BL 2. Reactienota Ontwerp Omgevingsvisie 2050
Tekst van het document
2025
Reactienota Ontwerp Omgevingsvisie 2050 07-01-2026
Inhoudsopgave 1.
Inleiding ...................................................................................................................................................................................................................................2 Doel reactienota............................................................................................................................................................................................................................2 Opbouw reactienota......................................................................................................................................................................................................................2 Aanpak..........................................................................................................................................................................................................................................3
2.
Overzicht Zienswijzen ..............................................................................................................................................................................................................4
3.
Beantwoording zienswijzen .....................................................................................................................................................................................................5 Indiener .........................................................................................................................................................................................................................................6 1. Stichting de Groene Oostrand ..................................................................................................................................................................................................6 2. Cumela Nederland ....................................................................................................................................................................................................................6 3. VVE Parkhaven ........................................................................................................................................................................................................................8 4. LATEI Projectontwikkeling B.V. ................................................................................................................................................................................................8 5.
Liander ......................................................................................................................................................................................................................................9 6. ProRail ....................................................................................................................................................................................................................................10 7. Veiligheidsregio's Flevoland en Gooi en Vechtstreek .............................................................................................................................................................12 8. Rijkswaterstaat Midden-Nederland .........................................................................................................................................................................................17 9. Indiener A ...............................................................................................................................................................................................................................18 10. Provincie Flevoland ..............................................................................................................................................................................................................21 11.
Waterschap Zuiderzeeland ...................................................................................................................................................................................................21 12. Stichting Natuurvisie Lelystad Noord Oost ...........................................................................................................................................................................25 13. LTO Noord ............................................................................................................................................................................................................................32 14. NMF Flevoland .....................................................................................................................................................................................................................36 15 Afvalzorg ................................................................................................................................................................................................................................41
4.
Vervolg...................................................................................................................................................................................................................................42 1
5.
Ambtshalve wijzigingen .........................................................................................................................................................................................................44
1. Inleiding De Omgevingsvisie is de integrale visie op de fysieke leefomgeving en helpt om de juiste afwegingen te maken en zorgvuldig om te gaan met de beschikbare ruimte, met oog voor een gezonde, veilige en prettige leefomgeving voor iedereen. De Omgevingsvisie bevat een integraal en samenhangend kader waarin alle thema’s met betrekking tot de fysieke leefomgeving behandeld worden. De visie geeft aan welke ontwikkelingen de gemeente wil stimuleren en welke kwaliteiten zij wil beschermen. De Ontwerp Omgevingsvisie 2050 heeft zes weken ter inzage gelegen in het stadhuis en op het Digitale Stelsel Omgevingswet (DSO): van 20 oktober tot en met 1 december 2025. In deze periode was er de mogelijkheid voor belanghebbenden om een zienswijze in te dienen. Er zijn in totaal 15 zienswijzen binnengekomen per brief en/of mail. De Ontwerp Omgevingsvisie zoals deze ter inzage heeft gelegen is terug te vinden via deze link. De gemeente is blij met de betrokkenheid van inwoners en hun waardevolle inbreng. We danken iedereen voor hun inbreng en betrokkenheid. We hebben ernaar geluisterd en delen graag onze reactie op de zienswijzen. We hopen dat de reactie van de gemeente laat zien dat we werken aan een groene, gezonde, veilige en fijne stad. Wij nemen hierbij de mening van belanghebbenden serieus en zullen deze meenemen in de Omgevingsvisie en/of de verdere uitvoering ervan.
Doel reactienota Deze reactienota is opgesteld naar aanleiding van ingediende zienswijzen van belanghebbenden op de Ontwerp Omgevingsvisie voor de gemeente Lelystad, gepubliceerd op 20 oktober. De nota laat zien hoe de gemeente de zienswijzen heeft beoordeeld en of er wel of niet wijzigingen in de Omgevingsvisie zijn gedaan naar aanleiding van een zienswijze. Inspraak op deze manier en tijdens het participatietraject is - naast dat het wettelijk verplicht is - noodzakelijk voor de gemeenteraad van Lelystad om alle belangen te kennen en een goede afweging te maken bij de besluitvorming. Opbouw reactienota Hieronder wordt kort teruggeblikt op het participatietraject dat is doorlopen tijdens de totstandkoming van de Ontwerp Omgevingsvisie. De aanpak voor deze reactienota wordt daarna kort toegelicht. In hoofdstuk 2 is een overzicht van de ingediende zienswijzen te zien. In hoofdstuk 3 zijn alle zienswijzen samengevat en voorzien van een reactie. Hoofdstuk 4 geeft weer welke aanpassingen er gedaan zijn naar aanleiding van de zienswijzen. Hoofstuk 5 bevat de ambtshalve wijzingen die na de terinzagelegging gedaan zijn met een motivatie voor de wijzingen.
2
Aanpak Beoordeling zienswijzen In deze reactienota vatten we ieder zienswijze samen en geven we reactie als gemeente (hoofdstuk 3). Niet alle details van de zienswijzen komen terug in deze samenvatting, maar deze zijn uiteraard wel meegenomen in de gemeentelijke reactie. Per zienswijze wordt in deze reactienota aangegeven of er wel of niet wijzigingen worden doorgevoerd en onderbouwt de gemeente in een reactie deze keuze. Wanneer zienswijzen hebben geleid tot wijzigingen in de visie, is dit expliciet benoemd. Het ontwerp van de visie is aangepast op basis van de zienswijzen. Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) Op grond van de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) mogen persoonsgegevens van natuurlijke personen niet zomaar openbaar gemaakt worden. We noemen indieners daarom niet bij naam in deze reactienota als het gaat om een natuurlijk persoon. Rechtspersonen, zoals verenigingen, stichtingen of bedrijven, zijn hier een uitzondering op. Ambtshalve wijzigingen Tot slot worden in de nota enkele ambtshalve wijzigingen voorgesteld.
3
2. Overzicht Zienswijzen Nr.
Indiener
Ontvangstdatum
Ontvankelijk
1 2
Stichting de Groene Oostrand
12-11-2025
Ja
Cumela Nederland
13-11-2025
Ja
3
VVE Parkhaven
14-11-2025
Ja
4
LATEI Projectontwikkeling B.V.
25-11-2025
Ja
5
Liander
25-11-2025
Ja
6
ProRail
25-11-2025
Ja
7
Veiligheidsregio's Flevoland en Gooi en Vechtstreek
26-11-2025
Ja
8
Rijkswaterstaat Midden-Nederland
27-11-2025
Ja
9
Indiener A
28-11-2025
Ja
10
Provincie Flevoland
28-11-2025
Ja
11
Waterschap Zuiderzeeland
28-11-2025
Ja
12
Stichting Natuurvisie Lelystad Noord Oost
29-11-2025
Ja
13
LTO Noord
01-12-2025
Ja
14
NMF Flevoland
01-12-2025
Ja
15
Afvalzorg
10-12-2025
Ja1
1 De zienswijze van Afvalzorg is 9 dagen na het einde van de ter inzage periode ingediend. Desondanks verklaren we de zienswijze ontvankelijk en voorzien
we de zienswijze in een antwoord in deze reactienota. 4
3. Beantwoording zienswijzen In de tabel hieronder zijn de ingediende zienswijzen samengevat en voorzien van een reactie vanuit de gemeente. Daarnaast wordt in de conclusie aangegeven of de zienswijze aanleiding geeft om de Omgevingsvisie te wijzigen. Vanwege de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG) zijn de indieners van de ingediende zienswijzen geanonimiseerd als het gaat om natuurlijke personen.
5
Indiener
Samenvatting zienswijze
Reactie gemeente Lelystad
Conclusie
1. Stichting de Groene Oostrand
De indiener hecht zich sterk aan het karakter van de Groene Oostrand en de bestemming van deze groene randzone. De indiener stemt in met een ontwikkeling van Lelystad zoals in deze Ontwerp-Omgevingsvisie 2050 is beschreven.
Wij zijn blij te lezen dat de indiener het eens is met de ontwikkeling op het gebied van de groene randzone zoals beschreven in de Omgevingsvisie. Als gemeente hechten we namelijk ook veel waarde aan deze groene overgangszone en kiezen er dus voor om deze te behouden, robuuster en toekomstbestendiger te maken.
De zienswijze geeft geen aanleiding de Omgevingsvisie te wijzigen.
2. Cumela Nederland
2a De indiener verzoekt de gemeente om mogelijkheden te creëren om bestaande bedrijfslocaties te kunnen ontwikkelen en te kunnen uitbreiden, en ook nieuwvestiging mogelijk te maken om uitvoering te kunnen geven aan de in de omgevingsvisie vermelde ambities.
2a Om kansen in transitiesectoren te benutten willen we ruimte voor circulaire ontwikkelingen maken en het opwekken en opslaan van duurzame energie. De ruimte voor deze sectoren zal worden behouden en uitgebreid wanneer dat nodig is. Extra ruimte op bedrijventerreinen voor hergebruik zal (tijdelijk) nodig zijn, waarvoor de precieze invulling nog zal volgen in de uitvoering. Er zal worden ingezet op strategisch gelegen bedrijventerreinen die van belang zijn voor de transitie naar een circulaire economie zoals geadviseerd door het PBL in het rapport “Ruimte voor circulaire economie” (2023). Er zullen dus mogelijkheden zijn om bestaande bedrijfslocaties te ontwikkelen en uit te breiden. Wij denken op korte termijn aan een regulier bedrijventerrein in de Gebiedsontwikkeling Zuiderhage. Een tweede werklocatie is Lelystad Airport Businesspark-II. Op beide terreinen kunnen we een deel van onze ambitie realiseren. Naast circulaire ontwikkelingen, ondersteunen wij het opwekken en opslaan van duurzame energie. Zonnepanelen op daken en de opslag in een batterij of omzetting naar waterstof is al toegestaan (wanneer wordt voldaan aan de vergunningsvereisten). Wanneer een cumelabedrijf gevestigd is in het landelijk gebied is dit omschreven in paragraaf 7.3.7.
Maatregel 4 stelt dat (Agrarische) bedrijven in het buitengebied moeten energetisch zelfvoorzienend kunnen zijn met zon op dak, boerderijmolen, kleinschalige batterij en elektrolyser. Een Omgevingsprogramma ‘werklocaties’ wordt nog opgesteld nadat de Omgevingsvisie is vastgesteld.
De zienswijze geeft geen aanleiding de Omgevingsvisie te wijzigen.
6
2b De indiener verzoekt de gemeente om bij de aanleg, verandering of onderhoud van alle ontsluitingswegen rekening te houden met het materieel van cumelabedrijven. 2c De indiener verzoekt de gemeente om bij de bedrijfslocaties van cumelabedrijven voldoende (buiten)opslagmogelijkheden toe te staan om uitvoering te geven aan een circulaire economie en dit expliciet te benoemen in de omgevingsvisie. 2d De indiener verzoekt de gemeente om bij de bedrijfslocatie van cumelabedrijven voldoende mogelijkheden te creëren om energie op te wekken en op te slaan en dit expliciet te benoemen in de omgevingsvisie. 2e De indiener gaat graag in op de uitnodiging van de gemeente om met elkaar de verdere uitwerking van de ambities te bespreken en realiseren.
2b Bij veranderingen aan wegen worden belangengroeperingen/brancheorganisaties zoveel mogelijk betrokken en de belangen van deze gebruikers zullen zeker worden meegewogen. In de uitvoering zal hier rekening mee worden gehouden.
De zienswijze geeft geen aanleiding de Omgevingsvisie te wijzigen.
2c Zie reactie 2a.
De zienswijze geeft geen aanleiding de Omgevingsvisie te wijzigen.
2d Zie reactie 2a.
De zienswijze geeft geen aanleiding de Omgevingsvisie te wijzigen.
2e Wij zijn blij te horen dat de indiener op onze uitnodiging in gaat om samen te werken aan de verdere uitwerking van de ambities uit de Omgevingsvisie. Wij nemen dit aanbod graag mee in het vervolgproces en de uitvoering van de Omgevingsvisie.
De zienswijze geeft geen aanleiding de Omgevingsvisie te wijzigen.
7
3. VVE Parkhaven
De indiener, wonend aan de Lelystadse kust, onderschrijft de Ontwerp-Omgevingsvisie vanuit eigen beleving. Echter, maakt de indiener zich grote zorgen over de ontwikkeling van Waterfront vanwege het gebrek aan samenspel tussen de Gemeentelijke en Provinciale overheden, Rijkswaterstaat en het Waterschap Zuiderzeeland en wat dit betekent voor de waterveiligheid aan de kust.
4. LATEI Projectontwikkeling B.V.
De indiener verzoekt de gemeente om de Omgevingsvisie 2050 zodanig aan te passen dat een ontwikkeling in de Groene Rand gelijktijdig kan plaatsvinden met de verdere ontwikkeling van de bestaande stadsdelen.
Wij waarderen dat bewoners alert zijn op dergelijke belangrijke zaken. Waterveiligheid is namelijk zeer belangrijk voor onze gemeente. Een omgevingsvisie is er om een integrale, langetermijnvisie te geven op de fysieke leefomgeving (ruimte, water, milieu, natuur, etc.) van een gemeente. Het is verplicht onder de nieuwe Omgevingswet, en dient als kader voor toekomstige ontwikkelingen, helpt bij betere en snellere besluitvorming, zorgt voor samenhang tussen verschillende belangen, en betrekt inwoners en bedrijven bij de keuzes voor de toekomst. In een Omgevingsvisie worden geen uitspraken over de huidige samenwerking of afspraken uit het verleden. Een reactie op uw zienswijze is daarom niet de plaats om uitspraken te doen over de gesprekken die gaande zijn tussen u, Waterschap Zuiderzeeland, Rijkswaterstaat en de provincie Flevoland. Onlangs hebben het Rijk, de Provincie, Waterschap en de gemeente een overeenstemming bereikt over de ontwikkeling van het Waterfront en afspraken vastgelegd waarbinnen deze ontwikkeling plaats moet vinden. Hier is een intensief en constructief overleg aan voorafgegaan. Daarnaast, kiezen we bij Waterfront Lelystad er wel voor om de primaire kering te verleggen. Daarmee is er, in tegenstelling tot Parkhaven, geen sprake van een buitendijks gebied. Wij kiezen voor de compacte stad. Het hoofddoel is het versterken van de bestaande stad.
We maken één Lelystad, geen losse ontwikkelingen die op zichzelf staan. Lelystad streeft naar balans tussen verdichten, aantrekkelijkheid, sociale samenhang en duurzaamheid. Een gezond stedelijk leven is gebaat bij rust én reuring en een inrichting die ontmoeting en beweging bevordert. Dit vraagt om het maken van strategische keuzes en zorgvuldig omgaan met de ruimte, daarom hebben we plekken aangewezen waar we de huidige kwaliteit (zoals een goed voorzieningaanbod en ov-bereikbaarheid) kunnen benutten om kwalitatief te verdichten (het toevoegen van nieuw woningen en voorzieningen). Op de visiekaart zijn deze gebieden gearceerd (stedelijke ontwikkeling). De groene rand is aangemerkt als een overgangszone tussen stad en landelijk gebied. We moeten werken in goede volgordelijkheid. De stad ontwikkelt zich in eerste instantie in de bestaande stad, het stadshart, Zuiderhage en de Kust. 8
De zienswijze geeft geen aanleiding de Omgevingsvisie te wijzigen.
De zienswijze geeft geen aanleiding de Omgevingsvisie te wijzigen.
5. Liander
5a De indiener roept de gemeente op om vroegtijdig keuzes te maken bij ambities om de stad te verduurzamen en de bijbehorende reserveringen in ruimtelijk en planologisch opzicht. Met de ruimte die nodig is voor de inpassing van de voorzieningen moet vroegtijdig rekening mee worden gehouden. 5b De indiener verzoekt de gemeente om te anticiperen op de beschikbare ruimte op het elektriciteitsnet. Denk meer vanuit het energiesysteem vanuit de toekomst en de bijbehorende energievraag. 5c De indiener verzoekt de gemeente om specifieke paragrafen in de Omgevingsvisie aan te passen waarin aandacht voor de ruimtevraag van netbeheerders ontbreekt, zowel bovengronds als ondergronds, en voor regionale voorzieningen van Liander naast die van TenneT. Daarnaast vraagt de indiener om ruimte voor netinfrastructuur bij stedelijke verdichting, niet alleen voor elektrisch vervoer, en om ‘netbewust’ bouwen om de elektriciteitsvraag te beperken.
5a In de Omgevingsvisie (6.5.2. Ruimte voor schone energie) geven wij aan dat er ruimte nodig is voor de gemeentelijke energieopgave. Naast ruimte in het buitengebied kunnen ook grote daken en grote stedelijke ruimtes, zoals parkeerlocaties, langs infrastructuur of braakliggende terreinen, ruimte bieden. De gemeente erkent het belang van vroegtijdig keuzes maken en de bijbehorende ruimtelijke reserveringen. Wij nemen deze zienswijze dan ook mee in de uitvoering van de ambities rondom de verduurzaming van Lelystad.
De zienswijze geeft geen aanleiding de Omgevingsvisie te wijzigen.
5b Wij herkennen de uitdagingen op het energienetwerk en streven dan ook naar een zo laag mogelijk elektriciteitsverbruik. Vanwege de schaarste door netcongestie heeft de gemeente bijvoorbeeld voorkeur voor warmtevoorzieningen met een zo laag mogelijke elektravraag. Waar mogelijk heeft de gemeente voorkeur voor aansluiting op lokale duurzame warmtebronnen boven all-elektric oplossingen. Wij nemen deze zienswijze mee in de uitvoering van de ambities rondom de verduurzaming van Lelystad. 5c De impact op boven- en ondergrondse ruimte speelt een steeds belangrijkere rol bij zowel de verschillende nieuwbouwprojecten als het in stand houden en vergroten van het bestaande energienetwerk. Bij nieuwbouw is vroegtijdige kennisgeving en afstemming met de netbeheerders noodzakelijk. Ook is het wenselijk om de inpassing van nieuwe infrastructuur mee te nemen in het ontwerp, waarbij bovengrondse voorzieningen bij voorkeur ingepast worden in de nieuwbouw. Wij nemen deze zienswijze mee in de uitvoering van de ambities rondom de verduurzaming van Lelystad.
De zienswijze geeft geen aanleiding de Omgevingsvisie te wijzigen.
9
De zienswijze geeft geen aanleiding de Omgevingsvisie te wijzigen.
6. ProRail
6a De indiener verzoekt de gemeente om vroegtijdig betrokken te worden bij ontwikkelingen in de nabijheid van het spoornetwerk om belemmeringen te voorkomen. 6b De indiener verzoekt de gemeente om toekomstige uitbreidingen van het spoornetwerk mogelijk te houden en de omgevingseffecten op de woon- en werklocaties te verminderen. Dit kan door het houden van de juiste afstand tot het spoor en door een zorgvuldig ruimtelijk ontwerp. 6c De indiener vraagt de gemeente om rekening te houden met voldoende ademruimte bij locaties waar binnenstedelijke verdichting en meervoudig ruimtegebruik gerealiseerd wordt in de buurt van hoogwaardig openbaar vervoer.
6a De gemeente gaat vroegtijdig in gesprek met de indiener bij ontwikkelingen in de nabijheid van het spoornetwerk.
De zienswijze geeft geen aanleiding de Omgevingsvisie te wijzigen.
6b Enkele woningbouwlocaties liggen nabij het spoor. Er zal altijd rekening worden gehouden met de wettelijke vereisten die van toepassing zijn om omgevingseffecten in kaart te brengen en zo nodig te mitigeren. Dit geldt ook voor toekomstige uitbreidingen van het spoornetwerk. Deze opmerking nemen we mee in de uitvoering van de Omgevingsvisie.
De zienswijze geeft geen aanleiding de Omgevingsvisie te wijzigen.
6c In de blik richting de toekomst onderschrijft de Ontwerp-Omgevingsvisie het belang van de focus op het realiseren van kwaliteit van de leefomgeving. Groei uit zich niet alleen in nieuwe woningen, maar we willen ook bouwen aan een samenleving en brede welvaart: een gezonde en veilige leefomgeving met voldoende ademruimte is hierbij een belangrijk aspect. Deze opmerking wordt meegenomen in de uitvoering van de Omgevingsvisie.
De zienswijze geeft geen aanleiding de Omgevingsvisie te wijzigen.
6d De indiener wijst de gemeente op de noodzaak voor zorgvuldige inpassing en goede samenwerking om diverse ov-modaliteiten te combineren, fietsen, wandelen en deelmobiliteit.
6d In het hoofdstuk bereikbare basis van de Ontwerp-Omgevingsvisie is als ambitie opgenomen: 'het Stomp-principe stadsbreed toepassen', zodat de stad en het stadshart leefbaar blijven en het verkeer soepel blijft doorstromen. Ook is opgenomen dat om een duurzaam mobiliteitssysteem goed te laten verlopen een sterk openbaar vervoerssysteem essentieel is. Deze opmerking, het zorgvuldig inpassen van dit systeem waarbij diverse modaliteiten worden gecombineerd, nemen we mee bij de uitvoering van de Omgevingsvisie.
Wij nemen kennis van de zienswijze. De zienswijze geeft geen aanleiding de omgevingsvisie te wijzigen.
10
6e De indiener waardeert de aandacht voor openbaar vervoer in de verdere ontwikkeling van Zuiderhage. Onderzoek naar station Lelystad Zuid is echter op dit moment niet opportuun of uitvoerbaar. De indiener stelt voor om over ongeveer vijf jaar opnieuw te bezien of nader onderzoek zinvol is. 6f De indiener en de gemeente zijn in gesprek over de realisatie van nieuwe woningbouw en de daarbij behorende geluidwerende maatregelen. De indiener adviseert de gemeente om deze maatregelen integraal te onderzoeken. 6g De indiener vraagt aandacht voor het combineren van functies in de directe nabijheid van het spoor in relatie tot mogelijke goederenvervoer. 6h De indiener vraagt om in de uitvoering belemmeringen voor het functioneren en de veiligheid van het spoornetwerk te voorkomen. Aspecten die essentieel zijn voor de elektriciteitsvoorziening van het spoor mogen niet ingesloten worden door bebouwing, op voldoende afstand, en ten alle tijden bereikbaar te zijn voor onderhoud en hulpdiensten.
6e We nemen de zienswijze ter kennisgeving. We blijven inzetten op de ontwikkeling van het station Lelystad Zuid en houden vast aan de beleidslijn zoals in de omgevingsvisie neergelegd. Wij achten het station Lelystad Zuid van belang voor de gehele ontwikkeling van Lelystad.
De zienswijze geeft geen aanleiding de Omgevingsvisie te wijzigen.
6f Voor ieder omgevingsplan wordt uiteraard altijd aandacht besteed aan de verscheidene relevante milieuaspecten. Wij nemen deze zienswijze mee in de uitvoering van de Omgevingsvisie en onderzoeken of een integraal onderzoek gewenst en mogelijk is.
De zienswijze geeft geen aanleiding de Omgevingsvisie te wijzigen.
6g Deze opmerking wordt meegenomen in de uitvoering van de Omgevingsvisie. Wij hebben daarbij aandacht voor het combineren van functies in de directe nabijheid van het spoor in relatie tot mogelijke goederenvervoer.
De zienswijze geeft geen aanleiding de Omgevingsvisie te wijzigen.
6h Deze opmerking wordt meegenomen in de uitvoering van de Omgevingsvisie. Wij hebben daarbij aandacht voor het voorkomen van belemmeringen voor het functioneren en de veiligheid van het spoornetwerk.
De zienswijze geeft geen aanleiding de Omgevingsvisie te wijzigen.
11
6i De indiener vraagt de gemeente om in de uitvoering van de Omgevingsvisie de omgeving te beschermen tegen nadelige effecten van het gebruik van het spoor en deze zo nodig zorgvuldig te mitigeren.
7. Veiligheidsregio's Flevoland en Gooi en Vechtstreek
7a De indiener wijst de gemeente erop dat in de Omgevingsvisie 2040 duidelijk omschreven staat wat de veiligheidsregio's verstaan onder omgevingsveiligheid. Ook staan de kernwaarden van de veiligheidsregio ten aanzien van de fysieke veiligheid netjes benoemd. In de nieuwe ontwerpversie 2050 komen deze kernwaarden niet meer terug. 7b De indiener verzoekt de gemeente om de Veiligheidsregio's expliciet te noemen als stakeholder.
6i Enkele woningbouwlocaties liggen nabij het spoor. Er zal altijd rekening worden gehouden met de wettelijke vereisten die van toepassing zijn. Bij sommige locaties spelen mogelijk conflicten met geluid, luchtkwaliteit en omgevingsveiligheid, waarbij niet alle belasting kan worden weggenomen. Bij het ontwerp en uitwerken van dit soort gebieden houden we rekening met deze beperkingen en nemen eventueel aanvullende maatregelen om bewoners te beschermen. Voor ieder omgevingsplan wordt altijd aandacht besteed aan de verscheidene relevante milieuaspecten. Zoals verzocht wordt bij het onderzoeken van geluid van railverkeer, de wettelijke brongegevens uit het geluidregister spoor aangehouden. Deze opmerking wordt meegenomen in de uitvoering van de Omgevingsvisie. 7a De kernwaarden van de veiligheidsregio ten aanzien van de fysieke veiligheid onderschrijven wij ook. De kernwaarden worden dan ook aan de Omgevingsvisie 2050 toegevoegd.
De zienswijze geeft geen aanleiding de Omgevingsvisie te wijzigen.
7b De opsomming van stakeholders in paragraaf 3.4 is niet bedoeld als een complete lijst, slechts een indicatie van betrokken stakeholders. Uiteraard zijn de belangen van de Veiligheidsregio’s meegenomen bij de uitwerking van de Ontwerp-Omgevingsvisie. De Veiligheidsregio's worden toegevoegd aan deze opsomming onder het kopje Participatie. Ook in de participatienota is de indiener toegevoegd als stakeholder ter rectificatie.
Veiligheidsregio's als stakeholder noemen onder 3.4 Proces totstandkoming Omgevingsvisie en de participatienota.
12
De kernwaarden van de veiligheidsregio ten aanzien van de fysieke veiligheid worden toegevoegd. Veiligheid als kopje onder ‘Omgevingswet en Omgevingsvisie’.
7c De indiener merkt op dat in de Ontwerp-Omgevingsvisie een veilige en gezonde fysieke leefomgeving als doel wordt gesteld. Echter, de invulling van dit doel komt verder niet terug.
7d De indiener wijst de gemeente erop dat bij verdichting (inbreiding), hoogbouw, meervoudig ruimtegebruik, functiemenging en vergrijzing de risico’s in de fysieke leefomgeving potentieel groter worden. Daarnaast wordt ook klimaatadaptatie en klimaatrobuustheid steeds belangrijker. Hierbij moet ook rekening gehouden worden met de aandachtsgebieden en de risico's van circulair en klimaatadaptief bouwen.
7c Bij het realiseren van de ambities genoemd in de Ontwerp Omgevingsvisie is een randvoorwaarde uiteraard een veilige en gezonde fysieke leefomgeving. Nog op te stellen beleid zal bepalen welke combinaties van risicobron/ontvanger worden geaccepteerd en hoe om te gaan met aandachtsgebieden voor brand, explosies en gifwolken. Dit beleid zal per gebiedstype gedifferentieerd worden om omgevingsveiligheid te waarborgen. Met de aanpassingen naar aanleiding van de zienswijze van de indiener geven we meer invulling aan het doel om een veilige en gezonde fysieke leefomgeving te waarborgen. 7d Wij onderschrijven de zienswijze van de veiligheidsregio's en nemen de aandachtspunten mee in de uitvoering van de Omgevingsvisie. Om dit te borgen voegen wij in de Omgevingsvisie een passage toe waarin wordt aangegeven dat bij stedelijke ontwikkelingen de risico's voor de fysieke leefomgeving vroegtijdig worden onderzocht. “Bij stedelijke ontwikkelingen die bijdragen aan verdichten, functiemenging en circulair en klimaatadaptief bouwen, worden in een vroegtijdig stadium de risico's voor (sociale) veiligheid, brandveiligheid en gezondheid onderzocht.”
13
De zienswijze geeft geen aanleiding de Omgevingsvisie te wijzigen.
De passage is toegevoegd aan 5.2 (Stedelijke ontwikkeling)
7e De indiener wijst de gemeente erop dat voor een robuust natuurlijk raamwerk en groene rand de positieve effecten van een aantrekkelijk en prettig leefklimaat en de risico's van natuurbrand bij elkaar komen. Bij een intensievere vermenging van woonbebouwing en natuurgebieden zal dit risico toe kunnen nemen. Daarbij zal ook klimaatverandering van grote invloed zijn op deze hoofdlijn en uitdagingen met zich meebrengen om “toekomstige klimaateffecten goed te kunnen mitigeren”. 7f De indiener wijst de gemeente erop dat bij de ambities m.b.t. een sterke en beleefbare economie de randvoorwaarden voor een veilige en gezonde fysieke leefomgeving van groot belang zijn. Nieuwe activiteiten rond de verschillende transities brengen namelijk ook nieuwe uitdagingen en potentiële risico’s met zich mee. 7g De indiener wijst de gemeente erop dat bij het inzetten op duurzame ontwikkelingen zoals een circulaire economie, energietransitie en bij het inzetten op aardgasvrije woonwijken, er ook nieuwe veiligheidsrisico’s ontstaan en bestaande veiligheidsrisico's toenemen.
Wij onderschrijven de zienswijze van de veiligheidsregio's en nemen deze aandachtspunten mee in de uitvoering van de Omgevingsvisie. Om dit te borgen voegen wij in de Omgevingsvisie een passage toe waarin wordt aangegeven dat bij het realiseren van een robuust natuurlijk raamwerk en groene rand de risico's voor de fysieke leefomgeving vroegtijdig worden onderzocht.
De passage is toegevoegd aan 5.3 (Robuust natuurlijk raamwerk)
“Bij ontwikkelingen nabij het natuurlijk raamwerk worden in een vroegtijdig stadium de risico's voor (sociale) veiligheid, brandveiligheid en gezondheid onderzocht.”
Wij onderschrijven de zienswijze van de veiligheidsregio's en nemen deze mee in de uitvoering van de Omgevingsvisie. Om dit te borgen voegen wij in de Omgevingsvisie een passage toe waarin wordt aangegeven dat bij het realiseren van een beleefbare economie de risico's voor de fysieke leefomgeving vroegtijdig worden onderzocht.
De passage is toegevoegd aan 5.4 (Sterke en beleefbare economie)
“Bij ontwikkelingen rondom verschillende transities die bijdragen aan een sterke en beleefbare economie worden in een vroegtijdig stadium de risico's voor (sociale) veiligheid, brandveiligheid en gezondheid onderzocht.” Wij onderschrijven de zienswijze van de veiligheidsregio's en nemen deze aandachtspunten mee in de uitvoering van de Omgevingsvisie. Om dit te borgen voegen wij in de Omgevingsvisie een passage toe waarin wordt aangegeven dat bij het realiseren van duurzame ontwikkelingen de risico's voor de fysieke leefomgeving vroegtijdig worden onderzocht. “Bij het realiseren van duurzame ontwikkelingen worden in een vroegtijdig stadium de risico's voor (sociale) veiligheid, brandveiligheid en gezondheid onderzocht.” 14
De passage is toegevoegd aan 5.5 (Duurzame ontwikkeling)
7h De indiener wijst de gemeente erop dat bij veranderingen in de bereikbare basis een snelle en veilige bereikbaarheid voor de Nood- en Hulpdiensten geborgd moet blijven. Inbreiding, vergrijzing en transitie van kantoorgebouwen naar woningen zal een toenemende hulpvraag als gevolg hebben waarbij een snelle en veilige bereikbaarheid van groter belang wordt. Ook kan het afwaarderen van dreven grote negatieve effecten hebben op een snelle en veilige bereikbaarheid voor de Nood- en Hulpdiensten. 7i De indiener verzoekt de gemeente om betrokken te blijven bij de verdere uitwerking in een ontwikkelstrategie, concrete maatregelen, projecten en programma's.
Wij onderschrijven de zienswijze van de veiligheidsregio's en nemen deze aandachtspunten mee in de uitvoering van de Omgevingsvisie. Om dit te borgen voegen wij in de Omgevingsvisie een passage toe waarin wordt aangegeven dat bij het realiseren van de bereikbare basis de risico's voor de fysieke leefomgeving vroegtijdig worden onderzocht.
De passage is toegevoegd aan 5.6 (Bereikbare basis)
“Bij het realiseren van de bereikbare basis worden in een vroegtijdig stadium de risico's voor (sociale) veiligheid, brandveiligheid en gezondheid onderzocht.”
Wij waarden de betrokkenheid van de indiener. De randvoorwaarden die u noemt, nemen wij mee in de Omgevingsvisie, bij de verdere uitwerking in de uitvoeringsagenda en bij het opstellen van concrete maatregelen, projecten en programma’s. Wij bevestigen dat wij u graag betrokken houden bij de uitvoering van de ambities uit de Ontwerp Omgevingsvisie.
15
De zienswijze geeft geen aanleiding de Omgevingsvisie te wijzigen.
7j De indiener vraagt om meer samenhang en uitwerking van het thema waterstof in de visie. Het advies is om een aparte paragraaf op te nemen over de waterstofbackbone en waterstoffabrieken, inclusief aandacht voor omgevingsveiligheid bij buisleidingen en de mogelijke toepassing van de Seveso-richtlijn. Nu is het onderwerp verspreid over verschillende paragrafen. Hierbij verwijst de indiener naar het rapport ‘FLHY: Flevoland Hydrogen Valley’ waarin tracés van buisleidingen en strategieën voor een waterstofeconomie zijn beschreven. 7k De indiener wijst de gemeente erop dat afhankelijk van het besluit in Den Haag over het gebruik van Lelystad Airport voor militaire doeleinden beoordeeld moet worden wat de impact is voor de Omgevingsvisie.
7j De gemeente Lelystad is voorstander van een aansluiting op de waterstofbackbone, maar daar zijn echter door de bevoegde gezagen (zoals het Rijk) nog geen besluiten over genomen. Het is daarom niet mogelijk om in de Omgevingsvisie een exacte route op te nemen. Wanneer dergelijke besluiten wel worden genomen zal er uiteraard gekeken worden naar omgevingsveiligheid.
De zienswijze geeft geen aanleiding de Omgevingsvisie te wijzigen.
7k Op 19 december 2025 is door het demissionair kabinet het Nationaal Programma Ruimte voor Defensie vastgesteld, daarmee is Lelystad Airport definitief aangewezen als locatie voor het stationeren van de F35’s. Voor de benodigde fysieke uitbreiding van de luchthaven voor militaire infrastructuur en de verlening van de baan is een ontwerpvoorkeursalternatief vastgesteld. Voor het vaststellen van dit ontwerpvoorkeursalternatief is aanvullend onderzoek uitgevoerd. Begin 2026 gaat het vervolgproces van start (inclusief het gebiedsproces door het ministerie van Defensie). De gemeente is aangehaakt bij dit proces. De exacte impact van de keuze van Defensie is daarmee nog niet exact inzichtelijk. Zodra de besluiten, voor het grondgebonden deel, definitief zijn, kunnen en zullen we beoordelen wat de effecten zijn op de Omgevingsvisie.
De zienswijze geeft geen aanleiding de Omgevingsvisie te wijzigen.
16
8. Rijkswaterstaat MiddenNederland
8a De indiener vraagt aandacht voor knelpunten op de weg bij groeiambities van Lelystad. Bij de uitwerking van de Bereikbare Basis verzoekt de indiener om de effecten hiervan in beeld te brengen en in gesprek te gaan met Rijkswaterstaat.
8b De indiener wijst de gemeente op de mogelijke impact van lange termijn ontwikkelingen (o.a. Waterfront, Zuiderhage en het opwekken van groene stroom in het buitengebied) op de netwerken van Rijkswaterstaat en verzoekt vroegtijdig met Rijkswaterstaat in gesprek te gaan. 8c De indiener wijst de gemeente op de onduidelijkheid over de planning van de verbreding van de A6 tussen Almere en Lelystad.
8a Wij bedanken de indiener voor het toesturen van de aandachtspunten. Lelystad is door het Rijk aangewezen als groeilocatie voor grootschalige woningbouw. Hoewel bij de groei van de stad het STOMP-principe als leidend wordt gehanteerd, waarbij nadrukkelijk ingezet wordt op duurzame mobiliteit, betekent de grote groei van de stad ook dat de automobiliteit zal toenemen. Met de realisatie van de nieuwe rondweg die aansluit op aansluiting 9 zal de druk op aansluiting 10 in eerste instantie verlichten. In de loop van de tijd zal door de groei van de druk op aansluiting 10 weer toenemen. We zien het als een gezamenlijke verantwoordelijkheid van Rijk, Provincie en gemeente om te onderzoeken hoe dit zich naar de toekomst zal ontwikkelen en welke maatregelen daar mogelijk voor nodig zijn. We gaan graag in op de uitnodiging van de indiener om in gesprek te gaan over de impact van de groei van Lelystad op de netwerken. 8b Zie reactie 8a
De zienswijze geeft geen aanleiding de Omgevingsvisie te wijzigen.
8c Minister Harbers van Infrastructuur en Waterstaat heeft in juni 2023 besloten om een aantal wegen- en vaarwegenprojecten te pauzeren. Ook het project A6: verbreding Almere Oostvaarders - Lelystad. De gemeente is zich hier bewust van. De gemeente blijft de ontwikkelingen nauwlettend volgen en brengt de belangen van Lelystad actief onder de aandacht.
De zienswijze geeft geen aanleiding de Omgevingsvisie te wijzigen.
17
De zienswijze geeft geen aanleiding de Omgevingsvisie te wijzigen.
9. Indiener A
9a De indiener waardeert de historische studie voorafgaand aan de planvorming, maar mist stedenbouwkundige vormgevingsuitgangspunten. De kwaliteit van de gebouwde omgeving in detail en de globale visie zou uitgebreider aan bod kunnen komen. Daarnaast merkt de indiener op dat er te veel afgeweken wordt van eerdere visies. 9b De indiener vraagt aandacht voor de financiële haalbaarheid van de ambities in de Omgevingsvisie. Daarnaast worden de ICL gelden te weinig benoemd en de gerelateerde noodzaak om te groeien tot 120.000 inwoners. De indiener pleit voor verantwoorde financiële plannen (zoals de kustontwikkeling) om te voorkomen dat opnieuw te hoge (beheer)kosten worden gemaakt.
9a We waarderen de ingezonden zienswijze van de indiener. In de uitvoering zal de kwaliteit van de gebouwde omgeving en de ambities verder uitgewerkt worden. De Omgevingsvisie is hier te globaal voor. Wat betreft het afwijken van eerdere visies, hebben we de taak om nieuwe ontwikkelingen goed in te passen in de Omgevingsvisie. Hierbij moeten wij omgaan met schaarser wordende ruimte en daarin ontwikkelingen zorgvuldig invoegen. Hierdoor kan het zo zijn dat we moeten afwijken van eerdere visies.
De zienswijze geeft geen aanleiding de Omgevingsvisie te wijzigen.
9b Wij zijn het ermee eens dat de afhankelijkheid van Lelystad aan ICL gelden een belangrijk thema is voor de stad. Verder wordt in de uitvoering van de genoemde ontwikkelingen aandacht besteed aan de financiële haalbaarheid. Wij voegen een passage toe aan 2.1 Het verhaal van Lelystad over de afhankelijkheid van Lelystad aan ICL gelden.
De passage is toegevoegd aan 2.1 Het verhaal van Lelystad.
“Daarnaast is Lelystad afhankelijk van ICL gelden vanuit het Rijk vanwege de te ruime opzet van de stad voor het aantal inwoners. Hierdoor zijn de beheerskosten van de openbare ruimte onevenredig hoog. Lelystad moet en wil hiervan af.”
18
9c De indiener verzoekt de gemeente om meer aandacht te besteden aan de externe verbindingen, over de weg en per openbaar vervoer. De indiener pleit daarnaast voor een tweede verbinding in de richting van Amsterdam (De IJmeer verbinding).
9d De indiener verzoekt de gemeente om het kaartbeeld van het concept plan aan te passen aan de voorliggende ideeën voor de uitbreiding nabij Meerdijkhaven en het realiseren van een boulevard voor de Saerdam. (Niet het inmiddels verlaten plan van bureau Meccano zomaar overnemen).
9c Er is in de Ontwerp-Omgevingsvisie zeker aandacht voor externe verbindingen. Ten eerste, is in de tekst opgenomen dat de stad beter moet worden verbonden met de regio, wat vraagt om investeringen in spoor, stations en het wegennet. Ten tweede, wil Lelystad het hoofdwegennet uitbreiden ten behoeve van het ontvlechten van lokale en regionale verkeersstromen. Ten derde, wordt op regionale schaal ingezet op en ruimte gereserveerd voor betere verbindingen naar Noord-Holland, Amsterdam (OV-SAAL) en Utrecht en op lange termijn op de ontwikkeling van de Lelylijn en Stichtselijn. Tot slot, stelt de Ontwerp-Omgevingsvisie dat de verbreding van de A6 tussen Almere en Lelystad noodzakelijk is voor het realiseren van de groeiambities van de stad. Op de lange termijn zal de aanleg van een verkorte verbinding Houtribweg – Markerwaarddijk door de Baai van Van Eesteren perspectief bieden op betere geleiding van het regionale verkeer en het ‘ontlasten’ van de bestaande stad. De door u bepleitte IJmeerverbinding als tweede verbinding met Amsterdam lijkt een gepasseerd station te zijn. Deze verbinding is onderzocht in het kader van de studie naar een OV IJmeerlijnverbinding. Hieruit bleek dat aanleg van deze wegverbinding tot grote problemen zou leiden aan Amsterdamse zijde. 9d Er ligt nu een voorlopig stedenbouwkundige visie voor het Waterfront.
Deze wordt in samenwerking met Waterschap, Provincie en Rijkswaterstaat verder uitgewerkt en klaargemaakt voor een ontwikkeling die aansluit op de bestaande stad en de samenhang van Lelystad versterkt. We nemen uw aandachtspunt mee in de uitvoering.
19
De zienswijze geeft geen aanleiding de Omgevingsvisie te wijzigen.
De zienswijze geeft geen aanleiding de Omgevingsvisie te wijzigen.
9e De indiener is van mening dat het streven naar een sterke economie niet wordt bereikt met het binnenhalen van distributiecentra en aanverwante bedrijvigheid. De overwegend buitenlandse arbeidskrachten die hier werken wonen in aparte woonclusters en dragen niet bij aan de versterking van de economie. Ook vindt de indiener dat de ‘verdozing’ van bedrijfsterreinen tegengehouden moet worden.
9e De periode van het binnenhalen van groothandelsbedrijven en distributiecentra is voorbij. De gemeente verlegt nu de focus op bedrijvigheid die zich richt op de verschillende transities (o.a. energiereductie, CO2-reductie, elektrificatie, bio-based & circulaire activiteiten).
20
De zienswijze geeft geen aanleiding de Omgevingsvisie te wijzigen.
10. Provincie Flevoland
11. Waterschap Zuiderzeeland
De indiener waardeert de koers die de gemeente uitzet en ziet aanknopingspunten voor gezamenlijke versterking van de ruimtelijke kwaliteit in de provincie. De visie die de gemeente schetst sluit goed aan bij provinciale ambities en vormt een solide basis om samen te werken aan een toekomstbestendige samenleving. De indiener onderschrijft het belang van samenwerking en zet deze graag met de gemeente voort. In regionaal verband vindt zowel bestuurlijke als ambtelijke afstemming plaats tussen de provincie en de gemeenten over de onderlinge samenhang en complementariteit van de verschillende visies. 11a De indiener verzoekt de gemeente om verder vooruit te kijken dan 2050 en hierbij KNMIklimaatscenario's te betrekken om robuuste keuzes te maken voor de leefbaarheid van de stad.
Wij waarderen de positieve zienswijze van de indiener en de erkenning van de koers van de gemeente. Wij onderschrijven het belang van integrale samenwerking en zetten deze graag voort binnen regionale verbanden en werken graag mee aan de onderlinge samenhang van de visies.
De zienswijze geeft geen aanleiding de Omgevingsvisie te wijzigen.
11a In de Omgevingsvisie houden wij rekening met weersextremen. In een Omgevingsprogramma Klimaat kijken we naar de klimaatscenario's op de langere termijn (na 2050) om keuzes te maken voor de leefbaarheid van de stad.
De zienswijze geeft geen aanleiding de Omgevingsvisie te wijzigen.
21
11b De indiener is van mening dat water- en bodemsystemen meer leidend moeten zijn bij ruimtelijke keuzes. De indiener ziet veel elementen terug in de visie van de gemeente gericht op goed functionerende water- en bodemsystemen. De indiener geeft vijf belangrijke ontwerpprincipes mee die van belang zijn voor wateren bodemsystemen. 11c De indiener vraagt vroegtijdig betrokken te worden bij ruimtelijke planvorming om de kennis en synergie te benutten en knelpunten in een later stadium te voorkomen. De indiener adviseert om deze samenwerking standaard te verankeren in uw beleids- en ontwikkelproces. 11d De indiener denkt graag mee over waterveiligheid. Met name verzoekt de indiener de gemeente om een nauwe samenwerking te houden als het gaat om de ontwikkeling van Waterfront.
11c Wij zien water- en bodemsystemen als belangrijk richtsnoer voor de verdere ontwikkeling van Lelystad en nemen de vijf ontwerpprincipes mee in de uitvoering van de Omgevingsvisie.
De zienswijze geeft geen aanleiding de Omgevingsvisie te wijzigen.
11c Wij onderschrijven het belang van vroegtijdige samenwerking om kennis en synergie optimaal te benutten en knelpunten te voorkomen. Wij nemen uw advies mee bij het verder concretiseren van deze werkwijze in de uitvoeringsagenda.
De zienswijze geeft geen aanleiding de Omgevingsvisie te wijzigen.
11d Wij waarderen de bereidheid van de indiener om mee te denken over de invulling van onze ruimtelijke ambities op het gebied van waterveiligheid. Wij onderschrijven de noodzaak van een nauwe samenwerking en blijven hierover graag in gesprek. M.b.t. het Waterfront en de kustbeleving zien wij net als het waterschap de kans om de stad te laten groeien van stad achter de dijk naar stad aan het water met een unieke skyline aan het Markermeer. Wij hebben onlangs met het Rijk, de Provincie en het Waterschap een overeenstemming bereikt over de ontwikkeling van het Waterfront en afspraken vastgelegd waarbinnen deze ontwikkeling plaats moet vinden.
De zienswijze geeft geen aanleiding de Omgevingsvisie te wijzigen.
22
11e De indiener wijst de gemeente erop dat compact bouwen en inbreiden om aanvullende inrichtingsmaatregelen vraagt om het watersysteem goed functionerend te houden. Met name op het gebied van waterberging vereist compact bouwen een goede integratie van waterbeheer in de plannen. De indiener verzoekt de gemeente dit punt expliciet te verwerken en tijdig in overleg te gaan met Waterschap bij de uitvoering. 11f De indiener verzoekt de gemeente om natuur en groenblauwe structuren niet alleen als beleving te zien, maar als fundament voor klimaatbestendigheid en dit ook te benoemen in de Omgevingsvisie. 11g De indiener gaat graag in gesprek met de gemeente over locaties waar groenblauwe dooradering het meest effect heeft op waterkwaliteit en ecologie en hoe we lokale maatregelen verbinden met een bredere aanpak voor de versterking van het natuurnetwerk in Flevoland en daarbuiten.
11e Het bouwen van woningen en verharden van de ondergrond, en dus ook compact bouwen en inbreiden, vraagt aanvullende maatregelen om het watersysteem op orde te houden en/of te verbeteren. Bij ontwikkelingen gaan we hierover graag met de indiener in gesprek om tot een goede integratie van waterbeheer te komen in de plannen. Verder benadrukken we in het hoofddoel van de Omgevingsvisie de klimaatbestendigheid:
We benadrukken in het hoofddoel van de Omgevingsvisie de klimaatbestendigheid (4.2).
4.2 Hoofddoel Omgevingsvisie: versterken van de bestaande stad en evenwichtige, kwalitatieve en klimaatbestendige groei.
11f Wij onderschrijven de zienswijze van de indiener en zien natuur en groenblauwe structuren, naast beleving voor de mens, als onmisbaar voor de klimaatbestendigheid van Lelystad. In paragraaf 5.3 Robuust natuurlijk raamwerk benadrukken we daarom ook: “Het groen en water vormen de basis voor een klimaatbestendige en gezonde stad”. In paragraaf 7.3.6 Klimaatadaptatie wordt beschreven dat groene en waterrijke gebieden worden ingezet voor klimaatbestendigheid. Om dit extra te benadrukken voegen we ‘klimaatadaptatie’ aan doelen van een groene leefomgeving (6.3.1.). 11g Wij waarderen uw aanbod om mee te denken over de locaties waar groenblauwe dooradering het meest effect heeft op waterkwaliteit en ecologie. Wij onderschrijven het belang van het verbinden van lokale maatregelen met een bredere aanpak voor versterking van het bredere natuurnetwerk. Wij nemen uw uitnodiging mee bij het opstellen van deze vervolgstappen.
23
Toevoegen ‘klimaatadaptatie’ aan doelen van een groene leefomgeving.
De zienswijze geeft geen aanleiding de Omgevingsvisie te wijzigen.
11h De indiener ziet graag meer aandacht voor het belang van gezond en voldoende water in de Omgevingsvisie.
11i De indiener vraagt de gemeente om terughoudend te zijn met nieuwe grote watervragers en in de tekst expliciet aandacht te besteden aan de wijze waarop hiermee wordt omgegaan. 11j De indiener benadrukt het belang van de samenwerking tussen initiatiefnemers rondom duurzaamheid en gaat graag in samenwerking op zoek om lokale duurzaamheidsinitiatieven te verbinden aan die van het waterschap. 11k De indiener verzoekt de gemeente om de bodem te erkennen als aardkundig erfgoed en dit toe te voegen.
11h Wij benoemen het belang van voldoende en gezond water onder andere in paragraaf 7.3.5 Drinkwater. Hier benoemen wij dat drinkwater een eerste levensbehoefte is en een randvoorwaarde voor gezondheid, leefbaarheid en economische ontwikkeling. Wij zijn er bewust van dat met de groei van de stad, de vraag naar drinkwater zal toe nemen. Lelystad vindt het belangrijk dat er in de toekomst voldoende en schoon drinkwater is voor iedereen in Lelystad. Ook in paragraaf 7.3.4 Water en Watersystemen wordt het belang van een goede waterkwaliteit voor mens en natuur benadrukt en maatregelen opgesteld om dit te verbeteren en te borgen. Wij nemen de zienswijze mee in de uitvoering van de Omgevingsvisie. 11i Wij vinden dit een belangrijk onderwerp en de zienswijze heeft onze aandacht. Echter, voor grote onttrekkingen is de Provincie het bevoegd gezag, niet de gemeente. Daarnaast is onduidelijk welke type watervragers het waterschap verstaat onder grote watervragers. Het is daarom niet mogelijk om hier expliciet aandacht aan te besteden. Wanneer duidelijk is wat een grote watervrager is, zal bij een dergelijke aanvraag de watervraag worden meegewogen in de planologisch maatschappelijke afweging over die aanvraag.
11j Wij onderschrijven het belang van de samenwerking rondom duurzaamheid en wij gaan graag in gesprek over hoe we lokale duurzaamheidsinitatieven kunnen verbinden aan die van het waterschap.
De zienswijze geeft geen aanleiding de Omgevingsvisie te wijzigen.
11k Wij onderschrijven het belang van aardkundig erfgoed. Daartoe stemt de raad op 27 januari over de vaststelling van het Erfgoed- en archeologiebeleid 2025-2030. Ook zal het nieuwe Erfgoed- en archeologiebeleid onder worden gebracht in een Omgevingsprogramma waarin aardkundig erfgoed meegenomen wordt.
De zienswijze geeft geen aanleiding de Omgevingsvisie te wijzigen.
24
De zienswijze geeft geen aanleiding de Omgevingsvisie te wijzigen.
De zienswijze geeft geen aanleiding de Omgevingsvisie te wijzigen.
12. Stichting Natuurvisie Lelystad Noord Oost
12a De indiener verzoekt de gemeente om meer aandacht te geven aan de impact van klimaatverandering op de ruimtelijke ontwikkeling, in de bestaande stad en bij het verdichten hiervan. Deze verdichting mag volgens de indiener niet ten koste gaan van groen en/of natuur.
12b De indiener stelt dat de groei van de stad moet worden gedreven door inzet op hoogwaardige werkgelegenheid, niet op de groei van het aantal inwoners. Hoogwaardige werkgelegenheid, niet door distributiecentra binnen te halen, is nodig om de groeiende forensenstroom de stad uit te stoppen. 12c De indiener verzoekt de gemeente om ontwikkelingen in de groene stadsrand onmogelijk te maken door middel van een heldere visie en harde uitgangspunten en afspraken in het Omgevingsplan.
12a Klimatologische veranderingen worden in de uitwerking meegenomen en voldoen minimaal aan regionale en landelijke wetgeving. Wij kiezen expliciet voor de compacte stad om groengebieden te beschermen. Daarnaast moeten we verdichten om los te komen van ICL gelden door onderhoudskosten van groen en grijs te verminderen. Ook willen we bijdragen aan de oplossing van de landelijk en stedelijke woningcrisis, denk aan jongeren en ouderenhuisvesting. Hier is meer differentiatie van de woningvoorraad nodig. Er moeten dus keuzes gemaakt worden. Hierbij geldt wel dat verdichting niet ten koste mag gaan van de kwaliteit van de groen en natuur. Lelystad wil de balans tussen verdichten, klimaatadaptatie en natuur bewaken. Voor hoogbouw zoekt de gemeente naar gerichte plekken waar dit stedelijk milieu passend is, zoals het stadshart. 12b De gemeente streeft naar hoogwaardigere werkgelegenheid voor de inwoners van Lelystad. De periode van het binnenhalen van groothandelsbedrijven en distributiecentra is gestopt. De gemeente verlegt de focus op die soorten bedrijvigheid die zich richten op de verschillende transities (oa energiereductie, CO2-reductie, elektrificatie, bio based & circulaire activiteiten). Daarnaast is het Stadshart in principe de beste plek voor kantoren en kleine ondernemers die baat hebben bij een dynamisch vestigingsklimaat.
De zienswijze geeft geen aanleiding de Omgevingsvisie te wijzigen.
12c Wij bouwen een samenleving waarvan de natuur een belangrijk onderdeel is. Hierbij zetten we in op het verbeteren van de kwaliteit van de natuur, terwijl we de stad ontwikkelen. We kiezen ervoor om de stadsbossen robuuster en toekomstbestendiger te maken en zetten in op kwaliteitsverbetering voor mens en dier door zonering. Bij het eventueel inpassen van ontwikkelingen in de groene stadsrand doen we dat met zorg en zonder de kwaliteit van de natuur schaden. Daarnaast moeten ontwikkelingen rekening houden met de ecologische verbindingen en deze versterken waar nodig door de ontbrekende schakels in het netwerk te realiseren. In de uitvoering van de Omgevingsvisie wordt dit aandachtspunt meegenomen om de kwaliteit van de natuur in de groene stadsrand te behouden en versterken.
De zienswijze geeft geen aanleiding de Omgevingsvisie te wijzigen.
25
De zienswijze geeft geen aanleiding de Omgevingsvisie te wijzigen.
12d De indiener verzoekt de gemeente om afwijken van de Omgevingsvisie voor enkel en alleen economisch gewin niet te faciliteren. Afwijking van vastgesteld beleid mag volgens de indiener enkel als er een breed gedragen participatietraject aan vooraf is gegaan, waarin alle belangen zijn meegewogen. 12e De indiener vindt de visie te vaag is, waardoor de evenwichtige ontwikkeling van Lelystad onduidelijk blijft.
12d Wij waarderen uw betrokkenheid en het belang dat u hecht aan zorgvuldig beleid en participatie. Wij onderschrijven het uitgangspunt dat door de indiener is ingebracht. De Omgevingsvisie is bedoeld als richtinggevend beleid en biedt ruimte voor flexibiliteit. Wel blijven de uitgangspunten in de visie leidend en is economisch gewin dus op zichzelf nooit een reden om af te wijken.
De zienswijze geeft geen aanleiding de Omgevingsvisie te wijzigen.
12e Een omgevingsvisie is een visie op stadsniveau, waarbij niet alles tot op projectniveau is uitgewerkt. Tegelijkertijd worden er wel duidelijke keuzes gemaakt zoals de keuze voor een compacte stad (groei binnen de bestaande stad, niet over de A6), het beschermen van bestaande verbindingen binnen de groen-blauwe hoofdstructuur, het revitaliseren van werkgebieden en meenemen als geïntegreerd onderdeel van de stad, met aandacht voor o.a. klimaatadaptatie en natuurinclusiviteit, het stadsbreed toepassen van het STOMP-principe en het aardgasvrij maken van wijken, bedrijven en voorzieningen. In de uitvoering worden keuzes op kleinere schaal gemaakt in lijn met de ambities en keuzes die gemaakt zijn in de Omgevingsvisie.
De zienswijze geeft geen aanleiding de Omgevingsvisie te wijzigen.
26
12f De indiener is verheugd met de belofte van de gemeente om de ambities zoals beschreven in de Omgevingsvisie juridisch te verankeren. De indiener zal de gemeente hierop controleren en indien nodig aanspreken. De indiener uit zorgen dat uitingen over het faciliteren van ontwikkelingen in de groene stadsrand deze beloftes ondermijnen.
12f Wij erkennen uw zorg en benadrukken dat eventuele ontwikkelingen op termijn in de groene stadsrand in lijn plaatsvinden met andere ambities voor de stad en dienen deze altijd rekening te houden met ecologische verbindingen. Wij kiezen voor het versterken van de bestaande stad. De stad ontwikkelt zich in eerste instantie dus in de bestaande stad, het stadshart, Zuiderhage en de Kust. De volgordelijkheid van deze ontwikkelingen moeten we goed uitzoeken en afstemmen met de diverse ontwikkelingen en ambities voor de stad. Kwaliteitsverbetering van groen en natuur in de stad en de groene stadsrand is blijft een leidend principe in onze ruimtelijke keuzes zoals omschreven in paragraaf 5.3 Robuust natuurlijk raamwerk. We onderschrijven het belang van de stadsbossen in het Robuust Natuurlijk raamwerk. Dit raamwerk vraagt echter nog aandacht omdat er onder andere sprake is van ontbrekende verbindingen of verbindingen die momenteel onvoldoende functioneren. We streven ernaar om eventuele ontwikkelingen in relatie tot dit natuurlijk raamwerk te zien en zetten in op natuurinclusief en klimaatadapatief ontwerpen en ontwikkelen. Hiermee beogen we het netwerk te versterken voor mens, plant en dier. Daarnaast zal de gemeente zich altijd moeten houden aan de omgevingswet en is zij verplicht om beschermde natuurwaarden in acht te nemen, dan wel te compenseren als hier sprake van is.
27
De zienswijze geeft geen aanleiding de Omgevingsvisie te wijzigen.
12g De indiener is blij te lezen dat ontwikkelingen in de juiste volgordelijkheid uitgevoerd worden om concurrentie van ontwikkelingen te voorkomen. De indiener merkt wel op dat dit in de praktijk ook anders gaat. De werkwijze lijkt niet op een bewust uitgezette koers, maar de volgorde en het tempo lijkt volledig te worden overgelaten aan de markt. De indiener roept de gemeente op om de regie terug te nemen en houden. Regie op de volgorde van uitvoering bij de markt lijkt te liggen en niet bij de gemeente. 12h De indiener benadrukt dat hoogbouw alleen plaatsvindt waar dit stedenbouwkundig verantwoord is. Groengebieden en de groene stadsrand moeten worden uitgesloten van bebouwing en al helemaal van hoogbouw om aantasting van natuurwaarden te voorkomen.
12g Doordat de gemeente vaak geen eigenaar is van bouwgrond, zijn onze sturingsmogelijkheden geregeld gelimiteerd. In de Ontwikkelstrategie die volgt op de Omgevingsvisie willen we voor de grote ontwikkelingen zoals Zuiderhage, Waterfront en Stadshart, nadrukkelijk wel het roer in handen nemen. Met name over de volgorde en het tempo van deze ontwikkelingen.
De zienswijze geeft geen aanleiding de Omgevingsvisie te wijzigen.
12h Zoals beschreven in de Ontwerp Omgevingsvisie (5.2.4. Kwalitatieve binnenstedelijke verdichting) wordt op gerichte plekken gezocht naar woonmilieus die stedelijk of zelfs hoog-stedelijk zijn. De gemeente zoekt soms naar meer levendigheid en genoeg mensen om voorzieningen overeind te houden. Maar ook omdat we andere gebieden, bijvoorbeeld groengebieden, willen beschermen tegen verdere verstening. Wij kiezen dus expliciet voor de compacte stad in combinatie met hogere bebouwing om groengebieden te beschermen. Voor hoogbouw zoekt de gemeente naar gerichte plekken waar dit stedelijk milieu passend is, zoals het stadshart.
De zienswijze geeft geen aanleiding de Omgevingsvisie te wijzigen.