CConstaterende datLelystad
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlagen bij de toelichting_Bijlage 15 Zienswijzennota_Geredigeerd

Commissie Ruimte Ontwikkeling en Bereikbaarheid 16 juni 2026, gemeente LelystadBij agendapunt: 26.289 Vaststelling bestemmingsplan Waterfront Stedelijke Kust Lelystad38.052 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 5

Nota van zienswijzen

Bestemmingsplan Waterfront Stedelijke Kust

Afdeling: Omgevingsplan en Vergunningen Auteurs :

J.C. Jager

Datum:

28 april 2026

Versie:

1.0

Inhoudsopgave

Blz.

a) Inleiding b) Behandeling zienswijzen 2.1 Formele aspecten zienswijzen 2.2 Inhoudelijke behandeling zienswijzen c) Conclusie Wijzigingen n.a.v. zienswijzen

2

3 4

126

1. Inleiding Het ontwerpbestemmingsplan ‘Waterfront Stedelijke Kust’ heeft vanaf 14 december 2023 gedurende 6 weken ter inzage gelegen. Van de terinzagelegging is op 13 december 2023 kennisgegeven in de Flevopost en in het Gemeenteblad (2023, 530762). Daarin werd vermeld dat gedurende bovengenoemde termijn van terinzagelegging eenieder zijn zienswijze over het ontwerpbestemmingsplan naar voren kon brengen bij de gemeente Lelystad. Er zijn 40 zienswijzen ingediend. In paragraaf 2.2 van deze nota zijn de zienswijzen geïnventariseerd en voorzien van een antwoord.

2. Behandeling zienswijzen 2.1. Formele aspecten De volgende (rechts)personen hebben op het ontwerpbestemmingsplan een zienswijze ingediend.

3

23.

24-1-2024

24.

24-1-2024

25.

23-1-2024 Zie 22

26.

23-1-2024

27.

23-1-2024

Zie 22 en 25 Zie 22 en 23-1-2024 25 Zie 22 en 23-1-2024 25

28. 29. 30.

24-1-2024

31.

24-1-2024

32.

24-1-2024 Zie 16

33.

24-1-2024 Zie 6

34.

24-1-2024 Zie 18

35.

25-1-2024

36.

25-1-2024 Zie 2.2.11

37.

25-1-2024 Zie 24

38.

25-1-2024

39.

26-1-2024 Zie 17

40.

27-1-2024

Bovenstaande zienswijzen zijn grotendeels voor het verstrijken van de termijn van terinzagelegging van het ontwerpplan, te weten uiterlijk 24 januari 2024, bij de gemeente ingekomen of aangekondigd. Deze zienswijzen zijn daarom tijdig ontvangen en zijn ontvankelijk. Daarnaast zijn er zienswijzen (nummers 35-40) binnen gekomen enkele dagen na verstrijken van de termijn van inzagelegging. Deze laatste zienswijzen zijn desondanks net als de andere zienswijzen in deze nota beantwoord.

5

2.2. Inhoudelijke behandeling zienswijzen 2.2.1.

(Rechts)persoon 1

Zienswijze 1 H3.3 Mobiliteit, verbindingen en bereikbaarheid In dit hoofdstuk wordt de ontsluiting van woonwijk Saerdam richting de Houtribweg beschreven. (Rechts)persoon 1 is het niet eens met de voorgenomen enkelzijdige ontsluiting van Saerdam, en ziet voor een tweede ontsluitingsmogelijkheid liever ook een koppeling met de ontsluitingsweg van woongebied 1 aan de zuidzijde van Saerdam.

Reactie gemeente Het is de bedoeling dat elk woongebied, de vier nieuwe woongebieden en Saerdam, elk een enkele ontsluiting hebben. Dit is zo ontworpen om sluipverkeer tegen te gaan en de verkeersveiligheid in de woongebieden te bevorderen. Het bestemmingsplan sluit overigens een tweede ontsluiting niet uit. Zienswijze 2 H3.4 Parkeren van ontwerpbestemmingsplan (Rechts)persoon 1 is het niet eens met het invoeren van een parkeervergunningsysteem als optie voor het parkeren in Saerdam als genoemd in dit hoofdstuk. Er wordt gesteld dat tijdens bewonersbijeenkomsten is gesproken over het verplaatsen van parkeerplaatsen van de dijkzijde naar de woningzijde. Daarnaast meent (rechts-)persoon 1 dat verkeersdruk verder toe zal nemen door de voorgenomen ontwikkelingen. Dit in combinatie met een parkeerverbod voor niet-inwoners is volgens (rechts-)persoon 1 de juiste parkeeroplossing voor bewoners van Saerdam.

6

Reactie gemeente De uiteindelijke parkeeroplossing wordt niet geregeld in het bestemmingsplan. De betreffende straat valt ook buiten de bestemmingsplangrens. De gemeente kijkt positief naar het idee de parkeerplaatsen de verplaatsen naar de andere zijde, maar uitwerking hiervan dient nader onderzocht te worden in samenspraak met alle betrokkenen. Het vergunningensysteem is hier bedacht om te reguleren dat alleen bewoners er een parkeerplek hebben. Zienswijze 3 H3.7 Stadsstrand (Rechts)persoon 1 is het niet eens met de locatie van het stadsstrand in ontwerpbestemmingsplan Waterfront Stedelijke Kust Lelystad, ook niet na de aanpassingen van de locatie op basis van het gebiedsproces met omwonenden. Er wordt geopperd geen strand te realiseren nabij het Saerdam en verkeers-/geluidsoverlast zo veel mogelijk te beperken voor de bestaande woningen aldaar. Dit mede vanwege het feit dat er al enkele strandvoorzieningen aanwezig zijn in Lelystad of directe omgeving.

7

Reactie gemeente Deze zienswijze nemen we niet over vanwege het belang van het strand voor de stad en nieuwe bewoners van Meerdijkhaven. Wel zijn diverse maatregelen die overlast moeten beperken/vermijden opgenomen waaronder het autoluw maken van de Oostvaardersdijk.

2.2.2.

(Rechts)personen 2

Zienswijze 1 Het bouwen van een deel van de woningen van Meerdijkhaven in het huidige Markermeer. Door het "buitendijks" bouwen meent (rechts-)persoon 2 dat het uitzicht door de voorgenomen bebouwing van Meerdijkhaven wordt gereduceerd. In een eerdere brief heeft (rechts-)persoon 2 genoemd dat het college het begrip buitendijks bouwen anders wordt omschreven. (Rechts-)persoon 2 wenst een duidelijkere onderbouwing van de plus/minus 30 hectaren die aan het Markermeer onttrokken wordt voor bebouwing. Reactie gemeente Bij de afbakening van waar bebouwing is toegestaan is zo veel als mogelijk rekening gehouden met het belang van uitzicht voor bewoners van Saerdam. Het grootste deel van het uitzicht over open water blijft bewaard. Een landaanwinning is nodig omdat voor het beoogde doel niet voldoende ruimte beschikbaar is aan de kust van Lelystad. Zienswijze 2 Waterbeheer Markermeer Met verwijzing naar de kamerbrieven: "Water en Bodem sturend" d.d. 25 november 2022 en de kamerbrief "Buitendijks bouwen in het Markermeer en IJsselmeergebied" d.d. 5 oktober 2023, heeft (rechts-)persoon 2 eerder gewezen op het belang van het Markermeer als onze nationale "regenton". In het bestemmingsplan gaat het college daar volgens (rechts-)persoon 2 te gemakkelijk aan voorbij.

Dat de gemeente in het verleden een toezegging heeft gehad om in het Markermeer te bouwen neemt, volgens (rechts-)persoon 2 niet weg dat de toekomst waarin extreem weer vaker zal voorkomen, een reden moet zijn om geen woningen te bouwen in een deel van het Markermeer. Reactie gemeente De maximale omvang van de landaanwinning is teruggebracht naar 23,5 ha. Met de beoogde landaanwinning spreken we over 23,5 ha van de 70.000 ha aan wateroppervlakte van het Markermeer. Dat is 1/3000e deel, ofwel 0,03% van het totale wateroppervlakte. Uit het MER is gebleken dat hier geen merkbare effecten uit voortkomen. Zienswijze 3 Het in uw voorkeursalternatief aanbrengen van een strand. (Rechts-)persoon 2 heeft bezwaar tegen het beoogde strand en wel om de volgende reden. a) Afgezien van de overlast van een strand (vervuiling, geluidsoverlast en handhaving regels) vind (rechts-) persoon 2 het bezwaarlijk dat in de toekomst elk jaar na een winter met stormen en hoogwater het strand hersteld moet worden.

8

b) Elk jaar is te verwachten dat er werkzaamheden nodig zijn om het strand te herstellen. Voor de gemeente zaak om na te denken over de jaarlijkse financiële kant voor onderhoud van het strand. c) In het bestemmingsplan wordt gesteld dat een stadsstrand nodig is, omdat geschikte stranden te ver zouden liggen. Het strand Houtribhoek is dichtbij en wordt niet vermeld. Reactie gemeente De gemeente ziet een groot belang voor de stranden, maar erkent ook dat er overlast kan ontstaan en onderhoud nodig is. Bij de uitwerking zal zo veel mogelijk rekening worden gehouden met de wensen van bewoners om overlast te beperken. Het Houtribhoekstrand is geen gelijkwaardig alternatief vanwege de aanzienlijke afstand tot het zwaartepunt van de bewoning in Lelystad. In de Toelichting is dit alsnog opgenomen.

2.2.3.

(Rechts)persoon 3

Zienswijze 1 In strijd met Kustvisie 2030 (Rechts-)persoon 3 geeft aan dat voor dit project de vastgestelde Kustvisie 2030 beleidskader is. In deze breed gedragen visie was een volwaardig recreatiestrand geprojecteerd op een schiereiland ter hoogte van de Houtribsluizen en niet voor de Saerdam. Langs de Saerdam (als verbinding tussen het Bataviakwartier en Meerdijkhaven) was de aanleg van een ‘Suyderseeboulevard’ voorzien voor wandelaars en fietsers zonder strand of vooroever. Dit plan werd door bewoners van de Saerdam omarmd. Het voorliggende plan lijkt volgens (rechts-)persoon 3 op geen enkele manier op deze Kustvisie 2030. Reactie gemeente: De Kustvisie 2030 is een document op een abstracter niveau dan dit bestemmingsplan. In de Kustvisie is opgenomen dat dit gedeelte van de kust zich richt op vrijetijdsbesteding, recreatie op water én land in combinatie met bijzondere woonmilieus nabij water. De nadere planuitwerking heeft er toe geleid dat een strand noodzakelijk is gebleken om de beoogde doelen te behalen aanvullend op wat in de Kustvisie stond beschreven. Zienswijze 2 Overlast horeca en sanitair (Rechts-)persoon 3 is eigenaar van een appartement aan de Saerdam (gebouw Suyderseezicht). Volgens de plannen zouden er bouwwerken t.b.v. de horeca en sanitair kunnen worden toegestaan.

De hoogte van overige bouwwerken, zijnde geen gebouwen zoals lichtmasten kunnen zelfs 15 meter hoog worden. Door de opening van horeca toe te staan, overdag en ’s avonds jaarrond, verwacht (rechts-)persoon 3 dat de overlast veroorzaakt door menselijke aanwezigheid in het gebied en de aantrekkingskracht voor (hang)jongeren, waarschijnlijk tot laat in de avond zeer groot zal zijn. Reactie gemeente: Deze zienswijze nemen we niet over vanwege het belang van (de voorzieningen voor) het strand voor de stad en nieuwe bewoners van Meerdijkhaven. Het zal hier niet toegestaan zijn horeca in de avond te openen, enkel horeca ter ondersteuning van het strandgebruik zal toegestaan zijn. De afstand tot de bestaande bewoning is ruim 300 meter waardoor 9

verwacht mag worden dat de overlast voor bewoners langs de Saerdam beperkt zal zijn. De gemeente kan zich vinden in de zienswijze met betrekking tot de hoge lichtmasten en wijzigt de planregels zodanig dat lichtmasten niet zijn toegestaan. Zienswijze 3 Overlast strand Omdat in het plan wordt aangegeven dat in het ‘Voorkeursalternatief’ de geplande aanlanding voor strand, danwel parkachtige omgeving iets meer richting Meerdijkhaven is opgeschoven, dit is gedaan vanwege de zorgen van bewoners van de Saerdam voor mogelijke overlast. Daarmee wordt, volgens (rechts-)persoon 3, erkend dat door aanleg van strand overlast voor bewoners is te verwachten. Door deze aanpassing zijn echter de zorgen voor de gevreesde overlast door onder andere geluid en zwerfafval nog lang niet weggenomen. Reactie gemeente De gemeente erkent dat elke mogelijkheid waar grotere aantallen mensen samen kunnen komen, kan leiden tot overlast voor anderen. Omdat het belang van recreatie voor het woonplezier en gezondheid groot is, is dit voor de gemeente geen aanleiding om er van af te zien. Wel zullen deze en andere overlast gevende aspecten bij de nadere planuitwerking de volledige aandacht van de gemeente hebben zodat de kans op overlast zo veel als mogelijk wordt beperkt.

Zienswijze 4 Vermindering van het uitzicht Het belang, zo stelt (rechts-)persoon 3, wordt in het ontwerpBestemmingsplan zeer ernstig geschaad door significant kwalitatieve vermindering van het uitzicht op het huidige open water van het Oostvaardersdiep en Markermeergebied door de realisatie van het strand zoals beschreven in het ‘Voorkeursalternatief' en op de plankaart. Van zicht op open water zal het uitzicht veranderen in zicht op een strand dan wel parkachtige omgeving met fietspaden, wandelpaden, sport en spel, recreatieve voorzieningen en aanen afvoerwegen. Als specifieke strandvoorzieningen in het gebied zoals aangegeven op de plankaart zouden worden gerealiseerd wordt uitgekeken op sanitaire voorzieningen en de achterkant van eventuele horecagelegenheden. Deze zijde wordt meestal gebruikt voor ontsierende opslag van goederen, afvalcontainers etc. waardoor de kwalitatieve vermindering van het uitzicht nog wordt versterkt. Reactie gemeente: Het uitzicht van bewoners zal zeker veranderen maar door het hoogteverschil tussen woonvertrek en het water (bij de meeste bewoners meer dan 6 meter) kijkt men voornamelijk over het strand/park heen. Het open water blijft zichtbaar met strand/park op de voorgrond. De genoemde voorzieningen liggen op tenminste 300 meter afstand van de bestaande bebouwing.

Als onderdeel van het gemeentelijk welstandbeleid zal na vaststelling van het bestemmingsplan in een beeldregieplan randvoorwaarden en uitgangspunten worden opgenomen die vermijden dat sprake kan zijn van zicht op ontsierende achterkanten. In het inrichtingsplan dat volgt na vaststelling van het bestemmingsplan zal zorg worden gedragen voor een mooi landschap. Zienswijze 5 Varianten 10

In de in het plan opgenomen Variant ‘Zonder strand voor Saerdam’ wordt wel rekening gehouden met het belang van (rechts-)persoon 3. Deze variant, waar aanlandingen pas beginnen bij het voormalig zanddepot aan de Oostvaardersdijk/hoek Saerdam richting Lelystad Haven is bovendien wel in lijn met de breed gedragen Kustvisie 2030, die in 2019 o.a. in samenspraak met de huidige bewoners is opgesteld. Zo was het oorspronkelijk bedoeld en het zou absoluut onrechtvaardig zijn dat hiervan in het ‘Voorkeursalternatief’ wordt afgeweken. Reactie gemeente: De variant zonder strand heeft een aanzienlijk geringere betekenis voor de stad als geheel. De gemeente beoogt dat alle inwoners kunnen profiteren van de ligging die Lelystad heeft aan het water. Recreatie in de vorm van een stadsstrand levert daaraan een grote bijdrage. Zienswijze 6: Geschikte stranden te ver weg en binnendijkse stranden onbruikbaar In het plan wordt betoogd dat alle binnendijkse stranden in Lelystad zomers onbruikbaar zijn door de slechte waterkwaliteit (blauwalg) en dat geschikte buitendijkse stranden in Almere en Trintelhaven te ver weg liggen. Deze bewering is volgens (rechts-)persoon 3 onvolledig aangezien de dichtbij gelegen stranden bij Houtribhoek en het Watersportstrand bij de sluizen onvermeld zijn gebleven. Deze populaire stranden, waar voorzieningen aanwezig zijn, worden veel gebruikt.

Door verontdieping in geval van aanleg van een strand voor de Saerdam en (semi)afsluiting van het zwemwater ter plaatse wordt het risico op blauwalg en waterplantengroei sterk vergroot. De kans op het onbruikbaar worden van het beoogde strand en zwemwater is daardoor niet denkbeeldig. Door het bestemmingsplan aan te passen overeenkomstig de Variant ‘Geen strand voor Saerdam’ wordt dat risico vermeden en kunnen inwoners vanaf de bestaande steigers blijven zwemmen om verkoeling te zoeken Reactie gemeente: Het Houtribhoekstrand is te klein en te ver afgelegen van het zwaartepunt van de stad en het Watersportstrand is niet geschikt voor grote aantallen strandbezoekers vanwege de strijdigheid met het gebruik door de watersporters. De zorg voor blauwalg en waterplantengroei is reëel maar ook goed oplosbaar door de juiste inrichting. Het belang van een goede waterverversing en voldoende diepte wordt volledig erkend en zal ook deel uitmaken van het uiteindelijke inrichtingsplan. Zienswijze 7: Geluid Door het recreatief ontwikkelen van de kust en de aanleg van de nieuwe wijk Meerdijkhaven verhoogt de verkeersintensiteit op de Houtribweg. Daardoor neemt de geluidsbelasting op de gevel van het appartement van (rechts-)persoon 3 overeenkomstig toe en is het aannemelijk dat die boven de maximale geluidsbelasting van 57 Db zal komen te liggen.

Mitigerende maatregelen zoals het gebruik van geluid reducerend asfalt is geen oplossing, aangezien dat type asfalt kortgeleden reeds is aangebracht op de Houtribweg ter hoogte van het appartement. Naast verhoging van de geluidsbelasting zal tegelijkertijd in geval van realisatie van de recreatieoeverzone en specifieke recreatievoorzieningen het effect van de bestaande geluidsluwe gevel aan de waterzijde van het appartement teniet worden gedaan door geluidsbronnen als sport, spel en horeca. 11

De rust in de woning en buitenruimte zal door toename van geluid aanzienlijk worden aangetast. Reactie gemeente: Ten behoeve van het bestemmingsplan is akoestisch onderzoek gedaan. De conclusie daarvan is dat de verkeersintensiteit op de Houtribweg inderdaad toeneemt en dat daarmee een toename van de geluidsbelasting met 1-2 dB mag worden verwacht. Aangezien de toename gering is, vindt de gemeente dit in het kader van de integrale afweging van belangen deze toename acceptabel en daarmee verenigbaar met een goede ruimtelijke ordening. Nabij het appartementencomplex van (rechts)persoon 3 is de berekende waarde 53 dB (afbeelding 4-5, bijlage akoestisch onderzoek) bij de ‘worst case’ aanname dat het wegdektype bestaat uit dicht asfaltbeton (DAB). Voor wat betreft mogelijke geluidoverlast van sport, spel en horeca geldt dat deze bij de vergunningverlening zullen moeten voldoen aan de geluidseisen zoals die op dat moment gelden op basis van de Omgevingswet, het Besluit kwaliteit leefomgeving en het omgevingsplan. Zienswijze 8: Parkeren In het ontwerpbestemmingsplan ontbreken gratis parkeerplaatsen voor bezoekers van bewoners van de Saerdam. Als daar niet in wordt voorzien, wordt vereenzaming in de buurt bevorderd.

Van het bezoek, van bijvoorbeeld ouderen die met altijd goed ter been zijn, kan niet worden verwacht dat zij elders op grotere afstand op nieuw aan te leggen collectieve parkeerplaatsen betaald gaan parkeren. Dit betekent dat bezoek zal wegblijven met vereenzaming van oudere bewoners aan de Saerdam tot gevolg. Reactie gemeente: De uiteindelijke parkeeroplossing wordt niet geregeld in het bestemmingsplan. Vanwege de zorg die bewoners hebben over parkeeroverlast kijkt de gemeente positief aan tegen het introduceren van een vergunningensysteem om te reguleren dat alleen bewoners hier mogen parkeren. Er zijn in den lande diverse oplossingen hoe te faciliteren in parkeren voor bezoekers van bewoners bij parkeervergunningen. Bij de nadere uitwerking zal – in overleg met bewoners – worden bepaald welke oplossingen hiervoor worden toegepast. Zienswijze 9: Gezondheid De variant ‘Geen strand voor Saerdam’ zou volgens het ontwerpbestemmingsplan leiden tot een vermindering van de gezondheid ten opzichte van het Voorkeursalternatief.

Echter ook in geval aanleg en inrichting van de Oostvaarderdijk/Saerdam als een mooie Suyderseeboulevard is er, volgens (rechts-)persoon 3 volop gelegenheid om te fietsen, wandelen, joggen, te zwemmen in diep water, kanoën, suppen en te genieten van zonsondergangen boven het Markermeer of gewoon lekker uit te waaien op de boulevard en afkoeling te vinden op mooie zomerse dagen. De Suyderseeboulevard biedt bovendien een volstrekt uniek uitzicht op de scheepvaart. Deze beleving is een ‘unique sellingpoint’ dat nergens anders in Lelystad zo te ervaren is! Door het bestemmingsplan aan te passen overeenkomstig de Variant ‘Geen strand voor Saerdam’ blijft deze beleving voor alle inwoners behouden.

12

Reactie gemeente: Minder voorzieningen voor sport en bewegen leidt tot minder recreatief bezoek en daarmee tot een minder positief oordeel. Met een strand wordt een veilige omgeving geboden voor sport en bewegen. Zienswijze 10: Effecten als gevolg van werkzaamheden door landaanwinning In het ontwerpbestemmingsplan wordt aangegeven dat heel veel zand nodig is voor de aanleg van Meerdijkhaven en de stranden en voorlanden voor de Saerdam in geval van het 'Voorkeursalternatief’. Bij harde wind en storm, meestal uit het westelijke kwadrant, is het risico van schade aan de gevel, ramen en schuifpuien van het appartement en de auto in de parkeergarage zeer groot door verstuiving van zand. Deze schadelijke te verwachte effecten zijn volgens (rechts-)persoon 3 in het ontwerpbestemmingsplan niet of onvoldoende onderzocht of meegewogen. Reactie gemeente: De gemeente erkent dat zeker in de eerste jaren verwacht mag worden dat overlast ontstaat door verstuivend zand. Bij de nadere uitwerking zullen maatregelen getroffen moeten worden om de overlast zo veel mogelijk te beperken. Bij vergunningverlening voor realisatie van de woongebieden zullen maatregelen hiervoor opnieuw worden gemotiveerd. Zienswijze 11: Natuurontwikkeling in Variant ‘Geen strand voor Saerdam’ Door uitvoering van de plannen wordt het Natura 2000 gebied Markermeer aangetast hetgeen in feite niet is toegestaan.

Als mitigerende maatregelen wordt in het ontwerpbestemmingsplan ‘natuurontwikkeling’ in hetzelfde resterende Natura 2000 gebied voorgesteld, ter versterking van de doelen van Natura 2000. Het effect van deze maatregelen zou vele malen groter zijn als deze ‘natuurontwikkeling’ in het open water van het Markermeer zou worden gerealiseerd in aansluiting op de Marker Wadden. Voor het appartement van (rechts-)persoon 3 foerageren aalscholvers, rusten en ruien futen en verblijven heel veel eendensoorten die behoefte hebben aan open water. De Variant ‘Geen strand voor Saerdam’ doet eveneens meer recht aan de Natura 2000 bescherming van deze soorten. Reactie gemeente: In de passende beoordeling is opgenomen welke soorten in welke aantallen het plangebied gebruiken en of de landaanwinning kan leiden tot een verslechtering van de staat van instandhouding. Om elk risico op een negatief effect uit te sluiten, wordt tegelijkertijd met de landaanwinning een groot natuurgebied gerealiseerd. Het netto effect is zeer positief waardoor het project als geheel een verbetering van het Natura 2000gebied tot gevolg heeft. De locatie sluit aan bij de plannen van Nationaal Park Nieuw Land waarbij een keten van dergelijke natuurgebieden de Oostvaardersplassen en de Marker Wadden met elkaar verbinden.

Zienswijze 12: Alternatieve locaties om draagkrachtige inwoners aan te trekken In het ontwerpbestemmingsplan wordt aangegeven dat er geen alternatieve locaties binnendijks zijn om draagkrachtige inwoners aan te trekken. Deze stelling is verder niet onderzocht en wordt ook niet onderbouwd. Wijken als Hollandse Hout, Golfpark en delen 13

van Warande laten zien dat ook binnendijks wijken gebouwd kunnen worden om draagkrachtige inwoners aan te trekken. Bataviahaven was ook gericht op het aantrekken van draagkrachtige inwoners. Helaas is het originele plan met opvallende architectuur slechts voor 1/5 deel gerealiseerd. De recente bouw in een sterk afwijkende en eenvoudige architectuur doet sterk afbreuk aan het originele plan om draagkrachtige inwoners te trekken op een unieke locatie. Het is niet ondenkbaar dat de te ontwikkelen wijk Meerdijkhaven hetzelfde lot zal treffen. Reactie gemeente: Het bestemmingsplan stelt niet dat er geen andere locaties in Lelystad zijn om draagkrachtige inwoners te huisvesten. Het stelt wel dat het Waterfront essentieel is om (voldoende) draagkrachtige inwoners aan te trekken. Het Waterfront zal significant bijdragen aan een positievere uitstraling van Lelystad. Ook stelt het bestemmingsplan dat een deel van deze draagkrachtige inwoners ook binnen het Waterfront een nieuwe woonplek kunnen vinden. In tegenstelling tot wat de indiener stelt is de doelgroep voor de bouwblokken in Bataviahaven niet gewijzigd. De oorspronkelijke doelgroep is nog steeds de doelgroep voor de woningbouw. Zienswijze 13: Klimaatadaptatie De overheid heeft een voorbeeldfunctie ten aanzien van klimaatadaptatie dat hoge prioriteit heeft.

In het ontwerpbestemmingsplan wordt echter opvallend weinig aandacht besteed aan dit maatschappelijk en wereldwijd steeds belangrijker onderwerp. De buitendijkse plannen voor het waterfront stroken in feite niet met de grote urgentie van dit onderwerp zoals omschreven in de Kamerbrieven Water en Bodem d.d. 25 november 2022 en de Tweede Kamerbrief over ‘Buitendijks bouwen in het Markermeer en IJsselmeergebied’ d.d. 5 oktober 2023. De buitendijkse ambities hebben immers grote gevolgen voor de waterbergingscapaciteit en de noodzakelijke zoetwaterbuffer waarvoor het Markermeer is aangewezen. Onduidelijk is hoe het verlies van waterbergingscapaciteit door de buitendijkse ambities in hetzelfde watersysteem zullen/kunnen worden gecompenseerd. Het lijkt onwaarschijnlijk dat enkel de aanleg van groen het verlies van waterbergend vermogen in het Markermeer van totaal 35 hectare, zal kunnen compenseren. In het ontwerpbestemmingsplan wordt aangegeven dat het Bovenwater kan worden benut ter compensatie van het gedeeltelijke verlies van de functie van zoetwaterbuffer van het Markermeer voor de drinkwatervoorziening als gevolg van de gewenste buitendijkse ontwikkelingen. In het ontwerpbestemmingsplan ontbreekt onderzoek en motivering voor deze aanname.

Dit is noodzakelijk omdat de kwaliteit van het Bovenwater al jaren te wensen overlaat en het dus maar zeer de vraag is of dat water geschikt is als vervangende drinkwatervoorraad. Reactie gemeente: Dit aspect van waterbergingcapaciteit en zoetwaterbuffer is in het MER uitgebreid onderzocht. Vastgesteld is dat er geen sprake is van een merkbaar effect. Dat komt omdat de omvang van 35 ha ten opzichte van de totale omvang van het Markermeer zijnde 70.000 ha buitengewoon klein is. Nu de landaanwinning wordt gemaximaliseerd tot 23,5 ha is het theoretisch effect nog kleiner. Ondertussen is duidelijk geworden dat er geen sprake is van een compensatieopgave. Het eventueel inzetten van het Bovenwater is niet meer aan de orde. 14

2.2.4.

(Rechts)persoon 4

Zienswijzen Deze zienswijzen zijn dezelfde als die van (rechts)persoon 3. Reactie gemeente: De reactie van deze zienswijzen zijn dezelfde als die van (rechts)persoon 3.

2.2.5.

(Rechts)persoon 5

Zienswijze 1 Hoofdvaarweg en nautische veiligheid a) Het bestaande tekort aan ligplaatsen, wat reeds onderwerp is van een MIRTtraject, vraagt om een uitbreiding van de ligplaatsfaciliteiten. Hierbij is ook een autoafzetplaats noodzakelijk. Dit is in het ontwerpbestemmingsplan onderbelicht. b) Beroepsvaart en recreatie gaan vanwege veiligheid niet goed samen. Fysieke functiescheiding tussen beroepsvaart en recreanten is cruciaal. (Rechts)persoon 5 stelt dan ook dat het medegebruik voor zwemmers, jetski, etc, niet passend is bij de hoofdvaarweg, die als snelweg voor de binnenvaart fungeert. c) Getwijfeld wordt of voldoende rekening is gehouden met de afstand tussen schepen en andere functies (wonen en recreatie) met betrekking tot het vervoer van gevaarlijke stoffen. d) Voorzien wordt dat de nieuwe landaanwinning (met zand) tot meer sedimentatie in de vaargeul kan gaan leiden, hetgeen betekent meer onderhoud dan strikt noodzakelijk en gaat in tegen het ‘vlot en veilig’ principe van Rijkswaterstaat. Het onderhoudsregime voor de vaargeul mag niet verslechteren. Reactie gemeente: a) Het is de gemeente bekend dat er een opgave ligt voor uitbreiding van ligplaatsen langs de Vaarweg Amsterdam Lemmer. De gemeente staat daar in beginsel positief tegenover maar ziet dat niet als opgave waar de gemeente Lelystad perse in moet voorzien.

De huidige autoafzetplaats aan de landzijde van de sluis blijft ongemoeid. b) De gemeente deelt de zienswijze van indiener. De recreatieve watergebieden (de stranden) zijn daarom gescheiden van de (hoofd)vaarweg doormiddel van fysieke barrières. c) Er is in het bestemmingsplan rekening gehouden met zowel het plaatsgebonden risico als het groepsrisico. Het nieuwe woongebied bevindt zich buiten het explosieaandachtsgebied van de Vaarweg Amsterdam-Lemmer (200 m). Voor recreatie geldt dat binnen het betreffende gebied zich geen kwetsbare functies bevinden. De gemeente ziet af van het mogelijk maken van nieuwe bebouwing ter plaatse van de kustzone van Bataviakwartier. d) Effecten worden alleen verwacht voor de vaarweg tussen de hoofdvaarweg en de Noordersluis. Na afloop van de werkzaamheden wordt de vaarweg weer op diepte gebracht. De morfologische aspecten zullen bij de vergunningverlening nader worden onderzocht wanneer meer bekend is hoe het plan er precies uit komt te zien. 15

Zienswijze 2 Economische betekenis, watergebonden activiteiten en modal shift a) De voorgestelde route voor scheepvaart langs strandjes en huizen brengt de bereikbaarheid van het industrieterrein achter de Noordersluis in gevaar. Gepleit wordt voor functiescheiding, zowel op het gebied van geluid om overlast en potentiële gevaren te verminderen, en voor voldoende ruimte in het vaarwater conform de voorschriften waarbij de beroepsvaart 24/7 kan voortgaan. b) Door uitvoering van dit plan zal een watergebonden (overslag) locatie aan de Oostvaardersdijk verdwijnen. Dit gaat in tegen het principe van het modal shift beleid en de 24/7 economie. Ook voor de bouwopgave in de provincie Flevoland zal er nog veel aanvoer van bouwmaterialen zijn die veelal via het water worden aangeleverd. Gevraagd wordt om een heroverweging en behoud van deze overslaglocatie en/of een veilige verplaatsing aan diep vaarwater. Reactie gemeente: a) De beroepsvaart zal niet worden gehinderd door de ontwikkeling, er wordt voldaan aan de eisen hierover gesteld door Rijkswaterstaat en Provincie Flevoland. De Noordersluis wordt ’s nachts niet bediend. b) De betreffende loswal is hier niet te behouden. Bij Flevokust Haven zijn voorzieningen aanwezig en is (planologische) ruimte voor uitbreiding.

2.2.6.

(Rechts)persoon 6

Zienswijze 1 Bouwhoogten (Rechts)persoon 6 maakt bezwaar tegen de maximale bouwhoogten in clusters 3 en 4 en stelt een geleidelijke overgang voor in cluster 3, van nieuwbouw naar werkeiland: maximaal 10 meter voor de bebouwing direct grenzend aan de noordkant van het Werkeiland, die vervolgens het cluster in geleidelijk hoger kan worden. De hoogbouw in cluster 4 zou maximaal 10 meter mogen bedragen. Een herkenningspunt zou dan in het noordelijk gelegen punt gerealiseerd kunnen worden Reactie gemeente: Het bestemmingsplan is globaal van karakter en geeft alleen de maximale bouwhoogte per cluster aan. In een stedenbouwkundig plan en beeldregieplan wordt nader invulling gegeven hoe de bouwhoogtes binnen een cluster worden toegepast. Het principe om aangrenzend op het werkeiland de bouwhoogte lager aan te houden en deze op te laten lopen, heeft de instemming van de gemeente. Voor cluster 4 neemt de gemeente de zienswijze van maximaal 10 meter niet over. Om tegemoet te komen aan de zienswijze heeft de gemeente cluster 4 ca. 175 meter in noordoostelijke richting opgeschoven en is in de Regels opgenomen dat sprake moet zijn van een oplopende bouwhoogte.

Zienswijze 2 Ontsluiting auto (Rechts)persoon 6: geeft inrichtingsvoorstellen aan.

16

a) maakt bezwaar tegen de ontsluiting voor autoverkeer van het westelijk gedeelte van cluster 3, het hele cluster 4 en het voorzieningenplein via de Oostvaardersdijk ter hoogte van de woningen met de adressen 2 t/m 26; b) stelt voor om voor aanvang van de werkzaamheden voor de bouw van Meerdijkhaven de Oostvaardersdijk bij de ontsluitingsweg naar de gebouwen van Rijkswaterstaat en de Landelijke Eenheid van de Politie voor doorgaand verkeer af te sluiten (muv gebruik door bewoners en de bezoekers van Oostvaardersdijk 2 t/m 26 en Rijkswaterstaat en Landelijke Eenheid van de Politie; c) stelt, voor de definitieve ontsluiting van clusters 3 en 4 en het voorzieningenplein, daarvoor de geplande autotoegang tegenover het bezoekersparkeerterrein aan de Houtribweg te gebruiken; d) verzoekt in het gebied van Oostvaardersdijk 2 t/m 26 met fysieke maatregelen het illegaal parkeren tegen te gaan. Reactie gemeente: a) De gemeente neemt de zienswijze over. De ontsluiting van de clusters 3 en 4 zal niet lopen via de Oostvaardersdijk. In de Toelichting op het bestemmingsplan is dit opgenomen. b) De gemeente staat positief tegenover de zienswijze. c) De gemeente neemt de zienswijze over (zie a). d) De gemeente staat positief tegenover de zienswijze.

Bij het definitieve inrichtingsplan zulke dergelijke maatregelen worden uitgewerkt Zienswijze 3 Fietsverbinding (Rechts)persoon 6: geeft inrichtingsvoorstellen aan. a) maakt bezwaar tegen het gebruik van de zogenoemde flaneerboulevard langs de Oostvaardersdijk door fietsers die met een hoge snelheid rijden en stelt voor de fietssnelheid langs de flaneerboulevard met fysieke maatregelen te beperken; b) maakt bezwaar tegen het tracé van de doorgaande fietsroute langs het plangebied en stelt voor om een aparte doorgaande fietsroute aan te leggen aan de westkant van de Houtribweg tussen het Gemaal Wortman en de rotonde van de Houtribweg met de N307 naar de Houtribsluizen. Daar moet de doorgaande route aansluiting krijgen op het fietspad over de Markerwaarddijk. Reactie gemeente: a) De betreffende fietsroute is geen ‘snelfietsroute’ oid maar een gewoon fietspad. Er is geen wettelijke mogelijkheid om fietsers met een bepaalde snelheid te weren. De nadere uitwerking van de infrastructuur en de maatregelen om de verkeersveiligheid te borgen vindt plaats in het kader van het inrichtingsplan. b) Langs de oostzijde van de Houtribweg ligt al een fietsroute waardoor de gemeente geen aanleiding ziet om ook een fietsroute aan de westzijde aan te leggen.

Zienswijze 4 (Rechts)persoon 6 geeft aan dat in het ontwerpbestemmingsplan staat dat de nieuwe woningen geen geurhinder zullen ondervinden van de bedrijven op Noordersluis maar dat doen de huidige woningen wel. Verzocht wordt snackfabrikant Chio aan de Vaartweg in Lelystad maatregelen op te leggen, waardoor van geuroverlast op de omgeving geen sprake meer is.

17

Reactie gemeente: Betreffende onderneming valt buiten het plangebied van het bestemmingsplan. Zienswijze 5 (Rechts)persoon 6 maakt bezwaar tegen de import van autobanden uit herkomstgebieden van de Aziatische Tijgermug door bandenbedrijf Robeo Casings aan de Zuiveringweg. Het betreft een gezondheidsrisico voor mens en dier in het gebied binnen een straal van 500 meter van dit bedrijf. Verzocht wordt aan bandenbedrijf Robeo Casings maatregelen op te leggen, waardoor import van autobanden uit herkomstlanden van de Aziatische Tijgermug niet meer mogelijk is. Reactie gemeente: Betreffende onderneming valt buiten het plangebied van het bestemmingsplan.

2.2.7.

(Rechts)persoon 7

Zienswijze 1 Kustvisie 2030 (Rechts)persoon 7 heeft in 2020 het huidige appartement aan de Saerdam gekocht op basis van de Kustvisie 2030 en in dit plan is geen sprake van een strand voor de Saerdam. Zij zijn dan ook zeer onaangenaam verrast door het totaal nieuwe plan Project Waterfront Kust wat op geen enkele wijze lijkt op de Kustvisie 2030. De in het plan opgenomen variant zonder strand voor de Saerdam lijkt nergens goed uitgewerkt waardoor de indruk wordt gewekt dat deze variant niet serieus genomen wordt terwijl dit voorkeursalternatief 'Geen strand voor Saerdam', de bezwaren van veel bewoners aan de Saerdam wegneemt. Reactie gemeente: In het MER is de variant ‘Geen strand voor Saerdam’ op alle aspecten onderzocht. Het gemeentebestuur heeft de voorkeur voor de variant met een strand vanwege de betekenis die het stadsstrand heeft voor de hele stad. Zienswijze 2 Andere stranden In het plan wordt betoogd dat alle binnendijkse stranden in Lelystad zomers onbruikbaar zijn door slechte waterkwaliteit en dat geschikte buitendijkse stranden te ver weg liggen. Het binnendijkse strand bij het Bovenwater verdient het om weer volledig als veilig zwemwater locatie te worden aangemerkt. Er zit hier al horeca, een zeilschool en een camping die nu dreigen kopje onder te gaan omdat de gemeente niet investeert in de waterkwaliteit van het Bovenwater.

De waterkwaliteit daar verbeteren zou een veel betere oplossing voor alle partijen zijn. Geen overlast voor omwonenden en alle faciliteiten zijn aanwezig. Buitendijkse stranden zijn er zeker, ook dichtbij. De Houtribhoek (strand met horeca én parkeergelegenheid) en het Watersportstrand ten westen van de sluizen, waar ook al veel gebruik van wordt gemaakt. Deze twee stranden worden in het ontwerpbestemmingsplan niet benoemd.

18

Reactie gemeente: In het verleden zijn diverse maatregelen getroffen om de waterkwaliteit van het Bovenwater te verbeteren. Dit is niet succesvol gebleken. In de Toelichting zijn het Watersportstrand en Houtribhoekstrand alsnog opgenomen. Zienswijze 3 Overlast strand Naast bovenstaande verwacht (rechts)persoon 7 veel last te krijgen van een strand voor de woning door stuifzand waardoor huizen en auto's bij harde wind en storm beschadigen en verstoring van rust door horeca, parkeeroverlast en mogelijk (hang)jongeren. (Rechts)persoon 7 vraagt waarom niet gekozen wordt voor de ontwikkeling van Meerdijkhaven zonder strand en zonder uitbreiding in het water. Dit geeft ook de toekomstige Meerdijkhaven bewoners rust en natuur in plaats van ophef en vertier. De boulevard voor de Saerdam (van Meerdijkhaven naar Bataviakwartier) biedt dan een prachtige fiets/wandelverbinding tussen deze twee. Reactie gemeente: Het gemeentebestuur heeft de voorkeur voor de variant met een strand vanwege de betekenis die het stadsstrand heeft voor de hele stad. Zienswijze 4 Klimaatadaptatie Een overheid heeft een voorbeeldfunctie ten aanzien van klimaatadaptatie. De buitendijkse plannen Waterfront Kust stroken volgens (rechts)persoon 7 niet met de urgentie hiervan.

De buitendijkse ambities hebben gevolgen voor de waterbergingscapaciteit en de noodzakelijke zoetwaterbuffer waarvoor het Markermeer is aangewezen. Het hoge water in het Markermeer maakt eens te meer duidelijk dat buitendijks bouwen niet meer van deze tijd is. Reactie gemeente: Dit aspect van waterbergingcapaciteit en zoetwaterbuffer is in het MER uitgebreid onderzocht. Vastgesteld is dat er geen sprake is van een merkbaar effect. Dat komt omdat de omvang van 35 ha ten opzichte van de totale omvang van het Markermeer zijnde 70.000 ha buitengewoon klein is. Nu de landaanwinning wordt gemaximaliseerd tot 23,5 ha is het theoretisch effect nog kleiner.

2.2.8.

(Rechts)persoon 8

Zienswijze 1 In strijd met Kustvisie 2030 (Rechts-)persoon 3 geeft aan dat voor dit project de vastgestelde Kustvisie 2030 beleidskader is. In deze breed gedragen visie was een volwaardig recreatiestrand geprojecteerd op een schiereiland ter hoogte van de Houtribsluizen en niet voor de Saerdam. Langs de Saerdam (als verbinding tussen het Bataviakwartier en Meerdijkhaven) was de aanleg van een ‘Suyderseeboulevard’ voorzien voor wandelaars en fietsers zonder strand of vooroever. Dit plan werd door bewoners van de Saerdam omarmd. Het voorliggende plan lijkt volgens (rechts-)persoon 3 op geen enkele manier op deze Kustvisie 2030.

19

Reactie gemeente: De Kustvisie 2030 is een document op een abstracter niveau dan dit bestemmingsplan. In de Kustvisie is opgenomen dat dit gedeelte van de kust zich richt op vrijetijdsbesteding, recreatie op water én land in combinatie met bijzondere woonmilieus nabij water. De nadere planuitwerking heeft er toe geleid dat een strand noodzakelijk is gebleken om de beoogde doelen te behalen aanvullend op wat in de Kustvisie stond beschreven. Zienswijze 2 Overlast horeca en sanitair Volgens de plannen zouden er bouwwerken t.b.v. de horeca en sanitair kunnen worden toegestaan. De hoogte van overige bouwwerken, zijnde geen gebouwen zoals lichtmasten kunnen zelfs 15 meter hoog worden. Door de opening van horeca toe te staan, overdag en ’s avonds jaarrond, verwacht (rechts-)persoon 3 dat de overlast veroorzaakt door menselijke aanwezigheid in het gebied en de aantrekkingskracht voor (hang)jongeren, waarschijnlijk tot laat in de avond zeer groot zal zijn. Reactie gemeente: Deze zienswijze nemen we niet over vanwege het belang van (de voorzieningen voor) het strand voor de stad en nieuwe bewoners van Meerdijkhaven. Het zal hier niet toegestaan zijn horeca in de avond te openen, enkel horeca ter ondersteuning van het strandgebruik zal toegestaan zijn.

De afstand tot de bestaande bewoning is ruim 300 meter waardoor verwacht mag worden dat de overlast voor bewoners langs de Saerdam beperkt zal zijn. De gemeente kan zich vinden in de zienswijze met betrekking tot de hoge lichtmasten en wijzigt de planregels zodanig dat lichtmasten niet zijn toegestaan. Zienswijze 3 Overlast strand Omdat in het plan wordt aangegeven dat in het ‘Voorkeursalternatief’ de geplande aanlanding voor strand, danwel parkachtige omgeving iets meer richting Meerdijkhaven is opgeschoven, dit is gedaan vanwege de zorgen van bewoners van de Saerdam voor mogelijke overlast. Daarmee wordt, volgens (rechts-)persoon 3, erkend dat door aanleg van strand overlast voor bewoners is te verwachten. Door deze aanpassing zijn echter de zorgen voor de gevreesde overlast door onder andere geluid en zwerfafval nog lang niet weggenomen. Reactie gemeente De gemeente erkent dat elke mogelijkheid waar grotere aantallen mensen samen kunnen komen, kan leiden tot overlast voor anderen. Omdat het belang van recreatie voor het woonplezier en gezondheid groot is, is dit voor de gemeente geen aanleiding om er van af te zien. Wel zullen deze en andere overlast gevende aspecten bij de nadere planuitwerking de volledige aandacht van de gemeente hebben zodat de kans op overlast zo veel als mogelijk wordt beperkt.

Zienswijze 4 Geschikte stranden te ver weg en binnendijkse stranden onbruikbaar In het plan wordt betoogd dat alle binnendijkse stranden in Lelystad zomers onbruikbaar zijn door de slechte waterkwaliteit (blauwalg) en dat geschikte buitendijkse stranden in Almere en Trintelhaven te ver weg liggen. Deze bewering is volgens (rechts-)persoon 3 onvolledig aangezien de dichtbij gelegen stranden bij Houtribhoek en het

20

Watersportstrand bij de sluizen onvermeld zijn gebleven. Deze populaire stranden, waar voorzieningen aanwezig zijn, worden veel gebruikt. Door verontdieping in geval van aanleg van een strand voor de Saerdam en (semi)afsluiting van het zwemwater ter plaatse wordt het risico op blauwalg en waterplantengroei sterk vergroot. De kans op het onbruikbaar worden van het beoogde strand en zwemwater is daardoor niet denkbeeldig. Door het bestemmingsplan aan te passen overeenkomstig de Variant ‘Geen strand voor Saerdam’ wordt dat risico vermeden en kunnen inwoners vanaf de bestaande steigers blijven zwemmen om verkoeling te zoeken Reactie gemeente: Het Houtribhoekstrand is te klein en te ver afgelegen van het zwaartepunt van de stad en het Watersportstrand is niet geschikt voor grote aantallen strandbezoekers vanwege de strijdigheid met het gebruik door de watersporters. De zorg voor blauwalg en waterplantengroei is reëel maar ook goed oplosbaar door de juiste inrichting. Het belang van een goede waterverversing en voldoende diepte wordt volledig erkend en zal ook deel uitmaken van het uiteindelijke inrichtingsplan. Zienswijze 5: Geluid Door het recreatief ontwikkelen van de kust en de aanleg van de nieuwe wijk Meerdijkhaven verhoogt de verkeersintensiteit op de Houtribweg.

Daardoor neemt de geluidsbelasting op toe en is het aannemelijk dat die boven de maximale geluidsbelasting van 57 Db zal komen te liggen. Mitigerende maatregelen zoals het gebruik van geluid reducerend asfalt is geen oplossing, aangezien dat type asfalt kortgeleden reeds is aangebracht op de Houtribweg ter hoogte van het appartement. Naast verhoging van de geluidsbelasting zal tegelijkertijd in geval van realisatie van de recreatieoeverzone en specifieke recreatievoorzieningen het effect van de bestaande geluidsluwe gevel aan de waterzijde van het appartement teniet worden gedaan door geluidsbronnen als sport, spel en horeca. De rust in de woning en buitenruimte zal door toename van geluid aanzienlijk worden aangetast. Reactie gemeente: Ten behoeve van het bestemmingsplan is akoestisch onderzoek gedaan. De conclusie daarvan is dat de verkeersintensiteit op de Houtribweg inderdaad toeneemt en dat daarmee een toename van de geluidsbelasting met 1-2 dB mag worden verwacht. Aangezien de toename gering is, vindt de gemeente dit in het kader van de integrale afweging van belangen deze toename acceptabel en daarmee verenigbaar met een goede ruimtelijke ordening. Nabij het appartementencomplex van (rechts)persoon 3 is de berekende waarde 53 dB (afbeelding 4-5, bijlage akoestisch onderzoek) bij de ‘worst case’ aanname dat het wegdektype bestaat uit dicht asfaltbeton (DAB).

Voor wat betreft mogelijke geluidoverlast van sport, spel en horeca geldt dat deze bij de vergunningverlening zullen moeten voldoen aan de geluidseisen zoals die op dat moment gelden op basis van de Omgevingswet, het Besluit kwaliteit leefomgeving en het omgevingsplan. Zienswijze 6: Gezondheid 21

De Suyderseeboulevard biedt een volstrekt uniek uitzicht op de scheepvaart. Deze beleving is een ‘unique sellingpoint’ dat nergens anders in Lelystad zo te ervaren is! Reactie gemeente: Het unieke uitzicht op de scheepvaart verhoogt inderdaad de belevingswaarde van het Waterfront. Met het Bestemmingsplan wordt de mogelijkheid gecreëerd deze beleving te intensiveren omdat de mogelijkheid ontstaat om nog aanzienlijk dichter bij de scheepvaartroute te wandelen. Tegelijkertijd blijft het zicht op de scheepvaart vanaf de bestaande dijk intact. Zienswijze 7: Effecten als gevolg van werkzaamheden door landaanwinning In het ontwerpbestemmingsplan wordt aangegeven dat heel veel zand nodig is voor de aanleg van Meerdijkhaven en de stranden en voorlanden voor de Saerdam in geval van het 'Voorkeursalternatief’. Bij harde wind en storm, meestal uit het westelijke kwadrant, is het risico van schade aan de gevel, ramen en schuifpuien van het appartement zeer groot door verstuiving van zand. Deze risico’s zijn volgens (rechts-)persoon 9 niet meegewogen. Reactie gemeente: De gemeente erkent dat zeker in de eerste jaren verwacht mag worden dat overlast ontstaat door verstuivend zand. Bij de nadere uitwerking zullen maatregelen getroffen moeten worden om de overlast zo veel mogelijk te beperken.

Bij vergunningverlening voor realisatie van de woongebieden zullen maatregelen hiervoor opnieuw worden gemotiveerd. Zienswijze 8: Alternatieve locaties om draagkrachtige inwoners aan te trekken In het ontwerpbestemmingsplan wordt aangegeven dat er geen alternatieve locaties binnendijks zijn om draagkrachtige inwoners aan te trekken. Deze stelling is verder niet onderzocht en wordt ook niet onderbouwd. Wijken als Hollandse Hout, Golfpark en delen van Warande laten zien dat ook binnendijks wijken gebouwd kunnen worden om draagkrachtige inwoners aan te trekken. Bataviahaven was ook gericht op het aantrekken van draagkrachtige inwoners. Helaas is het originele plan met opvallende architectuur slechts voor 1/5 deel gerealiseerd. Reactie gemeente: Het bestemmingsplan stelt niet dat er geen andere locaties in Lelystad zijn om draagkrachtige inwoners te huisvesten. Het stelt wel dat het Waterfront essentieel is om (voldoende) draagkrachtige inwoners aan te trekken. Het Waterfront zal significant bijdragen aan een positievere uitstraling van Lelystad. Ook stelt het bestemmingsplan dat een deel van deze draagkrachtige inwoners ook binnen het Waterfront een nieuwe woonplek kunnen vinden. Zienswijze 9: Klimaatadaptatie In het ontwerpbestemmingsplan wordt weinig aandacht besteed aan klimaatadaptatie. Het is onaanvaardbaar dat:

22

- buitendijkse ontwikkelingsmogelijkheden in het ontwerpbestemmingsplan zijn opgenomen in de wetenschap dat die een bedreiging vormen voor de waterveiligheid in het Markermeergebied; - het voorliggende ontwerpbestemmingsplan toch buitendijkse ontwikkelingsmogelijkheden biedt die de zoetwaterbuffer nog eens met 35 ha verkleinen voor woningbouw. In het ontwerpbestemmingsplan ontbreekt onderzoek en motivering voor de aanname dat het Bovenwater kan worden benut ter compensatie van het gedeeltelijke verlies van de functie van zoetwaterbuffer van het Markermeer. (Rechts)persoon 9 veronderstelt dat het College denkt, door haast te maken om de plannen ruimtelijk te borgen, een beroep gedaan kan worden op de status van ‘vergevorderd plan’ om op die manier nog onder de reeds aangekondigde verscherpte regels voor buitendijkse bouwen in het Markermeer uit te komen. Dit lijkt uitgesloten aangezien het ontwerp van het plan voor de buitendijkse ontwikkelingen niet vóór publicatie van de Kamerbrief Water Bodem Sturend d.d. 25-11-2022 reeds ter inzage is gelegd. Daarmee is niet voldaan aan het vereiste zoals genoemd in de Kamerbrief Buitendijks bouwen in het Markermeer en IJsselmeergebied d.d 5-10-2023. Reactie gemeente: Dit aspect van waterbergingscapaciteit en zoetwaterbuffer is in het MER uitgebreid onderzocht. Vastgesteld is dat er geen sprake is van een merkbaar effect.

Dat komt omdat de omvang van 35 ha ten opzichte van de totale omvang van het Markermeer zijnde 70.000 ha buitengewoon klein is. Nu de landaanwinning wordt gemaximaliseerd tot 23,5 ha is het theoretisch effect nog kleiner. Het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat heeft bevestigd een landaanwinning ter grootte van 23,5 ha past binnen haar beleid.

2.2.9.

(Rechts)persoon 9

Zienswijze is gelijk aan ingediende zienswijzen, opgenomen als nummer 8

2.2.10.

(Rechts)persoon 10

Zienswijze In het ontwerpbestemmingsplan wordt gesproken over riviercruiseschepen die mogelijk aan de buitenzijde van de Bataviahaven worden aangemeerd. Klaarblijkelijk is een optie om een extra steiger te maken en grootschalig aanmeren (tot 10 cruiseschepen tegelijk) mogelijk te maken, zoals aangegeven op onderstaande foto (rood):

23

Op bovenstaande foto is duidelijk te zien dat een steiger of andere afmeerplaats met dergelijke grote schepen vol in de zichtlijn zal zijn van de Saerdambewoners en een ernstige voorstoring zal veroorzaken. Dergelijke schepen zijn tot 135 meter lang, meer dan 10 meter breed en tot 10 meter hoog. Momenteel hebben de bewoners, met name in het voorjaar en in de zomer, al te maken met riviercruiseschepen, die dubbeldik aan de buitenzijde liggen. Dit is niet alleen een verstoring van het uitzicht, maar tevens worden zeer duidelijk de motoren gehoord bij vertrek en aankomst (soms ’s avonds laat en ’s ochtends zeer vroeg), generatoren en bij nacht schijnwerpers die vol in de woonkamer schijnen. De Bataviahaven is nooit aangelegd als binnenvaart-haven, maar voor kleinschalig toerisme zoals recreatievaart. Al met al is (rechts)persoon 10 van mening dat de cruiseschepen elders zullen moeten aanmeren of dat dit kleinschalig zal moeten blijven. Reactie gemeente: Het bestemmingsplan beoogt niet meer afvaarten van riviercruiseschepen te bewerkstelligen maar om ruimte te bieden aan oplossingen die leiden tot minder overlast voor bewoners. In het MER (Deel B, blz. 151 en blz 235) zijn afbeeldingen opgenomen waar de betreffende afmeervoorziening was gedacht (zie onderstaande afbeeldingen). Zichtbaar is dat de afstand tot de bestaande bewoning sterk toeneemt waardoor ook de hinder afneemt.

Dit geldt in versterkte mate indien telkens bij voorkeur de meest noordelijke vrije ligplaats wordt ingenomen. Door de verdraaiing ten opzichte van de huidige afmeervoorziening is onder de meeste weercondities de aankomst en vertrek eenvoudiger waardoor minder lang sprake is van motorgeluid. De exacte oriëntatie wordt in het kader van een inrichtingsplan en bijbehorende vergunningen bepaald waarbij nautische aspecten en hinderaspecten worden afgewogen. Omdat de riviercruiseschepen bijdragen aan het toeristisch profiel van Bataviakwartier is een andere locatie dan de Bataviahaven geen geschikt alternatief. 24

25

2.2.11.

(Rechts)persoon 11

Zienswijze 1 In strijd met Kustvisie 2030 (Rechts-)persoon 11 geeft aan dat voor dit project de vastgestelde Kustvisie 2030 beleidskader is. In deze breed gedragen visie was een volwaardig recreatiestrand geprojecteerd op een schiereiland ter hoogte van de Houtribsluizen en niet voor de Saerdam. Langs de Saerdam (als verbinding tussen het Bataviakwartier en Meerdijkhaven) was de aanleg van een ‘Suyderseeboulevard’ voorzien voor wandelaars en fietsers zonder strand of vooroever. Dit plan werd door bewoners van de Saerdam omarmd. Het voorliggende plan lijkt volgens (rechts-)persoon 3 op geen enkele manier op deze Kustvisie 2030. Reactie gemeente: De Kustvisie 2030 is een document op een abstracter niveau dan dit bestemmingsplan. In de Kustvisie is opgenomen dat dit gedeelte van de kust zich richt op vrijetijdsbesteding, recreatie op water én land in combinatie met bijzondere woonmilieus nabij water. De nadere planuitwerking heeft er toe geleid dat een strand noodzakelijk is gebleken om de beoogde doelen te behalen aanvullend op wat in de Kustvisie stond beschreven. Zienswijze 2 Overlast horeca en sanitair Volgens de plannen zouden er bouwwerken t.b.v. de horeca en sanitair kunnen worden toegestaan. De hoogte van overige bouwwerken, zijnde geen gebouwen zoals lichtmasten kunnen zelfs 15 meter hoog worden.

Door de opening van horeca toe te staan, overdag en ’s avonds jaarrond, verwacht (rechts-)persoon 11 dat de overlast veroorzaakt door menselijke aanwezigheid in het gebied en de aantrekkingskracht voor (hang)jongeren, waarschijnlijk tot laat in de avond zeer groot zal zijn. Reactie gemeente: Deze zienswijze nemen we niet over vanwege het belang van (de voorzieningen voor) het strand voor de stad en nieuwe bewoners van Meerdijkhaven. Het zal hier niet toegestaan zijn horeca in de avond te openen, enkel horeca ter ondersteuning van het strandgebruik zal toegestaan zijn. De afstand tot de bestaande bewoning is ruim 300 meter waardoor verwacht mag worden dat de overlast voor bewoners langs de Saerdam beperkt zal zijn. De gemeente kan zich vinden in de zienswijze met betrekking tot de hoge lichtmasten en wijzigt de planregels zodanig dat lichtmasten niet zijn toegestaan. Zienswijze 3 Overlast strand Omdat in het plan wordt aangegeven dat in het ‘Voorkeursalternatief’ de geplande aanlanding voor strand, danwel parkachtige omgeving iets meer richting Meerdijkhaven is opgeschoven, dit is gedaan vanwege de zorgen van bewoners van de Saerdam voor mogelijke overlast. Daarmee wordt, volgens (rechts-)persoon 11, erkend dat door aanleg van strand overlast voor bewoners is te verwachten.

Door deze aanpassing zijn echter de zorgen voor de gevreesde overlast door onder andere geluid en zwerfafval nog lang niet weggenomen.

26

Reactie gemeente De gemeente erkent dat elke mogelijkheid waar grotere aantallen mensen samen kunnen komen, kan leiden tot overlast voor anderen. Omdat het belang van recreatie voor het woonplezier en gezondheid groot is, is dit voor de gemeente geen aanleiding om er van af te zien. Wel zullen deze en andere overlast gevende aspecten bij de nadere planuitwerking de volledige aandacht van de gemeente hebben zodat de kans op overlast zo veel als mogelijk wordt beperkt. Zienswijze 4 Geschikte stranden te ver weg en binnendijkse stranden onbruikbaar In het plan wordt betoogd dat alle binnendijkse stranden in Lelystad zomers onbruikbaar zijn door de slechte waterkwaliteit (blauwalg) en dat geschikte buitendijkse stranden in Almere en Trintelhaven te ver weg liggen. Deze bewering is volgens (rechts-)persoon 11 onvolledig aangezien de dichtbij gelegen stranden bij Houtribhoek en het Watersportstrand bij de sluizen onvermeld zijn gebleven. Deze populaire stranden, waar voorzieningen aanwezig zijn, worden veel gebruikt. Door verontdieping in geval van aanleg van een strand voor de Saerdam en (semi)afsluiting van het zwemwater ter plaatse wordt het risico op blauwalg en waterplantengroei sterk vergroot. De kans op het onbruikbaar worden van het beoogde strand en zwemwater is daardoor niet denkbeeldig.

Door het bestemmingsplan aan te passen overeenkomstig de Variant ‘Geen strand voor Saerdam’ wordt dat risico vermeden en kunnen inwoners vanaf de bestaande steigers blijven zwemmen om verkoeling te zoeken Reactie gemeente: Het Houtribhoekstrand is te klein en te ver afgelegen van het zwaartepunt van de stad en het Watersportstrand is niet geschikt voor grote aantallen strandbezoekers vanwege de strijdigheid met het gebruik door de watersporters. De zorg voor blauwalg en waterplantengroei is reëel maar ook goed oplosbaar door de juiste inrichting. Het belang van een goede waterverversing en voldoende diepte wordt volledig erkend en zal ook deel uitmaken van het uiteindelijke inrichtingsplan. Zienswijze 5: Gezondheid De Suyderseeboulevard biedt een volstrekt uniek uitzicht op de scheepvaart. Deze beleving is een ‘unique sellingpoint’ dat nergens anders in Lelystad zo te ervaren is! Reactie gemeente: Het unieke uitzicht op de scheepvaart verhoogt inderdaad de belevingswaarde van het Waterfront. Met het Bestemmingsplan wordt de mogelijkheid gecreëerd deze beleving te intensiveren omdat de mogelijkheid ontstaat om nog aanzienlijk dichter bij de scheepvaartroute te wandelen. Tegelijkertijd blijft het zicht op de scheepvaart vanaf de bestaande dijk intact.

Zienswijze 6: Effecten als gevolg van werkzaamheden door landaanwinning In het ontwerpbestemmingsplan wordt aangegeven dat heel veel zand nodig is voor de aanleg van Meerdijkhaven en de stranden en voorlanden voor de Saerdam in geval van het 'Voorkeursalternatief’. Bij harde wind en storm, meestal uit het westelijke kwadrant, is het risico van schade aan de gevel, ramen en schuifpuien van het appartement zeer groot 27

door verstuiving van zand. Deze risico’s zijn volgens (rechts-)persoon 11 niet meegewogen. Reactie gemeente: De gemeente erkent dat zeker in de eerste jaren verwacht mag worden dat overlast ontstaat door verstuivend zand. Bij de nadere uitwerking zullen maatregelen getroffen moeten worden om de overlast zo veel mogelijk te beperken. Bij vergunningverlening voor realisatie van de woongebieden zullen maatregelen hiervoor opnieuw worden gemotiveerd. Zienswijze 7: Alternatieve locaties om draagkrachtige inwoners aan te trekken In het ontwerpbestemmingsplan wordt aangegeven dat er geen alternatieve locaties binnendijks zijn om draagkrachtige inwoners aan te trekken. Deze stelling is verder niet onderzocht en wordt ook niet onderbouwd. Wijken als Hollandse Hout, Golfpark en delen van Warande laten zien dat ook binnendijks wijken gebouwd kunnen worden om draagkrachtige inwoners aan te trekken. Bataviahaven was ook gericht op het aantrekken van draagkrachtige inwoners. Helaas is het originele plan met opvallende architectuur slechts voor 1/5 deel gerealiseerd. Reactie gemeente: Het bestemmingsplan stelt niet dat er geen andere locaties in Lelystad zijn om draagkrachtige inwoners te huisvesten. Het stelt wel dat het Waterfront essentieel is om (voldoende) draagkrachtige inwoners aan te trekken. Het Waterfront zal significant bijdragen aan een positievere uitstraling van Lelystad.

Ook stelt het bestemmingsplan dat een deel van deze draagkrachtige inwoners ook binnen het Waterfront een nieuwe woonplek kunnen vinden. In tegenstelling tot wat de indiener stelt is de doelgroep voor de bouwblokken in Bataviahaven niet gewijzigd. De oorspronkelijke doelgroep is nog steeds de doelgroep voor de woningbouw. Zienswijze 8: Cruiseschepenhaven In het ontwerpbestemmingsplan wordt de aanleg van een cruiseschepenhaven mogelijk gemaakt aan de buitenkant van Bataviahaven voor circa 10 riviercruiseschepen. Deze schepen hebben veelal de maximale lengte van 135 meter afgestemd op de sluisgrootte op de Europese rivieren. Als een riviercruiseschepenhaven aan de buitenzijde van Bataviahaven wordt gerealiseerd zal het uitzicht van bewoners aan die zijde van de Saerdam in tegenstelling tot wat in het ontwerpbestemmingsplan wordt beweerd, wel degelijk significant kwalitatief verminderen. De grote gevolgen die het ligplaats innemen op die locatie op het uitzicht van de bewoners van de Saerdam zal hebben, is ook vastgesteld in de conclusies en aanbevelingen van Rapport Smets, (januari 2023). Deze schepen zullen immers een muur vormen van circa 135 meter lengte voor de huizen en daarmee het huidige uitzicht van die bewoners op het open water belemmeren. Bovendien komen en gaan de cruiseschepen op willekeurige momenten en vaak in de avond en nacht.

Bij het aan- en afmeren worden (voor de veiligheid) felle schijnwerpers gebruikt, die overlast veroorzaken door zeer hinderlijk in woonkamers en slaapkamers te schijnen van de woningen aan de Saerdam. Niet alleen de lichthinder, maar ook de verkeersoverlast, veroorzaakt door komen en gaan van touringcars zal verder toenemen. 28

De in het ontwerpbestemmingsplan aangegeven locatie is derhalve zeer slecht gekozen en zou naar de mening van (rechts)persoon 11 veel beter naar de noordzijde van de sluis kunnen worden verplaatst, zoals al eerder aangegeven. Ook nautisch ontstaat een onwenselijke situatie. De ingang naar Bataviahaven wordt immers door aanleg van een cruiseschepenhaven verkleind en veel minder overzichtelijk, waardoor bij in- en uitvarende scheepvaart het risico van aanvaringen en ongelukken zal toenemen. Reactie gemeente: Het bestemmingsplan beoogt niet meer afvaarten van riviercruiseschepen te bewerkstelligen maar om ruimte te bieden aan oplossingen die leiden tot minder overlast voor bewoners. In het MER (Deel B, blz. 151 en blz 235) zijn afbeeldingen opgenomen waar de betreffende afmeervoorziening was gedacht (zie onderstaande afbeeldingen). Zichtbaar is dat de afstand tot de bestaande bewoning sterk toeneemt waardoor ook de hinder afneemt. Dit geldt in versterkte mate indien telkens bij voorkeur de meest noordelijke vrije ligplaats wordt ingenomen. Door de verdraaiing ten opzichte van de huidige afmeervoorziening is onder de meeste weercondities de aankomst en vertrek eenvoudiger waardoor minder lang sprake is van motorgeluid. De exacte oriëntatie wordt in het kader van een inrichtingsplan en bijbehorende vergunningen bepaald waarbij nautische aspecten en hinderaspecten worden afgewogen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Lelystad&id=bb8b5ab4-e046-44de-891e-19212ca65bdc