BL 2. Uitbreiding Flevokust Haven Zuid West_Bijlagen bij de toelichting
Tekst van het document
Bestemmingsplan Uitbreiding Flevokust Haven Zuid West
Vastgesteld
Uitbreiding Flevokust Haven Zuid W est
blz. 2
Inhoudsopgave Bijlagen bij de toelichting
5
Bijlage 1
Inrichtingsplan Flevokust Haven
7
Bijlage 2
Bodemonderzoek
91
Bijlage 3
Akoestisch onderzoek
821
Bijlage 4
Luchtkwaliteitsonderzoek gecombineerd
1113
Bijlage 5
Ecologie quick scan 1
2305
Bijlage 6
Ecologie quick scan 2
2337
Bijlage 7
Ecologie nader onderzoek
2369
Bijlage 8
Voortoets en nee, tenzij-toets
2399
Bijlage 9
Stikstofdepositie Flevokust Zuid-West haalbaarheid
2429
Bijlage 10
Stikstofdepositie aanlegfase gecombineerd
2449
Bijlage 11
Stikstofdepositie gebruiksfase gecombineerd
2495
Bijlage 12
Passende beoordeling Wnb
2535
Bijlage 13
Stikstof scan saldering
2543
Bijlage 14
Externe Veiligheid
2545
Bijlage 15
Vormvrije m.e.r.-beoordeling
2553
Bijlage 16
Archeologisch onderzoek
2601
Bijlage 17
Verkeer en mobiliteit
2643
Bijlage 18
Niet gesprongen explosieven
2711
Bijlage 19
Visie Duurzaamheid
2727
Bijlage 20
Advies BREEAM gebiedsontwikkeling
2739
Bijlage 21
Notitie vooroverleg najaar 2022
2747
Bijlage 22
Nota van zienswijzen en
2751
(vastgesteld)
blz. 3
(vastgesteld)
blz. 4
(vastgesteld)
blz. 5
Bijlagen bij de toelichting
(vastgesteld)
blz. 6
(vastgesteld)
blz. 7
Bijlage 1
(vastgesteld)
Inrichtingsplan Flevokust Haven
LELYSTAD FLEVOKUST HAVEN
INRICHTINGSPLAN 3 MEI 2023
Ten noorden van Lelystad wordt bedrijventerrein Flevokust Haven gerealiseerd. Het betreft het gebied van de voormalige viskwekerijen grenzend aan de IJsselmeerdijk aan de westzijde, de A6 aan de oostzijde en de Houtribweg aan de zuidzijde. Het bruto plangebied heeft een omvang van circa 230 hectare. Flevokust Haven wordt ontwikkeled voor bedrijven in de hoogste milieucategorieën. Bij Flevokust Haven behoort een containerterminal die sinds 2018 operationeel is voor de op- en overslag van containers uit de regio Flevoland en ver daarbuiten. De ligging van Flevokust Haven biedt diverse mogelijkheden tot nationaal en internationaal transport over de weg, het water en het spoor. Flevokust Haven is gelegen aan diep vaarwater, in de directe nabijheid van een luchthaven (Lelystad Airport), de drukke scheepvaartroute AmsterdamLemmer, autowegen (Rijksweg A6) en een spoorweg (Hanzelijn/Flevolijn). Hier vindt import en export van goederen plaats van en naar grote (zee) havens. Bij de realisatie van Flevokust Haven wordt veel aandacht besteed aan de kavelinrichting en de architectuur van de bebouwing. Ook voor de terreininrichting van Flevokust Haven liggen de ambities hoog. Flevokust Haven gaat plaats bieden aan een grote diversiteit aan natuurtypen en boom- en plantsoorten. Bovendien wordt er een bosgebied aangelegd dat de schakel vormt tussen bestaande natuurgebieden.
Voor de verschillende kavels op het terrein van Flevokust Haven wordt van de initiatiefnemer verlangd om een eigen landschapsplan op te stellen. Tezamen met het inrichtingsplan voor de openbare ruimte onstaat op deze wijze een overkoepelend ‘landschapsplan Flevokust Haven’. In voorliggend wordt als onderdeel van het beoogde ‘landschapsplan Flevokust Haven’ de openbare ruimte van Flevokust Haven gedefinieerd. Hoofdzakelijk gaat het om de infrastructuur en de groen-/ ecologische structuur. Ten aanzien van de infrastructuur wordt de verschijningsvorm (kleur, materialisatie en eventuele legverbanden) bepaald. De groen- en ecologische structuur richt zich bij de grotere bosgebieden op gewenste streefbeelden en soortensamenstellingen. Ten aanzien van het wegbegeleidend groen is de positie en type boom vastgelegd in een beplantingsplan. Het inrichtingsplan vormt de basis voor de civieltechnische uitwerking van Flevokust Haven. Het inrichtingsplan is opgesteld door Buro Stedenbouw. De ecologische invulling en onderbouwing is verzorgd door GRAS Advies. Buro Hoogstraat heeft op hoofdlijnen de civieltechnische uitwerking en toets uitgevoerd.
LELYSTAD FLEVOKUST HAVEN
VOORWOORD
STEDENBOUWKUNDIG PLAN 11 JANUARI 2023
BEELDREGIEPLAN FLEVOKUST HAVEN FASE 2 FLEVOKUST HAVEN VERBINDT
Dit inrichtingsplan is een uitwerking van het stedenbouwkundig plan. In het stedenbouwkundig plan is de kavelindeling, de infrastructuur en de ecologische structuur (op hoofdlijnen) vastgelegd. Aanvullend op het stedenbouwkundig plan is er een beeldregieplan opgesteld waar de uitgangspunten zijn beschreven voor de architectuur en de kavelindeling. Het Stedenbouwkundig Plan Lelystad Flevokust Haven (jan. 2023) en het Beeldregieplan Flevokust Haven Fase 2 ( jan. 2023).
Flevokust Haven in ontwikkeling (foto: Frans Bloemers)
2
INHOUDSOPGAVE
1.
Inleiding
4
FUNDAMENT
AANBEVELINGEN 15. Aanbevelingen
2.
Stedenbouwkundige opzet
6
3.
Inrichting op hoofdlijnen
7
OVERVIEW
61
BRONVERMELDING 16. Bronvermelding
64
BIJLAGEN
4. Plankaart
10
I
Ecologische randvoorwaarden natuurtypen
66
5.
Goen- & Waterstructuur
11
II
Uitwerking fauna per natuurtype
67
6.
Infrastructuur
12
III
Soortinformatie Vleermuizen
69
INFRASTRUCTUUR
IV Soortinformatie Kleine marterachtigen
70 72
7.
Materialisatie
14
V
8.
Profielen
15
VI NDFF soortenwaarnemingen
74
VII Soortenlijsten zaadmengsels cruydhoeck
75
VIII Overzichtskaart laanbomen
76
IX Vochtigheid & voedselrijkdom natuurtypen bosgebied
77 78
TERREININRICHTING 9.
Inrichtingselementen
21
HOOFDSTRUCTUUR
Soortinformatie overige doelsoorten
10. Boslocatie
25
X
11. Centrale as
42
XI Aansluiting op NNN-gebieden
79
XII Overzichtskaart natuurmaatregelen
80
XIII Ondergrondsituatie
81
Colofon
82
SECUNDAIRE STRUCTUUR 12. Zijweg
48
13. Landschapspark
52
TERTIAIRE STRUCTUUR 14. Zijwegen
56
Uitwerking beheer per natuurtype
INLEIDING
Geschiedenis De locatie van Flevokust Haven kent een bijzondere geschiedenis. Tot begin jaren 80 van de vorige eeuw bestond het gebied uit een complex van viskwekerijen. In grote waterbekkens werden voornamelijk karpers gekweekt. De vijverbekkens omvatte nagenoeg het gehele gebied. Begin jaren ‘90 van de vorige eeuw zijn de viskwekerijen gesloten en de bekkens drooggezet. De structuur van de voormalige bekkens met de oevers haaks ten opzichte van de IJsselmeerdijk is nog steeds zichtbaar in het landschap. Het complex van viskwekerijen werd omzoomd door een bosstrook. De oorspronkelijke kavelstructuur en de bestaande bosrand zijn in het stedenbouwkundig plan waar mogelijk gerespecteerd.
Flevokust-Haven | 03.05.2023
A6
rd ijk lm ee
IJsselmeer
t us
ed
Houtribbos
F
g
an
Pl
i eb
Poldergebied
n ve Ha
k vo le
Visvijverbos
A6
. 12km
N307
Lelystad Airport c.a
Leeswijzer In het ‘fundament’ wordt het stedenbouwkundige plan en het ecologische plan in conceptvorm gepresenteerd. Daarnaast worden de hoofdstructuur, secundaire structuur en tertiaire structuur geïntroduceerd. Het vormt de basis voor dit inrichtingsplan. De ‘overview’ bevat de totale uitgewerkte plankaart en facetkaarten van de groen- en waterstructuur en de infrastructuur. Het hoofdstuk ‘terreininrichting’ stelt kaders en voorwaarden voor de inrichtingselementen in Flevokust Haven. In de hoofdstukken ‘hoofdstructuur’ ‘secundaire structuur’ en ‘tertiaire structuur’ worden de natuurtypen uitgewerkt. Per natuurtype wordt het streefbeeld, een soortenindicatie, het beheer, en de fauna beschreven. Het inrichtingsplan eindigt met aanbevelingen voor de aanleg van Flevokust Haven. Een twaalftal bijlagen bevat aanvullende en verdiepende informatie.
Containerterminal
IJ
Ligging Flevokust Haven is gelegen ten noordoosten van Lelystad. Vliegveld Lelystad Airport ligt hemelsbreed op circa 12 kilometer verwijderd van het plangebied. In het westen wordt het plangebied begrenst door de IJsselmeerdijk met direct daarachter het IJsselmeer. Buitendijks ligt de containerterminal Flevokust Haven en de Maxima-centrale. De oostelijke en noordelijke begrenzing wordt gevormd door de A6 en in het zuiden vormt de N307 de begrenzing. Zowel aan de oost- als de westzijde zijn twee belangrijke bosgebieden (Visvijverbos - Houtribbos) gelegen. In het stedenbouwkundig plan is met een nieuw bosgebied aan de zuidzijde van het plangebied een verbinding gerealiseerd tussen beide bosgebieden.
Maxima-centrale
ss e
1.
Ligging plangebied
4
FUNDAMENT
2.
STEDENBOUWKUNDIGE OPZET
De oorspronkelijke structuur van het viskwekerijcomplex is van belang geweest bij de stedenbouwkundige opzet van Flevokust Haven. Deze structuur tezamen met de rondom aanwezige bosstrook en begrenzende watergang vormt de ruimtelijke context voor het inrichtingsplan. Waar mogelijk dienen deze bestaande (groen)structuren te worden gerespecteerd. De interne structuur van Flevokust Haven wordt gevormd door een centrale as met een groene middenberm voorzien van wadi’s en een bomenlaan. Haaks op de centrale as zijn vizieren gericht op de IJsselmeerdijk en het omliggende landschap. Deze vizieren worden gevormd door brede openbare ruimten die deels samenvallen met de verkeersinfrastructuur. Eén van de vizieren verbindt de centrale as met de buitendijkse containerterminal en valt samen met de hoofdontsluiting. Het tweede vizier is een brede openbare ruimte bestaande uit een grote poel met struweel en ruigte richting de IJsselmeerdijk. Dit vizier vormt de scheiding tussen de twee grote (XXL) kavels aan de IJsselmeerdijk. Het derde vizier ligt in het verlengde van de centrale as en vormt een zichtas door het bosgebied richting de Houtribweg. Het laatste vizier wordt gevormd door een open ruimte ter plaatse van de huidige velden met zonnepanelen. Deze zonnevelden worden de komende jaren nog doorgeexploiteerd waardoor de realisatie van dit vizier in een later stadium plaatsvindt.
De vizieren geven ruimte en doorzicht vanuit het omliggende gebied richting het binnendijkse bedrijventerrein. Zij maken tevens de orthogonale opzet van het gebied leesbaar. Daarnaast vormen deze openbare ruimten de verbindingen voor dieren tussen het omringende bosgebied en het open landschap. Aan de centrale as zijn de uit te geven kavels gelegen. De kavels zijn veelal in de lengterichting aan deze as gepositioneerd en worden ook (bij voorkeur) vanaf deze zijde ontsloten. De achterzijde van de kavel grenst veelal aan de omliggende groen- en waterstructuur. Een nieuw te ontwikkelen bos ligt aan de zijde van de Houtribweg en zorgt voor de verbinding tussen het Houtribbos en het Visvijverbos. In dit nieuwe bos kan eveneens een groot deel van de wateropgave middels een nieuwe watergang gerealiseerd worden.
Flevokust-Haven | 03.05.2023
Nieuw te ontwikkelen bos
(Hoofdstructuur) kavels
IJsselmeer
Hoofdontsluting
Omliggend groen / bos
Terminal
Bestaande watergang
Secundaire ontsluting
Vizier naar omliggend landschap
(Vooralsnog te handhaven) locatie met zonnevelden
Nieuwe watergang
Omliggende bestaande ontsluiting Entree kavel
Dijklichaam
6
3.
INRICHTING OP HOOFDLIJNEN
Structuren De totale omvang van Flevokust Haven beslaat binnendijks inclusief de aanpalende groenstroken circa 230 hectare (bruto). De stedenbouwkundige opzet van Flevokust Haven maakt het gebied ‘leesbaar’ en zorgt voor een heldere, ruimtelijke opzet. Vanuit het stedenbouwkundig plan kan het openbare gebied onderverdeeld worden in een primaire, secundaire en tertiaire structuur, met ieder een eigen identiteit. De opdeling in deze drie structuren vormt de basis voor de planuitwerking. Primaire structuur De primaire structuur vormt de belangrijkste (groene) drager van het plan en wordt gevormd door de hoofdontsluiting (de cenrale as) en de boslocatie aan de zuidzijde van het plangebied. Centrale as De centrale as vormt de hoofdontsluting van het gebied. Middels een aansluiting op de Houtribweg en twee aansluitingen op de IJselmeerdijk is het plangebied aangetakt op het (provinciale) wegennet. Het brede profiel biedt ruimte voor twee vrijliggende rijbanen met twee rijstroken per rijbaan, een fietspad in twee richtingen en aan een zijde (zuidzijde) een voetpad. De brede bermen bieden ruimte voor waterberging, struwelen, zoomvegetatie en bomenlanen. De berm aan de noordzijde biedt tevens ruimte voor mogelijke bushaltes met een begeleidend voetpad naar de bedrijven toe.
le
Landschapsp
ark
Bosgebied In het zuiden van het plangebied wordt een bosgebied gerealiseerd. Het bos kent een grote variatie in natuurtypen die tezamen een ecologisch, divers gebied vormen. Tevens functioneert het bosgebied als ecologische verbinding tussen het naastliggend Visvijverbos en het Houtribbos. Secundaire structuur De secundaire groenstructuur wordt gevormd door twee vizieren, één richting de IJsselmeerdijk en de ander richting de A6 en de bestaande bosrand om het plangebied. Het vizier richting de IJsselmeerdijk bevat geen rijbaan en wordt ingericht als landschapspark met een overwegend groene invulling en wandelpad. Tertiaire structuur De tertiaire structuren kennen een smaller profiel met een enkele rijbaan. In deze profielen is ruimte voor zoomvegetatie, laanbomen en struwelen. De tertiaire structuur wordt gevormd door een tweetal ondergeschikte zijwegen haaks op de hoofdstructuur en de weg / ontsluiting van het noordelijk deel van Flevokust Haven.
ra nt
as
Ce
ied
Bosgeb
Structuren binnen Flevokust Haven
Primaire structuur
Zichtas / vizier naar het (omliggend) landschap
Secundaire structuur
Ecologische verbinding
Tertiaire structuur Bosgebied buiten plan Waterstuctuur
Flevokust-Haven | 03.05.2023
7
3.
INRICHTING OP HOOFDLIJNEN
Ecologische opzet Uit onderzoek naar de toekomstige situatie voor soorten in Flevokust Haven blijkt dat deze negatief beoordeeld is (WSP Nederland B.V., 2022). Het inrichtingsplan voorziet echter in mitigerende en compenserende maatregelen die een positief effect hebben voor deze soorten. Resultaten onderzoeken In het kader van de Milieu Effect Rapportage zijn door Tauw de effecten van de ontwikkelingen van Flevokust Haven op de mogelijke verstoringen voor o.a. het Natura 2000-gebied IJsselmeer en de NNN-gebieden beoordeeld. Hierin werd geconcludeerd dat er sprake is van significante aantasting van de wezenlijke kenmerken omdat het leefgebied voor bossoorten verloren gaat of minder geschikt wordt. Dit verlies moet (inclusief kwaliteitsslag) gecompenseerd worden. Er is daarom nader onderzoek gedaan door WSP Nederland B.V. De resultaten van dit onderzoek vormen de randvoorwaarden voor de inrichting van groen en water in het plangebied. Er is geconcludeerd dat de planontwikkeling een negatief effect kan hebben op vaste rust- en verblijfplaatsen en vliegroutes van de gewone dwergvleermuis, de vaste verblijfplaatsen van de wezel & steenmarter en verstoring van de otter en bever. De boommarter is gezien en gebruikt de singel als migratieroute. Desondanks wordt deze soort door het gebrek aan bruikbare boomholtes niet benoemd als soort waarop negatieve effecten wordt verwacht.
De ringslang is volgens NDFF geconstateerd in het gebied. WSP adviseert de volgende maatregelen te treffen: • Door voldoende mitigerende maatregelen te treffen en de werkwijze waar mogelijk aan te passen op de aanwezige natuurwaarden, kunnen negatieve effecten op de gunstige staat van instandhouding van (kleine) marterachtigen, bever, otter en vleermuizen worden voorkomen. • Ten aanzien van alle percelen is een ecologisch werkprotocol noodzakelijk. • Ten aanzien van de wezel ter plaatse van perceel F is een ontheffingsaanvraag noodzakelijk. • Ten aanzien van het potentiële leefgebied van de wezel ter plaatse van perceel A is een mitigatieplan en ecologisch werkprotocol noodzakelijk. • Ten aanzien van de bever dient begin 2023 een extra check uitgevoerd te worden ten behoeve van vaststellen van verblijfplaatsen van de bever in en rondom de Forellentocht. • Andere beschermde soorten ondervinden geen negatieve effecten door het voornemen. Voor deze en niet beschermde soorten geldt wel te allen tijden de zorgplicht.
Plan voor Flevokust Haven Het ontwikkelgebied bevat een groenstructuur dat is opgebouwd uit zoveel mogelijk verschillende gradiënten. Hierdoor ontstaan er gevarieerde structuren in het gebied en komt er een hoge mate van biodiversiteit tot ontwikkeling. Het volledige spectrum aan verticale structuren, van de bodem van de poelen en wadi’s tot en met de hoogste boomkronen van onder andere de populieren, zijn in het gebied aanwezig. Het inzaaien van verschillende bloemmengsels, het aanleggen van diverse bostypen met een hoge diversiteit aan vegetatie zorgen in combinatie met de aanleg van waterstructuren er voor dat van februari tot eind september een gesloten bloeiboog ontstaat. De verschillende leefgebieden zijn op deze manier voorzien van foerageermogelijkheden voor met name insecten, kleine zoogdieren en kleine marterachtigen. Door het realiseren van verschillende gradiënten ontstaat er leefgebied voor een verscheidenheid aan fauna uit verschillende lagen van de voedselketen (zie afbeeld ing voedselweb). Op deze manier wordt de basis gelegd voor een robuust ecosysteem van circa 19 hectare bosgebied. Dit bosgebied voldoet aan de boscompensatie-eis en versterkt de biodiversiteit van Flevokust Haven en haar omgeving. Zie bijlage XII voor een overzicht op hoofdlijnen van de ecologische maatregelen in Flevokust Haven.
A
B
C
F
G
H
Locatie oorspronkelijke viskwekerwoning
Flevokust-Haven | 03.05.2023
Voedselweb vleermuis
D
E
Overige kavels
8
OVERVIEW
4.
PLANKAART
Flevokust-Haven | 03.05.2023
10
5.
GROEN- & WATERSTRUCTUUR
Flevokust-Haven | 03.05.2023
11
6.
INFRASTRUCTUUR
Rijbaan
Fietspad
Calamiteitenroute
Trottoir
Parkeerhaven met informatiebord
Wandelpad
Flevokust-Haven | 03.05.2023
12
INFRASTRUCTUUR
7.
MATERIALISATIE
Inleiding De toekomstige bedrijven in Flevokust Haven hebben een overwegend logistiek karakter. Dit zorgt zorgt voor een aanzienlijke verkeersdruk op de ontsluitingswegen van en naar het gebied. Afgestemd op de verwachte verkeersintensiteiten is een verkeerskundig plan opgesteld waarin de benodigde breedtes (en eventuele aantallen) van de rijbanen zijn. In de uitwerking van de verschillende straatprofielen staat functionaliteit voorop waarbij een eenduidige, herkenbare materialisatie is toegepast. Hoofdroute De hoofdroute loopt vanaf de aansluiting bij de Houtribweg over de Karperweg en vormt vervolgens de centrale as. De gehele centrale as is onderdeel van de hoofdroute en wordt uitgevoerd met 2x2 rijstroken gescheiden door een middenberm. Het bestaande tracé tussen de containerterminal en de centrale as vormt tevens onderdeel van de hoofdroute. Dit wegprofiel wordt gehandhaafd op 2x1 rijstrook met een middenberm. Door het nieuwe bosgebied wordt de hoofdontsluiting doorgetrokken en sluit uiteindelijk aan op de IJsselmeerdijk. Op het moment van schrijven is nog niet beslist over een eventuele route ten behoeve van het openbaar vervoer. Indien deze gerealiseerd wordt, dient deze route plaats te vinden over de hoofdroute. Langs deze route dienen dan de benodigde halteplaatsen opgenomen te worden.
Een vrijliggend fietspad in twee richtingen, gekoppeld aan de hoofdontsluiting vormt een belangrijke drager voor het langzaamverkeer. De fietsstructuur verbindt het hoofdfietspadennet van de stad met het fietsnetwerk van de polder. Overige structuren De wegen die ondergeschikt zijn aan de hoofdroute (de nevenstructuuren tertaire structuur) worden evneens uitgevoerd in zwart asfalt. Het profiel bestaat in de basis uit een enkele rijbaan in beide richtingen zonder middenberm. In alle straten wordt tenminste aan één zijde een trottoir gerealiseerd om voetgangers te scheiden van het snelverkeer. Ter plaatse van het landschapspark wordt een voor Flevokust Haven afwijkende veharding toegepast. In dit deel zijn de wandelpaden uitgevoerd in een halfverharding afgestemd op het extensieve gebruik en de natuurlijke uitstraling van dit deelgebied.
Rijbaan Breedte: 7.5 meter Materialisatie: asfalt Kleur: donkergrijs/zwart In-/uitrit kavel Breedte: variabel Materialisatie: asfalt / cobblestone Kleur: donkergrijs/zwart Voetpad: middels witte blokmarkering doortrekken Fietspad: middels witte blokmarkering doortrekken
Rijbaan en calamiteitenpaden
Calamiteitenpad Breedte: n.t.b. Materialisatie: grasbetonsteen (of vergelijkbaar) Kleur: grijs Fietspad Breedte: 3.5 meter Materialisatie: asfalt / easypath (prefab beton) Kleur: rood Trottoir Breedte: 2.0 meter Materialisatie: trottoirtegel 300x300mm / easypath (prefab beton) Kleur: grijs
Fietspaden
Wandelpad Breedte: 2.0 meter Materialisatie: granulaatverharding Kleur: zandgeel
Trottoir en wandelpaden
Flevokust-Haven | 03.05.2023
14
8.
PROFIELEN
Inleiding In dit hoofdstuk zijn profielen door het gehele plangebied opgenomen. De profielen geven een impressie van de toekomstige straatprofielen van Flevokust Haven. De opzet van het profiel, de materialisatie, de waterhuishouding, de gereserveerde ruimte voor kabels en leidingen en het groen wordt in beeld gebracht. A
F
D
B
G
E C
Locaties profielen
Flevokust-Haven | 03.05.2023
15
8.
1:3
PROFIELEN
1:3
1.50
Profiel A (hoofdstructuur) geeft de inpassing van de centrale as in het bosgebied weer. De rijbanen liggen op 2.5% afschot richting de middenberm die voorzien is van een wadi. De wadi krijgt een ‘golvend’ ontwerp met wisselende breedtes en taluds. De afstand van de insteek van het talud van de wadi tot aan de rijbaan bedraagt minimaal 1.5 meter. De taluds variëren van 1:3 tot 1:5. Op deze wijze is er over de gehele lengte een doorgaande strook van minimaal 1.0 meter breed op het diepste punt van de wadi (-50 cm).
2.00
1.50
1:3
1:3
1.50
3.00
1.50
1:5
1:3 1.50
Het fietspad ligt op 2.5% afschot richting de smalle middenberm tussen het fietspad en de rijbaan. De randen van het bosgebied kennen een opbouw in structuur met een zoom, mantel en kern. Vanaf de buitenste verharding wordt een strook van ca. 5 tot 10 meter vrijgehouden van bos. Deze strook biedt plaats aan ruigte. De aanduidingen ‘K+L’ geven de gereserveerde ruimte voor kabels en leidingen weer.
2.00
2.50
1:5
1:3
2.50
2.00
1:5 2.50 1.50
1.50
1:5 1.00 6.00
2.50 1.50
Varianten wadi-ontwerp met taluds van 1:3 tot 1:5
A
Flevokust-Haven | 03.05.2023
16
8.
PROFIELEN
Het standaardprofiel van de centrale as (hoofdstructuur) is verbeeld in profiel B. Ten opzichte van de centrale as in het bosgebied kent het profiel een trottoir. Het trottoir ligt tegen het fietspad aan. Bij een uitvoering middels 30x30 trottoirtegels wordt deze opgesloten door een rijwielpadband (4/12x25). Het profiel wordtaan weerszijden geflankeerd door zoomvegetatie. Deze zoomvegetatie zorgt mede voor een groene afscherming richting de kavels. De stroken ten behoeve van de zoomvegetatie worden als een kom aangelegd met een diepte van circa 10 cm. Hierdoor blijft het water in de berm staan en wordt voorkomen dat deze afwatert op een eventueel naastliggend perceel. Verhardingen liggen op 2,5% afschot en wateren af op de bermen en de wadi.
B
Profiel C geeft het basisprincipe weer van de hoofdstructuur langs de bestaande Forellentocht nabij de entree van Flevokust Haven vanaf de Houtribweg. De opzet van 2x 2 rijbanen met aan een zijde een fiets- en voetpad blijft gelijk. De aansluiting op de bestaande Forellentocht vindt plaats middels een brede(re) berm van circa 5.0 meter. Beide rijbanen wateren af op de wadi in de middenberm.
C
Flevokust-Haven | 03.05.2023
17
8.
PROFIELEN
D
Profiel D geeft een impressie van het landschapspark in de secundaire structuur. Tezamen met het ontwerp van de buitenruimte van de kavels aan weerszijden van deze strook ontstaat een brede groene zone als vizier naar de rand van het gebied. In het openbare gedeelte is ruimte voor een poel, slingerend voetpad en begeleidende groenstrook. Voor de poel is het van belang dat het talud aan de zuidwestzijde minimaal 1:3 is. Het talud aan de noordoostzijde van de poel is minimaal 1:4 of flauwer. Profiel E geeft het straatprofiel weer in de secundaire structuur. De secundaire structuur is eenvoudiger van opzet dan de primaire structuur en biedt plaats aan een enkele rijbaan met twee rijstroken. De fietser deelt de rijbaan in dit profiel met het snelverkeer. Tegen de rijbaan aan ligt een trottoir. De verharding ligt tonrond en heeft een afschot van 2,5%. Het regenwater stroomt af richting de bermen die als een kom wordt aangelegd met een diepte van circa 10 cm.
E
Flevokust-Haven | 03.05.2023
18
8.
PROFIELEN
Profiel F omvat het straatprofiel richting de containerterminal in de hoofdstructuur. Het profiel is grotendeels vergelijkbaar met de centrale as maar omvat slechts een ekele rij laanbomen en een vrijliggend trottoir ontbreekt. De verhardingen liggen tonrond (afschot 2,5%) en wateren af op het groen en de wadi. Profiel G geeft het straatprofiel weer in de tertiaire structuur. De tertiaire structuur is eenvoudiger van opzet dan de primaire en secundaire structuur en heeft een breedte van zo’n 15 meter. Het profiel biedt plaats aan een enkele rijbaan met twee rijstroken. De fietser deelt de rijbaan in dit profiel met het snelverkeer. Tegen de rijbaan aan ligt een trottoir. De verharding ligt tonrond en heeft een afschot van 2,5%. Het regenwater stroomt af richting de bermen die als een kom wordt aangelegd met een diepte van circa 10 cm.
F
Flevokust-Haven | 03.05.2023
G
19
TERREININRICHTING
9.
INRICHTINGSELEMENTEN
Inleiding In het inrichtingsplan voor Flevokust Haven zijn uitgangspunten bepaald ten aanzien van verschillende inrichtingselementen en kleine bouwkundige werken. Belangrijkste uitgangspunt is dat in het straatbeeld een herkenbare ‘familie’ van inrichtingselementen en kleine bouwkundige werken wordt toegepast, passend binnen de industriële, grootschalige, moderne uitstraling van Flevokust Haven. Ten aanzien van het gebruik van het toe te passen straatmeubilair (zitelementen, afvalbakken, fietsnietjes), de verlichting en de mogelijk te plaatsen abri’s zijn in onderstaand overzicht de belangrijkste uitgangspunten benoemd. Straatmeubilair Onderstaande uitgangspunten ten aanzien van de uitstraling van de terreininrichting zijn geïnspireerd op het beeldregieplan en sluiten aan bij de uitstraling van de bebouwing. • Inrichtingselementen hebben strakke, heldere vormen en een moderne, robuuste uitstraling. • Inrichtingselementen zijn (grotendeels) vervaardigd uit metaal, hout en/of beton, kunststoffen worden zoveel mogelijk voorkomen. • Metalen oppervlakten zoals (corten)staal: materiaaleigen kleuren. • Houten oppervlakten: onbehandeld of blank gelakt. • Betonnen oppervlakten, naturel grijs of zandkleurig eventueel voorzien van een structuur. • Waar mogelijk de inrichtingselementen combineren met groen.
Metaal
Flevokust-Haven | 03.05.2023
Hout
Beton
21
9.
INRICHTINGSELEMENTEN
Verlichting Voor de verlichting van Flevokust Haven dient in een later stadium een verlichtingsplan opgesteld te worden. Belangrijk hierbij is dat het type en de intensiteit van de verlichting nauwkeurig afgestemd wordt met een ecoloog. Als nachtactieve zoogdieren zijn vleermuizen gevoelig voor lichtverstoring, zowel bij hun verblijfplaatsen, op vliegroutes als in hun jachtgebied. De verlichting langs de hoofdas valt samen met de bloeiboog. Met name voor vleermuizen moet de hinder van het licht zoveel mogelijk worden beperkt. Een verlichtingsplan moet het gehele plangebied van Flevokust Haven beslaan. Dit houdt in dat ook voor de individuele kavels een verlichtingsplan opgesteld dient te worden. Op deze manier wordt ook de verlichting vanaf de gebouwen en kavels ecologisch ingepast. Om hinder voor vleermuizen te beperken kan worden gedacht aan innovatieve oplossingen zoals: • Verlichting verwerkt in de rijbanen/fietspaden. Dit zorgt voor een veilige infrastructuur en beperkt strooilicht. Belangrijk is dat de verlichting beperkt uitstraalt naar boven. • Dynamische verlichting met sensoren die fietsers en wandelaars registreren. De verlichting is in de basis uit, pas bij passanten gaat het aan om na het passeren weer uit te gaan. • Armaturen met een sterke focus van de lichtbundel en beperkt strooilicht.
De verlichting verlicht enkel de rijbaan en beperkt strooilicht op de groenstructuur tot een minimum. De uitgangspunten voor de uitstraling van de verlichtingselementen zijn gelijk aan de genoemde algemene uitgangspunten voor straatmeubilair. Abri’s Vooralsnog is nog niet besloten of Flevokust Haven wordt opgenomen in het netwerk van het openbaar vervoer. Hierop vooruitlopend zijn echter al wel uitgangspunten voor de materialisatie en uitstraling van de abri’s opgesteld. Zodoende is gewaarborgd dat de eventueel te plaatsen abri’s onderdeel uitmaken van de gewenste collectieve uitstraling van de verschillende inrichtingselementen in de openbare ruimte. • De abri’s bieden beschutting tegen het weer (felle zon, neerslag, wind) en bieden de mogelijkheid om te zitten. • Toepassen van strakke, heldere vormen en een moderne, robuuste uitstraling. • (Grotendeels) vervaardigd uit ‘natuureigen’ materialen (metaal, hout, beton, glas), kunststoffen worden zoveel mogelijk geweerd. • Metalen oppervlakten zoals (corten)staal: metaaleigen kleuren. • Houten oppervlakten: onbehandeld of blank gelakt. • Betonnen oppervlakten, naturel grijs of zandkleurig eventueel voorzien van een structuur. • De abri’s worden afgewerkt met een sedumdak/natuurlijk dak.
Flevokust-Haven | 03.05.2023
22
9.
INRICHTINGSELEMENTEN
Landschapskunst Landschapskunst (ook wel omgevingskunst genoemd) is een kunstvorm waarin landschapskenmerken centraal staan. Landschapskunst kan verschillende verschijningsvormen hebben. De kunst kan bestaan uit een ‘los’ cultuurlijk element dat een contrast vormt met het landschap waarin het zich bevindt. Landschapskunst kan ook betekenen dat het landschap of de natuur zo wordt bewerkt dat het de beleving van de plek beïnvloed. Landschapskunst wordt getypeerd door drie verschillende basisvormem: toevoegingen aan het landschap, weglatingen uit het landschap en acties in het landschap. (Landschaps)kunst kan de indentiteit van een plek versterken en de herkenbaarheid vergroten. De schaalgrootte van de ontwikkeling van Flevokust Haven leent zich voor de toepassing van landschapskunst. Een geschikte locatie is de zichtas in het bosgebied. In de zichtas groeit ruigte, een laagblijvend type vegetatie. De zichtas ligt in het verlengde van de centrale as en is vanuit een groot gedeelte van het plangenbied zichtbaar. (Mogelijke) locatie landschapskunst
In de zichtas is een locatie voor landschapskunst toegewezen. Voorwaarden voor de uitwerking van de kunst is dat het een significante hoogte heeft zodat het zichtbaar is vaf de centrale as. Verder mag de kunst geen negatieve uitwerking hebben op de flora en fauna in het bosgebied. Een open, transparante structuur heeft de voorkeur waarbij de zichtas niet (in zijn geheel) wordt geblokkeerd. Landschapskunst wordt reeds toegepast in de provincie Flevoland zoals de voorbeelden laten zien.
Almere: De Groene Kathedraal
Flevokust-Haven | 03.05.2023
Zeewolde: De Blauwe Dromer
Biddinghuizen: RIFF PD#18235
Lelystad: Exposure
23
HOOFDSTRUCTUUR
10. BOSLOCATIE Inleiding Aan de zuidzijde van Flevokust Haven wordt een bos gerealiseerd. In het bos en de laanstructuren worden de ruim 1900 gekapte bomen uit de voormalige houtopstanden gecompenseerd. Het ambitieniveau voor de inrichting van het compensatiebos ligt hoog. De omvang van het bosgebied (ca. 30 ha) biedt kansen om serieuze impact te maken op het gebied van klimaat en biodiversiteit. Het bosgebied biedt plaats aan een grote diversiteit aan natuurtypen en boom- en plantsoorten. Door de toepassing van faunapassages richting het noordelijk gelegen Houtribbos en het zuidelijke Visvijverbos wordt het nieuw aan te leggen bos onderdeel van het bestaande natuurnetwerk in Flevoland (zie bijlage XI). Ook binnen de grenzen van Flevokust Haven worden barrières overwonnen door de plaatsing van faunatunnels. De ligging van het bos zorgt voor een groene, natuurlijke entree naar Flevokust Haven. Dit geldt voor zowel de entree vanaf de IJsselmeerdijk en voor de entree vanaf de Houtribweg. Het bos wordt doorsneden door een zichtas in het verlengde van de centrale as van Lelystad Flevokust Haven. Door variatie aan te brengen in beschikbaarheid van grondwater binnen het gebied, wordt het terrein geschikt gemaakt voor de ontwikkeling van een verscheidenheid aan bos- en natuurtypen.
Van de lagere naar de hogere delen zullen er wilgenbossen, elzenbroekbossen, esseniepenbossen en eiken-haagbeukenbossen worden aangelegd. De variatie in grondwaterbeschikbaarheid wordt gerealiseerd door binnen het gebied hoogteverschillen aan te brengen. Eveneens wordt in het nieuwe bosgebied een groot deel van de wateropgave voldaan middels de aanleg van een nieuwe watergang.
Eiken-haagbeukenbos
Faunatunnel
Essen-iepenbos
Vleermuizenkelder
Elzenbroekbos
Locatie landschapskunst
Wilgenbroekbos
Watergang
Doornstruweel
Grondheuvel
Ruigte Rietland
Flevokust-Haven | 03.05.2023
Ligging van het bosgebied
25
10. BOSLOCATIE Inleiding De watergang en de bossen worden begeleid door doornstruwelen, rietland en ruigten, welke onder meer een leefgebied aan insecten en vogels van het halfopen landschap biedt. De variatie in vegetatiestructuur die zo in het gebied gerealiseerd wordt, maakt dat er ten opzichte van de omliggende natuurgebieden meer openheid gecreëerd wordt. Het gebied draagt op deze manier bij aan een versterking van biodiversiteit in de gehele omgeving van Flevokust Haven. Alle elementen en natuurtypen binnen de boslocatie zijn in dit hoofdstuk nader toegelicht. De natuurtypen zijn afgeleid van de ondergrondsituatie van het terrein (zie bijlage XIII). Daarnaast is voor ieder natuurtype op associatieniveau een passende plantengemeenschap als uitgangspunt genomen (zie tabel). De keuze van deze plantengemeenschappen is gebaseerd op de classificatie van plantengemeenschappen volgens de Revisie Vegetatie van Nederland (Schaminéé, Haveman, Hommel, Janssen, De Ronde et al., 2017). In bijlage IX is te zien hoe de samenstelling van plantengemeenschappen een gradiënt vormt van droge naar natte gebieden.
Natuurtypen binnen de boslocatie gespecificeerd naar plantengemeenschap (Schaminéé et al. (2017).
Locatie profiel
Essen-iepenbos
Rietland
Flevokust-Haven | 03.05.2023
Wilgenbroekbos
Overgangszone bostypen
Essen-iepenbos
26
10. BOSLOCATIE Ecologische verbinding Bij de inrichting van Flevokust Haven worden kansen benut om groenstructuren in de omgeving te versterken. Het creëren van circa (bruto) 30 hectare bosgebied, waarbij een groot deel van het oppervlakte als een echt bos wordt ingericht, draagt hier aan bij. Het toekomstige bosgebied wordt geflankeerd door het Visvijverbos aan de oostzijde en het Houtribbos aan de westzijde. Het Visvijverbos is onderdeel van het Natuurnetwerk Nederland (NNN), evenals een gedeelte van het Houtribbos ten westen van het plangebied. De toegangsroute tot Flevokust Haven over de Karperweg vormt een potentiële barrière in de voorgestelde ecologische verbinding. De IJsselmeerdijk vormt een barrière tusen het Houtribbos en het bosgebied van Flevokust Haven. Om te voorkomen dat diersoorten in hun mitigeren belemmerd worden, worden op knelpuntlocaties faunatunnels aangelegd. Bijlage XI gaat dieper in op de NNN gebieden en natuurgebieden in de omgeving van Flevokust Haven.
Legenda NNN-gebied Natuur (geen NNN-gebied) Faunapassage Nieuw bosgebied Flevokust Haven
Houtribbos
Visvijverbos
De verbinding van bosgebied Flevokust Haven met bestaande natuur
Flevokust-Haven | 03.05.2023
27
10. BOSLOCATIE Ecologische verbinding De faunatunnels bestaan uit een buis met een diameter van minimaal 400 millimeter die onder de Karperweg en de IJsselmeerdijk doorlopen. De IJsselmeerdijk vormt ter plekke van de faunatunnel nog geen dijklichaam. In de Snoektocht en de Foreltocht wordt een dam met een duiker gerealiseerd waarover de marterachtigen de watergangen kunnen overbruggen. De dam is minimaal 4 meter breed en begroeid met ruigtebeplanting. De faunatunnels en de dammen in de watergangen helpen amfibieën, reptielen en kleine zoogdieren zoals marterachtigen te mitigeren tussen het Houtribbos, het Visvijverbos en het bosgebied in Flevokust Haven. Ook de otter, wiens grootste bedreiging het verkeer is, zal hiermee gecompenseerd worden. Belangrijk voor de materialisatie van de faunatunnels is dat deze niet van nieuw beton zijn. Nieuw beton stoot een specifieke geur af die marterachtigen er van weerhouden de faunatunnel te gebruiken. De faunatunnels dienen derhalve te bestaan uit kunststof of hergebruikt beton van reeds enkele jaren oud. Ligging faunatunnels
Een impressie van een faunatunnel geschikt voor marterachtigen
Flevokust-Haven | 03.05.2023
28
10. BOSLOCATIE Vleermuiskelder Vleermuizen zijn in de nacht actief en overdag rusten ze uit in spouwmuren, kelders en boomholtes. Een locatie is pas geschikt om te overwinteren als de luchtvochtigheid hoog en de temperatuur constant is. De temperatuur mag niet tot onder het vriespunt dalen. De winterslaap duurt grofweg van november tot maart. Veel door de mens gemaakte bouwwerken zoals kelders, spouwmuren en bunkers blijken geschikt als winterverblijf voor verschillende soorten vleermuizen, hoewel ze niet speciaal gebouwd zijn voor vleermuizen . Het heeft er toe geleid dat er vandaag de dag bouwwerken worden gebouwd speciaal ingericht voor vleermuizen. In Flevokust Haven wordt een vleermuiskelder gerealiseerd. De vleermuiskelder wordt in de grondheuvel in het westen van het bosgebied geplaatst. Het is een beschutte locatie in het bos met de watergang in de buurt. Door de kelder te verwerken in de heuvel zal de temperatuur stabiel blijven. De kelder wordt ingericht met verschillende kamers met hun eigen microklimaat. Door de gehele kelder zijn veel spleten en gaten te vinden waarin vleermuizen zich kunnen verschuilen.
Ligging vleermuiskelder
De bosbegroeiing zorgt voor beschutting en foerageermogelijkheden rondom de ingang van de kelder. Daarnaast bieden de hellingen van de heuvel een extra dimensie in de hoogtegradiënt van het bosgebied, hierdoor ontstaat er in de ondergroei van het eiken-haagbeukenbos een grotere verscheidenheid aan micromilieus voor flora en fauna.
Mogelijke inpassingen van vleermuiskelders
Flevokust-Haven | 03.05.2023
29
10. BOSLOCATIE Eiken-haagbeukenbos Inleiding Het eiken-haagbeukenbos is een hoog opgaand bostype met een structuurrijke ondergroei met voornamelijk hazelaar. De vrij voedselrijke bodem zorgt ervoor dat met name in het voorjaar de rijke kruidlaag opvalt. In Nederland komt dit bostype voornamelijk voor op de hellingen van Zuid-Limburg. Daar kent het eiken-haagbeukenbos een grote soortenrijkdom met soorten die elders in Nederland weinig of niet voorkomen. In de rest van Nederland neemt het eiken-haagbeukenbos een soortenarmere vorm aan en komt het in kleinere oppervlakken voor op smalle zones langs bovenranden van hellingen (Schaminée et al., 2019). In de Flevopolder waar het te nat is voor de beuk (Fagus sylvatica) is het eiken-haagbeukenbos het eindstadium van de successie vanuit het essen-iepenbos (Fraxino-Ulmetum) (Hennekens 2022).
gelegen delen van het gebied gaat het eiken-haagbeukenbos over in een moerasvaren-elzenbroekbos (Thelypterido-Alnetum).
De jonge kleigronden van de Flevopolder lenen zich dankzij hun vochtigheid en matige voedselrijkdom voor de ontwikkeling van eikenhaagbeukenbos (Stellario-carpinetum). Dit bostype gedijt namelijk op vochtige, relatief voedselrijke, zwak zure bodems (Schaminée et al., 2019). Zie bijlage I voor een gedetailleerde beschrijving van de ecologische randvoorwaarden. In het boscompensatiegebied komt het eiken-haagbeukenbos op de hogere, droger gelegen gronden waaronder de heuvel in het westen van het gebied. Richting de nattere, lager
De boomsoorten worden groepsgewijs aangeplant in kruislings plantverband. Groepsgewijze aanplant laat ruimte voor natuurlijke verjonging waardoor er sneller structuurverschillen in het bos ontstaan. De bomen worden geplant in groepen van 25 stuks met een plantafstand van 1.5 meter tussen de bomen. (Haag)beuken leven minder lang vergeleken met eiken. Door het wegvallen van (haag)beuken vallen er op termijn van nature gaten in het kronendak van het eiken-haagbeukenbos. Hierdoor ontstaat er plaatselijk meer ruimte voor lichtminnende soorten
Streefbeeld Het streven is een natuurlijk, structuurrijk bosgebied te realiseren dat compenserend habitat biedt aan (kleine) marterachtigen en vleermuizen. Voor dit natuurtype wordt hierbij plantengemeenschap r46Ab3, eiken-haagbeukenbos (Stellario-carpinetum) als uitgangspunt genomen (Schaminee et al., 2019). Daarnaast draagt het bosgebied bij aan het vervullen van de boscompensatie-eis. Het eiken-haagbeukenbos functioneert (in combinatie met de vleermuiskelder en steenhopen) als foerageer-, migreer- en nestlocatie voor (kleine) marterachtigen en vleermuizen.
Ligging eiken-haagbeukenbos
Streefbeeld eiken-haagbeukenbos
Flevokust-Haven | 03.05.2023
30
10. BOSLOCATIE Eiken-haagbeukenbos (Den Ouden, Muys, Mohren & Verheyen, 2010). De opkomst van deze soorten vergroot de soortenrijkdom en geeft variatie in structuren van het bos. De kruidlaag komt op natuurlijke wijze tot stand vanuit de ruigten. Op de langere termijn wordt dit bostype ook extra interessant voor diersoorten als de wezel en boommarter. In dit ontwikkelingsstadium ontstaan er namelijk holen en inkepingen in de bast van de boomsoorten welke beschutting en nestgelegenheid bieden. Bij de boomsoorten in essen-iepenbossen treedt deze eigenschap al eerder op, waardoor het eiken-haagbeukenbos deze functie op lange termijn zal versterken. Beheer Om blijvend compenserend habitat te realiseren is het noodzakelijk om dit bostype in stand te houden. Daarvoor is gericht beheer noodzakelijk. Hierbij wordt in dit bostype gedoeld op gefaseerd bosrandbeheer en gefaseerde dunning. De frequentie van het beheer is afhankelijk van het verloop van de wilddruk en ontwikkeling van het natuurtype. Meer informatie over het beheer is uitgewerkt in bijlage X.
Soortensamenstelling boskern Bomen: • Gewone esdoorn (Acer pseudoplatanus) • Gewone es (Fraxinus excelsior) • Haagbeuk (Carpinus betulus) • Zomereik (Quercus robur) • Gewone beuk (Fagus sylvatica) • Zoete kers (Prunus avium) (Schaminée et al., 2019) Ondergroei: • Eenstijlige meidoorn (Crataegus monogyna) • Gewone vlier (Sambucus nigra) • Aalbes (Ribes rubrum) • Gewone vogelkers (Prunus padus) • Hazelaar (Corylus avellana) • Wilde lijsterbes (Sorbus aucuparia) • Hulst (Ilex aquifolium) • Sporkehout (Rhamnus frangula) • Tweestijlige meidoorn (Crataegus laevigata) • Gelderse roos (Viburnum opulus) • Wilde kardinaalsmuts (Eonymus europaeus) • Sleedoorn (Prunus spinosa) (Schaminée et al., 2019)
Soortensamenstelling zoom en mantel De bosrand van het eiken-haagbeukenbos vormt een geleidelijke overgang van gesloten bos naar open landschap. De opbouw vormt een robuuste golvende strook van circa 20 meter breed. De mantel wordt aangeplant met een combinatie van struikvormende soorten die van nature voorkomen in het eiken-haagbeukenbos. • Eenstijlige meidoorn (Crataegus monogyna) • Gewone vlier (Sambucus nigra) • Aalbes (Ribes rubrum) • Gewone vogelkers (Prunus padus) • Hazelaar (Corylus avellana) • Wilde lijsterbes (Sorbus aucuparia) • Hulst (Ilex aquifolium) • Sporkehout (Rhamnus frangula) • Tweestijlige meidoorn (Crataegus laevigata) • Gelderse roos (Viburnum opulus) • Wilde kardinaalsmuts (Eonymus europaeus) • Sleedoorn (Prunus spinosa) (Schaminée et al., 2019) De soortensamenstelling in de zoom van de bosrand wordt ingezaaid met een mengsel van inheemse kruiden (O1 Ruige onderbegroeiing voor boszomen, Cruydhoek). Het is een mengsel voor onderbegroeiing en boszomen dat goede resultaten bereikt op matig- tot voedselrijke grond zoals in Flevokust Haven. Het bestaat uit overblijvende soorten en tweejarige planten die zich op termijn op natuurlijke wijze verder verspreiden. De soortenlijst van dit mengsel is opgenomen in bijlage VII. Het mengsel wordt ongeveer 120 cm hoog en staat in bloei van april tot oktober.
De oppervlakten worden ingezaaid met een dichtheid van 1 g/m2 in de periode eind juli – oktober (november). Fauna Het eiken-haagbeukenbos biedt beschutting, voedselaanbod en nestgelegenheid voor kleine marterachtigen (wezel), steenmarter, boommarter en vleermuizen. Zie bijlage II voor een uitgebreide beschrijving van de fauna in relatie tot dit bostype.
De soortensamenstelling in de kruid- en moslaag van het bos komt op natuurlijke wijze tot stand.
Flevokust-Haven | 03.05.2023
31
10. BOSLOCATIE Essen-iepenbos Inleiding Het essen-iepenbos is een hoog opgaand bostype met een weelderige, gelaagde ondergroei. Er heerst een hoge biologische activiteit waardoor organisch materiaal zich relatief snel met de bodem mengt en zo een gunstige invloed heeft op de bodemkwaliteit. Van nature komt dit bostype voor op vochtige kleigronden die niet of zo nu en dan worden overstroomd (Schaminée et al., 2019). Binnen Nederland is dit bostype dan ook voornamelijk te vinden langs de rivieren en in de duinen.
Streefbeeld Het streven is een natuurlijk, structuurrijk bosgebied te realiseren dat compenserend habitat biedt aan (kleine) marterachtigen en vleermuizen. Voor dit natuurtype wordt hierbij plantengemeenschap r46Aa2, esseniepenbos (Fraxino-ulmetum) als uitgangspunt genomen (Schaminee et al., 2019). Daarnaast draagt het bosgebied bij aan het vervullen van de boscompensatie-eis. Het essen-iepenbos functioneert als foerageer-, migreer- en nestlocatie voor (kleine) marterachtigen en vleermuizen.
De jonge kleigronden van de Flevopolder lenen zich dankzij hun vochtigheid en matige voedselrijkdom voor de ontwikkeling van het essen-iepenbos (Fraxino-Ulmetum). Dit bostype gedijt goed op vochtige, relatief voedselrijke, zwak zure bodems (Schaminée et al., 2019). In bijlage I zijn de ecologische randvoorwaarden voor het esseniepenbos opgenomen. In het boscompensatiegebied komt het esseniepenbos voor op de overgang tussen het drogere, hoger gelegen eikenhaagbeukenbos (Stellario-carpinetum) en het nattere, lager gelegen elzenbroekbos (Alnion glutinosae).
De boomsoorten worden groepsgewijs aangeplant in kruislings plantverband. Groepsgewijze aanplant laat ruimte voor natuurlijke verjonging, waardoor er sneller structuurverschillen in het bos ontstaan. De bomen worden geplant in groepen van 25 stuks met een plantafstand van 1.5 meter tussen de bomen. De kruidlaag komt op natuurlijke wijze tot stand vanuit de ruigten. Op langere termijn wordt dit bostype extra interessant voor diersoorten als de wezel en boommarter. In dit ontwikkelingsstadium ontstaan er namelijk holen en inkepingen in de bast van de boomsoorten, welke beschutting en nestgelegenheid bieden. Bij de boomsoorten in de eikenhaagbeukenbossen treedt deze eigenschap later op, waarmee het een aanvulling vormt op de essen-iepenbossen.
Ligging essen-iepenbos
Streefbeeld essen-iepenbos
Flevokust-Haven | 03.05.2023
32
10. BOSLOCATIE Essen-iepenbos Beheer Om blijvend compenserend habitat te realiseren is het noodzakelijk om dit bostype in stand te houden. Daarvoor is gericht beheer noodzakelijk. Hierbij wordt in dit bostype gedoeld op gefaseerd bosrandbeheer en gefaseerde dunning. De frequentie van het beheer is afhankelijk van het verloop van de wilddruk en ontwikkeling van het natuurtype. Meer informatie over het beheer is uitgewerkt in bijlage X. Soortensamenstelling boskern Bomen: • Gewone esdoorn (Acer pseudoplatanus) • Gewone es (Fraxinus excelsior) • Gladde iep (Ulmus minor) • Zomereik (Quercus robur) (Schaminée et al., 2019) Ondergroei: • Eenstijlige meidoorn (Crataegus monogyna) • Gewone vlier (Sambucus nigra) • Aalbes (Ribes rubrum) • Gewone vogelkers (Prunus padus) (Schaminée et al., 2019)
grond zoals in Flevokust Haven. Het bestaat uit overblijvende soorten en tweejarige planten die zich op termijn op natuurlijke wijze verder verspreiden. De soortenlijst van dit mengsel is opgenomen in bijlage VII. Het grasmengsel wordt ongeveer 120 cm hoog en staat in bloei van april tot oktober. De oppervlakten worden ingezaaid met een dichtheid van 1 g/m2 in de periode eind juli – oktober (november). Fauna Het essen-iepenbos biedt beschutting, voedselaanbod en nestgelegenheid voor kleine marterachtigen (wezel), steenmarter, boommarter en vleermuizen. Daarnaast biedt het essen-iepenbos in het algemeen kansen voor epifyten gezien de gunstige schors van de dominerende boomsoorten (Gewone esdoorn, Gewone es en Gladde iep) en de nabijheid van het IJsselmeer wat zorgt voor een hoge luchtvochtigheid (Den Ouden, Muys, Mohren & Verheyen, 2010). Zie bijlage II voor een uitgebreide beschrijving van de fauna in relatie tot dit bostype. Locatie profiel
De soortensamenstelling in de kruid- en moslaag van het bos komt op natuurlijke wijze tot stand. Soortensamenstelling zoom en mantel De bosrand van het essen-iepenbos vormt een geleidelijke overgang van gesloten bos naar open landschap. De opbouw vormt een robuuste golvende strook van circa 20 meter breed. De mantel wordt aangeplant met een combinatie van struikvormende soorten die van nature voorkomen in het bostype essen-iepenbos. • Eenstijlige meidoorn (Crataegus monogyna) • Gewone vlier (Sambucus nigra) • Gladde iep (Ulmus minor) • Gewone vogelkers (Prunus padus) • Aalbes (Ribes rubrum) • Wilde kardinaalsmuts (Euonymus europaeus) • Hazelaar (Corylus avellana) • Dauwbraam (Rubus caesius) • Klimop (Hedera helix) • Sleedoorn (Prunus spinosa) • Gelderse roos (Viburnum opulus) (Schaminée et al., 2019). De zoom van de bosrand wordt ingezaaid met een mengsel van inheemse kruiden. Voorstel is om ‘O1 Ruige onderbegroeiing voor boszomen’ van Cruydhoeck (2023) te gebruiken. Het is een mengsel voor onderbegroeiing en boszomen dat mooie resultaten bereikt op matig- tot voedselrijke
Ruigte
Zoom/mantel
Boskern
Overgang van de ruigte (links) naar het essen-iepenbos met een zoom, mantel en een kern
Flevokust-Haven | 03.05.2023
33
10. BOSLOCATIE Elzenbroekbos Inleiding Het elzenbroekbos in Flevokust Haven wordt een morasvarenelzenbroekbos. Het moerasvaren-elzenbroekbos (ThelypteridoAlnetum) gedijt op vochtige, voedselrijke, zwak zure bodems (Schaminée et al., 2019). Moerasvaren-elzenbroekbos is een bostype dat vrij laag blijft (10-12 m) en geen volledig gesloten kronendak vormt (Hennekens, 2022). Het komt in Nederland van nature voor op drassige plekken in het laagveenlandschap. De grondwaterstand is er permanent hoog, slechts bij hoge uitzondering daalt het grondwater verder dan 20 cm beneden maaiveld (Schaminée et al., 2019). Kenmerkend is dat in de boomlaag de zwarte els (Alnus glutinosa) het bosbeeld overheerst en dat de kruidlaag sterk getypeerd wordt door de moerasvaren (Thelypteris palustris). De jonge kleigronden van de Flevopolder lenen zich dankzij hun vochtigheid en matige voedselrijkdom voor de ontwikkeling van dit bostype. Bijlage I omvat een gedetailleerde beschrijving van de ecologische randvoorwaarden. Bij een normale successie verloopt het moerasvaren-elzenbroekbos (Thelypterido-Alnetum) op termijn via elzenzegge-elzenbroekbos (Carici elongatae-Alnetum) richting essen-iepenbos (Fraxino-Ulmetum) (Den Ouden, Muys & Mohren, 2016). In Flevokust Haven zal dit op korte termijn niet het geval zijn door de permanent lage grondwaterstand.
Het successiestadium van essen-iepenbos zal dan ook op hogergelegen plekken binnen het compensatiebos tot ontwikkeling komen. In het bosgebied van Flevokust Haven komt het moerasvaren-elzenbroek voor op de overgang tussen het nattere, lagergelegen bijvoet-ooibos (Artemisio-Salicetum albae) en het drogere, hoger gelegen esseniepenbos (Fraxino-Ulmetum). Streefbeeld Het streven is een natuurlijk, structuurrijk bosgebied te realiseren dat compenserend habitat biedt aan (kleine) marterachtigen en vleermuizen. Voor dit natuurtype wordt hierbij plantengemeenschap r42Aa1, moerasvaren-elzenbroekbos (Thelypterido-Alnetum) als uitgangspunt genomen (Schaminee et al., 2019). Daarnaast draagt het bosgebied bij aan het vervullen van de boscompensatie-eis. Het elzenbroekbos functioneert als foerageer- en migreerlocatie voor (kleine) marterachtigen en vleermuizen. De boomsoorten worden groepsgewijs aangeplant in kruislings plantverband. Groepsgewijze aanplant laat ruimte voor natuurlijke verjonging, waardoor er sneller structuurverschillen in het bos ontstaan. De bomen worden geplant in groepen van 25 stuks met een plantafstand van 1.5 meter tussen de bomen. De kruidlaag komt op natuurlijke wijze tot stand vanuit de ruigten.
Ligging elzenbroekbos
Streefbeeld elzenbroekbos
Flevokust-Haven | 03.05.2023
34
10. BOSLOCATIE Elzenbroekbos Beheer Om blijvend compenserend habitat te realiseren is het noodzakelijk om dit bostype in stand te houden. Daarvoor is gericht beheer noodzakelijk. Hierbij wordt in dit bostype gedoeld op gefaseerd bosrandbeheer en gefaseerde dunning. De frequentie van het beheer is afhankelijk van het verloop van de wilddruk en ontwikkeling van het natuurtype. Daarnaast speelt het tegengaan van verlanding bij dit bostype een belangrijke rol in het beheer. Meer informatie over het beheer is uitgewerkt in bijlage X. Soortensamenstelling boskern Het moerasvaren-elzenbroekbos wordt in zowel de boomlaag als de struiklaag gekenmerkt door onderstaande boomsoorten. De zwarte els en wilgensoorten beslaan het grootste oppervlak van de begroeiing in de boom- en struiklaag van dit bostype (Hennekens, 2022). Bomen/ondergroei: • Zwarte els (Alnus glutinosa) • Grauwe wilg (Salix cinerea) • Wilde lijsterbes (Sorbus aucuparia) • Geoorde wilg x Grauwe wilg (Salix aurita x cinerea) • Zachte berk (Betula pubescens) • Sporkehout (Rhamnus frangula) • Zwarte bes (Ribes nigrum) (Schaminée et al., 2019) De soortensamenstelling in de kruid- en moslaag van het bos komt op natuurlijke wijze tot stand. Soortensamenstelling mantel De bosrand van het moerasvaren-elzenbroekbos vormt een geleidelijke overgang van gesloten bos naar open landschap.
De opbouw vormt een robuuste golvende strook van circa 20 meter breed. De mantel wordt aangeplant met een combinatie van struikvormende soorten die van nature voorkomen in het bostype moerasvaren-elzenbroekbos.
Soortensamenstelling zoom De zoom van de bosrand wordt ingezaaid met een mengsel van inheemse kruiden. Voorstel is om ‘G3 - Bloemrijk grasland voor jaarrond natte tot vochtige grond’ van Cruydhoeck (2023) te gebruiken. Het is een mengsel voor bloemrijkgrasland dat speciaal is samengesteld voor drassige graslanden en oevers. Het bestaat uit overblijvende soorten en tweejarige planten die zich op termijn op natuurlijke wijze verder verspreiden. De soortenlijst van dit mengsel is opgenomen in bijlage VII. Deze bloemrijke graslanden zullen onder andere de veldspitsmuis aantrekken die zal dienen als voedsel voor kleine marterachtigen zoals de wezel. Ook zal het betreden kunnen worden door een das die het grasland gebuikt als foerageergebied mits het gras kort genoeg is. Het mengsel wordt ongeveer 80 cm hoog en staat in bloei van april tot oktober. De oppervlakten worden ingezaaid met een dichtheid van 1 g/ m2 in de periode eind juli – oktober (november). Hierna is van belang om de oppervlakten jaarlijks één keer gefaseerd te maaien in de nazomer of herfst en het maaisel vervolgens af te voeren. Gefaseerd maaien zorgt ervoor dat de ruigte jaarrond beschikbaar is als foerageer-locatie en beschutting voor fauna. Fauna Het elzenbroekbos biedt beschutting en voedselbronnen voor kleine marterachtigen (wezel), steenmarter, boommarter en vleermuizen.
Met name de aan wilgen gebonden insecten en de amfibieën die hierop af komen, zijn specifiek voor dit bostype noemenswaardig als voedselbron voor deze soorten. Daarnaast zijn de wilgensoorten op zichzelf in het bijzonder aantrekkelijk als voedselbron voor de bever (zie bijlage VI). Zie bijlage II voor een uitgebreide beschrijving van de fauna in relatie tot dit bostype.
• Grauwe wilg (Salix cinerea) • Wilde lijsterbes (Sorbus aucuparia) • Geoorde x Grauwe wilg (Salix aurita x cinerea) • Sporkehout (Rhamnus frangula) • Zwarte bes (Ribes nigrum) (Schaminée et al., 2019)
Flevokust-Haven | 03.05.2023
35
10. BOSLOCATIE Wilgenbroekbos Inleiding In Flevokust Haven zal het wilgenbroekbos bestaan in de vorm van een bijvoet-ooibos. Het bijvoet-ooibos is een bostype met een lage, open boom- en struiklaag. Het komt van nature voor in uiterwaarden vlak bij de rivier en, zoals in Flevokust Haven, in pas vergraven terreinen. Verder komt het bostype in Nederland voor langs de Waal, het zoetwatergetijdengebied, de Gelderse IJssel, de Rijn, de Lek en de Maas (Schaminée et al., 2019). Kenmerkend zijn de boom- en struikvormige wilgensoorten, een vrij soortenarme kruidlaag en het groot aandeel moerasruigtesoorten. In Flevokust Haven is er geen sprake van regelmatige overstromingen. In successie ontwikkelt het bijvoet-ooibos (Artemisio-Salicetum albae) daardoor op termijn richting een essen-iepenbos (Fraxino-Ulmetum) (Den Ouden, Muys & Mohren, 2016). Streefbeeld Het streven is een natuurlijk, structuurrijk bosgebied te realiseren dat compenserend habitat biedt aan (kleine) marterachtigen en vleermuizen. Voor dit natuurtype wordt hierbij plantengemeenschap r41Aa1, bijvoetooibos (Artemisio-Salicetum albae) als uitgangspunt genomen (Schaminee et al., 2019). Daarnaast draagt het bosgebied bij aan het vervullen van de boscompensatie-eis. Het elzenbroekbos functioneert als foerageer- en migreerlocatie voor (kleine) marterachtigen en vleermuizen.
De boomsoorten worden groepsgewijs aangeplant in kruislings plantverband. Groepsgewijze aanplant laat ruimte voor natuurlijke verjonging, waardoor er sneller structuurverschillen in het bos ontstaan. De bomen worden geplant in groepen van 25 stuks met een plantafstand van 1.5 meter tussen de bomen. De kruidlaag komt op natuurlijke wijze tot stand vanuit de ruigten. Beheer Om blijvend compenserend habitat te realiseren is het noodzakelijk om dit bostype in stand te houden. Daarvoor is gericht beheer noodzakelijk. Hierbij wordt in dit bostype gedoeld op gefaseerd bosrandbeheer en gefaseerde dunning. De frequentie van het beheer is afhankelijk van het verloop van de wilddruk en ontwikkeling van het natuurtype. Daarnaast speelt het tegengaan van verlanding bij dit bostype een belangrijke rol in het beheer. Meer informatie over het beheer is uitgewerkt in bijlage X. Ligging wilgenbroekbos
Streefbeeld wilgenbroekbos
Flevokust-Haven | 03.05.2023
36
10. BOSLOCATIE Wilgenbroekbos Soortensamenstelling boskern Het bijvoet-ooibos wordt gekenmerkt door onderstaande boomsoorten: • zwarte populier (Populus nigra), • schietwilg (Salix alba), • katwilg (Salix viminalis) • amandelwilg (Salix triandra) (Schaminée et al., 2019). Deze soorten zijn aantrekkelijk voor bijvoorbeeld de bever welke in de winterperiode de bast van deze soorten eet. Ook zouden vlindersoorten zoals de wilgenhoutvlinder zich kunnen vestigen in de bast en toppen van de wilgen (Vlinderstichting 2023b). De soortensamenstelling in de kruid- en moslaag van het bos komt op natuurlijke wijze tot stand. De wilgensoorten beslaan het grootste oppervlak van de begroeiing in de boom- en struiklaag van dit bostype (Hennekens, 2022). Soortensamenstelling mantel De bosrand van het bijvoet-ooibos vormt een geleidelijke overgang van boom en struiklaag naar open landschap of oevervegetatie. De opbouw vormt richting open landschap een robuuste golvende strook van 20 meter breed. De mantel wordt aangeplant met een combinatie van struikvormende soorten die van nature voorkomen in het bostype bijvoet-ooibos: • schietwilg (Salix alba) • katwilg (Salix viminalis) • amandelwilg (Salix triandra) (Schaminée et al., 2019)
Fauna Het wilgenbroekbos biedt beschutting en voedselbronnen voor kleine marterachtigen (wezel), steenmarter, boommarter en vleermuizen. Met name de aan wilgen gebonden insecten, en de amfibieën die hierop af komen, zijn specifiek voor dit bostype noemenswaardig als voedselbron voor deze soorten. Daarnaast zijn de wilgensoorten op zichzelf in het bijzonder aantrekkelijk als voedselbron voor de bever (zie Bijlage VI NDFF). Zie Bijlage II voor een uitgebreide beschrijving van de fauna in relatie tot dit bostype. Verder zijn de wilgensoorten in dit bostype in het bijzonder aantrekkelijk voor de bever (Zie Bijlage VI NDFF) welke in de winterperiode de bast van deze soorten eet. Ook zouden vlindersoorten zoals de wilgenhoutvlinder zich kunnen vestigen in de bast en toppen van de wilgen (Vlinderstichting, 2023b). De wonden die de wilgenhoutrups maakt zijn vervolgens ook weer aantrekkelijk voor vliegen zoals de kopermantel (Reemer, 2009). De vlinder zelf kan als voedselbron dienen voor de grootoorvleermuis. Daarnaast maakt ook de grote vos gebruik van bloedende wilgen als voedingsbron (Vlinderstichting, 2023c).
Soortensamenstelling zoom De zoom van de bosrand wordt ingezaaid met een mengsel van inheemse kruiden. Voorstel is om ‘G3 - Bloemrijk grasland voor jaarrond natte tot vochtige grond’ van Cruydhoeck (2023) te gebruiken. Het is een mengsel voor bloemrijkgrasland dat speciaal is samengesteld voor drassige graslanden en oevers. Het bestaat uit overblijvende soorten en tweejarige planten die zich op termijn op natuurlijke wijze verder verspreiden. De soortenlijst van dit mengsel is opgenomen in bijlage VII. Het mengsel wordt ongeveer 80 cm hoog en staat in bloei van april tot oktober. De oppervlakten worden ingezaaid met een dichtheid van 1 g/ m2 in de periode eind juli – oktober (november). Hierna is van belang om de oppervlakten jaarlijks één keer gefaseerd te maaien in de nazomer of herfst en het maaisel vervolgens af te voeren. Gefaseerd maaien zorgt ervoor dat de ruigte jaarrond beschikbaar is als foerageer locatie en dekking voor fauna.