BL 3. OER Lelystad
Tekst van het document
Omgevingseffectrapport Omgevingsvisie gemeente Lelystad Gemeente Lelystad 9 januari 2026 - Public
Contactpersoon
Arcadis Nederland B.V. Postbus 264 6800 AG Arnhem Nederland
2
Onze referentie: OER Lelystad - Datum: 9 januari 2026 - Public
COLOFON168
Inhoudsopgave 1
2
3
4
3
Inleiding
6
1.1
Aanleiding
6
1.2
Doel van het OER
6
1.3
Procesbeschrijving
6
1.4
Voortraject
7
1.5
Opbouw van dit OER
9
De omgevingsvisie van de gemeente Lelystad
10
2.1
Omgevingsvisie 2050
10
Beoordelingsmethodiek
11
3.1
Foto van de leefomgeving
11
3.2
Beoordeling op doelbereik
12
3.3
Beoordeling op milieueffecten
14
Foto van de leefomgeving
15
4.1
Inleiding
15
4.2
Bodem en ondergrond
17
4.2.1
Bodem
17
4.3
Landschap en natuur
25
4.3.1
Landschap en ruimtelijke kwaliteit
25
4.3.2
Cultuurhistorie en archeologie
31
4.3.3
Stedelijk groen
34
4.3.4
Natuur en biodiversiteit
38
4.4
Water
42
4.4.1
Wateroverlast en waterveiligheid
42
4.4.2
Grond- en oppervlaktewater
47
4.4.3
Droogte
53
4.4.4
Hittestress
57
4.5
Economie
59
4.5.1
Economische bedrijvigheid
59
4.5.2
Recreatie en toerisme
62
4.5.3
Landbouw
65
4.6
Leefomgeving
68
4.6.1
Wonen
68
4.6.2
Leefbaarheid
74
Onze referentie: OER Lelystad - Datum: 9 januari 2026 - Public
5
4
4.7
Bereikbaarheid en verkeersveiligheid
78
4.7.1
Infrastructuur
78
4.7.2
Bereikbaarheid
81
4.7.3
Verkeersveiligheid
85
4.8
Gezondheid en omgevingsveiligheid
88
4.8.1
Gezondheid
88
4.8.2
Veiligheid
91
4.8.3
Luchtkwaliteit
98
4.8.4
Geuroverlast
103
4.8.5
Geluidhinder
105
4.9
Duurzaamheid
112
4.9.1
Circulaire economie
112
4.9.2
Duurzame elektriciteit
117
4.9.3
Duurzame warmte
121
Beoordeling
125
5.1
Beoordeling op milieueffecten
125
5.1.1
Beoordeling
125
5.1.2
Toelichting beoordeling
127
5.2
Bodem
127
5.2.1
Bodemkwaliteit
127
5.2.2
Bodemdaling
127
5.3
Landschap en natuur
128
5.3.1
Landschap en ruimtelijke kwaliteit
128
5.3.2
Cultuurhistorie en archeologie
129
5.3.3
Stedelijk groen
130
5.3.4
Natuur en biodiversiteit
130
5.4
Water
131
5.4.1
Wateroverlast en waterveiligheid
131
5.4.2
Grond- en oppervlaktewater
132
5.4.3
Drinkwater
132
5.4.4
Droogte
133
5.4.5
Hittestress
133
5.5
Economie
134
5.5.1
Economische bedrijvigheid
134
5.5.2
Recreatie en toerisme
134
5.5.3
Landbouw
135
5.6
Leefomgeving
135
Onze referentie: OER Lelystad - Datum: 9 januari 2026 - Public
COLOFON168
6
7
8
9
5.6.1
Wonen
135
5.6.2
Leefbaarheid
136
5.7
Bereikbaarheid en verkeersveiligheid
137
5.7.1
Infrastructuur
137
5.7.2
Bereikbaarheid
137
5.7.3
Verkeersveiligheid
138
5.8
Gezondheid en omgevingsveiligheid
139
5.8.1
Gezondheid
139
5.8.2
Veiligheid
139
5.8.3
Luchtkwaliteit
140
5.8.4
Geuroverlast
140
5.8.5
Geluidhinder
141
5.9
Duurzaamheid
141
5.9.1
Circulaire economie
141
5.9.2
Duurzame elektriciteit
142
5.9.3
Duurzame warmte
142
Beoordeling op doelbereik
144
6.1
Beoordeling op doelbereik
144
6.2
Toelichting beoordeling
145
6.2.1
Stedelijke ontwikkeling, herkenbare en complete wijken
147
6.2.1
Robuust natuurlijk raamwerk, stad en landschap zijn verweven
149
6.2.2
Economische drager, sterk en beleefbaar
151
6.2.3
Bereikbare basis
154
6.2.1
Duurzame ontwikkeling
156
Monitoring
158
7.1
Aanzet monitoringskader
158
7.2
Toelichting monitoring
159
Conclusies en aanbevelingen
160
8.1
Milieueffecten
160
8.2
Doelbereik
162
Bibliografie
10 Bijlagen A.
5
Beoordelingskader voor het OER voor de Omgevingsvisie 2050 gemeente Lelystad
Onze referentie: OER Lelystad - Datum: 9 januari 2026 - Public
164 167 167
1
Inleiding
1.1
Aanleiding
In 2021 is de Omgevingsvisie Lelystad 2040 vastgesteld. De Omgevingsvisie Lelystad 2040 is een stadsbrede visie met ambities en strategieën voor de lange termijn, het geeft richting aan de ruimtelijke ontwikkelingen van de stad en het buitengebied en is voor de gemeente Lelystad de basis voor plannen van hogere overheden (provincie, Rijk, waterschappen). Sinds de vaststelling van de Omgevingsvisie Lelystad 2040 in 2021 hebben diverse veranderingen plaatsgevonden, zoals de toenemende vraag naar meer woningen en veranderende inzichten op het gebied van thema’s als gezondheid, gezonde leefomgeving, klimaatadaptatie, energietransitie en circulaire economie. De Omgevingsvisie presenteert ambities en plannen die breder zijn dan de traditionele mer-onderwerpen, waardoor een Omgevingseffectrapport (OER) verplicht is. Dit OER bestrijkt alle onderwerpen die worden benoemd in het beleid en geeft een integrale lange termijn doorkijk naar de opgave van de verschillende beleidsvelden, zoals onder meer ruimte, energie, water, milieu, natuur en landschap.
1.2
Doel van het OER
Het doel van het OER is het beoordelen van de plannen en ambities uit de Omgevingsvisie op de effecten op de fysieke leefomgeving. Parallel aan de ontwikkelingen van de Omgevingsvisie worden plannen en ambities beoordeeld aan de hand van de Foto van de Leefomgeving. Deze beoordeling geeft richting aan, en toetst de haalbaarheid van, de ambities en scherpt daarmee de Omgevingsvisie aan. Door de wisselwerking tussen het opstellen van de Omgevingsvisie en het beoordelen van de ambities draagt het OER bij aan een gedegen en realistische Omgevingsvisie.
1.3
Procesbeschrijving
Het OER-proces loopt parallel met het proces van de Omgevingsvisie. De referentiesituatie wordt gebruikt om de ambities en plannen te toetsen en wordt in dit rapport als eerste geschetst in de Foto van de Leefomgeving. De resultaten van dit proces worden visueel samengevat in het Rad van de Leefomgeving. Hier worden de huidige situatie en referentiesituatie als gevolg van reeds vigerend beleid tegen elkaar afgezet. Huidige situatie: Beschrijving van de stand van zaken per beleidsveld, inclusief lopende ontwikkelingen, aandachtspunten, gebiedsgerichte casuïstiek. De Foto van de Leefomgeving start met een beschrijving van de huidige situatie. Waar mogelijk wordt dit kwantitatief beschreven. Voor beleidsvelden als woningmarkt, energie, economie, verkeer en arbeidsmarkt zijn doorgaans veel kwantitatieve gegevens beschikbaar. Opgaven en knelpunten worden zo scherp mogelijk neergezet. Het literatuuronderzoek maakt gebruik van landelijk beschikbare bronnen zoals de Atlas van de Leefomgeving en gegevens van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), alsmede beleidsstukken en lokale en regionale onderzoeken. Het onderzoek is aangevuld met een serie thematische interviews met beleidsmedewerkers van de gemeente Lelystad. Het onderzoek resulteert in een beschrijving van de huidige situatie voor de te beoordelen beleidsvelden met daarbij een duiding van het kwaliteitsniveau.
Autonome ontwikkeling: Vooruitblik naar zichtjaar Omgevingsvisie 2050 op basis van vastgesteld beleid en externe ontwikkelingen. Naast de huidige situatie beschrijft de Foto van de Leefomgeving de autonome ontwikkelingen. Dat zijn de ontwikkelingen die naar verwachting plaats vinden in de periode tot 2050. Deels komt deze ontwikkeling voort uit reeds vastgesteld beleid op de verschillende thema’s, denk hierbij aan woningbouw, natuurontwikkeling en duurzaamheid. Deels betreft het ontwikkelingen die buiten de invloedsfeer van de gemeente vallen maar wel haar raakt of doorwerking heeft, zoals externe ontwikkelingen zoals vergrijzing en klimaatverandering. Aan de hand van de autonome ontwikkelingen in vergelijk tot de huidige situatie is voor elke opgave de trend in beeld gebracht.
6
Onze referentie: OER Lelystad - Datum: 9 januari 2026 - Public
COLOFON168
Beoordeling Omgevingsvisie Vervolgens wordt de Omgevingsvisie beoordeeld op doelbereik. De beoordeling wordt visueel gemaakt in het Rad van de Leefomgeving, waardoor in één oogopslag duidelijk is wat de effecten zijn van de Omgevingsvisie op de omgeving. De gestelde doelen en ambities worden bovendien getoetst op conflicten tussen de verschillende onderdelen door middel van botsproeven. Uit de botsproeven volgt waar ambities met elkaar schuren, of dat de combinatie van ambities leidt tot een ruimtevraag die niet binnen de gemeentegrens kan worden gerealiseerd. Aan de hand van deze uitkomsten kan gezocht worden naar mogelijke oplossingen, aanscherpingen van ambities of combinaties van functies in ruimtevraagstukken.
1.4
Voortraject
Inleiding Gedurende anderhalf jaar heeft de gemeente intensief samengewerkt met het stedenbouwkundig bureau POSADMAXWAN aan de ontwikkeling en aanscherping van de Omgevingsvisie. Arcadis is gedurende dit traject actief betrokken geweest bij het aanpassen en concretiseren van de visie. In dit proces zijn er meerdere versies van de visie ter consultatie aan het bureau voorgelegd, namelijk een 60%, 70%, 80% en 99% versie. Deze consultatiemomenten boden steeds de gelegenheid om feedback en input van het adviesbureau te verwerken, zodat de visie steeds verder werd geoptimaliseerd. De afzonderlijke stappen en de bijbehorende input zijn bijgehouden, waarmee deze sessies actief hebben bijgedragen aan het spoor van de ontwikkeling van de Omgevingsvisie. Ophalen informatie Zo hebben zowel het stedenbouwkundig bureau als Arcadis via sessies en interviews met beleidsmedewerkers waardevolle informatie opgehaald binnen de interne organisatie en een eerste beeld gevormd van de gemeente, een en ander heeft geleid tot de foto van de leefomgeving. Deze eerste oogst vormde de basis voor gezamenlijke spiegelsessies, waarin de bureaus samen met de gemeente de witte vlekken in beeld hebben gebracht en waar mogelijk de ambities verder hebben aangescherpt en afgestemd.
Op 14 januari 2025 vond een verdiepende bespreking plaats in de raadscommissie ROB, waarin drie verstedelijkingsmodellen centraal stonden. Tijdens dit gesprek werden de opgehaalde inzichten en ambities getoetst aan de verschillende ruimtelijke scenario’s. De interactie tussen de bureaus en de gemeente was hierbij gericht op het uitdagen van de gemeentelijke organisatie om duidelijke keuzes te maken en de ambities verder te concretiseren. OER Light De drie alternatieven, zoals onderstaand beschreven, zijn onderzocht in een OER light door de alternatieven op verschillende omgevingsaspecten kwalitatief te waarderen, deze stap heeft plaatsgevonden in maart 2025. De drie varianten voor de toekomstige uitbreiding van Lelystad bieden elk een ander perspectief op de groei en ontwikkeling van de stad. De variant ‘Autonome groei’ richt zich op het realiseren van 40.000 nieuwe woningen, waarbij de bestaande plancapaciteit wordt aangevuld met 17.000 woningen. Deze nieuwe woningen worden gebouwd in dichtheden die passen bij het huidige karakter van Lelystad, vooral in (laag)stedelijke woonmilieus. Dit zorgt ervoor dat de stad haar bestaande uitstraling behoudt. Wel betekent bouwen aan de groene rand dat er minder strategische ruimte overblijft voor toekomstige ontwikkelingen en dat de afhankelijkheid van autovervoer groter wordt.
Ook is het vrijmaken van ruimte in het buitengebied een belangrijke randvoorwaarde. In de variant ‘Sprong over de A6’ wordt gekozen voor een gematigde verdichting binnen de bestaande stad, gecombineerd met een nieuwe uitleglocatie aan de Runderweg in het buitengebied. Deze variant voegt circa 10.000 woningen toe aan de plancapaciteit, waardoor het totaal op 33.000 woningen uitkomt. De groei wordt deels gerealiseerd door binnenstedelijke verdichting en deels door uitbreiding buiten de stad. Verdere ontwikkeling vraagt om een integrale aanpak van het mobiliteitssysteem, inclusief verbeteringen aan de Ringweg en het aanpassen van de dreven. Door de uitbreiding over de A6 is de relatie met de bestaande stad en voorzieningen beperkter en blijft voldoende ruimte in het buitengebied een voorwaarde. De variant ‘Kwalitatief verdichten’ legt de focus op groei binnen de bestaande stadsgrenzen, door verdichting op geselecteerde plekken. Hierbij kunnen circa 12.000 woningen worden toegevoegd bovenop de huidige plancapaciteit (+/- 20.000), vooral door bestaande woonwijken en centrumgebieden compacter te maken. In de woonwijken blijft het groene en rustige karakter grotendeels behouden, terwijl in centrumgebieden hogere dichtheden worden gerealiseerd.
Ook hier is een samenhangende aanpak van het mobiliteitssysteem noodzakelijk, waarbij onder meer de Ringweg en dreven aangepast moeten worden aan de nieuwe dichtheidsstructuur. Verdere verdichting vraagt echter om nog ingrijpendere stedelijke ontwikkelingen. 7
Onze referentie: OER Lelystad - Datum: 9 januari 2026 - Public
Conclusie OER light De verschillende varianten zijn kwalitatief onderzocht in een OER light. Lelystad staat voor belangrijke keuzes in haar stedelijke ontwikkeling. Het bouwen van een nieuwe wijk biedt kansen voor groei, betaalbare en duurzame woningen, maar brengt ook risico’s zoals verlies van natuur en impact op de landschappelijke structuur, een mindere inzet op sociale cohesie en versterking van de stadshart en hogere kosten voor infrastructuur en openbaar vervoer. Verdichten binnen de bestaande stad maakt beter gebruik van bestaande voorzieningen en infrastructuur, is vaak goedkoper en stimuleert duurzame mobiliteit, maar kan leiden tot druk op stedelijk groen en bestaande voorzieningen. Een uitbreiding over de A6 biedt meer ruimte voor groen en innovatie, maar vergroot de afhankelijkheid van de auto, zorgt voor meer verharding en legt druk op natuurgebieden waarbij de positieve bijdrage op de bestaande stad gemist wordt. Waarom niet kiezen voor verdere uitbreiding met woningbouw over de A6: De gemeente geeft ten aanzien van een mogelijke sprong over A6 het volgende aan: “Hoewel er op de zeer lange termijn mogelijk enige schuifruimte nodig is, zijn er op dit moment geen dwingende redenen om verdere uitbreidingswijken met woningbouw over de A6 heen na te streven. Bovendien zouden we kansen missen om onze huidige stad kwalitatiever, compacter en sterker te maken.
Bovendien vragen nieuwe uitbreidingswijken op zichzelf al aanzienlijke investeringen in nutsvoorzieningen, mobiliteitsoplossingen en ruimte voor sporten, ontmoeten en onderwijs. Daarnaast brengt ook het onderhoud daarvan hoge kosten met zich mee. En dat terwijl binnenstedelijke groei juist optimaal gebruik maakt van bestaande structuren en voorzieningen, waardoor publieke middelen efficiënter worden ingezet. Bovendien versterkt binnenstedelijke groei het draagvlak voor de huidige voorzieningen en verbetert de mogelijkheden voor een beter openbaar vervoer. Daarnaast leidt uitbreiding tot ruimtelijke versnippering. Wijken die verder van de kern liggen, zijn moeilijker aan te sluiten op voorzieningen en openbaar vervoer, waardoor bewoners sterker afhankelijk worden van de auto. Dit staat haaks op de ambities om mobiliteit te verduurzamen en Lelystad als fiets- en ov-stad te versterken. Het risico bestaat dat uitbreidingsgebieden eerder aanvoelen als dorpen met een eigen identiteit dan als een logisch onderdeel van de stad, waardoor de samenhang en stedelijke dynamiek verloren gaan. Ruimte is schaars, en iedere ruimtelijke keuze betekent ook het maken van afwegingen. Het uitbreiden van Lelystad zou ten koste gaan van bestaande functies, landbouwgrond en toekomstige opgaven, zoals economische ontwikkeling, voedselzekerheid, recreatie, natuur en energieopwekking.
Bovendien is uitbreiding in bepaalde richtingen onwenselijk vanwege andere ruimtelijke claims, zoals de luchtvaart van Lelystad Airport of de archeologische en aardkundige waarde van het rivierduinlandschap bij Swifterbant.” De keuze die nu in Omgevingsvisie is verwerkt is om kwalitatief te verdichten. Voor een toekomstbestendige ontwikkeling is het essentieel ecologische waarden te beschermen, te investeren in duurzame infrastructuur en voorzieningen en een gevarieerd woningaanbod te realiseren. De bestaande stad vraagt om een impuls ten aanzien van de leefbaarheid en biedt ruimte voor verdichting. Met een integrale, zorgvuldige benadering kan Lelystad haar leefbaarheid, duurzaamheid en sociale cohesie versterken, terwijl negatieve effecten van groei zoveel mogelijk worden beperkt. De uitwerking heeft geleid tot een keuze voor de variant kwalitatief verdichten, waarbij de bestaande stad wordt versterkt, bestaande ruimte goed wordt benut en wordt ingezet op de sociale cohesie en versterking van de voorzieningen nabij. Vervolg proces Stoompansessie Eind maart 2025 heeft de tweedaagse stoompan sessie plaatsgevonden. Onder leiding van onder meer het stedenbouwkundig bureau heeft een uitwerking plaatsgevonden van dilemma’s naar maatregelen, samen met de beleidsmedewerkers.
Onderdelen die meer aandacht behoefden hebben in intensieve sessies geleid tot een uitwerking, dan wel keuzes. Denk daarbij aan het buitengebied, het landschappelijke karakter en het al dan niet mengen van functies van wonen met bedrijvigheid. De sessies hebben bijgedragen aan het maken van keuzes en het verder uitwerken van maatregelen. Een duidelijke meerwaarde is gevonden in de integrale sessie met de verschillende beleidsaspecten samen. De gemeente heeft in het proces een enorme ontwikkeling laten zien. Het integraal maken van keuzes en het denken in stapeling van opgave en effecten stond centraal bij de sessies. 8
Onze referentie: OER Lelystad - Datum: 9 januari 2026 - Public
COLOFON168
Afstemming raad Op 8 april 2025 volgde een consulterend gesprek met de raad, waarbij een kaart met een voorkeursvariant werd gepresenteerd. Dit moment markeerde een belangrijke stap in het proces, omdat de ambities en scenario’s nu zichtbaar waren gemaakt in een ruimtelijk kader. In de reviewrondes en werksessies die hierop volgden, hebben het stedenbouwkundig bureau samen met de gemeente en het adviesbureau gewerkt aan het verder uitwerken van de maatregelen, zodat deze verder vertaald konden worden naar de Omgevingsvisie en beoordeeld kunnen worden in he OER. In de interactie met de raad hebben verschillende besprekingen plaatsgevonden waarbij zowel het stedenbouwkundig bureau als het adviesbureau aanwezig zijn geweest. De bespreking heeft op onderdelen geleidt tot enkele aanpassingen. In de zomer van vorig jaar zijn vier denkrichtingen voor de ontwikkeling van de gemeente besproken. Op 17 juni 2025 vond de eerste beeldvormende commissie ROB plaats, waar de resultaten van het gezamenlijke proces werden gepresenteerd en besproken. Dit bood ruimte voor reflectie en verdere aanscherping van de plannen. Op 23 september volgde de tweede beeldvormende commissie ROB, waarin verdere toelichting werd gegeven en aanvullende feedback werd opgehaald.
Op 30 september, stond de oordeelsvormende commissie ROB gepland, waarin de keuzes en uitwerkingen van de afgelopen periode zijn voorgelegd ter besluitvorming. Op 14 oktober heeft de raad ingestemd met de ter inzagelegging van de ontwerp omgevingsvisie, waarbij de volgende belangrijke keuzes zijn gemaakt: • • • •
Iedere interventie dient de bestaande stad te versterken De verdere ontwikkeling van de stad vindt plaats ten westen van de A6 Te kiezen op stadsniveau voor meer verdichting/hoogbouw, waarbij het kostbaar stedelijk groen in woonwijken behouden blijft als belangrijke kernwaarde De historie van de stad wordt gerespecteerd en we waken over herkenbaarheid: inclusief de oorspronkelijke ruimtelijk opzet met de dreven en groen corridors
Hiermee wordt het proces transparant en kunnen betrokken partijen hun zienswijzen kenbaar maken. Gedurende het hele traject hebben het adviesbureau en het stedenbouwkundig bureau intensief samengewerkt met de gemeente, waarbij steeds de interactie centraal stond: het ophalen van informatie, het aanscherpen van ambities en het concreet maken van keuzes en maatregelen. Deze aanpak heeft geleid tot een gedragen Omgevingsvisie en een OER die stevig verankerd is in de lokale context en ambities van de gemeente. Ontwerp Omgevingseffectrapportage Van 20 oktober tot en met 1 december 2025 heeft de Ontwerp Omgevingsvisie en de Omgevingseffectrapportage ter inzage gelegen, hierop zijn 15 zienswijzen ingediend. Daarnaast heeft de Commissie voor de milieueffectrapportage haar advies uitgebracht diverse aandachtspunten en kritische kanttekenen meegegeven. Naar aanleiding van de reacties op de ontwerpstukken zijn er wijzigingen aangebracht in het OER. De aanpassingen zijn met een grijze arcering in dit rapport weergegeven.
1.5
Opbouw van dit OER
In hoofdstuk 1 van dit OER is de aanleiding en het proces toegelicht. In hoofdstuk 2 worden de ambities van de gemeente voor de Omgevingsvisie 2050 beschreven. De beoordelingsmethodiek wordt in hoofdstuk 3 nader toegelicht. De huidige situatie en autonome ontwikkeling per beleidsveld worden in hoofdstuk 4 nader uitgewerkt in de Foto van de Leefomgeving. De beoordeling is weergegeven in het Rad van de leefomgeving. De Foto van de Leefomgeving sluit per onderdeel af met bouwstenen voor de Omgevingsvisie. Per opgave (openbaar groen, wonen, economie, mobiliteit enz.) wordt de huidige situatie beschreven, welke autonome ontwikkelingen te verwachten zijn in de periode tot 2050 (tezamen de Foto van de Leefomgeving), en wat het doelbereik van het voorgenomen beleid in de ontwerp Omgevingsvisie is voor het behalen van de ambities voor het betreffende beleidsveld. De aanpassingen naar aanleiding van de Ontwerp-Omgevingsvisie en de OER zijn weergegeven met een grijze arcering.
9
Onze referentie: OER Lelystad - Datum: 9 januari 2026 - Public
2
De omgevingsvisie van de gemeente Lelystad
2.1
Omgevingsvisie 2050
De Omgevingsvisie Lelystad 2050 schetst de langetermijnvisie van Lelystad op de fysieke leefomgeving. De visie is gericht op duurzaamheid, evenwichtige groei en het benutten van bestaande kwaliteiten. Het document is opgesteld in het kader van de Omgevingswet en dient als een strategisch kader voor beleid, programmering en besluitvorming binnen de gemeente. De visie is gebaseerd op het centraal stellen van de inwoners. Hierbij wordt gestreefd naar het bieden van optimale kansen voor een gezond, veilig en zelfstandig maatschappelijk leven voor alle inwoners van Lelystad. Om dit te bereiken, zijn vijf hoofdlijnen geformuleerd: • • • • •
Stedelijke ontwikkeling: Kwalitatieve groei binnen de bestaande stad, met aandacht voor herkenbare wijken, voorzieningen en strategische verdichting. Natuurlijk raamwerk: Het versterken van de natuurlijke structuren, met aandacht voor biodiversiteit, waterbeheer en beleefbaarheid van de natuur. Economie: Het versterken van de economische positie van Lelystad door het verbeteren van het vestigingsklimaat, het stimuleren van innovatie en het creëren van voldoende werkgelegenheid. Duurzame ontwikkeling: Het realiseren van een toekomstbestendige stad, waar de energie-, warmte- en mobiliteitstransitie hun plek hebben gevonden, met aandacht voor klimaatadaptatie en circulaire economie. Bereikbare basis: Het creëren van een stad waarin iedereen op een efficiënte, veilige en duurzame manier kan reizen, met aandacht voor lopen, fietsen en openbaar vervoer.
Om deze ambities te realiseren, worden concrete keuzes gemaakt, zoals het inzetten op strategische verdichting, het afstemmen van woningbouw, het behoud van wijkcentra, het benutten van groen voor welbevinden, en het versterken van de groen-blauwe structuren. Daarnaast wordt gefocust op het voorzien in de behoefte aan bedrijventerreinen, het inzetten op transitiesectoren, het revitaliseren van werkgebieden, het gebruiken van warmtebronnen, het inpassen van schone energie, het creëren van een beweegvriendelijke omgeving, het benutten van de fietsvriendelijke schaal, en het efficiënter benutten van dreven. Deze keuzes hebben ruimtelijke consequenties op het niveau van de stad en omgeving. Het gaat hierbij om de aanpak van bestaande buurten, de ontwikkeling van locaties met stedelijke betekenis, de versterking van groenblauwe structuren en de inpassing van energie-infrastructuur. De thema's uit de Omgevingsvisie worden uitgewerkt in een ontwikkelstrategie en vertaald naar concrete maatregelen, projecten en programma's. Dit wordt gemonitord via een jaarlijkse uitvoeringsagenda, waarbij er wordt gekeken naar het versterken van de bestaande stad, robuuste natuur, de sterke en beleefbare economie, duurzame ontwikkeling, en bereikbare basis. De Omgevingsvisie Lelystad 2050 biedt een integraal en ambitieus kader voor de toekomstige ontwikkeling van Lelystad.
De visie dient als leidraad voor verdere uitwerking en concrete projecten in de komende jaren.
10
Onze referentie: OER Lelystad - Datum: 9 januari 2026 - Public
COLOFON168
3
Beoordelingsmethodiek
3.1
Foto van de leefomgeving
De Foto van de Leefomgeving vormt het referentiekader voor de beoordeling op doelbereik en milieueffecten. Iedere ruimtelijke opgave is op basis van beschikbare informatie en expert judgement beoordeeld op de opgave of op de door de gemeente gestelde ambitie. Afhankelijk van het beleidsveld is gebruik gemaakt van verschillende bronnen: • • •
Kwantitatieve informatie: deze informatie is cijfermatig en meetbaar, zoals data uit meetgegevens en rekenmodellen; Kwalitatieve informatie: deze informatie is niet-cijfermatig, bijvoorbeeld interviewgegevens en kaartmateriaal; Expert judgement: indien kwantitatieve en kwalitatieve informatie niet beschikbaar is, wordt de beoordeling gedaan op basis van kennis en ervaring van specialisten.
Het beoordelingskader zoals gehanteerd is opgenomen in Bijlage A: beoordelingskader voor het OER voor de Omgevingsvisie 2050 gemeente Lelystad. Om het kwaliteitsniveau te beoordelen is middels een ladder van aflopend kwaliteitsniveau onderscheid gemaakt in: • • • • • •
Wettelijke normen; Vastgestelde beleidsnormen of beleidsdoelstellingen; Advieswaarden van instituten; Vraag en aanbod; Benchmarks ten opzichte van landelijke gemiddelden of vergelijkbare gemeenten; Expert judgement.
Toepassen van wettelijke normen heeft de voorkeur, omdat het leidt tot navolgbare en eenduidige beoordeling. Indien wettelijke normen niet beschikbaar zijn voor het betreffende beleidsveld, worden beleidsnormen of beleidsdoelstellingen toegepast. Indien niet beschikbaar worden de bovenstaande bullets uit de ladder toegepast.
11
Onze referentie: OER Lelystad - Datum: 9 januari 2026 - Public
Rad van de Leefomgeving De beoordeling van de huidige situatie en autonome ontwikkeling zijn weergegeven in het Rad van de Leefomgeving dat voor de gemeente Lelystad opgesteld is. Het Rad is onderverdeeld in hoofdthema’s en geeft de score op elk beoordeeld aspect binnen deze thema’s weer. Op de spaken van het Rad staan de opgaven voor de Omgevingsvisie die in het OER beoordeeld zijn. De beoordeling is uitgevoerd aan de hand van een kwalitatieve vijfpuntsschaal. De hoogste score op deze schaal wordt weergegeven op de buitenste schijf van het Rad van de Leefomgeving, de laagste score op de binnenste schijf. Door het Rad in te vullen voor de huidige situatie, de autonome ontwikkeling en de toekomstperspectieven zijn de huidige knelpunten en het doelbereik van de ontwerp omgevingsvisie inzichtelijk.
Figuur 3-1: Kwalitatieve vijfpuntsschaal zoals gebruikt voor de beoordeling van de opgave van de huidige en de autonome situatie.
3.2
Beoordeling op doelbereik
Het voorgenomen beleid in de (ontwerp) Omgevingsvisie wordt getoetst op doelbereik. Per opgave is beoordeeld in hoeverre beleidsmaatregelen een bijdrage leveren aan de gestelde ambitie. Deze beoordeling gaat in op de haalbaarheid van ambities en welke beleidsmaatregelen hieraan bijdragen. De structuur van het OER sluit daarmee zo veel mogelijk aan op de ontwerp omgevingsvisie. Op basis van het kwaliteitsniveau van de huidige situatie, en de verandering die optreedt in de periode tot 2050 (de autonome ontwikkeling), is door middel van expert judgement per hoofdambitie beoordeeld of de beleidsmaatregelen voldoende zijn om de ambities te behalen. De vijf hoofdambities worden hieronder uitgelegd. 1. Stedelijke ontwikkeling: Lelystad groeit kwalitatief binnen de bestaande stad en met haar inwoners Ambities: • Lelystad zorgt voor herkenbare en complete wijken • Lelystad zorgt voor locaties met stedelijke betekenis • Lelystad wil groeien binnen de bestaande stad en breidt niet uit over de A6 2. Robuust natuurlijk raamwerk: Lelystad groeit kwalitatief doordat de kwaliteit van de natuur meegroeit met de stad waarbij de natuur beleefbaar, divers en verbonden is. Ambities: • Lelystad wil de kwaliteit van de groen-blauwe structuur verbeteren en versterken. Zo werken we integraal aan gezondheid, biodiversiteit en klimaatadaptatie 12
Onze referentie: OER Lelystad - Datum: 9 januari 2026 - Public
COLOFON168
• •
Lelystad wil dat de natuur altijd dichtbij is Lelystad wil het open polderlandschap behouden en versterken in samenhang met de ontwikkelingen.
3. Sterke en beleefbare economie: Lelystad versterkt haar economische positie in de regio door haar vestigingsklimaat te versterken. Ambities: • Lelystad wil een sterke en toekomstbestendige economie bereiken • Lelystad wil bestaande werkgebieden revitaliseren en waar nodig toevoegen • Lelystad heeft onderwijs als cruciale bouwsteen • Lelystad wil inzetten op enkele innovatiedistricten/fieldlabs • Lelystad wil een bruisende stad 4. Duurzame ontwikkeling: Lelystad wordt een toekomstbestendige stad waar de energie-, warme- en mobiliteitstransitie hun plek hebben gevonden Ambitie: • Lelystad wil in 2050 zo veel mogelijk schone energie opwekken (zon en wind (warmte)) en op eigen grond opslaan (batterij en waterstof) om de CO2 te beperken • Lelystad wil in 2050 een klimaatadaptieve stad zijn waarin er rekening wordt gehouden met water en bodem bij ruimtelijke ontwikkelingen (H5.2) • Lelystad zet zich in voor een circulaire economie 5. Bereikbare basis: Lelystad wordt een stad waarin iedereen op een efficiënte, (sociaal)veilige en duurzame manier kan reizen waarin bewegen een vanzelfsprekend onderdeel is van het dagelijkse leven.
Ambities: • Lelystad wil gedifferentieerde dreven efficiënter benutten • Lelystad wil het STOMP-principe stadsbreed toepassen • Lelystad wil de fietsvriendelijke schaal van de stad beter benutten In onderstaande tabel is weergegeven hoe de beoordeling is uitgevoerd. Op basis van een vijfpuntsschaal is beoordeeld in hoeverre de maatregelen uit de ontwerp Omgevingsvisie een bijdrage leveren aan de ambities uit de ontwerp Omgevingsvisie Tabel 3-1: Kwalitatieve vijfpuntschaal die gebruikt is voor de beoordeling op doelbereik
Symbool
Toelichting
++
Sterke bijdrage aan doelbereik
+
Beperkte bijdrage aan doelbereik
+/-
Geen impact op doelbereik
-
Beperkte negatieve impact op doelbereik
--
Sterk negatieve impact op doelbereik
13
Onze referentie: OER Lelystad - Datum: 9 januari 2026 - Public
3.3
Beoordeling op milieueffecten
De maatregelen die in de omgevingsvisie zijn opgenomen kunnen een positief of negatief hebben op de doelen die gesteld zijn per omgevingsaspect. Daarnaast kunnen ontwikkelingen positieve of negatieve effecten op verschillende omgevingsaspecten hebben. Zo draagt meer stedelijk groen bij aan het tegengaan van de gevoeligheid voor wateroverlast en hittestress, en leidt meer gemotoriseerd verkeer tot een slechtere luchtkwaliteit en meer geluidsoverlast. De beoordeling op milieueffecten heeft als doel om voor de belangrijkste ontwikkelingen te beschrijven waar mogelijke knelpunten en meekoppelkansen ontstaan vanuit positieve of negatieve (neven)effecten van de maatregelen die gesteld zijn in de Omgevingsvisie. In deze beoordeling wordt ook de koppeling gemaakt met de in de Foto van de Leefomgeving opgestelde bouwstenen (belangrijkste aandachtspunten uit de Foto van de Leefomgeving), om te analyseren of de gestelde ambities en maatregelen alle knelpunten aanpakken, of dat er nog knelpunten overblijven die niet worden geadresseerd in de omgevingsvisie. De maatregelen worden getoetst aan de beleidsvelden van deze acht verschillende omgevingsaspecten. 1. Bodem en ondergrond 2. Landschap en natuur 3. Water 4. Economie 5. Leefomgeving 6. Bereikbaarheid en verkeersveiligheid 7. Gezondheid en omgevingsveiligheid 8. Duurzaamheid
14
Onze referentie: OER Lelystad - Datum: 9 januari 2026 - Public
COLOFON168
4
Foto van de leefomgeving
4.1
Inleiding
Actuele ontwikkelingen In Lelystad spelen diverse ruimtelijke ontwikkelingen die van invloed zijn op de leefomgeving en de toekomstige inrichting van de stad. Op het gebied van woningbouw is met name de uitbreiding van Zuiderhage. De wijk Warande kent op het gebied van planvorming in 2026 een actualisatie, de wijk wordt in fasen verder ontwikkeld en in de loop van 2026 worden aanvullende onderzoeken uitgevoerd ten behoeve van de nadere planvorming. Waarop definitieve planvorming en vaststelling van besluiten volgt. Op het vlak van energie-infrastructuur speelt de uitbreiding van het regionale elektriciteitsnet een belangrijke rol. Netbeheerder TenneT heeft plannen voor de aanleg van een nieuwe 380 kV-hoogspanningsverbinding tussen Lelystad en Ens, waarvan het tracé inmiddels is vastgesteld en de uitvoering in voorbereiding is. Dergelijke investeringen zijn noodzakelijk om de energietransitie in de regio te ondersteunen en de groeiende vraag naar elektriciteit, mede door woningbouw en verduurzaming, op te kunnen vangen. Wat betreft defensie en luchtruim zijn bestaande beperkingen en gebruikszones, vooral door nabijgelegen militaire oefenterreinen en het luchtruim rondom Lelystad Airport, opgenomen in de geldende bestemmingsplannen.
Hoewel er eerder milieueffectrapportages en een luchthavenbesluit voor Lelystad Airport zijn vastgesteld, is de daadwerkelijke opening van de luchthaven controversieel en voorlopig uitgesteld. Verdere besluitvorming hierover is afhankelijk van landelijke beleidskeuzes en aanvullende onderzoeken. Op 19 december 2025 is het kabinet akkoord gegaan met het definitief NPRD. Lelystad is daarmee definitief aangewezen als locatie voor de stationering van F-35’s. Voor de benodigde fysieke uitbreiding van de luchthaven voor militaire infrastructuur is een ontwerp-voorkeursalternatief vastgesteld. Dit ontwerp gaat ter inzage van 19 januari tot 2 maart 2026. Tot slot zijn op het gebied van natuur en recreatie belangrijke besluiten genomen, waaronder de verdere ontwikkeling van de Oostvaardersplassen. Dit betreft provinciale plannen gericht op natuurbeheer, recreatie en ecologische verbindingen. Daarnaast heeft de gemeenteraad verschillende groenstructuurplannen en recreatieve verbindingen vastgesteld, waarmee Lelystad inzet op het versterken van natuurwaarden en de leefkwaliteit van haar inwoners. In december 2025 is een vergunning aangevraagd voor de uitbreiding van de stortcapaciteit van de stortplaats locatie Zeeasterweg. De aanvraag behelst de reeds vergunde capaciteit van 15 meter te verruimen naar een ophoging van 32,5 meter hoogte.
Over deze vergunningaanvraag is nog geen besluit genomen. Foto van de Leefomgeving De Foto van de Leefomgeving beschrijft de leefomgeving van de gemeente Lelystad met als peildatum augustus 2025. De huidige situatie en de autonome ontwikkeling tot 2050 worden beschreven in dit hoofdstuk van de rapportage. De huidige situatie en de autonome ontwikkeling samen vormen de referentiesituatie voor het OER. Navolgende afbeelding geeft de samenvatting van de beoordeling in het Rad van de Leefomgeving. De methodiek is beschreven in hoofdstuk 3.
15
Onze referentie: OER Lelystad - Datum: 9 januari 2026 - Public
Figuur 4-1 Rad van de leefomgeving, beoordeling huidige situatie (blauw) en beoordeling autonome ontwikkeling (oranje).
16
Onze referentie: OER Lelystad - Datum: 9 januari 2026 - Public
COLOFON168
4.2
Bodem en ondergrond 4.2.1
4.2.1.1
Bodem
Bodemkwaliteit
Ambities • Lelystad streeft naar een afgewogen gebruik en behoud van de kwaliteiten van de bodem en ondergrond (Omgevingsvisie Lelystad 2040). • Gemeente zet zich in voor behoud en, waar nodig, herstel van de bodemkwaliteit. • Lelystad streeft naar een afgewogen gebruik en behoud van de kwaliteiten van de bodem en ondergrond en zal hiervoor, waar nodig, beleid ontwikkelen (Omgevingsvisie Lelystad 2040). Beleidsdocumenten • Omgevingsvisie Lelystad 2040 (Gemeente Lelystad, 2021). • Nota bodembeheer provincie brede samenwerking bodembeleid Flevoland. Fase
Beoordeling
Toelichting
Huidige situatie
++
De bodem is van goede kwaliteit. Lokaal zijn bodemverontreinigingen aanwezig, maar de gemeente heeft hier goed zicht op en ze leiden niet tot knelpunten. De bodem van de gemeente wordt voor een groot deel gebruikt voor overig agrarisch terrein.
Autonome ontwikkeling
++
Op het gebied van bodemkwaliteit zal de situatie autonoom verbeteren. Als ontwikkelingen plaatsvinden waar sprake is van verontreinigingen wordt de grond gesaneerd. Gaandeweg verbetert de bodemkwaliteit daarmee.
+/-
De maatregelen uit de Omgevingsvisie Lelystad scoren over het algemeen neutraal op bodemkwaliteit. Twee maatregelen hebben een sterk positief effect, omdat ze gericht zijn op een integrale aanpak van bodembeheer en het actief verbeteren van de bodem in relatie tot stedelijke ontwikkeling en natuur. Twee andere maatregelen scoren beperkt positief; deze zijn vooral gericht op het voorkomen van negatieve effecten, zoals het behouden van ruimte voor bodemfuncties en het reguleren van de waterstand, maar dragen niet actief bij aan herstel of verbetering van de bodemkwaliteit. De algehele komt daarmee uit op neutraal (+/-).
Doelbereik Omgevingsvisie
Huidige situatie Het bodemgebruik in de gemeente Lelystad is weergegeven in Figuur 4-2. Zichtbaar is dat de bodem van de gemeente voor een groot deel gebruikt wordt voor overig agrarisch terrein. Bij de Oostvaardersplassen is sprake van open nat natuurlijk terrein en Lelystad betreft voornamelijk woongebied met sociaal-culturele voorzieningen. Er zijn twee grote en meerdere kleine bedrijventerreinen in de gemeente en aan de noordoostelijke rand van de stad liggen bosgronden.
17
Onze referentie: OER Lelystad - Datum: 9 januari 2026 - Public
Figuur 4-2: Bodemgebruik kaart (Atlas Natuurlijk Kapitaal, 2017).
De bodemkwaliteit in Lelystad is in hoofdlijnen op orde. De bodemkwaliteitskaart geeft de functieklasse weer van de bodemkwaliteit die in een bepaald gebied mag worden toegepast. In Figuur 4-3 is de algemene indeling in functieklasse bodem weergegeven. Uit de bodemkwaliteitskaart blijkt dat zowel de kwaliteit van de te ontgraven grond (ontgravingskaart, zie figuren hierna) als de toepassingseisen voor de toe te passen grond de bodemkwaliteitsklasse ‘landbouw/natuur’ van toepassing is. Het geldt voor alle bodemkwaliteitszones van de gemeente Lelystad. Dit betekent dat op basis van de bodemkwaliteitskaart vrij grondverzet binnen de gemeente mogelijk is; de verwachte kwaliteit van de te ontgraven grond komt overeen met de toepassingseis ter plaatse van de toepassingslocatie. In de gebieden die zijn aangewezen waar grond met de kwaliteitsklasse ‘wonen’ mag worden toegepast, geldt dat deze grond schoon genoeg is om toe te passen in woonwijken, in tuinen en speelplaatsen. Uit de kaart volgt voorts dat de bermen van openbare wegen buiten de bebouwde kom en enkel bermen van grote doorgaande wegen binnen de bebouwde kom van Lelystad, de functieklasse ‘Industrie’ hebben gekregen.
Voorafgaand aan toepassing van grond op basis van de bodemkwaliteitskaart wordt wel altijd nagegaan of er, met name op de herkomstlocatie, reden is om te controleren of de verwachte kwaliteit daadwerkelijk nog aanwezig is. Het is niet verwonderlijk dat de bodemkwaliteit in Lelystad op orde is. Lelystad is immers pas in de tweede helft van de 20e eeuw gesticht, dus er is geen sprake van historische bodemverontreinigingen door industriële activiteiten. De jonge geschiedenis van de regio zorgt er daarnaast voor dat er een goed overzicht is van de bodemkwaliteit.
18
Onze referentie: OER Lelystad - Datum: 9 januari 2026 - Public
COLOFON168
Figuur 4-3 : Bodemfunctieklassekaart gemeente Lelystad (WSP, 2024).
In Figuur 4-4 wordt de ontgravingskaart bovengrond weergegeven en in Figuur 4-5 wordt de ontgravingskaart ondergrond weergegeven. Deze kaarten geven weer welke bodemkwaliteit verwacht wordt op onverdachte locaties in een bepaald gebied.
Figuur 4-4: Ontgravingskaart bovengrond (0-0,5 m-mv).
Figuur 4-5: Ontgravingskaart ondergrond (0,5-2,0 m-mv).
De gemeente zet zich in voor het behoud en waar nodig herstel van deze kwaliteit. Lokaal zijn bodemverontreinigingen aanwezig. Bij het huidige bodemgebruik worden verontreinigingen niet aangepakt. Als het bodemgebruik wijzigt, moet de verontreiniging worden aangepakt door de initiatiefnemer. Overeenkomstig de regels in de Omgevingswet moeten nieuwe verontreinigingen door de veroorzaker ongedaan gemaakt worden. 19
Onze referentie: OER Lelystad - Datum: 9 januari 2026 - Public
In de provincie Flevoland vindt veel grondverzet plaats. De zes gemeenten in Flevoland hebben een gezamenlijke Nota bodembeheer vastgesteld, waardoor de regels in de gehele provincie hetzelfde zijn. In de Nota bodembeheer staat aangegeven aan welke eisen het hergebruik van (licht verontreinigde) grond moet voldoen. De uitgangspunten van de Nota bodembeheer zijn: • • •
• •
Het beheergebied omvat het grondgebied van de zes Flevolandse gemeenten samen; De norm voor bodemvreemd materiaal in toe te passen grond is 5% (behoudens enkele uitzonderingen); Lokale Maximale Waarden (LMW) op het niveau van kwaliteitsklasse ‘wonen’ gelden: - In alle gemeenten voor bermen van openbare gemeentelijke en provinciale wegen buiten de bebouwde kom (met uitzondering van bermen die deel uitmaken van een natuurgebied); - In Lelystad voor bermen van de dreven die worden aangeduid als de ‘hoofdruit’ en de aansluitingen van de hoofdruit naar Dronterweg, Larserweg en Markerwaarddijk; - In Almere voor Industrieterrein ”De Vaart I, II en III”; Voor de beoordeling van de kwaliteit van de ondergrond, dieper dan 2 meter, geldt een lichter onderzoeksprotocol; Het verplichte bodemonderzoek bij bouwaanvragen kan in sommige gevallen achterwege blijven.
Autonome ontwikkeling Op het gebied van bodemkwaliteit zal de situatie autonoom verbeteren. Als ontwikkelingen plaatsvinden waar sprake is van verontreinigingen zal de grond gesaneerd moeten worden. Gaandeweg verbetert de bodemkwaliteit daarmee. Intensieve landbouwpraktijken kunnen echter wel bijdragen aan de achteruitgang van het bodemleven, onder meer door het gebruik van monoculturen. Verzilting in de gemeente Lelystad is momenteel beperkt vanwege de ligging in een drooggemalen polder (onder zeeniveau) en het feit dat het IJsselmeer een belangrijke bron van zoet water is voor irrigatie. Desondanks blijft verzilting een potentieel risico op de lange termijn door klimaatverandering, zeespiegelstijging en mogelijke veranderingen in waterbeheer.
4.2.1.2
Ondergrond
Ambities • Omgaan met bodemdaling (Omgevingsvisie Lelystad 2040). Beleidsdocumenten • Omgevingsvisie Lelystad 2040 (Gemeente Lelystad, 2021). • Nota bodembeheer provincie brede samenwerking bodembeleid Flevoland. Fase
Beoordeling
Toelichting
Huidige situatie
In Lelystad is bodemdaling minder hevig dan elders in Flevoland. Ondertussen groeit de aandacht voor ondergrondse functies, zoals warmte- en koudeopslag, wateropvang en ruimte voor infrastructuur. Er wordt gewerkt aan beleid om ondergrondse functies en bodemkwaliteit te beschermen.
Autonome ontwikkeling
Bodemdaling en klimaatverandering bedreigen de bodemfuncties in Flevoland, met name in landbouwgebieden. In Lelystad neemt de druk op de ondergrond toe door woningbouw, de energietransitie en infrastructuur, wat vraagt om slimme ruimtelijke ordening.
Doelbereik Omgevingsvisie
Vrijwel alle maatregelen uit de Omgevingsvisie hebben een neutraal effect op bodemdaling. Drie maatregelen dragen beperkt positief bij, vooral via klimaatadaptatie, waterbeheer en bescherming van de bodemstructuur. Ze richten zich echter niet direct op de oorzaken van bodemdaling. Gelet op het feit dat de maatregelen voornamelijk geen effect hebben en er slechts een paar zijn die een beperkt positief effect hebben op bodemdaling, is de beoordeling beperkt negatief (-).
-
Huidige situatie 20
Onze referentie: OER Lelystad - Datum: 9 januari 2026 - Public
COLOFON168
Bodemdaling is in het noordwesten van Lelystad aan de orde. Bodemdaling komt in Lelystad voor, maar de impact verschilt per locatie. Lelystad heeft met name te maken met een zeer sterke bodemdaling en een sterke bodemdaling in het noordwesten. Naast bovengronds ruimtegebruik en de milieu hygiënische bodemkwaliteit krijgen ondergrondse functies steeds meer aandacht, zoals opslag van warmte en koude, opvang en vasthouden van (regen) water, ruimte voor kabels en leidingen. Op dit moment wordt beleid ontwikkeld zodat de kwaliteiten van het bodem- en ondergrondsysteem niet worden aangetast. Een bodemkaart van Lelystad is toegevoegd in Figuur 4-6.
Figuur 4-6: Bodemkaart Lelystad, kwaliteitscatalogus (MUST, 2023).
Autonome ontwikkeling De bodem is de drager van de fysieke leefomgeving. Naast ruimte om veilig te bouwen en te wonen is voor bijvoorbeeld de circulaire economie, energievoorziening, voedselvoorziening, mobiliteit en kennis over de (pre)historie de rol van de ondergrond evident. Bodemdaling, klimaatverandering, verdroging, uitputting en verontreiniging kunnen deze functies bedreigen. Bodemdaling De komende jaren krijgt Flevoland steeds vaker te maken met de gevolgen van bodemdaling. In het landelijk gebied is dit te zien door vernatting van de bodem, dat is nu al voelbaar is in het gebied onder Emmeloord, in het gebied westelijk van Zeewolde en aan de oostelijke randen van Almere. Op den duur zal dit op meer plaatsen optreden, waardoor de hoogwaardige landbouw onder druk kan komen te staan. 1 Het beeld volgt uit de bodemdaling verwachtingenkaart dat voor Lelystad bodemdaling op termijn voor problemen kan zorgen.
1 Nieuwe bodemdalingskaart Flevoland bevestigt beeld | Waterschap Zuiderzeeland.
21
Onze referentie: OER Lelystad - Datum: 9 januari 2026 - Public
Figuur 4-7: Bodematlas Flevoland, bodemdaling voorspellingskaart tot 2100 – scenario hoog, sterke klimaatverandering.
Ten aanzien van bovenstaande figuur dient opgemerkt te worden dat de kaart minder nauwkeurig is omdat voor de provincie Flevoland geen updates van de invoerdata beschikbaar zijn. De gegevens waarop de kaart gebaseerd is, komen van een vorige versie van de bodemdalingsvoorspellingskaart en zijn aangepast naar de relevante periode. De voorspellingskaart is ook relatief onbetrouwbaar doordat de brondata kwalitatief minder goed zijn of de relevante bodemdalingsprocessen niet goed worden gemodelleerd door het model. Voor een toelichting voor de situatie in het stedelijk gebied en in Flevoland en de jonge polders wordt verwezen naar de technische toelichting behorend bij de bodemdalingsvoorspellingskaart (Actualisatie bodemdalingsvoorspellingskaarten, Deltares 2021). In 2023 heeft Deltares een rapport opgesteld over de bodemdalingsprognose van de provincie Flevoland. De bodemdalingsprognosekaart voor het zichtjaar 2100 is weergegeven in Figuur 4-8. In deze kaart is de bebouwde omgeving niet opgenomen in de prognose omdat maaiveldhoogteverandering in stedelijk gebied gecompliceerd is door renovaties/ophogingen, de daling sterk wordt bepaald door de wijze waarop wijken bouwrijp zijn gemaakt en/of gerenoveerd.
Bodemdaling kan in de bebouwde omgeving daarnaast ook over het algemeen sterk verschillen voor wegdelen, bermen/parken, sportvelden en dergelijke (Bodemdalingsprognose Flevoland, Deltares 2023).
22
Onze referentie: OER Lelystad - Datum: 9 januari 2026 - Public
COLOFON168
Figuur 4-8: Bodemdalingsprognose voor de periode 2020-2100; links: lage prognose, midden: basisprognose (beste schatting); rechts: hoge prognose.
Ruimtelijke ordening in de ondergrond Naar verwachting neemt de druk op de ondergrond in de toekomst toe, met name door de diverse ontwikkelingen die voor de meeste gemeenten in Nederland gelden. Allereerst is er de Lelystadse woningbouwambitie die voorzien zal moeten worden van alle kabels en leidingen. Daarnaast spelen er nationale thema’s, zoals de energietransitie waarvoor er warmtenetten dienen te worden aangelegd, de riolering wordt gescheiden, parkeerplaatsen en afvalcontainers worden vaker onder de grond aangelegd. Voor piekbelasting van neerslag en in het kader van netcongestie is er vraag naar ruimte in de ondergrond. Verder is het wegens de Telecommunicatiewet mogelijk om kabels en leidingen aan te leggen, hier dient de gemeente rekening mee te houden bij nieuwe ontwikkelingen. Raakvlakken De volgende omgevingsaspecten hebben een raakvlak met het beleidsveld bodem & ondergrond: •
•
•
•
Archeologie: de bodem herbergt naast sporen uit de prehistorie en de Romeinse tijd het grootste maritiemarcheologisch archief dat ons land rijk is. De bodem is medebepalend voor bepaalde typen landschappen en historische structuren. De bescherming hiervan heeft nauwe raakvlakken met het thema bodem en ondergrond. Stedelijk groen: de ondergrond in de bebouwde kom wordt steeds drukker. Bij het ontbreken van een afwegingskader voor ruimtegebruik in de ondergrond kan dit leiden tot risico’s voor de inpassing van boomwortels. Duurzame warmte en -elektriciteit: een knelpunt kan worden gevonden wanneer er wordt gekeken naar de functies in de ondergrond. Onder andere door verrommeling kan het risico groter worden dat door onzorgvuldig ruimte gebruik bepaalde functies, bijvoorbeeld op het gebied van bodemenergie en duurzame warmte en -elektriciteit, niet meer inpasbaar zijn. Een voorbeeld hiervan is het verdeelvraagstuk bij de groei van warmte-koude opslagen. Grond- en oppervlaktewater: de gesteldheid van de bodem speelt een rol in het vasthouden, bufferen en filteren van water. Tevens draagt het bij aan genoeg gezond grond- en oppervlaktewater.
Bouwstenen voor de Omgevingsvisie
23
Onze referentie: OER Lelystad - Datum: 9 januari 2026 - Public
• • •
Bodembeleid actualiseren en inspelen op de laatste inzichten, bijvoorbeeld ten aanzien van bodemdaling. Aansluiten bij het gebiedsproces bodemdaling van de provincie Flevoland kan kansrijk zijn voor het ontwikkelen van maatregelen.2 Kamerbrief ‘Bodem en water sturend’ kan leiden tot belangrijke randvoorwaarden voor ruimtelijke ontwikkelingen vanuit de ondergrond. Het is goed voor de gemeente om een analyse te maken van de opgaven die opgelegd zijn vanuit het Rijk aan de gemeente, zodat de gemeente deze opgaven nu al mee kan nemen bij alle ontwikkelingen. Het Rijk schrijft hierover dat WBS een grote rol speelt in het project van Waterfront Lelystad (Water en Bodem Sturend, 2024). De gemeente kan een analyse maken van de opgaven die vanuit het Rijk worden opgelegd aan gemeente, zodat de gemeente deze opgaven mee kan nemen in de ontwikkelingen.
2 Gebiedsproces bodemdaling - Provincie Flevoland.
24
Onze referentie: OER Lelystad - Datum: 9 januari 2026 - Public
COLOFON168
4.3
Landschap en natuur 4.3.1
Landschap en ruimtelijke kwaliteit
Ambities • • • •
Doel is om het landelijk gebied te versterken en stedelijke functies tegen te gaan in het open landschap. (Omgevingsvisie Lelystad 2040). Lelystad streeft naar een afgewogen gebruik en behoud van de kwaliteiten van de bodem en ondergrond (Omgevingsvisie Lelystad 2040). Polderlandschap grootschalig en openhouden. In agrarisch gebied wordt verdere verstedelijking beperkt en wordt er zorgvuldig ruimte geboden voor grootschalige energie-opwek (Lelystadse Adaptatie Strategie 2023).
Beleidsdocumenten • • • • •
Omgevingsvisie Lelystad 2040 (Gemeente Lelystad, 2021). Strategie Agenda Natuur 2030 (Gemeente Lelystad, 2023). Lelystadse Adaptatie Strategie 2023 (Gemeente Lelystad, 2023). Kustvisie Lelystad 2030 (Gemeente Lelystad, 2020). Programma ‘Van Groen Dromen naar Groen Doen’ (Gemeente Lelystad, 2023).
Fase
Beoordeling
Huidige situatie
Autonome ontwikkeling
Doelbereik Omgevingsvisie
Toelichting
+
De gemeente Lelystad ligt in een functioneel ingericht polderlandschap met lichte kleibodem, open agrarisch buitengebied en bossen met hoge natuur- en recreatiewaarde. Delen van de gemeente zijn Natura 2000-gebied en NNN, waaronder het Markermeer & IJmeer, de groene randzone en de Oostvaardersplassen, met belangrijke natuurwaarden zoals moerasecosystemen en leefgebieden voor verschillende fauna.
+
Ontwikkelingen zoals de energietransitie, woningbouw en infrastructuur brengen uitdagingen met zich mee voor de gemeente. Deze ontwikkelingen leggen druk op het polderlandschap, dat belangrijk is voor de Lelystadse identiteit. Het landschap veroudert, wat gevolgen heeft voor de ecologie en uitstraling. Ruimteclaims voor projecten zoals de Lelylijn en een hoogspanningsstation versterken deze druk.
+/-
De meeste maatregelen uit de Omgevingsvisie hebben een neutraal of beperkt positief effect op het landschap en de ruimtelijke kwaliteit, vooral door behoud en kwalitatieve verbetering van groen en het voorkomen van negatieve effecten. Enkele maatregelen, zoals de aanleg van nieuwe energie-infrastructuur, hebben een beperkt negatief effect op de ruimtelijke beleving, maar deze impact blijft meestal beperkt door zorgvuldige inpassing. Innovatieve of ingrijpende verbeteringen blijven echter uit. Gelet op het voorgaande, is de overkoepelende beoordeling beperkt negatief (-).
Huidige situatie Het landschap in en rondom de gemeente Lelystad is gemaakt in navolging van de drooglegging van de polder in de jaren ’50 van de 20e eeuw. Als gevolg hiervan bestaat de bodem voornamelijk uit lichte klei (Strategie Agenda Natuur). Rond de stad en de stadswijken bevinden zich grootschalige bossen, die op haar beurt weer zijn verbonden met de dreven en met waterbouwkundige elementen zoals dijken en het werkeiland. Het landschap van de gemeente is voornamelijk functioneel ingericht, het bestaat uit monotone structuren met rechte wegen en eensoortig groen langs wegen en in de bermen. De dreven functioneren als groene en lange lijnen die de verbinding vormen met het buitengebied. Het buitengebied van Lelystad heeft een open landschap en heeft een sterke agrarische functie (Lelystadse Adaptatie Strategie 2023). De bosgebieden hebben hoge natuur- en recreatieve waarden en zijn nog in ontwikkeling.
25
Onze referentie: OER Lelystad - Datum: 9 januari 2026 - Public
Het huidige grondgebruik van de gemeente Lelystad is weergegeven in Figuur 4-9. De gemeente Lelystad heeft een totale oppervlakte van 76.545 ha. Zoals zichtbaar op de kaart, bestaat de stad primair uit bebouwd gebied. Het buitengebied wordt voornamelijk gekenmerkt door agrarisch gras, bossen en percelen voor (overige) landbouwgewassen. Figuur 4-10 laat de natuurclassificatie meer in detail zien. Circa 7.149 ha van het totale oppervlakte van de gemeente bestaat uit bos en open natuurlijk terrein, ten opzichte van 2.722 ha dat bestaat uit (semi-) bebouwd terrein (CBS, 2017). Wateren beslaan het grootste deel van het landschap in de gemeente: een totaal 53.645 ha bestaat uit binnenwater, waaronder het IJsselmeer/Markermeer, recreatief binnenwater en overig binnenwater.
Figuur 4-9: Grondgebruik in de gemeente Lelystad in 2023, op basis van het Landelijk Grondgebruik Nederland (LGN) (LGN, 2023).
26
Onze referentie: OER Lelystad - Datum: 9 januari 2026 - Public
COLOFON168
Figuur 4-10: Natuurclassificatie in de gemeente Lelystad in 2023 (LGN, 2023). In Figuur 4-10 is een kaart weergegeven van de belevingswaarde van het landschap in de gemeente Lelystad. Gelet op het jaar waaruit deze kaart dateert (2010), sluit deze niet volledig aan bij het actuele ruimtegebruik van de gemeente. De kaart laat desalniettemin zien hoe het buitengebied en de zones rondom Lelystad ervaren worden wat betreft het landschap. De belevingswaarde wordt hoger naarmate de stedelijke omgeving verlaten wordt. Waar de belevingswaarde van het landschap rondom het stedelijk gebied een cijfer van 6 of lager krijgt, ligt het cijfer in het buitengebied hoger dan 7,5.
27
Onze referentie: OER Lelystad - Datum: 9 januari 2026 - Public
Figuur 4-11: Belevingswaarde van het landschap (Alterra Wageningen UR, Atlas Natuurlijk Kapitaal, 2010)
Het Natura 2000-gebied Markermeer & IJmeer ligt voor een groot deel binnen de gemeente Lelystad. Het Natura 2000-gebied IJsselmeer ligt deels binnen de gemeentegrenzen. Het Natura 2000-gebied Oostvaardersplassen bevindt zich vrijwel geheel in het gemeentelijk gebied. Daarnaast bestaat een deel van de gemeente uit Natuurnetwerk Nederland (NNN)Dit zijn de gebieden waar de natuur voorrang heeft en waar de natuur behouden en versterkt moet worden. De kenmerken en waarden van een groot deel van het NNN dat er zich bevindt, zijn graslanden, aangewezen broed- en rustgebieden voor moeras- en watervogels, moerasecosystemen en leefgebieden voor ruiende grauwe ganzen, edelherten, runderen en paarden.
28
Onze referentie: OER Lelystad - Datum: 9 januari 2026 - Public
COLOFON168
Figuur 4-12: Uitsnede Natura 2000-gebieden gemeente Lelystad.
Autonome ontwikkeling Het (polder)landschap en de verweving met de stad geeft de gemeente Lelystad haar identiteit. Het landschap in het buitengebied, dat met name gekenmerkt wordt door agrarisch beheer, is hier een belangrijk onderdeel van. Onder meer in dit gebied is er sprake van diverse ontwikkelingen waarbij ruimteclaims een rol spelen, met name op het gebied van energietransitie, duurzaamheid, economische groei, woningbouw en infrastructuur. De verankering van de gemeente Lelystad in regionale en nationale netwerken verbindt ze qua infrastructuur bijvoorbeeld met ontwikkelingen die spelen omtrent de Lelylijn, Lelystad Airport, Flevokust Haven, de A6 en de N23/A23. De energietransitie vraagt voorts om ruimte door de geplande realisatie van een hoogspanningsverbinding en een nieuw hoogspanningsstation. Hetzelfde geldt voor mogelijke zoeklocaties van defensie in het buitengebied, ten oosten van de Vogelweg in de gemeente Lelystad. In Lelystad Noord speelt de vraag in hoeverre er wel of geen woningen worden toegevoegd in het kader van de woningbouwopgave. In de Omgevingsvisie worden keuzes gemaakt in de ontwikkelstrategie; vindt er verdichting in de stad plaats of worden er buiten de stad woningen gerealiseerd.
Op het gebied van bedrijvigheid speelt een dergelijk vraagstuk, waarbij de vraag speelt of er gebouwd gaat worden bij een deel van Noordersluis of Zuiderhage, of dat elders bedrijfsgronden gerealiseerd worden. Het landschap staat door deze ontwikkelingen onder druk. De grootschaligheid is kwetsbaar voor ruimtelijke interventies. Daarnaast raakt het landschap ‘op leeftijd’. Inheems gebruikte boomsoorten hebben hun volwassen leeftijd bereikt en aftakeling van structuren is zichtbaar. De kenmerkende omzomende erfbeplantingen (de zogenaamde windsingels om bedrijven een van de landschappelijke karakteristieken van het polderlandschap) die belangrijk zijn voor landschappelijke inpassing van bedrijven en als ecologische stepping stones functioneren, brokkelen af door groei van bedrijven en door veroudering, Karakteristieke polderwegen met brede bermen hebben een herkenbare doch monotone inrichting bestaande uit grasbermen met eensoortige laanbeplanting. Ook hier speelt verval een rol. In de huidige tijd kunnen deze structuren meer betekenis krijgen op het gebied van aantrekkelijkheid en biodiversiteit.
29
Onze referentie: OER Lelystad - Datum: 9 januari 2026 - Public
Raakvlakken De volgende omgevingsaspecten hebben een raakvlak met het beleidsveld landschap en ruimtelijke kwaliteit: •
•
•
•
•
•
Natuur en biodiversiteit: de indeling en het gebruik van het landschap alsook de ruimtelijke kwaliteit ervan heeft invloed op de natuurlijke omgeving en de diversiteit aan flora en fauna die er aanwezig zijn. Ook heeft het invloed op de belevingswaarde en daarmee de waardering van het landschap. Ruimteclaims hebben effect op de karakteristieke openheid van het polderlandschap en de beleving van deze openheid. Economie: een aantrekkelijk en goed onderhouden landschap kan een positief effect hebben op de lokale economie, niet alleen doordat het bijdraagt aan toerisme en recreatie maar ook doordat het een positieve invloed kan hebben op het vestigingsklimaat voor bedrijven. Wonen: de woningbouwopgave vergt ruimte en beïnvloedt het landschap en de ruimtelijke kwaliteit. Enerzijds geldt dat waar ingezet wordt op uitbreiding, dit kan botsen met aanwezige landschappelijke elementen. Anderzijds geldt dat een goed ontworpen landschap met hoogwaardige ruimtelijke kwaliteit zorgt voor aantrekkelijke woonlocaties en een prettige leefomgeving. Duurzame elektriciteit: de ruimtelijke inrichting van het landschap speelt een rol bij de inpassing van duurzame energiebronnen, zoals wind- en zonne-energie. Daarnaast is er meer behoefte aan opslag van deze energie in batterijen.
De kwaliteit van het landschap kan door de inrichting met deze energiebronnen botsen met de ambitie om het landelijk gebied te versterken. Cultuurhistorie en archeologie: het landschap weerspiegelt de historie van de gemeente en de cultuurhistorie van het verleden voordat Flevoland een polder werd. Cultuurhistorische en archeologische kwaliteiten benutten kan zorgen voor een verrijking van de ruimtelijke kwaliteit. Landschappelijke ontwikkelingen kunnen daarentegen ook ten koste gaan van cultuurhistorische en archeologische elementen. Omgevingskwaliteit: de inrichting van het landschap heeft direct invloed op de algehele kwaliteit van de leefomgeving.