BL 1 Nota grondbeleid 2023
Tekst van het document
abank Lelystad.
GRONDBELEID LELYSTAD 2023-2030
INHOUDSOPGAVE 1.
2.
Inzet van grondbeleid
3
Uitvoering van het grondbeleid
7
1.1 Inleiding 1.2 Ontwikkeling van locaties 1.3 Inzet van grondbeleid 1.3.1 Visie en doel van het grondbeleid
2.1 2.2 2.3 2.4 1. 2. 3. 4.
3.
3 4 5 5
Integrale aanpak Flexibele aanpak binnen duidelijke kaders Het model maatschappelijk grondbeleid Stap 1: Aanleiding ontwikkeling Stap 2: Gewenste impact Stap 3 (afweging 1): Integrale afweging Stap 4 (afweging 2): Rolkeuze grondbeleid De afwegingsmomenten Bij het beschrijven van onze toekomstvisies/beleidsvisies Bij het uitwerken van gebiedsvisies Bij het uitwerken van een locatieontwikkeling/ initiatief gemeente Initiatief van derden
7 7 8 8 9 9 10 11 11 11 11 12
De integrale afweging
13
4.
De rolkeuze
24
5.
Kaders en toepassing in de praktijk
34
3.1 Maatschappelijk rendement 3.1.1 De maatschappelijke thema’s in het grondbeleid. 3.1.2 De waardenmatrix 3.2 Financiële impact 3.2.1 Directe financiële gevolgen van een gebiedsontwikkeling 3.2.2 Indirecte financiële gevolgen van een gebiedsontwikkeling 3.2.3 Financiële gevolgen van een gebiedsontwikkeling voor andere partijen dan de gemeente 3.3 Integrale beoordeling 3.3.1 Risico- en kansenanalyse in de integrale beoordeling 3.3.2 De besluiten van de integrale beoordeling
4.1 De verschillende regierollen in het grondbeleid. 4.2 De verschillende productierollen in het grondbeleid. 4.3 Het bepalen van de gewenste rollen in de gebiedsontwikkeling 4.3.1 De te onderscheiden rollen 4.3.2 Het afwegingskader voor het bepalen van de gewenste rol Stap 1: hoe urgent is de ontwikkeling? Stap 2: Kent de ontwikkeling een positieve integrale beoordeling? Stap 3: Wat is de positie van de huidige grondeigenaar? Stap 4: Beoordeling randvoorwaarden invullen rol. 4.3.3 Strategie positie grond. 5.1 5.2 5.3
Verwervingen Voorbereidingskrediet Informatievoorziening
13 14 16 18 19 20 20 20 21 22 24 25 26 27 28 29 29 30 30 30 35 37 38
Deze nota grondbeleid is opgesteld door Fakton Consultancy en Guido Mertens Advies in opdracht van en samenwerking met de gemeente Lelystad. In de nota is gebruik gemaakt van teksten en figuren uit de modelnota grondbeleid van Guido Mertens Advies, versie september 2022. Versie juni 2023. Inzet van grondbeleid
2
1. INZET VAN GRONDBELEID 1.1 Inleiding
Lelystad heeft haar inwoners en bezoekers veel te bieden. Het is een stad met ruime woonbuurten en functioneel gescheiden voorzieningen, omringd door groen, water, natuurgebieden en uitgestrekte kustzones. De strategische ligging in de Metropoolregio Amsterdam draagt in combinatie met de excellente multimodale bereikbaarheid via spoor, weg, vaarweg en lucht bij aan de economische profilering en de aantrekkelijkheid van de stad als vestigingslocatie voor bedrijven. Lelystad is divers en multicultureel en kent een eigen identiteit. Het is deze combinatie van kernwaarden die Lelystad uniek maakt. Tegelijkertijd staat Lelystad ook voor een aantal grote maatschappelijke uitdagingen. De sociaaleconomische dynamiek biedt kansen voor verbetering, bijvoorbeeld als het gaat om vraagstukken rondom leefbaarheid, sociale cohesie, achterblijvende inkomensniveaus en vergrijzing. Daarnaast heeft Lelystad een stevige groeiambitie, die zowel kwantitatief als kwalitatief van aard is. Het gaat om het faciliteren van een absolute groei van woningen, inwoners en banen door de realisatie van een hoogwaardig en divers woningaanbod en het scheppen van een gezonde, duurzame leefomgeving. Bij deze groeiopgave gaan de ontwikkeling van natuur en bouwen samen. Lelystad is én blijft daarom in ontwikkeling.
Het doel is het versterken en omarmen van de eigen kernwaarden en het inspelen op maatschappelijke uitdagingen. De missie is helder: Lelystad, hoofdstad van de nieuwe natuur, is in 2040 een zelfstandige, sociaal veerkrachtige, duurzame, aantrekkelijke en economisch sterke stad met 100.000 inwoners. Lelystad blijft zich de komende jaren onvermoeid inzetten om voor haar toekomstige inwoners een economisch sterke, groene, duurzame en gezonde leefomgeving te ontwikkelen. De gemeentelijke ambities zijn omschreven in onder andere de Omgevingsvisie Lelystad 2040, Woonvisie 2021-2030, agenda Natuur en uitvoeringsprogramma Lelystad Next Level. Deze opsomming betreft geen volledige lijst. We werken hard aan de opdracht die er ligt om veel nieuwe woningen te bouwen in onze gemeente. Zo leveren we een bijdrage aan het oplossen van de woonnood. De ambities voor het realiseren van een duurzame woningvoorraad, een klimaatadaptieve leefomgeving en een duurzame mobiliteit sluiten aan op het ‘Convenant Toekomstbestendig Bouwen MRA’. Daarnaast stelde Lelystad een klimaatadaptiestrategie ‘op maat’ op, namelijk de Lokale Adaptiestrategie Klimaatadaptiviteit (LAS) op. Al deze ambities geven richting aan de ruimtelijke ontwikkelingen voor Lelystad. In onze ambities komen sociaaleconomische doelen en ruimtelijk-fysieke doelen samen. Centraal staat de balans tussen welvaart en welzijn.
Daarvoor gaan we gebieden (her)ontwikkelen: gebieden die kansen bieden om een of meer van onze ambities mogelijk te maken. Denk daarbij aan nieuwe woon-, werk- of recreatiegebieden en aan gebieden die een (her)ontwikkeling nodig hebben om een bestaande ongewenste situatie te keren of richting te geven aan verduurzaming. Het grondbeleid is een belangrijk instrument om ambities te realiseren omdat het in algemene zin de kaders bepaalt waarbinnen de gemeente opereert bij ruimtelijke ontwikkelingen. Het is daarom belangrijk vast te leggen welke ambities we bij ruimtelijke ontwikkelingen nastreven, hoe we daar keuzes in maken, hoe we onze rol daarin bepalen en binnen welke financiële kaders we daarbij opereren. Gemeentelijk grondbeleid is daarom te beschouwen als een middel om ruimtelijke doelstellingen op het gebied van volkshuisvesting, lokale economie, natuur en groen, infrastructuur en maatschappelijke voorzieningen te verwezenlijken. Het grondbeleid wordt vastgelegd in deze Nota. Het is een belangrijk instrument voor de kader stellende rol van de gemeenteraad. Per hoofdstuk zijn de kaders/richtlijnen die de gemeenteraad middels vaststelling van deze nota als kader/richtlijn meegeeft aan het college op deze wijze inzichtelijk gemaakt. Inzet van grondbeleid
3
nstrumenten we daarvoor inzetten. Deze afweging vindt, binnen de kaders van deze nota, op locatie e ebiedsniveau en plaats en ook thematisch voor de hele gemeente.
1.2 Ontwikkeling van locaties
Gebruikmakend van de inzet van het grondbeleid willen we meerwaarde genereren bij de ontwikkeling van onze stad. We sluiten daarbij aan bij het principe van de brede welvaart. We zien dat als een goede manier ocatiesomet zonder nieten alleen naar vastgoed de materiële welvaart te kijken maar ook zaken als gezondheid, persoonlijke ontplooiing, onderwijs, veiligheid, ook inclusiviteit, milieu en leefomgeving onze willen overwegingen Al naar We beschikken als gemeente zelf over locaties. Voor eenindeel we dieteinbetrekken. eigendom behouden e gelang bepaalde aspecten binnen de brede welvaart achterblijven en we de ambitie hebben dat te verannzetten voor diverse belangrijke maatschappelijke functies, zoals een school of een openbare fietsenstalling deren, zal dit extra focus en inzet van ons beleid vragen. Om dit mogelijk te maken acteren we niet alleen; oewel maar dat insamen Lelystad veelvuldig voorkomt, zijn er ook locaties metnog onzeniet inwoners, ondernemers en ontwikkelende partijen.waar gemeentelijk vastgoed staat da Voor elk van onze ambities is een locatie nodig waarop de gewenste ontwikkelingen gerealiseerd kunnen Guido Mertens | Stad Ontwikkeling worden en juist Advies locaties zijn en schaars, ook in Lelystad.
Ons grondbeleid zetten we in als instrument om de benodigde ruimte te verkrijgen en om via ruimtelijke ontwikkelingen gewenste maatschappelijke effecten 06 – 1185 0983 | info@guidomertens.nl | www.guidomertens.nl te realiseren. De financiële gevolgen van zulke ontwikkelingen worden daarbij uiteraard ook goed in beeld gebracht. De benodigde (bouw)grond kan de gemeente zelf beschikbaar hebben of verkrijgen. Een andere mogelijkheid is om partijen die grond in eigendom hebben en die willen bijdragen aan het realiseren van de ruimtelijke doelen actief te faciliteren zodat zij voor de gewenste ontwikkelingen kunnen zorgen. Een derde optie is de samenwerking tussen de gemeente en andere (ontwikkel)partijen. We kunnen dan gebruik maken van elkaars sterke punten en mogelijkheden. Betrokkenheid van beide partijen zorgt voor goede kansen op de realisatie van de ontwikkeling. Er zijn daarbij diverse samenwerkingsvormen mogelijk. In het grondbeleid beschrijven we de afwegingen die nodig zijn om te bepalen welke rol we zelf bij de ontwikkelingen in willen nemen en welke instrumenten we daarvoor inzetten. Deze afweging vindt, binnen de kaders van deze nota, op locatie en gebiedsniveau en plaats en ook thematisch voor de hele gemeente. Inzet van grondbeleid
4
Locaties met en zonder vastgoed
We beschikken als gemeente ook zelf over locaties. Voor een deel willen we die in eigendom behouden en inzetten voor diverse belangrijke maatschappelijke functies, zoals een school of een openbare fietsenstalling. Hoewel dat in Lelystad nog niet veelvuldig voorkomt, zijn er ook locaties waar gemeentelijk vastgoed staat dat, op korte of langere termijn, ingezet kan worden voor een andere bestemming. Deze locaties benaderen we op dezelfde wijze als beschikbare gronden waar geen opstallen op staan. In beide gevallen gaat het namelijk om locaties waar een ruimtelijke ontwikkeling wordt beoogd. We beoordelen daarbij steeds of het vastgoed behouden kan blijven, getransformeerd kan worden of gesloopt moet worden. Bij de verkoop van gemeentelijk vastgoed hanteren we dus dezelfde werkwijze, criteria en afwegingen als bij de ontwikkeling van gemeentelijke gronden.
1.3 Inzet van grondbeleid
Het grondbeleid heeft een belangrijke rol bij het maken van een integrale afweging van doelstellingen en ambities bij de opgaven van ruimtelijke ontwikkelingen. Wij willen het gerichter gaan inzetten op de groei van onze stad. We beschrijven in deze nota hoe we daarbij afwegingen maken en hoe we onze rol daarin bepalen. We willen waarde toevoegen aan ruimtelijke ontwikkelingen en we geven aan op basis van welke maatschappelijke doelstellingen en binnen welke financiële kaders we dat doen. Voordat we onze rol bij een gebiedsontwikkeling bepalen, moet eerst duidelijk zijn waarom we een ontwikkeling nodig achten en wat we ermee willen bereiken. Voor het bepalen van de gemeentelijke rol maken we gebruik van een duidelijk en transparant afwegingskader. Daarbij kijken we ook expliciet naar de middelen die we in kunnen zetten en naar de veiligheidskleppen die we kunnen inbouwen om risico’s goed beheersbaar te hebben en houden.
1.3.1 Visie en doel van het grondbeleid
In onze visie dient grondbeleid als ankerpunt om de regierol als gemeente te kunnen nemen voor de gewenste realisatie van diverse gebiedsontwikkelingen door als verbindende schakel tussen de diverse (maatschappelijke) ambities op te treden die gezamenlijk bijdragen aan het verhogen van de brede welvaart in Lelystad. Grondbeleid heeft daarvoor twee hoofddoelen: Doel 1: We geven uitvoering aan gewenste ontwikkelingen. We willen invloed uitoefenen op het ruimtegebruik zodat bij de bouwopgave en bij de overige ruimtelijk-fysieke en sociaaleconomische ambities een gewenste maatschappelijke impact gerealiseerd kan worden. Daarvoor beantwoorden we de vraag welke rol ons daarbij het beste past. Binnen de verschillende rollen die we kunnen innemen om ontwikkelingen mogelijk te maken, beschrijven we onze strategie en onze kaders waarbinnen we werken. Het grondbeleid dient daarbij als basis voor de adviezen die we vanuit grondzaken geven over financiële en juridische kaders voor projecten en voor het risico- en kansenmanagement. Doel 2: We geven inzicht in de impact van een ontwikkeling. We willen besluiten over de ontwikkeling van een locatie faciliteren door inzicht te geven in het integraal resultaat van die ruimtelijke ontwikkeling.
Door te streven naar een zo goed mogelijk integraal resultaat ontstaat meerwaarde en voorkomen we de formulering van een onhaalbare stapeling van ambities voor de ontwikkeling van een gebied. Dat resultaat bestaat uit de optimale mix van maatschappelijk en financieel rendement. Om deze twee hoofddoelen te bereiken, geven we duidelijke afwegingskaders en spelregels. Deze zijn belangrijk voor de uitvoering van het grondbeleid en de sturing in de gebiedsontwikkeling. Op basis daarvan komen we op locatie of gebiedsniveau tot keuzes. Het opnemen van het actueel juridisch en financieel kader op basis van de huidige wet- en regelgeving is dan ook voor de uitvoering van groot belang. We hebben Inzet van grondbeleid
5
ervoor gekozen om dit in de bijlagen van de nota een plek te geven. Bij wijziging van wet- en regelgeving kan volstaan worden met het bijwerken van de bijlagen. Dit koppelen we bovendien aan de paragraaf grondbeleid van de programmabegroting en het jaarverslag. Zo wordt gewaarborgd dat de juridische en financiële kaders actueel blijven.
Inzet van grondbeleid
6
2. UITVOERING VAN HET GRONDBELEID Dit hoofdstuk gaat over de stappen die we bij de uitvoering van het grondbeleid zetten. We stellen daarbij de maatschappelijke impact die via de ruimtelijke ontwikkeling en het grondbeleid gerealiseerd kan worden centraal. Uiteraard verliezen we daarbij ook de financiële impact van de gebiedsontwikkeling niet uit het oog.
2.1 Integrale aanpak
Een integrale aanpak is bij gebiedsontwikkeling noodzakelijk, vanwege de impact op meerdere beleidsterreinen. We streven immers een aanpak na die ambities verbindt zodat ze elkaar versterken. Het gewenste maatschappelijk rendement van een ontwikkeling moet daarom vooraf zo helder mogelijk zijn. Bij een integrale aanpak hoort ook een brede financiële afweging. De beoordeling van de ontwikkeling van een gebied op basis van alleen de grondexploitatiebegroting1 (verder grondexploitatie) is niet altijd voldoende. De grondexploitatie heeft alleen betrekking op de directe financiële gevolgen van de realisatie en de uitgifte van grond. Andere wijzigingen die in de gemeentebegroting door een ontwikkeling ontstaan, blijven buiten beschouwing. Dat geeft een onvolledig beeld wanneer een oordeel gevraagd wordt over het al of niet doorgaan van een ontwikkeling of wanneer een keuze uit verschillende scenario’s gemaakt moet worden. We gaan daarom ook andere belangrijke financiële gevolgen van een ontwikkeling onderzoeken en inzichtelijk maken. Door zowel de integrale maatschappelijke impact als de brede financiële impact van een ontwikkeling samen in kaart te brengen, kunnen we weloverwogen keuzes maken. Dit draagt ertoe bij dat we onze middelen doelmatig inzetten. In ons grondbeleid nemen we de gewenste impact die we via een ontwikkeling willen realiseren als uitgangspunt.
We leggen de kaders en de uitgangspunten daarvoor formeel vast, zodat wij ze niet bij iedere ontwikkeling opnieuw hoeven te bepalen. Ons grondbeleid wordt zo ook transparanter voor eventuele partners.
2.2 Flexibele aanpak binnen duidelijke kaders
Om maatschappelijke doelstellingen via een ruimtelijke ontwikkeling te kunnen realiseren is de beschikbaarheid van een locatie essentieel. Die locatie kan in eigendom zijn van de gemeente of van andere eigenaren. Dat kunnen commerciële ontwikkelende partijen zijn, woningbouwcorporaties of andere private of publieke partijen. Dat betekent dat de gewenste doelstellingen vaak ook op grond van andere eigenaren dan de gemeente moeten worden gerealiseerd. Daarbij is het zelfrealisatierecht belangrijk. Dit houdt in dat eigenaren in principe het eerste recht hebben om tot realisering van de door ons geformuleerde doelstellingen over te gaan. Er kunnen echter diverse argumenten zijn waarom het verstandig is de ontwikkeling niet (alleen) aan de huidige eigenaar over te laten. In paragraaf 4.3 van deze nota beschrijven we via welke stappen we tot onze eigen gewenste rolkeuze komen. De invloed die we op die ontwikkeling willen en kunnen uitoefenen regelen we onder andere via het grondbeleid. Dat doen we bijvoorbeeld door duidelijk te maken hoe we (nieuwe) gebiedsontwikkelingen beoordelen in het geval dat medewerking van ons nodig is om een ontwikkeling planologisch mogelijk te maken. Ook legt de raad met deze nota vast of en onder welke voorwaarden er in het kader van gebiedsontwikkelingen grond kan worden aangekocht of locaties in eigendom van de gemeente kunnen worden ingezet.
Binnen deze kaders heeft het college mogelijkheden om te handelen. Dit beschrijven we in paragraaf 5.1 van deze nota. We willen met dit grondbeleid beter kunnen inspelen op de complexiteit en de diversiteit van gebiedsont1
De grondexploitatiebegroting, die verder grondexploitatie zal worden genoemd, is de financiële vertaling van een ruimtelijk plan waarbij de (grond)kosten en (grond)opbrengsten gefaseerd zijn in tijd. Andere termen voor ruimtelijk plan zijn gebiedsontwikkeling of grondexploitatiecomplex.
Uitvoering van het grondbeleid
7
wikkelingen. Iedere locatie op zichzelf is uniek. De urgentie om te ontwikkelen varieert, net zoals de factoren die bepalen of een ontwikkeling (goed) mogelijk is. Waar op de ene locatie een gewenste ontwikkeling heel goed mogelijk is door derde partijen te faciliteren, is het op een andere locatie noodzakelijk dat de gemeente zelf nadrukkelijk de regie voert, mogelijk door eigendom te verwerven. Hieronder is beschreven hoe we dit in de praktijk vormgeven en welke stappen we bij de uitvoering ervan zetten. Een integrale benadering van een gebiedsontwikkeling betekent het in onderlinge samenhang bekijHieronder is beschreven hoe we dit in de praktijk vormgeven en welke stappen we bij de uitvoering ervan zetten. kenintegrale van de sociale, maatschappelijke, fysieke en financiële die bij zo’n ontwikkeling optreden. Een benadering van een gebiedsontwikkeling betekent het invraagstukken onderlinge samenhang bekijken van de Op die manier wordt duidelijk waarom een (her)ontwikkeling gewenst of noodzakelijk is en welke maatsociale, maatschappelijke, fysieke en financiële vraagstukken die bij zo’n ontwikkeling optreden. Op die manier schappelijke impact een we (her)ontwikkeling met die ontwikkeling realiseren.
basis daarvan kunnen wewede afwegingen wordt duidelijk waarom gewenstwillen of noodzakelijk is enOp welke maatschappelijke impact maken die nodig zijn om al dan niet tot een ontwikkeling te komen (de ontwikkelstrategie) enalom de rol te met die ontwikkeling willen realiseren. Op basis daarvan kunnen we de afwegingen maken die nodig zijn om bepalen die deontwikkeling gemeentetedaarin kan nemen (densamenwerkingsstrategie). dan niet tot een komenwil (de en ontwikkelstrategie) om de rol te bepalen die de gemeente daarin
wil en kan nemen (de samenwerkingsstrategie).
Bij de bepaling van onze opstelling gebruiken we het onderstaande model.
Bij de bepaling van onze opstelling gebruiken we het onderstaande model.
Aanleiding ontwikkeling
Rolkeuze gemeente
Gewenste impact
Grondbeleid
Integrale afweging 8 Figuur 1: Model maatschappelijk grondbeleid Figuur 1: Model maatschappelijk grondbeleid
2.3 Het model maatschappelijk grondbeleid
2.3 model grondbeleid Het Het gebruik vanmaatschappelijk het model maatschappelijk grondbeleid levert belangrijke input voor het opstellen van een
Het gebruik van het model maatschappelijk grondbeleid levert belangrijke input voor het opstellen ontwikkelstrategie en een samenwerkingsstrategie. Een goede ontwikkelstrategie gaatvan uiteen van een integraontwikkelstrategie en een samenwerkingsstrategie. Een goede ontwikkelstrategie gaat uit van een integrale le benadering die kaders stelt voor alle aspecten van de gebiedsontwikkeling, zoals de gewenste ruimtelijke benadering die het kaders stelt voor alle aspecten van de de voorzieningen gebiedsontwikkeling, de gewenste ruimtelijkeDe eerste drie kwaliteit van gebied, de programmering, en dezoals financiële haalbaarheid. kwaliteit van het gebied, de programmering, de voorzieningen en de financiële haalbaarheid. De eerste drie stappen uit het model leveren daar belangrijke input voor. De vierde stap uit het model levert vervolgens de stappen uit het model leveren daar belangrijke input voor. De vierde stap uit het model levert vervolgens de input om tot een samenwerkingsstrategie te komen, waarin het samenspel tussen markt en overheid en de input om tot een samenwerkingsstrategie te komen, waarin het samenspel tussen markt en overheid en de invulling van de eigen gemeentelijke rol aan bod komt. invulling van de eigen gemeentelijke rol aan bod komt.
Stap1:1:Aanleiding Aanleiding ontwikkeling Stap ontwikkeling
Allereerst geven antwoord op vraag de vraag de aanleiding voor de ontwikkeling eenOflocatie. Of eenAllereerst geven wewe antwoord op de wat wat de aanleiding is voorisde ontwikkeling van een van locatie. voudiger: waarom eenbepaalde bepaalde gebiedsontwikkeling eigenlijk nodig? We beschrijven de huidige situatie eenvoudiger: waarom is is een gebiedsontwikkeling eigenlijk nodig? We beschrijven de huidige situatie van (als(als die aldie bekend is), gevolgd door een indicatie vanindicatie de ontwikkelopgave. Hierbij maken we gebruik vande delocatie locatie al bekend is), gevolgd door een van de ontwikkelopgave. Hierbij maken we van een van deeen verschillende hoofdgroepen van mogelijke aanleidingen: gebruik van van de verschillende hoofdgroepen van mogelijke aanleidingen: Er is sprake van een situatie in een gebied waarbij een verandering gewenst is. Denk bijvoorbeeld aan een niet-veilige milieusituatie of een steeds verdere achteruitgang van de leefbaarheid. Er is dan een Uitvoering van het grondbeleid ontwikkeling gewenst om daar een einde aan te maken. Deze locaties worden in toekomstvisies of beleidsvisies aangemerkt als urgent om te verbeteren. 1.
8
1. Er is sprake van een situatie in een gebied waarbij een verandering gewenst is. Denk bijvoorbeeld aan een niet-veilige milieusituatie of een steeds verdere achteruitgang van de leefbaarheid. Er is dan een ontwikkeling gewenst om daar een einde aan te maken. Deze locaties worden in toekomstvisies of beleidsvisies aangemerkt als urgent om te verbeteren. 2. Er is een maatschappelijke behoefte zoals een grote vraag naar woningen, werkgelegenheid of voorzieningen. In deze groep past de opdracht die we hebben om een groot aantal nieuwe woningen in Lelystad te realiseren. Een ander voorbeeld is de ruimte die we nodig hebben voor de invulling van de transitie-opgaven rond energie, duurzaamheid en mobiliteit. Het is dan nodig om een locatie te vinden om dit te verwezenlijken. 3. Er is een kans voor een ontwikkeling op een locatie die in eigendom is van de gemeente. Dat kunnen braakliggende gronden zijn maar ook locaties waar (maatschappelijk) vastgoed op staat dat niet meer benodigd is voor de huidige functie. De aanleiding heeft dan betrekking op het beschikbaar zijn of komen van een locatie. 4. Er is een plan van derden. Zij benaderen de gemeente met een voorstel om een locatie te ontwikkelen. Het betreft hier ontwikkelingen die niet passen binnen de huidige planologische kaders, waardoor medewerking van de gemeente nodig is.
Stap 2: Gewenste impact
Wanneer we benoemen waarom een ontwikkeling nodig is, kunnen we ook bepalen welke maatschappelijke waarden we terug willen zien in de impact ervan. We doen dit op verschillende momenten en in verschillende detailuitwerkingen (zie hiervoor 2.4 de afwegingsmomenten). We formuleren een gewenst beeld voor de ontwikkeling van de locatie. Door dit expliciet te beschrijven zorgen we ervoor dat we bij ontwikkelingen een integrale afweging mogelijk maken. We benoemen de maatschappelijke doelen die bij de ontwikkeling belangrijk zijn en we geven aan in welke mate we daarop resultaat willen bereiken. Dit zijn onze prioritaire maatschappelijke thema’s in de ontwikkeling. Ook stellen we duidelijk vast waarom juist deze ontwikkelingen nagestreefd worden. Er is natuurlijk een direct verband tussen de gewenste impact en de aanleiding om de locatie te ontwikkelen. Uiteraard is het ook goed mogelijk dat bepaalde maatschappelijke thema’s niet of nauwelijks relevant zijn bij een ontwikkeling. Die kunnen dan ook benoemd worden, zodat ze niet in de integrale afweging opgenomen hoeven te worden. De uitkomsten van de analyse uit de eerste twee stappen beschrijven we in een nota van uitgangspunten, die ons het totaalbeeld oplevert van de huidige situatie en de behoeften die we hebben en wat we willen bereiken (opgaven en ambities).
Stap 3 (afweging 1): Integrale afweging
Op basis van de zo verworven inzichten kunnen we een integrale afweging ten aanzien van een mogelijke ontwikkeling maken. We gebruiken daarbij een model (zie hoofdstuk 3) dat inzicht geeft in: a. Het gewenste maatschappelijk rendement. Het gaat dan om de vraag: “Welke maatschappelijke doelstellingen wil de gemeente met deze ontwikkeling behalen?” b. De brede financiële businesscase. Het gaat dan om de vraag: “Welke invloed heeft deze ontwikkeling binnen de gemeentelijke begroting?” Wij kunnen deze inzichten gebruiken om keuzes te maken voor een ontwikkeling, tussen ontwikkelingen en in een ontwikkeling. Zo toetsen we de haalbaarheid van een plan en zoeken we naar optimalisatie van gebiedsontwikkelingen. Uitvoering van het grondbeleid
9
• Met een keuze voor een ontwikkeling bedoelen we dat het inzicht helpt om te bepalen of een bepaalde ontwikkeling met het inzichtelijk gemaakte rendement gewenst is; levert het voldoende maatschappelijk rendement op en is de uitkomst van de financiële businesscase acceptabel bij dit maatschappelijk rendement? • Met een keuze tussen ontwikkelingen kunnen we op basis van het inzicht eventueel prioriteren of keuzes maken als er meer locaties of varianten voor ontwikkelingen zijn. • Met een keuze in de ontwikkeling kunnen we op basis van het inzicht beoordelen of de verschillende afzonderlijke maatschappelijke rendementen en het totaal daarvan optimaal zijn of dat een andere afstemming tot een beter, meer gewenst resultaat leidt. Eventuele ontwikkelpartners kunnen aan de hand van het model zien wat van hen verwacht wordt bij de ontwikkeling van een locatie. Dit wordt in hoofdstuk 3 verder uitgewerkt.
Stap 4 (afweging 2): Rolkeuze grondbeleid
Het inzicht dat we door het maken van de integrale afweging krijgen, helpt ons dus ook om te bepalen aan welke ontwikkelingen we geen medewerking willen verlenen. Ideeën voor plannen die negatief scoren op de maatschappelijke thema’s, bijvoorbeeld omdat ze strijdig zijn met ons beleid, kunnen we gefundeerd afwijzen of we kunnen de initiatiefnemers de kans geven om het plan dusdanig te wijzigen dat het door ons gewenste resultaat wel wordt behaald. Als we wel medewerking willen verlenen aan een plan dan bepalen we vervolgens welke rol de gemeente in de ontwikkeling idealiter inneemt. Of we deze rol ook daadwerkelijk kunnen innemen zal mede afhankelijk zijn van de specifieke situatie, zoals de wensen en (ontwikkel)mogelijkheden van huidige eigenaren, de capaciteit en de middelen die beschikbaar zijn binnen de gemeente. Uitvoering van het grondbeleid
10
gemeente in de ontwikkeling idealiter inneemt. Of we deze rol ook daadwerkelijk kunnen innemen zal mede afhankelijk zijn van de specifieke situatie, zoals de wensen en (ontwikkel)mogelijkheden van huidige eigenaren, de capaciteit en de middelen die beschikbaar zijn binnen de gemeente.
De verschillende mogelijke rollen van de gemeente worden verder toegelicht in hoofdstuk 4. Daar komt ook
Deaan verschillende mogelijke rollen van de gemeente worden verder toegelicht in hoofdstuk 4. Daar komt ook aan bod hoe we tot een rolkeuze voor de gemeente komen. bod hoe we tot een rolkeuze voor de gemeente komen.
2.4 De afwegingsmomenten
2.4 De afwegingsmomenten
Het in beeld brengen van de gewenste impact, het maken van de integrale afweging en van de afweging voor
Het in beeld brengen van de gewenste impact, het maken van de integrale afweging en van de afweging voor de de rolkeuze gebeurt meermaals. In grote lijnen kunnen we de volgende momenten onderscheiden waarop 10 rolkeuze gebeurt meermaals. In grote lijnen kunnen we de volgende momenten onderscheiden waarop het nodig het nodig is om een integrale afweging en de afweging voor de rolkeuze te maken. Deze momenten zijn geen is om een integrale afweging en de afweging voor de rolkeuze te maken. Deze momenten zijn geen verplichte verplichte opeenvolgende stappen. Ze maken eenkan ontwikkeling opeenvolgende stappen. Ze maken inzichtelijk hoe een inzichtelijk ontwikkeling hoe in fases ontstaan. in fases kan ontstaan.
1. We hebben een toekomstvisie/beleidsambities die we willen realiseren
2. Er zijn gebiedsvisies die wij willen realiseren 3. Er is sprake van een mogelijke locatieontwikkeling op initiatief van de gemeente
4. Er is sprake van een mogelijke locatieontwikkeling op initiatief van derden
Figuur 2: De afwegingsmomenten
Figuur 2: De afwegingsmomenten
1. 1. Bij beschrijvenvan van onze toekomstvisies/beleidsvisies Bij het het beschrijven onze toekomstvisies/beleidsvisies
Allereerst kunnen wij bij het beschrijven van onze ambities een eerste grove schets geven van de rol die
Allereerst kunnen wij bij het beschrijven van onze ambities een eerste grove schets geven van de rol die nodig is nodig om deze ambitiesDat te betekent realiseren. Datbijbetekent dat wevan bijeen hettoekomstvisie, ontwikkelenomgevingsplan van een toekomstvisie, om deze is ambities te realiseren. dat we het ontwikkelen of moeten beleidsvisie moeten leggen naar We doen dit door hieraan een ofomgevingsplan beleidsvisie een link leggen een naar link ons grondbeleid. We doen dit ons doorgrondbeleid. hieraan een uitvoeringsparagraaf uitvoeringsparagraaf te koppelen waarin we globaal omschrijven welke rol nodig is. over We moeten dan dus al te koppelen waarin we globaal omschrijven welke rol nodig is. We moeten dan dus al nadenken waar nadenken over waar plaats gaan vinden, overwillen welke gewenste impact we ontwikkelingen plaats gaanontwikkelingen vinden, over welke gewenste impact we daar realiseren en over welke roldaar we willen realiseren en overvinden. welkeWe rolhebben we daarvoor nodig vinden. juridische We hebben daarvoor beschikbaar. verschillende juridische instrumendaarvoor nodig daarvoor verschillende instrumenten Juist in dit ten beschikbaar. in ditnog stadium we(strategisch) in het algemeen nog in staat (strategisch) stadium zijn we in hetJuist algemeen in staat zijn om een positie in te nemen in om een een gebied, als we dat positie in te wensen.
we dat kunnenals doen, beschreven hoofdstuk 5 en in de bijlage bijisdeze nota. nemenHoe in een gebied, weisdat wensen.inHoe we dat kunnen doen, beschreven in hoofdstuk 5 en in de
bijlage bij deze nota.
2.
Bij hetMertens uitwerken van gebiedsvisies Guido Advies | Stad en Ontwikkeling
3.
Bij het uitwerken van een locatieontwikkeling/ initiatief gemeente
Bij het uitwerken van ideeën voor een bepaalde wijk of gebied benoemen we al meer specifieke plannen 06 – 1185 0983 | info@guidomertens.nl | www.guidomertens.nl die nodig zijn om de ambities te realiseren. We gaan daarbij uit van de beleidsambities en verfijnen deze. Daarbij beoordelen we opnieuw welke rol voor ons het meest geschikt en gewenst is en welke instrumenten we kunnen inzetten. De afweging voor de juiste rol vindt vaak tegelijk plaats met het maken van de integrale afweging in stap 3 van het model maatschappelijk grondbeleid. Dit wordt uitgewerkt in het volgende hoofdstuk. Beide worden door elkaar beïnvloed. Afhankelijk van de uitkomst van deze afwegingen stellen we onze strategie bij en nemen we eventueel verdere acties. In deze fase zijn wij bezig met de uitwerking van een locatie. We beoordelen of we de rol die we eerder hadden beoogd nog kunnen en willen innemen en welke instrumenten we inzetten. We bekijken ook nog eens of we derden nodig hebben om de ontwikkeling te realiseren. We kunnen ervoor kiezen om zelf te ontwikkelen waarbij we zelf alle kaders stellen en de eindverantwoordelijkheid dragen of we kunnen de ontwikkeling aan de markt overlaten en faciliterend sturen in de plannen. Uiteraard zijn er ook mengvormen mogelijk.
Uitvoering van het grondbeleid
11
4.
Initiatief van derden
Het is ook mogelijk dat wij een initiatief van derden voorgelegd krijgen voor een ontwikkeling van een locatie. Wij bekijken dan, al dan niet samen met de initiatiefnemer, of onze betrokkenheid nodig of gewenst is. De ontwikkeling moet minimaal voldoen aan onze belangrijkste beleidsambities.
We gebruiken het “model maatschappelijk grondbeleid” als hulpmiddel bij het opstellen van een ontwikkelstrategie (bij de afwegingen die nodig zijn om al dan niet tot een ontwikkeling te komen) en een samenwerkingsstrategie (de rol die de gemeente in relatie tot overige stakeholders wil innemen). Nadenken over ontwikkel- en samenwerkingsstrategieën doen we op verschillende momenten. Zo willen we ook al in het vroegtijdig stadium van visievorming de relatie leggen naar de uitvoerbaarheid van de ambities. We nemen daarom in toekomst- en beleidsvisies van onze gemeente een uitvoeringsparagraaf op, waarin we op hoofdlijnen beschrijven welke ruimtelijke ontwikkelingen bij kunnen dragen aan de realisatie van onze ambities en hoe wij als gemeente in deze ontwikkelingen onze rol kunnen vervullen.
Uitvoering van het grondbeleid
12
3. DE INTEGRALE AFWEGING 3.
De integrale afweging
transformatie en/of en/ofontwikkeling ontwikkeling een gebied zorgt altijd vrijwelvoor altijd voorop impact opbeleidstermeerdere De transformatie vanvan een gebied zorgt vrijwel impact meerdere beleidsterreinen. Wanneer verschillende ambities en vraagstukken tegelijk een rolkunnen spelen, we kunnen wealleen ze niet reinen. Wanneer verschillende ambities en vraagstukken tegelijk een rol spelen, ze niet sectoraal benaderen. De nagestreefde ambities kunnenkunnen immersimmers met elkaar onwenselijk of onbe-of alleen sectoraal benaderen. De nagestreefde ambities metstrijdig, elkaar strijdig, onwenselijk taalbaar zijn. Door op eenopintegrale maniermanier naar denaar ontwikkeling te kijkentekunnen belangen van verschilonbetaalbaar zijn. Door een integrale de ontwikkeling kijken de kunnen de belangen van lende beleidsterreinen worden meegenomen en afgewogen. Een integrale beoordeling voorkomt dat we verschillende beleidsterreinen worden meegenomen en afgewogen. Een integrale beoordeling voorkomt dat we maatschappelijke ambitiesstapelen stapelenzonder zondernaar naar gevolgen daarvan kijken. kunnen door middel maatschappelijke ambities dede gevolgen daarvan te te kijken.
WeWe kunnen er er door middel van van een integrale afweging voor zorgen dat we al vroegtijdig bespreken wat maatschappelijk en financieel een integrale afweging voor zorgen dat we al vroegtijdig bespreken wat maatschappelijk en financieel haalbaar haalbaar is bij een gebiedsontwikkeling. We gebruiken hiervoor een impact-afwegingsmodel. Daarin geven is bij een gebiedsontwikkeling. We gebruiken hiervoor een impact-afwegingsmodel. Daarin geven we antwoord we antwoord op twee vragen: op twee vragen:
1. Wat is het maatschappelijk enen het financieel 1. Wat is het maatschappelijk het financieelresultaat resultaatvan vandeze dezegebiedsontwikkeling gebiedsontwikkelingvoor voorde de gemeente? gemeente? 2. Is deze gebiedsontwikkeling gezien het integraal resultaat een gewenste ontwikkeling voor 2. Is deze gebiedsontwikkeling gezien het integraal resultaat een gewenste ontwikkelingdevoor de gemeente?
gemeente?
Zoals wehebben hebbengezien, gezien,kunnen kunnenwe wedeze deze vragen meerdere stadia ontwikkelproces beantwoorden Zoals we vragen in in meerdere stadia vanvan hethet ontwikkelproces beantwoorden (zie (zie 2.4). 2.4).
impact-afwegingsmodel geeft steeds steeds inzicht inzichtininhet het mogelijke integrale resultaat ruimtelijke Het impact-afwegingsmodel mogelijke integrale resultaat vanvan eeneen ruimtelijke ontwikkeling door het maatschappelijk en financieel rendement ervan in beeld te brengen. Op basis daarontwikkeling maatschappelijk en financieel rendement ervan in beeld te brengen. Op basis daarvan van kunnen we bepalen dan bepalen het gewenste een gewenste ontwikkeling kunnen we dan of hetofeen ontwikkeling is. is.
Maatschappelijk rendement
Financieel rendement
12 Figuur 3: basis impact-afwegingsmodel
3.1 Maatschappelijk rendement
3.1 grondbeleid Maatschappelijk Het richt zichrendement op de maatschappelijke thema’s waaraan Lelystad de komende jaren in de gebiedsontwikkelingen kwaliteit wil maatschappelijke toevoegen. Welke thema’s ambities waaraan we als gemeente staat injaren OmgeHet grondbeleid richt zich op de Lelystad hebben, de komende in de vingsvisie Lelystad 2040, Woonvisie 2021-2030 en uitvoeringsprogramma Lelystad Next Level. Voor klimaatgebiedsontwikkelingen kwaliteit wil toevoegen. Welke ambities we als gemeente hebben, staat in adaptatie stelde Lelystad Lelystad 2040, de Lokale Adaptiestrategie (LAS) op. Lelystad Voor het Next ontwikkelen van Omgevingsvisie Woonvisie 2021-2030Klimaatadaptiviteit en uitvoeringsprogramma Level. Voor een duurzame woningvoorraad tekende Lelystad het ‘Convenant Toekomstbestendig Bouwen MRA’ op. Het klimaatadaptatie stelde Lelystad de Lokale Adaptiestrategie Klimaatadaptiviteit (LAS) op. Voor het ontwikkelen instrument dat we in deze nota hanteren om het maatschappelijk rendement te meten toetst dus aan dit van een duurzame woningvoorraad tekende Lelystad het 'Convenant Toekomstbestendig Bouwen MRA' op. Het gemeentelijk beleid. instrument dat we in deze nota hanteren om het maatschappelijk rendement te meten toetst dus aan dit gemeentelijk beleid. Het maatschappelijk rendement van een gebiedsontwikkeling is het totaal aan mogelijke maatschappelijke
effecten die veroorzaakt worden door ontwikkeling. We totaal nemenaan daarvoor de huidige situatie als Het maatschappelijk rendement van een een ruimtelijke gebiedsontwikkeling is het mogelijke maatschappelijke startpunt en maken een inschatting van de veranderingen ten opzichte van dat startpunt. Dit kunnen maateffecten die veroorzaakt worden door een ruimtelijke ontwikkeling. We nemen daarvoor de huidige situatie als schappelijke effecten zijn voor de hele gemeente of voor afzonderlijke gebieden, wijken of dorpen.
startpunt en maken een inschatting van de veranderingen ten opzichte van dat startpunt. Dit kunnen maatschappelijke2 effecten zijn voor de hele gemeente of voor afzonderlijke gebieden, wijken of dorpen.
Uit de aanleiding om tot een gebiedsontwikkeling te komen worden randvoorwaarden, wensen en vragen afgeleid, waarmee2 we ontwerpen of die we meegeven de partijen die inwensen een gebied willen omnieuwe tot eenplannen gebiedsontwikkeling te komen wordenaan randvoorwaarden, en vragen Uit de aanleiding gaan ontwikkelen. Op deze manier is voor iedereen duidelijk op welke maatschappelijke waarden de gemeenafgeleid, waarmee we nieuwe plannen ontwerpen of die we meegeven aan de partijen die in een gebied willen te zich richt en waarom deze thema’s in een bepaald gebied van belang zijn3.
gaan ontwikkelen. Op deze manier is voor iedereen duidelijk op welke maatschappelijke waarden de gemeente van belang zijn3 . 2zich richt en waarom deze thema’s in een bepaald gebied 3 De aanleidingen zijn in 2.3 stap 1 aan de orde geweest
De integrale afweging 2
Zie 2.3 stap 2
13
3.1.1 De maatschappelijke thema’s in het grondbeleid. 3.1.1 De De maatschappelijke maatschappelijke thema’s thema’s in in het het grondbeleid. grondbeleid. 3.1.1 3.1.1 De maatschappelijke thema’s onderscheid in het grondbeleid. We maken in het concept grondbeleid tussen de volgende maatschappelijke thema’s waarop we via
We maken inhet het conceptgrondbeleid grondbeleid onderscheid tussende devolgende volgendemaatschappelijke maatschappelijkethema’s thema’swaarop waaropwe wevia via 3.1.1 De maatschappelijke thema’s in het grondbeleid. We in onderscheid tussen Wemaken maken in het conceptimpact grondbeleid onderscheid tussen dethema’s volgendezijn maatschappelijke thema’s waarop gebiedsontwikkelingen willen realiseren. Deze gebaseerd op zeven opgaven van de gebiedsontwikkelingen impact willen realiseren. Deze thema’s zijn gebaseerdop op zeven opgaven van de de We maken in het conceptimpact grondbeleid onderscheid tussen de volgende thema’s waarop we via van we via gebiedsontwikkelingen impact willen realiseren. Deze thema’smaatschappelijke zijn gebaseerd zeven opgaven gebiedsontwikkelingen willen realiseren. Deze thema’s zijn gebaseerd op zeven opgaven Strategische Agenda uit de samenwerking Lelystad Next Level. Verder is het overkoepelend thema Strategische Agenda uit de de samenwerking Lelystad NextLevel. Level. Verder het opgaven overkoepelend thema gebiedsontwikkelingen impact realiseren. Lelystad Deze thema’s zijn gebaseerd opisisoverkoepelend zeven van de thema van de Strategische Agenda uit willen de samenwerking Lelystad Next Verder is het thema Strategische Agenda uit samenwerking Next Level.
Verder het overkoepelend “Duurzaamheid” toegevoegd, vanwege de impact van de klimaatadaptatie en energietransitie in onze Strategische Agenda uit de vanwege samenwerking Level. Verder is het overkoepelend “Duurzaamheid” toegevoegd, de impact van deNext klimaatadaptatie en energietransitie in onze thema ge- in onze “Duurzaamheid” toegevoegd, vanwege deLelystad impact van de de klimaatadaptatie klimaatadaptatie en energietransitie energietransitie “Duurzaamheid” toegevoegd, vanwege de impact van en in onze gebiedsontwikkelingen. biedsontwikkelingen. “Duurzaamheid” toegevoegd, vanwege de impact van de klimaatadaptatie en energietransitie in onze gebiedsontwikkelingen. gebiedsontwikkelingen. De thema’s die we een plek geven in het grondbeleid hebben een dynamisch karakter. Dat houdt in dat we gebiedsontwikkelingen. 7
7 7 Maatschappelijke 7 Maatschappelijke Maatschappelijke opgaven Maatschappelijke opgaven opgaven Doorsnijdend opgaven Doorsnijdend Doorsnijdend thema Doorsnijdend thema thema thema
Wonen Wonen Wonen Wonen
Natuur Natuur Natuur Natuur
Stedelijke Stedelijke Economie Onderwijs Bereikbaarheid Voorzieningen Duurzaamheid Stedelijke Economie Onderwijs Bereikbaarheid Voorzieningen Duurzaamheid vernieuwing Stedelijke Economie Onderwijs Onderwijs Bereikbaarheid Voorzieningen Duurzaamheid vernieuwing Economie Bereikbaarheid Voorzieningen Duurzaamheid vernieuwing vernieuwing
Figuur 4: de maatschappelijke thema’s in het grondbeleid Figuur 4: de maatschappelijke maatschappelijke thema’s in het het grondbeleid Figuur de maatschappelijke thema’s in het grondbeleid Figuur 4: de maatschappelijke thema’s in het grondbeleid Figuur 4: de thema’s in grondbeleid De thema’s die we een plek geven in het grondbeleid hebben een dynamisch karakter. Dat houdt in dat we ze De thema’s die we een plek geven in het grondbeleid hebben een dynamisch dynamisch karakter. Datin houdt in ze dat we we ze ze Dethema’s thema’s die we een plek geven in in hethet grondbeleid hebben een een dynamisch karakter. Dat houdt dat we De we een plek geven grondbeleid hebben karakter. Dat houdt in dat jaarlijks evalueren via de paragraaf grondbeleid in de begroting en de jaarrekening. We passen de thema’s aan jaarlijks evalueren viade deparagraaf paragraaf grondbeleid ininbegroting de begroting en dejaarrekening. jaarrekening. Wepassen passen de thema’s aan jaarlijks evalueren via grondbeleid in de en deen We passen de thema’s aan ze jaarlijks evalueren via de paragraaf grondbeleid debegroting begroting de We dede thejaarlijks evalueren via de paragraaf grondbeleid in de njaarrekening. de jaarrekening. We passen thema’s aan als blijkt dat de visie van de gemeente wijzigt en/of beleidsmatige speerpunten veranderen.
ma’s aandat alsde blijkt dat dedede visie van de wijzigt gemeente wijzigt en/of beleidsmatige speerpunten veranderen. als blijkt dat de visie van gemeente wijzigt en/of beleidsmatige speerpunten veranderen. als blijkt visie van gemeente en/of beleidsmatige speerpunten veranderen. als blijkt dat de visie van de gemeente wijzigt en/of beleidsmatige speerpunten veranderen. Hieronder volgt een korte toelichting op de maatschappelijke thema’s. Voor een nadere uitleg wat word Hieronder volgt een korte toelichting opde demaatschappelijke maatschappelijke thema’s. Voor een nadere uitleg wordt Hieronder volgteen eenkorte korte toelichting op de maatschappelijke thema’s. Voor eenuitleg nadere uitleg wat wordt word Hieronder volgt volgt toelichting op thema’s. Voor een nadere watwat wordt Hieronder een korte toelichting op de maatschappelijke thema’s.
Voor een nadere uitleg wat bedoeld met de programma’s en thema’s, welke doelen we hebben en hoe we die doelen willen bereiken bedoeld met de programma’s enen thema’s, welke doelen wehebben hebben hoe die doelen willen bereiken en thema’s, welke doelen we enen hoe wewe die doelen willen bereiken bedoeld metde deprogramma’s programma’s thema’s, welke doelen we hebben hebben en hoe we die doelen willen bereiken bereiken bedoeld met de programma’s en thema’s, welke doelen we en hoe we die doelen willen verwijzen we naar het uitvoeringsprogramma Lelystad Next Level, Woonvisie 2021-2030 en de Omgevingsvisie verwijzen we naar het uitvoeringsprogramma Lelystad Next Level, Woonvisie 2021-2030 en de Omgevingsvisie Lelystad NextNext Level, Woonvisie de Omgevingsvisie verwijzen we we naar het uitvoeringsprogramma Lelystad Level, Woonvisie 2021-2030 en de Omgevingsvisie verwijzen Lelystad 2040. 2040.naar het uitvoeringsprogramma Lelystad Next Level, Woonvisie 2021-2030 en de Omgevingsvisie Lelystad 2040. Lelystad Lelystad 2040. 2040.
Lelystad Wonen bijdragen leiden een netto groei van het aantal woningen, eengroei groei van Wonen De bijdragen die leiden tot een netto groei van het aantal woningen, een groei van De De bijdragen diedie leiden tottot een netto groei van het aantal woningen, een van Wonen Wonen De bijdragen die leiden tot een netto groei van het aantal woningen, een groei van van Wonen De bijdragen die leiden tot een netto groei van het aantal woningen, een groei aantal Lelystedelingen, de versterking van bestaande woonwijken en de hethet aantal Lelystedelingen, de versterking van bestaande woonwijken en de verhet aantal Lelystedelingen, de versterking van bestaande woonwijken en de het aantal aantal Lelystedelingen, Lelystedelingen, de versterking versterking van bestaande bestaande woonwijken en de de het de van woonwijken en verwezenlijking vanvan meer aantrekkelijke woonwijken. Lelystad heeft een sterke wezenlijking van meer aantrekkelijke woonwijken. Lelystad heeftLelystad een sterke groeiverwezenlijking meer aantrekkelijke woonwijken. heeft een sterke verwezenlijking van meer aantrekkelijke woonwijken. Lelystad heeft een sterke sterke groeiambitie. OmOm hieraan te wil voldoen wildiverse de stad diverse woonproducten bouwen verwezenlijking van meer aantrekkelijke woonwijken. Lelystad een ambitie. Om hieraan te voldoen de stad woonproducten bouwenheeft voor alle groeiambitie.
hieraan te voldoen wil de stad diverse woonproducten bouwen groeiambitie. Om hieraan te voldoen voldoen wil de de stad stad diverse woonproducten bouwen voor alle waarbij doelgroepen, waarbij betaalbaarheid en diverse doorstroming belangrijke doelgroepen, betaalbaarheid en doorstroming belangrijke speerpunten zijn. groeiambitie. Om hieraan te wil woonproducten bouwen voor alle doelgroepen, waarbij betaalbaarheid en doorstroming belangrijke voor zijn alleaantrekkelijke doelgroepen, waarbij betaalbaarheid en doorstroming belangrijke speerpunten zijn. Daarnaastwoonwijken zijn aantrekkelijke woonwijken belangrijk. Daarbij staan Daarnaast belangrijk. Daarbijen staan het verbeteren voor alle doelgroepen, waarbij betaalbaarheid doorstroming belangrijke speerpunten zijn. Daarnaast zijn aantrekkelijke woonwijken belangrijk. Daarbij staan 13 speerpunten zijn. Daarnaast zijn aantrekkelijke woonwijken belangrijk. Daarbij staan verbeteren van woningkwaliteit, groene urbanisatie en leefbaarheid centraal. vanhet woningkwaliteit, groene urbanisatie en leefbaarheid centraal. speerpunten zijn. Daarnaast zijn aantrekkelijke woonwijken belangrijk. Daarbij staan het verbeteren van woningkwaliteit, groene urbanisatie en leefbaarheid centraal. het verbeteren van woningkwaliteit, woningkwaliteit, groene urbanisatie urbanisatie enmet leefbaarheid centraal.
Natuur De bijdragen die leiden tot Lelystad als aantrekkelijke kuststad aantrekkelijke het verbeteren van groene en leefbaarheid centraal. Natuur De bijdragen die leiden tot Lelystad als aantrekkelijke kuststad met aantrekkelijke waar natuur wonen samenkomen met aantrekkelijke meer De woonlandschappen bijdragen die leiden tot Lelystad als en aantrekkelijke kuststad meten aantrekkelijke Natuur De bijdragen bijdragen die leiden leiden tot Lelystad als aantrekkelijke kuststad met Natuur Natuur De die tot Lelystad als aantrekkelijke kuststad met aantrekkelijke woonlandschappen waar natuur en wonen samenkomen en met toegankelijke natuur. Groen in en rond de stad is een belangrijke kwaliteit van meer woonlandschappen waar natuur wonen samenkomen met meer toegankelijwoonlandschappen waar ennatuur natuur en wonen wonen en samenkomen en met met meer woonlandschappen waar en samenkomen en meer toegankelijke natuur. Groen in en rond de stad is een belangrijke kwaliteit van Lelystad. Om dit vast te houden zijn het behoud van het authentieke karakter van ke natuur. Groen in en rond de stad is een belangrijke kwaliteit van Lelystad. Om dit toegankelijke natuur. natuur. Groen Groen in in en en rond rond de de stad stad isis een een belangrijke belangrijke kwaliteit kwaliteit van van toegankelijke Lelystad.
Om dit vast te houden zijn het behoud van het authentieke karakter van woonmilieus en het “natuur-inclusief-ontwikkelen” leidend. In basis geldt het vastgroene te houden zijn het behoud van het authentieke karakter van groene woonmilieus Lelystad. Om Om dit dit vast vast te te houden houden zijn zijn het het behoud behoud van van het het authentieke authentieke karakter karakter van van Lelystad. uitgangspunten ‘groen, tenzij..’. Om leidend. het groene DNA verder uit uitgangspunten teleidend. dragen zetten wijgeldt het groene woonmilieus en het “natuur-inclusief-ontwikkelen” In basis en het “natuur-inclusief-ontwikkelen” In basis geldt het groene woonmilieus en het “natuur-inclusief-ontwikkelen” leidend. In basis geldt het en het leidend. In basis geldt het ingroene op dewoonmilieus connectie met de“natuur-inclusief-ontwikkelen” Oostervaardersplassen, het Markermeer en de ‘groen, tenzij..’. Om het groene DNA verder uit tegroene dragenDNA zetten wij inuit op te de dragen connecuitgangspunten ‘groen, tenzij..’. Om het verder zetten wij uitgangspunten ‘groen, tenzij..’. Om Om hetbij groene DNA verder uit te dragen dragen zetten zetten wij wij uitgangspunten ‘groen, tenzij..’. het groene DNA verder uit te Markerwadden. Nieuwe woonwijken dienen te dragen aan groene verstedelijking. tie met de Oostervaardersplassen, het Markermeer en de Markerwadden.
Nieuwe in op de connectie met de Oostervaardersplassen, het Markermeer en de inbijdragen op dienen de die connectie met degroene Oostervaardersplassen, het Markermeer Markermeer en de de Economie De leiden totmet de groei van werkgelegenheid nieuwe bedrijvigheid in op de connectie de Oostervaardersplassen, het en woonwijken bij te dragen aan verstedelijking Markerwadden. Nieuwe woonwijken dienen bij te dragen aan groene verstedelijking. Markerwadden. Nieuwe woonwijken dienenbij bijomdat tedragen dragen aaneen groene verstedelijking. inMarkerwadden. Lelystad. Lelystad heeft een sterke groeiambitie de stad relatief hoge Nieuwe woonwijken dienen te aan groene verstedelijking. Economie De bijdragen die leiden tot de groei van werkgelegenheid en ieuwe bedrijvigheid Economie De bijdragen die leiden tot de groei van werkgelegenheid en nieuwe bedrijvigheid werkloosheid en veel lage inkomens kent. Om de gewenste groei te realiseren wil De bijdragen die leiden tot de groei werkgelegenheid en nieuwenbedrijvigheid Economie Economie De bijdragen die leiden toteen devan groei van werkgelegenheid nieuwe bedrijvigheid in Lelystad. Lelystad heeft sterke groeiambitie omdat de stad een relatief hoge in Lelystad. Lelystad. Lelystad heeft een sterke groeiambitie omdat de stad een elatief hoge Lelystad de aantrekkingskracht voor bedrijvigheid vergroten. doet zijeen door het hoge in Lelystad.
Lelystad heeft een sterke groeiambitie omdat deomdat stadDit een relatief hoge in Lelystad heeft een sterke groeiambitie de stad relatief werkloosheid en veel lage inkomens kent. Om de gewenste groei te realiseren wil werkloosheid en veel lage inkomens kent. Om de gewenste groei te realiseren wil inzetten op een circulaire economie en technologische innovatie. Daarnaast wil werkloosheid en veel lage inkomens kent. Omkent. de gewenste groei te realiseren wilrealiseren Lelywerkloosheid en veel lage inkomens Om de gewenste groei te wil Lelystad de aantrekkingskracht voor bedrijvigheid vergroten. Dit doet zij door het algemene economische status van inwoners Lelystad Hetdoor het stadLelystad de aantrekkingskracht voor bedrijvigheid vergroten. Ditvan doet zij doorverhogen. hetdoet inzetten Lelystad de aantrekkingskracht voor bedrijvigheid bedrijvigheid vergroten. Dit zij Lelystad de aantrekkingskracht voor vergroten. Dit doet zij door het inzetten op een circulaire economie en technologische innovatie. Daarnaast wil doel is een op hoger gemiddeld besteedbaar inkomen en meer hoogopgeleiden in de op een circulaire economie en technologische innovatie. Daarnaast wil Lelystad de inzetten een circulaire economie en technologische innovatie. Daarnaast wil inzetten op een circulaire economie en technologische innovatie.
Daarnaast wil Lelystad de algemene economische status van inwoners van Lelystad verhogen. Het stad. algemene economische status van inwoners van Lelystad verhogen. Het doel is een Lelystad de de algemene algemene economische economische status status van van inwoners inwoners van van Lelystad Lelystad verhogen. verhogen. Het Het Lelystad doel is een hoger gemiddeld besteedbaar inkomen en meer hoogopgeleiden in de Onderwijs De bijdragen die leiden tot sociaaleconomische structuurversterking, verbetering in hoger gemiddeld besteedbaar inkomen en meer hoogopgeleiden in de stad. doel isis een een hoger hoger gemiddeld gemiddeld besteedbaar besteedbaar inkomen inkomen en en meer meer hoogopgeleiden hoogopgeleiden in in de de doel stad. opleidingsniveau en kwalitatief goed onderwijs. Lelystad kent een relatief laag stad. stad. opleidingsniveau, en hogetot werkloosheid en veel lagestructuurversterking, inkomens. Om de stad op een Onderwijs De bijdragen die leiden sociaaleconomische verbetering in Onderwijs Debijdragen bijdragendie dieleiden leidentot totsociaaleconomische sociaaleconomischestructuurversterking, structuurversterking,verbetering verbeteringin in Onderwijs De gemiddeld sociaaleconomisch niveau te brengen is onderwijs een belangrijk middel. opleidingsniveau en kwalitatief goed onderwijs. Lelystad kent een relatief laag opleidingsniveau en kwalitatief goed onderwijs.
Lelystad kent een relatief laag De integrale afweging opleidingsniveau en kwalitatief goed onderwijs. Lelystad kent Om een relatief Lelystad wil meer kwalitatief goed en onderscheidend onderwijs. Daarom willen we14oplaag opleidingsniveau, een hoge werkloosheid en veel lage inkomens. de stad een opleidingsniveau, een hoge werkloosheid en veel lage inkomens. Om de stad op een een het MBO versterken en het aanbod van het HBO/WO vergroten. opleidingsniveau, een hoge werkloosheid en veel lage inkomens. Om de stad op gemiddeld sociaaleconomisch niveau te brengen is onderwijs een belangrijk middel.
De bijdragenLelystad die leiden tot een de groei van werkgelegenheid in Lelystad. heeft sterke groeiambitie omdat en de nieuwe stad eenbedrijvigheid relatief hoge in Lelystad. Lelystad heeft een sterke groeiambitie omdat de stad een relatief hoge werkloosheid en veel lage inkomens kent. Om de gewenste groei te realiseren wil werkloosheid en veel lage inkomens kent. Om de gewenste groei te realiseren wil Lelystad de aantrekkingskracht voor bedrijvigheid vergroten. Dit doet zij door het Lelystad voor bedrijvigheid vergroten. Dit doetDaarnaast zij door het inzetten de opaantrekkingskracht een circulaire economie en technologische innovatie. wil inzetten op een circulaire economie en technologische innovatie. Daarnaast wil Lelystad de algemene economische status van inwoners van Lelystad verhogen. Het Lelystad de algemene economische status van inwoners van Lelystad verhogen.inHet doel is een hoger gemiddeld besteedbaar inkomen en meer hoogopgeleiden de doel is een hoger gemiddeld besteedbaar inkomen en meer hoogopgeleiden in de stad. stad. Onderwijs De bijdragen die leiden tot sociaaleconomische structuurversterking, verbetering in De bijdragen die leiden tot sociaaleconomische structuurversterking, verbetering Onderwijs Onderwijs De bijdragen die leiden tot sociaaleconomische structuurversterking, verbetering in in opleidingsniveau en kwalitatief goedgoed onderwijs.
Lelystad kent een relatief opleidingsniveau en kwalitatief onderwijs. Lelystad kent een laag relatief laag opleidingsniveau en goed onderwijs. Lelystad eenop relatief opleidingsniveau, een hoge werkloosheid en veel lage inkomens. Omkent de stad een opleidingsniveau, eenkwalitatief hoge werkloosheid en veel lage inkomens. Om de stad oplaag een opleidingsniveau, een hoge werkloosheid en veel lage inkomens. Om de stad op een gemiddeld sociaaleconomisch niveau te brengen is onderwijs een belangrijk middel. gemiddeld sociaaleconomisch niveau te brengen is onderwijs een belangrijk middel. Lelystad wil meer kwalitatief goed en onderscheidend Daarom willen wewillen gemiddeld iveau brengenonderwijs. is onderwijs een belangrijk middel. Lelystad wilsociaaleconomisch meer kwalitatief goed ente onderscheidend onderwijs. Daarom we het MBO versterken en het aanbod van het HBO/WO vergroten Lelystad wil meer kwalitatief goed en onderscheidend onderwijs. Daarom willen we het MBO versterken en het aanbod van het HBO/WO vergroten. het versterken en hettot aanbod van het HBO/WO vergroten. Bereikbaarheid De MBO bijdragen die leiden aantrekkelijke verbindingen tussen stad, natuur en De bijdragen die leiden tot aantrekkelijke verbindingen tussen stad, natuur en natuur en Bereikbaarheid Bereikbaarheid De bijdragen die leiden tot aantrekkelijke verbindingen tussen stad, hoofd-verbindingswegen.
Lelystad wil een bereikbare stad zijn, die aantrekkelijk is hoofd-verbindingswegen. Lelystad wil een bereikbare stad zijn, die zijn, aantrekkelijk is hoofd-verbindingswegen. Lelystad wil een bereikbare stad die aantrekkelijk is forenzen. de verbindingen als demet relatie met de voor voor forenzen. ZowelZowel de verbindingen binnenbinnen LelystadLelystad als de relatie de MRA zijnMRA zijn voor forenzen. Zowel de verbindingen binnen Lelystad als de relatie met de MRA zijn belangrijk. het versterken van verbindingen lokale verbindingen en de verbindingen belangrijk. Voor Voor het versterken van lokale en de verbindingen tussen tussen belangrijk. Voor het versterken van lokale verbindingen en de verbindingen natuur en kust, zet Lelystad in op duurzame mobiliteitssystemen ( zoalstussen lopen, stad,stad, natuur en kust, zet Lelystad in op duurzame mobiliteitssystemen ( zoals lopen, stad, natuur en kust, zet Lelystad in op duurzame mobiliteitssystemen ( zoals lopen, fietsen, rijden met elektrische auto’s en gebruik van het openbaar vervoer) conform fietsen, rijdenrijden met elektrische auto’sauto’s en gebruik van hetvan openbaar vervoer)vervoer) conformconform fietsen, met elektrische en gebruik het openbaar het 'Convenant Toekomstbestendig Bouwen MRA'. Hoge verbindingsdichtheden het ‘Convenant Toekomstbestendig Bouwen MRA’.
Hoge verbindingsdichtheden het 'Convenant Toekomstbestendig Bouwen MRA'. Hoge verbindingsdichtheden gepaard metgoede een goede OV-ontsluiting. het versteken van de gaangaan gepaard met een OV-ontsluiting. Voor hetVoor versteken van de relatie metrelatie met gaan gepaard met een goede OV-ontsluiting. Voor het versteken van de relatie met Guido Mertens Advies | Stad en Ontwikkeling de MRA Lelystad aansluiting op de SAAL-verbinding. projecten/wijken de MRA zoektzoekt Lelystad aansluiting op de SAAL-verbinding. NieuweNieuwe projecten/wijken Guido Mertens Advies enzoekt Ontwikkeling de| Stad MRA Lelystad aansluiting op de SAAL-verbinding. Nieuwe projecten/wijken dienen goed goed ontsloten te zijn door aantrekkelijke verbindingen met de bestaande dienen ontsloten te zijn door aantrekkelijke verbindingen met de bestaande 06 – 1185 0983 | info@guidomertens.nl | www.guidomertens.nl dienen goed ontsloten te zijn door aantrekkelijke verbindingen met de bestaande stad stad en deen hoofd-verbindingswegen. 06 – 1185 0983 | info@guidomertens.nl | www.guidomertens.nl de hoofd-verbindingswegen. stad en de hoofd-verbindingswegen.