CConstaterende datLelystad
Koppel je AI →
Document · PDF

BL 1. Uitbreiding Flevokust Haven Zuid West_Toelichting

Raadsvergadering 17 oktober 2023, gemeente LelystadBij agendapunt: 248. Bestemmingsplan Uitbreiding Flevokust Haven Zuid West20.116 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Bestemmingsplan Uitbreiding Flevokust Haven Zuid West

Vastgesteld

Uitbreiding Flevokust Haven Zuid W est

blz. 2

Inhoudsopgave Toelichting Hoofdstuk 1

5 Inleiding

7

Aanleiding en doel Ligging plangebied en begrenzing plangebied Het geldende bestemmingsplan De bij het plan behorende stukken Opzet van de toelichting: leeswijzer

7 8 9 10 11

Hoofdstuk 2

Planbeschrijving

13

2.1 2.2

Bestaande situatie Nieuwe situatie

13 14

Beleid

19

Rijksbeleid Provinciaal/regionaal beleid Gemeentelijk beleid

19 24 28

Omgevingsaspecten

37

Algemeen: reikwijdte Milieueffectrapportage Geluid Luchtkwaliteit Geur Bodemkwaliteit Ecologie Externe veiligheid Hoogspanningsleidingen Luchthaven Lelystad: luchthavencontouren Bedrijven en milieuzonering Archeologie Cultuurhistorie Waterparagraaf Explosieven Parkeren en ontsluiting Duurzaamheid Kabels en leidingen

37 37 39 40 41 43 43 47 51 52 52 53 54 55 63 65 66 67

Wijze van bestemmen

69

Algemene juridische opzet Bestemmingsregels Algemene en overige regels

69 69 70

Uitvoerbaarheid

71

Economische uitvoerbaarheid Maatschappelijke uitvoerbaarheid

71 71

1.1 1.2 1.3 1.4 1.5

Hoofdstuk 3 3.1 3.2 3.3 Hoofdstuk 4 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 4.8 4.9 4.10 4.11 4.12 4.13 4.14 4.15 4.16 4.17 4.18 Hoofdstuk 5 5.1 5.2 5.3 Hoofdstuk 6 6.1 6.2

(vastgesteld)

blz. 3

(vastgesteld)

blz. 4

(vastgesteld)

blz. 5

Toelichting

(vastgesteld)

blz. 6

(vastgesteld)

blz. 7

Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Aanleiding en doel

De gemeente Lelystad wil het bestaande bedrijventerrein Flevokust Haven uitbreiden met twee XXL-kavels van 26 en 28,8 ha. De uitbreiding betreft een havengeboden bedrijventerrein met onder andere logistieke bedrijven tot en met de milieucategorie 3.2. Daarnaast zal er openbare ruimte en nieuwe natuur worden gerealiseerd. Het is de bedoeling om op de kavel met een omvang van 28,8 ha een nieuw hoogwaardig en duurzaam - en deels geautomatiseerd - distributiecentrum met bijbehorend kantoor en bijbehorende voorzieningen te realiseren. Initiatiefnemer streeft naar een duurzame productie, opslag en distributie. Om de vestiging van het distributiecentrum mogelijk te maken is een bestemmingsplan opgesteld, met de naam 'Uitbreiding Flevokust Haven Zuid West'. NB: De planologische invulling van de andere XXL kavel (hieronder in blauw) en het openbaar gebied rondom beide XXL-kavels worden geregeld in een apart bestemmingsplan 'Uitbreiding Flevokust Haven Zuid'. Voor beide bestemmingsplannen samen is een m.e.r.-beoordeling uitgevoerd.

(vastgesteld)

blz. 8

Afbeelding 1-1 Overzicht plangebieden, in groen het plangebied van voorliggend bestemmingsplan

1.2

Ligging plangebied en begrenzing plangebied

Het plangebied ligt in het zuidwestelijk gedeelte van Flevokust Haven. Op onderstaande afbeelding is het plangebied weergegeven.

(vastgesteld)

blz. 9

Afbeelding 1-2 ligging plangebied Flevokust Zuid-West

Het plangebied wordt aan de noordzijde begrensd door een kavel , waarvoor recent een bestemmingsplan is vastgesteld. Aan de westzijde grenst het gebied aan een groenzone en watergang. Direct aangrenzend ligt aan de andere kant een in bedrijf zijnde bedrijfslocatie (in gebruik door een afvalverwerkingsbedrijf) en daarnaast de andere XXLkavel, in afbeelding 1-1 aangegeven in blauw.

1.3

Het geldende bestemmingsplan

Voor het perceel gelden de volgende ruimtelijke plannen: Bestemmingsplan landelijk gebied Lelystad gedeelte Oostelijk Flevoland, vastgesteld in 1979, bestemming 'viskwekerij'; Beschermingszone Centraal Veterinair Instituut (WBVR/CVI), vastgesteld, onherroepelijk, 11 september 2018 Gebiedsaanduiding 'vrijwaringszone – verbod houden van evenhoevigen en/of pluimvee'; Parapluplan Algemene regels tankstations Lelystad, vastgesteld, 26 januari 2021 Gebiedsaanduiding 'overige zone – Parapluplan Algemene regels tankstations Lelystad'.

(vastgesteld)

blz. 10

Afbeelding 1-3 uitsnede verbeelding vigerend bestemmingsplan Landelijk gebied Lelystad, gedeelte Oostelijk Flevoland met in rood globaal het plangebied.

Er geldt een voorbereidingsbesluit van het Rijk om de vestiging van hyperscale datacenters te voorkomen. Dit heeft geen invloed op de voorgenomen ontwikkeling.

1.4

De bij het plan behorende stukken

Het bestemmingsplan 'Uitbreiding Flevokust Haven Zuid West' met identificatienummer NL.IMRO.0995.BP00101-VG01 bestaat, naast deze toelichting, uit de volgende stukken: verbeelding planregels bijlagen bij de toelichting en bij de regels. De verbeelding en de planregels vormen samen het juridisch bindende plan en kunnen enkel in samenhang met elkaar 'gelezen' worden. Op de verbeelding zijn de bestemmingen van de in het plangebied begrepen gronden aangegeven. Aan deze bestemmingen zijn regels verbonden om de uitgangspunten van het plan zeker te stellen. De toelichting is niet juridisch bindend, maar is niettemin een belangrijk document bij het bestemmingsplan. De toelichting geeft aan wat de beweegredenen en achtergronden zijn die aan het plan ten grondslag liggen en doet verslag van het onderzoek dat aan het

(vastgesteld)

blz. 11

bestemmingsplan vooraf is gegaan. Tot slot is de toelichting van wezenlijk belang voor een juiste interpretatie en toepassing van het bestemmingsplan.

1.5

Opzet van de toelichting: leeswijzer

De toelichting is als volgt opgebouwd: hoofdstuk 2 Planbeschrijving staat stil bij de huidige en toekomstige situatie van het plangebied; In hoofdstuk 3 Beleid is een beknopt overzicht opgenomen van de belangrijkste beleidsvisies van andere overheden die relevant zijn voor het plangebied; de gevolgen of effecten op de planologische- en milieutechnische aspecten worden in hoofdstuk 4 Omgevingsaspecten beschreven; in hoofdstuk 5 Wijze van bestemmen worden de gehanteerde bestemmingen met bijbehorende regeling beschreven; hoofdstuk 6 Uitvoerbaarheid, heeft betrekking op de maatschappelijke en economische uitvoerbaarheid van het plan;

(vastgesteld)

blz. 12

(vastgesteld)

blz. 13

Hoofdstuk 2 2.1

Planbeschrijving

Bestaande situatie

Na de drooglegging van de voormalige Zuiderzee, werden de percelen vroeger gebruikt als viskwekerij, in de vorm van verschillende van elkaar gescheiden waterbekkens. Tot voor kort was het perceel in gebruik voor de agrarische teelt van groenten. Ook werd het perceel doorsneden door enkele 'dijkjes' opgebouwd uit puin en aanvulgrond die een waterkerende functie hadden ten tijde van het gebruik als visvijvers. De laatste jaren zijn de dijkjes begroeid met wild struikgewas en bomen. Naar de ecologische betekenis hiervan heeft onderzoek plaatsgevonden. De 'dijkjes' zijn in 2022 weggegraven. Het gebied wordt gefaseerd ingericht als bedrijventerrein voor havengebonden bedrijvigheid. Achter de dijk ligt een haven, waar onder meer containertransporten kunnen laden en lossen.

Afbeelding 2-1 luchtfoto plangebied en directe omgeving (google maps)

(vastgesteld)

blz. 14

2.2

Nieuwe situatie

2.2.1 Flevokust Haven Zuid-West Initiatiefnemer is een internationaal bedrijf met meer dan 20 kledingmerken, dat beschikt over een bestaand distributiecentrum in Denemarken. De locatie in Lelystad is een centraal gelegen locatie ten opzichte va nde markt in Nederland en België. Om de 'supply chain' te optimaliseren en vervoersbewegingen zoveel als mogelijk te beperken, wordt in Lelystad een high tech distributie centrum gebouwd. De locatie in Lelystad is vanuit dit oogpunt een optimale locatie, onder andere vanwege de aanwezigheid van de haven, waardoor naar verwachting ca. 80% van de inkomende vervoersstromen zal verlopen. Vanuit de nieuwe thuisbasis in Lelystad wordt de Europese markt bediend, waaronder Nederland en Belgie. Om de vervoersstromen optimaal te kunnen organiseren is daarnaast een locatie met een ruime omvang, circa 28 hectare, benodigd waar tot een hoogte van ca. 40 meter kan worden gebouwd om op die manier een optimaal vormgegeven distributie centrum te kunnen realiseren. Door de distributie hier te concentreren worden grote aantallen vrachtwagenbewegingen voorkomen wat goed is voor het beperken van de stikstof (CO2) uitstoot. Op het perceel in Flevokust Haven wordt een duurzaam distributiecentrum gerealiseerd. De omvang van de bebouwing, met name de hoogte, is afgestemd op de deels geautomatiseerde processen die in het gebouw zullen plaatsvinden.

Het gebouwontwerp is een afgeleide van functionele keuzes ten aanzien van de logistieke processen. Er wordt gewerkt aan een concreet gebouwontwerp , maar er zijn al wel schetsen. Dit is op dit moment ook niet noodzakelijk. Een ontwerp moet in beginsel passen binnen de planregels en de eisen in het Beeldkwaliteitsplan dat is opgesteld. Het perceel krijgt een bedrijfsbestemming. Initiatiefnemer hanteert hoge ambities ten aanzien van het gebruik, de duurzaamheid en inpassing van het nieuw te realiseren distributiecentrum in haar omgeving. Het bedrijf hanteert het bestaande distributriecentrum in Denemarken als vertrekpunt. Dat distributiecentrum, met een leeftijd van inmiddels 15 jaar, is qua architectuur en duurzaamheid haar tijd nog steeds ver vooruit. Dit centrum is gelegen in een landschapspark en grotendeels voorzien van een groen dak, houten gevel bekleding en natuurlijk daglicht in zo veel mogelijk werkplekken. In onderstaande afbeelding is een impressie van dit distributiecentrum te zien.

(vastgesteld)

blz. 15

Afbeelding 2-2 impressie bestaand distributiecentrum Denemarken

Voor de locatie in Lelystad zijn voorlopige schetsen gemaakt en op onderstaande afbeeldingen weergegeven (stand van zaken medio mei 2023).

(vastgesteld)

blz. 16

Afbeelding 2-3 globale schets nieuw gebouw Leleystad

Afbeelding 2-4 voorlopige terreinindeling en zijaanzicht Het distributiecentrum zal naar de huidige verwachting aan ca. 500 personen werk bieden in verschillende vormen, van operationeel tot leidingevend, van praktisch geschoold tot theoretisch opgeleid. De werknemers zullen in de directe omgeving worden gezocht. Mogelijk dat dit aantal in de toekomst nog toeneemt.

(vastgesteld)

blz. 17

Er zal zo veel mogelijk gebruik worden gemaakt van duurzame energie, in de vorm van zonnepanelen en - mogelijk - kleine compacte voorzieningen voor windenergie. Parkeerruimte In het plan wordt een algemene bedrijfsvestiging mogelijk gemaakt. Hiervoor gelden de gebruikelijke parkeernormen, gekoppeld aan de oppervlakte van het bedrijfsvloeroppervlak.Hiervan kan onderbouwd worden afgeweken. Omdat een groot deel van de werkzaamheden binnen het geplande distributiecentrum is geautomatiseerd, zijn er minder werknemers nodig en dus ook minder parkeerruimte. Bij de aanvraag om een omgevingsvergunning voor de bouw en aanleg van het distributiecentrum, zal daarom worden verzocht van deze afwijkingsmogelijkheid gebruik te maken. Van belang hierbij is dat er op het terrein voldoende ruimte is om de aan de bedrijfsoppervlakte gekoppelde parkeernormen te voldoen. In het geval een ander bedrijf zich op het terrein zou vestigen is voldoende parkeerruimte volgens de reguliere normen beschikbaar. Bouwhoogte en situering bebouwing In de planregels is een bouwhoogte van maximaal 25 meter opgenomen. Van deze hoogte kan worden afgeweken, tot maximaal 40 meter (op een oppervlak van maximaal 45% van het bouwvlak, in overeenstemming met de eisen van het beeldregieplan, dat als bijlage bij de planregels is gevoegd.

Een deel van het gebouw wordt hoger dan 25 meter, op de plekken waar zogenaamde hoogbouwmagazijnen, 'high bays', zijn voorzien, namelijk maximaal 40 meter. In het ontwerp zijn de high bays dichter bij de perceelsgrenzen gesitueerd, dan in het beeldregieplan wordt voorgeschreven. Bovendien liggen de hogere bouwdelen, in afwijking van het beeldregieplan, aan de Karperweg, de centrale as. Het schetsontwerp, met daarop de bouwhoogte en situering, is op 9 maart 2023 aan de gemeente voorgelegd. De gemeente heeft intern mondeling ingestemd met de voorgestelde schets. Op 13 april 2023 is de welstandscommissie geïnformeerd over de intern geaccordeerde afwijkingen van het beeldregieplan. De concrete afwijkingen worden in de planregels mogelijk gemaakt. De mogelijkheid om gedeeltelijk hoger te bouwen is ook van belang voor het eventueel plaatsen van voorzieningen voor windenergie. Hierbij geldt ook dat deze voorzieningen (installaties) niet zichtbaar mogen zijn vanaf de openbare weg. Gezien de indeling van de kavel, waarbij de hogere bebouwing aan de openbare weg ligt, en installaties voor windenergie logischerwijze op de lagere bebouwing aan de zijde van de dijk komen, is dit mogelijk.

2.2.2 Inrichtings- en stedenbouwkundig plan Flevokust-Haven De oorspronkelijke structuur van het viskwekerijcomplex is van belang bij de stedenbouwkundige opzet van Flevokust Haven, neergelegd in een Inrichtingsplan (zie bijlage 1 bij deze toelichting). De structuur is nog duidelijk zichtbaar in het landschap tezamen met de rondom aanwezige bosstrook en begrenzende watergang. Deze randstrook dient zoveel mogelijk als groenzone te worden gerespecteerd. Aan weerszijden van Flevokust bevinden zich het Houtribbos en het Visvijverbos. Met de ontwikkeling van Flevokust dient een robuuste verbinding tussen beide bosgebieden tot stand te komen door de realisatie van een compleet nieuw bosgebied. Het stedenbouwkundig plan vormt de basisstructuur van het groene en blauwe raamwerk, de infrastructuur en de verkaveling. Bij de ontwikkeling van de diverse

(vastgesteld)

blz. 18

bouwprojecten dient de basisstructuur gerespecteerd en versterkt te worden. De interne structuur van Flevokust wordt gevormd door een centrale as (Buitenhavenweg) met een groene middenberm voorzien van wadi's en bomenrijen. Haaks op de centrale as zijn vizieren gericht op de IJsselmeerdijk en/of het omliggend landschap. Vizieren zijn brede openbare ruimten die deels samenvallen met de verkeersinfrastructuur. Eén van de vizieren verbindt de centrale as met de buitendijkse containerterminal en valt samen met de hoofdontsluiting. Het tweede vizier is een brede openbare ruimte bestaande uit waterpartijen en beplanting met bomenrijen met zicht op de IJsselmeerdijk. Het derde vizier ligt in het verlengde van de hoofdontsluiting en vormt een zichtas richting de Houtribweg. Het laatste vizier wordt gevormd door een open ruimte ter plaatse van de huidige velden met zonnepanelen. De vizieren geven ruimte en doorzicht vanuit het omliggende gebied richting het binnendijkse bedrijventerrein. Zij maken de orthogonale opzet van het gebied leesbaar. Daarnaast vormen deze openbare ruimten de verbindingen voor dieren vanuit omringende bosgebied en open landschap. Aan de centrale as zijn de uit te geven kavels gelegen. De kavels zijn veelal in de lengterichting aan deze as gepositioneerd en worden ook (bij voorkeur) vanaf deze zijde ontsloten.

De achterzijde van de kavel grenst veelal aan de omliggende groen- en waterstructuur. Een nieuw te ontwikkelen bos ligt aan de zijde van de Houtribweg en zorgt voor de verbinding tussen het Houtribbos en het Visvijverbos. In dit nieuwe bos zal eveneens een groot deel van de wateropgave in de vorm van een nieuwe watergang gerealiseerd worden.

Afbeelding 2-3 Stedenbouwkundige opzet (cf. Stedenbouwkundig plan november 2022)

(vastgesteld)

blz. 19

Hoofdstuk 3 3.1

Beleid

Rijksbeleid

3.1.1 Nationale Omgevingsvisie (NOVI) De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) komt voort uit de Omgevingswet, die op 1 januari 2024 in werking treedt. Uitgangspunt in de nieuwe aanpak is dat ingrepen in de leefomgeving niet los van elkaar plaatsvinden, maar in samenhang. Zo kunnen we in gebieden komen tot betere, meer geïntegreerde keuzes. De NOVI is op 15 september 2020 vastgesteld. Vier prioriteiten Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Die komen samen in vier prioriteiten: 1. Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie Nederland moet zich aanpassen aan de gevolgen van klimaatverandering, zoals zeespiegelstijging, hogere rivierafvoeren, wateroverlast en langere perioden van droogte. Nederland is in 2050 klimaatbestendig en waterrobuust. Dit vraagt maatregelen in de leefomgeving, bijvoorbeeld voldoende groen en ruimte voor wateropslag in onze steden. Voordeel is dat daarmee tegelijk de leefomgevingskwaliteit verbeterd wordt en het kansen biedt voor natuur. In 2050 heeft Nederland een duurzame energievoorziening. Dit vraagt ruimte, onder meer voor windmolens en zonnepanelen. Wind op zee heeft de voorkeur, maar ook op land zijn windmolens nodig.

Door deze zoveel mogelijk te clusteren, voorkomen we versnippering over het landschap en benutten we de ruimte zo efficiënt mogelijk. Voorwaarde is steeds dat bewoners echt goed betrokken zijn en invloed hebben op het gebruik, en waar dat kan meeprofiteren in de opbrengsten. De aanleg van zonneparken in het landschap moeten we zoveel mogelijk beperken. Het Rijk plaatst bij voorkeur eerst zoveel mogelijk zonnepanelen op daken en gevels. Het Rijk zet zich in voor het maken van ruimtelijke reserveringen voor het hoofdenergiesysteem op nationale schaal. 2. Duurzaam economisch groeipotentieel Nederland werkt toe naar een duurzame, circulaire, kennisintensieve en internationaal concurrerende economie in 2050. Daarmee kan ons land zijn positie handhaven in de top vijf van meest concurrerende landen ter wereld. Dit vraagt goede verbindingen via weg, spoor, lucht, water en digitale netwerken en een nauwe samenwerking met onze internationale partners, zowel met onze directe buren als met andere landen in Europa en over de wereld, ook op defensieterrein. We zetten in op een sterk en innovatief vestigingsklimaat met een goede quality of life: een leefomgeving die de inwoners volop voorzieningen biedt op het gebied van wonen, bewegen, recreëren, ontmoeten en ontspannen. Belangrijk is wel dat onze economie toekomstbestendig wordt, oftewel concurrerend, duurzaam, en circulair.

We zetten in op het gebruik van duurzame energiebronnen en op verandering van productieprocessen, zodat we niet langer afhankelijk zijn van eindige, fossiele bronnen. 3. Sterke en gezonde steden en regio’s Er zijn vooral in steden en stedelijke regio’s nieuwe locaties nodig voor wonen en

(vastgesteld)

blz. 20

werken. Het liefst binnen de bestaande stadsgrenzen, zodat de open ruimten tussen stedelijke regio’s behouden blijven. Dit vraagt optimale afstemming op en investeringen in mobiliteit. Tegelijk willen we de leefbaarheid en klimaatbestendigheid in steden en dorpen verbeteren. Schonere lucht, voldoende groen en water en genoeg publieke voorzieningen waar mensen kunnen bewegen (wandelen, fietsen, sporten, spelen), ontspannen en samenkomen. Daarbij hoort een uitstekende bereikbaarheid en toegankelijkheid, ook voor mensen met een handicap. We zorgen dat de leefomgevingskwaliteit en – veiligheid verder toeneemt. Dit betekent dat voorafgaand aan de keuze van nieuwe verstedelijkingslocaties helder moet zijn welke randvoorwaarden de leefomgevingskwaliteit en -veiligheid daar stelt en welke extra maatregelen nodig zijn wanneer er voor deze locaties wordt gekozen. Zo blijft de gezondheid in steden en regio’s geborgd. Niet alleen groei heeft onze aandacht. Ook in gebieden met bevolkingsdaling versterken we de vitaliteit en leefbaarheid. 4. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied Er ontstaat een nieuw perspectief voor de Nederlandse landbouwsector als koploper in de duurzame kringlooplandbouw. Een goed verdienpotentieel voor de bedrijven wordt gecombineerd met een minimaal effect op de omgevingskwaliteit van lucht, bodem en water.

Dit levert ook een noodzakelijke positieve bijdrage aan het verbeteren van de biodiversiteit. Bodemdaling moet worden aangepakt. Verhoging van het waterpeil is in bepaalde veenweidegebieden op termijn noodzakelijk. Met de betrokken regio’s en gebruikers wordt afgesproken waar en hoe dit zorgvuldig zal gebeuren. In alle gevallen zetten we in op ontwikkeling van de karakteristieke eigenschappen van het Nederlandse landschap. Dit vertegenwoordigt een belangrijke cultuurhistorische waarde. Verrommeling en versnippering, bijvoorbeeld door wildgroei van distributiecentra, is ongewenst en wordt tegengegaan. Afwegingsprincipes De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen. Het streven is combinaties te maken en win-win situaties te creëren, maar dit is niet altijd mogelijk. Soms zijn er scherpe keuzes nodig en moeten belangen worden afgewogen. Hiertoe gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies: In het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI zoeken we naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van onze ruimte; Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal: wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling, tussen concurrentiekracht en leefbaarheid, verschilt van gebied tot gebied.

Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere; Afwentelen wordt voorkomen: het is van belang dat onze leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie van inwoners zonder dat dit ten koste gaat van die van toekomstige generaties. De juridische borging van de nationale belangen is vastgelegd in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening. Voorliggend plan speelt in op het thema 'Duurzaam economisch groeipotentieel'.

(vastgesteld)

blz. 21

Locaties van nieuwe kantoren, bedrijventerreinen en (groot)winkelbedrijven moeten passen bij het verkeers- en vervoersnetwerk, goed afgestemd zijn op de vraag van bedrijven, en zo de economische vitaliteit en de kwaliteit en aantrekkelijkheid van stad en land versterken. De uitbreiding van het bedrijventerrein en het bestaande bedrijventerrein is en zal ontsloten worden via de provinciale Houtribweg (N307) op de Rijkssnelweg A6. Voor de behoefte van het bedrijventerrein is een marktverkenning en een ladder van duurzame verstedelijking opgesteld. Hieruit blijkt dat er een regionale vraag is naar bedrijventerrein met XXL-kavels. Op deze regionale vraag sluit de gemeente Lelystad aan. Door de goede bereikbaarheid en de behoefte naar nieuw bedrijventerrein met XXL-kavels kan worden geconcludeerd dat de beoogde ontwikkeling past binnen de ambities uit de NOVI. 3.1.2 Nationale Omgevingsvisie Extra (NOVEX) en Mooi Nederland De grote opgaven voor Nederland op het terrein van onder meer de volkshuisvesting, de transitie van het landelijk gebied en de opwek van duurzame energie, worden nu door verschillende ministeries uitgewerkt in nationale programma's. De keuzes die daarin gemaakt worden, zullen in de provincies ruimtelijk gaan landen. De samenhang daarvan wordt door het rijk bewaakt door middel van de programma's NOVEX en Mooi Nederland.

NOVEX Het programma NOVEX geeft regie aan het leggen van de ruimtelijke puzzel in samenwerking met provincies, gemeenten en waterschappen. Het zorgt voor samenhang in het ruimtelijke beleid, verbindt de 22 nationale programma's en het versnelt de uitvoering door te sturen op heldere voorwaarden en concrete uitvoeringsafpraken. Het plangebied ligt binnen het Novex-gebied Lelylijn. In het coalitieakkoord van het Rijk is afgesproken om uit te werken hoe de Lelylijn, in het kader van het Deltaplan voor het Noorden, kan bijdragen aan versterking van de economie van het Noorden, de ontsluiting van nieuw te ontwikkelen woningbouwgebieden en betere internationale treinverbindingen met het noorden van Duitsland. Dat is wat er gaat gebeuren in deze samenhangende gebiedsuitwerking. Mooi Nederland In het programma 'Mooi Nederland' staat ruimtelijke kwaliteit centraal. Het programma werkt aan een gedeeld beeld van de toekomst van ons land en regelt nieuwe concepten voor de inrichting van gebieden. In de regie op de ruimtelijke ordening staan drie perspectieven centraal: landbouw en natuur; netwerken voor energie en onze economie; leefbare steden en regio's. 'Mooi Nederland' schetst voor elk perspectief drie nog uit te werken concepten die op gebiedsniveau toepasbaar zijn.

Daarbij wordt gedacht aan het tegengaan van 'verrommeling' door grootschalige bedrijfsvestigingen, samen met andere opgaven, mooi in het landschap op te laten gaan. Of de toepassing van 'groen' tegen hittestress en wateroverlast bij binnenstedelijke verdichting. Een ander concept in 'Mooi Nederland' is de teelt van 'biobased' bouwmaterialen zoals vezelgewassen. Het versterkt het landschap, het vermindert de CO2-uitstoot en verduurzaamt de woningbouw. Zoals uit de voorliggende motiviering blijkt wordt met de ontwikkeling van het bedrijventerrein nadrukkelijk aandacht gegeven aan de ruimtelijke kwaliteit op het bedrijventerrein. De

(vastgesteld)

blz. 22

programma's Mooi Nederland en NOVEX regelen de aanscherping en versnelling van de Nationale Omgevingsvisie (NOVI). Het streven is de aangescherpte NOVI in 2024 vast te stellen als nationaal ruimtelijk beleid. 3.1.3 Besluit algemene regels omgevingsrecht (Barro) In het Barro zijn bepalingen opgenomen ter bescherming van nationale belangen, zoals de mainportontwikkeling van Rotterdam, bescherming van de waterveiligheid in het kustfundament en in en rond de grote rivieren, de uitoefening van defensietaken en bescherming en behoud van de Waddenzee en enkele werelderfgoederen, zoals de Beemster, de nieuwe Hollandse Waterlinie en de Stelling van Amsterdam. De betreffende onderdelen en/of artikelen in het Barro (tevens Bro, en straks Bkl) blijven ook onder de NOVI gelden. Bij nadere invulling van de uitvoeringsinstrumenten van de NOVI kan blijken dat het nodig is de uitvoeringsregels aan te passen. Voor het voorliggende bestemmingsplan zijn in beginsel geen van de in het Barro genoemde nationale belangen en/of titels van belang. 3.1.4

Besluit ruimtelijke ordening

Ladder voor duurzame verstedelijking (artikel 3.1.6 Bro) In het Besluit ruimtelijke ordening is de verplichting opgenomen om in het geval van een nieuwe stedelijke ontwikkeling in de toelichting een onderbouwing op te nemen van nut en noodzaak van de nieuwe stedelijke ruimtevraag en de ruimtelijke inpassing buiten bestaande stedelijk gebied, de zogenaamde 'Ladder voor duurzame verstedelijking'. Nieuwe stedelijke ontwikkeling In eerste instantie moet worden beoordeeld of de ontwikkeling een nieuwe stedelijke ontwikkeling is in de zin van artikel 1.1.1, eerste lid onder i van het Besluit ruimtelijke ordening. In dit artikel wordt onder andere een "ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen" gezien als een nieuwe stedelijke ontwikkeling. De uitbreiding van het bedrijventerrein wordt aangemerkt als een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Behoefte onderzoek In het kader van de geldende bestemmingsplannen "Lelystad Flevokust – Binnendijks" en "DC JYSK" zijn behoeften onderzoeken uitgevoerd. Voor de verdere uitbreiding van het bedrijventerrein heeft een nadere behoefteonderzoek plaatsgevonden. De behoefte is overigens concreet doordat het bedrijf van initiatiefnemer zich op het perceel gaat vestigen.

Hieronder volgen de conclusies uit de onderzoeken (bron: ontwerpbestemmingsplan Uitbreiding Flevokust Haven Zuid 2023). Uit het behoefteonderzoek blijkt dat op basis van de laatste vraagraming uit 2019 de deelregio Almere-Lelystad een planoverschot kent. In 2022 is deze vraagraming opnieuw uitgevoerd. De uitgifte binnen de gehele Metropoolregio Amsterdam (hierna MRA) ligt hoger dan in de laatste vraagraming is voorzien. Op basis van een uitgevoerde gevoeligheidsanalyse in de vraagraming van 2019, kijkt ook de deelregio Almere-Lelystad in 2040 tegen een plantekort aan (-109 ha). Binnen de deelregio Almere/Lelystad zijn eerder tekorten dan planoverschotten voor het XXL-segment. De verwachting is dat na dit jaar geen harde plancapaciteit meer is voor grote ruimtevragers. De provincie Flevoland zet bovendien in op een uitbreiding van de werkgelegenheid. Lelystad is in toenemende mate in trek bij logistieke bedrijven/groothandel/Europese

(vastgesteld)

blz. 23

distributiecentra. Dit houdt verband met de ontwikkelingen rond e-commerce. Er voltrekt zich een herschikking van distributiecentra. De verwachting is dat dit tijdelijk is. Er is daarom nu sprake van momentum. De nieuwe harde plancapaciteit wordt naar verwachting direct ingevuld door nieuwe gegadigden. Wanneer één of meer van de partijen waarmee nu gesproken wordt, zou afhaken, dan zijn er meerdere gegadigden die deze plek graag zouden willen innemen. Motivering locatiekeuze Bestaand stedelijk gebied wordt in het Bro als volgt gedefinieerd: "bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur.”Hoewel het onderzoeksgebied beleidsmatig is aangemerkt als (toekomstig) stedelijk gebied, vindt de ontwikkeling volgens de definitie in het Bro plaats buiten het bestaand stedelijk gebied. Daarom moet volgens artikel 3.1.6 lid 2 Bro worden gemotiveerd waarom niet binnen bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. De uitbreiding van het bedrijventerrein voorziet op XXL-kavels van tenminste 20 hectare of meer. Uit het behoefteonderzoek blijkt hier een specifieke vraag naar.

Het is gelet op de noodzakelijke omvang van XXL-kavels niet mogelijk om deze behoefte op te vangen op bestaande bedrijventerreinen. Voor dit plan kan geen gebruik worden gemaakt van bestaande braakliggende of leegstaande werklocatie op voorraad. Binnen de deelregio Almere/Lelystad komen nagenoeg geen verouderde werklocaties voor die in aanmerking komen voor sanering of transformatie. Bedrijventerrein Flevokust Haven biedt een voor Lelystad unieke werklocatie. Nergens in Flevoland bevindt zich een binnenvaarthaven. Het bedrijventerrein biedt ruimte voor bedrijven die gerelateerd zijn aan de binnenvaarthaven. Daarnaast betreft het zogenoemde XXL-kavels die nergens in de MRA voorkomen. Er is afstemming geweest met de gemeente Almere en de provincie Flevoland. De gemeenten Almere, Zeewolde en Lelystad, alsmede de provincie Flevoland zijn samen met bedrijfsleven en kennisinstellingen bezig met het inhoud geven aan het Logistiek Cluster Flevoland (https://lcflevoland.nl). Hierin passen werklocaties met XXL-kavels. De locatiekeuze voor nieuw bedrijventerrein is afhankelijk van de beleidsmatige mogelijkheden. Dit plan past al decennia lang binnen provinciale, regionale en lokale beleidsvisies. De Provincie Flevoland heeft de ontwikkeling van de binnenvaarthaven voor haar rekening genomen.

Conclusie Vastgesteld is, dat de ontwikkeling van het bedrijventerrein in zijn geheel, dus inclusief het deel Flevokust Haven Zuid West, voldoet aan de ladder voor duurzame verstedelijking. Er is sprake van zorgvuldig ruimtegebruik en realisatie van het bedrijventerrein op een logische plek nabij Lelystad en de Rijksweg A6. 3.1.5 Wet Voortgang Energietransitie (aardgasloos bouwen) Sinds 1 juli 2018 is de Wet Voortgang Energietransitie (Wet tot wijziging van de Elektriciteitswet 1998 en van de Gaswet, hierna: Wet Vet) van kracht. Bij deze wet is bepaald dat de aardgasaansluitplicht voor nieuwbouw vervalt. Dit betekent dat vanaf 1 juli 2018 projectontwikkelaars, aannemers en gemeenten rekening moeten houden met het feit dat nieuw te bouwen bouwwerken niet meer mogen worden aangesloten op het gasnet. Een uitzondering op aardgasloos bouwen is mogelijk, maar is aan voorwaarden gebonden.

(vastgesteld)

blz. 24

3.1.6 Conclusie De beoogde ontwikkeling is in overeenstemming met het relevante rijksbeleid.

3.2

Provinciaal/regionaal beleid

3.2.1 Omgevingsvisie FlevolandStraks De Omgevingsvisie FlevolandStraks, vastgesteld op 8 november 2017, bevat de visie van de provincie Flevoland op de toekomst van dit gebied voor de periode tot 2030 en verder. Het geeft aan welke kansen, opgaven en uitdagingen er voor Flevoland liggen. Er zijn drie kernopgaven: 1. Het Verhaal van Flevoland (fysieke omgeving); 2. Krachtige Samenleving (sociaal-economische omgeving); 3. Ruimte voor Initiatief (bestuurlijke omgeving). Verder zijn de volgende strategische opgaven van belang: Duurzame Energie; Regionale Kracht; Circulaire Economie; Landbouw: Meerdere Smaken. Initiatiefnemer wil al haar gebouwen energieneutraal ontwikkelen en exploiteren. Het voornemen is om zonnepanelen aan te brengen op een deel van de daken van het nieuwe distributiecentrum, ter invulling van de opgave 'duurzame energie'. In onderzoek zijn mogelijkheden om ook andere duurzame energie bronnen aan te wenden. Daarnaast is voor het project met name de opgave 'Regionale Kracht' relevant. Binnen deze opgave wordt gesproken over dat stedelijke regio´s in toenemende mate de motoren van de economie vormen. Regiovorming verloopt niet vanzelf optimaal. Overheden kunnen het verschil maken door op slimme manier de goede voorwaarden te creëren voor economische groei.

In 2030 en verder heeft Flevoland een aantal voorzieningen dat op bovenregionaal niveau van excellente kwaliteit is. Stedelijke regio´s vormen in toenemende mate de knooppunten van netwerken. De kracht van regio's neemt toe door de continue instroom van mensen en bedrijven. De regio's zijn belangrijke motoren van de economie en groot belang voor de regionale en nationale welvaart. Regiovorming verloopt niet vanzelf optimaal. Overheden kunnen het verschil maken door op een slimme manier de goede voorwaarden te creëren. Dit richt zich onder meer op: Zorgen voor een goede positie in het netwerk door een kwaliteit te bieden met een bovenlokale aantrekkingskracht. Een voorbeeld: doordat steden met elkaar een regio vormen, hoeft niet elke afzonderlijke stad een compleet voorzieningenaanbod te hebben. Steden in de regio kunnen zich specialiseren. Denk aan culturele hotspots, logistieke knooppunten, excellente woonsteden etc. Door specialisatie vullen steden elkaar aan. Het distributiecentrum wordt onderdeel van het gebied Flevokust Haven; een havengebonden logistiek knooppunt centraal in Nederland. Via de haven vindt zowel import als export van goederen plaats van en naar de grote (zee)havens. Het distributiecentrum vormt een belangrijke bijdrage aan dit logistieke knooppunt, waardoor de regionale kracht van Flevoland wordt versterkt.

Voor wat betreft werkgelegenheid wordt een mix aan functies voor hoogopgeleid, midden en laag opgelegd personeel. Initiatiefnemer investeert in de lange termijn, zal een state

(vastgesteld)

blz. 25

of the art logistiek centrum realiseren en zelf werkgever zijn voor het over grote merendeel van de medewerkers. Werknemers zullen ook verleid worden tot langjarige betrokkenheid bij het bedrijf en de regio. Dit draagt daarmee direct bij aan de regionale kracht. 3.2.2 Omgevingsprogramma Provincie Fleovoland Het Omgevingsprogramma is een instrument (juridisch middel) om de opgaven uit de Omgevingsvisie uitvoeringskracht te geven en daadwerkelijk te realiseren. Op 27 februari 2019 is het (eerste) Omgevingsprogramma opgesteld, waarin er voor gekozen is al het bestaande beleid voor de ontwikkeling, het gebruik, het beheer, de bescherming of het behoud van de fysieke leefomgeving te bundelen in één programma dat digitaal beschikbaar is. Op deze wijze zijn de provinciale beleidskeuzes compact beschreven en is de samenhang tussen de verschillende beleidsterreinen het beste gewaarborgd. In het omgevingsprogramma worden de volgende thema's behandeld: Ruimte (uitgesplitst naar stedelijk gebieden landelijk gebied) Landschap en cultuurhistorie Water Natuur Milieu en bodem Energie en duurzaamheid Mobiliteit Recreatie, toerisme en sport Leefbaarheid, sociale cohesie Regionale economie Hieronder wordt dieper ingegaan op de relevante thema's voor het bestemmingsplan. Ruimte (stedelijk gebied) Het belangrijkste doel van de provincie is een goede woon-, werk- en leefomgeving in heel Flevoland.

Daarbij moet verstedelijking worden ingepast in een hoogwaardig landschap en passen bij de gerealiseerde en de geplande infrastructuur. Het verstedelijkingsbeleid is gericht op de ontwikkeling van vitale steden en dorpen. Het beleid maakt behoud en versterking van de kwaliteit van de fysieke omgeving mogelijk. Het gaat hierbij om efficiënt ruimtegebruik, kwaliteitsverbetering en herstructurering van het stedelijk gebied en versterking van het draagvlak voor voorzieningen. Nieuwe bebouwing wordt geconcentreerd in of aansluitend aan het bestaande bebouwde gebied. Dit ondersteunt de optimale benutting van infrastructuur en centrumvorming rondom belangrijke vervoerknooppunten. Voor werklocaties, zoals een distributiecentrum, geldt dat de ontwikkeling en realisatie hiervan een verantwoordelijkheid is van gemeenten en private partijen. De ontwikkeling is dus sterk afhankelijk van marktontwikkelingen. Met het provinciaal locatiebeleid vervult de provincie een faciliterende, ondersteunende, gebiedsvertegenwoordigende en regisserende rol. Het locatiebeleid draagt bij aan de volgende doelstellingen: versterking van de economische ontwikkeling van Flevoland; beheersing van de mobiliteit door een goede bereikbaarheid per openbaar vervoer en fiets; efficiënt gebruik van infrastructuur en vervoermiddelen; verbetering van de ruimtelijke kwaliteit en leefbaarheid.

Voor specifiek bedrijventerreinen geldt dat in Flevoland de vraag afneemt en verandert.

(vastgesteld)

blz. 26

Dit heeft geleid tot een herstructureringsopgave voor zowel de publieke als de private partners. Afspraken voor afstemming tussen gemeenten bij de ontwikkeling en herstructurering van werklocaties zijn vastgelegd in het 'Convenant voorraadbeheersing en afstemming werklocaties' en het 'Convenant bedrijventerreinen'. De provincie zet actief in op de realisatie van de volgende drie (boven-)regionale bedrijventerreinen: Lelystad Airport Maritieme servicehaven Noordelijk Flevoland bij Urk Flevokust (Lelystad) Conclusie: De ontwikkellocatie is gelegen in gebied dat door de provincie is aangemerkt als stedelijk gebied. Het locatiebeleid voor het stedelijk gebied is gericht op een voldoende gedifferentieerd aanbod van werklocaties in Flevoland, zodat er voor ieder bedrijf en instelling een geschikte locatie gevonden kan worden. Daarbij moeten zowel kwantiteit als kwaliteit aansluiten bij de regionale vraag en een optimale bijdrage leveren aan de vitaliteit van steden en dorpen.Verder is onderhavig plan onderdeel van het geplande bedrijventerrein Flevokust, waar de gemeente actief mee bezig is. De bouw van het distributiecentrum is dus in overeenstemming met het Omgevingsprogramma Provincie Flevoland. 3.2.3 Omgevingsverordening Provincie Flevoland Voor het plangebied zijn een aantal regels uit de Provinciale Omgevingsverordening Provincie Flevoland relevant.

Met de verordening maakt de provincie Flevoland vooraf duidelijk welke onderdelen van het provinciale beleid bindende betekenis hebben voor gemeentelijke plannen. De verordening is vastgesteld op 27 februari 2019 en heeft daarna één wijziging ondergaan. Het volgende artikel is relevant voor het plangebied: Artikel 7.5 Een ruimtelijk plan of besluit, voor zover het betrekking heeft op een gebied binnen of nabij de aangewezen het Natuurnetwerk Nederland: a. strekt mede tot bescherming, instandhouding en ontwikkeling van de wezenlijke kenmerken en waarden van dat gebied; b. maakt activiteiten alleen mogelijk als die ten opzichte van het ten tijde van de inwerkingtreding van deze titel van de verordening geldende bestemmingsplan, mits die per saldo niet leiden tot een significante aantasting van de wezenlijke kenmerken en waarden, of tot een significante vermindering van de oppervlakte van die gebieden, of van de samenhang tussen die gebieden. Het distributiecentrum is gelegen nabij een aangewezen Natuurnetwerk Nederland gebied. Wat de gevolgen hiervan zijn wordt behandeld in paragraaf 4.7.1.

(vastgesteld)

blz. 27

3.2.4 RO visie Flevoland Werklocaties 2015 Gelet op de verdeling van de taken en bevoegdheden in het ruimtelijk domein, hebben provincies op grond van de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR, 2012) de taak om o.a. gebiedsregisseur te zijn voor integrale ontwikkelingsvisies. Met het schrijven van de RO Visie wordt ingespeeld op de nieuwe realiteit en vraag naar bedrijventerreinen in Flevoland, de toepassing van de ladder voor duurzame verstedelijking en actualisatie van de eerdere Visie Werklocaties Flevoland 2030+. Deze visie is door Gedeputeerde Staten van Flevoland op 28 juni 2016 vastgesteld. In de RO Visie Werklocaties 2015 staat beschreven wat volgens de provincie Flevoland nodig is om te komen tot sterke werklocaties met toekomstwaarde in de provincie Flevoland. De RO Visie Werklocaties Flevoland laat de realisatie van werklocaties primair aan gemeenten en private partijen, maar stemt die wel af op een provinciaal toekomstperspectief. Provincie Flevoland wil met deze visie geen toekomstige blauwdruk geven. De provincie wil wel richting geven aan de ontwikkeling van werklocaties in een nieuwe realiteit. Doelstelling van deze visie is om te komen tot zorgvuldig ruimtegebruik van werklocaties zodat het aanbod passend is bij de behoefte en regionaal is afgestemd. Het maatschappelijk effect dat de provincie daarmee wil bereiken is slim en zuinig ruimtegebruik.

Om dit te bereiken worden acht leidende principes gehanteerd: Ladder voor duurzame verstedelijking staat centraal. Aangezien de juridische borging van de ladder al sinds 1 oktober 2012 is geregeld in het Bro, gaat de provincie geen aanvullende juridische vereisten toevoegen. De provincie is verantwoordelijk voor het generiek toezicht op de toepassing van de ladder. Echte stappen zetten in creëren van marktspanning en deprogrammeren. Met de (samenwerkende) gemeenten in Flevoland zal de provincie de (regionale) behoefteraming voor bedrijventerreinen, kantoren en winkels uitwerken en confronteren met het aanwezige en toekomstige aanbod. Waar nodig zal de provincie met de gemeenten extra stappen zetten om te komen tot het deprogrammeren van plannen en locaties. Dynamisch voorraadbeheer: centraal hierin staan drie zaken 1) werken aan de kwaliteit van de bestaande voorraad, 2) waar mogelijk schrappen van plannen die net de beoogde kwaliteit toevoegen en 3) onder voorwaarden toevoegen en goede, nieuwe voorraad. Aanpak herstructurering en duurzaam beheer: tot eind 2015 kunnen aanvragen voor de PHP-regeling worden ingediend. Verwacht wordt dat de middelen uit het PHP dan ook op zijn.

Om de herstructureringsopgave in de toekomst ook aan te pakken ziet de provincie twee sporen: 1) terugbrengen van het overaanbod en 2) met (nieuw) instrumentarium meer private actie op bedrijventerrein stimuleren. Duurzaamheid: de provincie streeft naar energiezuinige en klimaatbestendige werklocaties. Dit wil de provincie bereiken door de energievraag te beperken, duurzame energiebronnen in te zetten en energiebronnen zuinig en efficiënt te gebruiken. Daarnaast streeft de provincie naar duurzame mobiliteit. Voor een goede bereikbaarheid dienen nieuwe werklocaties daarom geaccommodeerd te worden rond multimodale verkeersknooppunten. Grip op de bestaande voorraad en monitoring: doel is het verbreden van de ontwikkeling van het instrument van de kwaliteitskaart naar alle Flevolandse gemeenten en voor de overige segmenten. Mogelijk kan hierbij aangehaakt worden op systemen die in omliggende regio's zijn en worden ontwikkeld, zoals de monitor werklocaties van het Ontwikkelingsbedrijf Noord-Holland Noord. Meer ruimte aan het veld via uitnodigingsplanologie: de komende jaren ligt er een

(vastgesteld)

blz. 28

flink aantal opgaven ten aanzien van de ontwikkeling en realisatie van werklocaties. Het is echter niet zo dat de provincie deze problemen alleen gaat oplossen. De rol van de provincie is voornamelijk regisserend en bovenlokaal. De daadwerkelijke aanpak geschiedt in co-creatie met gemeenten, marktpartijen en andere partners. De provincie gebruikt daarbij de 'Ladder van Overheidsparticipatie' om de precieze provinciale rol te bepalen. Stimuleren van pioniers en ruimte voor experiment: de voorliggende veranderopgave roept om creatieve oplossingen. De provincie wil daarom ruimte blijven bieden aan pioniers en 'het experiment'. Per gemeente of regio wil de provincie één of enkele experimenten of voorbeeld projecten starten. Daarnaast wil de provincie specifiek ten aanzien van bedrijventerreinen ruimte kunnen blijven bieden aan zware bedrijvigheid: één locatie in noordelijk Flevoland, één in zuidelijk en één in oostelijk Flevoland. Daarnaast heeft de provincie een actieve rol bij de ontwikkeling van de luchthaven Lelystad, Flevokust, Maritieme Servicehaven Urk en het Omala terrein bij Lelystad Airport. Deze ontwikkelingen zijn troefkaarten binnen het aanbod van de Flevolandse werklocaties.

Uit de RO visie Flevoland Werklocaties 2015 blijkt duidelijk dat doelstelling van deze visie is om te komen tot zorgvuldig ruimtegebruik van werklocaties zodat het aanbod passend is bij de behoefte en regionaal is afgestemd. Het is van belang dat werklocaties alleen worden gepland als daar echt een behoefte aan is. Om dit te bereiken wordt er bij nieuwe ontwikkelingen omtrent werklocaties sterk gekeken naar een aantal principes, waar de Ladder van Duurzame verstedelijking centraal staat, maar worden er ook specifieke locaties aangewezen die gezien worden als 'troefkaarten' binnen het aanbod van de Flevolandse werklocaties. De Flevokust is hier één van. De bouw van het distributiecentrum in het werkgebied de Flevokust sluit dan ook aan op de visie Werklocaties.

3.3

Gemeentelijk beleid

3.3.1 Omgevingsvisie Lelystad Op 22 juni 2021 heeft de gemeente Lelystad de Omgevingvisie Lelystad vastgesteld. In de Omgevingsvisie Lelystad geeft het gemeentebestuur richting aan de toekomstige ontwikkeling van de stad. Dan gaat het niet alleen om bouwen, maar bijvoorbeeld ook om wonen, verkeer, werken, ontmoeten, recreëren, bewegen en meedoen. Een integrale visie over onderwerpen die iedereen in Lelystad raken. Een samenhangende visie op de fysieke, ruimtelijke, sociale en economische ontwikkelingen van de stad. In de visie gaat het om het beschermen van de kernwaarden, het realiseren van de maatschappelijke opgaven van de stad en om de ontwikkeling van onze optimale rol als gemeente. Zodoende kunnen de inwoners van Lelystad gezond, veilig en duurzaam in de stad leven. Lelystad kent een aantal fundamentele en samenhangende sociale, economische en ruimtelijke opgaven: Er ligt een uitdaging om meer inwoners een hogere economische status te laten verkrijgen Er ligt een uitdaging voor meer balans en draagkracht van de bevolking en voldoende kwantitatieve en kwalitatieve publieke en commerciële voorzieningen Er ligt een uitdaging om het regionaal potentieel als vestigingsplaats voor ondernemers en als aantrekkelijke woongemeente van waaruit de hele regio goed en snel te bereiken is, meer en beter te benutten

(vastgesteld)

blz. 29

Van deze opgaven wordt er toegewerkt naar de volgende ambities: Versterken urbanisatie: uitnodigende en ondernemende stad Versterken maatschappelijke kracht: veerkrachtige samenleving met onderscheidend onderwijs en een toekomstbestendig, samenwerkingsgericht, preventie- en zorgnetwerk Gedeeld eigenaarschap voor de gezamenlijke opgave in Lelystad Deze ambities zijn vervolgens uitgewerkt in drie ruimtelijke hoofdprincipes: 1. Stad en landschap zijn verweven: de stad is op alle lagen verweven met het landschap en deze verweving geeft de stad haar ruimtelijke identiteit. Een groene stad met veel ruimte voor wonen, werken en recreëren in de nabijheid van de volle en drukke Randstad. Belangrijke ruimtelijke structuren en elementen waarin dit hoofdprincipe te herkennen is, zijn de bossen verbonden met parken en groenstroken, de groene ring, groene inrichting dreven met lange zichtlijnen, de dijken en het werkeiland. 2. Functies zijn gescheiden: Lelystad is een prachtig voorbeeld van de zogenaamde functionele stad met een verregaande functiescheiding, die erg dominant is geweest voor de stadsontwikkeling. Wonen, werken, recreatie, voorzieningen en verkeer zijn van elkaar gescheiden. Belangrijke ruimtelijke structuren en elementen waarin dit hoofdprincipe te herkennen is, zijn de vrijliggende fietspaden en voetpaden, grid van dreven, monofunctionele wijken; 3.

Wijken zijn herkenbaar: De vooroorlogse tuinstadgedachte, waarin door de stedenbouwkundige Cornelis van Eesteren compacte stadsuitbreidingen van elkaar worden gescheiden door grote groenzones, heeft model gestaan voor het groene karakter van de stad. Belangrijke ruimtelijke structuren en elementen waarin dit hoofdprincipe te herkennen is, zijn de dreven die de wijken omzomen, de buurtringen, wijkcentra en de woonhoven in de Atolwijk en Zuiderzeewijk. Om deze ambities te bereiken en de principes in stand te houden zijn er voor verschillende thema's strategieën ontwikkeld. Voor dit bestemmingsplan is het thema werken en leren relevant. Werken & leren Lelystad ontwikkelt zich van forensenstad naar netwerkstad binnen de Metropool Regio Amsterdam (MRA). De Metropoolregio Amsterdam (MRA) is het informele samenwerkingsverband van lokale en provinciale overheden in de noordvleugel van de Randstad. Lelystad is economisch onlosmakelijk onderdeel van de MRA met een specifiek profiel. Dit biedt werkgelegenheidskansen op het gebied van o.a. logistiek, innovatieve maakindustrie, secundaire agrofood en toerisme en recreatie. Lelystad heeft een excellente multimodale bereikbaarheid met een seaport, airport, railport en roadport. Ook is er genoeg ruimte voor bedrijvigheid met XXL kavels. De ontwikkelingen Lelystad Airport en Flevokust Haven leiden tot meer werkgelegenheid.

(vastgesteld)

blz. 30

Afbeelding 3 - 1 uitsnede kaart bij omgevingsvisie Lelystad wil dat de economie zich specialiseert en een krachtige regionale meerwaarde levert. Lelystad wil een economie die toekomstgericht is. Lelystad richt zich voor de groei van de bedrijvigheid op de sectoren logistiek, toerisme en secundaire agrofood en wil daarin een speler worden op landelijk niveau. Om deze ambitie te bereiken zet Lelystad in op / biedt ruimte voor de duurzame ontwikkelingen van: Lelystad Airport Businesspark (LAB), Flevokust haven, Bataviakwartier, Stadshart. Klimaatadaptatie en natuurinclusiviteit zijn eveneens integrale opgaven voor (bestaande) bedrijventerreinen en industriegebieden. Hier liggen uitdagingen op het gebied van biodiversiteit, hittestress en wateroverlast. Ook bedrijventerreinen moeten straks aardgasvrij zijn. Conclusie: In de Omgevingsvisie wordt specifiek gesproken over de ontwikkeling van de Flevokust tot logistiek bedrijventerrein met een multimodale overslaghaven. Met het maximaal benutten van de container op- en overslag en het aantrekken van bedrijven gerelateerd aan overslag, logistiek, productie en distributie wordt Flevokust Haven een belangrijke speler in het Nederlandse/West-Europese netwerk van zeehavens en binnenhavens. De bouw van het distributiecentrum is hier onderdeel van. Het plan is in lijn met de Omgevingsvisie Lelystad.

(vastgesteld)

blz. 31

3.3.2 Structuurvisie locatiebeleid Lelystad Deze thematische structuurvisie (2014) bevat een ruimtelijke/beleidsmatige onderbouwing voor de verschillende werklocaties binnen de gemeente Lelystad voor de lange termijn. De nadruk in deze visie ligt op de formele werklocaties; bedrijventerreinen en kantorenlocaties in het stedelijk gebied. De belangrijkste en relevante uitgangspunten van dit vestigingsbeleid zijn: Zorgen voor voldoende aanbod aan werklocaties voor de kansrijke sectoren (industrieellogistiek complex), waarbij het van belang is dat de functionaliteit van de locaties op orde blijft door zorgvuldig om te gaan met functiemenging en milieuzonering; bevorderen van duurzaamheid op werklocaties, door: - het zo veel mogelijk wegnemen van planologische beperkingen voor duurzaamheidsinitiatieven; - het handhaven van de energieprestatiecoëfficiënt (EPC-norm) en het stimuleren van het hanteren van duurzaamheidslabels bij nieuwbouw op bedrijventerreinen en kantorenlocaties; - het duurzaam beheren en onderhouden van werklocaties en het permanent monitoren van de kwaliteit van werklocaties. Flevokust wordt specifiek genoemd in de structuurvisie als een industrieterrein dat ruimte moet bieden aan industrieel-logistieke sectoren. Om dit profiel en de functionaliteit voor de toekomst op orde te houden is een restrictief toelatingsbeleid gewenst.

Het grootste deel van het terrein zal ingericht worden als (nat) industrieterrein. Een kleiner deel van het terrein wordt ingericht als regulier bedrijventerrein om de logistieke bedrijvigheid te kunnen huisvesten. Conclusie: De bouw van het distributiecentrum op het industrieterrein Flevokust Haven is in overeenstemming met het gemeentelijke vestigingsbeleid in de structuurvisie Locatiebeleid Lelystad. 3.3.3 Kadernota Duurzaamheid Om Lelystad ook voor toekomstige generaties leefbaar te houden is samen met de stad een Kadernota Duurzaamheid met bijbehorend Actieplan Duurzaamheid opgesteld. In de kadernota staan de kaders voor de invulling van het duurzaamheidsbeleid. In het Actieplan worden deze kaders verder uitgewerkt in concrete projecten. Het Actieplan geldt voor de jaren 2021 t/m 2024. De gemeente streeft ernaar dat Lelystad ook in de toekomst een groene, vitale gemeente is waar het aantrekkelijk wonen, werken en verblijven is. Het duurzaamheidsbeleid moet zorgen voor focus, versnelling en verankering. Het duurzaamheidsbeleid van Lelystad focust op zes speerpunten: 1. Energie; meer energiebesparing en meer duurzame energie; 2. Afval en Circulaire economie; meer scheiden, minder restafval en van afval naar grondstof; 3. Voedsel; meer consumptie van gezonde lokale producten en minder voedsel weggooien; 4.

Fysieke leefomgeving; duurzame gebiedsontwikkeling, milieuvriendelijk beheer in een groene, biodiverse stad; 5. Mobiliteit: minder en schonere mobiliteit;

(vastgesteld)

blz. 32

6. Onderwijs en Ondernemen; versterken van de (duurzame) basis in het onderwijs, samenwerking tussen onderwijs en bedrijfsleven bij duurzame innovatie en meer maatschappelijk verantwoord ondernemen. Er is een visie op duurzaamheid ontwikkeld voor Flevokust Haven (zie bijlage 19). Daarnaast is een quickscan BREEAM gebiedsontwikkeling opgesteld om inzicht te verkrijgen in haalbare BREEAM-score en ambities voor Flevokust Haven (zie bijlage 20). Binnen de BREEAM methodiek voor Gebiedsontwikkeling worden zes gehanteerd waar bewijslast voor aangedragen dient te worden: Management, Synergie, Bronnen, Ruimtelijke Ordening, Welzijn & Welvaart en Gebiedsklimaat. Hierbij wordt de duurzaamheid getoetst met betrekking tot de geformuleerde doelstellingen en de borging hiervan, de besluitvormingsprocessen en participatie van stakeholders, materiaalgebruik en toegepaste technieken, respect voor de omgeving, het welbevinden van de gebruikers van het gebied en een gezond leefklimaat. De gemeente heeft op basis van de uitgevoerde Quickscan aangegeven zich te committeren aan de BREEAM-score van 'Good', 3 sterren. In onderstaande tabel zijn de ambities en maatregelen beschreven:

Onderwerp Energie

Circulaire economie

Ambities Gasloos bedrijventerrein. Stimuleren elektrisch rijden.

maatregelen Energie neutrale gebouwen dmv isolatiemaatregelen en zonnepanelen op daken en gevels. Bestaande zonnepark blijft behouden Duurzame ontwikkeling, Alle bedrijven hanteren doorgaans ISO maximaal bevorderen 14001 als kwaliteitssysteem waarin een hergebruik duurzame bedrijfsvoering is De Ladder van Lansink is de vastgelegd. basis voor het afvalbeleid van Milieu en duurzaamheidsprogramma's FKH bij bedrijven? forse reductie van verpakkingsmateriaal, hergebruik en scheiding. Afval wordt zoveel mogelijk gescheiden en indien mogelijk gerecycled tot bruikbare grondstoffen. Op gebouwniveau en bouwuitvoering: ambities duurzaamheids- certificering zoals labeling onder BREEAM-NL of LEEDS (internationale standaard).

(vastgesteld)

blz. 33

Fysieke leefomgeving

Klimaatadaptatie

(vastgesteld)

De oorspronkelijke structuur Waterr obuust: in het nieuw aan te van het viskwekerijcomplex is leggen bos is ruimte geserveerd voor van belang geweest bij de een waterpartij. stedenbouwkundige opzet. Water robuust: op de kavels worden FKH geeft invulling aan wadi's gerealiseerd voor opvang duurzame overtollig water. gebiedsontwikkeling door Hittestress: De kavels worden (zo veel aanvullend op het mogelijk) ingericht met groene daken en stedenbouwkundig plan een groene gevels; natuurversterkend plan op te Hittestress: Groene lanen vol bomen stellen. Het natuurversterkend zorgen voor verkoeling omgeving. plan kent drie pijlers: biodiversiteit, water robuust en voorkomen hittestress. De ambities van het natuurversterkend plan komen niet alleen tot uiting in de openbare ruimte, maar wordt doorgetrokken op de bedrijfskavel. Verminderen wateroverlast, Aanleg beplanting voor verkoeling door hittestress, droogte en schaduwwerking en verdamping overstroming door: Hemelwateropvang door wadi's; Versnelde hemelwaterafvoer en minder hitte-absorptie door halfverharding; Materialen toepassen die minder snel opwarmen (hoog albedo) op gevels en daken, waaronder groene gevels/daken.

blz. 34

BREEAM Good, 3 sterren gebiedsontwikkelin g

Het beschikbaar stellen van informatie voor zowel de beheerders als de gebruikers van het gebied om deze in staat te stellen het gebied te begrijpen en er efficiënt mee om te gaan. Opstellen en behouden van een evenwichtig Stedenbouwkundig programma. Het stimuleren van het lokaal opwekken van hernieuwbare energie Het stimuleren van het hergebruik en de herbruikbaarheid van producten en grondstoffen in de openbare ruimte Het beschermen van kwetsbare terreininrichting. Stimuleren van afvalbeheer met als doel afval en de afvoer hiervan te verminderen en negatieve milieueffecten te minimaliseren. Optimaal benutten van braakliggende en ongebruikte/leegstaande bebouwde terreinen. Het efficiënt en optimaal hergebruiken van gebouwen, wegen en civieltechnische kunstwerken. Het stimuleren van een optimale ondergrondse infrastructuur in openbaar toegankelijk gebied door het flexibel en adaptief te maken voor toekomstige ingrepen. Het stimuleren van de aanwezigheid van duurzame gebouwen in het gebied. Het stimuleren van een goed thermisch buitenklimaat voor gebruikers en het voorkomen van hittestress. Het stimuleren van een zo hoog mogelijke bodemkwaliteit. Het voorkomen van lichthinder door alle verlichtingsinstallaties in het gebied.

De plannen voor het plangebied komen tegemoet aan alle ambities en maatregelen. Het uiteindelijke gebouwontwerp wordt in het kader van de omgevingsvergunning bouw verder op duurzaamheid beoordeeld. 3.3.4 Welstand en beeldkwaliteit De gemeente Lelystad heeft het beleid voor welstand in een Welstandsnota opgenomen. De drie belangrijkste doelstellingen van de welstandsnota geven nader inhoud aan de vereenvoudiging van het welstandstoezicht. De drie doelstellingen zijn: Welstandstoezicht is een instrument voor ruimtelijke kwaliteit; Welstandscriteria zijn duidelijk en vooraf bekend; Heldere omschrijving van de procedures van welstandsbeoordeling en duidelijke rol van de welstandscommissie.

(vastgesteld)

blz. 35

De vereenvoudiging heeft geleid tot de volgende welstandsniveaus: één welstandsvrij niveau, gebieden met beperkte of stedenbouwkundige welstand en gebieden met een volledige of architectonische welstand. Voor gebieden buiten de bebouwde kom geldt een welstandsvrij regime. Voor onderzoeksgebieden zoals Flevokust is echter ook sprake van toetsing van de uiterlijke verschijningsvorm van bouwwerken aan redelijke eisen van welstand. Hiervoor geldt het vastgestelde welstandsbeleid, een door de gemeenteraad vastgesteld beeldkwaliteitsplan of een beeldregieplan. Bij de aanvraag van een omgevingsvergunning voor het bouwen is het beeldregieplan, die op de desbetreffende locatie geldt, het toetsingskader. De welstandscommissie zal bij de aanvraag omgevingsvergunning beoordelen of het plan voldoet aan het geldende beeldregieplan ter plaatse. Vooruitlopend op een concreet gebouwontwerp is de commissie al benaderd over het gebouw en de geplande vormgeving en hoogte daarvan. Dit is stedenbouwkundig akkoord bevonden en aanleiding geweest het beeldregieplan voor het gedeelte Zuid bij te stellen. Het beeldregieplan is als bijlage bij de planregels opgenomen, zodat het kan worden gehanteerd als formeel toetsingskader.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Lelystad&id=361404d6-76d0-42e4-a318-ec321c6a28b7