BL 2 - Huisvestingsopgave wonen en zorg
Tekst van het document
De jaarlijkse taakstelling voor Lelystad lag in de afgelopen jaren tussen de 100 en 185 personen; dat betekent een vraag van 40 tot 95 woningen per jaar.
3100.108 | Huisvestingsopgave wonen en zorg
Tabel 7.1: Realisatie, taakstelling, prognose taakstelling en vraag naar woningen statushouders. Realisatie Taakstelling Taakstelling Prognose Vraag naar 2023 2023 2024 (1e taakstelling woningen helft) 90 180 85 100 – 185 40 - 95 Bron: Monitor Huisvesting aandachtsgroepen, bewerking Companen.
Samenvatting Als we de totale (geschatte) vraag naar zelfstandige woonruimte vanuit de verschillende urgentiegroepen optellen, dan komt dit uit op een jaarlijkse vraag naar 53 tot 85 woningen exclusief statushouders. Als we ook de bandbreedte van de vraag naar woningen voor statushouders meenemen, dan komen we op een totaal van 93 tot 180 woningen. Tabel 7.2: Schatting jaarlijkse vraag naar zelfstandige woonruimte met urgentie per jaar in de gemeente Lelystad. Doelgroep Schatting jaarlijkse vraag naar zelfstandige woonruimte met urgentie Uitstromers vanuit Beschermd Wonen 10 – 20 Uitstromers vanuit Jeugdzorg met verblijf 3–5 Uitstromers vanuit Maatschappelijke Opvang 10 – 15 Uitstromers vanuit detentie 7 - 15 Uitstromers vrouwenopvang en slachtoffers 1-2 mensenhandel Medisch urgenten 15 – 20 Mantelzorgers en mantelzorgontvangers 5 Stoppende sekswerkers 2–3 Totaal urgentiegroepen 53 - 85 Statushouders (geen urgentie, wel taakstelling) 40 - 95 Totaal inclusief statushouders 93 - 180
25
De exacte aantallen kunnen per jaar fluctueren. Daarnaast is het van belang om te beseffen dat niet al deze mensen daadwerkelijk een beroep zullen doen op een urgentie voor een corporatiewoning; sommigen hebben voldoende inschrijfduur opgebouwd om via de reguliere weg een woning te vinden. En er zijn ook mensen die een huurwoning vinden op de particuliere markt.
Woningaanbod voor urgente aandachtsgroepen Verreweg de meeste sociale huurwoningen in de gemeente Lelystad worden verhuurd door woningcorporatie Centrada. In de afgelopen jaren kwamen er op jaarbasis tussen de 500 en 650 huurwoningen vrij. In het jaar 2021 lag het aantal beduidend hoger; in dat jaar werden de complexen Lars en Lily opgeleverd. In de periode 2019-2023 werd tussen de 17% en 30% van deze woningen verhuurd aan iemand met een urgentieverklaring. De urgentiecategorieën onder de huidige urgentieregeling zijn net iets anders ingedeeld dan in de voorgenomen Wet versterking regie op de volkshuisvesting, maar verreweg de meeste mensen die volgens die wet in aanmerking zouden moeten komen voor urgentie zouden hier op dit moment ook al een beroep op kunnen doen in Lelystad. De verwachte vraag naar woningen vanuit de ‘verplichte urgentiegroepen’ uit de Wet Regie ligt naar schatting tussen de 53 en 85 per jaar. In praktijk werden er in de afgelopen jaren tussen de 63 en 123 woningen per jaar toegewezen aan mensen die behoren tot dergelijke groepen.
3100.108 | Huisvestingsopgave wonen en zorg
Tabel 7.3: Nieuwe verhuringen sociale huurwoningen Centrada 2019 2020 2021 Totaal aantal toegewezen sociale 647 624 922 huurwoningen Urgentiereglement*) 44 50 26 Statushouders 11 20 114 Zorgurgentie **) 16 20 17 Maatschappelijke 45 53 33 urgentie ***)
2022
2023
571
519
20 45 13
26 42 12
30
19
Stadsurgentie 0 0 0 0 0 Doorstroomurgentie 0 11 10 11 8 Overige urgentie 0 0 18 47 42 Lerarenurgentie (pilot) 0 0 0 6 5 Totaal toewijzingen 116 154 218 176 154 met urgentie Waarvan aan groepen 105 123 76 63 57 uit Wet Regie (16%) (20%) (8%) (11%) (11%) Waarvan aan 11 20 114 45 42 statushouders (2%) (3%) (12%) (8%) (8%) Waarvan aan mensen 11 28 64 55 uit aanvullende 0 (2%) (3%) (11%) (11%) urgentiecategorieën Bron: Jaarverslagen Centrada. *) Op basis van mantelzorg, sociale, financiële of medische redenen. **) Toekomstige bewoners van huurwoningen in de woonzorgzones met een zorgindicatie afgegeven door het CIZ (Centrum Indicatiestelling Zorg). ***) Cliënten die uitstromen uit maatschappelijke instellingen (convenant), huiselijk geweld, ex-gedetineerden en gezinnen met minderjarige kinderen waarbij de ontwikkeling van de kinderen wordt bedreigd.
26
7 Overige aandachtsgroepen
het aantal woonwagenstandplaatsen dan het aantal van 8 reeds aanwezige woonwagenstandplaatsen.
In de voorgenomen Wet Versterking Regie op de Volkshuisvesting worden – in aanvulling op de verschillende doelgroepen met een zorg- of ondersteuningsvraag – nog enkele andere groepen benoemd die aandacht nodig hebben in het woonbeleid omdat zij een bijzondere woonvraag hebben of het extra lastig hebben om passende woonruimte te vinden. Voor de volledigheid nemen we in dit hoofdstuk enkele cijfers op over deze groepen, ook al zullen ze in de woonzorgvisie geen prominente plek innemen.
Woonwagenbewoners hebben specifieke woonbehoeften inherent aan de kenmerken van de doelgroep. Ze (willen) wonen in een woonwagen op een standplaats en meestal zijn deze standplaatsen geclusterd op een woonwagenterrein. Wettelijk gezien heeft een woonwagenstandplaats geen minimaal oppervlakte, maar moet deze uiteraard groot genoeg zijn om de woonwagen op kwijt te kunnen. Een woonwagen heeft volgens het Bouwbesluit uit 2012 een minimale oppervlakte van 18m2, maar vaak zijn woonwagens tussen de 4-8 meter breed en 11-15 meter lang. Door voldoende afwisseling in oppervlakte te bouwen, kunnen huishoudens met verschillende gezinsgroottes passend wonen. Naast afwisseling in woonoppervlakte, is ook differentiatie in (sociale) huur- en koopaanbod gewenst.
Woonwagenbewoners Mede naar aanleiding van uitspraken van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens, het College voor de Rechten van de Mens en de Nationale Ombudsman heeft het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties in 2018 een beleidskader uitgebracht dat verduidelijkt dat recht moet worden gedaan aan de culturele identiteit die samenhangt met woonwagenstandplaatsen. Om die reden zijn ook woonwagenbewoners een aandachtsgroep voor het woonbeleid. Gemeenten dienen beleid voor woonwagens en standplaatsen vast te stellen als onderdeel van het volkshuisvestingsbeleid. Dit beleid moet voldoende rekening houden met en ruimte geven voor het woonwagenleven van woonwagenbewoners. Uit het onderzoek woonwagenstandplaatsen in Nederland (Companen/BZK) komt naar voren dat de gemeente Lelystad in 2023 8 woonwagenstandplaatsen telt. De gemeente Lelystad heeft in 2022 behoefteonderzoek gedaan naar woonwagenstandplaatsen. Uit dat onderzoek blijkt dat 26 personen geneigd zijn te verhuizen naar een woonwagen. Het is daarbij onduidelijk of het gaat om 26 individuele huishoudens, of meerdere leden van hetzelfde huishouden. Er kan in ieder geval worden geconstateerd dat er een grotere behoefte is aan
3100.108 | Huisvestingsopgave wonen en zorg
Studenten In de landelijke Monitor Aandachtsgroepen is de doelgroep studenten opgenomen. Het gaat hierbij om mensen die staan ingeschreven als voltijdstudent aan een mbo-, hbo of wo-instelling. De aandachtsgroep studenten is onderverdeeld in twee categorieën: • Thuiswonende studenten: studenten die in de BRP staan ingeschreven op hetzelfde aders als ten minste één ouder of wettelijk voogd. • Uitwonende studenten: studenten die in de BRP staan ingeschreven op een ander adres dan beide ouder of wettelijk voogd. In onderstaande tabel is te zien dat er ruim 4.400 studenten wonen in de gemeente Lelystad. Deze studenten stonden op 31 december 2021 (peildatum) ingeschreven bij een opleiding. We doen de aanname dat de uitwonenden studenten vooral zelfstandig wonende studenten zijn in een reguliere woning.
27
Tabel 7.1: Aantal uitwonende en thuiswonende studenten gemeente Lelystad (2021) Categorie studenten Aantal Uitwonenden studenten 715 Thuiswonende studenten 3.505 Totaal 4.220 Bron: Landelijke Monitor Aandachtsgroepen (2024)
Deze aantallen bieden geen inzicht in de extra behoefte aan woonruimte onder studenten. Het is namelijk niet bekend welk deel van de thuiswonende studenten de wens heeft om te verhuizen.
Arbeidsmigranten Arbeidsmigranten zijn personen die tijdelijk in Nederland komen werken. Vaak worden zij hierheen gehaald door een uitzendorganisatie of andere werkgever in bijvoorbeeld de tuinbouw-, distributie- of de bouwsector. In 2024 is in opdracht van de provincie Flevoland een onderzoek naar de huisvesting van arbeidsmigranten uitgevoerd door Decisio en Companen. Uit dit onderzoek volgt een schatting van ongeveer 1.700 werkzame arbeidsmigranten in de gemeente Lelystad. Het aantal wonende arbeidsmigranten in de gemeente Lelystad is geschat op 2.900 arbeidsmigranten. Het daadwerkelijke aantal in de gemeente woonachtige arbeidsmigranten ligt waarschijnlijk een stuk hoger. Dit komt omdat niet alle arbeidsmigranten zich ook daadwerkelijk registeren.
3100.108 | Huisvestingsopgave wonen en zorg
28
Bijlage 1: Vertaling zorgvraag senioren naar woonvraag In dit onderzoek zijn voor de vraag naar ouderenhuisvesting 2 scenario’s doorgerekend. In de basisprognose gaan we uit van de huidige woonsituatie van ouderen in verschillende vitaliteitstreden. In de alternatieve prognose tellen we de woonwensen van ouderen in verschillende vitaliteitstreden zwaarder mee: hier is de verdeling over de verschillende woonvormen voor 50% gebaseerd op de huidige woonsituatie, en voor 50% op de wens zoals ouderen in verschillende vitaliteitstreden die hebben uitgesproken in het landelijke WoON2021. In onderstaande figuren is voor elk van de prognosevarianten te zien welk deel van de ouderen in een bepaalde vitaliteitstrede woont in een reguliere woning, geclusterde woning dan wel zorggeschikte woning. Figuur: Aannames vitaliteitstreden basisscenario (90% feitelijke situatie, 10% wens) 10%
17%
83%
15%
26%
30% 73%
85%
74%
70% 15% 12%
Vitaliteitstrede 1
Vitaliteitstrede 2
Regulier wonen
30% 75%
90%
Figuur: Aannames vitaliteitstreden alternatief scenario (50% feitelijke situatie, 50% wens)
Vitaliteitstrede 3
Geclusterd wonen
Vitaliteitstrede 4 (SOM/PG)
Zorggeschikt wonen
Bron: Woonzorgweter Companen.
70% 13% 12%
Vitaliteitstrede 1
Vitaliteitstrede 2
Regulier wonen
Vitaliteitstrede 3
Geclusterd wonen
3100.108 | Huisvestingsopgave wonen en zorg
Vitaliteitstrede 4 (SOM/PG)
Zorggeschikt wonen
29
Wensen ten aanzien van de woning
Bijlage 2: Woonwensen ouderen
Uitkomsten uit het Woonwensenonderzoek 55-plussers Flevoland (Companen, 2023).
Figuur 1. Voorkeuren van verhuisgeneigde 55-plussers Gemeente Lelystad
33%
Provincie Flevoland
32%
Huur
Koop
44% 40%
Geen voorkeur
13% 14%
10% 15%
Weet ik (nog) niet
Bron: Onderzoek Wonen en zorg Flevoland, Companen 2023 Figuur 2: Aandeel van alle 55-plussers dat bepaald woonconcept ‘(zeer) aansprekend’ noemt, selectie Lelystad Hofjeswoning Levensloopbestendige woning (ggb) Kleinschalig appartementencomplex Aanleunwoning Appartementen in een hofje Kleinschalige serviceflat Woonboerderij Kangoeroe- / mantelzorgwoning Woontoren met luxe appartementen Grootschalig appartementencomplex Grootschalige serviceflat 0% Generatie X
20%
Protestgeneratie
40%
60%
Stille generatie
Bron: Woonwensenonderzoek 55-plussers Flevoland, Companen 2024.
3100.108 | Huisvestingsopgave wonen en zorg
80%
100%
Woningkenmerken • Vrijwel alle (toekomstige) senioren vinden het belangrijk dat de woning waarin men oud wil worden levensloopbestendig is. • Bijna 90% van de geënquêteerden vindt het (zeer) belangrijk dat de woning minstens twee slaapkamers heeft en een even grote groep vindt het (zeer) belangrijk dat er een berging, schuur of garage is. • Lift en voldoende parkeergelegenheid zijn volgens 85% (zeer) belangrijk. • Een eigen tuin is belangrijk voor ruim de helft van de ondervraagden; voor een gedeelde tuin is veel minder animo. Voorzieningen • Van alle mogelijke voorzieningen in een complex of in de directe omgeving hechten (toekomstige) senioren het meeste belang aan een fietsenstalling. Ook een klussendienst, een winkeltje voor dagelijkse behoeften en een stalling voor de scootmobiel scoren hoog. De top 5 wordt gecompleteerd door de wens dat een (wijk)verpleegkundige nabij is. Ongeveer twee derde van de ondervraagde (toekomstige) senioren vindt dit (zeer) belangrijk. • Ook de aanwezigheid van een ontmoetingsruimte, een huismeester, een inpandige fysiotherapeut en een gemeenschappelijke buitenruimte worden door relatief veel mensen belangrijk gevonden. • Veel minder animo is er voor het delen van zaken; een deelauto, een leenfiets en een gemeenschappelijke keuken worden maar door weinig mensen belangrijk gevonden.
• De belangrijkste voorzieningen die volgens (toekomstige) senioren in de buurt aanwezig moeten zijn, zijn een supermarkt (93%), een park/natuur
30
(90%), een huisarts (86%) en een apotheek (85%). Ook een OV-halte wordt veel genoemd. Ook zaken als horeca, een bibliotheek, dagbesteding en sportgelegenheid wordt door een flink deel van de mensen belangrijk gevonden, maar het gaat om minder dan de helft van de (toekomstige) senioren die aan de enquête hebben deelgenomen. Wensen ten aanzien van hulp en ondersteuning • (Toekomstige) senioren in Flevoland ontvangen bij voorkeur hulp en ondersteuning binnen het eigen gezin, van de partner of de kinderen, of van een professionele verpleegkundige of verzorgende. Hulp en ondersteuning door andere familieleden is voor maar ongeveer een kwart van de (toekomstige) senioren in de provincie acceptabel; in Urk is dit aandeel overigens hoger. De meeste (toekomstige) senioren ontvangen bij voorkeur geen hulp en ondersteuning van buren of kennissen. • De overheid ziet graag dat mensen meer naar elkaar omzien en elkaar helpen waar dat nodig is. Uit dit onderzoek blijkt dat de bereidheid om zelf hulp te geven onder (toekomstige) senioren in Flevoland groter is dan de bereidheid om hulp van de buren te ontvangen. • Bij laagdrempelige vormen zoals een oogje in het zeil houden of het aannemen van een pakketje voor buren is de bereidheid om hulp te bieden én te ontvangen groot.
De bereidheid om planten water geven bij de buren en boodschappen te doen voor een ander is wat groter dan om dergelijke hulp te aanvaarden. • Als hulp betrekking heeft op zaken die meer tijd en inspanning vragen en op zaken die sterk in de privésfeer komen, is de bereidheid om deze hulp te geven en te ontvangen veel kleiner. Voor het helpen bij persoonlijke verzorging zoals wassen is nauwelijks bereidheid, niet om te helpen én niet om geholpen te worden.
3100.108 | Huisvestingsopgave wonen en zorg
Huidig gebruik van zorg • Naarmate mensen ouder zijn, ontvangen zij vaker huishoudelijke hulp en ondersteuning. Van de 75+’ers ontvangt 42% huishoudelijke hulp of ondersteuning; 27% via de Wmo (Wet maatschappelijke ondersteuning) en 15% van een particuliere hulp. • Van de geënquêteerde 75+’ers ontvangt 20% thuiszorg en 17% mantelzorg; 10% ontvangt verpleegkundige zorg.
31
Bijlage 3: Doorzonscan De Doorzonsscan is een beproefd meetinstrument waarmee gemeenten en woningcorporaties op een snelle manier kunnen achterhalen welk deel van de woningvoorraad al geschikt is voor mensen met een functiebeperking en welke woningen met een kleine ingreep geschikt te maken zijn. Iedere woning wordt op basis van een aantal kenmerken van de woningen (bouwjaar, oppervlakte en woningtype) ingedeeld in één van de categoriën. Hieronder staan de kenmerken waaraan woningen moeten voldoen om een specifieke kwalificatie te krijgen.
• • • •
Geschikte woning Alle primaire voorzieningen (slaapkamer, woonkamer, toilet, badkamer en keuken) liggen gelijkvloers of zijn zonder traplopen bereikbaar. De woning is geschikt voor bewoners met geringe beperkingen bij het lopen, die als hulpmiddelen eventueel wandelstok of kruk(ken) gebruiken. Deze definitie komt overeen met de definitie van nultredenwoningen. De woningen voldoen aan tenminste één van de volgende kenmerken: • woning is aangemerkt als seniorenwoning of nultredenwoning; • appartementen/(galerij)flats (als deze over een lift beschikken); • (semi)bungalows, woonboerderijen.
De beoordeling van de woningvoorraad op geschiktheid op basis van WOZgegevens is een inschatting. Bezoek aan een woning zelf moet uitwijzen of de inschatting ook juist is. Daarnaast geeft de analyse uitsluitend inzicht in de kenmerken van de woning. Het is denkbaar dat ouderen de woning niet meer geschikt vinden omdat bijvoorbeeld het onderhoud van de woning of de tuin teveel wordt, of dat de woning te groot is (met een aantal slaapkamers die niet gebruikt worden) of dat men dichter bij voorzieningen wil wonen; een woning die volgens de analyse ‘geschikt’ is kan in de beleving van de bewoners dan minder geschikt zijn. Andersom kan het zo zijn dat in een woning die volgens de analyse ‘geschikt te maken’ is inmiddels al aanpassingen zijn gedaan (zoals de installatie van een traplift, of de drempels verwijderd). Hier kom je echter alleen achter door de woning daadwerkelijk te bezoeken. Daar wordt in deze analyse geen rekening mee gehouden.
Geschikt te maken woning Geschikt te maken woningen zijn woningen die met relatief beperkte middelen geschikt te maken zijn. Hierbij is te denken aan het installeren van een traplift, of het verlagen of weghalen van drempels. Deze woningen voldoen aan de volgende criteria:
3100.108 | Huisvestingsopgave wonen en zorg
eengezinswoning, is gebouwd na 1998; inhoud bij koopwoning is groter dan 350 m3 en gebouwd na 1965; inhoud bij huurwoning is groter dan 300 m3 en gebouwd na 1980; geschakelde woning.
Niet-geschikte woning De overige woningen zijn als niet-geschikt aangemerkt; deze woningen zijn vermoedelijk ook niet (eenvoudig) geschikt te maken.
32
Bijlage 4: Aanbodinventarisatie Woon(zorg)aanbod voor ouderen (Zorg-)aanbieder
Locatie
Coloriet
Laarstaete
63
Coloriet
Laarhof
114
Coloriet
De Hoven
70
Woonzorg Flevoland
Hanzeborg
134
Woonzorg Flevoland
De Uiterton
74 *)
Woonzorg Flevoland
’t Landleven
30 **)
Woonzorg Flevoland
De Bolder
18 ***)
Woonzorg Nederland
Bovenover
97
Woonzorg Nederland
Uiterton
51
Woonzorg Nederland
Hanzekade
98
Het Gouden Hart
Het Gouden Hart
Centrada
Leyakkers
105
Centrada
De Hoven
59
Centrada
Ravelijn
65 (waarvan 32 sociale huur)
Centrada
Buizerd
109
Centrada
Uchtman
42
Harmonisch Wonen
Hofje Sidhadorp
13
Totaal
Wlz-plekken (woonzorgcentrum/zorggeschikt)
32
536
Geclusterd wonen voor ouderen
13
652
*) + 12 ELV-bedden **) in 2025 uitbreiding met 24 plekken ***) op deze locatie zijn ook 18 plekken voor ouderen met GGZ-problematiek (zorgverlening door Kwintes); deze zijn in dit overzicht niet meegeteld, maar opgenomen in het overzicht Beschermd Wonen. ****) oplevering februari 2025
3100.108 | Huisvestingsopgave wonen en zorg
33
Woonzorgaanbod voor mensen met een lichamelijke beperking of niet-aangeboren hersenletsel (LG Wlz-indicatie) Zorgaanbieder ’s Heeren Loo Interakt Contour Totaal
Locatie De Graafschap 10-12 Het Rode Klif
Totaal aantal plekken 1 47 48
Woonzorgaanbod voor mensen met een verstandelijke beperking (VG Wlz-indicatie) Zorgaanbieder Philadelphia Triade Vitree Triade Vitree Triade Vitree Triade Vitree Triade Vitree Triade Vitree ’s Heeren Loo Totaal
Locatie Jol Sont Bataviahaven Schoener Gelderse Hout Trompenburg Overcinge De Graafschap 6-12
3100.108 | Huisvestingsopgave wonen en zorg
Totaal aantal plekken 29 22 30 38 42 8 13 15 197
34
Woonzorgaanbod voor mensen met BW-indicatie (Wmo/Wlz) Zorgaanbieder Flevo Zon Triade Vitree Triade Vitree IrisZorg Omega Groep Omega Groep Omega Groep Leger des Heils Leger des Heils Kwintes Kwintes Kwintes Kwintes Kwintes Kwintes Totaal
Locatie Zorgboerderij Flevo Zon Stavorenstraat Sont Gondel Kamp Langstraat Stadhuisplein Vast en Verder mannen Tikvah Lelystad Lübeck De Bolder De Veste De Veste / Stelling De Kwelder Grevelingenstraat
3100.108 | Huisvestingsopgave wonen en zorg
Totaal aantal plekken 11 29 2 35 21 10 22 28 16 34 18 32 18 6 24 306
35