CConstaterende datLelystad
Koppel je AI →
Document · PDF

BL 2. Reactienota Ontwerp Omgevingsvisie 2050

Raadsvergadering 17 februari 2026, gemeente LelystadBij agendapunt: 26.079 Omgevingsvisie Lelystad 205013.622 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

28

12i De indiener stelt dat natuur niet alleen beleefbaar en voor economisch gewin moet zijn maar ook intrinsiek gewaardeerd moet worden en met rust gelaten worden. Zeker in een tijd van grote klimaatveranderingen moet de natuur op 1 gezet worden. De indiener merkt op dat de groei van de stad de versterking van de natuur belemmert, niet andersom zoals wordt beweerd in de Omgevingsvisie.

12i We onderschrijven dat de natuur niet alleen beleefbaar en voor economisch gewin dient te zijn en ook intrinsiek van waarde is. De gemeente hanteert bewust een breder begrip als het gaat om natuur. Het gaat hierbij om de verschillende ecosysteemdiensten die zij levert. Zij heeft intrinsieke waarde, instrumentele waarde, relationele waarde en economische waarde. Hiermee benadrukken we het belang dat natuur aan veel doelen bijdraagt. Waaronder biodiversiteitsdoelen, gezondheidsdoelen, klimaatdoelen etc. Uiteraard gaan we zorgvuldig om met de bestaande natuurwaarde en kiezen daarom voor zonering ipv dat alles overal kan. Ook zetten we in op de natuurinclusief en klimaatadaptieve ontwikkeling van de stad. Groen groeit dus altijd mee, waarbij het niet altijd gaat om de kwantiteit, maar om de kwaliteit van het groen (voor mens, plant en dier). We zijn het daarom ook niet eens met de stellingname dat er binnenstedelijk geen sprake kan zijn van natuur. Hierop aanvullend zien we de stadsbossen als belangrijk onderdeel van het natuurlijk raamwerk. Dit raamwerk verbindt binnenstedelijke natuur met de randen en het buitengebied zodat er een robuust veerkrachting systeem ontstaat. Daarnaast zal de gemeente zich altijd moeten houden aan de omgevingswet en is zij verplicht om beschermde natuurwaarden in acht te nemen, dan wel te compenseren indien hier sprake van is.

We kijken dus naar manieren om de natuur beleefbaar te maken terwijl we de kwaliteit van de natuur behouden en zelfs verhogen. Wij begrijpen uw zorg dat stedelijke groei druk kan zetten op natuur. Om dit te voorkomen kiezen we dan ook voor kwalitatieve verdichting van de stad om groengebieden te beschermen tegen verstening. We kiezen dus expliciet voor de compacte stad om groengebieden te beschermen. Daarnaast kiezen wij nadrukkelijk voor een kwalitatieve verbetering van de natuur en niet slechts voor meer (lagere kwaliteit) groen.

29

De zienswijze geeft geen aanleiding de Omgevingsvisie te wijzigen.

12j De indiener is van mening dat de natuur het altijd verdient om beschermd te worden niet alleen op “plekken in Lelystad”. De indiener is niet van mening dat bepaalde groengebieden beleefbaarder gemaakt moeten worden voor de mens, omdat de mens al alle ruimte inneemt en de natuur er niet beter van wordt.

12j Wij zijn het eens met de indiener dat natuur een intrinsieke waarde heeft en daarom beschermd moet worden, maar wij zien ook in dat de natuur een relationele, recreatieve en instrumentele waarde heeft. Inwoners kunnen ontspannen in de natuur, bewegen, spelen en recreëren. We gaan voor een stad waar mensen zich thuis voelen en waar ruimte is voor ontmoeting en beweging, daar hoort ook ontmoeten en bewegen in de natuur bij. Lelystad hanteert de strategie om recreatiezonering toe te passen en hiermee rustgebieden te creëren. Ook benaderen we de intensiteit van recreatief gebruik van de groengebieden binnen de stad (zoals de parken) en de groengebieden buiten de stad (zoals de stadsbossen en andere natuurgebieden) op een andere manier. Verder, ontwikkelingen in de groene stadsrand worden integraal ontworpen met natuur en landschap. Verder houdt Lelystad zich aan hetgeen wettelijk is geregeld met betrekking tot beschermde natuur en instandhoudingsdoelen. Omdat Lelystad ervoor kiest om verder te gaan dan wat wettelijk wordt voorgeschreven hebben wij een landschapsecologische systeemanalyse uitgevoerd en werken we met een Basiskwaliteit Natuur dat ook op niet-beschermde natuurgebieden wordt toegepast. Het natuurlijk raamwerk is hierop gebaseerd.

Dit raamwerk is opgebouwd uit bestaande groenblauwe structuren, maar kent ook een aantal knelpunten in de zin van ontbrekende schakels of benodigde verbetering van de kwaliteit. Een nadere uitwerking loopt via de daarvoor bedoelde omgevingsprogramma’s, waaronder Agenda Natuur 2030.

30

De zienswijze geeft geen aanleiding de Omgevingsvisie te wijzigen.

12k De indiener stelt dat het toestaan van nieuwe ontwikkelingen in de groene stadsrand de kwaliteit van de natuur ernstig bedreigd. In de vorige Omgevingsvisie (vastgesteld in 2021) werd verstedelijking in de groene stadsrand nog uitgesloten. De indiener vindt daarom dat kwaliteitsverbetering van de groene stadsrand inhoudt dat je ontwikkelingen die nadelige impact hebben op natuurwaarden en biologische landbouwgrond stellig en beslist afwijst. 12l De indiener is van mening dat het polderlandschap open moet blijven, zonder ruimte voor toekomstige ontwikkelingen en natuurwaarden moeten worden behouden. De indiener vindt dat gebieden die nu open zijn, in de toekomst open moeten blijven. Vrijkomende landbouwgrond in de groene stadsrand kan beter benut worden voor een stadsboerderij.

12k Wij vinden het belangrijk om ontwikkelingen in de Groene Rand zeer zorgvuldig in het gebied in te passen. De ontwikkelingen moeten in samenhang en als geheel worden benaderd om versnippering van het gebied te voorkomen. Daarnaast moeten ontwikkelingen rekening houden met de ecologische verbindingen die daar lopen en deze versterken waar nodig door de ontbrekende schakels in het netwerk te realiseren. Wij kiezen voor het versterken van de bestaande stad. De stad ontwikkelt zich in eerste instantie dus in de bestaande stad, het stadshart, Zuiderhage en de Kust. We sluiten hierbij ontwikkelingen in de stadsrand op termijn niet uit, maar passen deze ontwikkeling wel zorgvuldig in om de kwaliteit van de natuur in de stadsrand te versterken.

De zienswijze geeft geen aanleiding de Omgevingsvisie te wijzigen.

12l Wij vinden ook dat het open polderlandschap van waarde is. Daarnaast zijn er ook veel nationale opgaven die een plek zoeken in het buitengebied, denk bijvoorbeeld aan de energietransitie, we hebben hierbij aandacht voor de kwaliteiten van het landschap (zoals openheid) maar zullen de nationale opgaven ook ingepast moeten worden in het buitengebied.

De zienswijze geeft geen aanleiding de Omgevingsvisie te wijzigen.

31

13. LTO Noord

12m De indiener vindt dat de natuur de grote verliezer is van de keuze van de gemeente om voor een robuust natuurlijk raamwerk te gaan. Stedelijke ontwikkeling wordt nergens in de natuur van de groene stadsrand uitgesloten. De Omgevingsvisie biedt vele mogelijkheden voor afwijken van beleid zonder daar verantwoordelijkheid voor te hoeven nemen. De indiener verzoekt de gemeente om echte keuzes te maken die houdbaar zijn voor een langere periode. 13a De indiener waardeert de keuze voor binnenstedelijke woningbouw en het benadrukken van de waarde van het open polderlandschap.

12m De Omgevingsvisie voorziet in een evenwichtige ontwikkeling van Lelystad met voldoende ruimte voor natuurbehoud. Hierbij moeten echter keuzes gemaakt worden om met schaarse ruimte om te gaan. Wij kiezen expliciet voor de compacte stad in combinatie met hogere bebouwing om groengebieden te beschermen. Tegelijkertijd verbeteren en versterken wij de kwaliteit van de groen-blauwe structuur en zetten wij in op een natuur inclusieve benadering waarin de natuur met de stad is vervlochten.

De zienswijze geeft geen aanleiding de Omgevingsvisie te wijzigen.

13a Wij waarderen uw positieve zienswijze en de steun voor binnenstedelijke woningbouw en het behoud van het open polderlandschap. We gaan hier verder mee aan de slag in de uitvoering van de Omgevingsvisie.

De zienswijze geeft geen aanleiding de Omgevingsvisie te wijzigen.

32

13b De indiener verzoekt de gemeente om landbouw als primaire functie in aangewezen agrarische kerngebieden te benoemen. De indiener stelt dat agrarische ondernemers onzekerheid ervaren door de voorgestelde gebiedszonering met functiemenging. Ondernemers hebben behoefte aan duidelijkheid waar landbouw leidend blijft en waar niet. De indiener verzoekt de gemeente om duidelijke agrarische kerngebieden aan te wijzen voor een duurzaam agrarisch toekomstperspectief.

13b Door middel van zonering van het buitengebied geven we duidelijkheid over functiemenging in het buitengebied (6.3.5 Open polderlandschap). Wel is de bestemming in het buitengebied landbouw en de hoofdfunctie is dus ook agrarisch.

33

De zienswijze geeft geen aanleiding de Omgevingsvisie te wijzigen.

13c De indiener verzoekt de gemeente om te borgen dat de groen-blauwe dooradering geen generieke claim vormt op agrarische grond en dat agrarische productieruimte behouden blijft. De indiener verzoekt de gemeente om agrariërs vroegtijdig te betrekken bij het ontwerp van ecologische verbindingen.

13c Het stedelijk ecosysteem en de groene structuren in de stad staan niet op zichzelf. Omdat het onderdeel uitmaakt van een veel groter systeem moet Lelystad buiten het stedelijk gebied kijken. Het programma van Groen Dromen naar Groen doen (Agenda Natuur) werkt daarom aan het tot stand brengen van ecologische verbindingen tussen leefgebieden en het stedelijk gebied. De ambitie is om buiten stedelijke knelpunten op te lossen en overgangszones te realiseren en te verbeteren. Daarnaast willen we bestaande en potentiële ecologische verbindingen robuuster maken. Dit vraagt om een zorgvuldige afweging: in het buitengebied is ook ruimte nodig voor de energietransitie en de agrarische bedrijven. Daarom kijken we nadrukkelijk naar plekken waar groen-blauwe structuren daadwerkelijk versterkt kunnen worden niet willekeurig worden aangelegd, zodat de inspanningen echt bijdragen aan het functioneren van het grotere ecosysteem én passen binnen de bredere ruimtelijke en maatschappelijke ontwikkelingen. De groen-blauwe structuren overstijgen Lelystad. Dit betekent dat we ook afhankelijk zijn van medeoverheden en andere partijen, zoals de agrariërs in Flevoland. In provinciaal verband is gewerkt aan het ambitie document landelijk gebied.

In het vervolg wordt aankomend jaar integraal gekeken naar een gezamenlijke uitvoeringsagenda, vanuit de hoofddoelstellingen ‘toekomstbestendige landbouw’ en ‘verstreken biodiversiteit’. Lelystad kijkt naar de mogelijkheden om passend bij de rol van de gemeente, bij te dragen en samen te werken.

34

De zienswijze geeft geen aanleiding de Omgevingsvisie te wijzigen.

13d Sluit nieuwe kleinschalige nietagrarische bedrijvigheid in agrarische kerngebieden uit. De indiener is van mening dat het bieden van ruimte aan nieuwe kleinschalige functies in het buitengebied leidt tot versnippering van het landschap en toenemende knelpunten voor de agrarische bedrijfsvoering. Het buitengebied is door de provincie aangewezen als agrarisch productiegebied en gemeentelijk beleid dient daarbij aan te sluiten. De indiener verzoekt de gemeente om vast te leggen dat nieuwe niet-agrarische kleinschalige bedrijven of recreatieve functies alleen worden toegestaan wanneer ze agrarische bedrijfsvoering niet belemmeren, geen versnippering veroorzaken en geen aanspraak maken op agrarische grond. 13e De indiener verzoekt de gemeente om een helder en toetsbaar afwegingskader uit te werken voor gebiedszonering en de samenloop van opgaven. 13f De indiener verzoekt de gemeente om water- en bodemsturing uitsluitend gebiedsgericht toe te passen, in samenwerking met de sector en het waterschap.

13d Wij staan met name agrarisch gerelateerde functies toe in het buitengebied. Echter zijn er ook andere opgaven zoals energietransitie die om ruimte vragen en noodzakelijk zijn. Voor kleinschalige bedrijvigheid geldt, in lijn met provinciaal beleid, dat er alleen ruimte voor kleinschalige bedrijvigheid in het buitengebied is wanneer dit de agrarische bedrijfsvoering niet belemmert en geen versnippering van het landschap veroorzaakt. De volgende passage wordt opgenomen in paragraaf 6.3.5 Open polderlandschap:

De passage is toegevoegd aan 6.3.5 Open polderlandschap.

“In lijn met de provinciale beleidsregel ‘ontwikkelingen landelijk gebied Flevoland’ bieden we alleen ruimte voor kleinschalige bedrijvigheid in het buitengebied wanneer dit de agrarische bedrijfsvoering niet belemmert en geen versnippering van het landschap veroorzaakt.”

13e Wij bedanken de indiener voor deze suggestie. Wij gaan onderzoeken hoe we dit kunnen toepassen in de uitvoering van de Omgevingsvisie.

De zienswijze geeft geen aanleiding de Omgevingsvisie te wijzigen.

13f Wij houden rekening met water en bodem-sturende principes. Op deze manier heeft het de landbouw zo min mogelijk last van de gevolgen van die klimaatverandering (wateroverlast, droogte, hitte, bodemdaling en verzilting). We doen dit in samen met waterschap. Bij ontwikkelingen doorlopen we een passend participatietraject.

De zienswijze geeft geen aanleiding de Omgevingsvisie te wijzigen.

35

14. NMF Flevoland

13g De indiener verzoekt de gemeente om te zorgen dat de energietransitie niet leidt tot onnodig verlies van landbouwgrond en dat agrarische energieinitiatieven prioriteit krijgen. De indiener stelt voor om expliciet te benoemen wat de omgang is met vrijkomende agrarische erven, anders dan kleinschalige bedrijvigheid, aangezien dit nu nog onduidelijk is. 14a De indiener verzoekt de gemeente het convenant ‘Toekomstbestendig Bouwen’ als leidraad te beschouwen bij gebiedsontwikkelingen.

13g Wij zorgen er uiteraard voor dat er geen onnodig verlies van landbouwgrond plaatsvindt. Echter, zijn er ook veel nationale opgaven die een plek zoeken in het buitengebied, denk bijvoorbeeld aan de energietransitie. Wij hebben hierbij aandacht voor de kwaliteiten van het landschap en dit wordt zorgvuldig ingepast. Bij vrijkomende agrarische erven zijn omstandigheden erg verschillend per geval dus is het niet mogelijk om een algemene uitspraak te doen en de omgang expliciet te benoemen. Beleid is nu om functieverandering vanuit de agrarische sector te benaderen, en dus passend bij de bestemming.

De zienswijze geeft geen aanleiding de Omgevingsvisie te wijzigen.

14a Gemeente Lelystad heeft het convenant ‘Toekomstbestendig Bouwen’ getekend. Daarnaast heeft de gemeente inspanningsverplichtingen binnen Metropool Regio Amsterdam en nemen wij de doelstellingen uit houtbouwpact over. Het streven is in eerste instantie 20% met de afspraak dat in 2027 bekeken wordt of deze ambitie op realistische gbronden verhoogd kan worden naar 30%. De ambitie is ook om klimaatneutraal te zijn in 2050 en natuurinclusief en duurzaam te ontwikkelen als de norm te hebben. De uitvoering hiervan zal terugkomen in een klimaatprogramma. Woningbouw wordt meer biobased en circulair. Het gebruik van hernieuwbare en biobased materialen wordt gestimuleerd. Een voorbeeld hiervan is het gebied Zuiderhage, waar de ambitie is 30% van de woningen te bouwen met minimaal 30% biobased materialen, zoals lokaal geteelde vezelgewassen. Daarnaast is een handboek natuurinclusief en klimaatadaptief werken opgesteld, waarin maatregelen staan om een gezonde leefomgeving te behouden en creëren voor Lelystadse gidssoorten en klimaatadaptatie te integreren in ontwerp, inrichting en beheer van gebouwen en openbare ruimte.

De zienswijze geeft geen aanleiding de Omgevingsvisie te wijzigen.

36

14b De indiener verzoekt de gemeente om te kiezen voor stedelijke inbreiding en daar waar toch voor stedelijke uitbreiding wordt gekozen, dit niet buitendijks te doen.

14c De indiener verzoekt de gemeente om een donkertenorm te verankeren. Bij nieuwbouw vlakbij Natura 2000 en NNN zou een donkertenorm kunnen voorkomen dat er nog meer lichtvervuiling komt, wat zeer nadelige gevolgen heeft voor de biodiversiteit.

14b Voor onze zoetwatervoorziening en waterveiligheid is het van belang dat de huidige zoetwatervoorraad en waterbergingscapaciteit van het IJsselmeergebied (incl. het Markermeer) niet te veel wordt verkleind. In reactie op de motie Grinwis/De Groot (Kamerstukken 36600-J, nr. 18) heeft het kabinet daarom aangegeven dat terughoudendheid met landaanwinning en buitendijks bouwen geboden is: bouw binnendijks wat binnendijks kan (Kamerstukken 27625, nr. 717). Tegelijkertijd zijn woningbouwinitiatieven langs de randen van de meren mogelijk, binnen de kaders van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl). De gemeente Lelystad heeft daarin altijd een speciale positie gehad met hectares uitbreidingsruimte voor landaanwinning (Besluit kwaliteit leefomgeving, paragraaf 5.1.3.5). Vanwege reeds bestaande plannen en ontwikkelopgave is tussen de bewindspersonen van I&W en VRO overeengekomen en aangekondigd dat het Rijk bij wijze van uitzondering met de gemeente Lelystad maatwerk-afspraken zal maken (Kamerstukken 27625, nr. 654 en Kamerstukken 27625 nr. 693). Deze afspraken over landaanwinning ten behoeve van het project Waterfront Lelystad zijn onlangs door betreffende ministeries, provincie Flevoland, Waterschap Zuiderzeeland en de gemeente Lelystad gemaakt. 14c We passen openbare verlichting (OVL) om twee redenen toe.

Het verbeteren van de verkeersveiligheid en het verbeteren van de sociale veiligheid. Het uitgangspunt wat steeds vaker voorkomt in Nederland is ‘Wij verlichten niet tenzij’ om de impact van lichtvervuiling op de natuur en biodiversiteit te verminderen. Ook in Lelystad passen we dit uitgangspunt toe. Openbare verlichting is namelijk niet in alle situaties de oplossing maar één van de mogelijke factoren om tot een oplossing te komen voor verkeersveiligheids- en sociale veiligheidsvraagstukken. De totale inrichting van de openbare ruimte is bepalend voor de effectiviteit van de verlichting. Het zorgen voor een veilige openbare ruimte is dus een teamsport en heeft een gezamenlijke inzet nodig van meerdere disciplines binnen de gemeente. We nemen uw zienswijze mee in de uitvoering.

37

De zienswijze geeft geen aanleiding de Omgevingsvisie te wijzigen.

De zienswijze geeft geen aanleiding de Omgevingsvisie te wijzigen.

14d De indiener verzoekt de gemeente om bij ruimtelijke inrichting de 3-30-300 vuistregel als ecologische norm te hanteren en hier 3000 aan toe te voegen 14e De indiener verzoekt de gemeente om voor andere economische kansen te kiezen dan het openen van Lelystad Airport.

14f De indiener verzoekt de gemeente om in te zetten op ‘hoogwaardige’ werkgelegenheid, goede gezondheidszorgvoorzieningen, onderwijs en een gevarieerd cultureel aanbod.

14g De indiener verzoekt de gemeente om te sturen op schone grondstoffen en hergebruik van grondstoffen.

14d In de omgevingsvisie hebben we als voorgenomen maatregel opgenomen om stadsbreed het 3-30-300 principe toe te passen. We focussen op kwaliteit en stellen dus 3-30-300 als ondergrens en versterken vanuit daar de kwaliteit van de natuur en biodiversiteit. 14e Om antwoord te geven op de urgente woningbehoefte in de regio en bij te dragen aan de nationale woningbouwopgave wordt een sterke groei voorzien van Almere en Lelystad. Op termijn komen er ruim 100.000 woningen bij en wonen er in de Oostflank van de Metropoolregio Amsterdam straks een half miljoen mensen. Hier horen ook banen bij: banen voor iedereen, banen voor praktijkgeschoolden als ook voor theoretisch geschoolden. Een openstelling van Lelystad Airport voor grootverkeer draagt bij aan extra werkgelegenheid. Wat betreft de Lelystadse inzet op het aantrekken van bedrijvigheid en werkgelegenheid richten we ons ook de komende jaren op de transitiesectoren. 14f Vanuit Lelystad wordt niet meer ingezet op groothandel en distributie en dus ook niet meer op het uitgeven van XXL-kavels. Overigens delen we u opvatting over laagwaardige banen niet. We zien in de ‘logistiek’ dat er op dit moment flink wordt geïnvesteerd in automatisering en digitalisering. Dat betekent dat het type werkgelegenheid op deze vestigingen razendsnel aan het veranderen is (smartification).

Lelystad zet in op het aan ons binden van kennisintensievere werkgelegenheid. Hiervoor richten we ons op de transitiesectoren en trachten we de komst van enkele centra voor innovatie te bewerkstelligen (via de Regio Deal Nieuw Land). Het type bedrijvigheid dat Lelystad in het verleden aan zich heeft weten te binden, sluit in hoge mate aan bij het profiel van de beroepsbevolking in en rond Lelystad. Het aan ons binden van hoogwaardigere werkgelegenheid is ook onze ambitie. 14g Als gemeente stimuleren we aan de vraag kant het gebruik van biobased materialen en circulariteit. Verder voeren we het convenant ‘Toekomstbestendig Bouwen’ uit en passen we het hergebruik van grondstoffen en het gebruik van bio-based materialen zoveel mogelijk toe in de openbare ruimte. Verder wordt er gewerkt aan een circulair ambachtscentrum waardoor in de toekomst het hergebruik van grondstoffen verder gestimuleerd wordt. 38

De zienswijze geeft geen aanleiding de Omgevingsvisie te wijzigen.

De zienswijze geeft geen aanleiding de Omgevingsvisie te wijzigen.

De zienswijze geeft geen aanleiding de Omgevingsvisie te wijzigen.

14h De indiener verzoekt de gemeente om het afval op de locatie van Afvalzorg nabij Natuurpark Lelystad niet verder te laten groeien in hoogte. 14i De indiener verzoekt de gemeente om toe te zien op het behalen van de normen van de Wereldgezondheidsorganisatie op fijnstof en ultrafijnstof.

14j De indiener vraagt de gemeente om lokale energiegemeenschappen te stimuleren en de rol van lokale energiecoöperaties te versterken. 14k De indiener vraagt de gemeente om voor een natuurinclusieve inpassing van nieuwe energieopwek te zorgen (met name in het buitengebied).

14h Zie reactie op zienswijze 15.

14i Wij willen erop toezien dat de luchtkwaliteit zo goed mogelijk is. De normen van de Wereldgezondheidsorganisatie zijn voor fijnstof (PM10) een jaargemiddelde van 15 µg/m3 en voor ultrafijnstof (PM2,5) een jaargemiddelde van 5 µg/m3. Dit zijn advieswaarden. Voor de woonkernen (los van bedrijventerreinen) wordt, op basis van de luchtkwaliteitskaarten van het RIVM (2023), de advieswaarde voor PM10 behaald. De advieswaarde PM2,5 wordt momenteel voor een groot deel van het gemeentelijk grondgebied inclusief de woonkernen niet behaald. Deze overschrijding blijft beperkt, met een waarde voor de woonkernen (los van bedrijventerreinen) voor PM2,5 van rond 7 – 7,5 µg/m3. De gemeente heeft nu geen beleid rondom luchtkwaliteit, dit is wel onze ambitie. Ook is dat nodig in het kader van de aanscherping van de landelijke luchtkwaliteitseisen per 2030 (dit is ook genoemd in de Omgevingsvisie). Met een beleid kan de luchtkwaliteitssituatie nader worden beoordeeld en wordt gekeken waar, of en hoe verbetering mogelijk is. Hierbij moet nader onderzoek worden gedaan en beleidskeuzes worden gemaakt. Gezien de doelen voor uitstoot van fijnstof en CO2 blijft Lelystad inzetten op verduurzaming van het verkeerssysteem. 14j Verschillende onderdelen van de omgevingsvisie zullen nader worden uitgewerkt in een Omgevingsprogramma Klimaat.

Hierin zullen ook lokale energiegemeenschappen en energiecoöperaties worden behandeld. 14k De gemeente Lelystad is in beginsel voorstander zonneparken in buitengebied. Deze zullen landschappelijk ingepast dienen te worden met randbeplanting bestaande uit inheemse soorten. De status van een Natura 2000-gebied heeft niet tot gevolg dat geen enkele ontwikkeling mogelijk is. Dit is afhankelijk van de mate van impact van het initiatief op de instandhoudingsdoelen. We streven hier altijd naar een ecologische meerwaarde van een zonnepark. 39

De zienswijze geeft geen aanleiding de Omgevingsvisie te wijzigen.

De zienswijze geeft geen aanleiding de Omgevingsvisie te wijzigen. De zienswijze geeft geen aanleiding de Omgevingsvisie te wijzigen.

14l De indiener verzoekt de gemeente om het gebruik van bestrijdingsmiddelen in het landelijk gebied rond Lelystad te reguleren. 14m De indiener verzoekt de gemeente om de mobiliteitsvoetafdruk bij een toenemende groei van bewoners in Lelystad te verkleinen. 14n De indiener verzoekt de gemeente om te zorgen voor een goed bereikbaar Lelystad voor de ‘kwetsbaren’ en voor bewoners die zich zonder auto willen verplaatsen.

14o De indiener verzoekt de gemeente om een toename in lichtvervuiling te voorkomen bij het aanleggen van nieuwe en uitbreiden van bestaande wandel- en fietspaden.

14l De regulering van bestrijdingsmiddelen is aan de Rijksoverheid, niet aan de gemeente. Wie zien hier geen rol voor onszelf in. 14m Lelystad is door het Rijk aangewezen als groeilocatie voor grootschalige woningbouw. Bij de groei van de stad wordt het STOMP principe als leidend gehanteerd, waarbij nadrukkelijk ingezet wordt op duurzame mobiliteit om de mobiliteitsvoetafdruk te verkleinen. We zetten in op een stad waarin iedereen op een efficiënte, (sociaal)veilige en duurzame manier kan reizen. 14n We willen de toegankelijkheid en inclusiviteit van wandel- en fietsroutes verbeteren in Lelystad om te zorgen dat iedere bewoner hier gebruik van kan maken. Daarnaast houden we rekening met hittestress door op langzaam-verkeerroutes (fietsen en wandelen) 40% schaduw door bomen, gebouwen of structuren te realiseren. Bij aanleg en beheer van wandel- en fietspaden houden we rekening met de 7 factoren voor prettig wandelen en fietsen: een samenhangend, direct, aantrekkelijk, comfortabel, herkenbaar, vindbaar en veilig stelsel. 14o Zie reactie 14c.

40

De zienswijze geeft geen aanleiding de Omgevingsvisie te wijzigen. De zienswijze geeft geen aanleiding de Omgevingsvisie te wijzigen.

De zienswijze geeft geen aanleiding de Omgevingsvisie te wijzigen.

15 Afvalzorg

De indiener concludeert dat het beleidsuitgangspunt in de ontwerp Omgevingsvisie dat “de gemeente geen fysieke of beleidsmatige ruimte voor de vestiging of uitbreiding van stortlocaties biedt, aangezien deze niet passen binnen het gewenste toekomstbeeld van duurzaam grondstoffengebruik en afvalminimalisatie” in strijd is met het Rijksbeleid zoals vastgelegd in het CMP en daarmee onrechtmatig is. De indiener verzoekt daarom de gemeente om de definitieve Omgevingsvisie aan te passen en overeenkomstig het CMP vast te stellen.

Het CMP ziet alleen op artikel 4.1 Ow en daarmee niet op Omgevingsvisies, van strijdigheid of onrechtmatigheid is dan ook geen sprake. We willen Lelystad niet openstellen voor gebiedsvreemde afvalstromen. In het op 22 juni 2021 vastgestelde Verstedelijkingstrategie MRA is ook een amendement aangenomen om afvalstromen van Amsterdam naar Lelystad te voorkomen. De indiener geeft aan dat de gestorte hoeveelheid per jaar gelijk blijft. Hierdoor, zo stelt de indiener is er voor de toekomst sprake van een goede landelijke spreiding en een goed aanbod van stortplaatsen en stortcapaciteit. Wij delen deze mening niet. Door sluiting van Nauerna neemt de druk op de Zeeasterweg onevenredig toe. Hierom is in het raadsakkoord opgenomen dat een uitbreiding van de afvalstort buiten de huidige vergunning niet wordt toegestaan. De uitbreiding van de stortplaats door Afvalzorg is een volgende bovenlokale ruimtevraag in de rij. We nemen onze verantwoordelijkheid voor regionale/landelijke opgaven, maar zoeken hierbij wel naar balans. De gemeente Lelystad kan niet alle bovenlokale opgaven oplossen, bovendien is er landelijk voldoende stortcapaciteit Wij willen ook een aantrekkelijke gemeente zijn voor haar (nieuwe) inwoners en ondernemers.

41

De zienswijze geeft geen aanleiding de Omgevingsvisie te wijzigen.

4. Vervolg Naar aanleiding van enkele zienswijzen zijn er wijzigingen aangebracht in de Omgevingsvisie. Deze wijzigingen en de plaats ervan in de Omgevingsvisie zijn in de tabel hieronder weergegeven. Nr. Aanpassing 7a

7b 7d

7e

7f

De kernwaarden van de veiligheidsregio's ten aanzien van de fysieke veiligheid worden toegevoegd. Veiligheid is als kopje onder ‘Omgevingswet en Omgevingsvisie’ toegevoegd. Een veilige omgeving wordt bereikt door in een vroegtijdig stadium van de ontwikkeling aandacht te besteden aan de beoordeling van het beoogde veiligheidsniveau. Om een veilige leefomgeving te borgen in de Omgevingsvisie benadrukken we de kernwaarden van de veiligheidsregio's: • De veilige leefomgeving bepaalt mede de kwaliteit van de leefomgeving • Samenwerken aan een veilige leefomgeving • De fysieke leefomgeving wordt mede vormgegeven volgens de ontwerpprincipes voor een veilige leefomgeving • Voorkomen of beperken van risico’s vergroot de veiligheid • Afstand tot risico’s vergroot de veiligheid • Bouwwerken en omgeving bieden bescherming • Bouwwerken en gebieden zijn veilig te verlaten • De omgeving maakt snel en effectief optreden van hulpdiensten mogelijk • Iedereen is bekend met risico’s en weet hoe te handelen wanneer dat nodig is De veiligheidsregio's Flevoland en Gooi en Vechtstreek zijn als stakeholder genoemd onder 3.4 Proces totstandkoming Omgevingsvisie en in de participatienota.

Een passage wordt toegevoegd aan 7.2 Versterken van de bestaande stad en evenwichtige groei, waarin wordt aangegeven dat bij stedelijke ontwikkelingen de risico's voor de fysieke leefomgeving vroegtijdig worden onderzocht. “Bij stedelijke ontwikkelingen die bijdragen aan verdichten, functiemenging en circulair en klimaatadaptief bouwen, worden in een vroegtijdig stadium de risico's voor (sociale) veiligheid, brandveiligheid en gezondheid onderzocht.” Een passage wordt toegevoegd aan 7.3 Natuurlijk raamwerk, waarin wordt aangegeven dat bij het realiseren van een robuust natuurlijk raamwerk en groene rand de risico's voor de fysieke leefomgeving vroegtijdig worden onderzocht. “Bij ontwikkelingen nabij het natuurlijk raamwerk worden in een vroegtijdig stadium de risico's voor (sociale) veiligheid, brandveiligheid en gezondheid onderzocht.” Een passage is toegevoegd aan 7.4 Economische drager, waarin wordt aangegeven dat bij het realiseren van een beleefbare economie de risico's voor de fysieke leefomgeving vroegtijdig worden onderzocht. “Bij ontwikkelingen rondom verschillende transities die bijdragen aan een sterke en beleefbare economie worden in een vroegtijdig stadium de risico's voor 42

(sociale) veiligheid, brandveiligheid en gezondheid onderzocht.” 7g

7h

Een passage is toegevoegd aan 7.5 Duurzame ontwikkeling, waarin wordt aangegeven dat bij het realiseren van duurzame ontwikkeling de risico's voor de fysieke leefomgeving vroegtijdig worden onderzocht. “Bij het realiseren van duurzame ontwikkelingen worden in een vroegtijdig stadium de risico's voor (sociale) veiligheid, brandveiligheid en gezondheid onderzocht.” Een passage is toegevoegd aan 7.6 Bereikbare basis, waarin wordt aangegeven dat bij het realiseren van de bereikbare basis de risico's voor de fysieke leefomgeving vroegtijdig worden onderzocht. “Bij het realiseren van de bereikbare basis worden in een vroegtijdig stadium de risico's voor (sociale) veiligheid, brandveiligheid en gezondheid onderzocht.”

9b

Wij hebben een passage toegevoegd aan 2.1 Het verhaal van Lelystad over de afhankelijkheid van Lelystad aan ICL gelden. “Daarnaast is Lelystad afhankelijk van ICL gelden vanuit het Rijk vanwege de te ruime opzet van de stad voor het aantal inwoners. Hierdoor zijn de beheerskosten van de openbare ruimte onevenredig hoog. Lelystad moet en wil hiervan af.”

11e

Wij benadrukken klimaatbestendigheid in het hoofddoel van de Omgevingsvisie. 4.2 Hoofddoel Omgevingsvisie: versterken van de bestaande stad en evenwichtige, kwalitatieve en klimaatbestendige groei.

11f

Wij hebben ‘klimaatadaptatie’ aan de doelen van een groene leefomgeving (6.3.1.) toegevoegd.

13d

De volgende passage is opgenomen in paragraaf 6.3.5 Open polderlandschap: “In lijn met de provinciale beleidsregel ‘ontwikkelingen landelijk gebied Flevoland’ bieden we alleen ruimte voor kleinschalige bedrijvigheid in het buitengebied wanneer dit de agrarische bedrijfsvoering niet belemmert en geen versnippering van het landschap veroorzaakt.”

43

5. Ambtshalve wijzigingen Wijziging

Motivatie

Leesbaarheid door het gehele document

We hebben geprobeerd de leesbaarheid te vergroten door Engelse woorden, vaktermen en afkortingen zoveel mogelijk te vermijden of verduidelijken. Het voorwoord is geschreven na de terinzagelegging zodat zienswijzen hierin mee konden worden genomen. De specifieke doelstelling kan nog veranderen voor 2050. We kiezen er daarom voor om geen percentage te noemen. Uiteraard nemen we veranderingen in de doelstelling uit het houtbouwpact over.

Voorwoord van wethouder is toegevoegd Houtbouw doelstelling ‘en neemt de gemeente doelstellingen over.’ In plaats van ‘met de doelstelling van 25% houtbouw.’ Onder Circulariteit (7.5.3) is de voorgenomen maatregel “Ten minste één of meerdere strategische bedrijventerreinen (die bij voorkeur ontsloten worden door water én een hogere milieucategorie hebben) voor de transitie naar een circulaire economie.” verwijderd. Huidige tekst 7.2.2 Wonen Van de totale bouw van woningen in Lelystad moet 30% sociale huur zijn en twee derde van de nieuwbouwhuizen moet voor lage en middeninkomens zijn. Dat zijn woningen in de middenhuur en betaalbare koop. Omdat Lelystad meer sociale huurwoningen in de woningvoorraad heeft zitten dan het landelijk gemiddelde, moet voor 40% gebouwd worden voor middeninkomens. De nieuwbouwopgave wordt dus in ieder geval gevuld met 40% betaalbare koop- en middenhuurwoningen. Het gaat om nieuwbouw, maar ook om extra woningen door optoppen, splitsen of transformatie van bijvoorbeeld kantoor naar woningen. Nieuwe tekst Van de totale bouw van woningen in Lelystad moet twee derde van de nieuwbouwhuizen (66,6%) voor lage en middeninkomens zijn. Dat zijn woningen in de sociale huur[1], middenhuur[2] en betaalbare koop[3]. Omdat Lelystad meer sociale huurwoningen in de woningvoorraad heeft zitten dan het landelijk gemiddelde, moet van de totale bouw van woningen

De verwoording hiervan staat goed onder 5.4 Sterke en beleefbare economie.

In de Ontwerp-Omgevingsvisie er 30% sociale huur moet worden gebouwd en 40% voor middeninkomens. Dat klopt niet. In het nieuwe wetsvoorstel Versterking regie volkshuisvesting is de opgave voor gemeenten één van de twee. Het uitgangspunt van het wetsvoorstel is dat gemeenten die een lager aandeel sociale huur hebben dan het landelijk gemiddelde, 30% in de nieuwbouw programmeren. Dat percentage geldt voor alle toevoegingen, dus ook splitsing, optoppen en transformatie. Gemeenten die meer sociale huur in de voorraad hebben dan het landelijk gemiddelde krijgen een verplichting om 40% in het middensegment te programmeren. Er geldt voor deze gemeenten in de wet geen plafond voor het totale percentage sociale huurwoningen in de nieuwbouw. Wel is het de vraag of het nodig en gewenst is om in deze gemeente ook nog 30% sociale huurwoningen te bouwen. Door deze wet moeten andere gemeenten met weinig sociale huurwoningen immers helpen met de bouw van sociale huurwoningen. Daarnaast kan een eis van 30% sociale huur plus 40% middensegment leiden tot stagnering van die woningbouw, omdat projecten financieel niet meer uitkunnen. Omdat dat wetsvoorstel nog niet is vastgesteld en de verwachting is dat dit pas in het tweede kwartaal van 2026 gebeurd adviseert Wonen om enkel de tweederde betaalbaarheid aan te houden. Die lijkt niet onder verandering onderhevig. In het 44

ook voor 40% gebouwd worden voor middeninkomens. De nieuwbouwopgave wordt dus in ieder geval gevuld met 40% betaalbare koop- en middenhuurwoningen. Het kan maar hoeft geen onderdeel te zijn van de twee derde betaalbaarheid. Het gaat om nieuwbouw, maar ook om extra woningen door optoppen, splitsen of transformatie van bijvoorbeeld kantoor naar woningen.

Volkshuisvestingprogramma kan dan de verdere uitwerking worden gemaakt en is als het goed is die wet ook vastgesteld.

[1] De huurprijs is gemaximeerd op de sociale huurgrens - (Wet huurtoeslag). [2] De huurprijs van middenhuurwoningen ligt tussen de sociale huurgrens (Wet huurtoeslag) en de bovengrens: maximum gereguleerde middenhuur. [3] Voor 2026 is die betaalbaarheidsgrens vastgesteld op €420.000. Onder 7.2.2 Wonen is “seniorenzones aanwijzen” verwijderd als voorgenomen maatregel.

Kaartmateriaal is gecorrigeerd

In de Woonzorgvisie is besloten dat het wenselijker is om mensen met een zorgvraag (waarvan senioren een grote groep vormen) niet allemaal op dezelfde plek te laten wonen maar te spreiden over de stad. Het is voor senioren fijn om bij voorzieningen in de buurt te wonen. Door te spreiden ontstaan er gemixte wijken waar vragers en dragers naast elkaar wonen, wat naar elkaar omkijken stimuleert. Het kaartmateriaal is op enkele plekken gecorrigeerd worden om de keuzes uit de Omgevingsvisie correct op de kaart te visualiseren.

45

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Lelystad&id=a59cede1-1c0e-4647-99f4-cfb534102e4c