BL 1. Motivering bopa ICL
Tekst van het document
In de weging van het waterbelang geeft de initiatiefnemer aan welke afwegingen in het plan ten aanzien van water zijn gemaakt. Het is een toelichting op het doorlopen proces en maakt de besluitvorming ten aanzien van water transparant. In geval van locatiekeuzes en bij herinrichting van bestaand bebouwd gebied geeft de initiatiefnemer aan welke rol de waterhuishoudkundige aspecten hebben gespeeld bij de besluitvorming. De weging van het waterbelang grijpt zichtbaar terug op de afsprakennotitie en het wateradvies. Nationaal Water Programma 2022-2027 Het Nationaal Water Programma 2022–2027 is de opvolger van het Nationaal Waterplan 2016-2021 en het Beheer- en Ontwikkelplan voor de Rijkswateren 2016- 2021. Met de samenvoeging van deze twee plannen wordt geanticipeerd op de Omgevingswet waarin het programma als een van de instrumenten is opgenomen. Het Nationaal Water Programma bevat: • Een uitwerking van het te voeren beleid (inclusief het nationale ruimtelijke en ecologische beleid) voor de ontwikkeling het gebruik het beheer en de bescherming of het behoud van water; • Maatregelen vanwege nationale belangen en om wateropgaven te bereiken en daaraan te blijven voldoen. ,
,
,
Nationaal Bestuursakkoord Water Met het NBW-Actueel (2008) onderstrepen het Rijk het Interprovinciaal Overleg de Unie van Waterschappen en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten de gezamenlijke opgave om het watersysteem op zo kort mogelijke termijn en tegen de laagste maatschappelijke kosten op orde te brengen en te houden. Samenwerken is de rode draad van het geactualiseerde Nationaal Bestuursakkoord. Een actualisatie van het Nationaal Bestuursakkoord Water (NBW) uit 2003 komt voort uit de invoering van de Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) de noodzaak tot de aanscherping van een aantal begrippen en het beschikbaar komen van nieuwe klimaatscenario's. ,
,
,
Kaderrichtlijn Water (KRW) Door de Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) heeft Nederland een resultaatsverplichting voor het bereiken van de gewenste waterkwaliteit en ecologie van grond- en oppervlaktewatersystemen. Voor grote wateren of watersystemen de zogenaamde KRW-waterlichamen zijn hiertoe doelen opgesteld. De maatregelen om de bindende doelen te bereiken zijn vastgelegd in de stroomgebiedsplannen. Voor de overige wateren geldt minimaal het stand-still principe. Waterbeheerders mogen hiervoor zelf aanvullende doelen opstellen. ,
,
Nationale Omgevingsvisie (NOVI) In de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) wordt perspectief gegeven om grote opgaven aan te pakken ons land samen mooier en sterker te maken en daarbij voort te bouwen op het bestaande landschap en de (historische) steden. Het stuk behandelt een nieuwe aanpak waarin wordt gericht op integrale samenwerking en een zorgvuldige afweging van belangen met ruimte voor klimaatadaptatie en de energietransitie. De nieuwe aanpak krijgt vorm door het geven van toekomstperspectieven de nationale belangen en de daaruit voortkomende opgaven. Voor de opgaven is een prioritering opgesteld van: 1. Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; 2. Duurzaam economisch groeipotentieel; 3. Sterke en gezonde steden en regio’s; 4. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk beleid. ,
,
Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie Het Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie maakt deel uit van het Deltaprogramma. Het Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie moet leiden tot een langjarige en planmatige aanpak van het beperken van de gevolgen van overstromingen wateroverlast hittestress en droogte. Het Rijk provincies gemeenten en waterschappen hebben de gezamenlijke ambitie dat in 2050 alle steden en dorpen in Nederland klimaatbestendig en waterrobuust zijn ingericht. Bij hevige neerslag blijven in een klimaatbestendige stad de bedrijven en woningen droog en blijven de hoofdwegen begaanbaar. Ook wordt neerslag benut voor droge en warme periodes zo wordt schade voorkomen.
,
,
,
,
,
Aanvraag buitenplanse omgevingsplanactiviteit projectnummer 0490916. 101 5 januari 2026 revisie 09 Lelystad Zeuslaan 1 B. V.
Kamerbrief 'Water en bodem sturend’ In een brief aan de Tweede Kamer in november 2022 heeft het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat principes en structurerende keuzes geformuleerd over de rol van water en bodem in de ruimtelijke ordening. De brief presenteert principes waarbij water en bodem een leidende rol spelen bij toekomstige besluitvorming. In de brief worden de volgende uitgangspunten gehanteerd die de basis vormen voor structurerende keuzes die in de brief worden gemaakt. Niet afwentelen Het principe van ‘niet afwentelen’ zoals benoemd in de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) is op verschillende manieren van toepassing: • Niet afwentelen op toekomstige generaties; • Niet afwentelen naar andere gebieden of functies; • Niet afwentelen van privaat naar publiek. ,
,
Meer rekening houden met extremen De klimaatscenario’s en concrete incidenten als gevolg van hevige regenval én hitte en droogte geven op dit moment geen aanleiding tot optimisme. Daarom is het belangrijk om in ons beleid en onze aanpak veel meer dan nu rekening te houden met extremen. Worstcasescenario’s zijn door het veranderende klimaat veel vanzelfsprekender geworden en maken het noodzakelijk ons daar nog beter op voor te bereiden. In samenhang omgaan met wateroverlast droogte en de bodem Omgaan met wateroverlast en droogte vraagt een samenhangende aanpak. Nederland moet van een vergiet weer een spons worden. Dit biedt ook kansen voor de kwaliteit van water en bodem. Al in het begin van deze eeuw hebben Rijk en decentrale overheden daarom het uitgangspunt vasthouden-bergen-afvoeren vastgelegd in een overeenkomst. Dit bereiken we door een vitale bodem te bewerkstelligen die als een spons het water opneemt maar ook door het realiseren van voldoende bufferen afvoercapaciteit. Daarbij streven we naar een veerkrachtig ecosysteem dat beter opgewassen is tegen de extra verstoringen door klimaatverandering. ,
,
,
,
Meerlaagsveiligheid Om de risico’s van overstroming in de toekomst te beperken vraagt het Rijk aan haar medeoverheden meer aandacht voor meerlaagsveiligheid. Aandacht voor waterveiligheid betekent meer dan preventief dijken en keringen aanleggen versterken. Conform het eerste advies van de Beleidstafel wateroverlast en hoogwater passen we het principe van meerlaagsveiligheid niet alleen toe op het hoofdwatersysteem maar ook op het regionaal watersysteem. ,
Minder afdekken minder vergraven niet verontreinigen Als we verstandiger omgaan met de bodem kunnen we de natuurlijke kracht van de bodem benutten. Verstandiger omgaan met onze bodem betekent onder meer dat we de bodem minder afdekken niet onnodig afgraven (en grond elders dumpen) en niet verontreinigen. ,
,
,
,
Integrale aanpak in de leefomgeving De water- en bodemopgaven staan niet op zichzelf. Ze hangen samen met elkaar maar ook met andere opgaven in de leefomgeving. Zo kunnen doelen voor klimaatadaptatie waterkwaliteit en bodem niet los gezien worden van verstedelijking woningbouw landbouw en energievoorziening. Een integrale aanpak met alle opgaven in de fysieke leefomgeving is dan ook noodzakelijk waarbij het water- en bodemsysteem sturend is. ,
,
,
,
,
Comply or explain Veel van de structurerende keuzes hebben het karakter van: ‘pas toe of leg uit’. Benadrukt wordt dat voor bepaalde doelen onontkoombare en juridisch afdwingbare maatregelen nodig zijn. Wanneer wordt afgeweken geldt dat dit expliciet uitlegbaar en toetsbaar moet zijn en dat doelen nog steeds wel gehaald worden. Het principe ‘comply or explain’ geldt voor alle partijen waaronder ook het Rijk. Structurerende keuzes Aan de hand van de bovenstaande principes zijn structurerende keuzes gemaakt. Deze keuzes zijn geclusterd per thema of gebied. Als thema’s en gebieden zijn daarbij onderscheidden: Water en bodem;
Aanvraag buitenplanse omgevingsplanactiviteit projectnummer 0490916. 101 5 januari 2026 revisie 09 Lelystad Zeuslaan 1 B. V.
Voldoende en schoon (zoet)water; Bodem; vitaal en efficiënt geordend. Bebouwd gebied; Gebieden; o Laagveengebieden; o Verziltende kustgebieden; o Hoge zandgronden. o o
-
Beleid provincie Flevoland Regionaal Waterprogramma Provincie Flevoland Het Regionaal Waterprogramma (RWP) bevat de ambities en doelen voor het waterbeheer een duurzaam en veerkrachtig watersysteem met een goede waterkwaliteit binnen de Provincie Flevoland. De provincie vindt het belangrijk dat: 1. Het watersysteem op orde blijft. Flevoland heeft een relatief goede uitgangspositie als het gaat om schoon water voldoende waterbeschikbaarheid en veilige dijken. 2. Het watersysteem kan bijdragen aan realisatie van andere functies/opgaven. Soms stelt het watersysteem ook grenzen aan bepaalde ontwikkelingen. ,
,
Omgevingsvisie FlevolandStraks De Omgevingsvisie FlevolandStraks bevat de ambities van trends en ontwikkelingen met hun kernopgaven geformuleerd. De ambities geven richting aan al het provinciale beleid en de uitvoering daarvan. Deze ambities zijn: • Circulaire Economie; • Duurzame Energie; Regionale Kracht; • • Landbouw Meerdere Smaken; • Krachtige Samenleving; • Het Verhaal van Flevoland; • Ruimte voor Initiatief. ,
Omgevingsverordening provincie Flevoland 2024 Door het intreden van de Omgevingswet per 1 januari 2024 zijn alle Nederlandse provincies verplicht een provinciale Omgevingsverordening op te stellen. De Omgevingsverordening is een integrale verordening met regels voor de gehele fysieke leefomgeving. Dit omvat in ieder geval bouwwerken infrastructuur watersystemen water bodem lucht landschappen natuur cultureel erfgoed werelderfgoed en activiteiten die gevolgen hebben of kunnen hebben voor de fysieke leefomgeving. ,
,
,
,
,
,
,
,
Beleid waterschap Zuiderzeeland Waterbeheerprogramma 2022-2027 Het waterschap heeft het waterbeheerprogramma 2022-2027 opgesteld. Hierin worden de visie en ambities van het waterschap in opgenomen zijn. Het waterschap heeft hierin vier strategische doelen opgenomen. Deze doelen hebben toebehorende tactische doelen. De strategische (getal) en tactische (letter) doelen zijn: 1. Omgeving: a. Duurzaam handelen; b. Boden- en watersysteem laten sturen. 2. Waterveiligheid: a. Beheren en onderhouden; b. Voldoen aan de veiligheidsnormen; c. Maatschappelijke opgaven ondersteunen. 3. Voldoende en gezond water: a. Beheren en onderhouden; b. Voorkomen van wateroverlast en watertekort; c. Waterkwaliteit verbeteren. 4. Schoon en gezond water: a. Beheren en onderhouden; b. Kosten eerlijk verdelen; c. Anticiperen op toekomstige ontwikkelingen;
,
,
Aanvraag buitenplanse omgevingsplanactiviteit projectnummer 0490916. 101 5 januari 2026 revisie 09 Lelystad Zeuslaan 1 B. V.
d.
Circulariteit vergroten en klimaatimpact verkleinen.
Waterschapsverordening Waterschap Zuiderzeeland 2024 De Waterschapsverordening is een verordening met de wettelijke regels die het waterschap hanteert bij de bescherming van oppervlaktewaterlichamen (beken sloten en rivieren) waterkeringen bergingsgebieden grondwater en bijbehorende kunstwerken (gemalen stuwen etc. ). In de Waterschapsverordening wordt specifiek gekeken naar de regelgeving voor verschillende soorten gebieden en activiteiten. ,
,
,
,
,
,
Volgens de verordening kan afvloeiend hemelwater worden geloosd op een oppervlaktewaterlichaam als dit: • niet afkomstig is van een bodembeschermende voorziening; en • geen drainagewater is; en • geen overig afvalwater van een kas is. Daarnaast mag hemelwater afkomstig van rijkswegen en provinciale wegen buiten de bebouwde kom worden geloosd op aangewezen oppervlaktewaterlichamen wanneer lozen op of in de bodem aantoonbaar niet mogelijk blijkt te zijn. Daarnaast mag afvloeiend hemelwater van parkeerterreinen met meer dan 50 parkeerplaatsen en wegen met meer dan 1. 000 vervoerbewegingen per dag worden geloosd in een oppervlaktewaterlichaam indien wordt voldaan aan waterkwaliteitseisen. ,
In de verordening staat dat voor het verwerken van hemelwater de voorkeursvolgorde voor het afvalwater uit de Wet milieubeheer gehanteerd dient te worden. De voorkeursvolgorde luidt: hergebruik het milieu in gebracht en naar een zuivering gebracht. ,
,
Beleidsregel Compensatie toename verharding en versnelde afvoer 2013 De beleidsregel compensatie toename verharding en versnelde afvoer benoemt de benodigde compensatie bij het overschrijden van de in de Waterschapsverordening gestelde toename van verharding (750 m 2 stedelijk en 2. 500 m 2 landelijk). De bestaande compensatienorm luidt als volgt: Tabel 4. 2 Compensatienorm uit Beleidsregel Compensatie toename verharding en versnelde afvoer. Maximaal toelaatbare peilstijging (m)
Bergingsnorm t. a. v. extra verharding
≤08,
6% , 55% 5% , 45% 4%
> 08, – 10, > 10, – 12, > 12, – 14, > 14,
Volgens de beleidsregel geldt de volgende reductie
op
de bergingsnorm bij de aanleg
van
natuurvriendelijke
oevers: • •
05% bij een talud van 1:4; 10% bij een talud van 1:5 of flauwer. , ,
Bij het waterschap wordt momenteel gewerkt aan een actualisatie van de beleidsregel.1 De herziene beleidsregel zal naar verwachting in 2026 worden vastgesteld en in 2027 in werking treden. De herziene norm wordt 102 m 3 per 100 m 2 toename verhard oppervlak. De herberekening is gedaan op basis van de nieuwe KNMI’23 klimaatscenario’s. ,
Het uitgangspunt is dat de compensatie gerealiseerd moet worden in het plangebied. Indien dit om gegronde redenen niet mogelijk is kan (in overleg met het waterschap) naar een alternatieve locatie worden gezocht. Hierbij moet de compensatie binnen hetzelfde peilgebied plaatsvinden of eventueel benedenstrooms. ,
,
Waterkader voor ruimtelijke plannen in Flevoland Het Waterkader geeft richting en houvast voor waterzaken binnen ruimtelijke plannen. Hierin zijn relevante eisen opgesteld voor diverse onderwerpen. Voor het plangebied zijn de volgende onderdelen relevant: 1 Kennisgeving van het voornemen tot algehele herziening van de beleidsregel ‘compensatie toename verharding en versnelde
Waterschap Zuiderzeeland
afvoer’ van
Aanvraag buitenplanse omgevingsplanactiviteit projectnummer 0490916. 101 5 januari 2026 revisie 09 Lelystad Zeuslaan 1 B. V. • • • • • •
Het plangebied ligt niet in een aandachtsgebied voor wateroverlast; Het plangebied ligt niet in een wateraanvoergebied; In het plangebied is sprake van geringe wegzijging van 0 tot 1 mm per dag; Er is geen opbarstrisico bij een ontgraving van 1 m op basis van kaart 9 van het Waterkader; Het plangebied ligt naast KRW-oppervlaktewaterlichaam Vaarten lage afdeling ZOF; Er zijn geen natuurvriendelijke oevers gepland in het plangebied.
Voor de inrichting van het watersysteem moet het Waterkader als handreiking worden gebruikt. Gemeente Lelystad De Gemeente Lelystad heeft geen eigen normen voor watercompensatie opgesteld van het waterschap.
,
maar
sluit aan bij de eisen
Lelystadse Adaptatie Strategie 2023 De Lelystadse Adaptatiestrategie 2023 (LAS) beschrijft de aanpak van de Gemeente Lelystad om volgens het Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie klimaatneutraal te worden per 2050. In de strategie staan 5 leidende principes verwerkt. Dit zijn: 1. Klimaatadaptieve maatregelen en het versterken van biodiversiteit gaan hand in hand. 2. We realiseren onze doelen door samen te werken. 3. We gaan voor maximale effectiviteit. 4. We hanteren een integrale aanpak. 5. We hanteren het principe van comply or explain. In de strategie staat vermeld dat door de kleibodem en het gescheiden riool een mindere stimulans op afkoppelen en infiltreren van water in de bodem ligt. In tijden van droogte is dit volgens de gemeente juist belangrijk. Afkoppelen in nieuwe wijken en op plekken waar het makkelijk kan afvloeien is daarom zeker wenselijk. Daar waar mogelijk dienen wegen oppervlakkig af te stromen zodat de capaciteit van het HWA-stelsel niet de belemmerende factor wordt. ,
Omgevingsplan gemeente Lelystad 2024 De Gemeente Lelystad heeft een omgevingsplan vastgesteld. Het omgevingsplan is de samenvoeging van diverse gemeentelijke beleidsdocumenten waaronder het gemeentelijk rioleringsplan (GRP) en de bestemmingsplannen van de gemeente. In het omgevingsplan staan de specifieke regels voor lozing van hemelwater. Hierbij wordt benoemd dat afvloeiend hemelwater mag worden geloosd op een schoonwaterriool of in de bodem. Lozingen op het vuilwaterriool zijn alleen toegestaan wanneer wordt aangetoond dat infiltreren in de bodem schoonwaterriool en/of oppervlaktewater redelijkerwijs niet mogelijk is. ,
Waterplan Lelystad 2002 (vervallen) De Gemeente Lelystad en het Waterschap Zuiderzeeland hebben in samenspraak met belanghebbenden in het beheergebied een stedelijk waterplan opgesteld. De beide instanties willen komen tot een meer duurzaam functionerend (stedelijk) watersysteem. Om dit te realiseren wordt onder andere aandacht besteed aan de samenhang tussen stadsontwikkeling recreatie natuur ecologie infrastructuur. Hierin komen de volgende aspecten aan de orde: verontreinigde watergangen profiel en onderhoud van de watergangen wateroverlast de ecologische kwaliteit van het water en nieuwe inzichten in het waterbeheer. ,
,
,
,
,
In het waterplan staat onder meer benoemd wat de minimale nieuwbouw zie onderstaande tabel. ,
,
benodigde ontwateringsdiepten
zijn bij
,
Aanvraag buitenplanse omgevingsplanactiviteit projectnummer 0490916. 101 5 januari 2026 revisie 09 Lelystad Zeuslaan 1 B. V.
Tabel 4. 3: Minimale ontwateringsdiepten binnen de gemeente Lelystad (bron: Waterplan Lelystad). Type
Ontwateringsdiepte (m-mv)
Bebouwing kruipruimteloos Bebouwing met kruipruimte Bebouwing met kelder
> 05,
Wegen
> 07,
Groenvoorzieningen
> 07,
Tuinen
> 05,
> 07, n. v. t.
Beoordeling Ten behoeve van het omgevingsaspect water is een onderzoek naar de weging van het waterbelang uitgevoerd. In deze paragraaf wordt ingegaan op de resultaten en conclusie van het onderzoek. Voor het volledige onderzoek wordt verwezen naar bijlage 12. De wateropgave van het Waterschap Zuiderzeeland is 1. 755 m 2 aan nieuw te graven oppervlaktewater bij het hanteren van enkel vastgesteld beleid. Daarnaast wordt er in het planvoornemen ca. 40 m 2 oppervlaktewater overkluisd. Dit oppervlak dient 1:1 door het graven van nieuw oppervlaktewater te worden gecompenseerd. In het ontwerp is rekening gehouden met waterberging. Tussen de bebouwing is op verschillende plaatsen oppervlaktewater ingetekend. Dit oppervlaktewater heeft een totaal oppervlak van 2. 830 m.2 Dit is ruim voldoende om de volledige opgave van 1. 795 m 2 in te gaan vullen. Er is bij het aanleggen van deze hoeveelheid oppervlaktewater sprake van een overschot aan compensatie van 1. 035 m.2 Om het oppervlaktewater te laten gelden als compensatie voor de toename verhard oppervlak moet dit in verbinding te staan met het watersysteem van Waterschap Zuiderzeeland. Deze verbinding wordt gemaakt door verschillende duikers aan te leggen tussen de bestaande watergangen en de nieuwe sloot langs de plangebiedsgrens in het oosten.
De vijvers tussen de bebouwing worden door middel van een HWAleidingsysteem of kleine sloten gaan aangesloten op het watersysteem. Daarnaast dient het functioneren van eventuele lange duikers en het HWA-leidingsysteem te worden doorgerekend. ,
De gemeente heeft in overleg met het waterschap aangegeven dat er wens is om alle waterberging op de terreinen van Van der Valk op elkaar aan te laten sluiten. Onder deze voorzieningen valt de wadi van het hotel de sloot langs de carpoolstrook en een infiltratie en zuiveringsbed naast de Larservaart. De verbinding kan plaatsvinden in de vorm van en duiker of via open water.
,
In het plangebied is bij een bui van 70 mm in 2 uur sprake van wateroverlast in het plangebied. In de kamerbrief Water en Bodem sturend is opgenomen dat het niet raadzaam is om te bouwen in gebieden die lager gelegen zijn dan de naastgelegen omgeving dit is wél het geval bij het plangebied. Volgens de kaart uit de Klimaateffectatlas is sprake van wateroverlast in het plangebied. Dit is hemelwater wat niet enkel afkomstig valt op het plangebied zelf maar ook dat wat vanuit de naastgelegen omgeving afwatert op het gebied. Door het plangebied te ontwikkelen wordt dit overige hemelwater geheel of gedeeltelijk afgewenteld op de omgeving. Dit is volgens de kamerbrief niet wenselijk. Wanneer niet de gehele hoeveelheid wordt afgewenteld op de omgeving blijft in het plangebied nog steeds een risico op wateroverlast. ,
,
In de onderbouwing van de omgevingsvergunning voor een wateractiviteit dient te zijn gewaarborgd dat er niet wordt afgewenteld op de omgeving en dat er op naastgelegen percelen geen wateroverlast ontstaat. Indien dit wel het geval is dienen er mitigerende maatregelen te worden genomen om dit te voorkomen. ,
Binnen het plangebied is één leggerwatergang gelegen. Deze watergang is opgenomen in de legger van het waterschap als een kavelsloot. In het ontwerp staan twee nieuwe toegangspunten naar het terrein vanaf de Zeuslaan ingetekend. Hierdoor wordt de tertiaire watergang overkluisd. Voor de bruggen of dammen met duikers moeten de regels van het waterschap uit de Waterschapsverordening gevolgd worden. De maximale toegestane lengte van een dam met duiker in een watergang bedraagt 18 m. In de aanvraag en onderbouwing van de omgevingsvergunning voor een wateractiviteit dient te worden aangetoond dat het plangebied de volledige wateropgave kan bergen en afvoeren. Daarnaast dient te worden
Aanvraag buitenplanse omgevingsplanactiviteit projectnummer 0490916. 101 5 januari 2026 revisie 09 Lelystad Zeuslaan 1 B. V.
onderbouwd hoe het hemelwater het oppervlaktewater kan bereiken en dat het toekomstig watersysteem de opgave kan afvoeren. De toekomstige duikers dienen daarin te zijn uitgewerkt en doorgerekend. Het Waterschap Zuiderzeeland stelt dat afvloeiend hemelwater wordt gezien als vervuild bij een hoeveelheid van > 50 stuks. In totaal worden er 593 parkeerplaatsen aangelegd hierom wordt geadviseerd om het hemelwater vóór het afvoeren naar het oppervlaktewater of een waterbergingsvoorziening door een OBAS-installatie te laten stromen. Een OBAS-installatie is in staat om oliën en vetten uit het hemelwater te verwijderen. Hierdoor worden negatieve effecten op de waterkwaliteit voorkomen. ,
Er dient een waterhuishoudkundig plan te worden opgesteld voor de aanvraag van de omgevingsvergunning voor een wateractiviteit bij het Waterschap Zuiderzeeland. Daarin dienen de relevante waterhuishoudkundige aspecten nader te zijn uitgewerkt. Conclusie Geconcludeerd kan worden dat water geen belemmering vormt waterhuishoudkundig plan te worden opgesteld.
4. 13
de ontwikkeling. Er dient wel
voor
een
Klimaatadaptatie Kader Klimaatadaptatie is een thema waar de Omgevingswet geen inhoudelijke eisen aan stelt ondanks dat het bieden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving tot de maatschappelijke doelen van de wet behoort. Het thema klimaatadaptatie heeft met name betrekking op ruimtelijke maatregelen waarmee gebieden en gebouwen zo ingericht kunnen worden dat ze bestand zijn tegen de gevolgen van klimaatverandering. Om heel Nederland klimaatbestendig en waterrobuust in te richten is het nodig dat klimaatadaptatie op alle overheidsniveaus onderdeel is van beleid en uitvoering. Daarvoor is in de eerste plaats een landelijke aanpak nodig. Die landelijke aanpak gebeurt vanuit twee programma’s: het nationaal Deltaprogramma en de Nationale klimaatadaptatiestrategie (NAS). ,
,
Nationaal Deltaprogramma In het nationaal Deltaprogramma staat hoe de overheid Nederland beschermt tegen overstromingen zorgt voor voldoende zoetwater en werkt aan een klimaatbestendige en waterrobuuste inrichting. Het Rijk provincies gemeenten waterschappen Rijkswaterstaat en verschillende maatschappelijke organisaties werken vanuit het Deltaprogramma samen aan deze opgaven onder leiding van de deltacommissaris. Het programma is opgebouwd rond drie thema’s: • Deltaprogramma Waterveiligheid: Hierin staan alle onderzoeken maatregelen en voorzieningen om Nederland te beschermen tegen overstromingen. • Deltaprogramma Zoetwater: Hierin staat hoe we zorgen voor genoeg zoetwater nu en in de toekomst. Zoetwater is onmisbaar: niet alleen voor de drinkwater- en elektriciteitsvoorziening maar ook voor de natuur en voor de stabiliteit van dijken. • Deltaprogramma Ruimtelijke adaptatie: hierin staat hoe we ons land willen inrichten om de gevolgen van de toenemende hitte droogte hevige neerslag en overstromingen te kunnen opvangen. ,
,
,
,
,
,
,
,
,
,
Alle 3 de onderdelen bevatten een deltaplan en een deltabeslissing. In het Deltaplan staan concrete maatregelen voor de uitvoering van het beleid en de planning van deze maatregelen. In de Deltabeslissing staan nationale kaders die voor heel Nederland gelden. Nationale klimaatadaptatiestrategie (NAS) De nationale klimaatadaptatiestrategie is de overkoepelende Nederlandse strategie op het gebied van klimaatadaptatie. Deze strategie uit 2016 beschrijft de belangrijkste klimaatrisico’s voor Nederland en zet de koers uit om deze risico’s aan te pakken. Het programmateam NAS heeft deze koers vertaald naar plannen en acties in het uitvoeringsprogramma 2018 - 2019. Dit programma richt zich op sectoren ketens thema’s en klimaatrisico’s die niet in het Deltaprogramma en het Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie voorkomen en vult een aantal thema’s hieruit aan. Met het rapport ‘Nationaal perspectief klimaatadaptatie’ uit 2020 blikt het team terug op wat er tot dan toe bereikt is en biedt het perspectief voor de toekomst. ,
,
,
Aanvraag buitenplanse omgevingsplanactiviteit projectnummer 0490916. 101 5 januari 2026 revisie 09 Lelystad Zeuslaan 1 B. V.
Daarnaast wordt er in de Lelystadse Adaptatie Strategie (LAS) regionale samenwerking binnen Klimaatadaptatie Flevoland (KAF) en de Regionale Adaptatieestrategie (RAS) gestuurd op water robuuste en klimaatbestendige gebiedsontwikkeling. Belangrijke doelen zijn: • Het opvangen vasthouden en infiltreren van regenwater om wateroverlast te voorkomen; • Het verminderen van hittestress in en rond het gebouw; • Het beperken van droogteproblemen door infiltratie en vertraagde afvoer; • Bijdragen aan het voorkomen van overstromingsriscio’s in het stedelijk gebied. ,
,
,
Beoordeling Voor het projectgebied is gekeken naar drie belangrijke thema’s van klimaatadaptatie: overstroming wateroverlast en hittestress. Hieronder volgt een samenvatting van de huidige stand van zaken. Op basis hiervan wordt in het vervolg bekeken welke maatregelen in de ontwikkeling worden genomen om deze risico’s te beperken.
,
Overstroming Volgens de klimaateffectatlas heeft het projectgebied een kleine kans om overstroomd te worden; een overstroming die tot een waterstand van 20cm boven maaiveld zorgt kan eens per 300 tot eens per 3. 000 jaar voorkomen. Wateroverlast Extreme buien zullen vaker voorkomen; wateroverlast is niet volledig te voorkomen. Bij een bui die eens per 100 jaar voorkomt kan 20–30 cm water op straat staan. Hittestress Projectlocatie ligt door aanwezigheid van oppervlaktewater en beperkte bebouwing niet in een hittestressgevoelig gebied. Desalniettemin zorgt de ontwikkeling voor bebouwing dat het effect van hittestress verergerd. De ontwikkeling wordt klimaatadaptief vormgegeven in lijn met de Lelystadse Adaptatie Strategie de regionale adaptatiestrategieën en het gemeentelijk beleid voor een water robuuste stad. Maatregelen die met voorliggende ontwikkeling worden genomen betreffen: • Beperken verhard oppervlak: o Op en rondom het gebouw wordt openbaar en privé-groen aangelegd; o Toepassing van waterdoorlatende verharding waar dat functioneel mogelijk is; • Waterberging en vertraagde afvoer: o Het bergen passeert in deze ontwikkeling door middel van het topen water in de nabijheid. ,
,
Conclusie Het aspect klimaatadaptatie vormt geen belemmeringen voor de voorgenomen ontwikkeling.
4. 14
Duurzaamheid Kader Onder huidig recht stellen de Omgevingswet en het Besluit kwaliteit leefomgeving geen eisen aan duurzaamheid die bij een procedure in acht genomen moeten worden. Als sprake is van dergelijke eisen vloeien die meestal voort uit gemeentelijk beleid. Wel stelt artikel 1. 3 van de Omgevingswet dat de doelen van de wet gesteld zijn met het oog op duurzame ontwikkeling. Deze bepaling kan duurzaamheid een prominente positie in planvorming geven. Vooralsnog is dat niet het geval omdat omgevingsplannen in de eerste fase na inwerkingtreding van de wet vooral beleidsneutrale omzettingen van bestaande regels zijn. Om die reden wordt gesteld dat in die fase de onderzoekslasten voor duurzaamheid niet veranderen. Beoordeling Energie De energieambitie is het maximaal beperken van CO₂-uitstoot en het verhogen van het aandeel hernieuwbare energie naar circa 80% of meer over de levensduur van het gebouw. Dit sluit aan op de nationale klimaatdoelen en de BENG-systematiek.
Aanvraag buitenplanse omgevingsplanactiviteit projectnummer 0490916. 101 5 januari 2026 revisie 09 Lelystad Zeuslaan 1 B. V.
Het gebouwontwerp is all Electric en wordt zodanig ingevuld dat ruimschoots wordt voldaan aan de geldende BENG-eisen (NTA 8800): • Zeer goed gebouwschil; o Isolatiewaarden conform of beter dan de eisen uit het Bbl voor nieuwbouwwoningen; • Duurzame installaties en opwekking; o Toepassing van een (collectieve) elektrische warmtepomp (Nilan); PV-zonnepanelen op de bovenste daken (en waar mogelijk op lagere dakvlakken); o • De energieprestatie wordt aangetoond met een NTA 8800-berekening waaruit blijkt dat aan BENG 1 2 en 3 wordt voldaan en dat de TO juli-eis oververhitting wordt gehaald. ,
,
Warmtetransitie De Nilan VP18 warmtepomp wordt gebruikt om het huis op een duurzame manier te verwarmen. De kracht ligt in de combinatie van een zeer efficiënte warmtepomptechniek het gebruik van het toekomstbestendige koudemiddel R290 en de integrale van ventilatie verwarming koeling en warm water. Hierdoor wordt niet alleen bespaard op de energierekening maar wordt ook direct bijgedragen aan een forse reductie van de CO2-uitstoot van het huishouden. Het is een investering die zich terugverdient in comfort een gezond binnenklimaat en een lagere milieubelasting. ,
,
,
,
,
Nutsvoorziening elektra piekvraag afvlakken Om piekbelasting op het elektriciteitsnet te beperken en het energieverbruik te optimaliseren worden maatregelen toegepast die het energiegebruik binnen het project efficiënt reguleren. Het bedrijf Smart Bouwen levert hierbij een actieve bijdrage door relevante informatie over deze maatregelen te delen met de gemeente. Dit zorgt ervoor dat de energievraag zo goed mogelijk wordt afgestemd op de beschikbare netcapaciteit. Deze samenwerking draagt bij aan een stabiele en duurzame energievoorziening en vermindert de belasting van het elektriciteitsnet. ,
Circulariteit en materiaalgebruik De ambitie is om de milieubelasting van materialen te beperken en zo goed mogelijk aan te sluiten bij de nationale circulaire doelen en Lelystads inzet op circulaire gebiedsontwikkeling. Dit wordt ingevuld door: • Toepassing van een hoog aandeel spaanplaat bouwonderdelen; • Trippel glas; Circulaire bouwwijze: • Gebruik van een prefab modulaire bouwsystematiek waardoor elementen demontabel zijn en later hergebruik mogelijk is; • Ontwerp op flexibiliteit in plattegronden en installaties zodat functiewijzigingen in de toekomst met beperkte materiaalinzet mogelijk zijn; • Vastleggen van materialen in een materiaalpaspoort en documentatie van het bouwproces conform de lijn van de Lelystadse Leidraad Duurzame Gebiedsontwikkeling. ,
,
,
,
Het gebouw wordt modulair opgebouwd uit prefab panelen. De constructie en gevels bestaan uit demontabele elementen. Hierdoor zijn de panelen in de toekomst uit te nemen en op een andere locatie opnieuw toe te passen (design for disassembly). Dit ondersteunt de uitgangspunten van de circulaire economie. In de panelen wordt zoveel mogelijk gebruik gemaakt van bio-based materialen (bijvoorbeeld spaanplaat). De toegepaste bouwsystematiek is modulair en gestandaardiseerd waardoor meervoudig gebruik in de tijd mogelijk is. Materialen en verbindingen worden vastgelegd in een materiaalpaspoort zodat toekomstige hergebruik- en recyclingopties bekend zijn. ,
,
Door de prefabricage in de fabriek is de afvalstroom op de bouwplaats sterk beperkt en zijn transportbewegingen gereduceerd. Dit leidt tot minder milieubelasting tijdens de bouwfase en sluit aan bij de doelstellingen voor circulair en duurzaam bouwen. Conclusie Het aspect duurzaamheid vormt geen belemmeringen voor de voorgenomen ontwikkeling.
Aanvraag buitenplanse omgevingsplanactiviteit projectnummer 0490916. 101 5 januari 2026 revisie 09 Lelystad Zeuslaan 1 B. V.
4. 15
Gezondheid Kader Gezondheid is een thema waar de Omgevingswet geen inhoudelijke eisen over stelt ondanks dat het bieden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving tot de maatschappelijke doelen van de wet behoort (art. 1. 3) en wordt vereist dat bij de een evenwichtige toedeling van functies rekening gehouden dient te worden met het beschermen van de gezondheid (art. 2. 4 lid 4). Omdat de Omgevingswet het begrip gezondheid niet inkadert kan het veel verschillende onderwerpen raken. Zo zijn milieunormen vastgelegd om de volksgezondheid te beschermen (zoals besproken in voorgaande paragrafen) maar kunnen overheden ook eigen gezondheidsambities uitwerken en vastleggen. ,
,
,
Om af te kunnen wegen of het plan bijdraagt aan een evenwichtige toedeling van functies aan locaties in het kader van het thema gezondheid heeft Antea Group het begrip gezondheid in het kader van de fysieke leefomgeving uiteengezet in verschillende aspecten (zie Figuur 4-8). ,
Figuur 5. 5: Gezondheid in het kader van ruimtelijke plannen
Een gezonde leefomgeving wordt beïnvloed door zowel fysieke als sociale factoren die onderverdeeld kunnen worden in gezondheidsbescherming (blauwgroen in bovenstaande figuur) en gezondheidsbevordering (paars in bovenstaande figuur). Voor de aspecten die vallen binnen gezondheidsbescherming zijn wettelijke grenswaarden vastgelegd die in de voorgaande paragrafen zijn getoetst. ,
In het GGD omgevingsadvies 2 wordt echter aangegeven dat het voldoen aan de wettelijke grenswaarden niet automatisch betekent dat er geen gezondheidseffecten kunnen optreden. In de wettelijke grenswaarden zijn namelijk ook andere factoren dan enkel gezondheid afgewogen zoals bijvoorbeeld economische en technische haalbaarheid. In het GGD omgevingsadvies zijn daarom voor een aantal aspecten ‘gezondheidskundige advieswaarden’ opgenomen waar enkel gezondheidsaspecten aan ten grondslag liggen. Daarnaast zijn in het GGD omgevingsadvies ook meer kwalitatieve adviezen opgenomen voor een gezonde leefomgeving. Hiervoor wordt ook verwezen naar de ‘Kernwaarden voor een gezonde leefomgeving’ van GGD-GHOR Nederland. ,
,
2
Het GGD omgevingsadvies is een initiatief van GGD Brabant-Zuidoost GGD Hart voor Brabant en GGD WestBrabant en is zodoende vooral gericht op de provincie Noord-Brabant. De adviezen dienen ter inspiratie en zijn zodoende ook breder inzetbaar. ,
Aanvraag buitenplanse omgevingsplanactiviteit projectnummer 0490916. 101 5 januari 2026 revisie 09 Lelystad Zeuslaan 1 B. V.
Deze adviezen (en advieswaarden) van de GGD zijn bedoeld als inspiratie ter bevordering van een gezonde leefomgeving en in de beoordeling van het voornemen zal op deze manier met de adviezen worden omgegaan. De advieswaarden zijn niet bedoeld voor toetsing van vergunningaanvragen. Een dergelijke toetsing heeft in de voorgaande paragrafen plaatsgevonden aan de hand van de wettelijke grenswaarden. Beoordeling Zoals eerder in dit hoofdstuk beschouwd zijn de aspecten bedrijven en milieuzonering geur bodem geluid luchtkwaliteit en water geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling. Er is dan ook geen hinder vanuit het project voor de gezondheid van de omgeving. Daarnaast wordt in het project in de openbare ruimte een fiets- en voetpad aangelegd hetgeen bevorderend is voor het gebruik van de fiets en aanzet tot wandelen. Ook worden er sportvelden aangelegd die makkelijk bereikbaar zijn in het midden van het projectgebied. Dit leidt derhalve tot stimulering van gezond gedrag. Daarnaast bevinden er zich medische voorzieningen horeca en een supermarkt in het projectgebied. ,
,
,
,
,
Ook wordt er een gezond binnenmilieu gerealiseerd door te zorgen voor voldoende daglichttoetreding en uitzicht goede luchtkwaliteit door ventilatie en luchtverversing en goede akoestische kwaliteit in de woningen. Conclusie Het aspect gezondheid vormt geen belemmeringen voor de voorgenomen ontwikkeling.
,
Aanvraag buitenplanse omgevingsplanactiviteit projectnummer 0490916. 101 5 januari 2026 revisie 09 Lelystad Zeuslaan 1 B. V.
5.
Uitvoerbaarheid
5. 1
Financieel economische haalbaarheid De kosten die gemaakt worden bij de uitvoering van de ontwikkeling zijn voor rekening van de initiatiefnemer. De ontwikkeling heeft voor de gemeente geen negatieve financiële gevolgen. Het initiatief is hiermee financieel uitvoerbaar. De economische uitvoerbaarheid is voldoende geborgd vanuit het beoogde programma van wonen en commerciële ruimtes. Daarmee is de economische uitvoerbaarheid voldoende aangetoond.
5. 2
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
5. 2. 1
Participatie 11 en 12 juli 2024 werkgroepensessies In het kader van de procedure om af te wijken van het omgevingsplan zijn er op 11 en 12 juli 2024 werkgroepsessies (verdeeld in twee sessies) geweest met als doel om de gemeente te informeren en te betrekken bij de voorgenomen ontwikkeling. ,
,
3 oktober 2025 participatiebijeenkomst (bijlage 13 van voorliggende motivering) Op woensdag 3 oktober vond in het Van der Valk Hotel te Lelystad een participatiebijeenkomst plaats over de plannen voor de International Campus Lelystad (ICL). Deze bijeenkomst was bedoeld om omwonenden gemeente en initiatiefnemers met elkaar in gesprek te brengen over de visie kansen en zorgen rondom het project. Het doel van de campus is het bieden van een duurzame oplossing voor het tekort aan kwalitatieve huisvesting voor arbeidsmigranten. Tijdens de avond werden de plannen toegelicht vragen beantwoord en ideeën verzameld via een speciaal ideeënbord. De sfeer was constructief: naast kritische punten zoals schaalgrootte verkeersveiligheid en behoud van groen kwamen ook positieve reacties naar voren over voorzieningen veiligheid en duurzaamheid. ,
,
,
,
,
,
De participatiebijeenkomst van 3 oktober heeft waardevolle inzichten opgeleverd voor de verdere ontwikkeling van de International Campus Lelystad. De avond liet zien dat er zowel draagvlak als zorgen bestaan. Positieve punten waren onder andere het belang van goede voorzieningen veiligheid en duurzaamheid. Tegelijkertijd kwamen aandachtspunten naar voren zoals de schaalgrootte van het project verkeersveiligheid en behoud van groen. De input van bewoners en belanghebbenden vormt een belangrijke basis voor het vervolgproces waarin transparante communicatie en het meenemen van deze zorgen centraal zullen staan. ,
,
,
5. 2. 2
Bestuurlijke afstemming De motivering wordt conform artikel 2. 2 van de Omgevingswet toegezonden naar andere bestuurlijke instanties voor een bestuurlijke afstemming. De resultaten van deze bestuurlijke afstemming worden te zijner tijd in deze motivering verwerkt.
Aanvraag buitenplanse omgevingsplanactiviteit projectnummer 0490916. 101 5 januari 2026 revisie 09 Lelystad Zeuslaan 1 B. V.
6.
Belangenafweging
6. 1
Evenwichtige toedeling van functies aan locatie
en
conclusie
Voor zover een aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een buitenplanse omgevingsplanactiviteit wordt de omgevingsvergunning alleen verleend indien sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. In de voorgaande hoofdstukken is beschreven hoe het voornemen de realisatie van een campus voor 2. 464 arbeidsmigranten ter plaatse van de projectlocatie past binnen het beleid. Daarnaast is aangetoond met de toetsing aan de omgevingsaspecten dat de omgevingsaspecten geen belemmering vormen voor het voornemen. Daarmee is sprake van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. De voorgenomen ontwikkeling is daarmee uitvoerbaar. ,
Over Antea Group Antea Group is het thuis van 1800 trotse ingenieurs en adviseurs. Samen bouwen wij
elke dag aan een veilige , gezonde en toekomstbestendige leefomgeving. Je vindt bij ons de allerbeste vakspecialisten van Nederland , maar ook innovatieve oplossingen op het gebied van data , sensoring en IT. Hiermee dragen wij bij aan de ontwikkeling van infra , woonwijken of waterwerken. Maar ook aan vraagstukken rondom klimaatadaptatie , energietransitie en de vervangingsopgave. Van onderzoek tot ontwerp , van realisatie tot beheer: voor elke opgave brengen wij de juiste kennis aan tafel. Wij denken kritisch mee en altijd vanuit de mindset om samen voor het beste resultaat te gaan. Op deze manier anticiperen wij op de vragen van vandaag en de oplossingen voor morgen. Al 70 jaar.
Contactgegevens Monitorweg 29 1322 BK Almere Postbus 10044 1301 AA Almere
Copyright © Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar worden gemaakt door middel van druk , fotokopie , elektronisch of op welke wijze dan ook , zonder schriftelijke toestemming van de auteurs. De informatie die in dit rapport is opgenomen is uitsluitend bestemd voor geadresseerde(n) en kan
persoonlijke of vertrouwelijke informatie bevatten. Gebruik van deze informatie , door anderen dan de geadresseerde(n) en gebruik door hen die niet gerechtigd zijn van deze informatie kennis te nemen , is niet toegestaan. De informatie is uitsluitend bestemd om te worden gebruikt door de geadresseerde , voor het doel waarvoor dit rapport is vervaardigd. Indien u niet de geadresseerde bent of niet gerechtigd bent tot kennisneming , is openbaarmaking , vermenigvuldiging , verspreiding en/of verstrekking van deze informatie aan derden niet toegestaan , tenzij na schriftelijke toestemming door Antea Group en wordt u verzocht de gegevens te verwijderen en direct een melding te maken bij security @anteagroup.nl. Derden , zij die niet geadresseerd zijn , kunnen geen rechten aan dit rapport ontlenen , tenzij na schriftelijke toestemming door Antea Group.
www. anteagroup. nl