BL 1. Uitbreiding Flevokust Haven Zuid West_Toelichting
Tekst van het document
Naar alle waarschijnlijkheid zullen tevens geen uitlogende materialen gebruikt worden in het ontwerp van het centrum. Wel kan afstromend hemelwater vervuild raken wanneer het over vervuilde oppervlakken afstroomt. Het Waterschap hanteert hiervoor de volgende uitgangspunten: Parkeerplaatsen met meer dan 50 parkeerplaatsen dienen gezuiverd te worden; Rijbanen met meer dan 1000 voertuigbewegingen dienen gezuiverd te worden; Dakoppervlak mogen rechtstreeks afvoeren naar het oppervlaktewater; Laadkuilen dienen af te voeren via een OBAS; OBAS voorzieningen worden ontworpen op de daartoe geldende wet- en
(vastgesteld)
blz. 63
regelgeving. De initiatiefnemer zal aan deze uitgangspunten voldoen. De lozingsroute en type zuiveringsvoorziening worden afgestemd met het bevoegd gezag voor aanvraag van de watervergunning. Voor de afvoer van water van het terrein wordt conform het gemeentelijk rioleringsplan een 100% gescheiden stelsel aangelegd. Er wordt aangenomen dat dit aangesloten kan worden op het openbaar rioolsysteem zoals dat wordt aangelegd door de gemeente. De afvoer van hemelwater vindt zoveel mogelijk plaats via oppervlakkige afstroming vanaf het verhard oppervlak naar het oppervlakte water. Indien dat niet mogelijk is, worden verharde oppervlaktes aangesloten op een regenwaterstelsel. Het regenwaterstelsel dient conform de eisen van de gemeente Lelystad aangelegd te worden. 4.14.8 Conclusie Het plangebied is gelegen tegen de beschermingszone van de primaire waterkering IJsseldijk (§). Om te voorkomen dat de waterveiligheid in het geding komt dient bij de ruimtelijke planvorming rekening gehouden te worden met de waterhuishoudkundige eisen zoals naar voren komt uit de keur van het waterschap. Met de dubbelbestemming in het bestemmingsplan is dit planologisch geborgd. Bij de realisatie van het distributiecentrum in het plangebied en de ontwikkelingen in het omliggende gebied neemt in de toekomstige situatie het verhard oppervlak toe.
Ter compensatie van deze toename wordt extra waterberging gerealiseerd (zie afbeelding 4 10 ) Het hemelwater wordt waar mogelijk via oppervlakkige afstroming richting het oppervlaktewater geleid. Verontreinigd hemelwater wordt indien nodig voorgezuiverd. Tevens wordt een 100% gescheiden rioolstelsel aangelegd, waarbij het afvalwater op het gemeentelijk afvalwaterriool wordt geloosd. Voor de start van de uitvoering wordt een watervergunning aangevraagd. Hierin dienen de volgende werkzaamheden genoemd te worden: Aanbrengen verharding; Graven water; Plaatsen van kunstwerken; Bouwen in buitenbeschermingszone (indien nodig); Plaatsen beschoeiing (indien nodig);
4.15
Explosieven
Op een onbekend aantal plaatsen in Nederland liggen nog bommen, granaten, mijnen en andere munitieartikelen uit de Tweede Wereldoorlog (1940-1945). Waterschap Zuiderzeeland, provincie Flevoland en de gemeente Lelystad hebben in kaart laten brengen waar in de provincie Flevoland explosieven uit de Tweede Wereldoorlog kunnen zijn achtergebleven. Het vooronderzoek is op 28 oktober 2021 afgerond. Het resultaat van het onderzoek is een zogenaamde ‘Bodembelastingkaart’. Op deze kaart is te zien waar een verhoogd risico bestaat om niet ontplofte oorlogsresten aan te treffen. Voor aandachtsgebieden en verdachte gebieden is aangegeven wat te doen bij werkzaamheden in het betreffende gebied. In afbeelding 4.3 is een uitsnede van de Bodembelastingskaart opgenomen met daarin het rood het onderzoeksgebied weergegeven.
(vastgesteld)
blz. 64
Afbeelding 4-12 Figuur 4-11 bodembelastingskaart Op basis van de bodembelastingskaart en de in bijlage 18 opgenomen memo blijkt dat in het onderzoeksgebied geen verdacht gebied is voor niet gesprongen explosieven. Geadviseerd wordt om het proces van explosievenopsporing voor wat betreft het onderzoeksgebied te beëindigen en de geplande werkzaamheden regulier (dus zonder verdere opsporing) uit te (laten) voeren.
(vastgesteld)
blz. 65
4.16
Parkeren en ontsluiting
4.16.1 Parkeren Het parkeerbeleid en de -normen van de Gemeente Lelystad zijn in 2009 voor het laatst vastgesteld. In het parkeerbeleid is opgenomen dat parkeren geheel op eigen terrein moet worden voorzien. Een distributiecentrum wordt in de normen niet specifiek als functie benoemd, maar kan geschaard worden onder logistiek terrein. Een distributiecentrum kan conform de standaard normen beschouwd worden als arbeidsextensieve bedrijvigheid, waarbij een norm van 0,8 parkeerplaats per 100 m² bruto vloeroppervlakte geldt. Van deze norm kan onderbouwd worden afgeweken, wanneer bijvoorbeeld blijkt dat de concrete activiteiten een andere parkeernorm met zich meebrengen. Uitgaande van een bedrijfsvloeroppervlak van ca. 155.000 m2 zou dit betekenen dat ca.1.240 parkeerplaatsen nodig zijn. Van belang in dit geval is dat een groot deel van de werkzaamheden geautomatiseerd wordt uitgevoerd, waardoor het aantal arbeidsplaatsen en dus de parkeervraag aanzienlijk kleiner is. Verder wordt in drie diensten gewerkt, waardoor nooit alle medewerkers tegelijk in het gebouw aanwezig zijn en tegelijk parkeerruimte nodig hebben. Het enige aspect waar rekening mee moet worden gehouden is een beperkte overlap op het moment van een dienstwissel (vertrekkende en komende werknemers). In onderstaande afbeelding is de verwachte invulling van arbeidsplaatsen weergegeven:
Afbeelding 4 -13 : voorgestelde invulling arbeidsplaatsen op basis van huidige verwachtingen. In het slechtste geval kan zich een situatie voordoen waarin: alle medewerkers apart met de auto naar de locatie komen; een groot deel van de medewerkers van de eerste dienst nog aanwezig zijn, terwijl alle medewerkers van de volgende dienst ook al aanwezig zijn (in totaal 375 personen/voertuigen in 2028); In dat geval zijn maximaal 375 parkeerplaatsen nodig . In de praktijk komt niet iedereen alleen met de auto, komen er medewerkers op de fiets en zal er geen volledige overlap zijn en zijn 320-350 parkeerplaatsen ruim voldoende. Bij de aanvraag om een omgevingsvergunning voor de bouw van het distributiecentrum zal dit verder worden uitgewerkt en toegelicht, zodat voor deze specifieke situatie in een afwijking van het parkeerbeleid kan worden voorzien. Wel wordt er voor gezorgd dat op het perceel altijd in het maximaal aantal benodigde parkeerplaatsen conform de norm kan worden voorzien. Van belang hierbij is dat er op het terrein voldoende ruimte is om de aan de bedrijfsoppervlakte gekoppelde parkeernormen te voldoen. In het geval een ander bedrijf zich op het terrein zou vestigen is voldoende parkeerruimte beschikbaar.
(vastgesteld)
blz. 66
Conclusie: Er wordt voldaan aan de parkeernormen. 4.16.2 Ontsluiting De gemeente heeft een verkeersonderzoek laten uitvoeren, waarin de invulling van het bedrijventerrein en de omliggende wegen zijn meegenomen (zie bijlage 17). Het uitgevoerde verkeersonderzoek en mobiliteitsonderzoek bestaan uit een brede waaier aan maatregelen op en rond het plangebied. Het geformuleerde advies in het verkeersonderzoek, het behalen van een minimale reductie van 10% verkeersbewegingen door het kiezen voor modal split scenario Basic, is overgenomen. Hierdoor worden de negatieve effecten van het verkeer door de ontwikkeling binnen Flevokust Haven wordt aangetrokken gemitigeerd. Met de distributiebedrijven binnen het bedrijventerrein zijn of worden afspraken gemaakt om collectief vervoer te stimuleren. Daarmee is het aannemelijk dat de reductie van 10% van de totale toename aan verkeersbewegingen wordt behaald. Conclusie: De verkeerssituatie vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling.
4.17
Duurzaamheid
Duurzaamheidsambities Duurzaamheid is een kernwaarde van initiatiefnemer en het project Logistic Center West (LCW) zal dan ook gebaseerd zijn op de ambitie om een duurzame mijlpaal te worden voor logistieke faciliteiten, zoals het verminderen van de CO2-emissie, het creëren van een gezonde en inspirerende werkomgeving, en het verzekeren van biodiversiteit. Duurzaamheid in het LCW zal een manifestatie zijn van het strategisch en operationeel engagement voor de lokale gemeenschap, economie en ecosystemen. Deze engagementen zijn reeds verankerd in de Corporate Sustainability Strategy: Fashion Forward (Fashion FWD). De Fashion FWD strategie heeft al veel significante vooruitgangsresultaten opgeleverd zoals de vermindering van koolstofemissies (82 % Scope 1 en 2 emissiereductie), verhoogde sourcing van duurzame en circulaire materialen, effectieve employee empowerment programma's en meer. De Fashion Forward Strategie bouwt voort op drie kernpijlers die zijn: 1. streven naar Klimaat Positief : zorgen voor een positieve impact op het wereldklimaat 2. streven naar Circular By Design: het bedrijfsmodel zal gebaseerd zijn op ontwerpprincipes die prioriteit geven aan efficiëntie, recycling van hulpbronnen op alle niveaus, het minimaliseren van afval, en het behouden van hulpbronnen in circulatie 3.
streven naar eerlijk zijn voor iedereen: het bedrijf is veilig, respecteert de mensenrechten, zorgt voor een eerlijk inkomen en kansen om zijn potentieel te benutten Deze drie pijlers vormen de basis van de kernovertuigingen voor duurzaamheid, en het bedrijf past ze ook toe op de bouw en de exploitatie van zijn gebouwen en sites. Voor de LCW site wodt een faciliteit gerealiseerd die de duurzaamheidsambitie voor logistieke centra doortrekt ten voordele van mens en milieu. Er worden momenteel specifieke meetbare duurzaamheidsdoelstellingen voor LCW geformuleerd. In overleg met diverse disciplines wordt onderzocht op welke manier het nieuwe gebouw
(vastgesteld)
blz. 67
en het gebruik daarvan én de inrichting van het terrein daaromheen zo duurzaam mogelijk kan worden vormgegeven. In de planregels wordt zo veel mogelijk ruimte geboden om het realiseren van duurzaamheidsdoelstellingen rechtstreeks mogelijk te maken en te faciliteren.
4.18
Kabels en leidingen
Planologische relevante leidingen zijn leidingen die bescherming in het bestemmingsplan behoeven. Dit zijn bijvoorbeeld rioolwaterpersleidingen met een grote diameter en waterleidingen met een regionale functie. Op deze leidingen zijn geen veiligheidsafstanden van toepassing, maar wordt wel rekening gehouden met een zakelijk rechtstrook van de leidingen. Door binnen deze strook een bouwverbod op te nemen, wordt beschadiging van de leiding voorkomen.
(vastgesteld)
blz. 68
(vastgesteld)
blz. 69
Hoofdstuk 5 5.1
Wijze van bestemmen
Algemene juridische opzet
In dit hoofdstuk worden, voor zover dit nodig en wenselijk wordt geacht, de van het bestemmingsplan deel uitmakende regels van een nadere toelichting voorzien. De regels behorende bij dit bestemmingsplan geven inhoud aan de aangegeven bestemming. Ze geven aan waarvoor de gronden en opstallen gebruikt mogen worden en wat en hoe er gebouwd mag worden. De regels van het onderhavige bestemmingsplan zijn ingedeeld in vier hoofdstukken, conform de systematiek in de SVBP2012, versie 1.3.1 (Standaard vergelijkbare bestemmingsplannen 2012), te weten: 1. Inleidende regels Dit hoofdstuk bevat twee artikelen. In artikel 1 zijn de begrippen omschreven die worden gehanteerd in het plan en die een eenduidige omschrijving behoeven. In artikel 2 is bepaald hoe de diverse maten, als bouwhoogte, goothoogte, inhoud en oppervlakte van bouwwerken worden gemeten. 2. Bestemmingsregels In dit hoofdstuk worden regels gegeven voor de binnen het plangebied toegestane functies. Per bestemming zijn de doeleinden c.q. de toegelaten gebruiksvormen van de gronden aangegeven. In beginsel is iedere vorm van bebouwing, die past binnen de desbetreffende bestemming tot een bepaalde omvang rechtstreeks (dus zonder eventuele afwijkingsvergunningen of wijzigingen) toegestaan.
Indien wordt voldaan aan de voorgeschreven maatvoering (bebouwingspercentage, bouwhoogte en dergelijke) en wordt gebouwd op de aangegeven plaats, kan hiervoor in de regel zonder meer omgevingsvergunning worden verleend. In het geval van bijbehorende bouwwerken (voorheen: aanbouwen, uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen) kan in bepaalde gevallen zonder omgevingsvergunning worden gebouwd (zie artikel 2 en 3, Bijlage II van het Besluit omgevingsrecht). 3. Algemene regels Hier zijn onder andere bepalingen ten aanzien van strijdig gebruik van gronden en bouwwerken opgenomen. 4. Overgangs- en slotregels Dit hoofdstuk bevat de overgangsregels en de slotregel. Het overgangsrecht dient om bouwwerken en gebruiksvormen, die in het verleden legaal zijn gerealiseerd maar nu afwijken van het nieuwe plan, (voorlopig) gehandhaafd respectievelijk voortgezet mogen worden. Zolang voldaan wordt aan de overgangsregels, worden deze bouwwerken en gebruiksvormen gedoogd. In de slotregel is bepaald wat de officiële naam van het plan is.
5.2
Bestemmingsregels
De volgende enkelbestemming is binnen het plangebied opgenomen: Artikel 3 Bedrijventerrein De gronden met de bestemming 'Bedrijventerrein' zijn bestemd voor het mogelijk maken van een bedrijventerrein waar havengebonden bedrijven of daarmee naar aard en invloed
(vastgesteld)
blz. 70
gelijk te stellen bedrijven zich kunnen vestigen. Daarnaast is het mogelijk om onder andere verkeers- en parkeervoorzieningen alsmede groenvoorzieningen en waterlopen/-partijen en voorzieningen voor duurzame energie te realiseren. Belangrijke aspecten uit de bestemming zijn de volgende. In de bouwregels is geregeld hoe diep, hoe hoog, over welke oppervlakte mag worden gebouwd en welke afstanden moeten worden aangehouden tot perceelsgrenzen. Erf- en terreinafscheidingen mogen worden gebouwd tot een hoogte van 2,50 meter. Binnenplans kan hiervan worden afgeweken tot een hoogte van 3 meter, mits kan worden aangetoond dat dit noodzakelijk is vanuit de bedrijfsvoering (bijvoorbeeld veiligheidseisen) en er geen gevaarlijke situaties ontstaan vanuit verkeersveiligheidsoogpunt. Van enkele bouwregels kan worden afgeweken via een binnenplanse afwijkingsbevoegdheid. Een van de afwijkingen die mogelijk is, is het vergroten van de maximale bouwhoogte tot 40 meter mits wordt voldaan aan bepaalde stedenbouwkundige uitgangspunten. Er zijn enkele specifieke gebruiksregels opgenomen, bijvoorbeeld voor het gebruik van het gebouw voor kantoor. Van het bedrijfsvloeroppervlak mag maximaal 30%, tot een maximum van 3000 m2 worden gebruikt voor bedrijfskantoor, dat wil zeggen specifieke bij het bedrijf horende kantoorfuncties.
5.3
Algemene en overige regels
In de algemene en overige regels zijn opgenomen: Artikel 4 Anti-dubbeltelregel Deze bepaling is opgenomen om te voorkomen dat een stuk grond dat al eens was betrokken bij het verlenen van een omgevingsvergunning bij de beoordeling van latere bouwplannen nogmaals wordt betrokken. Artikel 5 Algemene gebruiksregels De algemene gebruiksregels geven extra regels over mogelijk gebruik van de gronden in het plangebied Artikel 6 Algemene aanduidingsregels Hierin is de vrijwaringszone van de naastliggende waterkering opgenomen met daarbij horende regels en de geluidzone rondom verschillende grote lawaaimakers buiten het plangebied. Verder is de vrijwaringszone opgenomen voor luchtvaartverkeer (vliegveld Lelystad) en ligt de aanduiding geluidzone - spoor over een heel klein deel van het plangebied. Artikel 7 Algemene afwijkingsregels Deze bepaling is de 'normale' bepaling met afwijkingsmogelijkheden van ondergeschikte aard, zoals 10% van opgegeven maten enz. Artikel 8 Overige regels In deze bepaling zijn parkeereisen opgenomen. In hoofdstuk 4 van de planregels zijn de overgangsbepalingen (voor bouwen en gebruik) opgenomen en de citeertitel van het bestemmingsplan.
(vastgesteld)
blz. 71
Hoofdstuk 6 6.1
Uitvoerbaarheid
Economische uitvoerbaarheid
Op grond van het bepaalde in artikel 6.12 lid 1 Wet ruimtelijke ordening is de gemeenteraad verplicht bij de vaststelling van een ruimtelijk plan een exploitatieplan vast te stellen voor gronden waarop een bij algemene maatregel van bestuur aangewezen bouwplan is voorgenomen. In het bestemmingsplan 'Uitbreiding Flevokust Haven Zuid West' is een bouwplan als bedoeld in artikel 6.2.1 van het Besluit ruimtelijke ordening voorzien. In afwijking van het bepaalde in artikel 6.12, lid 1 Wet ruimtelijke ordening bepaalt lid 2 van dit artikel dat de gemeenteraad kan besluiten bij de vaststelling van het bestemmingsplan geen exploitatieplan vast te stellen indien: het verhaal van kosten van de grondexploitatie anderszins is verzekerd (bijvoorbeeld via gronduitgifte, een anterieure overeenkomst over grondexploitatie); het niet noodzakelijk is een tijdvak voor de exploitatie, dan wel een fasering in de uitvoering van werken, werkzaamheden, maatregelen en bouwplannen vast te stellen; het stellen van eisen voor de werken en werkzaamheden voor het bouwrijp maken van het exploitatiegebied, de aanleg van nutsvoorzieningen en het inrichten van de openbare ruimte in het exploitatiegebied, dan wel het stellen van regels omtrent het uitvoeren van die werkzaamheden, dan wel een uitwerking van de regels met betrekking tot de uitvoerbaarheid niet nodig is.
De gemeente Lelystad verkoopt het bedrijfsperceel tegen marktconforme condities. Initiatiefnemer draagt de kosten voor de bestemmingswijziging en de gemeente haar eigen kosten, waaronder die voor bouwrijp maken van het perceel en het inrichten van het toekomstige openbare gebied. De kosten van de gemeente worden gedekt door de opbrengstwaarde bij verkoop. Daarnaast wordt geen noodzaak gezien om een tijdvak of fasering te bepalen of nadere eisen, regels of een uitwerking van regels te stellen zodat kan worden afgezien van het vaststellen van een exploitatieplan.
6.2
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
6.2.1 Vooroverleg ex artikel 3.1.1. Bro In het kader van het vooroverleg ex artikel 3.1.1. Bro 9 is het concept ontwerpbestemmingsplan gedurende de periode 12 september tot en met vrijdag 14 oktober 2022 voorgelegd aan: Rijkswaterstaat Provincie Flevoland Waterschap Zuiderzeeland GGD Flevoland Veiligheidsregio Flevoland Omgevingsdienst Flevoland & Gooi en Vechtstreek Gasunie Brandweer Flevoland Tennet Vitens
(vastgesteld)
blz. 72
Gedurende de genoemde termijn zijn reacties binnengekomen van de provincie Flevoland en Rijkswaterstaat. Het Waterschap is nauw betrokken geweest bij de tot stand koming van de Waterparagraaf en heeft medio november 2022 een reactie ingediend. In december 2022 heeft de Omgevingsdienst een reactie gegeven over verschillende milieuaspecten ter onderbouwing van het bestemmingsplan. Een korte samenvatting van de reacties en wat daarmee is gebeurd is opgenomen in bijlage 21). 6.2.2 Omgevingstafels De gemeente organiseert bij ruimtelijke plannen zogenaamde 'omgevingstafels'. In de praktijk vormen deze een aanvulling op en een versnelling van het vooroverleg. Aan een omgevingstafel wordt het nieuwe initiatief gepresenteerd en besproken met relevante omgevingspartijen. Hierdoor zijn deze in een vroeg stadium op de hoogte van de ontwikkeling en de onderzoeken en kunnen zij al hun 'formele' opmerkingen en/of aandachtspunten op de conceptstukken geven. Het concept ontwerpbestemmingsplan is op 6 oktober 2022 aan de Omgevingstafel voorgelegd. Vanwege het tijdsverloop en de gewijzigde situatie (nieuwe bedrijvigheid op naastgelegen percelen, uitgevoerde onderzoeken en m.e.r.-beoordeling, enz.) wordt dit ontwerpbestemmingsplan op 6 juli 2023 tijdens de terinzagelegging nogmaals voorgelegd aan de Omgevingstafel.
De resulaten hiervan zullen bij de vaststelling van het bestemmingsplan worden meegenomen. 6.2.3 Zienswijzen Het ontwerpbestemmingsplan 'Uitbreiding Flevokust Haven Zuid West', is op 28 juni 2023 gepubliceerd in de Flevopost, het gemeenteblad en op www.officielebekendmakingen.nl. In de periode van donderdag 29 juni 2023 heeft het ontwerp bestemmingsplan ter voldoening aan artikel 3.8 van de Wet op de ruimtelijke ordening voor een ieder gedurende 6 weken ter inzage gelegen. Daarnaast is het ontwerpbestemmingsplan via www.ruimtelijkeplannen.nl digitaal raadpleegbaar geweest. Gedurende de genoemde termijn van zes weken kon een ieder naar keuze schriftelijk of mondeling een zienswijze op het ontwerpbestemmingsplan kenbaar maken aan de gemeenteraad van Lelystad. Naar aanleiding van het ontwerp bestemmingsplan zijn 3 zienswijzen ingediend. Een samenvatting van en reactie op deze zienswijzen is opgenomen in bijlage 22.
(vastgesteld)