BL 1. Voorlopig ontwerp Stedenbouwkundig plan Campusgebied Midden Roots
Tekst van het document
STEDENBOUWKUNDIG PLAN 19.03.2025
ROOTS
Stedenbouwundig plan ROOTS een groene toekomst voor een gemengde campus
1
Colofon
Roots Lelystad Stedenbouwkundig plan Oosterhout 250319_IND_496691_01G_Lelystad Campus_VOSP *Disclaimer De getoonde ooghoogteperspectieven op pagina 4, 14, 20, 34, 48, 61, 75,95 en 102 zijn indicatief. Hier kunnen geen rechten aan ontleend worden.
Vestiging Oosterhout Beneluxweg 125 Postbus 40 4900 AA Oosterhout +31 (0) 162 487 500
Vestiging Maastricht Wim Duisenbergplantsoen 21 Postbus 959 6200 AZ Maastricht +31 (0) 43 325 32 23
info@cb5.nl
www.cb5.nl
Verwelius Energieweg 2 1271 ED Huizen 035 528 4000 www.Verwelius.nl
VRIJGAVE Opsteller(s):
Goedkeuring:
Vrijgave:
Rob Grim, David Heesen, Mees Grootswagers, David Huijben,
Rob Grim
Mark van der Poll
Thijs Verschuren, Joeri van Trijp Stedenbouwundig plan ROOTS
2
een groene toekomst voor een gemengde campus
2
Inhoudsopgave 1. Gebiedvisie
een groene toekomst voor een gemengde
5
campus een continue landschap met compacte
7
clusters gezonde leefomgeving
13
2. Hoofdstructuur
5. Bouwvelden
Uitwerking terp 2 49
Plankaart
82
Principes uitgeefbaar gebied
54
Maatvoering
83
Overgangen openbaar / collectief / privé
55
Profielen
85
Woonprogramma
57
Uitwerking terp 3
Voorzieningen
58
Plankaart
86
Geluid
59
Maatvoering
87
Bezonning
60
Profielen
90
Buitenruimte, gebouwen en objecten
15
Energie
Uitwerking terp 4
Plankaart
16
Plankaart
92
Plangrens
17
Maatvoering
93
Uitgeefbaar gebied
18
Profielen
94
Gebouwhoogtes
19
6. Inrichtingsprincipes terpen en campuspark Terpen
3. Openbare ruimte
8. Ingrediënten beeldkwaliteit
Opbouw
62
Verharding
64
Structuur vs monoliet
96
Structuur
21
Beplanting
65
Formele en informele zijde
97
Groen en gezondheid
22
Principeprofielen
66
Materialisatie
98
Groenstructuur
23
Campuspark
Verbijzonderingen in hout
99
Waterstructuur
26
Opbouw
68
Plinten
100
Wegenstructuur
29
Hoogtes
69
Groene gebouwen
101
Wandelnetwerk
30
Verharding
70
Kabels, leidingen en technische installaties
31
Beplanting
71
Inrichtingselementen
33
Principeprofielen
72
9. Overige aspecten Fasering
4. Mobiliteit
103
7. Uitwerking terpen en campuspark
Mate van toegankelijkheid
36
Verkeersregime
37
Uitwerking terp 1
Calamiteitenroute
38
Plankaart
77
Auto parkeren
39
Maatvoering
78
Kiss-and-ride
42
Profielen
81
Fietsstalling
44
Dagelijkse leveringen
45
Afval
46
Rijcurvesimulator
47
Stedenbouwundig plan ROOTS een groene toekomst voor een gemengde campus
3
1
Gebiedsvisie
Stedenbouwundig plan ROOTS een groene toekomst voor een gemengde campus
4
ROOTS een groene toekomst voor een gemengde campus Roots geeft weer hoe groene kwaliteiten en centrale ligging
Doelgroepen
uitdagend, innoverend en kleinschalig worden verweven. Centraal
In antwoord op de ontwikkelopgave is verkend welke doelgroepen
Per wooncluster ontstaat een mix van verschillende doelgroepen. In elk
in deze ontwerpafwegingen stond de vraag: wie komt er uiteindelijk
(huishoudensamenstelling, leeftijd, leefstijl en socio-economische
cluster komen groepen bewoners te wonen met een sterke verankering
in de campus te wonen en hoe kan dit plan deze nieuwkomers
status) belangstelling in de locatie hebben. De diverse
zoals gezinnen en ouderen. Gezinnen blijven vaak langdurig ergens
ondersteunen en gemeenschappen vormen?
woontypologieën en gebouwen trekken een mix aan verschillende
wonen en zorgen voor sociale hechting in een buurt. In elk wooncluster
doelgroepen aan. De insteek is door innovatieve woontypologieën
zijn woningtypologieën die voor deze groep aantrekkelijk zijn. In de
Een sterke mate van gemeenschappelijkheid als één van de
nieuwe doelgroepen naar het gebied te brengen. Toekomstige
clusters worden condities gecreëerd (via kleinschalige woongebouwen,
factoren voor een succesvolle campus. Met goede privacy als
bewoners zullen zowel afkomstig zijn uit Lelystad zelf als ook van
overgangszones, buurtkamers en kassen) om een thuisgevoel en een
prettige tegenhanger voor elke vorm van gemeenschap. De vraag
buiten (MRA):
community te doen ontstaan.
naar sociale cohesie op verschillende schaalniveaus krijgt invulling
•
Starters (uit Lelystad en de MRA) die hier een betaalbare
door het stimuleren van tijdelijke en/of permanente collectiviteit.
middenhuur woning (appartementen) kunnen vinden die elders in de
De inrichting van ruimte verhoudt zich tot de verschillende mate
MRA onvoldoende beschikbaar is.
van gemeenschappelijkheid: ruimte voor de stad, ruimte voor de
•
gemeenschap, ruimte voor jezelf
Doorstromers (senioren 65+): willen comfortabel gelijkvloers wonen. Interesse in zowel koop als middenhuur.
•
Doorstromers: kleinere huishoudens 30-60 jaar met een midden tot
De mens gaat weer samen leven met de natuur. De campus biedt
hoger inkomen, afkomstig uit Lelystad en de MRA, die zich hier wat
daarom met verschillende habitat onderdak aan een rijke biodiversiteit.
langer willen vestigen. Koop en middenhuur.
Als habitat voor de mens zijn appartementen aangeboden. Daarnaast
•
Doorstromers: gezinnen met kinderen. Innovatieve typologieën
zijn specifieke woontypologieën gebruikt (grondgebonden, kas- en
zoals loftwoningen en gestapeld grondgebonden maken Campus
loftwoningen) om een breed spectrum van doelgroepen aan te trekken
Midden aantrekkelijk voor deze groep. Koop en middenhuur.
en zo een gemengde wijk te creëren.
Lelystad. Sociale huur.
•
Passanten (tijdelijke bewoners die bijvoorbeeld voor werk in de MRA moeten zijn; passanten kunnen ook gescheiden ouders zijn).
De combinatie van wonen met educatie, zorg en sport in een natuurlijke omgeving zorgt voor een gezond stedelijk leefgebied. Groen bevordert
(middenhuur) •
Netwerkstedelingen / Remote werkend / mobiel en op comfort
ontmoetingen, de mentale en de fysieke gezondheid. Er wordt
gericht. Connectie met snelweg en centrale ligging in het land
voortgebouwd op de locatie en haar eigenschappen en functies (o.a.
maken deze locatie kansrijk voor deze doelgroep. (Koop en huur)
het ziekenhuis, de vele sportgelegenheden en de school).
•
‘Lelystad believers’ die een woning achterlaten in Lelystad en die
Zo maken wordt een plek gemaakt waar je verblijft, waar je elkaar
graag samen in een community willen wonen. Voor hen wordt een
ontmoet: een gemengde campus die gemeenschappen vormt.
casco gebouw aangeboden, waarbij ze de afbouw en de collectieve ruimte zelf kunnen bepalen. . •
Senioren met een kleine beurs: Woongebouw voor senioren uit
Stedenbouwundig plan ROOTS een groene toekomst voor een gemengde campus
5
Ruimtelijke Context Lelystad is één van de steden in het nieuwe Flevoland dat in de jaren ’60 van de vorige eeuw is gemaakt. Het heeft zich ontwikkelt tot een mooie stad omringd door bruikbaar land en nieuwe natuur. Lelystad heeft een kenmerkende ruimtelijke opzet, waarbij de centrumzone met zijn structuur, programma en dichtheid, de centrale drager is. Het plangebied ligt tussen het bestaande centrum en het toekomstige centrum zuid en fungeert als schakel in een langgerekte centrumzone. Deze zone heeft een hogere dichtheid en grovere bebouwingskorrel dan de aangrenzende wijken. De hoekverdraaiing
ij s s e lm e e r
van 45 graden is kenmerkend voor de aanleg van gebouwen in de centrumzone. Hooghe Bomen en iets minder consequent Eureka en Porteum volgen deze richting. De schaal en maat van de gebouwdelen van het Porteum en Hooghe Bomen zijn karakter gevend voor het gebied. Treinstation
Het voorzieningenniveau in de omgeving is nabij, rijk en gevarieerd, en richt zich met name op zorg, onderwijs en sport. Met de komst van
Centrum
Zuider C en het centrum Zuid zal de dynamiek verder toenemen. De scheiding van mobiliteitsstromen is een leidend ontwerpprincipe voor de ontwikkeling van Lelystad. De campus wordt omsloten door
ROOTS
vier dreven en is herkenbaar als één sterke ruimtelijke eenheid. Sloten met dichte rietkragen vormen een groen-blauw kader voor deze eenheid. In het zuiden, langs de Larserdreef wordt deze versterkt door een bossage en volwassen bomen. Het ontwerp voor de groen-stedelijke campus versterkt de bestaande bebouwingsstructuur van de centrumzone en biedt een landschappelijke-ruimtelijke eenheid die programmatisch aanvullend is op de omliggende woonbuurten Tjalk/Landstrekenwijk, Waterwijk
Sn
en Boswijk. De ingrediënten van de omliggende Flevo-natuur zijn overgenomen in de campus. De campus kan dan ook als een stuk nieuwe natuur gezien worden, waarin op bruikbaar land ruimte is voor een compacte stad. De bestaande fietspadenstructuur blijft behouden waardoor ROOTS sterk verbonden is met omgeliggende wijken. De wandelstructuur heeft
Ni
e
uw
L
d an
e
f lle
iet
sv
i erb
nd
ing
Ri
ch
tin
g
sn
el
w
eg
fijnmazige interne verbindingen over de verschillende onderdelen van de campus (ROOTS, Porteum, sporthallen, Hooghe Bomen). De wandelstructuur sluit via de bruggen van de fietspaden aan op de omliggende wijken. Stedenbouwundig plan ROOTS een groene toekomst voor een gemengde campus
6
ROOTS een continue landschap met compacte clusters De ingrediënten van de omliggende Flevo-natuur zijn overgenomen
Terpen
woongebouwen zelf bevatten per gebouw ca. 40 eenheden. De schaal
in de campus. De campus is een stuk ruige natuur waarin op terpen
In het campuspark worden een aantal terpen aangelegd. Op deze
van de gebouwen en toepassen van gelaagdheid in ontsluitingstypen
ruimte is gemaakt voor ultra compacte clusters van bebouwing, als
manier houden de gebouwen droge voeten. Niet ongewoon voor
zet aan tot kleinschaligheid, en stimuleert informele ontmoeting.
voormalige vissersdorpen in de Zuiderzee.
Lelystad. De terpen zijn zo gepositioneerd dat hiertussen een prettige
De gebruikte ingrediënten zetten aan tot de ontwikkeling van
ruimte ontstaat, variërend in maat en in gebruik. Waar het park recht
trots, eigenaarschap en zelfs tot het ontstaan van nabuurschap en
Campuspark
doet aan een toevallig en organisch ontstane natuur, hebben de terpen
zelfbeheer.
De organische hoogteverschillen in de ondergrond maken een
een meer ‘aangelegd’ karakter. Verwijzend naar de eilanden in de
Door diverse woontypologieën aan te bieden, trekt ROOTS een breed
gevarieerd campuspark met natte, drassige en droge delen. Er zijn
regio (Schokland, Urk, Wieringen) en de latere inpoldering. De terpen
spectrum aan doelgroepen. De mix van sociale huur, middenhuur
grote vlakken waar grasachtige beplanting en riet groeit. Het geheel
liggen ca. 80 cm hoger dan het park. De randen zijn vormgegeven
en verschillende categorieën koopwoningen zorgt voor een sociaal
is grof en organisch vormgegeven. Het landschapsbeheer is extensief
met grijsbruine rotsen, (gebroken) verharding, trappen, terrassen en
diverse wijk.
en, waar mogelijk, met kleine grazers. Zo worden de processen in
strakkere groene hellingen. Zo ontstaat een zichtbare maar zachte
De hoogte van gebouwen is afgestemd op de zon. De hoogteaccenten
de natuurontwikkeling gefaciliteerd. Het gebiedseigen ecologische
grens tussen het publieke park en de meer collectieve binnenwereld
zijn zo gepositioneerd dat zij soms de rand van het park accentueren
campuspark is dé identiteitsdrager van ROOTS.
in de clusters. Verder biedt deze rand kansen voor bijzondere habitats,
maar staan zo nu en dan ook in de tweede rij om zo gelaagdheid in het
De centrale groene corridor vormt het hart van het campuspark. De
informele verblijfskwaliteit, gebruik dicht bij natuur, en uitzicht op het
perspectief te bereiken. De gecreëerde straten en pleinen binnen het
corridor biedt ruimte voor recreatie, sport, en educatie, en versterkt de
park.
cluster geven ruimte voor collectief eigenaarschap: plekken voor de
samenhang binnen het gebied. Door activiteit rondom de corridor te
buurt.
bundelen ontstaan brandpunten. De brandpunten worden herkenbaar
Clusters van gebouwen
gemaakt met een grafisch interessante vormentaal. Ingekleurd door
Op de terpen worden zeer compacte clusters van diverse gebouwen
De plint-plus
subtiele aardetinten (groen, blauw) en met één scherpe knal kleur
geplaatst, hierdoor is de footprint minimaal en groene ruimte
Om de collectieve waarde van de openbare ruimte meer kwaliteit
(geel) voor de gehele campus. Op die manier verweven kunst en
maximaal. Ieder cluster heeft specifieke eigenschappen. Door positie,
mee te geven krijgen alle gebouwen, voornamelijk op maaiveld, een
functie zich in een aantal ‘specials’ in de openbare ruimte.
programmering en samenstelling van gebouwen spreken verschillende
aantal karakteristieke verrijkingen. Aanbouwen, grote deuren, serres,
Het campuspark wordt omkaderd door de brede groen-blauwe randen
clusters verschillende doelgroepen aan. Zo is er een cluster met
pergola’s, muurtjes, arcades, zorgen voor een zachte en zorgvuldige
van de dreven. Binnen dit kader is het landschap open. Deze omsloten-
focus op Sport, Lelystad believers, urban of individualiteit. De clusters
aansluiting op de begane grond. Deze locatiespecifieke plintruimte
en openheid geeft een gevoel van samenhorigheid op de plek: je bent
onderscheiden zich en vormen tegelijkertijd één geheel, als één
biedt onderdak aan onder andere zeer ruime fietsenstallingen,
binnen of buiten de campus. De openheid maakt het park overzichtelijk
familie. De gebouwen bieden op efficiënte wijze ruimte aan een groot
collectief programma (buurtkamers, kassen, beschutte collectieve
wat de sociale veiligheid en oriëntatie ten goede komt.
en divers woonprogramma. Alle gebouwen zijn rechthoekig en compact
tuin), functies voor de stad (bijvoorbeeld een ontbijtbar, dependance
De stevige groene randen, bestaande bomen, sloten en grondlichamen
waardoor de footprint wordt geminimaliseerd. Dit is gunstig voor de
bibliotheek, gym) en wonen. De collectieve binnenruimtes zoals
voor de fietsbruggen zijn aanknopingspunten en belangrijk onderdeel
energiebehoefte en de materiaal gebonden uitstoot. De variatie aan
buurtkamers en fietsenstallingen dragen bij aan een levendige plint, die
van het park. De ‘wortels’ van het centrum van Lelystad, de groene
maat en schaal, aan ontsluiting principes en aan architectuur, zorgen
sociale interactie bevordert en daardoor een veilige openbare ruimte
fietsstructuren, vallen samen met de structuur van het park.
voor diversiteit. De alzijdige gebouwen staan onder een hoek van 45
creëert. Ruime entrees geven elk gebouw allure.
graden op korte afstand van elkaar.
De begane grond van de gebouwen is extra hoog ontworpen wat
Sociaal, middenduur en vrije sector staan naast elkaar in de clusters
flexibiliteit biedt voor toekomstige aanpassingen. Functies zoals
en zijn zo maximaal gemengd. Het mixen van gebouwtypen en
buurtkamers en andere voorzieningen kunnen eenvoudig worden
woningtypologieën bevordert het mixen van doelgroepen. De
aangepast in grote en in functie passend bij veranderende behoeften. Stedenbouwundig plan ROOTS een groene toekomst voor een gemengde campus
7
Binnenste-buiten-blok
gebouwen neemt de morfologische kenmerken van het Porteum over.
Natuurlijk bewegen over de campus
De binnenzijde van de clusters krijgt met de extra plintruimtes, de
De meeste gebouwen hebben gevels van baksteen, en zijn volgens het
Vanuit de binnenwereld lopen paden naar de andere clusters en de
vele entrees en divers programma een levendige en sociaal veilige
bestaande kleurenpalet vormgegeven in natuurlijke tinten. Elk gebouw
buitenruimte van Porteum. Deze paden zijn bedoeld voor voetgangers,
openbare ruimte. Door de entrees en daarmee het gebruik van het blok
heeft een eigen kleur en op stedenbouwkundig niveau verloopt het
maar kunnen incidenteel ruimte bieden voor het laden en lossen nabij
naar binnen te richten wordt efficiënt om met verharding omgegaan.
zwaartepunt van kleurgebruik. De verschillende clusters krijgen ieder
de school en in geval van calamiteiten. De paden variëren in breedte.
De gebouwen zelf zijn alzijdig. Het woonprogramma zit rondom en
een specifieke gradiënt. Het grote cluster is urbaner in beleving en
Smalle verbindingen als dat kan, bredere verbindingen worden een
daardoor zijn er ook ogen richting het park.
krijgt een wat donkerder en zwaardere materialisering. De clusters aan
pleintje of speelplek. De vormgeving van deze paden met knikkende
Het plan geeft de gebouwen hiermee ook een dubbelzijdige oriëntatie.
de randen krijgen lichtere tinten. De harde landing van de gebouwen
lijnen wordt vanuit bestaande verharding van de school overgenomen.
De gebouwen hebben naar buiten, richting het landschap, een formeel
wordt binnen de clusters verzacht door het toepassen van plint plus
Zo ontstaat samenhang binnen de hele campus. De noord-westelijke
uiterlijk. Raampartijen en balkons zijn structurerend. De gevelstructuur
gebouwen. Dit zijn toevoegingen van één bouwlaag aan de plintzone
entree wordt opgewaardeerd en loopt over in een ‘sportboulevard’.
zelf komt voort uit de typologische opzet van de gebouwen en is
die ervoor zorgt dat de gebouwen informeel aan de collectieve ruimte
Op de kop van deze boulevard is een sport- en spelplein en een
rondom consequent en doelmatig. Naar de binnenzijde in het cluster
wordt gekoppeld. Deze voegen menselijke schaalbeleving toe, geven
plek waar touringcars kunnen opstellen. De e-bike routes snijden als
wordt ingezet op informaliteit. Typologieën en de relatie met het
richting en zorgen voor een gelaagde perspectief. De plint plus
lange continue vloeiende lijnen door het park heen. Ze doorkruisen
openbare gebied is in de overgangen zorgvuldig ontworpen om de
gebouwen zijn gemaakt in hout.
de groene grasvelden, het riet en de pleinen. De dreven omsluiten de
privacy te waarborgen, en nodigt uit tot informeel gebruik van de
campus aan alle zijden. Vanuit hier is de campus toegankelijk voor de
collectieve ruimte.
Informele, intieme binnenwereld
auto. Via de inritten worden auto’s snel ‘opgevangen’ in een drietal
Privé binnenruimten grenzen nooit direct aan de openbare ruimte.
De openbare ruimte binnen de clusters is robuust, informeel en intiem.
flexibele hubs. De hubs zijn zorgvuldig ingepast in de clusters met
Het in het volume ingesneden terras definieert de overgang tussen
Doordat de verharding tot de gevels loopt ontstaat een hoge mate van
een aan de woongebouwen georiënteerde plint. Vanuit de hubs loop
leefruimte en openbaar gebied. Middels potten en beplanting kunnen
flexibiliteit. De functies en entrees in de plint kunnen gewijzigd worden
je door het cluster naar je bestemming. Dit wandelgebied, is groen,
de bewoners individueel het niveau van privacy bepalen. Op de hogere
zonder dat de openbare ruimte aangepast moet worden. Een smalle
compact en informeel. Het publieke programma vind je op de begane
verdiepingen worden strategisch loftwoningen en uitstekende balkons
strook langs de gevel wordt uitgegeven en mag gebruikt worden voor
grond grenzend aan het park. Hierdoor zijn deze voorzieningen ook
geplaatst. De specifieke typen verreiken de compositie en geven
potjes, plantjes en gevel groen. In de verharding liggen grote grove
voor bezoekers vanuit de omgeving goed bereikbaar met de fiets.
plasticiteit aan de volumes en richting aan de openbare ruimte.
groenvakken waarin water opgevangen kan worden. Het geheel vormt een informeel hedendaags mozaïek van elementenverharding, tegels,
Een landmark die verbindt
Monoliet versus gestructureerd
zitelementen en ‘raingardens’. Orthogonaal, zoals de ritmiek van de
De landmark bestaat uit een drietal gebouwen die in maat en schaal
De vormgeving van de gebouwen volgt de criteria van de
gevelarchitectuur. Op die manier ontstaat een prettig beeld met rust en
overeenkomen met de gebouwen in de clusters. Deze volumes
welstandsnota en kijkt goed naar de architectuur in de directe
samenhang.
zijn speels gestapeld en gaan zowel een ruimtelijke als functionele
omgeving. Het entreegebouw van Porteum is monoliet baksteen, de
relatie aan met de hub. Het dak van de hub wordt als educatieve tuin
overige schooleenheden hebben een gestructureerde gevel met
Belvedères
beschikbaar voor de school. De terrassen zijn uitbundig groen en
horizontale en verticale geleding. Het samenspel van monoliet en
De overgang van de binnenwereld naar het onbebouwde groene
verbonden met de collectieve gebouwfuncties. De stadsentree op
gestructureerd levert een visueel aantrekkelijk en gevarieerd beeld op.
deel van de terpen, is ontworpen als belvedère en wordt individueel
de hoek Larserdreef / Zuigerplasdreef krijgt zo een landmark die de
De hoofdvolumes van het plan zijn robuust, alzijdig, en terughoudend
gemarkeerd door begroeide pergola’s en muurtjes. Dit draagt bij aan
entree naar de centrumzone markeert. Herkenbaar voor nieuwkomers,
ontworpen. Door repetitie, ritmiek, en subtiele plastiek ontstaat
het omsloten en geborgen gevoel binnen de collectieve clusters en
herkenbaar voor Lelystad.
samenhang. De combinatie van monoliete en gestructureerde
geeft een mooi omkaderde blik op het campuspark. Stedenbouwundig plan ROOTS een groene toekomst voor een gemengde campus
8
Autoverkeer ontsloten
Terpen
vanuit de dreven
in het landschap
Samenhangend en
Hoogteaccent
Sociaal veilige plekken
gevarieerd silhouet door
om rand park te
met ogen richting de
variatie in maat en schaal
accentueren
Groene fietsstructuur
buitenruimtes
principe profiel Flexibele mobiliteitshub met
Binnenste-buiten-blok met
Plint-plus creëert
Plekken van activiteit voor
Weids park
publiek programma begane
entrees aan binnenwereld
zorgvuldige aansluiting op
de buurt met collectief
met ‘Flevonatuur’
begane grond
eigenaarschap
grond
Stedenbouwundig plan ROOTS een groene toekomst voor een gemengde campus
9
principe schema
Ruige drassige zones met rietkragen
Toegankelijke, aantrekkelijke,
Subtiele hoogteverschillen
Groen in harmonie met de
‘Specials’ plekken van activiteit:
logische en veilige loop- en
waardoor droge, drassige en
omgeving: naadloze verbinding
brandpunten voor sport,
fietsverbindingen naar openbaar
natte delen ontstaan
met het omliggende landschap
ontspanning en educatie
vervoersknooppunten
Stedenbouwundig plan ROOTS een groene toekomst voor een gemengde campus
10
principe schema
Robuust, informeel en intiem
Waterdoorlatende bestrating
Verminderen hittestress door
Regentuinen voor opvang
Eerste meter aan de gevel is
karakter met grote grove
zorgt ervoor dat regenwater kan
gebruik groene gevels en daken.
regenwater en stimuleren
een zone voor bloemen, potjes,
groenvakken
infiltreren in de bodem
Het planten van bomen, maar ook
biodiversiteit
gevelgroen, etc.
het kiezen van lichte kleuren
Stedenbouwundig plan ROOTS een groene toekomst voor een gemengde campus
11
Stevige en robuuste
Collectieve daktuinen op
Begroeide pergola’s, muurtjes
groene-blauwe rand
parkeerhubs
en bruggen als omkadering
parallel aan de dreven
E-bikeroutes als lange continue lijnen
van de binnengebieden
principe profiel Robuust, informeel en intiem
Eerste meter aan de gevel is
(Half)verharding van
Terpen ca. 80 cm hoger
Ruige drassige zones met
‘Specials’ plekken van
Droge, drassige en natte delen
karakter met grote grove
zone voor bloemen, potjes,
gevel tot gevel zorgt voor
(gesloten grondbalans is
rietkragen
activiteit: brandtpunten
door subtiele hoogteverschillen
groenvakken
gevelgroen, etc.
flexibiliteit
uitgangspunt), taluds bekleedt met rotsen
voor sport, ontspanning en educatie
Stedenbouwundig plan ROOTS een groene toekomst voor een gemengde campus
12
GEZONDE LEEFOMGEVING
Gezonde leefomgeving
Circulair - materiaalbewust
Prettig en gezond binnenklimaat
De gebouwen behalen uitstekende MPG-scores
Er wordt naar een comfortabel woonklimaat voor alle bewoners
van onder de 0,5. Dit is mede te danken aan het gebruik van minimaal
gestreefd. Om een goede luchtkwaliteit in de woningen te waarborgen,
45% niet-virgin en biobased materialen. Hout speelt hierbij een
wordt onder andere een CO2-gestuurd gebalanceerd ventilatiesysteem
belangrijke rol, met name in de gevelconstructie. Ook voor bakstenen
toegepast. Verder wordt een aangenaam binnenklimaat gecreëerd
is er gekozen voor duurzame varianten met een lagere milieu-impact.
door actief te werken aan het verminderen van hittestress in het
Daarnaast wordt er maximaal gebruik gemaakt van gerecycled beton
ontwerp zowel binnen als buiten de woningen. De TO juli-waarde
met een hoog aandeel recyclaat. Ook wordt het materiaalgebruik in de
zal onder de 1,2 blijven volgens de aangescherpte regels die gelden
openbare ruimte beperkt. Door onze slimme opzet, waarbij de entrees
vanaf 1 juli 2024, waarbij koeling niet wordt meegerekend. Er wordt
van de gebouwen binnen een cluster liggen en auto’s niet overal
onder andere ingezet op overstekken of neggen toegevoegd bij een
komen, kan flink op verharding bespaard worden. Hierbij is een balans
deel van de gebouwen, een open-dichtverhouding van 35-65% en
tussen overdadig groen en verharding ten behoeve van het gebruik
zonwerende coating om een prettig binnenklimaat te creëren zonder
nodig. Er wordt gestreefd een gesloten grondbalans. Dit betekent
temperatuuroverschrijdingen in de woningen.
dat de grond die tijdens de bouwwerkzaamheden wordt uitgegraven, zoveel mogelijk hergebruikt wordt op het terrein zelf. Zo worden
Toxiciteit in toegepaste materialen worden vermeden
onnodig transporten voorkomen en grondstoffen bespaard.
De ambitie is om toxiciteit zoveel mogelijk te voorkomen. Omdat leveranciers vaak niet inzichtelijk hebben hoeveel toxische stoffen
Er wordt urban mining toe. Waardevolle materialen worden
hun materialen zitten is het onmogelijk om 95% vrij van giftige stoffen
teruggewonnen uit sloopstromen en afvalstromen in de regio, waardoor
aan te tonen. De ontwikkelingen worden de komende jaren gevolgd.
circulaire economie wordt gestimuleerd. Om hergebruik in de toekomst
Daarnaast wordt zo veel mogelijk gebruik gemaakt van natuurlijke
te waarborgen, worden alle toegepaste materialen vastgelegd in een
en biologische bouwmaterialen vanwege hun minimale uitstoot van
materialenpaspoort.
schadelijke stoffen.
Stedenbouwundig plan ROOTS een groene toekomst voor een gemengde campus
13
2
Hoofdstructuur
Stedenbouwundig plan ROOTS een groene toekomst voor een gemengde campus
14
HOOFDSTRUCTUUR buitenruimte, gebouwen en objecten Ruig landschapspark
1 brede groen-blauwe rand langs de dreven
2 droog - drassig - nat landschapspark
Specials
9 plekken voor activiteit (sport, ontspanning en educatie) Hubs
10
10 Via de inritten aan de dreven worden auto’s snel
3 Centrale corridor biedt ruimte voor recreatie, sport en
opgevangen in een drietal
5
flexibele hubs.
4
educatie
11
11 Hoogteaccenten accentueren Terpen
4 met zeer compacte clusters van diverse gebouwen in een
C
de randen van het park
A
7
6
12 Landmark
9
2
fijnmazig grid van 45 graden
4 Binnenwereld
5 robuuste openbare ruimte met
A sportplein
1
3
5
10
11
verharding van gevel tot gevel
B grote speelplaats Verbindingen
6 paden naar de andere clusters en de buitenruimte Porteum
7 ‘Sportboulevard’ met sport- en spelplein/ kiss-and-ride
B
9
8
C hondenuitlaatterrein (omsloten)
2
4 5
11 6
9
11 5
4
10
12
8 e-bike routes als lange continue vloeiend lijnen
Stedenbouwundig plan ROOTS een groene toekomst voor een gemengde campus
15
HOOFDSTRUCTUUR plankaart Ruig landschapspark
1 brede groen-blauwe rand langs de dreven
Terp 4
C
2 droog - drassig - nat landschapspark 3
3 grote vlakken grasachtige beplanting
A
10
Terpen
4 randen met hier en daar rotsblokken, strakke taluds
9 2
7
Binnenwereld
5
5 robuuste openbare ruimte met verharding van gevel tot gevel
Terp 3
6 randen langs de gebouwen voor potjes, plantjes en gevelgroen 6
7 grove groenvlakken met vaste planten Belvedères
8 belvedères: begroeide pergola’s, muurtjes en bruggen
B
11
Verbindingen
9 paden naar de andere clusters en de buitenruimte Porteum 10 ‘Sportboulevard’ met kiss-and-ride
Terp 1 1
11 e-bike routes als lange continue vloeiend lijnen
4
Terp 2
8
Specials: plekken voor activiteit (sport, ontspanning en educatie)
A sportplein B grote speelplaats
10 20 30 40 50
C hondenuitlaatterrein (omsloten) Stedenbouwundig plan ROOTS een groene toekomst voor een gemengde campus
16
HOOFDSTRUCTUUR plangrens
Stedenbouwundig plan ROOTS een groene toekomst voor een gemengde campus
17
HOOFDSTRUCTUUR uitgeefbaar gebied plangebied
uitgeefbaar gebied
A. 68.900 m2
A. 68.900 m2
openbare ruimte
Terp 4 - 3.300 m2
terp 4 3.300 m2
terp 3 8.850 m2
56.750 m2
B. 25.180 m2
terp 2 6.000 m2
56.750 m2
19.180 m2
C. 22.620 m2
terp 1 6.600 m2
16.020 m2
116.700 m2
24.750 m2 91.950 m2
Terp 3 - 8.850 m2
*getallen afgerond op 50 m2 **uitgeefgebied afhankelijk van voorgaande principes
Terp 1 - 6.600 m2
19.180 m2
Terp 2 - 6.000 m2 B. 25.180 m2
16.020 m2
C. 22.620 m2
Stedenbouwundig plan ROOTS een groene toekomst voor een gemengde campus
18
HOOFDSTRUCTUUR gebouwhoogtes Bouwlagen LM
Landmark
23
B
Type B
3
C
Type C
6
D
Type D
5
H.3
E C D
E
Type E
10
F
Type F
6
G
E B
C E
Type G
G
7 C
5 H.1
Hub 1
6
H.2
Hub 2
6
H.3
Hub 3
6
F
B H.2
E B
E F B
C G
G
C
E B
H.1
B B
LM
Stedenbouwundig plan ROOTS een groene toekomst voor een gemengde campus
19
3
Openbare ruimte
Stedenbouwundig plan ROOTS een groene toekomst voor een gemengde campus
20
OPENBARE RUIMTE structuur Ruig landschapspark
1 brede groen-blauwe rand langs de dreven C
2 droog - drassig - nat landschapspark 3
3 grote vlakken grasachtige beplanting
A
10
Terpen
4 randen met hier en daar rotsblokken, strakke taluds
9 2
7
Binnenwereld
5
5 robuuste openbare ruimte met verharding van gevel tot gevel 6 randen langs de gebouwen voor potjes, plantjes en gevelgroen
6
7 grove groenvlakken met vaste planten Belvedères
8 belvedères: begroeide pergola’s, muurtjes en bruggen
11
B
Verbindingen
9 paden naar de andere clusters en de buitenruimte Porteum 10 ‘Sportboulevard’ met kiss-and-ride
1
11 e-bike routes als lange continue vloeiend lijnen
4
8
Specials: plekken voor activiteit (sport, ontspanning en educatie)
A sportplein B grote speelplaats
10 20 30 40 50
C hondenuitlaatterrein (omsloten) Stedenbouwundig plan ROOTS een groene toekomst voor een gemengde campus
21
OPENBARE RUIMTE groen en gezondheid Groen en gezondheid: hand in hand Groen in de woonomgeving is essentieel voor de gezondheid van mensen. Het contact met de natuur heeft een positieve invloed op zowel de fysieke als mentale gezondheid. Er wordt daarom hoog ingezet op het creëren van een groene en diverse omgeving. Door de footprint van de gebouwen te beperken; kleine clusters van gebouwen/ woningen laten veel ruimte voor groen en natuur tussen, op en aan de gebouwen. Dit draagt bij aan het vergroten van de biodiversiteit, het verminderen van hittestress en het opvangen van water. Bovendien stimuleren uitnodigende loop- en fietsroutes beweging. Deze routes liggen zoveel mogelijk gescheiden van zwaar verkeer. Langs de routes is er een aanbod van sport- en recreatiemogelijkheden, waardoor het aantrekkelijk wordt om korte afstanden naar het openbaar vervoer of andere voorzieningen te voet of met de fiets af te leggen. Voor middelhoge gebouwen wordt geprobeerd om de trap aantrekkelijker te maken dan de lift.
Getallen plangebied totaal
116.700 m2
uitgeefbaar gebied groene stoep / tuin
24.750 m2 950 m2
bebouwd 23.800 m2 openbare ruimte
91.950 m2
100%
verharding 18.250 m2
20%
halfverharding 3.125 m
2
3%
raingarden 4.450 m
2
5%
2
10%
wadi 8.975 m
groen 47.500 m2
52%
water 9.650 m
10%
2
Stedenbouwundig plan ROOTS een groene toekomst voor een gemengde campus
22
OPENBARE RUIMTE groenstructuur Groenstructuur en ecologie grote schaal Het plangebied ligt op verschillende punten in het omliggende landschap verankerd; •
Via de spoor en de Torenvalktocht is het landschap zijn via land- en een waterverbinding het plangebied verbonden met de Oostvaardersplassen;
•
Circa 3 kilometer van het plangebied bevindt zich de Oostvaardersplassen, voor vogels is dit geen grote afstand;
•
Aan de west-, noord- en oostzijde zijn veel urbane, verharde landschappen te vinden met daken. Deze meer urbane landschappen vormen ook een eigen habitat voor stadsoorten (zoals mussen, egels, vleermuizen).
•
De omliggende dreven en het Havendiep dienen als ecologische corridors voor veel fauna.
Groenstructuur en ecologie in het plangebied In het plangebied zelf is een sterke gelaagdheid te vinden. Deze gelaagdheid is in de huidige situatie niet aanwezig en zorgt voor een versterking van de biodiversiteit in het gebied. De gelaagdheid betekend niet alleen de diepte in ten opzichte van maaiveld, maar zeker ook de hoogte in; Het water- en oeverlandschap; De wadi's en poelen; De vochtige weide's; De drogere en kruidenrijke weide's op de terpen; De Raingardens op de terpen; De struiklaag met zoomvegetatie; De boomlaag (met het meeste volume aan de zuid- en westzijde); De gebouw- en daklaag; nestplekken en foerageergebied 'op niveau'.
Stedenbouwundig plan ROOTS een groene toekomst voor een gemengde campus
23
OPENBARE RUIMTE groenstructuur Ruimte voor water en natuur: 70% horizontaal groen oppervlak!
Hoogwaardige habitats
In dit plan staat een groene leefomgeving centraal. ROOTS is een
voor alle vijf soortencategorieen
Niet alleen op de grond, maar ook in en aan de gebouwen zit groen.
wijk met 70% hoogwaardig groen, ontworpen in samenhang met de
Mens en natuur leven samen. Er wordt niet alleen voor een
Groene gevels bieden niet alleen leefgebied voor insecten en vogels
groenblauwe structuur in de brede omgeving, waar mens en natuur
fijne woonomgeving voor mensen gezorgd, maar ook voor een
maar draagt ook bij aan een koeler klimaat. De platte daken bevatten
optimaal samenleven
aantrekkelijke leefomgeving voor de natuur. Er zijn hoogwaardige
niet alleen groene, maar ook bruine daken waar pioniersoorten gedijen
habitats voor alle vijf soortencategorieën: gebouwbewonend,
die nu ook in het gebied de bewoners zijn. Nestgelegenheden in en
boombewonend, struweelgebonden, bloemrijk graslandgebonden
aan gebouwen zijn ontworpen voor verschillende soorten waaronder
oppervlakte groen* 47.500 m
2
landschap
*verticale oppervlaktes
en water- en oevergebonden. De aanpak gaat verder dan losse
de huismus, gierzwaluw, verschillende vleermuizen en de zwarte
16.450 m
2
groene daken
van groen, zoals
maatregelen. ROOTS richt zich op de specifieke behoeften van alle
roodstaart. Nestkasten zijn zorgvuldig geplaatst op strategische
8.975 m2
wadi's
groene gevels, zijn hier
soorten, volgens het principe van de 5 V’s: voortplanting, verblijf,
locaties, met aandacht voor windrichting en hoogte. In de hogere
9.650 m
2
open water
buiten beschouwing
voedsel, veiligheid en verbinding. Door een rijke variëteit aan vegetatie
gebouwen worden nestkasten voor valken geplaatst. Voor insecten
4.450 m
2
raingardens
gelaten
en gelaagdheid te integreren door het hele gebied, biedt ROOTS een
worden insectenhotels geplaatst. Door gebruik te maken van
87.025 m
2
totaal groen
breed scala aan voedselbronnen en habitats. Daarbij worden inheemse
vleermuisvriendelijke verlichting is lichtvervuiling voor vleermuizen
plangebied
planten gebruikt.
geminimaliseerd.
116.700 m2
Maatregelen moeten zichtbaar zijn. Dit is belangrijk voor het creëren Dit wordt bereikt door:
De groene oevers, bosschages, bomenrijen, laagblijvende
•
Slim ruimtegebruik: De opzet van zeer compacte clusters zorgt dat
zoomvegetatie en bloem- en kruidenrijk grasland zijn belangrijk voor
er ruimte overblijft voor groen tussen, op en aan de gebouwen. Er
onder andere voldoende dekking en voedsel in het gebied en vormen
zijn groene clusters van gebouwen, met daartussen uitgestrekte
een belangrijk migratienetwerk voor verschillende soorten. Van
natuurlijke zones.
groenblijvende struiken in het park en binnen de cluster die veilige
van bewustzijn over het behouden en versterken van biodiversiteit.
schuilplaatsen bieden voor vogels tot besdragende struiken binnen •
Groen in harmonie met de omgeving: het buurtgroen, zowel
de clusters die dienen als voedsel voor kleine vogels, en van hoge
horizontaal als verticaal oppervlak, is ontworpen in samenhang met
bomen voor boombewonende soorten tot uitgestrekte bloemrijke
de groenblauwe structuur van de omgeving.
graslanden en wadi’s in het parklandschap die insecten ondersteunen als belangrijke voedselbronnen voor vogels en vleermuizen. De
•
Groen op en aan gebouwen: beplanting op daken en gevels
natuurvriendelijke oevers in de groen-blauwe rand bieden een perfecte
zorgen niet alleen voor een fraai uiterlijk, maar ook voor isolatie,
habitat voor water- en oevergebonden soorten en creëren zelfs een
wateropvang en verkoeling.
onderdeel van het migratienetwerk voor kleine marterachtigen (zoals de hermelijn en de wezel). De randen van de terpen zijn vormgegeven
•
Slim parkeren: gestapelde parkeeroplossingen, waardoor er minder
met grijsbruine rotsen en (gebroken) verharding dit biedt kansen voor
ruimte verloren gaat aan auto’s en er meer ruimte overblijft voor
bijzondere habitats voor specifieke planten en diersoorten.
Variatie in gebiedseigen vegetatie
groen.
Stedenbouwundig plan ROOTS een groene toekomst voor een gemengde campus
24
OPENBARE RUIMTE groenstructuur Leefgebied marterachtigen Bestaande groenstructuren worden zoveel mogelijk behouden, zeker als het gaat om de grotere groenstructuren aan de zuid- en noordzijde
6
van het terrein. In het algemeen kan dus gesteld worden dat het huidige leefgebied van de marterachtigen niet aangetast wordt. Wel wordt het voorziene compensatiegebied voor de marterachtigen verplaatst. Vooral de compensatiemaatregelen voor de lange termijn, tegenover het Porteum (ten westen van het gebouw) worden in
1
het ontwerp voor ROOTS op een andere plek ingevuld. Er zijn ook meerdere onderdelen in het plan van de openbare ruimte die bijdrage aan de habitat voor marterachtigen; 1.
2
Vochtige ruigte met afwisselend ook lage heesters, ook wel het kralensnoer van wadi’s in het plangebied;
2. Nieuwe bosschages met zoom/mantel vegetatie, deze versterken met name de westzijde van het plangebied; 3. Natuurvriendelijke oevers; het aantal strekkende meters natuurvriendelijke oever wordt verlengd; 4. Aanpassingen fietsbrug (zuid, Larserdreef): 5. Nestplaatsen worden voorzien op de al eerder aangegeven plekken, maar worden ook aangevuld met meer stepping stones. Takken- en steenhopen dienen als nestplaats voor de kleine
5
marterachtigen; 6. Doornstruweel kan niet op de beoogde plek toegepast worden i.c.m. de op die plek beoogde speelplaats. Op andere plekken in het plan worden (doorn)struwelen geplaatst; 7. Gesnoeid of afgezet hout wordt verwerkt om de marterhopen in
3
stand te houden. Hout wordt in takkenrillen gelegd als er veel hout afgevoerd moet worden.
4
7
Stedenbouwundig plan ROOTS een groene toekomst voor een gemengde campus
25
OPENBARE RUIMTE waterstructuur Wateroverlast
Waterconcept
Droogte
In het plan staat slim omgaan met water centraal. Hevige neerslag
•
groene en bruine daken: zorgen voor een waterberging van 30
Er wordt gewaarborgd dat bebouwing, infrastructuur en vitale
mag niet zorgen voor schade in en aan gebouwen, infrastructuur
L/m2. Deze daken dragen tevens bij aan de biodiversiteit en het
functies bestand zijn tegen langdurige droogte. In dit gebied met
en voorzieningen. Hiervoor helpt het landschapspark met subtiele
koelen van de zonnepanelen;
risico op bodemdaling wordt het terrein opgehoogd, met aandacht
hoogteverschillen, waardoor er ruimte ontstaat voor droge, drassige
•
regentuinen bieden een potentie van 200 tot 400 L/m . Voor deze
voor gebiedsspecifieke restzettingen. Deze worden nauwkeurig
berekening is uitgagaan van een diepte van 30 cm (300 L/m2);
berekend met geotechnische zettingsberekeningen. Tevens worden
wadi’s: deze worden verdiept aangelegd. Bij droog weer staand
droogtebestendige beplanting toegepast en ingezet op maximale
waardoor deze beter droge voeten kunnen houden. Ook liggen de
deze wadi’s droog; bij extreme regenbuien zorgen ze voor opvang
infiltratiecapaciteit, door het hoge aandeel groen in het plan, de wadi’s
fiets- en autoroutes hoger dan het park, waardoor de infrastructuur
van regenwater;
in het park en de raingardens binnen de clusters.
en natte delen. In het landschapspark komen terpen die ongeveer 80 cm hoger dan het park liggen. Op de terpen staan de gebouwen,
•
2
langer bruikbaar blijft bij extreme neerslag. Het gebied is waterneutraal
•
onder een deel van de wadi's zitten drainkoffers
en leidt dus niet tot extra aanvoer/afvoer van water. Hemelwater wordt
•
waterdoorlatende bestrating zorgt ervoor dat regenwater kan
zoveel mogelijk vastgehouden en hergebruikt in het gebied. Dat lukt goed. Het ontwerp kan een bui van 90 mm/uur verwerken in het plangebied.
•
verzamelen in de bodem;
Overstromingen
open goten van de regentuinen en groene daken richting de wadi’s
De locatie loopt risico op overstromingen, waarbij de aankomsttijd van
zorgen voor zichtbaarheid van de waterlopen en het behoud van
het water zeer kort kan zijn. Daarom worden maatregelen genomen
kostbaar water in het gebied.
om de veiligheid van alle bewoners te waarborgen. Op elk dak zijn
bebouwing
23.800 m
dakluiken geïnstalleerd, waardoor bewoners in geval van nood snel en
verharding*
18.750 m2
groene/bruine daken
15.500 m2
465 m3
halfverharding
1.550 m2
raingardens
3.275 m2
665 m3
totale verharding
44.100 m
wadi's met drainkoffer
8.975m
2820 m
Volume te verwerken neerslag bij
3.950 m
2
2
3
totale capaciteit*
2
veilig kunnen evacueren. In het landschapspark hebben liggen verhoogde terpen waar 3
de gebouwen op staan, zodat deze beter beschermd zijn tegen
3.950 m
wateroverlast. Ook liggen de fiets- en autoroutes iets hoger dan
3
hevige neerslag (90 mm/uur)
het park, waardoor de vluchtroutes langer bruikbaar blijven. Met deze maatregelen ontstaat een veilige en toekomstbestendige *voor de daken, raingardens en wadi's geldt dat niet hun volledige
*voor het onbebouwde deel van het uitgeefbaar gebied is uitgegaan
oppervlak gebruikt of meegerekend wordt in de capaciteitsberekening.
van 50% verharding;
Daken worden deels gebruikt voor installaties, raingardens kennen
leefomgeving
ook hogere delen t.b.v. bomen, en de taluds van de wadi's worden niet volledig meegerekend.
Stedenbouwundig plan ROOTS een groene toekomst voor een gemengde campus
26
OPENBARE RUIMTE waterstructuur Wateropvang, infiltratie en afvoer Het regenwater dat in het plangebied valt wordt op de volgende manier vastgehouden, geïnfiltreerd en weggevoerd van het plangebied: 1.
Het water dat op de daken valt wordt door middel van een groendak opgevangen, vastgehouden en watert daarmee vertraagd af op de rest van systeem;
2. Het hemelwater van de daken wordt verzameld in de raingardens, samen met het hemelwater dat valt in de terpen op de verharding
3
in de openbare ruimte. Het water dat in de raingardens verzameld
4
wordt kan in de volle grond infiltreren. Het water dat op dat moment niet kan infiltreren (tijdens piekbuien), stroomt af naar de wadi’s in
1
de parkzone; 3. Het hemelwater dat in de parkzone valt, stroomt af naar de wadi’s. Daarnaast vangen deze wadi’s ook een overstort op van de terpen. De terpen, calamiteitenroutes en fietsroutes houden daardoor altijd droge voeten. In de wadi’s kan het water infiltreren in de volle 6
grond; 4. In de grotere wadi’s zijn ook drainkoffers toegepast (goed doorlatend pakket tussen de bodem van de wadi en het GHG), deze bieden extra capaciteit om water vast te houden en- of te infiltreren; 5. Het hemelwater dat niet kan infiltreren in de wadi’s of drainkoffers
5
spoelt af naar het oppervlaktewater dat het plangebied omzoomd. Alles wadi’s zijn als een kralensnoer met elkaar verbonden en werken samen als één systeem. 6. Afvoeren zijn zo veel mogelijk open en zichtbaar. Daar waar fiets/ wandelpad wordt gekruist wordt water via een leiding onder pad
2
worden geleid.
Stedenbouwundig plan ROOTS een groene toekomst voor een gemengde campus
27
OPENBARE RUIMTE waterstructuur Het regenwater dat in het plangebied valt wordt op de volgende manier vastgehouden, geïnfiltreerd en weggevoerd van het plangebied: Groendak Raingardens Wadi's met drainkoffers Oppervlaktewater
Stedenbouwundig plan ROOTS een groene toekomst voor een gemengde campus
28
OPENBARE RUIMTE wegenstructuur Aantrekkelijke loop- en fietsroutes voor levendige ontmoetingen De doorgaande fietsroutes zijn in Lelystad gescheiden van de straten voor het autoverkeer. Uiteraard is dat een drager voor het plan. De centrale e-bikeroute in noord-zuid- en oost-westrichting loopt centraal door het park. Dit groene park is aantrekkelijk en open vormgegeven, waardoor het overzichtelijk en veilig is. Vanuit deze lange lijnen zijn de clusters goed zichtbaar en toegankelijk vanaf diverse plekken. Dreven en auto entrees Fietspaden en e-bike route Erven (sharedspace voetganger en fietser)
Stedenbouwundig plan ROOTS een groene toekomst voor een gemengde campus
29
OPENBARE RUIMTE wandelnetwerk Wandelnetwerk De wandelstructuur is fijnmazig, waardoor je kunt dwalen door de clusters en het park, wat toevallige ontmoetingen stimuleert. Hoogteverschillen op sommige plekken maken wandelen door het gebied aantrekkelijk, en alle plekken zijn goed bereikbaar voor mindervaliden. Speciale plekken, zoals de speeltuin of het sportplein, zijn op kruispunten van routes gelegen en kleurrijk vormgegeven. Hierdoor zijn ze logisch, vindbaar en aantrekkelijk.
Fietspaden Fijnmazig wandelgebied Informele struinpaden Buitenruimte Porteum
Stedenbouwundig plan ROOTS een groene toekomst voor een gemengde campus
30
OPENBARE RUIMTE kabels, leidingen en technische installaties
T
W
Door het gebied komen verschillende kabels en leidingen te lopen. Zo komt er een warmtenet met bijbehorende warmteoverdrachtstation (WOS), een stroomnet met twee transformatorstations per terp en een riolering. De kabels, leidingen en bijbehorende stations krijgen de volgende eigenschappen: •
T
W
Aansluiting van kabels en leidingen en riolering aan de zijde van de dreven.
•
Aansluiting van het warmtenet aan de bestaande leiding door het hart van het park.
•
De trafo's staan in de openbare ruimte.
•
Twee trafo's per terp
•
In de uitwerking worden posities in afstemming nutspartijen
T
T
geoptimaliseerd en ingepast in het landschap. Het beeldkwaliteitsplan omschrijft de gewenste landschappelijke inpassing.
W
Indicatieve positie WOS
T
Indicatieve positie trafo
T
W T
T
kabels en leidingen (elektra, data, etc.) riolering
T
warmtenet
Stedenbouwundig plan ROOTS een groene toekomst voor een gemengde campus
31
OPENBARE RUIMTE kabels, leidingen en technische installaties Criteria Liander
Afmetingen elektriciteitshuisje
Afmetingen WOS
•
1 elektriciteitshuisje kan gemiddeld 100 woningen van stroom
Afmetingen bouwwerk:
3,765m x 2,105m x 2,113m
Afmetingen:
3,0 x 4,5 x 3,0m* op basis foto
voorzien.
Vrije ruimte:
6,670 m x 4,050 m
Vrije ruimte:
onbekend
•
Hierbij wordt uitgegaan van het gemiddelde stroomgebruik van een woning in de toekomst.
•
Er zit gemiddeld 150 meter tussen de woningen en het elektriciteitshuisje. Zo hebben alle woningen in de buurt een betrouwbare stroomvoorziening hebben.
•
De kabels van het elektriciteitshuisje naar de woning moeten zo kort mogelijk zijn. Hoe korter de kabel, hoe stabieler het stroomnet is.
•
De ondergrondse infrastructuur is ook bepalend: Er kan geen elektriciteitshuisje geplaatst worden bovenop leidingen of kabels in de grond.
•
https://www.liander.nl/elektriciteitshuisjes/hoe-kiezen-we-de-plekvoor-een-elektriciteitshuisje/gemeente-info WOS en elektriciteitshuisje nabij Eurekabuurt
Verdeling elektriciteitshuisje 762 woningen = ca. 8 elektriciteitshuisje Ca. twee elektriciteitshuisjes per terp. Terp 1
Terp 3
Woningen: 184
Woningen: 240
Trafo's 2
Trafo's 2
Terp 2
Terp 4
Woningen: 191
Woningen: 148
Trafo's 2
Trafo's 2
Stedenbouwundig plan ROOTS een groene toekomst voor een gemengde campus
32
OPENBARE RUIMTE inrichtingselementen De inrichtingselementen in Roots sluiten aan bij het eigentijdse en robuuste karakter van de wijk. De inrichting straalt rust uit door het gebruik van ingetogen en tijdloze ontwerpen. Er is een mooie diversiteit aan elementen: robuuste houten zitelementen bieden een plek om in alle rust te ontspannen tussen de raingardens, terwijl informele zitjes met een tafel onder een pergola uitnodigen om als buurt samen te komen. In Roots wordt ingezet op een beperkt en eenduidig assortiment voor de Campus Midden (Hooghe Bomen), waarbij neutrale kleuren en een ingetogen, tijdloze vormgeving centraal staan. Lichtmasten en fietsenrekken worden afgewerkt in een donkere kleurstelling (RAL 7021). De zitelementen in Roots zijn deels van hout en worden uitgevoerd als houten balken en/of informele zitjes. Voor de houten elementen kunnen beschikbare materialen uit de directe omgeving worden hergebruikt. Deze inrichtingselementen worden verder uitgewerkt in het beeldkwaliteitsplan.
Zitelementen en pergola's Houten balken en informele zitjes
Stedenbouwundig plan ROOTS een groene toekomst voor een gemengde campus
33
4
Mobiliteit
Stedenbouwundig plan ROOTS een groene toekomst voor een gemengde campus
34
MOBILITEIT Gezond voortbewegen naar nieuwe mobiliteit Gedragsveranderingsstrategie
Uit het zicht ontworpen parkeren
Om het autogebruik en ander reisgedrag van bewoners
Het deelmobiliteitsaanbod wordt daarnaast beheert door de buurthost.
Parkeerplaatsen voor bezoekers en bewoners zijn nagenoeg
structureel te verminderen en duurzamere vervoersvormen
Hij of zij is aanspreekpunt, zorgt voor klein onderhoud van de
volledig geïntegreerd in de hubs alleen een zeer kleine aantal
zoals fietsen, micromobiliteit, lopen, openbaar vervoer,
deelmodaliteiten.
invalidenparkeerplekken is binnen de clusters voorzien. De drie hubs
deelmobiliteit of werken in de buurt te bevorderen is een gedegen
zijn zo gepositioneerd dat de woningen binnen een radius van 150m /
gedragsveranderingsstrategie nodig die meerdere facetten omvat.
Om de duurzame bereikbaarheid te vergroten en om autobezit te
loopafstand max. 200m (3 min.) bereikbaar zijn. Het auto uit het zicht
Hiervoor wordt het COM-B model gehanteerd.
verminderen zijn de volgende ontwerpingrepen en maatregelen
beleid geeft de openbare ruimte aan de bewoners en verbetert de
toegepast:
uitstraling en leefbaarheid.
Capaciteit
Omgeving
Motivatie
wat iemand
wat iemand om zich
wat iemand
Zéér autoluwe openbare ruimte
Innovatieve parkeeroplossingen
kan doen
heen ziet
wil doen
De inrichting van de openbare ruimte is primair gericht op voetgangers
De hubs zijn zo gedimensioneerd dat deze voldoen aan de
en fietsers, met autoroutes die hieraan ondergeschikt zijn. Dit creëert
verwachte parkeerbehoefte inclusief parkeren voor de school en
een autoluwe en leefbare omgeving. Het ontwerp omvat een uitgebreid
de sportfaciliteiten. Er wordt geanticipeerd op het combineren van
netwerk van fiets- en wandelpaden die aansluiten op bestaande e-bike
extra voorzieningen en diensten binnen hubs (pakketdiensten,
routes en openbaar vervoer. De routes zijn vloeiend geïntegreerd
fietswasserette, onderhoudsruimtes).
in het park, wat zorgt voor een aangename en veilige ervaring voor
Deelauto’s vind men op begane grond en eigen auto’s daarboven.
De strategie is gebaseerd op het uitgangspunt dat
voetgangers en fietsers. De routes lopen op natuurlijke wijze richting
Daarbij wordt de gedeelde mobiliteit niet alleen esthetisch aantrekkelijk
levensgebeurtenissen, zoals verhuizen, een goede gelegenheid
de openbare vervoersknooppunten.
gemaakt, maar ook de gemakkelijkste keuze.
Behaviour Gedrag
bieden om gewoontegedrag te doorbreken. Mobiliteit vormt
Inspelend op de verwachte verandering van het privé autogebruik
hierop geen uitzondering. In de periode vóór een verhuizing
Minimale autorouting binnen het gebied
ten gunste van deelmobiliteit zijn de hubs innovatief, flexibel en
moeten toekomstige bewoners zich oriënteren op hun toekomstige
Auto’s kunnen het gebied slechts via drie specifieke inritten betreden,
demontabel ontworpen. Gaat in de toekomst de parkeervraag
mobiliteitsopties.
waarna ze direct worden opgevangen in drie flexibele parkeerhubs. Dit
verminderen, dan kan in het aantal lagen van de hubs worden
minimaliseert autoverkeer binnen het gebied en behoudt de kwaliteit
afgeschaald of deze zelfs volledig worden gedemonteerd. Het
Toekomstige bewoners worden ruim van te voren geïnformeerd over
van de openbare ruimte. Nood- en hulpdiensten en laad-losverkeer
plan anticipeert in het mogelijke vervangen van de hubs door
het beperkte aantal parkeerplaatsen en het deelmobiliteitsconcept.
voor de school en voorzieningen kunnen door de clusters navigeren
woongebouwen.
Daarnaast wordt een kennismaking met diverse elektrische
over de aangewezen paden. Deze zijn voldoende breed.
deelmobiliteit alternatieven voor toekomstige bewoners al vóór hun verhuizing gefaciliteerd. Cruciaal voor het slagen van deelmobiliteit
Alternatieven voor autobezit
is de inzet van de Shared Mobility Planner. Deze app faciliteert niet
Om autobezit terug te dringen, biedt de campus een scala aan
alleen alternatieve vervoerswijzen, maar bevordert ook samen reizen
deelmobiliteitsopties, zoals elektrische deelauto’s, e-bikes en
en biedt inzicht in mogelijke flexwerkplekken. Op deze manier wordt
bakfietsen. Dit wordt door de ontwikkelaar geregeld. Bewoners
niet alleen de mobiliteitservaring verbeterd, maar ook het gevoel
worden vroegtijdig geïnformeerd over de beperkte parkeerplaatsen en
van gemeenschap versterkt en de kwaliteit van leven in het gebied
gestimuleerd om gebruik te maken van duurzamere vervoersmiddelen.
verbetert.
Ruime fietsenstallingen zijn per woongebouw opgenomen, zodat een fiets dichterbij is dan een auto. Stedenbouwundig plan ROOTS een groene toekomst voor een gemengde campus
35
MOBILITEIT mate van toegankelijkheid Een doorwaadbaar en goed bereikbaar gebied waar de voetganger en de fietser centraal staan. Naast veel ruimte voor langzaam verkeer is Roots via de dreven goed bereikbaar met de auto. De campus is zo ontworpen dat hulpdiensten overal kunnen komen.
auto
tot 12m
langzaam verkeer (incl. klein elektrisch)
snelfietspad
voetganger
hulpdiensten
afvaldiensten op aangegeven route
Stedenbouwundig plan ROOTS een groene toekomst voor een gemengde campus
36
MOBILITEIT verkeersregime Stedenbouwkundige structuur, inrichting van de openbare ruimte zorgen voor sturing op wandelen of het gebruik van de fiets. Auto's worden bijvoorbeeld snel afgevangen in parkeerhubs. Het geheel is vergelijkbaar met een shared-space centrumgebied waar de auto niet kan komen.
erftoegangsweg (30 km/u) •
parkeerverbodzone aangeduid met bord
•
kiss-and-ride-vakken aangeduid. Door deze in groepjes achter elkaar te koppelen kunnen ze ook gebruik worden voor het parkeren van bussen.
•
laad en losplek aangeduid met bord
•
zone voor laden en lossen, draaien en keren (voor auto's en bestelbusjes)
voetgangersgebied •
afgesloten voor autoverkeer
•
slimme posities van raingardens zorgen voor logica en afsluiting. Aanvullend en indien gewenst kunnen (klap) paaltjes in een later stadium voor een extra barriëre zorgen.
•
incidentele toegang voor afvaldiensten, hulpdiensten, mindervaliden, verhuizen, laden en lossen Porteum wordt geborgd door ontheffing. Deze ontheffing kan aangevraagd worden bij de gemeente.
Indien vanuit dagelijks gebruik blijkt dat verkeersborden en handhaving niet voldoende sturend zijn op het gewenste gedrag, zijn aanvullende maatregelen, zoals fysiek afsluiten met paaltjes of nummerbordherkenning inpasbaar. Stedenbouwundig plan ROOTS een groene toekomst voor een gemengde campus
37
MOBILITEIT calamiteitenroute De opstelplaatsen van de brandweer bevinden zich op de calamiteitenroute, zoals bij een éénrichtingsverkeerstraat in een centrum. De calamiteitenroute is geschikt voor voertuigen met een maximale draaicikel van 15m.
calamiteitenroute
Stedenbouwundig plan ROOTS een groene toekomst voor een gemengde campus
38
MOBILITEIT auto parkeren Flexibel aanbod van deelmobiliteit afgestemd op de behoeften
Uitgangspunten parkeerbalans
Het deelmobiliteitsconcept biedt de inwoners een flexibel aanbod van
•
Prijspeilen woningen, gebiedsbepaling, parkeernormen en
deelmobiliteit, afgestemd op hun behoeften. Niet alleen auto’s, maar
aanwezigheidspercentages conform Nota Parkeernormen Lelystad
ook fietsen, bakfietsen en zelfs scootmobielen maken deel uit van
2023.
het aanbod. De verwachting is dat deelmobiliteit in de toekomst sterk
•
Het woonprogramma en verdeling in categorieën conform
•
De bruto parkeerplaatsen worden verdeeld over drie parkeerhubs, maaiveld parkeren bij terp 3 en terp 4
•
Het plan bevat drie parkeerhubs:
programmatabel Roots.
- landmarkhub in terp 1
Het niet-woon programma is een mix van werken, sport, cultuur en
- buurthub in terp 3
parkeren (25%- 75%) zal hierdoor kunnen verschuiven naar een hoger
ontstpanning, ondersteunende horeca, gezondheidszorg en
- sporthub in terp 4
aandeel voor deelmobiliteit. De hub’s zijn hierop voorbereid. De hub’s
(sociale) voorzieningen, onderwijs. Deze mix is nu nog niet bekend.
zouden in de toekomst getransformeerd kunnen worden wanneer er
Er wordt uitgegaan van een gemiddelde norm van 2,0 pp per 100
minder parkeerbehoefte is.
m2 bvo, met een aanwezigheidspercentage van 90% op alle
vve's. Deze hubs bieden dus enkel ruimte aan:
dagdelen.
- bewoners
Laadinfrastructuur voor iedereen
Als onderdeel van de parkeerbalans moet een compensatie van
- bezoekers van bewoners
Doordat het parkeren plaatsvindt in hub’s, is het eenvoudig om de
het huidige parkeeraanbod mee ontworpen worden, waarbij
- bezoekers en medewerkers van de voorzieningen
bijbehorende laadinfrastructuur te faciliteren. Tijdens de bouw van
dubbelgebruik is toegestaan.
zal toenemen, waardoor de reguliere parkeernorm naar beneden kan worden bijgesteld. De verhouding tussen deelmobiliteit en regulier
een hub worden voorzieningen getroffen om de laadinfrastructuur in
•
•
de toekomst mee te laten groeien met het aantal elektrische auto’s in de wijk. De infrastructuur is daardoor schaalbaar en kan eenvoudig
•
worden uitgebreid. Het wagenpark voor deelmobiliteit wordt op de begane grond geplaatst om het gebruik te stimuleren. Ook op hoger
•
Voor Porteum (onderwijs) wordt voor het huidige gebruik 250
•
•
De sporthub is een openbare garage en biedt ruimte aan:
parkeerplaatsen teruggebracht.
- bewoners
Voor sportfuncties (de huidige sporthal Rietlanden) wordt voor het
- bezoekers van bewoners
huidige gebruik 75 parkeerplaatsen.
- bezoekers en medewerkers van de voorzieningen
In terp 4 worden 25 kiss and ride parkeerplaatsen aangegeven.
- bezoekers en medewerkers van de sporthal(len)
gelegen verdiepingen kunnen laadpunten worden geïnstalleerd voor privéauto’s
De landmarkhub en buurthub zijn parkeerhubs in eigendom van de
- bezoekers en medewerkers van Porteum In de Nota van Uitgangspunten (december 2023) staat bij Mobiliteit (pagina 12):
•
Voor alle hubs wordt met aanwezigheidspercentage gerekend, maar door verschillende gebruik per hub zijn andere momenten in
•
•
75% van de parkeereis voor bewoners gerealiseerd. Het resterende
de week maatgevend.
deel (25%) is door deelmobiliteit opgelost. Het aandeel deelauto’s
- voor de landmarkhub is de 'werkdag avond' maatgevend
maakt geen onderdeel uit van de 75%.
- voor de buurthub is de 'werkdag avond' maatgevend
De norm voor deelmobiliteit is 1 op 5. Dat betekent: 5 reguliere
- voor de sporthub is de 'werkdag middag' maatgevend
plaatsen worden vervangen door één deelauto. •
Er is rekening gehouden met één aangepaste parkeerplaats (invalide) op vijftig gewone parkeerplaatsen.
Er wordt voldaan aan de eisen van de tender.
Stedenbouwundig plan ROOTS een groene toekomst voor een gemengde campus
39
MOBILITEIT auto parkeren 420 Verdeling van woningen over de parkeerhubs Het plan bevat drie parkeerhubs. De woningen zijn alsvolgt toe bedeeld aan de hubs: •
landmarkhub in terp 1
285 woningen
•
buurthub in terp 3,
338 woningen
•
sporthub in terp 4,
217 woningen
25 k&r 2 mvp.
Benodigde plekken per hub
Max. beschikbaar
•
landmarkhub in terp 1,
348 pp
358 pp hub
•
buurthub in terp 3,
408 pp
410 pp hub + 15 pp o.r.
•
sporthub in terp 4,
408 pp
420 pp hub
15
Per hub is een parkeertabel opgesteld, waarbij naast de aantallen ook de verdeling van woningcategorieën is meegenomen. *de parkeerbalans gaat uit van 762 woningen + 10% en ca. 500 m2
410
gebiedsondersteunende voorzieningen. * 1 op de 50 plaatsen in de hubs zijn mindervalideparkeerplaatsen. Deze zijn op de begane grond. * Bij de buurthub is een tekort van 11 parkeerplaatsen. Dit wordt in de andere terpen opgevangen bij een nadere uitwerking. 2 mvp. Woningen verdeeld over de hubs 358 420
Beschikbaar in hub
25 k&r
Kiss & Ride
15
Maaiveldparkeren Stedenbouwundig plan ROOTS
2 mvp.
Mindervalide parkeerplaatsen
een groene toekomst voor een gemengde campus
40
MOBILITEIT auto parkeren 3
0m
50 m
100 m
150 m
Autoverkeer komt via de dreven het plangebied binnen en parkeert bij de mobiliteitshubs of het parkeerbos. Vanuit de parkeerfaciliteiten zijn voorzieningen, zoals de middelbare school op een prettige manier en binnen geringe afstand te voet bereikbaar.
5
Parkeren van auto’s
1
landmark-hub
4
max. capaciteit: 358 pp
2
buurt-hub max. capactiteit: 410 pp
3
sport-hub:
2
max. capaciteit: 420 pp
4
parkeerbos capaciteit: 15 pp
5
25 pp kiss-and-ride (incl. touringcars)
1
Stedenbouwundig plan ROOTS een groene toekomst voor een gemengde campus
41
MOBILITEIT kiss-and-ride •
In- en uitrijden van de terp gebeurd via de huidige aansluiting (grietenij - middendreef). Terp 4 heeft een singelprofiel': twee keer éénrichtingsverkeer met keerlus aan het 'einde'.
•
25 parkeerplaatsen voor kiss-and-ride.
•
Bussen kunnen kiss-and-ride plaatsen gebruiken. Een touringcar
0m
Zo b u e kg ite eb n ie 24 plan d fie 0 ge ts pl b en aa ie st ts d R all en o ing ot s
•