CConstaterende datLelystad
Koppel je AI →
Document · PDF

BL 3. Inventarisatierapport Archeologie en cultuurhistorie

Raadsvergadering 27 januari 2026, gemeente LelystadBij agendapunt: 25.471 Beleidsnota Erfgoed en Archeologie 2025-203033.132 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 4

Afbeelding 29. Locaties van de aan- en afwezige scheepswrakken. Bron: NCN, MACHU, SDF4, Archis.

VESTIGIA Archeologie & Cultuurhistorie, rapport V2752, 100%-versie, versie 3., d.d. 29 augustus 2025

78

V22-5035: Verantwoordingsrapport en inventarisatie Erfgoedbeleid Lelystad, gemeente Lelystad

Waterbodem Naast een overzicht van de reeds bekende wrakken, is onderzoek gedaan naar het veranderen van de waterbodem van het Markermeer. Deze gegevens kunnen iets vertellen over de mogelijke aan- of afwezigheid van scheepswrakken en de dynamiek van de waterbodem en welke consequenties dat kan hebben op de aanwezige archeologische resten. Helaas ontbreekt een klein deel in het oosten van de gemeente , maar over het algemeen kan worden gezegd dat de waterbodem door de decennia heen nauwelijks aan veranderingen heeft blootgestaan. Aangenomen kan worden dat dit ook voor het ontbrekende oostelijk deel geldt. Op de verschillende kaarten (Afbeelding 28 t/m 30)is te zien hoeveel de waterbodem is veranderd van 1852 tot en met 2012. 136 Hieruit zijn geen grote conclusies te trekken, slechts dat de bodem licht is verhoogd. Dit is ook een gunstig teken wat betreft archeologische resten in de waterbodem. Archeologische resten die verborgen liggen onder het zand, zullen niet (snel) blootgesteld zijn aan erosie en resten die al zichtbaar zijn zullen ook niet snel verdwijnen. Dit is anders dan op bijvoorbeeld de Waddenzee, waar de waterbodem zeer dynamisch is door de verschillende getijden. Naast opwateronderzoeken heeft Periplus in 2022 een verkennend booronderzoek uitgevoerd aan de oostzijde van de Houtribdijk om verschillende lineaire anomalieën gemeten met de magnetometer te verifiëren.

De conclusie van het onderzoek is dat de magnetometer in staat is om een eerste beeld te geven van het prehistorisch landschap.137 Recent onderzoek in het kader van de Dijkversterking IJsselmeerdijken heeft echter ook aangetoond, dat met verkennend booronderzoek meer detaillering verkregen kan worden. Niet alle gemeten anomalieën betreffen ook mogelijke kreken en daar waar geen kreek is aangetoond met de magnetometer kan toch een kreek aanwezig zijn. 138 Ten aanzien van de archeologische verwachting van landbodem archeologie in de waterbodem is sinds 2020 aangevuld met de Archeologische Kaart IJsselmeergebied. Deze kaart is een onderdeel van de RCEprogramma’s Visie Erfgoed en Ruimte en Maritiem Erfgoed Nederland. In de periode 2018-2020 heeft een groep deskundigen op het vlak van archeologie, fysische geografie, geologie en data-analyse onder leiding van de RCE aan deze kaart gewerkt door het beschikbaar stellen van hun kennis en data. De Archeologische kaart IJsselmeergebied maakt de landschappelijke en archeologische rijkdom van de bodem van het IJsselmeer, het Markermeer en de Randmeren inzichtelijk. De kaart is opgedeeld in 5 perioden. Hieronder wordt de situatie van het gemeentegebied per periode besproken. De betreffende kaarten zijn opgenomen in kaartbijlage 5: • Periode 1 Jagers en verzamelaars in een droog landschap (9000 - 7000/6500 v.

Chr.): Binnen het gemeente gebied zijn drie beekdalen zichtbaar. De twee beekdalen in het noorden behoren tot de Oer-Vechtdal. Tot dit dal behoorde meerdere stroomgeulen, waarvan ook enkele kreken inmiddels binnen de gemeente zijn vastgesteld. Ook het krekenstelsel bij Swifterband behoort tot dit dal. Tussen de beekdalen is sprake van een terras. In het zuiden is ook een Beekdal gelegen, vermoedelijk het Eemdal. Tussen de beekdalen is sprake van een dekzandgebeid, waarbij het noordelijke deel is aangeduid als een verdrinkend landschap. Binnen deze zone kan sprake zijn van kleine beeksystemen waar nu nog weinig zicht op is; • Periode 2 Jagers en verzamelaars en vroege boeren in een vernattend landschap 7000/6500 3400 v. Chr.): Het gemeentegebied bestaat in deze periode uit een getijdenzone met kwelder. Over het gehele gebied is inmiddels sprake van een verdrinkend landschap. Vanaf 5500 v. Chr. is vermoedelijk het volledig noordelijke deel van de gemeente verdronken. • Periode 3 Boeren op droge refugia in een nat landschap (3400 - 800 v. Chr.)

136

Houkes et al 2014.

137

Brenk et al 2023.

138

Weerheijm et al 2024.

VESTIGIA Archeologie & Cultuurhistorie, rapport V2752, 100%-versie, versie 3., d.d. 29 augustus 2025

79

V22-5035: Verantwoordingsrapport en inventarisatie Erfgoedbeleid Lelystad, gemeente Lelystad

•

•

Het grootste gedeelte van het gemeentegebied is in deze periode afgedekt met veen. In het noorden richting hoorn is nog sprake van een getijdenzone in het zeeklei-landschap van WestFriesland. In hoeverre dit gebied in gebruik is geweest en in welke mate dit bewaard is gebleven is weinig informatie over beschikbaar. De open waters zijn indicatief. Over de aard, gebruik en verbreiding van het veen is nog veel onbekend. Periode 4 Veenontginning en vroeg maritieme ontwikkelingen (800 v. Chr. - 1250 na Chr.). In deze periode is sprake van een groot aaneengesloten buitenwater met veeneilanden. Het is historisch bekend dat de Romeinen over de Flevomeren hebben gevaren, maar archeologisch is hier nog geen definitief bewijs van gevonden. Periode 5 Het maritieme landschap (vanaf 1250 na Chr.) Het gehele gebied is gelegen in de Zuiderzee. Er lopen een aantal vaarroutes door het gemeentegebied. Op de kaart zijn ook de bekende (mogelijke) scheepswrakken aangeduid. Er lijkt enige correlatie te zijn tussen de vaarroutes en de aanwezige scheepswrakken, maar het westelijke deel is nog nauwelijks in beeld gebracht met Opwateronderzoek. Het cluster in het noorden lijk te correleren met een ondiepere waterbodem.

VESTIGIA Archeologie & Cultuurhistorie, rapport V2752, 100%-versie, versie 3., d.d. 29 augustus 2025

80

V22-5035: Verantwoordingsrapport en inventarisatie Erfgoedbeleid Lelystad, gemeente Lelystad

Afbeelding 30 Diepteverschil waterbodem 1852 t.o.v. 2012. Bron: Houkes et al 2014.

VESTIGIA Archeologie & Cultuurhistorie, rapport V2752, 100%-versie, versie 3., d.d. 29 augustus 2025

81

V22-5035: Verantwoordingsrapport en inventarisatie Erfgoedbeleid Lelystad, gemeente Lelystad

Afbeelding 31: Diepteverschil waterbodem 1905 t.o.v. 2012. Bron: Houkes et al 2014.

VESTIGIA Archeologie & Cultuurhistorie, rapport V2752, 100%-versie, versie 3., d.d. 29 augustus 2025

82

V22-5035: Verantwoordingsrapport en inventarisatie Erfgoedbeleid Lelystad, gemeente Lelystad

Afbeelding 32 Diepteverschil waterbodem 1935 t.o.v. 2012. Bron: Houkes et al 2014.

VESTIGIA Archeologie & Cultuurhistorie, rapport V2752, 100%-versie, versie 3., d.d. 29 augustus 2025

83

V22-5035: Verantwoordingsrapport en inventarisatie Erfgoedbeleid Lelystad, gemeente Lelystad

4.3.5

Militair erfgoed

Aangezien de ringdijk rondom Oostelijk Flevoland pas in 1957 gereed is en Lelystad pas in 1967 is gesticht, bestaat het militair erfgoed voornamelijk uit scheeps- of vliegtuigwrakken. Deze beperken zich tot mogelijk scheepsresten van de slag op de Zuiderzee uit de 16e eeuw tussen de Watergeuzen (voornamelijk de vloot van de steden Enkhuizen, Medemblik en Hoorn) en de Spaanse Vloot. 139 De watergeuzen blokkeerden de Zuiderzee, waardoor de Spanjaarden in Amsterdam geen gebruik meer konden maken van de vaarroutes over de Zuiderzee. In 1573 vindt de grote zeeslag plaats om deze blokkade te doorbreken. De Watergeuzen winnen de slag, waarna ook Amsterdam de kant van Willem van Oranje kiest. Deze slag werd echter meer aan de westzijde van de Zuiderzee uitgevochten nabij Enkhuizen, Hoornse Hop. Mogelijk scheepsresten uit deze periode en gebonden aan deze slag kunnen voornamelijk in het noordwesten van het gemeentelijk grondgebied verwacht worden. Daarnaast kunnen uit de Tweede Wereldoorlog wel vliegtuigresten of mogelijk onontplofbare oorlogsresten voorkomen. Het IJsselmeer lag op de vliegroute van geallieerde bommenwerpers die naar Duitsland vlogen. Soms kwamen boven het IJsselmeer luchtgevechten voor. Een aantal vliegtuigen en hun bommen zijn uit de lucht geschoten en neergestort in het water.

Bij de drooglegging vanaf 1957 zijn een groot aantal van de neergestorte vliegtuigen aangetroffen. 140 In het verliesregister zijn 39 vliegtuigcrashes opgenomen, waarvan één aan de locatie Lelystad is gekoppeld. Deze is echter op ca. 3,5 km ten noorden van Lelystad in het meer terecht gekomen. 141 Uit een aantal adviesdocumenten blijkt dat het zuidelijke deel van Lelystad valt in het verdachte gebied VG6. Het gaat om een gebied ten zuiden en oosten van de snelweg A6. Binnen deze zone dient rekening te worden gehouden met verschoten geschutmunitie van de schietoefeningen ter plaatse van Hierden en Horst. De resten kunnen worden aangetroffen tot ca. 1,2 m onder de oude waterbodem. Het is niet bekend hoe zich dat verhoudt tot het huidige maaiveld. Dijken en watergangen ten behoeve van de drooglegging van de polder, worden als onverdacht beschouwd.142 Vanuit Traces of War kunnen 6 vliegtuigcrashes op het land worden gemarkeerd. Het betreft hier locaties die gemarkeerd zijn met een vliegtuigpaal. Het betreft niet altijd de locaties van de werkelijk aangetroffen resten. Aan de hand van het explosievenonderzoek dat is uitgevoerd voor de gehele provincie Flevoland is geverifieerd of de locatie en verwachting op het aantreffen van deze resten klopt. Voor slechts één crashlocatie is vastgesteld dat nog resten in de ondergrond aanwezig kunnen zijn. Het betreft verdacht gebied VG7.

Dit betreft een strook op de grens van Kavel G118 en 119, ten zuiden van de Neushoorntocht. Het gaat hier om de crash van Junker 88 op 3 februari 1944. De resten kunnen verwacht worden op ca. 1,5 – 7 m -mv. Overige vliegtuigwrakken op de landbodem zijn allen gevonden en geborgen door de Koninklijke Luchtmacht.143 Deze bergingen zijn grondig uitgevoerd, waardoor ter plaatse van overige locaties op de landbodem geen resten behorend bij vliegtuigwrakken meer verwacht worden. Vanuit het onderzoek zijn nog een aantal vliegtuigwrakken in de waterbodem van de gemeente . Deze zijn enigszins inzichtelijk gemaakt op de bodembelastingskaart van de gemeente (Afbeelding 33). De hierboven genoemde verdachte gebieden zijn aangeduid op Afbeelding 33. Hierop zijn ook aandachtsgebieden aangeduid in de waterbodem. Het betreft in alle gevallen vliegtuigwrakken. Deze

139

https://www.canonvannederland.nl/nl/flevoland/flevoland/slag-op-de-zuiderzee.

140

https://www.flevolandsgeheugen.nl/page/3207/luchtoorlog-boven-het-ijsselmeer.

141

https://www.verliesregister.studiegroepluchtoorlog.nl/ahome/lossregister/results?aircraft=&sglo=&date=&location=&pn=&unit=&na me=&cemetery=&airforceP=&target=&province=Flevoland&airfield= en https://www.verliesregister.studiegroepluchtoorlog.nl/ahome/lossregister/results?sglo=T2212 . 142

Adviesdocument ontplofbare oorlogsresten VG5 (oude nummering van dit gebied). De nieuwe aanduiding betreft VG06, zoals blijkt uit de mail van E.J. Rozema d.d. 18-8-2023 en de daarbij geleverde bestanden. 143

Gedeelde openbare informatie van het OO-onderzoek voor de provincie Flevoland, mail E.J. Rozema d.d. 18-8-2023.

VESTIGIA Archeologie & Cultuurhistorie, rapport V2752, 100%-versie, versie 3., d.d. 29 augustus 2025

84

V22-5035: Verantwoordingsrapport en inventarisatie Erfgoedbeleid Lelystad, gemeente Lelystad

gebieden betreffen 500 m buffers rondom een punt van de wrakkenkaart. Deze aanduidingen zijn overgenomen als vindplaatsen.

Afbeelding 33 WMS service weergave van het provinciale Onderzoek Ontplofbare Oorlogsresten met aanduiding van het plangebied. De paarse cirkels betreffen de buffers van 500 m om een puntlocatie van een vliegtuigwrak. Bron: Geoservice Provincie Flevoland VESTIGIA Archeologie & Cultuurhistorie, rapport V2752, 100%-versie, versie 3., d.d. 29 augustus 2025

85

V22-5035: Verantwoordingsrapport en inventarisatie Erfgoedbeleid Lelystad, gemeente Lelystad

Gelieerd aan het militair erfgoed kunnen nog twee monumenten en een museum genoemd worden. Het museum Aviodrome laat 100 jaar luchtvaart geschiedenis zien en beleven. Ondanks dat Lelystad nog niet bestond in de tweede wereldoorlog is in het Stadspark nabij de Vlietbrug een algemeen oorlogsmonument geplaatst die allen herdenkt die in de oorlog zijn omgekomen. 144 Voor één van de vliegtuigcrashes is de motor als monument opgericht bij het museum Batavialand. Het wrak zelf is echter geborgen in 1975 uit de Oostvaardersplassen. Het betreft de motor van een B-24. 145 De overlevende van de crash was aanwezig bij de berging. 4.3.6

Conclusies

Het huidige archeologische beleid van Lelystad uit zich in een Maatregelenkaart die is opgesteld aan de hand van een archeologische verwachtingen- en waardekaart.146 De basis voor de kaarten is destijds de IKAW, een landelijke archeologische verwachtingskaart geweest, waardoor de gemeentelijke kaarten vrij grof van opzet zijn. Uit een inventarisatie en analyse van de archeologische onderzoeken in de periode na 2007 blijkt dat een evaluatie van de huidige verwachtingen nodig is. In gebieden met een lage archeologische verwachting zijn in de afgelopen jaren mooie vondsten gedaan, zoals bij Kotterbos. Met betrekking tot de archeologische verwachting is aan de hand van landschappelijk en archeologische analyses gebleken dat er meerdere relevante archeologische niveaus te onderscheiden zijn binnen de gemeente. De nadruk ligt op de archeologisch relevante niveaus: Pleistocene dekzand (Formatie van Boxtel), Krekenstelsel in het Laagpakket van Wormer, nog onbekende potentie van het Hollandveen niveau (onderzijde van de Formatie van Nieuwkoop). Daarnaast kunnen in de bovengrond nog scheepswrakken verwacht worden in de afzettingen van het Flevomeer, Almere, Zuiderzee en het IJsselmeer. Uit de landschappelijke en archeologische analyses zijn een aantal gebieden aan te wijzen waarover weinig bekend is over de bodemopbouw.

De bekende boorgegevens vanuit het DINO-loket en de uitgevoerde booronderzoeken zijn aangewend om zo veel mogelijk informatie over de formaties naar boven te halen. Vanuit de analyse van de archeologische en landschappelijke gegevens komt naar voren dat het Knargebied vermoedelijk groter is geweest en uitbreiding behoeft. De onderzoeken van de afgelopen jaren zijn aangewend om dit op een juiste wijze op de kaart weer te geven. Het krekenstelsel dat in het laagpakket van Wormer aangetroffen kan worden is inmiddels duidelijker in kaart gebracht door middel van uitgevoerde booronderzoeken, waardoor nuances kunnen worden aangebracht ten aanzien van de archeologische verwachting. Helaas is er geen nader inzicht in de verspreiding en conservering van het Hollandveen verkregen. Dit zal de komende jaren bij onderzoeken als onderzoeksvraag worden toegevoegd. Op basis van de uitgevoerde onderzoeken, gekarteerde vondstlocaties en terugkoppelingen van de stakeholders zijn de bekende archeologische vindplaatsen (archeologische monumenten) in kaart gebracht (zie kaart 6) Het gaat om ca. 153 plaatsen, waarvan het overgrote deel te maken heeft met de scheepvaart (zie ook kaart 8). Op de verwachtingskaart zullen deze vindplaatsen worden opgenomen als archeologische monumenten om aan te sluiten bij de terminologie binnen de Omgevingswet.

Met betrekking tot de archeologie van de waterbodem kan worden geconcludeerd dat er enkele concentraties scheepswrakken te vinden zijn in het IJsselmeer, waarbij nader onderzoek nodig is voor de reden waarom daar sprake is van een concentratie. Er is zeer beperkte bedreiging voor het erfgoed vanuit een veranderende waterbodemmorfologie. Voor wat betreft de archeologische verwachting in de

144

https://www.tracesofwar.nl/sights/7675/Oorlogsmonument-Lelystad.htm .

145

https://www.tracesofwar.nl/sights/7737/Motor-Consolidated-B-24-Liberator.htm .

146

Visser 2007; Born 2008.

VESTIGIA Archeologie & Cultuurhistorie, rapport V2752, 100%-versie, versie 3., d.d. 29 augustus 2025

86

V22-5035: Verantwoordingsrapport en inventarisatie Erfgoedbeleid Lelystad, gemeente Lelystad

waterbodem op landbodemarcheologie zal een verwachtingsbeeld ontstaan op basis van de verspreiding van het Laagpakket van Wormer, zoals dat nu bekend is vanuit de onderzoeken in het IJsselmeer van de RCE. 4.4

Verstoringen

4.4.1

Inleiding

Om te bepalen of een archeologische verwachting van toepassing is op een bepaald terrein is het belangrijk om verstoringen in kaart te brengen, die de archeologische resten al verwijderd kunnen hebben of daarmee de conservering van de archeologische resten hebben aangetast. Voor een inventarisatie hiervan zijn verschillende bronnen beschikbaar. Hieronder zal per bron besproken worden welke informatie deze kan geven en hoe deze bron gebruikt is om een verstoring vast te stellen. 4.4.2

Bronnen

Bodemloket Het bodemloket betreft bij de overheid beschikbare informatie over de bodemkwaliteit. Het gaat hierbij om in kaart gebrachte bedrijfsactiviteiten, grondaanpassingen en saneringen. Zeker in het geval van de laatste is sprake van verstoring van de bodem, daar sanering vaak gepaard gaat met ontgravingen. De contouren zijn beschikbaar via de website https://www.bodemloket.nl/kaart, maar ook in GIS-systeem te laden door gebruik te maken van de WMS-service van de Rijksoverheid.147 De meeste aanduidingen betreffen afgerond onderzoek of nog uit te voeren onderzoek. Bij de meldingen met uitgevoerd onderzoek kunnen ook terreinen zitten die reeds gesaneerd zijn. Meestal is in het bodemloket echter niet opgenomen op welke wijze is gesaneerd en tot welke diepte dit dan mogelijk heeft plaatsgevonden. Daarvoor dient volgens het bodemloket navraag gedaan te worden bij de gemeente. Van de locaties waar met zekerheid verstoring in oppervlakte en diepte bekend is, zullen deze hun weerslag vinden in de archeologische verwachtingskaart en de beleidskaart. Vanuit het bodemloket zijn op dit moment geen gegevens beschikbaar die als definitieve verstoring op de kaart kunnen worden opgenomen. AHN Op basis van het hoogtemodel kunnen vergraven gronden aangetoond worden (kaart x).

Niet alleen op basis van de laatste AHN (inmiddels AHN4), waarbij grote afwijkingen geconstateerd kunnen worden ten opzichte van een verder natuurlijk verloop van het hoogtemodel, maar ook door een vergelijking te maken tussen de laatste AHN4 en AHN2. De AHN is gedetailleerd genoeg om daarmee enkele recent vergraven gronden in kaart te brengen. Daarnaast is deze bron ook geschikt om de diepte van de verstoring te meten door de gedetailleerde opmeting van de terreinen. Door een vergelijking te maken tussen de AHN2 uit 2014 en AHN4 uit 2021 /2022 kunnen vergravingen die tussen 2014 en 2022 hebben plaatsgevonden zichtbaar worden. De opbouw van de AHN zorgt ervoor dat deze niet altijd bruikbaar is. Veelal gaat het om een terreinmodel dat vertekend kan worden door de aanwezigheid van bomen en hoogbouw, hoewel de meest recente versies daar steeds minder last van hebben. Daarnaast wordt het uiteindelijke raster geïnterpoleerd en heeft de wijze waarop dit wordt uitgevoerd invloed op het uiteindelijke resultaat. Deze interpolatie wordt voor de te gebruiken kaartbladen niet uitgevoerd tot een vlakdekkend geheel. Hierdoor blijven lege delen over binnen het hoogtemodel. Veelal gaat het hier om wegen, waterlopen de toppen van bomen en gebouwen.

Als eerste is de meest recente AHN (in dit geval AHN4) bekeken op grote afwijkingen in hoogte tussen naast elkaar liggen de gebieden en bepaald of deze afwijking natuurlijk of mogelijk antropogeen van oorsprong is. Daarnaast zijn de AHN4, 3 en 2 door middel van rastercalculatie met elkaar vergeleken.

147

https://www.gdngeoservices.nl/arcgis/services/blk/lks_blk_rd/MapServer/WMSServer .

VESTIGIA Archeologie & Cultuurhistorie, rapport V2752, 100%-versie, versie 3., d.d. 29 augustus 2025

87

V22-5035: Verantwoordingsrapport en inventarisatie Erfgoedbeleid Lelystad, gemeente Lelystad

Voor Lelystad heeft deze methode geen grootschalige verstoorde gebieden opgeleverd. Wel zijn enkele kleine verstoringen op te merken voornamelijk in de aangelegde natuurgebieden. Hier zijn geulen en waterpartijen gegraven, die zichtbaar worden bij het vergelijken van de AHN4 ten opzichte van de AHN3. Deze waterpartijen zijn echter ondiep aangelegd en hebben daarmee geen verstoring opgeleverd ten aanzien van de archeologische verwachting. Bodemkaart (historisch en recent) Vanuit oude bodemkaarten kan oud bodemgebruik in kaart worden gebracht. 148 De mate waarin dit bodemgebruik als verstoring moet worden aangemerkt is afhankelijk van de diepte van de verstoring. Daar het grondgebied van Lelystad voornamelijk in gebruik is als akker en weiland, zal vooral aan de oppervlakte verstoring hebben opgetreden. Gebruikelijk gaat de verstoring binnen normaal landgebruik niet dieper dan ca. 50 cm en zijn dus vooral van invloed op de resten die mogelijk direct onder het maaiveld aanwezig kunnen zijn. Binnen Lelystad betreft dit voornamelijk scheepsresten. Overige resten worden toch voornamelijk in de diepere ondergrond verwacht met uitzondering van het rivierduingebied. Waterbodems Hoewel voor de waterbodems in de polder zelf in zijn algemeenheid ook een archeologische verwachting kan gelden, hebben de recent gegraven wateren de bovenste bodemlagen ook verstoord.

Dit geldt in de eerste plaats voor de tochten en vaarten binnen de gemeentegrens, die zijn gegraven bij de drooglegging. Deze hebben daarom geen bijzondere archeologische waarde, zoals dat bij kasteelgrachten bijvoorbeeld wel het geval kan zijn. De vaarten en tochten kunnen nog wel van cultuurhistorische waarde zijn. Voor deze inventarisatie zijn ook de oude luchtfoto’s geraadpleegd in de bodematlast van Flevoland. Hieruit blijkt bijvoorbeeld dat het Gelderse Diep en de Lage Dwarsvaart in 1971 nog met elkaar verbonden zijn. 149 Gezien de diepe aanleg van de vaarten en tochten worden hier geen archeologische resten meer verwacht van vóór 1970. Bij de inventarisatie van de AHN zijn een aantal meren en gegraven wateren aan het licht gekomen, die in de verstoringen laag verwerkt zijn. Bij een nadere inspectie dient de verstoring nog afgezet te worden tegen de diepte van het mogelijk aanwezige archeologische niveau. Het gaat hierbij om antropogene uitgravingen, veelal recent van aard. Voor een inschatting van de verstoring is ter plaatse van het oppervlakte water de AHN4 geraadpleegd en voor een datering is gebruik gemaakt van de Topografische kaarten die beschikbaar zijn op Topotijdreis. Binnen Lelystad betreffen het voornamelijk waterpartijen die zijn aangelegd binnen natuurgebieden ten behoeve van recreatie.

Deze zijn vaak ondiep aangelegd, waardoor de archeologische verwachting nog steeds geldt voor deze gebieden (bijvoorbeeld de waterpartijen in Hollandse Hout). Voor de aanleg van de meeste van deze partijen is archeologische onderzoek uitgevoerd en is bepaald of de archeologische verwachting daarmee verloren gegaan is. Daar waar de aanleg met archeologische begeleiding tot stand gekomen is, zijn de resten, zoals bij het Kotterbos, inmiddels ex situ bewaard. Archeologisch onderzoek Het archeologisch onderzoek valt uiteen in een aantal stappen waarbij een bureauonderzoek en karterend, verkennend of waarderend booronderzoek geen tot nauwelijks verstoringen op leveren. Een proefsleuvenonderzoek is wel verstorend voor het bodemarchief, maar is er ook op gericht om de archeologische vindplaatsen of sites te behouden voor verder onderzoek. Daarmee is ook dit soort onderzoek maar minimaal verstorend. Er zijn twee soorten archeologisch onderzoek waarna een terrein

148

Bodemkaarten geleverd door Provinciaal Archeologisch Depot Flevoland (T. Roovers) op 31 augustus 2023 zijn geraadpleegd met dit doel. 149

https://kaart.flevoland.nl/bodematlas/.

VESTIGIA Archeologie & Cultuurhistorie, rapport V2752, 100%-versie, versie 3., d.d. 29 augustus 2025

88

V22-5035: Verantwoordingsrapport en inventarisatie Erfgoedbeleid Lelystad, gemeente Lelystad

definitief geen archeologische resten meer zal bevatten, namelijk een archeologische begeleiding en een definitieve opgraving. Een archeologische begeleiding wordt uitgevoerd bij allerhande ontgravingsactiviteiten. Het is afhankelijk van de mate waarmee de verstoring plaatsvindt, de mogelijke onduidelijkheid over te verwachten resten, de manier van werken door de ontgravende partij en andere factoren die bepalen of een archeologische begeleiding de meest opportune methode is om het bodemarchief veilig te stellen. Daarnaast is dit vaak ook de methode van onderzoek bij het aantreffen van toevalsvondsten. Bij een archeologische begeleiding vinden direct ook de ontgravende en verstorende werkzaamheden plaats. Aangezien bij een begeleiding de verstorende maatregelen leidend zijn, is het goed mogelijk dat na een beperkte diepte van de begeleiding nog resten in de bodem overblijven. Daar waar een proefsleuvenonderzoek maar een deel van het bodemarchief verstoort met het doel om de aanwezige resten in kaart te brengen, leidt een definitieve opgraving tot het verwijderen van archeologische resten. Hoewel daarmee archeologische vindplaatsen en sites worden vastgesteld en gedocumenteerd, zijn de resten na een opgraving definitief verdwenen.

Voor het in kaart brengen van de verstoringen zijn daarom enkel de archeologische begeleidingen en definitieve opgraving vanuit ARCHIS meegenomen in het onderzoek. Binnen Lelystad betreft het 6 onderzoeken sinds 2007. Het gaat om een twee scheepswrakken welke volledig zijn onderzocht (ZaakID 2195540100 en 2275333100). Verder is de begeleiding bij Kotterbos, Lage Knartocht en de aanleg van de Vaarweg Amsterdam – Lemmer (VAL10). Enkel bij het Kotterbos en de VAL10 is vast te stellen dat de archeologische resten volledig verstoord of gedocumenteerd zijn. Van de overige onderzoeken is dit niet vast te stellen; de onderzoeken hebben geen resultaten opgeleverd. Hier blijft daardoor de archeologische verwachting gehandhaafd blijft. Verstoringsbronnenkaart De Verstoringsbronnen kaart is in 2017 uitgegeven door de RCE. 150 Hierbij is een inventarisatie gemaakt van de verschillende bronnen die gebruikt kunnen worden om verstoringen in kaart te brengen. Hierbij hebben ze enkele bronnen ook direct beschikbaar gemaakt in een viewer. Deze viewer is uiteraard voor dit project ook geraadpleegd. Voor de kaartlagen die zijn opgenomen in de viewer geldt echter dat altijd bekeken moet worden op welke schaal de kaartlaag geproduceerd is, wat de actualiteit van de gegevens is, of de verstoring ook werkelijk is uitgevoerd en of de diepte van de verstoring bekend is.

In 2012 is een rapport van Alterra verschenen als toelichting bij de inventarisatie van diepe grondbewerkingen. Hierbij is ook een inventarisatie van transportleidingen gedaan van onder andere de Gasunie. 151 De werkzone waarbinnen deze transportleidingen zijn aangelegd, zijn in hun geheel opgenomen in het bestand. Een selectie van de rapportage vergraven gronden is beschikbaar in de Verstoringsbronnenkaart, maar de volledige inventarisatie is beschikbaar in BIS (Bodem Informatie Systeem).152 Hierin is alle bodemdata opgenomen en onder de thema kaarten zijn daar ook de Vergraven gronden beschikbaar. Een speciale categorie in de vergraven gronden is de gemodificeerde natuur. In sommige gevallen gaat dit gepaard met flinke vergravingen voor de aanleg van geulen of meren en plassen. Deze zones zijn daarom ook opgenomen in de inventarisatie. Tevens opgenomen op de Verstoringsbronnen kaart zijn de CBS Bodemgebruik bestanden van 2010, 2015 en 2017. Een verandering in bodemgebruik kan namelijk op een verstoring wijzen. Hiervoor dienen vooral agrarische percelen en nieuwe natuurpercelen gesignaleerd te worden, om vervolgens te bekijken met andere bronnen zoals de luchtfoto’s en de AHN of er inderdaad sprake is van verstoringen die van invloed zijn op het archeologisch bodemarchief.

Binnen de gemeentegrens van Lelystad is het Visvijverbos ten noorden van de Houtribweg als vergraven grond aangeduid op basis van een bodemkaart uit 2006. Dit is echter op de AHN niet terug te zien. Ter plaatse van deze locatie heeft een archeologisch booronderzoek plaatsgevonden. Hieruit blijkt een intact bodemprofiel aanwezig te midden van dit gebied, zij het dat deze dieper gelegen is dan aanvankelijk

150

https://rce.webgispublisher.nl/Viewer.aspx?map=Verstoringsbronnenkaart# .

151

https://www.wur.nl/nl/project/Vergraven-gronden-1.htm .

152

https://bodemdata.nl/ .

VESTIGIA Archeologie & Cultuurhistorie, rapport V2752, 100%-versie, versie 3., d.d. 29 augustus 2025

89

V22-5035: Verantwoordingsrapport en inventarisatie Erfgoedbeleid Lelystad, gemeente Lelystad

gedacht in het voorafgaande bureauonderzoek.153 Ook is binnen het PArK-gebied een gedeelte tussen de Klokbekerweg en Klokbekertocht is als vergraven aangeduid. De onderzoeken in dit gebied hebben ook aangetoond dat binnen dit gebied nog zeker wel archeologische resten verwacht kunnen worden (zie paragraaf 4.3.2). Naast dit gebied is enkel nog sprake van een gasleiding, die gelegen ter plaatse van de Elandweg en vanaf de Vuursteentocht loopt een leiding naar de werkhaven Flevocentrale. Vanaf de Flevocentrale is ook nog een leiding gelegen langs de IJsselmeerdijk naar de Houtribweg 39. Deze zijn opgenomen als verstoring. 4.4.3

Geïnventariseerde verstoringen

Wat betreft de inventarisatie van de verstoringen in Lelystad zijn enkele algemene bronnen reeds nagelopen. Deze blijken niet altijd één-op-één over te nemen (in het geval van de verstoringen in het PARK-gebied en het Visvijverbos). Een grote bron, maar niet eenvoudig op een kaart over te nemen, zijn de archeologische onderzoeken. Daarnaast is er mogelijk nog bruikbare informatie bij de gemeente aanwezig. Op basis van reeds uitgevoerde booronderzoeken kunnen ook een aantal gebieden vrijgegeven worden voor verder onderzoek. Hiervoor dient echter wel nog een vertaalslag plaats te vinden vanuit de (onderzoeks)contouren van Archis naar de werkelijk verstoorde delen van de plangebieden. Op basis van de hierboven uit te voeren analyses en aanvullingen wordt in het vervolgtraject een verwachtingskaart opgesteld voor alle perioden, waarop een eenduidig onderbouwd archeologisch beleid kan worden opgemaakt. Vanuit de bovenstaande bronnen komen de volgende verstoringen naar boven binnen de gemeentegrens (Afbeelding 34 en kaart 7): • 7 delen met geen verwachting op de Maatregelenkaart uit 2007 zijn ge-evalueerd en indien van toepassing overgenomen in de nieuwe kaart • 4 concentraties van gegraven waterpartijen: Vaartplas, Hollandsche Hout, Nabij de Rietweg en de Larservaart – Reigertocht, Zuigerplas. Op aangeven van de gemeente zijn deze niet opgenomen op de kaart.

De recreatieve waterpartijen in het Hollandse Hout zijn ondiep aangelegd. De archeologische verwachting kan hier gehandhaafd blijven. 154 • Ca. 11 tochten en vaarten. • 2 gasleidingen. • 38 Vrijgegeven gebieden met uitzondering van vastgestelde vindplaatsen: Op de waterbodem betreft het voornamelijk geofysisch onderzoek waardoor de oppervlakte van de waterbodem vrijgegeven kan worden. Op landbodem geldt voor veel vrijgaven een diepte restrictie. Deze worden niet opgenomen als verstoring gezien in feite behoud in situ gerealiseerd doordat de werkzaamheden niet tot in het archeologische niveau reiken. Deze zones zullen wel op de verwachtingskaart inzichtelijk worden gemaakt, voor deze terreinen is reeds een selectiebesluit geldig. • 7 opgravingen of begeleidingen: Voor zover mogelijk worden opgegraven of terreinen waarbij de werkzaamheden onder archeologische begeleiding hebben plaatsgevonden opgenomen als verstoring. Indien vindplaatsen behouden zijn, worden die opgenomen bij de vindplaatsen.

153

Peeters 2020.

154

Mail E. Rozema d.d. 24-2-2025

VESTIGIA Archeologie & Cultuurhistorie, rapport V2752, 100%-versie, versie 3., d.d. 29 augustus 2025

90

V22-5035: Verantwoordingsrapport en inventarisatie Erfgoedbeleid Lelystad, gemeente Lelystad

Afbeelding 34 Inventarisatie van de verstoringen binnen de gemeente Lelystad.

VESTIGIA Archeologie & Cultuurhistorie, rapport V2752, 100%-versie, versie 3., d.d. 29 augustus 2025

91

V22-5035: Verantwoordingsrapport en inventarisatie Erfgoedbeleid Lelystad, gemeente Lelystad

4.5

Synthese (Archeologisch verwachtingsmodel)

In het voorgaande paragrafen is de inventarisatie van de bekende landschappelijke, archeologische en historische gegevens besproken als het gaat om de veranderingen ten opzichte van de Maatregelenkaart uit 2007. In deze paragraaf worden deze gegevens geïntegreerd tot een archeologisch verwachtingsmodel en een geactualiseerde archeologische waarden en verwachtingenkaart (Kaart 9) 4.5.1

Archeologische monumenten: Vastgestelde vindplaatsen (kaart 8)

Op basis van de uitgevoerde onderzoeken, gekarteerde vondstlocaties, de meest recente AMKinventarisatie en terugkoppelingen van de stakeholders zijn de bekende archeologische vindplaatsen (archeologische monumenten) in kaart gebracht (zie Kaart 8). Het gaat om ca. 153 plaatsen, waarvan het overgrote deel te maken heeft met de scheepvaart (n=106). Ten aanzien van de bekende scheepswrakken is een buffer van 25 m rondom een puntlocaties aangeduid op de kaart. Hierbij is rekening gehouden dat de mogelijke onnauwkeurigheid van de puntlocatie en verspreiding van vondsten behorend bij het wrak in de wijdere omgeving. Op basis van de onderzoeksresultaten aan wrak NCN30340 blijkt deze buffer voldoende te zijn (Afbeelding 35). De buitenste cirkel is de bufferzone rondom een bekende puntlocatie uit de NCN database. Daarbinnen zijn de opgegraven en ingetekende resten van het aangetroffen wrak weergegeven, met de uiteindelijke vindplaats aanduiding. De buffer omvat ruim het aangetroffen scheepswrak. Ten aanzien van de vliegtuigwrakken is uitgegaan van de zones die zijn aangeduid in de provinciale bodembelastingskaart (zie 4.3.5).155 Deze vindplaatsen komen vooral dicht onder het oppervlak voor in de waterbodem of op de landbodem. Voor de vliegtuigwrakken zijn de aanduidingen van de bodembelastingkaart overgenomen, gezien deze aanduidingen openbaar beschikbaar zijn.

Daarnaast zijn er vindplaatsen met mogelijke bewonings- of gebruiksresten uit het Paleoliticum tot Neolithicum (n=25). Deze vindplaatsen komen voor in het krekenstelsel van het laagpakket van Wormer, zoals rondom het PArK gebied en in het Kotterbos is vastgesteld. Ook komen deze vindplaatsen voor in de top van het dekzand, voornamelijk het zuidelijke deel van de gemeente en nog onder de afzettingen van het Laagpakket van Wormer. In het zuiden van de gemeente is het Knargebied gelegen. Hier rondom liggen de vindplaatsen dicht onder het maaiveld. Bij de aanleg van de Hanzelijn zijn ook vindplaatsen aangetroffen (zie bijvoorbeeld vindplaats 45). In de waterbodem is echter ook een vindplaats (58) gelegen uit deze periode. Op de verwachtingskaart zijn deze vindplaatsen onderverdeeld in drie categorieën. Het betreft wettelijk beschermde terreinen, de Archeologische Rijksmonumenten en Provinciaal beschermde terreinen. Vastgestelde vindplaatsen, die voortkomen uit deze inventarisatie betreffen de tweede categorie. Als laatste zijn terreinen aangeduid met Attentiewaarde. Dit betreft reeds vergraven en opgegraven terreinen, zoals de kansrijke vindplaatsen bij de Hanzelijn en reeds opgegraven scheepswrakken. Vooral rondom de opgegraven scheepswrakken is de kans op losse vondsten groot.

155

Geleverd door E. Rozema in mail 2-7-2024.

VESTIGIA Archeologie & Cultuurhistorie, rapport V2752, 100%-versie, versie 3., d.d. 29 augustus 2025

92

V22-5035: Verantwoordingsrapport en inventarisatie Erfgoedbeleid Lelystad, gemeente Lelystad

Afbeelding 35 Vindplaats 73 ter illustratie van de buffer van 25 m rondom een puntlocaties voor de aanduiding van een vindplaats. Bron: Archis3, Schoute et al 2023.

VESTIGIA Archeologie & Cultuurhistorie, rapport V2752, 100%-versie, versie 3., d.d. 29 augustus 2025

93

V22-5035: Verantwoordingsrapport en inventarisatie Erfgoedbeleid Lelystad, gemeente Lelystad

4.5.2

Te verwachten archeologische monumenten: Archeologische verwachtingszones (Kaart 8)

De te verwachten archeologische monumenten zijn in Lelystad in twee categorieën in te delen: • de resten kunnen betrekking hebben op landbodem (bewoning, begraving, landgebruik) uit voornamelijk de vroegste perioden en in mindere mate vanaf de Bronstijd tot en met de Vroege Middeleeuwen; • en het betreft scheeps- en vliegtuigwrakken gerelateerd aan de waterbodem daterend vanaf de Romeinse tijd (ontstaan van de Flevomeren). Uit de landschappelijke en archeologische analyse blijkt dat de vindplaatsen met als complextype bewoning, begraving en landgebruik te koppelen zijn aan een aantal afzettingen (zie ook 4.2), namelijk 1) De Formatie van Boxtel (Pleistocene dekzand); 2) Laagpakket van Wormer; 3) Hollandveen. Deze drie afzettingen kunnen boven en naast elkaar voorkomen. De afwezigheid van de een zegt in die zin niet veel over de aan- of afwezigheid van de ander. Als bijvoorbeeld de Top van het Hollandveen niet aanwezig, doordat deze is geërodeerd of nooit is gevormd, dan kan de top van het laagpakket van Wormer of het Pleistocene dekzand nog steeds intact aanwezig zijn. Indien de diepte van deze afzettingen bekend is, dan is de volgende stap om te bepalen of er sprake kan zijn van een bewoningsniveau (intacte bodemopbouw in het dekzand of het laagpakket van Wormer in de vorm van een podzol of een veraard niveau op het veen.

De top van het Laagpakket van Wormer vormt weliswaar voor een deel van de ondergrond van de gemeente Lelystad de bovenzijde van het voor landarcheologie relevante pakket, maar dit is niet overal het geval: ook op de top van het plaatselijk nog daarboven aanwezige Hollandveen zijn bewonings- of landgebruikssporen mogelijk (zie bijvoorbeeld voor de Noordoostpolder: Van Popta 2020). Voor een deel van de veenafzettingen in Lelystad geldt echter dat deze al verdronken zijn in het Neolithicum (zie de IJsselmeerkaarten van de RCE). Voor Lelystad betreft het mogelijk het westelijke deel van het grondgebied, waar nog archeologische gebruikssporen kunnen voorkomen op het veenniveau, zoals aangetroffen in het Kotterbos. Waarschijnlijk betreft het vooral tijdelijk verblijf en gebruik, vanwege het relatief natte milieu in deze streken in de Romeinse periode. Langer verblijf is niet uitgesloten indien delen van het land langer droog hebben gelegen. Resten gerelateerd aan de waterbodem, scheeps- en vliegtuigwrakken, worden voornamelijk aangetroffen in de Laagpakketten van Flevomeer, Almere, Zuiderzee en IJsselmeer (zeeklei-afzettingen). Deze afzettingen dekken de hierboven genoemde afzettingen met verwachting op landbodemarcheologie af. Hieronder wordt de archeologische verwachting van de verschillende niveaus nader besproken en hoe deze op de kaart vorm hebben gekregen.

Er is gekozen om de waardering voor archeologische verwachting los te laten. Hieronder zal worden gesproken over een algemene archeologische verwachting, een hoge archeologische verwachting en geen archeologische verwachting. Een hoge archeologische verwachting is kwantificeerbare aanduiding waarbij sprake is van een betere conservering of een hoger liggend archeologisch niveau. In het geval van een algemeen archeologische verwachting betreft het een lager aanwezig archeologische niveau met onbekende conservering. Pleistoceen Dekzand – (jacht) kampen, vondstverspreiding – Paleolithicum tot en met het Mesolithicum / Neolithicum Het dekzand is aanwezig in de gehele gemeente. In het zuiden is deze dicht onder de oppervlakte gelegen, waar ook de meeste vindplaatsen onderzocht zijn. De vindplaatsen zijn voornamelijk bekend rondom het Knargebied. Bij de aanleg van de Hanzelijn zijn ook een aantal kansrijke plaatsen aangeboord. VESTIGIA Archeologie & Cultuurhistorie, rapport V2752, 100%-versie, versie 3., d.d. 29 augustus 2025

94

V22-5035: Verantwoordingsrapport en inventarisatie Erfgoedbeleid Lelystad, gemeente Lelystad

Richting het noorden is deze afzetting steeds dieper gelegen. Het niveau fluctueert tussen de -2 m NAP tot een diepte van -18 m NAP. In het Neolithicum heeft de zeespiegelstijging gezorgd voor het onder water lopen van dit niveau tot een diepte van ca. -10 m NAP. Voor de niveaus hieronder geldt dus dat hier archeologische resten tot en met het Mesolithicum kunnen voorkomen, maar dat hierboven ook nog resten uit het Neolithicum kunnen voorkomen. Dit is weergeven in kaart 2. Voor deze gebieden is een archeologische verwachting aangeduid met een indicatie van de mogelijk aan te treffen perioden. Ook is een onderscheid gemaakt in de mate van mogelijke conservering van dit niveau. Indien dit niveau is afgedekt door basisveen, dan is de top van het pleistoceen vermoedelijk goed geconserveerd. Dit houdt in dat je voor deze gebieden kan spreken van een hogere archeologische verwachting, dan als het basisveen niet meer aanwezig is. Ook dan kan er nog sprake zijn van een intacte bodemopbouw, maar de kans hierop is iets kleiner. Dit onderscheid is weergegeven in de kaart, door de gebieden met basisveen aan te duiden als hoge verwachting. Voor de overige gebieden is geldt een algemene archeologische verwachting. Het Knargebied heeft daarbij nog een aanvullende aanduiding op de kaart gekregen.

Hier kunnen de resten namelijk direct onder het maaiveld verwacht worden en het betreft daardoor een gebied waar een grote kans op verstoring aanwezig is. Het betreft echter geen vastgestelde vindplaats, waardoor dit gebied een aparte aanduiding heeft gekregen. Belangrijk bij de Knar is het verspoelde dekzand. Dit verspoelde dekzand is bij de zeespiegelstijging tegen en over de lager gelegen delen van de dekzandrug afgezet. Dit betreft dekzand van elders en heeft zelf geen archeologische verwachting. Echter is het vooral van belang om rekening met een nog intacte bodemopbouw hieronder. Bij het uitvoeren van archeologische onderzoek dient daardoor diep genoeg uitgevoerd te worden om de archeologische potentie van het onderzoeksgebied te bepalen. De verspreiding van het verspoelde dekzand is daarvoor meegenomen op de archeologische inventarisatiekaart. Laagpakket van Wormer – alle complextype – Neolithicum. Bekende vindplaatsen die in verband worden gebracht met deze afzettingen worden zijn o.a. de vindplaatsen van het Swifterband en PArK complex in het oosten van de gemeente. In het westen zijn Neolithische resten aangetroffen in het Kotterbos. Deze hangen allemaal samen met het krekenstelsel in het Laagpakket van Wormer, die ook op beide locaties in kaart gebracht is door middel van booronderzoek.

Ook in de waterbodem zijn delen van dit krekenstelsel in beeld gebracht (zie de krekenstelsels in het noordelijke deel van de gemeente).156 De grens van de verspreiding van dit laagpakket is ongeveer de snelweg A6 en de – 10 m NAP grens van het dekzand. Het laagpakket van Wormer komt vooral voor in het midden en noordelijke deel van de gemeente. Binnen de afzettingen kunnen alle complextype voorkomen daterend vanaf het Neolithicum. Het krekenstelsel dat in het Laagpakket van Wormer aangetroffen kan worden is inmiddels duidelijker in kaart gebracht door middel van uitgevoerde booronderzoeken, waardoor nuances kunnen worden aangebracht ten aanzien van de archeologische verwachting. Het hoogste voorkomen van het Laagpakket van Wormer is -5,50 m NAP. In het Neolithicum is dit pakket overstroomt door de stijgende zeespiegel, waardoor gebieden onder de -7,0 m NAP onder water zijn komt te liggen en geen archeologische verwachting meer hebben.

Bij het opmaken van de verwachtingskaart wordt nu vooral geleund op de verspreiding van de Wormer zoals de meest recente inzichten in de diepteligging bekend zijn geworden (voor de technische uitleg over de diepte en dikte van het laagpakket wordt verwezen naar paragraaf 4.2.3.-Laagpakket van Wormer De verwachting van het laagpakket is inzichtelijk gemaakt in kaart 4.) Voor de verspreiding en conservering van het laagpakket is sprake van een hoge en algemene archeologische verwachting. De hoge archeologische verwachting betreft de gebieden boven de -7,0 m NAP en de voor zover bekende

156

Brenk et al 2023.

VESTIGIA Archeologie & Cultuurhistorie, rapport V2752, 100%-versie, versie 3., d.d. 29 augustus 2025

95

V22-5035: Verantwoordingsrapport en inventarisatie Erfgoedbeleid Lelystad, gemeente Lelystad

dikke afzettingen. Van een archeologische verwachting geldt voor de overgangszones (dunnere pakketten boven de -7,0 m NAP en de dikkere pakket onder dit NAP -niveau). Overige gebieden hebben geen archeologische verwachting meer voor dit betreffende niveau (dunne pakketten onder de -7,0 m NAP). Kanttekening bij de huidige stand van zaken is dat de onderzoeken niet de juiste datadichtheid hebben om het voorkomen van kleinere opduikingen en oeverwallen weer te geven. Vandaar dat er geen verschil in diepte aangegeven kan worden voor het voorkomen van dit laagpakket. De gebrekkige dichtheid aan data heeft ook tot gevolg dat een er eigenlijk geen uitspraken gedaan kunnen worden over de aanwezigheid en conservering van het laagpakket binnen de Oostvaardersplassen. Hier zijn nauwelijks onderzoeken uitgevoerd of boringen geregistreerd. Op de kaart 4 is hier een groot gebied met algemene verwachting te zien met kleine eilandjes waar de Wormer wel hoger en dikker aanwezig is. Deze eilandjes betreffen precies de gebieden waar wel geboord is. Het gebrek aan data verkleurt dit gebied ten onrechte als laag verwachtingsgebied. Op basis daarvan is besloten een onbekende verwachting aan te duiden voor dit gebied. Met gericht onderzoek kan hier veel kenniswinst behaald worden. Indien in de toekomst nauwkeurigere data beschikbaar wordt, verdient het de aanbeveling om de kaart te herzien.

Hollandveen Eerder is reeds gesproken over het archeologisch potentieel van het Hollandveenpakket, waar mogelijke archeologische resten op kunnen voorkomen vanaf de Late Bronstijd tot en met de Middeleeuwen. Door de recente onderzoeken in de Noordoostpolder en in het Kotterbos, blijkt dat dit niveau ten onrechte als archeologisch irrelevant is bestempeld. Binnen de beschikbare data is zelden de formatie van Nieuwkoop, waartoe het Hollandveenpakket behoord, onderscheidend genoemd. In de huidige datapakketten en in de tussen 2009 en heden uitgevoerde booronderzoeken, is dit niveau niet meegenomen. Er is geen data is over de aanwezigheid en conservering van het pakket binnen Lelystad. Ook op basis van de inventarisatie kunnen geen uitspraken worden gedaan over mogelijk archeologische resten daterend vanaf de Late Bronstijd. Vondsten uit de periode Late Bronstijd tot en met de Middeleeuwen zijn schaars en veelal gekoppeld aan scheepswrakken. Enkel het hout bij het Kotterbos (vindplaats 118) betreft resten van (tijdelijke) bebouwing en dateert uit de Romeinse periode én is te koppelen aan het Hollandveen. Twee losse vondsten van Pingsdorf aarderwerk 157 en een Jacoba kruik van steengoed158 kunnen ook aanwijzingen zijn voor dit potentieel. Deze vondsten kunnen echter ook behoren tot nog niet bekende scheepswrakken.

Daarnaast betreft het oppervlakte vondsten en zijn ze niet gekoppeld aan een archeologisch niveau. Het is momenteel niet mogelijk om een verwachtingslaag op te stellen van dit niveau. Dit niveau is niet in diepte of verspreiding te differentiëren met de huidige beschikbare data. Het verdient de aanbeveling om bij toekomstige onderzoeken wel aandacht te besteden aan de aanwezigheid en potentie van het Hollandveenpakket. Hopelijk kan in de toekomst deze kennislacune worden aangevuld. Bijgevolg is het niveau niet opgenomen op de verwachtingskaart. De verwachting van archeologische resten op het Hollandveen dienen onderdeel te zijn van de onderzoeksvragen bij uit te voeren archeologische onderzoeken. Zeeklei-afzettingen (Verwachting Scheepswrakken) Het bovenste deel van de ondergrond in Lelystad bestaat uit de Afzettingen van Flevomeer (Formatie van Nieuwkoop), en daarop afzettingen Almere, Zuiderzee en IJsselmeer (Laagpakket van Walcheren, Formatie van Naaldwijk). In deze afzettingen kunnen geen resten van bewoning worden aangetroffen, maar wel scheeps- en vliegtuigwrakken. Er zijn geen duidelijke concentraties aan te duiden. De IJsselmeerkaarten van de RCE bieden goed overzicht van mogelijke vaarroutes, maar er zijn net zoveel

157

ZaakID: 2868335100.

158

ZaakID: 2862932100.

VESTIGIA Archeologie & Cultuurhistorie, rapport V2752, 100%-versie, versie 3., d.d. 29 augustus 2025

96

V22-5035: Verantwoordingsrapport en inventarisatie Erfgoedbeleid Lelystad, gemeente Lelystad

scheepswrakken binnen als buiten deze vaarroutes. De lege plekken zijn vooral nog weinig onderzochte gebieden. De verschillende wrakken kunnen over het hele gemeentegebied voorkomen, waardoor hier ook in het gehele gebied rekening gehouden moet worden met wrakresten.. Op de verwachtingskaart is deze verwachting opgenomen met een puntenwolk over het gehele gemeente. Uitzondering hierop zijn de gebieden die reeds met geofysisch onderzoek zijn onderzocht. Deze gebieden hebben buiten de aangeduide vindplaatsen geen archeologische verwachting op scheepswrakken meer. Geen archeologische verwachting Op de verwachtingskaart zijn een aantal gebieden aangeduid met ‘Geen archeologische verwachting’. Het betreft gebieden die aantoonbaar vastgesteld het archeologisch niveau hebben verstoord of waar opgravingen zijn uitgevoerd. Op de waterbodem zijn een aantal zandwingebieden aan te duiden. Daarnaast zijn enkele hedendaagse vaargeulen die wel het niveau van het laagpakket van Wormer hebben bereikt, maar nog niet het pleistocene dekzand. Op de landbodem zijn een aantal leidingen aangeduid als verstoring. Daarnaast zijn ook waterpartijen die uit een AHN en kaartenanalyse naar voren kwamen aangeduid als verstoorde gebieden. Daaronder vallen ook de aangelegde waterlopen, zoals de Lage Vaart.

Deze watergangen zijn aangelegd bij de drooglegging en hebben zelf wel een cultuurhistorische waarde, maar de archeologische resten in de vaarten zijn verstoord en uitgegraven. Ook van belang zijn de reeds uitgevoerde archeologische opgravingen. De archeologische resten zijn reeds verwijderd en ex situ behouden. Opgegraven vindplaatsen die nog belangrijk zijn voor mogelijke vondsten in de omgeving zijn nog wel opgenomen op de kaart als attentiewaarde (zie ook 4.5.1). Aanvullende informatie Op de verwachtingskaart zijn enkele aanduidingen met aanvullende informatie opgenomen, welke van invloed kunnen zijn op de wijze van bescherming en vrijstellingsgrenzen binnen het beleid. Het gaat met name om gebieden waar sprake is van ophoging. Daarnaast zijn ook reeds onderzochte terreinen opgenomen waar een vrijgave met diepterestricties als selectieadvies uit het vooronderzoek naar voren is gekomen. Uit de landschappelijke analyse en de vondsten gedaan door voornamelijk amateurarcheologen bij het nalopen van zandopspuitingen is gebleken dat in de diepere ondergrond vondstrijke lagen aanwezig zijn binnen het grondgebied van de gemeente Lelystad. Op dit moment zijn de vondsten nog niet te koppelen aan specifieke afzettingen of dieptes. Dit niveau bevindt zich onder het dekzand, waardoor deze niet op kaart terug te vinden is. 4.5.3

Voorzet voor een Onderzoeksagenda Lelystad en richtlijnen voor archeologisch onderzoek

Vanuit de eerste stakeholders overeenkomst is naar voren gekomen dat er zorg bestaat over het uitblijven van resultaten van uitgevoerde vooronderzoeken. Het beeld ontstaat dat ondanks onderzoeken toch veel prehistorische vindplaatsen verloren gaan. Ondanks dat er onderzoeken worden uitgevoerd, kunnen ook veel ontwikkelingen en vergravingen toch plaats vinden. De zorg bestaat dat er geen oog is voor de mogelijk aanwezige resten in de ondergrond. Het is daarom van belang om na het uitvoeren van onderzoeken helder te zijn over waarom er toch werkzaamheden worden uitgevoerd. Het kan bijvoorbeeld zijn dat de werkzaamheden niet tot het archeologische niveau reiken of dat er maatregelen worden genomen om dit niveau zo veel mogelijk te ontzien. Bij het vergunningsproces betekent dit dat de uitgevoerde vooronderzoeken zorgvuldig moeten worden gecontroleerd op methode en resultaat. Is bijvoorbeeld tot in het juiste archeologische niveau onderzocht? Is er een dicht genoeg boorgrid gehanteerd? Het is wenselijk om voor de gemeente een minimaal grid te formuleren om een maximaal inzicht te verkrijgen in de verkennende fase van het inventariserend onderzoek. Hiertoe is het van belang dat de gemeente een Onderzoeksagenda of uitvoeringsrichtlijnen opstelt voor archeologisch onderzoeken. Er kan ook gedacht worden aan een Raam Programma van Eisen waarin richtlijnen ten

VESTIGIA Archeologie & Cultuurhistorie, rapport V2752, 100%-versie, versie 3., d.d. 29 augustus 2025

97

V22-5035: Verantwoordingsrapport en inventarisatie Erfgoedbeleid Lelystad, gemeente Lelystad

aanzien van archeologische onderzoek in worden opgesteld. Dit Raam-PvE kan vervolgens per project aangevuld worden met projectgebonden specifieke eisen. 159 In een dergelijke Raam- PvE of uitvoeringsrichtlijnen kunnen naast het te hanteren boorgrid of maaswijdte van de zeef bij steentijdonderzoek ook de volgende punten meegenomen worden: - Zandopspuitingen: Om meer inzicht te krijgen in de verspreiding van vondstmateriaal uit het Eemien en Saalien, kunnen onderzoeksrichtlijnen worden opgesteld voor zandopspuitingen. Hierbij kan gedacht worden aan het registreren van de locatie van het opgespoten zand in RD coördinaten (x en Y) en diepte in NAP (Z), waarmee de vondsten globaal gelokaliseerd kunnen worden. - Het verspoelde dekzand rondom de Knar: Het aantonen van verspoeld dekzand ter plaatse van Flevoland hoeft niet automatisch te betekenen dat er geen archeologische waarden meer aanwezig kunnen zijn. Onder het verspoelde dekzand kan nog een (ouder) intact dekzandlandschap aanwezig zijn, inclusief redelijk tot goed geconserveerde prehistorische bewoningssporen, dat slechts is afgedekt door een dunne laag verspoeld dekzand. Bij het beoordelen van een verkennend booronderzoek en zeker bij een advies voor vrijgave dient de interpretatie van wat verspoeld dekzand betekent voor de archeologische verwachting duidelijk besproken te zijn in de betreffende rapportage.

Ook kunnen dan richtlijnen opgenomen worden ten aanzien van het uit te voeren onderzoek. Verkennende booronderzoeken dienen bijvoorbeeld minimaal uitgevoerd te worden tot 40 cm in het (verspoelde) dekzand. - Hollandveenpakket: Op het dekzand en het laagpakket van Wormer kan sprake zijn van een Hollandveenpakket. De hogere delen van dit pakket kunnen een tijd droog hebben gelegen en daardoor veraard zijn. Hierop kan bewoning en gebruik hebben plaatsgevonden in de Romeinse periode en de Middeleeuwen. De potentie van dit niveau is bij recente onderzoeken in de Noordoostpolder en bij het onderzoek in het Kotterbos aan het licht gekomen. Echter is de verspreiding en conservering binnen de gemeente Lelystad nog onbekend en binnen de huidige datasets niet in beeld te brengen. Het opstellen van verplichte onderzoeksvragen bij archeologisch onderzoek kan helpen om meer informatie over dit niveau en de archeologische potentie binnen de gemeente te krijgen.

Bij het uit te voeren onderzoek dient oog te zijn voor dit niveau door het beantwoorden van de volgende (verplichte) onderzoeksvragen: o Is er sprake van een Hollandveenniveau? Zo ja, op welke diepte? o Is dit niveau veraard? Zo ja, zijn er andere indicaties van mogelijk menselijk gebruik? - Onderzoek in de waterbodem: In de waterbodem kunnen vindplaatsen worden aangetroffen uit de steentijd (vooral bij zandwinning in de waterbodem kunnen deze mogelijk verstoord worden). Deze zijn door de ligging moeilijk bereikbaar. In de richtlijnen kunnen kaders geschapen worden waarop onderzoek moet plaatsvinden. Mogelijk vormen van onderzoek zijn onder andere waarderend booronderzoek, uitgraven met bigbags of innovatieve methoden zoals de Marine Prehistory Sampler (MPS).160 Bij het opstellen van de richtlijnen kan gedacht worden het opstellen van kaders op het gebied van de benodigde dichtheid van archeologische indicatoren, het soort indicatoren en de te behalen kenniswinst van het betreffende onderzoek ten opzichte van de kosten. Onderzoeksvragen die opgenomen kunnen worden in een Onderzoeksagenda voor Lelystad zijn: Bewoning en gebruik:

159

In het kader van het kennisontwikkelingsprogramma Hanzelijn zijn de in de periode 2014 -2018 een flink aantal onderzoeksrapporten verschenen gericht op het verbeteren van onderzoeksmethoden voor bijvoorbeeld prospectief onderzoek maar ook voor behoud in situ. Zie bijvoorbeeld Introduction of the Hanzelijn Archaeological project (H1) in Resurfacing the submerged Past Peeters et al 2021. 160

Waldus et al 2019.

VESTIGIA Archeologie & Cultuurhistorie, rapport V2752, 100%-versie, versie 3., d.d. 29 augustus 2025

98

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Lelystad&id=8c801387-77c9-40d4-aef4-9282735af296