CConstaterende datLelystad
Koppel je AI →
Document · PDF

BL 24.014 INFO uitvoerings en handhavingsstrategie

Commissie Bestuur, Middelen en Economie 13 februari 2024, gemeente LelystadBij agendapunt: 24.032 Agendaverzoek GL Uitvoerings- en handhavingsstrategie Lelystad 2024-202838.696 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 5

INFORMATIENOTA VOOR DE RAAD Nummer: 24.014 Portefeuillehouder Portefeuille: Programma: Taakveld:

D.A. Grimbergen Financieën, Grondzaken, Participatiewet en Handhaving Veiligheid Openbare orde en veiligheid

Onderwerp: informatie voor de raad over de Uitvoerings- & Handhavingsstrategie Lelystad 2024-2028 DE RAAD NEEMT KENNIS VAN: De Uitvoerings- & Handhavingsstrategie Lelystad 2024-2028 INLEIDING De Omgevingswet schrijft voor dat de bestuursorganen die zijn belast met de uitvoerings- en handhavingstaak een uitvoerings- en handhavingsstrategie vaststellen waarin gemotiveerd wordt aangegeven welke doelen worden gesteld voor de uitvoering en handhaving en welke werkzaamheden met het oog op die doelen zullen worden verricht. Hoewel de verplichting om een U&H strategie te hebben alleen geldt voor de omgevings taken wordt het belang van een strategie ook gezien voor de overige taken binnen de fysieke leefomgeving. Denk hierbij aan taken met betrekking tot de openbare orde en veiligheid (Algemene Plaatselijke Verordening), huishoudelijke en andere afvalstoffen (Afvalstoffenverordening) en aparte aandachtsgebieden in bijzondere wetten (o.a. Alcoholwet, Wet op de kansspelen). KERNBOODSCHAP Gemeenten hebben te maken met een groot aantal uitvoerings- en handhavingstaken. Deze taken zijn breed: van het verlenen van omgevingsvergunningen, evenementenvergunningen, horecavergunningen tot het uitvoeren van bouwtoezicht, brandveiligheidscontroles, horecacontroles, parkeerhandhaving en het behandelen van allerlei klachten en meldingen.

De beschikbare capaciteit en de financiële middelen zorgen ervoor dat het niet mogelijk is om alle taken even volledig uit te voeren. Daarom dienen er keuzes gemaakt te worden. Waar moeten de prioriteiten liggen? Hoe strikt worden zaken geregeld en gecontroleerd? En welke inspanning wordt daarvoor geleverd? Daarnaast vraagt de visie op de (fysieke) leefomgeving en vervolgens de vergunningverlening en handhaving daarvan, een integrale benadering. Het gaat dan niet alleen om bouw- of milieuregels, maar ook spelen er aspecten als criminaliteit, zorg, sociale problematiek of complexe combinaties van deze verschillende beleidsvelden. Het is dan ook belangrijk een stratgie te hebben waarin wordt beschreven of en hoe vergunningverlening en toezicht en handhaving in de fysieke leefomgeving is georganiseerd, hoe er wordt samengewerkt en wat de verantwoordelijkheden zijn van de betrokken partijen. Bij het opstellen

van deze strategie wordt dan ook aangesloten op de begroting, raadsprogramma en het Integrale Veiligheidsplan. De U&H strategie beoogt verbetering van de fysieke leefomgeving door middel van meetbare doelstellingen. Deze doelstellingen moeten bereikt worden door het efficiënt en effectief inzetten van de beschikbare middelen, en het bieden van duidelijkheid en verantwoording richting de raad en de samenleving. In de strategie zijn de volgende hoofddoelstelling en doelstellingen opgenomen: De hoofddoelstelling is: ‘Het creëren, behouden en het verder verbeteren van een veilige, duurzame en gezonde woon-, werk- en leefomgeving’ Deze doelstelling wordt als volgt uitgewerkt in een doelstelling en subdoelstellingen voor vergunningverlening en handhaving. Doelstelling Vergunningverlening Vergunningverlening is gericht op het beschermen van de waarden vanuit de wet- en regelgeving en draagt bij aan het realiseren van een veilige, duurzame en gezonde fysieke leefomgeving. De subdoelstellingen hiervoor zijn: -

Op alle ontvankelijke aanvragen om vergunning wordt tijdig beschikt. De beschikkingen zijn duidelijk en begrijpelijk. De beschikking zijn van een goede (juridische) kwaliteit. De vergunningen zijn handhaafbaar. Ontvankelijke meldingen worden tijdig afgehandeld. Wij reageren altijd op meldingen o.g.v de Wkb. Wij hebben een goede dienstverlening. Wij werken Informatie gestuurd in CLO. Verleende vergunningen worden via een warme overdracht doorgegeven aan de toezichthouders.

Doelstelling handhaving Handhaving is samen met vergunningverlening en toezicht een belangrijk instrument om de gezondheid, veiligheid en leefbaarheid en duurzaamheid in Lelystad te borgen. De strategische doelstelling is dan ook: Het behoud en het verder verbeteren van een veilige, duurzame en gezonde woon-, werk- en leefomgeving in Lelystad. Deze doelstelling wordt als volgt uitgewerkt. -

We stimuleren goed naleefgedrag. We zetten toezicht en handhaving gericht in om ondermijnende criminaliteit tegen te gaan. We stimuleren duurzaam gedrag, en houden toezicht of wordt voldaan aan de regelgeving met betrekking tot duurzaamheid.

Vervolgens worden er indicatoren benoemd om te kunnen meten in hoeverre de doelstellingen zijn behaald en hierover wordt jaarlijks verslag gedaan in het jaarverslag VTHUP. VERVOLG Aansluitend op deze nota stelt het college jaarlijks een uitvoeringsprogramma vergunningverlening, toezicht en handhaving voor de fysieke leefomgeving (VTHUP) vast. In het uitvoeringsprogramma wordt vastgelegd wat jaarlijks specifiek de aandacht heeft en wat de speerpunten op het gebied van vergunningverlening en toezicht en handhaving zijn. Ook wordt hierin aangegeven welke capaciteit hiervoor nodig is en welke financiële middelen beschikbaar zijn. Het VTHUP wordt jaarlijks geëvalueerd en de raad wordt hierover geinformeerd. BIJLAGEN Uitvoering-& Handhavingsstrategie Lelystad 2024-2028

1

2

SAMENVATTING Gemeenten hebben te maken met een groot aantal uitvoerings- en handhavingstaken. Deze taken zijn breed: van het verlenen van omgevingsvergunningen, evenementenvergunningen, horecavergunningen tot het uitvoeren van bouwtoezicht, brandveiligheidscontroles, horecacontroles, parkeerhandhaving en het behandelen van allerlei meldingen. Daarnaast is er sprake van allerlei soorten belangen van verschillende betrokken partijen: aanvragers van een vergunning, bedrijven, omwonenden, adviseurs, het Waterschap, de Provincie en de gemeente. De beschikbare capaciteit en de financiële middelen zorgen ervoor dat het niet mogelijk is om alle taken even volledig uit te voeren. Daarom dienen er keuzes gemaakt te worden. Waar moeten de prioriteiten liggen? Hoe strikt worden zaken geregeld en gecontroleerd? En welke inspanning wordt daarvoor geleverd? Daarnaast vraagt, mede met het oog op de Omgevingswet, de visie op de (fysieke) leefomgeving en vervolgens de vergunningverlening en handhaving daarvan, een integrale benadering. Het gaat dan niet alleen om bouw- of milieuregels, maar ook spelen er aspecten als criminaliteit, zorg, sociale problematiek of complexe combinaties van deze verschillende beleidsvelden.

Het is dan ook belangrijk een kader te hebben waarin wordt beschreven hoe vergunningverlening en toezicht en handhaving in de fysieke leefomgeving is georganiseerd, hoe er wordt samengewerkt en wat de verantwoordelijkheden zijn van de betrokken partijen. In deze Uitvoerings en handhavingsstrategie voor de fysieke leefomgeving (U&H strategie) wordt alles samengebracht wat te maken heeft met vergunningverlening en toezicht en handhaving voor de fysieke leefomgeving. Met het vaststellen van deze strategie wordt voldaan aan de in de Omgevingswet opgenomen verplichting dat er zowel voor omgevingsvergunningen en het toezicht en handhaving hierop, een U&H strategie moet zijn. Nota Integrale handhaving De Nota Integrale handhaving 2021-2025 is vastgesteld in de gemeenteraad op 6 juli 2021. In de kadernota Integrale handhaving staat de visie, uitgangspunten en werkwijze van de gemeente Lelystad bij het handhaven van wet- en regelgeving. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen drie pijlers: 1) handhaving en toezicht in het fysieke domein (Omgevingswet, milieutaken, bouwtoezicht), 2) de openbare orde en veiligheid (APV, Drank- en horecawet, drugsoverlast) en 3) het sociaal domein (fraudepreventie, leerplicht, bijstand, uitkeringen). Deze U&H strategie richt zich op de eerste pijler van de fysieke leefomgeving en deels op de tweede pijler.

Milieutaken De milieutaken worden namens gemeente Lelystad voor het grootste deel uitgevoerd door de Omgevingsdienst Flevoland en Gooi- en Vechtstreek (OFGV). De wet regelt daarnaast dat de omgevingsdiensten, in casu de OFGV, samen met de partners een Regionale Uitvoering en Handhaving Strategie opstelt voor de taken die bij de OFGV zijn ingebracht. Dit zijn in ieder geval de milieutaken.

3

Inhoudsopgave SAMENVATTING .......................................................................................................................................3 Inleiding ........................................................................................................................................................7 Hoofdstuk 1 Algemeen...............................................................................................................................9 1.1 Beleidscyclus........................................................................................................................................9 1.2 Beleidskader Gemeente lelystad ......................................................................................................10 Visie op duurzaamheid ............................................................................................................................11 1.3 Visie U&H beleid ..................................................................................................................................11 1.4 Wettelijke en beleidsontwikkelingen ................................................................................................12 1.4.1 Wettelijke ontwikkelingen ...............................................................................................................13 1.4.2 Beleidsontwikkelingen

....................................................................................................................17 1.5 Toepassingsgebied U&H strategie ....................................................................................................18 1.5.1 Gemeentelijke taken ......................................................................................................................18 Beleidskader milieu .................................................................................................................................18 1.5.3 Fysieke leefomgeving ....................................................................................................................19 1.6 Kwaliteit ................................................................................................................................................19 Verordening U&H ....................................................................................................................................19 De Omgevingswet verplicht de gemeente tot het vaststellen van een Verordening kwaliteit vergunningverlening, toezicht en handhaving omgevingsrecht. Deze verordening treedt op 1 januari 2024 in werking.

......................................................................................................................................19 1.7 Monitoring en evaluatie ......................................................................................................................20 1.7.1 Monitoring ......................................................................................................................................20 Monitoring Vergunningen ........................................................................................................................20 1.7.2 Beleidsevaluatie .............................................................................................................................21 8.

afstemming en samenwerking .............................................................................................................21 1.8.1 Externe afstemming .......................................................................................................................21 Samenwerking Nederlandse Arbeidsinspectie ...................................................................................22 1.8.2 Interne afstemming ........................................................................................................................24 1.9 Organisatorische condities ................................................................................................................24 1.9.1 Begroting ........................................................................................................................................24 1.9.2 Formatie en kwaliteit medewerkers ................................................................................................24 4

Mandatering ............................................................................................................................................25 1.9.3 Uitvoeringsondersteunende voorzieningen ....................................................................................25 Hoofdstuk 2 VERGUNNINGENBELEID ...................................................................................................26 2.1 visie en doelstellingen vergunningverlening...................................................................................26 2.1.1 Visie Vergunningverlening .............................................................................................................26 Het doel van vergunningverlening is het mogelijk maken van activiteiten welke zijn verboden door de wet- en regelgeving, met daaraan verbonden voorwaarden zodat het doel van de betreffende wet- en regelgeving wordt beschermd of zelfs versterkt. .....................................................................................26 2.1.2

Doelstellingen uitgewerkt naar vergunningen en meldingen ...................................................28

2.2 Vergunningsvrije bouwwerken c.q. Omgevingsplanactiviteiten ...................................................29 2.3 Vergunning verlening onder de OW en WKB ..................................................................................29 2.4 Participatie ..........................................................................................................................................31 2.5 analyse vergunningverlening ............................................................................................................31 2.6 risicoanalyse en toetsingsmatrix beoordeling aanvragen .............................................................34 2.6.1 Risicogestuurd toetsen ...................................................................................................................35 2.6.2.

Richtlijn bouw- en sloopveiligheid .................................................................................................36 2.6.3 Risicoscan evenementen ...............................................................................................................36 2.7 vergunningverlening en procedures Omgevingswet......................................................................37 2.7.1 Soorten procedures ........................................................................................................................37 2.8 initiatieven, procedures en informatiebronnen ...............................................................................42 2.8.1 Initiatievenverzoek ...........................................................................................................................42 Principeverzoek .......................................................................................................................................42 Conceptverzoek ......................................................................................................................................42 Loket Nieuwe Initiatieven (LNI) ...............................................................................................................42 Omgevingstafel

.......................................................................................................................................43 2.8.2 Registratieprocedure van verzoeken .............................................................................................43 2.8.3 Behandel en besluit procedure ......................................................................................................43 2.8.4 Informatiebronnen ..........................................................................................................................44 Hoofdstuk 3 TOEZICHT ............................................................................................................................45 hoofdstuk 4 HANDHAVING .......................................................................................................................49 4.1 Visie en uitgangspunten toezicht en handhaving ............................................................................49 5

4.2 Doelstellingen ....................................................................................................................................50 4.3 Uitgangspunten .................................................................................................................................52 4.4 Risico’s en prioriteiten ........................................................................................................................54 4.4.2 Risicoanalyse per onderwerp .........................................................................................................55 4.4.3 Uitkomsten .....................................................................................................................................56 4.5 strategieën ...........................................................................................................................................57 4.5.1 Nalevingsstrategie ..........................................................................................................................57 BIJLAGEN ..................................................................................................................................................58 Bijlage 1 Overzicht geldende beleidsdocumenten ..................................................................................58 Bijlage 6 Landelijke handhavingsstrategie

..............................................................................................58 Bijlage 7 Gedoogstrategie gemeente Lelystad .......................................................................................58 Bijlage 8 Risicoanalyse ...........................................................................................................................58

6

INLEIDING Een veilige, duurzame en gezonde leef- en werkomgeving is van groot belang, daarom is het nodig dat de gemeente zowel strategisch als uitvoeringsbeleid heeft over hoe deze belangen worden gewaarborgd. De nu voorliggende Uitvoerings- en Handhavingsstrategie (U&H) brengt alles samen wat te maken heeft met vergunningverlening en toezicht en handhaving voor de fysieke leefomgeving zoals visie, doelstellingen, uitgangspunten, risicoanalyse, kaders, strategieën, verantwoordelijkheden, procedures en processen en afspraken. De wettelijke basis voor dit beleid is gelegen in de nieuwe landelijke wet- en regelgeving die geldt per 1 januari 2024, in het bijzonder de Omgevingswet, de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb) en de bijbehorende Besluiten, de Verordening Fysieke leefomgeving Lelystad (VFL) en het Omgevingsplan. Waarom een U&H strategie Gemeenten hebben te maken met een groot aantal uitvoerings- en handhavingstaken. Deze taken zijn breed: van het behandelen van omgevingsvergunningen, evenementenvergunningen, alcoholwetvergunningen, exploitatievergunningen, ondermijning tot het uitvoeren van bouwtoezicht, brandveiligheidscontroles, horecacontroles, parkeerhandhaving en het behandelen van allerlei meldingen of informatieverzoeken. De beschikbare capaciteit en de financiële middelen zorgen ervoor dat het niet mogelijk is om alle taken even volledig uit te voeren.

Daarom dienen er keuzes gemaakt te worden. Waar moeten de prioriteiten liggen, hoe strikt worden zaken geregeld en gecontroleerd, en welke inspanning wordt daarvoor geleverd. Daarnaast vraagt, de visie op de fysieke leefomgeving en vervolgens de vergunningverlening, het toezicht en de handhaving daarvan, een integrale afweging. Het gaat dan niet alleen om bouw- of milieuregels, maar ook spelen er aspecten als criminaliteit, zorg, sociale problematiek of complexe combinaties van deze verschillende beleidsvelden. Het is dan ook belangrijk een kader te hebben waarin wordt beschreven hoe vergunningverlening en toezicht en handhaving in de fysieke leefomgeving is georganiseerd, hoe er wordt samengewerkt en wat de verantwoordelijkheden zijn van de betrokken partijen. Bij het opstellen van deze strategie wordt aangesloten op de begroting, het raadsakkoord, het Integrale Veiligheidsplan (IVP) en de Nota Integrale handhaving 2021-2025. Het vorige VTH beleid was vastgesteld voor 2019-2023. Niet alleen vanwege het aflopen van dit beleid maar vooral vanwege de inwerkingtreding van de Omgevingswet (Ow) en de Wet kwaliteitsborging (Wkb) is het nu een goed moment om voor 2024 -2028 nieuw beleid vast te stellen. De Omgevingswet hanteert in plaats van VTH beleid de term Uitvoerings- en Handhavingsstrategie (U&H) en hierbij wordt dan ook op aangesloten.

Dynamisch document Het vakgebied vergunningverlening, toezicht en handhaving (VTH) binnen het omgevingsrecht is sterk in ontwikkeling. Wetswijzigingen volgen elkaar snel op. Vanwege de ontwikkelingen rondom het omgevingsrecht, verandert de komende jaren veel in de werkwijze van de VTH-taken. Om deze reden is de U&H strategie een dynamisch document dat tussentijds zal worden aangepast als gewijzigde bestuurlijke inzichten of veranderende wet- en regelgeving hierom vragen. Verplichting U&H strategie Deze U&H-strategie komt voort uit de Ow (artikel 18.19 van de Ow in combinatie met artikelen 13.5 en 13.6 van het Omgevingsbesluit). Hierin wordt bepaald dat de bestuursorganen die zijn belast met de uitvoerings- en handhavingstaak een uitvoerings- en handhavingsstrategie vaststellen in een of meer 7

documenten waarin gemotiveerd wordt aangegeven welke doelen worden gesteld voor de uitvoering en handhaving en welke werkzaamheden met het oog op die doelen zullen worden verricht. In het kader van het Interbestuurlijk Toezicht (IBT) wordt toegezien of er strategisch en operationeel beleid voor de Omgevingswet taken aanwezig is. Hoewel de verplichting om een U&H strategie te hebben alleen geldt voor de omgevings taken wordt het belang van een strategie ook gezien voor de overige taken binnen de fysieke leefomgeving. Denk hierbij aan taken met betrekking tot de openbare orde en veiligheid (Algemene Plaatselijke Verordening), huishoudelijke en andere afvalstoffen (Afvalstoffenverordening) en aparte aandachtsgebieden in bijzondere wetten (o.a. Alcoholwet, Wet op de kansspelen). Uitvoeringsprogramma (VTHUP) Aansluitend op deze nota stelt het college jaarlijks een uitvoeringsprogramma vergunningverlening, toezicht en handhaving voor de fysieke leefomgeving (VTHUP) vast. Dit betreft het operationele beleidskader. In het uitvoeringsprogramma wordt vastgelegd wat jaarlijks specifiek de aandacht heeft, wat de speerpunten op het gebied van vergunningverlening en toezicht en handhaving zijn en hoe handhavingscapaciteit wordt verdeeld over de diverse handhavingstaken.

Regionale Uitvoering en Handhaving Strategie OFGV Wettelijk is verplicht dat de Omgevingsdienst Flevoland & Gooi en Vechtstreek (OFGV) samen met de partners U&H beleid opstelt voor de Omgevingswet taken die bij de OFGV zijn ingebracht. Dit zijn in ieder geval de wettelijk verplicht in te brengen milieutaken (basistaken), maar ook zijn hierin plustaken opgenomen. De Regionale Uitvoering en Handhaving Strategie 2024-2027 beschrijft in een strategisch en operationeel deel de strategische en beleidsmatig doelen voor vergunningverlening en de toezicht- en handhavingstaken voor de bij de OFGV ingebrachte taken. Daarnaast wordt er samen met het VTHUP elk jaar een uitvoeringsprogramma voor de bij de OFGV ingebrachte milieutaken vastgesteld. Nota integrale handhaving De kadernota Integrale handhaving is vastgesteld in de gemeenteraad op 6 juli 2021. Deze kadernota gaat in op de gezamenlijke verantwoordelijkheid om door een goede naleving te bevorderen dat de samenleving zo gezond, leefbaar, duurzaam en veilig mogelijk is. Dat kan bereikt worden door op te treden tegen overtredingen, integrale controles uit te voeren, verbinding te leggen tussen de verschillende domeinen en samen te werken in de handhavingsketen. Daarmee kan overlast en misbruik worden voorkomen dan wel beëindigd.

Uitgangspunten zijn eigen verantwoordelijkheid van bewoners en ondernemers, voorlichten als het kan en handhaven als het moet. Leeswijzer Deze strategie is opgebouwd uit 4 hoofdstukken. Hoofdstuk 1 betreft het algemeen deel voor zowel vergunningen als toezicht en handhaving. Hoofdstuk 2 betreft het vergunningenbeleid. Hoofdstuk 3 betreft het beleid voor toezicht en hoofdstuk Hoofdstuk 4 betreft het beleid voor handhaving.

8

HOOFDSTUK 1 ALGEMEEN Voor u ligt de Uitvoerings- & Handhavingsstrategie 2024-2028 van de gemeente Lelystad. Deze strategie vormt het kader waarbinnen de gemeente de taken op gebied van vergunning-, toezicht- en handhaving uitvoert. Het is belangrijk dat wij een eenduidige werkwijze gebruiken, zodat het voor iedereen duidelijk is welke regels gelden, maar ook wat zij van de gemeente kan verwachten. Wij maken een integrale afweging voor de inzet van beschikbare middelen, zoals financiën en onze medewerkers. We maken daarbij keuzes en stellen prioriteiten, omdat de financiële en personele middelen voor toezicht en handhaving beperkt zijn. 1.1 BELEIDSCYCLUS In het Omgevingsbesluit zijn eisen vastgelegd(procescriteria) waaraan elke professionele VTH-organisatie moet voldoen. Deze eisen hebben tot doel om de uitvoering van de VTH-taken op een adequate, herkenbare en structurele wijze te laten verlopen. Hierbij wordt gebruik gemaakt van een model waarmee een logische aaneenschakeling tot stand wordt gebracht van diverse bestuurlijke en uitvoerende werkprocessen. Dit procesmodel staat bekend onder de naam ‘BIG-8’. Aan de hand van de BIG-8 zijn de volgende zeven stappen in het beleidsproces te onderscheiden: 1. Strategisch Beleidskader 2. Operationeel Beleidskader 3. Programma & organisatie 4. Voorbereiden 5. Uitvoeren 6. Monitoren 7. Rapportage en Evaluatie

Figuur 1: Big-8 Deze U&H strategie gaat over 2 onderdelen van de BIG-8 cyclus: het strategische en operationele beleidskader, welke in de hoofdstukken 2, 3 en 4 aan de orde komen en bevat o.a • De visie en doelstellingen met betrekking tot de U&H taken. • Meetbare beleidsdoelstellingen voor vergunningverlening en toezicht en handhaving. • De kaders die worden toegepast bij vergunningverlening en toezicht en handhaving. 9

Uitvoeringsprogramma Het jaarlijks vast te stellen Uitvoeringsprogramma VTHUP maakt inzichtelijk hoe de beschikbare capaciteit en middelen worden ingezet op het gebied van vergunningen, toezicht en handhaving. Verder geeft het inzicht in de gestelde uitvoeringsdoelen en de gegevens die moeten worden gemonitord om na te kunnen gaan of de uitvoeringsdoelstellingen zijn behaald. Ook geeft het Uitvoeringsprogramma aan waar geen capaciteit voor vrij is gemaakt. Daarmee is het zowel binnen de organisatie als daarbuiten duidelijk wat men kan vragen en verwachten op het gebied van vergunningen, toezicht en handhaving.

1.2 BELEIDSKADER GEMEENTE LELYSTAD

Richtinggevend voor deze U&H strategie is het Raadsakkoord 2022 – 2026. ‘Samen voor Lelystad’, de Omgevingsvisie en de visie op duurzaamheid. Dit beleidsplan past in het bredere beleid dat voor Lelystad is opgesteld. Raadsakkoord ‘Samen voor Lelystad’ In het raadsakkoord worden de ontwikkelingen op o.a. de woningbouwopgave en duurzaamheid nadrukkelijk benoemd. In deze strategie nemen we dit dan ook mee als belangrijke maatschappelijke/ruimtelijke ontwikkelingen die impact hebben op onze uitvoerings en handhavingstaken en wordt de ambitie uit het raadsakkoord als uitgangspunt genomen De ambitie van Lelystad is als volgt geformuleerd:

Lelystad, hoofdstad van de nieuwe natuur, is in 2040 een zelfstandige veerkrachtige, duurzame, aantrekkelijke en economische sterke stad met 100.000 inwoners. Omgevingsvisie Op 22 juni 2021 heeft de gemeenteraad de Omgevingsvisie Lelystad vastgesteld. Dit is een strategische visie, met daarin de ambities en beleidsdoelen voor de fysieke leefomgeving en deze gaat ook uit van bovenvermelde ambitie. De Omgevingsvisie is dan ook: “Lelystad als hoofdstad van de Nieuwe Natuur en als een sterke stad in de regio om te groeien naar een stad met 100.000 inwoners.” De Omgevingsvisie is door de raad vastgesteld, met daarin als ruimtelijke hoofdprincipes: - Stad en Landschap zijn verweven; - Functies zijn gescheiden; - Wijken zijn herkenbaar. De komende tijd wordt de Omgevingsvisie verder door ontwikkeld mede vanwege de bijgestelde ambitie (40.000 woningen) die vraagt om een verkenning van verdere groei van de stad en de wens tot een integraal afwegingskader en een ruimtelijke vertaling van alle opgaven en de wettelijke verplichting dit met een Milieueffectenrapportage (MER) te onderzoeken. Versnellen woningbouw De raad heeft in 2021 de Woonvisie vastgesteld. Een van de belangrijkste opgaven is het versnellen van de woningbouw. De ambitie is om kwalitatief te groeien met 1400 woningen per jaar, met de bijbehorende 10

werkgelegenheid en voorzieningen. Voor de komende jaren staan er daarom diverse woningbouwprojecten op stapel. Deze worden verder toegelicht in de vergunningenanalyse (hoofdstuk 2). Natuur Lelystad ligt uniek te midden van het Nationaal Park Nieuw Land met de Oostvaardersplassen en Marker Wadden. Ook in de stad is veel natuur aanwezig met onder andere het Bultpark, Woldpark, Zuigerplasbos en Gelderse Hout. Natuur is dan ook van grote waarde voor de stad. Met de visie voor de natuur ‘Van groen dromen naar groen doen’ wordt invulling gegeven aan de hoge ambities die Lelystad heeft voor de toekomst op gebied van natuurbehoud en -ontwikkeling in en om de stad. Visie op duurzaamheid De Gemeente Lelystad heeft grote ambities, zowel op het gebied van woningbouw als van duurzaamheid. De Lelystadse Adaptatie Strategie (LAS) geeft de principes voor klimaatadaptatie, het aanpassen aan het veranderende klimaat. Met de ondertekening van de Convenanten Toekomstbestendige Woningbouw & Houtbouw is ervoor gekozen om nieuwe woningen zo duurzaam en circulair mogelijk te laten bouwen. Met het projectmatige werken en de Leidraad Duurzame Gebiedsontwikkeling worden deze convenanten geborgd in de organisatie. In het kader van de energietransitie gaat de Gemeente Lelystad “Op weg naar nieuwe energie”.

Dit programma zorgt ervoor dat alle inwoners van Lelystad op termijn stoppen met het gebruik van aardgas. Door deze beleidsstukken zorgt de Gemeente Lelystad ervoor dat alle ontwikkelingen zo duurzaam mogelijk zijn.

1.3 VISIE U&H BELEID De U&H strategie heeft betrekking op de uitvoering van wetten en regels op het gebied de fysieke leefomgeving In artikel 1.3 van de Omgevingswet wordt aangegeven dat de wet, met het oog op duurzame ontwikkeling, de bewoonbaarheid van het land en de bescherming en verbetering van het leefmilieu, is gericht op het in onderlinge samenhang: a. bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit, ook vanwege de intrinsieke waarde van de natuur en b. doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkelen van de fysieke leefomgeving ter vervulling van maatschappelijke behoeften. Artikel 2.1, eerste lid, van de Omgevingswet schrijft voor dat bestuursorganen, dus ook het gemeentebestuur, de taken en bevoegdheden op grond van de wet uitoefenen met het oog op deze maatschappelijke doelen. Regels zijn dus opgesteld om ervoor te zorgen dat we met elkaar in een veilige, leefbare en duurzame omgeving kunnen wonen, werken en recreëren. Deze regels zijn van toepassing bij het verlenen van vergunningen, het houden van toezicht en het handhaven van de regels. Gelet op de doelstellingen vanuit de bovenliggende regelgeving en ter uitvoering van het voormelde beleidskader van de gemeente Lelystad wordt de hoofddoelstelling voor de U&H strategie als volgt geformuleerd:

11

Het creëren, behouden en het verder verbeteren van een veilige, duurzame en gezonde woon-, werk- en leefomgeving

Deze hoofddoelstelling wordt verder uitgewerkt in subdoelen en uitgangspunten voor zowel vergunningverlening (hoofdstuk 2) als voor toezicht (hoofdstuk 3) en handhaving (hoofdstuk 4). De doelststellingen worden vertaald in de per opgave op te stellen productbladen van het VTHUP.

1.4 WETTELIJKE EN BELEIDSONTWIKKELINGEN Nieuwe ontwikkelingen op lokaal en landelijk niveau Bij een nieuwe beleidsnota is het van belang om de nieuwe ontwikkelingen te schetsen die van invloed zijn op de doelen, keuzes, prioriteiten en uitvoering van toezicht en handhaving binnen de gemeente. Het betreft hier lokale ontwikkelingen, maar ook ontwikkelingen op regionaal en landelijk niveau, zoals wijzigingen van wet- en regelgeving of afspraken met samenwerkingspartners of andere overheidsorganisaties. Ontwikkeling stad Lelystad is in ontwikkeling en het inwonersaantal groeit naar 100.000 wat gevolgen heeft voor vergunningverlening, toezicht en handhaving. Lelystad Airport zal bij opening een grote impact hebben op toezicht en handhaving. Bedrijventerreinen zijn in ontwikkeling (Flevokusthaven, Lelystad Airport Businesspark). De inzet van data en nieuwe technologieën voor toezicht en handhaving neemt alleen maar toe. Er komen nieuwe methoden van toezicht waarin de analyse van data en signalen centraal staat. Denk aan het gebruik van drones, big data, algoritmes, slimme camera’s en artificial intelligence. Dit biedt kansen, zoals beter risicogestuurd toezicht houden en sneller werken. De nadelen van algoritmes worden ook steeds duidelijker, zoals pijnlijk duidelijk werd bij de Toeslagenaffaire. De Omgevingswet vervangt 26 bestaande wetten over de fysieke leefomgeving.

Toezicht en handhaving zal mogelijk een grotere rol gaan krijgen. Doordat in het nieuwe stelsel minder vergunningen zijn, meer zorgplichten en meer algemene regels van toepassing zijn vindt in het nieuwe stelsel vaker een toets achteraf plaats. De politie gaat zich onder invloed van schaarste en landelijke prioriteiten steeds meer richten op de kerntaken. Sommige taken verschuiven naar de gemeente. Denk aan de aanpak van overlastfeiten. Het is ook zichtbaar bij de controle op seksinrichtingen, controle heling, jongerenoverlast en inzet bij evenementen. Daarbij wordt de rol van de boa’s steeds groter. Ontwikkelingen in de maatschappij, de decentralisaties in het sociaal domein en de terugtrekkende politie zorgen ervoor dat er steeds meer wordt verwacht van boa’s. Het verder professionaliseren van de boa’s (landelijk uniform, communicatiemiddelen) is een belangrijk punt in het kader van de professionalisering van de handhavingsorganisatie. De positie van de wijk boa gaat de komende jaren groeien. Wijkgerichte taken zoals verwarde personen, jeugd (inzet jeugdboa’s), verkeersovertredingen, toezicht illegale sanering, bijzondere wetten gaan meer naar de gemeentelijke handhaving. De boa’s krijgen steeds meer positie in de aanpak van ondermijning. De komende jaren verwachten we mooie resultaten van het districtelijk team ondermijning (DTO).

Dit is een samenwerking tussen gemeenten, politie, OM en Belastingdienst, opererend vanuit het stadhuis te Lelystad.

12

1.4.1 Wettelijke ontwikkelingen De Omgevingswet Op 1 januari 2024 is de Omgevingswet in werking getreden Deze wet vervangt 26 bestaande wetten die de fysieke leefomgeving betreffen. De Omgevingswet zal een grote impact hebben op de manier van werken. De nieuwe wet moet ervoor zorgen dat ons werk eenvoudiger, duidelijker, beter en sneller voor de klant gaat. Hiervoor is het nodig dat al ons beleid, plannen en regels beter op elkaar worden afgestemd en dat we meer integraal samenwerken met de ketenpartners. De Omgevingswet moet gaan zorgen voor: - minder en duidelijkere regels; - een samenhangende benadering van de fysieke leefomgeving; - ruimte voor lokaal maatwerk; - betere en snellere besluitvorming. Eén van de uitgangspunten van de Omgevingswet is om zoveel mogelijk activiteiten te regelen met algemene regels. De bedoeling is dat de vergunningsplicht uitzondering is en om geen andere of nieuwe vergunningsplichtige activiteiten t.o.v. het huidige systeem te introduceren; Er is geen onlosmakelijke samenhang meer (zoals wel het geval onder de Wabo was). De initiatiefnemer bepaalt zelf voor welke activiteit hij een vergunning aanvraagt en wanneer (5.7 lid 1 Ow). Ook bestaan er geen gefaseerde aanvragen meer en is er alleen een reguliere en uitgebreide procedure.

Lex Silencio Positivo komt niet meer aan de orde maar er kan nog wel op grond van de Wet dwangsom en beroep via de rechter worden afgedwongen dat er tijdig wordt besloten. Omgevingsplan Bij de inwerkingtreding van de Omgevingswet worden alle huidige bestemmingsplannen van rechtswege onderdeel van het (tijdelijke deel van het) Omgevingsplan. Daarnaast is er veel landelijke regelgeving die via de zogeheten bruidsschat onderdeel is geworden van dit Omgevingsplan. Een omgevingsplan bevat elementen die te maken hebben met de hele leefomgeving, dus naast regels over bebouwing bevat het omgevingsplan ook bijvoorbeeld regels op het gebied van gezondheid. Daarnaast zal het Omgevingsplan ook andere lokale regels voor de fysieke leefomgeving gaan bevatten, zoals bijvoorbeeld voor kappen, monumenten, ligplaatsen, evenementen en recreatie. Bij de inwerkingtreding van de Omgevingswet spreken we in eerste instantie nog over een Omgevingsplan van rechtswege (tijdelijk deel), waarbij de huidige geldende regels bij de invoering van de wet van rechtswege in het Omgevingsplan zijn opgenomen. De invoering van het Omgevingsplan zal gefaseerd worden uitgevoerd, waarbij ook meer aandacht komt voor afstemming tussen regels, voorschriften en bepalingen en de uitvoerbaarheid en handhaafbaarheid in de praktijk.

Het Omgevingsplan biedt meer mogelijkheden voor maatwerk in vergelijking met het bestemmingsplan. Daarvoor is overleg aan de voorkant – dus voor vaststelling – met de toezichthouders, boa’s, juristen en beleidsmedewerkers van belang. Zij kennen de praktijk en weten hoe er met de geldende regels wordt omgegaan. Kruimelregeling vervalt De kruimelregeling is een bijzondere regeling voor veelvoorkomende buitenplanse vrijstellingen die in de Wabo en de Bor stonden. In de Omgevingswet komt dit te vervallen en zal dit worden behandeld zoals andere buitenplanse Omgevingsplanactiviteiten (BOPA’s). In de toekomst kan de gemeente nog kiezen om een lichtere toetsingscategorie op te nemen in het Omgevingsplan. 13

De vergunningen knip Onder de Omgevingswet wordt een vergunning voor bouwactiviteiten in tweeën gesplitst: een vergunning met het oog op de gemeentelijke regels voor de leefomgeving in het omgevingsplan en een vergunning met het oog op de technische regels voor een bouwwerk.

Bij de omgevingsplanactiviteit gaat het vooral over de toets aan onder meer welstand, ruimtelijke aspecten, het wijzigen van een monument en archeologie. Deze knip heeft ook effect op het al of niet vergunningsvrij zijn, doordat de bouwactiviteit en de omgevingsplanactiviteit verschillende toetsingskaders kennen. In artikel 5.1 lid 1 Omgevingswet staat dat een omgevingsplanactiviteit vergunningsplichtig is, tenzij het gaat om een bij AMvB aangewezen activiteit die vergunningsvrij is gemaakt. Het is in de basis vergunningsplichtig, tenzij de gemeente zelf heeft aangegeven dat een activiteit vergunningsvrij is en dit in het Omgevingsplan zo heeft geregeld. Keuzes hierover worden na inwerkingtreding van de Omgevingswet aan de gemeenteraad voorgelegd. Voor de bouwactiviteit (aan de andere kant van de ‘knip’) hebben de Omgevingswet en het daarbij behorende Besluit bouwwerken leefomgeving het anders geregeld. Daarin staat dat bouwen in principe vergunningsvrij is, behalve als in de AMvB staat dat er voor die specifieke activiteit een vergunning nodig is. Wel moeten alle vergunningsvrije, meldingsplichtige en vergunningsplichtige bouwwerken voldoen aan de technische eisen uit het Bbl (wat nu in het Bouwbesluit staat) Vergunningsvrije bouwwerken (Bbl) Onder de Omgevingswet veranderen de regels voor het technisch vergunningsvrij bouwen.

Er is sprake van een aanzienlijke verruiming, waardoor voor activiteiten geen bouwtechnische vergunning meer hoeft te worden aangevraagd. Dit houdt in dat een groter deel van het gemeentelijk bouwvolume zonder vergunning voor de technische bouwaspecten tot stand komt, maar dat dit bouwvolume wel dient te voldoen aan de daaraan gestelde technische regelgeving en voorwaarden. Het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl), de opvolger van het Bouwbesluit, is nog steeds van 14

toepassing voor vergunningsvrij te bouwen bouwwerken. Daarnaast krijgt de gemeente ook meer regie over een deel van het vergunningsvrij maken van de ruimtelijke regels voor bouwwerken. Zij kan dit regelen in het Omgevingsplan. De wet Kwaliteitsborging De Op 1 januari 2024 treedt de Wkb in werking. Dit heeft in eerste instantie gevolgen voor ca 75% tot 85% van de bouwaanvragen die onder het stelsel van de Wkb gaan vallen. De Wkb zorgt voor een heel nieuw systeem voor het bouwtoezicht. Een groot deel van het toezicht wordt uitgevoerd via private kwaliteitsborgers. De kwaliteitsborger zal aan de hand van een toegelaten ‘instrument’ (systeem) beoordelen of een bouwwerk voldoet aan de bouwregelgeving. De taak van de private kwaliteitsborger is het controleren van de bouwkwaliteit en daarover rapporteren. De kwaliteitsborger heeft geen handhavingsbevoegdheden. De taak van de gemeente is om te controleren of de opdrachtgever werkt met een onafhankelijke kwaliteitsborger en of deze gebruik maakt van een passend ‘instrument’. Ook controleert de gemeente of alle specifieke risico’s voor dat bouwwerk in de risicobeoordeling in kaart zijn gebracht en in het borgingsplan zijn vastgelegd. Het is echter niet de bedoeling dat de gemeente het werk van de kwaliteitsborger overdoet.

Het bevoegd gezag (het college) blijft verantwoordelijk voor de handhaving en kan indien nodig nog steeds de bouw stilleggen bij misstanden. Dit gebeurt aan de hand van het ingediende meldingen en informatieplichten bij de gemeente. Om ervaring op te doen met deze nieuwe rolverdeling zijn in 2022 en 2023 een aantal proefprojecten uit gevoerd. Om deze proefprojecten uit te kunnen voeren is op 30 augustus 2022 beleid vastgesteld met daarin een aantal beleidsmatige keuzes die we tijdens de proefprojecten zouden hanteren zoals: 1. Het vaststellen van de risico’s die zich binnen de gemeente voordoen. De risico’s zijn onderverdeeld in gebiedsspecifieke risico’s, locatiegebonden risico’s en projectgerelateerde risico’s. Deze risico’s moeten in kaart worden gebracht in de risicobeoordeling en moeten worden vastgelegd in het borgingsplan. 2. Het vaststellen van de toezichthoudende rol van het bevoegd gezag. Hoe intensief wordt het toezicht uitgevoerd en in welke gevallen worden gegevens opgevraagd en beoordeeld. 3. Hoe om te gaan met gefaseerde oplevering. Deze keuzes zijn vastgelegd in het ‘Beleid Uitvoering Wet kwaliteitsborging’. Naar aanleiding van de opgedane ervaringen is het beleid geëvalueerd en aangepast en verder ingekleurd. Dit beleid maakt deel uit van de U&H strategie.

Het bevoegd gezag behoudt haar rol als toezichthouder en handhaver en is verantwoordelijk voor de naleving van de Omgevingswet en het Besluit bouwwerken leefomgeving. Hoewel vaak de suggestie wordt gewekt dat de toezichttaken van het bevoegd gezag minder zullen worden, is dat nog maar de vraag. Uit de impactanalyse die voor de gemeente Lelystad is uitgevoerd blijkt dat de impact qua uren zeer beperkt is. Op basis van de uitgevoerde impactanalyse is duidelijk dat er veel capaciteit nodig blijft voor de niet bouwtechnische aspecten van een bouwproject. Verder moet bij problemen het bevoegd gezag kunnen optreden en handhaven. Om die rol te kunnen blijven uitvoeren is en blijft een gedegen kennis en kunde nodig. Er zal dan ook voldoende capaciteit beschikbaar moet zijn. De veranderingen zullen vooralsnog gaan gelden voor bouwwerken die als minder risicovol worden gezien en die vallen binnen de zogenaamde ‘Gevolgklasse 1’ 15

Daartoe behoren onder meer: - grondgebonden woningen; - drijvende bouwwerken met woonfunctie, zoals woonboten; - industriegebouwen met maximaal twee bouwlagen, zoals fabriekshallen en logistieke- en opslaghallen; - infrastructurele bouwwerken van maximaal 20 meter hoog bestemd voor langzaam verkeer, zoals bijvoorbeeld een fiets- of voetgangersbrug mits voor de bouwwerkzaamheden vergunning nodig is; - het geheel of gedeeltelijk vernieuwen, veranderen of vergroten van een bouwwerk in Gevolgklasse 1, uitgezonderd monumenten. Soms valt een bouwactiviteit die aan de beschrijving hierboven voldoet niet onder gevolgklasse 1 (artikel 2.17, lid 2 Bbl). Dat is het geval: -

-

als het om een (voorbeschermd) monument gaat (rijksmonument, provinciaal monument of gemeentelijk monument). Ook gemeentelijke (archeologische) monumenten die een omgevingsplan nog niet aanwijst of voorbeschermt maar oud recht wel, valt daar onder (artikel 8.1 Bbl); als er een gebruiksmelding nodig is voor het brandveilig gebruik van het bouwwerk; bij het toepassen van een gelijkwaardige maatregel voor brand- of constructieve veiligheid; bij het gebruikmaken van NEN 6060 of NEN 6079 bij het bepalen van de gebruiksoppervlakte van een brandcompartiment; als het om een vergunningsplichtige milieubelastende activiteit van hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal).

De wet gaat ook niet direct gelden voor verbouwingen. Er komt een invoeringstoets voor verbouwactiviteiten en als deze positief wordt beoordeeld, worden verbouwactiviteiten per 1 januari 2025 onderdeel van de Wkb. Het nieuwe stelsel (gevolgklasse 1) zal jaarlijks worden gemonitord en op uiterlijk op 1 januari 2027 worden geëvalueerd door onze minister van BZK. Het doel van de evaluatie en monitoring is inzicht verwerven in de werking van het stelsel, de mate waarin de doelen van de Wkb worden bereikt en de mate van aanvaardbaarheid van de kosten. Indien nodig zal tussentijds op basis van monitoring op het stelsel worden bijgestuurd. De uitkomst van de evaluatie zal ook worden meegewogen in de besluitvorming over inwerkingtreding van het stelsel voor gevolgklassen 2 en 3. Wet goed Verhuurderschap Vanaf 1 juli 2023 is de Wet goed Verhuurderschap van kracht. Deze wet geeft gemeenten meer mogelijkheden om ongewenst verhuurgedrag, zoals woondiscriminatie, intimidatie, onredelijke servicekosten en een te hoge borg tegen te gaan. Met een verhuurvergunning kunnen aanvullende eisen aan verhuurders worden gesteld zoals een eerlijke huurprijs en tijdig onderhoud van de woonruimte. Ook zijn er specifieke regels in de wet opgenomen waardoor de huisvesting van arbeidsmigranten wordt verbeterd. De wet heeft betrekking op zowel verhuurders als verhuurbemiddelaars.

Iedere gemeente moet vanaf 1 januari 2024 een meldpunt hebben voor klachten over ongewenst verhuurgedrag. De gemeente kan naar aanleiding van een melding vervolgens zelf handhaven of, als dat niet mogelijk is, de melder hulp bieden bij het vinden van de juiste instantie waar hij verder geholpen kan worden. Huisvestingsverordening (opkoopbescherming) In een viertal wijken binnen de gemeente Lelystad geldt een opkoopbescherming van huizen tot de waarde van de Nationale Hypotheek Garantie, die voor 2023 op € 405.000,- is gemaximeerd. Voor huizen binnen de NHG grens die in de betreffende wijken (Stadshart, Atolwijk, Zuiderzeewijk en Kustwijk) worden verkocht, geldt dat deze huizen niet mogen worden doorverhuurd behalve aan een familielid in de 1e graad. Daar moet dan wel vergunning voor worden aangevraagd. 16

De extra kosten in mensen en middelen voor de handhaving en vergunningverlening m.b.t. de huisvestingsverordening zijn voorzien in de begroting .

1.4.2 Beleidsontwikkelingen Integraal Veiligheidsplan (IVP) Elke vier jaar maakt gemeente Lelystad een integraal veiligheidsplan (IVP). Het huidige vastgestelde IVP loopt van 2023-2026. Het plan bevat de visie, veiligheidsanalyse, beleidsprioriteiten, hoofdlijnen van de aanpak en de samenwerkingsafspraken met de partners. Verder zijn vier prioriteiten vastgesteld voor de komende jaren, te weten: Cybercriminaliteit, Jeugd en veiligheid, Ondermijning en Zorg & veiligheid. Deze prioriteiten hebben de komende periode een bijzondere status en vormen de blikvangers van het veiligheidsbeleid in Lelystad. Een veiliger Lelystad is het doel van het IVP, waarbij we de criminaliteit en overlast willen verminderen en het veiligheidsgevoel willen verhogen. Het IVP bestaat naast de strategische uitgangspunten ook uit een opsomming van activiteiten die per thema uitgevoerd worden. Dit maakt een uitvoeringsplan overbodig. Elk jaar wordt de raad op de hoogte gehouden van de voortgang, primair via de jaarrekening / jaarverslag van de gemeente. De raad wordt verder tussentijds actief in kennis gesteld van de uitvoering van projecten zoals het ook de afgelopen jaren gedaan is met de inzet van cameratoezicht, de jaarwisseling en veiligheidsbeeld op basis van politiecijfers. In 2026 wordt de eindevaluatie behandeld in de raad.

Kamerverhuur en woningsplitsing De afgelopen jaren is een ongewenste ontwikkeling van kamerverhuur geconstateerd. Omdat een verdere uitbreiding van kamerverhuur of woningsplitsing in de woonwijken onwenselijk wordt geacht, is door de gemeenteraad op 28 april 2020 besloten geen vergunningen meer af te geven voor kamerverhuur en woningsplitsing. Bijzondere Woonvormen Het niet toestaan van nieuwe situaties van kamerverhuur heeft directe gevolgen voor de uitoefening van zorg met verblijf in kleinschalige woonvormen. Voldoende beschikbaarheid van deze kleinschalige woonvormen komt bij een algemeen verbod in het geding. De gemeenteraad heeft voor deze bijzondere woonvormen een uitzondering gemaakt, door in het paraplubestemmingsplan, vastgesteld op 22 september 2020, een afwijkingsbevoegdheid op te nemen. In de beleidsregel kamerverhuur bijzondere woonvormen is hiervoor het afwegings- en toetsingskader opgenomen. Deze beleidsregel is op 29 september 2020 door het college van de gemeente Lelystad vastgesteld. Daarnaast vindt actief toezicht en handhaving plaats op onvergunde (illegale) kamerverhuurpanden. Toezichtsnorm en uitbreiding flexibel toezicht Kinderopvang Vanaf 1 januari 2023 heeft de GGD het percentage controles van kinderopvang door gastoudergezinnen van de minimale 5%, wat het voorheen was, verhoogd naar de nieuwe verplichting vanuit SZW van 50%.

Meer controles betekent meer handhaving. Woningverbetering Lelystad-Oost (Volkhuisvestingsfonds) Lelystad Oost -Zuiderzeewijk, Atolwijk, Boswijk en Waterwijk- behoort tot de kwetsbaarste wijken in het land. Geld om hun huis te onderhouden hebben woningbezitters amper. Om het tij te keren schieten het Rijk en de gemeente met bijna 50 miljoen euro te hulp. Een groot deel van de bewoners van Lelystad Oost heeft te maken met problemen. Denk hierbij aan armoede, criminaliteit, werkloosheid, leerachterstand, een slechte gezondheid of combinaties daarvan.

17

Bewoners van koopwoningen hebben weinig of geen geld voor het opknappen of duurzamer maken van hun bezit. Het gevolg is dat buurten verloederen en woningwaardes dalen. Lelystad krijgt van het Rijk eenmalig 39 miljoen euro om door het renoveren van woningen de negatieve spiraal te doorbreken. De gemeente trekt 10 miljoen euro uit. De komende jaren worden er 754 koopwoningen opgeknapt in de vier wijken. Daarnaast worden 64 woningen gesloopt, komen er 90 nieuwe woningen en worden 22 koopwoningen een huurhuis. Ook worden straten en het groen opgeknapt. De renovatie van Lelystad Oost en alles wat daarbij komt kijken zal de komende jaren invloed hebben op vergunningverlening, handhaving en toezicht en eventueel daaruit voortvloeiende juridische procedures.

1.5 TOEPASSINGSGEBIED U&H STRATEGIE 1.5.1 Gemeentelijke taken Deze U&H strategie ziet op de gemeentelijke uitvoerings- en handhavingstaken in de fysieke leefomgeving. Het heeft geen betrekking op andere (overheids)organisatie die ook toezicht en handhavingstaken uitvoeren, zoals de politie of de Nederlandse Voedsel en Waren Autoriteit (NVWA). 1.5.2 Handhavingstaken buiten dit beleidskader Deze strategie gaat over de vergunnings- en handhavingstaken in de fysieke leefomgeving. De taken binnen het sociaal domein (bijvoorbeeld de gemeentelijke sociale recherche) staan los van dit beleidskader. Dit staat een brede samenwerking echter niet in de weg. Zo werken toezichthouders/handhavers bijvoorbeeld gemeente breed samen in de aanpak van woonfraude en – overlast. Beleidskader milieu Deze U&H strategie ziet niet op de milieutaken. De gemeente is op dit gebied wel het bevoegde gezag, maar voor de uitvoering wordt samengewerkt met de Omgevingsdienst Flevoland & Gooi en Vechtstreek (OFGV). De gemeente heeft alle basistaken en de plustaken voor milieu bij de OFGV belegd. De OFGV verzorgt de uitvoering van vergunningverlening en het toezicht en de handhaving voor 2 provincies en 12 gemeenten, waaronder gemeente Lelystad.

Voor de uitvoering van deze taken is het wettelijk verplichte Regionale Uitvoeringskader 2024-2027 vastgesteld voor de vergunning, toezicht en handhavingstaken die zijn ondergebracht bij de OFGV. Beleidskader brandweer De brandveiligheidstaken voor de gemeente worden uitgevoerd door de gezamenlijke afdeling Risicobeheersing van de samenwerkende veiligheidsregio’s Flevoland en Gooi en Vechtstreek. Als beleidskader voor het takenpakket gelden de Gemeenschappelijke regeling Veiligheidsregio Flevoland 2023, de Samenwerkingsovereenkomst tussen de regionale brandweer en de gemeente, alsmede in het Regionaal Beleidsplan van de VRF. Verder vindt frequent overleg plaats tussen vertegenwoordigers van afdeling VTH van de gemeente en van de brandweer, o.a. over het Jaarplan en periodieke verantwoording.

18

1.5.3 Fysieke leefomgeving De Omgevingswet (artikel 18.19) en het Omgevingsbesluit (artikel 13.15 en 13.16) verplichten het vaststellen van een uitvoerings- en handhavingsstrategie. Voor de APV en de bijzondere wetten is het niet wettelijk verplicht om dergelijk beleid vast te stellen, maar wij kiezen ervoor om dit ook mee te nemen in deze U&H strategie. Op deze manier worden alle U&H-taken die een relatie hebben met de fysieke leefomgeving integraal in één beleidsdocument besproken. De U&H-strategie geeft ook richting aan het jaarlijkse uitvoeringsprogramma. Ook hiervoor geldt dat deze verplicht moet worden vastgesteld. Een jaarlijks uitvoeringsprogramma waar de verschillende beleidsvelden samenkomen versterkt eveneens de gewenste samenhang (meer integraal werken). Om de VTH taken voor de fysieke leefomgeving binnen de gemeente Lelystad integraal te benaderen is ervoor gekozen om in de uitwerking van deze U&H strategie tevens de overige regelgeving die van toepassing is op de fysieke leefomgeving mee te nemen. Hiermee is deze U&H strategie van toepassing op de volgende wet- en regelgeving: ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪

Omgevingswet Wet Kwaliteitsborging VFL APV Afvalstoffenverordening (AVS) ; Alcoholwet Wet kinderopvang (Wko) Opiumwet Bibob

Voor een volledig overzicht van alle relevante regelgeving en beleid voor de VTH taken wordt verwezen naar bijlage 1.

1.6 KWALITEIT Verordening U&H De Omgevingswet verplicht de gemeente tot het vaststellen van een Verordening kwaliteit vergunningverlening, toezicht en handhaving omgevingsrecht. Deze verordening treedt op 1 januari 2024 in werking. De Verordening U&H vormt het kader voor de kwaliteit van de uitvoering van omgevingswet-taken bij gemeenten, provincies en omgevingsdiensten en bindt het college en de in opdracht van het college handelende omgevingsdienst aan een uniforme ambitie voor kwaliteit. Vertrekpunt van de verordening zijn de kwaliteitscriteria voor vergunningverlening, toezicht en handhaving. Doel van deze criteria zijn het waarborgen en bevorderen van de kwaliteit van VTH op het gebied van beschikbaarheid en deskundigheid. Of dat het geval is, wordt jaarlijks beoordeeld door het college van burgemeester en wethouders. Het college legt hierover jaarlijks verantwoording af aan de gemeenteraad. Vanwege de Omgevingswet is er nieuwe set kwaliteitscriteria vastgesteld door VNG en IPO Aan deze criteria 2.3 zijn ook competentieprofielen toegevoegd. De door het college vastgestelde ‘Nadere regels 19

kwaliteitscriteria 2.3 voor vergunningverlening, toezicht en handhaving omgevingsrecht gemeente Lelystad’ treden eveneens in werking op 1 januari 2024. Aan de hand van een door de OFGV ontwikkelde tool is beoordeeld of de organisatie aan deze kwaliteitscriteria 2.3 voldoet. Gebleken is dat de zowel de gemeente als de OFGV kwalitatief goed in staat zijn de VTH taken uit te voeren. De brandweer heeft voor zichzelf een analyse gemaakt waaruit blijkt dat ook zij voldoen aan de criteria voor de brandveiligheidstaken.

1.7 MONITORING EN EVALUATIE 1.7.1 Monitoring De Plan Do Check Act cyclus houdt o.a. in dat de organisatie de resultaten en de voortgang van de uitvoering van het beleid en het uitvoeringsprogramma monitort. De monitoringsresultaten worden gebruikt voor bijsturing van de operationele cyclus en voor input op de beleidsevaluatie. Monitoring Vergunningen Voor de aanvraag van vergunningen, meldingen, informatieverzoeken etc. wordt gemonitord of deze tijdig zijn afgehandeld en of ze van goede (juridische) kwaliteit en handhaafbaar zijn. Als blijkt dat dit niet helemaal het geval is, worden mogelijke oorzaken onderzocht en eventueel worden de processen aangepast. Voor de uitvoering van de reguliere taken en projecten wordt gebruik gemaakt van het geautomatiseerde systeem Centric Leefomgeving (CLO), waarin informatie over vergunningaanvragen, toezicht en handhaving wordt verwerkt Monitoring toezicht en handhaving Om te beoordelen of toezicht en handhaving het juiste effect heeft zullen de resultaten van toezicht en handhaving gemonitord dienen te worden. Hiervoor worden op grond van artikel 10.6 van het uitvoeringsbesluit Omgevingsrecht verschillende zaken geregistreerd zoals het aantal klachten, het aantal overtredingen, aantal uitgevoerde controles en hercontroles en in hoeveel gevallen een juridisch of strafrechtelijk traject nodig is geweest om een overtreding ongedaan te maken.

Jaarlijks zullen deze cijfers opgenomen worden in het jaarverslag VTH waarin het voorafgaande jaar zal worden geëvalueerd. Voor de uitvoering van de reguliere taken en projecten wordt gebruik gemaakt van de geautomatiseerde systemen BySpy en CLO. BySpy is een systeem voor snelle en adequate verwerking van processen verbaal, overtredingen en waarschuwingen. CLO is een systeem voor het verlenen van vergunningen, en het uitvoeren van de toezichts- en handhavingsprocedures. Voor de verwerking van meldingen met betrekking tot de openbare ruimte, zoals hondenoverlast, parkeeroverlast, afval, wordt gebruik gemaakt van het systeem Fixi. Voor het verkrijgen van een volledig overzicht is het belangrijk dat de systemen zodanig worden ingericht dat de gewenste cijfers kunnen worden uitgelezen. Naast dat deze cijfers de basis vormen voor het opstellen van het jaarlijkse verslag, zijn deze gegevens ook belangrijk voor het handhavingsbeleid zelf. De cijfers geven een inzicht in het naleefgedrag van de handhavingstaken.

20

1.7.2 Beleidsevaluatie In de gemeentelijke beleidscyclus en voorafgaand aan (nieuwe) beleidsontwikkeling is het nuttig te reflecteren op het VTH-beleid 2019-2023. Ten aanzien van het VTH beleid is geconstateerd dat er naast inhoudelijke aanpassingen voor de Omgevingswet, de Wkb en overige relevante andere ontwikkelingen de uitgangspunten en de doelstellingen nog steeds actueel zijn. De wettelijke eisen voor de U&H strategie in het Bbl en Mbl zijn niet anders dan de eisen uit het Bor en Mor. Ook het risico gestuurd werken en het werken conform de naleefstrategieën en conform de (nieuwe) LHS blijft van toepassing. Het uitvoeringsprogramma voor vergunningverlening, toezicht en handhaving (VTHUP) van het voorgaande jaar wordt jaarlijks geëvalueerd. Hiermee kan het uitvoeringsprogramma voor het komende jaar worden bijgesteld. Indien nodig kan het U&H beleid hierop worden aangepast of verbeterpunten worden meegenomen in het opstellen van het U&H beleid voor een volgende periode. 8. AFSTEMMING EN SAMENWERKING 1.8.1 Externe afstemming Door regelmatig overleg en afstemming, zowel op bestuurlijk als op ambtelijk niveau, wordt voortdurend gebouwd aan de relatie en de onderlinge verbanden met onze uitvoeringspartners zoals de provincie, OFGV, de GGD, buurgemeenten, brandweer, het Waterschap en andere adviseurs.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Lelystad&id=69a29675-5ee9-4157-8c1b-15f912579296