BL 3. OER Lelystad
Tekst van het document
+
De Omgevingsvisie bevat diverse maatregelen die de leefbaarheid in Lelystad verbeteren, zoals vergroening, betere OV-verbindingen (waaronder de Lelylijn en HOV), en het verbeteren van stadsbossen en werklocaties. Daarnaast wordt ingezet op gevarieerde en aantrekkelijke woonmilieus, sociale veiligheid en een bruisend stadscentrum. Al deze maatregelen dragen positief bij aan de leefbaarheid (+).
Huidige situatie Het begrip leefbaarheid omvat verschillende factoren die samen inzicht geven in hoe mensen hun woon- en leefomgeving waarderen. In de Omgevingsvisie 2040 en het Koersdocument 2040 van de gemeente wordt bij leefbaarheid vooral gekeken naar het sociale aspect en de natuur in de directe omgeving, beide behorend tot het ruimtelijk domein. Hierdoor wordt er in deze analyse gefocust op thema’s als sociale cohesie, de aanwezigheid van maatschappelijke voorzieningen en kwaliteit van de fysieke leefomgeving. De belangrijkste bron om leefbaarheid in kaart te kunnen brengen is de Leefbaarometer van de Rijksoverheid. Dankzij de Leefbaarometer kan de leefbaarheid in alle bewoonde wijken en buurten gemonitord worden, wat inzicht verschaft in hoe de leefbaarheid zich de afgelopen jaren heeft ontwikkeld. De Leefbaarometer geeft daarmee een modelmatige inschatting van de daadwerkelijke leefbaarheid. De gewogen omgevingskenmerken die gezamenlijk de leefbaarheid van een gebied bepalen zijn: 1. 2. 3. 4. 5.
74
Woningvoorraad; Fysieke leefomgeving; Voorzieningen; Sociale samenhang; Overlast en onveiligheid.
Onze referentie: OER Lelystad - Datum: 9 januari 2026 - Public
COLOFON168
Figuur 4-37 laat voor iedere wijk van de gemeente Lelystad de gemiddelde leefbaarheid zien, geclassificeerd op een 9-puntsschaal. Figuur 4-38 richt zich op de afwijking van het nationale gemiddelde en bij Figuur 4-39 wordt de bijdrage aan de score per omgevingskenmerk uitgelicht.
Figuur 4-37 Gemiddelde leefbaarheid van de buurten in Lelystad (Ministerie van BZK, 2022)
Uit Figuur 4-37 valt voornamelijk op dat de buurt nabij het spoor in Warande (met woonproject Lars en Lilly) en Wijkcentrum Boswijk respectievelijk “ruim onvoldoende” en “onvoldoende” scoren en dat de rest zwak of hoger scoren. De buurten rond de Stationsdreef en de Zuigerplasdreef vallen meer in de categorie “zwak” vergeleken met de buurten aan de meer oostelijke en westelijke zijde van de stad.
Figuur 4-38: Afwijking leefbaarheid ten opzichte van nationaal gemiddelde (Ministerie van BZK, 2022).
75
Onze referentie: OER Lelystad - Datum: 9 januari 2026 - Public
Figuur 4-39: Afwijking totaalscore Lelystad ten opzichte van het nationaal gemiddelde (Ministerie van BZK, 2022).
De beschreven problematiek is vooral geconcentreerd in de jaren ’70- en ’80-wijken waar ruimtelijke segregatie plaatsvindt. Dit wordt onder andere veroorzaakt door een grote groep werkzoekenden met een relatief laag opleidingsniveau (gemeente Lelystad, 2020). Daarnaast volgt uit de interviews met de gemeente Lelystad dat de bewoners die een hogere sociaaleconomische status genieten wel in Lelystad wonen, maar veel van hun leven buiten de stad plaatsvindt. Hierdoor ontbreekt de verbinding en sociale cohesie in de buurt en is de buurt met haar inwoners, meer naar binnen gekeerd en op zichzelf. Kijkend naar de scores per omgevingskenmerk valt het op dat vooral op voorzieningen slecht wordt gescoord. In Tabel 4-3: Gemiddelde afstanden tot voorzieningen. is weergegeven wat de gemiddelde afstanden tot voorzieningen zijn, zowel in Lelystad als het gemiddelde in Nederland. Tabel 4-3: Gemiddelde afstanden tot voorzieningen.
Huisarts
Ziekenhuis
Supermarkt
Kinderdagverblijf
Basisschool
Gemeente Lelystad
1,2 km
2,9 km
1,1 km
0,8 km
0,9 km
Nederland
1,1 km
4,9 km
0,9 km
0,7 km
0,8 km
In Tabel 4-4 is het aantal voorzieningen binnen een bepaalde straal aangegeven. Bij het kiezen van aantallen worden voor elke categorie drie maximale straalafstanden vermeld. Voor Tabel 4-4 is steeds gekozen voor de middelste afstand. Tabel 4-4: Aantal voorzieningen binnen 3 km.
Huisarts (binnen 3 km)
Ziekenhuis Supermarkt (binnen 10 km) (binnen 3 km)
Kinderdagverblijf (binnen 3 km)
Basisschool (binnen 3 km)
Gemeente Lelystad
6,4
1
8,5
14,9
9,9
Nederland
7,8
2,9
11
19,2
11,9
Wat opvalt is dat de afstanden in kilometers niet veel afwijken van het nationaal gemiddelde, maar er wel degelijk een verschil zichtbaar is als het gaat om aantal voorzieningen binnen een bepaalde straal. In Lelystad is er in ieder geval een tekort aan huisartsen en kinderdagverblijven voor het huidige inwoneraantal. Het aantal basisscholen is voldoende, wellicht is de omvang van de basisscholen in een stad met veel nieuwe wijken groter. Bij inbreidingsgebieden is het van belang om vroegtijdig rekening te houden met mogelijke uitbreiding van het aantal (basis)scholen om de bereikbaarheid voor ieder kind te kunnen waarborgen. Opvallend is dat de fysieke leefomgeving positief afwijkt van het Nederlands gemiddelde. Lelystad is over het algemeen een ruim opgezette stad met veel groen in de omgeving.
76
Onze referentie: OER Lelystad - Datum: 9 januari 2026 - Public
COLOFON168
Autonome ontwikkeling Verdere veroudering van de woningen zal de leefbaarheid in sommige buurten onder druk blijven zetten. Ook de dubbele vergrijzing zal de leefbaarheid onder druk kunnen zetten doordat meer mensen alleen zullen zijn en minder contact hebben met de buurt. De bouw van Zuiderhage zou een positief effect op de leefbaarheid kunnen hebben op stadsniveau, mede dankzij sociaaleconomische menging van (nieuwe) bewoners en de komst van nieuwe voorzieningen. Dit is positief voor de totale leefbaarheid op stadsniveau. Echter heeft dit geen effect op de bestaande wijken. Een ontwikkeling die men veel ziet in de voormalige groeikernen is de interne migratie, die uiteindelijk tot achteruitgang van de bestaande buurten leidt. Onder interne migratie wordt verstaan dat met het realiseren van nieuwe woonwijken de sociaal sterkeren zullen verhuizen uit de bestaande stad naar de nieuwe wijken. Ervaring uit het verleden leert dat de bestaande wijken een andere samenstelling krijgen en meer te maken krijgen met diverse problematieken. Naast de grote groeiopgave en het realiseren van een complete samenleving in de nieuwe grootschalige woonwijken zoals Zuiderhage en Waterfront dient er de nodige aandacht te zijn voor de leefbaarheid in de bestaande wijken.
Lelystad Oost is door de Rijksoverheid aangewezen als één van de gebieden in het Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid (NPLV). In deze gebieden staan leefbaarheid en veiligheid onder druk en hebben inwoners te maken met problemen met betrekking tot onderwijs, armoede, gezondheid, wonen en veiligheid (Ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening, z.d.). De verwachting is dat de leefbaarheid in Lelystad Oost mede dankzij dit programma de komende jaren zal verbeteren. Raakvlakken De volgende omgevingsaspecten hebben raakvlakken met het beleidsveld leefbaarheid: • •
• • •
•
Stedelijk groen: de hoeveelheid groen heeft een grote invloed op de leefbaarheid en hoe een buurt wordt ervaren. Wonen: hoe woningen eruitzien, hoe oud ze zijn en hoe goed de buurt eruit ziet heeft een grote invloed op de leefbaarheid binnen een gebied. Daarnaast heeft de inrichting van de openbare ruimte veel invloed op de leefbaarheid. Voorzieningen: de aanwezigheid van voorzieningen, zowel op wijkniveaus als op stedelijk niveau, hebben een grote impact op de leefbaarheid. Gezondheid: een goede leefbaarheid heeft invloed op gezondheid van de bewoners. Mobiliteit: aanwezigheid van een sociaal veilig fietsnetwerk draagt bij aan de leefbaarheid en meer gebruik van gezonde vervoerswijze. Daarnaast kan een goed openbaar vervoersysteem bijdragen aan het bereikbaar maken van voorzieningen en werk in de stad. Water: de hoeveelheid oppervlaktewater heeft een grote invloed op de leefbaarheid en hoe een buurt wordt ervaren.
Bouwstenen voor de Omgevingsvisie •
•
• • •
77
Kijkend naar de woningbouwambities en huidige problematiek in sommige wijken zal Lelystad passende oplossingen moeten vinden om leefbare gebieden te realiseren en dus richten op de samenleving. Voor de nieuwe woongebieden geldt dat deze complete wijken moeten worden met wonen, werken, voorzieningen en natuur. Er moet bijzondere aandacht zijn voor de bestaande stad; er is een risico op negatieve effecten op (sommige) bestaande wijken door interne migratie als gevolg van grootschalige nieuwbouw. Nieuwe functies toevoegen kan helpen deze wijken een impuls te geven. Verbeter de sociale cohesie door sociale contacten te faciliteren door bijvoorbeeld ontmoeten in de wijk aantrekkelijk te maken. Zet gezondheid centraal door mogelijkheden voor ontmoeten en sporten en bewegen in de wijk aantrekkelijk te maken. Zowel de nieuw te bouwen voorzieningen als de bestaande voorzieningen dienen voor iedere inwoner veilig bereikbaar te zijn voor de verschillende vervoersvormen.
Onze referentie: OER Lelystad - Datum: 9 januari 2026 - Public
4.7
Bereikbaarheid en verkeersveiligheid 4.7.1
Infrastructuur
Ambities • •
• •
•
De infrastructuur is passend door een mix van gedragsbeïnvloeding voor weggebruikers, slimme aanpassing en nieuwe aanleg van infrastructuur (Mobiliteitsvisie Lelystad 2020-2030). Het grid van dreven blijft de basis voor het interne autonetwerk. De structuur blijft intact, maar de functie kan veranderen door het aanbrengen van een hiërarchie) en ruimtelijke ontwikkelingen. Het is van belang dat de mobiliteitsopgave integraal benaderd wordt (Omgevingsvisie Lelystad 2040). (Snel)fietsroutes zijn herkenbaar, aantrekkelijk, vindbaar en veilig en verbinden wijken, centra, economische kerngebieden en landschap. Ontwikkeling van Lelystad Airport tot een regionale luchthaven met groothandelsverkeer. Lelystad Airport heeft de ambitie een schone, veilige, innovatieve en relatief stille luchthaven te zijn (Mobiliteitsvisie Lelystad 2020-2030). Om een goede en duurzame economische ontwikkeling te waarborgen, zal Lelystad zich inzetten voor de aansluiting van Flevokust Haven per spoor (Omgevingsvisie Lelystad 2040).
Beleidsdocumenten • • •
Omgevingsvisie Lelystad 2040. Mobiliteitsvisie Lelystad 2020 – 2030. Koersdocument Lelystad 2040.
Fase
Beoordeling
Huidige situatie
Autonome ontwikkeling
Doelbereik Omgevingsvisie
+/++
Toelichting De vrijliggende infrastructuur is ingericht op fietsers en auto’s, in een vrij extensief opgezette leefomgeving.
+
De vrijliggende infrastructuur is ingericht op fietsers en auto’s, in een vrij extensief opgezette leefomgeving De gemeente Lelystad kent binnenstedelijk diverse uitdagingen rond bereikbaarheid. Dit betekent een verslechtering van de doorstroming voor autoverkeer.
+
De Omgevingsvisie bevat maatregelen die de infrastructuur in Lelystad verbeteren, zoals prioriteit voor voetgangers in het stadshart, een beter fietsnetwerk en betere bereikbaarheid van voorzieningen per fiets en OV. Grote projecten zoals de HOV-verbinding, station Zuiderhage en de verbreding van de A6 hebben een sterk positief effect op bereikbaarheid en doorstroming. Het totale milieueffect op de infrastructuur wordt als beperkt positief (+) beoordeeld.
Huidige situatie Lelystad heeft als voordeel dat de stad niet organisch gegroeid is, maar vanaf het begin al grootschalig gepland is. Hierdoor kent Lelystad een unieke structuur van vrij liggende fiets- en voetpaden en ongelijkvloerse fiets/wandelbruggen, die de woonbuurten en het groen met elkaar te verbinden. Zij zorgen voor een goede bereikbaarheid per fiets en voor voetgangers. De stad is oorspronkelijk aangelegd als een rechthoekig raster van dreven met stadshoofdwegen voor autoverkeer als groene barrière en ongelijkvloerse kruisingen voor fietsers en voetgangers. De dreven zijn structuurbepalend voor de infrastructuur. Dit heeft gezorgd voor een functionele scheiding. In de groene lobben waar stadsdeelverbindende fiets- en wandelpaden bij de hoofdwegovergangen verhoogd zijn aangelegd, zijn het fiets- en wandelnetwerk gerealiseerd. In deze netwerken komt de strikte scheiding van de verschillende weggebruikers naar voren. De wijken Zuiderzeewijk en Atolwijk zijn via centrale ringwegen met woonhoven verbonden. Dit gescheiden verkeerssysteem met stadsdeelverbindende fiets- en wandelpaden in de groene lobben heeft als nadeel dat de sociale veiligheid minder goed is. Er zijn onvoldoende ‘ogen’ op deze verbindingen, waardoor het met name op de rustige tijdstippen in de sociale beleving minder veiliger routes zijn.
78
Onze referentie: OER Lelystad - Datum: 9 januari 2026 - Public
COLOFON168
De afgelopen jaren is er fors geïnvesteerd in omliggende nationale en regionale infrastructuur, zoals onder meer de verbindingen naar Amsterdam en Schiphol, Hanzelijn, Lelystad Airport, Flevokust Haven en de Westfrisiaweg in Noord-Holland. Hierdoor heeft Lelystad zich gevestigd als multimodaal knooppunt. De gemeente Lelystad ontwikkelt zich van forensenstad naar netwerkstad binnen de metropoolregio Amsterdam, waarbij Lelystad functioneert als poort naar de regio Zwolle. De verbreding van de A6 en realisatie van een derde snelwegaansluiting (afrit 9) dragen hieraan bij. De intentie is om verkeer zo lang mogelijk op de omliggende infrastructuur af te wikkelen en onnodige doorgaande bewegingen (door de stad) te voorkomen.
Figuur 4-40: Verbindend netwerk als drager van de fietsstructuur binnen de bebouwde kom van de gemeente Lelystad (Fietsen in Lelystad, Gemeente Lelystad 2015).
Het openbaar vervoer in Lelystad is goed georganiseerd met een netwerk aan treinen en bussen. Station Lelystad Centrum is het belangrijkste knooppunt en biedt directe treinverbindingen met steden zoals Amsterdam, Zwolle en Almere via de Hanzelijn en Flevolijn. Het station kent prima voorzieningen zoals fietsenstallingen en parkeerplaatsen. Het busvervoer wordt verzorgd door RRReis (EBS), met stadsbussen die wijken binnen Lelystad verbinden en regionale bussen naar omliggende steden zoals Almere, Dronten en Emmeloord. Uit de interviews met beleidsmedewerkers blijkt dat het busvervoer ruimte voor verbetering kent, met name ten aanzien van de verbinding met de woonwijken en werkgebieden. Autonome ontwikkeling Als gevolg van de groei van de stad nemen de intensiteiten toe, zowel op de wegen en het spoor van en naar de omgeving als binnen de stad. Dit heeft vooral invloed op de doorstroming in het centrum en richting de bestaande aansluiting 10 op de A6. Daarnaast kan het ook zorgen voor knelpunten in de doorstroming op diverse kruispunten op het drevennetwerk. Ondanks de realisatie van de nieuwe rondweg kan de doorstroming op het wegvak Larserdeef tussen de Zuigerplasdreef en de aansluiting op de A6 problematisch worden. Lelystad heeft een sterke drevenstructuur met goede en snelle verbindingen.
Met een groei van de stad is het te verwachten dat bij ongewijzigde verkeerssituatie de druk op het verkeerssysteem fors zal toenemen, wat de leefbaarheid negatief kan beïnvloeden.
79
Onze referentie: OER Lelystad - Datum: 9 januari 2026 - Public
Voor de nieuwe gebieden (Zuiderhage en Waterfront) is het belangrijk dat zij goed, veilig en snel aangesloten worden op het centrumgebied en op elkaar. Uitgaande van het STOMP-principe, zullen deze gebieden dan ook sociaal en verkeersveilig en snel per fiets en openbaar vervoer bereikbaar moeten zijn. STOMP staat voor Stappen, Trappen, Openbaar Vervoer, Mobility as a Service (MaaS) en Personenauto’s, en houdt in dat er prioriteit wordt gegeven aan vormen van duurzame mobiliteit, zoals lopen, fietsen en openbaar vervoer. Door de ontwikkeling van de nieuwbouwwijk Warande en de groei van het aantal bezoekers naar Nationaal Park Nieuw Land is er een toename van verkeer. De provincie Flevoland en de gemeente Lelystad werken samen aan de planprocedure voor de Rondweg Lelystad, een nieuwe rondweg om problemen in de doorstroming te voorkomen en de verkeersveiligheid te vergroten. Deze ontwikkeling beoogt een beter bereikbare zuidwestkant van Lelystad en ontsluiting van Zuiderhage. In 2025is de realisatie gestart van een doorfietsroute tussen Almere en Lelystad, een onderdeel van het provinciale fietspadenplan. De route, grotendeels over bestaande fietspaden, begint bij de Buitenring N702 en loopt tot aan de Larserdreef, dat vervolgens aansluit op de bestaande doorfietsroute binnen Lelystad. De route verloopt door het campusgebied naar het station van Lelystad.
Het openbaar vervoer ondergaat een schaal- en kwaliteitssprong. Lelystad zet in op betere, snellere, frequentere en comfortabele verbindingen naar andere steden in en om de regio. Zo is er de inzet van een betere OV-verbinding naar bijvoorbeeld Emmeloord, Groningen (Lelylijn) en Almere-Amsterdam en een goede treinverbinding naar Utrecht. In de Omgevingsvisie is een snelle HOV-verbinding opgenomen die straks de verbinding Bataviakwartier-Station Lelystad Centrum-Campus-LAB-Lelystad Airport vormt. Hierbij wil de gemeente vanaf het station naar Lelystad Airport een separate busbaanLelystad zet het opwaarderen en verbeteren van de verbinding Alkmaar-Zwolle N307 (“N23/A23”) door de bochtafsnijding in de Baai van Van Eesteren hoog op de agenda. Voor de ontwikkeling van het gebied Zuiderhage is het essentieel dat hier een nieuw treinstation komt. Alleen met de komst van een nieuw treinstation kan Zuiderhage verbonden worden met omliggende woongebieden. In en rondom Lelystad wordt momenteel het maritieme netwerk en het goederenvervoer over water versterkt door de komst van Flevokust Haven, Maritieme Servicehaven Urk, versterking binnenhavens Kampen en Meppel, verbreding sluizen Kornwerderzand en door het uitdiepen hoofdvaarroute IJsselmeer. Daarnaast is Lelystad Airport aangewezen als voorkeurslocatie voor het stationeren van F-35 jachtvliegtuigen.
Als deze plannen door worden gezet, wordt het vliegveld door Defensie gebruikt als militaire vliegbasis. Het kabinet heeft besloten dat het vliegveld voorlopig niet gebruikt mag worden voor groothandelsverkeer. Raakvlakken De volgende omgevingsaspecten hebben een raakvlak met beleidsveld infrastructuur: • • • • • •
80
Stedelijk groen: bij de aanleg van infrastructuur is het een keuze om stedelijk groen wel of niet te integreren, bijvoorbeeld door groene corridors of bermen. Hittestress: infrastructuur heeft invloed op de temperatuur en het klimaat in stedelijke gebieden. Verharde oppervlakten (o.a. wegen, trottoirs en gebouwen) dragen bij aan het hitte-eilandeffect, dat hittestress vooral tijdens warme periodes versterkt. Wonen: infrastructuur speelt een belangrijke rol in de bereikbaarheid, leefbaarheid en kwaliteit van woongebieden, winkelgebieden en werklocaties. Goede infrastructuur moet ervoor zorgen dat (nieuwe) woonwijken goed bereikbaar zijn. Economie: goede infrastructuur is een belangrijke voorwaarde voor economische groei en ontwikkeling. Daarnaast vraagt economische activiteit om strategische investeringen in infrastructuur. Geluid en luchtkwaliteit: er is een relatie tussen veel autoverkeer en de uitstoot van stikstof. Recreatie: fietsen in het buitengebied is niet aantrekkelijk door de langgerekte rechte wegen met een grote afstand tussen aantrekkelijke stopplaatsen (Dronten, horeca, boerderijverkoop, etc.). Een aantrekkelijker fietsnetwerk (minder recht) in combinatie met interessante stopplekken, stimuleert het recreatief fietsen.
Onze referentie: OER Lelystad - Datum: 9 januari 2026 - Public
COLOFON168
Bouwstenen voor de Omgevingsvisie •
• • • •
In de Omgevingsvisie zal aandacht moeten zijn voor de functie van de dreven. Welke dreven zijn belangrijk voor de doorstroming en ontsluiting en welke kunnen mogelijk afgewaardeerd worden. Lelystad dient integraal te kijken om gezonde mobiliteit te stimuleren. Inzet op het verbeteren en uitbreiden van het hoofdfietsnetwerk en onderzoeken of deze versterkt kan worden met onder andere een aantal snelfietspaden (bijvoorbeeld richting de kust). Onderzoeken of er een recreatief fietsnetwerk en snel en sociaal veilig fietsnetwerk te realiseren is. Bij nieuwe fietsroutes niet alleen rekening houden met verkeersveiligheid, maar ook met sociale veiligheid. Zet in op robuuste fietsverbindingen.
4.7.2
Bereikbaarheid
Ambities • • • • •
Verduurzamen mobiliteit (Omgevingsvisie Lelystad 2040). Overlast doorgaand vrachtverkeer tegengaan (Omgevingsvisie Lelystad 2040). Fiets krijgt een prominentere rol, vooral binnen nieuwe (verstedelijkings)ontwikkelingen. Schaal- en kwaliteitssprong in OV (binnenstedelijk HOV, maar ook ter bereikbaarheid LLS binnen de regio). Opening Lelystad Airport voor groothandelsverkeer.
Beleidsdocumenten •
Omgevingsvisie Lelystad 2040.
Fase
Beoordeling
Huidige situatie
Autonome ontwikkeling
Doelbereik Omgevingsvisie
Toelichting
-/+
Lelystad is zeer goed te bereiken via weg-, spoor- en vaarverbindingen. Twee knelpunten tijdens de piekmomenten, bijvoorbeeld de avondspits, evenementen en feestdagen, zijn de rotonde nabij Bataviastad en de rotonde aan de Larserdreef. 43% van de verplaatsingen zijn met de auto, tegenover 19% te voet. Vrij liggende fietspaden zijn in het stedelijke gebied op veel plekken aanwezig, maar in het buitengebied delen fietsers de weg vaak met gemotoriseerd (agrarisch) verkeer. Op de enquête van de Fietsersbond scoort Lelystad bovengemiddeld met een 3,5 op een schaal van 1 tot en met 5.
-/+
In Lelystad neemt het gebruik van brom-, snor- en elektrische fietsen toe. Ook het verkeer van (vracht)auto’s neemt toe, onder andere door de groei van e-commerce, de ontwikkelingen van Flevokust Haven en Lelystad Airport Business Park en de woningbouwambitie van de gemeente Lelystad. Hierdoor neemt niet alleen het verkeer rondom Lelystad toe, maar ook binnen de wijken zelf. De mogelijke opening van Lelystad Airport brengt maximaal 45.000 grootvliegverkeersbewegingen met zich mee. Of het vliegveld opengaat voor het groothandelsverkeer wordt in 2025 beslist.
+
De Omgevingsvisie bevat verschillende maatregelen die invloed hebben op de bereikbaarheid. Maatregelen zoals gedifferentieerde parkeernormen en een aangepaste autostructuur hebben een beperkt positief effect, maar kunnen lokaal de bereikbaarheid met de auto verminderen en stimuleren duurzamer vervoer. Kwalitatieve verdichting zorgt voor beter gebruik van bestaande netwerken en stimuleert fietsen en lopen. Sterk positieve effecten worden verwacht van investeringen in openbaar vervoer, zoals nieuwe spoorverbindingen en stations. De totale beoordeling voor bereikbaarheid is daardoor beperkt positief (+).
Huidige situatie Lelystad profiteert economisch steeds meer van haar excellente multimodale bereikbaarheid per weg, spoor, vaarweg
81
Onze referentie: OER Lelystad - Datum: 9 januari 2026 - Public
en vliegtuig. De gemeente Lelystad beschrijft het huidige mobiliteitssysteem in hun Mobiliteitsvisie 9. Positionering (regionaal niveau): • •
Oorspronkelijk gepland op kruispunt van hoofd- en spoorwegen; Vestiging tweede Nationale Luchthaven.
Identiteit (stedelijk niveau): • Rechthoekig grid van dreven als landschappelijke groene dragers met ongelijkvloerse kruisingen van fiets-/ voetgangersnetwerk en een rondweg rond het centrumgebied; • Fiets- en voetpadnetwerk ligging in groene lobben; • Stadsdeelverbindende fiets- en voetpaden verhoogd over dreven, met uitzondering van het centrumgebied, waar gelijksvloerse kruisingen zijn. Bereikbaarheid auto De meeste ritten in Lelystad worden met de auto afgelegd (43%). Uit snelheidsmetingen blijkt dat er vaak te hard wordt gereden op de stadshoofdwegen en in het buitengebied. In het buitengebied (buiten de provinciale wegen) zijn de wegen relatief smal terwijl deze worden gebruikt door personenauto’s, landbouwverkeer en fietsers met grote verschillen in snelheid en omvang. Doorgaand verkeer over de Markerwaarddijk geeft vaak de voorkeur aan de kortste route die door de stad gaat. Van het verkeer dat door het Stadshart gaat is ongeveer 20% doorgaand verkeer; verkeer wat geen herkomst/bestemming Stadshart of directe omgeving heeft. In Lelystad komen doorstromingsproblemen voor zoals in de avondspits. Op dit piekmoment zijn de rotondes bij Bataviastad (rotonde Markerwaarddijk) en bij de Larserdreef-Zuigerplasdreef een knelpunt.
Voor de rotonde nabij Bataviastad zijn de piekmomenten vooral tijdens evenementen en feestdagen, voor de rotonde aan de Larserdreef geldt dat er vooral tijdens de avondspits meer verkeersdrukte ontstaat. Daarnaast zijn er wegen in Lelystad die meer capaciteit hebben dan noodzakelijk is gezien de verkeersintensiteit (Mobiliteitsvisie Gemeente Lelystad, 2020). Hierbij valt te denken aan delen van de dreven. Bereikbaarheid openbaar vervoer In de Mobiliteitsvisie 2020-2030 van de gemeente Lelystad schrijft de gemeente dat in Lelystad het aanbod van openbaar vervoer achterblijft op de ruimtelijke ontwikkelingen. Daarnaast wordt nog onvoldoende ingespeeld op de verschillende behoeften van de reizigers. Het openbaar vervoer is tevens nog onvoldoende betrouwbaar, laagdrempelig en toegankelijk voor iedereen. Steeds vaker is er vertraging door congestie op de weg; regionaal, maar ook lokaal naar het Bataviakwartier bijvoorbeeld tijdens evenementen en op feestdagen (Gemeente Lelystad, 2020). Fiets- en wandelroutes Lelystad heeft veel vrij liggende fietspaden binnen de bebouwde kom en de stadshoofdwegen worden grotendeels ongelijkvloers gekruist. Buiten de bebouwde kom zijn niet overal vrij liggende fietspaden, dit geldt bij landelijke wegen waar boerderijen langs liggen. Provinciale wegen hebben veelal separate brede fietspaden (o.a. richting Harderwijk en Dronten).
De verbinding Lelystad-Harderwijk heeft geen vrij liggend fietspad direct naast de N302 gelegen. Fietsers moeten gebruik maken van het recreatieve fietspad langs de Larsersvaart of het Larserspad waarbij fietsers grotendeels op smalle polderwegen rijden met landbouwverkeer en een geldende maximumsnelheid van 80km/u. De Fietsersbond brengt elk jaar een enquête uit waarbij mensen uit alle gemeenten de fietspaden binnen hun gemeente met een cijfer van 1 tot en met 5 kunnen beoordelen op een negental categorieën. Volgens de enquête van 2024 scoort de gemeente Lelystad bovengemiddeld vergeleken met het landelijk gemiddelde. De onderverdeling van de scores op de verschillende categorieën is te zien in Figuur 4-41. In Lelystad is de laagste score, namelijk een score van 1,7 (negatief), gegeven in de categorie 50 km/u. Het aantal ernstige verkeersgewonden onder fietsers is sterk gestegen. De vergrijzing en de stijging van het e-bike/fatbike gebruik door ouderen en jongeren zijn ontwikkelingen waar rekening mee gehouden moet worden.
9 Gemeente Lelystad, Mobiliteitsvisie Lelystad 2020-2030
82
Onze referentie: OER Lelystad - Datum: 9 januari 2026 - Public
COLOFON168
De volgende knelpunten zijn door de Fietsersbond geïnventariseerd: • • • • • • • •
De inrichting en bewegwijzering van de routes en paden schiet op een aantal locaties tekort. Fietsers die gebruik moeten maken van smalle 80 km wegen (buitengebied). Soms ontbreekt het aan logische verbindingen in het netwerk. Een duidelijke scheiding tussen fiets- en voetgangersverkeer wordt nogal eens gemist. Voorrangssituaties voor fietsen langs dreven en wegen langs het Stadshart wordt niet altijd begrepen door automobilisten. De locaties van de stallingen in en rond het Stadshart worden niet als logisch ervaren (de aanpak daarvan is voorzien in het Fietsplan Stadshart). Fietsverkeer door het centrum wordt door voetgangers als hinderlijk ervaren. De sociale veiligheid kan beter (zien en gezien worden).
Figuur 4-41: Overzicht fietsenscore (Fietsersbond, 2024).
Van de verplaatsingen in Lelystad is 19% te voet. Dit gebeurt vooral in wijken van en naar voorzieningen, zoals basisscholen, (wijk)winkelcentra en medische voorzieningen. In het loopnetwerk zijn een aantal knelpunten: • • • •
De samenhang in de routes ontbreekt. Op plekken wordt sociale onveiligheid ervaren. De voetpaden zijn niet altijd voldoende breed. De voetpaden zijn niet altijd toegankelijk en herkenbaar voor minder validen.
Autonome ontwikkeling Het e-fietsgebruik, evenals het gebruik van brom- en snorfietsen neemt toe. Ook het aantal (vracht)auto’s dat langs, van, naar en dwars door Lelystad rijdt blijft jaarlijks toenemen. Ontwikkelingen bij Lelystad Airport (Businesspark) en Flevokust Haven leiden tot meer werkgelegenheid en zal leiden tot meer verplaatsingen. E-commerce en het bijbehorende logistiek vervoer zullen zorgen voor hogere verkeersstromen in de wijken. De voorziene woningbouw en hiermee de groei van de stad zal leiden tot een toename van het verkeer. Voor Lelystad Airport wordt in eerste instantie uitgegaan van grootvliegverkeer voor maximaal 10.000 vliegbewegingen. Er is ruimte om te groeien naar 45.000 grootvliegverkeersbewegingen. In 2025 wordt een beslissing genomen of Lelystad Airport open mag voor groothandelsverkeer. Er vinden momenteel circa 80.000 klein verkeer vliegbewegingen per jaar plaats. Lelystad is hiermee het grootste vliegveld voor klein vliegverkeer in Nederland. Het ministerie van Defensie zoekt naar nieuwe vliegvelden voor uitbreiding van het aantal vliegbewegingen van jachtvliegtuigen. Lelystad Airport is aangewezen als de voorkeurslocatie voor het stationeren van F-35 vliegtuigen.
83
Onze referentie: OER Lelystad - Datum: 9 januari 2026 - Public
Figuur 4-42: Toekomstbeeld mobiliteit & bereikbaarheid in Lelystad 2040.
Raakvlakken De volgende omgevingsaspecten hebben een raakvlak met het beleidsveld mobiliteit: • •
• • •
84
Luchtkwaliteit: lokale uitstoot uit verkeer en bedrijvigheid draagt in mindere mate bij aan de luchtkwaliteit. Daarnaast heeft verkeerd steeds minder uitstoot door elektrificering en duurzame brandstoffen. Geluid: bronnen van geluidsoverlast in stedelijke gebieden zijn weg-, spoor- en luchtverkeer. Minder van zulk (gemotoriseerd) verkeer kan het geluid dat hiervan ervaren wordt, verminderen terwijl meer (niet geëlektrificeerd) verkeer kan zorgen voor een toename in geluid. Gezondheid: het bevorderen van fietsgedrag en het verbeteren van bijvoorbeeld wandelroutes draagt positief bij aan een gezonde en beweegvriendelijke leefomgeving wat de gezondheid van inwoners stimuleert. Wonen: de woningbouwopgave dient gepaard te gaan met het zorgen voor goede mobiliteitsopties naar de (nieuwe) woongebieden zodat deze bereikbaar en toegankelijk zijn. Energie: de mobiliteitstransitie naar elektrisch vervoer gaat gepaard met de aanleg van (grootschalige) elektrische laadinfrastructuur.
Onze referentie: OER Lelystad - Datum: 9 januari 2026 - Public
COLOFON168
Bouwstenen voor de Omgevingsvisie • Inzet op verbeteren van het hoofdfietsnetwerk en onderzoeken of deze versterkt kan worden met een aantal snelfietspaden (bijvoorbeeld richting de kust). • Hiërarchie aanbrengen in de stedelijke dreven structuur met het oog op de doorstroming en leefbaarheid en ruimtelijke ontwikkelingen. De mobiliteitsopgave heeft namelijk een integrale benadering nodig. • Opening van Lelystad Airport voor groothandelsverkeer en tegelijkertijd zorgen voor een snelle separate HOVverbinding met het treinstation van Lelystad. • Mocht Defensie zich vestigen dan is het van belang de impact op de omgeving en eventuele beperkingen en mogelijkheden voor stedelijke ontwikkeling te benoemen.
4.7.3
Verkeersveiligheid
Ambities • • •
De dreven blijven de basis van het interne autonetwerk. De structuur blijft intact, maar de functie kan veranderen door het aanbrengen van een hiërarchie (Omgevingsvisie Lelystad 2040). Voor de verkeersveiligheid heeft scheiding van vervoerwijzen met verschillende snelheid en massa de voorkeur (Mobiliteitsvisie Lelystad 2020-2030). (Snel)fietsroutes zijn herkenbaar, aantrekkelijk, vindbaar en veilig en verbinden wijken, centra, economische kerngebieden en landschap.
Beleidsdocumenten • • • • •
Omgevingsvisie Lelystad 2040 (Gemeente Lelystad, 2019). Raadsakkoord 2022 – 2026 (Gemeenteraad Lelystad, 2021). Mobiliteitsvisie Lelystad 2020-2030 (Gemeente Lelystad, 2020). Fietsen in Lelystad (Gemeente Lelystad, 2015). Bewegwijzering in Lelystad (Gemeente Lelystad, 2018).
Fase
Beoordeling
Huidige situatie
Autonome ontwikkeling
Doelbereik Omgevingsvisie
85
Toelichting
-
Lelystad heeft een verkeerssysteem met gescheiden structuren, wat conflicten met auto’s en fietsers beperkt. Wel zijn er knelpunten bij overgangen tussen structuren. Het meeste verkeer is gemotoriseerd (43%) en de meeste ongevallen gebeuren op stadshoofdwegen en in het buitengebied door smalle wegen en snelheidsverschillen. Het aantal verkeersongevallen stijgt sinds 2018, vooral met auto’s, fietsers, e-bikes en fatbikes.
-/+
Tot 2026 wil de gemeente jaarlijks de verkeersveiligheid in wijken en rond minimaal twee scholen verbeteren. Er wordt gekeken naar veilige routes naar scholen en hoe mobiliteit binnen Lelystad veiliger en duurzamer kan worden gemaakt. Dit omvat een herkenbaar hoofdwegennet, waarbij de centrumring vooral bestemmingsverkeer verwerkt en de buitenring wordt geoptimaliseerd om de verkeersdruk te verminderen. Ook wordt ingezet op het programma "Duurzaam Veilig", dat focust op een veilige inrichting van de infrastructuur, waarbij o.a. snelheidsverschillen en wegfunctionaliteit centraal staan. Extra aandacht gaat naar oudere wijken, zoals de Zuiderzeewijk en Atolwijk, die door hun rasterstructuur relatief onveilig zijn.
+
De Omgevingsvisie bevat diverse maatregelen en randvoorwaarden die bijdragen aan de verkeersveiligheid, zoals het verlagen van de maximumsnelheid op smalle landelijke wegen naar 60 km/u en het verbeteren van de autostructuur richting het centrum, waardoor snelheden worden verlaagd en routing wordt verbeterd. Ook wordt ingezet op een veilig en herkenbaar fietsnetwerk en wordt bij nieuwe woningbouwplannen nadrukkelijk rekening gehouden met verkeersveiligheid. Daarnaast zijn er maatregelen gericht op sociale veiligheid, zoals goede verlichting en het verminderen van zichtbeperkende begroeiing. Veel van deze maatregelen hebben vooral een indirect of beperkt positief effect, waardoor de algehele beoordeling voor verkeersveiligheid uitkomt op beperkt positief (+).
Onze referentie: OER Lelystad - Datum: 9 januari 2026 - Public
Huidige situatie De gemeente Lelystad heeft een uniek en modern verkeerssysteem, waarbij de scheiding van de verschillende vervoerwijzen is nagestreefd. De fietsstructuur is op het moment goed gelet op het feit dat structuren gescheiden van elkaar zijn. Desondanks kent de gemeente Lelystad een hoog aantal verkeersongevallen. In 2023 werden er binnen Flevoland 2.936 verkeersongevallen gemeld, waarvan 644 plaatsvonden binnen de gemeente Lelystad. Een betere vergelijking is het aantal verkeersongevallen per 10.000 inwoners. Daar waar het provinciale gemiddelde 66 verkeersongevallen per 10.000 inwoners kent, scoort de gemeente Lelystad met een score van 77,6 verkeersongevallen per 10.000 inwoners aanzienlijk hoger. De plekken waar conflicten voornamelijk ontstaan is waar de gescheiden structuren samenkomen. Een duidelijke scheiding tussen fiets- en voetgangersverkeer wordt namelijk nogal eens gemist (Mobiliteitsvisie Lelystad 2020-2030). De meeste ritten in Lelystad worden met de auto afgelegd, het gaat om 43% gemotoriseerd verkeer. Dit is iets lager dan het nationaal gemiddelde; kijkend naar heel Nederland werd 45% van de verplaatsingen in 2023 met de auto afgelegd (CBS, 2024). Daarbij gebeuren de meeste ongevallen op de dreven. Vaak wordt er in deze gevallen te hard gereden op de dreven en in het buitengebied.
Wegen in het buitengebied zijn relatief gezien smal terwijl ze wel door verschillende vervoerswijzen met verschillende grootte en snelheid worden gebruikt (personenauto’s, landbouwverkeer en fietsers). Van de verplaatsingen in Lelystad vindt 19% te voet plaats, vergeleken met ruim 20% als Nederlands gemiddelde (CBS, 2024). Voorzieningen zoals basisscholen en winkelcentra kunnen in veel gevallen lopend bereikt worden. Gemiddeld genomen worden kinderen desondanks meer met de auto naar school gebracht dan het Nederlandse gemiddelde. Knelpunten die in het loopnetwerk van de gemeente voorkomen, zijn onder meer dat de samenhang in de routes ontbreekt, niet altijd voldoende breed zijn en niet altijd toegankelijk en herkenbaar zijn voor minder validen. Als het gaat om het aantal verkeersgewonden onder fietsers, is er in de gemeente Lelystad een stijging te zien. De ervaren verkeersveiligheid is echter afgenomen (Mobiliteitsvisie Lelystad 2020-2030). Voorts komen situaties waarin de bromfiets op 70 km/u wegen rijdt of op fietspaden die daar niet voor zijn ingericht voor in de gemeente Lelystad. Dit kan zorgen voor onveilige situaties. Het aantal verkeersongevallen is toegenomen en de ervaren verkeersveiligheid is afgenomen (Gemeente Lelystad, 2020). In Figuur 4-43 is het aantal verkeersongevallen van onder meer de gemeente Lelystad te zien in de jaren 2013 tot 2023.
Voor alle gemeenten in de provincie Flevoland geldt dat er in 2023 een stijging is van het aantal ongevallen, ook in Lelystad. Het gaat om het hoogste aantal sinds 2018. Wanneer Lelystad wordt vergeleken met Almere en Dronten is te zien dat het aantal verkeersongevallen per 1.000 inwoners in Lelystad (5,05 ongelukken per 1.000 inwoners) twee keer zo hoog is als in Almere (2,53 ongelukken per 1.000 inwoners, zie Figuur 4-43 (Een Gezonder Flevoland, z.d., CBS, 2024).
Figuur 4-43: Verkeersongevallen in Flevoland, per jaar en per gemeente (bron: GGD Flevoland). Tabel 4-5 Verkeersongevallen per 1.000 inwoners in Almere, Dronten en Lelystad.
Gemeente
86
Verkeersongevallen
Onze referentie: OER Lelystad - Datum: 9 januari 2026 - Public
Inwoners
Verkeersongevallen per 1000 inwoners
COLOFON168
Almere
572
226.500
2,53
Dronten
146
44.354
3,29
Lelystad
425
84.080
5,05
In Figuur 4-44 staan twee grafieken, een met het aantal verkeerslachtoffers (met soort hulpverlening) en een met het aantal verkeerslachtoffers (met vervoerswijze). Zichtbaar is dat het vervoer naar een spoedeisende hulp afdeling het merendeel van de ambulancezorg blijft maar dat het aantal ongevallen dat kan worden afgedaan met eerste hulp ter plaatse de laatste paar jaar toeneemt. Zichtbaar in de andere grafiek is dat de meeste ongelukken gebeuren met auto’s en fietsers, met een groot aandeel verkeersongevallen met de fiets in 2023. De e-bike en fatbike is een relatief nieuwe vervoerswijze en hierbij is een kleine toename te zien in het aantal ongevallen waarbij dit vervoersmiddel is betrokken. Landelijk is deze trend waarneembaar.
Figuur 4-44: Aantal (verkeers)slachtoffers per vervoerswijze gemeente Lelystad (bron: GGD Flevoland).
Autonome ontwikkeling Verkeersveiligheid staat op de beleidsagenda bij de gemeente Lelystad. In het Raadakkoord 2022-2026 heeft de raad kenbaar gemaakt dat ze gedurende de gehele bestuursperiode tot 2026 jaarlijks de verkeersveiligheid in de wijken en rond ten minste twee scholen wil verbeteren. Onderzocht wordt hoe veilige routes van en naar scholen kunnen worden gewaarborgd (Omgevingsvisie Lelystad 2040). Voorts wordt er als onderdeel van de mobiliteitsvisie van de Nota Mobiliteit Lelystad beleid gevoerd waarbij de vraag centraal staat: hoe veilig is het om mij te verplaatsen in Lelystad? Het doel is om de netwerken voor auto, openbaar vervoer en fiets zodanig op te zetten, dat deze vervoerswijzen elkaar aanvullen en voor verplaatsingen binnen Lelystad goede alternatieven zijn. Centraal staat onder meer het speerpunt dat het verplaatsen door de stad op daarvoor geschikte (hoofd)wegen en fietspaden plaatsvindt in een duurzaam en veilig klimaat. Het hoofdwegennet moet eenduidig en herkenbaar zijn, dit betekent onder meer dat de centrumring (Groene Carré) zoveel mogelijk slechts bestemmingsverkeer voor het stadshart verwerkt, ten gunste van de veiligheid van overstekende fietsers en voetgangers en ter beperking van overlast van omwonenden.
De buitenring (bestaande uit Larserdreef, Westerdreef, Houtribdreef en Oostranddreef) wordt geoptimaliseerd om de centrumring en de radialen te ontlasten en de veiligheid te vergroten. 87
Onze referentie: OER Lelystad - Datum: 9 januari 2026 - Public
Een ander speerpunt is de duurzame veilige inrichting van de verkeersinfrastructuur (programma Duurzaam Veilig). De kans op ongevallen in een duurzaam veilig wegverkeerssysteem is door de vormgeving van de infrastructuur bij voorbaat drastisch beperkt. Om hier proactief mee om te gaan stelt het eisen aan de factoren die de ernst van een ongeval kunnen verergeren, bijvoorbeeld als het gaat om snelheids-, richtings- en massaverschillen. Belangrijke principes hierbij zijn bijvoorbeeld functionaliteit van wegen, homogeniteit van massa’s en/of snelheid en richting, herkenbaarheid van de vormgeving van de weg en statusonderkenning door de verkeersdeelnemer. De gemeente zet zich in op de voortzetting van dit programma Duurzaam Veilig. Het is gebleken dat de veiligheid van 30 km/uur erg afhangt van de ruimtelijke ordening van de wijk. Wijken uit de jaren ’60 en ’70, zoals de Zuiderzeewijk en delen van de Atolwijk, bleken relatief onveilig. Dit komt met name door de rasterstructuur die deze wijken hebben. Deze wijken vragen dus extra aandacht. Raakvlakken De volgende omgevingsaspecten hebben een raakvlak met verkeersveiligheid: •
•
Sociale veiligheid: beide aspecten streven naar het waarborgen van de veiligheid van de omgeving. Zaken zoals de aanleg van veilige fiets- en voetpaden, goede verlichting en duidelijke bewegwijzering dragen bij aan zowel de verkeers- als omgevingsveiligheid (sociaal veilige routes). Maatregelen die in het kader van de verkeersveiligheid worden genomen, kunnen dus in positieve zin bijdragen aan de omgevingsveiligheid. Mobiliteit en infrastructuur: de infrastructuur speelt de meest belangrijke rol in het vormgeven en beleven van de verkeersveiligheid in een bepaald gebied. Een goede infrastructuur en mobiliteit van vervoerswijzen draagt bij aan het verminderen van verkeersongevallen.
Bouwstenen • •
•
Het thema Verkeersveiligheid dient een plek te krijgen in de Omgevingsvisie. In de Omgevingsvisie Lelystad 2040 komt dit thema namelijk vrijwel niet terug. Grote verkeersstromen zijn er bij de driehoek, bestaande uit het Waterfront, centrum en Zuiderhage. Verkeersveiligheid moet in dit kader in de Omgevingsvisie landen om (concretere) kansen te bieden voor bijvoorbeeld uitwerkingen van dit thema in programma’s. Naast verkeersveiligheid moet er meer aandacht komen voor sociale veiligheid van met name fiets- en voetpaden netwerk.
4.8
Gezondheid en omgevingsveiligheid 4.8.1
Gezondheid
Ambities • • • • •
Gezondheid van de inwoners verbeteren door integraal, wijkgericht en meer data gedreven te werken Het creëren van een gezonde en beweegvriendelijke omgeving, bijvoorbeeld meer fietsen en lopen, meer sport en spel in de woonomgeving en natuurspeelplaatsen. Gezond eten en drinken stimuleren. Meer ontmoetingsplekken creëren voor jong en oud, bijvoorbeeld speelplaatsen en bankjes. Mensen helpen om langer gezond thuis te blijven door het maken van een gezonde woonomgeving die uitnodigt tot bewegen en ontmoeten.
•
Beleidsdocumenten • • • • •
88
Omgevingsvisie Lelystad 2040 (Gemeente Lelystad, 2021). Koersdocument Lelystad 2023 (Gemeente Lelystad, 2020). Maatschappelijke Agenda 2023 (Gemeente Lelystad, 2023). Nota gezondheidsbeleid 2020-2024 ‘Samen Gezond in Lelystad’ (Gemeente Lelystad, 2019). Plan van aanpak Gezond en Actief Leven Akkoord (GALA).
Onze referentie: OER Lelystad - Datum: 9 januari 2026 - Public
COLOFON168
Fase
Beoordeling
Huidige situatie
Autonome ontwikkeling
Doelbereik Omgevingsvisie
Toelichting
-
Er zijn in de gemeente Lelystad bovengemiddeld veel gezondheidsproblemen aanwezig bij de inwoners. Het gaat hierbij over dementie, overgewicht, eenzaamheid en chronische aandoeningen. Vaak wordt de auto verkozen boven fietsen, gelegenheid om te spelen zoals speeltuinen ontbreken in verschillende wijken en niet alle voorzieningen zijn goed bereikbaar voor alle inwoners.
-
Veel gezondheidsproblemen hebben te maken met de sociaaleconomische status en hoe de fysieke leefomgeving eruitziet. Om de gezondheid van de inwoners te verbeteren, zal Lelystad bijvoorbeeld het gebruik van de fiets aantrekkelijker moeten maken dan dat van de auto. Door middel van de aanpak Gezonde Jeugd, Gezonde Toekomst (JOGG) en de ketenaanpak uit het plan van aanpak Kind naar Gezonder Gewicht wil de gemeente Lelystad overgewicht onder jongeren verminderen.
+/-
De Omgevingsvisie bevat verschillende maatregelen die bijdragen aan een gezonde leefomgeving in Lelystad, zoals het stimuleren van ontmoeten, sporten, bewegen, en het creëren van koele en groene verblijfsplekken. De visie benoemt het belang van een beweegvriendelijke omgeving en goede toegang tot voorzieningen, maar geeft weinig concrete uitwerking aan deze punten. Het effect op de gezondheid wordt daarom als neutraal (+/-) beoordeeld.
Huidige situatie Een gezonde leefomgeving wordt vanuit twee invalshoeken benaderd: gezondheidsbescherming en gezondheidsbevordering. Bij gezondheidsbescherming is het zaak om de gezondheid van inwoners te beschermen door te zorgen voor een leefomgeving waarin de lucht schoon is, er niet te veel plekken met geluidoverlast zijn, waarin het veilig is om te wonen, werken en verplaatsen en waarin de omgeving zo is ingericht dat blootstelling aan hitte wordt beperkt en daarmee hitte niet leidt tot gezondheidsrisico’s (hittestress). Met andere woorden: de factoren in de fysieke leefomgeving die bijdragen aan risico’s op ziekte en lichamelijk letsel moeten zoveel mogelijk beperkt worden. Bij gezondheidsbevordering gaat het om het bevorderen van een gezonde leefomgeving, door inwoners in staat te stellen activiteiten te ondernemen die goed zijn voor hun gezondheid. Dat betekent dat een gezonde leefomgeving uitnodigt tot fietsen in plaats van de auto pakken en toegang geeft tot sporten en spelen in parken en speeltuinen in de openbare ruimte. Gezondheidsproblemen In Figuur 4-45 het aandeel van de bevolking met gezondheidsproblemen weergegeven voor Lelystad en Nederland. Meer dan de helft van de Lelystedelingen heeft overgewicht en er is een toename van chronische aandoeningen.
Daarnaast ervaart 14% van volwassenen in Lelystad eenzaamheid en/of sociale uitsluiting (Gemeente Lelystad, 2021).
89
Onze referentie: OER Lelystad - Datum: 9 januari 2026 - Public
Figuur 4-45: Aandeel van de bevolking met gezondheidsproblemen (18 jaar en ouder) (Gemeente Lelystad, 2023).
Milieugezondheidsrisico In Figuur 4-46 het milieugezondheidsrisico in de gemeente Lelystad weergegeven (RIVM, Atlas Leefomgeving, 2020). Te zien is dat er voor het overgrote deel van Lelystad een zeer laag milieugezondheidsrisico is, waarbij opvalt dat er op de industrieterreinen Oostervaart en Noordersluis en het wegennet een hoger milieugezondheidsrisico is. Op deze
locaties is er echter weinig blootstelling door mensen aan deze milieugezondheidsrisico’s. Figuur 4-46: Milieugezondheidsrisico (RIVM, Atlas Leefomgeving, 2020).
Autonome ontwikkeling Het zorgstelsel in Nederland verandert. Zelfredzaamheid komt eerst en de nadruk ligt op extramuraal, met als gevolg dat er meer kwetsbare personen in de wijk wonen (Gemeente Lelystad, 2021). In Lelystad zullen er steeds meer mensen met dementie zijn. In 2050 is de verwachting dat 5,1% van de Lelystadse bevolking dementie heeft, terwijl dit in 2020 nog 2,4% was. Deze cijfers liggen wel lager dan het Nederlands gemiddelde (Alzheimer Nederland, Lelystad in Cijfers, z.d.). Zie hiervoor Figuur 4-47.
Figuur 4-47: Verwacht aandeel dementerenden (Alzheimer Nederland, Lelystad in Cijfers, z.d.).
90
Onze referentie: OER Lelystad - Datum: 9 januari 2026 - Public
COLOFON168
Overgewicht wordt zowel in de Omgevingsvisie 2040 als in het plan van aanpak Gezond en Actief Leven Akkoord (GALA) van de gemeente Lelystad benoemd. In dit plan van aanpak schrijft de gemeente onder andere dat met de aanpak JOGG de omgeving waarin jongeren (0-23 jaar) opgroeien, gezonder wordt gemaakt. De lokale ketenaanpak voor Kind naar Gezonder Gewicht heeft bijvoorbeeld het doel om kinderen met ernstig overgewicht passende zorg en ondersteuning te geven naar een gezonde leefstijl. Daarnaast zijn er op basisscholen diverse KinderResto’s waarbij kinderen uit groep 6, 7 en 8 leren over gezonde voeding en wordt de kennis via het kind naar de ouder overgedragen. Door deze en andere maatregelen wil de gemeente het aantal jongeren met overgewicht verminderen. Raakvlakken De volgende aspecten hebben een raakvlak met het beleidsveld gezondheid: • • • • • • • • •
Stedelijk groen: stedelijk groen heeft een positieve invloed op de gezondheid en in hoeverre er wordt uitgenodigd tot ontmoeten. Natuur en biodiversiteit: natuur en biodiversiteit heeft een positieve invloed op de gezondheid. Wonen: Door vergrijzing is er meer vraag naar woningen voor (alleenstaande) ouderen. Leefbaarheid: gezondheid gaat hand in hand met leefbaarheid doordat leefbaarheid een effect heeft op gezondheid, en andersom. Verkeersveiligheid: een toename in verkeersveiligheid heeft een positieve impact op gezondheid en andersom. Omgevingsveiligheid: omgevingsveiligheid en gezondheid gaan hand in hand. Luchtkwaliteit: een betere luchtkwaliteit zorgt voor een betere gezondheid, en wanneer de luchtkwaliteit. slechter is, heeft dat gevolgen voor de gezondheid. Geuroverlast: als er geuroverlast plaatsvindt kan dat gevolgen hebben voor de gezondheid. Geluidhinder: geluidhinder heeft een direct effect op de gezondheid.
Bouwstenen voor de Omgevingsvisie • •
Koppel gezondheid aan natuur, sport en beweging, ontmoeten in wijken waar mensen een gezonde leefomgeving het hardst nodig hebben. De woonvraag en de zorgvraag meer samenhangend bezien.
4.8.2 4.8.2.1
Veiligheid
Externe veiligheid
Ambities • •
Bij inpassing van nieuwe risicovolle activiteiten mag het externe veiligheidsrisico voor de omliggende terreinen niet verslechteren, daar waar sprake is van (zeer of beperkt) kwetsbare groepen; Het onderdeel omgevingsveiligheid moet in de Omgevingsvisie terechtkomen.
Beleidsdocumenten •
91
Omgevingsvisie Lelystad 2040 (Gemeente Lelystad, 2020).
Onze referentie: OER Lelystad - Datum: 9 januari 2026 - Public
Fase
Beoordeling
Huidige situatie
Autonome ontwikkeling
Doelbereik Omgevingsvisie
Toelichting
+
In de gemeente Lelystad liggen meerdere risicobronnen. In met name de grotere industriegebieden (Noordersluis en Oostervaart) liggen puntbronnen. Deze leiden echter niet tot knelpunten, enerzijds omdat er nauwelijks sprake is van aandachtsgebieden, anderzijds omdat de industriegebieden ver weg van kwetsbare gebouwen liggen. Naast de puntbronnen zijn er drie lijnvormige risicobronnen: de Hoofdvaarweg Amsterdam Lemmer parallel aan de kust in het Markermeer, de A6, en de spoorlijn. Over deze transportroutes worden gevaarlijke stoffen vervoerd en er liggen aandachtsgebieden voor gifwolk-, explosie- en brandgevaar omheen. Voor de gebieden rondom de Hoofdvaarweg en de A6 raken deze nauwelijks kwetsbare gebouwen. Voor het spoor geldt dit niet; in een 600 meter (300 meter aan beide zijden van het spoor) brede band rondom het spoor liggen er veel woningen binnen het aandachtsgebied voor gifwolken. De gemeente is gestart met het opstellen van beleid voor omgevingsveiligheid.
+
Er komen de komende jaren enkele risicobronnen bij in de gemeente. Op dit moment loopt het vergunningstraject van een waterstoffabriek aan de Edelhertweg. Er bestaat daarnaast de mogelijkheid dat er een waterstof tankstation komt in de Flevokusthaven. De (toekomstige) opening van Lelystad Airport brengt vanwege de afstand tot de bebouwing geen extra risico’s met zich mee. De situatie op het gebied van externe veiligheid wijzigt echter niet dermate dat dit aanleiding geeft tot een andere score dan die voor de huidige situatie.
-
Eén maatregel uit de Omgevingsvisie heeft een beperkt negatief effect, de overige voorgestelde maatregelen en randvoorwaarden uit de Omgevingsvisie hebben geen effect op externe veiligheid. Genoemd wordt dat de A6 tussen Almere en Lelystad wordt verbreed. Deze maatregel heeft een beperkt negatieve beoordeling omdat de verbreding kan zorgen voor meer transportbewegingen en daarmee een verhoogd risico op incidenten met gevaarlijke stoffen. De A6 is namelijk een van de drie lijnvormige risicobronnen. Het is een transportroute waar gevaarlijke stoffen worden vervoerd en waarlangs aandachtsgebieden voor gifwolk-, explosie- en brandgevaar omheen liggen. Aangezien er nagenoeg geen maatregelen in de Omgevingsvisie worden genoemd, naast de wettelijk verplichte maatregelen, die zien op externe veiligheid, is de beoordeling op het milieueffect beperkt negatief (-).
Huidige situatie Voor de Foto van de Leefomgeving worden twee aspecten binnen veiligheid geïdentificeerd, namelijk externe veiligheid en sociale veiligheid. Onderstaand worden deze twee aspecten apart behandeld. De externe veiligheid in Nederland wordt gewaarborgd in de Omgevingswet. De regels voor burgers en bedrijven omtrent externe veiligheid staan in het Besluit activiteiten leefomgeving (hierna: Bal). De regels voor overheden ten aanzien van externe veiligheid staan in het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl). Voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet was het aspect externe veiligheid geregeld door meerdere verschillende besluiten, onder andere het Besluit en regeling externe veiligheid inrichtingen, Besluit en regeling externe veiligheid buisleidingen en het Besluit en regeling risico’s zware ongevallen. Deze zijn met de inwerkingtreden van de Omgevingswet komen te vervallen. De externe veiligheid beschrijft het risico dat een persoon komt te overlijden ten gevolge van ongevallen met gevaarlijke stoffen. Dit risico wordt uitgedrukt in de kans per jaar en het is voor iedere locatie in Nederland vastgelegd hoe hoog deze kans is. Dit noemen we het plaatsgebonden risico (PR). 10 Het PR is een eenduidige maatstaf die beleidsmakers in staat stelt om toetsbare normen te stellen.
De norm in de Omgevingswet schrijft voor het niet toegestaan is om kwetsbare functies te plaatsen in gebieden waar het plaatsgebonden risico meer dan 1:1.000.000 bedraagt, de zogenoemde ‘PR 10-6 norm’.11 Kwetsbare functies zijn gedefinieerd als gebouwen waar mensen langdurig verblijven. Daarbij gaat het sowieso om woningen, maar bijvoorbeeld ook gebouwen met een bijeenkomst-, kantoor- of sportfunctie12.
10
Dit is vastgelegd in artikel 5.6 van het Bkl. Dit volgt uit artikel 5.7 van het Bkl. 12 https://iplo.nl/thema/externe-veiligheid/kwetsbare-gebouwen/. 11
92
Onze referentie: OER Lelystad - Datum: 9 januari 2026 - Public
COLOFON168
Met de invoering van de Omgevingswet is de regelgeving op het gebied van externe veiligheid op meerdere punten aangevuld ten opzichte van eerdere regelgeving. Naast de categorie kwetsbare gebouwen is er een nieuwe categorie zeer kwetsbare gebouwen toegevoegd, waaronder gebouwen beschreven worden voor mensen die zichzelf niet op tijd in veiligheid kunnen brengen. Denk daarbij aan basisscholen, gevangenissen en kinderdagverblijven. Daarnaast is het begrip aandachtsgebied geïntroduceerd. Aandachtsgebieden beschrijven gebieden waar mensen binnenshuis zonder dat aanvullende maatregelen getroffen worden onvoldoende beschermd kunnen zijn tegen de gevolgen van ongevallen met gevaarlijke stoffen 13. Er zijn drie typen gevaren: warmtestraling (brand), overdruk (explosie) en de concentratie van giftige stoffen in de lucht (gifwolk). 14 Voor ieder van deze gevaren zijn aandachtsgebieden gedefinieerd. Afhankelijk van de activiteit die aanleiding geeft tot een aandachtsgebied om een bron van externe (on)veiligheid een combinatie van deze drie typen aandachtsgebieden liggen. Het is niet verplicht om binnen een aandachtsgebied overal maatregelen te treffen. Wel dienen gemeenten expliciet af te wegen of er redenen zijn om dit te doen.
Een gemeente kan binnen een aandachtsgebied een voorschriftengebied aanwijzen waarvoor aanvullende bouweisen voor (vervangende) nieuwbouw van (beperkt/zeer) kwetsbare gebouwen gelden. Deze aanvullende bouweisen staan in artikelen 4.90 t/m 4.96 van het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl). Uit de interviews met de gemeente Lelystad blijkt dat er nog geen eigen beleid is wat betreft omgevingsveiligheid, maar dat dit wel wordt opgesteld. De gemeente is wel gebonden aan de wettelijke normen over hoe om te gaan met explosies, brand, gifwolken en voorschriftengebieden. Deze normen zijn opgenomen in het Besluit kwaliteit leefomgeving. Brandveiligheid, en daarmee de opslag van gevaarlijke stoffen, is altijd een aandachtspunt (Gemeente Lelystad, 2023). In de huidige situatie zijn er meerdere activiteiten die kunnen leiden tot potentieel gevaarlijke situaties en die in Figuur 4-48 aangeduid zijn als risicobron. Activiteiten concentreren zich in de grotere industriegebieden in de gemeente. Op industrieterrein Noordersluis bevindt zich een Seveso-bedrijf waar gevaarlijke stoffen worden geproduceerd, verwerkt, behandeld en opgeslagen). Ook treffen we hier een vuurwerkopslagplaats en meerdere opslagtanks voor gas aan. Op bedrijventerrein Oostervaart ligt onder meer een opslaglocatie voor ammoniak en meerdere tankstations. Deze risicobronnen leiden echter nauwelijks tot aandachtsgebieden.
Bovendien liggen de risicobronnen in vrijwel alle gevallen ver van woongebieden, waardoor er geen kwetsbare gebouwen in de aandachtsgebieden of PR 10 -6 contouren liggen. Naast de puntbronnen die hierboven beschreven staan, liggen er in Lelystad drie belangrijke verbindingen waarover het transport van gevaarlijke stoffen plaatsvindt. Als eerste is er de Hoofdvaarweg Amsterdam-Lemmer die Amsterdam en Rotterdam verbindt met Noord-Duitsland, waarover jaarlijks 200.000 containers worden vervoerd (RTV Noord, 2021), met dus de aanwezigheid van gevaarlijke stoffen. Daarnaast is er de A6, de snelweg waarover gevaarlijke stoffen worden vervoerd. Zowel de vaarverbinding als de A6 liggen over het algemeen verder van het bewoonde gebied af en leiden dus niet tot potentiële knelpunten tussen externe veiligheid en kwetsbare gebouwen. De grote uitzondering hierop vormt de spoorlijn door Lelystad die een belangrijke rol speelt in het goederenvervoer tussen het IJmond- en het Rijnmondgebied met Noord-Nederland. Op dit traject worden gevaarlijke stoffen getransporteerd en in tegenstelling tot de vaarweg en de A6, gaat het spoor door het centrum van Lelystad. Aan weerszijden van het spoor ligt in banden met breedtes van respectievelijk 300, 200 en 30 meter aandachtsgebieden voor gifwolken, explosies en branden.
In name de eerste twee liggen over de breedte van de stad naast het spoor liggende woonwijken. Tot het omgevingsveiligheidsbeleid is vastgesteld, wordt bij elke nieuwe ontwikkeling uitgewerkt hoe de leefomgeving voor de toekomstige bewoners veilig kan zijn.
13 14
https://iplo.nl/thema/externe-veiligheid/externe-veiligheid-in-omgevingsplan/aandachtsgebieden-voorschriftengebieden/. Deze drie verschillende aandachtsgebieden volgen uit artikel 5.12 van het Bkl.
93
Onze referentie: OER Lelystad - Datum: 9 januari 2026 - Public
Figuur 4-48: Risicobronnen en aandachtsgebieden externe veiligheid in de gemeente Lelystad (Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, Atlas Leefomgeving, 2024).
De aanwezigheid van buisleidingen is in het kader van omgevingsveiligheid van belang. Op drie punten komen gasleidingen de gemeente binnen, deze liggen echter alle drie in buitengebieden. Tot slot kunnen achtergebleven ontplofbare oorlogsresten (OO) in de bodem een risico vormen voor de openbare veiligheid. In het buitengebied van de gemeente is er sprake is van een verdacht gebied ontplofbare oorlogsresten (VG6). Dit houdt in dat er gerede kans bestaat op het aantreffen van OO in de bodem. In het buitengebied gaat het qua soort OO om geschutmunitie Duits, Oud-Hollands en Geallieerd. Daarnaast bevinden zich in het Markermeer, ten westen van Lelystad, enkele aandachtsgebieden. Zie Figuur 4-49 voor een weergave van de aandachtsgebieden OO in de gemeente. Onverdachte gebieden zijn niet gekleurd of gearceerd, zoals onder meer het geval is in het stedelijk gebied van Lelystad.
94
Onze referentie: OER Lelystad - Datum: 9 januari 2026 - Public
COLOFON168
Figuur 4-49: Bodembelastingkaart Ontplofbare Oorlogsresten (Bodematlas, 2023).
Autonome ontwikkeling Op dit moment loopt het vergunningstraject van een waterstoffabriek aan de Edelhertweg, in de nabijheid van het zonnepark. Tevens loopt er een vergunningsprocedure voor een waterstoftankstation op Oostervaart. Daarnaast bestaat de mogelijkheid dat er een waterstof tankstation komt in de Flevokusthaven. De (toekomstige) opening van Lelystad Airport brengt vanwege de afstand tot de stad geen extra risico’s met zich mee. Onder de Omgevingswet wordt naast het persoonsgebonden risico (PR) gebruik worden gemaakt van aandachtsgebieden die betrekking hebben op brand, explosies en giftige wolken. Deze aandachtsgebieden beslaan een ruimer gebied dan de bestaande PR-contour, hoewel de exacte grenzen ervan nog niet zijn vastgesteld. Dit nieuwe kader kan gevolgen hebben voor toekomstige (ruimtelijke) ontwikkelingen binnen de gemeente. Raakvlakken De volgende aspecten hebben een raakvlak met het beleidsveld externe veiligheid: • •