BL 2 - Huisvestingsopgave wonen en zorg
Tekst van het document
Huisvestingsopgave wonen en zorg
Gemeente Lelystad 2 juli 2025 Eindrapport
DATUM
2 juli 2025
TITEL
Huisvestingsopgave wonen en zorg
OPDRACHTGEVER
Gemeente Lelystad
AUTEUR(S)
Roosje van Leer Valentine Reijers
PROJECTNUMMER
3100.108
STATUS
Eindrapport
Tivolilaan 205 6824 BV Arnhem Postbus 1174 6801 BD Arnhem www.companen.nl info@companen.nl 026 351 25 32 KvK-nummer: 09035291 BTW-nummer: NL001826517B01
Inhoud 1
Inleiding
4
2
Ouderen
6
3
Mensen met een lichamelijke beperking
14
4
Mensen met een verstandelijke beperking
15
5
Mensen met een psychische kwetsbaarheid
17
6
Urgentiegroepen en statushouders
19
7
Overige aandachtsgroepen
27
Bijlage 1: Vertaling zorgvraag senioren naar woonvraag
29
Bijlage 2: Woonwensen ouderen
30
Bijlage 3: Doorzonscan
32
Bijlage 4: Aanbodinventarisatie
33
1 Inleiding
aan de vraag naar woonruimte vanuit ouderen en verschillende aandachtsgroepen, en aan de zorg en ondersteuning die daarvoor nodig is.
De wereld van wonen, zorg en welzijn is sterk in verandering – dit geldt ook voor de gemeente Lelystad. Er is krapte op de woningmarkt en de zorgsector staat onder toenemende druk. Veel mensen lukt het niet een betaalbare woning te vinden. Ook verandert de woonvraag door een veranderende samenleving. Het aantal alleenstaanden neemt toe, het aantal ouderen stijgt sterk en ouderen blijven steeds vaker tot op hoge leeftijd zelfstandig wonen. Er is sprake van een dubbele vergrijzing: niet alleen het aantal ouderen neemt toe, maar binnen die groep groeit vooral het aantal ‘oudere ouderen’ sterk. In de gemeente Lelystad groeit de groep 85-plussers van circa 1.100 in 2024 naar 3.100 in 2040. Naast ouderen moeten ook andere mensen met een zorg- of ondersteuningsvraag, zoals mensen met een beperking of psychische problemen vaker (weer) zelfstandig wonen en hun weg vinden op de woningmarkt.
De Wet Regie benoemt de volgende ‘aandachtsgroepen’ voor het gemeentelijk woonbeleid: • Ouderen • Mensen die verplicht in aanmerking komen voor urgentie (zie hieronder voor een toelichting) • Personen met een lichamelijke, verstandelijke of zintuiglijke beperking of psychische kwetsbaarheid • (Dreigend) dak- en thuislozen • Arbeidsmigranten • Studenten • Woonwagenbewoners • Statushouders (houders van een verblijfsvergunning)
Om mensen met een zorg- of ondersteuningsvraag een fijn thuis te bieden is samenwerking tussen gemeenten, zorg- en welzijnsaanbieders en corporaties nodig: zij moeten er immers samen voor zorgen dat de woonomgeving en de sociale en zorginfrastructuur zodanig zijn ingericht dat mensen met een zorgvraag prettig kunnen wonen en leven.
Woonbehoefte ouderen en aandachtsgroepen In de voorgenomen weg Versterking regie op de volkshuisvesting (Wet Regie) worden de maatregelen en doelen uit de Rijksprogramma’s Een thuis voor iedereen en Wonen en zorg voor ouderen opgenomen. De officiële ingangsdatum van de wet is nog onzeker. Gemeenten zijn twee jaar na ingang van de wet verplicht een woonzorgvisie – als onderdeel van het volkshuisvestingsprogramma – op te stellen waarin ze aangeven hoe ze invulling willen geven
3100.108 | Huisvestingsopgave wonen en zorg
Een deel van deze mensen moet, volgens de Wet Regie, in aanmerking komen voor urgentie voor een sociale huurwoning. Dat gaat om de volgende groepen: • Uitstromers uit beschermd wonen en maatschappelijke opvang • Uitstromers uit vrouwenopvang en slachtoffers mensenhandel • Uitstromers uit jeugdzorg met verblijf • Uitstromers uit detentie • Medisch urgenten • Mantelzorgers en mantelzorgontvangers • Uitstappende sekswerkers Gemeenteraden houden de mogelijkheid om ook andere urgentiecategorieën aan de urgentieregeling in de huisvestingsverordening toe te voegen.
4
Verantwoording
Leeswijzer
Deze woonzorganalyse heeft als doel om de huisvestingsopgave voor ouderen en urgente aandachtsgroepen in de gemeente Lelystad inzichtelijk te maken. Aandachtspunt hierbij is dat per doelgroep verschilt hoeveel informatie beschikbaar is. Voor de meer traditionele zorgdoelgroepen (zoals ouderen en mensen met een verstandelijke, lichamelijke of psychische kwetsbaarheid) zijn voldoende gegevens beschikbaar over (historisch) zorggebruik, feitelijke woonsituatie, (kwalitatieve) woonbehoefte, woonwensen et cetera. Dit maakt het mogelijk om voorspellingen over de toekomstige zorg- of ondersteuningsvraag en woonbehoefte van deze doelgroepen te maken.
Dit rapport bestaat uit de volgende hoofdstukken: • Hoofdstuk 2: Ouderen (65+) • Hoofdstuk 3: Mensen met een lichamelijke beperking • Hoofdstuk 4: Mensen met een verstandelijke beperking • Hoofdstuk 5: Mensen met een psychische kwetsbaarheid • Hoofdstuk 6: Urgentiegroepen en statushouders • Hoofdstuk 7: Aanbod aan zelfstandige woonruimte voor urgentiegroepen en statushouders • Hoofdstuk 8: Overige aandachtsgroepen (woonwagenbewoners, studenten, arbeidsmigranten)
Voor ‘nieuwe’ aandachtsgroepen (zoals uitstromers, vrouwenopvang en slachtoffers mensenhandel, medisch urgenten, uitstappende sekswerkers en mantelzorgverleners en -ontvangers) zijn minder (historische) gegevens beschikbaar als het gaat om omvang van de doelgroep en de kwalitatieve woon- en ondersteuningsbehoefte. Op basis van de huidige praktijk hebben we geprobeerd deze aandachtsgroepen zo goed als mogelijk in beeld te brengen, kwantitatief dan wel kwalitatief.
• • • • •
Bijlage 1: Vertaling zorgvraag senioren naar woonvraag Bijlage 2: Woonwensen ouderen Bijlage 3: Doorzonscan Bijlage 4: Verdeling huisvestingsopgave ouderen naar gebied Bijlage 5: Aanbodinventarisatie
Bij het inschatten van de toekomstige behoefte aan woonruimte voor ouderen en mensen met een beperking hebben wij gebruik gemaakt van de Woonzorgweter van Companen. Met dit model maken wij prognoses op basis van gegevens over het huidig zorggebruik en demografische ontwikkelingen. Voor de demografische ontwikkelingen is gebruik gemaakt van de bevolkingsen huishoudensprognose van de provincie Flevoland. We hanteren als zichttermijn voor de vraagontwikkeling en huisvestingsopgave de peilmomenten 2024 – 2030 – 2040.
3100.108 | Huisvestingsopgave wonen en zorg
5
2 Ouderen Lang niet alle ouderen (65-plussers) hebben een zorgvraag, en lang niet alle ouderen hebben behoefte aan een specifiek soort woning vanwege die zorgvraag. Verreweg de meeste ouderen wonen zelfstandig en zijn vitaal. Ook van de ouderen mét een zorgvraag woont een groot deel zelfstandig, al dan niet met ondersteuning vanuit de wijkverpleging en het eigen sociaal netwerk. Toch zijn er veel ouderen die niet meer (volledig) zelfstandig kunnen wonen. Hier zijn andere woonvormen nodig, waarbij zorg maar ook bijvoorbeeld ontmoeting gefaciliteerd kan worden.
De leeftijd waarop mensen zich ‘oud’ voelen verschilt van persoon tot persoon. Wij kiezen er in dit onderzoek voor om de totale groep 65-plussers te betrekken in de analyses. In de gebruikte methodiek wordt wel een onderscheid gemaakt naar leeftijdsgroepen binnen die totale groep – immers: hoe hoger de leeftijd, hoe vaker ouderen en zorgvraag hebben.
Demografie Het aantal ouderen in de gemeente neemt in de komende jaren toe – en ook het aandeel ouderen op de totale bevolking van Lelystad. In absolute zin neemt het aantal 65-plussers in de gemeente toe van circa 15.600 in 2024 naar 22.600 in 2040. De groep ‘oudere ouderen’ groeit relatief gezien het sterkste: van circa 1.100 in 2024 naar circa 3.100 in 2040.
Doelgroep en context In dit hoofdstuk gaan wij in op de woonvraag van drie groepen ouderen: • Ouderen die vanwege hun gezondheidssituatie een beroep doen op Wlzzorg. Dat betekent dat zij ‘levenslang en levensbreed’ ondersteuning nodig hebben, thuis of in een zorginstelling. Het gaat om mensen die permanent toezicht of 24 uur per dag zorg in de nabijheid nodig hebben. De meeste van deze mensen wonen in een verpleeghuis of woonzorgcentrum, een deel in een geclusterde woonvorm zoals een aanleunwoning, serviceappartement of hofje en een deel woont in een reguliere woning. • Daarnaast gaan wij in op de woonvraag van ouderen met een lichtere zorgvraag: welk deel van hen doet een beroep op een geclusterde woonvorm en welk deel zal in de toekomst wonen in een (aangepaste) reguliere woning? • Ook hebben we aandacht voor de groep ouderen zonder zorgvraag; een deel van hen anticipeert op een mogelijke zorg- of ondersteuningsvraag in de toekomst en wenst daarom ook een specifiek soort woning.
3100.108 | Huisvestingsopgave wonen en zorg
Figuur 2.1. Bevolkingssamenstelling gemeente Lelystad, 2024 – 2040.
8% 10% 11%
3% 6%1%
2024 2040 <65 jaar
65-74 jaar
75-84 jaar
85+ jaar
Bron: Prognose provincie Flevoland (2024, middenscenario).
6
Figuur2.2: Huishoudenssamenstelling gemeente Lelystad, 2024 - 2040
33%
28%
2024
<65 jaar
2040
65+ jaar
Bron: Prognose provincie Flevoland (2024, middenscenario).
Wanneer we kijken naar het aandeel 65-plushuishoudens ten opzichte van het totaal aantal huishoudens in de gemeente, zien we dat het aandeel nu 28% is en in 2040 33%. Meer ouderen betekent ook: meer mensen met mobiliteitsbeperkingen, meer mensen met dementie en meer mensen die kampen met eenzaamheid vanwege een krimpend netwerk. Dat zorgt ervoor dat een groeiende groep inwoners van Lelystad behoefte krijgt aan zorg en ondersteuning. Tegelijkertijd is het (rijks)beleid er op gericht om het aantal intramurale verpleeghuisplekken stabiel te houden. Er zullen dus steeds meer mensen mét zorgvraag zelfstandig wonen. Een deel van de ouderen doet dit in een reguliere woning, maar er is ook een groep die behoefte heeft aan een specifieke woonvorm voor senioren. De vraag naar dergelijke woonvormen neemt de komende jaren, als gevolg van de vergrijzing, toe.
3100.108 | Huisvestingsopgave wonen en zorg
Zorgvraag in beeld Het ‘vitaliteitstredenmodel’ van Companen maakt het mogelijk om een voorspelling te doen van de toekomstige zorgvraag van ouderen. In het model worden alle ouderen (65+) ingedeeld op basis van de ‘zwaarste’ zorgvorm die zij het afgelopen jaar ontvingen. Het model bevat vier treden (zie figuur 2.1). In de eerste trede zitten de meest vitale ouderen, die niet of nauwelijks gebruik maken van zorg; in de vierde trede vallen ouderen met een zware zorgvraag. Elke persoon telt mee in één trede, ook als er verschillende vormen van zorg worden ingezet. Als voorbeeld: een oudere die zowel huishoudelijk hulp vanuit de Wmo krijgt als wijk-verpleging vanuit de Zvw, tellen we mee in vitaliteitstrede 3. De indeling in treden geeft inzicht in de zorgvraag en vitaliteit van ouderen, en is daarmee een goede voorspeller van de woonvraag. Belangrijk om te benoemen is dat het vitaliteitstredenmodel zeker geen hiërarchische ladder suggereert waarbij iedere oudere elke vitaliteitstrede doorloopt. Het is ook niet zo dat ouderen bij elke verandering van zorgvraag moeten verhuizen. We weten immers dat ouderen liever niet tweemaal verhuizen op oudere leeftijd, maar slechts één keer een stap willen maken. Uit woonwensenonderzoeken blijkt dat ouderen, naarmate ze minder vitaal worden, vaker een voorkeur hebben voor een geclusterd woonconcept voor ouderen.
Dit is ook terug te zien in het feitelijk woongedrag van ouderen. Dat betekent niet dat in geclusterde woonvormen alleen ouderen met een (zware) zorgvraag wonen: er zijn ook ouderen die al voordat ze een zorgvraag ontwikkelen graag willen verhuizen naar geclusterd wonen: niet vanwege hun actuele zorgvraag, maar uit voorzorg of vanwege een behoefte aan sociaal contact of comfort. In vitaliteitstrede 4 woont een aanzienlijk deel van de ouderen in een verpleeghuis of woonzorgcentrum; ook voor deze groep geldt
7
echter dat een deel nog in een reguliere (nultreden-)woning woont of in een geclusterde woonvorm waar ook mensen zonder Wlz-indicatie wonen. Toelichting Vitaliteitstredenmodel • De meest vitale ouderen zitten in vitaliteitstrede 1. Zij hebben geen zorgindicatie, maar maken hooguit gebruik van eerstelijns huisartsenzorg of zorg van de specialist (vanwege een acute zorgvraag, chronische ziekte of specialistische geestelijke gezondheidszorg). • Als ouderen gebruik maken van Wmo-ondersteuning, dan vallen ze in vitaliteitstrede 2. Het gaat ook hier om relatief vitale ouderen. De ondersteuning die zij krijgen kan bestaan uit hulpmiddelen, huishoudelijke hulp of andere ondersteuning waarvoor een eigen bijdrage verschuldigd is. • In vitaliteitstrede 3 vallen ouderen die wijkverpleging ontvangen vanuit de Zvw. Een deel van deze mensen ontvangt ook ondersteuning vanuit de Wmo. • In vitaliteitstrede 4 vallen ouderen die een Wlz-indicatie hebben. Ouderen met een Wlz-indicatie kunnen in een verpleeghuis terecht, maar tegenwoordig wonen zij steeds vaker zelfstandig met intensieve zorg (vanuit een Volledig Pakket Thuis, Modulair Pakket Thuis of Persoonsgebonden budget).
Deels is dit een wens van ouderen, maar het is niet altijd een keuze; het beleid van de rijksoverheid is er immers op gericht om het aantal intramurale plekken de komende jaren niet te laten groeien, waardoor Wlz-zorg steeds vaker ‘extramuraal’ geboden moet worden. Voor de gemeente Lelystad weten we wat de huidige omvang is van elk van de vitaliteitstreden. Wanneer we deze data combineren met de
bevolkingsprognose, dan kunnen we ook een voorspelling doen van het toekomstige aantal mensen dat in elk van de vitaliteitstreden valt. Dit is te zien in de volgende figuur. Figuur 2.3 Gemeente Lelystad. Aantal ouderen per vitaliteitstrede in 2024 en 2040.
Bron: CIZ databank, woonzorgweter Companen .
Vraag naar woonvormen Verreweg de meeste ouderen wonen in een reguliere woning – vaak de woning waar ze al jaren wonen. Een deel van de ouderen verhuist op enig moment naar een nultredenwoning, een geclusterde woning of een verpleeghuis, woonzorgcentrum of zorggeschikte woning1. Voor de definities van elk van deze woonvormen sluiten we aan bij de definities die de rijksoverheid hanteert in de Wet versterking regie op de volkshuisvesting.
1
Met de term ‘zorggeschikt’ bedoelen we in dit rapport zowel intramurale zorginstellingen (verpleeghuizen) als geclusterde woonvormen die specifiek bedoeld zijn voor mensen met een intensieve zorgvraag waar zorg wordt geboden op basis van scheiden wonen en zorg.
3100.108 | Huisvestingsopgave wonen en zorg
8
Definities ouderenhuisvesting • Reguliere woningen zijn ‘gewone’, niet-geclusterde woningen. Het gaat hierbij zowel om gezinswoningen als om appartementen of studio’s waar ook mensen zonder zorgvraag kunnen wonen. • Nultredenwoningen zijn woningen die geschikt zijn voor ouderen of andere zorgvragers met een (lichte) lichamelijke beperking. De woning is zowel intern als extern toegankelijk. Dat betekent dat de woning te bereiken is zonder trap te lopen (extern toegankelijk) en keuken, badkamer, toilet en minimaal één slaapkamer zonder trappen te bereiken is (intern toegankelijk). • Geclusterd wonen is een woonvorm die deel bestaat uit woningen die toegankelijk zijn zonder traplopen en die zijn ingericht op het bevorderen van sociaal contact en gemeenschapsgevoel. Het uitgangspunt is een minimale clustering van 12 woningen. Er is een ontmoetingsruimte inpandig of op loopafstand. • Zorggeschikte woningen zijn zelfstandige woningen in een geclusterde woonvorm die zo zijn ingericht dat hier goed verpleegzorg geleverd kan worden. Zorggeschikte woningen gelden als alternatief voor traditionele verpleeghuisplekken. Ze zijn rolstoel- of rollatorgeschikt, met voldoende ruimte bij de entree, in de toiletruimte en in de badkamer.
Ze kunnen onderdeel zijn van een complex waar alle bewoners gebruik maken van Wlz-zorg (homogene complexen), maar ook van een geclusterde woonvorm waar ook mensen zonder Wlz-indicatie wonen. De informatie over het (toekomstige) zorggebruik van ouderen combineren we met informatie over de huidige woonsituatie van ouderen in een bepaalde vitaliteitstrede én informatie over de woonwensen per vitaliteitstrede. Die laatste informatie halen we uit het WoON2021. Op basis van deze gegevens kunnen we een voorspelling doen van de toekomstige vraag naar woonvormen.
3100.108 | Huisvestingsopgave wonen en zorg
Basisprognose De basisprognose is een demografische doorrekening van de huidige vraag naar nultreden, geclusterde en zorggeschikte woningen. Het resultaat van deze doorrekening staat in de onderstaande tabel weergegeven. Tabel 2.1: Gemeente Lelystad, basisprognose vraag naar woonvormen onder ouderen. 2024 2030 2040 Regulier wonen 8.390 10.400 (+ 2.010) 12.695 (+ 4.305) Waarvan nultreden 980 1.280 (+ 300) 1.655 (+ 675) Geclusterd wonen 1.570 1.910 (+ 340) 2.350 (+ 780) Zorggeschikt wonen 495 665 (+ 170) 975 (+ 480) Bron: Woonzorgweter Companen
Alternatieve prognose Er is ook een alternatieve prognose doorgerekend, waarbij de woonwens van ouderen in verschillende vitaliteitstreden zwaarder is meegewogen. Dit leidt tot een wat sterkere toename van de vraag naar geclusterd wonen en een iets lagere vraag naar specifieke zorggeschikte woningen. In onderstaande tabel staan de uitkomsten van deze alternatieve prognose weergegeven. Tabel 2.2: Gemeente Lelystad, alternatieve prognose vraag naar woonvormen onder ouderen. 2024 2030 2040 Regulier wonen 7.830 9.745 (+ 1.915) 11.920 (+ 4.090) Waarvan nultreden 945 1.230 (+ 285) 1.585 (+ 640) Geclusterd wonen 2.150 2.600 (+ 450) 3.190 (+ 1.040) Zorggeschikt wonen 480 650 (+ 170) 950 (+ 470) Bron: Woonzorgweter Companen
De werkelijke vraagontwikkeling ligt vermoedelijk tussen beide scenario’s in. Het lijkt daarom verstandig om bij de beleidsontwikkeling voor de
9
vraagontwikkeling uit te gaan van een een bandbreedte tussen beide scenario’s:
goedkope koop vallen koopwoningen tot € 250.000. Onder middeldure koop vallen koopwoningen tussen € 250.000 en € 400.000. Tabel 2.3: Toe te voegen nultredenwoningen, uitgesplitst naar markt- en prijssegment (basisprognose)
Uitbreidingsopgave uitgesplitst naar marktsegmenten In de Woondeal MRA is afgesproken dat van de nieuwbouw tot 2030 30% in de sociale huur valt. Het ligt voor de hand om ditzelfde percentage ook aan te houden voor toe te voegen nultredenwoningen. In 2022 is in de Nationale Prestatieafspraken afgesproken dat corporaties aan de lat staan voor 50% van de toe te voegen geclusterde en zorggeschikte woningen voor senioren. We adviseren deze zelfde percentages ook te hanteren voor Lelystad. Om te bepalen welk deel van de resterende opgave moet landen in de (middel)dure huur dan wel het koopsegment, kijken we naar de uitkomsten van het woonwensenonderzoek onder senioren dat Companen in 2023 deed in opdracht van de provincie Flevoland (zie ook de bijlage). Aan de 55-plussers met een verhuiswens is in dat onderzoek onder meer gevraagd naar hun voorkeur voor kopen of huren en voor een prijssegment. Op basis van de uitkomsten van dit onderzoek is een indicatieve uitsplitsing naar marktsegmenten te maken voor seniorenhuisvesting. Hierbij is rekening gehouden met de verschillende voorkeuren van jongere en oudere generaties. In de onderstaande tabellen staan indicatieve cijfers over de uitbreidingsopgave per woonvorm, uitgaande van het basisscenario. Onder
3100.108 | Huisvestingsopgave wonen en zorg
Sociale (Middel-) Goedkope Middeldure Dure huur dure huur koop koop koop Tot 2030 90 35 30 85 60 2030 – 2040 115 45 30 110 75 Totaal 205 80 60 195 135 Bron: Woonwensenonderzoek 55-plussers provincie Flevoland, bewerking Companen.
Totaal 300 375 675
Tabel 2.4: Toe te voegen woningen in geclusterd wonen, uitgesplitst naar markt- en prijssegment (basisprognose) Sociale (Middel-) Goedkope Middeldure Dure huur dure huur koop koop koop Tot 2030 170 30 20 70 50 2030 – 2040 220 35 25 95 65 Totaal 390 65 45 165 115 Bron: Woonwensenonderzoek 55-plussers provincie Flevoland, bewerking Companen.
Totaal 340 440 780
Tabel 2.5: Toe te voegen zorggeschikte woningen, uitgesplitst naar segment. Sociale huur
(Middel-) dure huur of koop
Totaal
Tot 2030
85
85
170
2030 – 2040 Totaal
155 240
155 240
310 480
Bron: Woonwensenonderzoek 55-plussers provincie Flevoland, bewerking Companen.
Geschikt woningaanbod Een deel van de bestaande woningvoorraad van Lelystad bestaat al uit nultredenwoningen. Om een schatting te kunnen maken van het aantal nultredenwoningen in de gemeente is een ‘doorzonscan’ uitgevoerd. Dit is een grofmazige analyse waarbij op grond van kenmerken als bouwjaar, woningtype, oppervlakte en inhoud wordt ingeschat of een woning ‘geschikt’
10
is voor senioren (lees: of het een nultredenwoning is), ‘potentieel geschikt’ (lees: relatief eenvoudig aan te passen, bijvoorbeeld door een traplift te plaatsen) of ‘niet-geschikt’. Een toelichting op de methode is te vinden in bijlage 3.
de geschikte woningen bewoond worden door mensen zonder mobiliteitsbeperking. Dat betekent dat er altijd een ‘overmaat’ van dit soort woningen nodig zal zijn om de doelgroep die een toegankelijke woning nodig heeft te kunnen huisvesten.
Van de woningen in de gemeente Lelystad is bijna een kwart (8.390 woningen) ‘geschikt’ voor ouderen of andere mensen met een mobiliteitsbeperking. Ongeveer drie op de tien woningen (10.260 woningen) zijn ‘geschikt te maken’ en bijna de helft van de woningen (16.547 woningen) is daarentegen ‘nietgeschikt’ voor mensen met een mobiliteitsbeperking en ook niet eenvoudig geschikt te maken. In totaal betekent dit dat iets meer dan de helft van de totale woningvoorraad (potentieel) geschikt is.
Figuur 2.3: Leeftijd bewoners van ‘geschikte woningen (2024).
Figuur 2.2: Gemeente Lelystad. Aandeel geschikte, geschikt te maken en ongeschikte woningen op de totale woningvoorraad.
24%
Bron: WOZ-registratie gemeente Lelystad, bewerkt door Companen (2024).
Uitsplitsing naar leeftijdsklasse Hoe ouder mensen zijn, hoe vaker ze in een ‘geschikte’ woning wonen. Toch woont ook van de oudere ouderen een aanzienlijk deel in een (op papier) nietgeschikte woning. Figuur 2.4: Woonsituatie naar leeftijd bewoner (2024).
Geschikt 47%
Geschikt te maken
Tot 50 jaar
21%
30%
49%
Niet geschikt
50-64 jaar
19%
34%
47%
29%
65-75 jaar
25%
75-85 jaar Bron: WOZ-bestand gemeente Lelystad 2024, bewerking Companen.
Niet iedere ‘geschikte’ woning in de gemeente wordt bewoond door een oudere met een mobiliteitsbeperking. Ter indicatie: van de ‘geschikte’ woningen in de gemeente wordt op dit moment bijna 60% bewoond door een huishouden jonger dan 65 jaar. Ook in de toekomst zal ten minste een deel van
3100.108 | Huisvestingsopgave wonen en zorg
29%
36%
85+ jaar
23%
48% 0%
20% Geschikt
46%
41% 16%
40% Geschikt te maken
60%
36% 80%
100%
Niet geschikt
Bron: WOZ-registratie gemeente Lelystad, bewerkt door Companen (2024).
11
Uitsplitsing naar eigendomssituatie Corporatiewoningen zijn vaker ‘geschikt’ dan koopwoningen. Volgens de eigen opgave van Centrada is 31% van hun woningbezit een nultredenwoning (en daarmee een ‘geschikte’ woning). Van de bestaande voorraad aan koopwoningen is slechts 13% ‘geschikt’; 41% is aanpasbaar (potentieel geschikt). 46% van de koopwoningen is (op papier) niet-geschikt. Onderstaande tabel toont het aantal nultredenwoningen per wijk zoals dat is opgegeven door Centrada. Tabel 2.6: Nultredenwoningen Centrada (2024). Naam wijk Totaal aantal woningen Centrada in deze wijk Atolwijk 1.237 Bolder 1.644 Boswijk 1.241 Buitengebied 0 Havendiep 1.172 Kustwijk 947 Lelystad-Haven 164 Stadshart 414 Warande 459 Waterwijk-Landerijen 1.117 Zuiderzeewijk 969 Totaal 9.364 Bron: Centrada (2024)
Waarvan nultredenwoningen 344 363 237 0 686 107 22 334 319 189 276 2.877
Aanbod geclusterde en zorggeschikte woningen Met behulp van een aanbodinventarisatie onder zorgaanbieders en corporaties is het aanbod aan woonvormen voor ouderen in beeld gebracht. Op dit moment zijn er in de gemeente Lelystad tenminste 652 woningen in geclusterde woonvormen voor ouderen. Dit betreft woningen in complexen met een inpandige ontmoetingsruimte, die hoofdzakelijk door ouderen worden bewoond én toegankelijk zijn zonder Wlz-indicatie. Daarnaast zijn er 536 woningen of plekken die vallen onder de noemer zorggeschikt wonen/woonzorgcentrum. In onderstaande tabel staat het aanbod aan woonvormen per aanbieder. In bijlage 5 is het huidige aanbod aan zorggeschikt en geclusterd wonen in meer detail weergegeven. Tabel 2.7: Aanbod plekken in woonzorgcentra en woningen in geclusterd wonen (2024). Aanbieder Aantal zorggeschikte Aantal geclusterde woningen / plekken in wooneenheden woonzorgcentrum Coloriet 248 Woonzorg Flevoland 256 Het Gouden Hart 32 Woonzorg Nederland Centrada Harmonisch wonen Totaal 536 *Waaronder 42 woningen die in 2025 worden opgeleverd. Bron: Aanbodinventarisatie, Companen
38 13 246 380*) 13 652
Match vraag - aanbod De gemeente telt op het moment 536 zorggeschikte woningen / verpleeghuisplekken. Dat is voldoende voor de huidige vraag vanuit senioren met een Wlzindicatie (deze vraag is geraamd op 480 tot 500).
3100.108 | Huisvestingsopgave wonen en zorg
12
Het huidige aanbod aan geclusterd wonen voor senioren in de gemeente Lelystad bestaat uit ten minste 652 woningen – met daarbij de kanttekening dat alleen het aanbod van woningcorporaties en zorgaanbieders hierbij is meegeteld. Dit is aan de krappe kant ten opzichte van de totale huidige vraag (geraamd op 1.570, waarvan 50% in de sociale huursector). Lelystad kent echter ook complexen met nultredenwoningen die een ontmoetingsruimte in de directe nabijheid hebben, en daarmee voor een deel ook in de vraag naar geclusterd wonen voorzien. Het huidige aanbod aan nultredenwoningen / geschikte woningen is, op basis van de doorzonscan, bijna 8.400 woningen. Dit lijkt zeer ruim voor de huidige vraag naar nultredenwoningen vanuit de doelgroep senioren met een mobiliteitsbeperking; die is geraamd op 945 – 980 woningen. Zoals eerder toegelicht, worden deze woningen echter ook bewoond door jonge mensen en door mensen zónder mobiliteitsbeperkingen. Een zekere ‘overmaat’ is dus nodig om ervoor te zorgen dat iedereen die een dergelijke woning nodig heeft vanwege mobiliteitsproblemen deze ook kan vinden.
3100.108 | Huisvestingsopgave wonen en zorg
13
3 Mensen met een lichamelijke beperking In dit hoofdstuk brengen we de langdurige zorgvragers met een lichamelijke beperking met een Wlz-indicatie in beeld. Hier vallen ook mensen onder die een Wlz-indicatie hebben vanwege niet-aangeboren hersenletsel.
Zorgvraag in beeld Mensen met een (al dan niet aangeboren) lichamelijke beperking hebben behoefte aan een goed toegankelijke woning. De mate waarin een woning aangepast moet zijn, is afhankelijk van de aard en zwaarte van de beperking. Over het algemeen hebben mensen met een lichamelijke beperking behoefte aan een gelijkvloerse woning. Dat kan een grondgebonden woning zijn, maar ook een appartement – mits er een lift aanwezig is. Daarnaast is het belangrijk dat de woning genoeg ruimte biedt voor een rolstoel en/of ander hulpmiddelen. Met name de badkamer moet hier voldoende ruimte voor bieden. De woonomgeving moet toegankelijk zijn en de woning is bij voorkeur gelegen in de buurt van voorzieningen zoals een huisarts, winkels en ontmoetingsplekken. Ook voldoende parkeergelegenheid in de directe omgeving is belangrijk, bij voorkeur voor de deur. Mensen met een lichamelijke beperking doen naast beroep op woningaanpassingen ook een beroep op (ambulante) zorg. De intensiteit van deze zorg is afhankelijk van de aard en zwaarte van de beperking. In januari 2024 hadden in de gemeente Lelystad 135 mensen een Wlz-indicatie vanwege een lichamelijke beperking. Op basis van de demografische
3100.108 | Huisvestingsopgave wonen en zorg
ontwikkeling verwachten we dat de groep tot en met 2040 groeit met 25 personen. Tabel 3.1: Prognose aantal mensen met een Wlz LG-indicatie. 2024 Aantal mensen met een Wlz LG-indicatie 135 Bron: CIZ, Woonzorgweter Companen.
2030 150
2040 160
Het aandeel mensen met een Wlz-indicatie vanwege een lichamelijke beperking is landelijk 0,9 indicaties per 1.000 inwoners. In provincie Flevoland ligt dit aandeel iets hoger, namelijk 1,0 per 1.000 inwoners. In de gemeente Lelystad wonen relatief veel mensen met een Wlz-indicatie vanwege een lichamelijke beperking: er zijn 1,6 indicaties per 1.000 inwoners.
Aanbod aan woonplekken Een deel van de mensen met een LG-indicatie woont zelfstandig. Een deel woont bij een zorgaanbieder, in een woonvorm die speciaal bedoeld is voor deze groep. Op basis van de aanbodinventarisatie onder zorgaanbieders schatten wij in dat het gaat om een aanbod van zo’n 48 plekken in de gemeente Lelystad. Dit aanbod bestaat uit woonplekken bij de locatie Het Rode Klif van Interakt Contour en een locatie van ’s Heeren Loo. Mogelijk wonen er ook mensen met een LG-indicatie bij ouderenzorgaanbieders.
Match vraag - aanbod Het aanbod aan plekken voor mensen met Wlz-LG-indicatie in de gemeente ligt lager dan het aantal indicaties. Zoals gezegd, woont een deel van de doelgroep zelfstandig. Vanuit zorgaanbieders is er geen signaal dat er op dit moment een groot tekort aan plekken is in Lelystad.
14
4 Mensen met een verstandelijke beperking De groep mensen met een (licht) verstandelijke beperking kent een diverse samenstelling. Zij kunnen onder andere behoefte hebben aan verpleging of verzorging, huishoudelijke hulp of begeleiding bij gedragsproblematiek. Een groot deel van de mensen woont in een instelling; dit kan ook kleinschalig in de wijk zijn. Een kleiner aandeel woont zelfstandig in de wijk met ambulante begeleiding.
Zorgvraag in beeld Een groot deel van de mensen met een (licht) verstandelijke beperking woont in een zorginstelling. Een deel woont zelfstandig. Zelfstandig wonende mensen met een verstandelijke beperking zijn over het algemeen aangewezen op een sociale huurwoning. Soms huren zij deze van een zorgorganisatie, soms bij een woningcorporatie. Hierbij is betaalbaarheid het belangrijkste criterium bij de keuze van een woning. Voor de mensen die zelfstandig wonen is het belangrijk dat de hulp (bij het huishouden, financiën of structuur in het dagelijks leven) op afroep aanwezig is. In de fysieke woonomgeving is nabijheid en bereikbaarheid van voorzieningen en openbaar vervoer gewenst. Voor de groep die woont bij een zorgaanbieder geldt dat de meesten de voorkeur geven aan een wooneenheid met eigen sanitair; of een eigen kookgelegenheid gewenst is, hangt af van de mate van zelfstandigheid. In de afgelopen jaren is de toegang tot de Wlz voor mensen met een verstandelijke beperking iets beperkter geworden. Er worden geen nieuwe indicaties meer afgegeven voor langdurige zorg aan mensen met een relatief lichte zorgvraag (VG 1 en 2). Deze mensen zijn voor ondersteuning
3100.108 | Huisvestingsopgave wonen en zorg
tegenwoordig aangewezen op de Wmo. Mensen met een bestaande VG1- of VG2-indicatie die al in een instelling wonen, mogen hier wel blijven. Ondanks de beperking van de toegang tot de Wlz, zien wij een landelijke trend waarin er steeds meer mensen een indicatie voor VG hebben. Deze groei gaat sneller dan de algehele bevolkingsgroei; het gaat dus om een stijgend aandeel. Deels wordt deze groei verklaard doordat de doelgroep met een verstandelijke beperking ouder wordt dan voorheen; daarnaast wordt vaak gewezen naar de steeds ingewikkeldere samenleving. Het is mogelijk dat mensen met een indicatie voor een verstandelijke beperking daarnaast ook lichamelijke klachten hebben. Het is van belang te vermelden dat mensen voor hun indicatie worden ingedeeld op basis van de zwaarstwegende grondslag: staat de verstandelijke beperking voorop, dan krijgt iemand een VG-indicatie; staat de lichamelijke beperking voorop, dan krijgt iemand een LG-indicatie. Indicaties In januari 2024 waren er in de gemeente Lelystad 615 mensen met een Wlzindicatie vanwege een verstandelijke beperking. Op basis van de demografische ontwikkeling verwachten we dat deze groep tot en met 2040 groeit met 195 personen.
Het huidige aantal indicaties, gecombineerd met de bevolkingsprognose van de gemeente, leidt tot een demografische doorrekening van de verwachte omvang van de groep mensen met een Wlz-indicatie vanwege een verstandelijke beperking voor de periode tot en met 2040. In de prognose hebben wij ook rekening gehouden met een groei van de doelgroep van 2% per jaar, vanwege het ouder worden van de doelgroep – een landelijke trend die sinds 2017 zichtbaar is.
15
Tabel 4.1: Prognose aantal mensen met een Wlz VG-indicatie. 2024 Aantal mensen met een VG-indicatie 615 Bron: CIZ, Woonzorgweter Companen.
2030 715
2040 810
Het aandeel mensen met een Wlz-indicatie vanwege een verstandelijke beperking is landelijk 6,8 indicaties per 1.000 inwoners. In provincie Flevoland ligt dit aandeel iets lager, namelijk 6,7 per 1.000 inwoners. In de gemeente Lelystad wonen relatief gezien iets meer mensen met een Wlz-indicatie vanwege een verstandelijke beperking: hier zijn 7,2 indicaties per 1.000 inwoners.
Aanbod aan woonplekken In het kader van dit onderzoek is ook het aanbod aan woonvormen voor mensen met een verstandelijke beperking in beeld gebracht. Het geïnventariseerde aanbod in de gemeente komt uit op 197 plekken. Tabel 4.2: Woningaanbod voor mensen met een verstandelijke beperking, naar aanbieder. Aanbieder Aantal plekken Philadelphia
29
Triade Vitree
153
’s Heeren Loo
15
Totaal
197
geïnventariseerde aanbod aan woonplekken. Hier is een aantal mogelijke verklaringen voor: • Een deel van de mensen woont thuis bij hun ouders of woont zelfstandig, met ambulante begeleiding. Hoe groot deze groep is, is niet bekend. Het zorgkantoor registreert wel welk deel van de doelgroep gebruik maakt van een VPT of pgb, maar daarbij is niet bekend wat de woonsituatie van deze mensen is. • Een deel van de mensen verzilvert hun Wlz-indicatie niet. Dat kan zijn omdat er (nog) geen intensieve zorg nodig is, maar het kan ook betekenen dat er geen geschikte zorgplek gevonden is, bijvoorbeeld omdat de problematiek te complex is. Op basis van de beschikbare data is niet met zekerheid te zeggen of er op dit moment een tekort is aan verblijfsplekken voor mensen met een VG-indicatie in Lelystad, maar er lijkt ruimte voor uitbreiding. Dat geldt zeker richting toekomst, aangezien het aantal mensen met een VG-indicatie zal gaan stijgen. Zorgaanbieders herkennen het beeld dat het huidige aanbod krap is ten opzichte van de vraag. Zij geven aan dat er vooral een tekort is aan plekken in ‘groepswonen’, waarbij bewoners wel een eigen badkamer hebben, maar een woonkamer en keuken delen met medebewoners. Mede vanwege personeelstekorten zijn zij op dit moment echter terughoudend met het maken van plannen voor nieuwe locaties.
Bron: Aanbodinventarisatie Companen (2024)
Match vraag - aanbod Het aantal mensen met een Wlz-indicatie vanwege een verstandelijke beperking ligt in de gemeente Lelystad een stuk hoger dan het
3100.108 | Huisvestingsopgave wonen en zorg
16
5 Mensen met een psychische kwetsbaarheid In dit hoofdstuk brengen we de huisvestingsopgave in beeld voor mensen met een (ernstige) psychische kwetsbaarheid. Wij richten ons hierbij op de groep die verblijft in Beschermd Wonen (GGZ).
Indicaties In januari 2024 waren in de gemeente Lelystad 97 mensen met een BWindicatie vanuit de Wmo. Er is binnen deze groep een daling zichtbaar sinds 2020, onder andere door de overgang naar de Wlz. De groep mensen die beschermd woont met een indicatie vanuit de Wlz is groter. In januari 2024 waren in de gemeente Lelystad 175 mensen met een Wlz-indicatie voor Beschermd Wonen. In totaal waren er in januari 2024 dus 272 mensen in de gemeente met een indicatie voor beschermd wonen vanuit de Wmo of Wlz. Het aandeel mensen met een dergelijke indicatie is daarmee 3,2 op 1.000 inwoners.
Zorgvraag in beeld Beschermd Wonen vanuit Wmo en Wlz Binnen de Wmo is Beschermd Wonen bedoeld voor volwassenen die vanwege psychische of psychosociale problematiek (tijdelijk) niet zelfstandig kunnen wonen zonder de aanwezigheid of directe nabijheid van toezicht en ondersteuning. De begeleiding van de zorginstelling is gericht op verschillende primaire leefgebieden zoals huisvesting, financiën, geestelijke en lichamelijke gezondheid en verzorging, dagbesteding, sociaal netwerk, huiselijke relaties en maatschappelijke participatie. Vanaf 1 januari 2021 kunnen mensen met een psychische problematiek ook aanspraak maken op financiering van zorg en verblijf vanuit de Wlz, omdat zij blijvend permanent toezicht nodig hebben of 24 uur zorg in de nabijheid nodig hebben.
2
Van het huidige aanbod aan BW-plekken die vanuit de Wmo gefinancierd zijn in de provincie Flevoland, is ongeveer 27% in de gemeente Lelystad. Lelystad heeft ongeveer 19% van het aantal
3100.108 | Huisvestingsopgave wonen en zorg
Aangezien het veld van beschermd wonen nog sterk in ontwikkeling is, is het minder zinvol om een prognose te maken van de vraag naar beschermd wonen op gemeenteniveau. Het is aannemelijk dat als de bevolking groeit, ook het aantal mensen met een psychische kwetsbaarheid toenemen. Tegelijkertijd kan de omslag naar ‘beschermd thuis’ ervoor zorgen dat minder mensen een beschermde woonplek nodig hebben, omdat er steviger ingezet wordt op ambulante begeleiding in een eigen woning. Daarnaast is het denkbaar dat afspraken in de regio over de verdeling van het aanbod aan BW-plekken ervoor zorgt dat ook de vraag zich anders gaat verdelen over de regio. De gesprekken hierover zijn nog volop gaande. 2 Als we alleen kijken naar demografie en beleidswijzigingen en een mogelijke andere verdeling over de regio buiten beschouwing laten, dan groeit de BWdoelgroep (Wmo + Wlz) in Lelystad met 65 personen in de periode 2024 – 2040.
inwoners van de provincie. Er zijn in Lelystad dus meer BW-plekken dan op basis van het inwonertal te verwachten zou zijn.
17
Tabel 5.1: Prognose aantal mensen met een Beschermd Wonen indicatie vanuit de Wmo en Wlz (GGZ-W) 2024 2030 2040 Aantal mensen met BW Wmo-indicatie 97 110 120 Aantal mensen met Wlz-indicatie GGZ-W 175 195 215 Totaal 272 305 335 Bron: CIZ, Woonzorgweter Companen.
te lopen. Naast een getalsmatige mismatch (een tekort aan plekken) is er ook sprake van een kwalitatieve mismatch, zo blijkt uit de gesprekken met aanbieders: cliënten geven de voorkeur aan een woonvorm waarin zij eigen voorzieningen zoals sanitair en kookgelegenheid hebben. Een deel van het aanbod in Lelystad is echter ingericht op groepswonen. Dit sluit niet altijd goed aan bij de wens van cliënten.
Aanbod aan woonplekken In het kader van dit onderzoek is ook het aanbod aan woonvormen voor mensen met een psychische kwetsbaarheid in beeld gebracht. Het geïnventariseerde aanbod in de gemeente komt uit op 306 plekken. Tabel 5.2: Aanbod aan Beschermd Wonen plekken in de gemeente Lelystad. Aanbieder Aantal BW-plekken Flevo Zon 11 Triade Vitree 31 IrisZorg 35 Omega Groep 53 Leger des Heils 44 Kwintes 132 Totaal 306 Bron: Aanbodinventarisatie Companen (2024).
Match vraag - aanbod Het geïnventariseerde aanbod lijkt aan de ruime kant voor het aantal mensen met een indicatie voor een beschermde woonplek in de gemeente. Uit gesprekken met zorgaanbieders en informatie van de GGD Flevoland blijkt dat er desalniettemin wachtlijsten zijn voor een BW-plek. Er verblijven ook regelmatig mensen met een BW-indicatie in de maatschappelijke opvang, omdat er geen (passende) plek voor hen is. De wachtlijsten lijken wel iets terug
3100.108 | Huisvestingsopgave wonen en zorg
18
6 Urgentiegroepen en statushouders In dit hoofdstuk gaan we in op de vraag naar woonruimte voor ‘urgente aandachtsgroepen’. Het gaat hierbij om mensen die volgens de (nog niet aangenomen) Wet Versterking Regie op de Volkshuisvesting in de toekomst aanspraak kunnen maken op urgentie voor een sociale huurwoning.
Uitstroom uit Beschermd Wonen Beschermd Wonen Wmo is in principe bedoeld als tijdelijke voorziening. De bedoeling is dus dat mensen op enig moment uitstromen naar een woonplek waar ze zo zelfstandig mogelijk kunnen wonen, al dan niet met ambulante begeleiding. Beschermd Wonen vanuit de Wlz is in principe niet bedoeld als tijdelijke voorziening. Vanuit de Wlz is weinig uitstroom naar zelfstandig wonen, maar ook hier komt het wel eens voor dat mensen zelfstandig gaan wonen.
Context – Wet versterking regie op de volkshuisvesting In de voorgenomen Wet Versterking Regie op de Volkshuisvesting zijn diverse groepen woningzoekenden genoemd die in aanmerking moeten komen voor voorrang bij de woningtoewijzing van sociale huurwoningen. Er is een verplichting geïntroduceerd voor alle gemeenteraden om een huisvestingsverordening vast te stellen waarin in ieder geval een urgentieregeling is opgenomen. De wet benoemt een aantal groepen die verplicht moeten worden opgenomen in deze urgentieregeling.
De centrumgemeente Almere heeft de uitstroomgegevens van de jaren 2022 en 2023 in beeld. De totale uitstroom vanuit Beschermd Wonen Wmo in Flevoland bestond uit 2022 uit 90 mensen en in 2023 uit 105 mensen. Van deze uitstroom zijn in 2022 24 mensen (27%) uitgestroomd naar de gemeente Lelystad. In 2023 waren dit 29 mensen (28%). In de uitstroommonitor BW van de GGD zijn ook gegevens opgenomen over de herkomst van cliënten in BW en over met welke gemeenten potentiële uitstromers het meeste binding hebben.
De volgende aandachtsgroepen komen volgens de Wet Regie verplicht in aanmerking voor urgentie: • Uitstromers uit beschermd wonen en maatschappelijke opvang • Uitstromers uit jeugdzorg met verblijf • Uitstromers uit vrouwenopvang, slachtoffers mensenhandel • Uitstromers uit detentie • Medisch urgenten • Mantelzorgers- en ontvangers • Uitstappende sekswerkers
Voor het maken van een inschatting van de verwachtte uitstroom in de toekomst kan naar verschillende factoren worden gekeken: herkomst van cliënten, met welke gemeente de cliënten de meeste binding hebben en naar rato van inwonertal. We komen uit op de volgende te verwachten uitstroom per factor waarbij we uitgaan van een totale uitstroom vanuit BW van 90 – 105 per jaar in Flevoland.
Gemeenteraden houden de mogelijkheid om ook andere urgentiecategorieën aan de urgentieregeling in de huisvestingsverordening toe te voegen.
3100.108 | Huisvestingsopgave wonen en zorg
19
Tabel 6.1: Te verwachten totale uitstroom vanuit BW naar Lelystad o.b.v. drie verschillende factoren. Factoren Te verwachtte uitstroom naar Lelystad O.b.v. herkomst cliënten in BW 17 – 20 O.b.v. ‘Meeste binding met’ 25 – 29 Verdeling naar rato van inwonertal 17 – 20 Bron: Aangeleverde gegevens centrumgemeente Almere.
Welk deel van de uitstromers uitstroomt richting zelfstandig wonen is niet bekend. In het provinciale rapport Op-om-en afbouw Beschermd Wonen wordt verondersteld dat 50% - 70% van bewoners van intramurale plekken uitstroomt naar zelfstandig wonen. Op basis daarvan stellen we voor om uit te gaan van een schatting van 10 tot 20 uitstromers per jaar die een beroep doen op een zelfstandige woning.
Uitstroom uit jeugdzorg met verblijf Jeugdzorg met verblijf kent verschillende varianten: en deel van de jongeren verblijft in een pleeggezin, een ander deel in een gezinshuis of in een ‘residentiële setting’ zoals een behandelgroep of Jongerenhuis. Begeleiding vanuit de jeugdwet stopt in principe na het 18e jaar, maar soms wordt deze verlengd; dit duurt maximaal 5 jaar, tot de jongere 23 jaar is. Jongeren in pleeggezinnen kunnen tot 21 jaar in jeugdhulp verblijven. Een deel van de jongeren die uitstromen uit een verblijfssetting heeft na die tijd nog behoefte aan (ambulante) ondersteuning, anderen niet.
3
Op 1 januari 2022 is het woonplaatsbeginsel in de Jeugdwet veranderd. In de nieuwe definitie ligt de verantwoordelijkheid voor jeugdzorg met verblijf bij de gemeente waar de jeugdige onmiddellijk voorafgaand aan het verblijf zijn/haar woonadres had (woonplaatsbeginsel).
3100.108 | Huisvestingsopgave wonen en zorg
In de voorgenomen Wet versterking regie op de volkshuisvesting zijn alleen uitstromers uit jeugdzorginstellingen benoemd als verplichte urgentiecategorie – uitstromers uit een pleeggezin dus niet. Om een inschatting te kunnen maken van de verwachten uitstroom vanuit de verschillende vormen van jeugdzorg met verblijf exclusief pleegzorg, is gekeken naar het huidige aantal jeugdigen in dergelijke voorzieningen 3 en de leeftijdsopbouw. Voor het grootste deel gaat het binnen de jeugdzorg met verblijf om zorg aan relatief jonge kinderen. Voor hen is een vraag naar een eigen woonruimte voorlopig niet aan de orde. We kijken daarom naar de omvang van groep jeugdigen die de uitstroomleeftijd van 18 jaar bereikt. In totaal waren er in de gemeente Lelystad in 2023 110 kinderen en jongeren in de Jeugdzorg met verblijf exclusief pleegzorg 4. Van deze 110 kinderen en jongeren bereiken per jaar ongeveer 10 jongeren de uitstroomleeftijd. Dat betekent dus dat er jaarlijks 10 circa jongeren in Lelystad uitstromen. Deze jongeren zijn niet allemaal direct in staat om zelfstandig te wonen.
Op basis van ervaringscijfers uit andere gemeenten5 gaan we ervan uit dat ongeveer 35% van de jongeren uit een jeugdzorg-voorziening uitstroomt naar een zelfstandige woning, nog eens 35% van de jongeren behoefte heeft aan geclusterd wonen met begeleiding of kamertraining, 20% zal doorstromen naar beschermd Wonen (Wlz of Wmo) en 10% in de verlengde jeugdzorg terecht komt. Op basis van de aantallen in het jaar 2023 zou dit betekenen dat er 3 tot 5 jongeren vanuit de Jeugdzorg met verblijf uitstromen naar een zelfstandige
4 5
Bron: CBS Jeugdmonitor. BZK 2024: Voorwaarden huisvesting aandachtsgroepen
20
woning en nog eens 3 tot 5 jongeren kunnen uitstromen naar geclusterd wonen of kamertraining in de gemeente Lelystad. Tabel 6.2: Uitstroom Jeugdzorg met verblijf, Totale jeugdhulp met Aantal jongeren dat verblijf (exclusief jaarlijks de pleegzorg) uitstroomleeftijd bereikt 110 10 Bron: Jeugdmonitor CBS, bewerking Companen.
Waarvan behoefte aan zelfstandige woonruimte 3 tot 5
Met name financiën en vaardigheden (vaak huishoudelijk van aard) zijn belangrijke ‘struikelblokken’ op weg naar zelfstandig wonen. Het inkomen van deze jongvolwassenen is te laag voor de huurprijzen die gevraagd worden voor een kamer of woning. Ze komen meestal niet in aanmerking voor een Wajonguitkering, maar komen ook niet makkelijk aan het werk. Jongeren die nog een opleiding volgen, moeten rondkomen van een stagevergoeding (BBL), een tegemoetkoming in de studiekosten (bijvoorbeeld HAVO), studiefinanciering (MBO/HBO/WO) en een eventuele bijbaan. Naast de beperkte financiële mogelijkheden is een knelpunt dat het woningaanbod voor jongeren beperkt is. De wachtlijsten voor sociale huurwoningen zijn lang en de inschrijftijd van jongeren is per definitie er kort, aangezien zij zich pas vanaf 18 jaar kunnen inschrijven bij een corporatie. Daar bovenop komt de huidige krapte op de woningmarkt. Hierdoor kunnen jongeren vanuit jeugdzorg met verblijf moeilijk uitstromen naar een reguliere woning.
6
Uitstroom uit Maatschappelijke Opvang In de Wet Regie worden ook (dreigend) daklozen benoemd als aandachtsgroep. Het gaat dan niet alleen om feitelijke daklozen – mensen die buitenslapen of in een opvangvoorziening verblijven – maar ook om mensen die verblijven in nietconventionele woonplekken zoals een camping en woningzoekenden die uit nood verblijven bij familie en vrienden. Bij mensen die verblijven in de maatschappelijke opvang is vaak sprake van een opeenstapeling van (psychische) problemen, schulden en/of verslaving. Er is in Nederland ook een groeiende groep ‘economisch daklozen’: mensen die bijvoorbeeld na een scheiding of faillissement de huidige woning moeten verlaten, maar geen (betaalbare) woning kunnen vinden op een overspannen woningmarkt. Alleen mensen die verblijven in een opvangvoorziening (maatschappelijke opvang) komen volgens de voorgenomen wet verplicht in aanmerking voor urgentie voor een sociale huurwoning. Voor deze groep geldt dat zij naast een woning vaak ook begeleiding nodig hebben om hun leven weer op de rit te krijgen. Wat betreft uitstroom vanuit de maatschappelijke opvang zijn alleen gegevens bekend voor de hele provincie, niet per gemeente. Dit komt omdat de Maatschappelijke Opvang regionaal is georganiseerd. In 2022 stroomden er in de provincie ongeveer 200 mensen uit een opvangvoorziening uit.
In 2023 lag dit aantal iets lager met 180 mensen 6. Tussen de 31% en 36% van deze mensen stroomden uit naar zelfstandige woonruimte (al dan niet met ambulante begeleiding). Een wat kleiner deel (ongeveer 9%) stroomde door naar Beschermd Wonen. Er zijn ook mensen die uitstromen naar een ‘tussenvorm’ zoals begeleid wonen (4% tot 8%) en elk jaar
Bron: GGD Flevoland.
3100.108 | Huisvestingsopgave wonen en zorg
21
belandt een deel van de uitstromers in detentie. Er zijn ook mensen die na uitstroom een oplossing vinden in het eigen netwerk of gaan samenwonen. Een grote groep van de uitstromers verdwijnt uit beeld; hun bestemming is onbekend. Dit geldt voor ongeveer één op de drie uitstromers. Cliënten die vanuit de maatschappelijke opvang uitstromen naar zelfstandig wonen doen dat veelal naar de gemeente van herkomst, maar soms blijven ze in de gemeente waar ze opgevangen zijn. Indien toegeleid wordt naar een sociale huurwoning is de cliënt vanwege de urgentieregeling gebonden aan de gemeente van herkomst. Wanneer we uitgaan van een verdeling van de totale uitstroom vanuit de maatschappelijke opvang in de provincie naar rato van inwonertal en bovenstaande inschatting van de ‘uitstroomrichting’, dan zouden er jaarlijks ongeveer 10 tot 15 uitstromers vanuit de maatschappelijke opvang een beroep doen op een zelfstandige woning in Lelystad. Aandachtspunt is dat deze uitstroomcijfers niet alles zeggen over de daadwerkelijke behoefte vanuit de totale groep dak- en thuislozen. Er is al jaren sprake van een verstopte opvangketen. Doordat uitstroom uit de opvang moeilijk is, is er ook beperkte instroom in de opvang mogelijk. Het Leger des Heils heeft bijvoorbeeld in het jaarverslag aangegeven dat ze eind 2024 verwachtten dat de vraag 6 keer hoger is dan dat er capaciteit in de opvang is.
Meer (dreigend) dak- en thuislozen dan alleen de Maatschappelijke Opvang Alleen uitstromers uit de maatschappelijke opvang gelden als urgente aandachtsgroepen. De totale groep dak- en thuislozen is echter groter dan alleen de mensen die in de maatschappelijke opvang zitten. Om goed zicht te krijgen op de omvang en samenstelling van de totale groep (dreigend) daklozen, zal in de Flevolandse gemeenten eind 2026 een ETHOS-telling
3100.108 | Huisvestingsopgave wonen en zorg
worden uitgevoerd. Dit is een ‘point in time-telling’ waarbij verschillende organisaties op één dag tellen hoeveel mensen zij in beeld hebben die in een bepaalde situatie verkeren. Het gaat daarbij niet alleen om feitelijk daklozen, maar ook om mensen die tijdelijk verblijven bij familie of kennissen of in inadequate huisvesting zoals een vakantiewoning. De resultaten van de ETHOStelling bieden meer houvast om te bepalen voor hoeveel (dreigend) dakloze mensen er huisvesting nodig is.
Uitstroom uit vrouwenopvang en slachtoffers mensenhandel Een andere groep die in de Wet Regie wordt benoemd als verplichte urgentiegroep, zijn uitstromers vanuit de vrouwenopvang en slachtoffers van mensenhandel. Slachtoffers van huiselijk geweld kunnen in Nederland op verschillende plekken hulp vragen. In veel gevallen is ambulante hulp voldoende, maar soms is de situatie zo onveilig dat iemand (tijdelijk) niet thuis kan blijven. Vrouwen kunnen in dat geval terecht bij de vrouwenopvang. Na verloop van tijd hebben zij een woning nodig om hun leven weer op te pakken. Slachtoffers van mensenhandel behoeven direct een woning. In veel gevallen gaat het om mensen met een bescheiden inkomen, vandaar de behoefte aan een betaalbare sociale huurwoning. Het gewenste woningtype is afhankelijk van de gezinssamenstelling: soms volstaat een studio of klein appartement, maar als er ook kinderen betrokken zijn is het wenselijk dat de woning meerdere kamers heeft. Er kan sprake zijn van gevaar in de privéomgeving: dan is een woning in een andere regio nodig. Het kan zijn dat ambulante begeleiding gewenst is om zelfredzaamheid te bevorderen. De exacte omvang van deze groepen in de provincie is niet bekend. Daarom maken we gebruik van landelijke data.
22
Uitstromers uit detentie Landelijk zijn er zo’n 1.400 huishoudens die gebruikmaken van de vrouwenopvang.7 Rekening houdend met het feit dat een deel van de uitstromers terugkeert naar de eigen woning, zal de vraag naar vervolghuisvesting rond de 1.000 huishoudens op jaarbasis liggen. Als we uitgaan van een gelijke verdeling over Nederland, betekent dit dat in provincie Flevoland jaarlijks zo’n 25 uitstromers vanuit de vrouwenopvang te verwachten zijn die vervolghuisvesting nodig hebben. In de provincie zijn er slechts 20 plekken vrouwenopvang, deze bevinden zich in Almere. De inschatting van het jaarlijks aantal uitstromers van 25 lijkt daarmee wat aan de hoge kant. Voor de komende jaren lijkt het verstandig om rekening te houden met een bandbreedte van 15 tot 25 uitstromers vanuit de vrouwenopvang in de gehele provincie; als we uitgaan van een verdeling naar rato van inwonertal dan zal het aantal voor Lelystad liggen tussen de 3 en 5 per jaar. Wat betreft slachtoffers mensenhandel is de inschatting dat landelijk 255 mensen met urgentie andere huisvesting nodig hebben, omdat zij slachtoffer zijn van mensenhandel.8 Als we uitgaan van een gelijke verdeling over Nederland, betekent dit dat in provincie Flevoland jaarlijks zo’n 5 slachtoffers mensenhandel zijn die urgentie kunnen aanvragen.
Voor de inschatting van het toekomstig aantal slachtoffers mensenhandel die urgentie aanvragen lijkt een bandbreedte van 5 tot 10 redelijk. Voor Lelystad gaat het dan – op basis van het inwonertal – om 1 tot 2 personen.
Een verblijf in een penitentiaire inrichting is een ingrijpende gebeurtenis. Deze tijdelijke onttrekking aan de samenleving kan ervoor zorgen dat mensen hun huis kwijtraken. Dat geldt zeker als het gaat om een langer verblijf. Stabiele huisvesting is een belangrijke voorwaarde om recidive te voorkomen. In de voorgenomen Wet versterking regie op de volkshuisvesting zijn mensen die langer dan drie maanden in detentie hebben gezeten daarom ook aangewezen als verplichte urgentiecategorie. Personen die uitstromen uit langdurige detentie hebben doorgaans op zeer korte termijn een reguliere sociale huurwoning of appartement nodig die past bij hun inkomen en gezinsgrootte (in geval van ouderschap). Voor jongeren kan dit ook een kamer of studio zijn. Een huurprijs onder de kwaliteitskortingsgrens is gewenst. Om leefbaarheidsproblematiek te voorkomen, is het wenselijk dat de huisvesting van ex-gedetineerden verspreid is over wijken. Er worden verder geen eisen gesteld aan de leefomgeving. De (verwachte) uitstroom vanuit detentie is gekwantificeerd op basis van de data van de Dienst Justitiële Inrichtingen (DJI). Het meest recente jaar is het jaar 2021. Volgens de DJI zijn er in de periode 2017 – 2021 gemiddeld 143 mensen per jaar uitgestroomd vanuit detentie naar de gemeente Lelystad, waarvan er tussen de 34 en 43 langer dan 3 maanden in detentie zaten.
Deze laatste groep komt in principe in aanmerking voor urgentie voor een sociale huurwoning, volgens de voorgenomen Wet versterking regie op de volkshuisvesting. In de praktijk zal slechts een deel hiervan gebruikmaken, omdat uitstromers ook kunnen terugkeren naar hun eigen woning of intrekken
7 8
BZK 2024: Voorwaarden huisvesting aandachtsgroepen BZK 2024: Voorwaarden huisvesting aandachtsgroepen
3100.108 | Huisvestingsopgave wonen en zorg
23
bij een bekende. Op basis van het landelijke onderzoek Voorwaarden huisvesting aandachtsgroepen van het Ministerie van BZK, gaan we ervan uit dat circa 20 - 35% van de uitstromers uit detentie behoefte heeft aan een zelfstandige sociale huurwoning. Dat betekent dat er jaarlijks 7 tot 15 mensen na detentie behoefte hebben aan een zelfstandige huurwoning in de gemeente Lelystad.
per jaar. Daarnaast is er de verzamelcategorie ‘urgentiereglement’ waar woningzoekenden onder vallen die op basis van mantelzorg, sociale, financiële of medische redenen voorrang krijgen. Dit waren er in de periode 2019-2023 gemiddeld zo’n 35 per jaar. Let op: dit is een bredere categorie dan enkel ‘medische noodzaak’. We schatten de totale vraag vanuit de groep medisch urgenten op 15-20 per jaar en de vraag vanuit de groep mantelzorgers op 5 per jaar.
Medisch urgenten, mantelzorgers en mantelzorgontvangers Door (plotselinge) medische problemen is het mogelijk dat iemands leven zodanig verandert, dat het niet meer mogelijk is in de huidige woning te blijven wonen. In dat geval kan deze persoon in aanmerking komen voor urgentie op een sociale huurwoning. ‘Medisch urgenten’ zijn in de voorgenomen Wet versterking regie op de volkshuisvesting ook benoemd als verplichte urgentiecategorie. Er zijn geen (landelijke of regionale) cijfers beschikbaar over het aantal mensen dat hier behoefte aan heeft. Wel is bekend hoeveel mensen in de afgelopen jaren een woning toegewezen hebben gekregen op basis van een medische noodzaak. Er zijn, volgens een schatting van Mantelzorg NL, in Lelystad ongeveer 3.740 mantelzorgers die langdurig en intensief voor iemand zorgen. We weten vanuit onderzoek naar urgentieverordeningen in Friesland dat ongeveer 0,15% van de mantelzorgers en mantelzorgontvangers jaarlijks een aanvraag doet voor urgentie. Dat zou betekenen dat er in Lelystad ongeveer 5 keer per jaar een aanvraag voor urgentie te verwachten is voor mantelzorgers. In de urgentieregeling van Lelystad zijn twee categorieën opgenomen die te maken hebben met een medische noodzaak en mantelzorgsituaties. Toekomstige bewoners van huurwoningen in een woonzorgzones met een zorgindicatie afgegeven door het CIZ kunnen een beroep doen op ‘zorgurgentie’.
Dit gebeurde in de periode 2019-2023 gemiddeld 15 tot 16 keer
3100.108 | Huisvestingsopgave wonen en zorg
Uitstappende sekswerkers Bij uitstappende sekswerkers gaat het om mensen die voormalig als sekswerker hebben gewerkt en daarmee gestopt zijn, waarbij uitstroom plaatsvindt via uitstapprogramma’s die vallen onder de DUUP-regeling (Decentralisatieuitkering Uitstapprogramma’s voor Prostituees). Personen die als sekswerkers uitstappen, hebben behoefte aan een woning zodat zij in een nieuwe omgeving kunnen uitstromen naar een andere levensstijl. Dit kunnen reguliere woningen zijn in de vorm van studio’s of appartementen, en in geval van ouderschap is een gezinswoning wenselijk. Onderzoek naar belemmerende factoren bij uitstappen uit sekswerk toont aan dat financieel rondkomen en het niet kunnen vinden van betaalbare huisvesting een grote belemmering vormen in het uitstroomproces (Regioplan, 2017). Landelijk gezien stromen er jaarlijks ongeveer 650 sekswerkers in bij een uitstapprogramma; bijna de helft hiervan stopt ook daadwerkelijk met sekswerk. Landelijk zijn dit dus circa 300 mensen per jaar (Regioplan & Cebeon, 2019). Dit betekent dat er jaarlijks in Nederland gemiddeld 300 woningen nodig zijn om in de behoefte te voorzien. Als we uitgaan van een gelijke verdeling over Nederland, betekent dit dat in de gemeente Lelystad circa 2 tot 3
24
stoppende sekswerkers per jaar behoefte hebben aan zelfstandige woonruimte.
Statushouders Statushouders zijn vluchtelingen die een verblijfsvergunning hebben gekregen op grond waarvan ze in Nederland mogen blijven. De gemeente is verantwoordelijk voor de huisvesting van statushouders. Elke gemeente krijgt vanuit het Rijk een taakstelling waarin staat hoeveel statushouders gehuisvest moeten worden. Wat voor woonruimte dit is, mag de gemeente zelf beslissen. Vaak doen gemeenten beroep op reguliere woningen in de sociale huurvoorraad om statushouders te huisvesten, maar het mag ook gaan om flexwoningen of gedeelde woningen. Om statushouders een gepaste reguliere woning aan te kunnen bieden, is het belangrijk dat de aangeboden woning past bij de gezinsgrootte. Waar ook op gelet moet worden is dat de leefbaarheid in de buurten en wijken goed blijft. Spreiding van de statushouders over wijken draagt daaraan bij. Daarnaast is er behoefte aan maatschappelijke begeleiding voor statushouders, om een succesvolle integratie te bevorderen. De jaarlijkse taakstelling fluctueert sterk, afhankelijk van het aantal mensen dat in een bepaalde periode asiel aanvraagt en een status krijgt. Voor het in beeld brengen van de vraag naar woningen vanuit de groep statushouders maken we gebruik van gegevens uit de Monitor Huisvesting aandachtsgroepen en doen we de aanname dat een gemiddeld huishouden bestaat uit 2 tot 2,5 personen in de gemeente Lelystad.