CConstaterende datLelystad
Koppel je AI →
Document · PDF

BL 3. OER Lelystad

Raadsvergadering 17 februari 2026, gemeente LelystadBij agendapunt: 26.079 Omgevingsvisie Lelystad 205036.886 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 5

Bouwstenen voor de Omgevingsvisie •

• • • • • • • • •

30

De verbondenheid van de stad met de omgeving voor met name langzaam verkeer is in de huidige situatie beperkt. Zet in op het aanbrengen en versterken van de verbinding vanuit de natuur naar de stad en andersom zodat het groene buitengebied beleefd kan worden door de inwoners. Om de verbondenheid met het buitengebied te verbeteren, zijn schakels die de gebieden met elkaar verbinden van belang. Op deze manier kan de ambitie om het landelijk gebied te versterken worden waargemaakt. De ecologische groen/blauwe structuur vaststellen zodat invulling wordt gegeven aan ontbrekende schakels en een bijdrage geleverd kan worden aan de stedelijke en landschappelijke structuur. Werken aan een draagkrachtig landschap om ruimte te kunnen bieden aan de energietransitie en andere ruimteclaims (o.a. defensie) en dit laten terugkomen in de Omgevingsvisie. Invulling geven over wat kwalitatief goede landbouwgronden zijn, waar stedelijke ontwikkeling niet wenselijk is. Het buitengebied typeren door middel van gebiedsindelingen, waarbij per type de mogelijke ontwikkelingen worden bepaald. Ruimte bieden aan andere vormen van grondgebruik/gewasteelt ten gunste van duurzaam bouwen. Werken aan een aantrekkelijk buitengebied in verbinding met de stad, recreatieve toegankelijkheid en aantrekkelijkheid en verbinden van stadsbewoners met agrarische producten.

Beschermen van nog open polderlandschappen en door intensivering van landschapsstructuren ruimte bieden aan nieuwe grootschalige ontwikkelingen zoals de energietransitie. Inzetten op behoud en herstel erfsingels. Bij de (her)inrichting van het landschap dient de opbouw en de samenstelling van de ondergrond onderzocht te worden.

Onze referentie: OER Lelystad - Datum: 9 januari 2026 - Public

COLOFON168

4.3.2

Cultuurhistorie en archeologie

Ambities • •

Cultuurhistorische en archeologische kwaliteiten worden niet alleen beschermd maar ook benut bij ruimtelijke vraagstukken (Omgevingsvisie Lelystad 2040). Toekomstige inwoners van Lelystad moeten ook in de toekomst de stedenbouwkundige, cultuur- en architectuurhistorische waarden kunnen blijven ervaren (Omgevingsvisie Lelystad 2040).

Beleidsdocumenten •

Omgevingsvisie Lelystad 2040 (Gemeente Lelystad, 2021).

Fase

Beoordeling

Huidige situatie

-

Toelichting Erfgoedlocaties zijn onder andere het Werkeiland Lelystad-Haven, met de oudste gebouwen van de Zuidelijke Flevopolders, en het gebouw De Kubus, beide aangewezen als gemeentelijke monumenten. Ondanks de jonge leeftijd van de gemeente, heeft Lelystad relevante architectuur en archeologische resten uit de periode van voor de drooglegging, zoals scheepswrakken uit de middeleeuwen en nederzettingen uit het Neolithicum. De gemeente werkt aan erfgoedbeleid. Erfgoed vormt een belangrijk onderdeel van

ruimtelijke kwaliteit, omdat het karakter, schoonheid en een gelaagdheid in tijd aan een gebied geeft. Wanneer je erfgoed integraal en gebiedsgericht benadert, draagt het bij aan het gezamenlijke verhaal en identiteit van de stad en kun je het inzetten voor andere beleidsvelden, zoals woningbouw, ruimtelijke inrichting, economie en toerisme, maar ook voor klimaatbestendige inrichting of verduurzaming van gebouwen.

Autonome ontwikkeling

Doelbereik Omgevingsvisie

-

De gemeente wil erfgoed beschermen en benutten via ‘behoud door ontwikkeling’ om cultuurhistorische waarden te behouden en ruimtelijke kwaliteit te versterken. De gemeente streeft hierbij naar een volwaardig erfgoedbeleid waarbij binnen de ontwikkeling van de stad aandacht is voor het behouden, benutten en beleven van waardevol erfgoed Beleid wordt ontwikkeld om druk door ontwikkelingen en klimaatverandering op erfgoed te beperken.

+

Vrijwel alle maatregelen uit de Omgevingsvisie hebben geen effect op cultuurhistorie, behalve drie. Het behoud en herstel van erfsingels heeft een beperkt positief effect, terwijl het benutten van cultuurhistorie en het toevoegen van kunst en cultuur in de openbare ruimte sterk positief bijdragen aan de beleving en identiteit van het gebied. Het effect is daarmee beperkt positief (+).

Huidige situatie Cultuurhistorie De inpolderingsgeschiedenis van Flevoland kenmerkt de aanwezige cultuurhistorie in de gemeente Lelystad, met name als het gaat om het ontstaan en de ontwikkeling van de stad. Hierbij wordt er een onderscheid gemaakt tussen drie ontwikkelingsfases: de inpoldering van de Flevopolder, de modernistische stad (Lelystad is het stedenbouwkundig prototype van een functionalistische stad met modernistische ontwerpprincipes) en de volwaardige stad (Lelystad wordt in 1980 een zelfstandige gemeente met een bovenregionale functie, wat zich vertaalt in de bouw van woningen voor Randstedelingen en de daarbij horende voorzieningen). Deze fases uit de geschiedenis van Lelystad kunnen als kaders dienen voor het waarderen van het jonge erfgoed. Elk van de drie fases heeft namelijk objecten en terreinen opgeleverd waaraan cultuurhistorische waarde is toegekend (Cultuurhistorie in Lelystad, 2007). Ten aanzien van erfgoed zijn in 2017 gemeentelijk monumenten op het Werkeiland Lelystad-Haven aangewezen. Op het Werkeiland Lelystad-Haven staan de oudste huizen van de Zuidelijke Flevopolders. Vanaf 1951 werden er houten barakken gebouwd. In 1952 werd er een begin gemaakt met de bouw van een stenen kamp. Hier woonden dijk- en polderwerkers en later ook personeel van het gemaal, sluiswachters en politieagenten.

In 1954 is de Knardijk gereed gekomen en kan het werkeiland niet meer beschouwd worden als ‘eiland’, maar vanwege het hoogteverschil met het 31

Onze referentie: OER Lelystad - Datum: 9 januari 2026 - Public

omringende land zijn de contouren van het werkeiland nog steeds zichtbaar. Daarnaast is het gebouw De Kubus, het centrum voor kunst en cultuur, aan de rand van het stadscentrum aanwezen als gemeentelijk monument in 2020. Lelystad kent ondanks haar relatief jonge leeftijd waardevolle gebouwen die iets verstellen over het ontstaan en de ontwikkeling van de stad en haar geschiedenis. De structuur van de stad laat haar ontwerpgeschiedenis zien. Zoals een vooraf ontworpen New Town: een compleet nieuwe stad volledig gepland op basis van een masterplan. Lelystad kent daarmee veel Post 65 gebouwen. Dit is de term voor de architectuur vanaf de tweede helft van de jaren zestig van de vorige eeuw. Archeologie De gemeente Lelystad kent vanwege haar relatief jonge leeftijd met name archeologische resten die dateren uit de periode dat Flevoland nog niet was drooggelegd. Tot het moment van inpoldering werd het gebied druk bevaren, voornamelijk door vrachtschepen. Bij de inpoldering van Flevoland zijn er veel scheepswrakken teruggevonden. In heel Flevoland bedraagt het aantal circa 450 scheepswrakken uit de late middeleeuwen (Monumentenregister), waarvan circa 60 op grondgebied van de gemeente Lelystad. De verwachting is dat in zowel land- als waterbodem nog een onbekend aantal scheepswrakken aanwezig zijn.

Eén van de ontdekte scheepswrakken, daterend uit 1460 en vergaan ten noorden van de huidige Houtribsluizen, is aangewezen als archeologisch rijksmonument. Nabij de huidige Visvijverweg bevindt zich daarnaast een terrein met resten van een nederzetting uit het vroegneolithicum Bmiddenneulithicum A. Voorts zijn er archeologische resten te vinden die teruggaan tot het Mesolithicum (tot 8.000 jaar voor Christus). Over nog oudere perioden is weinig bekend. Wel is in zand, afkomstig van zandwinningen in het Markermeer, materiaal gevonden afkomstig van dieren die in diverse warme en koude perioden in dit gebied voorkwamen. De gemeente wil haar erfgoed beschermen voor volgende generaties. Daarom wordt momenteel een volwaardig erfgoedbeleid ontwikkeld, zowel voor het bovengrondse erfgoed als voor archeologisch erfgoed. Voor het maken van het erfgoedbeleid maakt de gemeente gebruik van de onderzoeken, en de inbreng van inwoners. Voor de begeleiding is een klankbordgroep ingesteld met vertegenwoordigers van erfgoedorganisaties. De verwachting is dat het erfgoedbeleid in 2025 wordt vastgesteld. Autonome ontwikkeling Een uitsnede van de cultuurhistorische waardenkaart van de gemeente Lelystad is weergegeven in Figuur 4-13. Op de kaart zijn terreinen met een bepaalde mate (hoog, zeer hoog, zeer hoog en beschermd) van archeologische waarde zichtbaar.

Lelystad wil garanderen dat toekomstige inwoners de cultuurhistorische en architectuurhistorische waarden van de gemeente ook in de toekomst kunnen blijven ervaren. Het concept van ‘behoud door ontwikkeling’ staat hierbij centraal. Dit houdt in dat de focus de komende jaren ligt op het beschermen en benutten van cultuurhistorische en archeologische kwaliteiten bij ruimtelijke vraagstukken (Omgevingsvisie Gemeente Lelystad 2040). Niet alleen komt dit het erfgoed ten goede (behoud), het draagt bij aan het door ontwikkelen van de kwaliteit van het ruimtelijk ontwerp (ontwikkeling). Het boven- en ondergrondse erfgoedbeleid wordt momenteel door de gemeente ontwikkeld. Onderwerpen zoals erfgoed spelen een groeiende rol in de ontwikkeling van de gemeente en het volwassen worden van de stad. De ontwikkeling van beleid op deze onderwerpen is dan ook van belang om de culturele en historische waarden te kunnen blijven waarderen en om ze te beschermen of te benutten. Ontwikkelingen die ruimte in beslag nemen en in de toekomst spelen (bijvoorbeeld woningbouw, uitbreiding van infrastructuur en toenemende bedrijvigheid), kunnen druk leggen op archeologische elementen en cultuurhistorische elementen die kenmerkend zijn voor de gemeente Lelystad. Gelijktijdig kunnen deze elementen ook inspiratie bieden en (belevings)waarden of identiteit toevoegen aan fysieke ontwikkelingen.

Klimaatverandering is een autonome ontwikkeling die een negatief effect kan hebben op archeologische resten. Menselijke ingrepen door klimaatadaptatie kunnen bijvoorbeeld leiden tot verstoring van archeologische elementen. Hetzelfde geldt voor bodemerosie door extreem weer of veranderingen in grondwaterstanden door droogte of hevige regenval als gevolg van klimaatverandering.

32

Onze referentie: OER Lelystad - Datum: 9 januari 2026 - Public

COLOFON168

Figuur 4-13: Uitsnede cultuurhistorische waardenkaart gemeente Lelystad (Cultuurhistorische waardenkaart).

Raakvlakken De volgende omgevingsaspecten hebben een raakvlak met het beleidsveld cultuurhistorie en archeologie: •

•

•

• •

Wonen: inbreiding door te bouwen binnen de bestaande bebouwing kan mogelijk ten koste gaan van aanwezige cultuurhistorie. Bij uitbreiding dient op aangegeven locaties archeologisch (voor)onderzoek gedaan te worden. Dit kan mogelijk leiden tot het aanpassen van plannen voor het behoud van archeologisch erfgoed. Landschap en ruimtelijke kwaliteit: rekening houden met historische elementen bij ruimtelijke vraagstukken kan het landschap en de ruimtelijke kwaliteit verhogen doordat het bijdraagt aan de oorspronkelijke identiteit en karakter van een bepaald gebied. Recreatie en toerisme: cultuurhistorische en archeologische kwaliteiten die aanwezig zijn in de gemeente kunnen een aantrekkingsbron vormen voor toeristen. Een voorbeeld zijn de scheepswrakken die bij het inpolderen van Flevoland zijn teruggevonden. Economie: het behouden, en mogelijk ontwikkelen van de aanwezige cultuurhistorie en archeologie, biedt economische kansen aangezien het bezoekers naar de gemeente trekt en daarmee inkomsten genereert. Droogte en hittestress: door lagere grondwaterstanden kunnen archeologische waarden, zoals scheepswrakken, bedreigen.

Bouwstenen voor de Omgevingsvisie •

•

•

33

Schenk in de Omgevingsvisie voldoende aandacht aan de aanwezige cultuurhistorie en archeologie in de gemeente in het kader van het beleid dat hiervoor momenteel ontwikkeld wordt. Deze actualisatie is wenselijk gezien het voorgaande beleid uit 2008 komt en de aangenomen motie om te komen tot een volwaardig gemeentelijk erfgoedbeleid in 2021. Maak duidelijke keuzes ten behoeve van het bewaren van waardevolle cultuurhistorie. Zet de stad daarbij niet op slot. Elke stad groeit organisch, hoewel in zijn geheel in een korte periode is ontworpen, moet dit niet betekenen dat daarmee de hele structuur en bouw op slot gaat wanneer de huidige tijd (functionele) aanpassingen vraagt. Er dient gezocht te worden naar een goede balans tussen behoud en ontwikkeling. In de Omgevingsvisie 2040 speelde de vraag welke cultuurhistorische gebouwen, ensembles en/of gebieden behouden moeten blijven. Maak in de nieuwe Omgevingsvisie duidelijk welke belangen van de (lokale) cultuurhistorie daadwerkelijk behartigd moeten worden, onder meer in het kader van toekomstige Onze referentie: OER Lelystad - Datum: 9 januari 2026 - Public

ontwikkelingen, zodat ze benut kunnen worden bij ruimtelijke vraagstukken.

4.3.3

Stedelijk groen

Ambities • • • • • • •

We verbinden het stedelijk groen nog beter met de grote natuurgebieden rondom de stad (Strategie Agenda Natuur 2030). Lelystad in de top 5 groenste steden van Nederland (Strategie Agenda Natuur 2030). Toekomstbestendige groenstructuren met een hogere natuurwaarde (Strategie Agenda Natuur 2030). Verhogen van gebruiks- en beleefwaarde van bestaand groen. ‘Groen, tenzij’: de openbare ruimte (inclusief daken en gevels) groen inrichten, tenzij dat op die plek niet kan vanwege de vereiste functionaliteit (Strategie Agenda Natuur 2030). Verbetering van de kwaliteit zodat het openbaar groen bijdraagt aan het verbeteren van de biodiversiteit (Strategie Agenda Natuur 2030). Minder versnippering van bestaande groenstructuren door knelpunten in het ecosysteem op te lossen en nieuwe knelpunten te voorkomen (Strategie Agenda Natuur 2030).

Beleidsdocumenten • • •

Omgevingsvisie Lelystad 2040 (Gemeente Lelystad, 2021). Strategie Agenda Natuur 2030 (Gemeente Lelystad, 2023). Programma ‘Van Groen Dromen naar Groen doen’ 2024-2027 (Gemeente Lelystad, 2023).

Fase

Beoordeling

Toelichting

Huidige situatie

+

In Lelystad openbaar groen 65,7%. Per inwoner is er gemiddeld 826 m2 groen, met een gemiddelde afstand van 300 meter tot openbaar groen. Daarmee voldoet de gemeente aan de 300 uit de 3-30-300-richtlijn. Inwoners zijn vrij positief over het openbaar groen in de gemeente. Boswijk krijgt de hoogste score van inwoners over hoe groen ze de wijk vinden. Natuurgebieden zijn goed bereikbaar, al wordt openbaar vervoer als verbeterpunt genoemd.

Autonome ontwikkeling

-/+

Lelystad ontwikkeld een groenblauwe structuur en een Parkenplan om groengebieden te versterken, biodiversiteit te verbeteren en parken aantrekkelijker te maken, met focus op het Stadshart.

-/+

De maatregelen uit de Omgevingsvisie dragen positief bij aan het stedelijk groen. Dit komt vooral door inzet op hoogwaardige, natuurinclusieve groenstructuren, kwalitatieve verbetering en uitbreiding van groen in lijn met ontwikkelingen, en vergroening voor een beter leefklimaat. Ook wordt positief bijgedragen door aandacht voor een robuust ecosysteem en het principe “groen, tenzij verharding nodig is”. De beoordeling is daarmee beperkt positief (+).

Doelbereik Omgevingsvisie

Huidige situatie De oppervlakte van openbaar groen betreft 65,7% (Waar staat je gemeente, 2024). Bomen bevinden zich primair in het noordoostelijk deel van de gemeente, alsook nabij de Oostvaardersplassen. In Figuur 4-14 is een kaart weergegeven die een beeld geeft van waar het groen zich bevindt in de gemeente. Figuur 4-15 geeft een beeld van waar in de gemeente Lelystad lage vegetatie, zoals grasland, aanwezig is. Dit is met name het geval rondom de Oostvaardersplassen. Het percentage ligt laag in en rondom het stedelijk gebied. Op inwonersniveau geldt dat er een hoeveelheid groen is van 213 m 2 per inwoner (Strategie Agenda Natuur). De meest recente gegevens over de afstand van de inwoners van Lelystad tot openbaar groen dateren uit 2017. De gemiddelde afstand van alle inwoners in dat jaar tot het dichtstbijzijnde openbaar groen, berekend over de weg, bedroeg 300 meter. Dit is conform de 3-30-300 regel van de gemeente Lelystad waarbij binnen 300 meter loopafstand vanaf een woning een park moet zijn. Deze afstand is in de jaren daarvoor constant gebleven (Nabijheid voorzieningen, CBS). 34

Onze referentie: OER Lelystad - Datum: 9 januari 2026 - Public

COLOFON168

Eind 2022 heeft de gemeente een vragenlijst door inwoners laten invullen om inzicht te krijgen in hoe groen zij hun wijk en Lelystad vinden (Groene Stad Inwonerspeiling, 2023). Uit het onderzoek is gebleken dat inwoners Lelystad (score 7,7) groener vinden dan hun eigen wijk (score 7,3). Van de ondervraagden geeft 54% aan dat ze hun wijk de score 8 of hoger geven, Lelystad krijgt van 64% van de inwoners de score 8 of hoger. Van 14% van de inwoners krijgt de wijk een onvoldoende, voor Lelystad is dit 7%. Inwoners van de (deel)wijken Boswijk (score 7,8) en Atolwijk (score 7,6) geven gemiddeld de hoogste score, de wijk Warande (score 6,5) heeft de laagste score als het gaat om hoe groen ze hun wijk vinden. De belangrijkste reden waarom inwoners een groene wijk belangrijk vinden, is dat het er aantrekkelijker uitziet. Van de ondervraagden, geeft namelijk 88% dit aan als belangrijkste reden, gevolgd door de reden dat het belangrijk is voor de biodiversiteit (81%) en voor het klimaat (77%). Aan de inwoners is ook gevraagd hoe tevreden ze zijn met voorzieningen en of ze de natuurgebieden of -parken goed bereikbaar vinden. Uit de vragen die hierover gesteld zijn, volgt dat de inwoners het meest tevreden zijn met de wandelpaden (75%), gevolgd door de fietspaden (66%), parkeermogelijkheden (61%) en borden met wandel- of fietsroutes (51%).

Het minst scoort de tevredenheid van de inwoners over culturele activiteiten: slechts 22% is hierover tevreden. Horeca (27%) en natuurlijk spelen (36%) zijn ook voorzieningen die minder hoog scoren. Ten aanzien van de bereikbaarheid van natuurgebieden of -parken in Lelystad is uit het onderzoek gebleken dat 94% van de inwoners ze goed bereikbaar vindt. Circa 4% vindt de natuurgebieden of -parken niet goed bereikbaar, waarvan een groot deel van de ondervraagden als reden hiervoor aangeeft dat de natuurparken met het openbaar vervoer slecht bereikbaar zijn.

Figuur 4-14: Uitsnede groenkaart van Nederland (10 meter resolutie) (Atlas Natuurlijk Kapitaal (RIVM), 2022).

35

Onze referentie: OER Lelystad - Datum: 9 januari 2026 - Public

Figuur 4-15: Percentage lage vegetatie (Atlas Natuurlijk Kapitaal (RIVM), 2022).

Autonome ontwikkeling De gemeente Lelystad streeft naar een groenblauwe structuur die ervoor moet zorgen dat belangrijke groengebieden in de stad versterkt worden, verbonden zijn en beschermd worden. Het betreft een wettelijk kader dat moet helpen om een goede afweging te kunnen maken bij (toekomstige) ruimtelijke vraagstukken (Strategie Agenda Natuur 2030). Op het moment van schrijven zit de ontwikkeling van de ecologische groenblauwe structuur in de afrondende fase. Op basis van onder andere deze structuur wordt ook een kansenkaart ontwikkeld voor het vergroenen en voor de verbetering van de biodiversiteit in de stad (Strategie Agenda Natuur 2040). Dit zal het vertrekpunt zijn van ontwikkelingen in de openbare ruimte, zodat bijvoorbeeld kan worden bezien welke verharding kan worden omgezet naar groen. Met name voor het Stadshart geldt dat er urgentie is om de openbare ruimte hiervan kwalitatief te verbeteren, met name door te vergroenen. De gemeente heeft verder aangegeven te werken aan een Parkenplan, die ook onderdeel uitmaakt van de groenblauwe structuur. Het plan gaat over de parken die nu al in Lelystad zijn en de parken die er in de toekomst zullen komen. Het betreft onder meer Woldpark, Bultpark, Stadspark, Kustpark, Park Hondenkop en Voorhofpark en de drie parken in Warande. In het Parkenplan zal worden vastgelegd hoe de gemeente Lelystad zich zo goed mogelijk

36

Onze referentie: OER Lelystad - Datum: 9 januari 2026 - Public

COLOFON168

kan voorbereiden op een veranderend klimaat (regenval, droogte, opwarming) en hoe de parken mooier en beter kunnen worden gemaakt. De gemeente Lelystad wil de woningbouwambitie voornamelijk realiseren door binnenstedelijk te transformeren. Hierdoor bestaat een groot risico dat stedelijk groen verloren gaat. Raakvlakken De volgende omgevingsaspecten hebben een raakvlak met beleidsveld stedelijk groen: •

• •

•

•

•

• •

Wonen: de woningbouwopgave biedt kansen voor vergroening maar aan de andere kant kan woningbouw door middel van inbreiding knellen met de ruimtevraag voor stedelijk groen. De bouw van nieuwe woningen gaat namelijk gepaard met verstening en verdere asfaltering. Het is van belang te zoeken naar koppelkansen bij de bouw van nieuwe woningen met het toevoegen van stedelijk groen en zorg te dragen voor een goede afwatering. Hittestress: voldoende groen in steden gaat hittestress tegen. Door een grote hoeveelheid aan steen en asfalt in de bebouwde kom stijgt de gevoelstemperatuur op warme dagen. Wateroverlast: voldoende groen in steden heeft een positief effect op het waterbergend vermogen, een gebrek aan groen kan leiden tot wateroverlast doordat straten blank komen te staan na hevige regenval. Doordacht ontworpen en geplaatst, kan groen samen met andere maatregelen zorgen voor hoger waterbergend vermogen. Natuur en biodiversiteit: biodiversiteit wordt verhoogd door stedelijke groen te introduceren, terwijl meer verharding de biodiversiteit juist niet bevorderd. De natuur wordt bevorderd door stedelijk groen met ecologische waarden aan te brengen. Gezondheid: groen binnen stedelijke omgevingen kan de luchtkwaliteit verbeteren en kan daarnaast bijdragen aan gezondheid doordat groene ruimtes veelal een toevluchtsoord zijn om te ontspannen of stress te verminderen.

Bovendien biedt groen ruimte voor sport en beweging en fungeert het als ontmoetingsplaatsen voor sociale interactie. Duurzame warmte: hoewel stedelijk groen niet direct duurzame warmte produceert, zorgt het wel voor een verkoelingseffect op de omgevingstemperatuur. Dit kan bijdragen aan verminderd energieverbruik in de warmere maanden. Cultuurhistorie en archeologie: bij de ontwikkeling van stedelijk groen dient rekening gehouden te worden met aanwezige cultuurhistorie en/of archeologie. Leefbaarheid: stadsparken en groene pleinen stimuleren sociale cohesie doordat ze fungeren als ontmoetingsplaatsen. De aanwezigheid van groen heeft bovendien een positief op het welzijn van inwoners en verbetert daarmee de kwaliteit van leven.

Bouwstenen voor de Omgevingsvisie • •

• •

•

•

37

In het raamwerk de groenblauwe structuur vastleggen voor bestaande stad en voor uitbreiding. Lelystad heeft veel groen, de druk op groen neemt toe. De vraag is hoe hiermee om dient te worden gegaan. Van belang is een evenwichtige stedelijke ontwikkeling. Door groenblauw (landelijk) raamwerk te definiëren en groennorm te hanteren. Gebruik 3-30-300-regel als ondergrens. Groen kwalitatief en multifunctioneel ontwikkelingen ten dienste van de stad. Dit draagt bij aan een klimaatbestendige, duurzame en aantrekkelijke stad en kent een hoge gebruikswaarde. Besteedt in de Omgevingsvisie aandacht aan de verbinding tussen het stedelijk groen met de grote natuurgebieden rondom de stad en faciliteer dit ook. Zoals ook aangegeven door de gemeente, is groen in het buitengebied niet gericht op gebruik door inwoners. Prioriteer het onderwerp stedelijk groen in toekomstige ruimtelijke ontwikkelingen door dit beleidsthema ook een aparte plek te geven in de Omgevingsvisie. Dit draagt bij aan de ambitie om Lelystad een van de vijf groenste steden van Nederland te maken. Zorg voor variatie in het stedelijk groen binnen de gemeente in plaats van te kiezen voor eenzijdig en weinig divers groen.

Onze referentie: OER Lelystad - Datum: 9 januari 2026 - Public

4.3.4

Natuur en biodiversiteit

Ambities • • • • • •

Lelystad in de top 5 groenste steden van Nederland (Strategie Agenda Natuur 2030). Toekomstbestendige groenstructuren met een hogere natuurwaarde (Strategie Agenda Natuur 2030). Meer beleefbaar groen dat uitnodigt om er gebruik van te maken (Strategie Agenda Natuur 2030). ‘Groen, tenzij’: de openbare ruimte (inclusief daken en gevels) groen inrichten, tenzij dat op die plek niet kan vanwege de vereiste functionaliteit (Strategie Agenda Natuur 2030). Verbetering van de kwaliteit zodat het openbaar groen bijdraagt aan het verbeteren van de biodiversiteit (Strategie Agenda Natuur 2030). Minder versnippering van bestaande groenstructuren door knelpunten in het ecosysteem op te lossen en nieuwe knelpunten te voorkomen (Strategie Agenda Natuur 2030).

Beleidsdocumenten • • • • • •

Omgevingsvisie Lelystad 2040 (Gemeente Lelystad, 2021). Strategie Agenda Natuur 2030 (Gemeente Lelystad, 2023). Bosbeleidsplan Gemeente Lelystad (Gemeente Lelystad, 2019). Programma ‘Van Groen Dromen naar Groen Doen’ (Gemeente Lelystad, 2023). Lelystadse Adaptatie Strategie 2023 (Gemeente Lelystad, 2023). Kadernota Duurzaamheid (Gemeente Lelystad, 2015).

Fase

Beoordeling

Huidige situatie

Autonome ontwikkeling

Doelbereik Omgevingsvisie

Toelichting

0

Binnen de bebouwde kom van Lelystad is de soortendiversiteit enigszins laag, in vergelijking met andere stedelijke gebieden in Nederland. De soortendiversiteit in agrarische buitengebied is ook laag, maar vergelijkbaar met andere agrarische gebieden. Een groot deel van het buitengebied bestaat echter uit bos of open natuurlijk terrein, waaronder de Oostvaardersplassen. Natuurwaarden hier zijn hoog.

0

De komende decennia zal door onder meer klimaatverandering, landgebruik en stikstofdepositie de biodiversiteit in Nederland verder achteruitgaan. De gemeente Lelystad werkt echter aan een aantal initiatieven die tot doel hebben om natuurwaarden te vergroten. Mogelijk wordt deze negatieve trend daarmee deels of geheel gekeerd.

+

De meeste maatregelen uit de Omgevingsvisie hebben een beperkt positieve invloed op natuur en biodiversiteit, vooral door het creëren van ruimte voor klimaatadaptatie en natuurinclusief ontwerpen. Maatregelen zoals vergroening en het realiseren van een robuust ecosysteem leveren een sterk positief effect op, doordat ze de leefomgeving en biodiversiteit direct verbeteren. De totale beoordeling is daarmee beperkt positief (+).

Huidige situatie Van het Lelystadse grondgebied bestaat 33% uit bos of open natuurlijk terrein (Lelystadse Adaptatie Strategie, 2023). De bebouwde kom grenst onder meer aan het Nationaal Park Nieuw Land, het Zuigerplasbos en het Gelderse Hout. In Figuur 4-16 is een kaart weergegeven van het groen in de gemeente. Zichtbaar zijn het NNN-gebied de Oostvaardersplassen en de Marker Wadden. Dit is zijn de grootste en belangrijkste natuurgebieden van Flevoland en betreft een moerasgebied dat grenst aan het Markermeer. Aan de randen van het gebied bevinden zich bossen (Kotterbos, en Oostvaardersbos) die vrij toegankelijk zijn voor mensen en moerasgebied dat niet vrij toegankelijk is. De graslanden zijn vooral een belangrijk vogelgebied, met name voor watervogels, omdat ze aangetrokken worden door het water, de openheid van het gebied en de aanwezigheid van kort voedselrijk gras. Het aanwezige groen binnen de bebouwde kom is redelijk eenzijdig. Ten tijde van de ontwikkeling van Lelystad speelde biodiversiteit in de stad een minder belangrijke rol, vandaar dat er een gebrek aan variatie is de mate van 38

Onze referentie: OER Lelystad - Datum: 9 januari 2026 - Public

COLOFON168

verscheidenheid van aanwezige plantsoorten. Houtopstanden bestaan veelal uit dezelfde boomsoort en het overige groen in de bermen is eenzijdig.

Figuur 4-16: Groen in agrarisch gebied, Natura 2000-gebied, NNN-gebied en overige gebieden (Atlas Leefomgeving, 2022).

Opgemerkt dient te worden dat er beperkte informatie beschikbaar is om aan te tonen hoe het staat met de biodiversiteit in Lelystad. Voor de soortendiversiteit maken we gebruik van modelmatige informatie, beschikbaar via de Atlas van de Leefomgeving. Figuur 4-17 laat de geschatte soortendiversiteit per vierkante kilometer zien. De zeven belangrijkste en best onderzochte soortgroepen zijn hierin samengenomen, namelijk vaatplanten, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen en vogels. Hoe donkerder de groene kleur is, hoe meer verschillende soorten planten en dieren in een bepaald gebied voorkomen ten opzichte van een ander gebied. Dit geeft de mate van biodiversiteit aan. Zichtbaar is dat de kust nabij Lelystad en de waterrijke gebieden donkergroen kleuren. De soortendiversiteit is hier hoog vergeleken met andere gebieden. Het agrarische buitengebied is minder divers qua soorten en scoort vergelijkbaar met andere landbouwgebieden. Binnen de bebouwde kom is de soortendiversiteit ook relatief laag, zeker in vergelijking met andere stedelijke gebieden in Nederland.

39

Onze referentie: OER Lelystad - Datum: 9 januari 2026 - Public

Figuur 4-17: Soortendiversiteit (bron: Nationale Databank Flora en Fauna, 2017).

Autonome ontwikkeling De komende decennia zullen factoren die de kwaliteit van de natuur in Nederland onder druk zetten, een rol blijven spelen. Verdergaande klimaatverandering leidt tot langere perioden van droogte, wat zijn weerslag op planten en dieren heeft. Ondanks maatschappelijke en politieke druk ziet het er op korte termijn niet naar uit dat substantiële reducties in stikstofemissies en -depositie te verwachten is. En verdergaande verstedelijking door een groeiende bevolking zorgt ervoor dat het leefgebied van planten en dieren achteruit blijft gaan. De tendens is door al deze factoren dat de biodiversiteit in Nederland de komende decennia verder achteruit zal blijven gaan. De gemeente Lelystad probeert het tij te keren. De gemeente profileert zich als Hoofdstad van de Nieuwe Natuur en werkt aan een aantal initiatieven mee. Voordat hier door het Rijk een streep door gezet werd, werkte de gemeente Lelystad mee aan het Flevolands Programma Landelijk Gebied (FPLG). Ook werkt de gemeente aan de IJsselmeerdijkversterking en de verbinding van de Oostvaardersplassen, Markermeer en Lepelaarplassen om een sterk en levendig watergebied voor dieren en planten te realiseren. Ook wordt er gewerkt aan de doorontwikkeling van de Marker Wadden om een bijdrage te leveren aan de realisatie van het Toekomstbestendig Ecologisch Systeem (TBES) in het Markermeer – IJmeer.

In Zuiderhage wordt een grote hoeveelheid natuur gecreëerd met slenken, kruiden- en faunarijk grasland en bos. Hiermee moet de natuur in omvang toenemen en worden er een aantal ecologische verbindingen gelegd tussen buitengebied en stad. Vanuit de Agenda Natuur 2030 is er vastgelegd dat gewerkt wordt om te komen tot een Basiskwaliteit Natuur (BKN). De gemeente Lelystad werkt hier momenteel aan. De BKN betreft een minimumniveau van natuurkwaliteit buiten beschermde gebieden. Het betreft de condities die nodig zijn om algemene soorten algemeen te laten blijven of worden. Ontwikkelingen die verder in de toekomst spelen zijn de groenblauwe dooradering van het landelijk gebied. Dit vloeit voort uit het doel van 10% dooradering dat hiervoor is gesteld op landelijk niveau. De gemeente ziet een kans in de vele bermen in het buitengebied die op deze ontwikkeling een bijdrage kunnen leveren. Centraal hierbij staat ecologische en insectvriendelijke wegbermen en ecologisch vriendelijk beheer. Verder kent Lelystad Airport Business Park mogelijk een groene zone genaamd de ‘Groene Corridor’. In het jaarplan Natuur 2025 is opgenomen dat de gemeente in Q3 start met het verkennen van de randvoorwaarden en koppelkansen voor de groene corridor. De 40

Onze referentie: OER Lelystad - Datum: 9 januari 2026 - Public

COLOFON168

gemeente werkt eraan om deze verder uit te werken doordat het een belangrijk knelpunt oplost door natuurgebieden aan de oostkant van Lelystad te verbinden met de Hollandse Hout. Een ontwikkeling die daarnaast speelt, breder in Flevoland, is de landbouwopgave en hoe dit toekomstbestendig kan worden gemaakt. Mogelijke toekomstige ontwikkelingen betreffen ingebruikname van Lelystad Airport, LAB en het defensieterrein. Deze kunnen mogelijk de ecologische verbindingen tussen oostelijk en zuidelijk Flevoland en rondom de stad onder druk zetten. Raakvlakken De volgende omgevingsaspecten hebben raakvlakken met het beleidsveld natuur en biodiversiteit: •

• • •

•

• •

Stedelijk groen: stedelijke groenvoorzieningen zorgen niet alleen voor leefruimte voor fauna, maar fungeren ook als ecologische verbindingszones wat de diversiteit van soorten bevorderd. De kwaliteit van het stedelijk groen kan dus een positief effect hebben op de natuur en de biodiversiteit. Klimaatadaptatie: het versterken van biodiversiteit en klimaatadaptatie gaan hand in hand. Klimaatadaptatie zorgt onder meer voor behoud en herstel van natuurlijke habitats, waarmee de biodiversiteit beschermd wordt. Bodem: de bodem vormt de leefomgeving van diverse organismen die een belangrijke rol spelen in het ecosysteem. Dit draagt op zijn beurt weer bij aan de biodiversiteit. Economie: natuurgebieden zoals de Oostvaardersplassen en Natuurpark Lelystad trekken toeristen aan, wat economische inkomsten genereert. Mogelijke uitbreiding van bedrijventerreinen kan ten koste gaan van de ambitie om een hoge natuurwaarde in de gemeente te hebben en biodiversiteit te stimuleren. Wonen: de locatiekeuze voor woonwijken in het kader van de woningbouwopgave kan botsen met het behouden en versterken van de natuur en biodiversiteit. Inbreiding kan een uitkomst bieden maar ook daarbij moet natuurinclusiviteit niet vergeten worden.

Duurzame elektriciteit: de ruimtevraag voor het opwekken van duurzame energie, zoals zonneparken en windmolens, kan botsen met de ambitie om landschappelijke elementen te behouden en te versterken. Landbouw: landbouw bepaalt een groot deel van het landgebruik in de gemeente. Intensieve landbouw kan leiden tot verlies van natuurlijke habitats. Monoculturen verminderen de lokale biodiversiteit doordat ze homogene habitats creëren.

Bouwstenen voor de Omgevingsvisie •

• • •

41

Biedt in de Omgevingsvisie duidelijkere kaders die nodig zijn om een integrale afweging te kunnen maken ten aanzien van de ontwikkeling van natuur en biodiversiteit en de ontwikkelingen die spelen in het ruimtegebruik. Onderstreep het belang van het laten meewegen van de natuur. Haak in de Omgevingsvisie aan bij al bestaand beleid op het gebied van natuur en beleid dat nog in ontwikkeling is zodat er eenduidig beleid gevormd kan worden. Inzetten op een grotere diversiteit aan groen in en rondom de stad ter stimulering van de biodiversiteit. Versterken van het ecologisch landschappelijk raamwerk in het buitengebied vooral in het overgangsgebied tussen zuidelijk en oostelijk Flevoland en rondom de stad.

Onze referentie: OER Lelystad - Datum: 9 januari 2026 - Public

4.4

Water 4.4.1

Wateroverlast en waterveiligheid

Ambities •

• • • • • • • • •

Verbetering van de waterkwaliteit door inname van gebiedsvreemd water (water met een kwaliteit die niet van nature voorkomt in een gebied) zoveel mogelijk te vermijden. Er wordt zoveel mogelijk rekening gehouden met de belevingswaarde van het water en het recreatief gebruik hiervan. Bij projecten worden klimaatadaptieve maatregelen genomen die de gevolgen van wateroverlast beperken. Alle maatregelen zijn groen, tenzij… Leren omgaan met onzekerheden. Leren omgaan met extremen, robuuste leefomgeving. Tijdig anticiperen op afvalwater (toename woningen en bedrijvigheid in relatie tot knelpunten rioleringen en waterzuivering). Tijdens hevige regenval blijven hoofdwegen toegankelijk en zijn overige wegen binnen enkele uren weer toegankelijk. Calamiteitenverkeer voor hulpdiensten blijft mogelijk. Intredend water in gebouwen wordt zoveel mogelijk voorkomen. Vitale en kwetsbare functies blijven beschikbaar.

Beleidsdocumenten • • • •

Omgevingsvisie Lelystad 2040. Rioleringsbeheerplan 2020-2025. Gemeentelijk rioleringsprogramma 2022-2031. Lelystadse Adaptatie Strategie 2023.

Fase

Beoordeling

Huidige situatie

Autonome ontwikkeling

Doelbereik Omgevingsvisie

Toelichting

+

In de gemeente Lelystad is er weinig sprake van wateroverlast (door afval, hemel- of grondwater). Overlast wordt zoveel als mogelijk voorkomen en er is geen sprake van structurele grondwateroverlast in het openbaar gebied.

-

Door klimaatverandering kunnen intense regenbuien steeds vaker voorkomen, wat kan leiden tot toenemende wateroverlast. Hoewel de gemeente al maatregelen neemt om hier inzicht in te krijgen, is het van belang de onzekerheid die klimaatverandering met zich meebrengt, in de gaten te houden. Lelystad ligt 4,5 meter onder zeeniveau en het waterbergend vermogen van de ondergrond in de gemeente Lelystad is klein. Bij een grotere kans op hevigere piekbuien kan dit een groot risico zijn op overlast.

+/-

De meeste maatregelen uit de Omgevingsvisie hebben geen effect op wateroverlast en waterveiligheid. Twee maatregelen, zoals natuurvriendelijke oevers en zichtbaar water in wijken, dragen sterk positief bij door waterberging en vermindering van overstromingsrisico’s. Enkele andere maatregelen hebben een beperkt positief effect, bijvoorbeeld via beter waterbeheer en anticiperen op afvalwaterproblemen. De totale milieubeoordeling is neutraal (+/-).

Huidige situatie Wateroverlast kan door verschillende factoren worden veroorzaakt. Klimaatverandering is een van de oorzaken doordat het gepaard gaat met hevige regenbuien die vaker voorkomen, wat tot problemen kan leiden als de ontwaterings- en afwateringssystemen niet toereikend zijn om de grote hoeveelheden water die bij extreme buien vallen op te vangen. In stedelijk gebied kan de bodem het water vaak ook niet goed absorberen waardoor ze extra gevoelig kunnen zijn voor schade door wateroverlast. Ook een stijging van het grondwaterpeil kan wateroverlast veroorzaken. Voor de gemeente zijn de gemeentelijke watertaken vastgelegd in artikel 2.16 van de Omgevingswet. De taken luiden als volgt: 42

Onze referentie: OER Lelystad - Datum: 9 januari 2026 - Public

COLOFON168

• • •

Het afvoeren en transporteren naar een zuiveringsinstallatie van huishoudelijk vuilwater; Het inzamelen en verwerken van afvloeiend regenwater, voor zover van de eigenaar niet kan worden verwacht dat hij het zelf naar bodem of oppervlaktewater afvoert; Maatregelen nemen tegen structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand, mits dit doelmatig is.

Het Gemeentelijk Rioleringsprogramma 2022-2031 van de gemeente Lelystad beschrijft de wijze waarop de gemeente omgaat met (grond)wateroverlast. Ook beschrijft het hoe de gemeente invulling geeft aan de wettelijke taken beschreven in het rioleringsprogramma en hoe het beleid is verdeeld over de drie categorieën afvalwater, hemelwater en grondwater. Overlast door afvalwater De gemeente Lelystad zorgt ervoor dat contact met afvalwater wordt voorkomen door dit direct uit de leefomgeving te verwijderen. Doordat er in de gemeente sprake is van een gescheiden rioleringsstelsel is het zaak om foutieve aansluitingen te voorkomen. Door een foutieve aansluiting kan ongezuiverd afvalwater namelijk in het oppervlaktewater geloosd worden. Bij een constatering hiervan zal de gemeente dit op de juiste wijze herstellen (Gemeentelijk rioleringsprogramma Lelystad 2022-2031, 2022). Overlast door hemelwater Door klimaatverandering neemt de kans op hevige neerslag toe. Om overlast tijdens hevige piekbuien te voorkomen, moet het hemelwater zoveel mogelijk ook op een andere manier dan via riolering worden afgevoerd of geborgen. Oppervlakkige afstroming van neerslag vanaf wegen heeft daarbij de voorkeur. De afstroming vindt plaats naar laagteberging, waar het geen schade oplevert.

Vanuit deze voorziening infiltreert overtollig water naar het grondwater, of wordt (vertraagd) afgevoerd naar het oppervlaktewatersysteem. In Figuur 4-18 zijn de effecten van kortdurende, hevige neerslag weergegeven (Klimaateffectatlas, z.d.). Te zien is dat de overlast bij een hevige regenbui van 70 mm in twee uur tijd voornamelijk in het stadscentrum en in het zuidwestelijke deel van Lelystad optreedt. Kijkend naar het stadscentrum zijn vooral de Stationsdreef, Lindelaan en de achtertuinen en straat van de Hanzepark donkerblauw gekleurd. Als we meer inzoomen op het zuidwesten wordt duidelijk dat vooral de (achter)tuinen en groene gebieden meer te maken hebben met wateroverlast. Dit blijkt ook uit de stresstesten die in 2018 en 2022 zijn gedaan (Gemeente Lelystad, 2023).

Figuur 4-18: Waterdiepte bij hevige bui van 70 mm in twee uur (Klimaateffectatlas, z.d.).

In Figuur 4-18 is de kans op overstroming vanuit zee, meer of een rivier weergegeven, waarbij opvalt dat er in principe voor heel Lelystad geldt dat er 1x per 1000 jaar kans is op een overstroming. De gemeente Lelystad moet het rioleringsstelsel laten voldoen aan de eisen van klimaatverandering (Gemeente Lelystad, 2020). Daarom werkt de gemeente nu aan twee opgaven, zijnde voldoende bergingscapaciteit bij hevige 43

Onze referentie: OER Lelystad - Datum: 9 januari 2026 - Public

neerslag en ervoor zorgen dat het regenwater in voldoende mate naar het oppervlaktewater en de groenstructuren loopt. De maatregel die door de gemeente wordt genomen is het laten afstromen van neerslag naar laagteberging. Vanuit daar kan het overtollige water infiltreren in het grondwater of wordt het afgevoerd naar het oppervlaktewatersysteem (Gemeente Lelystad, 2022). De gemeente richt zich daarnaast vooral op het aanleggen en onderhouden van een werkend drainagesysteem, waardoor schade aan wegen door verzakking en opvriezen worden voorkomen. Daarbij kan met drainage kwelwater beheerst worden. Kwelwater kan voedingsstoffen en zouten aanvoeren, wat invloed kan hebben op de waterkwaliteit in het gebied. Dit is van belang voor de ecologische balans. De gemeente neemt maatregelen op het gebied van gegevensbeheer zodat er beter gestuurd kan worden op onderhoud, reparatie en vervanging (Gemeente Lelystad, 2021). In de gemeente Lelystad is geen sprake van structurele grondwateroverlast in openbaar gebied. Wel wordt soms, door het ontbreken of haperen van de drainages op particulier terrein, overlast ervaren (Gemeente Lelystad, z.d.).

Figuur 4-19: Kans op een overstroming vanuit zee, meer of rivier (Atlas Leefomgeving, Rijkswaterstaat, 2022).

Overlast door grondwater Een hoge grondwaterstand is zoals eerder genoemd ook een van de oorzaken van overlast. In Figuur 4-20 is het verschil weergegeven tussen het huidige gemiddeld hoogste grondwaterstand (GHG) en het maaiveld. De kaart drukt uit hoeveel water (in mm) nog in de grond geborgen kan worden ten opzichte van een huidige natte situatie. In gebieden met een beperkt waterbergend vermogen is het risico op wateroverlast door grondwater groter. De figuur laat zien dat het waterbergend vermogen in de gemeente Lelystad laag is. Met name bij het gebied van de Oostvaardersplassen en langs de kunst, waaronder dat ten noorden van het stedelijk gebied, is het waterbergend vermogen zeer klein (0 – 50 mm berging) en is er daardoor een groter risico op overlast door grondwater. In deze gebieden, met een zeer klein waterbergend vermogen een lager vermogen van de ondergrond om piekbuien op te vangen.

44

Onze referentie: OER Lelystad - Datum: 9 januari 2026 - Public

COLOFON168

Figuur 4-20: Waterbergend vermogen van de ondergrond (Deltares, 2017).

Autonome ontwikkeling Door klimaatverandering komen korte, hevige buien steeds vaker voor, terwijl door verstedelijking, de woonopgave en andere ontwikkelingen die extra verharding aan de stad toevoegen het risico op wateroverlast bij hevige neerslag vergroten. Bij deze hevige buien is wateroverlast op sommige plekken niet te voorkomen. In 2018 en 2022 heeft de gemeente Lelystad stresstesten gedaan om de knelpunten op het gebied van onder andere wateroverlast in kaart te brengen. Door de ruime aanwezigheid van groenblauwe structuren staat de gemeente Lelystad in de top 10 van groenste steden van Nederland (Omroep Flevoland, 2023). Lelystad heeft hiermee goede mogelijkheden om neerslagpieken tijdelijk op te vangen. De nieuw te bouwen woningen worden met behulp van stresstesten en kennis van de fysieke ondergrond beter voorbereid op wateroverlast, terwijl ook verder wordt gewerkt om overlast te voorkomen. In het bestaande gebied wordt bij herstructurering en wijkvernieuwingen al gekeken naar hoe de doelstellingen kunnen worden toegepast. Op de plekken waarvan uit de stresstest blijkt dat er een groot urgent probleem is met een significant risico op schade, wordt gekeken of het kosteneffectief is om al maatregelen te nemen voordat het groot onderhoud plaatsvindt (Lelystadse Adaptatie Strategie, 2023).

Overheden zijn per 23 maart 2020 verplicht om te voldoen aan het gegevenswoordenboek stedelijk water (GWSW). Dit wordt gebruikt om een gemeenschappelijke taal te gebruiken en het optimaliseren van het doelmatig managen van het (afval)watersysteem. Op dit moment voldoet het beheersysteem van de gemeente Lelystad nog niet aan het GWSW, maar de verwachting is dat dit in medio 2025 wordt afgerond (Gemeente Lelystad, 2022). Een rioolstelsel heeft een gemiddelde levensduur van 80 jaar. Het oudste deel van de riolering in Lelystad is ongeveer 60 jaar oud, waardoor de eerste grootschalige vernieuwing pas vanaf 2044 plaats zal vinden. Dit is iets waar de gemeente Lelystad zich de komende jaren door middel van een spaardoel al op voor wil bereiden (Gemeente Lelystad, 2022).

45

Onze referentie: OER Lelystad - Datum: 9 januari 2026 - Public

Er wordt vanaf 2026 onderzoek gedaan naar de stof H2S (waterstofsulfide) die schade aanbrengt aan het riool. Met behulp van mitigerende maatregelen zou ook de staat van het riool kunnen verbeteren. Raakvlakken De volgende omgevingsaspecten hebben raakvlakken met het beleidsveld wateroverlast en waterveiligheid: • •

• •

Stedelijk groen: de groenblauwe structuren binnen bebouwd gebied spelen een belangrijke rol bij de waterhuishouding van de gemeente Lelystad. Wonen: de bebouwde kom is gevoelig voor wateroverlast. Vanwege verdere verstedelijking en dus verharding ontstaat er een groter risico op wateroverlast. Bij de herstructurering van bestaande wijken en ontwikkeling van nieuwe woonwijken zullen waterberging en de aanwezigheid groenblauwe structuren belangrijke aandachtspunten zijn. Het doel hierbij moet zijn om overlast en schade aan woningen zoveel mogelijk te voorkomen. Droogte: maatregelen als vergroening tegen wateroverlast helpen ook bij het tegengaan van droogte Hittestress: maatregelen als vergroening tegen wateroverlast helpen ook bij het tegengaan van hittestress.

Bouwstenen voor de Omgevingsvisie • • • • •

46

Een meer gerichte aanpak op de locaties waar de risico’s op wateroverlast groter zijn dan in de rest van de gemeente. Ontwikkelingen moeten rekening houden met wateropgaven. Meer inzicht krijgen in op welke andere locaties wateroverlast kan ontstaan en daarop handelen. Bij nieuwe woningbouw rekening houden met het voorkomen van wateroverlast, anticiperen op klimaatverwachtingen over 50 tot 100 jaar. Doelen en ambities uit de verschillende beleidsdocumenten zoals het GRP en de Lelystadse Adaptatie Strategie uitwerken.

Onze referentie: OER Lelystad - Datum: 9 januari 2026 - Public

COLOFON168

4.4.2

Grond- en oppervlaktewater

Ambities • •

Groenblauwe netwerken gebruiken die in en rondom de stad als berging en voorraad van zoet water dienen (Lelystadse Adaptatie Strategie 2023). Het aanleggen van een grondwatermeetnet in het freatisch vlak om de gemeentelijke watertaak grondwater in te vullen. Informatie die daarbij vrijkomt is ook van belang voor bijvoorbeeld de kaarten voor relinen en drainage (Gemeentelijk rioleringsprogramma Lelystad 2022-2031).

Beleidsdocumenten • • •

Omgevingsvisie Lelystad 2040. Lelystadse Adaptatie Strategie 2023. Gemeentelijk rioleringsprogramma 2022-2031.

Fase

Beoordeling

Toelichting

Huidige situatie

-

De waterkwaliteit in Lelystad wordt beïnvloed door schadelijke stoffen. Metingen tonen variërende toxiciteit in het oppervlaktewater. Vier waterlichamen in Lelystad moeten tegen 2027 voldoen aan chemische en ecologische normen, maar momenteel voldoen ze niet aan de chemische eisen en hebben ze een matige ecologische status. Daarnaast is in de Meerkoetentocht een PFAS-concentratie gemeten die 538 keer de norm overschrijdt. Door toenemende droogte dalen grondwaterstanden, vooral in stedelijk gebied, wat het risico op droogte en verdroging van oppervlaktewater vergroot.

Autonome ontwikkeling

--

Klimaatverandering leidt tot intensere neerslag en periodes van (extreme) droogte. Droge perioden nemen in intensiteit en frequentie toe, waardoor grondwaterstanden verder wegzakken en grondwaterverontreinigingen in ernst toenemen.

+/-

De gemeente zet sterk in op het zichtbaar maken van water in wijken en het aanleggen van natuurvriendelijke oevers, wat een sterk positief effect heeft op grond- en oppervlaktewater door betere waterhuishouding en natuurlijke processen. Andere maatregelen, zoals anticiperen op afvalwaterproblemen en goed waterbeheer, hebben een beperkt positief effect. De totale beoordeling is neutraal (+/-).

Doelbereik Omgevingsvisie

47

Onze referentie: OER Lelystad - Datum: 9 januari 2026 - Public

Huidige situatie Waterkwaliteit (grond- en oppervlaktewater) De waterkwaliteit betreft hier de kwaliteit van het grond- en oppervlaktewater in de gemeente, oftewel de hoeveelheid schadelijke stoffen in het water. De gemeente heeft op grond van artikelen 2.16 en 2.3 van de Omgevingswet de zorgplicht met betrekking tot grondwater in de kernen, de zogenoemde grondwatertaak. De gemeente is, in relatie tot de bescherming van de kwaliteit van de bodem, inclusief het grondwater, bevoegd gezag voor lozingen op of in de bodem en rioollozingen. In de gemeente Lelystad zijn meerdere metingen gedaan om de toxiciteit van het oppervlaktewater in beeld te brengen. Dit is in Figuur 4-21 weergegeven. Te zien is dat op verschillende meetpunten in de gemeente sprake is van geringe, matige of hoge toxiciteit. Een zeer hoge toxiciteit is bij de metingen in Lelystad

niet geconstateerd. Figuur 4-21: Toxiciteit in oppervlaktewater (Atlas leefomgeving, 2018).

KRW-waterlichamen De huidige situatie wordt beoordeeld aan de hand van de Kaderrichtlijn Water (KRW). Dit is een Europese richtlijn die wordt gebruikt om de kwaliteit van het oppervlaktewater te beoordelen. Het doel van de KRW is het realiseren en behouden van chemisch schoon en ecologisch gezond oppervlakte- en grondwater (Informatiepunt Leefomgeving, z.d.). EU-lidstaten dienen deze ‘goede toestand’ uiterlijk in 2027 te realiseren. In Figuur 4-22 zijn de KRWwaterlichamen opgenomen (Waterschap Zuiderzeeland, 2019).

48

Onze referentie: OER Lelystad - Datum: 9 januari 2026 - Public

COLOFON168

Figuur 4-22: KRW-waterlichamen 2019 (Waterschap Zuiderzeeland, 2019).

In de gemeente Lelystad bevinden zich vier oppervlaktewateren die moeten voldoen aan de eisen uit de KRW, het gaat om Bovenwater, Oostvaardersplassen, Tochten GFIK, J en H en Vaarten lage afdeling ZOF. De gemonitorde waarden van deze vier KRW-lichamen zijn in Tabel 4-1 opgenomen. Het bevoegd gezag voor de genoemde oppervlaktewateren ligt bij het waterschap. De gemeente dient te voorkomen dat er vervuild water in oppervlaktewateren terecht komt. De gemeente Lelystad heeft een goed functionerend afvalwaterstelsel, dat gescheiden is van het hemelwaterstelsel. Daardoor heeft regen in principe geen invloed op de afvoer van het vuilwater en kan er bij hevige regenval geen vuilwater op straat komen. Tabel 4-1: KRW-lichamen met gemonitorde waardes (Waterschap Zuiderzeeland, 2023).

Waterlichaam

Chemie totaal

Ecologie totaal

Fosfor

Stikstof

Bovenwater

Voldoet niet

Matig

Goed

Goed

Oostvaardersplassen

Voldoet niet

Matig

Goed

Goed

Tochten GFIK, J en H

Voldoet niet

Matig

Goed

Matig

Vaarten lage afdeling ZOF

Voldoet niet

Matig

Goed

Goed

49

Onze referentie: OER Lelystad - Datum: 9 januari 2026 - Public

PFAS PFAS is een verzamelnaam van 6.000 verschillende stoffen die zeer persistent en schadelijk voor mens en milieu zijn. In Nederland worden alle PFAS bestempeld als Zeer Zorgwekkende Stof (ZZS) (Rijksoverheid, 2024). Eén van de 6.000 stoffen is PFAS. In de Meerkoetentocht, gelegen nabij Lelystad Airport, is een PFAS-concentratie van 350 ng/L gemeten (Waterschap Zuiderzeeland, 2024). Met een norm van 0,65 ng/L betekent dit dat sprake is van een overschrijding van 538 keer de PFAS-norm. De verontreiniging heeft zeer waarschijnlijk te maken met brandweeroefeningen op het voormalig oefenterrein, waarbij het PFAS-houdend afvalwater in de bodem en het omringende oppervlaktewater terecht is gekomen.

Figuur 4-23: PFAS-waardes van oppervlaktewater (Waterschap Zuiderzeeland, 2024).

Grondwaterstanden Door toenemende droogte wordt de gemiddelde grondwaterstand in Nederland lager. Door gebrek aan grondwater door droogte, in combinatie met te veel water dat wordt afgevoerd, is de natuur afhankelijk van opgeslagen grondwater in de nattere periodes. In Figuur 4-24is weergegeven wat de laagste grondwaterstanden zijn in een extreem droge zomer. Daarbij is te zien dat in de wijken Stadshart, Waterwijk, Boswijk, Atolwijk en Zuiderzeewijk de waterstand meer daalt dan in de rest van de gemeente. Deze wijken zullen hierdoor op termijn meer te maken krijgen met (extra) droogte en is er een groter risico op het verdrogen van het aanwezige oppervlaktewater.

Figuur 4-24: Laagste grondwaterstand in een extreem droge zomer (Deltares, Nationaal Water Model, Klimaateffectatlas, 2019).

50

Onze referentie: OER Lelystad - Datum: 9 januari 2026 - Public

COLOFON168

Autonome ontwikkeling Klimaatverandering zal een hogere intensiteit van neerslag met zich mee blijven brengen, afgewisseld met extreme droogte. Om dit het hoofd te bieden, zal de gemeente Lelystad kijken naar groene ontwikkeling en adaptieve stedenbouw. Hiervoor wordt er onder andere gekeken naar hoe de afvoer van regenwater zoveel mogelijk vertraagd kan worden. Hemelwater wordt vastgehouden waar het valt en wordt nuttig gebruikt. Hierbij wordt de volgende voorkeursvolgorde gebruikt (Gemeente Lelystad, 2023): 1. 2. 3. 4.

Vasthouden en nuttig gebruiken; Oppervlakkige afvoer naar aanliggende groenvakken; Afvoer van riool naar infiltratie in groenvakken of naar open water; Buffering en verwerken in het oppervlaktewater (bij piekbuien).

Kijkend naar de grondwaterstand in een extreem droge zomer wordt er, in ‘scenario 2050 hoog’, vooral in het stedelijk gebied een stijging van de grondwaterstand verwacht (zie Figuur 4-25). In het buitenstedelijke gebied zal echter wel een (sterke) daling van de grondwaterstand optreden (Deltares, Nationaal Water Model, Klimaateffectatlas, 2019).

Figuur 4-25: Daling grondwaterstand in een extreem droge zomer, scenario 2050 hoog (Deltares, Nationaal Water Model, Klimaateffectatlas, 2019).

Raakvlakken De volgende omgevingsaspecten hebben een raakvlak met het beleidsveld grond- en oppervlaktewater: • • •

51

Wateroverlast en waterveiligheid: de aanwezigheid van oppervlaktewater speelt een grote rol in het voorkomen van wateroverlast en de waterhuishouding. Droogte: door extreme droogte kan de grondwaterstand lager worden wat invloed heeft op de grondwaterafhankelijke natuur. Landbouw: de afvoer en het wegspoelen van voedingsstoffen vanaf intensief bewerkte landbouwgronden leidt tot een toename van nutriënten in grond- en oppervlaktewater.

Onze referentie: OER Lelystad - Datum: 9 januari 2026 - Public

Bouwstenen voor de Omgevingsvisie • •

• •

52

De gemeente Lelystad moet (blijven) investeren in ruimte voor groenblauwe structuren en waterbergende capaciteit van stedelijke gebieden, met name in de kwetsbare wijken. Gelet op het feit dat de KRW-lichamen in de gemeente niet voldoen aan de KRW-normen (‘chemie totaal’), dient er extra aandacht te worden besteed aan de toxiciteit in de oppervlaktewaterlichamen. Streven naar chemisch schoon en ecologisch gezond water, in lijn met de KRW-doelstellingen, zorgt ervoor dat de waterlichamen tegen 2027 aan de normen kunnen voldoen. De significant hoge PFAS-concentratie nabij Lelystad Airport duidt op een milieuprobleem dat vraagt om gerichte maatregelen om verdere vervuiling te voorkomen. Door klimaatverandering neemt droogte toe, wat resulteert in een lagere gemiddelde grondwaterstand en verhoogde risico’s op verdroging. Dit is met name problematisch in bepaalde wijken zoals Stadshart, Waterwijk, Boswijk, Atolwijk en Zuiderzeewijk.

Onze referentie: OER Lelystad - Datum: 9 januari 2026 - Public

COLOFON168

4.4.3

Droogte

Ambities • • •

Bij projecten worden klimaatadaptieve maatregelen genomen die de gevolgen van droogte beperken; Droogte moet zo min mogelijk overlast geven voor de land- en tuinbouw; Inzetten op maatregelen om meer water lokaal te bergen om voldoende te hebben in tijden van droogte.

Beleidsdocumenten • •

Omgevingsvisie Lelystad 2040; Lelystadse Adaptatie Strategie (LAS) 2023.

Fase

Beoordeling

Huidige situatie

Autonome ontwikkeling

Doelbereik Omgevingsvisie

Toelichting

+/-

Droogte is met name een risico voor het verstedelijkte gebied.

-

Door klimaatverandering wordt het risico op droogte groter. Zonder beleid en concrete maatregelen zal dit leiden tot meer extreme gevolgen van droogte. Binnen Lelystad speelt bodemdaling een rol en de vraag is hoe water beter vastgehouden kan worden in peridioden van droogte.

+/-

De meeste maatregelen uit de Omgevingsvisie hebben geen effect op droogte. Enkele dragen beperkt positief bij, bijvoorbeeld door klimaatadaptief ontwerpen, water zichtbaar maken in wijken en goed waterbeheer, maar deze maatregelen bieden geen directe oplossingen voor droogte. De totale beoordeling is daardoor neutraal (+/-).

Huidige situatie Door klimaatverandering nemen droge periodes toe. Doordat Flevoland is gebouwd op de bodem van de voormalig Zuiderzee kent Flevoland een natuurlijke toestroom van water, uit de bodem en uit kwel. Flevoland heeft daardoor niet direct last van droogte. Het waterschap monitort het waterpeil en bij droogte wordt water vanuit het IJsselmeer de polders in gepompt.3 In Lelystad is het gemiddelde potentiële maximale neerslagtekort relatief laag met 150-165 mm (KNMI, z.d.). Droogte doet zich voor wanneer er gedurende een langere periode minder neerslag valt in combinatie met grote verdamping als gevolg van hitte (KNMI, z.d.), zie hiertoe Figuur 4-26. In het figuur is weergegeven hoe droogtegevoelig gebieden in de gemeente Lelystad zijn. Zoals zichtbaar is op de kaart, zijn grote delen van de gemeente weinig (droogte)gevoelig. Dit houdt in dat ze in potentie minder kwetsbaar zijn bij langdurige droogte.

3 Droogte | Waterschap Zuiderzeeland.

53

Onze referentie: OER Lelystad - Datum: 9 januari 2026 - Public

Figuur 4-26: Droogtegevoelige gebieden in de gemeente Lelystad.

Droogte kan grote gevolgen hebben, omdat bijvoorbeeld schade ontstaat aan natuur, woningen en dijken. Een neerslagtekort is een maat voor droogte en treedt op als de verdamping gedurende tijd hoger is dan de neerslag. Dit is meestal het geval in de loop van de zomer, maar de laatste jaren is het voorjaar vooral droog en warm geweest. Droogte leidt tot een dalende grondwaterstand wat effecten kan hebben op landbouw, natuur en waterkwaliteit. 4 Voor Lelystad heeft dit vooral betrekking op gemeentelijk groen in nieuwbouwwijken waar groen nog niet voldoende diep heeft kunnen wortelen.5 De landbouw ervaart reeds effecten van droogte, de bodem daalt en de vraag rond het beter vasthouden van water speelt specifiek in deze sector een rol. Lelystad maakt gebruik van een klimaat adaptatie monitor waarin inzicht wordt gegeven in de klimaatadaptatie opgaven en ambities met specifieke indicatoren op wateroverlast, hitte droogte en vergroening. Aan de hand van deze tool worden de doelstellingen uit de LAS getoetst en geanalyseerd of voortgang wordt geboekt in de komende jaren. Autonome ontwikkeling Door klimaatverandering neemt de kans op overlast in de vorm van hittestress, wateroverlast en droogte al decennialang toe. In het gemeentelijk groen bestaat een (groter) risico op droogte, voornamelijk in de nieuwbouwwijken en heringerichte gebieden.

In die gebieden is er namelijk recent aangeplant groen, wat nog niet voldoende heeft kunnen wortelen (Gemeente Lelystad, 2023). Daarnaast ontstaat schade aan oudere bomen en beplanting door droogte. Voor de kleibodem en het gescheiden riool ligt een mindere stimulans op afkoppelen en infiltreren van water in de bodem. In tijden van droogte is dat juist belangrijk. Afkoppelen in nieuwe wijken (zoals voorbeeld Groot Noten) en op plekken waar het makkelijk kan afvloeien, is daarom zeker wenselijk. Landbouw draagt niet alleen bij aan klimaatverandering, maar krijgt naar verwachting ook een significant aandeel van de verwachtte schade als gevolg van klimaatverandering te verduren. Boeren ondervinden al schade door droogte en watertekorten voor de productie. De bodem daalt en de vraag is hoe we het water beter vasthouden voor perioden van droogte (Gemeente Lelystad, 2023).

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Lelystad&id=7178760b-5204-4d10-9915-d5d289940885