hierbij gaat het om ecologische en insectvriendelijke wegbermen en ecologisch vriendelijk beheer. Momenteel verpacht Lelystad een groot deel van de bermen als agrarische bermen aan boeren. Slechts een beperkt deel van deze bermen wordt ecologisch beheerd. De haalbaarheid van de herinrichting van bermen en ecologisch beheer wordt nader onderzocht. 3. Uitwerking Groene Corridor Lelystad Airport Business Park kent een groene zone, de Groene Corridor. Deze gewenste verbinding lost een belangrijk knelpunt op door natuurgebieden aan de oostkant van Lelystad te verbinden met de Hollandse Hout. Inmiddels liggen er meerdere opgaven in deze zone. Initiatieven en nieuwe inzichten die er zijn doen mogelijk afbreuk aan de
Programma ‘Van groen dromen naar groen doen’
beoogde functie, omdat er geen uitwerking ligt voor de Groene Corridor. Binnen de projectmatige aanpak van LAB 2 wordt gestart met een ruimtelijke verkenning waarin ook de groenblauwe structuren meegenomen worden. Er is echter behoefte aan heldere kaders en richtlijnen voor deze groenstructuren waar naast de ecologische waarde ook aandacht is voor andere thema’s zoals recreatie. Het Programma levert daarom als resultaat een landschappelijk raamwerk met inrichtingsprincipes dat als input wordt gebruikt in de ruimtelijke verkenning. 4. Natuurinclusieve landbouw faciliteren Lelystad heeft een omvangrijk agrarisch gebied. De landbouw staat voor een grote opgave en in Flevoland kijken organisaties als BoerenNatuur Flevoland, de WUR, de Lelystadse Boer en Landschapsbeheer Flevoland naar mogelijkheden om de landbouw toekomstbestendig te maken. Natuurinclusieve landbouw, Agroforestry, alternatieve teelt (zoals in AgroProeftuin de Peel) en andere gewenste ontwikkelingen kunnen betekenen dat we als gemeente een andere rol moeten pakken of dat we de bestaande planologische kaders moeten aanpassen. Om de implicaties in beeld te brengen en te bepalen welke inzet er nodig is vanuit de gemeente om bij te dragen aan de transitie voeren we samen met de gebiedspartners een verkenning uit.
20
3.4 PROGRAMMALIJN 4: Natuurbeleving & educatie
We zetten in op aantrekkelijke natuurbeleving dicht bij huis, in de stad en daarbuiten. We werken aan de transformatie van kijkgroen naar beleefbaar groen en kiezen voor zonering, zodat er ruimte is voor recreatie én het behoud van de natuurwaarden. We brengen de natuur dichter bij onze inwoners, en beginnen hiermee al op jonge leeftijd door natuureducatie een structurele plek te geven. We activeren mensen om een bijdrage te leveren aan de groene en gezonde stad, door ze op een makkelijke manier in contact te laten komen met de natuur bij huis, in de stad en daarbuiten. Hierbij hebben we altijd oog voor de natuurwaarden.
Programma ‘Van groen dromen naar groen doen’
21
3.4.1. NATUURBELEVING
Hoewel natuurbeleving als integraal onderdeel meegaat met verschillende inspanningen, verdient het ook aparte aandacht. Natuurbeleving laat zich het beste omschrijven door: Het ervaren van de natuur door al je zintuigen. Bij beleefbare natuur draait het om de ontwikkeling van recreatiegroen in de buurt van steden, zodat natuur een bijdrage kan leveren aan een gezond en gelukkig bestaan. Er ligt een directe relatie met recreatiemogelijkheden voor inwoners en bezoekers, met voorzieningen, recreatieve infrastructuur en ruimte voor ondernemerschap.
DOELEN • • • •
Natuur in de stad en in het buitengebied beleefbaarder maken. Natuur levert een grotere bijdrage aan een aantrekkelijker woon- en vestigingsklimaat. Versnelling in het vergroenen van schoolpleinen. We bieden meer ruimte voor recreatiemogelijkheden in het groen zonder dat het een negatieve impact heeft op bestaande natuurwaarden.
MOGELIJKE KPI’S • • • •
Deelnemers aan natuureducatie, aantal schoolprojecten. Aantal groene schoolpleinen. Bezoekersaantallen natuurgebieden. Waardering groene wijken en buurten (inwonerspeiling Groene Stad).
LELYSTAD WERKT AL AAN • •
• •
•
De realisatie van Poort Oostvaardersplassen Lelystad fase 1 als entree naar het Nationaal Park Nieuw Land. Nationaal Park Nieuw Land. Het vergroten van de zichtbaarheid onder andere door herinrichting van rotondes en bebording. Gezamenlijke marketing en communicatie binnen het Nationaal Park Nieuw Land samenwerkingsverband Vrijetijdseconomie. De ontwikkeling van Lelystad als recreatiebestemming middels het uitvoeringsprogramma Vrijteijdseconomie. Onder andere door middel van het realiseren van een wandelknooppuntennetwerk. Vergroening van de schoolpleinen middels het Integraal Huisvestingsplan (IHP).
Programma ‘Van groen dromen naar groen doen’
LELYSTAD GAAT WERKEN AAN (INSPANNINGEN) 1. Gebiedsprogramma Nationaal Park Nieuw Land Er is een integrale visie en uitvoeringsplan nodig waarin Lelystad bepaalt op welke manier zij, samen met de gebiedspartners, inzet op de ontwikkeling van de deelgebieden binnen Nationaal Park Nieuw Land Lelystadse zijde. Hierin speelt de balans tussen de verbetering van de ecologische waarde en het toegankelijk en aantrekkelijk maken voor inwoners en bezoekers van buiten de stad een grote rol. De Lelystadse zijde loopt van Trintelhaven, Marker Wadden, Bataviakwartier tot Kop van de Knardijk, Bovenwater, Hollandse Hout en Oostvaardersplassem. Het vraagt om een proces waarbij er nadrukkelijk samen wordt gewerkt met de gebiedspartners er waar inwoners en ondernemers betrokken worden. 2. Natuurtoren Hollands Hout Vanuit de wens om het Nationaal Park Nieuw Land beter beleefbaar en zichtbaar te maken is er gewerkt aan een iconisch ontwerp. Dit ontwerp bevat het beste van twee werelden, namelijk beleving én biodiversteit. Het natuurinclusieve ontwerp verbindt meerdere landschappen en versterkt de relatie tussen mens, dier en plant. Het levert een impuls voor de positionering van het poortgebied Oostvaardersplassen Lelystad (Hollandse Hout) als recreatieve bestemming. Er ontbreekt echter investeringsbudget.
Omdat de locatie gekoppeld is aan de te graven slenken binnen het project Poort Oostvaardersplassen Lelystad is realisatie pas denkbaar na 2025. Binnen dit Programma gaan we op zoek naar financieringsbronnen. 3. Groene Schoolpleinen We zetten in op het versnellen van het vergroenen van schoolpleinen. Dit doen we omdat we kinderen zo vroeg mogelijk in contact willen laten komen met natuur, maar ook ter voorkoming van hittestress. Groene schoolpleinen dagen daarnaast uit tot beweging en kennen daarom raakvlakken met het gezondheidsbeleid. Hiervoor is het nodig inzichtelijk te maken welke maatregelen genomen kunnen worden. Daarom stellen we een Handreiking Groene Schoolpleinen op. Zo kunnen scholen makkelijker kiezen en krijgen ze een beeld bij investeringskosten en beheerskosten. Daarnaast helpt het als er meer financieringsmogelijkheden zijn. Vaak zijn er regionale stimuleringsgelden beschikbaar. Flevoland kent een dergelijke regeling nog niet. Vanuit dit Programma wordt verkend welke aanvullende financieringsbronnen er zijn of gewenst zijn.
22
3.4.1. NATUUREDUCATIE EN KENNISONTWIKKELING
Op dit moment is natuureduatie op veel scholen in Lelystad nog een ondergeschoven kindje, terwijl uit verschillende onderzoeken blijkt dat contact met de natuur voor kinderen en jongeren verschillende positieve effecten heeft. Kinderen worden in een natuurlijke omgeving meer uitgedaagd en spelen in de natuur stimuleert bijvoorbeeld het zelfvertrouwen, creativiteit en sociale intelligentie. Daarnaast is bewezen dat regelmatig buiten actief bezig zijn ook een stuk gezonder is. Door kinderen op te laten groeien in contact met de natuur, voelen ze zich meer verbonden en vinden ze het het beschermen van de natuur meer de moeite waard. Naast natuureducatie is ook kennis en het delen daarvan een opgave. Onderwijsinstellingen spelen een grote rol in onderzoeksprojecten en het kennisnetwerk rondom klimaat, natuurinclusiviteit, gezonde leefomgeving e.d.. Zo heeft Aeres hogeschool in Almere een lectoraat Innovatie & Groenstedelijke Ruimte en kent Windesheim een lectoraat Urban Innovation. Door als gemeente meer samen te werken met dergelijke instellingen kunnen we middels het inzetten van pilots (programmalijn 1) externe expertise inzetten en opgedane kennis delen.
DOELEN • •
•
•
Grotere bewustwording van de waarde van natuur. Vergroten van de kennis van inwoners over ecosystemen, biodiversiteit, klimaatverandering en andere relevante onderwerpen rondom natuur. Hogere betrokkenheid van scholen en inwoners en ze actief deel laten nemen aan natuureducatie, vrijwilligerswerk en natuurbescherming. Betere samenwerking met kennisinstellingen om de kennis over natuur in Lelystad te vergroten.
MOGELIJKE KPI’S • • • •
Aantal nieuwe samenwerkingsverbanden. Aantal groene vrijwilligers en Groene Ambassadeurs. Deelnemers aan natuureducatie, aantal schoolprojecten. Waardering groene wijken en buurten (inwonerspeiling Groene Stad).
LELYSTAD WERKT AL AAN •
•
Pilot Expeditie Nieuw Land bij primair onderwijs in het kader van natuureducatie gekoppeld aan Nationaal Park Nieuw Land. Projectopdracht Lelystad Natuurinclusief met Technasium, Porteum.
Programma ‘Van groen dromen naar groen doen’
•
De regionale samenwerking DuurzaamDoor. Hierin wordt onder andere voedseleducatie opgepakt.
LELYSTAD GAAT WERKEN AAN (INSPANNINGEN) 1. Opstellen beleid natuureducatie Lelystad kent als hoofdstad van de nieuwe natuur geen beleid op natuureducatie. Het gevolg is dat er verschillende sporen langs elkaar heen lopen. Er is geen duidelijke koers en de gemeente heeft daarmee onvoldoende regie. Het vergroenen van schoolpleinen is slechts een eerste stap in de richting om natuureducatie laagdrempeliger te maken. Door beleid op te stellen voor structureel inbedden van natuureducatie kunnen scholen bijdragen aan meer bewustwording van de waarde van natuur, wat leidt tot meer respect voor en behoud van de natuur door inwoners van Lelystad. De focus hiervoor zal starten in de kinderopvang en primair onderwijs en dient uitgebreid te worden naar het voortgezet onderwijs, het MBO, HBO en Universiteit. 2. Realisatie Kenniscentrum voor Nieuwe Natuur Het Kenniscentrum is de kern van een netwerk van plekken, activiteiten en spontane momenten en inspireert door de verbinding van het voorlopersverleden en een natuurinclusieve toekomst, steeds gerelateerd aan het hier en nu, aan samen dingen doen en met nadruk op impact. De kernelementen voor de toekomstscenario’s: man-made natuur, bouwen aan verbindingen, experimenteren en leren, voorlopers mentaliteit.
Om de eerste contouren van een visie een stap verder te brengen is verdere verdieping, het verbinden van partners en een haalbaarheids- en locatiestudie nodig. Hiervoor zetten we een kwartiermaker in. 3. Samenwerking aangaan met onderwijsinstellingen Binnen Flevoland en Lelystad specifiek zijn diverse onderwijsinstellingen bezig met vraagstukken die relevant zijn voor de Agenda Natuur. Voor vraagstukken die bij de gemeente spelen, verkennen we de mogelijkheid om onderwijsinstellingen in te zetten, zoals het Technasium. Ook Talent Kleurt Flevoland is een manier om met onderwijsinstellingen samen te werken. Een structurele samenwerking met onderwijs- en kennisinstellingen heeft de voorkeur. Daarom willen we verkennen hoe we hier vorm aan kunnen geven.
23
4. COMMUNICATIE & PARTICIPATIESTRATEGIE
De Communicatie & Participatiestrategie (CPS) heeft tot doel inwoners en stakeholders bij het Programma te betrekken. De gemeente communiceert open en transparant. We maken inzichtelijk wat er gebeurt aan de natuur, waarom, wanneer en op welke plek. We vergroten op een participatieve manier het bewustzijn over de natuur in Lelystad door middel van een kernverhaal, dat als paraplu dient voor alle communicatie. De natuur in de wijken, buurten en om de hoofdstad van de nieuwe natuur heen, willen we meer verweven in het dagelijks leven van inwoners, collega’s en stakeholders. Zodat alle projecten die vanuit het Programma worden uitgevoerd, of hier een link mee hebben, een logische relatie hebben met de visie, uitgangspunten en doelen. Het kernverhaal is op basis van de eerdere participatiemomenten met stakeholders tot stand gekomen en wordt toegelicht in de Communicatie & Participatiestrategie Agenda Natuur.
Eerste trap
Tweede trap Interne communicatie & participatie
Kernverhaal
Derde trap Communicatie & participatie in de organisatie Communicatie & participatie tussen programmalijnen Communicatie over de kerncampagne
Externe communicatie & participatie
Communicatie over de programmalijnen Participatie in de programmalijnen
De communicatiestrategie richt zich eerst op communicatie binnen- en daarna buiten de organisatie. Dit werkt als een drietrapsraket, zoals hiernaast weergegeven. Het proces is in de figuur weergegeven van links naar rechts en van boven naar beneden. Belangrijk element is dat eerst de focus op participatie intern ligt. Juist om ervoor te zorgen dat collega’s de Agenda Natuur ook gaan toepassen in hun dagelijkse werk. We zetten met communicatie in op kennis, houding en gedrag.
Programma ‘Van groen dromen naar groen doen’
24
4. COMMUNICATIE & PARTICIPATIESTRATEGIE
DOELEN Algemeen Natuur wordt meer verweven in het dagelijks leven van mensen, door op een participatieve manier met een overkoepelend kernverhaal en doorlopende communicatiecampagne te werken aan kennis, houding en gedrag. Intern Intern is de Strategie Agenda Natuur en het Programma bekend in alle lagen van de organisatie. Collega’s van alle relevante domeinen weten waar zij meer informatie kunnen vinden en hoe zij bij kunnen dragen aan de programmadoelen in hun werk. Extern We houden samen met partners en inwoners één gezamenlijke koers en aanpak, om tot blijvende gedragsverandering te komen. Samen met inwoners, collega’s, bedrijven en organisaties dragen we de visie van de Agenda Natuur uit. Partners en inwoners zijn betrokken bij de (deel)projecten uit de programmalijnen van de Agenda Natuur. En begrijpen wat de relatie is tussen de projecten en de visie van de Agenda natuur.
Intern Er is constante verbinding binnen de programmalijnen en met collega’s van relevante domeinen. De programmamanager en regisseurs zijn hiervoor de spin in het web en overleggen hierover met de communicatieen participatieadviseur. Concreet betekent dit dat alle relevante lagen van de organisatie op de hoogte zijn van het Programma, waaronder bewonersconsulenten, Beheer Openbare Ruimte, team ruimte, de Raad, Mensen Maken de Buurt, het Mediaburo, team Maatschappelijke Agenda, Economische Zaken en anderen. Extern We versterken de samenwerking tussen inwoners, organisaties en teams binnen de gemeente. Door deze samenwerkingen kan het Programma ook buiten Lelystad bekendheid krijgen, bijvoorbeeld door een koppeling te maken met citymarketing en toerisme. Alle relevante stakeholders zullen hierbij betrokken worden, waaronder IVN Flevoland, Landschapsbeheer Flevoland, Staatsbosbeheer, Omroep Flevoland, Bultpark Comité, BoerenNatuur Flevoland, Waterschap, Flevolandschap, etc.